INHOUDSOPGAVE

1.
1.1. 1.2. 1.3.

INLEIDING ............................................................ 3
Plangebied..................................................................3 Motivering structuurplan bedrijventerrein ...................3 Korte beschrijving inhoud structuurplan .....................4

4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9.

Flora en Fauna .........................................................39 Infrastructuur ............................................................42 Milieubelasting..........................................................44 Externe veiligheid .....................................................44 Samenvattende conclusies ......................................47

5.
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6.

STREEFBEELD ..................................................49
Stedenbouwkundige opzet.......................................49 Opzet zuidelijk plandeel ...........................................51 Opzet middengebied ................................................59 Opzet noordelijk plandeel.........................................63 Opzet AVRI terrein ...................................................65 Fasering ...................................................................67

2.
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7.

FUNCTIONELE ONDERBOUWING ..................... 5
Verstedelijkingsbeleid.................................................5 Provinciaal beleid bedrijventerrein .............................5 Onderzoek Ruimte voor Bedrijven .............................8 Regionaal beleid.........................................................9 Behoefte-onderzoek bedrijventerrein .......................11 Nota bedrijventerreinen 2002-2006..........................13 Samenvattende conclusies ......................................15

6.
6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 6.6. 6.7.

UITWERKING......................................................68
Segmentering ...........................................................68 Milieu-zonering .........................................................72 Bebouwing................................................................73 Inrichting bedrijfskavels............................................79 Centrale interne ontsluitingsweg ..............................85 Inrichting zuidrand bedrijventerrein..........................86 Financiële haalbaarheid ...........................................88

3.
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING..................... 16
Beesd .......................................................................16 Deil ...........................................................................17 Tricht.........................................................................18 Geldermalsen ...........................................................20 Hondsgemet .............................................................23 Samenvattende conclusies ......................................26

7.
7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5. 7.6.

MILIEU.................................................................90
Overzicht milieu-aspecten en sociale veiligheid ......90 Milieu-effecten Randweg 5e fase .............................91 Waterhuishouding ....................................................93 Duurzaam bouwen ...................................................96 Intensief ruimtegebruik.............................................97 Brandweer ................................................................98

4.
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.

BESTAANDE SITUATIE..................................... 27
A-biotische kenmerken.............................................27 Historische kenmerken.............................................29 Archeologie...............................................................29 Landschappelijke karakteristiek ...............................36

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

1

8.

RESULTATEN VOOROVERLEG ....................... 99

8.1. Provincie Gelderland................................................ 99 8.2. Kamer van Koophandel, Rivierenland ................... 102 8.3. Rijksdienst voor de Monumentenzorg. .................. 104 8.4. Waterbedrijf Gelderland......................................... 104 8.5. Rijksdienst v/h Oudheidkundig bodemonderzoek . 104 8.6. Waterschap Rivierenland....................................... 104 8.7. Artikel 10 Bro reacties voorontwerp....................... 105 8.8. Verslag inspraakavond 4 juli 2002......................... 108 8.9. Verslag inspraakavond 5 april 2005 ...................... 110 8.10. Schriftelijke inspraakreacties.............................. 112 8.11. Opzet inspraakprocedure................................... 113 Bijlage Uitgangspunten riolering Waterschap Rivierenland .......................................................................................... 115

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

2

1.

INLEIDING
1.2. Motivering structuurplan bedrijventerrein
Kader De gemeenteraad heeft op 28 september 1999 voor de gehele gemeente de Structuurvisie Geldermalsen vastgesteld. Eén van de voorgestelde structurele maatregelen betreft concentratie van woningbouw en bedrijventerrein in het gebied “Hondsgemet”. In de actualisatie van deze Structuurvisie, de zogenaamde notitie “Wikken en Wegen”, is het bedrijventerrein door de raad van maart 2005 nog eens bestendigd. In de zuidrand van Hondsgemet wordt de Betuweroute aangelegd. De aanleg van deze spoorlijn maakt een aanpassing van de lokale en regionale wegenstructuur noodzakelijk. Eén van maatregelen betreft de realisering van de Randweg 5e fase tussen de rijksweg A15 en de Provinciale weg-Oost. De randweg is in 2003 opengesteld voor het wegverkeer. De Randweg 5e fase vormt de spil/stedelijke drager voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein Hondsgemet. Doel Structuurplan In het plangebied wordt een relatief omvangrijk bedrijventerrein gerealiseerd. Over deze ontwikkeling bestaat lokaal, regionaal en provinciaal overeenstemming. De omvang maakt echter een ontwikkeling in fasen noodzakelijk. Een fasegewijze ontwikkeling vereist een duidelijk samenhangend planologische, ruimtelijke en financieel-economisch kader. Dit kader is gecreëerd in de vorm van het voorliggen Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet.

1.1. Plangebied
Het voorliggende Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet heeft betrekking op het grondgebied omsloten door de nieuwe Randweg, de spoorlijn Tiel-Geldermalsen en de Betuweroute/rijksweg A15. Voor dit gebied vigeert het bestemmingsplan "Buitengebied 1984”. Ter voorkoming van verwarring met de Structuurvisie die voor het gehele grondgebied van Geldermalsen geldt, wordt hier gesproken over Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet.

Bedrijventerreinen Hondsgemet

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

3

Het voorliggend structuurplan geeft vrij concreet de inrichting van het gehele bedrijventerrein Hondsgemet aan. Een structuurplan biedt echter op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening geen directe bouwtitel. Dit wordt gecreëerd door middel van één of meerdere bestemmingsplannen. Bij het opstellen van deze plannen wordt ingespeeld op de dan actuele inzichten en ontwikkelingen. Dit betekent, dat van het gestelde in het voorliggende structuurplan kan en mag worden afgeweken. Deze afwijking dient duidelijk te worden gemotiveerd. Met deze aanpak wordt aangesloten bij het door de provincie gewenste uitgiftetempo. Tevens bestaat door deze aanpak de mogelijkheid om elke fase optimaal af te stemmen op de inzichten en de marktvraag van dat moment. Onderbouwing De onderbouwing en ontwikkeling van het bedrijventerrein is onder meer op een lokaal en subregionaal behoefte onderzoek gebaseerd. De uitgifte wordt in ieder geval gericht op bedrijven uit de eigen gemeente. De subregionale groeitaakstelling maakt het mogelijk bedrijven uit de gemeenten Culemborg, Lingewaal en Neerijnen op te vangen. Bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt rekening gehouden met "duurzaam bouwen". Op stedenbouwkundig niveau is dit vooral uitgewerkt door de opzet van het watersysteem: het regenwater wordt zolang mogelijk in het eigen gebied geborgen. De aspecten van duurzaam bouwen op inrichtings- en bouwkundig niveau worden verder uitgewerkt in het uitgifte- en beheersplan. Dit wordt als

vervolg op de bestemmingsplannen opgesteld en omvat de randvoorwaarden bij de verkoop van kavels. Voorts wordt opgemerkt, dat bij de planopzet specifiek aandacht is besteed aan integrale veiligheid door onder meer een goede controle op en afsluitbaarheid van de externe toegangswegen.

1.3. Korte beschrijving inhoud structuurplan
Het voorliggende structuurplan is als volgt opgebouwd: ! in dit inleidend hoofdstuk is een motivering gegeven van het gemeentelijk beleid; ! in hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de beleidsmatige en kwantitatieve onderbouwing van de aanleg van het bedrijventerrein; ! in hoofdstuk 3 wordt de keuze voor de ontwikkeling van Hondsgemet tot bedrijventerrein beargumenteerd; ! in hoofdstuk 4 komt de bestaande situatie aan de orde; ! in hoofdstuk 5 wordt de stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein gemotiveerd; ! in hoofdstuk 6 volgen de uitwerkingsregels en het beeldkwaliteitsplan; ! in hoofdstuk 7 wordt een overzicht gegeven van de milieu-aspecten; ! tenslotte wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op de resultaten van het maatschappelijk overleg.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

4

2.

FUNCTIONELE ONDERBOUWING

2.4. Verstedelijkingsbeleid
In overeenstemming met het Rijksbeleid is door de provincie Gelderland en gemeenten in het Rivierenland in samenwerking met de Inspectie Ruimtelijke Ordening, Inspectie Volkshuisvesting en het ministerie van VROM de visie "Eén lijn voor kwaliteit, experiment Ruimtelijk beleid in Rivierenland" ontwikkeld. Bij deze visie hoort de zogenaamde contourenkaart, waarop de rode contouren zijn weergegeven (zie nevenstaande afbeelding). Deze geven de uitbreidingsmogelijkheden tot 2015 aan. De gemeenteraad van Geldermalsen heeft deze visie op 26 februari 2002 vastgesteld. De kernen Rhenoy, Enspijk, Tricht en Buurmalsen kennen een marginale uitbreidingsruimte. De kernen Beesd en Geldermalsen hebben een meer substantiële uitbreidingsruimte. De grootste uitbreidingsruimte ligt aan de zuidzijde van Geldermalsen, c.q. het gebied Hondsgemet. De overige kernen hebben geen uitbreidingsmogelijkheden. 2.5. Provinciaal beleid bedrijventerrein Rijk en provincie constateren een grote verstedelijkingsdruk op het westelijk rivierengebied. Deze druk kan alleen worden weggenomen, als er in de Randstad en de overige delen van de stedenring op tijd voldoende ontwikkelingsruimte van hoge kwaliteit ter beschikking komt. Het ruimtelijk beleid is neergelegd in het Streekplan Gelderland, vastgesteld door Provinciale Staten van Gelderland op 25 september 1996, partiële herziening 1 juni 2001. In het streekplan wordt aangegeven, dat het accent ligt op de kwaliteit van het buitengebied (natuur, landbouw, recreatie en open, karakteristiek rivierenlandschap).

In dit hoofdstuk worden de economische en planologische motieven tot aanleg van het bedrijventerrein aangegeven. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale randvoorwaarde, dat aan de ontwikkeling van bedrijventerrein een gedegen ruimtelijk en bedrijfseconomisch concept ten grondslag dient te liggen.

Eén lijn voor kwaliteit, experiment Ruimtelijk Beleid Rivierenland: contourenkaart

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

5

Verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen) is primair gericht op opvang van de eigen behoefte en wordt geconcentreerd in enkele kernen. Momenteel is een nieuw streekplan in voorbereiding. Ten aanzien van de ontwikkeling van bedrijventerreinen volgt hieronder een kort overzicht van het door de provincie gewenste beleid. Hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid De belangrijkste hoofdlijn ten aanzien van economische ontwikkelingen is het zoveel mogelijk situeren aan of in de nabijheid van de (inter)nationale transportassen. Hierbij is voornamelijk de mobiliteitsbeheersing van belang. Een afstemming tussen het bereikbaarheidsprofiel van de locatie en het mobiliteitsprofiel van de bedrijven en voorzieningen wordt hierbij nagestreefd. In het provinciale bedrijventerreinenbeleid wordt globaal onderscheid gemaakt tussen: ! bovenlokale bedrijventerreinen. Deze liggen bij kernen van de ruimtelijk-economische hoofdstructuur; ! lokale bedrijventerreinen. Deze hebben vooral een opvangtaak voor lokale initiatieven (ook verplaatsingen en uitbreidingen van bestaande bedrijven voor zover dit milieuhygiënisch verantwoord is). Hierbij dient de gemeente de ruimtebehoefte naar aard, schaal en functie aan te tonen. Deze bedrijvigheid dient geconcentreerd bij de kernen gerealiseerd te worden

hoofdlijnen stedelijke functies (uit: streekplan Gelderland 1996)

Beleidsbeschrijving Westelijk Rivierengebied Het Westelijk Rivierengebied ligt strategisch in de vervoerscorridor tussen de mainports in de Randstad en het Middeneuropese achterland (A15, Betuweroute en de spoorlijn Dordrecht-Elst), als ook op de belangrijke noordzuid hoofdtransportas (Rijksweg A2 en spoorlijn Utrecht-Den Bosch). Het gebied wordt tot de centrale open ruimte gerekend, waardoor ruimtebesparend beleid van toepassing is. Het gebied is - mede op grond van deze karakteristiek een gewilde vestigingsplaats voor bevolking en bedrijvigheid. Hierdoor zijn strategische keuzes nodig, zodat de specifieke kwaliteiten van het gebied niet verloren gaan.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

6

Zaltbommel vervullen een subregionale functie ( = verstedelijkings taakstelling voor de directe omgeving). De provincie geeft op de streekplankaart aan waar deze verstedelijkingsopgave (indicatief) uitgevoerd dient te worden. Voor Geldermalsen is ter plaatse van de locatie Hondsgemet de aanduiding "werken, nader te bepalen" opgenomen. In de tot de ruimtelijk-economische hoofdstructuur behorende kernen (waaronder Geldermalsen) is het locatiebeleid voor kantoren en bedrijven van toepassing. Hierbij wordt het onderscheid tussen deze twee locatietypen gemaakt in de verschillende bereikbaarheids- en mobiliteitsprofielen. In de overige kernen (waaronder Beesd) wordt hierin geen onderscheid gemaakt, maar wordt gesteld dat alleen ruimte geboden mag worden voor de ontwikkeling van de lokale bedrijvigheid, mits adequaat op de vraag wordt ingespeeld. Denklijn Nieuw Streekplan In de aanloop naar het nieuwe streekplan heeft de provincie haar denklijn uiteengezet. Het nieuwe streekplan zal de rol van de regio meer benadrukken. De samenleving functioneert steeds meer in regionale netwerken. Daarmee is het minder zinvol om bij de verdeling van wonen, werken en voorzieningen de bundeling strikt op de grote kernen te richten. Het is veeleer de uitdaging om in regionaal verband voor de diversiteit aan woon- en werkmilieus de beste plekken te zoeken, en daarvoor het initiatief bij de regio te leggen.

fragment: stedelijke functies (uit: streekplan Gelderland 1996)

Fragment streekplan Gelderland: ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijvigheid nabij Geldermalsen

Binnen het Westelijk Rivierengebied is Tiel aangewezen als regionaal centrum. Culemborg, Druten, Geldermalsen en

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

7

Samenvattend betekent dit, dat in het provinciaal beleid de kern Geldermalsen een subregionale functie heeft. Op grond hiervan mag een bedrijventerrein ontwikkeld worden met een bovenlokale functie. Een belangrijk uitgangspunt is mobiliteitsbeheersing. De provincie vereist daarom situering aan of nabij transportassen. Een tweede belangrijk uitgangspunt is ruimtebesparing (=bundeling) opdat specifieke kwaliteiten in de centrale open ruimte niet verloren gaan. De op de streekplankaart aangegeven locatie Hondsgemet beantwoordt aan deze uitgangspunten. Het nieuwe streekplan laat de bundelingsgedachte tot op zekere hoogte los en laat de verdeling van de ruimte over aan de regio, waarbij het uitgangspunt is dat voor iedere functie de beste plek gezocht wordt.

2.6. Onderzoek Ruimte voor Bedrijven
Op 6 april 1999 is de Streekplanuitwerking Regionale Bedrijventerreinplanning Gelderland 1997 (RBP’97) vastgesteld. De RBP'97 is met name gericht op kernen met (te ontwikkelen) regionale bedrijventerreinen en andere bedrijventerreinen met een bovenlokale functie. De cijfermatige onderbouwing is recent geactualiseerd in het onderzoek "Ruimte voor Bedrijven" (maart 2000). Dit onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van de verkenning bedrijventerreinen ten behoeve van het nieuwe Sociaal Economisch Beleidsplan. Ten aanzien van de subregionale kernen (o.a. Geldermalsen) wordt gesteld, dat deze slechts een beperkte opvangfunctie hebben voor bedrijven van elders. Hierbij gaat het vooral om bedrijvigheid, die qua aard, schaal en functie past bij de betreffende kern. De gemeenten dienen verder het binnengemeentelijke bundelingsbeleid gestalte te geven door rekening te houden met de verzorgings- en werkgelegenheidsfuncties van de verschillende kernen. Hierbij dient de ligging van de infrastructuur en openbaar vervoerslijnen een belangrijk gegeven te zijn. De (sub)regionale status van Geldermalsen maakt een beperkte opvang van bedrijven van buiten de gemeente mogelijk. Deze uitgiftemogelijkheden zijn in de visie van de provincie Gelderland beperkt tot bedrijven afkomstig uit met name de gemeenten Culemborg, Buren, Neerijnen en Lingewaal.

Uit het onderzoek "Ruimte voor bedrijven" zijn voor de voorliggende Structuurplan met name de behoefteramingen

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

8

van belang. In het onderzoek wordt behoefteramingen gedaan voor respectievelijk de periodes 1998-2005, 20062010 en 2011-2020. Voor de gemeente Geldermalsen zijn de volgende netto oppervlaktes aangegeven; ! 1998 t/m 2005 : 27.9 ha. ! 2006 t/m 2010 : 22.7 ha. ! 2011 t/m 2020 : 36.8 ha. Totaal 87.4 ha.

2.7. Regionaal beleid
In deze paragraaf wordt ingegaan op de regionale afstemming van de te ontwikkelen bedrijventerrein. Regionale behoefte In 1996 is door de gemeenten uit het Rivierengebied de “Economische Ontwikkelingsvisie Rivierenland” vastgesteld. Deze visie vormt de basis voor het beleid voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de gehele regio. Er is gekozen voor een evenwichtig groeiscenario. Dit houdt in, dat de komende jaren voldoende werkgelegenheid moet worden gecreëerd om de groei van de regionale beroepsbevolking op te vangen. Daarvoor zal voldoende bedrijfsruimte beschikbaar moeten komen. Concreet betekent dit, dat de komende 20 jaar regionaal 300 tot 400 hectaren bedrijventerrein worden ontwikkeld. De IOR-nota “Koersen op Kwaliteit” (mei 1998) wordt de gezamenlijke vraag naar (sub)regionaal bedrijventerrein op circa 313 ha. geraamd. (Sub)regionale taak Geldermalsen De gemeente Geldermalsen heeft in het ruimtelijkeconomisch beleid van de provincie en de regio een (sub)regionale functie. Dit betekent, dat Geldermalsen in principe ruimte mag bieden voor lokale ontwikkelingen, mits uiteraard een en ander planologisch en milieuhygiënisch mogelijk is. Voorts hebben deze (sub)regionale kernen een beperkte functie voor wat betreft de vestiging van bedrijven van elders.

De behoefte aan bedrijventerrein is voor Geldermalsen in de periode 1998 tot 2020 op 87.4 ha. netto bedrijventerrein geraamd. De taakstelling vanuit het streekplan is voor Geldermalsen geen vanzelfsprekendheid. Het is aan de gemeente om de behoefte zo volledig en nauwkeurig mogelijk te onderbouwen. Deze behoefte wordt de insteek voor het Regionaal Programmeringsoverleg Bedrijventerreinen. Het gemeentebestuur conformeert zich aan dit beleid. Voor het bedrijventerrein betekent dit onder meer, dat de uitgifte primair wordt gericht op opvang van de behoefte van lokale en subregionale bedrijven.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

9

Extra aanbod van terrein daarboven leidt tot aantasting van de regionale functie en van de ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein "Medel" te Tiel en wordt derhalve vermeden. In het Convenant Bedrijventerreinen Rivierenland, afgesloten door alle gemeenten in het rivierenland (IOR gebied) zijn Geldermalsen en Culemborg gezamenlijk aangewezen als kernen met een subregionale functie. Binnen het convenant zijn clusters gevormd, welke nadere afspraken maken. Binnen het cluster Geldermalsen, Lingewaal, Neerijnen en Culemborg is overeengekomen, dat gemeenten met elkaar zullen overleggen omtrent de uitgifte van terreinen, teneinde een te grote onderlinge concurrentie te voorkomen. Binnen het bovenstaande Convenant Bedrijventerreinen zijn ook afspraken gemaakt over de mogelijke vestiging van bedrijven van buiten de regio. Indien een bedrijf voor Hondsgemet en Rivierenland een meerwaarde heeft, te denken valt aan aanvulling op de huidige productiestructuur of arbeidsmarkt, kan een dergelijk bedrijf na afspraken in regionaal verband zich vestigen op Hondsgemet, indien het bedrijf niet naar Medel wil of kan. De (sub)regionale status van Geldermalsen en Culemborg maakt het mogelijk, dat bedrijven uit de gemeenten Neerijnen en Lingewaal zich in Geldermalsen of Culemborg kunnen vestigen. Ten aanzien van de omvang van deze vraag kan het volgende worden opgemerkt:

! in Lingewaal bestaat tot 2010 behoefte aan circa 4,1 ha. extra bedrijventerrein. Voor de opvang van deze behoefte wordt tot dusver niet voorzien in lokale bedrijventerreinen; ! voor de gemeente Neerijnen wordt verwacht, dat de lokale vraag aan bedrijventerrein niet volledig door “eigen” aanbod aan bedrijventerrein wordt afgedekt. Naar dit aspect wordt momenteel door de gemeente Neerijnen onderzoek uitgevoerd. Het vorenstaande betekent, dat het draagvlak voor het bedrijventerrein “Hondsgemet” mogelijk wordt verbreed met bedrijven afkomstig uit Lingewaal (maximaal 4.1 ha) en uit Neerijnen (maximaal 2.6 tot 4.1 ha). Samenvattend wordt het volgende vastgesteld: ! Het aantal hectaren te ontwikkelen bedrijventerrein voor Geldermalsen vanuit het streekplan komt nagenoeg geheel overeen met het voorstel, zoals door de regio Rivierenland in de nota “Koersen op Kwaliteit (mei 1998) is verwoord. ! Er zal een beperkte overloop vanuit de gemeente Lingewaal en Neerijnen naar Geldermalsen plaatsvinden. Voor de periode tot 2010 bedraagt deze overloop maximaal circa 7 ha. netto bedrijventerrein. ! Binnen het “clusterverband Culemborg, Geldermalsen, Neerijnen’ vindt overleg plaats over de uitgifte van bedrijventerreinen.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

10

2.8. Behoefte-onderzoek bedrijventerrein
De taakstelling vanuit het streekplan is geen vanzelfsprekendheid. Het is aan de gemeente om de behoefte zo volledig en nauwkeurig mogelijk te onderbouwen. Dit onderzoek is uitgevoerd door de Kamer van Koophandel Rivierenland, zie nota “Behoefte-onderzoek Bedrijventerrein Geldermalsen” d.d. februari 1999. De cijfers uit dit onderzoek worden regelmatig gecontroleerd door vergelijking met nieuwe onderzoeken, zoals o.a. het in 2004 uitgevoerde onderzoek “Bedrijven onder Dak” van de Kamer van Koophandel. Telkenmale blijkt dat de eerder berekende behoeft nog immer actueel is. Maximale omvang lokale behoefte Door de Kamer is aan ondernemers gevraagd of zij hun bedrijf willen verplaatsen of een nevenvestiging willen starten. Uit het onderzoek volgen de volgende conclusies:
Herkomst behoefte uit gemeente Aantal hectare 16,1 ha 5,3 ha 7,8 ha 29,2 ha. 2005 vanuit nieuwe bedrijven

sanering van bedrijventerrein "Lingewaarden" en de behoefte vanuit Lingewaal en Neerijnen. Dit geeft het volgende resultaat:

Herkomst behoefte uit gemeente Geldermalsen Behoefte tot 2005 vanuit bestaande bedrijven1 Behoefte (starters) Behoefte 2005-2010 vanuit bestaande bedrijven Behoefte tot 2010 vanuit verplaatsingen Behoefte tot 2010 vanuit sanering Lingewaarden Herkomst behoefte uit Lingewaal/Neerijnen Totaal behoefte tot 2010 tot 2005 vanuit nieuwe bedrijven

Aantal hectare 16,1 ha 5,3 ha 7,8 ha ca. 2 ha ca. 5 ha ca. 7 ha ca. 43,2 ha

Geldermalsen Behoefte tot 2005 vanuit bestaande bedrijven1 Behoefte (starters) Behoefte 2005-2010 vanuit bestaande bedrijven Totaal tot 2010 tot

In deze cijfers is geen rekening gehouden met het volgende: 1. doordat uitgifte van gronden de afgelopen jaren achtergebleven is bij de vraag, is er vanuit de ondernemers een grote druk ontstaan. 2. in Ochten en Zetten zijn veilingen gesloten. Er ontstaat een concentratie van veiling gelieerde bedrijven bij de veiling van Geldermalsen. Als gevolg hiervan ontstaat extra vraag naar bedrijventerreinen (agrobusiness). Het is dan ook aannemelijk dat de behoefte nu minimaal gelijk, maar waarschijnlijk groter is dan de cijfers aantonen. Voor de periode t/m 2005 is vanuit de eigen bedrijven (incl. starters) een ruimte van circa 21,4 ha. nodig. Het genoemd aantal ha. te ontwikkelen bedrijventerrein t/m 2005 komt overeen met de provinciale berekeningen. Deze gaven voor de periode 1998 t/m 2005 een oppervlak van 27.4 ha.

Deze cijfers zijn door de gemeente aangevuld met de behoefte vanuit verplaatsingen van bestaande bedrijven, de

1

In de behoefteraming zijn geen gronden voor de bouw van

bedrijfswoningen gereserveerd.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

11

De gemeente heeft echter in de periode 1995-2000 nagenoeg geen bedrijventerrein uitgegeven. Het berekend aantal zal derhalve geconcentreerd in de periode 2003 t/m 2005 worden uitgegeven. De netto behoefte aan nieuw uit te geven terreinen bedraagt ca. 43.2 ha. De uitkomsten van het onderzoek van de Kamer van Koophandel zijn nog steeds zonder meer actueel. Dit blijkt uit het 2 jaarlijkse onderzoek "Bedrijven onder dak", eveneens van de Kamer van Koophandel. Dit betekent, dat de door de Kamer geraamde behoefte nog steeds reëel is. Kavelgrootte In het kader van het voornoemd onderzoek is de mogelijke omvang van de kavels nagegaan:
Aantal m2 Minder dan 1.000 m2 1.000 tot 3.000 m2 3.000 tot 5.000 m2 5.000 tot 10.000 m2 10.000 m2 of meer Totaal Aantal bedrijven 11 23 1 4 5 44

Hierbij wordt uitgegaan van de brochure “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG: De categorieën 5 en 6 zijn buiten beschouwing gelaten. De aard van deze categorieën past niet in Geldermalsen. Milieucategorie Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 4 Totaal Percentage 7 41 34 18 100

Uit deze tabel blijkt, dat het merendeel van de bedrijven een kavel zoekt < 5.000 m2. Dit bepaalt het karakter van het bedrijventerrein. Circa 25% van de bedrijven wenst een kavel < 1.000 m2. Milieucategorieën Bij het onderzoek is tevens nagegaan in welke milieucategorie deze bedrijven kunnen worden ingedeeld.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

12

2.9. Nota bedrijventerreinen 2002-2006
In februari 2003 is de nota "Bedrijventerreinen 2002-2006" vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Deze nota vormt de actualisering van de Regionale Bedrijventerreinplanning 1997. Tevens vormt deze actualisering de basis voor het nieuwe streekplan. Centraal staan de volgende uitgangspunten; ! zorgen voor voldoende bedrijventerreinen; ! inzetten op meer concentratie zowel binnen als buiten de Economische Hoofdstructuur; ! efficiënter en duurzamer ruimtegebruik stimuleren; ! zorgen voor een goede bereikbaarheid van bedrijventerreinen. De Economische Hoofdstructuur is een verbijzondering van de Ruimtelijk-Economische Hoofdstructuur uit het streekplan en omvat de zoekruimte voor nieuwe (boven)regionale bedrijventerreinen, grote stationslocaties, grootschalige distributiebedrijven en zware industrie. Aan bedrijven moet de nodige, kwalitatief hoogwaardige, ruimte worden geboden, maar niet zondermeer en overal. Waar mogelijk dient dit plaats te vinden door revitalisering en herstructurering van bestaande terreinen. Daarnaast dient er zorg voor gedragen te worden, dat niet terstond uitgeefbare terreinen tijdig beschikbaar komen. Het aanbod aan bedrijventerreinen dient ruimtelijk geconcentreerd te worden op de beste locaties daarvoor, aansluitend aan reeds bestaande stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten de Economische Hoofdstructuur. Hierbij wordt de ontwikkeling van intergemeentelijke lokale bedrijventerreinen, vanuit zuinig ruimtegebruik, aanbevolen.

De beschikbare ruimte dient zuinig gebruikt te worden. In relatie tot huisvesting van bedrijven wordt gestreefd naar het principe van het "juiste bedrijf op de juiste plaats". Dit betekent dat de uitbreidingsbehoefte van zittende bedrijven (in principe) gerealiseerd kan worden in de gemeente waar deze behoefte ontstaat. De ruimtevraag van bedrijven van buiten de gemeente en nieuwe initiatieven van bovenlokale aard of schaal moeten in de Economische Hoofdstructuur worden gerealiseerd. Een uitzondering geldt voor subregionale kernen buiten de Economische Hoofdstructuur. Zij hebben een opvang functie voor vraag afkomstig uit de directe omgeving, voor zover passend naar aard en schaal. Zware industrie en grootschalige transporten distributiebedrijven worden gevestigd op (boven)regionale terreinen binnen de Economische Hoofdstructuur. Geldermalsen wordt hiertoe niet gerekend. Eén belangrijke doelstelling is het bieden van voldoende variatie en het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik met het accent op hoogwaardig aanbod aan nieuwe en vernieuwde bedrijventerreinen, zorgvuldig ruimtegebruik en duurzame bedrijfsprocessen en parkmanagement. Hierbij dient aandacht te worden geschonken aan verduurzaming van de inrichting en inpassing van bedrijventerreinen (bijvoorbeeld groen, parkeren e.d.), maar ook aan een verduurzaming van bedrijfsprocessen (o.a. keten- en stromenbeheer).

