Draaiboek Parkmanagement

Beveiliging

Draaiboek Parkmanagement

Beveiliging

© 2005, Oost NV

1

Parkmanagement in de praktijk

Samenvatting

Collectieve beveiliging houdt in dat de ondernemers de handen ineenslaan om de beveiliging van de individuele percelen gezamenlijk te regelen. Zij geven aan een beveiligingsorganisatie de opdracht om een beveiligingsplan op te stellen en uit te voeren. Collectieve beveiliging kent verschillende voordelen, zoals: • Zichtbare aanwezigheid van een professionele beveiligingsbeambte op het bedrijventerrein tijdens de avond, nacht en weekend; • minimale reactietijd bij alarmopvolging. Schadebeperking door snel handelen; • toezicht op verlichting, wegen en groen; • uit cijfers blijkt dat collectieve bewaking het aantal calamiteiten op een bedrijventerrein sterk verlaagd. Collectieve beveiliging kan op verschillende manieren uitgevoerd worden: • Mobiele surveillance; • fysieke afscheiding/afsluiting entree bedrijventerrein; • cameratoezicht.

Het proces Om collectieve beveiliging te realiseren, moeten een aantal stappen doorlopen worden. Dit proces wordt in deze samenvatting beknopt toegelicht. Initiatieffase Vanuit de bedrijvenvereniging wordt, bijvoorbeeld naar aanleiding van de resultaten van een enquête, een trekker aangesteld. Samen met enkele andere ondernemers organiseren zij een informatiebijeenkomst over collectieve beveiliging. Organisatie informatiebijeenkomst Deze informatiebijeenkomst heeft als doel om aan te geven wat de huidige beveiligingssituatie op het bedrijventerrein is, wat collectieve beveiliging inhoudt, wat de verschillende mogelijkheden en wat de gevolgen en de globale kosten hiervan zijn. Inventarisatie en programma van eisen

Mobiele surveillance houdt een permanente aanwezigheid in van een gemotoriseerde beveiligingsbeambte op de daartoe met de bedrijvenvereniging overeengekomen uren. Deze beveiligingsbeambte rijdt met een duidelijk herkenbare en opvallende auto over het gehele terrein. Een fysieke afscheiding in de vorm van een hekwerk of een waterpartij belemmert criminelen in hun bewegingsvrijheid. Dit kan verder geoptimaliseerd worden door de toegang tot het bedrijventerrein op bepaalde uren af te sluiten of slechts via één entree toegankelijk te maken. Camera’s zijn als het ware ogen op afstand. Met een relatief kleine inspanning kan een groot gebied in de gaten gehouden worden. Belangrijk is wel dat de informatie die wordt geregistreerd wel bruikbaar is (goede zichtlijnen en verlichting). In het beveiligingsplan dat de beveilingsorganisatie op basis van het programma van eisen van de ondenemersvereniging opstelt, kunnen deze vormen opgenomen worden.

Na de informatiebijeenkomst kan een korte inventarisatie plaatsvinden. De bedrijven moeten tijdens deze inventarisatie aangeven of zij serieus de intentie hebben om deel te nemen aan collectieve beveiliging en welke eisen en wensen zij hebben op dit gebied. Daarnaast is het van belang te weten welke bedrijven reeds een contract hebben met een beveiligingsorganisatie en wanneer dit contract afloopt. Initiatieven in de regio De werkgroep kan een korte verkenning uitvoeren om te onderzoeken of op naburige bedrijventerreinen collectieve beveiliging is ingevoerd. Door samenwerking is het mogelijk het contract te vergroten en zo tot efficiëntere surveillance ronden, beter gebruik van een meldkamer en daarmee ook totlagere tarieven te komen. Tevens maakt dit grotere volume mogelijk dat er naar innovatiever oplossingen kan worden gezocht. Oriëntatie beveiligingsorganisaties Volgende stap op weg naar collectieve beveiliging is de selectie van de beveiligings-

2

Parkmanagement in de praktijk

Initiatief

Onderzoeken samenwerking andere initiatieven

Creëeren draagvlak

Inventarisatie

Oriëntatie beveiligingsbedrijf

Integraal beveiligingsplan

Beoordelen plannen en selectie beveiligingsbedrijf

Opstellen raam- en individuele contracten

Start collectieve beveiliging

Nazorg

organisatie. Hiervoor worden enkele oriënterende gesprekken gevoerd. De uitkomst van de inventarisatie en het globale programma van eisen dienen als basis voor die gesprekken. Op basis van dit programma van eisen en het gesprek met de bedrijvenvereniging, kunnen de beveiligingsorganisaties een beveiligingplan

opstellen voor het gehele terrein. Een beperkt aantal beveiligingsorganisaties wordt gevraagd een aanbieding op te stellen. Beveiligingsplan In het beveiligingsplan beschrijft de aanbieder de activiteiten of werkzaamheden die zij willen

3

Parkmanagement in de praktijk

uitvoeren om de beveiliging van het bedrijventerrein te optimaliseren. Daarbij kunnen ook fysieke of technologische aanpassingen die de veiligheid op het terrein vergroten, worden voorgesteld. Naast de voorgestelde activiteiten en aanpassingen (surveillance, cameratoezicht en dergelijke) wordt ook aangegeven hoe de kosten over de deelnemende bedrijven verdeeld worden. Keuze beveiligingsbedrijf Op basis van de beveiligingsplannen en de algemene indruk die tijdens dit traject van de verschillende organisaties is verkregen, moet een beoordeling plaatsvinden. Daarbij spelen naast de kosten ook andere overwegingen een rol. Deze liggen meer op het vlak van vertrouwen; vertrouwen in de organisatie, in de wijze van werken en in de kwaliteit van de voorstellen. De raam- en individuele contracten Nadat er een keuze gemaakt is voor één beveiligingsorganisatie wordt het overkoepelende raamcontract opgesteld. Daarna worden de individuele contracten afgesloten. In de raamovereenkomst verplicht de bedrijvenvereniging zich om zoveel mogelijk bedrijven te laten deelnemen aan de overeenkomst. In de individuele contracten wordt vastgelegd welke werkzaamheden verricht zullen worden voor het gehele bedrijventerrein en welke specifiek voor het individuele bedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan sleutelrondes of bijzondere opvolgingsprocedures. Start collectieve beveiliging In de eerste maanden na de start van de collectieve beveiliging, is het van belang dat beide partijen elkaar op de hoogte houden van eventuele verbeterpunten. Vanuit de bedrijvenvereniging kan een groep van ondernemers gevormd worden, die de implementatie van de collectieve beveiliging begeleidt. In de beginfase kan deze groep maandelijks bij elkaar komen de eventuele verbeterpunten met de beveiligingsorganisatie te bespreken. Later kan de frequentie omlaag.

Nazorg Na een half of één jaar kan er voor de deelnemende bedrijven een bijeenkomst georganiseerd worden over de tot dan toe bereikte veiligheidssituatie. Hierbij kunnen ook politie en Gemeente worden uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst wordt de actuele situatie bekeken en kan vanuit de bedrijven of de beveiligingsorganisatie aangeven worden of er nog aanvullende zaken nodig zijn om de beveiliging te optimaliseren. Input van de implementatiegroep is hierbij van belang.

