Draaiboek Parkmanagement

Draaiboek Parkmanagement

Oost NV Provincie Gelderland

1

Voorwoord

Ik hecht veel belang aan een goede kwaliteit van bedrijventerreinen. Ondernemers moeten op een bedrijventerrein immers goed kunnen ondernemen. Daarnaast kan een kwalitatief goede bedrijfsomgeving bijdragen aan het behoud en de uitbreiding van de werkgelegenheid in gemeenten. Parkmanagement betreft de opzet van een parkmanagementorganisatie van waaruit projecten opgezet kunnen worden, die noodzakelijk zijn om een bedrijventerrein “bij de tijd” te houden of te krijgen. Veel ondernemersverenigingen, Gemeenten en soms ook politie en brandweer zien dit ook in en hebben daarom initiatieven genomen om een parkmanagementorganisatie op te zetten. Ik wil voorkomen dat u bij het opzetten van parkmanagement opnieuw “het wiel” moet uitvinden. Er is immers al veel kennis en informatie aanwezig over het opzetten van parkmanagementinitiatieven. Deze bestaande kennis heb ik voor u willen bundelen, zodat u dit gemakkelijk terug kunt vinden. Daarom heb ik opdracht gegeven aan Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV (kortweg Oost NV) om voor u een Draaiboek Parkmanagement te ontwikkelen. Ik ben verheugd om u dit draaiboek parkmanagement te kunnen aanbieden. Met dit draaiboek wil ik u ondersteunen bij het opzetten van parkmanagementactiviteiten op bedrijventerreinen. Het draaiboek heeft een dusdanige diepgang dat u grotendeels zelfstandig aan de slag kunt met het opzetten van activiteiten. U kunt het draaiboek parkmanagement zien als een soort kookboek waarin de verschillende parkmanagementgerechten worden beschreven. Ook gaat het draaiboek in op activiteiten die met meerdere bedrijvenverenigingen tegelijk (lokaal of regionaal) kunnen worden opgepakt. Het draaiboek parkmanagement had nooit tot stand kunnen worden gebracht zonder de enthousiaste inzet van de Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV en de bestuurlijke begeleiding van de Kamers van Koophandel Centraal Gelderland/Rivierenland/Veluwe-Twente, SoPaG, Politie Gelderland-Midden, de zes Gelderse regio’s en VNO/NCW-Midden. Ik verstuur het draaiboek parkmanagement naar alle Gelderse ondernemersverenigingen en gemeenten om daarmee een impuls te geven aan het opzetten van parkmanagement. Ik hoop dat dit draaiboek voor u een inspiratiebron zal zijn bij het opzetten van nieuwe parkmanagementinitiatieven!

H.A.J. Aalderink Gedeputeerde voor Economie, Milieu en Europese Zaken

2

Inhoud

1 1.1 1.2 1.3 2 2.1 2.2 3 3.1 3.2 3.3. 3.4 4 4.1. 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 5. 5.1 5.2 6 6.1 6.2 6.3

Inleiding Doelen provincie Provinciaal beleid Regionaal parkmanagement Wat kan je met parkmanagement bereiken? Samenwerkende partijen Bedrijventerreinen en parkmanagement Wat kan je met parkmanagement doen? Meer kwaliteit Kostenreductie Meer gemak Continuïteit Hoe organiseer je de opzet van parkmanagement? Het doel van de organisatie Doelgroep Werkgebied Organisatiestructuur Juridische structuur voor bestaande bedrijventerreinen Juridische structuur voor nieuwe bedrijventerreinen Hoe financier je parkmanagement? Kosten Inkomsten Hoe zet je parkmanagement op? Wie kan u ondersteunen? Het opzetten van parkmanagement op bestaande bedrijventerreinen Het opzetten van parkmanagement op nieuwe bedrijventerreinen

4 4 4 5 6 6 8 10 10 10 10 11 12 12 12 12 13 16 21 22 22 24 29 29 29 32

3

1

Inleiding

Veel bedrijvenverenigingen en Gemeenten zijn actief met het opzetten van parkmanagement op bedrijventerreinen. In het verleden kwamen er bij de Provincie vaak subsidieverzoeken binnen voor ondersteuning bij het opzetten van een parkmanagementorganisatie. Van daaruit is de gedachte ontstaan om ondernemers en de Gemeenten met een handreiking te ondersteunen bij het opzetten van een parkmanagementorganisatie.

Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is het logisch om standaard parkmanagement op te zetten. Dit draagt bij aan het behoud van de kwaliteit van het bedrijventerrein. Het opzetten van een parkmanagementorganisatie op een nieuw bedrijventerrrein kan in de uitgiftefase worden geregeld. 1.2 Provinciaal beleid De Provincie wil met de beperkte instrumenten

Er bestaat internationaal, nationaal en provinciaal al behoorlijk wat kennis over hoe parkmanagement kan worden opgezet. Zo heeft het Ministerie van Economische Zaken bijvoorbeeld de handreiking “Kwaliteit wint terrein” uitgebracht. In deze handreiking van het Ministerie worden verschillende nationale en internationale voorbeelden van parkmanagement onderling vergeleken. Het draaiboek parkmanagement kan worden gezien als een nadere thematische uitwerking van deze rapportage. Daarbij is ook aandacht voor de provinciale rol. 1.1 Doelen Provincie In de provinciale nota bedrijventerreinen “Van Trekkracht naar Slagkracht” staan een aantal ambities geformuleerd ten aanzien van de kwaliteit van bedrijventerreinen. Deze ambities hebben ondermeer betrekking op: • Regionale samenwerking; • herstructurering van verouderde bedrijventerreinen; • zorgvuldig ruimtegebruik; • multimodale ontsluiting en digitale bereikbaarheid van bedrijventerreinen; • overige duurzaamheidmaatregelen. Een goede parkmanagementorganisatie is voor het realiseren van deze ambities essentieel. Met parkmanagement kan de organisatiegraad op de bedrijventerreinen worden vergroot en raken de ondernemers meer betrokken bij hun eigen bedrijventerrein. Dit is een noodzakelijke randvoorwaarde om tot afspraken tussen overheid en bedrijfsleven te komen over herstructurering, zorgvuldig ruimtegebruik, verduurzamingsmaatregelen en vele andere parkmanagementactiviteiten.

die zij heeft ondernemers faciliteren om zelfstandig parkmanagement te kunnen invoeren. Van belang is daarbij om de krachten te bundelen. Parkmanagement kan omschreven worden als samenwerking tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en de overheid om de kwaliteit van bedrijventerreinen te behouden en op termijn te verbeteren. Binnen deze samenwerking kunnen ondernemers onderling en ondernemers en overheid gezamenlijk besluiten welke parkmanagementactiviteiten zij willen oppakken. De Provincie wil met bedrijfsleven en Gemeenten tot afspraken komen in de aanpak van parkmanagement. Zij zet daartoe een aantal instrumenten in: Thema parkmanagement agenderen in de regio’s De Provincie wil gezamenlijk met de regio’s meer regie ontwikkelen op de kwaliteit en het beheer van bedrijventerreinen. Bij de zes regionaal economische overleggen staat parkmanagement op de agenda. Het voornemen is daarbij met de Gemeenten en het bedrijfsleven tot gezamenlijke afspraken te komen. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op de inzet van Oost NV. Inzet Oost NV bij aanjagen parkmanagement Ondernemers die afspraken willen maken over de inrichting en het beheer van het bedrijventerrein, kunnen ondersteuning krijgen van de Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV. Oost NV heeft in opdracht van de Provincie per bedrijventerrein capaciteit beschikbaar om de ondernemers met kennis te ondersteunen bij het opzetten van een samenwerkingsverband en het schrijven van een plan van aanpak voor parkmanagement.

4

Kwaliteit

Proces parkmanagement

Continue verbetering

Borging

Tijd

Kennisoverdracht De Provincie wil, in samenwerking met Oost NV, bijeenkomsten over parkmanagement organiseren. Deze bijeenkomsten zijn ondermeer bedoeld voor ondernemers en Gemeenten. Het doel van deze bijeenkomsten is aan ondernemers en Gemeenten te laten zien wat voor activiteiten er mogelijk zijn op parkmanagementgebied. Gerichte financiële ondersteuning projecten Parkmanagement is een belangrijk middel om de kwaliteit van bedrijventerreinen te verbeteren. Projectgewijs kan de Provincie vanuit de subsidieregeling Sociaal-Economisch Beleid voor een aantal thema’s ondersteuning bieden, te weten: • Het maken van een plan van aanpak voor realisatie van breedband op een bedrijventerrein; • het maken van een plan van aanpak voor zorgvuldig ruimtegebruik op een bedrijventerrein; • haalbaarheidsonderzoek naar het ontwikkelen van een collectieve energieinfrastructuur op een bedrijventerrein, gericht op duurzame energie en/of energiebesparing; • het opstellen van een masterplan voor de herstructurering van een bedrijventerrein; • het uitvoeren van de herstructurering van een bedrijventerrein. Onderzoeksprojecten naar het opzetten van parkmanagement op individuele bedrijventerreinen worden vanuit de Provincie niet gesubsidieerd, daar is het draaiboek voor. Ten aanzien van onderzoekprojecten op het gebied van parkmanagement komen alleen onderzoeken met een regionaal karakter voor subsidie in aanmerking.