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

13

Er dient gezorgd te worden voor goede (liefst multimodale) bereikbaarheid door nieuwe bedrijventerreinen. Ook een goede virtuele bereikbaarheid is essentieel en vereist aansluiting op moderne ICT-infrastructuur. Voor Rivierenland is de volgende opgave geformuleerd:
Streekplanstatus Regionale opgave, totaal nettooppervlakte voor de periode 2001-2020 in ha, Rivierenland 157

De netto plancapaciteit bedrijventerreinen in hectaren voor de planperiode 2002 t/m 2011 op basis van de nieuwe opgave uit Nota Bedrijventerreinen aangehouden in Gedeputeerde Staten.
Kengetallen planologische voorraad 1-1-2001 uitgifte 1995 t/m 2000 provinciale opgave 1995 t/m 2005 provinciale opgave 1995 t/m 2005 gemiddeld per jaar provinciale opgave 2001 t/m 2020 provinciale opgave 2001 t/m 2020 gemiddeld per jaar Berekening opgave 1995 t/m 2001 opgave 2002 t/m 2011 ijzeren voorraad Totaal Minus 11,20 ha 0,20 ha - 11,40 ha uitgifte 1995 t/m 2000 planologische voorraad 1-12001 Totaal Maximale netto plancapaciteit 2002 t/m 2011 48,10 ha 7*2,00= 14,00 ha 10*3,25= 32,50 ha 4*3,25= 13,00 ha 59,50 ha 65 ha. 3,25 ha. 0,20 ha. 11,209 ha 22.00 ha 2.00 ha.

(boven)regionale gemeenten/kernen Tiel* Subregionale gemeenten/kernen 170 (Culemborg, Druten, Geldermalsen Zaltbommel Overige gemeenten 80 Buren, Dodewaard, Echteld, Kesteren, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, West Maas en Waal Totaal 407 * deze gemeenten (of delen daarvan) maken deel uit van de Economische Hoofdstructuur. De genoemde hectares hebben betrekking op de totale gemeentelijke behoefte/beleidsopgave. Bij het zoeken naar locaties moet het "binnengemeentelijke bundelingsbeleid" als richtsnoer worden genomen.

In de Nota Bedrijventerreinen is Hondsgemet aangemerkt als 'pijplijnplan' (nog niet in het ontwerpplan stadium). De nota gaat daarbij uit van een oppervlakte van 27 ha. Geldermalsen kent geen terreinen, die zijn aangemerkt als 'niet terstond uitgeefbaar' Ook nadat de pijplijnplannen en de 'niet terstond uitgeefbare gronden' zijn benut, blijft er behoefte aan bedrijventerreinen. De provincie is voornemens periodiek een vraag/aanbodconfrontatie op te stellen en deze te bespreken in het RPB (Regionaal Programmeringsoverleg Bedrijventerreinen).

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

14

2.10.

Samenvattende conclusies

Uit dit hoofdstuk blijkt, dat er provinciaal, regionaal en lokaal draagvlak is voor de ontwikkeling van nieuw bedrijventerrein in Geldermalsen. De realisering draagt bij tot een evenwichtige ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio in het algemeen en de gemeente in het bijzonder. De behoefte aan nieuw bedrijventerrein, de aard en omvang van de individuele bedrijfsvestigingen is nader onderzocht. Dit resulteert in de volgende taakstelling:
Herkomst behoefte uit gemeente Geldermalsen Behoefte tot 2005 vanuit bestaande bedrijven
2

1. in de gemeentelijk behoefteraming is geen rekening gehouden met extra vraag als gevolg van het uitblijven van uitgifte en mogelijk extra vraag als gevolg van enkele nieuwe ontwikkelingen (agrobusiness); 2. de provincie geeft tot 2020 een behoefte van 87.4 ha bedrijventerrein aan, waarvan circa 50.6 ha. in de periode tot 2010; 3. de taakstelling in de regionale visie komt overeen met de taakstelling zoals deze door de provincie is berekend. Het merendeel van de potentiële te vestigen bedrijven behoort tot de milieucategorieën 1, 2 en 3. De maximale omvang van het merendeel van de nu bekende vraag naar bedrijfskavels bedraagt < 5.000 m2: enkele bedrijven vragen om een kavel van maximaal 10.000 m2. Dit productiemilieu komt overeen met de aan Geldermalsen toegekende taakstelling vanuit het Streekplan. De uitgifte van gronden in de gemeente Geldermalsen is de laatste jaren achtergebleven bij de vraag. Daardoor is er, vanuit de ondernemers, een grote druk ontstaan. Teneinde deze druk zo goed mogelijk op te vangen dient er de eerste jaren extra grond te worden uitgegeven ("inhaalslag").

Aantal hectare 16,1 ha 5,3 ha 7,8 ha ca. 2 ha ca. 5 ha ca. 7 ha ca. 43,2 ha

Behoefte tot 2005 vanuit nieuwe bedrijven (starters) Behoefte 2005-2010 vanuit bestaande bedrijven Behoefte tot 2010 vanuit verplaatsingen Behoefte tot 2010 vanuit sanering Lingewaarden Herkomst behoefte uit Lingewaal/Neerijnen Totaal behoefte tot 2010

De aanleg van circa 43.2 ha. netto bedrijventerrein is noodzakelijk voor de opvang van de behoefte op de korte en middellange termijn (5-10 jaar). Deze taakstelling past ruimschoots binnen de provinciale en regionale berekeningen (netto plancapaciteit 48,10 ha). Het volgende wordt opgemerkt:

2

In de behoefteraming wordt er vanuit gegaan, dat geen gronden voor de

bouw van bedrijfswoningen worden gereserveerd.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

15

3.

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

3.11. Beesd
Het bedrijventerrein in Beesd ligt ingeklemd tussen de A2, de spoorlijn, Parkweg en het woongebied. Op het volledig uitgegeven bedrijventerrein is een aantal grote bedrijven in de sector transport en logistiek gevestigd.

Naast de beleidskaders spelen ook ruimtelijke overwegingen een rol bij de locatiekeuze. Dit hoofdstuk is opgenomen als "visie op werken", zoals door de provincie bedoeld. Dit betekent, dat niet uitsluitend wordt gekeken naar de locatie Hondsgemet, maar ook naar de overige bedrijventerreinen in de gemeente en de aldaar eventueel beschikbare in- en uitbreidingscapaciteit. In dit verband is een aantal belangrijke criteria te noemen zoals bereikbaarheid, ontsluiting, landschappelijke-, cultuurhistorische-, recreatieve waarden, ontwikkelingen en niet in de laatste plaats de rode contouren. Hoewel deze rode contouren een bindende beperking vormen voor uitbreidingen is toch gekeken naar de (on)wenselijkheid van uitbreidingen buiten deze contouren.

Open komgronden aansluitpunt

Uitbreiding t.b.v. lokale bedrijven Ontwikkeling recreatie

Landschapsbehoud en versterking Verbreding A2

Uitbreiding woongebied Rode contour

Een belangrijke ontwikkeling is de verbreding van de rijksweg A2 en de aanleg van een nieuw aansluitpunt op deze weg. Als gevolg van deze verbreding gaat ruimte voor bedrijven verloren. Uit onderzoek (Pouderoyen Compagnons, ruimtelijke visie bedrijventerrein Beesd-Noord december 2003) blijkt, dat in Beesd een bruto uitbreidingsbehoefte bestaat van ca. 4,5-6 ha.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

16

bedrijventerrein Deze behoefte omvat zowel de te verplaatsen bedrijven als gevolg van de reconstructie van de A2, alsmede lokale bedrijven. De gemeente streeft in Beesd - daar waar nog ruimte is naar de ontwikkeling van kleinschalige, aan wonen gerelateerde bedrijvigheid (ambachtelijke sfeer), gericht op de opvang van de genoemde lokale behoefte. Noordelijk van de rode contour wordt een ontwikkeling in de recreatieve sfeer voorgestaan. Uitbreiding in oostelijke richting (buiten de rode contour) betekent aantasting van het multifunctionele, kleinschalige oeverwallengebied en staat haaks op het beleid gericht op behoud en landschappelijke versterking van landgoed Mariënwaerdt en Noordenhoek. In het bestemmingsplan is aan dit gebied de bestemming "Landelijk gebied II" toegekend (kwetsbaar natuurgebied en landgoed met archeologische betekenis). Uitbreiding westelijk van het bedrijventerrein is niet mogelijk: dit gebied is gereserveerd voor woningbouw. Aan de rand van het woongebied is realisering van woon/werk combinaties en incidenteel kleinschalige, ambachtelijke bedrijfsvestigingen wel mogelijk. Voorwaarden zijn, dat deze lokaal gericht zijn. Het betreft geen substantieel oppervlak. De ontwikkelingsperspectieven worden nader op de haalbaarheid bekeken op het moment, dat het woongebied wordt uitgewerkt.

3.12. Deil
Deil telt één bedrijventerrein begrensd door de Beemdstraat en de Zoetenhoek. Het bedrijventerrein wordt ontsloten via de Beemdstraat (westelijke richting), de Benedeneindseweg (oostelijke richting) en de Bulkstraat (zuidelijke richting). Het bedrijventerrein is bestemd voor de opvang van lokale bedrijven. Op het bedrijventerrein is geen inbreidingsruimte beschikbaar.

Linge en uiterwaarden (natuur, landschap en

Oeverwallen, kleinschalig Ontsluiting niet optimaal

Rode Contour

De rode contour sluit aan op de bestaande bebouwing. Er zijn geen mogelijkheden voor verdere uitbreiding. Overigens zijn er nog andere reden te noemen, waardoor uitbreiding van het bedrijventerrein niet wenselijk is: ! het bedrijventerrein ligt nabij de Linge. Uitbreiding (tot de omvang van een subregionaal bedrijventerrein)

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

17

!

!

verstoort het landschap. Dit gaat in sterke mate ten koste van landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarden; de ontsluiting is niet optimaal. Verkeer van en naar het bedrijventerrein moet via de bebouwde kom van één van de omliggende kernen; uitbreiding van het terrein doet afbreuk aan de omgevingskwaliteit van woningen langs de Benedeneindseweg en de Bulkstraat.

3.13. Tricht
Oeverwallen, kleinschalig landschap

Open komgronden

Grens open en gesloten landschap

Rode contour

Essen en oude bouwlanden

Het bedrijventerrein in Deil is vol en er wordt geen nieuw bedrijventerrein ontwikkeld. Incidenteel kan ruimte worden geboden aan woon/werk combinaties mits lokaal gericht. Het betreft in deze gevallen geen substantieel oppervlak.

Oeverwallen, kleinschalig Ontsluiting matig tot slecht

Tricht telt twee bedrijventerreinen. Eén aan de noordzijde van de kern, begrensd door het spoor, de Nieuwsteeg en de Langstraat. Het bedrijventerrein Steenovenweg, waar Hak Nederland B.V. is gevestigd, ligt ten zuidoosten van de kern. Inbreiding is op beide terreinen niet aan de orde: de beschikbare ruimte is volledig benut. Gelet op de ligging is uitbreiding niet mogelijk of wenselijk. Voor het bedrijventerrein aan de noordzijde gelden hiervoor de volgende overwegingen: ! de situering van de rode contour biedt geen mogelijkheden voor uitbreiding;

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

18

!

!

de ontsluiting van het terrein is matig tot slecht. Het is weliswaar mogelijk de hoofdwegen te bereiken zonder door de bebouwde kom te rijden, maar dit vraagt in veel gevallen om omrijden; het terrein ligt op de rand van een complex van essen en oude bouwlanden en nabij de grens van open komgronden en besloten oeverwallen. Hierdoor is het gebied vanuit landschap, recreatie en cultuurhistorie zeer aantrekkelijk en waardevol.

Linge en uiterwaarden (natuur, landschap en recreatie)

Ontsluiting matig tot slecht

Bedrijventerrein "Steenoven" ligt geheel buiten de rode contour en komt op voorhand niet in aanmerking voor structurele uitbreiding. Tevens maakt de ligging van het terrein aan de Linge uitbreiding niet wenselijk vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch en recreatief oogpunt. Ook de ontsluiting van het terrein is matig tot slecht, gelet op de afzijdige ligging ten opzichte van de hoofdwegenstructuur. De bedrijventerreinen in Tricht zijn vol en er wordt geen nieuw bedrijventerrein ontwikkeld. Beide bedrijventerreinen zijn moeilijk bereikbaar. Incidenteel kan ruimte worden geboden aan woon/werk combinaties mits lokaal gericht. Het betreft in deze gevallen geen substantieel oppervlak.

Rode contour

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

19

3.14. Geldermalsen
Geldermalsen telt 5 bedrijventerreinen: Watermolen, Oudenhof, Lingewaarden, bedrijvenpark West Betuwe en bedrijvenpark Hoge Weide. Bedrijventerrein Watermolen Het bedrijventerrein Watermolen (veilingterrein) ligt gedeeltelijk in de uiterwaarden van de Linge en wordt begrensd door de spoorlijn, de Linge en de Tunnelweg. 1. ten aanzien van beschikbare c.q. vrijkomende ruimte wordt de ontwikkeling van een kleinschalige, zelfstandige kantoorlocatie mogelijk. Dit onder andere vanwege de ligging nabij het station. Basis voor deze ontwikkelingen is het Masterplan Stationsomgeving. 2. uitbreiding van het veilingterrein in westelijke richting leidt tot aantasting van het buffergebied tussen Geldermalsen en Deil. Vanuit ruimtelijk oogpunt is het aan elkaar groeien van kernen niet wenselijk (verlies identiteit, aantasting uiterwaarden); uitbreiding van het veilingterrein in zuidelijke richting (proeftuin) is planologisch mogelijk. De rode contour geeft ruimte voor stedelijke ontwikkeling. Gelet op de ligging en de beschikbare ruimte is realisering van bedrijvigheid mogelijk. Bedrijventerrein Oudenhof Bedrijventerrein Oudenhof wordt begrensd door de Provincialeweg-Oost, Industrieweg en Laageinde. 1. er is geen inbreidingscapaciteit aanwezig; 2. uitbreiding in zuidelijke richting is niet wenselijk vanwege de barrièrewerking van het spoor en de korte afstand tot de lintbebouwing aan het Laageinde en de wijk Kalenberg. Een uitbreiding in oostelijke richting is niet wenselijk door een aantal volumineuze maatschappelijke

Linge en uiterwaarden (natuur, landschap en recreatie)

Rode contour

Masterplan Stationsomgeving Bufferzone

Oeverwallen, kleinschalig landschap

Ontwikkeling thematisch bedrijventerrei

(sport)voorzieningen

voorzieningen (school. sporten kerkelijke voorzieningen); 3. dit gebied is - in de gemeentelijke Structuurvisie gereserveerd voor een verdere verdichting met (volumineuze) sociaal-maatschappelijke functies. Bedrijvenpark Hoge Weide Bedrijvenpark Hoge Weide ligt tussen de ProvincialewegOost, Zeekade, Tielerweg en de Randweg:

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

20

Bufferzone tot Linge

Linge en uiterwaarden (natuur, landschap en recreatie)

Bedrijventerrein Lingewaarden Aan de noordkant, ingeklemd tussen het centrum en de Linge, ligt het bedrijventerrein Lingewaarden.

Rode contour Geen uitbreidingsmogelijkheden Geen uitbreidingsmogelijkheden Oeverwallen, kleinschalig landschap

1. op het terrein is enige fysieke inbreidingscapaciteit aanwezig. Deze gronden zijn eigendom van Blokker en gereserveerd voor uitbreiding van het distributiecentrum. Deze gronden dienen derhalve als ontwikkeld te worden beschouwd; 2. uitbreiding in noordelijke richting leidt tot verlies van de belangrijke bufferzone tussen het buitengebied, de Linge, het bedrijvenpark en het aangrenzende woongebied. Dit stedelijk uitloopgebied heeft hoge landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarden; 3. de rode contour belet een verdere uitbreiding, aangezien deze strak om het bedrijventerrein ligt Bedrijvenpark West Betuwe Bedrijvenpark West Betuwe ligt ingeklemd tussen de Tielerweg, Randweg, Provincialeweg-Oost, Gerdina's Hof/De Panoven. Het terrein is volledig uitgegeven en heeft geen fysieke mogelijkheden voor uitbreiding

Rode contour

1. dit bedrijventerrein heeft geen mogelijkheden voor in- of uitbreiding; 2. de ligging tot het centrum en de woonbuurt Rivierenlanden is dermate ongunstig (milieuzonering, omgevingskwaliteit, ontsluiting, ligging in de uiterwaarden), dat sanering van het terrein wordt onderzocht; 3. de vrijkomende ruimte wordt benut voor woningbouw. Bij de realisering hiervan moet rekening worden gehouden met plaatselijk aanwezige bodemverontreiniging.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

21

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

22

3.15. Hondsgemet
De bestaande bedrijventerreinen zijn vol of worden gesaneerd (bedrijventerrein Lingewaarden). Alleen het bedrijventerrein Watermolen kan zuidwaarts uitbreiden. De noodzaak dringt tot ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein. Een antwoord op deze vraag is deels in het provinciaal en regionaal beleid gegeven en wordt concreet uitgewerkt in de “Structuurvisie Geldermalsen”. Het gebied "Hondsgemet" wordt voor realisering van woningbouw en bedrijventerrein aangewezen. Geldermalsen heeft zich ontwikkeld langs de Linge. Het oude centrum ligt duidelijk hoger ten opzichte van de latere uitbreidingen. Deze vonden in eerste instantie plaats in oostelijke en later in zuidelijke richting. Aan de zuidoostkant ligt een groot bedrijventerrein met onder meer enkele grootschalige distributiebedrijven. De nu in ontwikkeling zijnde woonwijk ‘Kalenberg’ heeft een strook met bedrijven langs de weg Geldermalsen-Meteren. De bebouwde kom van Geldermalsen toont hierdoor reeds een duidelijke voorzijde naar het landschap van Hondsgemet.

Dit concentratiebeleid past in het zogenaamde bundelingsbeleid van rijk en provincie. Deze eenheid wordt in de totale beeldpresentatie benadrukt (onder meer herkenbare routes en bebording vanaf de rijksweg A15). Op nevenstaande afbeelding is een uitsnede van de plankaart van de Structuurplan voor Hondsgemet aangegeven. De volgende elementen vallen op: ! Betuweroute. Parallel aan de rijksweg A15 wordt de nieuwe Betuweroute aangelegd. De noordelijke grens van het Tracébesluit vormt de zuidrand van het plangebied. Randweg 5e fase. Door de aanleg van de Betuweroute is een gedeelte van de provinciale weg naar Wadenoijen vervallen. Tevens is ter vervanging van de aansluiting op de rijksweg A15 ter hoogte van Meteren een nieuw aansluitpunt en de Randweg 5e fase aangelegd. Deze weg doorsnijdt Hondsgemet en vormt de grens tussen het mogelijk te ontwikkelen woongebied en het oostelijk van deze weg aan te leggen bedrijventerrein. Na openstelling (2003) is de Randweg de belangrijkste ontsluitingsweg van Geldermalsen. Woongebied. Structuurvisie Geldermalsen geeft een zoekgebied voor uitbreidingen tot 2015 en de mogelijke woningbouwlocaties. In de kern Geldermalsen worden de meeste woningen in “Kalenberg” gebouwd. Een ander potentieel woningbouwgebied is Hondsgemet (Plantage Meteren). Uit de structuurvisie komt naar voren, dat dit gebied de voorkeur verdient boven andere locaties. Te zijner tijd zal in het kader van de "visie op wonen" onderzocht worden wat precies de behoefte is en waar vervolgens gebouwd gaat worden. Tevens vindt

!

! Het nieuwe bedrijventerrein sluit aan op het bestaande grootschalig bedrijventerrein “Hoge Weide” ten noorden van de spoorlijn “Tiel-Geldermalsen”. Op structuurniveau ontstaat hierdoor: ! lokaal en regionaal een functionele eenheid; ! een beperkte aantasting van de ruimtelijke structuren; ! een optimaal gebruik van verkeers- en andere centrale voorzieningen.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

23

!

!

nader onderzoek plaats naar mogelijkheden voor in- en uitbreiding. Bedrijventerrein De gemeentelijke bedrijventerreinen worden voornamelijk in Hondsgemet gerealiseerd. Dit gebied biedt voldoende ruimte voor opvang van lokale en (sub)regionale behoefte tijdens de streekplanperiode.(2015) De gemeente spreekt in dit verband over het "2 kernen" beleid: Dit houdt het volgende in: 1. de gemeente ontwikkelt - behoudens in Beesdgeen nieuwe bedrijventerreinen bij de kernen. Uitbreiding van het bedrijventerrein in Beesd is gericht op opvang van lokale bedrijvigheid (dus geen grote bedrijven);. 2. de overige ontwikkelingen zullen in de kern Geldermalsen plaatsvinden. Waarbij zuidelijk van bedrijventerrein Watermolen (het veilingterrein) voornamelijk aan de veiling en/of agrarische sector gelieerde bedrijvigheid worden opgevangen: de reguliere bedrijvigheid vestigt zich in Hondsgemet. Vuilstort. De AVRI wordt volgens het vigerend bestemmingsplan in oostelijke richting uitgebreid tot aan de spoorlijn "Tiel-Geldermalsen”.

Als sterk punt kan genoemd worden dat de Randweg onderdeel wordt van het tracé van het Snelnet, waardoor de locatie ook per openbaar vervoer goed te bereiken is . De aanwezigheid van een vuilstort en infrastructuur hebben het landschap verstoord. De ontwikkeling van bedrijventerrein zorgt weliswaar voor verdere verstoring, maar dit betekent dat andere, gavere landschappen, of landschappen met hoge recreatieve c.q, cultuurhistorische waarden gespaard blijven. Het bedrijventerrein Hondsgemet is als volgt opgebouwd:

Uit de Structuurvisie Geldermalsen blijkt, dat de gemeente beschikt over een locatie voor een nieuw bedrijventerrein. Deze locatie wordt begrensd door de spoorlijn TielGeldermalsen, de A-15 en de Randweg 5e fase. Het gebied ligt binnen de rode contour. De ligging ten opzichte van infrastructuur maakt de locatie bij uitstek geschikt voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein zonder de omgevingskwaliteit aan te tasten.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

24

1. de Randweg 5e fase en de nieuwe ontsluitingsweg van de AVRI en het bedrijventerrein (zuidkant, 1e en 2e fase); 2. er wordt een gebied ontwikkeld tussen de genoemde nieuwe ontsluitingsweg, de Randweg 5e fase en de Meersteeg (noordkant 3e en 4e fase);. 3. er wordt een gebied ontwikkeld tussen de Randweg, Meersteeg en de bestaande spoorlijn (parkzone, 5e fase). In de navolgende tabel worden de netto uitgeefbare terreinen binnen deze zones aangegeven:
Fase Zuidkant Hondsgemet (fase 1 en 2) Noordkant Hondsgemet (fase 3 en 4) Parkzone Hondsgemet (fase 5) Totaal circa Netto uitgeefbaar 28 ha 15 ha PM ha 43 ha

Het gemeentebestuur acht voor het gehele bedrijventerrein vestiging van categorie 1 t/m 3 bedrijven zonder meer mogelijk. Voor bedrijven uit de categorie 4 geldt de voorwaarde, dat deze alleen zijn toegestaan na vrijstelling door het College van Burgemeester en Wethouders. Voorwaarde is, dat de vestiging van deze bedrijven geen nadeliger gevolgen mogen hebben voor mens en milieu dan vestiging van bedrijven uit de categorie 3. Te allen tijde geldt, dat de bedrijven een representatief karakter en uitstraling dienen te krijgen. Uit het vorenstaande volgt de conclusie, dat het bedrijventerrein Hondsgemet zich zonder meer leent voor huisvesting van de aangegeven subregionale kandidaten. Tevens blijkt uit vorenstaande dat de aangetoonde behoefte aan bedrijventerreinen binnen het contingent van de provincie past.

Uit deze tabel blijkt, dat in Hondsgemet netto circa 43 ha. bedrijventerrein kan worden uitgegeven (uitgiftepercentage circa 65%), hetgeen past binnen de provinciale uitwerking. Het bedrijventerrein ligt op grote afstand van bestaande woongebieden en op redelijke afstand van het geprojecteerd woongebied "De Plantage” (Hondsgemet). Dit geeft een gunstig ontwikkelingsperspectief voor het bedrijventerrein: ! in de westrand (zone circa 100 tot 150 meter) kunnen zich bedrijven uit de milieucategorieën 1, 2 en 3 vestigen; ! op het overig deel van het bedrijventerrein is - onder voorwaarden - vestiging van bedrijven uit categorie 4 mogelijk.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

25

3.16. Samenvattende conclusies
Uit het bovenstaande blijkt dat binnen de bestaande bedrijventerreinen binnen de gemeente geen reële inbreidings- dan wel uitbreidingsmogelijkheden voorhanden zijn. De beschikbare inbreidingsruimte is niet substantieel in omvang en gereserveerd voor uitbreiding van bestaande bedrijven. Met name in de kern Beesd is nog enige uitbreiding aanwezig. De kans is reëel, dat op dit terrein het accent sterk komt te liggen op zogenaamde woon/werkcombinaties. Dit terrein krijgt daarmee een ander profiel als benodigd is voor opvang van de te verwachten vraag. Uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen is niet mogelijk op grond van de rode contouren, of niet gewenst vanuit het oogpunt van landschap, cultuurhistorie, recreatie en/of ontsluiting. De locatie Hondsgemet kent deze problemen niet. De locatie heeft een goede ontsluiting, ook met openbaar vervoer; voldoende areaal binnen de rode contour en ligt in een reeds verstoord landschap. Daarnaast past de locatie ook binnen de kaders van het gemeentelijk, provinciaal en Rijksbeleid. De gemeente heeft middels haar Structuurvisie aangetoond, dat de ontwikkeling van Hondsgemet tot stedelijk woon- en werkgebied past binnen een beleid, waarbij duurzame structuren worden gehandhaafd. De rijksweg A15/Betuweroute vormt uiteindelijk de duurzame grens van het stedelijk gebied van de kern Geldermalsen. Naar verwachting wordt in dit totale gebied de lokale en subregionale behoefte aan bedrijventerrein voor tenminste 15 jaar opgevangen. In de kern Geldermalsen bestaat – aanvullend op het bedrijventerrein Hondsgemet – de mogelijkheid ter plaatse van de voormalige proeftuin bedrijventerrein te ontwikkelen. Het moment van realisering van dit terrein dient nog nader te worden bepaald. De verwachting is evenwel, dat de ontwikkeling binnen een periode van 15 jaar zal plaatsvinden.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

26

4.

BESTAANDE SITUATIE

4.17. A-biotische kenmerken
Geomorfologie De rivieren Waal en Linge hebben door continue afzettingen en mean-derende rivierlopen het landschap gevormd. Het rivierengebied bestaat uit uiterwaarden met een patroon van meanderruggen en geulen. Het zand heeft zich afgezet in de vorm van de oeverwallen. Binnen deze oever-wallen komt een aantal lager gelegen vlaktes voor. Verder van de rivier af vormden zich natte komgronden. Hondsgemet ligt op de oeverwal-gronden in een lager gelegen vlakte. Bodem In het plangebied komen de volgende bodemtypen voor: ! kalkhoudend poldervaaggronden, zavel, (Gemiddeld hoogste grondwaterstand 40-80 cm, Gemiddeld laagste grondwaterstand >120 cm); ! kalkloze poldervaaggronden, zavel en lichte klei (Gemiddeld hoogste grondwaterstand <40, Gemiddeld laagste grondwaterstand >120); ! kalkhoudende poldervaaggronden, zware zavel en lichte klei, gemiddeld hoogste grondwaterstand 40-80, Gemiddeld laagste grondwaterstand > 120). Deze bodemgesteldheid maakt infiltratie van regenwater weinig effectief. Bodemonderzoek Voor een groot deel van het plangebied (fase 1 tot en met 4) zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn samengevat in de rapportage “Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 `Plan Hondsgemet’ te Meteren“, gedateerd 26 april 2000.