4

Parkmanagement in de praktijk

Inhoud

Samenvatting 1. Inleiding 2. Wat houdt collectieve beveiliging in? 2.1 2.2 2.3 2.4 Voordelen collectieve beveiliging Positieve gevolgen op langere termijn Nadelen collectieve beveiliging Relatie met andere thema’s

2 6 7 7 7 8 8 9 9 10 10 12 12 12 12 12 13 13 13 14 16 16 16 18 18 18 20 20 21 22 23

3. Verschillende vormen van collectieve bewaking 3.1 3.2 3.3 4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 Bijlagen Bijlage 1. Voorbeeld van een inventarisatie Bijlage 2 Selectiecriteria beveiligingsorganisaties Mobiele surveillance Fysieke afscheiding/afsluiting bedrijventerrein Cameratoezicht De betrokken partijen De bedrijven. De bedrijvenvereniging Het beveiligingsbedrijf De politie De brandweer en andere hulpdiensten De Gemeente De freeriders Het collectieve beveiligingsproject De initiatieffase Organisatie informatiebijeenkomst Inventarisatie en programma van eisen Initiatieven in de regio? Oriëntatie beveiligingsorganisaties Het beveiligingsplan Keuze beveiligingsbedrijf De raam- en individuele contracten Start collectieve beveiliging De nazorg

23 24

5

Parkmanagement in de praktijk

1 Inleiding

Het Nederlandse bedrijfsleven is bij uitstek een sector die met een aanzienlijke jaarlijkse schade geconfronteerd wordt als gevolg van criminaliteit (inbraak, diefstal en vandalisme). Criminaliteit kost het bedrijfsleven naar schatting € 1,9 miljard per jaar. Een belangrijke kostenpost is de gevolgschade. Deze treft het bedrijfsleven in de vorm van arbeidsuitval, het opnieuw opbouwen van de administratie en herstel van inboedel of het bedrijfspand 1. Bedrijven die gevestigd zijn op een bedrijventerrein kunnen rekenen op belangstelling van criminelen. Vaak zijn in de avonduren en in het weekend de bedrijven gesloten waardoor er geen of nauwelijks toezicht is. Met individuele maatregelen probeert het bedrijfsleven de kans op criminaliteit te verminderen. Een aantal voorbeelden hiervan vindt u in het kader individuele maatregelen. Hoewel deze individuele maatregelen de kans op inbraak verminderen, blijkt in de praktijk dat de inspanningen van de individuele bedrijven op het bedrijventerrein niet goed op elkaar zijn afgestemd. Ook zijn de wensen van Gemeente, politie en brandweer op deze manier niet goed met elkaar te verenigen. Door samenwerking op het gebied van beveiliging kan het risico en de kans op schade nog verder verminderd worden. Door hierover goede afspraken te maken, daalt de criminaliteit en neemt de aantrekkelijkheid
1 Het Ministerie van Justitie en BZK hebben het actieplan Veilig Ondernemen opgesteld. De centrale doelstelling van dit actieplan is de criminaliteit en overlast met minimaal 20% te verminderen in het jaar 2008. 2 Deze cijfers zijn gerealiseerd op bedrijventerreinen waar bedrijven door samenwerking het KVO-keurmerk (Keurmerk Veilig ondernemen) hebben verkregen.

Individuele maatregelen • Verlichting: witte verlichting geeft geen verkleuring, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld blauw of geel licht. Met wit licht zijn personen beter te identificeren. • Werende groenvoorziening: Doornstruiken maken een pand minder aantrekkelijk om in te breken. Ideaal is een hoogte van 1 meter. Dit zorgt voor een vrije zichtlijn vanaf de openbare weg naar het pand • Inbraakfolie: Deze folie zorgt ervoor dat ramen moeilijker te breken zijn (werkt dus vertragend). Verder beperkt het de schade door glasscherven. • Degelijk hang- en sluitwerk: Dit behoeft geen betoog (hopen wij) • Gevels vrijhouden: Geen auto’s of containers parkeren bij de gevels. Inbrekers hebben een beperkte oppervlakte nodig om naar de 1e verdieping te klimmen. Veranker (indien mogelijk) verrijdbare containers op minimaal 10 meter afstand van bebouwing. • Brandblusinstallatie: Inbrekers proberen hun sporen uit te wisselen door middel van brandstichting. Een goedwerkende brandblusinstallatie beperkt deze vervolgschade. • Eén toegang: Beperk het aantal toegangen tot de individuele kavels tot één • Geen opslag buiten: Uitpandige opslag is kwetsbaar voor brandstichting, vermindert de overzichtelijkheid en maakt een terrein interessanter voor inbreker.

van het bedrijventerrein toe. Deze collectieve aanpak waarin bedrijven structureel samenwerken om criminaliteit aan te pakken blijkt goed te werken. De criminaliteit neemt in de eerste jaren na de start met 60 tot zelfs 70% af2 . Dit betekent voor de ondernemers lagere schadekosten, lagere verzekeringspremies en een hogere waarde van het pand als gevolg van een betere uitstraling.

6

Parkmanagement in de praktijk

2. Wat houdt collectieve beveiliging in?

Collectieve beveiliging houdt in dat de ondernemers de handen ineenslaan om de beveiliging van de individuele percelen gezamenlijk te regelen. Zij geven aan één beveiligingsorganisatie de opdracht om een beveiligingsplan op te stellen en uit te voeren. Een succesvol samenwerkingsverband voor collectieve beveiliging bestaat, naast de deelnemende bedrijven en beveiligingsorganisatie, ook uit de politie en Gemeente. Uitgangspunt is dat ieder bedrijf, al naar gelang de hoogte van het beveiligingsrisico, evenredig bijdraagt aan de kosten van collectieve beveiliging. 2.1 Voordelen collectieve beveiliging De volgende voordelen kunnen bereikt worden met collectieve beveiliging: • Zichtbare aanwezigheid van een professionele beveiligingsbeambte op het bedrijventerrein tijdens de avond, nacht en weekend; • minimale reactietijd bij alarmopvolging; • schadebeperking door snel handelen; • toezicht op verlichting, wegen en groen; • het aantal calamiteiten op een bedrijventerrein verlaagd sterk; • sterk preventieve werking door permanente aanwezigheid, waarschuwingsborden op toegangswegen en individuele deelnemerborden; • lage individuele kosten bij collectiviteit; • toepassen geavanceerde systemen eerder mogelijk; • individuele maatregelen ter voorkoming van criminaliteit worden beter op elkaar afgestemd. wel de vruchten van’. Juridisch is het niet 2.2 Positieve gevolgen op langere termijn Naast de voordelen die op korte termijn zichtbaar zijn, worden de volgende voordelen op langere termijn gerealiseerd: • Blijvende lage criminaliteitscijfers; • korting op premies verzekeringen. 2.3 Nadelen collectieve beveiliging Naast bovengenoemde voordelen kunnen aan collectieve beveiliging tevens nadelen kleven: • Freeriders: sommige bedrijven doen niet mee aan collectieve beveiliging maar ‘plukken er Collectieve beveiliging van een bedrijventerrein is te beschouwen als een dienst die centraal mogelijk om hen te verplichten mee te doen. Wel zijn er andere mogelijkheden die in dit draaiboek verder uitgewerkt worden; • er is een bepaalde omvang nodig van deelnemende bedrijven om de kosten van collectieve beveiliging (zoals de inzet van een surveillanceteam) te dragen. Ook bedrijven die het echt niet nodig hebben, ondervinden toch sociale druk om deel te nemen. 2.4 Relatie met andere thema’s
KVO-Keurmerk Bij de invoering van collectieve beveiliging kan gebruik gemaakt worden van het relatief nieuwe instrument Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). Het KVO is een certificeringsregeling dat ontwikkeld is onder toezicht van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC). Het KVO-certificaat kan behaald worden als ondernemers, Gemeente, politie en andere partners gezamenlijk een aantal maatregelen treffen die de veiligheid op een bedrijventerrein of een winkelcentrum structureel verhogen. Het KVO is een instrument dat alle partijen voordeel biedt. Een veiliger bedrijventerrein is voor de belangrijkste betrokken partijen (ondernemers, Gemeente en politie) uiteraard van groot belang. Daarnaast kunnen ondernemers, die deelnemen aan KVO-gecertificeerd, beveiliging onder andere korting krijgen op verzekeringspremies en fiscale voordelen genieten. Bovendien is het KVO voor de Gemeente een instrument waarmee concrete invulling kan worden gegeven aan het lokale veiligheidsbeleid. Concrete maatregelen die genomen worden in het kader van collectieve beveiliging van bedrijventerreinen zijn: permanente surveillance aanwezig tijdens risico-uren, technische beveiliging, het toetsen aan veiligheidscriteria en indien mogelijk aanpassen van groenvoorziening, verlichting en ontsluitingswegen en registratie en analyse van de aanwezigheid van voertuigen en personen op het terrein. Meer informatie over het KVO-keurmerk is te vinden op www.minjust.nl/b_organ/npc/regplatform

