Werken in Twente 2007

POWI monitor 2007

2

Inhoudsopgave
Voorwoord Inleiding Samenvatting 1. Bedrijfsontwikkelingen en verwachtingen 1.1. Bedrijfsontwikkelingen 1.2. Investeringen 1.3. Ontwikkeling aantal arbeidsplaatsen 1.4. Aantal vestigingen 2 Werkgelegenheid 2.1. De werkgelegenheidsontwikkeling in de verschillende gemeenten 2.2. Werkgelegenheidsontwikkeling in de verschillende sectoren 3 Pendelmatrix Twente 4 Bevolking en beroepsbevolking 4.1. Bevolking naar CWI - gebieden 4.2. Beroepsbevolking 4.3. Arbeidsparticipatie 4.4. Arbeidsparticipatie per geslacht 5 Onderwijs 5.1. Aantallen studenten bij ROC van Twente en AOC Oost 5.2. Allochtone jongeren in het ROC van Twente 6 Ontwikkeling aantal niet-werkende werkzoekenden (CWI) 6.1. NWW in Twente 2003 - 2007 6.2. NWW in Twente per gemeente 2003 - 2007 6.3. NWW in Twente naar leeftijdsklasse 2006 en 2007 6.4. NWW naar opleiding 6.5. NWW naar werkloosheidsduur 6.6. De jeugdwerkloosheid 6.7. Samenvattend 7 Werken in Twente: de uitdagingen 4 5 6 8 8 8 11 12 14 14 16 19 20 20 23 26 27 28 28 32 34 34 37 37 38 38 38 39 41

3

Voorwoord
Het Platform Onderwijs, Werk en Inkomen in Twente gaat van start! Bij deze aftrap presenteren we ‘Werken in Twente 2007’, waarin de stand van de Twentse arbeidsmarkt is beschreven. In deze monitor is gebruik gemaakt van informatie van een aantal partijen: de Provincie Overijssel; Kamer van Koophandel; CWI Oost Nederland; ROC van Twente en Het Agrarisch Opleidingscentrum Oost. Medewerking bij de totstandkoming is verleend door het CWI, ROC van Twente en I&O Research. De monitor geeft nog niet op alle aspecten informatie. Deze eerste versie spitst zich toe op de aanbodskant. Het is echter wel de bedoeling om in de komende jaren deze arbeidsmarktmonitor uit te bouwen en daarbij de samenwerking met de hierboven genoemde en andere relevante organisaties te versterken. De economie trekt aan en de groei zal nog wel even doorgaan. De dynamiek op de arbeidsmarkt neemt toe. Dit biedt kansen voor bedrijven en werkzoekenden, maar het is wel zaak dat de partijen op de arbeidsmarkt elkaar weten te vinden. Nieuwe werkgelegenheid betekent niet automatisch dat werkzoekenden gemakkelijk aan het werk komen. De partners in Twente, zowel vanuit bedrijfsleven, het onderwijs als de overheid moeten de handen ineen slaan om de kansen te grijpen. ‘Werken in Twente 2007’ maakt inzichtelijk waar kansen en uitdagingen liggen. Het is duidelijk dat acties zinvol zijn rond thema’s als aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, positie van ouderen op de arbeidsmarkt, jeugdwerkloosheid en voortijdige schooluitval. Regionale samenwerking tussen de verschillende parijen in deze acties en projecten is een voorwaarde voor succes. Het Platform Onderwijs, Werk en Inkomen (POWI) wil deze regionale samenwerking en afstemming stimuleren en concreet vorm geven. Ik vertrouw er op, dat ‘Werken in Twente 2007’ en de samenwerking binnen het platform gaan leiden tot een beter functionerende Twentse arbeidsmarkt, zowel in het belang van de ondernemingen als de werkzoekenden en de werknemers. Myra Koomen, Voorzitter Platform Onderwijs, Werk en Inkomen.

4

Inleiding
In de eerste uitgave van ‘Werken in Twente’ wordt voor het eerst sinds RATIO II weer een beeld geschetst van de Twentse arbeidsmarkt. In RATIO II werd de situatie in 2004 uitvoerig beschreven. Voorts werd een prognose tot 2008 gegeven. In ‘Werken in Twente 2007’ krijgen verschillende onderwerpen de aandacht. De ontwikkelingen in het recente verleden worden daarbij getoond en, voor zover mogelijk, de stand van zaken medio 2007. Op de presentatie van cijfermatige gegevens wordt steeds een beknopte toelichting gegeven. Uitvoerige analyses over de geconstateerde ontwikkelingen worden in ‘Werken in Twente 2007’ niet gemaakt. Wellicht dat in een volgende uitgave dit nader kan worden uitgediept. De onderwerpen die achtereenvolgens aan de orde komen: bedrijfsontwikkelingen en verwachtingen, werkgelegenheid, pendel, (beroeps)bevolking, onderwijs en werkzoekenden. Behalve de genoemde thema’s wordt in het laatste hoofdstuk speciale aandacht gegeven aan de uitdagingen om actuele en toekomstige knelpunten op de Twentse arbeidsmarkt te bestrijden. Bij de samenstelling van ‘Werken in Twente 2007’ is gebruik gemaakt van diverse databronnen. De manier waarop de gegevens verzameld zijn, is per bron verschillend, evenals de periode waarop de gegevens betrekking hebben. Ook hanteren de verschillende bronnen soms andere definities. Vandaar dat zoveel mogelijk wordt vermeld hoe de gegevens zijn verzameld. Tevens worden waar mogelijk de gebruikte begrippen toegelicht. Helaas kunnen niet alle toekomstige ontwikkelingen op gemeentelijk niveau worden weergegeven. Naarmate het gebied kleiner is, worden de prognoses over dat gebied minder betrouwbaar.

5

Samenvatting
Bedrijfsontwikkelingen en verwachtingen
De omzet van het bedrijfsleven vertoont vanaf 2006 een stijgende lijn. In Twente is de groei sterker dan het landelijk gemiddelde. De gunstige omzetontwikkeling is voor een belangrijk deel te danken aan een forse groei van de export. De omzetstijging leidt tot groei van de werkgelegenheid. Tot 2006 was er nog sprake van een daling. In de dienstensector is de groei het sterkst. De positieve ontwikkeling die in 2006 in gang is gezet, krijgt een vervolg in 2007. ER is sinds 2005 sprake van een forse groei in het aantal bedrijven. De groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (ZZP-er) is een belangrijke oorzaak. De daling van het aantal agrarische bedrijven zet door.

Twents arbeidsmarkt
De pendelmatrix geeft aan dat bijna de helft van de werkende beroepsbevolking in Twente niet in de eigen stad werkt. Men werkt dan vaak wel binnen de regio Twente als niet in de eigen stad wordt gewerkt. Dit betekent dat lokale economische ontwikkelingen ook invloed hebben op de werkgelegenheid van andere Twentse gemeenten.

Bevolking en beroepsbevolking
De Twentse beroepsbevolking zal na 2007 minder hard stijgen dan de voorgaande jaren. Gedurende de periode 2008 tot en met 2011 stijgt de beroepsbevolking met gemiddeld 1.465 per jaar. Hierbij is het opvallend dat in periode 2008 - 2011 in Enschede de jaarlijkse stijging van de beroepsbevolking hoger is dan het landelijk en Twents gemiddelde. De arbeidsparticipatie in Twente is lager dan het landelijk gemiddelde (67% versus 68,4%). Dit wordt vooral veroorzaakt door de lage participatie van vrouwen. In 2006 is in Twente de arbeidsparticipatie onder vrouwen 56,8%. In Nederland ligt dit op 59,5%.

Werkgelegenheid
De ontwikkeling van de werkgelegenheid (= aantal arbeidsplaatsen) loopt meestal zo’n driekwart jaar achter bij die van de economie. Na een stabilisatie in 2003 daalde in 2004 en 2005 de totale werkgelegenheid in Twente. In 2006 is een duidelijke groei (2.975) van het aantal arbeidsplaatsen te zien. Naar verwachting zal de werkgelegenheid in 2007 groeien met 4.050 arbeidsplaatsen. De werkgelegenheid in de nijverheid heeft moeilijke jaren gekend. Toch blijft d sector in Twente met een aandeel van 26% van de totale werkgelegenheid releatief groot. De prognose is dat in de periode 2008 tot en met 2011 de werkgelegenheid met gemiddeld 3.430 arbeidsplaatsen per jaar zal toenemen. Van 2008 tot en met 2011 zal de arbeidsmarktkrapte in Twente toenemen, doordat het aantal arbeidsplaatsen (gemiddeld 3.430 per jaar) harder groeit dan de beroepsbevolking (gemiddeld 1.465 per jaar).

Onderwijs
Deelname aan het beroepsonderwijs groeit. Sinds 2006 neemt ook het aantal personen, dat een opleiding combineert met werk, weer toe. Binnen de verschillende sectoren van het ROC van Twente valt de groei in de sector Zorg en Welzijn op. De sector Technologie blijft het grootst Allochtone jongeren hebben een zwakke positie in het beroepsonderwijs en op de arbeidsmarkt. Ze zijn oververtegenwoordigd in de lage opleidingsniveau’s; verlaten vaker ongediplomeerd het onderwijs en zijn relatief veel werkloos.