1.3 Regionaal parkmanagement In een regio zijn vaak meerdere ondernemersverenigingen actief met het opzetten van parkmanagementactiviteiten. Vaak gaat het daarbij om dezelfde activiteiten die worden opgepakt op verschillende bedrijventerreinen in een regio. Het kan interessant zijn sommige onderdelen met meerdere ondernemersverenigingen gezamenlijk op te pakken. Voordelen hiervan zijn kennisuitwisseling, schaalvoordelen bij inkoop en meer mogelijkheden voor inhuur van externe, professionele ondersteuning. In het draaiboek parkmanagement worden, voor de verschillende parkmanagementthema’s, de mogelijkheden geschetst voor een regionale aanpak. Veel lokale parkmanagementinitiatieven komen voort uit ondernemers die zich als vrijwilliger inzetten voor het lokale bedrijventerrein. Vaak rust dit op de schouders van een paar vrijwilligers, waarmee de continuïteit van de lokale parkmanagementorganisatie niet is gegarandeerd. Om de continuïteit te waarborgen en te komen tot professionalisering kan het aantrekkelijk zijn om externe ondersteuning in te huren. Vanuit één lokale parkmanagementorganisatie valt dit echter nauwelijks te financieren. Daarom kan het interessant zijn om met meerdere lokale parkmanagementorganisaties in een regio een professionele parkmanager aan te stellen en te financieren. Deze parkmanager kan dan ondermeer gefinancierd worden vanuit een deel van de opbrengsten uit de collectieve inkooptrajecten van de verschillende lokale parkmanagementorganisaties.

5

2

Wat kan je met parkmanagement bereiken?

In de afgelopen jaren is veel geschreven over parkmanagement en zijn er veel definities voor parkmanagement opgesteld. Over definities kan lang gesproken worden. In dit draaiboek wordt de volgende definitie aangehouden: Parkmanagement is een samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven op het niveau van (een cluster van) bedrijventerrein(en) met als doel: • Meer kwaliteit • Kostenreductie • Meer gemak • Continuïteit Het doel van parkmanagement is door samenwerking te komen tot het optimaliseren van de bedrijfsomgeving en een beter, groter en goedkoper aanbod van diensten. Belangrijk is dat de partijen (ondernemers en/of Gemeente) zelf bepalen hoe zij dit vorm geven.

ondernemers sterk waarde hechten aan de omgevingskwaliteit, is het voor hun erg moeilijk om afspraken te maken over de staat van het beheer van het terrein en de bebouwing. Zij zijn hiervoor slechts beperkt verantwoordelijk. Kleine bedrijven Kleine bedrijven zien het onroerend goed dikwijls als een belangrijke pensioenvoorziening. Zij hebben daarnaast vooral belang bij het gezamenlijk inkopen van faciliteiten en diensten die niet direct met hun kernactiviteiten te maken hebben. Veelal gebeurt dit in de vorm van raamcontracten waarbinnen de individuele ondernemer de nodige speelruimte heeft. Door het behalen van schaalvoordelen kunnen er gunstige prijs-kwaliteit-verhoudingen worden bedongen die een kleine ondernemer nooit alleen had kunnen bereiken. Organisaties

2.1 Samenwerkende partijen De basis van parkmanagement bestaat uit samenwerking. Bij elk bedrijventerrein zijn verschillende partijen met verschillende verantwoordelijkheden en belangen betrokken. Parkmanagement moet er toe leiden dat deze partijen gaan samenwerken, zodat alle belangen en verantwoordelijkheden worden behartigd. Elke partij heeft hierbij zijn eigen belang. 2.1.1 Bedrijven De ondernemers zijn de bewoners van het bedrijventerrein en daarom de meest direct belanghebbende partij. Zij hebben direct baat bij de activiteiten van parkmanagement. Zonder de medewerking van de ondernemers, kan parkmanagement op een bedrijventerrein geen succes worden. Grote bedrijven Voor grote bedrijven is bijvoorbeeld de omgevingskwaliteit een indicatie voor een stabiel investeringsklimaat. Vooral multinationale ondernemingen hechten hier veel waarde aan. Ondersteunende activiteiten worden door deze groep ondernemers vaak ingekocht bij gespecialiseerde leveranciers. Ook het beheer van het onroerend goed is vaak een randactiviteit. Ondanks dat deze groep

De ondernemers zijn dikwijls lid van diverse organisaties, zoals bedrijvenverenigingen, industriële kringen en brancheverenigingen. Dit kunnen samenwerkingsverbanden op het niveau van het bedrijventerrein zijn, maar het kan ook een lokale of regionale samenwerking betreffen. Deze organisaties vertegenwoordigen de ondernemers en zij functioneren als aanspreekpunt van de ondernemers. Vaak zullen de ondernemers zich door deze organisaties laten vertegenwoordigen. Parkmanagementactiviteiten kunnen een onderdeel gaan uitmaken van deze samenwerkingsverbanden. Beleggers en ontwikkelaars Beleggers hebben een economisch belang bij een optimale bedrijfsomgeving en een blijvende economische bruikbaarheid van gebouwen. Voor hun is de courantheid van de panden en daarmee de omgeving, van grootbelang. Om de waarde en rentabiliteit van het vastgoed op peil te houden, zijn zij gebaat bij goed beheer van de gebouwen en de terreinen. Als eigenaar zijn zij het aanspreekpunt hiervoor. Vooral bij het opzetten van parkmanagement op nieuwe bedrijventerreinen spelen beleggers en ontwikkelaars een steeds grotere rol.

6

2.1.2 Overheden Overheden hebben als taak zorg te dragen voor voldoende bedrijventerreinen en een goede kwaliteit van de openbare ruimte op deze terreinen. De verantwoordelijkheden om hiervoor te zorgen zijn verdeeld tussen de Gemeente en de Provincie. Gemeente De Gemeente is als terreinbeheerder verantwoordelijk voor het beheer van de publieke ruimte en infrastructuur en bij nieuwe bedrijventerreinen voor de gronduitgifte. Naast het beheer heeft de Gemeente grote belangen op het gebied van het ruimtegebruik, de werkgelegenheid, lokale economie en het milieubeleid. De activiteiten behorende tot parkmanagement, kunnen hieraan een bijdrage leveren. Daarbij kan een Gemeente door parkmanagement op de lange termijn hoge kosten voor revitalisering voorkomen. Provincie Gelderland De Provincie heeft op regionaal niveau de taak zorg te dragen voor voldoende (ruimtelijke en kwantitatieve) en goede (kwalitatieve) bedrijventerreinen. Parkmanagement kan bijdragen aan een beter gebruik van de beschikbare ruimte. Ook zet de Provincie in haar beleid in duurOverheid: • • • • • • • • • Eén aanspreekpunt op de terreinen Lagere kosten onderhoud bedrijfslocatie Verbetering werk- en leefklimaat Langere levensduur bedrijventerrein Positie imago- effect Verbetering van de concurrentiepositie Positief werkgelegenheidseffect Reductie milieueffecten Meer inkomsten door langer hogere WOZ

zaamheid. Vanuit dit oogpunt wenst zij in de provincie Gelderland dan ook te komen tot duurzame bedrijventerreinen. 2.1.3 Omgeving Een bedrijventerrein is geen eiland van bedrijvigheid, maar maakt onderdeel uit van de maatschappij. Omwonende staan vaak kritisch tegenover de ontwikkelingen van en op bedrijventerreinen omdat zij geconfronteerd kunnen worden met geluids-, stank- en verkeersoverlast. Parkmanagement kan bijdragen aan de beperking van de overlast en daarmee zorgen voor een betere maatschappelijke inpassing van de terreinen in de omgeving. Daarbij kunnen op het bedrijventerrein diensten worden ontwikkeld, waarvan ook de omgeving gebruik kan maken. Omwonenden zullen bij parkmanagement niet een participerende partij zijn. Wel kan de parkmanagementorganisatie zorgen voor een betere relatie met deze groep en bij geschillen bemiddelen. 2.1.4 Belangen van de partijen In de onderstaande figuur staan de belangen, de voordelen en doelstellingen van de partijen weergegeven.

Bedrijven: • Richten zich primair op core business • Prettige en veilige werkomgeving • Kostenreductie en kostenvoordeel door collectieve inkoop • Versterking van de concurrentiepositie • Imagoversterking,betere uitstraling • Meebeslissen en invloed op het kwaliteitsniveau van het bedrijventerrein • Tevreden werknemers

Parkmanagement

Beleggers en ontwikkelaars : • Mogelijkheden tot uitbreiding portefeuilles • Imagoverbetering • Parkmanagement als zelfstandig economische renderende activiteit • Waardevastheid vastgoed

Maatschappij en omgeving : • Positieve milieueffecten • Verhoging van de ruimtelijke kwaliteit

7

2.2 Bedrijventerreinen en parkmanagement Parkmanagement wordt vaak beschreven als het middel om de veroudering van bedrijventerreinen tegen te gaan en te komen tot duurzame bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen kunnen door verschillende oorzaken verouderen. Ten eerste kan door slecht beheer het bedrijventerrein niet meer functioneren. Daarnaast kan het zijn dat door nieuwe economische ontwikkelingen andere eisen aan het bedrijventerrein worden gesteld. Een voorbeeld hiervan is de opkomende dienstensector, die vraagt om bedrijvenlocaties met meer allure. Ook worden aan bedrijven op de terreinen in de loop van tijd nieuwe eisen gesteld, bijvoorbeeld de milieuwetgeving. Tenslotte kan de ligging van het bedrijventerrein zijn veranderd. Waar het terrein eerst aan de rand van de bebouwing lag, ligt het er nu tussen in. Ten aanzien van de veroudering kunnen op basis van de levenscyclus van een terrein, drie verschillende soorten terreinen worden onderscheiden: - Nieuwe bedrijventerreinen - Bestaande bedrijventerreinen - Bestaande verouderde bedrijventerreinen De fase waarin een terrein zich bevindt, heeft grote invloed op de kansen die met behulp van parkmanagement benut kunnen worden. Deze levenscyclus en het startpunt voor het opzetten van parkmanagement zijn in de onderstaande figuur weergegeven.