7

Parkmanagement in de praktijk

wordt ingekocht door de bedrijven. Aangezien de inzet van een surveillanceteam tijdens bepaalde perioden (bijvoorbeeld ’s nachts) de grootste kostenpost is, is het noodzakelijk om vanaf het begin zoveel mogelijk bedrijven te laten deelnemen. Om de deelnamegraad zo hoog mogelijk te maken, kan de eis gesteld worden dat een bedrijf alleen mag meedoen aan andere parkmanagementdiensten (zoals collectieve inkoop energie en/of telefoontikken) indien zij ook meedoen aan collectieve beveiliging.

8

Parkmanagement in de praktijk

3

Verschillende vormen van collectieve bewaking
momenteel het meest toegepast op bedrijventerreinen.
Surveillancerapport In een surveillancerapport kunnen de volgende zaken vermeld worden: • Geconstateerde onregelmatigheden bij de deelnemende bedrijven (raam open etc.) • alle alarmmeldingen van de deelnemende bedrijven; • verdachte voertuigen op het terrein; • verdachte personen op het terrein; • fysieke staat van het terrein (kapotte lantaarnpalen, vandalisme, overwoekerend struikgewas en dergelijk).

Beveiliging kan op veel manieren worden ingevuld. Bij het opstellen van een beveiligingsplan voor een bedrijventerrein, moet bekeken worden welke van deze mogelijkheden het meest effectief zijn. De verschillende vormen zijn: • Mobiele surveillance; • fysieke afscheiding/afsluiting entree bedrijventerrein; • cameratoezicht. In het onderstaande zal op de verschillende vormen dieper ingegaan worden en wordt een beeld geschetst van de mogelijkheden en de onmogelijkheden. 3.1 Mobiele surveillance Mobiele surveillance houdt een permanent aanwezigheid in van een gemotoriseerde beveiligingsbeambte op de daartoe met de bedrijvenvereniging overeengekomen uren. De beveiligingsbeambte rijdt met een duidelijk herkenbare en opvallende auto over het gehele terrein. Bij meldingen van inbraak, vernielingen of iets dergelijks, gaan ze naar het perceel waarvan de melding afkomstig is. Wanneer verdachte omstandigheden worden aangetroffen, wordt de politie gewaarschuwd. In dergelijke situaties is het mogelijk dat een tweede surveillanceteam zich naar het bedrijventerrein begeeft om de taken van het eerste surveillanceteam over te nemen totdat deze laatste weer beschikbaar is voor surveillance. Overigens zijn er voor elke verdachte situatie (zoals inbraakalarm, overvalalarm, brandalarm etc.) in samenwerking met de politie procedures ontwikkeld. Door op bepaalde plaatsen zogenaamde ‘scanpalen’ te plaatsen, kan bijgehouden worden op welk tijdstip de beveiligingsbeambte zijn ronde heeft gehouden en welke route hij hierbij gevolgd heeft. De beveiligingsbeambte maakt na elke dienst een surveillancerapport op. Een afschrift hiervan wordt tevens naar de plaatselijke politie gezonden. Meer informatie over het surveillancerapport kunt u vinden in het kader: Surveillancerapport. Deze vorm van collectieve beveiliging wordt

In overleg met de bedrijvenvereniging kan afgesproken worden dat per kwartaal of halfjaar een rapport opgesteld wordt met de bevindingen van de afgelopen periode. Met grote bedrijven kan afgesproken worden dat zij tevens een verslag krijgen van de voorvallen die zich in de afgelopen periode hebben voorgedaan. Deze kwartaal/half jaarlijkse rapportages zijn anders van opzet dan de surveillancerapporten. 3.2 Fysieke afscheiding/afsluiting Een fysieke afscheiding in de vorm van een hekwerk of een waterpartij belemmert criminelen in hun bewegingsvrijheid. Dit kan verder geoptimaliseerd worden door de toegang tot het bedrijventerrein op bepaalde uren af te sluiten of slechts via één entree toegankelijk te maken. 3.2.1 Vormen van afscheiding Er zijn verschillende varianten van afscheiding denkbaar, van stalen hekwerken tot waterpartijen en groenstructuren. Indien er gebruik gemaakt wordt van hekwerken, verdient het aanbeveling om één type hekwerk te plaatsen. De beeldkwaliteit van het bedrijventerrein wordt hierdoor verbeterd en ook zijn er goede afspraken te maken over gezamenlijk onderhoud en inkoop van het hekwerk. De laatste tijd wordt er steeds meer de voorkeur gegeven aan natuurlijke afscheidingen in de vorm van waterpartijen en/of ondoordringbaar groen. Natuurlijke barrières zoals een spoorlijn, kanaal of groenstructuur worden hierin zoveel mogelijk in opgenomen. Op deze manier wordt

9

Parkmanagement in de praktijk

het beeld van een ‘bedrijven-Alcatraz’ voorkomen en ook maakt het criminelen erg lastig deze hindernissen te nemen (bijvoorbeeld door het doorknippen van hekwerk). De waterpartij kan overigens ook dienen als blusvijver voor het bedrijventerrein. Belangrijk is wel dat indien er van groenstructuren gebruikt gemaakt wordt, de gebouwen vanaf de openbare weg zichtbaar blijven. Als er gebruikt gemaakt wordt van een waterpartij moet men wel bedenken dat deze tijdens de winter dicht kan vriezen. Een waterpartij met aan één kant doornstruiken kan dit risico beperken. 3.2.2 Afsluiten Het is mogelijk om (een deel van) het bedrijventerrein ’s nachts af te sluiten voor doorgaand verkeer. Uiteraard is dit alleen mogelijk als er geen doorgaande route over het terrein loopt. Door één entree toegankelijk te maken voor bijvoorbeeld pasjeshouders, worden de verkeersstromen gebundeld, hetgeen gunstig is voor de sociale controle.
Hulpdiensten Let wel erop dat brandweer of andere hulpdiensten op elk ogenblik toegang moeten hebben tot het terrein. Zo is op sommige bedrijventerreinen geregeld dat het hekwerk voor hulpdiensten op afstand elektronisch te openen is. Er moeten ook afspraken gemaakt worden met nutsbedrijven die bij een storing het terrein op moeten. Bijvoorbeeld als een transformatorhuisje op het bedrijventerrein staat.

teem. De nieuwste technologische ontwikkeling op dit gebied richt zich op het koppelen van verschillende systemen, bijvoorbeeld cameratoezicht aan een systeem met geluidsdetectie. Ook is het mogelijk om ‘verdachte’ voertuigen te volgen door middel van lussen in de weg.
Cameratoezicht Een goed voorbeeld van optimale samenwerking is het project collectieve beveiliging van bedrijventerreinen van het platform Noord-Holland Noord. Hier wordt voor de beveiliging van het bedrijventerrein naast het stadion van voetbalclub AZ, gebruik gemaakt van de camera’s van AZ. Als er niet gevoetbald wordt, worden deze gebruikt voor het bedrijventerrein.