6

Werkloosheid
Het merendeel (73%) van de niet-werkende werkzoekenden (NWW) komt uit de drie grote Twentse steden Almelo, Enschede en Hengelo. De werkloosheid in Twente is het afgelopen jaar flink (15%) gedaald en staat op het laagste niveau sinds 2003. Het aandeel 40-plussers van het totale NWW-bestand is toegenomen tot 63%. De leeftijdsklasse 50 tot 66 jaar is inmiddels de grootste groep van het totale NWW-bestand geworden. Mannen, jongeren en inwoners van de kleinere gemeenten in Twente hebben het meest geprofiteerd van de werkloosheidsdaling. Een ruime meerderheid van het actuele NWW-bestand in Twente is langdurig werkloos, vaak gecombineerd met een laag opleidingsniveau en een hoge leeftijd.

7

1 Bedrijfsontwikkelingen en verwachtingen
1.1 Bedrijfsontwikkelingen
De jaarlijkse enquête regionale bedrijfsontwikkeling van de Kamer van Koophandel (ERBO) laat in 2006 een positief beeld zien. De omzet van het bedrijfsleven neemt toe met 6%. Gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen komt de groei uit op 5,1% Dit is aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde van 3,7% De gunstige ontwikkeling is met name te danken aan de groei van de export. Was er in 2005 nog sprake van een dalende export vanuit Twente (-1,1% bij een landelijk gemiddelde van + 3%); in 2006 groeide de export vanuit Twente met 7,1%. Landelijk was de groei 5,7% In alle sectoren groeit de export. De groei in de industriële export heeft de grootste invloed op de gunstige totaalcijfers omdat het aandeel van de industrie in de totale export veruit het grootst is.
Omzet 2005 Industrie Bouwnijverheid Groothandel Detailhandel Diensten Totaal 0,9 4,3 3,1 1,5 0,6 2,1 Twente 2006 6,6 2,7 7,0 2,5 4,9 5,1 2005 -0,4 0,5 2 -0,1 2,0 0,9 Nederland 2006 3,9 1,5 5,4 2,1 3,8 3,7 Industrie Groothandel Diensten Totaal -1,6 6,5 9,5 -1,1 5,7 8,5 13,0 7,1 0,7 5,7 3,4 3,0 5,0 8,1 5,7 5,7 Export 2005 Twente 2006 2005 Nederland 2006

Bron: KvK, ERBO- enquête 2006

De groei in de industriële omzet blijft overigens ook in 2007. In april 2007 is door de Nederlandse industrie 6% meer geproduceerd dan in april 2006. De omzet was 10% hoger dan een jaar eerder. Dat was vooral een gevolg van een hogere afzet. Ook de afzetprijzen zijn gestegen: deze waren in mei 2007 2,6% hoger dan in mei 2005
(bron: CBS)

1.2 Investeringen
Met de groei van de omzet groeit ook de bereidheid tot investeringen bij Twentse bedrijven. In de periode vóór 2006 was de investeringsbereidheid aanzienlijk minder dan het landelijk gemiddelde. In 2006 is die achterstand nagenoeg ingelopen. In de bouwnijverheid is de Twentse investeringsbereidheid zelfs groter dan op nationaal niveau het geval is.

8

9

10

Investeringen 2005 Industrie Bouwnijverheid Groothandel Detailhandel Diensten Totaal 63 63 47 41 63 55

Twente 2006 70 77 66 55 65 65 2005 66 63 62 50 63 61

Nederland 2006 72 67 67 56 69 66

De werkgelegenheid in de industrie lijkt zich ook positief te ontwikkelen. De daling van het totaal aantal arbeidsplaatsen in 2005 in Twente was met name te wijten aan de krimp in de industrie. In 2006 geven de werkgevers een (verwachte) groei aan van 2,1% De industrie levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de totale groei in dat jaar. Overigens is deze groei niet terug te vinden in de andere overzichten (zie ook hoofdstuk 3). De belangrijkste reden is dat veel nieuwe banen in de industrie eerst via uitzendkrachten worden ingevuld. In veel overzichten staan uitzendmedewerkers onder ‘zakelijke dienstverlening’ vermeld. Opvallend is het verschil tussen de groei in de Twentse industrie (2,1%) en de landelijke groei (0,4%). Het belang van deze sector voor de Twentse werkgelegenheid is duidelijk. Overigens is de dienstensector regionaal dé banenmotor in 2006. Gedetailleerde informatie over de werkgelegenheidsontwikkeling is te vinden in hoofdstuk 2. In het najaar verschijnt de 2007-uigave van de ERBO-enquête. De verwachtingen zijn positief. Ruim 45% van het Twentse bedrijfsleven verwacht in 2007 een omzetstijging. De helft van de exporterende bedrijven gaat in 2007 uit van een toename van de export. Met name de groothandel en de bouwsector zijn positief gestemd. Naast omzetstijging verwacht 30% van de bedrijven in deze sectoren meer personeel in dienst te nemen. Cijfers over 2007 staven deze verwachtingen. De economische groei zet door (2,5% tot 2,75%) en over de volle breedte stijgt de omzet.
Omzetstijging 1e kwartaal 2007 t.o.v. 1e kwartaal 2006 (over geheel Nederland) Metaal- elektrotechnische en transportmiddelenindustrie: Dienstensector (geheel) * horeca 9% 13% 22% 14% * IT 13% 11%

Percentage investerende bedrijven Bron: KvK, ERBO- enquête 2006

1.3 Ontwikkeling aantal arbeidsplaatsen
De gunstige omzet- en investeringscijfers hebben volgens de uitkomsten van de enquête onder werkgevers ook geleid tot een stijgende werkgelegenheid. In 2006 nam deze in Twente toe met 3,1% (full-time arbeidsplaatsen). Bij kleinere bedrijven is de stijging groter dan bij het grootbedrijf. Landelijk neemt het aantal arbeidsplaatsen toe met 2,2%. Deze cijfers uit de ERBO-enquête lijken enigszins geflatteerd. De resultaten zijn gedeeltelijk gebaseerd op verwachtingen van bedrijven. De provinciale BIRO-enquête meet achteraf de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen. Volgens deze enquête is er in 2006 spraken van een groei met 1%. De daling in het aantal arbeidsplaatsen vanaf 2003 is daarmee in 2006 omgebogen. Aantal arbeidsplaatsen in Twente
2001 2002 2003 2004 2005 2006

* uitzendbranche Bouw
(bron: CBS)

273.869

275.178

275.834

272.937

271.613

274.588

Bron: BIRO, Provincie Overijssel (peildatum 1 mei)

11

1.4 Aantal vestigingen
Het Bedrijven- en Instellingen Register Overijssel (BIRO) van de provincie Overijssel verzorgt de werkgelegenheidscijfers door jaarlijks onder alle bedrijven en instellingen een integrale enquête uit te zetten. De enquête wordt in de eerste week van april verzonden, de peildatum is 1 april. De ervaring heeft geleerd dat de uiteindelijke response 65 - 80% is. De gegevens van bedrijven die niet hebben gereageerd worden geschat volgens een bepaalde methode. Toelichting Vanaf 2004 is er in Twente weer sprake van groei van het aantal bedrijfsvestigingen. In de periode 2005 - 2006 is de groei in de sectoren bouwnijverheid, (detail)handel en zakelijke dienstverlening het hoogst geweest. Dit heeft vooral te maken met de groei van het aantal ‘zelfstandigen zonder personeel’ (ZZP-er). Meer dan de helft van alle bedrijfsvestigingen is afkomstig uit de sector commerciële dienstverlening. De daling van gemiddeld 100 landbouwbedrijven per jaar heeft zich ook in 2005 - 2006 voortgezet. Opvallend is de continue daling van het aantal financiële instellingen. Ook het aantal bedrijven in de industrie is de afgelopen jaren voortdurend aan het dalen.

