Ontwerp-meerjarenprogramma bedrijventerreinen 2004-2007 'Stappen vooruit

'

Voorlopig vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland 23 maart 2004

Inhoudsopgave
SAMENVATTING 1 2 INLEIDING DE OPGAVE: VOLDOENDE BEDRIJVENTERREINEN VAN GOEDE KWALITEIT DE KWANTITATIEVE OPGAVE Herstructurering bestaande bedrijventerreinen Ontwikkeling nieuwe terreinen DE KWALITATIEVE OPGAVE AANBOD VAN EN VRAAG NAAR SPECIFIEKE FUNCTIES Kennisintensieve bedrijvigheid Bedrijven in de hogere milieucategorie ONZE OPGAVE VRAAGT OM VERWEZENLIJKING VAN DE AMBITIE 3 SAMENWERKEN AAN DE AMBITIE PROCES: VAN INITIATIEF NAAR UITVOERING BETROKKEN PARTIJEN: ROL EN BELANGEN KNELPUNTEN KNELPUNTEN MAKEN EEN ACTIEPROGRAMMA NOODZAKELIJK 4 ACTIEPROGRAMMA HUIDIGE IMPULS Bestuurlijk overleg over programmering DECOR Hogere milieucategorie bedrijven: inventarisatie en actieplan Subsidies Procesbegeleiding bij regionaal uitvoeringsprogramma Economische component in streekplannen Meerjarenprogramma bedrijventerreinen TUSSENBALANS VERSTERKING IMPULS Versterking procesbegeleiding regionale uitvoeringsprogramma's Prioritering Sluiten van convenanten Procesgerichte aanpak per regio en monitoring Onderzoek naar samenwerkingsvormen en financiële arrangementen 5 6 FINANCIËN PROCEDURE: CONSULTATIE EN VASTSTELLING MEERJARENPROGRAMMA 3 5 7 7 7 8 10 10 10 11 11 12 12 12 14 14 15 15 15 15 16 16 16 17 17 17 17 17 18 20 20 21 22 23 24

BIJLAGE 1 STATUS PRIORITAIRE HERSTRUCTURERINGSPROJECTEN NAAR REGIO

2

SAMENVATTING Onze ambitie: 2 x 500 hectare bedrijventerreinen Het college spant zich de komende jaren extra in voor de bedrijventerreinen in Zuid-Holland. Dit om de ontwikkeling van de Zuid-Hollandse economie te versterken. We gaan ons inzetten voor de ontwikkeling van 500 hectare nieuwe bedrijventerreinen en voor herstructurering van 500 hectare bestaande terreinen. Dat doen we omdat er een groot tekort is aan nieuwe bedrijventerreinen en veel bestaande zijn verouderd en niet meer voldoen aan moderne kwaliteitseisen. Het tekort aan nieuwe bedrijventerreinen tot 2020 bedraagt circa 1.200 hectare. 190 bestaande terreinen met een oppervlakte van circa 4.000 hectare zijn verouderd. Het laat zich raden dat dit de broodnodige economische ontwikkeling van onze provincie belemmert. Gemeenten en bedrijven hebben op dit vlak een eerste verantwoordelijkheid. Wij zullen hen fors ondersteunen met het scheppen van voorwaarden en het aanzetten tot initiatieven. Onze plannen en voorgenomen acties daartoe staan beschreven in dit meerjarenprogramma. We willen hiermee wezenlijke 'stappen vooruit' zetten in nauwe betrokkenheid met alle partijen. Het meerjarenprogramma bedrijventerreinen is in lijn met het Zuidvleugeldocument van december 2003 en het daaruit voortvloeiende actieplan van de Zuidvleugelpartners dat nu in voorbereiding is. Daarnaast is bij het opstellen van dit meerjarenprogramma bedrijventerreinen rekening gehouden met het actieplan van het ministerie van Economische Zaken dat zal worden opgenomen in de Nota Ruimte die naar verwachting dit jaar verschijnt. Het ontwikkelen van een nieuw of herstructureren van een bestaand terrein is een kostbaar en complex proces waarmee zo'n acht tot tien jaar gemoeid is. Dat komt omdat er veel partijen met verschillende belangen bij betrokken zijn. Daarnaast zijn er de volgende knelpunten: • • • • • Onvoldoende financiële middelen bij gemeenten en regio's. Onvoldoende capaciteit en expertise bij gemeenten en regio's in relatie tot deze complexe projecten. Onvoldoende samenwerking tussen gemeenten en/of bedrijfsleven. Onvoldoende bestuurlijke prioriteit. Tijdrovende en kostbare trajecten op het gebied van ruimtelijke ordening en grondbeleid.

We doen al veel om deze knelpunten voor gemeenten en bedrijfsleven weg te nemen of tegen te gaan. Zo voeren we intensief bestuurlijk overleg om afstemming tussen partijen te bevorderen, verlenen we gerichte financiële ondersteuning voor planvorming en concrete uitvoering van projecten en bieden we procesbegeleiding in regionale uitvoeringsprogramma's. Ons project duurzaam economisch ruimtegebruik (DECOR) is een belangrijke bron voor hulp en advies gebleken en een impuls voor duurzame ontwikkeling van bedrijfsterreinen. Dit blijven we allemaal doen, maar we gaan ook meer doen. De concrete uitvoering van projecten laat te wensen over en verloopt te langzaam. Onder meer een tekort aan specifieke deskundigheid, onvoldoende financiële middelen en een gebrek aan samenwerking tussen partijen bij gemeenten en regio's, zijn hieraan debet. Dit stelt ons voor de noodzaak om onze impuls te versterken. Daartoe ondernemen we de volgende extra activiteiten: • Versterking van de procesbegeleiding bij regionale uitvoeringsprogramma's Wij zullen nagaan hoe projectleiders bij gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van projecten, een extra steun in de rug gegeven kan worden. Daarbij gaat het om financiële, juridische en andere inhoudelijke adviezen en managementondersteuning. • Prioritering van projecten Wij zullen die projecten ondersteunen die onze steun het meeste nodig hebben. Dat zijn er veel. Dit meerjarenprogramma bevat een gedetailleerd overzicht van de projecten die hiervoor in aanmerking komen.

3

Sluiten van convenanten Met het ministerie van Economische Zaken en gemeenten maken we meerjarenafspraken over ondersteuning van bedrijventerreinenprojecten die van groot economisch belang zijn, zowel nationaal als provinciaal. Met het ministerie en de betrokken partijen leggen we deze afspraken vast in convenanten. Doorvoeren procesgerichte aanpak per regio inclusief monitoring We gaan de voortgang van de individuele projecten intensief volgen om daarmee knelpunten tijdig boven tafel te krijgen. Dit vraagt monitoring om per fase in een project actueel de stand van zaken te meten en de knelpunten te verhelderen. Samenwerkingsvormen en financiële arrangementen Het herstructuren/ontwikkelen van bedrijventerreinen is organisatorisch zeer complex. We zullen onderzoek doen naar mogelijke samenwerkingsvormen en financiële arrangementen ter oplossing van knelpunten.

Met deze acties is in deze collegeperiode een extra financiële inspanning van 5,7 miljoen euro per jaar gemoeid voor het stimuleren van investeringen en 0,8 miljoen euro per jaar voor het stimuleren van planvorming. In maart 2004 zullen wij het ontwerp-meerjarenprogramma bedrijventerreinen vaststellen en na vaststelling ter kennisname aan Provinciale Staten voorleggen. Vervolgens start de consultatieronde die zal plaatsvinden in de maanden april, mei en juni. Gedeputeerde Staten zullen dit ontwerp-programma goedkeuren en vaststellen nadat alle partijen hun licht erover hebben laten schijnen. Dat zijn de vijf REO's in Zuid-Holland, de SER Zuid-Holland, de provinciale adviescommissie water en milieu en de twee bestuurlijke platforms Het Groene Hart en Zuidvleugel.