Nieuwe bedrijventerreinen Na de uitgifte verliest het terrein in de meeste gevallen na verloop van tijd aan kwaliteit. Door met de uitgifte gelijktijdig parkmanagement op te zetten en te verplichten aan de bedrijven, kan de kwaliteit worden gewaarborgd. Door het in de loop van tijd uitbreiden van het diensten- en voorzieningenpakket, kan een hoger kwaliteitsniveau worden bereikt. Bestaande bedrijventerreinen Op het merendeel van de bestaande bedrijventerreinen is parkmanagement in het verleden niet verplicht geweest bij de uitgifte van de gronden. De Gemeente en de ondernemers kunnen er samen voor kiezen om het beheer van de openbare ruimte, over te dragen aan de parkmanagementorganisatie. Hierdoor krijgen ondernemers grip op de omgeving van hun pand. Ondernemers zien echter vaak niet direct aanleiding om parkmanagement op te zetten, aangezien zij zich meer richten op het individuele bedrijfsbelang in plaats van het collectieve belang. Het is dan ook een groot probleem om voldoende draagvlak te creëren voor meer ingrijpende gezamenlijke projecten. Deze groep ondernemers moet overtuigd worden van het nut van deze activiteiten op de langere termijn. Bestaande verouderde bedrijventerreinen Ondernemers op verouderde bedrijventerreinen zien vaak wel het nut in van parkmanagement omdat ze dagelijks geconfronteerd worden met de gevolgen van veroudering. Revitalisering van deze terreinen is dan ook vaak noodzakelijk.

Uitgifte

Beheer

-

Neergang

Revitalisering

-

Beheer

1 2
Kwaliteit

3
1 = Nieuw 2 = Bestaand 3 = Bestaand verouderd

Tijd

8

Parkmanagement kan op twee momenten op deze terreinen worden opgezet. Het eerst op het moment vóór de revitalisering van het terrein. Dit heeft als voordeel dat de ondernemers al goed georganiseerd zijn bij begin van de revitalisering. Vaak is de revitalisering in deze gevallen ook een initiatief van de ondernemers. Het tweede moment is tijdens of net na de revitalisering. Ondernemers zien dat er actie wordt ondernomen en willen de verbeteringen voor de toekomst behouden. Daarnaast ontstaat zo voor de Gemeente een aanspreekpunt om ook toekomstige problemen aan te pakken.

9

3

Wat kan je met parkmanagement doen?

Parkmanagement is een verzamelbegrip voor het gezamenlijk opzetten en uitvoeren van activiteiten. Er zijn verschillende indelingen van de activiteiten mogelijk. In dit werkboek zullen de activiteiten behandeld worden aan de hand van thema’s. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende thema’s die tot parkmanagement kunnen behoren. 3.1 Meer kwaliteit Revitalisering De meest vergaande activiteit van parkmanagement is revitalisering van het bedrijventerrein. Revitalisering, is net zoals parkmanagement een koepelbegrip. Het kan enkel gaan om het opknappen van de openbare ruimte en panden (face-lift), maar ook om het slopen, verkavelen en ontwikkelen van panden, waarbij de openbare ruimte tevens volledig wordt aangepakt. Efficiënt ruimtegebruik In Nederland is de ruimte beperkt en daarmee ook de ruimte op bedrijventerreinen. Een bedrijventerrein kan hierop inspelen. Zo heeft het ene bedrijf een groot parkeerterrein nodig voor zijn personeel en het andere bedrijf voor het ‘s nachts en in het weekend stallen van zijn vrachtwagens. Door samen gebruik te maken van één parkeerterrein kan ruimte bespaart worden. 3.2 Kostenreductie Collectieve inkoop Bij collectieve inkoop kan onderscheid worden gemaakt tussen plaatsgebonden- en niet plaatsgebonden activiteiten. Een voorbeeld hiervan is collectieve beveiliging. Het aantal deelnemende bedrijven kan erg groot zijn, maar wanneer deze te ver van elkaar af liggen, levert collectieve inkoop geen kostenvoordeel op. Vooral de niet-plaatsgebonden activiteiten lenen zich om collectief te worden ingekocht op regionaal niveau, voorbeelden hiervan zijn energie en telecom. Hiervoor maakt het niet uit waar een ondernemer is gehuisvest. Collectieve afvalinzameling en afvalmanagement Afvalmanagement is meer dan alleen het collectief inkopen van de dienst afvalinzameling. Door

goede afvalscans kunnen de afvalstromen worden beperkt en/of blijkt een betere afvalscheiding mogelijk te zijn. Voor Gemeenten is hierbij de beperking van de milieubelasting van belang. Afvalmanagement is ten aanzien van drie punten voor ondernemers interessant. Ten eerste de lagere tarieven, ten tweede de kostenbesparing door het reduceren van de afvalstromen. Tenslotte kan de afvalinzamelaar zorgdragen voor de afvalstoffenregistratie. Voor de afvalinzameling kan een collectief raamcontract worden afgesloten. Daarna zal de inzamelaar samen met de individuele ondernemer moeten afspreken op welke wijze en wanneer het afval wordt opgehaald. Veiligheid Veel bedrijventerreinen kennen al een vorm van collectieve bedrijfsbeveiliging. Vaak gaat het hierbij om mobile surveillance. In de toekomst kan deze dienst worden ondersteund door cameratoezicht en eventueel het afsluiten van het terrein door slagbomen. Deze activiteiten richten zich op het terugdringen van de criminaliteit op een bedrijventerrein. Daarnaast kan ook aandacht worden besteed aan de veiligheid binnen bedrijven. Zo kunnen collectieve BHV-opleidingen worden georganiseerd. Op welke wijze aan het thema veiligheid invulling moet worden gegeven, hangt af van de vorm en mogelijkheden van het terrein. De uitwerking van dit thema moet dan ook op terrein niveau plaatsvinden. 3.3. Meer gemak Voorzieningen Op bedrijventerreinen zijn veel voorzieningen mogelijk, zoals gezamenlijk Arbo-diensten, horeca, bedrijfsfitness en kinderopvang. Het is de vraag of de parkmanagementorganisatie deze voorzieningen zelf moet opzetten of deze overlaat aan private initiatieven. Wel kan zij ervoor kiezen om in een gebouw of facility point ruimte voor dergelijke initiatieven te reserveren. Mobiliteit Op bedrijventerreinen vinden veel voertuigbewegingen plaats. Het gaat hierbij om personenen goederenvervoer. Belangrijk is dat de ondernemers op het bedrijventerrein bereikbaar zijn

10

en blijven. Op veel terreinen is dit niet het geval. De mobiliteit kan vergroot worden, door het aantal noodzakelijke voertuigbewegingen terug te dringen. Het kan hierbij gaan om het opzetten van collectief privaat vervoer voor de werknemers, zodat die niet meer met de auto hoeven te komen. Ook kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een collectieve koeriersdienst. Naast het terugdringen van vervoersbewegingen gaat het bij mobiliteit bijvoorbeeld ook om het parkeerbeleid op het terrein en de bewegwijzering. Regionale samenwerking is mogelijk, maar het draait om de mobiliteit op een individueel terrein. 3.4 Continuïteit Beheer van terreinen, panden en infrastructuur Door goed organiseren van het beheer van de terreinen, panden en infrastructuur kan de omgevingskwaliteit worden gehandhaafd en verbeterd. Voor ondernemers is vooral de representativiteit van de omgeving van belang. De Gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte. Veel ondernemers hebben problemen met het gerealiseerde kwaliteitsniveau. Een parkmanagementorganisatie kan dit beheer geheel overnemen, maar een betere afstemming met de Gemeente kan ook tot de gewenste resultaten leiden. Het beheer zelf bestaat uit verschillende diensten, zoals het vegen van straten, rioolreiniging en het maaien van het gras. Deze diensten kunnen gezamenlijk worden ingekocht. Hierbij kan ook het onderhoud van het eigen terrein van ondernemers meegenomen worden. Belangrijk blijft, dat de ondernemers in de straat, samen met de Gemeente bepalen, op welke manier zij het bedrijventerrein willen beheren. Water Het op een terrein aanwezige water kan op veel verschillende wijze worden gebruikt. Zo kan in plaats van drinkwater, hemelwater worden gebruikt als proceswater. Naast de beperking van de milieubelasting kan dit vooral ook financieel interessant zijn.