In dit hoofdstuk volgt een kenschets van de bestaande situatie in en rond het plangebied. Bij deze beschrijving wordt met name nagegaan of de bestaande situatie specifieke randvoorwaarden aan de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein stelt.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

27

In zijn algemeenheid wordt gesteld, dat zowel de vaste bodem, het grondwater, als het slib in de watergangen, op een aantal plaatsen na, niet tot licht zijn verontreinigd: ! ter plaatse van boring 144 (perceel sectie N, nr. 385) is een sterk verhoogd gehalte aan PAK in de puin- en verbrandingsresten houdende toplaag aangetroffen. Er is besloten geen nader onderzoek te verrichten, om de reden, dat de aangetroffen verontreiniging duidelijk gerelateerd, is aan de toplaag. Tijdens het bouwrijp maken zal de grond worden gesaneerd; ! in peilbuis 168 (perceel sectie N, nr. 388) is een loodgehalte boven de interventiewaarde aangetroffen. In de uitwerkingsfase zal nogmaals een peilbuis worden geplaatst om te controleren of de nu geconstateerde overschrijding dan nog aanwezig is. Gezien de ervaring van andere onderzoeken in het gebied, is de verwachting dat de overschrijding na herplaatsing niet meer aanwezig is. Overigens hoeft een eventuele verontreiniging de ontwikkeling van het bedrijventerrein niet in de weg te staan. Plaatselijk is het grondwater sterk verontreinigd met lood en licht verontreinigd met tolueen en xylenen. Enkel het verhoogde gehalte aan lood vormt aanleiding tot het verrichten van nader onderzoek. De vaste bodem en het grondwater ter plaatse van de kruising van het wegtracé Randweg 5e fase en de Provincialeweg zijn respectievelijk niet noemenswaardig en niet verontreinigd. Ter plaatse van de geprojecteerde afrit van de A15 kan op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken, worden geconcludeerd dat de vaste bodem niet noemenswaardig tot licht verontreinigd is en het grondwater over het algemeen licht

tot matig verontreinigd is. Nader of aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De overige (verhoogde) gehaltes in zowel de vaste bodem als het grondwater van het onderzochte terrein vormen geen aanleiding voor het verrichten van nader of aanvullend onderzoek (verkennend bodemonderzoek van 26 april 2000). Nadien zijn in verband met het verkoop c.q. aankoop op diverse percelen onderzoeken uitgevoerd in de toplaag van de bodem. De conclusies uit de betreffende onderzoeken bevestigen het geschetste beeld uit de eerdere onderzoeken. De bodem is voldoende schoon en daarmee geschikt voor de realisering van de beoogde nieuwe functies. Watersysteem Centraal door Hondsgemet loopt een A-watergang. Deze watergang zal ten behoeve van de aanleg van het bedrijventerrein, worden aangepast. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de beoogde hydrologische situatie in het plangebied.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

28

4.18. Historische kenmerken
De ruimtelijke en functionele structuur is bepaald door de geomorfologische structuur, bodem en waterhuishouding. De oeverwallen waren de hogere droge gebieden en door de bodemopbouw geschikt voor bewoning en bewerken van het land. Dit resulteerde in een kleinschalig landschap met boomgaarden, singelbeplantingen, akkers, graslanden, lintbebouwingen en kleine kernen. De komgronden zijn later ontgonnen en niet geschikt voor bewoning. Oude verkavelingspatronen en wegen zijn in Hondsgemet terug te vinden (Meersteeg, Blankertseweg). Ook heeft het gebied kenmerken van het oorspronkelijk landschapsbeeld (afwisseling van weiden en boomgaarden en het nagenoeg ontbreken van bebouwing). Bijzonder zijn restanten van de heerlijkheid “Meteren” tezamen met de toegangslanen. Deze landschappelijke elementen liggen in het toekomstig woongebied op redelijke afstand van het bedrijventerrein. De spoorlijn “Geldermalsen-Tiel”, de A15, Betuweroute en stortplaats doorsnijden de oorspronkelijke, kleinschalige patronen. De oorspronkelijke samenhang tussen het plangebied en de wijdere omgeving is hiermee vervaagd. De structuur van het landschap is deels oorspronkelijk. Het gebied kent echter zelf geen of slechts een beperkt aantal cultuurhistorisch waarde-volle elementen. Voor de verdere planontwikkeling is behoud van met name de hoofdlijnen (Meersteeg en Blankertseweg) van belang. Deze structuurlijnen kunnen zich tot herkenbare basislijnen in het nieuwe woon- en werkgebied ontwikkelen. De nieuwe functies worden als het ware in de basisstructuur van het landschap verankerd.

4.19. Archeologie
Inleiding Al sinds 2000 is archeologisch onderzoek gaande. Binnen Hondsgemet zijn archeologisch interessante structuren aangetroffen. Enkele conclusies zijn: ! grote nederzetting, ca. 5 ha ! bewoning van Late IJzertijd tot laat Romeinse tijd (ca. 200 v. Chr. – 450 na Chr.), uniek is deze lange bewoningstijd op dezelfde plek in dit gebied; ! veel geïmporteerd metaalwaar uit o.a. Keltische streken, door ligging in geul geven deze vondsten veel wetenschappelijke waarde, kwaliteit is naar verhouding nog goed (zie rapport oktober 2003); ! nabij Betuweroute is geen grafveld gevonden, dit deel is vrijgegeven door de provincie. ROB heeft geconcludeerd dat er sprake is van een nederzetting van nationaal belang. Opgraven is nodig. Bij het opgraven komt de gewenste wetenschappelijke informatie voldoende tot zijn recht. Gedacht wordt aan opgraven van 70% van de nederzetting + archeologische begeleiding bij graven van nieuwe wegen. Nadat de ROB heeft geconcludeerd dat op een voldoende wijze de onderzoeken zijn uitgevoerd, kan het totale gebied in principe ontwikkeld worden. Hieronder wordt beknopt aangegeven wat de vooronderzoeken behelzen en wat de opgraving inhoudt. Aanvullende Archeologische inventarisatie Gedurende een AAI-1 (Aanvullende Archeologische Inventarisatie) zijn in het 82 ha grote plangebied Hondsgemet 308 karterende boringen gezet. Daarbij zijn alleen in fase I van het plangebied twee zones aangetroffen

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

29

met archeologische indicatoren die duiden op een nederzettingsterrein uit de IJzertijd en de Romeinse tijd, hierna vindplaats 1 genoemd (Bente 2000). Tijdens een AAI-2, waarin 46 aanvullende boringen zijn verricht, is vindplaats 1 verder begrensd en gewaardeerd. Opmerkelijk was het nagenoeg ontbreken van archeologische indicatoren in het ca. 120 m grote gebied tussen beide concentraties. In dit rapport (Heunks 2002) wordt uitgegaan van de veronderstelling dat sprake was van twee ruimtelijk gescheiden woonplaatsen. Aan de noordwestelijke zone werd een middelmatige tot hoge archeologische waarde toegekend, met dien verstande dat van de hogere vindplaatsdelen op de crevasserug werd vermoed dat deze ernstig verstoord waren. Van de zuidoostelijke concentratie werd verwacht dat deze ernstiger verstoord was door recente bodemingrepen. Aan deze zone werd om die reden een middelmatige archeologische waarde toegekend. In hetzelfde rapport wordt melding gemaakt van een crematiegraf uit de Midden-IJzertijd, dat in 2001 aangetroffen werd in de noordwand van het Betuweroutecunet, hierna vindplaats 2 genoemd (Heunks 2002). Uit een door het AIVU uitgevoerde inventarisatie van amateurcollecties van het oppervlak van vindplaats 1 bleek dat dit nederzettingsterrein een grote hoeveelheid metaalvondsten had opgeleverd (Verhelst 2002). Uitzonderlijk hierin bleek een reeks voorwerpen uit de Late IJzertijd, waaronder twee gouden Eburonenstaters, een voor ons land zeer zeldzame munt van de Remi, drie triquetrumstaters en zes La Tène-fibulae. Dat het terrein ook

in de vroeg- en midden-Romeinse tijd in gebruik was, bleek uit een groot aantal objecten van metaal in de geïnventariseerde collecties. Bewoning in de eerste helft van de laat-Romeinse tijd (ca. 270 – 350 na Chr.) wordt aangetoond door een twintigtal munten en vier kledingspelden. Het AAO-1 (Aanvullend Archeologisch Onderzoek) behelsde het aanleggen van vier proefsleuven, alle van 6 m breed (Verhelst 2003b). De eerste drie sleuven zijn uitgegraven op

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

30

het terrein van de nederzetting, met een centrale sleuf van 460 m over de lengte-as van de woonplaats en twee sleuven van resp. 165 en 265 m haaks daarop. Bij de vindplaats van het crematiegraf, op de dichtstbijzijnde beschikbare plaats in de zuidwestelijke hoek van het plangebied, is een proefsleuf met een lengte van 45 m gemaakt. Van het nederzettingsterrein zijn in alle sleuven begrenzingen vastgesteld. De conclusie van het AAO-1 is dat de bewoningssporen van vindplaats 1 behoren tot één goed geconserveerde nederzetting uit de Late IJzertijd en de gehele Romeinse tijd (ca. 120 voor – ca. 450 na Chr.). Voor het nederzettingsterrein is vastgesteld dat er sprake is van één doorlopende sporenconcentratie, en niet van twee ruimtelijk gescheiden vindplaatsen. In het gebied tussen beide in de AAI-1 en -2 veronderstelde concentraties blijkt slechts sprake van een lichte afname in spoor- en vondstdichtheid. De aard van de sporenconcentratie, met ruimtelijk gescheiden, over het algemeen niet al te dichte sporenclusters, biedt goede mogelijkheden om structuren uit verschillende perioden van elkaar te scheiden. In de proefsleuven zijn minimaal 2 en maximaal 5 boerderijplattegronden herkend, alsmede 7 plattegronden van bijgebouwen. Daarnaast zijn een oven met stookkuil en een met gekliefde stammetjes beschoeide waterput aangesneden. Langs de noordoostelijke rand van de woonplaats ligt een zich minstens eenmaal vertakkende en ca. 25 m brede restgeul, die een tot 110 cm dik pakket vondstlagen bevat. Uitzonderlijk is de zeer ruime verspreiding van sporen uit de Late IJzertijd (en het begin van de vroeg-Romeinse tijd) en het veelvuldig voorkomen van –elders zeldzame-

metaalvondsten daarin. Een op basis van de vondsten vermoede cultusplaats uit deze tijd kon in het proefonderzoek niet met zekerheid worden aangewezen, maar het blijkt wel mogelijk voorspellingen te doen over de locatie waar eventueel nader onderzoek hiernaar zich zou moeten concentreren. Sporen en vondsten uit de Midden-Romeinse tijd zijn verspreid over de woonplaats aangetroffen en behoren waarschijnlijk tot een reguliere inheemse nederzetting. De metaalvondsten uit de Laat-Romeinse periode suggereren bewoningscontinuïteit van ca. 235 na Chr. tot aan het begin van de 5e eeuw. Een gedeelte van deze vondsten is in situ aangetroffen. Sporen en vondsten uit de laat-Romeinse tijd zijn in het AAO geconcentreerd aangetroffen in een beperkt gebied aan de zuidoostelijke zijde van de vindplaatskern (Verhelst 2003b). In het selectie-advies naar aanleiding van het AAO is vindplaats 1 als behoudenswaardig aangemerkt. Dit advies is overgenomen door de ROB en de provincie Gelderland. Naar aanleiding van de vondst van een crematiegraf, in 2001 ontdekt in het tracé van de Betuweroute, is in de zuidwestelijke hoek van het toekomstige bedrijventerrein gezocht naar de resten van een grafveld uit de MiddenIJzertijd (vindplaats 2). In de daar aangelegde zoeksleuf zijn echter geen grafresten aangetroffen. De vondst van geconcentreerde crematieresten in het gronddepot op geringe afstand van de sleuf doet desalniettemin vermoeden dat in de onmiddellijke nabijheid grafveldsporen aanwezig zijn. In elk geval is in de bewuste proefsleuf wel een greppelspoor blootgelegd dat gelijktijdig kan zijn met het crematiegraf uit de Midden-IJzertijd (Verhelst 2003b).

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

31

Vooronderzoek: boringen Op basis van een inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen (voorheen Aanvullende Archeologische Inventarisatie) in 2000 en 2001 (RAAP) waren twee ruimtelijk gescheiden vindplaatsen aangetroffen op het toekomstige bedrijventerrein Hondsgemet te Meteren. Tijdens werkzaamheden op de Betuweroute was een graf uit de Midden-IJzertijd aangetroffen. Dit deed vermoeden dat de noordwesthoek van het terrein mogelijk een grafveld uit de periode kon herbergen. Vooronderzoek: proefsleuven Een eerste IVO-proefsleuven (ACVU) in het najaar van 2003 bracht aan het licht dat het om één enkele nederzetting (vindplaats 1) ging. De bewoningssporen waren te dateren vanaf de Late IJzertijd tot in de Laat-Romeinse periode. Deze bewoningssporen lagen voornamelijk in een langgerekte strook aan de westelijke oever van een restgeul. Een tiental structuren kon geïdentificeerd worden : 2 mogelijke hoofdgebouwen en 8 bijgebouwen (spiekers). Het mogelijke grafveld (vindplaats 2) werd niet aangetroffen. In de zomer van 2004 is een 2de IVO-proefsleuven uitgevoerd (ACVU). De primaire doelstelling van dit onderzoek in vindplaats 1 was het onderbouwen van een strategie de Opgraving van het nederzettingsterrein. Voor wat betreft vindplaats 2 diende een definitieve uitspraak gedaan te worden. Op basis van de resultaten van IVO 1 en 2 werd de omvang van de nederzettingskern geschat op 5,12 ha. Het PvE stelt dat 70% van de nederzettingskern opgegraven dient te worden.

Door de ROB werd geconcludeerd er sprake was van een vondst van nationaal belang voor de nederzetting. Definitieve opgraving is noodzakelijk. Hiervoor is overleg met de Staatssecretaris van OCW geweest, hetgeen heeft geleid tot een noodzakelijke subsidie. Het veldwerkgedeelte van de definitieve opgraving omvat : ! opgraving nederzettingskern :3,5 ha (waarvan 3,0 ha vindsplaatskern en 0,5 ha restgeul); ! opgraving nederzettingsperiferie : 0,25 ha; ! begeleiding van de aanleg van de wegcunetten (lengte: 2.875 m). Fysische geografie De vindplaats ligt in het rivierkleigebied. De resultaten van de AAI en beide IVO's tonen dat de vindplaats op de westflank van een ca. 150 m brede crevasserug ligt. De crevasse is ontstaan uit de Bommelse stroomgordel, die zich ten zuiden van het plangebied bevindt. Deze stroomgordel was actief tussen ca. 990 en 360 voor Chr. De crevasse heeft verschillende grillig gevormde zijtakken. Bodemopbouw Het bovenste deel van het bodemprofiel ter plekke bestaat uit oeverafzettingen (zavel en lichte klei), met daaronder crevasse-afzettingen (zand, met zavelige en kleiige afzettingen in de top) en vervolgens komafzettingen (klei met plaatselijk veenlagen). De crevasseafzettingen bereiken plaatselijk dikten tot ruim 2 m. In de oeverafzettingen zijn door bodemvormende processen vegetatieniveaus en laklagen ontstaan. Op het centrale, hoogste gedeelte van de crevasse ontbreken de jongere oeverafzettingen.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

32

Omvang Op basis van de resultaten van het IVO1 was geconcludeerd dat de minimumomvang van de sporenconcentratie geschat kon worden op 5,04 hectare en de maximumomvang 6,15 hectare. De onzekere factor hierin was de uitbreiding van de sporenconcentratie (in zuidwestnoordoostrichting) in het middendeel van de vindplaats. Op basis van het IVO2 kon de oppervlakte van de nederzettingskern bepaald worden op 5,12 ha. Ook bij de nieuwe schatting is evenwel sprake van een zekere marge. Deze heeft met name betrekking op de uitbreiding van de sporenconcentratie in noordelijke en zuidelijke richting. De noordgrens is in dit stadium niet relevant omdat deze juist buiten de huidige planfase van het bedrijventerrein ligt, maar de zuidgrens kan in de loop van het onderzoek nog nader worden bepaald. Van de nederzettingskern bevindt zich 2,3 ha binnen de zone met natuurlijke geulen en 2,8 ha daarbuiten, op de westelijke oever, met een klein gedeelte op de oostelijke oever. Datering De begindatum van de occupatie is te situeren in de 1ste helft van de Late IJzertijd (250 v. Chr. – 120 v.Chr.); een iets vroegere aanvang dus dan gedacht werd na het IVO1. De einddatum wordt nog steeds gelegd in de eerste helft van de 5de eeuw. De nederzetting is continu bewoond in deze hele periode. Vooral de Late IJzertijd/vroeg-Romeinse periode en de laatRomeinse periode zijn goed vertegenwoordigd in het sporenbestand. In de midden-Romeinse periode was de bewoning relatief minder uitgesproken dan in de voorgaande

en de volgende periode. Mogelijk hangt dit samen met de doorbraak van de derde geul (zie verder) waardoor het in dit gebied tijdelijk te vochtig was voor intensievere bewoning. Drie geulen Fysisch-geografisch blijkt de situatie iets ingewikkelder te zijn dan verondersteld na het IVO2. Tijdens het IVO1 zijn 2 geulen herkend aan de oostrand van het bewoningsterrein. Tijdens het IVO2 is geconcludeerd dat het eigenlijk om 3 geulen gaat. De 3 geulen hebben elk grosso modo een zuidoost-noordwest-verloop. Een eerste zeer brede geul – met onderin een vondsthoudende vullingslaag – is te dateren in de eerste helft van de Late IJzertijd (=Geul 1). De westelijke insnijding is plaatselijk herkend, de oostelijke niet vanwege de grote breedte. De diepte (minimaal 4 m) kon evenmin bepaald worden, wegens de onstabiele ondergrond en het grondwater. Een 2de geul ligt iets ten westen van de eerste. Deze geul is opgevuld aan het einde van de Late IJzertijd (= Geul 2). De westelijke insnijding van Geul 2 is ongeveer dezelfde als die van Geul 1. De 3de geul is degene met donkere vullingslagen, die al tijdens IVO1 herkend is (= Geul 3). Het verloop is lichtjes gewijzigd in oostelijke richting. Deze geul is te dateren in de Midden-Romeinse periode. In de onderste vullingslaag is namelijk dakpan en gedraaid aardewerk aangetroffen. Horizontale stratigrafie Gebleken is dat de begrenzing tussen de zone met geulen en de nederzettingskern op de oever niet zo scherp is als tijdens het IVO1 werd vermoed. Op de vulling van geul 2 blijken zich veel sporen uit de gehele Romeinse tijd te

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

33

bevinden, en op de vulling van geul 3 sporen uit het laatste deel van de midden-Romeinse tijd en mogelijk de laatRomeinse tijd. Met andere woorden, de woonplaats lijkt in de loop der tijd te zijn uitgebreid in oostelijke richting, over de inmiddels dichtgeraakte crevassegeulen. De nederzetting heeft zich in de Late IJzertijd wel voornamelijk ten westen van geul 2 uitgestrekt, maar veel bijbehorende mobilia zijn in Geul 2 geraakt. In de vroeg-Romeinse tijd kan het bewoningsareaal tot aan de oostrand van Geul 2 hebben gelopen, en na het dichtraken van geul 3, in de 2de eeuw na Chr., tot aan de oostrand van die geul, en op één plaats zelfs erbuiten. De spreiding van de sporen over het terrein suggereert echter dat het zwaartepunt van de bewoning zich in alle perioden in de oeverzone westelijk van geul heeft bevonden. Te verwachten sporen en vondsten De resultaten van het IVO2 bevestigen dat de gehele oeverzone ten westen van het geulenstelsel in de Late IJzertijd in gebruik was als bewoningsterrein. De bewoningssporen uit de Romeinse tijd concentreren zich echter in de zuidelijke helft van deze zone. Op basis van de voornaamste occupatieperiode en sporendichtheid is het mogelijk een zonering aan te brengen in de nederzettingskern buiten het geulengebied. De zonering is aangeduid in bijlage 2 en moet als zeer voorlopig worden beschouwd.3 Naast het normale sporenbestand voor een inheemse nederzetting uit genoemde perioden moet (op basis van het proefsleuvenonderzoek) rekening worden gehouden met:
3

! ! ! ! ! !

een rechthoekige omgreppeling uit de laat-Romeinse tijd (Zone A) (een) oven(-s) uit de vroeg-Romeinse tijd (Zone A) beschoeide waterputten (o.a. Zone A) uitbraaksleuven? dan wel greppels met zeer veel tufsteenpuin (zone A) speciale (metaal-)deposities in geul 2 (met name zone A en B) sporen van excarnatieplatforms? en losse menselijke skeletdelen (zone C)

De resultaten van de verschillende vooronderzoeken geven slechts aanleiding om tot de nederzetting behorende kavelgreppels te verwachten. De aanwezigheid van andere sporen of van sporen uit andere perioden kan echter niet geheel worden uitgesloten. Het vondstmateriaal is naar verwachting veel minder omvangrijk dan in de nederzettingskern. Het zal waarschijnlijk om wat aardewerk, botmateriaal en metaal gaan. Uitgevoerde onderzoeken Archeologie Hondsgemet Deze paragraaf omvat een samenvattend overzicht van de uitgevoerde onderzoeken “Archeologie Hondsgemet” Opsomming uitgevoerde onderzoeken: ! Bureaustudie 1999 . De in 1999 provinciaal verspreide IKAW kaart (indica-

Een beschrijving van de zones is te vinden in het Strategisch Plan voor het huidige onderzoek (Schurmans en Verhelst 2004).

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

34

!

!

!

! !

!

!

!

tieve kaart archeologische waarde) geeft een archeologische verwachting aan. Voor de plek waar nu de kern van de vindplaats aangetroffen is, bestond een lage verwachtingswaarde. Voor het aansluitende gebied was sprake van een hogere waarde. In 2000 heeft het bureau RAAP een voorstudie gedaan en daarna een archeologisch (boor)onderzoek uitgevoerd (RAAP Rapport 575). Tussen 2000 en 2002 is conform de aanbevelingen nader (boor)onderzoek uitgevoerd. Dit heeft geresulteerd in het RAAP rapport 850 van december 2002.

!

!

!

Na overleg tussen ROB en gemeente is het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit (ACVU) verzocht een programma van eisen te schrijven voor een IVO in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Na de zomervakantie van 2003 is het proefsleuvenonderzoek (2 delen), na het vragen van diverse offertes, uitgevoerd door ACVU-HBS. Spoedig na het uitvoeren van het werk werden in een briefrapport van 24 oktober 2003 de eerste conclusies gerapporteerd. In maart 2004 is een programma van eisen geschreven voor aanvullende proefsleufonderzoeken, de definitieve opgraving en archeologische begeleiding. Met dit p.v.e. zijn zowel provincie als ROB akkoord gegaan. 2de proefsleuven onderzoek (in 2 delen) uitgevoerd door ACVU-HBS in de zomer van 2004. Briefrapport d.d. 9 juli 2004 van ACVU-HBS inzake vindplaats 2, geen aanwezigheid grafveld nabij Betuweroute. Instemming verkregen van ROB en provincie. Plan van aanpak voor definitieve opgraving gereed september 2004. Instemming verkregen van ROB en provincie. In de periode tussen juni 2004 en december 2004 is intensief overleg geweest tussen ROB, ministerie van OCW en de provincie over financiering van de opgraving. Dit heeft in december 2004 geresulteerd in een bijdrage van het ministerie van OCW. In februari 2005 is gestart met de definitieve opgraving. ACVU/HBS is na een offertetraject het uitvoerende archeologische bedrijf in het gebied.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

35

4.20. Landschappelijke karakteristiek
Landschapstypen

Het oeverwallenlandschap heeft een afwisselend en gevarieerd landschapsbeeld. Plaatselijk bevinden zich binnen de halfopen landschapsstructuur grootschalige open ruimten. Hondsgemet is een dergelijke grotere open ruimte omgeven door boomgaarden en singelbeplantingen. De A15 begrenst Hondsgemet aan de zuidzijde en heeft over het gehele tracé geen begeleidende beplanting. Deze weg voegt zich daardoor naar het landschap. Het visueelruimtelijk beeld van het onderliggende landschap loopt als het ware over de A15 heen. De plaatsen waar de A15 infrastructuurlijnen kruist, zijn geaccentueerd door beplanting. Bij het knooppunt Wadenoijen vormen de molen en de stortplaats een "bijzonder" herkenningspunt. Het plangebied maakt deel uit van een laaggelegen vlakte binnen de oeverwal. Het gebied bestaat uit een open ruimte binnen de halfopen tot besloten structuur van het omringende landschap.

Impressie Meersteeg

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

36

Landschapsbeeld Hondsgemet Uit de impressies van het landschapsbeeld blijkt het volgende: ! op de stroomruggen komt bebouwing voor in afwisseling met weiden en boomgaarden; ! het oorspronkelijk wegenpatroon is in het algemeen grillig; ! binnen dit landschapspatroon vormt Hondsgemet een open ruimte. Nieuwe zuidrand plangebied: de Betuweroute ! de vuilstort vormt een artificieel element. Door de taluds van gras is er sprake van een geleidelijke overgang naar de omgeving. ! de visuele invloed van bebouwing op het landschap is beperkt; ! het gebied wordt aan de noord- respectievelijk zuidkant doorsneden door de spoorlijn “Geldermalsen-Tiel” en de rijksweg A15. Deze lijnelementen zijn in het totale landschapsbeeld manifest aanwezig. Het gebied wordt reeds in beduidende mate aangetast door de vuilstort en aanpalende gebouwen, alsmede de bestaande spoorlijn, de rijksweg A15, de Betuweroute en de Randweg 5e fase. Gezien deze infrastructurele en ruimtelijke aantasting van het totale gebied zal de ontwikkeling van het bedrijventerrein geen grootschalige landschappelijke gevolgen hebben. Een zorgvuldige opzet van de randen van het bedrijventerrein is noodzakelijk, bijvoorbeeld de vroegtijdige aanleg van groenvoorzieningen langs de westrand en een duidelijke presentatie van gebouwen naar de Randweg 5e fase. Hiermee wordt tevens duidelijk, dat de weggebruiker

Impressie zuidrand plangebied: Betuweroute in aanleg

Impressie aanleg Randweg 5e fase het dorp binnenrijdt. De Randweg verkrijgt mede hierdoor een binnenstedelijk karakter.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

37

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

38

Rijksweg A15 en de Betuweroute Door aanleg van de Betuweroute langs de rijksweg A15 zijn de visueel-ruimtelijke effecten van deze infrastructuurlijnen op het landschap aanmerkelijk toegenomen. Ter compensatie van deze effecten zijn inrichtingsmaatregelen noodzakelijk. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft gekozen voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein in de vorm van een zichtlocatie langs de A15 en de nieuwe Randweg 5e fase. Bebouwing van Hondsgemet mag vanuit de omgeving zichtbaar zijn.

4.21. Flora en Fauna
In verband met de voorgenomen ontwikkeling van het bedrijventerrein moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van in het kader van de Flora- en Faunawet beschermde soorten. Indien beschermde soorten in het plangebied voorkomen zal, indien geen vrijstelling geldt, voor het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de ingreep ontheffing ex artikel 75 van de Floraen Faunawet moeten worden aangevraagd. Om aan deze voorwaarde te voldoen is door Bureau Waardenburg een quick-scan uitgevoerd (rapporten 04-176 en 04-141). De conclusies van het onderzoek ten aanzien van de te verwachten effecten van de ingreep zijn als volgt. ! De voorgenomen ingreep zal geen negatief effect hebben op de duurzame instandhouding van beschermde planten; ! De voorgenomen ingreep zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de duurzame instandhouding van zoogdieren, met mogelijke uitzondering van vleermuizen; ! De voorgenomen ingreep zal geen negatief effect hebben op de duurzame instandhouding van beschermde amfibieën en vissen, met mogelijke uitzondering van grote modderkruiper M.b.t. grote modderkruiper kunnen nog geen uitspraken worden gedaan voor wat betreft effecten, omdat nog onbekend is of de soort aanwezig is. (Het dempen gebeurt bij voorkeur nadat de nieuwe watergangen zijn gegraven); De voorgenomen ingreep zal leiden tot een lokaal verlies aan biotoop voor broedvogels. Indien aanwezig

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

39

kunnen met de ingreep verblijfplaatsen van steenuilen verloren gaan. In het plangebied komt naar verwachting een aantal beschermde soorten voor. Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden zal naar verwachting leiden tot overtreding van verbodsbepalingen, waarvoor vrijstelling geldt of ontheffing zal moeten worden verkregen: ‘Categorie 1’-soorten Voor de ‘categorie 1’-soorten geldt een algemene vrijstelling, indien de werkzaamheden te karakteriseren zijn als ruimtelijke ingreep of bestendig gebruik en beheer. Het betreft in dit geval: gewone vogelmelk, zwanenbloem, mol, egel, gewone bosspitsmuis, tweekleurige bosspitsmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, aardmuis, veldmuis, woelrat, bosmuis, dwergmuis, konijn, vos, hermelijn, wezel, bunzing, kleine watersalamander, middelste groene kikker, gewone pad en bruine kikker. ‘Categorie 2’-soorten Voor de ‘categorie 2’-soorten geldt een vrijstelling, indien de werkzaamheden te karakteriseren zijn als ruimtelijke ingreep of bestendig gebruik en beheer én er gewerkt wordt op basis van een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. In het plangebied komt kleine modderkruiper voor. Omdat momenteel nog niet op basis van een door de Minister goedgekeurde gedragscode wordt gewerkt, wordt aanbevolen ontheffing ex artikel 75 van de Flora- en faunawet aan te vragen voor kleine modderkruiper:

Soort
Kleine modderkruiper Cobitis taenia

Verbodsbepaling
art. 10: verontrusten art. 11: beschadigen en vernielen van holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen

Maatregel
verplaatsen indien aangetroffen

In het plangebied komt naar verwachting een aantal soorten voor. Deze zijn in de navolgende tabel weergegeven:
Soort Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) Zwanenbloem (Butomus umbellatus) Mol (Talpa europaea) Ege(Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Woelrat (Arvicola terrestris) Veldmuis (Microtus arvalis) Dwergmuis (Micromys minutus) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Vos (Vulpes vulpes) Hermelijn (Mustela eriminea) Wezel (Mustela nivalis) Bunzing (Mustela putorius) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Gewone pad (Bufo bufo)

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

40

Middelste groene kikker (Rana klepton esculenta) Bruine kikker (Rana temporia) Kleine modderkruiper (Cobitis taenia) Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) Bittervoorn (Rhodeus sericeus amarus)

moet in een project- en compensatieplan worden aangegeven hoe schade wordt voorkomen, beperkt en/of gecompenseerd (mitigerende en compenserende maatregelen). Met betrekking tot de beschermde soorten ree en haas worden geen verbodsbepalingen overtreden en hoeft derhalve geen ontheffing te worden aangevraagd. Aanvullend onderzoek Door het Bureau Waardenburg B.V. is aanvullend veldwerk uitgevoerd in het gebied “Bedrijventerrein Hondsgemet 1e fase”. Dit veldwerk heeft zich gericht op het mogelijk voorkomen van vleermuizen en de grote modderkruiper. Dit onderzoek is uitgevoerd, daar alle soorten vleermuizen en de grote modderkruiper staan vermeld op de Europese Habitatrichtlijn. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het schrijven van het voornoemd bureau met kenmerk ES/05-156/2 d.d. 11 juli 2005. Op deze plaats wordt volstaan met het weergeven van de conclusie. Er zijn in het gebied geen soorten van de Habitatrichtlijn waargenomen, behalve de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Het is duidelijk dat deze soort een kolonie heeft, die net buiten het gebied gelegen is (ten noorden van de Plettenburglaan) en dat maar een klein deel van het studiegebied gebruikt wordt als jachtgebied. Het grootste deel van de vleermuizen kiest voor een jachtgebied in het noorden. Hierdoor kan worden gesteld, dat de gunstige staat van instandhouding voor deze soort hier niet in het geding is.