4

1

INLEIDING

2 x 500 Onze ambitie is '2 x 500': 500 hectare bestaande bedrijventerreinen herstructureren door ze te verbeteren en opnieuw in te richten en 500 hectare nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Daar werken we hard aan in deze collegeperiode, zoals aangekondigd in ons werkprogramma 2003-2007. Hoe we dit willen bereiken, leest u in dit meerjarenprogramma. De economische situatie in de provincie Zuid-Holland is zorgwekkend. De economische groei stagneert, de werkloosheid loopt op, innovatie blijft achter en de concurrentiepositie van het bedrijfsleven in Zuid-Holland staat onder druk. Dit vraagt actie. Met ons provinciaal economisch beleid zetten we in op de ontwikkeling van een duurzame en vitale economie die voldoende inkomen en werkgelegenheid biedt aan de inwoners van Zuid-Holland. Dit doen wij door met gemeenten, Rijk en bedrijfsleven te werken aan een concurrerend vestigingsklimaat. Daarmee stimuleren we traditioneel sterke economische sectoren en kansrijke nieuwe groeisectoren. Tegen deze achtergrond is de ontwikkeling van bedrijventerreinen een dringende opdracht. Het tekort aan nieuwe bedrijventerreinen tot 2020 in Zuid-Holland bedraagt circa 1.200 hectare1. Daarnaast blijven vele bedrijventerreinen achter in kwaliteit, namelijk ongeveer 190 met een oppervlakte van circa 4.000 hectare. Het college wil hierin verbetering brengen door betrokken partijen tot actie aan te zetten en waar mogelijk zelf het voortouw te nemen. Dat doen we al met succesvol gebleken instrumenten zoals DECOR en procesbegeleiding (zie hoofdstuk 4) en in deze collegeperiode zullen we onze inspanningen fors opvoeren. Ook in financieel opzicht: voor 2004-2007 hebben we 5,7 miljoen euro per jaar gereserveerd als extra verplichting voor het stimuleren van investeringen en 0,8 miljoen euro per jaar voor het stimuleren van planvorming. In dit meerjarenprogramma geven we invulling aan onze ambitie van '2 x 500'. Herstructurering van 500 hectare bedrijventerreinen is goed voor zo’n 8.375 extra banen en 0,7 miljard euro extra toegevoegde waarde (ETIN 2002). 500 hectare nieuwe bedrijventerreinen schept naar verwachting 25.000 tot 40.000 banen. Deze ambitie kunnen we als provinciale overheid niet alleen waarmaken. Dat is ook niet de bedoeling. Met dit meerjarenprogramma zullen we alle betrokken partijen (gemeenten, bedrijfsleven, milieuorganisaties, Kamers van Koophandel) aansporen aan deze opgave te werken en samen met ons 'stappen vooruit' te zetten. Dit doen we door onze inzet te versterken met een gebiedsgerichte integrale aanpak, versterkte procesbegeleiding en het helpen oplossen van knelpunten. Het meerjarenprogramma bedrijventerreinen is in lijn met het Zuidvleugeldocument van december 2003 en het daaruit voortvloeiende actieplan van de Zuidvleugelpartners dat nu in voorbereiding is. Daarnaast is bij het opstellen van dit meerjarenprogramma bedrijventerreinen rekening gehouden met het actieplan van het ministerie van Economische Zaken dat zal worden opgenomen in de Nota Ruimte die naar verwachting dit jaar verschijnt. Aanpak Na voorlopige vaststelling van dit ontwerp-meerjarenprogramma zullen wij de Provinciale Staten het ontwerp ter kennisname aanbieden en de volgende partijen consulteren: Sociaal-Economische Raad (SER2) Zuid-Holland, Regionaal-Economische Overlegorganen (REO's3), Bestuurlijk Platform Zuidvleugel4, Bestuurlijk Platform Het Groene Hart5 en Provinciale adviescommissie water en milieu.

1 Bron: Zuidvleugeldocument december 2003: EC scenario. 2 De SER Zuid-Holland bestaat uit vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers in Zuid-Holland. 3 Zuid-Holland telt vijf REO's: Zuid-Holland Zuid, Rijnmond, Midden-Holland, Rijn- en Bollenstreek en Haaglanden. De REO's bestaan met name uit vertegenwoordigers van gemeenten en Kamers van Koophandel. 4 In het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel werkt Zuid-Holland samen met het Rijk, de twee grote steden, de kaderwetregio's en de regionale verbanden in Zuid-Holland.

5 Bestuurlijk Platform Het Groene Hart is een samenwerkingsverband van de gemeenten in dit gebied en de betrokken
provincies.

5

De verwachting is dat de consultatie van de diverse partners het draagvlak voor ons beleid zal vergroten. Met de wijzigingen en aanvullingen die uit deze consultatie voortvloeien, zal het meerjarenprogramma ter definitieve vaststelling worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. Opzet meerjarenprogramma bedrijventerreinen Na dit inleidende hoofdstuk beschrijven we in hoofdstuk 2 de behoefte aan bedrijventerreinen in Zuid-Holland, zowel kwantitatief als kwalitatief. Hoofdstuk 3 geeft een uitwerking van onze ambitie '2 x 500' en de rol van de diverse partijen daarbij. Hoofdstuk 4 bevat het actieprogramma om deze ambitie te bereiken. De financiële aspecten staan vermeld in hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 beschrijft de procedure met tijdpad om tot vaststelling van het meerjarenprogramma te komen.

6

2

DE OPGAVE: VOLDOENDE BEDRIJVENTERREINEN VAN GOEDE KWALITEIT

Een duurzame vitale economie vraagt om voldoende ruimte voor bedrijventerreinen. Ruimte die ook aan kwaliteitseisen voldoet. Dat is de dubbele opgave waarvoor we staan. In dit hoofdstuk wordt deze opgave uitgewerkt, zowel wat betreft de herstructurering van bestaande als de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Vervolgens schetsen we de kwalitatieve aspecten. Daarna worden vraag en aanbod naar specifieke functies als kenniseconomie en bedrijvigheid in de hogere milieucategorie verder uitgewerkt. Tenslotte brengen wij de opgave in relatie met onze ambitie '2 x 500'. De kwantitatieve opgave Herstructurering bestaande bedrijventerreinen In Zuid-Holland zijn veel bedrijventerreinen dusdanig verouderd en verloederd dat een simpele opknapbeurt niet meer voldoende is. Herstructurering is noodzakelijk. Het begrip herstructurering kun je verschillend definiëren6. Definitie herstructurering Herstructurering van bedrijventerreinen kent de volgende gradaties. Van eenvoudig tot ingrijpend: Facelift: opknapbeurt bij fysieke veroudering van een terrein. Revitalisering: forse integrale verbetering van een verouderd terrein, met behoud van de bestaande economische functies, maar soms in andere vorm. Herprofilering: terrein een nieuwe ‘werkfunctie’ geven als reactie op economische veroudering van de bestaande bedrijfsmatige activiteiten. Transformatie: ombouwen van een bedrijventerrein naar iets met een geheel andere functie. De provincie Zuid-Holland verstaat onder herstructurering alle ingrepen in een bedrijventerrein die als doel hebben de veroudering van het bedrijventerrein als geheel tegen te gaan en die niet onder regulier onderhoud vallen. In dit meerjarenprogramma bedrijventerreinen bedoelen we met herstructurering 'revitalisering' en 'herprofilering'. Zuid-Holland is een provincie met een aanzienlijke herstructureringsopgave. In vergelijking met de andere provincies spant Zuid-Holland (met Noord-Brabant) de kroon waar het gaat om verouderde bedrijventerreinen. De totale herstructureringsopgave voor Zuid-Holland bedraagt circa 4.000 hectare, ruim 40% van de oppervlakte aan bedrijventerreinen (exclusief zeehavengebied Rotterdam). Het gaat om 190 terreinen. Een complexe en kostbare opgave waarmee 1,1 tot 1,4 miljard euro is gemoeid7. In Tabel 1 staat de opgave naar regio uitgewerkt.
Tabel 1 Herstructureringsopgave per regio (bron Etin 2002)