Vaak komen de beelden binnen bij het ‘zenuwcentrum’ van de beveiligingsorganisatie. Bij calamiteiten waarschuwt deze vervolgens de surveillance ter plaatse. Het is ook mogelijk dat de beelden binnenkomen in de beveiligingsauto. Op deze manier wordt tijd gewonnen (er gaat geen tijd verloren door communicatie tussen het zenuwcentrum en de beveiliging ter plaatse) en kan ook direct gezien worden waar precies de verdachte situatie zich voordoet. Een andere mogelijkheid is de inzet van mobiele camera’s. Deze camera’s rouleren over de deelnemende bedrijven en worden geplaatst in/op die bedrijven waar op dat moment een verhoogd risico is op inbraken of andere calamiteiten. Het beveiligen van een bedrijventerrein met camera’s is echter geen substituut voor een surveillanceteam; indien het bij een alarmopvol-

3.3

Cameratoezicht

ging drie kwartier duurt voordat de beveiliging op de plaats van bestemming is, heeft cameratoezicht weinig zin. Deze vorm van beveiliging kan dan ook gezien worden als aanvulling op mobiele surveillance. Wanneer er bij een bepaald perceel een verdachte situatie zich voordoet, kan meteen polshoogte genomen worden.

Camera’s zijn als het ware ogen op afstand. Met een relatief kleine inspanning kan een groot gebied in de gaten gehouden worden. Belangrijk is dat de informatie die wordt geregistreerd wel bruikbaar is voor inbraakpreventie (goede zichtlijnen en verlichting). Daarnaast is het ook belangrijk om vast te stellen wat het doel is van cameratoezicht (criminele activiteiten observeren, herkennen of identificeren). Dit bepaalt namelijk de technische specificaties van het sys-

10

Parkmanagement in de praktijk

Juridische restricties De Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) is van toepassing bij het instellen van cameratoezicht. Deze wet dient de bescherming van persoonsgegevens. De WBP maakt een duidelijk onderscheid in de toegepaste techniek voor cameratoezicht. Wordt er gebruik gemaakt van analoge of digitale technieken bij cameratoezicht? Bij digitale technieken zijn er veel meer mogelijkheden voor het verwerken van beeld- en geluidgegevens. In het algemeen valt cameratoezicht met gebruikmaking van een analoge techniek buiten de reikwijdte van de WBP. Digitaal videocameratoezicht valt onder de WBP en moet, tenzij het hiervan uitdrukkelijk is vrijgesteld, gemeld worden bij het college Bescherming Persoonsgegevens (CBP). In de regel is cameratoezicht, dat ingezet wordt voor de beveiliging van personen, gebouwen, terreinen, zaken en productieprocessen, vrijgesteld van melden op grond van artikel 38 uit het Vrijstellingsbesluit. Voorwaarde is wel dat er gewerkt moet worden met duidelijk zichtbare camera's en dat er voldaan wordt aan de andere eisen die zowel artikel 38 Vrijstellingsbesluit als de WBP stellen. Beelden mogen in de regel bijvoorbeeld niet langer dan 24 uur bewaard worden. Meer informatie aangaande de juridische aspecten vindt u op www.cbpweb.nl

11

Parkmanagement in de praktijk

4. De betrokken partijen

Bij het opzetten van collectieve beveiliging op bedrijventerreinen zijn meerdere partijen betrokken. In dit hoofdstuk worden de partijen beschreven. In hoofdstuk 5 wordt uitgebreider op het proces en de specifieke rol per partij ingegaan. 4.1 De bedrijven De op het terrein gevestigde bedrijven zijn de toekomstige afnemers van de beveiligingsdienst. Zij geven aan of zij meedoen of niet en wat bij deelname hun eisen en wensen zijn. Aangezien elk bedrijf haar eigen visie heeft op collectieve beveiliging, is het handig om bij de start van het proces goede (eenduidige) voorlichting te geven over wat collectieve beveiliging inhoudt, wat de mogelijkheden zijn, de voordelen zijn en de (globale) kosten bedragen. Na het afsluiten van een raamcontract tussen een beveiligingsbedrijf en de bedrijvenvereniging, worden de individuele contracten tussen de bedrijven en de beveiligingsorganisatie afgesloten (uiteraard onder de condities zoals die verwoord zijn in het raamcontract). Individuele diensten, zoals een sleutelronde, kunnen op deze manier in het individuele contract opgenomen worden. 4.2 De bedrijvenvereniging

4.3 Het beveiligingsbedrijf Het beveiligingsbedrijf is verantwoordelijk voor de activiteiten en werkzaamheden die afgesproken zijn in het raamcontract. Zij stelt een beveiligingsplan op en voert dat vervolgens uit. Naast de collectieve beveiliging, is het mogelijk dat zij voor enkele bedrijven tevens individuele maatregelen uitvoert, zoals bijvoorbeeld een sleutelronde. 4.4 De politie Om een goed beeld te verkrijgen van de criminaliteit op het bedrijventerrein, is informatie van de politie (het regionale platform criminaliteitsbestrijding) onontbeerlijk. Deze zogenaamde nulmeting wordt tevens gebruikt als referentiekader voor de evaluatie. Daarnaast kan de politie aangeven waar de ‘zwakke plekken’ in de huidige beveiligingssituatie zich bevinden. De politie kan tevens informatie geven over de voordelen van collectieve beveiliging. Na een bepaalde periode (bijvoorbeeld één jaar) kan zij wederom cijfers verstrekken over de criminaliteit. Uit deze cijfers moet dan blijken dat door collectieve beveiliging bijvoorbeeld het aantal inbraken, pogingen hiertoe en het aantal gevallen van vandalisme, zijn verminderd. 4.5 De brandweer en andere hulpdiensten

Om het proces in goede banen te leiden is het noodzakelijk dat er voor de verschillende partijen één aanspreekpunt is. Dit is op een bedrijventerrein vaak de bedrijvenvereniging of een parkmanagementorganisatie. Zij onderhandelt met het beveiligingsbedrijf en sluit het raamcontract af. Via de bedrijvenvereniging wordt de communicatie van en naar alle partijen gecoördineerd. In een aantal gevallen wordt speciaal voor de collectieve beveiliging een ‘Stichting Collectieve Beveiliging’ opgericht. De brandweer en andere hulpdiensten moeten nauw betrokken worden bij de planvorming om bepaalde wegen (in de toekomst) af te sluiten. Zij moeten immers op elk moment toegang hebben tot het terrein. Daarnaast zal bij dit type infrastructurele ingrepen ook de Gemeente betrokken zijn. Met de Gemeente, beveiligingsorganisatie en de bedrijvenvereniging moeten in dit soort gevallen, voor alle partijen heldere afspraken worden gemaakt.