Het voorkomen van bittervoorn wordt uitgesloten, gezien de intensieve bemonstering die heeft plaatsgevonden en het ontbreken van grote zoetwatermossels (nodig voor de voortplanting). Kleine modderkruiper is aangetroffen in het plangebied ter weerszijden van de Meersteeg en voor deze soort zal dus ontheffing moeten worden aangevraagd. Indien blijkt dat de aanwezige bebouwing en oude wilgen dienst doen als verblijfplaats van vleermuizen en/of steenuilen dan dient voor deze soorten alsnog ontheffing te worden aangevraagd voor artikel 10 en 11 van de Flora- en Faunawet. Bij de aanvraag moet in een project- en compensatieplan worden aangegeven hoe schade wordt voorkomen, beperkt en/of gecompenseerd (mitigerende en compenserende maatregelen). Nader onderzoek dient uit te wijzen of vleermuizen of steenuilen aanwezig zijn. . Indien vleermuizen en of steenuil aanwezig zijn in het plangebied zal bekeken moeten worden welke maatregelen getroffen kunnen worden om de aanwezige dieren te ontzien. Voor wat betreft vleermuizen zullen de maatregelen moeten worden afgestemd op de locatie en de ter plekke aanwezige soorten en aantallen. Ook naar het voorkomen van grote modderkruiper zal nader veldonderzoek moeten worden uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek kan het nodig zijn dat er voor deze soort ontheffing wordt verkregen. Bij de aanvraag

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

41

De resultaten van dit vervolgonderzoek – samen met de resultaten in de eerder uitgevoerde Quick Scan (Bureau Waardenburg rapport nr. 04-141)- geven aan, dat het aanvragen van een ontheffing ex artikel 75 van de Flora en fauna niet nodig is voor wat betreft het plangebied Hondsgemet fase 1. De zorgplicht blijft altijd geldig; voor de invulling daarvan zijn enkele handreikingen gegeven. Aanbevelingen Het is mogelijk om tijdens de aanleg van het industrieterrein rekening te houden met gewone dwergvleermuizen door bomen aan te planten langs de weg. Hierdoor kan het toekomstige industrieterrein ook interessant jachtgebied vormen voor de gewone dwergvleermuizen.

4.22. Infrastructuur
Door en langs het plangebied loopt een aantal wegen, te weten: ! Meersteeg. Deze weg loopt aan de noordelijke zijde van het plangebied en takt aan op de Plettenburglaan ! Plettenburglaan: Deze weg loopt midden door het plangebied vanaf de Randweg 5e fase naar de AVRI. Tevens takt de Meersteeg aan op deze weg. ! Blankertseweg. Deze weg loopt ten westen van het plangebied. Het smalle profiel maakt deze weg ongeschikt voor het vervullen van een extra verkeersfunctie. Dit betekent, dat sluipverkeer over deze weg dient te worden tegengegaan. ! Randweg 5e fase. Eén van de gevolgen van de aanleg van de Betuweroute is het geheel of gedeeltelijk vervallen van de aansluitingen op de A15 ter hoogte van Meteren en Wadenoijen. Ter plaatse van de Blankertseweg is een nieuwe, vervangende aansluiting op de A15 aangelegd en de Randweg, 5e fase. Deze bevindt zich tussen de kruising van de Randweg met de Provinciale weg Oost (N327) en de kruising van de Blankertseweg met de A15. De Randweg maakt deel uit van de randwegenstructuur.

Deze maatregelen zijn planologisch geregeld in het kader van de Tracéwetprocedure ten behoeve van de aanleg van de Betuweroute en in het bestemmingsplan “Betuweroute”. Dit betekent, dat de aanleg van het nieuwe knooppunt alsmede de afsluiting van het bestaande knooppunt een reeds genomen besluit is. Inmiddels is de nieuwe aansluiting op de rijksweg A15 opengesteld. Mer

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

42

Ten behoeve van de beleidsbeslissing tot de aanleg van de Randweg, is een milieueffectrapport opgesteld. Op deze plaats wordt verwezen naar: ! MER Randweg, 5e fase, Samenvatting (juni 2000); ! Milieueffectrapport, Randweg Geldermalsen 5e fase (juni 2000); ! MER Randweg 5e fase Bijlagenrapport (juni 2000); ! Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Aanleg randweg vijfde fase Geldermalsen d.d. 23 augustus 2000. Op basis van artikel 19 lid 1 WRO procedure is de aanleg van de "Randweg 5e fase" inmiddels planologisch onherroepelijk geworden (art. 19. d.d. 17-04-2001, verklaring van geen bezwaar d.d. 20-02-2001) en aangelegd. Spoorwegovergang Na realisering van de Randweg en de nieuwe overweg wordt de overweg ter hoogte van de AVRI opgeheven (de overgang nabij “Molenaar banket” is reeds opgeheven). Voor het deel in de Meersteeg ten westen van de Randweg is in de uitvoering van de volgende maatregelen voorzien: 1. direct ten noorden van de spoorbaan ‘GeldermalsenTiel-Arnhem’ is voor het fruitverkeer en het langzame verkeer aan de noordzijde van het spoor een nieuwe weg gecreëerd. Het fruitverkeer kan vanaf de op- en afritten Wadenoijen via de Zeekade (ten oosten van Bedrijventerrein Hogeweide) ongestoord richting de fruitveiling in Geldermalsen rijden. 2. de ontsluiting voor “Molenaar banket” is geregeld via de aan te leggen fiets/parallelstructuur. Deze parallelweg is aangesloten op de rotonde in de Randweg.

Het oostelijk deel van de Meersteeg en de AVRI is bereikbaar door de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg (Plettenburglaan) tussen de Randweg, 5e fase en de AVRI. Deze weg is centraal over het bedrijventerrein "Hondsgemet" aangelegd. Openbaar vervoer De Randweg zal een belangrijke rol vervullen in het openbaarvervoersysteem van Geldermalsen. De Randweg vormt onderdeel van het tracé van het Snelnet.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

43

4.23. Milieubelasting
Op de vorenstaande afbeelding is de huidige milieubelasting van het plangebied weergegeven. Met betrekking tot deze afbeelding worden de volgende opmerkingen geplaatst. 1. In het oosten van het plangebied ligt de afvalstortplaats met aanpalende voorzieningen van de AVRI. Rond deze stortplaats is een hinderzone van 300 meter aanwezig. Deze zone overlapt het oostelijk deel van het plangebied. 2. Langs de Meersteeg is de firma Bron gevestigd: rond dit bedrijf bestaat een –theoretische- hinderzone van 700 meter. De grote omvang van deze zone wordt bepaald door een open composteringsinrichting. De activiteit (composteren) is er niet en is ook planologisch niet mogelijk (en wenselijk). De zone vervalt daarmee van rechtswege; 3. Voorts treedt een milieubelasting op vanwege de bestaande spoorlijn “Tiel-Geldermalsen”, de rijksweg A15 en de geprojecteerde Betuweroute. De 57 dB(A) contourlijn van de Betuweroute en de bestaande spoorlijn zijn op nevenstaande afbeelding weergegeven; 4. In verband met de aanleg van de Betuweroute is de Randweg 5e fase aangelegd. Op nevenstaande afbeelding zijn de 50 dB(A) en 55 dB(A) contourlijnen aangegeven. Deze milieuzones belasten de kwaliteit van het bestaande milieu. Voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein vormen deze zones geen wezenlijke belemmering. Het merendeel van de zones heeft betrekking op geluid: bedrijven zijn als niet geluidsgevoelig aangemerkt. Wel vindt bij de uitgifte een zekere afstemming plaats op de hinderzone van de AVRI en firma Bron (interne milieuzonering).

4.24. Externe veiligheid
De provincie Gelderland heeft een zogenaamde risicokaart opgesteld. Op de kaart zijn zoneringsafstanden van plaatsgebonden risico berekend. De zoneringsafstand is de afstand vanaf een risicobron waar een bepaald plaatsgebonden risico (PR) is. In de Nederlandse milieuweten regelgeving zijn er grenswaarden gesteld voor het plaatsgebonden risico. Het PR geeft aan op welke plek (de risicocontour) er een bepaalde kans is op een ramp en eventuele slachtoffers daarbij. Vanaf de rand van de risicocontour neemt het risico tot de bron toe.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

44

verblijft, komt te overlijden door een ongeval van het vervoer van gevaarlijke stoffen moet kleiner zijn dan 1 op 1 miljoen. Uit de Risicoatlas wegtransport gevaarlijke stoffen blijkt dat de A15 evenmin de waarde van 10-6 overschrijdt. Deze bevinding wordt ondersteund vanuit het “Rapport Externe veiligheid Klauterland Tiel” opgesteld door Cauberg-Huygen in opdracht van Pouderoyen Compagnons (maart 2005). Deze locatie is eveneens in de onmiddellijke nabijheid van de rijksweg A15 en de Betuweroute geprojecteerd. Deze situatie is representatief voor het verkeersbeeld ter hoogte van de rijksweg A15 ter hoogte van Hondsgemet. Uit dit onderzoek zijn de volgende berekeningsresultaten voortgekomen: ! 10-6 contour 0 meter ! 10-7 contour 110 meter ! 10-8 contour 192 meter De in het desbetreffend onderzoek met RBMII berekende PR-contouren wijken af van de risicocontouren, zoals deze staan vermeld in de risicoatlas. Ten opzichte van de risicoatlas zijn de berekende risicocontouren circa 50 meter kleiner. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat er geen risicocontour nabij het plangebied ligt. Zoneringsafstand PR in 2010 Nieuwe gevoelige bestemmingen mogen niet worden gerealiseerd in gebieden waar sprake is van een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar. Voor het PR geldt als norm dat dit kleiner dan 10-6 moet zijn: de kans per jaar dat een persoon, die op een bepaalde plaats Ten gevolge van het transport voor gevaarlijke stoffen per spoor zijn de volgende risicocontouren berekend: ! 10-6 contour 3 meter ! 10-7 contour 91 meter ! 10-8 contour 338 meter Het groepsrisico ten gevolge van zowel wegtransport als railtransport bevindt zich onder de oriëntatiewaarde. Geconcludeerd kan worden, dat ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen geen of zeer geringe 10-6 PR-contouren aanwezig zijn. Het PR vormt derhalve geen

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

45

belemmering voor de realisering van het bedrijventerrein Hondsgemet. Het groepsrisico bevindt zich beneden de oriëntatiewaarde. Een nauwkeuriger en gedetailleerdere analyse van het groepsrisico kan uiteraard een ander beeld geven, maar de verwachting is niet dat het groepsrisico dan wel de oriëntatiewaarde zal overschrijden. Uit het aangehaalde onderzoek kan worden afgeleid, dat het GR de realisering van het bedrijventerrein Hondsgemet niet belemmert. Luchtkwaliteit Het achtergrondniveau van de luchtkwaliteit zal de grenswaarden voor de jaren 2004, 2010, 2015 en 2020 niet overschrijden. Het verkeer over de Plettenburglaan zal door de ontwikkeling van het bedrijventerrein toenemen. Met een uiteindelijk oppervlakte van circa 45 ha uitgeefbaar bedrijventerrein kan verwacht worden, dat er gemiddeld ruim 10.000 motorvoertuigen per dag worden gegenereerd. Er kan er vanuit gegaan worden, dat 20% hiervan vrachtverkeer is. Uit het behoefte onderzoek blijkt, dat circa 70% van de te vestigen bedrijven uit de gemeenten Geldermalsen en Lingewaal en Neerijnen afkomstig zijn en 30% nieuwe bedrijven. Door de te verwachten bedrijfsverplaatsingen treedt in de genoemde gemeenten een verbetering van de luchtkwaliteit op in de bestaande bebouwde kom.. Op een afstand van 25 meter uit de wegas van de Plettenburglaan zijn de berekeningen van de luchtkwaliteit uitgevoerd. Hieruit blijkt dat alleen de grenswaarden van fijn stof overschreden worden voor de jaren 2015 en 2020. Er

zijn respectievelijk 39 en 36 overschrijdingsdagen van het 24-uurgemiddelde. Er zijn 35 overschrijdingsdagen toegestaan. Indien de aftrek van zeezout (natuurlijke en geen schadelijke fijn stof) wordt toegepast, kunnen 6 overschrijdingsdagen (Meetregeling Luchtkwaliteit 2005, bijlage behorende bij artikel 12, 6e lid) afgetrokken worden. Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt dan 29. Dit betekent, dat er volgens de vorenstaande normering geen overschrijding van de grenswaarden plaats heeft. De uitstoot van bedrijven zelf ligt vooralsnog niet in de verwachting. Dit zal - in combinatie met wegverkeer - niet leiden tot overschrijding van de grenswaarden. Dit door de soort van de bedrijvigheid (kantoren en logistiek) en sterke ontwikkeling van de milieumaatregelen en bijbehorende technische ondersteuning. In het verlengde hiervan moet gekozen worden voor een duurzame bedrijfsvoering en beleidskeuzes.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

46

4.25. Samenvattende conclusies
Het plangebied heeft redelijke landschappelijke waarden. Deze staan onder druk als gevolg van de rijksweg A15, de spoorlijn Tiel-Geldermalsen, de Betuweroute en de Randweg 5e fase. In de Structuurvisie Geldermalsen is geconcludeerd, dat Hondsgemet in aanmerking komt voor ontwikkeling van stedelijke functies. Bij deze ontwikkeling wordt zoveel als mogelijk met de gebiedseigen kwaliteiten rekening gehouden. Uit dit oogpunt wordt onder meer de Meersteeg als structuurlijn behouden. Teneinde de nieuwe aansluiting “ Geldermalsen” in het langgerekte beeld van de rijksweg A15 te markeren, is het plaatsen van een herkenningspunt gewenst. De zuidwestrand van het bedrijventerrein vervult hierin een duidelijke functie. In het plangebied is sprake van een “historisch” verkavelingspatroon. Het volgen van dit patroon in het nieuwe stedelijk gebied, is niet noodzakelijk. De bestaande en nieuwe infrastructuurlijnen zijn meer ‘dwingend” voor deze structuur. Mede hierdoor ontstaat er een goede samenhang tussen het stedelijk gebied en de omsluitende infrastructuur. Deze samenhang voorkomt schadesnijdingen in percelen en een minder efficiënte verkaveling. Tenslotte wordt opgemerkt, dat het regenwater van in ieder geval de daken in het gebied moet worden opgevangen. Uitgangspunt is, dat de afvoercapaciteit van de watergang benedenstrooms niet mag worden vergroot.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

47

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

48

5.

STREEFBEELD

5.26. Stedenbouwkundige opzet
De planopzet gaat in principe uit van de volgende fasering: 1. de Randweg 5e fase is aangelegd: de externe ontsluiting van het bedrijventerrein is aanwezig; 2. de centrale ontsluitingsweg (Plettenburglaan) is gerealiseerd ter ontsluiting van de AVRI en de bewoners/bedrijven aan de Meersteeg. 3. de overgangen bij de AVRI en de Meersteeg in de spoorlijn “Geldermalsen-Tiel” zijn opgeheven.; 4. het motorcrossterrein grenzend aan het AVRI terrein, vervalt. Dit gebied wordt bij het bedrijventerrein betrokken; 5. in het zuidelijk en midden deel van het bedrijventerrein vindt de ontwikkeling van "regulier" bedrijventerrein plaats met een maximale uitgifte van gronden; 6. in een laatste fase worden de gronden tussen de Meersteeg en de spoorlijn "Tiel-Geldermalsen" ontwikkeld. Gestreefd wordt naar een groen bedrijventerrein met kantoorhoudende bedrijven en mogelijke enkele woon/werkcombinaties; 7. de vuilstort wordt afgebouwd en de stort beëindigd. AVRI streeft naar overkapping van de overslag en een verdere ontwikkeling van afvalverwerkende bedrijvigheid; 8. in de planopzet wordt rekening gehouden met een voldoende groot en ecologisch verantwoord watersysteem. Uitgangspunt is dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein (middels deelplannen) niet zal leiden tot waterproblemen, zowel qua structuur als qua berging als qua kwaliteit.

In dit hoofdstuk volgt een presentatie van het stedenbouwkundig plan voor het bedrijventerrein “Hondsgemet”.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

49

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

50

5.27. Opzet zuidelijk plandeel
Externe en interne ontsluiting Het streefbeeld gaat uit van een duidelijke wegenstructuur met een eenvoudige routing en een heldere oriëntatie: 1. Randweg. De Randweg 5e fase vormt de externe ontsluitingsweg van Hondsgemet. Op deze weg is een rijsnelheid toegestaan van 80 km/uur. Het bedrijventerrein wordt door middel van één rotonde vanaf deze weg ontsloten. 2. Plettenburglaan. Deze centrale ontsluitingsweg krijgt het karakter van een representatieve laan. 3. Meersteeg-Plettenburglaan. De Meersteeg en de Plettenburglaan sluiten op elkaar aan. Hierdoor is het mogelijk om vanaf de Meersteeg de Randweg 5e fase en de rijksweg A15 te bereiken. 4. Ontsluiting bedrijventerrein. Er wordt uitgegaan van de aanleg van drie parallel aan de A15 lopende ontsluitingswegen. Deze worden door één centrale ontsluiting met de onder –2- genoemde Plettenburglaan. 5. Brandweer/vluchtroute. Tussen de centrale ontsluitingsweg en het zuidelijk deel van het bedrijventerrein wordt aan de oostkant een tweede ontsluitingsweg aangebracht. Deze weg gaat als vluchtroute en aanrijroute voor de brandweer fungeren op momenten, dat de hoofdtoegang door calamiteiten is geblokkeerd. Tevens zal er een calamiteitenontsluiting komen bij de aansluiting Meersteeg/Randweg. Een calamiteitenontsluiting aan de oostzijde van het plan zal bezien worden in het kader van de ontwikkelingen bij de AVRI. 6. Langzaam verkeer. De benadering vindt via de Randweg 5e fase en de Blankertseweg plaats. Langs de Randweg is een parallelweg aangelegd. Deze wordt tevens bestemd voor (brom)fietsverkeer. Voorts is tussen de Blankertseweg en de Randweg 5e fase een langzaam verkeersverbinding aangelegd.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

51

Inrichting eerste fase indicatief

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

52

Groenstructuur De omgevingskwaliteit bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van het productiemilieu en wervingskracht van het bedrijventerrein. Deze kwaliteit wordt mede door de volgende maatregelen verkregen: 1. Laanbeeld Randweg. Langs de Randweg wordt aan weerszijden van de hoofdrijbaan één bomenrij wenselijk geacht. Deze beplanting vormt een ruimtelijke geleiding van de weggebruiker. Vanuit de provincie stuit dit echter op bezwaren, rekening dient te worden gehouden met een obstakelvrije zone conform de RONA richtlijnen. 2. Stedelijke wand. De westrand van het bedrijventerrein krijgt een bijzonder karakter. Deze wand vormt immers het decor van de entree van Geldermalsen. Dit karakter wordt verkregen door aanleg van een waterpartij, een begeleiding van de ruimte door voorzijden van gebouwen en door situering van een markant gebouw. 3. Zuidrand. In de zone tussen de Betuweroute en de rijksweg A15 wordt de aanleg van één tot twee bomenrijen voorgestaan. Deze beplanting zorgt primair voor geleiding van de weggebruikers over de rijksweg. Ten noorden van de Betuweroute wordt de aanleg van een waterberging en aansluitend (inheems) groen voorgestaan. Het verticaal groen draagt zorg voor orde en structuur. Het groen krijgt een transparant karakter. Dat wil zeggen, de achterliggende bedrijfsgebouwen blijven zichtbaar vanaf de rijksweg A15. Het groen voorkomt echter een te scherpe confrontatie van bedrijfsgebouwen met het landschap. 4. Oostrand. De oostrand wordt voorzien van een aaneengesloten groenzone.

5. Plettenburglaan. De centrale ontsluitingsweg krijgt het karakter van een representatieve laan. Hiertoe worden onder meer in de bermen één bomenrij ingeplant. Het gemeentebestuur streeft naar een zo ecologisch en natuurvriendelijke inrichting van groengebieden. Uiteraard zal er ook sprake zijn van duurzaam groenbeheer. Hiertoe worden zoveel mogelijk inheemse bomen en overige beplantingen toegepast. In hoofdstuk 6 wordt nader op deze aspecten ingegaan.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

53

Inrichting eerste fase indicatief

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

54

Waterstructuur In het stedenbouwkundig plan zijn de bestaande watergangen vervangen door een in de randen van het zuidelijk plandeel aan te leggen waterstelsel. In dit waterstelsel vindt de waterberging vanuit dit plandeel plaats. Het oppervlak van dit waterstelsel bedraagt circa 10 % van het totale grondoppervlak van de eerste en tweede fase. De waterpartij aansluitend op de Randweg heeft tot doel om niet alleen een structurele waterberging te verkrijgen, maar ook om een bijzondere rand van het bedrijventerrein te creëren. De afwerking van de oostelijke oever van deze ruimte kan ter hoogte van de beoogde markante bebouwing (het “eiland”) uit harde materialen bestaan. De overige oevers en watergangen krijgen een meer natuurlijke inrichting. De hellinghoeken worden daartoe flauw aangelegd. De watergang parallel aan de centrale ontsluitingsweg heeft tevens tot doel om een barrière te vormen tegen het vrij betreden van het bedrijventerrein (afsluiting in de nachtperiode en in de weekends).

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

55

Inrichting eerste fase indicatief

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

56

Bebouwingsbeeld Het is belangrijk, dat er een evenwichtig bebouwingsbeeld wordt gerealiseerd. Behalve door strakke vormgeving van wegen- en groenstructuur wordt dit ook door de opzet en situering van de bebouwing bewerkstelligd. Dit houdt in, dat bij de uitgifte van bedrijventerrein aandacht aan de beeldkwaliteit wordt besteed. Met betrekking tot de zonering van het bedrijventerrein wordt het volgende opgemerkt: 1. Westrand. De westrand van het bedrijventerrein bestaat uit een representatieve wand. De bebouwing is met de voorzijde op de Randweg georiënteerd. Dit waarborgt een rustige entree Het heeft de voorkeur hier de meer representatieve, volumineuze detailhandel te concentreren. 2. Markant gebouw. Op één plaats wordt op een eiland de bouw van een markant gebouw beoogd. Dit gebouw dient zich door een bijzondere, hoogwaardige vormgeving zich te onderscheiden. Dit onderscheid wordt geaccentueerd door het gebouw ook in hoogte een afwijkende maat te geven. Bijvoorbeeld, een ranke toren van maximaal 25 meter kan deze poort tot Geldermalsen in het wegbeeld van de rijksweg A15 markeren. Door deze bijzondere vormgeving en uitstraling ontstaat in ieder geval langs de Randweg 5e fase een duidelijk herkenningspunt en zo mogelijk ook langs de A15. 3. Plettenburglaan. In deze zone vestigen zich representatieve voor een deel publiekgerichte bedrijven (volumineuze detailhandel). Hiermee ontstaat centraal op het bedrijventerrein een thematische eenheid.

4. Bebouwingsbeeld. De verschillende hoofdlanen over het bedrijventerrein worden door hoofdgebouwen duidelijk ondersteund. Langs deze straten dienen zo veel als mogelijk wanden te worden gerealiseerd. Motorcrossterrein Op termijn is de beëindiging van het huidig gebruik van het motorcrossterrein binnen Hondsgemet zonder meer een noodzaak. Er vindt onderzoek plaats naar mogelijkheden om een nieuw motorcrossterrein aan te leggen. Op het moment dat deze gronden vrijkomen zal de gemeente nagaan welke bestemming de vrijkomende gronden kunnen krijgen. Het ligt voor de hand deze gronden toe te voegen aan het aangrenzend bedrijventerrein. De aangegeven interne wegenstructuur kan hiervoor betrekkelijke eenvoudig in oostelijke richting worden verlengd. Tevens zal een deel van het terrein kunnen worden ingericht als gronddepôt ten behoeve van de gemeente. Aan een dergelijk depôt bestaat een duidelijke behoefte.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

57

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

58

5.28. Opzet middengebied
De begrenzing van het middengebied is op nevenstaande afbeelding weergegeven. De exacte invulling staat nog niet vast. Externe en interne ontsluiting Het streefbeeld gaat uit van een duidelijke wegenstructuur met een eenvoudige routing en een heldere oriëntatie: 1. Centrale interne ontsluitingsweg. De externe ontsluiting vindt plaats vanaf de Plettenburglaan. Het aansluitpunt ligt kort op de rotonde in de Randweg 5e fase; 2. Ontsluiting bedrijventerrein. Er wordt uitgegaan van de aanleg van een parallel aan de Randweg 5e fase lopende ontsluitingsweg. Deze verbindt het onder –1genoemd ontsluitingspunt met de Meersteeg; 3. Meersteeg. Deze landweg wordt gehandhaafd en krijgt de functie van interne ontsluitingsweg van het bedrijventerrein. Het profiel van deze weg wordt wel aan de nieuwe, verzwaarde verkeersfunctie aangepast; 4. Tweede ontsluiting. Tussen de Meersteeg en de Plettenburglaan (ad 1) wordt een tweede ontsluitingsweg aangebracht. Deze weg gaat mede als vluchtroute en aanrijroute voor de brandweer fungeren op momenten, dat de hoofdtoegang door calamiteiten is geblokkeerd. 5. Interne ontsluitingswegen. Het beloop van de interne ontsluitingswegen zal sterk door het uitgifteplan worden bepaald. Vermoedelijk kan worden volstaan met een weg, die parallel loopt aan de centrale interne ontsluitingsweg en vervolgens afbuigt naar de Meersteeg.

6. Langzaam verkeer. De benadering vindt via een parallelwegstructuur langs Randweg 5e fase plaats. Groenstructuur De omgevingskwaliteit bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van het productiemilieu en wervingskracht van het bedrijventerrein. Deze kwaliteit wordt mede door de volgende maatregelen verkregen: 1. Stedelijke wand Randweg 5e fase. De westrand van het bedrijventerrein krijgt een bijzonder karakter. Deze wand vormt immers het decor van de entree van Geldermalsen. Dit karakter wordt verkregen door aanleg van een waterpartij, een representatieve interne ontsluitingsweg en de begeleiding van de ruimte door voorzijden van gebouwen. 2. Plettenburglaan.. De centrale ontsluitingsweg krijgt het karakter van een representatieve laan. Aan de noordkant wordt een waterberging gerealiseerd met een strakke en een deels natuurlijke beplanting. Deze watergang heeft tevens tot doel een barrière te vormen tegen het vrij betreden van het bedrijventerrein (afsluiting in de nachtperiode en in de weekends). In de zuidelijke berm ligt een vrijliggend fietspad. 3. Meersteeg. De Meersteeg wordt als een meer representatieve interne ontsluitingsweg aangelegd. De weg zal hiertoe aan beide zijden door een groene berm met beplanting visueel-ruimtelijk worden begeleid. De Meersteeg krijgt hiermee het karakter van een laan. Het gemeentebestuur streeft naar een zo ecologisch en natuurvriendelijke inrichting van groengebieden. Uiteraard zal er ook sprake zijn van duurzaam groenbeheer. Hiertoe

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

59

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

60

worden zoveel mogelijk inheemse bomen en overige beplantingen toegepast. . Waterstructuur In het stedenbouwkundig plan zijn de watergangen vervangen door een in de zuidrand aan te leggen waterstelsel. In dit waterstelsel vindt de waterberging vanuit dit plandeel plaats. Het oppervlak van dit waterstelsel bedraagt circa 10 % van het totale grondoppervlak van de eerste en tweede fase. Vanuit duurzaam watergebruik wordt waar nodig een verbindend derde riool aangelegd (zie paragraaf 7.3). De waterpartij aansluitend op de Randweg heeft tot doel om niet alleen een structurele waterberging te verkrijgen, maar ook om een bijzondere rand van het bedrijventerrein te creëren. De oevers en watergangen krijgen een meer natuurlijke inrichting. De hellinghoeken worden daartoe flauw aangelegd. Bebouwingsbeeld Ook in dit plandeel wordt aandacht beeldkwaliteit besteed. Met betrekking tot de zonering wordt het volgende opgemerkt: 1. Westrand. De westrand bestaat uit een representatieve wand. De bebouwing is met de voorzijde op de Randweg georiënteerd. Dit waarborgt een rustige begeleiding. Het heeft de voorkeur hier representatieve, volumineuze detailhandel en kantoorhoudende bedrijven te concentreren. 2. Plettenburglaan Langs de centrale ontsluitingsweg kunnen bedrijven in een groene setting worden

geplaatst. Dit benadrukt het representatief karakter van deze centrale ontsluitingsweg. 3. Meersteeg. De Meersteeg wordt door hoofdgebouwen duidelijk ondersteund. Langs deze laan dient een strakke wand te worden gerealiseerd. 4. Hoveniersbedrijf. Langs de zuidkant van de Meersteeg is momenteel een hoveniersbedrijf ontwikkeld. Dit bedrijf wordt uiteraard op een evenwichtige wijze in de structuur van het noordelijk deel van het bedrijventerrein ingepast. 5. Woningen. De bestaande woningen langs de Meersteeg worden positief bestemd. Hiermee zijn de rechten gerespecteerd. Bij de planontwikkeling wordt er vanuit gegaan, dat deze burgerwoningen worden geamoveerd of als bedrijfswoning worden hergebruikt.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

61

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

62

5.29. Opzet noordelijk plandeel
De begrenzing van het noordelijk plandeel is op nevenstaande afbeelding weergegeven. Deze uitwerking zal binnen de volgende – deels nog indicatieve randvoorwaarden plaatsvinden: Externe ontsluiting De externe ontsluiting vindt plaats via de Meersteeg. De laan is aanwezig. Er behoeven redelijkerwijs geen aanvullende verkeersvoorzieningen voor dit plandeel te worden gemaakt. Groenstructuur Het noordelijk plandeel vormt een overgangsgebied tussen het bedrijventerrein, de spoorlijn en het bedrijventerrein Hoge weide. De groenstructuur dient een soepele overgang naar deze omgeving te bewerkstelligen. Tevens heeft het gemeentebestuur zich in de Structuurvisie Geldermalsen uitgesproken voor de aanleg van een groenzone langs deze spoorlijn. Hiermee wordt de mogelijke verbinding van de groenvoorzieningen in de kern Geldermalsen met de vuilstort en de aldaar na mogelijke afbouw te realiseren groenvoorzieningen opengehouden.. Bij de inrichting van deze zone wordt deels het aanwezige groen zoveel mogelijk gehandhaafd. Waar noodzakelijk vindt een aanvulling plaats, zodat een aaneengesloten bosplantsoen ontstaat. Dit plantsoen krijgt een aaneengesloten karakter en loopt vanaf de overgang in de Randweg 5e fase naar de Betuweroute.