Te herstructureren terreinen De Waarden 26 Duin- & Bollenstreek, Leidse regio 23 Haaglanden 31 Rijn en Gouwe 19 Rijnmond 48 Zuid-Holland Zuid 43 Totaal Zuid-Holland 190

Te herstructureren oppervlakte (ha) 324 340 612 366 1.189 1.101 3.932

6 (bron: Decor Handreiking Duurzaamheid op bedrijventerreinen, provincie Zuid-Holland 2001) 7 (bron: ETIN, herstructureringsopgave Zuid-Holland, 2002)

7

Uit tabel1 is af te lezen dat de opgave het grootst is in de regio's Zuid-Holland Zuid en Rijnmond. Hier liggen veel vooroorlogse bedrijventerreinen langs de vaarwegen die toen voor een adequate ontsluiting zorgden, maar die nu verouderd zijn. Samen zijn deze regio's goed voor ruim de helft van de totale herstructureringsopgave in Zuid-Holland. Als belangrijk onderdeel van de opgave herstructurering kunnen worden genoemd: Oude Rijnzone, Shipping Valley, Spaanse Polder en Rechtermaasoever. Ontwikkeling nieuwe terreinen Naast het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen zijn voor de ontwikkeling van de ZuidHollandse economie nieuwe bedrijventerreinen nodig De ervaring leert dat herstructurering van bestaande terreinen in Nederland gemiddeld 10% extra terreinwinst oplevert8. In feite nieuwe ruimte. In het dichtbebouwde Zuid-Holland zal die winst minder makkelijk worden behaald dan bijvoorbeeld in het noorden van het land. Nieuwe ruimte moet dus grotendeels worden gecreëerd door het aanleggen van nieuwe terreinen. Het scheppen van ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen vergt planologische stappen. De provincie dient tijdig ruimte te reserveren in de streekplannen en de gemeenten moeten eventueel hun bestemmingsplan aanpassen. Dit alles op basis van een goede economische argumentatie waarbij een regionale economische visie, de provinciale economische visie en de provinciale structuurvisie die momenteel wordt ontwikkeld, als referentiekader gelden. De provincie heeft de bevoegdheid deze bestemmingplannen goed te keuren. In het actualiseringprogramma bestemmingsplannen van de provincie Zuid-Holland wordt aangegeven welke verouderde bestemmingsplannen moeten worden aangepast. Belangrijk aspect is de toepassing van het compensatiebeginsel. Als een gemeente kiest voor gehele of gedeeltelijke transformatie van een bestaand bedrijventerrein naar een andere functie, bijvoorbeeld woningbouw, is het uitgangspunt dat er elders in de gemeente of in de regio vervangende ruimte komt voor de bedrijven die moeten vertrekken. In tabel 2 op de volgende bladzijde staan vraag naar en aanbod van bedrijventerrein 2002-2020 per regio weergegeven. De vraag naar bedrijventerreinen bedraagt tenminste 2.600 hectare, terwijl het aanbod niet meer dan 1.360 hectare bedraagt. Een tekort derhalve van 1.240 hectare. Het aanbod van 1.360 ha kan worden bestempeld als 'hard' wat betekent dat er geen knelpunten meer zijn en dat het goedgekeurde/vastgestelde bestemmingsplan hierin voorziet. Het 'zachte' aanbod kent nog knelpunten; er is welwaar sprake van streekplanreservering maar het bestemmingsplan is nog niet van kracht of aangepast. Indien het zachte aanbod (kolom 4) kan worden verwezenlijkt, neemt het totale aanbod met maximaal 630 hectare toe. Het tekort in de periode tot 2020 zal dan afnemen tot 610 hectare (kolom 5).

8 (Bron: actieplan ministerie van Economische Zaken februari 2004)

8

Tabel 2 Vraag naar en aanbod van bedrijventerreinen 2002-2020 netto hectares 1 2 2002-2020 behoefte EC 1) 110 140 490 740 130 180 130 440 440 470 910 230 190 90 510 2.600 aanbod hard 3) 30 70 470 570 70 100 40 210 290 100 390 150 20 20 190 1.360

3 =1-2 tekort 80 70 20 170 60 80 90 230 150 370 520 80 170 70 320 1.240

4

5 =3-4 tekort 50 0 -40 10 20 20 60 100 50 270 320 50 100 30 180 610

Duin- & Bollenstreek Leidse regio Haaglanden West AlblasserwaardVijfheerenlanden Midden-Holland Rijnstreek-Oost Oost Rechter Maasoever Linker Maasoever 2) Rijnmond 2) Drechtsteden Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee ZH-Zuid Totaal Zuid-Holland

aanbod zacht 3) 30 70 60 160 40 60 30 130 100 100 200 30 70 40 140 630

EC = minimumbehoefte, globaal voor Zuid-Holland overeenkomend met CPB-scenario European Coordination + 5 jaar ijzeren voorraad, berekening door de afdeling Economische Zaken van de provincie Zuid-Holland. 2) exclusief zeehaventerreinen en distriparken 3) exclusief ruimtewinst door herstructurering hard: geen knelpunten bij verwezenlijking, vigerend, goedgekeurd, vastgesteld of ontwerp-bestemmingsplan zacht: nog knelpunten bij verwezenlijking, streekplanlocatie

In regio Rijnmond is de behoefte aan nieuw bedrijventerrein het grootst. In het concept-voorontwerp van maart 2004 RR20209 is aangegeven dat voor circa 1000 hectare behoefte bestaat. Deze behoefte is niet te vervullen binnen deze regio. Overloop buiten de regio is noodzakelijk zoals Hoekse Waard en Zuidplaspolder. In het in november 2003 vastgestelde streekplan Oost is 90 hectare nieuw bedrijventerrein gereserveerd (uitgezonderd nog te reserveren ruimte in de Zuidplaspolder en de transformatie in de Oude Rijnzone). In 2003 is streekplan West integraal herzien. Met de partiële herziening van streekplan Zuid wordt binnenkort een begin gemaakt. Als belangrijk onderdeel van de opgave nieuwe bedrijventerreinen kunnen worden genoemd: Tweede Maasvlakte, Hoeksche Waard, Oude Rijnzone, Shipping Valley, de Zuidplaspolder, Technopolis/Schieveen en Rijnhoek Leiden.