12

Parkmanagement in de praktijk

4.6 De Gemeente De Gemeente speelt een belangrijke rol bij het gehele proces. Aangezien zij vaak verantwoordelijk is voor de fysieke inrichting van het terrein (stratenplan, groenvoorziening, onderhoud) is de Gemeente nauw betrokken bij het aanpakken van knelpunten (slechte verlichting, afsluiten bepaalde wegen, onderhoud groen). Tevens kan de Gemeente bij de startfase financieel bijdragen aan het opzetten van collectieve beveiliging. Niet alle bedrijven kunnen namelijk van het begin meedoen omdat zij nog lopende contracten hebben met een andere beveiligingsorganisatie. De meerwaarde van collectieve beveiliging voor de Gemeente zijn de verbeterde veiligheidssituatie en daarmee de verbeterde vestigingsvoorwaarden voor (nieuwe ) bedrijven. Tevens kan de mogelijke ‘verloedering’ van een bedrijventerrein tegengegaan worden. 4.7 De freeriders Vaak zijn de zogenaamde freeriders een groot probleem bij het opzetten van collectieve beveiliging. Zij betalen niet mee aan de geboden diensten maar kunnen hier wel de vruchten van plukken. Juridisch is het (nog) niet mogelijk om hen verplicht te laten deelnemen. Toch zijn er mogelijkheden om deze freeriders aan te pakken. In hoofdstuk 5 zal hier nader op ingegaan worden.

13

Parkmanagement in de praktijk

5.

Het collectieve beveiligingsproject

Wanneer op een bedrijventerrein nog geen enkele samenwerking plaatsvindt tussen de bedrijven, is de invoering van collectieve bewaking één van de eerste thema’s die hiervoor in aanmerking komt. Immers alle bedrijven hebben er baat bij en het is een thema dat in het eerste jaar na invoering al vruchten afwerpt (te meten aan dalende criminaliteitscijfers). Om het proces in goede banen te leiden, is het noodzakelijk dat de bedrijven op het terrein op één of andere manier georganiseerd zijn. Vaak is dit een bedrijvenvereniging. Indien de bedrijven zich nog niet verenigd hebben, zal dit eerst moeten gebeuren. In het basisdeel van dit draaiboek wordt hier nader op ingegaan. Collectieve beveiliging heeft pas zin als een groot gedeelte van de bedrijven aangeeft dat ze meedoen. De deelname kan bevorderd worden door vanuit de bedrijvenvereniging de vereiste op te nemen, dat bedrijven alleen gebruik kunnen maken van collectieve diensten zoals gezamenlijke inkoop en afvalinzameling, als ze deelnemen aan collectieve beveiliging. Bij de opzet van collectieve beveiliging zijn er, zoals in het voorgaande vermeld is, verschillende opties mogelijk: • Het terrein kan beveiligd worden met een hekwerk en toegangscontrole; • het terrein kan beveiligd worden met camerasurveillance; • het terrein kan beveiligd worden met een surveillanceteam gedurende perioden waarin veel bedrijven gesloten zijn (’s nachts en in het weekend). Aangezien de inzet van een surveillanceteam het grootste deel van de totale kosten van collectieve beveiliging inneemt, is het van belang bij de start zoveel mogelijk deelnemers te hebben (zie kader: surveillanceperiode). Uit ervaring blijkt dat minimaal € 120.000,- tot € 150.000,3 Uiteraard is dit bedrag afhankelijk naar gelang het aantal surveillance-uren dat ‘ingekocht’ wordt (prijspeil 2004).

Surveillanceperiode Met de beveiligingsorganisatie moeten afspraken gemaakt worden over de uren waarop een surveillanceteam aanwezig is. Zo kan er afgesproken worden dat er op werkdagen (maandag t/m vrijdag) van 20:00 ’s avonds tot 07:00 ’s ochtends een surveillanceteam aanwezig is. Indien er op het bedrijventerrein op zaterdag bedrijven open zijn, moet de afweging gemaakt worden of het nodig is om overdag een surveillanceteam te laten rondrijden. Als de meeste bedrijven op zaterdag gesloten zijn, kan bijvoorbeeld afgesproken worden dat van vrijdag 20:00 uur tot maandagochtend 07:00 uur altijd een surveillanceteam aanwezig is. Ook moet afgesproken worden hoe de beveiliging op feestdagen geregeld wordt (24 uur een surveillanceteam etc.) Het spreekt voor zichzelf dat hoe meer uren er gesurveilleerd wordt, hoe hoger de kosten zullen zijn. Om inzichtelijk te maken op welke tijdstippen het bedrijventerrein een verhoogd risico heeft, is informatie van de politie onontbeerlijk. Samen met een vertegenwoordiger van het Regionaal Platform Criminaliteitsbestrijding van de politie kunnen de meldingen van de afgelopen jaren in kaart gebracht worden. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens door de beveiligingsorganisatie in samenspraak met de bedrijvenvereniging, een gedegen risicoanalyse gemaakt worden.

In de schema op de rechterpagina zijn de stappen opgenomen die bij een collectief beveiligingsproject doorlopen worden. 5.1 De initiatieffase Op een gemiddeld bedrijventerrein is de beveiliging van elk bedrijf verschillend geregeld. Zo maakt bedrijf A geen gebruik van een alarminstallatie met alarmopvolging, heeft bedrijf B een beveiligingsinstallatie dat in geval van een alarm de eigenaar waarschuwt en huurt bedrijf C een beveiligingsorganisatie in die twee maal per nacht langs het gebouw rijdt. Deze situatie kent in vergelijking met collectieve beveiliging een aantal belemmeringen: • Beveiliging is alleen reactief (alarmopvolging). Hierdoor duurt het enige tijd voordat een persoon (eigenaar of beveiligingsbeambte) polshoogte kan nemen van de situatie;

per jaar nodig is om ‘s nachts een permanente aanwezigheid van een beveiligingsbeambte te hebben (inclusief alarmopvolging, versterking tweede surveillanceteam, etc.)3.

14

Parkmanagement in de praktijk

Initiatief 5.1

Onderzoeken samenwerking andere intitiatieven 5.4

Creëren draagvlak 5.2

Inventarisatie 5.3

Oriëntatie beveiligingsbedrijf 5.5

Integraal beveiligingsplan 5.6

Beoordelen plannen en selectie beveiligingsbedrijf 5.7

Opstellen raam- en individuele contracten 5.8

Start collectieve beveiliging 5.9

Nazorg 5.10

15

Parkmanagement in de praktijk

• aangezien er geen beveiligingsbeambte gedurende de gehele nacht aanwezig is op het terrein, gaat er geen preventieve werking van uit; • individuele beveiligingsplannen zijn niet op elkaar afgestemd.