Bebouwingsbeeld De Meersteeg vormt één van de stedelijke dragers voor de structuur van het bedrijventerrein. Dit betekent, dat langs de zuidrand (fase 3 en 4) van deze weg een strakke begeleiding door bebouwing wordt beoogd, maar aan de noordrand zal de Meersteeg een meer groene begeleiding krijgen teneinde het overgangsgebied te benadrukken. Bedrijven worden in een groene, parkachtige, setting geplaatst. Dit benadrukt het representatief karakter van deze bedrijven en tevens de positie van dit overgangsgebied. Dit betekent onder meer, dat bedrijven hier worden verplicht een meer omvangrijk deel van het perceel groen in te richten en tevens uit te gaan van een lager bebouwingspercentage. Tenslotte wordt opgemerkt, dat het sfeerbeeld van deze locatie zich leent voor enkele woon/werkcombinaties (westelijk plandeel) en kantoorhoudende bedrijven. Er moet wel rekening worden gehouden met de milieuzone rond de AVRI. Waterberging In de noordrand van dit plandeel kunnen watergangen en waterbergingen worden aangebracht.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

63

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

64

5.30. Opzet AVRI terrein
De begrenzing van het AVRI-terrein is op nevenstaande afbeelding weergegeven. Het gebied bestaat uit de oorspronkelijke vuilstort,de aangrenzende milieustraat, weegbrug en bijbehorende kantoorgebouwen. De exacte toekomstige invulling van dit gebied staat op dit moment niet vast, maar er zijn wel enkele ontwikkelingen en uitgangspunten waar bij de uitwerking rekening mee gehouden dient te worden. 1. ontwikkelingen op het AVRI-terrein mogen de uitgifte van bedrijventerrein Hondsgemet niet in de weg staan. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling van het gehele bedrijventerrein ten westen van de AVRI voor de nu voorziene doelgroepen, mag niet worden belemmerd; 2. de externe ontsluiting vindt plaats via de Plettenburglaan. 3. het gebruik van de vuilstort zal afgebouwd worden, waarna de vuilstort op termijn haar huidige functie zal verliezen. Op voorhand wordt uitgegaan van een groene invulling, bij de definitieve afbouw zal nadrukkelijk in detail overwogen worden wat de meest wenselijke en passende functie en vormgeving is, waarbij passendheid in de omgeving een grote rol zal moeten spelen. 4. de bestaande overslag zal overkapt gaan worden (ca. 7.000 m2) ; 5. nabij de milieustraat is nog enige ruimte voor bedrijven welke een functionele koppeling hebben met de milieustraat. Deze afvalwerkende bedrijven kunnen een (sub)regionale functie krijgen als onderdeel van het thematisch bedrijventerrein (afvalwerking);

6. vestiging van dergelijke bedrijven wordt niet op voorhand uitgesloten, mits passend in de omgeving (bebouwing, bouwhoogte, bebouwingspercentages) en de gewenste uitgifte van het eigenlijk bedrijventerrein in milieuhygiënisch opzicht niet wordt belemmerd. 7. binnen de totale planvorming en eventuele regionale afstemming wordt de komst van windmolens en verplaatsing van het nabijgelegen crossterrein naar het AVRI terrein niet uitgesloten. De actualisatie van de Structuurvisie Geldermalsen, de notitie “Wikken en wegen” geeft omtrent de AVRI nog het volgende aan: In aansluiting op de plannen voor bedrijventerrein Hondsgemet heeft de AVRI een plan laten opstellen voor de eigen locatie de Meersteeg. Belangrijke elementen zijn de tot 15 meter hoge hallen aan de noordzijde van de stortbergen. Aan de oostzijde komt een 'landschappelijke afwerking'. Rond het gehele terrein komt een groensingel te liggen, in aansluiting op die rond Hondsgemet. Doel van het plan is een kwaliteitsslag in de be- en verwerking van afval en de stortactiviteiten te beëindigen. Het resultaat is een milieustraat, met onder andere een overslaghal, ruim omgeven door groenzones. Overigens is voor alle plannen binnen het AVRI terrein archeologie een belangrijk aandachtspunt.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

65

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

66

5.31. Fasering
Het plangebied wordt in fasen gerealiseerd. De exacte fasering wordt mede bepaald door de marktvraag, de eigendomsverhoudingen, archeologie en praktische ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de huidige inzichten wordt een voorkeur uitgesproken voor de volgende fasering: 1. de eerste fase wordt gevormd door ontwikkeling van de westelijke helft van het zuidelijk plandeel, alsmede de gehele zone langs de Betuweroute. Met de ontwikkeling van deze eerste fase wordt het entreegebied van de kern Geldermalsen vanaf de rijksweg A15 vormgegeven. Tot de eerste fase wordt ook de zone direct langs de Betuweroute gerekend. De aanleg van de ontsluitingsweg is reeds op korte termijn noodzakelijk ten behoeve van de bereikbaarheid van deze spoorlijn voor de brandweer. Het realiseren van de geprojecteerde kavels langs de route betekent een zo doelmatig mogelijk gebruik van deze infrastructuur. Tevens kan hiermee de gehele rand van het bedrijventerrein naar de rijksweg A15 zo snel mogelijk de beoogde eindvorm verkrijgen; 2. de tweede fase kan worden gevormd door ontwikkeling van het noordoostelijk deel van het zuidelijk plandeel. Hiermee wordt dit plandeel ruimtelijk structureel afgerond; 3. de derde fase kan worden gevormd door de ontwikkeling van het westelijk deel van het middengebied. Hiermee krijgt de Randweg 5e fase de gewenste stedelijke begeleiding. Bij deze ontwikkeling wordt de verkeerskundige verbinding tussen de centrale interne ontsluitingsweg en de Meersteeg aangebracht; Binnen deze fase valt ook het bestemmingsplan Bron “Hondsgemet 3e fase, Meersteeg” 4. de vierde fase bestaat uit het oostelijk deel van het middengebied. Hiermee wordt ook dit plandeel ruimtelijkstructureel afgerond;

5.

de vijfde fase wordt uiteindelijk gevormd door de gehele zone tussen de Meersteeg en de spoorlijn GeldermalsenTiel. Parallel aan de ontwikkeling van deze bedrijventerrein kan geleidelijk het milieuterrein ter plaatse van de AVRI verder gestalte krijgen. Deze fasering is op dit moment vanuit ruimtelijk-structureel oogpunt voor de hand liggend. Echter, de volgorde kan nader worden bepaald aan de hand van het profiel van de bedrijven. Het is bijvoorbeeld gewenst langs de Randweg 5e fase een zo hoogwaardig mogelijke begeleiding te realiseren met volumineuze detailhandel en/of kantoorhoudende bedrijven. Het heeft de voorkeur, indien deze kandidaten zich aandienen, deze hier op te vangen boven een locatie meer centraal op het bedrijventerrein. Een zelfde redenering kan worden opgehangen ten aanzien van de zone ten noorden van de Meersteeg. Het landgoedachtig karakter en de beperkte mogelijkheid tot het wonen bij het bedrijf kunnen aanleiding zijn ook dit plandeel eerder geheel of gedeeltelijk te ontwikkelen. Uiteraard moet op dat moment een adequate ontsluiting beschikbaar zijn. Tenslotte wordt opgemerkt, dat bij de fasering rekening kan worden gehouden met de eigendomssituatie. Vanuit de noodzaak tot kostenverhaal van de investeringen moet medewerking van de eigenaar/ontwikkelaar verkregen worden. Dit vereist een bijdrage in de algemene kosten van het bestemmingsplan. Wordt deze overeenkomst niet afgesloten, dan kan het gemeentebestuur genoodzaakt worden een andere fase eerder te ontwikkelen.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

67

6.

UITWERKING

6.32. Segmentering
Doel Om een marktgerichte ontwikkeling van het bedrijventerrein te ondersteunen, is het wenselijk om verschillende soorten en vormen van bedrijvigheid te groeperen (segmenteren). Dit biedt de volgende voordelen: ! vergelijkbare bedrijven komen bij elkaar terecht en ondersteunen elkaar; ! er kunnen delen aangewezen worden voor specifieke doeleinden, bijvoorbeeld vestiging van louter representatieve bedrijven; ! er ontstaat een aantrekkelijk, goed geordend, bedrijventerrein. Op deze wijze wordt een koppeling gelegd tussen het type pand en bedrijvigheid, de milieu- en mobiliteitscategorieën, de functie van het grondoppervlak en de presentatie. Hoofdgroepen Voor het bedrijventerrein Hondsgemet wordt een viertal hoofdgroepen onderscheiden, te weten: ! Volumineuze detailhandel. Deze gebouwen zijn in gebruik bij onder andere auto-, caravan- en botenhandel en voor andere specifieke vormen van perifere detailhandel, waaronder bouwmarkten. Deze gebouwen zijn publiekstoegankelijk en hebben een hoogwaardige, representatieve vormgeving. De bedrijfsactiviteiten vallen in het algemeen onder de milieucategorieën 2 en 3. ! Bedrijfshal met kantoor. Dit type gebouw is in gebruik bij onder andere groothandelsbedrijven met grote verkoopafdelingen, bouwbedrijven met een eigen ontwerp-afdeling. Het zijn bedrijven die over het algemeen vallen in de milieucategorieën 2, 3 en in een

Dit hoofdstuk geeft de stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaarden aan voor de inrichting en de uitgifte van het bedrijventerrein.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

68

hoogst enkel geval categorie 4. Circa 25% van het bebouwde grondoppervlak bestaat uit kantoorachtige activiteiten. De rest is in gebruik als productieruimte respectievelijk opslag. De voorkant heeft een kantoorachtige uitstraling met een duidelijk representatieve entree. De zijkanten hebben een bedrijfshalachtig uiterlijk. Opgemerkt wordt, dat landelijk en ook binnen de gemeente Geldermalsen een duidelijke tendens bestaat, die leidt tot een zekere verschuiving van het grondgebruik binnen de categorie “bedrijfshal met kantoor”. Het kantoorgedeelte neemt ten opzichte van de bedrijfshal in oppervlak toe. De combinatie met bedrijfshal maakt vestiging op een specifieke kantoorlocatie niet mogelijk of wenselijk. Dit betekent, dat de gemeente toch genoodzaakt is hiervoor ruimte te bieden in het kader van het bedrijventerrein Hondsgemet. Dit zal betekenen, dat het percentage van het grondoppervlak kantoorruimte kan opschuiven van 25% tot maximaal circa 60%. ! Bedrijfshal zonder open opslag. Dit type gebouw is vooral in gebruik bij productie- groothandel-, transporten opslagbedrijven. Dergelijke bedrijven vallen voornamelijk in de zwaardere milieucategorieën ( > 2). Slechts circa 10% van het grondoppervlak van de bedrijfsgebouwen wordt gebruikt als kantoor. Het overgrote deel van het bebouwde grondoppervlak is in gebruik als productie- of handelsruimte. Het gebouw heeft geen duidelijk zichtbare entree. De gevel bestaat uit plaatmateriaal. De hal heeft laad- en losdoks of een laad-/losruimte; ! Bedrijfshal met open opslag. Veel van deze bedrijfsgebouwen zijn te vinden bij productiebedrijven en

bij groothandels in volumineuze goederen, zoals (wegen)bouwmaterialen. Deze bedrijven vallen veelal in de milieucategorie 3 of zwaarder. Evenals bij bedrijfshallen zonder open opslag is vaak minder dan 10% van het bebouwde grondoppervlak in gebruik als kantoorruimte. Het overgrote deel van het bebouwd grondoppervlak betreft productieruimte. Daarnaast wordt een deel van het terrein gebruikt voor opslag in open lucht. Het kwaliteitsniveau van gebouwen en terreinen is laag. Deze bedrijven mogen dan ook niet op een zichtlocatie worden gevestigd. In het op te stellen uitgifte en beheersplan worden nadere voorwaarden aan onder meer de situering, omvang, inrichting en vormgeving van de voornoemde bedrijfsvormen gesteld. Het bedrijventerrein heeft tot doel een zo breed mogelijke samenstelling van de bedrijven te verkrijgen. Een te sterke ontwikkeling van één sector wordt niet voorgestaan. Binnen de gemeente Geldermalsen bestaat behoefte aan vestigingslocaties voor transport- en logistieke bedrijven. Voorkomen moet worden, dat in dit segment een te groot areaal wordt uitgegeven en er een te grote concurrentie met regionale bedrijventerrein ontstaat. Dit betekent, dat in het bestemmingsplan wordt bepaald dat een beperkt deel (bijvoorbeeld maximaal 20%) van de bedrijfskavels voor deze groep bedrijven wordt uitgegeven. Volumineuze detailhandel Ten aanzien van volumineuze detailhandel bestaan in Geldermalsen diverse potentiële vestigingsmogelijkheden. Het gemeentebestuur heeft ten aanzien van deze ontwikkeling nog geen specifiek beleid ontwikkeld. Eén van

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

69

de potentiële locaties voor deze bedrijfsvormen betreft vestiging op het bedrijventerrein Hondsgemet. Deze ontwikkeling is echter eerst mogelijk gemaakt na vrijstelling door Burgemeester en Wethouders. Dit schept de mogelijkheid tot een nadere afweging ter zake van onder meer andere potentiële en wellicht meer geschikte locaties elders in het dorp. Binnen het bedrijventerrein "Hondsgemet" is enige concentratie van deze vormen van bedrijvigheid gewenst. Enerzijds wordt hiermee een thematisch bedrijventerrein ontwikkeld en wordt de etalagefunctie versterkt: anderzijds wordt voorkomen dat publieksaantrekkende bedrijven worden gemengd met bijvoorbeeld transport- en logistieke bedrijven. Dit kan aanleiding geven tot verkeersconflicten e.d. In het bedrijventerrein komen de volgende zones voor vestiging van deze vormen van detailhandel in aanmerking: ! de gehele westrand van het bedrijventerrein parallel aan de Randweg 5e fase. Hiermee zijn deze bedrijven georiënteerd op de verkeersen potentiële bezoekersstromen; ! de zuidkant van de centrale interne ontsluitingsweg. Deze weg heeft een openbaar karakter en wordt niet afgesloten buiten bedrijfstijden. Dit betekent, dat deze publieksgerichte bedrijven hier een goed productiemilieu aantreffen. Het beoogd ruimtelijk profiel van deze ontsluitingsweg waarborgt tevens een voldoende omgevingskwaliteit van deze bedrijven.

Zonering plangebied: bedrijfshal met kantoor De categorie "bedrijfshal met kantoor" heeft in het algemeen een representatief beeld. Ook zijn hier vaak (kleine) showrooms aanwezig. Deze bedrijven kunnen derhalve een belangrijke ondersteuning vormen van de beeldkwaliteit van wegen door en langs het plangebied. Voor deze categorie bieden de volgende plandelen een bijzondere ambiance: 1. de zones langs de Randweg 5e fase; 2. de zuidrand van het bedrijventerrein langs de gehele Betuweroute; 3. de centrale interne ontsluitingsweg (zowel de noord- als zuidkant; 4. de parkzone langs de spoorlijn "Tiel-Geldermalsen"; Met name het kantoorgedeelte kan de beoogde transparante zichtlocatie op een representatieve wijze ondersteunen. Zonering plangebied bedrijfshal met/zonder opslag De categorieën “bedrijfshal zonder en met open opslag” kunnen zich vestigen langs de alle interne ontsluitingswegen. De stedenbouwkundige omgeving maakt de vestiging van wat minder representatieve bedrijven mogelijk. Deze categorie bedrijven is tevens mogelijk in het gebied aangeduid als vijfde fase, met dien verstande dat hier wel representatieve bebouwing wordt voorgestaan; Omvang bedrijfskavels De stedenbouwkundige opzet van het bedrijventerrein is zodanig gekozen, dat er een evenwichtige basisstructuur ontstaat. De maatvoering is afgestemd op bedrijfskavels tot maximaal 5.000 m2. Incidenteel kunnen grotere kavels worden uitgegeven. Het wegenpatroon blijft gehandhaafd. Meerdere kavels worden alsdan tot één kavel

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

70

samengevoegd. Er bestaat duidelijke behoefte aan bedrijfsruimten op kavels < 1.000 m2. Aan deze behoefte kan op twee wijzen worden tegemoet gekomen: ! bedrijfsverzamelgebouwen. Deze complexen kunnen relatief eenvoudig binnen de aangegeven bebouwingsstructuur worden ingepast. Ook deze vorm van huisvesting biedt de mogelijkheid om enige individualiteit van de bedrijfsvesting uit te stralen (zie nevenstaande beeldimpressie). ! Individuele bebouwing. Mochten kleine bedrijven een duidelijke voorkeur geven aan individuele huisvesting, dan kan aan deze vraag worden tegemoet gekomen door de kavelstructuur te verkleinen. In het zuidelijk plandeel kunnen tussen de oost-west lopende straten op één of meerdere plaatsen dwarsstraten worden aangelegd. Hiermee is de uitgifte van smalle, ondiepe kavels mogelijk. Teneinde een heldere structuur van het bedrijventerrein te behouden, dienen deze dwarsstraten wel in een logisch onderling verband te worden aangelegd.

Teneinde te waarborgen, dat het bedrijventerrein voldoet aan de gestelde doelen, is de maximum omvang van de kavels op 1 ha geteld. Er kunnen zich echter omstandigheden voordoen, dat voor een bedrijf een grotere kavel moet worden gereserveerd. Hiervoor zal in het op te stellen bestemmingsplan(nen) een vrijstellingsbevoegdheid worden opgenomen. Door het opnemen van een dergelijke indirecte ontwikkelingsregeling ontstaat de mogelijkheid in te spelen op specifieke ruimtelijke problemen in de gemeente of de regio en/of op bijzondere economische omstandigheden. De voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling zullen in het bestemmingsplan nader worden gespecificeerd. De vorenstaande relatief beperkte omvang van de bedrijfskavels waarborgt ook, dat bedrijven een te groot deel van de kavel als reserverruimte voor de toekomst zullen reserveren. Om dit mede te kunnen waarborgen, kan in het bestemmingsplan een minimum bebouwingspercentage worden opgenomen.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

71

6.33. Milieu-zonering
Doel De opzet van het bedrijventerrein moet zodanig worden gekozen, dat er voor nabijgelegen milieugevoelige functies een in milieuhygiënisch opzicht aanvaardbare situatie wordt verkregen. Hiertoe is gebruik gemaakt van de staat van bedrijfsactiviteiten, zoals opgenomen in de uitgave Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (2001). Bedrijvenlijst De "Bedrijvenlijst" legt een koppeling tussen de aard van de bedrijven en de ter plaatse acceptabele milieubelasting. Per milieufactor (geur, stof, geluid en/of gevaar) wordt voor de verschillende bedrijven een afstand genoemd, welke tot de dichtstbijzijnde woonbebouwing in acht moet worden genomen. De indeling in milieucategorieën, in zes mogelijke klassen, is afgeleid van de voor dat bedrijf geldende "grootste afstand" tot woonbebouwing:
milieucategorie 1 2 3 4 5 6 50 m 200 m 500 m "grootste afstand" varieert van 0m t/m t/m t/m t/m t/m t/m 10 m 30 m 100 m 300 m 1.000 m 1.500 m

Het bedrijventerrein Hondsgemet ligt op een afstand van minimaal circa 100 meter van bestaande en/of geprojecteerde woningen. Dit betekent, dat over het gehele bedrijventerrein bedrijven uit de milieucategorieën 1 t/m 3 toelaatbaar zijn. Op een afstand van 200 meter of meer van de westrand van het bedrijven zouden in principe ook bedrijven uit de milieucategorie 4 zich kunnen vestigen. Het gemeentebestuur streeft echter naar vestiging van bedrijven uit de categorieën 1 t/m 3. Vestiging van bedrijven die vallen in de milieucategorie 4, maar waarvan desondanks in redelijkheid verwacht kan worden dat ze geen grotere milieubelasting voor mens en milieu zullen veroorzaken dan de categorieën 1 t/m 3, kunnen via vrijstelling worden toegelaten. Criterium voor het verlenen van vrijstelling is, dat de hinder niet groter is dan van de ter plekke wel acceptabele bedrijven zou kunnen worden verwacht. Tevens dienen deze bedrijven voldoende representatieve uitstraling te verkrijgen. Met de aangegeven milieuzonering ontstaan geen belemmeringen voor het eventueel ten westen van de Randweg 5e fase te ontwikkelen woongebied “De Plantage”. Geluidhinderlijke bedrijven en bedrijfswoningen De vestiging van zogenaamde geluidhinderlijke bedrijven (voorheen categorie A-inrichtingen genoemd) is niet toegestaan. Bedrijfswoningen zijn alleen toegelaten na vrijstelling. De redenen waarom het gemeentebestuur deze woningen niet geheel wil uitsluiten zijn onder meer:

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

72

de afzijdige ligging van het bedrijventerrein. De woonfunctie draagt mede bij tot een goede sociale controle; ! er bestaat bij een aantal bedrijven een functionele noodzaak tot het wonen direct bij het bedrijf; ! de behoefte aan kleine tot middelgrote woonwerkcombinaties kan niet of nauwelijks op andere locaties in de kern Geldermalsen worden opgevangen; ! de lichte aard van het bedrijventerrein verzet zich niet tegen de vestiging van bedrijfswoningen. De zones waar deze woningen zich kunnen ontwikkelen zijn beperkt. De (potentiële) hinder van de wegen en spoorlijnen maken vestiging van deze woningen in de aansluitende plandelen niet gewent. Eén van de meest reële ontwikkelingszones voor woonwerkcombinaties betreft de zone langs de spoorlijn "TielGeldermalsen" (zie paragraaf 5.4). Ook kan een bestaande woning langs de Meersteeg wellicht een functie als bedrijfswoning bij een aangrenzend pand verkrijgen. Door de concentratie in de rand van het bedrijventerrein wordt het productiemilieu op het bedrijventerrein niet onevenredig belemmerd. Ook treedt geen concurrentie met vergelijkbare ontwikkelingen in Beesd op (zie paragraaf 3.1). In Beesd worden ook enkele vergelijkbare mogelijkheden gecreëerd voor bedrijven met een sterke economische binding aan deze kern. In deze binding ligt ook het motief om aanvullend op het bedrijventerrein Hondsgemet in Beesd een eigen bedrijventerrein te realiseren.

!

6.34. Bebouwing
Hoogte De hoogte van de bebouwing mag maximaal 12,00 meter bedragen. Dit waarborgt een redelijk soepele inpassing van bedrijfsgebouwen in het landschap en voorkomt te grote maat- en schaalcontrasten tussen bedrijfsgebouwen onderling. Deze hoogte is in overeenstemming met de aard van het bedrijventerrein. Op deze maximale maat wordt de algemene vrijstelling (20%) eventueel van toepassing. Indien deze vrijstelling door Burgemeester en Wethouders wordt verleend, zal de absolute maximumhoogte 14.20 meter bedragen. De bouw van liftschachten, afzuiginstallaties en silo’s e.d. is mogelijk tot een maximum hoogte van 15.00 meter. Het gemeentebestuur wil een hogere bouwhoogte niet uitsluiten. Op grond van duurzaam ruimtegebruik kan daarmee een meer efficiënte inrichting van het bedrijventerrein worden gerealiseerd. De toepassing van grotere bouwhoogten in het algemeen vraagt echter om een grote zorg ten aanzien van de ruimtelijke inpassing. In dit verband wordt onder meer op het volgende gewezen: door toepassing van dergelijke bouwhoogten kan weliswaar op een kavel een efficiënte inrichting worden verkregen. De opbouw van het gehele bouwblok, waarvan een dergelijk bedrijf deel uit maakt kan worden verstoord. Om dit te ondervangen is een voorwaarde opgenomen, dat dergelijke bouwhoogten alleen aanvaardbaar zijn bij grote kavels (kavelgrootte > 5.000 m2);

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

73

Op het bestaande bedrijventerrein overheerst het groene laanbeeld. De oriëntatie vanaf de weg op het belendend gebied is hierdoor matig. Voor de Randweg is het derhalve belangrijk een heldere presentatie van het bedrijventerrein te krijgen. Dit kan door een open inrichting van de randen. Een grote waterpartij, een bijzonder vormgegeven oever en een duidelijke begeleiding door bebouwing vormen de basiselementen van de visie. Centraal in deze zone kan een bijzonder bedrijfscomplex een herkennings- en markeringspunt vormen.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

74

!

voorts kan een dergelijke bouwhoogte het ruimtelijk profiel van de aangrenzende openbare ruimten ruimtelijk verstoren. Dit betekent, dat deze bouwhoogten alleen kunnen worden toegepast op een afstand > 25 meter uit de rand van het openbaar gebied; ! er dient een harmonieuze samenhang te ontstaan met de opbouw van de belendende kavels. Indien op die kavel een relatief lage bebouwing is gerealiseerd, dan zal een aangrenzend pand met een hoogte > 12 meter de stedenbouwkundige samenhang verstoren. Dit betekent, dat bij de beoordeling of een dergelijke ontwikkeling aanvaardbaar is de inrichting van de belendende kavels mede in beschouwing moet worden genomen; ! grote bouwhoogten kunnen leiden tot aanvullende eisen ten aanzien van de vrije ruimte rond deze gebouwen in verband met brandveiligheid; ! grote bouwhoogten kunnen leiden tot een grotere visueel-ruimtelijke invloed van bedrijfsgebouwen op de omgeving van het bedrijventerrein. Indien van een hoogwaardige vormgeving sprake is, behoeft dit geen bezwaar te zijn. Een gesloten bedrijfshal kan echter het landschapsbeeld wel verstoren. Dit betekent, dat deze ontwikkeling alleen in de oostkant van het bedrijventerrein aanvaardbaar wordt geacht. Een hoger gebouw valt ruimtelijk weg tegen deze hoge vuilstort en de aldaar geprojecteerde omsluitende beplanting. Gelet op deze grote effecten op de omgeving en inrichting van het bedrijventerrein zijn dergelijke bouwhoogten eerst na afweging en het verlenen van vrijstelling van Burgemeester en wethouders acceptabel.

Voor de zone langs de Randweg 5e fase is het om stedenbouwkundige redenen wenselijk om een afwijkende hoogte en/of vormgeving van de bebouwing te realiseren. Beide maatregelen hebben tot doel om de ruimtelijke entrée van het dorp Geldermalsen vanaf de rijksweg te markeren. Voor het in deze zone geprojecteerde “eiland” is de bouwhoogte maximaal 25 meter. Voorwaarde is wel, dat het te realiseren gebouw een hoogwaardige vormgeving krijgt. Ook dient de bouwmassa relatief beperkt te zijn ( een zogenaamd rank en slank gebouw). Bebouwingspercentage Per bedrijfsperceel mag ten hoogste 60% van het perceelsoppervlak worden bebouwd. Hiermee wordt bewerkstelligd, dat per perceel voldoende ruimte overblijft voor onder meer parkeren op eigen erf en voor het manoeuvreren van vrachtwagens e.d. Ook wordt hiermee de openheid van het bedrijventerrein gewaarborgd (een te intensieve bebouwing van de bedrijfskavels wordt immers voorkomen). Het percentage kan onder voorwaarden worden verhoogd tot maximaal 70%. Deze verhoging mag geen strijd opleveren met onder meer kwaliteit, passendheid in omgeving en het beoogde groen en parkeren op eigen terrein. Alle bedrijfspanden dienen duidelijk vanaf de ontsluitingswegen zichtbaar te zijn. Het belang ligt in een goede oriëntatie op c.q. presentatie van het desbetreffende bedrijf. De bebouwing dient dan ook op redelijke afstand van de rijweg te worden gesitueerd. Hiermee wordt een heldere opbouw van de bebouwingsstructuren beoogd. Deze afstand dient ten minste 5 meter te bedragen. Hiermee ontstaat een duidelijke rooilijn in het gehele straatbeeld.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

75

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

76

Afstand zijdelingse perceelsgrens De afstand van de bebouwing tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 5.00 meter te bedragen. Deze afstandsmaat is mede gekozen in verband met eisen, die door de brandweer worden gesteld. Er kunnen zich zwaarwegende omstandigheden voordoen, waarbij het wenselijk is deze afstandsmaat tot 3.00 meter te verkleinen. Hiertoe is in de voorschriften een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen. Eén van de voorwaarden voor het verlenen van deze vrijstelling is het verkrijgen van een positief advies van de commandant van de brandweer. Beeldkwaliteit In vier zones is in ieder geval een representatieve opbouw van de gevelwanden gewenst, te weten langs de Randweg, de centrale interne ontsluitingsweg, de zuidrand en het noordelijke deel (vierde fase). Uitgaande van het omschreven type bedrijven kan deze representativiteit door een samenhang van vormgeving van bebouwing en de inrichting van de buitenruimten worden verkregen. Teneinde het gehele bedrijventerrein in het open omringend landschap te voegen, dienen vrij strakke randvoorwaarden aan de vormgeving van de bedrijfsgebouwen te worden gesteld (herkenbaar productiemilieu). Voor de vormgeving kunnen vanuit de stedenbouwkundige opbouw de volgende suggesties worden gegeven: ! vanuit het algemeen beeld van de omgeving wordt de voorkeur uitgesproken voor gebouwen met een plat dak. De verschijningsvorm van de gebouwen dient te worden

!