9 RR2020: Ruimtelijk plan Stadsregio Rotterdam 2020

9

De kwalitatieve opgave Duurzaamheid is een kernbegrip in de herstructurering van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen in Zuid-Holland. Een bedrijventerrein krijgt het predikaat 'duurzaam' als een balans is gevonden tussen sociale (people), economische (profit) en ecologische (planet) doelstellingen ('Triple P'). Duurzame herstructurering zorgt voor kwaliteitsverbeteringen op een verouderd bedrijventerrein. Dit is niet alleen positief in economisch opzicht, maar draagt ook bij aan een prettig en gezond leef- en werkklimaat op en rond werklocaties, zorgvuldig ruimtegebruik, het zorgvuldig omgaan met water, lucht en bodem en het afwikkelen van vervoersstromen van en naar en op bedrijventerreinen. Naast kwaliteitsverbetering is ruimtewinst een positief nevengevolg van een duurzame inrichting van bedrijventerreinen. Voorts verlengt een goed beheer, 'parkmanagement', de levensduur. Deze maatregelen voorkomen dat een bedrijventerrein na een opknapbeurt toch na een aantal jaren weer verloedert en opnieuw een omvangrijke herstructurering moet ondergaan. Aanbod van en vraag naar specifieke functies Herstructurering en aanleg van bedrijventerreinen zijn voorwaarden voor de ontwikkeling van de kennisintensieve bedrijvigheid en het oplossen van de problematiek van bedrijven in de zogeheten 'hogere milieucategorie'. In zijn algemeenheid is er de noodzaak te komen tot meer gesegmenteerde bedrijventerreinen. Ruimtewinst en complementariteit zijn hiervan het gevolg. Regionaal dient daarom verdere segmentatie te worden gestimuleerd in plaats van volledige vrijheid om in elke gemeente een breed en divers uitgiftebeleid te volgen. Als ligging en faciliteiten van een bedrijventerrein en de omgeving leiden tot een specifiek en aantrekkelijk vestigingsklimaat, mag verwacht worden dat ondernemers hiermee rekening houden bij hun oriëntatie naar een geschikt bedrijventerrein. Kennisintensieve bedrijvigheid Zoals beschreven in ons collegeprogramma 2003-2007, vormen de volgende negen economische clusters de ruggengraat van ons economisch beleid: • • • • • • • • • water- en deltatechnologie ICT-telecom aerospace en composieten life sciences scheepvaart, transport en logistiek sensor- en nanotechnologie internationaal recht glastuinbouw proces- en petrochemie.

Dit voorjaar 2004 wordt een onderzoek10 afgerond dat per cluster aangeeft welke eisen aan een locatie moeten worden gesteld. Een jong cluster zoals life sciences, zal om zich goed te kunnen ontwikkelen dichtbij een universiteit gelegen moeten zijn. In de praktijk vestigen ondernemers en vooral starters zich nabij de universiteit van Leiden (Leeuwenhoek/Rijnfront). Ook in Delft (Technische Universiteit) en Rotterdam (Erasmus Medisch Centrum) zien we dit beeld. Bij een volwassen cluster als scheepvaart, transport en logistiek zal de aanwezige weg- en waterinfrastructuur een belangrijke factor zijn. Verdere uitwerking van dit onderzoek is noodzakelijk. Het ligt in de bedoeling de eerste resultaten als referentie mee te nemen bij de consultatie over dit ontwerp-meerjarenprogramma.

10 Bron: Ecorys-NEI ondersoek t.b.v. de provincie Zuid-Holland

10

Bedrijven in de hogere milieucategorie Voor de Zuid-Hollandse economie is het belangrijk ruimte te creëren voor bedrijven in de 'hogere milieucategorie'. Dat zijn bedrijven die moeilijk zijn in te passen vanwege hinder, gevaar of beeldkwaliteit. In Zuid-Holland werken 67.000 mensen in ruim 100 bedrijven die volgens de gangbare VNG-methodiek behoren tot de hogere milieucategorie 4, 5 of 6.11 De verstedelijkingsdruk is in veel gebieden zo groot dat de gewenste afstanden tussen de bedrijven en woningen niet (meer) gehaald kunnen worden. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor nieuwe vestiging of uitbreiding mede vanwege het negatieve imago minimaal. In samenwerking met de Regionaal-Economische Overlegorganen (REO’s) worden (potentiële) knelpunten per regio geïnventariseerd en wordt gezocht naar (maat)oplossingen. Onze opgave vraagt om verwezenlijking van de ambitie Zoals aangetoond in dit hoofdstuk, is in Zuid-Holland de ruimte voor nieuwe bedrijvenlocaties schaars terwijl de vraag groot is. Daarnaast verouderen bestaande locaties. De totale herstructureringsopgave en de opgave nieuwe bedrijventerreinen voor Zuid-Holland zijn omvangrijk, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Tegen deze achtergrond is verwezenlijking van de ambitie '2 x 500' van groot belang. In het volgende hoofdstuk gaan we in op de stappen die we moeten nemen om onze ambitie dichterbij te brengen en geven we aan met welke partijen we daarin zullen samenwerken.

11 Bron: BRO rapportage ruimteproblematiek milieuhinderlijke bedrijven in Zuid-Holland, 2000.

11

3

SAMENWERKEN AAN DE AMBITIE

Herstructureren of ontwikkelen van bedrijventerreinen is een proces, waarbij vele partijen zijn betrokken. Kennis van het proces en de verschillende fasen daarin, zijn bepalend voor het welslagen van een project. Dit hoofdstuk gaat in op de opbouw, duur en complexiteit van het proces en beschrijft de rol van de diverse partijen en hun belangen. Proces: van initiatief naar uitvoering Het ontwikkelen of herstructureren van een bedrijventerrein is een kostbaar, tijdrovend en complex proces. Gemiddeld duurt dit proces zo’n acht tot tien jaar, ruwweg onder te verdelen in de volgende drie fasen:12 Initiatieffase Planvormingsfase Uitvoeringsfase Initiatieffase In deze fase signaleert een van de betrokken partijen een probleem met of een behoefte aan een bepaald bedrijventerrein. In contact met andere betrokkenen krijgt een eerste globaal idee een gezamenlijke basis. Daarmee ontstaat een aanzet tot gemeenschappelijk draagvlak voor concrete verbeteringen. Het proces komt nu op gang. Planvormingsfase Deze fase wordt gekenmerkt door een nadere oriëntatie: inventarisatie van knelpunten, wensen, behoeften en verkenning van mogelijkheden en onmogelijkheden. Dit gebeurt met behulp van onder meer haalbaarheidsonderzoeken, parkmanagement of duurzaamheidsscans. Vervolgens wordt een plan van aanpak opgesteld met daarin alle toekomstige projecten op en voor het bedrijventerrein (masterplan). Uitvoeringsfase De projecten uit het plan van aanpak worden in de uitvoeringsfase in hun onderlinge samenhang vertaald in een programma. Vervolgens worden de geplande projecten daadwerkelijk uitgevoerd. Met deze fasering neemt de beheersbaarheid van het proces toe. Het blijkt echter lastig te zijn de snelheid erin te houden. Het vraagt uitdagingen om van de ene fase in de andere te komen. Elke fase duurt circa 2 tot 3 jaar met een risico van stagnatie. Versnelling van het proces ter bekorting van de doorlooptijd is dan ook gewenst. Betrokken partijen: rol en belangen Bij het duurzaam ontwikkelen of herstructureren van een bedrijventerrein zijn verschillende partijen met verschillende belangen betrokken: ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ Bedrijven Gemeente Intermediaire organisaties Financiers en projectontwikkelaars Provincie Rijk Bewoners.