Nadat de informatiebijeenkomst heeft plaatsgevonden en er voldoende belangstelling en draagvlak bij de bedrijven is, kan de inventarisatiefase starten. 5.3 Inventarisatie en programma van eisen

Helaas is vaak een serie inbraken de aanleiding om de mogelijkheden te onderzoeken om gezamenlijk de beveiliging te organiseren. De bedrijvenverenging kan hiervoor het initiatief nemen en een trekker aanstellen. Om andere bedrijven te polsen en informeren, is het verstandig om als eerste een informatiebijeenkomst te organiseren (zie § 5.2). Na gebleken interesse vanuit de ondernemers op het bedrijventerrein, kan rondom de trekker een werkgroep geformeerd worden. 5.2 Organisatie informatiebijeenkomst De informatiebijeenkomst heeft als doel om aan te geven wat de huidige beveiligingssituatie op het bedrijventerrein is, wat collectieve beveiliging inhoudt, wat de verschillende mogelijkheden en wat de gevolgen en de globale kosten hiervan zijn. Gezien de onderwerpen die op deze bijeenkomst de revue passeren, kunnen de volgende partijen aanwezig zijn: • De bedrijvenvereniging (als initiatiefnemer); • de politie (actuele beveiligingssituatie en huidige knelpunten); • één of meerdere beveiligingsorganisatie(s) (wat houdt collectieve beveiliging in, de meerwaarde, de globale kosten, verschillende beveiligingsopties etc.); • de Gemeente (openbare weg, verlichting, groenvoorziening etc.); • de bedrijven die gevestigd zijn op het terrein (hoe ervaren zij de huidige beveiligingssituatie; welke mogelijke knelpunten zien zij). Eveneens verdient het de aanbeveling een vertegenwoordiger van een bedrijventerrein waar collectieve beveiliging al is ingevoerd, uit te nodigen. Deze persoon kan aangeven wat zijn/haar ervaringen zijn en wat het concreet heeft opgeleverd voor de aangesloten bedrijven. Hoewel de mogelijkheid bestaat om de contractsduur te verkorten, heeft het weinig zin om, als 80% van de bedrijven aangeeft dat zij minimaal nog één jaar gebonden zijn aan hun huidige contracten, collectieve beveiliging in te voeren. (zie kader: het inkorten van de contractsduur) In bijlage 1 wordt een voorbeeldformulier gegeven van een inventarisatie. De inventarisatie Als resultaat van de inventarisatie, die bijvoorbeeld gehouden kan worden in de vorm van een korte enquête, moeten de volgende zaken duidelijk worden: • Hoeveel bedrijven geven aan deel te willen nemen aan collectieve beveiliging? • Welke risico’s/gevaarlijke situaties onderscheiden zij nu? • Welke aanvullende wensen zouden zij hebben indien zij meedoen aan collectieve beveiliging (bijvoorbeeld sleutelrondes, interne controles pand etc.)? • Welke beveiligingsorganisaties zijn momenteel actief op het bedrijventerrein? • Tot wanneer loopt het huidige contract? Na de informatiebijeenkomst kan een korte inventarisatie plaatsvinden waarbij de bedrijven aangeven of zij de intentie hebben om deel te nemen aan collectieve beveiliging en welke eisen en wensen zij hebben. Ook is het van belang te weten welke bedrijven al een contract hebben met een beveiligingsorganisatie en wanneer dit contract afloopt.

16

Parkmanagement in de praktijk

Het inkorten van de contractsduur Bij het invoeren van collectieve beveiliging moeten de huidige contracten tussen elk individueel bedrijf en een beveiligingsorganisatie gerespecteerd worden. Om toch op korte termijn collectieve beveiliging mogelijk te maken, zijn er twee opties. De bedrijven die gebruik willen maken van collectieve beveiliging maar nog een individueel contract hebben, worden in de raamovereenkomst meegenomen als toekomstige afnemer. Nadat het individuele contract verlopen is, neemt het bedrijf automatisch deel aan collectieve beveiliging. Tussen de bedrijvenvereniging en de beveiligingsorganisatie moeten afspraken gemaakt worden hoe de kosten in de tussenperiode verrekend worden. Een andere optie kan zijn om, met de op het terrein opererende beveiligingsorganisaties, de afspraak te maken dat zij alleen mogen meedingen naar het contract voor collectieve beveiliging als ze de contracten met de individuele bedrijven -ongeacht de resterende looptijd- zullen ontbinden op het moment dat het nieuwe collectieve contract ingaat. Dit heeft als voordeel dat de bedrijven met oude contracten in één keer over kunnen gaan op collectieve beveiliging. Voor de beveiligingsorganisaties heeft het als voordeel dat zij bij de start voldoende afnemers hebben.

5.4 Initiatieven in de regio? Het kan zijn dat een bedrijvenvereniging op een naburig terrein of in een naburige gemeente al collectieve beveiliging heeft ingevoerd. Door samenwerking is het mogelijk het contract te vergroten en zo tot efficiëntere surveillance ronden, beter gebruik van een meldkamer en daarmee ook tot lagere tarieven te komen. Tevens maakt dit grotere volume het mogelijk dat er naar innovatiever oplossingen kan worden gezocht. De werkgroep kan een korte verkenning uitvoeren om te onderzoeken of dergelijke initiatieven bekend zijn. Gezien de aard van de collectieve beveiligingsactiviteiten is het wel van belang dat deze initiatieven wel in de regio zijn gerealiseerd. Vervolgens moeten de bedrijvenverenigingen onderling bekijken of de selectiecriteria voor de aanbieder overeenkomen en hoe wordt opgegaan met revenuen. 5.5 Oriëntatie beveiligingsorganisaties De volgende stap op weg naar collectieve beveiliging, is de selectie van de beveiligingsorganisatie. Hiervoor worden enkele oriënterende gesprekken gevoerd. Vervolgens wordt een beperkt aantal ondernemers gevraagd een aanbieding op te stellen. Oriënterende gesprekken De oriënterende gesprekken worden gevoerd met een selectie van aanbieders van beveiligingsdiensten. In bijlage 2 worden een aantal criteria genoemd die gebruikt kunnen worden om een voorselectie te maken. Natuurlijk zullen partijen die al een stevige positie op het terrein hebben deel uit moeten maken van deze selectie. Aanvragen beveiligingsplannen Na de oriëntatie wordt een beperkt aantal aanbieders gevraagd een voorstel op te stellen. Het opgestelde programma van eisen, de gegevens uit de inventarisatie, de oriënterende gesprekken en eventuele eigen verkenning op het terrein, moeten de basis vormen voor het

Programma van eisen Op basis van de uitkomsten van de inventarisatie, kan een globaal programma van eisen worden opgesteld. De werkgroep kan met een vertegenwoordiger van de politie en de Gemeente vastleggen hoe zij de beveiligingssituatie over bijvoorbeeld twee jaar willen zien. Dit kan uitgewerkt worden in een programma van eisen. Hierin kunnen de volgende zaken vermeldt worden: • Daling van het criminaliteitscijfer (bijvoorbeeld 10%); • de opvolgingstijd (bijvoorbeeld 10 minuten); • permanente aanwezigheid van de beveiligingsdienst tussen bepaalde uren; • bereikbaarheid van de beveiligingsorganisatie; • aanvullende diensten die geleverd moeten kunnen worden; • wijze van kostenverdeling. Het programma van eisen vormt een belangrijke basis voor de aan te vragen offertes.