!

!

!

!

gebaseerd op eenvoudige, geometrische vormen en een moderne industriële uitstraling; als hoofdrichting van de gevelvlakken dient zo veel mogelijk de richtingen evenwijdig of haaks op de wegas c.q. rooilijn te worden aangehouden; voor bijzondere stedenbouwkundige situaties wordt van een afwijkende kleurstelling uitgegaan. Voor het stedenbouwkundig plan geldt dit voor de bebouwing nabij de aansluitingen op de hoofdwegen. Deze geven daarmee de gehele gevelwand een duidelijk ruimtelijk accent c.q. begin- en eindpunt; een verbijzondering is ook wenselijk en mogelijk per gebouw. Door elke entree een bijzonder karakter te geven, verkrijgt elk gebouw een geheel eigen expressie. Tevens vereenvoudigt dit voor de bezoekers de oriëntatie op de hoofdtoegang tot het complex; de voorgevels dienen een rustige opbouw en terughoudende kleurstelling te krijgen. De toegangsdeuren tot productieruimten kunnen met een contrasterende kleur een duidelijk ruimtelijk accent krijgen; de achter de voorgevel liggende productiehallen dienen bij voorkeur gedekte tinten (bijvoorbeeld groen) te verkrijgen. Het voorkomt een te opdringend karakter van het bedrijventerrein naar de omgeving. Grote vlakken kunnen door een bijzondere schildering worden geleed c.q. visueel verkleind. Dit opschilderen dient plaats te vinden met natuurkleuren (niet opdringend!). Voorts kan door bijzondere aandacht aan licht- en luchttoetreding in

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

77

!

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

78

de bedrijfsruimten worden besteed. Raampartijen bieden dan de mogelijkheid gesloten productiehallen visueel te geleden; ! bij de opzet van het gebouw dienen voor de laad- en losplatforms op eigen terrein opstelruimte voor vrachtwagens aanwezig te zijn. In geen geval is een tijdelijke blokkade van de hoofdrijbaan toegestaan. Met andere woorden, er mag geen openbaar terrein worden gebruikt als bedrijventerrein. Centrale reclamezuilen zie paragraaf 6.6.

6.35. Inrichting bedrijfskavels
Parkeren op eigen erf Bij de inrichting van de kavels dienen op eigen terrein de noodzakelijke parkeerplaatsen voor eigen personeel en bezoekers te worden aangelegd. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende situatie. De gemeente Geldermalsen is een niet stedelijke gemeente (conform stedelijkheidsgraad van Nederlandse Gemeenten). Het bedrijventerrein Hondsgemet is gelegen in “rest bebouwde kom”. Dit betekent dat de volgende parkeercijfers4 zijn aan te houden:
Arbeid Arbeidsextensief Arbeidsintensief Arbeidsextensief Bedrijfsverzamelgeb Bezoekers Bezoekersextensief Bezoekersextensief Bezoekersintensief Min 0,8 2,5 1,6 0,8 Max 0,9 2,8 1,8 1,7

In beide laatste kolommen staat respectievelijk het minimum c.q. maximum aantal parkeerplaatsen aangegeven, dat per 100 m2 bvo aanwezig moet zijn. Het oppervlak van een arbeidsplaats bedraagt circa 25-35 m2 bvo. Gelet op de te verwachten verschillen tussen de te vestigen bedrijven, wordt de parkeersituatie per bedrijf nader bepaald. Bij kantoren moet - afhankelijk van de bouwhoogte

4

ASVV 2004 uitgave CROW d.d. april 2004

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

79

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

80

en het totaal oppervlak van de kantoorruimten - met een relatief omvangrijke parkeerbehoefte rekening worden gehouden. Hiervoor geldt in ieder geval het uitgangspunt, dat op eigen erf volledig in de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voorzien. De manouvreerruimten voor parkeerplaatsen en laden en lossen dient eveneens op eigen erf te worden aangelegd. Met andere woorden, een parkeerplaats en laad en losplek mag niet rechtstreeks vanaf het openbaar gebied worden ontsloten. De toetsing zal plaatsvinden aan de hand van een door de initiatiefnemer op te stellen inrichtingsplan. Dit plan wordt tegelijk met de aanvraag voor bouwvergunning aan de gemeente overgelegd. Groenvoorzieningen op eigen erf Teneinde de attractiviteit van het bedrijventerrein te versterken, is het van groot belang dat op bedrijfskavels groenvoorzieningen worden aangebracht (minimaal 10% van het perceelsoppervlak). Het doel is om binnen het totaal areaal uit te geven gronden een redelijk deel een groene uitstraling te geven. Dit versterkt de kwaliteit van het productiemilieu op het bedrijventerrein. Opgemerkt wordt, dat bij kavels > 5000 m² dit percentage minimaal 8% dient te bedragen. Bij deze kavels wordt immers een betere verhouding tussen groen en het netto te benutten deel van het bedrijfsperceel verkregen. Teneinde de groenzone langs de spoorlijn "TielGeldermalsen" te ondersteunen wordt aldaar een min of meer landgoedachtige ontwikkeling voorgestaan. Om deze visie te ondersteunen wordt hier voorgeteld om minimaal 15% van het perceelsoppervlak als groen in te richten.

Deze groenvoorzieningen dienen zoveel mogelijk één geheel te vormen met die langs het openbaar gebied. Hiermee wordt een rustig aanzien van het gehele terrein verkregen en wordt de functionele eenheid benadrukt. Tevens wordt de ruimtewerking van het groen versterkt. Tenslotte wordt opgemerkt, dat in het uitgifte- en beheersplan met bedrijven nadere en bindende afspraken worden gemaakt over de wijze van inrichting van in ieder geval het voorerf. Door een zekere uniformiteit na te streven worden "rust, eenvoud en herkenbaarheid" van het gehele bedrijventerrein bevorderd. Tevens wordt door deze aanpak bewerkstelligd, dat het bedrijventerrein soepel aansluit op de randen c.q. de centrale interne ontsluitingsweg, de Randweg 5e fase en de Betuweroute. Sociale veiligheid Het bedrijventerrein kent geen woonfunctie en ligt nabij de aansluiting op de rijksweg A15. Dit maakt het terrein inbraakgevoelig. Voor het zuidelijk bedrijventerrein worden de volgende maatregelen ter verhoging van de sociale veiligheid voorgestaan: 1. er wordt uitgegaan van een situatie waarin de hoofdtoegangsweg tot het bedrijventerrein voor autoverkeer kan worden afgesloten. Dit betekent, dat in de avond, nacht en het weekend dit bedrijventerrein alleen gecontroleerd toegankelijk is; 2. de bedrijven langs de centrale interne ontsluitingsweg worden achter een bermsloot gesitueerd. De individuele bedrijfsvestigingen zijn via een duiker en een daarop te plaatsen afsluitbaar hekwerk bereikbaar. Dit betekent, dat de zorg voor afscherming van het privé-terrein hier bij de bedrijven zelf ligt;

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

81

Deze aspecten worden in het kader van een beheer- en uitgifteplan nader uitgewerkt. Beeldkwaliteit privé buitenruimten Aan de inrichting van het onbebouwde terrein moet de nodige aandacht worden besteed. In het plan is bepaald, dat per bedrijfskavel minimaal 10% van het perceelsoppervlak uit groenvoorzieningen dient te bestaan. Ook hiervoor geldt, dat een eenduidige opzet de herkenbaarheid en de representativiteit van het gehele bedrijventerrein versterkt. Tevens kan dit ook het beheer en onderhoud vereenvoudigen. Met betrekking tot de inrichting van het bedrijventerrein gelden de volgende voorwaarden: ! de rand naar het openbaar gebied dient een groen karakter te verkrijgen: eventueel mag in combinatie met een haag een transparante hek c.q. erfafscheiding worden gerealiseerd. Zoals uit nevenstaande afbeeldingen blijkt, kunnen deze bestaan uit geheel of gedeeltelijk begroeide relatief lage hekwerken ! het parkeren dient op eigen erf plaats te vinden. Personenauto’s, zeker het bezoekersparkeren, dienen tussen de voorgevel en het openbaar gebied te worden geparkeerd. Hierdoor zijn deze parkeerplaatsen voor een ieder goed en eenvoudig vindbaar; ! bij het creëren van laad- en losruimten dient voorkomen te worden, dat vrachtwagens tijdens het laden en lossen geheel of gedeeltelijk op de openbare weg staan opgesteld. Het laden en lossen dient op eigen terrein plaats te vinden;

! ter onderscheid met het openbaar gebied dient het eigen terrein bij voorkeur met klinkers te worden verhard (behalve manoeuvreerruimten voor vrachtwagens); ! bedrijfsruimten dienen duidelijk enkele meters achter de voorgevelrooilijn te worden gesitueerd. Hierdoor wordt het straatbeeld door de naar voren springende kantoorruimten bepaald, waardoor de representativiteit van het productiemilieu wordt versterkt. Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat kantoorruimten in de voorgevelrooilijn dienen te worden geplaatst: deze ligt op tenminste 5 meter uit de rand van het openbaar gebied; ! braakliggende of reserveterreinen dienen goed te worden ingeplant. Dit bevordert voldoende samenhang in de stedenbouwkundige opbouw van het terrein. Eventuele reserveterreinen dienen vanuit dit oogpunt aan de achterzijde van het perceel te worden gesitueerd; ! er wordt gestreefd naar de aanleg van een duidelijke gecombineerde toerit en uitrit per bedrijfskavel. De verkeers- en parkeerbewegingen vinden volledig op het eigen terrein plaats. De breedte van de toerit/uitrit bedraagt maximaal 8.00 meter. Tussen toerit/uitrit en de zijdelingse perceelsgrenzen kan een erfafscheiding worden geplaatst tezamen met begeleidend groen. Vrijstelling tot 10% van de aan de weg georiënteerde kavelbreedte is mogelijk in verband met het nuttig gebruik van het perceel, bedrijfsverzamelgebouwen (meerdere uitritten nodig) en eventuele eisen van de brandweer. Ter verhoging van het representatief karakter en ter beperking van onderhoud heeft het de voorkeur de inrichting van buitenruimten bij bedrijven op elkaar af te stemmen

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

82

(eenduidige omgevingsarchitectuur). Het vergroot herkenbaarheid van bijvoorbeeld de parkeersituatie. Reclame-aanduidingen

de

openbaar gebied door diverse in vorm variërende staketsels een rommelig karakter krijgt. Een uitzondering wordt gemaakt voor een groot, bijzonder bedrijfscomplex (bijvoorbeeld een bedrijfsverzamelgebouw). De vrijstaande reclamemast dient daarbij mede een bijzondere betekenis als verwijzing en herkenningspunt te vervullen. Door de grotere lengte van een dergelijk perceel wordt een dergelijke reclamezuil bovendien in het totale bebouwingsbeeld opgenomen. Een "woud" van reclamezuilen wordt voorkomen. Tevens zal daarbij aangegeven worden, dat het maximum oppervlak van de reclametekens per perceel c.q. bedrijf bij voorkeur ten hoogste 4 m2 mag bedragen. De hoogte van deze reclametekens mag maximaal 4 meter bedragen. Deze voorwaarden worden in het uitgifte- en beheersplan nader uitgewerkt en aangegeven. Het aanbrengen van verwijzigingsborden naar individuele bedrijven vindt in het kader van een integraal plan voor de bewegwijzering voor het gehele bedrijventerrein plaats. Er moet immers te allen tijde een rommelig beeld en een gelijkwaardige verwijzing naar alle gevestigde bedrijven plaatsvinden.

Elk bedrijf moet zijn eigen passende reclame-uiting kunnen maken. Hetzij bij de bouwvergunning, hetzij bij de reclameverordening dient onder andere via de reguliere welstandseisen gekeken te worden naar de kwaliteitseisen. In het navolgende wordt een eerste richtsnoer voor reclame uitingen gegeven.

Vanuit het straatbeeld is een verwijzing naar de individuele bedrijven mogelijk. Dit kan betrekkelijk eenvoudig plaatsvinden door beeldmerken op het gebouw. De reclame dient in het architectonisch ontwerp te worden meegenomen en daarmee te worden voorgelegd aan de welstandsbeoordeling. Het mag niet te “schreeuwend” zijn en zal mede daardoor in het geveloppervlak een bescheiden omvang moeten innemen. Het vorenstaande betekent, dat het plaatsen van reclamezuilen in aansluiting op het openbaar gebied niet wordt toegestaan. Hiermee wordt voorkomen, dat het

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

83

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

84

6.36. Centrale interne ontsluitingsweg
Basisprofiel Het basisprofiel voor de centrale interne ontsluitingsweg (Plettenburglaan) heeft de volgende kenmerken: ! een hoofdrijbaan met een breedte van 7.00 meter; ! vrijliggend fietspad aan de zuidzijde ! een continu beplantingsbeeld (in ieder geval één bomenrij (eerste orde) aan elke zijde van de hoofdrijbaan); ! vanaf de hoofdrijbaan worden de aan de zuidkant gelegen percelen ontsloten. Bewegwijzering Er dient een duidelijke, eenduidige bewegwijzering te worden aangebracht. Deze dient niet alleen het onderhavig bedrijventerrein te betreffen, maar ook de bestaande terreinen ten noorden van de spoorbaan. Hierdoor kunnen weggebruikers zich goed oriënteren op de verschillende segmenten. Hiertoe zullen onder meer bij de verschillende toegangswegen borden worden geplaatst met een totaal overzicht van het terrein, alsmede met een informatiebord voor de op het desbetreffend segment gevestigde bedrijven. Sociale veiligheid Tussen de bedrijfspercelen en de weg wordt een sloot aangelegd. Deze sloot zal tezamen met poorten ter plaatse van de toegangen tot de bedrijfspercelen tot de noodzakelijke sociale veiligheid bijdragen. Interne ontsluitingswegen Tot interne ontsluitingswegen worden de op de plankaart aangeduide wegen op het bedrijventerrein gerekend. Aanvullend bestaat de mogelijkheid, dat op nader te bepalen plaatsen dwarsverbindingen tussen deze wegen worden aangelegd. Voor al deze verkeersvoorzieningen gelden de navolgende randvoorwaarden ten aanzien van de inrichting. Hoofdindeling Bij de opzet van het openbaar gebied van de interne ontsluitingswegen wordt uitgegaan van een gelijkvormig ruimtelijk profiel: ! een rijbaan met een breedte van minimaal 6,00 meter (asfalt); ! ter weerszijden van de rijbaan worden molgoten (breedte circa 0,50 meter) of trottoirbanden aangelegd; ! aan de buitenzijde worden minimaal 3,00 meter brede bermen aangelegd.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

85

Indien passend binnen de detailuitwerking (financieel, geschiktheid ruimte, passend binnen verkaveling) zal de volgende duurzaam veilige inrichting nagestreefd worden: -asfaltbreedte 6,20 m, daarnaast gootje + troittoirband -binnen dit profiel aanduidingen voor fietsers De totale breedte van het openbaar gebied bedraagt minimaal 13 meter. Inrichting bermen De inrichting van de bermen is variabel: ! daar waar aan twee zijden van de rijbaan een berm aanwezig is, zal in de ene berm de kabels en leidingen worden gelegd. In de tegenoverliggende berm worden bomen (tweede orde) geplant; ! de breedte van de toegangen tot de bedrijfspercelen dient tot een minimum te worden beperkt, waarbij een breedte van maximaal 8.00 meter niet mag worden overschreden; ! er kunnen zich aanleidingen voordoen, dat deze maatvoering te krap is of anderszins niet functioneel is. Voor deze situaties wordt voorzien in een vrijstellingsbevoegdheid van Burgemeester en Wethouders. Als bovengrens voor deze vrijstelling is gesteld, dat de totale breedte niet meer mag bedragen dan 10% van de breedte van het bedrijfsperceel gelegen aan de openbare weg; ! teneinde de eenheid van het bedrijventerrein te versterken zal langs de perceelsgrenzen een haag worden aangeplant. Dit leidt tot een rustig, eenduidig en herkenbaar wegbeeld. Het vorenstaande betekent, dat het openbaar gebied niet voor parkeren wordt benut.

6.37. Inrichting zuidrand bedrijventerrein
De zuidrand van het bedrijventerrein wordt visueel-ruimtelijk bepaald door de rijksweg A15, de Betuweroute, de nieuwe afrit en allerlei technische voorzieningen. Beplanting zal moeten zorgdragen voor een duidelijke samenhang in het landschappelijk beeld van deze zone.

De zuidrand mag geen te harde confrontatie tussen gebouwen en de rijksweg/Betuweroute vormen.

Betuweroute-rijksweg A15 In het gebied tussen de Betuweroute en de rijksweg A15 wordt de aanleg van een min of meer transparante beplanting voorgestaan. Dit scherm kan uit enkele bomenrijen bestaan. Hierbij wordt gedacht aan de speelse aanplant van afwisselend 1 à 2 bomenrijen. Als aan te planten boomsoort wordt gedacht aan essen. Vanuit duurzaam beheer (versterking ecolo-gische waarden) dient een intensief maaibeheer te worden voorkomen. Dit maakt

In deze zone worden technische voorzieningen aangelegd. Dit maakt het wenselijk om door middel van groen structuur en rust in de ruimte te brengen. Water, hagen en blokken met bomen vormen voor een in het rivierlandschap passend aanblik van deze zone. Een te open en lineair karakter van deze zone, zoals uit deze foto-impressie blijkt, dient te worden vermeden

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

86

onder meer een ruige c.q. verruigde onderbegroeiing van deze beplanting wenselijk. Watergang-interne ontsluitingsweg

afstand van bedrijfsgebouwen tot de Betuweroute van minimaal 50 meter. De inrichting van deze zone dient mede afgestemd te worden op de voornoemde groenstrook. Hiermee wordt een ruimtelijke versterking verkregen. Het streven is gericht in deze zones vooral met hagen de beoogde geleding te realiseren. De navolgende maatregelen hebben betrekking op de zone tussen de Betuweroute en het bedrijventerrein, te weten: 1. langs de Betuweroute wordt een waterberging aangelegd als landschappelijke afscherming en invulling van het bedrijventerrein ten opzichte van de Betuweroute; 2. de watervoorziening dient om de 140 meter te worden ingesnoerd om de brandweer de mogelijkheid te geven de Betuweroute te bereiken; 3. naast de watervoorziening wordt deze zone tevens ingeplant met inheemse soorten, waaronder de hondsroos, eiken, hazelaar (struikvormig) en esdoorn. Voorterreinen bedrijven De bedrijven langs de zuidrand krijgen relatief grote voorterreinen met een min of meer groene inrichting. Deze omvang is mede noodzakelijk gelet op de noodzakelijke

Centrale reclamezuilen In het zuiden van het terrein kunnen ten behoeve van de ruimtelijke markering van het bedrijventerrein twee grote reclamezuilen worden aangebracht. De hoogte van deze zuilen bedraagt maximaal 30 meter. Deze reclamezuilen mogen alleen op het openbaar gebied worden geplaatst. De situering wordt mede bepaald aan de hand van de zakelijk rechtzone van de Betuweroute. Bij het plaatsen van de reclamezuilen zal een zorgvuldige inpassing in de rand van Hondsgemet worden nagestreefd. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de AVRI, de Betuweroute en de bedrijven.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

87

Eventueel kan een zuil met een GSM-mast worden gecombineerd. De masten worden bij voorkeur op de zuidoosthoek en de zuidwesthoek van het terrein geplaatst. Hiermee markeren de zuilen als het ware de hoekpunten van het bedrijventerrein. In het uitgifte en beheersplan vindt een nadere plaatsbepaling van deze masten plaats.

Financiële haalbaarheid
Voor het bedrijventerrein zijn m²-prijzen bepaald waarbij, bij een uitgiftetempo van 3 ha per jaar, de exploitatie sluitend uitvalt. In de voorlopige exploitatieopzet is sprake van fase I (fase 1 en 2, zie hoofdstuk 5 ) en fase II (fase 3, 4 en 5, zie hoofdstuk 5) De ontsluiting van het bedrijventerrein wordt gerealiseerd via de Randweg 5e fase en de centrale ontsluitingsweg. Dit vormt de reden, waarom de kosten van de aanleg van deze weg in de onderhavige exploitatie zijn meegenomen. Ten behoeve van de grondexploitatie zijn de volgende uitgangspunten aangehouden:
! ! ! ! Randweg: Gereed in 2003 Centrale Ontsluitingsweg Gereed in 2004 Bedrijventerrein fase I: Voorziene start uitgifte in 2006 Bedrijventerrein fase II: Voorziene start uitgifte in 2011. In eerste 2 jaren hogere uitgifte: in jaar één 5 ha, in jaar twee 4 ha, daaropvolgende jaren ca. 3 ha.

6.38.

!

Voor fase II wordt uitgegaan van de uitgifte van ruim 3 hectare per jaar. De hogere uitgifte in de beginjaren wordt gemotiveerd vanuit het inhalen van de grote achterstand, die de afgelopen jaren in de gemeente is ontstaan. Er is al een aantal jaren niets uitgegeven, terwijl er wel een grote vraag is. Samenvattend ziet de gecalculeerde kostenopzet voor beide fasen er als volgt uit:
Grondverwerving Bouw- en woonrijpmaken Planontwikkelingskosten Randweg Rente € 21.000.000 € 14.000.000 € 3.000.000 € 5.000.000 € 11.000.000

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

88

Totale kosten

€ 54.000.000

Bij deze opzet is rekening gehouden met de excessieve kosten van archeologie Bij een marktconforme opbrengst tussen ca. € 95 en ca. € 150 is het plan zeker kostendekkend. Bij de afzonderlijke bestemmingsplanonderdelen zal conform de bepalingen in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening aan de provincie een gedetailleerde Exploitatieopzet kenbaar worden gemaakt. Geconcludeerd kan worden dat met inachtname van het boventaande het plan plan-economisch kostendekkend is en derhalve de financiële haalbaarheid is aangetoond.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

89

7.

MILIEU

7.39. Overzicht milieu-aspecten en sociale veiligheid
Ecologie streving naar volledig opvang en tijdelijke berging regenwater Natuurlijke afwerking oevers van watergangen een zo natuurvriendelijk mogelijke inrichting en beheer van groenvoorzieningen Landschap zorgdragen voor transparante beplanting langs de zuidkant en representatieve vormgeving bebouwing langs randen Bodemkwaliteit Geluidszones nieuwe wegen pm binnen zones geen geluidgevoelige bebouwing Bedrijfswoningen daarbuiten toegelaten na vrijstelling Geluidhinderlijke bedrijven Toegelaten milieucategorieën niet toegelaten 1 t/m 3 onder voorwaarden 1 t/m 4 interne milieuzonering AVRI (oostelijke zone plangebied) Opvang vuilwater en afvalwater Opvang regenwater wegen, bermen en daken Sociale veiligheid riolering oppervlaktewater binnen zones geen geluidgevoelige bebouwing

In het voorgaande is op diverse plaatsen gesproken over milieu-aspecten en aspecten van sociale veiligheid. In dit hoofdstuk wordt volstaan met het geven van een overzicht. Aanvullend wordt op enkele, specifieke milieuonderzoeken ingegaan.

heldere opbouw openbaar gebied open inrichting openbaar gebied en voorterreinen hoogwaardige inrichting, afsluitbaarheid terrein goede vindbaarheid (hoofd)toegangen

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

90

7.40. Milieu-effecten Randweg 5e fase
Ten behoeve van de inmiddels aangelegde Randweg 5 fase is een milieu-effectrapportage opgesteld. Voor de volledigheid worden de overwegingen die voor de aanleg van deze weg golden, hieronder aangehaald. Deze weg moet een bijdrage leveren aan het verbeteren van de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van de kern Geldermalsen door verandering in de wegenstructuur. Ten gevolge van de realisering van de Randweg 5 fase zullen de verkeersintensiteiten in het centrumgebied niet afnemen. De oorzaak is toe te schrijven aan de routekeuze van het gemotoriseerd verkeer. De kortste route vanaf de Rijksweg A15 richting de huidige Lingebrug loopt via de Rijksstraatweg en de dorpskern. Uit modelanalyse (1997) blijkt, dat ombuiging van het verkeer uitsluitend mogelijk is door 'harde' fysieke maatregelen (bijvoorbeeld afsluiten van het centrumgebied). Gezien de grote gevolgen voor de aangrenzende straten, heeft de gemeenteraad hiertoe niet besloten. Een andere mogelijkheid om het verkeer meer richting de randwegenstructuur te krijgen, is de realisering van een 2e Lingebrug. Uit de milieu-effectrapportage komt naar voren, dat in dat geval de intensiteiten in het centrumgebied beduidend zullen dalen van circa 10.000 mvt./etmaal in 2000 naar circa 7.500 mvt./etmaal in 2015. Gezien deze belangrijke afname is door de gemeenteraad op 26 september 2000 besloten om een nadere haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de 2e Lingebrug.
e e

Hoewel uit de milieu effectrapportage naar voren komt, dat het alleen realiseren van de Randweg 5e fase niet leidt tot een enorme afname van de verkeersintensiteiten in het centrumgebied van Geldermalsen, maakt deze verbinding wel onderdeel uit van de totale randwegenstructuur om het uiteindelijk het doel "vermindering verkeersintensiteiten in het centrumgebied" te kunnen bereiken. Mobiliteit De aanleg van het bedrijventerrein (43 ha. met een autoritproductie van ± 100 per etmaal per ha) inclusief de verkeersstromen van en naar de AVRI levert een verkeersintensiteit op van zo'n 4500 motorvoertuigen. Deze verkeersstromen worden volledig via de Randweg 5e fase afgewikkeld. Geluid Ten behoeve van het voorontwerpStructuurplan "Bedrijventerreinen Hondsgemet" is een uitgebreid akoestisch onderzoek verricht. De aanleg van de Randweg 5e fase tussen de autosnelweg A15 en de bestaande Randweg heeft ten gevolge dat: ! in totaal tien woningen aan de Meersteeg en Blankertseweg een geluidsbelasting van meer 50 dB(A) (de wettelijke voorkeursgrenswaarde) krijgen; ! op één van deze tien woningen komt de geluidsbelasting boven de 60 dB(A) (de maximaal te ontheffen geluidsbelasting); ! op de Provincialeweg Oost (N327) tussen de Randweg en de Rijksstraatweg, de bestaande Randweg vanaf de Provincialeweg tot aan de Tielerweg en op de J.F. Kennedylaan (ter hoogte van het bedrijventerrein)

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

91

sprake is van reconstructie (in de zin van Wet geluidhinder). Uit het akoestisch onderzoek blijkt verder dat: ! één woning aan de woonfunctie wordt onttrokken (daar de geluidsbelasting boven de maximaal te ontheffen geluidsbelasting blijft); ! er voor negen woningen hogere grenswaarden aangevraagd worden. Op de bestaande Randweg tussen de Provincialeweg en de Tielerweg wordt de snelheid gereduceerd van nu 80 km/uur naar 50 km/uur. Dit gebeurt voornamelijk ook voor de verkeersveiligheid. Hierdoor zullen aan dit wegvak gelegen woningen geen overschrijding optreden van de reconstructiegrond. De wegbeheerder heeft aangegeven dat op de Provincialeweg tussen de Randweg en de Rijksstraatweg geen bronmaatregelen getroffen kunnen worden, omdat: ! reductie maximumsnelheid naar 50 km/uur niet voor de hand ligt daar de weg een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom is; ! verdere bronmaatregelen zoals geluidsreducerender asfalt te kostbaar in aanleg en onderhoud is. Aan de noordzijde van de Provincialeweg bevindt zicht ter hoogte van het woongebied een geluidsscherm van 2,75 meter hoogte ten opzichte van de weg. Voorts bevinden zich verspreid over dit wegvak zes woningen en woonwagenstandplaats.