12 Afgeleid uit de proceshandreiking: processen in de greep: Decor/Novem 2003

12

Bedrijven De bedrijven op het terrein zijn de belangrijkste partij. Zij zijn de eindgebruikers en dus de 'klanten' van het bedrijventerrein. De ontwikkeling of herstructurering van een terrein moet vanzelfsprekend altijd (ook) ten dienste staan van de bedrijven op het terrein. De ervaring leert dat processen makkelijker verlopen op terreinen waar bedrijven in een bedrijvenvereniging samenwerken. Bedrijven richten zich in eerste instantie op hun kernactiviteiten: het produceren en verkopen van een bepaald product of bepaalde dienst. Bij de afweging om financieel bij te dragen zijn concrete besparingen of meer kwaliteit belangrijke beslisargumenten. Steeds meer bedrijven vinden de moeilijk kwantificeerbare baten in de sfeer van milieuwinst, ruimtelijke kwaliteit en uitstraling zeer relevant. Daarnaast nemen vele bedrijven initiatieven om de eigen bedrijfsvoering te verduurzamen. Op korte termijn resultaten zien is voor het bedrijfsleven erg belangrijk. De eigenaren van het bedrijfsvastgoed (vaak zijn dat de bedrijven zelf) hebben een lange-termijn(waarde)belang bij het terrein. Gemeente De meest betrokken 'overheidspartij' is de gemeente waarin het bedrijventerrein ligt. De gemeente heeft, als zij eigenaar van het terrein is, de primaire verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte en zodoende voor de kwaliteit van het bedrijventerrein. Tegelijkertijd dient de gemeente het algemeen belang: regionale economische ontwikkeling, optimaal ruimtegebruik, economisch gebruik van energie en grondstoffen, verminderen van overlast. De gemeente wil een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor zowel bewoners als bedrijven. Intermediaire organisaties De belangrijkste intermediaire partijen zijn Kamer van Koophandel en werkgeversorganisaties. Zij vertegenwoordigen het bedrijfsleven en hebben in de regel een breder blikveld dan individuele bedrijven en lokale bedrijvenverenigingen. Zij voeden overheden met signalen en wensen. Bij duurzame ontwikkeling of duurzame herstructurering van bedrijventerreinen kunnen ook milieuorganisaties betrokken zijn. Zij behartigen verschillende milieubelangen, zoals de bescherming van bedreigde diersoorten, de beperking van de uitstoot van schadelijke stoffen en zorgvuldig ruimtegebruik. Financiers en projectontwikkelaars Financiers en projectontwikkelaars vervullen een belangrijke rol voor het welslagen van projecten. Voor deze partijen is het belangrijk waardevast te investeren en rendement te behalen. Financiers beschikken vaak over een eigen projectontwikkelingsmaatschappij die projecten op het vlak van bedrijventerreinen begeleidt. Provincie De provincie wil werken aan de randvoorwaarden om te komen tot voldoende kwantitatieve en kwalitatieve ruimte die een duurzame vitale economie mogelijk maakt. In dit kader heeft de provincie een taak op het gebied van ruimtelijke ordening. Daarnaast stimuleren we de planvorming en uitvoering en bieden we faciliteiten met procesbegeleiding en kennisoverdracht. Rijk Het belang van duurzame bedrijventerreinen ligt ook op het bovenregionale schaalniveau met verantwoordelijkheden voor het Rijk. Dit betreft versterking van de (ruimtelijk-)economische structuur op nationaal niveau. Het scheppen van voldoende fysieke ruimte van voldoende kwaliteit is daarbij een wezenlijk element. Bewoners Omwonenden hebben er direct belang bij dat de geluids- en verkeersoverlast van een bedrijventerrein tot een minimum beperkt blijven. Ook de beeldkwaliteit (uitzicht) en veiligheid spelen bij omwonenden een rol. Aan de andere kant kunnen bewoners profiteren van de openbare ruimte op het terrein en wellicht van het aanbod van voorzieningen en de aanwezige werkgelegenheid.

13

Vroegtijdig inschakelen van partijen Om ruimtelijke kwaliteit te garanderen is het belangrijk dat alle hierboven genoemde partijen vanaf een vroeg stadium aan het proces deelnemen.13 Knelpunten Van initiatief via planvorming naar uitvoering is een complex proces. Ondanks dat de urgentie groot is en partijen groot belang hebben bij herstructurering en ontwikkeling van terreinen, komen projecten maar moeizaam van de grond. Een aantal knelpunten belemmert het proces. (Herstructureringsopgave Zuid-Holland, Etin 2002 en evaluatie pilotprojecten DECOR, TNO 2003): ♦ ♦ Er zijn onvoldoende financiële middelen beschikbaar bij de gemeenten en regio's om een plan goed voor te bereiden. Daarnaast is er veelal geen capaciteit of expertise bij gemeenten en regio's aanwezig om deze complexe projecten ter hand te nemen. Dit geldt zeker voor de kleinere gemeenten die incidenteel betrokken zijn bij deze projecten. De beperkte kennis die gemeenteambtenaren (vooral in kleinere gemeenten) hebben van de herstructurering kan een belangrijke belemmering zijn bij het in gang zetten van dergelijke processen. Daarbij gaat het om zowel procesmatige als technische, juridische en financiële kennis. Onvoldoende samenwerking tussen gemeenten en/of bedrijfsleven vormt vaak een ernstig knelpunt waardoor met name projecten met regionale betekenis niet van de grond komen. Het kost tijd bij belangentegenstellingen tussen de betrokken partijen tot consensus te komen. Bestuurlijke prioriteit. Vanuit bestuurlijke optiek is herstructurering geen populair issue. Er is veel geld mee gemoeid en de opbrengsten zijn niet direct zichtbaar. Ruimtelijke ordening en grondbeleid: bij herstructurering is veelal sprake van grondgebouwenverwerving en bedrijfsverplaatsing. Dit zijn vaak ingewikkelde, kostbare en langlopende trajecten.

♦ ♦ ♦

Knelpunten maken een actieprogramma noodzakelijk De hier beschreven complexiteit van de processen maakt herstructurering en ontwikkeling van bedrijventerreinen een lastige opgave. Diverse knelpunten veroorzaken een lange doorlooptijd van acht tot tien jaar. Hoewel gemeenten en bedrijven op dit terrein de eerstverantwoordelijken zijn, willen wij als provincie gemeenten en regio’s helpen projecten een fase verder te krijgen door als stimulator te fungeren. In het volgende hoofdstuk lichten we onze activiteiten op dit vlak nader toe.

13 Bron: het rapport 'Ruimtelijke kwaliteit en bedrijventerreinen, analyse van het planvormingsproces'. Opgesteld door Bro in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (december 2003).

14

4

ACTIEPROGRAMMA

Om duurzame herstructurering en ontwikkeling van bedrijventerreinen een impuls te geven onderneemt de provincie verschillende activiteiten. Allereerst gaan we in op de huidige impuls. Vervolgens wordt een tussentijdse balans opgemaakt en aangegeven waarom een versterking van deze impuls noodzakelijk is en hoe deze vorm zal krijgen. Huidige impuls De provincie Zuid-Holland kent al jarenlang een beleid op het gebied van bedrijventerreinen. Sinds de voorgaande collegeperiode 1999-2003 is kwaliteit daarbij een belangrijk aspect. De provincie is toen begonnen met het stimuleren van 'duurzame' herstructurering en 'duurzame' ontwikkeling van bedrijventerreinen. De afgelopen periode hebben we, vaak in samenwerking met andere partijen, veel acties ondernomen om knelpunten van gemeenten en bedrijfsleven weg te nemen. Om deze activiteiten in de collegeperiode 2003-2007 met kracht te kunnen voortzetten zijn de beschikbare financiële middelen flink verruimd. Huidige activiteiten zijn: ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ Bestuurlijk overleg over programmering. Duurzaam economisch ruimtegebruik (DECOR). Hogere milieucategorie bedrijven: inventarisatie en actieplan. Subsidies. Procesbegeleiding bij regionaal uitvoeringsprogramma. Economische component in streekplannen. Meerjarenprogrammering bedrijventerreinen.