12

Sectoren Totaal landbouw, jacht en bosbouw Industrie Productie en distr. van elektriciteit, gas en water Bouwnijverheid Totaal nijverheid Reparatie van consumentenartikelen en handel Horeca Vervoer, opslag en communicatie Financiële instellingen Zakelijke dienstverlening, handel onr. goed Totaal commerciële dienstverlening Openbaar bestuur, overheid. Onderwijs Gezondheids-, welzijnszorg Milieudienstv.,cultuur,recreatie, ov. dienstv. Totaal niet-commerciële dienstverlening Totalen
Bron: BIRO, Provincie Overijssel (peildatum 1 mei)

2001 5.694 2.159 4 2.495 4.658 9.190 1.517 797 832 4.737 17.073 96 862 1.585 2.235 4.778 32.203

2002 5.565 2.099 6 2.585 4.690 9.084 1.487 775 757 4.711 16.814 97 837 1.600 2.202 4.736 31.805

2003 5.383 2.089 6 2.643 4.738 9.270 1.503 769 714 4.841 17.097 101 820 1.599 2.220 4.740 31.958

2004 5.325 2.057 3 2.658 4.718 9.394 1.508 745 683 4.871 17.201 97 807 1.599 2.214 4.717 31.961

2005 5.194 2.007 3 2.812 4.822 9.762 1.565 774 679 5.159 17.939 88 798 1.624 2.317 4.827 32.782

2006 5.082 1.952 3 3.037 4.992 10.056 1.566 777 651 5.459 18.509 81 794 1.664 2.408 4.947 33.530

2001-’06 -612 -207 -1 542 334 866 49 -20 -181 722 1.436 -15 -68 79 173 169 1.327

2005-’06 -112 -55 0 225 170 294 1 3 -28 300 570 -7 -4 40 91 120 748

13

2 Werkgelegenheid
Gemeente

Werkgelegenheid Twentse gemeenten 2001-2006 Totaal aantal arbeidsplaatsen 2001 2005 2006 mutatie 20052006 142 -37 166 552 29 213 318 125 -49 722 501 104 133 56 2.975 % mutatie 20050,4 -0,7 1,6 0,7 0,3 1,7 0,7 0,8 -0,7 4,1 3,0 1,3 1,4 0,8 1,1

De werkgelegenheid is het aantal bezette arbeidsplaatsen van minimaal 1 uur per week. Het gaat hier zowel om personen in loondienst als zelfstandigen. Het Bedrijven- en InstellingenRegister Overijssel (BIRO) van de provincie Overijssel verzorgt de werkgelegenheidscijfers door jaarlijks onder alle bedrijven en instellingen een integrale enquête uit te zetten. De enquête wordt in de eerste week van april verzonden, de peildatum is 1 april. De ervaring heeft geleerd dat de uiteindelijke response 90% is.
Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden Twente 38.682 5.438 9.844 75.129 9.673 12.278 43.989 14.438 7.738 15.566 16.038 8.474 9.962 6.620 273.869 38.043 5.174 10.214 74.027 9.226 12.613 42.480 14.377 7.041 17.553 16.454 7.969 9.810 6.632 271.613 38.185 5.137 10.380 74.579 9.255 12.826 42.798 14.502 6.992 18.275 16.955 8.073 9.943 6.688 274.588

2.1 De werkgelegenheidsontwikkeling in de verschillende gemeenten
Toelichting bij tabel ‘Werkgelegenheid Twentse gemeenten 2001-2006’ In 2006 bedraagt de totale werkgelegenheid in Twente 274.588 banen. Daarvan nemen de drie grootste steden Almelo, Enschede en Hengelo 57% (= 155.562 arbeidsplaatsen) voor hun rekening. Het aantal arbeidsplaatsen in 2006 blijft nog onder het topjaar in 2003. In dat jaar was de werkgelegenheid 275.834. De stijging van de werkgelegenheid was in 2005 - 2006 relatief het sterkst in Oldenzaal en Rijssen. Opvallend is dat in dezelfde periode in de gemeenten Borne en Losser nog geen sprake was van een stijging van de werkgelegenheid. De werkgelegenheid in de periode 2005 - 2006 heeft zich in de drie grootste steden van Twente bijna in dezelfde tempo ontwikkeld. De stijging in Enschede en Hengelo is in beide gemeenten 0,7%. De stijging van de werkgelegenheid in Almelo van 0,4% blijft hierbij iets achter.

Bron: Provincie Overijssel, BIRO

Toelichting bij tabel ‘Arbeidsplaatsen 2006 en verandering per jaar (CWI-gebieden)’ De jaarlijkse groei van de werkgelegenheid gedurende de periode 2007 2011 zal zich in Twente op dezelfde wijze ontwikkelen als Nederland. In de drie grootste steden (Almelo, Enschede en Hengelo) zal in genoemde periode de groei van de werkgelegenheid achter blijven ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De werkgelegenheid in de kleinere gemeenten zal tot 2011 harder groeien dan het landelijke gemiddelde.

14

Arbeidsplaatsen 2006 en verandering per jaar (CWI-gebieden) Realisatie Niveau 2006 Nederland Overijssel Twente Enschede Enschede Haaksbergen Hengelo Hengelo (O.) Hof van Twente Borne Almelo Almelo Twenterand Wierden Tubbergen Hellendoorn Hellendoorn Rijssen-Holten Oldenzaal Oldenzaal Dinkelland Losser 7.558.041 509.378 274.588 83.834 74.579 9.255 62.437 42.798 14.502 5.137 62.889 38.185 9.943 6.688 8.073 29.781 12.826 16.955 35.647 18.275 10.380 6.992 2002/2006 Absoluut 14.139 2.276 144 -194 -110 -84 -286 -238 13 -60 -170 -99 -4 14 -80 293 110 183 500 542 107 -149 % 0,2 0,5 0,1 -0,2 -0,1 -0,9 -0,5 -0,5 0,1 -1,1 -0,3 -0,3 0,0 0,2 -1,0 1,0 0,9 1,1 1,5 3,3 1,1 -2,0 Absoluut 62.952 6.748 2.975 581 552 29 406 318 125 -37 435 142 133 56 104 714 213 501 839 722 166 -49 2006 % 0,8 1,3 1,1 0,7 0,7 0,3 0,7 0,7 0,9 -0,7 0,7 0,4 1,4 0,8 1,3 2,5 1,7 3,0 2,4 4,1 1,6 -0,7 680 1,9 720 2,0 550 1,9 470 1,5 910 450 1,4 1,2 760 350 1,2 0,9 810 550 1,3 1,3 640 430 1,0 1,0 Absoluut 117.000 9.260 4.050 1.100 1.030 Raming Verandering per jaar 2007 % 1,6 1,8 1,5 1,3 1,4 2007/2011 Absoluut 94.000 7.960 3.430 840 790 % 1,2 1,5 1,2 1,0 1,0 Prognose

Als gevolg van afrondingsverschillen kan het totaal anders zijn dan de som der delen. Bron: CBS, provincie Overijssel, CPB, Etil.

15

2.2 Werkgelegenheidsontwikkeling in de verschillende sectoren
Toelichting De stijging van 719 arbeidsplaatsen in Twente gedurende de periode 2001 - 2006 is minimaal geweest. De werkgelegenheid in Twente is in de jaren 2004 en 2005 gedaald. In 2006 is de werkgelegenheid weer gestegen, maar dit aantal zit nog onder het niveau van 2002 en 2003. De werkgelegenheid is in de sector niet-commerciële dienstverlening in de periode 2001 - 2006 met 7.647 extra arbeidsplaatsen het sterkst gegroeid. Dit werd echter bijna geheel veroorzaakt door de sterke groei in de periode 2001 -2003. Toen was er sprake van een groei van 6.472 arbeidsplaatsen. De recente (2005 - 2006) daling in de sector industrie met 1.277 arbeidsplaatsen is enigszins vertekend. In die periode zijn veel arbeidsplaatsen in die sector opgevuld via uitzendbureaus. De uitzendmedewerkers zijn terug te vinden onder zakelijke dienstverlening en niet in de sector industrie. De sector commerciële dienstverlening is in de meest recente periode (2005 - 2006) met 2.713 arbeidsplaatsen het sterkst gestegen. Dit heeft vooral te maken het sterk groeiende aantal uitzendbanen. Ook in de bouw is in de periode 2005 - 2006 sprake van een flinke groei (775) in het aantal arbeidsplaatsen. De sector commerciële diensten (40%) is ook in Twente de grootste sector in het totaal van de werkgelegenheid. In Twente is het aandeel van de sector commerciële diensten in de totale werkgelegenheid kleiner dan het landelijk gemiddelde. (40% versus 46%) Typerend voor Twente is het aandeel van de sector nijverheid in de totale werkgelegenheid. In Twente is dit bijna 26% terwijl landelijk dit nog geen 19% is.