De gemeente Geldermalsen ontwikkelt op dit moment plannen voor een eventuele 2e Lingebrug (verlenging van de Randweg). Daarnaast bestaat de mogelijkheid van het wijzigen van de huidige verkeersstructuur. Met dit in het achterhoofd verwacht de gemeente, dat de intensiteit op het wegvak Provincialeweg N327 tussen de Randweg en de Rijksstraatweg niet boven de 15.000 motorvoertuigen uitkomt. Hierdoor zal de geluidsbelasting maximaal met minder dan"1,5 dB(A) toenemen. Dit is geen reconstructie. Indien er toch geen veranderingen (na de aanleg van de Randweg 5e fase) worden uitgevoerd, neemt de geluidsbelasting met maximaal 2½ dB(A) toe. Dit is geen erg grote toename. Het gemeentebestuur ziet dan ook af van het nemen van verdere maatregelen. Een vergelijkbare situatie doet zich voor bij twee verspreid liggende woningen langs de J.F. Kennedylaan. Ook hier neemt de geluidsbelasting naar de mening van het gemeentebestuur niet onevenredig toe: er worden derhalve geen maatregelen genomen. De gunstige effecten ten gevolge van de aanleg van de Randweg 5e fase op woningen zijn: ! langs de Tielerweg (intensiteit de helft van de nulvariant); ! de kom van Meteren (65% minder t.o.v. nulvariant) en ! woongebied Kalenberg (40% minder t.o.v. nulvariant). De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat indien binnen de wettelijke- zones langs wegen, nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bebouwing worden gepland, de geluidsbelasting op de gevels daarvan de voorkeursgrenswaarde of

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

92

de ten hoogste overschrijden.

toegelaten

grenswaarde

niet

mag

7.41. Waterhuishouding
Inleidng Over de planvorming binnen Hondsgemet is de afgelopen jaren met het Waterschap Rivierenland en voorgangers vele malen vooroverleg geweest, Ten aanzien van een eerder vergelijkbaar voorontwerp bestemmingsplan (dit besloeg de fasen 1 t/m/ 4) heeft het Waterschap Rivierenland middels brief van 27 augustus 2002 instemming betuigd met de planvorming. Door verloop van tijd en hier en daar andere inzichten, is over deze structuurvisie opnieuw overleg geweest met het Waterschap Rivierenland, een en ander mede in het kader van de “Watertoets”. In deze paragraaf worden enkele uitgangspunten aangegeven, die wij van belang achten op structuurniveau. Waar nodig zal een doorkijk richting uitwerking gegeven worden. Aan het einde van deze paragraaf zal de zuidzijde van de planvorming, de fasen 1 en 2, concreter worden aangehaald. Werken aan water Het plangebied maakt deel uit van het stroomgebied van de rivier De Linge. Voor het stroomgebied Rivierenland, waar de Linge onderdeel van uit maakt, is een zogenaamde stroomgebiedsvisie opgesteld. Uit deze visie blijkt, dat alleen waterberging in het plangebied een sturende wateropgave is (waterberging in waterlopen).Bij het ontwerp wordt zoveel als wenselijk de methode gevolgd, zoals beschreven in de brochure “Werken aan Water”, welke is opgesteld door het Waterschap Rivierenland en Waterbedrijf Gelderland. Bij de ontwikkeling van deze brochure heeft ook de gemeente Geldermalsen een actieve rol gespeeld. Het Waterschap

Het voorliggende Structuurplan maakt de aanleg van nieuwe wegen mogelijk. De intensiteit op de interne ontsluitingswegen bedraagt maximaal 1.000 mvt/etm. De 50 dB(A) contourlijn ligt dan op circa 30 meter uit de as van de weg. In deze zone komen geen bestaande en nieuwe woningen voor. Dit leidt tot de conclusie, dat de geluidsbelasting van woningen in de directe omgeving van het bedrijventerrein ten gevolge van wegverkeer niet zal toenemen.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

93

Rivierenland heeft met deze werkwijze ingestemd bij brief d.d. 27-08-2002. Algemeen Op structuurniveau geldt dat in het plan voldoende oppervlaktewater moet zijn om te voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve (bergings) eisen. Het voorliggende plan biedt hiervoor voldoende ruimte en aanzetten. In de nader uit te werken deelplannen zal hier op detailniveau verder invulling aan gegeven worden. Duurzaam watersysteem Voor het veiligstellen van een duurzaam watersysteem (waterkwaliteit en waterkwantiteit) zijn de onder meer de volgende uitgangspunten gehanteerd: ! grondwaterneutraal bouwen: toetsingscriterium is geen extra waterinlaat in het peilgebied Voorvliet/Pijpekasten en geen nadelige invloed op waterbalans in droge tijden als gevolg van Hondsgemet. Indien nodig, iets meer ophogen en/of kruipruimteloos bouwen. Pas in laatste instantie mitigeren. ! Fysisch-chemische waterkwaliteit: MTR (4de nota waterhuishouding). ! Streven naar een watersysteem van voldoende omvang i.v.m. waterkwaliteit ! Zorgen voor circulatie Natuur en ecologie. In het kader van het Flora en Faunaonderzoek (zie § 4.4) is gebleken dat de voorgenomen ingreep geen negatief effect zal hebben op de duurzame instandhouding van beschermde amfibieën en vissen. Door het dempen van

watergangen zal tijdelijk verlies aan voortplantingswater optreden. Veiligheid en volksgezondheid Van belang is dat het maken en instandhouden van water niet mag leiden tot onevenredige onveiligheid voor (nabijgelegen) gebruikers en/of bewoners. Het spreekt voor zich dat ook de volksgezondheid geen onevenredige hinder mag ondervinden. Bij de belangenafweging rondom de detailplannen en ontwerpen zal hier nadrukkelijk rekening mee moeten worden gehouden. Onderhoud en beheer Het aanbrengen van water brengt uiteraard ook beheer- en onderhoudswerk met zich mee. Bij de detailinrichting dient hier aandacht aan besteed te worden. Dit strekt zich enerzijds uit tot het weergeven van de keureisen in de plannen en anderzijds zal er op uitvoeringsniveau aandacht moeten zijn hoe om te gaan met vrijkomende bagger. Het hebben van een baggerdepot in de nabije omgeving is vanuit dit aandachtspunt wenselijk te noemen. Riolering Rioleringsaspecten zijn eigenlijk per definitie uitvoerings- en detailsaspecten en zijn daarom minder relevant voor deze structuurvisie. Bij het ontwerp van riolering zal duurzaam waterbeheer het startpunt zijn van de ontwerpen. Bij het ontwerp van de riolering zal in de beoordeling worden meegenomen de uitgangspunten zoals door het Waterschap Rivierenland aangereikt op 19 november 2004 en welke als bijlage is toegevoegd.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

94

Plannen zuid-zijde (fasen 1 en 2) Hierna is een globale omschrijving gegeven van de voorgestane plannen aan de zuid-zijde (fasen 1 en 2). Deze omschrijving dient dan ook gezien te worden als een vingerwijzing hoe een en ander er uit zou kunnen gaan zien. In detail moet dit nog nader gepreciseerd worden In het stedenbouwkundig plan zijn de watergangen vervangen door een in de randen van het zuidelijk plandeel aan te leggen waterstelsel. In dit waterstelsel vindt de waterberging vanuit dit plandeel plaats. Het oppervlak van dit waterstelsel bedraagt circa 10 % van het totale grondoppervlak van de eerste en tweede fase. De waterpartij aansluitend op de Randweg heeft tot doel om niet alleen een structurele waterberging te verkrijgen, maar ook om een bijzondere rand van het bedrijventerrein te creëren. De afwerking van de oostelijke oever van deze ruimte kan ter hoogte van de beoogde markante bebouwing (het “eiland”) uit harde materialen bestaan. De overige oevers en watergangen krijgen een meer natuurlijke inrichting. De hellinghoeken worden daartoe flauw aangelegd. De watergang parallel aan de Plattenburglaan heeft tevens tot doel om een barrière te vormen tegen het vrij betreden van het bedrijventerrein (afsluiting in de nachtperiode en in de weekends). Overig Als bijlage bij dit structuurplan is een lijst met uitgangspunten gevoegd, zoals door het Waterschap is aangereikt. Bij de detailuitwerking zal aan de hand van deze lijst in beginsel de toetsing door het Waterschap

plaatsvinden. Uiteraard zal voorafgaand aan de definitieve deelplannen vooroverleg met het Waterschap plaats vinden, waarbij dan o.a. bekeken moet worden of alle genoemde punten nog relevant zijn. Begin 2005 maakt DHV in opdracht van de gemeente en in goed overleg met het Waterschap Rivierenland reeds binnen de bovengenoemde kaders een concrete uitwerking voor het watersysteem. Hiermee is de detailuitwerking ook op een goede wijze gewaarborgd. Door tijdsverloop zullen hier en daar nieuwe inzichten en eisen, de uitwerking opnieuw bekeken worden. Onderhavig plan richt zich op structuurniveau, zodat hier geen verdere detaillering wordt omschreven.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

95

7.42. Duurzaam bouwen
In deze paragraaf worden enkele aspecten genoemd ten aanzien van duurzaam bouwen en intensief ruimtegebruik. Aangezien beide onderwerpen raakvlakken met elkaar kunnen hebben, worden ze gezamenlijk behandeld. Het gemeentebestuur heeft het regionale convenant “duurzaam bouwen” ondertekend. Dit convenant strekt zich ook uit tot het bedrijventerrein. In de vorige paragraaf zijn reeds aspecten van watergebruik genoemd. Bij de uitwerking wordt waar mogelijk in het bouwproces aandacht besteed aan aspecten van duurzaam bouwen. In het navolgende wordt een overzicht gegeven van de duurzaamheidsmaatregelen, die door de gemeente zijn of worden genomen: Deze lijst is ontleend aan een checklist van het Novem en is door de provincie Gelderland in het kader van de "Handreiking Werken aan duurzaamheid op bedrijventerreinen" aan het gemeentebestuur aangeboden.
Efficiënt parkeren Efficiënt (meervoudig) ruimtegebruik Parkeren in het openbaar gebied is uitgesloten. ruimtegebruik Er wordt de realisering van enkele bedrijfsverzamelgebouwen voorgestaan. De onbebouwde ruimten zijn zoveel mogelijk benut. De verkaveling, gebouwen e.d. zijn gericht op een maximaal en efficient ruimtegebruik. Efficient (flexibel) Kwaliteit en ruimtegebruik De wegenstructuur is minimaal en kan naar behoefte beheer Verplicht worden uitgebreid en aangepast aan de wensen van bedrijven. lidmaatschap gezamenlijke

(parkmanagement)

beheersorganisatie wordt overwogen Instellen van een gemeentelijke bedrijfscontactfunctionaris.

Duurzaam rendement Leefbaarheid en veiligheid

Segmentering en thematisering van het bedrijventerrein Groen op bedrijventerrein is gerelateerd aan ecologische Bij structuur in de is omgeving. Groen- en waterstructuur zijn gecombineerd. verkaveling snippergroen vermeden.

Leefbaarheid en veiligheid

Er wordt naar gestreefd een collectief beveiligingsplan voor het gehele bedrijventerrein uit te werken.

Verkeer

en

vervoer Nog nader te bekijken. Gescheiden rioolstelsel Waterberging in plangebied Bestaande waterketen in gebied wordt zo natuurlijk planvorming, waterneutraal. mogelijk aangepast.aan is ontwikkeling

(goederenvervoer) Watersysteem Waterketen

Grondstoffen en afvalstoffen Duurzaam bouwen

In principe een gesloten grondbalans nastreven Hoge stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit op zichtlocaties en nabij entree.

Verkeer en vervoer Emissies en geluid Energie

Openbaar vervoer op loopafstand (halte Randweg) Interne milieuzonering Interne en externe zonering Door bedrijven zelf. Actieve voorlichting stimuleren

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

96

7.43. Intensief ruimtegebruik
Ten aanzien van het duurzaam bouwen wordt gestreefd naar praktische maatregelen en toepassingen welke uitvoerbaar, beheersbaar en toepasbaar zijn en tevens geen kostenverhogingen tot gevolg hebben. In het kader van de stedenbouwkundige ontwikkeling van het plangebied komt dit tot uitdrukking in onder meer de principes van het waterstelsel en de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Op het directe bouwniveau kan de laatst gepubliceerde versie van het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen Utiliteitsbouw hiervoor als leidraad dienen. In dit pakket is een lijst opgenomen met DUBO-voorzieningen. Aangezien intensief ruimtegebruik een belangrijk aandachtspunt is in de huidige ontwikkeling, wordt hier op deze plaats nog extra aandacht aan besteed. In het vorenstaande schema is al het nodige genoemd, maar hier wordt nog eens extra aandacht gevestigd op de intensieve aspecten die in het plan zitten. Het gemeentebestuur vindt het belangrijk intensief ruimtegebruik zo veel als mogelijk toe te passen, maar daarbij wel als randvoorwaarde te stellen dat intensief ruimtegebruik passend is aan de karakteristiek van het toekomstige gebruik, maar vooral ook aan de karakteristiek van de kern en de nabije omgeving. Ten opzichte van andere plannen binnen de gemeente is op veel punten zeer veel winst behaald met intensief ruimtegebruik binnen het plan Hondsgemet. Belangrijk punt hierbij is dat de hoogtebepalingen ten opzichte van andere vergelijkbare plannen in de gemeente zijn bijgesteld. Sowieso is een basishoogte van 12 m toegestaan, waar in andere plannen 10 m gebruikelijk is (dus +20%). Tevens is een flinke zone aangewezen, waarbij een hoogte van 16 m is toegestaan. Met een vrijstelling van 20% is de nodige flexibiliteit aanwezig om binnen de gewenste kwaliteit nog intensiever te bouwen. Bij het ontwerpen is zeer kritisch gekeken naar de hoeveelheid openbaar gebied die nodig is. Wij zijn en blijven van mening dat bermen en dus groen aanwezig moeten zijn voor een aantrekkelijk onderneem- en werkklimaat. Tevens dient er uiteraard de nodige ruimte te zijn voor verkeersbewegingen. Parkeren in openbaar gebied wordt

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

97

niet gereserveerd, omdat er geen aanwijzingen zijn dat dit nodig is, ook niet voor wel acceptabel dubbelgebruik. Ter illustratie van de grote inspanning (en trendbreuk met het verleden) wordt hieronder uiteengezet welke besparing in het openbaar gebied is gevonden. Uit de dwarsdoorsneden van de bestemmingsplankaarten van de bedrijventerrein Hoge Weide blijkt dat Hoge Weide I een openbaar gebied heeft van 27 m, Hoge Weide II van 31 m en Hoge Weide III van 35 m. In Hondsgemet hebben de interne wegen een dwarsdoorsnede van 13 m. (besparing dus meer dan 50%) Deze breedte wordt bereikt door een minimale wegbreedte met een minimaal bermbreedte te combineren. Verdere versmalling zal de karakteristiek, de veiligheid, de gebruiksmogelijkheden (denk aan ruimte voor kabels en leidingen) en het aanzien te veel aantasten. Binnen de voorschriften is ruimte gemaakt om na vrijstelling het bebouwingspercentage op te hogen naar 70%. Dit betekent bij een reguliere kavel van 5000 m2 500 m2 meer bouwmogelijkheid. Zoals bij andere onderwerpen eerder gesteld, zal verdere uitbreiding van dit percentage de karakteristiek en het toekomstige gebruikt waarschijnlijk te veel aantasten. Vanzelfsprekend worden er geen belemmeringen opgeworpen om ondergronds te bouwen of andere praktische oplossing voor intensief ruimtegebruik te benutten.

7.44. Brandweer
Ten behoeve van de externe bereikbaarheid van het zuidelijk deel van het bedrijventerrein worden twee toegangen gemaakt. De oostelijke toegang wordt met name gebruikt, als de centrale toegang door calamiteiten is versperd. Voor het midden- en noordelijk plandeel wordt één hoofdontsluiting aangelegd. Deze ligt kort op de rotonde in de Randweg 5e fase. Ook hier wordt een calamiteitenroute aangelegd. Deze loopt over de nieuwe centrale interne ontsluitingsweg en de bestaande Meersteeg. Tenslotte wordt opgemerkt, dat het terrein AVRI slechts één hoofdontsluiting kent: de centrale interne ontsluitingsweg. Van de overige zijden is het terrein alleen via de calamiteitenroute langs de Betuwelijn bereikbaar. Ter hoogte van Meersteeg zal een calamiteitenontsluiting gerealiseerd worden t.b.v. de brandweer en andere hulpdiensten. Tevens zal nader onderzoek plaatsvinden naar een oostelijke noodontsluiting. Het streven is er op gericht om in echte noodgevallen te allen tijde een alternatieve ontsluiting te hebben voor in ieder geval de hulpdiensten. Bij de ontwikkeling van het terrein zal in overleg met de brandweer gezorgd worden voor de meest efficiënte en adequate bluswatervoorziening.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

98

8.

RESULTATEN VOOROVERLEG

8.45. Provincie Gelderland
De omvang van het uitbreidingsgebied voor bedrijventerrein is afhankelijk van de omvang van eventueel aan te wijzen inbreidingslocaties. Daarnaast dient op grond van het herziene streekplan een fasering in de bestemmingsregeling en uitvoering in het plan te worden opgenomen. De locatie en de omvang daarvan zijn - indien aan het voorgaande is voldaan - overigens in overeenstemming met het provinciale programma. De Structuurplan sluit niet nadrukkelijk uit, dat zich hier bedrijven kunnen vestigen die in het kader van het provinciale ruimtelijk beleid hier niet behoren te worden gevestigd. Slechts bedrijven met een beperkt regionale functie (functie Geldermalsen) behoren zich hier te kunnen vestigen. De toelichting gaat uit van een kwalitatief hoogwaardig bedrijventerrein. In de voorschriften hebben deze kwalitatieve aspecten geen plaats gekregen. Dit dient wel op elkaar aan te sluiten. Waaraan moeten gebouwen en hun omgeving voldoen, hoe dient wel of geen buitenopslag verwerkt te worden, Reactie gemeente In de toelichting heeft een aanscherping van het planologisch beleid plaats gevonden. Uit deze aanscherping blijkt, dat er elders in de kom geen inbreidingslocaties beschikbaar zijn. De geraamde taakstelling is derhalve in de Structuurplan Hondsgemet gehandhaafd. Ook de faseringsregeling is - op grond van deze constatering gehandhaafd. Hoewel niet noodzakelijk, heeft het gemeentebestuur besloten om op basis van de Structuurplan in circa 5

Het voorliggende Structuurplan is in de vorm van een ontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de diverse instanties. Daarnaast is eind 2004 onderhavig voorontwerp Structuurplan rondgezonden voor art 10 Bro overleg. Van de volgende instanties is bericht ontvangen, dat zij geen opmerkingen hebben ten aanzien van de ontwerpStructuurplan: ! KPN-Vaste net; ! B.V. Recreatie Maatschappij Rivierengebied; ! Directoraat Generaal Rijkswaterstaat; ! Polderdistrict Tieler- en Culemborgerwaarden In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bij het gemeentebestuur binnengekomen reacties

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

99

bestemmingsplannen het ontwikkeling te brengen.

plangebied

gefaseerd

tot

! !

Er wordt geen melding gemaakt van de wijze van ontsluiting van het bedrijventerrein met het openbaar vervoer. Voor de bedrijven wordt een suggestie gegeven of vervoermanagement mogelijk is. Reactie gemeente Over de Randweg 5e fase zal een buslijn lopen. De halte ligt op loopafstand van het gehele bedrijventerrein. De suggestie van vervoermanagement vormt een van de aandachtspunten bij het te voeren parkmanagement ten aanzien van de realisering van het bedrijventerrein. Er zijn twee vindplaatsen aangetroffen, die nader archeologisch onderzoek rechtvaardigen. Het advies is deze verder te onderzoeken middels archeologisch vervolgonderzoek, hetzij een waarderend onderzoek, hetzij een proefsleuvenonderzoek. Op grond daarvan kan een besluit worden genomen ten aanzien van behoud danwel een opgraving. De nog niet onderzochte delen in planfase II dienen nader onderzocht te worden middels een archeologische veldinventarisatie. Indien in de niet onderzochte delen ook vindplaatsen worden aangetroffen, moet op grond van de resultaten van het onderzoek een besluit genomen worden over behoud dan wel opgraving. Reactie gemeente. De archeologische onderzoeken worden conform deze opmerkingen gecompleteerd c.q. afgerond. Tijdens een overleg d.d. 4 juli 2002 hebben medewerkers van de provincie gewezen op een tweetal zaken:

verdiep het intensief ruimtegebruik, als je iets doet, omschrijf het dan ook besteed aandacht aan de contingenten, volgens gegevens van de provincie is de afgelopen 10 jaar meer uitgegeven dan wordt verondersteld door de gemeente in het bestemmingsplan. Dit heeft als consequentie dat de 2e fase boven het contingent uitkomt. Hierdoor wordt op formele gronden goedkeuring onthouden aan het bestemmingsplan.

De verwerking “inbreiding boven uitbreiding” is vooralsnog voldoende verwoord. In de totale gemeentelijke Visie op het Wonen en Werken zal dit zijn definitieve vorm krijgen. Tegen het plan op zich had men geen problemen. Tijdens een overleg d.d. 13 januari 2003 is aan provinciale medewerkers de vraag voorgelegd of de combinatie visievorming, fasering/programmering/kostenverhaal, kleiner (gefaseerd) bestemmingsplan de goedkeuring kon dragen. Men gaf aan dit een goede en ook werkbare, reële oplossing te vinden. Reactie gemeente Door aanvulling in verhaal is behoefte en planologische onderbouwing voldoende weergegeven. Intensief ruimtegebruik is zeer wel aanwezig in het plan. Er is een zekere trendbreuk met het verleden, basis bouwhoogte is opgeschroefd, openbaar gebied is geminimaliseerd etc. Dit is opgenomen (zie paragraaf 7.5). . Vooralsnog is de conclusie dat met de aangegeven aanpassingen in voldoende mate wordt voldaan aan intensief ruimtegebruik.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

100

Vooropgesteld wordt dat de provincie niet tegen de voorgenomen ontwikkeling is en ook niet tegen het voorgenomen ruimtebeslag. Door een gefaseerde ontwikkeling zoals nu voorgestaan, zijn er geen problemen meer. Tijdens een overleg d.d. 26 februari 2004 wijzen medewerkers van de provincie op het volgende. De verwoording van de economische uitvoerbaarheid is te summier, er dient in principe een complete exploitatieopzet te zijn, zowel voor het totale bedrijventerrein als voor fase 1. Reactie gemeente Het rapport zal op dit punt worden aangepast. De ontwikkelingen in Beesd zijn uitsluitend concurrerend met de ontwikkelingen in Hondsgemet voor zover het de ontwikkeling van woonwerkcombinaties op Hondsgemet betreft. Reactie gemeente De toelichting wordt op dit punt verduidelijkt in paragraaf 6.2 De provincie vraagt aandacht aan het voorkomen van restruimte. Het ontstaan van restruimte is niet de bedoeling. Tevens vraagt de provincie de kavelgrootte te reguleren. Reactie gemeente Teneinde te waarborgen, dat het bedrijventerrein voldoet aan de gestelde doelen, is de maximum omvang van de kavels op 1 ha geteld. Er kunnen zich echter omstandigheden voordoen, dat voor een bedrijf een grotere kavel moet

worden gereserveerd. Hiervoor zal in het op te stellen bestemmingsplan(nen) een vrijstellingsbevoegdheid worden opgenomen. Door het opnemen van een dergelijke indirecte ontwikkelingsregeling ontstaat de mogelijkheid in te spelen op specifieke ruimtelijke problemen in de gemeente of de regio en/of op bijzondere economische omstandigheden. De voorwaarden voor het verlenen van de vrijstelling zullen in het bestemmingsplan nader worden gespecificeerd. De vorenstaande relatief beperkte omvang van de bedrijfskavels waarborgt ook, dat bedrijven een te groot deel van de kavel als reserverruimte voor de toekomst zullen reserveren. Om dit mede te kunnen waarborgen, kan in het bestemmingsplan een minimum bebouwingspercentage worden opgenomen. Het lijkt er op dat distributiecentra en transportbedrijven zich onbeperkt kunnen vestigen in Hondsgemet. Reactie gemeente Een te sterke ontwikkeling van één sector wordt niet voorgestaan. Binnen de gemeente Geldermalsen bestaat behoefte aan vestigingslocaties voor transport- en logistieke bedrijven. Voorkomen moet worden, dat in dit segment een te groot areaal wordt uitgegeven en er een te grote concurrentie met regionale bedrijventerrein ontstaat. Dit betekent, dat in het bestemmingsplan wordt bepaald dat een beperkt deel (bijvoorbeeld maximaal 20%) van de bedrijfskavels voor deze groep bedrijven wordt uitgegeven. De provincie vindt de toegestane reclamemasten van 30 m. te hoog en afbreuk doen aan de kwaliteit.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

101

Reactie gemeente De reclamemasten passen binnen het gemeentelijk reclamebeleid. Bij het plaatsen van de reclamezuilen zal een zorgvuldige inpassing in de rand van Hondsgemet worden nagestreefd. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de AVRI, de Betuweroute en de bedrijven. Intensief ruimtegebruik is een belangrijk (bestuurlijk) punt bij de provincie. Er wordt aandacht gevraagd voor gezamenlijk parkeermanagement in casu meervoudig ruimtegebruik. Reactie gemeente Er is al een behoorlijke inspanning verricht op dit gebied. In vergelijking met bijvoorbeeld Hoge Weide wordt op Hondsgemet per hectare gemiddeld genomen een groter oppervlak gebruikt voor bedrijvigheid. Op het gebied van parkeermanagement wordt een verplicht lidmaatschap op een gezamenlijke beheersorganisatie overwogen De vraag is of de stukken voldoen aan de Flora- en Fauna wet. Reactie gemeente De gevolgen voor flora en fauna in het kader van de Floraen Faunawet zijn onderzocht. De resultaten zijn in de Structuurplan opgenomen en verwerkt. Indien het Plan van Eisen ten aanzien van de archeologische situatie wordt gehanteerd dan kan worden verdergegaan met de RO procedures. Reactie gemeente

De gemeente is voornemens het Plan van Eisen te hanteren. 8.46. Kamer van Koophandel, Rivierenland In de onderbouwing van de behoefte naar bedrijfsruimte worden de conclusies uit het door de Kamer van Koophandel Rivierenland uitgevoerde onderzoek naar bedrijfsruimte onderschreven. In uw raming van de behoefte vanuit bestaande bedrijven tot 2005 noemt u een aantal van 16,1 ha. Dit cijfer komt niet overeen met de geconcludeerde behoefte uit het rapport van 10,9 ha. Wij begrijpen, dat de gemeente is uitgegaan van behoefte zonder de mogelijkheid voor de bouw van een bedrijfswoning. In die zin zou deze aanname, ter voorkoming van misverstanden, in de Structuurplan verduidelijkt moeten worden. Reactie gemeente De gevraagde aanvulling van de Structuurplan heeft plaatsgevonden. Geadviseerd wordt om met de gemeentebesturen van Neerijnen en Lingewaal afspraken te maken over de positie van Hondsgemet voor de opvang van bedrijven uit die gemeenten. Reactie gemeente Er heeft bestuurlijk overleg plaats over deze afspraken. Dit overleg is uitgemond in nieuwe regionale afspraken. Deze zijn in hoofdstuk 2 van deze nota genoemd. Deze afspraken bevestigen het aanvankelijk fundament van het plan. De gemeente acht verplaatsing van een aantal transportbedrijven van groot belang. In artikel 4 van de

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

102

voorschriften zijn transportbedrijven, bouwbedrijven en dienstverlening niet opgenomen. Reactie gemeente De gevraagde aanpassing van de voorschriften heeft plaatsgevonden. U streeft naar vestiging van bedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 3. Het merendeel van de bedrijven uit het behoefte onderzoek valt in deze categorieën, maar zo’n 18% van de bedrijven valt onder categorie 4. In het plan is weliswaar een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen voor bedrijven uit milieucategorie 4, maar een rechtstreeks toegelaten bestemming aan de oostzijde van het zuidelijk plandeel heeft onze voorkeur. Reactie gemeente De Structuurplan is ter zake niet aangepast. Het gemeentebestuur handhaaft haar voornemen om een de milieubelasting van het terrein zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent, dat over de toelaatbaarheid van een bedrijf uit categorie 4 eerst via een nadere procedure (vrijstelling) door Burgemeester en Wethouders zal worden beslist. Dit biedt de mogelijkheid de economische en milieueffecten tegen elkaar af te wegen. Wij geven in overweging het maximale bebouwingspercentage te verhogen naar 70%, de bouwhoogte van 12 middels vrijstelling naar 15 meter en de verplichte afstand van gebouwen tot de perceelsgrens te verlagen tot 3 meter. Reactie gemeente De gewenste aanpassingen hebben plaatsgevonden. Het gemeentebestuur

evenwichtig opgebouwd bedrijventerrein voor. Het profiel van het bedrijventerrein is afgestemd op de lokale bedrijven. Te grote contrasten in onder meer het volume van gebouwen tussen bedrijven onderling dienen daarbij te worden vermeden. Om deze redenen zijn de maatvoeringseisen ten aanzien van de hoogte en het bebouwingspercentage slechts in beperkte mate veranderd. Voorts hebben de opgenomen maten tot de zijdelingse perceelgrenzen een duidelijke basis in de brandveiligheid van het bedrijventerrein. Via een vrijstellingsbevoegdheid bestaat wel de indirecte mogelijkheid deze afstand tot 3.00 meter te verkleinen. Hierbij zal onder meer de brandweercommandant om advies worden gevraagd. Volledigheidshalve wordt opgemerkt, dat de hoogte van de bebouwing op het "eiland" langs de Randweg verhoogt is naar maximaal 25 meter. Hiermee wordt met name de realisering van een ruimtelijk accent beoogd. Wij hebben niet kunnen dwarsverbindingen krijgen. nagaan, welk profiel de

Reactie gemeente De dwarsverbindingen krijgen een met de overige wegen vergelijkbare opbouw. Hiermee wordt binnen het gehele bedrijventerrein een eenduidige opbouw bevorderd (zie paragraaf 5.6). Bij de begripsomschrijving van volumineuze detailhandel wordt ook de detailhandel in meubels en woninginrichting gerekend. Wordt bij normering van het aantal parkeerplaatsen uitgegaan van bedrijfsvloeroppervlak of van het verkoopvloeroppervlak.

ten staat

dele een

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

103

Reactie gemeente Bedrijfsvloeroppervlak. 8.47. Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De Rijksdienst heeft geen bezwaar tegen de ontwikkeling van bedrijventerrein, maar betreurt het dat bij de inrichting van het gebied in het geheel niets is gedaan met de historische gebiedskenmerken. Voor het overige geeft het plan geen aanleiding tot opmerkingen. Reactie gemeente Bij de planontwikkeling zou het volgen van de historische kavellijnen leiden tot een minder efficiënte verkaveling van het bedrijventerrein. Naar de randen van het gebied ontstaan niet optimaal gevormde percelen en of resthoeken. Vanuit een zo efficiënt mogelijk ruimtegebruik en gelet op de ruimtelijke impact van het bedrijventerrein is gekozen voor de aangegeven verkaveling. De richting van de hoofdinfrastructuur is bepalend voor de opzet van de interne wegenstructuur. Aan deze samenhang dient meer gewicht te worden toegekend, dan aan de historische kavelstructuur.