Bestuurlijk overleg over programmering Bestuurlijke afspraken met het ministerie van Economische Zaken, regio’s (REO’s) en de partners van het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel zijn van belang om tot een goede afstemming te komen tussen de verschillende partijen. In december 2003 heeft afstemming met het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel plaatsgevonden over uitgangpositie en prioritering van projecten. In 2004 worden hierover gesprekken gevoerd met het ministerie van Economische Zaken. Op regionaal niveau worden in REO-verband afspraken gemaakt over prioritering van herstructureringsprojecten. DECOR Om partijen behulpzaam te zijn en een impuls te geven aan duurzame ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en duurzame herstructurering van bestaande bedrijventerreinen, hebben we het project duurzaam economisch ruimtegebruik, afgekort DECOR, gelanceerd. Dit is een schot in de roos gebleken. DECOR is initiatiefnemer geweest voor het opstellen van regionale uitvoeringsprogramma's. De resultaten van onderzoeken die DECOR heeft uitgevoerd en de via pilotprojecten opgedane kennis en ervaring zijn in 2003 door de diverse partijen gretig afgenomen en benut. Verschillende thematische onderzoeken zijn uitgevoerd, onder meer over intensief ruimtegebruik, milieuhinderlijke bedrijven, energie, vervoer, industriële ecologie, duurzaam ondernemen en bedrijventerrein van de toekomst. Verder heeft DECOR een thematische handreiking 'duurzaamheid op bedrijventerreinen' opgeleverd, waarin de kansen en aandachtspunten per duurzaamheidsthema staan uitgewerkt. Inmiddels is een tweede druk van deze handreiking verschenen. In 2003 is in samenwerking met Novem de handreiking 'Processen in de greep' samengesteld, met hierin een beschrijving van samenwerkingsprocessen bij de verduurzaming van bedrijventerreinen. Herstructurering levert ook wat op! Hoewel de directe ontwikkelingskosten van herstructurering hoog zijn, levert het ook zeker ook veel op. Uit onderzoek dat mede in opdracht van de provincie Zuid-Holland is uitgevoerd blijkt dat intensivering van ruimtegebruik financieel interessant kan zijn. Het stapelen van bedrijfsfuncties of parkeren op een tweede maaiveld wordt geassocieerd met het aanbrengen van dure liften en hellingbanen, geluidwerende voorzieningen en dragende constructies. Gebleken is echter dat bij grote bouwvolumes stapelen niet alleen ruimtewinst oplevert, maar ook en gunstigere m2 prijs laat zien dan een conventionele bedrijfshal. Het collectief inkopen van energie en groenonderhoud is een ander voorbeeld van hoe een duurzame herstructurering financieel gewin kan opleveren.

15

Met het organiseren van leergangen, masterclasses en manifestaties worden deze kennis en ervaring uitgedragen. Dit gebeurt ook via de elektronische nieuwsbrief 'Decor Mailbericht' en de internetpagina 'www.projectdecor.nl'. De afgelopen periode is DECOR een zeer belangrijke bron voor hulp en advies gebleken. Hogere milieucategorie bedrijven: inventarisatie en actieplan In 2003 zijn in samenwerking met de REO’s (potentiële) knelpunten op het vlak van milieuhinderlijke bedrijvigheid in de regio's geïnventariseerd en geanalyseerd. Hieruit zijn (maat)oplossingen en te nemen maatregelen voortgevloeid. Deze onderzoeken worden afgerond en de conclusies en aanbevelingen vormen dit jaar in de REO-stuurgroepen de basis voor het maken van actieplannen. De provincie zal deze aanpak faciliteren en stimuleren. Inmiddels is een ontwerp voor de eerste partiele herziening streekplan west door ons vastgesteld. Dit ontwerp bevat maatwerk ten behoeve van de verplaatsing van bedrijven in de hogere milieucategorieën van de Binckhorst te Den Haag naar de Grote Driehoek in Pijnacker-Nootdorp. Subsidies Bij financiële tekorten bieden wij gemeenten en/of regio’s gerichte financiële ondersteuning met het verstrekken van subsidies voor planvorming en concrete uitvoering van projecten. In de fase van planvorming is deze ondersteuning gericht op kwaliteitsverbetering en versnelling van de doorlooptijd van projecten. Bijvoorbeeld voor het uitvoeren van een parkmanagementscan, het opstellen van een plan van aanpak of haalbaarheidsonderzoeken. In de uitvoeringsfase is er financiële ondersteuning uit ons Ontwikkelingsfonds bedrijventerreinen (OFB). Daarbij gaat het onder meer om de uitvoering van de herstructurering, de aanleg van nieuwe terreinen en/of de aanleg van ontsluitende infrastructuur. In deze collegeperiode is een subsidielijn planvorming geïmplementeerd. Tot nu toe is 789.650 euro beschikbaar gesteld aan 29 projecten. Voor de uitvoering is de bijdrage via het Ontwikkelingsfonds bedrijventerreinen ca. 5,2 miljoen euro voor zeven projecten. Daarnaast is financiële ondersteuning van het ministerie van Economische Zaken verkregen in de 4e tender TIPP-ronde14 voor een bedrag van 5,2 miljoen euro. De provincie heeft voor 1 miljoen euro cofinanciering verzorgd. Nieuw Mathenesse - Schiedam Het bedrijventerrein Nieuw Mathenesse ligt in het zuidoosten van Schiedam tussen de Rotterdamse fruithavens en het centrum van Schiedam. Het bedrijventerrein is uit de jaren vijftig en zestig en vertoond de volgende problematiek; verouderde bedrijfsgebouwen, onvoldoende representativiteit, bodemverontreiniging en extensief ruimtegebruik. Deze kenmerken hebben ertoe geleid dat de gemeente Schiedam het bedrijventerrein wil herstructureren. In eerste instantie kwam het herstructureringsproject moeizaam van start. Doordat het bedrijventerrein werd aangewezen als Decor pilot project van de provincie Zuid-Holland is de vaart er in gekomen. Financiële ondersteuning van de provincie middels subsidie heeft er mede voor gezorgd dat in 2003 een herstructureringsprogramma is opgesteld en een start is gemaakt met het actualiseren van het bestemmingsplan. Met de uitvoering van het herstructureringsplan is begonnen. De provincie ondersteunt tevens de uitvoering financieel. Procesbegeleiding bij regionaal uitvoeringsprogramma De problematiek van bedrijventerreinen overstijgt de schaal van een enkele gemeente. Regionale samenwerking is nodig om tot oplossingen te komen. Als provincie hebben wij deze regionale aanpak geïnitieerd. Per regio is als vervolg op de regionale intentieverklaringen 2002 een regionaal uitvoeringsprogramma 'duurzame herstructurering' opgesteld en wordt nu gewerkt aan de uitvoering daarvan. Tijd- en capaciteitsgebrek zijn belangrijke knelpunten voor een succesvolle voortgang en uitvoering. De provincie draagt daarom bij aan het opstellen van de regionale uitvoeringsprogramma's en de uitvoering daarvan. Bovendien bieden we jaarlijks financiële ondersteuning aan de REOsecretariaten.

14 TIPP: Tender InvesteringsProgramma Provincies is een rijksstimuleringsregeling voor bedrijventerreinen tot en met 2003.

16

In de vijf REO-gebieden is in deze collegeperiode de opstelling van regionale uitvoeringsprogramma’s afgerond. Programmamanagement is aangesteld of wordt voorbereid. De programmamanager draagt zorg voor regionale coördinatie van de uitvoering. De projecten die staan opgenomen in het uitvoeringsprogramma, worden uitgevoerd door de gemeenten zelf die voor financiële ondersteuning subsidie kunnen aanvragen. Economische component in streekplannen De provincie heeft de taak op basis van regionaal-economische visies voldoende ruimte te reserveren in de streekplannen en voorts de bevoegdheid tot goedkeuring van bestemmingplannen. In deze collegeperiode is de integrale herziening van streekplan Oost vastgesteld en is circa 90 hectare nieuw bedrijventerrein gereserveerd. De integrale herziening van streekplan Rijnmond is in voorbereiding en zal in 2005 ter definitieve vaststelling worden voorgelegd aan Provinciale Staten. Meerjarenprogramma bedrijventerreinen Het meerjarenprogramma bedrijventerreinen dat voor u ligt, schetst ons beleid op het gebied van bedrijventerreinen en onze activiteiten in deze collegeperiode. Het geeft inzicht in de opgave waarvoor we staan in kwantitatieve en kwalitatieve zin en biedt een beeld van de betrokken partijen en het te volgen proces. Alle activiteiten die nodig zijn voor een duurzaam resultaat worden in het meerjarenprogramma beschreven en met elkaar in verband gebracht. Tussenbalans De afgelopen periode heeft de provincie Zuid-Holland, vaak met andere betrokken partijen, al veel ondernomen om algemene knelpunten bij bedrijventerreinen weg te nemen. Mede hierdoor is het onderwerp bedrijventerreinen nadrukkelijk op de agenda gekomen en is veel kennis ontwikkeld. Vele planprocessen voor herstructurering of ontwikkeling van een bedrijventerrein zijn in gang gezet en de benodigde financiële ondersteuning is verleend. De concrete uitvoering van projecten gaat in de praktijk echter nog vaak moeizaam. Vooral de uitvoering van (ingrijpende) herstructureringsprojecten is nog niet goed op gang gekomen. De aanpak van duurzame herstructurering van bedrijventerreinen stuit nog te vaak op knelpunten als het ontbreken van capaciteit en expertise, onvoldoende financiële middelen en onvoldoende samenwerking tussen de betrokken partijen. Als we als provincie in samenwerking met de betrokken partijen in 2007 de ambitie '2 x 500' willen bereiken, is een versterking van de huidige impuls noodzakelijk. Versterking impuls Omdat de knelpunten per bedrijventerrein verschillen, is maatwerk door een meer procesgerichte aanpak noodzakelijk. Dit vraagt van de provincie een gerichtere inzet van de huidige activiteiten om terreinen een fase verder te krijgen en daarnaast de volgende extra activiteiten: ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ Versterking procesbegeleiding regionale uitvoeringsprogramma's. Prioritering van provinciale inzet. Sluiten van convenanten. Doorvoeren procesgerichte aanpak per regio inclusief monitoring. Onderzoek naar samenwerkingsvormen en financiële arrangementen.