Ook kan het hemelwater worden opgevangen in een grote vijver. Naast de milieuwaarde kan het water in de vijver ook dienen als bluswater bij calamiteiten. Duurzame energie Op bedrijventerreinen zijn veel zaken rond het thema energie mogelijk. Ten eerste kan het collectief worden ingekocht. Daarnaast kan het ook lokaal, duurzaam worden opgewekt. Verder is het mogelijk om energie vast te houden, bijvoorbeeld door een koude/warmte opslag. Ook zijn er veel mogelijkheden om energie te besparen. Naast kostenreductie, zorgt dit ook voor een mindere belasting van het milieu.

11

4

Parkmanagement opzetten

Dit hoofdstuk zal ingaan op de keuzes die gemaakt moeten worden bij de opzet van parkmanagement en welke randvoorwaarden daarbij een rol spelen. In hoofdstuk 5 zal worden ingegaan op het proces wat daarbij doorlopen moet worden en de partijen die daarbij ondersteuning kunnen bieden. 4.1. Het doel van de organisatie De eerste stappen op het gebied van parkmanagement kunnen bijna zonder uitzondering door de industriekring of bedrijvenverenigingen gezet worden. Later kan het zinnig zijn hier een aparte organisatiestructuur voor op te zetten. Het doel van de organisatie bepaalt de inrichting en de juridische vorm. Belangrijk is dat de geformuleerde doelstelling breed genoeg is, zodat nieuwe initiatieven kunnen worden ontplooid, zonder dat de doelstelling moet worden aangepast.

voorbeeld omdat er een ondergrens voor het aantal werknemers wordt aangehouden. Wanneer de bedrijvenvereniging zich wil bezighouden met parkmanagement, zal zij deze restricties moeten opheffen. Wanneer dit niet gebeurt, is er geen sprake van parkmanagement, omdat partijen worden uitgesloten. 4.3 Werkgebied Bedrijvenverenigingen en industriële kringen, richten zich meestal niet op één enkel bedrijventerrein, maar op meerdere bedrijventerreinen in een gemeente of regio. Zij richten zich op die terreinen waarop hun leden zich bevinden. De grote van het werkgebied is van invloed op de gekozen organisatiestructuur. Wanneer het werkgebied bestaat uit verschillende bedrijventerreinen en eventueel is gelegen in verschillende gemeenten, kan het verstandig

Een parkmanagementorganisatie (bedrijvenvereniging of industriële kring) kan de volgende doelen hebben: - Het behartigen van de (materiele) belangen van de leden op het bedrijventerrein; - het opzetten van voorzieningen op het bedrijventerrein voor de daar gevestigde bedrijven; - het ontwikkelen en instandhouden van een kwalitatief hoogwaardige buitenruimte van het bedrijventerrein; - het ontwikkelen en instandhouden van een duurzaam bedrijventerrein.

Belangrijk is dat de deelnemende partijen de volgende vragen eerst beantwoorden, voordat zij een organisatie oprichten: • Willen de partijen wel echt parkmanagement? • Wat verwachten de partijen met parkmanagement te bereiken? • Wat gaat de nieuwe organisatie toevoegen aan de bestaande? 4.2 Doelgroep Zoals reeds meerdere malen is aangegeven, ontstaat parkmanagement door samenwerking. De doelgroepen zijn dan ook alle bedrijven in het werkgebied. Dit betekent ook dat het voor alle bedrijven op het terrein mogelijk moet zijn om deel te kunnen uitmaken van de organisatie. Vaak wordt parkmanagement opgezet vanuit een bedrijvenvereniging (de georganiseerde bedrijven). In sommige gevallen kunnen niet alle bedrijven lid worden van deze organisatie, bij-

zijn om de organisatie op te bouwen uit meerdere onderdelen met één koepelorganisatie. Verschillende activiteiten van parkmanagement zijn plaatsgebonden en zijn daardoor alleen interessant voor de bedrijven op het terrein waar de activiteit wordt uitgevoerd. Het werkgebied van een parkmanagementorganisatie kan in drie verschillende schaalniveaus worden ingedeeld. Deze niveaus zijn vaak terug te vinden in de organisatie structuur. We maken onderscheid naar: • Terrein niveau • Lokaal niveau • Regionaal niveau Terrein niveau Het terrein niveau is gelijk aan één bedrijventerrein. Het gaat hierbij om samenwerking tussen de ondernemers gevestigd op hetzelfde bedrijventerrein. Samenwerking op dit niveau richt zich dan ook in de eerste plaats op het behalen

12

van lokale voordelen voor de bedrijven op het bedrijventerrein. Het gaat hierbij vaak om de plaatsgebonden parkmanagement activiteiten. Dit zijn activiteiten met een beperkte actieradius of die direct te maken hebben met fysieke inrichting van een bedrijventerrein. Voorbeelden hiervan zijn het groenbeheer, bedrijfsbeveiliging en bewegwijzering. Lokaal niveau Zoals reeds vermeld zijn veel bedrijvenverenigingen en industriële kringen actief op meerdere bedrijventerreinen. Vaak komt het werkgebied overeen met dat van de gemeente. Op dit niveau hebben zij de mogelijkheid om activiteiten op te zetten voor alle bedrijventerreinen binnen hun werkgebied en te functioneren als gesprekspartner van de Gemeente. Regionaal niveau Samenwerking op regionaal niveau is vooral goed mogelijk voor de niet terreingebonden parkmanagementactiviteiten. Het kan hierbij gaan om een koepelorganisatie of samenwerking tussen verschillende lokale bedrijvenverenigingen. Voorbeelden hiervan zijn de gezamenlijk inkoop van energie en telecom. In de onderstaande figuur is een voorbeeld gegeven van een regionale structuur voor parkmanagement. 4.4 Organisatiestructuur Er zijn verschillende organisatiestructuren mogelijk van waaruit parkmanagementactiviteiten ontplooid kunnen worden. De vorm van

de organisatie hangt af van de keuzes die door de initiatiefnemers gemaakt worden. In deze paragraaf worden aan de hand van een aantal strategische vragen de belangrijkste keuzes weergegeven. Bij de beschrijving van de rechtsvormen wordt op deze vragen teruggekomen. Bij het kiezen van de juiste structuur voor de parkmanagementorganisatie dienen de initiafnemers van de parkmanagementorganisatie (PMO) met de volgende zaken rekening te houden: - Draagvlak - Verantwoordelijkheden - Bevoegdheden en zeggenschap - Aansprakelijkheid - Flexibiliteit van de structuur - Financiële opzet Draagvlak In veel rapporten over parkmanagement is uitgebreid stil gestaan bij het verkrijgen van draagvlak. Hier zal in hoofdstuk 5 nader op worden ingegaan. Het is echter ook van belang het verkregen draagvlak vast te houden. Daarom moet een parkmanagementorganisatie aan de volgende voorwaarden voldoen: - Een voor alle participanten een heldere structuur; - een makkelijke toegankelijkheid voor toe- en uittreders - de mogelijkheid van goed toezicht op de organisatie; - aandacht voor het relatieve belang van elke participant.

Regionaal niveau

Regionale parkmanagement organisatie

Lokaal niveau

PMO

PMO

PMO

Gemeente

Terreinniveau

Terrein

Terrein

Terrein

Terrein

Terrein

Terrein

13

Verantwoordelijkheden Een heldere structuur van de organisatie hangt nauw samen met de verdeling van de verantwoordelijkheden. Een organisatie dient te besluiten over de volgende zaken: • Welke activiteiten moeten er worden uitgevoerd? • Welke leveranciers en adviseurs voor de activiteiten? • Op welke manier moeten de activiteiten worden uitgevoerd? Uitvoering Het beleid is een kerntaak van het bestuur. Voor de aansturing en de uitvoering van het parkmanagement zijn meerdere opties mogelijk. Ten eerste kan het bestuur ervoor kiezen om de aansturing en de uitvoering van het parkmanagement uit te besteden aan een parkmanagementbedrijf. Het bestuur bepaald de activiteiten welke uitgevoerd moeten worden en het bijbehorende service-level. Het parkmanagementbedrijf selecteert de leveranciers van de diensten en draagt zorg voor de uitvoering. Dit gebeurt vaak bij nieuwe- en grote bestaande bedrijventerreinen. Aansturing Beleid

Belangrijk is dat de organisatie te alle tijden zelf de leveranciers bepaalt en aan welke servicelevel-agrements deze moeten voldoen. Het is mogelijk om in verloop van tijd te kiezen voor een andere invulling van de uitvoering. Er zijn veel verschillende manieren mogelijk om de uitvoering vorm te geven. Hieronder zijn vier opties kort beschreven. • Werkgroepen Onder leiding van het bestuur worden werkgroepen geformeerd. Deze groepen werken activiteiten uit en adviseren het bestuur over de mogelijke leveranciers. De leden van deze werkgroepen zijn ondernemers. Een nadeel is dat deze vaak niet beschikken over voldoende tijd of specifieke kennis. • Oud-ondernemer Op veel bedrijventerreinen wordt een oudondernemer aangetrokken voor de uitvoering van het parkmanagement. Een groot voordeel is dat deze persoon het terrein en de bedrijven kent. Wel dient deze persoon een duizendpoot te zijn, om goed te kunnen functioneren. • Oud-ondernemer samen met parkmanager

Wanneer de organisatie ervoor kiest om zelf verantwoordelijk te zijn voor de gehele aansturing van het parkmanagement heeft zij meerdere mogelijkheden om de uitvoering vorm te geven.