16

Werkgelegenheid Twente Totaal aantal arbeidsplaatsen 2001 - 2006 jaar (opname per maand mei) Sectoren Landbouw, jacht en bosbouw Winning van delfstoffen Totaal primaire sector Industrie Prod. en distributie van electriciteit, gas en water Bouwnijverheid Totaal nijverheid Reparatie van consumentenartikelen en handel Horeca Vervoer, opslag en communicatie Financiële instellingen Zakelijke dienstverlening/verhuur, handel onr. goed Totaal commerciële dienstverlening Openbaar bestuur, overheid. Onderwijs Gezondheids-, welzijnszorg Milieudienstverlening,cultuur,recreatie, ov. dienstverl. Totaal niet-commerciële dienstverlening Totalen
Bron: BIRO, Provincie Overijssel

2001 14.483 75 14.558 54.446 568 24.784 79.798 50.786 11.249 13.200 6.289 24.822 106.346 11.753 18.363 33.903 9.148 73.167 273.869

2002 14.256 178 14.434 52.357 576 24.579 77.512 50.927 11.449 12.101 6.106 26.458 107.041 12.365 19.299 35.177 9.328 76.169 275.178

2003 13.982 147 14.129 50.588 579 23.174 74.341 52.164 11.508 12.230 5.350 26.456 107.708 13.146 19.523 37.654 9.316 79.639 275.834

2004 13.361 122 13.483 49.403 523 22.560 72.486 51.977 11.440 11.991 5.295 26.123 106.826 12.819 19.399 38.288 9.620 80.126 272.937

2005 13.252 129 13.381 48.260 544 22.492 71.296 51.602 11.460 12.254 5.147 26.467 106.930 12.653 19.386 38.630 9.320 79.989 271.613

2006 13.202 125 13.327 46.983 541 23.267 70.791 52.650 11.606 12.340 5.218 27.829 109.643 12.850 19.096 39.250 9.618 80.814 274.588

2001-’06 -1.281 50 -1.231 -7.463 -27 -1.517 -9.007 1.864 357 -860 -1.071 3.007 3.297 1.097 733 5.347 470 7.647 719

2005-’06 -50 -4 -54 -1.277 -3 775 -505 1.048 146 86 71 1.362 2.713 197 -290 620 298 825 2.975

17

18

3 Pendelmatrix
De pendelmatrix Twente geeft aan waar de mensen in Twente wonen en werken. De werkende beroepsbevolking zijn de mensen (15 - 65 jaar) die tenminste 12 uur in de week betaald werk hebben.

Waar werkt de werkende beroepsbevolking? Gemeente Enschede Rijssen - Holten Almelo Hengelo Haaksbergen Hellendoorn Hof van Twente Oldenzaal Dinkelland Tubbergen Twenterand Losser Wierden Borne Totaal Werkende beroepsbevolking 47.426 11.319 22.267 29.846 8.044 12.729 10.413 12.881 9.563 6.999 11.106 8.152 7.878 7.350 205.973 Werkt binnen de eigen stad 35.252 6.642 12.746 14.632 3.762 6.001 4.892 5.667 4.055 2.872 4.448 2.614 2.167 1.412 107.162 Werk buiten de eigen stad 12.174 4.677 9.521 15.214 4.282 6.728 5.521 7.214 5.508 4.127 6.622 5.538 5.711 5.938 98.775 Werkt binnen de eigen stad (in %) 74 59 57 49 47 47 47 44 42 41 40 32 28 19 52

Toelichting In Enschede werkt bijna driekwart van de mensen in de eigen stad. Ook in de gemeenten Almelo (57%) en RijssenHolten (59%) werkt het merendeel van de mensen in de eigen woonplaats. Voor de overige 10 Twentse gemeenten geldt dat minder dan de helft van de mensen binnen de eigen stad werken. Uitschieters hierin zijn de gemeenten Borne, Wierden en Losser met resp. 19%, 28% en 32%. In deze gemeenten werkt een duidelijke minderheid in de eigen woonplaats. Bijna de helft van de werkzame beroepsbevolking in Twente werkt niet in zijn/haar eigen stad. Het feit dat deze mensen toch veelal elders binnen Twente betaald werk verrichten, betekent dat ontwikkelingen op de locale arbeidsmarkt invloed hebben op de werkgelegenheid in de andere delen van Twente.

(Bron: Provincie Overijssel, Biro 2003)

19

4 Bevolking en beroepsbevolking
Dit hoofdstuk behandelt de ontwikkeling van de beroepsbevolking. Achtereenvolgens komen de omvang van de bevolking, de omvang de beroepsbevolking en de arbeidsparticipatie aan de orde. We zien dat de bevolking in Twente minder hard groeit dan het gemiddelde (Enschede, Hengelo, Almelo, Hellendoorn en Oldenzaal) plus omliggende gemeenten die ook van diensten van hetzelfde CWI gebruik dienen te maken.

4.1 Bevolking naar CWI-gebieden
In onderstaand tabel wordt eerst teruggeblikt naar de ontwikkeling van de bevolking in de periode van 2000 tot 2006. Vervolgens is op basis van CBS-bevolkingsprognoses een periode van 5 jaar vooruit gekeken. Twente bestaat uit 5 CWI-gebieden die de 14 Twentse gemeenten omvatten. Een CWI-gebied bestaat uit een gemeente waar een CWI is gevestigd

voor Nederland en Overijssel. In de CWI-gebieden Oldenzaal en Hengelo treedt al vanaf resp. 2005 en 2007 een bevolkingsdaling op. Alleen de CWI-gebieden Enschede en Almelo kennen de aankomende jaren een bevolkingsgroei. Het bevolkingsaantal in het gebied Hellendoorn zal tot en met 2011 nagenoeg op hetzelfde niveau blijven.

Bevolking totaal (CWI-gebieden) realisatie Per 1 januari Nederland Overijssel Twente Enschede Hengelo Almelo Hellendoorn Oldenzaal 2000 15.863.950 1.077.634 605.232 173.390 135.206 146.325 70.818 79.493 2005 16.305.526 1.109.432 616.886 177.946 136.600 149.843 72.534 79.963 2006 16.334.210 1.113.529 617.682 178.721 136.887 149.627 72.569 79.878 2007 16.354.000 1.115.770 618.320 179.570 136.620 149.780 72.540 79.810 2008 16.377.000 1.118.740 619.120 180.510 136.390 149.960 72.520 79.750 prognose 2009 16.403.000 1.121.630 619.820 181.450 136.080 150.110 72.510 79.670 2010 16.433.000 1.124.400 620.550 182.390 135.810 150.260 72.500 79.580 2011 16.464.000 1.127.150 621.230 183.360 135.520 150.410 72.450 79.490

Bron: CBS, Provincie Overijssel, E,til

20

Bevolking, procentuele verandering per jaar in de CWI-gebieden realisatie Per 1 januari Nederland Overijssel Twente Enschede Hengelo Almelo Hellendoorn Oldenzaal 2000 0,8 0,8 0,6 0,7 0,6 0,6 0,5 0,5 2005 0,2 0,4 0,1 0,4 0,2 -0,1 0,0 -0,1 2006 0,1 0,3 0,1 0,2 0,1 0,0 0,1 0,1 2007 0,1 0,3 0,1 0,5 -0,2 0,1 0,0 -0,1 2008 0,2 0,3 0,1 0,5 -0,2 0,1 0,0 -0,1 prognose 2009 0,2 0,2 0,1 0,5 -0,2 0,1 0,0 -0,1 2010 0,2 0,2 0,1 0,5 -0,2 0,1 -0,1 -0,1 2011 0,2 0,2 0,1 0,5 -0,2 0,1 0,0 -0,1

Bron: CBS, provincie Overijssel

21

22

4.2 Beroepsbevolking
De beroepsbevolking wordt als volgt gedefinieerd: Som van de werkzame beroepsbevolking, personen (15-64 jaar) die ten minste 12 uur per week betaald

werken of werk hebben aanvaard, en de werkloze beroepsbevolking, personen (15-64 jaar) die geen betaald werk hebben en meer dan 12 uur per week willen werken, actief zoeken en beschikbaar zijn. Begonnen wordt met een overzicht van de ontwikkeling van de beroepsbevolking in aantallen.

Beroepsbevolking, totaal (CWI-gebieden) Realisatie Jaargemiddelde Nederland Overijssel Twente Enschede Enschede Haaksbergen Hengelo Hengelo (O.) Hof van Twente Borne Almelo Almelo Twenterand Wierden Tubbergen Hellendoorn Hellendoorn Rijssen-Holten Oldenzaal Oldenzaal Dinkelland Losser
Bron: CBS, provincie Overijssel

Prognose 2005 2006 7.537.110 497.497 274.536 81.144 69.057 12.087 61.671 36.652 14.497 10.522 64.976 33.899 11.235 10.904 8.938 30.257 15.852 14.406 36.488 14.521 12.967 9.001 36.650 36.860 36.950 37.020 37.080 30.630 31.060 31.370 31.610 31.820 65.730 34.080 66.460 34.190 67.040 34.260 67.500 34.300 67.890 34.320 62.040 36.940 62.360 37.110 62.580 37.230 62.720 37.320 62.820 37.390 2007 7.612.000 503.387 277.270 82.220 70.230 2008 7.688.000 509.409 280.160 83.420 71.510 2009 7.747.000 514.359 282.410 84.460 72.640 2010 7.797.000 518.548 284.340 85.480 73.720 2011 7.845.000 522.336 286.020 86.420 74.730

1996 6.702.333 428.588 236.786 66.193 54.512 11.681 58.624 34.736 15.497 8.392 54.216 25.227 11.251 9.112 8.626 27.184 14.608 12.576 30.569 12.806 10.320 7.444

2000 7.169.222 466.889 256.424 73.188 59.557 13.631 60.923 36.161 15.831 8.932 58.190 29.328 10.332 8.732 9.798 31.128 15.731 15.397 32.995 14.198 9.865 8.932