17

Parkmanagement in de praktijk

plan. Voor het beveiligingsbedrijf is het van belang een goede inschattingen te kunnen maken van het risicoprofiel van de bedrijven. Hiervoor kunnen eventueel aanvullende gesprekken gevoerd worden. 5.6 Het beveiligingsplan In het beveiligingsplan beschrijft de aanbieder de activiteiten en eventuele fysieke aanpassingen, die zij willen uitvoeren om de beveiliging van het terrein te optimaliseren. Naast de voorgestelde activiteiten (surveillance, cameratoezicht en dergelijke) wordt ook aangegeven hoe de kosten over de deelnemende bedrijven verdeeld worden. Normaal gesproken geldt als uitgangspunt dat ieder bedrijf afzonderlijk, al naar gelang de hoogte van het beveiligingsrisico, evenredig bijdraagt aan de kosten van collectieve beveiliging. In het kader: hoe worden de kosten berekend wordt hier verder op ingegaan.
Hoe worden de kosten berekend? Uitgangspunt is dat ieder bedrijf, afhankelijk van het beveiligingsrisico, evenredig bijdraagt aan de kosten. De kosten van collectieve beveiliging worden dan ook vaak gestaffeld omgeslagen over de deelnemende bedrijven. Hier volgt een voorbeeld van een dergelijke omslagmethode. Om te bepalen in welke klasse/staffel een bedrijf qua risico valt, wordt een verdeelsleutel met toekenningspunten gehanteerd. Elk bedrijf krijgt hierbij punten toegedeeld aan de hand van het volgende lijstje: • Terreinoppervlakte per m_; • aantal personeelsleden; • de waarde van de goederen, inventaris en machines; • de attractiviteit van de goederen, inventaris en machines. Vervolgens kan een bedrijf weer mindering krijgen op het totaal aantal punten door al gerealiseerde preventieve beveiligmaatregelen. Hierbij kan gedacht worden aan: • Goed hang- en sluitwerk • toegankelijkheid van het pand; • inbraakdetectie (totale) pand.

Aan de hand van de totalen wordt bepaald in welke staffel het bedrijf wordt geplaatst. Het bedrijf betaalt de bijbehorende prijs. Om een beveiligingsplan en bijbehorende offerte te kunnen beoordelen, is het goed te weten welke onderwerpen hierin aan de orde kunnen komen. Onderstaand overzicht geeft hiervan een indicatie. Surveillance • aantal uren surveillance op het terrein; • welke uren wordt gesurveilleerd (werkdagen/zaterdag/zondag); • ondersteuning van een 2e surveillanceteam bij alarmopvolging; • aanrijtijden; • wijze van alarmopvolging; • omgang verdachte situatie bij percelen van freeriders; • werkwijze rondom de sleutelrondes; • totale kosten surveillance. Camera’s (optioneel) • aantal en locaties camera’s; • wijze van verwerking camera toezicht; • organisatie alarmopvolging camera toezicht; • technische invulling (kabels, breedband); • totale kosten camera toezicht. Fysieke beveiliging op het terrein • type fysieke beveiliging (hekwerk, sloot, etc.); • vorm van afsluiting; • afsluittijden; • toegangscontrole; • onderhoud; • totale kosten van fysieke beveiliging. Kostenverdeling • basis verdeelsleutel; • vorm en inrichting van de staffels; • werkwijze bij verfijning kostenverdeling op basis van individuele scans. Algemene zaken • contactpersoon en achtervang; • mogelijke ingangsdata; • plan voor de invoering en de evaluatiemomenten.

18

Parkmanagement in de praktijk

5.7 Keuze beveiligingsbedrijf Op basis van de beveiligingsplannen en de algemene indruk die tijdens dit traject van de verschillende organisaties is verkregen, moet een beoordeling plaatsvinden. Daarbij spelen natuurlijk de kosten een belangrijke rol. Naast de kosten zijn er ook andere overwegingen die van belang zijn. Deze liggen meer op het vlak van vertrouwen; vertrouwen in de organisatie, in de wijze van werken en in de kwaliteit van de voorstellen.

ganisatie; • de werkwijze/procedurebehandeling van de beveiliger; • de inzet van personeel; • de financiering/facturering van deze diensten (staffels); • de duur van de overeenkomst; • overlegmomenten; • geheimhouding; • klachtenafhandeling; • hoe wordt omgegaan met nieuwe deelnemers. De individuele contracten

Om ook de vereniging en de deelnemende bedrijven te overtuigen van de juistheid van de keus tussen de verschillende aanbieders, moet die zo objectief mogelijk gemaakt en verklaard worden. De volgende afwegingscriteria kunnen hierbij gebruikt worden: • De wijze waarop het programma van eisen is ‘verwerkt’ in het beveiligingsplan; • het kostenniveau en de hoogte van de verschillende staffels; • kosten van aanvullende diensten; • creativiteit van de onderneming; • de flexibiliteit bij veranderende omstandigheden zoals: • instroom nieuwe deelnemers • samenwerking met andere bedrijven• terreinen • duur van het raamcontract. De beoordeling moet duidelijk aan de deelnemers en verenigingsleden worden gecommuniceerd. 5.8 De raam- en individuele contracten Nadat er een keuze gemaakt is voor één beveiligingsorganisatie wordt het overkoepelende raamcontract opgesteld. Daarna worden de individuele contracten afgesloten.

In de individuele contracten wordt vastgelegd welke werkzaamheden verricht worden voor het hele bedrijventerrein en welke specifiek voor het individuele bedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan sleutelrondes of bijzondere opvolgingsprocedures. Vaak wordt vooraf door het beveiligingsbedrijf een ‘risicoscan’ uitgevoerd. Dit om de specifieke eisen, wensen en risico’s van een bedrijf te kunnen vaststellen en eventuele verbeteringsmogelijkheden aan te geven. Uiteraard dient het raamcontract als basis voor de individuele contracten. In het contract wordt tevens de staffel vermeld, waar het bedrijf bij ingedeeld is. Naast het contract moet tussen de beveiligingsorganisatie en het individuele bedrijf afgesproken worden hoe de diverse procedures worden ingevuld. Wat is de procedure bij alarmmelding bijvoorbeeld: • Wie wordt gewaarschuwd (contactpersoon bedrijf)? • sleutel van het gebouw (zodat de beveiligingsbeambte bij alarmopvolging het gebouw kan betreden); • aan/uit codesystemen; • plattegrond van het gebouw/perceel met info over de systemen. Zoals aangegeven, moeten de lopende contrac-

Het raamcontract In het raamcontract wordt de basis voor de beveiliging vastgelegd. Ook verplicht de bedrijvenvereniging zich om zoveel mogelijk bedrijven te laten deelnemen aan de overeenkomst. In het raamcontract worden de volgende zaken vermeldt: • De te leveren diensten van het beveiligingsor-

ten gerespecteerd worden. Meer informatie hierover kunt u vinden in het kader: alarmmeldingen.

19

Parkmanagement in de praktijk

Alarmmeldingen Alarminstallaties zijn via een telefoonlijn verbonden met de beveiligingsorganisaties. Voor controle en alarmmeldingen belt de alarminstallatie met het zenuwcentrum van de beveiligingsorganisatie. Dit telefoonnummer is voor elk beveiligingsbedrijf anders. Het is dan ook een optie om bij collectieve beveiliging de alarminstallaties te laten bellen naar een specifiek 0900-nummer dat op haar beurt weer verbonden is met de beveiligingsorganisatie. Indien besloten wordt om als collectief over te stappen naar een andere beveiligingsorganisatie hoeven niet alle alarminstallaties opnieuw ingesteld te worden maar ‘verhuist’ het 0900-nummer van de éne beveiligingsorganisatie naar de andere. Op deze wijze wordt het risico weggenomen dat in de overgangssituatie alarmmeldingen niet aankomen bij de nieuwe aanbieder.