Versterking procesbegeleiding regionale uitvoeringsprogramma's Bij concretisering van duurzame herstructurering en ontwikkeling van terreinen ontbreekt het veel gemeenten en ondernemers aan praktische kennis om dit proces goed op gang te brengen. Veel praktische vragen blijven nu nog onbeantwoord. Zoals: • • • • • • • Hoe pakken we de herstructurering of ontwikkeling op? Welke (financiële) mogelijkheden zijn er? Is dat realistisch op dit bedrijventerrein? Welke duurzaamheidsonderwerpen zijn relevant? Is een verdere verkenning zinvol? Waar moet een haalbaarheidsonderzoek over gaan? Welke juridische mogelijkheden hebben we?

17

De procesbegeleiding door een programmamanager op regionaal niveau blijkt niet toereikend om gemeenten en bedrijven over deze hobbels heen te helpen. De projectleider van een gemeente heeft vaak behoefte aan een steuntje in de rug om het project een stap verder te kunnen brengen. De ondersteuning kan variëren van procesbegeleiding tot het geven van inhoudelijke adviezen op specifieke gebieden zoals financiën, juridische aspecten, projectmanagement en duurzaamheidaspecten. Nagegaan zal worden op welke wijze versterking van de procesbegeleiding mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan het tijdig en adequaat reageren op knelpunten en het invullen van specifieke behoeftes aan inhoudelijke ondersteuning. Uitgangspunt is dat de betrokken gemeente/gemeenten verantwoordelijk blijft/blijven voor het project. Omdat het belangrijk is dat de realisatie van de uitvoeringsprogramma's past binnen het provinciale beleidskader, vindt regelmatig afstemming plaats tussen de programmamanagers en het coördinatiepunt van de afdeling Economische Zaken van de provincie. Prioritering De omvang van de in te zetten provinciale middelen is beperkt; niet alles kan gefinancierd worden en niet alle projecten kunnen tegelijkertijd worden aangepakt. Daarom zullen wij die projecten ondersteunen die onze steun het meeste nodig hebben. Op rijks- en regionaal niveau zijn prioriteiten geformuleerd in respectievelijk het actieplan van het ministerie van Economische Zaken en de uitvoeringsprogramma's van de regio's. Voor de prioritering in het actieplan van het ministerie van Economische Zaken heeft de provincie samen met de Zuidvleugelpartners (de gemeenten en kaderwetgebieden) projecten ingebracht die van grote economische betekenis zijn voor de provinciale en nationale economie: ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ Oude Rijnzone Shipping Valley: Zeehavens: Dordrecht Rechtermaasoever/Rivierfront Spaanse Polder Bestaand Rotterdams gebied Stadshavens Zuidplas Hoeksche Waard: Binnenmaas Tweede Maasvlakte.

Daarnaast zijn de volgende kennisprojecten voorgedragen aan het ministerie van Economische Zaken: ♦ ♦ ♦ Technopolis Schieveen Leeuwenhoek/Life Science.

Inmiddels zijn de eerste besprekingen met het ministerie van Economische Zaken gevoerd en heeft het ministerie bovengenoemde projecten opgenomen in de lijst van topprioriteiten. Deze lijst maakt onderdeel uit van het Actieplan bedrijventerreinen van het ministerie dat zal worden opgenomen in de Nota Ruimte die naar verwachting in 2004 zal verschijnen. De kennisprojecten staan niet in deze lijst, evenmin als de kennisprojecten van de andere provincies, maar krijgen wel speciale aandacht in het actieplan bedrijventerreinen van het ministerie. In samenwerking met de betrokken regio's werken we aan de uitwerking van de plannen rond kennisboulevard A13 (combinatie van Schieveen en Technopolis) en Leeuwenhoek-Rijnfront/Life Science in Leiden. In het kader van de Zuidvleugel wordt momenteel als onderdeel van het actieplan Zuidvleugel een plan van aanpak opgesteld voor de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen en ruimte voor kenniscentra. De provincie Zuid-Holland geeft leiding aan het opstellen en de uitvoering van dit actieplan.

18

De regio's hebben in het kader van de regionale uitvoeringsprogramma's prioriteiten gesteld die met name een belangrijke regionale economische betekenis hebben. Hierna is deze prioritering naar regio vermeld. Midden-Holland ♦ De Goudse Poort: Gouda ♦ Broekvelden: Bodegraven ♦ Lekkerkerk-Oost: Nederlek ♦ Noordkade: Waddinxveen. Rijn- en Bollenstreek ♦ de Hallen: Leiden ♦ Grote Polder: Zoeterwoude ♦ MEOB: Oegstgeest ♦ Leeuwenhoek/Life Science Park: Leiden ♦ Delfweg: Noordwijkerhout ♦ Industriekade: Sassenheim ♦ Baanderij: Leiderdorp ♦ De Lasso: Alkemade ♦ Dobbeweg: Voorschoten ♦ Rijnhaven-Oost: Alphen aan den Rijn ♦ Hoogewaard: Rijnwoude. Zuid ♦ Haven Zuid: Alblasserdam ♦ Dordrecht: Zeehaven ♦ Hendrik-Ido-Ambacht: Genietterrein en Grotenoord ♦ Papendrecht: Oosteind/Ketelhaven ♦ Zwijndrecht: Grote Lindt ♦ Ruygenhill/Molendijk: Dirksland ♦ Haven Stellendam: Goedereede ♦ Tonisseweg: Oostflakkee ♦ Oostplaat: Middelharnis ♦ Avelingen-Oost: Gorinchem ♦ De Peulen: Hardinxveld-Giessendam ♦ Nieuw Schaik: Leerdam ♦ Meerkerk: Zederik ♦ Binnenmaas: Boonsweg ♦ Oud-Beijerland: De Bosschen. Haaglanden ♦ Schie-oevers: Delft ♦ Noordelijke bedrijventerreinen: Zoetermeer ♦ Harnaschpolder: Schipluiden ♦ Boezem/Reesloot: Pijnacker-Nootdorp ♦ Plaspoelpolder: Rijswijk ♦ Kwintsheul: Wateringen ♦ Honderdland: Westland. Rijnmond ♦ Spaanse Polder: Rotterdam-Noord ♦ 's-Graveland: Schiedam ♦ Nieuw-Mathenesse: Schiedam ♦ Hordijk: Rotterdam-Zuid ♦ Stormpolder: Krimpen aan den IJssel ♦ Project Rivierzone: Vlaardingen ♦ Veilingterrein e.o.: Barendrecht