7.452.607 490.344 271.237 79.816 67.699 12.118 61.102 36.198 14.346 10.558 64.137 33.822 10.733 10.813 8.769 29.874 15.771 14.104 36.308 14.447 13.057 8.804

23

Om de ontwikkeling van de beroepsbevolking beter te kunnen overzien wordt in onderstaand tabel de procentuele verandering weergegeven. In het overzicht is een indeling gemaakt conform de 5 CWI-gebieden van Twente. Op basis van het overzicht kunnen we een aantal uitspraken doen: De beroepsbevolking zal vanwege demografische factoren vanaf 2007 tot en met 2011 minder hard stijgen dan de voorgaande jaren. De wijze waarop de beroepsbevolking zich in de komende jaren in Twente zal ontwikkelen, wijkt nauwelijks af van het landelijke beeld. Opvallend is dat in Enschede de stijging van de beroepsbevolking boven het landelijke niveau zal blijven. Ook de beroepsbevolking van Hellendoorn zal zich tot en met 2010 boven het landelijke niveau ontwikkelen. De stijging van de beroepsbevolking van de overige CWI-gebieden in Twente zal zich onder het landelijke niveau blijven ontwikkelen. Hengelo is de stad die hiervan afwijkt. De beroepsbevolking stijgt daar al vanaf 1997 minder hard dan in de rest van Nederland.
Enschede Enschede Haaksbergen Hengelo Hengelo (O.) Hof van Twente Borne Almelo Almelo Twenterand Wierden Tubbergen Hellendoorn Hellendoorn Rijssen-Holten Oldenzaal Oldenzaal Dinkelland Losser Per 1 januari Nederland Overijssel Twente

Beroepsbevolking, procentuele verandering per jaar (CWI-gebieden) Realisatie 1996 1,7 2,2 2,1 -0,1 -0,2 0,8 3,4 2,7 5,4 2,9 3,9 4,1 6,8 1,1 2,0 3,4 2,1 5,0 0,4 -0,3 3,0 -1,6 2000 1,5 2,2 2,2 4,6 4,7 4,3 0,6 1,1 -0,4 0,0 1,4 4,0 -2,2 -3,7 2,5 5,3 4,4 6,2 -1,0 -1,1 -2,0 0,4 2001 1,3 1,8 2,3 4,5 4,8 3,2 0,8 0,1 -1,0 6,8 3,5 4,9 3,6 3,1 -0,6 1,1 6,0 -3,9 -0,8 -4,7 6,5 -2,6 2002 0,9 1,0 1,4 1,7 3,2 -5,2 0,0 -0,8 -3,2 8,1 4,2 6,9 1,9 6,3 -3,7 -2,9 0,6 -7,0 2,2 -1,0 10,5 -3,0 2003 0,6 0,9 1,2 1,6 2,2 -1,2 0,3 0,0 -3,1 6,2 2,2 3,9 -3,7 7,3 -1,8 -4,0 -3,0 -5,3 4,5 3,0 10,3 -1,2 2004 0,4 0,6 0,3 0,8 1,4 -2,2 -0,5 -0,1 -0,3 -2,2 0,6 0,1 4,4 -0,5 -0,6 0,8 -0,5 2,3 -0,5 -0,3 -2,1 1,7 2005 0,7 0,9 0,8 1,3 1,8 -1,2 -0,1 0,4 0,0 -2,2 1,0 -0,1 4,5 1,2 1,0 1,4 0,5 2,6 0,3 0,3 -0,9 2,2 0,9 1,1 0,9 0,5 0,5 0,3 1,2 1,2 1,4 1,0 0,7 0,3 1,1 0,1 1,1 0,4 1,0 0,3 0,8 0,1 0,6 0,1 0,3 0,3 0,9 1,3 0,5 0,5 0,5 0,5 0,4 0,3 0,2 0,3 0,2 0,2 2006 1,1 1,4 1,2 1,5 2,0 2007 1,1 1,2 1,1 1,5 1,9 2008 1,0 1,2 1,0 1,4 1,8 Prognose 2009 0,8 1,0 0,8 1,2 1,5 2010 0,6 0,8 0,7 1,1 1,5 2011 0,6 0,6 0,5 0,9 1,0

Bron: CBS, Provincie Overijssel

24

25

4.3 Arbeidsparticipatie
De arbeidsparticipatie is het aandeel van de potentiële beroepsbevolking (= bevolking 15-64 jaar) dat tot de beroepsbevolking wordt gerekend. Arbeidsparticipatie wordt ook wel beroepsdeelneming of participatiegraad genoemd. Opmerkingen De arbeidsparticipatie in Twente is lager dan het landelijk gemiddelde. Tot en met 2011 zal dit zo blijven. Het verschil tussen Twente en Nederland wordt echter kleiner. Het verschil was in 1996 nog 4,9. Terwijl dit jaar het verschil 1,3 is. Over vier jaar zal het verschil teruggebracht zijn tot 0,9. Alleen in de regio’s Groningen/Noord Drenthe, Friesland en Zuid-Limburg is de participatiegraad lager dan in Twente. Van oudsher was de arbeidsparticipatie in het CWI-gebied Hengelo in Twente het hoogst. Dit is echter in vanaf 2005 veranderd. CWI-gebied Oldenzaal heeft vanaf dat moment de hoogste arbeidsparticipatie. Dit zal waarschijnlijk te maken met het hogere opleidingsniveau van de beide steden ten opzichte van de andere CWI-gebieden in Twente.

Beroepsdeelneming totaal (CWI-gebieden) Realisatie Per 1 januari Nederland Overijssel Twente Enschede Hengelo Almelo Hellendoorn Oldenzaal 1996 63,3 60,3 58,4 55,5 65,6 56,2 59,3 56,4 2000 66,6 64,8 63,1 61,3 67,8 59,5 67,5 62,2 2005 67,7 66,5 66,1 65,1 68,4 64,6 63,6 69,6 2006 68,4 67,3 67,0 66,1 69,0 65,6 64,6 70,2 2007 69,0 68,0 67,7 66,9 69,6 66,5 65,6 70,6 2008 69,6 68,7 68,4 67,7 70,1 67,4 66,5 71,1 Prognose 2009 70,1 69,3 69,0 68,3 70,6 68,1 67,3 71,4 2010 70,6 69,8 69,6 68,9 71,0 68,7 68,0 71,8 2011 71,0 70,3 70,1 69,5 71,3 69,3 68,6 72,1

Bron: CBS, provincie Overijssel, E,til

26

4.4 Arbeidsparticipatie per geslacht
De arbeidsparticipatie is het aandeel van de potentiële beroepsbevolking (= bevolking 15-64 jaar) dat tot de beroepsbevolking wordt gerekend. Arbeidsparticipatie wordt ook wel beroepsdeelneming of participatiegraad genoemd.
Beroepsdeelneming in 2006 Man Nederland Overijssel Twente Enschede Hengelo Almelo Hellendoorn Oldenzaal 77,2 77,1 76,5 73,4 79,5 76,4 76,1 79,1 Vrouw 59,5 57,1 56,8 57,9 58,0 54,4 52,6 60,6 Totaal 68,4 67,3 67,0 66,1 60,0 65,6 64,6 70,2

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de arbeidsparticipatie in Twente van vrouwen flink lager (2,7) ligt dan het landelijk gemiddelde. Dit heeft waarschijnlijk mede te maken met de relatief grote aandeel van de bouw en industrie in de werkgelegenheid in Twente. Nader onderzoek is nodig de oorzaken hiervan te achterhalen. Dit gegeven biedt Twente ook kansen. Want eventueel toekomstige arbeidsmarktkrapte in bepaalde sectoren kan verminderd worden door de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen.

27

5 Onderwijs
Onderwijs vervult een belangrijke functie voor de economie. Onderwijs en met name het beroepsonderwijs kwalificeert voor werk en beroep. De rol van het middelbaar beroepsonderwijs is hierbij groot. Ruim 60% van de jongeren volgt een opleiding bij het ROC van Twente of AOC Oost. De mbo-instellingen zijn van belang bij het streven naar verhoging van het kwalificatieniveau. Elders in dit rapport is gewezen op de noodzaak om (in alle sectoren) het kwalificatieniveau te verbeteren. Over de volle breedte geldt, dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan de competenties van werknemers. Technische innovatie en veranderende werkprocessen stellen steeds hogere eisen aan werknemers. Het is duidelijk dat vooral in het reguliere beroepsonderwijs de basis gelegd moet worden voor deze verhoging van het opleidingsniveau.
Diploma’s BOL studenten Diploma’s Deeltijd BOL studenten Diploma’s BBL Studenten Totaal Diploma’s Studenten Beroepsonderwijs
Bron: Jaarverslag 2006 ROC van Twente

Kerngegevens Studenten ROC van Twente Kerngetallen BOL studenten Deeltijd Bol studenten BBL Studenten Totaal Studenten Beroepsonderwijs 2002 1.209 8.463 2003 762 7.047 2004 286 6.606 2005 240 5.934 2006 230 6.450 10.479 11.238 11.550 11.801 11.886

20.151 19.047 18.442 2.791 109 2.571 5.471 2.732 112 2.732 5.576 3.217 162 2.807 6.186

17.975 18.566 3.448 85 2.421 5.954 3.564 54 2.352 5.970

5.1 Aantallen studenten bij ROC van Twente en AOC Oost
ROC van Twente Allereerst valt op, dat deelname aan beroepsopleidingen toeneemt, na een daling in de periode 2003 t/m 2005. De daling werd vooral veroorzaakt door minder deelname aan de BBL-opleidingen (‘leer-werktrajecten’). Deelname aan BOL-opleidingen (‘dagonderwijs’) is in de afgelopen 5 jaar continue gestegen. In 2006 stijgt ook de deelname aan BBL-opleidingen. De tabel laat het totaal aantal inschrijvingen beroepsonderwijs zien.