In deze optie ligt de dagelijkse uitvoering van het parkmanagement bij de oud-ondernemer. Deze wordt (parttime) ondersteund door een professionele parkmanager. Hierdoor wordt

Beleid

Bedrijvenvereniging Bestuur

Aansturing Leverancier

Parkmanagementbedrijf

Uitvoering Leverancier

Leverancier

Leverancier

14

Beleid

Bedrijvenvereniging Bestuur

Aansturing

Uitvoering

Uitvoering Leverancier Leverancier

Leverancier

Leverancier

het netwerk van de oud-ondernemer maximaal benut en brengt de parkmanager zijn kennis in op specifieke terreinen. Hierdoor vult de parkmanager de niet aanwezige kennis bij de oud-ondernemer aan. • Parkmanager De organisatie kan kiezen voor enkel een professionele parkmanager. Een nadeel van deze optie zijn de kosten. Die moeten wel door de organisatie opgebracht kunnen worden. Hierbij kan de organisatie kiezen om een zelfstandige parkmanager in te huren of één die werkzaam is bij een adviesbureau. Een zelfstandige parkmanager is goedkoper, maar heeft als nadeel dat er geen vervanging is bij ziekte. De werkzaamheden van de parkmanager van het adviesbureau zullen door een collega worden overgenomen. Daarnaast kan deze parkmanager gebruik maken van de kennis aanwezig in het bureau.

In de onderstaande tabel zijn de opties vergeleken op basis van de volgende criteria: • Tijd • Kosten De tijdbesteding van bestuursen werkgroepsleden De gemaakte kosten voor de uitvoering van het parkmanagement • Kennis De aanwezige kennis en ervaring met de onderdelen van parkmanagement • Netwerk Relatie met de plaatselijke ondernemers en bekendheid met het terrein • Continuïteit Waarborging kennis, kunde en capaciteit

Optie Werkgroepen Oud-ondernemer Oud-ondernemer +parkmanager Zelfstandige parkmanager Parkmanager adviesbureau

Tijd + +++ ++++ ++++ ++++

Kosten +++++ ++++ +++ ++ +

Draagvlak +++++ ++++ ++++ + +

Kennis + ++ +++ ++++ +++++

Netwerk +++++ +++++ +++++ ++ +

Continuïteit + ++ +++ ++++ +++++

15

Bevoegdheden en zeggenschap Binnen een organisatie hebben personen bevoegdheden en zeggenschap gebaseerd op vastgelegde mandaten. Het is belangrijk dat de organisatie bepaalt waar zij verantwoordelijk voor wil zijn en welke bevoegdheden zij wil overdragen, bijvoorbeeld aan een oud-ondernemer, parkmanager of parkmanagementbedrijf. Ook hebben bestuursleden individueel een mandaat, bijvoorbeeld de penningmeester. De rechtsvorm bepaalt voor een groot deel de zeggenschap en de bevoegdheden van het bestuur en de leden. Zo zijn alle bevoegdheden en de zeggenschap van bestuursleden van een stichting vastgelegd in de statuten. Het bestuur van een coöperatieve vereniging U.A. heeft een mandaat van haar leden, maar haar gevoerde beleid dient achteraf door de Algemene Ledenvergadering te worden goedgekeurd. Bij een normale vereniging, moet het bestuur naar de Algemene Ledenvergadering, voordat zij een voorstel verder kan uitwerken. Voordat gekozen wordt voor een rechtsvorm, moet een organisatie de volgende zaken overwegen: - Voor welke onderdelen van het parkmanagement dragen zij de verantwoordelijkheid? - Welke bevoegdheden wenst de organisatie over te dragen aan derden? - Wie, is wanneer binnen de organisatie waarvoor gemandateerd? - Wenst de organisatie leden en een Algemene Ledenvergadering? Naast de verdeling van de bevoegdheden en de zeggenschap die wordt bepaald door de rechtsvorm, kunnen aanvullende afspraken worden vastgelegd in de statuten. Aansprakelijkheid Een PMO bestaat in het merendeel van de gevallen uit vrijwilligers. Meestal zijn dit ondernemers. Geen van deze vrijwilligers zal hoofdelijk verantwoordelijk willen zijn voor de resultaten van de PMO. Dit geldt zeker in de begin fase, waarin de eerste activiteiten worden gestart. In deze fase geld een hoog afbreuk risico. Wanneer bedrijven lid zijn van de PMO, is het van belang dat zij niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor eventuele verliezen. De volgende vraag

moeten dan ook worden beantwoord: - Op welke wijze is de aansprakelijkheid van bestuurders en leden maximaal beperkt? Flexibele van de structuur Bij het opzetten van parkmanagement wordt meestal een groeimodel gehanteerd. De toekomstige nieuwe activiteiten dienen wel binnen de organisatie te kunnen worden ondergebracht. Daarnaast kan eventueel samenwerking in de toekomst met andere organisatie niet worden uitgesloten. Hier kan het bijvoorbeeld gaan om een samenwerking met een PMO op een naburig bedrijventerrein of een PMO op regionaal niveau. De volgende vragen moeten dan ook beantwoord worden: - Biedt de structuur van de organisatie mogelijkheden om in de toekomst nieuwe activiteiten onder te brengen? - Biedt de structuur van de organisatie mogelijkheden om in de toekomst samenwerkingsverbanden met andere organisatie aan te gaan? Financiële opzet Bij het opzetten van parkmanagement dient uitgewerkt te worden op welke wijze het parkmanagement in de toekomst minimaal kostendekkend kan opereren. Wanneer bij de financiële opzet rekening wordt gehouden met contributie van de leden, dient dit te worden opgenomen in de statuten van de op te richten rechtsvorm. De volgende vraag moet dan ook beantwoord worden: - Op welke wijze wil de PMO het parkmanagement financieren? - Wat zijn de partijen bereid in te brengen aan financiële middelen? In hoofdstuk 6 zal nader worden ingegaan op deze vragen over de financiering van parkmanagement. 4.5 Juridische structuur bestaande terreinen Parkmanagementactiviteiten moeten een gezonde, juridische basis hebben. Hiervoor moet de organisatie zelfstandig verplichtingen kunnen aangaan, op zo’n manier dat de bestuursleden niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Ook geeft de rechtsvorm de mogelijkheid om personeel in dienst te nemen of om bedrijven in te huren.

16

Ook zijn aan het opzetten van parkmanagement, zoals bij het opzetten van een bedrijf, financiële risico’s verbonden. Bestuurders en leden zullen voor deze risico’s niet persoonlijk aansprakelijk willen zijn. Door het oprichten van een rechtspersoon wordt dit de verantwoordelijkheid van de parkmanagementorganisatie. Daar komt bij dat het voor overheden niet mogelijk is om subsidie te verlenen aan organisaties zonder rechtsvorm. Voor het opzetten van een PMO zijn verschillende rechtspersonen mogelijk. De organisatie kan bestaan uit één rechtspersoon, maar ook uit een combinatie van rechtspersonen. In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de twee meest voorkomende rechtspersonen, namelijk: - Coöperatieve vereniging U.A. - Stichting Deze rechtspersonen worden het meest gebruikt, aangezien ze relatief makkelijk zijn op te richten en de aansprakelijkheid van de bestuurders en eventuele leden maximaal kan worden beperkt. Ook past de doelstelling van parkmanagement het best bij deze rechtspersonen. Daarbij kunnen deze twee rechtsvormen door vrijwilligers worden aangestuurd, zonder dat er personen in dienst behoeven te worden genomen. In veel gevallen is er al een bedrijvenvereniging of industriële kring. Deze rechtsvorm is minder geschikt voor meer risicovolle artiviteiten. Hierop wordt bij het ‘omzetten van de rechtsvorm’ op terug gekomen. Ook is het voor overheden moeilijk om deel uit te maken van deze organisaties. De rechtsvormen BV of NV hebben een winstdoelstelling voor de eigen organisatie en zijn moeilijker gezamenlijk op te richten. Ook is het wegens Europese regelgeving erg moeilijk om subsidie te verstrekken aan een BV of NV. 4.5.1 Aansprakelijkheid bestuurders Bij een coöperatieve vereniging of stichting zijn de bestuurders niet aansprakelijk te stellen voor eventuele verliezen wanneer zij integer handelen. Als de organisaties vennootschapsbelasting moeten betalen, is de anti-misbruik wetgeving van toepassing op haar bestuurders. Door deze wetgeving kan de bestuurder privé aansprakelijk

worden gesteld, wanneer: - De bestuurder voor de organisatie te zware contractuele verplichtingen is aangegaan en bij het aangaan van die verplichtingen wist of kon voorzien dat de organisatie niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen (dit wordt gezien als een onrechtmatige daad van de bestuurder). - Het onvermogen om belastingen en premies te betalen niet of niet tijdig is gemeld. - Aannemelijk is dat het onvermogen om belasting en premies te betalen het gevolg is van onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur in een periode van drie jaar voorafgaand aan de melding. - De rechtsvorm failliet gaat en dit faillissement het gevolg is van onbehoorlijk bestuur van diegenen die het beleid bepalen in de periode van drie jaar voorafgaand aan het faillissement. Als er geen jaarstukken worden gedeponeerd bij het handelsregister wordt onbehoorlijk bestuur verondersteld. In het geval van faillissement kan de curator het initiatief nemen de (ex)bestuurders aansprakelijk te stellen op grond van de anti-misbruik wetgeving. Een coöperatieve vereniging of stichting, moet vennootschapsbelasting betalen, wanneer zij een onderneming drijft. Grofweg gesteld, is er sprake van een onderneming als er: - Voldoende mate van arbeid en organisatie bestaat waarmee stelselmatig winst wordt gemaakt; - concurrerende werkzaamheden worden verricht. Naast de anti-misbruik wetgeving zijn de bestuurders ook privé-aansprakelijk in de oprichtingsfase van de rechtsvorm. De bestuurders zijn aansprakelijk voor alle verplichtingen die worden aangegaan voordat de rechtsvorm is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 4.5.2 Omzetten rechtsvorm Zoals gezegd bestaat er vaak al een organisatie in de vorm van een bedrijvenvereniging of industriële kring. Deze hebben alleen vaak de verenigingsvorm, die onvoldoende geschikt is voor een parkmanagementorganisatie. Ten eerste heeft het bestuur een beperkt mandaat en moet voor elke grote beslissing vooraf naar de Algemene