8.49. Rijksdienst bodemonderzoek

v/h

Oudheidkundig

Ten aanzien van die delen van het plangebied, welke nog niet toegankelijk waren voor een vooronderzoek naar archeologische waarden wordt geadviseerd op zo kort mogelijk termijn een verkennend booronderzoek uit te voeren. Ten aanzien van twee vindplaatsen wordt geadviseerd proefsleuven te graven. Aan de hand van deze sleuven dient te worden bepaald of vervolgonderzoek plaats dient te vinden. Reactie gemeente Door de gemeente wordt in de komende maanden nader onderzoek uitgevoerd naar de genoemde aspecten. In nader overleg met het ROB is inmiddels het graven van proefsleuven afgesproken. 8.50. Waterschap Rivierenland Na een ingewilligd verzoek tot uitstel heeft bij brief van 27 augustus 2002 het Waterschap Rivierenland een reactie gegeven op het ontwerp Structuurplan. Het betreft niet zozeer een inspraakreactie als wel een overzicht van suggesties en wensen naar de toekomst ten aanzien van duurzaam waterbeheer. In navolging van besluiten van het voormalige Zuiveringsschap Rivierenland en het voormalige Polderdistrict Tieler- en Culemborgerwaarden bestendigt het Waterschap Rivierenland de instemming met de planvorming. Het waterschap wil graag bij de concrete uitwerkingen vooraf betrokken worden.

8.48. Waterbedrijf Gelderland
Het Waterbedrijf Gelderland heeft enkele opmerkingen geplaatst ten aanzien van de inrichting van leidingenstroken. Reactie gemeente. Deze opmerkingen zijn niet relevant voor hetde Structuurplan. Bij de uitwerking van de openbare ruimten e.d. wordt uiteraard wel ten volle rekening gehouden met de randvoorwaarden vanuit de technische infrastructuur.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

104

Reactie gemeente Geconstateerd wordt, dat het nieuwe waterschap instemt met het plan Hondsgemet. Het spreekt voor zich dat het Waterschap tijdig betrokken blijft bij ontwerpen. Voor het middendeel en het noordelijk plandeel stelt men bovengrondse afvoer van hemelwater als uitgangspunt. Reactie gemeente De inrichting van het middendeel en het noordelijk deel is momenteel nog niet aan de orde. Van het gestelde uitgangspunt wordt nadrukkelijk kennis genomen. De brochure “Werken aan water, Brochure voor duurzaam waterbeheer op bedrijventerreinen” wordt niet aangehaald. Reactie gemeente De brochure is niet aangehaald in de tekst, dit zal alsnog plaatsvinden. Een vertegenwoordiger van Geldermalsen heeft meegewerkt aan de totstandkoming van deze brochure. Daar waar nog mogelijk, Hondsgemet is natuurlijk al een aantal jaren ontwerptechnisch in ontwikkeling, zal rekening worden gehouden met de inhoud van de brochure. De afvoer van schoon hemelwater naar oppervlaktewater dient bij voorkeur bovengronds en via een bodempassage plaats te vinden. De aanleg van natuurvriendelijke oevers voor de ontwikkeling van een gezond ecosysteem is gewenst. Reactie gemeente De afvoer van regenwater bovengronds over het bedrijventerrein wordt als belemmerend ervaren voor een

meest pragmatische inrichting van het openbaar domein. Dit betekent, dat een voorkeur wordt uitgesproken om dit water toch via een riool naar het oppervlaktewater af te voeren. In nader overleg is overeenstemming over deze opzet verkregen. Het gemeentebestuur ondersteunt de opmerking ten volle tot een natuurvriendelijke inrichting van het merendeel van de oevers van de waterpartijen.

8.51. Artikel 10 Bro reacties voorontwerp
Instantie
KPN 26-11-2004 Vitens 13-12-2004 Gasunie 10-12-2004 Kamer van Koophandel 20-12-2004

Samenvatting reactie
Geen bezwaar, technische aanwijzingen Geen bezwaar, technische aanwijzingen Geen bezwaar, technische aanwijzingen Geen bezwaar, -Bij uitgifte zorgen voor uitvoering van subregionale taakstelling -Potentiele gegadigden niet afwijzen louter op basis van representativiteit en uitstraling (in plan opgenomen kwaliteitseisen)

Verwerking reactie
Rekening houden met uitvoering Rekening houden met uitvoering Rekening houden met uitvoering Kwaliteitseisen en milieusegmentering zijn nuttig en noodzakelijk en overigens ook niet absurd te noemen, overigens wordt ook niet verwacht dat er problemen zullen ontstaan bij uitgifte, dit blijkt uit recent nader onderzoek in het kader van Parkamanagement,

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

105

Waterschap Rivierenland (opm: op basis van aangepaste tekstvoorstellen) 29-12-2004

“Samenvattend kan gesteld worden dat in de aangepaste teksten het beleid van het waterschap op een juiste wijze is verwoord” Er is een bijlage toegevoegd met (detail)opmerkingen

ook ondersteund door de Kamer van Koophandel. De kwaliteitseisen zijn mede ingegeven door de omgeving en toekomstig woningbouwgebied Plan kan doorgaan, met opmerkingen bij verdere detaillering rekening houden, echter enkel voor zover ze betrekking hebben op het plangebied Hondsgemet. Gezien de begrenzing van het plangebied, worden er geen uitspraken gedaan voor buiten het gebied. In de aangepaste teksten zijn alle afspraken verwerkt, nieuwe detaileisen niet in Structuurplan meenemen, maar meenemen in nadere uitwerkingen. Begin 2005 maakt DHV in opdracht van de gemeente en in goed overleg met het Waterschap Rivierenland reeds

Betuweroute 6-1-2005

Provincie 5-1-2005

Opmerkingen: onvoldoende aandacht voor externe veiligheid, rekening mee houden in planvorming -Waardering voor plan -laat regionale afspraken (oa. passend naar aard en schaal etc) beter terugkomen -water akkoord (conform aangepaste tekstvoorstellen) -externe veiligheid langs noordzijde plan onduidelijk -in beginsel geen bedrijfswoningen toegestaan, indien toch toestaan, dan koppelen aan zones waar bedrijven categorie 1 en 2 worden toegestaan, gekoppeld aan een

binnen de bovengenoemde kaders een concrete uitwerking voor het watersysteem. Hiermee is de waterhuishouding, ook in detail, voldoende gewaarborgd. Externe veiligheid is in ontwerp nader uitgewerkt en levert voor de planvorming geen problemen op. -Regionale afspraken komen in ontwerp duidelijker terug - Externe veiligheid is ontwerp nader uitgewerkt en levert voor de planvorming geen problemen op. -toelaatbaarheid bedrijfswoningen is nader omschreven -archeologie is in ontwerp verhelderd -exploitatieopzet is geactualiseerd

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

106

Inspectie RO 24-2-2005

Nuon Rijkswaterstaat Recreatieschap ROB

bedrijfseconomische noodzaak -archeologie: oude info in reactie, overigens geen probleem -exploitatie opzet moet bij verdere uitwerking helderheid bieden over kosten archeologie en dekking hiervan -art. 19 lid 2 Wro kan, mits inspectie RO akkoord is -akkoord met planvorming, incl. toepassing art. 19 lid 2 Wro Geen reactie ontvangen Geen reactie ontvangen Geen reactie ontvangen Geen reactie ontvangen

Brandweer

Heb aandacht voor noodontsluitingen

fietspad is inmiddels gerealiseerd. Naast de feitelijke aandacht is er nu in de tekst ook extra aandacht voor noodontsluitingen.

Geen formele reacties, maar wel meenemen Politie

In principe akkoord, maar heb aandacht voor veiligheid fietsers en noodontsluitingen

Naast de feitelijke aandacht is er nu in de tekst ook extra aandacht voor noodontsluitingen. Een vrijliggend

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

107

8.52. Verslag inspraakavond 4 juli 2002
4 juli 2002, 20.00 uur Gemeentehuis Geldermalsen, Raadzaal. De volgende aanwezigen hebben de presentielijst getekend: ! -L. Elias, Rijksstraatweg 63, 4194 SR Meteren ! -E.J. de Wolf, Blankertseweg 21, 4194 NL Meteren ! -H. van Zadelhoff, Nieuwsteeg 456, 4196 AM Tricht ! -J.G.F. Eeuwijk, Meersteeg 5a, 4191 NK Geldermalsen Namens de gemeente aanwezig: Wethouder A.R. van Doorn, C.D. Boogerd, medewerker afdeling Ruimtelijk Beleid Wethouder Van Doorn opent om 20.00 uur de informatieavond en heet de aanwezigen welkom. Hij geeft aan dat deze avond een tweeledig doel heeft: informatie geven over het nu ter inzage liggende voorontwerpbestemmingsplan Bedrijventerrein en het horen van reacties op dit voorontwerp. Hij geeft aan dat de aanwezigen die de presentielijst tekenen, een verslag van deze avond zullen ontvangen. De heer Boogerd geeft een uitleg over het plan de hand van een powerpoint-presentatie. De getoonde dia’s zijn als bijlage bijgevoegd en dienen als ingelast te worden beschouwd. Wethouder Van Doorn geeft de aanwezigen de gelegenheid om vragen te stellen. De heer Zadelhoff heeft enkele specifieke vragen over het bebouwingspercentage. De wethouder deelt mee dat in de voorschriften nu een bebouwingspercentage van maximaal 60% is opgenomen. Mede gezien de discussie die op provinciaal en rijksniveau woedt over intensief

ruimtegebruik, is er wellicht later in het proces nog aanleiding om dit percentage aan te passen. Vooral in verband met brandveiligheidsredenen is altijd een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens noodzakelijk. Overigens deelt de wethouder mee dat bij een concreet bouwplan de precieze beoordeling zal plaatsvinden. De heer Van Eeuwijk betreurt het dat de parallelweg van de Randweg en met name de oversteek bij de overweg niet geschikt is voor agrarisch verkeer. De wethouder geeft aan dat met RIB gesproken is om naast de rijbanen van de Randweg ook een mogelijkheid te creëren voor het oversteken van agrarisch verkeer. Dit bleek onbespreekbaar bij RIB. Enkel een fietsovergang zoals nu is voorzien bleek mogelijk. De heer Van Eeuwijk meent dat het beter is om voor de fietsers een aparte oversteekvoorziening over de Randweg te maken ter hoogte van de huidige Meersteeg. In de nieuwe situatie moeten fietsers omrijden via de Centrale Ontsluitingsweg. De wethouder geeft aan dat hier naar gekeken is, maar dat een kruising voor fietsers zo dicht bij de spoorovergang en de rotonde als heel gevaarlijk is bestempeld. Vandaar dat hier van af is gezien. Met de kennis van nu lijkt de veiligheid van alle weggebruikers over de centrale ontsluitingsweg nu in voldoende mate verzekerd. Mede afhankelijk van de bestemming kan er sprake zijn van enige omrijbeweging. Dit valt gemiddeld genomen mee. Gezien het feit dat er nu voldoende veiligheid lijkt te zijn gewaarborgd, is het uitgeven van zoveel geld voor een vrijliggend fietspad in ieder geval op dit moment niet verantwoord. Overigens geeft hij aan dat het planologisch wel mogelijk is om een vrijliggend fietspad

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

108

te creëren. Mocht in de toekomst de situatie veranderen, dan is dit in ieder geval nu al geregeld. De heer De Wolf vraagt aandacht voor de naamgeving. De oude gebiedsnaam is Pletterenburg. De wethouder geeft aan dat de naamgeving tot nu toe vooral gezien moet worden als werktitel, alhoewel hij de naam Hondsgemet voor het bedrijventerrein wel gehandhaafd ziet worden, omdat deze naam voor deze ontwikkeling al lang bekend is. Aan de wegen moeten nog namen gegeven worden, dus zal deze suggestie meegenomen worden in de beoordeling. Overigens wordt bij de naamgeving gebruikelijk ook de historisch kring betrokken. De heer De Wolf geeft aan de plannen om de entree van Geldermalsen te benadrukken, o.a. door middel van hoge bebouwing op het eiland, een goed idee te vinden. Wel vraagt hij aandacht voor goed onderhoud aan het openbaar groen, dit bepaald de uiteindelijke aanblik. Tevens geeft hij aan dat de gronden bestaan uit een stroomruggebied. Hier horen geen populieren thuis, maar laanbomen. Wethouder Van Doorn geeft aan dat structureel groenbeheer en groenbeleid een groeiend aandachtsgebied binnen de gemeente zijn. Het beheer zal dan naar verwachting ook zeker beter worden. Inmiddels zijn de eerste studies gemaakt maar de groeninrichting. Conform de wens van de heer De Wolf komt daarin naar voren dat er laanbomen gebruikt zullen worden, waarbij per plek wordt bekeken of dit bomen van de 1e orde moeten zijn of van een mindere orde. Mevrouw Elias vraagt of er al duidelijkheid is over het verplaatsen van de molen nabij de AVRI. De wethouder geeft aan dat dit in wezen buiten de orde van dit

bestemmingsplan valt. Wel geeft hij aan dat hij weet dat er gesprekken gaande zijn, met als doel de molen te behouden, maar wellicht op een andere locatie. De heer Zadelhoff vraagt of bekend is in welke richting wordt ontwikkeld. De wethouder geeft aan dat in principe van west naar oost zal worden ontwikkeld. Ontwikkeling zal plaatsvinden in een tempo wat past binnen regionale en provinciale eisen. De heer Zadelhoff vraagt of er een geluidsscherm langs de Betuweroute komt ter hoogte van het te ontwikkelen bedrijventerrein. De wethouder geeft aan dat er geen scherm komt, dit is niet noodzakelijk op basis van de milieuwetgeving. Het heeft overigens ook geen zin om een bedrijventerrein te verstoppen achter een scherm. Nadat er geen vragen meer zijn, geeft de wethouder het woord aan de heer Boogerd om de verdere procedure globaal uiteen te zetten. De heer Boogerd geeft aan dat schriftelijke inspraakreacties nog mogelijk zijn tot en met 19 juli 2002. Na verwerking van de inspraakreacties volgt de vaststelling van het Eindverslag Inspraakprocedure. Daarna wordt het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd. Op dat moment kunnen zienswijzen bij de gemeenteraad worden ingediend. Na afloop van deze ter inzage legging, wordt het plan ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Indien de gemeenteraad het plan vaststelt, zal het plan ter goedkeuring worden gezonden aan Gedeputeerde Staten. Hierbij kunnen bezwaren bij Gedeputeerde Staten worden ingediend. Tegen de af te geven goedkeuring staat daarna nog beroep open bij de Raad van State.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

109

Nadat er niets meer aan de orde is, dankt de wethouder de aanwezigen voor hun komst. Het verslag zal na vaststelling worden verspreid onder de aanwezigen. Wethouder Van Doorn sluit de inspraakavond.

Is er al iets bekend over de prijzen?

8.53. Verslag inspraakavond 5 april 2005
Na inleidingen wordt een korte pauze gehouden, waarbij schriftelijke vragen ingediend kunnen worden. Tevens kunnen enkele archeologische vondsten bekeken worden. Na de pauze gaat de heer Van Doorn over tot het beantwoorden van vragen.

Komt er ten westen van de Randweg (zijde Blankertseweg) nog ruimte voor bedrijven?

Vraag uit de zaal
Wanneer archeologie onverwachte zaken oplevert en de ROB de gronden niet vrijgeeft, vindt dan een aanpassing van de fasering plaats?

Reactie gemeente
Dit zou een onvoorziene zaak zijn, waarvoor op dit moment geen aanwijzingen zijn. Het werk verloopt volgens planning. Een andere fasering ligt dan ook niet voorhanden, zeker ook gezien de aan te leggen weg t.b.v. Betuweroute De AVRI valt binnen de Structuurvisie, maar de genoemde hectaren zien toe op nieuw bedrijventerrein. De specifieke zaken met de AVRI zullen in een apart bestemmingsplan geregeld worden, zoals dat ook nu al het geval is. De AVRI en de gemeente voeren hier gesprekken over.

Is er al een procedure voor uitgifte?

Valt de AVRI binnen de genoemde 50 ha van de Structuurvisie en zit de AVRI binnen de genoemde 5 uit te werken bestemmingsplannen?

De prijzen zijn nog niet bekend, maar naast de prijs zijn ook de andere condities belangrijk, zoals bouwregels, parkmanagement etc. De uitgifteprijzen zullen naar verwachting te vergelijken zijn met regionaal geldende prijzen, te denken valt dan aan gemiddeld € 110 – 125 per m2. Hondsgemet is primair bedoeld voor opvang van bedrijven, het bedoelde westelijke gedeelte tussen Blankertseweg, Rijksstraatweg, Spoorlijn en Randweg is bedoeld voor woningbouw. Ten zuiden van de Blankertseweg zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien, omdat dit gebied ook valt buiten de contouren tot 2015. Er is nog geen procedure, hier wordt wel aan gewerkt. Om te komen tot uitgifte dient er veel beoordeeld en afgestemd te worden, temeer daar er nog 3 andere partijen uit zullen geven. Wanneer bedrijven belangstelling hebben, is het wenselijk dat men zich bij de gemeente aanmeldt, zodat er een beeld is van de behoefte en hier in de uitgifte wellicht rekening mee gehouden kan worden.

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

110

Wat is het percentage van vrije uitgifte en wat is het percentage wat via andere partijen op de markt komt?

Kunnen regionale bedrijven ook toegelaten worden?

Hoe verloopt het uitgiftetempo per partij?

Voor het gehele gebied ten zuiden van de Plettenburglaan geldt dat verhouding ongeveer 50 -50 is. Gezien de contractuele verplichtingen en de lange ontwikkelingstijd, zal naar verwachting zeker in het begin deze verdeling niet elk jaar gelden. Het bedrijventerrein is primair bedoeld voor lokale en subregionale bedrijven, dus bedrijven uit Geldermalsen en nabije omgeving. Uit het regionaal afgesloten Convenant Bedrijventerrein blijkt vorenstaande hoofdregel. Bij een echte meerwaarde voor Geldermalsen of regio, kan de regio echter wel toestemming geven voor vestiging van een ander bedrijf. Gemiddeld mag ca. 3 ha per jaar uitgegeven worden. Omdat er al een aantal jaren niets is uitgegeven, mag er de eerste paar jaar iets meer uitgegeven worden. Hoe e.e.a. precies zal verlopen, is niet precies te voorzien. We willen wel zoveel mogelijk flexibiliteit inbouwen, om zodoende zo goed mogelijk aan de wensen te voldoen. Een aandachtspunt blijft het tegengaan van versnippering.

Is er iets bekend over de behoefte?

Is er een wachtlijst?

Hoe gaat de 4e fase er qua vormgeving uitzien?

Bij de start van de planvorming is specifiek onderzoek verricht naar de behoefte. Middels het door de Kamer van Koophandel 2 jaarlijks uit te voeren onderzoek Bedrijven onder Dak, wordt dit getoetst. Telkenmale blijkt dat er voldoende behoefte is aan ruimte conform het toekomstige aanbod. Er is geen wachtlijst, wel is er een lijst met gegadigden. Bij de daadwerkelijke uitgifte moet er naar gestreefd worden dat het juiste bedrijf op de juiste plek terecht komt. In de structuurvisie is een voorzet gegeven en zijn algemeenheden genoemd. Bij de daadwerkelijke uitwerking op termijn in een bestemmingsplan, wordt ook gekeken naar de dan feitelijke en gewenste situatie. Uiteraard wordt daarbij gestreefd naar harmonie tussen bestaand en nieuw.

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

111

Wat is de tijdsrelatie tussen de Structuurvisie en het moment van daadwerkelijke uitgifte?

Komt er een bouwverplichting op kavels?

De Structuurvisie geeft een totaalbeeld weer. De structuurvisie zal uiteindelijk door de gemeenteraad worden vastgesteld. Parallel hieraan zal getracht worden zo spoedig mogelijk met bouwrijp maken te beginnen. Via de raadscommissies en zelfs het vroegere voorontwerp bestemmingsplan voor het zuidelijke gedeelte, is de raad hierin gekend. In zoverre zijn er dus geen formele belemmeringen, omdat een en ander naast elkaar op kan lopen. Braakliggende percelen zijn onwenselijk, vandaar dat er een en ander geregeld zal gaan worden. Te denken valt aan termijnen na datum aankoop waarop een bouwaanvraag moet zijn ingediend en na onherroepelijk worden van de bouwvergunning zal moeten worden gebouwd.

gewaarborgd en wat dit betreft vanavond bemoedigende reacties te hebben ontvangen. Wethouder Van Doorn bedankt een een ieder voor zijn of haar komst en dankt de aanwezigen voor hun inbreng. Hierna sluit hij de inspraakavond af.

8.54. Schriftelijke inspraakreacties
Het plan heeft met ingang van 14 maart 2005 tot en met 11 april 2005 ter inzage gelegen. Er zijn 2 schriftelijke inspraakreacties ingekomen..Hieronder volgt een samenvatting van de inspraakreacties en de voorgestelde verwerking.
Samenvatting schriftelijke inspraakreacties AVRI Postbus 290 4190 CG GELDEMALSEN 11 april 2005, ontvangen 13 april 2005 -voornamelijk reactie op hoofdstuk 5, onderdeel AVRI beschrijf huidige situatie beter, meer dan alleen vuilstort en milieustraat onduidelijkheid over eigendommen op Tiel’s grondgebied Verwerking reactie Alhoewel de reactie net na de inspraaktermijn is ontvangen, conform algemeen geldende jurisprudentie toch meenemen in beoordeling. AVRI is belanghebbende. -conclusie: geen opmerkingen tegen het plan Hondsgemet op zich huidige situatie beter beschrijven naar feitelijke situatie bedoeld wordt uiterste oostpunt binnen totale visie, dit is nog voor een gedeelte Tiel. Teneinde verwarring te voorkomen wordt zinsnede aangepast. -Na afwerking van de vuilstort ontstaat er een nieuwe situatie die maatwerk vereist. De eerste

Nadat er geen vragen meer zijn, geeft wethouder Van Doorn aan dat alle vragen in een verslag zullen worden vastgelegd. Voor de goede orde wijst hij nog op de ter inzage termijn. Samen met schriftelijke reacties, zullen de vragen beoordeeld worden. Wellicht zal het plan hierop dan aangepast worden. Hij constateert dat met de onderhavige voorontwerp Structuurvisie de kwalitatieve invulling van het gebied is

-na afwerking afvalstort ligt er uitdaging om in onderlinge samenwerking

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

112

verdere plannen te ontwikkelen in de sfeer van recreatieve bestemmingen en bepaalde bedrijfsbestemmingen

-milieustraat en op- en overslag gebied zijn 2 aparte zaken -visie Hondsgemet ligt ook op gronden AVRI -AVRI heeft in 2004 gevraagd om gronden van de gemeente te verwerven voor eigen plannen -AVRI heeft in 2003 zelf een visie gemaakt, waarover overleg is met de gemeente, van deze visie is weinig terug te vinden in de visie Hondsgemet

gedachte hierover is, overeenkomstig de gemeentelijke structuurvisie van 1999 en actualisatie in de “Notitie Wikken en Wegen”, dat er eerder sprake is van groen dan van een bedrijfsbestemming. -dit zal duidelijker verwoord worden -is juist -is reeds over gecommuniceerd, niet relevant voor deze Structuurvisie -de plannen van de AVRI zijn nog immer onderwerp van gesprek. Besluitvorming heeft nog niet plaatsgevonden. Overigens wordt in de Structuurvisie Hondsgemet (en de Notitie Wikken en Wegen) een belangrijke denkrichting aangegeven, die mogelijkheden biedt voor de AVRI die er op basis van de gemeentelijke Structuurvisie 1999 nog niet waren. -dit is een kwestie van uitwerking voor de toekomst en inhoudelijk minder relevant. Brief is tijdig ontvangen. Familie is belanghebbend.

4191 NK GELDERMALSEN 11 april 2005, ontvangen 11 april 2005 -komst bedrijventerrein tast woongenot aan, geeft waardevermindering, ook door stijging geluidsoverlast en vermindering uitzicht

-uitnodiging om te komen tot onderhandeling

-Aantasting woongenot is van vele aspecten afhankelijk. Gezien de premature stand van zaken van de procedures is artikel 49 Wro nog niet van toepassing, dus geen schadeverhaal. Het genoemde punt geluidsoverlast wordt niet zonder meer beaamd, daar de juridisch reeds onherroepelijke Betuweroute de nodige geluidsbelasting met zich meebrengt, die door nieuwe bebouwing juist wel eens minder zou kunnen worden. -Belanghebbende informeren over de onmogelijkheid om nu reeds op basis van art. 49 Wro een uitspraak te doen over schade en hem tevens informeren over de potentiele toekomstige mogelijkheden om een schade verzoek in te dienen op basis van art. 49 Wro.

8.55. Opzet inspraakprocedure
Conform het inspraakprocedurebesluit d.d. 4 maart 2005 is de inspraak vormgegeven (zie bijlage 1). Hieronder is beknopt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan de procedure voor inspraak ! Kennisgeving beleidsvoornemen en procedure in gemeentelijke voorlichtingskolom in Nieuwsblad Geldermalsen d.d. 10 maart 2005.

-toekomstig aangepast bestemmingsplan ziet AVRI als zesde deelplan Hondsgemet Dhr. T.A. van Iterson en mevrouw M.C.J. van Iterson-Bron Meersteeg 14

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

113

!

Kennisgeving beleidsvoornemen en procedure via Internet van 10 maart 2005 t/m 11 april 2005. ! Terinzagelegging stukken in gemeentehuis te Geldermalsen gedurende de periode van 14 maart 2005 t/m 11 april 2005.. ! Mogelijkheid tot reageren op het beleidsvoornemen: - schriftelijk t/m 11 april 2005 (mogelijkheid om inspraakreacties te zenden aan het college van burgemeester en wethouders); - mondeling en schriftelijk middels formulieren tijdens inspraakavond in het gemeentehuis op 5 april 2005, aanvang 20.00 uur. Als vertegenwoordiger van het college van burgemeester en wethouders leidde wethouder Van Doorn deze avond. Tijdens de op 5 april 2005 gehouden inspraakavond is een aantal inspraakreacties gegeven. Bij brieven gedateerd 11 april is een tweetal schriftelijke reacties ingekomen. De AVRI, Meersteeg 9 te Geldermalsen en de familie Van Iterson, Meersteeg 14 te Geldermalsen hebben gereageerd. Na vaststelling van het eindverslag wordt de volgende procedure gevolgd: - Ter kennisneming in commissie GG d.d. 8 juni 2005 - Ter kennisneming in de gemeenteraad d.d. 28 juni 2005 - Ter kennisneming aan gebruikers inspraakmogelijkheden door middel van : a. terinzagelegging in gemeentehuis Geldermalsen gedurende een periode van twee weken (van 17 juni 2005 t/m 1 juli 2005); b. publicatie hierover in gemeentelijke voorlichtingskolom van 16 juni 2005 en via Internet van 16 juni 2005 t/m 1 juli 2005;

c.

het schriftelijk informeren van degenen die een schriftelijke inspraakreactie hebben ingezonden (uiterlijk 16 juni 2005) d. in publicatie en brieven aangeven dat het verslag desgewenst aan insprekers kan worden toegezonden. Vervolgprocedures die de basis vinden in deze Structuurplan bedrijventerrein Hondsgemet, zullen niet aan inspraak op basis van de Inspraakverordening onderhevig zijn, omdat al op een voldoende wijze is voorzien in de mogelijkheid om inspraak te geven over de voorgenomen ontwikkelingen. De overige wettelijke procedures zullen uiteraard gevolgd worden. .

ctuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

juni 2005

114

o

Bijlage Uitgangspunten riolering Waterschap Rivierenland
Versie 19 november 2004 - Algemeen: o Streven naar duurzaam waterbeheer. o Streven naar bovengrondse afvoer van afstromend hemelwater. o Streven naar gebruik van hemel- en oppervlaktewater. o Streven naar 100% afkoppelen (of het niet aankoppelen) van het verhard oppervlak in woongebied en minimaal 60% in industriegebied, tenzij er geen oppervlaktewater gerealiseerd kan worden Als minimale emissie-eis geldt de emissie van het verbeterd gescheiden stelsel. - Technische uitgangspunten: o Rioolstelsel nieuw industriegebied wordt uitgevoerd als verbeterd gescheiden stelsel (berging in het hemelwaterrioolstelsel 4 mm, maximaal 35 overstortingen per jaar, maximale pompovercapaciteit 0,3 mm/h gerekend over het aangesloten verhard oppervlak). o Koppeling tussen hwa- en dwa-riool wordt niet geaccepteerd. o Stelsel uitvoeren met een aparte pompopstelling voor hwa- en dwa- riool. - Beleidsuitgangspunten: o Bij afkoppelen van verharde oppervlakken ‘beslisboom voor hemelwater’ van december 1999 vastgesteld door Bestuurlijk Overleg Rioleringen Gelderland (BOR-G) hanteren.. De beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlaken van Werkgroep Riolering West-Nederland (wRw) bevat een nadere uitwerking hiervan.

o

o

Kantoorgebieden behandelen als woongebied Daken afkoppelen van riolering in volgorde: gebruik van ‘schoon’ hemelwater in het bedrijf, vegetatiedaken toepassen, rechtstreeks afvoeren in de bodem, rechtstreeks afvoeren naar oppervlaktewater. Terreinoppervlak wel of niet afkoppelen en de wijze waarop is maatwerk en mede afhankelijk van de aard en gebruik verhard oppervlak en categorie bedrijf. Afstromend hemelwater van ‘schone’ terreinoppervlak en parkeerterreinen via een filter lozen op bodem of oppervlaktewater. Hemelwater afstromend van wegen in industriegebied moet aangesloten worden op verbeterd gescheiden stelsel. Voor omgang met afstromend hemelwater van individuele bedrijfsterreinen: zie nota ‘Vergunningenbeleid lozingen afstromend hemelwater van bedrijven’ van 1999. Gebruik maken van duurzame (niet uitlogende) bouwmaterialen, . Nieuwe lozingen mogen niet leiden tot een extra kwantitatieve belasting van het oppervlaktewatersysteem. Overstorten situeren op goed doorstroomde of doorspoelbare watergangen van voldoende omvang (A-watergang). Overstortdrempel minimaal 25 cm boven zomer- of streefpeil, anders moet een terugslagklep worden toegepast.

o o o

o o o o

Structuurplan Bedrijventerrein Hondsgemet

072-072

oktober 2005

115