De definitieve cijfers ROC van Twente over 2007 zijn op dit moment nog niet beschikbaar. Dit zal per 15 oktober 2007 bekend worden. De prognose van het ROC van Twente laat een stabilisatie tot lichte stijging van het aantal studenten voor de komende vier jaren zien.

28

29

30

AOC Oost Ook AOC Oost kent een groei in het aantal studenten. Opvallend is, dat in de reguliere BOL en BBL-trajecten sprake is van een daling die echter wordt gecompenseerd door een aanzienlijke stijging in het aantal maatwerktrajecten. .
Studentgegevens AOC totalen per jaar MBO-BOL MBO-BBL regulier MBO-BBL maatwerk Totaal
Bron: AOC-OOST

ROC van Twente 1-10-2005 Sectoren Economie Educatie (AKA,Niveau 1) Gezondheid en Welzijn Technologie 2006/2007 1533 187 725 2445 Sectoren Economie Educatie (AKA,Niveau 1) Gezondheid en Welzijn ROC van Twente 1-10-2004 BOL 4752 99 3737 2962 11550 DtBOL 77 0 18 112 207 Totalen 6062 164 5423 6443 18092 BBL 2084 0 1554 2968 6606 DtBOL 100 7 41 138 286 Totalen 6936 106 5332 068 18442 BOL 4484 142 4109 3060 11795 BBL 1740 0 1134 3142 6016 DtBOL 80 0 30 123 233 Totalen 6304 142 5273 6325 18044

2004/2005 1575 338 457 2370

200520/06 1595 238 542 2375

Verdeling over sectoren en niveau’s binnen ROC van Twente
ROC van Twente 1-10-2006 Sectoren Economie Educatie (AKA,Niveau 1) Gezondheid en Welzijn Technologie BOL 4337 164 4326 2985 11812 BBL 1648 0 1079 3346 6073

Technologie

Bron: Aantallen bekostigde studenten ROC van Twente

De sector Techniek telt vanaf 2005 de meeste studenten binnen het ROC van Twente. Binnen deze sector is deelname binnen de BBL groot. In de sector Gezondheid en Welzijn vormen de BOL-studenten (voltijds onderwijs) de grootste groep. Uit de vergelijking van de tellingen over een aantal jaren blijkt dat: de sector Gezondheid en Welzijn stabiliseert tot een lichte groei doormaakt de sector techniek geleidelijk doorgroeit en daarmee de grootste sector is de sector economie een dalende tendens laat zien.

31

5.2 Allochtone jongeren in het ROC van Twente
In deze monitor willen we inzoomen op de positie van allochtone jongeren in het beroepsonderwijs; specifiek binnen het ROC van Twente.
Aantallen allochtone studenten (tot 21 jaar) in het ROC van Twente 01-10-2006) sector / leerweg economie techniek zorg/welzijn BOL 1189 394 511 BBL 84 213 48 dBOL 12 10 3 totaal 1285 617 562 % van totaal 20,6% 9,3% 10,3%

RMC Uitvalcijfers ROC van Twente Totaal aantal studenten tot 23 jr. 2004-2005 2005-2006 13.849 13.953 Aantal allochtone studenten 2.066 2.079 Totaal aantal vsv-ers 1.443 (10,3%) 1.181 (8,5%) Aantal allochtone vsv-ers 366 255 Allochtone vsv-ers in% 17,7% 12,3%

Bron: VSV/RMC Rapportage ROC van Twente 2006

Bron: VSV/RMC Rapportage ROC van Twente 2006

Uit bovenstaande tabel blijkt een sterke daling voortijdig schoolverlaters onder allochtonen naar 12,3%. De ongediplomeerde uitval (conform de definitie van het RMC) is inmiddels teruggebracht tot 8.5%. Allochtone jongeren hebben een relatief zwakke positie op de arbeidsmarkt. Het aandeel allochtonen in de geregistreerde jeugdwerkloosheid neemt toe. Ze profiteren dus minder van de nieuwe kansen op de arbeidsmarkt dat hun autochtone leeftijdsgenoten.
Geregistreerde jeugdwerkloosheid in Twente Totaal Mei 2004 Mei 2006 3060 1414 Aandeel allochtoon 643 (21%) 331 (23%)

Verdeling allochtone jongeren over de verschillende opleidingsniveau’s Niveau niveau 1 niveau 2 niveau 3 niveau 4 Allochtone jongeren 158 767 402 698 Totaal aantal studenten tot 23 jaar 499 3878 3464 6128 Percentage allochtone jongeren 31,6% 19,7% 11,6% 11,3%

Bron: VSV/RMC Rapportage ROC van Twente 2006

Geconstateerd kan worden dat de deelname door allochtone studenten het grootst is bij de sector Economie en op de niveaus 1 en 2.
Bron: CWI Oost Nederland

NB: De aantallen in deze paragraaf sluiten niet altijd op elkaar aan. Dit wordt vooral veroorzaakt door het feit dat niet overal dezelfde leeftijdsgroepen worden gehanteerd. Daarnaast zijn de gegevens ontleend aan verschillende onderzoeken en rapportages.

32

33

6 Ontwikkeling aantal niet-werkende werkzoekenden (CWI)
Bij CWI ingeschreven werkzoekenden Niet-werkende werkzoekenden (NWW) zijn alle werkzoekenden, die ingeschreven staan bij het CWI en die niet werken en die bij hun inschrijving hebben aangegeven een baan te zoeken van tenminste 12 uur per week. Bij het CWI staan ook werkende werkzoekenden ingeschreven. Dit zijn werkzoekenden met een baan, die hun positie willen verbeteren of omdat ze met werkloosheid bedreigd worden. Deze groep wordt buiten beschouwing gelaten, omdat ze vaak op eigen kracht een andere baan vinden en geen beroep doen op allerlei voorzieningen. Bovendien gaat het om een relatief klein aantal (5%) van het totale aantal werkzoekenden. Toelichting In juli 2007 staan bij de vijf Twentse CWI-vestigingen (Almelo, Enschede, Hengelo, Hellendoorn en Oldenzaal) in totaal 22.528 niet-werkende werkzoekenden (nww) ingeschreven. Vanaf 2005 is de werkloosheid gaan dalen. Gedurende de periode van juli 2006 tot juli 2007 is de werkloosheid in Twente met 15 % gedaald. De ontwikkeling in Twente is iets ongunstiger dan landelijk. Landelijk is de daling over dezelfde periode namelijk 18%. Het aantal niet-werkende werkzoekenden staat op het laagste niveau sinds 2003. Opvallend is dat vrouwen minder profiteren van de daling dan mannen. In de periode juli 2006 tot juli 2007 is de werkloosheid bij de vrouwen met 13 % gedaald tegen 18 % bij de mannen. Sinds juli 2006 zijn er zelfs meer vrouwen werkloos dan mannen. Hierin wijkt Twente overigens niet af van het
2003 Man Vrouw Totaal 12.324 11.296 23.620 2004 14.209 13.162 27.371 2005 14.929 14.809 29.738 2006 12.835 13.779 26.614 2007 10.532 11.996 22.528 % mutatie 2006 - 2007 - 18 % - 13 % - 15 %

6.1 NWW Twente 2003 - 2007

landelijke beeld. Mogelijk heeft dit ook te maken met de striktere naleving van de inschrijvingsplicht voor vrouwen bij de uitkerende instanties. Los hiervan dient te worden geconstateerd dat bij een aantrekkende economie een aanmoedigingeffect bij vrouwen ontstaan om zich voor de arbeidsmarkt beschikbaar te stellen. Hierdoor wordt wel de verborgen werkloosheid manifest.

(Bron: CWI, peildatum juli

34

35

36

6.2 NWW in Twente per gemeente 2003 - 2007
% mutatie 2006 - 2007 - 14% - 16% - 20% - 10% - 22% - 20% - 12% - 18% - 22% - 18% - 13% - 19% - 24% - 18% - 15%

2005 heeft te maken met een lokale beleidswijziging, waarbij meer bijstandscliënten zich bij het CWI dienden in te schrijven. In bijna alle steden ligt het aantal NWW-ers op het laagste niveau sinds 2003. De gemeenten Enschede en Tubbergen vormen hierbij een uitzondering.