17

Ledenvergadering worden gegaan. Daarnaast mag een gewone vereniging geen winst maken en zijn het bestuur en de leden aansprakelijk te stellen. De eerste activiteiten van parkmanagement (bijvoorbeeld collectieve inkoop) kunnen worden ondergebracht bij de vereniging, maar wanneer het pakket van parkmanagementactiviteiten zich uitbreidt, is het verstandig om een nieuwe rechtsvorm op te richten of die van de bestaande vereniging aan te passen.

nen de bestuurders wel hun taak behoorlijk te vervullen. In de wet is het bestuur collectief verantwoordelijk, als door onbehoorlijk bestuur schade voor de vereniging is veroorzaakt en het bestuur daarover ernstige verwijt gemaakt kan worden. Ieder jaar moet de Algemene Ledenvergadering het jaarverslag en het gevoerde beleid goedkeuren. Daarna is het bestuur ‘gedechargeerd’ van de collectieve verantwoordelijkheid. Bevoegdheden en zeggenschap

In het eerste geval kan de vereniging ervoor kiezen om een werkmaatschappij, bijvoorbeeld een stichting, op te richten om daar de parkmanagementactiviteiten in onder te brengen. Ook kan ervoor gekozen worden om de huidige vereniging om te zetten naar een coöperatieve vereniging U.A. Voor het omzetten is een geldig besluit tot omzetting noodzakelijk. Bij verenigingen wordt dit besluit genomen door de Algemene Ledenvergadering. De statuten moeten door middel van een statuutwijziging worden aangepast aan de nieuwe rechtsvorm. 4.5.3 Coöperatieve vereniging U.A. Een coöperatieve vereniging U.A. is een bijzondere vorm van de vereniging. Een coöperatieve vereniging komt op voor de materiele belangen van haar leden door overeenkomsten met hen af te sluiten. Een coöperatieve vereniging mag winst uitkeren aan haar leden, in tegenstelling tot een gewone vereniging. Net als met een ‘gewone’ vereniging heeft ook de coöperatieve vereniging een bestuur, leden en eventueel een Raad van Commissarissen als toezichthouders. Aansprakelijkheid van bestuur en leden Een coöperatieve vereniging kan in haar statuten vastleggen dat zij de aansprakelijkheid van haar leden uitsluit. Hierdoor kunnen de leden nooit aansprakelijk worden gesteld voor verplichtingen die zijn aangegaan door de vereniging. In dit geval is er sprake van een coöperatieve vereniging U.A. (uitgesloten aansprakelijkheid). De bestuurders van een coöperatieve vereniging U.A. zijn niet aansprakelijk voor de verplichtingen van de vereniging, ook niet na ontbinding of faillissement door nadelig saldo. Natuurlijk die-

Het belangrijkste orgaan binnen de coöperatieve vereniging is de Algemene Ledenvergadering (ALV). De bestuurders werken in opdracht van de leden. Door overdracht van verantwoordelijkheden krijgt het bestuur vrijheid van handelen. Het bestuur is wel achteraf verantwoording verschuldigd aan de ALV, die altijd de uiteindelijke zeggenschap blijft behouden. Naast de ALV en een bestuur kan een coöperatieve vereniging ook een Raad van Commissarissen hebben. Deze heeft als taak het Bestuur op zijn functioneren te controleren. De bevoegdheden van de Raad van Commissarissen moeten worden vastgelegd in de statuten. Flexibiliteit van de organisatie Een coöperatieve vereniging is flexibel. Zo kan een coöperatie haar diensten ook aan niet leden aanbieden. Op deze wijze kan bijvoorbeeld ook de Gemeente deelnemen aan collectieve inkoopcontracten. Onder voorwaarden kan de coöperatie dus samenwerkingsverbanden aangaan. De mogelijk samenwerkingsvormen dienen omschreven te staan in de statuten. Wanneer een samenwerkingsvorm wordt aangegaan, die niet in de statuten staat, moeten deze gewijzigd worden door de ALV. De statuutwijziging moet worden vastgelegd in een notariële akte. Samenwerking met de Gemeente Het bestuur wordt door haar leden benoemd. In de statuten kan worden vastgelegd, dat ook bestuurders buiten de leden benoemd kunnen worden en dat deze niet door de leden worden benoemd. Op deze wijze kan een Gemeente vertegenwoordigd zijn in het Bestuur van een coöperatieve vereniging U.A.

18

Oprichting Een coöperatieve vereniging U.A. moet worden opgericht bij een notariële akte. Deze akte dient in de Nederlandse taal te worden opgesteld door een notaris. De akte bevat de statuten van de vereniging. De volgende zaken moeten in de statuten omschreven staan: - De naam en de plaats van de coöperatieve vereniging U.A.; - het doel van de coöperatieve vereniging U.A.; - de verplichtingen van de leden tegenover de vereniging (bijvoorbeeld contributie); - de wijze van bijeenroeping van de algemene ledenvergadering; - de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders; - de bestemming van het batig saldo van de vereniging na ontbinding. Belangrijk is dat de naam van een coöperatieve vereniging U.A. altijd het woord ‘coöperatief ’ moet bevatten en dat de naam wordt afgesloten door de letter U.A. (uitgesloten aansprakelijkheid). De bestuurders zijn verplicht om de coöperatieve vereniging U.A. in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Ook de bestuurders moeten zich in schrijven. Hiervoor dienen zij de volgende formulieren te gebruiken: - Inschrijving coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij (nummer: 4); - inschrijving functionaris voor een rechtspersoon (nummer: 11). Deze formuleren zijn te downloaden op www.kvk.nl. 4.5.4 Stichting Een stichting wordt opgericht, om met behulp van een bepaald vermogen een doel te realiseren. Een stichting heeft geen leden, maar enkel een bestuur. In de statuten staat welk doel de stichting heeft. Een stichting mag wel winst maken, maar aan de uitkering van de winsten zijn beperkingen gesteld. Zo mogen geen winsten worden uitgekeerd aan bestuurders of leden van organen binnen de stichting. Aansprakelijkheid De bestuurders zijn niet aansprakelijk voor schulden van de stichting, maar moeten wel hun taak behoorlijk vervullen. In de wet is een

bestuur collectief verantwoordelijk, als onbehoorlijk bestuur schade voor de stichting veroorzaakt en het bestuur daarover een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In het geval van faillissement van de stichting, kan de curator het initiatief nemen om (ex)bestuurders aansprakelijk te stellen, wanneer de stichting verplicht is om vennootschapsbelasting te betalen. In dat geval is de anti-misbruik wetgeving van toepassing (zie paragraaf 4.5.1) Bevoegdheden en zeggenschap Het bestuur van de stichting is alleen bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten betreffende registergoederen en het aangaan van schulden, wanneer dit voorvloeit uit de statuten. Verder zijn de bevoegdheden van het bestuur onbeperkt en onvoorwaardelijk, voorzover ze niet beperkt worden door wetgeving en er geen beperkingen zijn vastgelegd in de statuten. De zeggenschap van het bestuur is vastgelegd in de statuten van de stichting. In feite bepalen de statuten het doen en het laten van het Bestuur. De stichting mist in normaal gesproken een toezichthoudend orgaan. Tenzij de statuten anders bepalen, is het bestuur dus geen rekening en verantwoording aan anderen schuldig. Het Openbaar Ministerie en de Rechtbank zijn bevoegd om in bijzondere omstandigheden het bestuur te controleren en eventueel tot het ontslag van bestuursleden over te gaan. Flexibiliteit Een stichting is zeer flexibel, zolang in de statuten goed omschreven staat wanneer de statuten gewijzigd mogen worden. Een statuutwijziging dient te worden vastgelegd in een notariële akte. Deze akte moet worden gedeponeerd bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zo kan het bestuur van de stichting de statuten aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Samenwerking met de gemeente In de statuten staat omschreven op welke wijze bestuursleden worden benoemd. Hierbij bestaat de mogelijkheid om één of meerdere bestuursfuncties te bestemmen voor de Gemeente. Oprichting Een stichting wordt opgericht bij een notariële

19

akte. Deze akte dient in het Nederlandse taal te worden opgesteld door een notaris. De akte bevat de statuten van de stichting. De volgende zaken dienen in de statuten omschreven te staan: - De naam en de plaats van de stichting; - het doel van de stichting; - de wijze van benoeming en ontslag van de bestuursleden; - de bestemming van het overschot na vereffening van de stichting in het geval van ontbinding , of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld. Belangrijk is dat het woord ‘stichting’ onderdeel uitmaakt van de naam. De bestuurders zijn verplicht om de stichting in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Ook de bestuurders dienen zich in te schrijven. Hiervoor dienen zij de volgende formulieren te gebruiken; - Inschrijving stichting of vereniging (nummer: 4); - inschrijving functionaris voor stichting (nummer: 22). De formulieren zijn verkrijgbaar bij de Kamer van Koophandel en te downloaden op www.kvk.nl.