Tijdens deze bijeenkomst wordt de actuele situatie bekeken en kan vanuit de bedrijven of de beveiligingsorganisatie aangeven worden of er nog aanvullende zaken nodig zijn om de beveiliging te optimaliseren. Freeriders aanpakken Nadat collectieve beveiliging op een bedrijventerrein gerealiseerd is, kan de nadruk gelegd worden op het deel laten nemen van de freeriders. Andere collectieve diensten, zoals bijvoorbeeld collectieve inkoop van energie en/of telefoontikken of afvalverwijdering, kunnen aan de collectieve beveiliging worden gekoppeld. Niet meedoen aan collectieve beveiliging, betekent niet mee kunnen doen met de overige diensten. Afgesproken kan worden dat bij een verdachte situatie bij een freerider, de beveiligingsorganisatie gaat kijken, alsof hij deelneemt aan collectieve beveiliging. De volgende dag wordt door de beveiligingsorganisatie met de eigenaar contact opgenomen en de situatie beschreven. Vervolgens wordt aangegeven dat hij alsnog mee kan doen aan collectieve beveiliging. Een tweede keer dat er een verdachte situatie is, wordt met de freerider contact opgenomen dat dit de laatste keer is dat er is ingegrepen, tenzij hij gaat deelnemen aan de collectieven beveiliging. Vaak kunnen aangesloten bedrijven die deelnemen aan collectieve beveiliging korting krijgen op hun premies voor inboedelverzekering. Op deze manier wordt het voor bedrijven aantrekkelijker om mee te doen.

5.9 Start collectieve beveiliging In de eerste maanden na de start van de collectieve beveiliging, is het van belang dat beide partijen elkaar op de hoogte houden van eventuele verbeterpunten. Zo kan de beveiligingsorganisatie onveilige situaties doorgeven aan de bedrijven. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan houtafval nabij het pand (brandgevaar) of gaten in het hekwerk. De bedrijven kunnen van hun kant kunnen aangeven welke verbeterpunten zij nog zien, bijvoorbeeld extra surveillanceperioden op bepaalde dagen/perioden. Vanuit de bedrijvenvereniging kan een groep van ondernemers gevormd worden, die de implementatie van de collectieve beveiliging begeleidt. Dit kan uiteraard dezelfde groep zijn die het initiatief genomen heeft. In de beginfase kan deze groep maandelijks bij elkaar komen om de eventuele verbeterpunten met de beveiligingsorganisatie te bespreken. Later kan de frequentie omlaag. 5.10 De nazorg Na een half of één jaar kan er voor de deelnemende bedrijven een bijeenkomst georganiseerd worden over de tot dan toe bereikte veiligheidssituatie. Hierbij kunnen ook politie en Gemeente worden uitgenodigd.

Ook het plaatsen van borden bij de deelnemers (‘ík doe mee aan collectieve beveiliging’) kan voor sommige bedrijven een stimulans zijn om alsnog mee te doen aan collectieve beveiliging. Vanuit het Ministerie van Justitie wordt momenteel bekeken of er mogelijk regelingen in het leven geroepen kunnen worden om freeriders verplicht deel te laten nemen. Zo wordt er momenteel met het bedrijfsleven overlegd over een regeling die bepaalt dat als 80% van de bedrijven op een terrein meedoet aan collectieve beveiliging, de rest verplicht wordt tot dezelfde maatregelen.

20

Parkmanagement in de praktijk

Bijlagen

Bijlage 1. Voorbeeld van een inventarisatie Op xxxxx heeft er een informatiebijeenkomst plaatsgevonden over collectieve beveiliging. Samen met u, de politie, de Gemeente en een (aantal) beveiligingsorganisaties(s) hebben wij de mogelijkheden gezien die het gezamenlijk beveiligen van het bedrijventerrein kan bieden. De bedrijvenvereniging is momenteel bezig met het inventariseren welke bedrijven willen deelnemen aan collectieve beveiliging en welke wensen zij hierbij hebben. Wij verzoeken u dan ook onderstaande vragenlijst in te vullen en aan ons te retourneren.

Bedrijf Contactpersoon Straat Postcode en Plaats Postbus Postcode en plaats Telefoonnummer (doorkiesnummer) E-mailadres (contractpersoon)

Heeft u het afgelopen jaar onveilige situaties op het bedrijventerrein onderscheiden?

Heeft u belangstelling om deel te nemen aan collectieve beveiliging?

Welke aanvullende wensen heeft u indien u mee wilt doen aan collectieve beveiliging?

21

Parkmanagement in de praktijk

Bijlage 2 Selectiecriteria beveiligingsorganisaties

Om een ‘short list’ te maken van potentiële beveiligingsorganisaties, kunnen de volgende zaken meegenomen worden in de beoordeling c.q. selectie: • Is het een erkende beveiligingsorganisatie? • Heeft de beveiligingsorganisatie reeds ervaring met het collectief bewaken van een bedrijventerrein? • Hoe staat de beveiligingsorganisatie in de regio bekend? • Is de beveiligingsorganisatie bekend met de omgeving? • Hoeveel personeelsleden, surveillanceteams? • Welke diensten kan de beveiligingsorganisatie bieden (surveillance, sleuteldienst, inzet camera’s etc)? Daarnaast zijn ook nog andere punten van belang zoals: • Kan er mogelijk aangesloten worden bij collectieve beveiliging van bedrijventerreinen elders in de regio? Aan de hand van bovenstaande vragen, worden er vervolgens enkele beveiligingsorganisaties uitgenodigd voor een oriëntatiegesprek. In dit gesprek moeten de volgende zaken aan bod komen: • Analyse van het bedrijventerrein (stratenplan, wat voor typen bedrijven, welke bedrijven hebben een hoog risicoprofiel etc.). • Mogelijkheden om het terrein af te sluiten. • Huidige veiligheidssituatie en eventuele knelpunten. • Hoe is de inwerkperiode geregeld (beveiligingsbeambten moeten vertrouwd geraken met het bedrijventerrein)? • Hoe is (acute) vervanging geregeld bij ziekte/vakanties etc? • Hoe vindt de alarmopvolging plaats? • Hoeveel bedrijven hebben aangegeven mee te willen doen? • Welke aanvullende wensen zij hebben (sleutelronde) etc? • Hoe om te gaan met de zogenaamde freeriders? • Hoe kunnen bedrijven aansluiten bij een reeds afgesloten raamcontract? • Hoe vindt een terugkoppeling plaats met de bedrijvenvereniging?

22

Parkmanagement in de praktijk

Colofon
Titel: Uitgave: Draaiboek Parkmanagement, Beveiliging Provinciaal bestuur van Gelderland Dienst Ruimte, Economie en Welzijn Afdeling Economische Zaken Cluster Bedrijfsomgevingsbeleid Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Businessunit Bedrijfsomgeving Voor informatie: Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Rikus Wolbers, Christian Schaap, Lars Oosters parkmanagement@oostnv.nl (026) 384 42 22 Tekst: Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Businessunit Bedrijfsomgeving Rikus Wolbers, Christian Schaap, Lars Oosters Vormgeving: Provincie Gelderland 20050000 [epp] Fotografie: Drukwerk: Wils Kloos en Dick Brouwers Provincie Gelderland

Het ’Draaiboek Parkmanagement’ is geschreven in opdracht van de Provincie Gelderland door de Ontwikkelingsmaatschaappij Oost Nederland NV Niets uit deze uitgave mag voor commerciële doeleinden worden vermenigvuldigd en/of aangewend zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV. Hoewel dit draaiboek met veel zorg is samengesteld, aanvaarden opstellers noch uitgever enige aansprakelijkheid voor schade ontstaan door eventuele fouten en/of onvolkomenheden in dit boek. Mocht u naar aanleiding van dit draaiboek nog aanvullende vragen en/of opmerkingen hebben betreffende parkmanagement, kunt u contact opnemen met de Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV. © 2005, Oost NV

23

Parkmanagement in de praktijk

24

Parkmanagement in de praktijk