Gemeente Almelo Borne Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen -Holten Tubbergen Twenterand Wierden Totaal Twente

2003 4.550 600 439 7.675 649 786 4.088 804 616 1.126 653 258 910 466 23.620

2004 5.142 648 473 9.482 740 893 4.395 921 695 1.233 737 376 1.068 568 27.371

2005 5.105 684 454 11.554 841 893 4.402 937 744 1.285 795 355 1.067 622 29.738

2006 4.762 577 395 10.500 780 815 3.738 834 679 1.022 668 353 922 569 26.614

2007 4.115 482 316 8.967 611 655 3.291 681 531 840 582 286 705 466 22.528

6.3 NWW Twente naar leeftijdsklasse 2006 en 2007
Leeftijdsklassen % mutatie juli 2006 – 2007

jan 2006

juli 2006

jan 2007

juli 2007

Jonger dan 23 23 tot 40 40 tot 50 50 tot 65 onbekend Totaal Twente
(bron: CWI

1.865 12.114 7.607 8.873 22 30.481

1.441 9.777 6.894 8.474 28 26.614

1.264 8.867 6.757 8.693 25.581

1.056 7.191 6.030 8.251 22.528

- 27% - 27% - 12% - 3% - 15%

Toelichting In de periode juli 2006 – 2007 is het aantal NWW-ers jonger dan 40 jaar sterk afgenomen (27%). De NWW-ers in deze leeftijdsklassen hebben het meest geprofiteerd van de aantrekkende economische conjunctuur. De NWW-ers in de twee hoogste leeftijdsklassen hebben in dezelfde periode minder geprofiteerd van de groei van de economie. Het aantal werkzoekenden ouder dan 50 jaar is zelfs nauwelijks gedaald. De leeftijdsklasse 50 tot 66 jaar is hierdoor de grootste groep van het totale NWW-bestand geworden. Gezien de houding van werkgevers is leeftijd een belangrijk arbeidsmarktgegeven. Werkgevers geven bij aanstelling van personeel nog vaak de voorkeur aan jongeren. Werkzoekende ouderen hebben dan ook doorgaans meer moeite weer aan de slag te komen dan jongeren zonder een baan.

(bron: CWI, peildatum juli 2007

Toelichting Het merendeel (16.373 = 73%) van de niet-werkende werkzoekenden komt uit de drie grote Twentse steden Almelo, Enschede en Hengelo. Alle steden laten over het laatste jaar een daling van het aantal niet-werkende werkzoekenden zien. De daling bij de drie grote steden is minder sterk dan bij de kleinere steden. Dit is mogelijk te verklaren door relatief ongunstige samenstelling van het werkloosheidsbestand naar bijvoorbeeld opleidingsniveau. De plotselinge forse stijging van het aantal werkzoekenden in Enschede in

37

Veel ouderen die bij het CWI ingeschreven staan zijn, vanwege de VUT of andere ontslagregelingen, niet echt actief op zoek naar werk. Dit betekent dat het aandeel ouderen in het totale bestand NWW groter wordt. In juli 2007 is 63% van de NWW-ers ouder dan 40 jaar. In januari 2006.

6.5 NWW naar werkloosheidsduur
Werkloosheidsduur 0 – 6 maanden 6 – 12 maanden 12 – 18 maanden 4.127 3.037 2.024 2.136 11.204 22.528 Twente Aantal % 18% 13% 9% 10% 50% 100% Nederland Aantal 93.747 63.803 38.775 41.766 258.513 496.604 % 19% 13% 8% 8% 52% 100%

6.4 NWW naar opleiding
Opleiding aantal Max. VMBO MBO/HAVO/VWO HBO WO Niet bekend Totaal
(bron: CWI)

Twente procentueel 58% 32% 8% 2% 100% 12.959 7.163 1.923 467 16 22.528

Nederland aantal 274.431 152.058 50.080 19.564 471 496.604 procentueel 55% 31% 10% 4% 100%

18 – 24 maanden Langer dan 24 maanden Totaal
(Bron: CWI, peildatum juli 2007)

Toelichting Langdurig werkzoekenden (langer dan 12 maanden) vormen in Twente binnen het bestand niet-werkende werkzoekenden een ruime meerderheid (69%). De helft van het bestand NWW-ers zijn langer dan 2 jaar werkzoekend. Dit beeld komt overeen met de landelijke situatie. Aangenomen mag worden dat meer inspanningen moeten worden verricht om de langdurig werklozen naar een baan toe te leiden. Hoe langer iemand werkloos is hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt.

Toelichting De meeste NWW-ers (58%) zijn laag geschoold (maximaal VMBO). Bijna de helft (6.326) van deze categorie NWW-ers heeft zelfs geen diploma op VMBO-niveau. Deze groep NWW-ers is dus aangewezen op laag- of ongeschoold werk. Het opleidingsniveau van de niet-werkende werkzoekenden in Twente is lager dan het landelijke gemiddelde. In Twente zijn meer NWW-ers met maximaal een VMBO opleiding en minder NWW-ers met een HBO- of WOopleiding in vergelijking met het landelijke beeld.

6.6 De jeugdwerkloosheid
De geregistreerde jeugdwerkloosheid is zoals eerder is vermeld de afgelopen periode flink gedaald. Van 1.865 in januari 2006 tot 1.056 in juli 2007. Dit een daling van 43%. Dit is echter niet de totale jeugdwerkloosheid. Er zijn namelijk jongeren die niet bij het CWI staan ingeschreven terwijl ze niet werken, geen opleiding volgen en ook bij geen enkel officiële instantie ingeschreven staan. Deze groep wordt landelijk geschat op 30.000 á 45.000 jongeren.

38

Opleidingsniveau NWW-ers jonger dan 23 jaar Opleiding Basisopleiding VMBO MBO/HAVO/VWO HBO/WO Totaal
(Bron: CWI, peildatum juli 2007)

6.7 Samenvattend
25% 45% 29% 1%

Aantal 269 471 301 15 1056

Aandeel

Het aantal niet-werkende werkzoekenden ligt op het laagste niveau sinds 2003. Er zijn op dit moment meer vrouwen dan mannen werkloos. Het NWW-bestand is het aflopen jaar flink (15%) gedaald. Het merendeel (73%) van de niet-werkende werkzoekenden komt uit de drie grote Twentse steden Almelo, Enschede en Hengelo. Vooral NWW-ers jonger dan 40 jaar hebben geprofiteerd van het economische herstel. Het aandeel 40-plussers van het totale NWW-bestand is hierdoor in Twente gestegen naar 63%. Het opleidingsniveau van de NWW-ers in Twente ligt op een lager niveau dan het gemiddelde in Nederland. Bijna 60% van de NWW-bestand is laaggeschoold (maximaal VMBO). De helft van deze categorie (6.326) heeft zelfs geen diploma op VMBO-niveau. Bijna 70% van het NWW-bestand is langer dan een jaar werkzoekend. Terwijl 50% van het bestand zelfs langer dan twee jaar werkzoekend is. Nadere beschouwing leert dat een ruime meerderheid van het bestand nietwerkende werkzoekenden in Twente langdurig werkloos is, vaak gecombineerd met een laag opleidingsniveau en een hoge leeftijd.

100%

Een overgrote meerderheid (70%) van de werkzoekenden jonger dan 23 jaar heeft geen startkwalificatie. Ze zijn dus aangewezen op ongeschoold werk. Hierdoor nemen ze een zwakke positie in op de arbeidsmarkt. We spreken van een startkwalificatie indien de jongere minimaal een MBO niveau 2, HAVO of VWO diploma heeft. Het is duidelijk dat re-integratie-inspanningen ten behoeve van deze groep gericht moeten zijn op het behalen van een startkwalificatie.
Duur NWW 0 – 3 maanden 3 – 6 maanden 6 – 12 maanden 12 – 18 maanden 18 – 24 maanden 24 maanden of langer Totaal
(Bron: CWI, peildatum juli 2007)

Aantal 374 131 197 110 94 150 1056

Aandeel 35% 12% 19% 11% 9% 14% 100%

Een grote groep (34%) van NWW-ers jonger dan 23 jaar zijn langer dan 12 maanden werkloos. Aangenomen mag worden dat het voor deze groep moeilijk is om zonder hulp duurzaam werk te bemachtigen.