4.5.5 Afweging rechtsvormen De keuze tussen een coöperatieve vereniging U.A. en een stichting hangt vaak af van de bestaande situatie en de betrokken organisaties. In de onderstaande tabel zijn de verschillen tussen een coöperatieve vereniging en een stichting weergegeven. Het grootste verschil tussen de twee rechtsvormen is het wel of niet hebben van leden. Het voordeel van leden is dat de bedrijven door het lidmaatschap een betere binding hebben met de PMO. Tevens kunnen de leden door middel van de Algemene Ledenvergadering invloed uitoefenen op de activiteiten van de PMO. Hierdoor zullen de ondernemers eerder vertrouwen hebben in de organisatie, wat het draagvlak ten goede komt. Daarnaast zorgt de contributie van de leden voor inkomsten, die de stichting niet kent. Op grond van deze argumenten is het dan ook aan te bevelen een coöperatieve vereniging U.A. op te richten. Een stichting is uitermate geschikt als werkmaatschappij van een bedrijvenvereniging. Door deze constructie kunnen contributiegelden van de vereniging naar de stichting vloeien. Ook kunnen de ondernemers via de Algemene

Coöperatieve vereniging UA

Stichting

Aansprakelijkheid

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders (mits geen vennootschapsbelasting verplichting).

Geen hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders (mits geen vennootschapsbelasting verplichting).

Leden

Ja

Nee

Interne organisatie

Algemene ledenvergadering verplicht, bestuur verplicht, raad van commissarissen optioneel.

Bestuur verplicht.

Bevoegdheden

Wel volledige rechtsbevoegdheid. Mits uit de statuten zulks voorvloeit kan zij registergoederen in eigendom verkrijgen.

Volledig rechtsbevoegd. Mits uit de statuten voorvloeit kan zij registergoederen in eigendom verkrijgen.

Statuutwijziging

Door besluit algemene ledenvergadering.

Alleen indien de statuten dit mogelijk maken, door besluit van bestuur of door een besluit van de Rechtbank.

20

Coöperatieve Vereniging U.A.

Stichting
Afdracht contributie

Diensten

Contributie

Stichting

Contributie

Diensten

Donatie

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Ledenvergadering van de leden invloed uit oefenen op het beleid van de stichting. 4.6 Nieuwe bedrijventerreinen Er bestaat een groot verschil tussen het opzetten van parkmanagement op nieuwe en bestaande bedrijventerreinen. Ondernemers worden op nieuwe terreinen, bij de gronduitgifte verplicht om lid te worden van deze vereniging. Op bestaande bedrijventerreinen berust de deelname op vrijwilligheid. Bij de uitgifte van de percelen moeten de volden zaken geregeld zijn: - Verplicht lidmaatschap van de vereniging van eigenaren; - kettingbeding; - bijdrage aan de vereniging van eigenaren; - verplichting tot deelname aan het basispakket. Door de verplichting van het lidmaatschap neemt elk bedrijf deel aan het parkmanagement, waardoor er geen free-riders zijn. Het kettingbeding heeft tot doel dat, wanneer bedrijven vertrekken, de nieuwe bedrijven ook verplicht worden lid te zijn van de vereniging. Door de verplichte bijdrage is vanaf het begin een financiële basis voor parkmanagement aanwezig. Op bestaande bedrijventerreinen ontbreekt deze in de aanvangsfase. De verplichte deelname aan het basispakket moet ervoor zorgen dat de

kwaliteit van het bedrijventerrein gehandhaafd wordt. Het gaat hierin de meeste gevallen om de volgende activiteiten: - Beveiliging - Beheer openbare ruimte - Afvalmanagement - Bewegwijzering In de vorige paragraaf is al aangegeven waarom een normale vereniging minder geschikt is voor parkmanagement. Geadviseerd wordt dan ook om een coöperatieve vereniging van eigenaren U.A. op te richten. De coöperatieve vereniging is reeds omschreven in paragraaf 4.5.3.

21

5.

Hoe financier je parkmanagement?

Voor het opzetten en uitvoeren van de parkmanagementactiviteiten worden kosten gemaakt. Soms kennen activiteiten ook opbrengsten. Uitgangspunt bij de financiering van parkmanagement is dat elke partij (gemeente of ondernemer) die activiteiten financiert die tot haar eigen verantwoordelijkheid behoren. Samen hebben de partijen de verantwoordelijkheid om de kosten te financieren die niet direct aan een activiteit van parkmanagement zijn toe te schrijven. In dit hoofdstuk wordt eerst gekeken naar de kosten, daarna wordt ingegaan op de mogelijkheden om inkomsten voor de organisatie te generen. Hierbij zal niet op de financiering van specifieke activiteiten worden ingegaan. Dit zal per thema worden behandeld. Het is niet mogelijk om de specifieke kosten en de mogelijk opbrengsten van een parkmanamentorganisatie weer te geven. Deze zijn erg afhankelijk van de specifieke situatie. Wel zal inzicht worden gegeven in de kostenposten en de wijze waarop inkomsten gegenereerd kunnen worden.

Het merendeel van de kosten die gemaakt worden voor het opzetten van parkmanagement zijn duidelijk toe te wijzen aan de ondernomen activiteiten. Een gedeelte is dit echter niet. Dit is de zogenaamde ‘overhead’. Belangrijk is om dit soort kosten te minimaliseren. 5.1.1 Planvorming en procesbegeleiding Zoals al meerdere malen is aangegeven, moet bij parkmanagement worden uitgegaan van de activiteiten. Tijdens het planvormingsproces moeten de bedrijvenverengingen zichzelf continu de volgende vragen stellen: - Welke kosten en opbrengsten brengen de verschillende plannen (in zowel de planvorming als de uitvoering) met zich mee? - Wie levert welke opbrengsten, zijn deze realistisch ingeschat en welke risico’s zijn eraan verbonden? - Zijn de geschatte opbrengsten voldoende om de geschatte kosten te dekken? - Wie zorgt voor aanvullende dekking als de geschatte inkomsten achterblijven? - Welke goedkopere alternatieven hebben we achter de hand? Tijdens het planvormingsproces moet een

Meer informatie over de financiering van parkmanagement is te vinden in het rapport ´Parkmanagement, Kwaliteit wint terrein … en hoe financieren we dat?´1 Van het Ministerie van Economische Zaken SenterNovem. Hierin zijn ook verschillende uitgewerkt voorbeelden te vinden.

bedrijvenvereniging verschillende acties ondernemen om een activiteit op te zetten. Deze acties kan de bedrijvenvereniging zelf ondernemen, bijvoorbeeld door middel van een werkgroep, maar ze kan hiervoor ook adviseurs aantrekken. Een bedrijvenvereniging moet dan ook de vol-

5.1 Kosten De kosten voor parkmanagement hangen erg af van de keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de organisatie. Zo zal een bedrijvenvereniging of industriële kring die enkele parkmanagementactiviteiten uitvoert, zeer beperkte kosten hebben. Er kan bij parkmanagement onderscheid worden gemaakt in drie verschillende
1

gende kosten maken voor het opzetten van een parkmanagementactiviteit: - Kosten voor de begeleiding van het proces (oud-ondernemer, parkmanager, adviseur); - kosten voor benodigd onderzoek (oudondernemer, werkgroep, parkmanager, adviseur); - kosten ten behoeve van de communicatie (nieuwsbrieven, mailings). Deze kosten zijn direct te herleiden tot een specifieke activiteit. 5.1.2 Kosten van de opzet van de organisatie Het oprichten of aanpassen van de organisatie kan gezien worden als een apart project.

PARKMANAGEMENT

kostenposten: 1 Planvorming en procesbegeleiding; 2 opzet van de organisatie en uitvoering van eenmalige ingrepen; 3 continueren van de organisatie en de uitvoering van de activiteiten.

Kwaliteit wint terrein … en hoe financieren we dat? , Ministerie van Economische Zaken SenterNOVEM, 2004

22

Daarom moeten hiervoor dezelfde soorten kosten worden gemaakt als voor het planvormingsproces. De gemaakte kosten zijn echter niet toe te wijzen aan de specifieke parkmanagementactiviteiten, maar behoren tot de overhead. 5.1.3 Continueren en de uitvoering Naast het opzetten van de activiteiten en het aanpassen of oprichten van een organisatie, is het vooral van belang dat de continuïteit van de organisatie gewaarborgd is. De kosten moeten dan ook zo laag mogelijk worden gehouden en minimaal gedekt worden door de opbrengsten. Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de kosten van de bedrijvenvereniging en de kosten die gemaakt moeten worden voor de uitvoering van diensten en het aanbieden van producten.