19

♦ ♦ ♦

Rodenrijseweg: Berkel en Rodenrijs KickersBloem I: Voorne-Putten Rozenburg Gadering: Rotterdam

De prioriteiten voor nieuwe terreinen zijn niet vermeld, omdat de uitvoeringsprogramma’s van de regio’s meestal alleen de herstructureringsprojecten bevatten. Dit met uitzondering van de regio Haaglanden. Het ligt in de bedoeling hieraan tijdens de bespreking van het ontwerpmeerjarenprogramma in de REO's aandacht te besteden. Wij zullen voor de nieuwe en bestaande terreinen in de consultatieronde voorstellen doen. De projecten die niet in het meerjarenprogramma staan opgenomen kunnen ook subsidie aanvragen, maar bij toekenning krijgen de prioritaire projecten voorrang. Voor alle projecten geldt dat er een finale inhoudelijke en financiële toets zal zijn bij de beoordeling van de subsidieaanvraag. Sluiten van convenanten Met het ministerie van Economische Zaken wordt overlegd over het maken van meerjarenafspraken voor ondersteuning van de prioritaire bedrijventerreinen uit de Topprioriteitenlijst van het ministerie. Deze projecten zijn van zeer groot nationaal en provinciaal economisch belang en vragen daarom een belangrijke ondersteuning gedurende een aantal jaren. Door het sluiten van meerjarige convenanten met het ministerie en de betrokken partijen is het mogelijk een aantal zware knelpunten op te lossen. Met de betrokken regio’s en gemeenten zal worden gesproken over de monitoring van de gesloten convenanten. Regio’s zullen dan ook een deel van onze ambitie moeten overnemen op basis van een eigen meerjarenprogramma bedrijventerreinen. Procesgerichte aanpak per regio en monitoring Een procesgerichte aanpak per regio is noodzakelijk om daarmee in ieder geval voor de regionaal geprioriteerde projecten de status vast te stellen. Met andere woorden: in welke fase verkeert het project en welke knelpunten bestaan er per project? Onderstaand is een voorbeeld van een projectstatus weergegeven. Projectstatus herstructurering/nieuw Fase Initiatief Planvorming Project 1 x 2 3 x

Uitvoering

Knelpunten

Bij knelpunten is een onderscheid te maken in procesknelpunten als gebrek aan expertise, capaciteit, geld of slechtlopende samenwerking en thematische knelpunten zoals verkeersontsluiting of milieuvervuiling. Met deze gerichte procesaanpak kunnen we, waar nodig, maatwerk leveren. In bijlage 1 is de status (van begin maart 2004) van de prioritaire herstructureringsprojecten per regio aangegeven. Na de afstemming in de REO's zal de status van de projecten nieuwe bedrijventerreinen worden vastgesteld. Om de voortgang van herstructureringsprojecten te kunnen meten, is het noodzakelijk regelmatig de procesmatige stand van zaken door middel van monitoring te bepalen. De procesvoortgang wordt onder andere gemeten aan de hand van het stadium in het proces, het aanwezige draagvlak en de beschikbaarheid van benodigde middelen. Ook de mate waarin knelpunten al zijn aangepakt, oplossingsrichtingen zijn aangedragen en nieuwe (duurzame) initiatieven zijn ontplooid, geeft inzicht in de voortgang van een project. Eind 2005, halverwege de collegeperiode, zal via een tussentijdse evaluatie van provinciaal beleid bezien worden of we op de goede weg zijn of dat een tussentijdse beleidsaanpassing gewenst is. Onderzocht zal worden of het mogelijk is de monitoringssystematiek verder uit te werken.

20

Onderzoek naar samenwerkingsvormen en financiële arrangementen De kosten van het herstructureren van een bedrijventerrein zijn doorgaans hoog. Om deze financiële knelpunten op te lossen, zijn creatieve financiële arrangementen nodig. Daarnaast is ontwikkelingsplanologie een belangrijke nieuwe ontwikkeling. Omvangrijke regionale projecten vergen het nodige op het gebied van grondverwerving (tijdelijk eigendom). De ontwikkelingsmaatschappij is mogelijk hiervoor een geschikte organisatievorm. Belangrijk is dat regionale partijen hiertoe zelf besluiten. De provincie kan hierbij faciliteren, ondersteunen en eventueel besluiten deel te nemen aan een ontwikkelingsmaatschappij. Wij zullen onderzoeken welke samenwerkingsvormen en financiële arrangementen mogelijk zijn.

21

5

FINANCIËN

Met hun besluit van december 2003 hebben Provinciale Staten 3,2 miljoen euro BIKL-gelden15 gereserveerd voor de planvorming. Ook kan ten behoeve van verplichtingen aan derden in de komende jaren voor 5,7 miljoen extra worden verplicht voor het stimuleren van investeringen in het kader van het Ontwikkelingsfonds bedrijventerreinen (OFB). Daarnaast wordt jaarlijks circa 3,6 miljoen euro regulier gestort in het OFB. In totaal bedraagt in 2004 het subsidieplafond 9.3 miljoen euro. In het onderstaande schema worden de beschikbare middelen voor de overige activiteiten aangegeven: Activiteiten Bestuurlijke afspraken over programmering Actieplan voor milieuhinderlijke bedrijven Uitvoeren regionaal programma (ondersteuning REO- secretariaat) DECOR Gebiedsgericht projectmanagement (Procesbegeleiding regionaal programma) 2004 euro 93.000 200.000 150.000 206.000 250.000 2004-2007 euro 372.000 800.000 600.000 824.000 1.000.000

Ter versterking van de provinciale aanpak zijn naast de huidige activiteiten de volgende extra activiteiten nodig: ♦ Versterking procesbegeleiding regionale uitvoeringsprogramma's 100.000 euro jaarlijks ♦ Onderzoek naar samenwerkingsvormen 100.000 euro eenmalig ♦ Consultatieronde meerjarenprogramma 50.000 euro eenmalig. De kosten voor deze activiteiten worden binnen de huidige begroting opgevangen.

15 BIKL: Bestemmingsreserve Impulsen in Kwaliteit en Leefbaarheid.

22

6

PROCEDURE: CONSULTATIE EN VASTSTELLING MEERJARENPROGRAMMA

In maart 2004 wordt het ontwerp-meerjarenprogramma bedrijventerreinen ter vaststelling voorgelegd aan Gedeputeerde Staten en na vaststelling ter kennisname aan Provinciale Staten aangeboden. De gedeputeerde zal in april, mei en juni over het programma van gedachten wisselen met de REO's en de SER Zuid-Holland. Ook zal het ontwerp worden voorgelegd aan het Bestuurlijk Platform Zuidvleugel, het Bestuurlijk Platform Het Groene Hart en de provinciale adviescommissie water en milieu. Na eventuele aanpassing wordt het ontwerp ter definitieve vaststelling aangeboden aan Gedeputeerde Staten. De verwachting is dat de consultatie van de diverse partners het draagvlak voor ons beleid zal vergroten. ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ ♦ REO’s SER Zuid-Holland Provinciale adviescommissie water en milieu Bestuurlijk Platform Het Groene Hart Bestuurlijk Platform Zuidvleugel Bespreking in GS april, mei en juni 2004 mei 2004 mei/juni 2004 mei/juni 23 juni 2004 september 2004

23

BIJLAGE 1

STATUS PRIORITAIRE HERSTRUCTURERINGSPROJECTEN NAAR REGIO

Toelichting: In deze bijlage is de status van de prioritaire herstructureringsprojecten per regio aangegeven. Het betreft hier een momentopname van maart 2004. Na de afstemming in de REO's zal de status van de projecten nieuwe bedrijventerreinen worden vastgesteld.

24