39

40

7 Werken in Twente: de uitdagingen
De Twentse arbeidsmarkt functioneert niet optimaal. Knelpunten in de aansluiting tussen vraag en aanbod doen zich steeds meer gelden en zullen in de nabije toekomst steeds meer een stempel drukken op de arbeidsmarkt. De aanpak van deze knelpunten is dé uitdaging voor het regionale werkgelegenheidsbeleid. tot de arbeidsmarkt veel inspanning vereist. Activering, scholing, begeleiding en werkervaring zijn onmisbare onderdelen van een ‘toeleidingstraject’ waarin samenwerking tussen gemeenten, UWV, CWI, bedrijfsleven en onderwijs noodzakelijk is. Het is de uitdaging om deze samenwerking effectief en efficiënt te organiseren. Ook voor deze (nieuwe) groep mensen op de arbeidsmarkt geldt dat scholing en training een rode draad in hun loopbaan vormt. De rol van bedrijven en instellingen is hier cruciaal. Meer dan ooit moeten de 1. Kloof tussen competentieniveau werkzoekenden en de eisen vanuit de arbeidsmarkt Sinds een aantal jaren is het duidelijk, dat de markt vraagt om hogere competentie-niveaus. Technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen in het arbeidsproces stellen steeds hogere eisen aan werknemers. Op mondiaal niveau kan de Twentse maakindustrie uitsluitend nog concurreren op basis van ‘slimme’, hoogwaardige productieprocessen. Ook in de dienstverlening (zowel zakelijk als in de zorg) is er sprake van steeds meer innovatie en een toename van competentie-eisen. Uit de gegevens van deze monitor blijkt, dat de arbeidsreserve steeds minder voldoet aan de gestelde eisen. De afstand tot de arbeidsmarkt groeit. Tegelijkertijd neemt de druk toe om de groep ‘niet werkende werkzoekenden’ toe te leiden naar werk. De druk ontstaat vanuit het bedrijfsleven ( groeiende personeelstekorten) en vanuit de overheid (vermindering uitkeringslast). In de recente participatietop zijn tussen sociale partners en overheid afspraken gemaakt. Onder het motto: ‘Iedereen doet mee’ moeten tot 2011 in totaal 200.000 mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk geholpen worden. Als gevolg hiervan dient het aantal bijstandsuitkeringen met 75.000 te dalen. Het is duidelijk dat de toeleiding naar werk voor mensen met een grote afstand In de bestrijding van voortijdig schoolverlaten en jeugdwerkloosheid is weer de samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven essentieel. In de aanpak gaat het om een combinatie van verschillende aspecten: andere aanpak van beroepskeuzeprocessen en meer nadruk op relevante en perspectiefrijke beroepen/opleidingen; betere begeleiding van risico-leerlingen, vergroting van mogelijkheden om leren en werken te combineren enz. 2. Arbeidsmarktpositie van (allochtone) jongeren zonder startkwalificatie Ondanks een forse daling van de jeugdwerkloosheid, is het aantal jongeren zonder baan en met een afgebroken opleiding nog steeds onaanvaardbaar hoog. In de regio Twente verlaten nog steeds rond de 1000 jongeren het middelbaar beroepsonderwijs zonder een startkwalificatie. Veel van deze jongeren weten een tijd lang ‘het hoofd boven water’ te houden via ongeschoold productiewerk (veelal via uitzendbureaus). Rond hun 23e zijn ze vaak te duur en zijn hun kansen op de arbeidsmarkt zeer beperkt. Het aandeel allochtonen is in deze groep relatief groot; rond de 20%. vragen vanuit de arbeidsmarkt uitgangspunt zijn voor concrete acties. Overleg en samenwerking met bedrijven en instellingen is voorwaarde voor succesvol beleid.

Actuele en toekomstige problemen

41

3. Demografische ontwikkelingen De uitstroom van de babyboomers naar pensionering groeit de komende jaren sterk. Tegelijkertijd vlakt de instroom van jongeren in de beroepsbevolking af. In de periode 2008-2011 zal de werkgelegenheid naar verwachting met 13.720 plekken stijgen In dezelfde periode groeit de beroepsbevolking met maximaal 5860 personen. Ook in kwantitatieve zin groeit dus de kloof tussen vraag en aanbod. Meer dan ooit is het belangrijk om de arbeidsmarktparticipatie te vergroten, vooral onder groeperingen die nu ondervertegenwoordigd zijn. Het gaat daarbij om ouderen en vrouwen. Op dit moment werkt in Nederland 42% van de groep 55-plussers. Arbeidsparticipatie van vrouwen in Twente bedraagt 56,8%. Van de manlijke bevolking werkt 76,5%. Meer vrouwen en meer ouderen aan het werk, maar ook dat gaat niet vanzelf. Werk en werkomstandigheden moeten voor deze groepen aantrekkelijker worden. Ook voor werkgevers moet het aantrekkelijker worden om meer vrouwen en ouderen in dienst te nemen of te houden. 4. Aansluiting Onderwijs Arbeidsmarkt Hierboven is al gewezen op de ontwikkeling waarbij aan werknemers steeds hogere competentie-eisen worden gesteld. Uiteraard geldt dit niet alleen voor nieuwe instromers, maar ook voor zittend personeel. Omscholing en bijscholing worden steeds belangrijker. In de Twentse innovatie-agenda is sprake van de realisatie van ruim 10.000 nieuwe hoogwaardige arbeidsplaatsen in Twente. Een groot deel van deze plaatsen zal worden ingevuld door mensen die via om- en bijscholing doorstromen vanuit een bestaande baan. De nieuwe arbeidsplaatsen zullen slechts ten dele worden ingevuld met nieuwe instroom van MBO-, HBO- en WO studenten. En goed systeem van bedrijfsgerichte scholingsmogelijkheden maakt doorstroom mogelijk en dus ook instroom aan de ‘onderkant’. Ook ten aanzien van de reguliere schoolverlaters MBO en HBO is er geen vlekkeloze aansluiting met de arbeidsmarkt. Opleidings- en beroepskeuzes sluiten bijvoorbeeld onvoldoende aan bij de vragen vanuit de markt. In de

technische sector en de zorgsector zal in de komende jaren de vraag naar afgestudeerden op MBO 3-4 niveau en HBO niveau aanzienlijk groter zijn dan het aanbod aan afgestudeerde jongeren. Tegelijkertijd kiezen nog steeds veel jongeren voor economisch-administratieve opleidingen op een laag niveau, waarbij de kans op een aansluitende baan gering is. Een belangrijke uitdaging voor de komende jaren betreft een verdere verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Concreet gaat het dan om zaken als: vergroting van het aantal jongeren in techniek- en zorgopleidingen; vergroting van de doorstroom MBO-HBO; flexibilisering van het scholingsaanbod voor werkenden en actieve betrokkenheid van bedrijven bij opleidingen en trainingen. 5. Ondernemerschap De Twentse arbeidsmarkt heeft baat bij meer ondernemersschap. Groei van werkgelegenheid vindt voor een belangrijk deel plaats in nieuwe bedrijven. Daarnaast draagt ondernemersschap bij aan flexibilisering. Meer nieuwe ondernemers vergroten bijvoorbeeld de mogelijkheden tot uitbesteding. Toename van zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) vergroot mogelijkheden tot flexibilisering in personeelsbeleid. Op dit moment zijn er verschillende vormen van starterondersteuning en – begeleiding in Twente. Meer afstemming en samenwerking kan leiden tot een beter aanbod en een beter ‘starterklimaat’. 6. Beschikbaarheid van betrouwbare en relevante arbeidsmarktinformatie De voorliggende monitor is gebaseerd op gegevens vanuit verschillende bronnen: CWI; Provincie (APO en BIRO), Kamer van Koophandel (ERBO), ROC van Twente, CBS en gemeenten. Deze monitor pretendeert niet meer dan het noemen en globaal onderbouwen van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in Twente. Ze is nog onvoldoende uitgewerkt om te dienen als solide basis voor regionaal arbeidsmarktbeleid. Er is echter wel behoefte aan een monitor die deze functie kan vervullen. Binnen de regio zijn organisaties actief die in staat zijn een gedetailleerde en betrouwbare monitor te ontwikkelen. de

42

De aanpak
Het Platform Onderwijs, Werk en Inkomen (POWI) wil het platform zijn waarbinnen alle betrokkenen elkaar verstaan op knelpunten en aanpak van arbeidsmarktproblemen in Twente. Vertrekpunt is de lijst met knelpunten die hierboven is beschreven en die gebaseerd is op de gegevens uit de monitor. Partijen binnen het Platform zullen de ruimte krijgen aan te geven welke knelpunten zij ervaren en welke bijdrage zij kunnen leveren aan de oplossing. Binnen het Platform staan informatie-uitwisseling en discussie over oplossingsstrategie centraal. In de concrete aanpak van de knelpunten wordt gekozen voor een projectmatige aanpak. Jaarlijks zullen in een activiteitenplan concrete projecten worden benoemd. Deze projecten zijn steeds gebaseerd op de gezamenlijk vastgestelde knelpunten. In de beschrijving wordt steeds de bijdrage vanuit de verschillende partijen en de taakverdeling in de uitvoering benoemd. De Regio Twente zal als facilitair bureau optreden. Zij is verantwoordelijk voor de organisatie van Platform-bijeenkomsten, de voorbereiding van de jaarlijkse activiteitenplannen en de rapportage over de uitvoering en resultaten van de projecten.

Platform Onderwijs, Werk en Inkomen, oktober 2007

43

POWI monitor 2007