Voor de uitvoering kunnen de volgende kostencomponenten worden onderscheiden: - Personeel - Vergoedingen - Ondersteuning - Huisvesting - Kantoorkosten - Communicatie Personeel De kosten voor de uitvoering hangen erg af van de wijze waarop de uitvoeringsorganisatie wordt opgetuigd. In paragraaf 4.4. over de organisatiestructuur zijn enkele voorbeelden gegeven over de wijze waarop de uitvoeringsorganisatiekan worden vormgegeven:

Optie

Kosten + ++ +++ ++++ ++++

Kosten voor de bedrijvenvereniging Het bestuur van een bedrijvenvereniging maakt kosten voor het instandhouden van haar vereniging. Een belangrijk onderdeel hiervan is de communicatie naar haar leden. Een bedrijvenvereniging kan de volgende kosten hebben: - Secretariaat - Onkostenvergoedingen - Organisatie Algemene Ledenvergadering - Organisatie van activiteiten voor de leden (borrels, congressen, etc) - Opzetten en onderhouden website - Nieuwsbrief - Briefpapier Het merendeel van de bovenstaande kosten behoren tot de ‘overhead’ kosten van de bedrijvenvereniging. Kosten voor de uitvoering Parkmanagement is een groeimodel. Vaak blijkt het de eerste jaren dan ook niet mogelijk om de uitvoering grootschalig op te pakken met een professionele fulltime parkmanager. Veel bedrijventerreinen zijn simpel weg niet groot genoeg om een fulltime parkmanager te betalen. Door regionale samenwerking kan een parttime parkmanager in de toekomst wel mogelijk zijn.

Werkgroepen Oud-ondernemer Oud-ondernemer + parkmanager Zelfstandige parkmanager Parkmanager adviesbureau

Een professionele parkmanager is bij een adviesbureau in te huren vanaf € 1000.- per dag. In sommige gevallen zijn hierin nog niet de onkostenvergoedingen verrekend. Een zelfstandige parkmanager zal iets goedkoper zijn, omdat in zijn dagtarief niet de overheadkosten van een adviesbureau hoeven te worden verrekend. De leden van werkgroepen zullen geen salaris verwachten. Zij nemen deel aan deze werkgroepen vanuit eigen belang. De oud-ondernemer ontvangt meestal een onkostenvergoeding. Het merendeel van de kosten gemaakt voor het inhuren van een parkmanager of een oud-ondernemer kunnen door middel van uren worden toebedeeld aan de activiteiten van parkmanagement. Vergoedingen Wanneer gekozen is voor een oud-ondernemer is het redelijk om de volgende kosten te vergoeden. Dit kan ook het geval zijn bij werkgroepleden. - Reiskosten - Telefoonkosten

23

De vergoedingen zijn vaak moeilijk toe te delen aan activiteiten en behoren tot de overhead kosten. Ondersteuning De oud-ondernemer of parkmanager zal niet de tijd of de kennis hebben om al het werk zelfstandig uit te voeren. Hierbij kan het gaan om het opstellen van een masterplan van een revitalisering of juridische ondersteuning bij contracten. Deze kosten zijn toe te schrijven aan activiteiten van parkmanagement. Huisvesting De oud-ondernemer of parkmanager kan behoefte hebben aan huisvesting gelegen op het bedrijventerrein van waaruit hij zijn werkzaamheden verricht. Het gaat hierbij om kantoorruimte, met eventueel een vergaderzaal. De kosten voor huisvesting zijn niet toe te delen aan specifieke parkmanagementactiviteiten en horen tot de overhead. Kantoorkosten Naast huisvesting, dient het kantoor ook te worden ingericht. Daarnaast zullen kosten gemaakt worden voor bijvoorbeeld elektriciteit, water, printpapier, pennen en dergelijke. Deze kosten zijn niet toe te delen aan activiteiten en horen tot de overhead. Communicatie Naast de algemene communicatie, bijvoorbeeld een nieuwsbrief of een website, van de bedrijvenvereniging, zijn voor het opzetten en het uitvoeren van activiteiten van parkmanagement vaak aparte mailings noodzakelijk. Deze dienen een specifiek doel en zijn dan ook toe te delen aan de betreffende activiteiten.

5.2 Inkomsten Naast kosten, weergegeven in de vorige paragraaf, heeft een parkmanagementorganisatie ook inkomsten nodig om blijvend te kunnen functioneren. In het verleden werd er vaak van uitgegaan dat het parkmanagement zichzelf (na enkele jaren) financieel kon bedruipen door de verdiensten met collectieve inkoop. De praktijk heeft helaas anders uitgewezen. Ook werd in het verleden makkelijk uitgegaan van een bijdrage door de overheid (Gemeente, Provincie en Rijk) in de exploitatie van parkmanagement. Overheden blijken om verschillende redenen maar beperkt bij te dragen aan parkmanagement. Daarnaast werd in het verleden veel verwacht van de eigen bijdrage van het bedrijfsleven. Bedrijven willen best bijdragen, maar nadat zij hebben gezien dat het hen iets oplevert. Zij zullen niet op voorhand parkmanagement willen financieren. De financiering van parkmanagement is dan ook vaak een probleem. Kosten zijn snel gemaakt, maar opbrengsten zijn moeilijker te genereren. In het verleden werd ervan uit gegaan, dat parkmanagement niet kon bestaan, zonder een parkmanager met secretariaat en een eigen kantoor. Gelukkig heeft de praktijk ook duidelijk gemaakt, dat er ook veel andere (laagdrempelige) mogelijkheden zijn om parkmanagement vorm te geven. Hierbij is vooral een realistisch ambitieniveau van de parkmanagementorganisatie van belang. De soort financiering is gekoppeld aan de kostenposten. Deze kostenposten zijn vervolgens direct toe te wijzen aan de activiteiten of behoren tot de overhead. Uitgangspunt is dat kostenposten die toe te wijzen zijn aan de activiteiten ook uit de opbrengsten van deze activiteiten worden gedekt.

Kostenpost Planvorming Opzet organisatie Continueren van de organisatie en de uitvoering van de activiteiten

Toewijzing Aan activiteiten Overhead Aan activiteiten Overhead

Financiering Projectmatig Projectmatig Continue

24

Partij Publieke partijen Gemeente

Projectmatige financiering

Continue financiering

Subsidie

Subsidie (storting in fonds / periodieke betaling) Budgetoverdracht Ondersteuning in de vorm van geld of mensen

Provincie Rijksoverheid Private partijen Ondernemingen en vastgoedeigenaren

Subsidie Subsidie

Bijdrage eenmalige ingrepen Sponsering

Fondsvorming Contributie Donatie

Dienstverleners

Bijdrage eenmalige ingrepen

Inkomsten uit de collectieve inkoop

In de tabel worden de opbrengsten weergegeven per partij en soort financiering weergegeven. Hierna wordt ingegaan op de verschillende inkomstenbronnen die een bedrijvenvereniging kan hebben. 5.2.1 Subsidies De overheden hebben verschillende maatschappelijke belangen bij bedrijventerreinen. Op basis van hun beleid kunnen zij bereid zijn om subsidie te verstrekken aan deelprojecten die behoren tot parkmanagement. Het aanvragen van subsidies moet gebeuren op basis van een onderbouwd plan, wat door alle relevante partijen wordt gedragen. Belangrijk is dat er rekening mee wordt gehouden, dat de subsidie ook niet kan worden toegekend. 5.2.2 Budgetoverdracht Voor het onderhoud van het groen en de openbare ruimte heeft een Gemeente haar eigen budgetten. In goed overleg bestaat de mogelijkheid dat deze kunnen worden overgedragen naar de bedrijvenvereniging. Dit is vaak een langdurig proces. Meer informatie hierover kunt u vinden in het themanummer over ‘Groenbeheer’.

5.2.3 Bijdragen ondernemingen en vastgoedeigenaren Ondernemers en vastgoedeigenaren kunnen zelf direct bijdragen aan de financiering van projecten, maar dit kan ook via de bedrijvenvereniging. Als er direct belang is voor de ondernemers en eigenaren, mag verwacht worden dat zij direct of indirect bijdragen. Verenigingen en coöperatieve verenigingen U.A. kunnen ook de contributie van de leden gebruiken voor de financiering van parkmanagement. Het besluit tot verhoging van de contributie moet genomen worden in de Algemene Ledenvergadering. De leden moeten dan wel het idee hebben dat zij waar voor hun geld krijgen. Vaak kan de contributie pas worden verhoogd, nadat enkele activiteiten van parkmanagement operationeel zijn en hebben aangetoond voordeel voor de bedrijven op te leveren. Stichtingen kennen geen leden en hebben hierdoor niet de mogelijkheid tot het innen van contributie. Wel kan een stichting een donatie van het gevestigde bedrijfsleven vragen, voor de financiering van de activiteiten. Wanneer de stichting een werkmaatschappij is van een bedrijvenverenging, kan ook de contributie van de vereniging worden verhoogd, zodat deze een gedeelte van de contributie kan overdragen aan de stichting.

25

Coöperatieve Vereniging U.A.

Stichting
Afdracht contributie

Diensten

Contributie

Stichting

Contributie

Diensten

Donatie

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Grotere bedrijven kunnen meer voordeel hebben van de parkmanagementactiviteiten dan kleinere bedrijven. Het is dan ook denkbaar om staffels bij de contributie in te voeren. Deze kunnen bijvoorbeeld worden vastgesteld op basis van het aantal werknemers, zoals in het onderstaande voorbeeld.

Bij de inkooptrajecten spelen deze revenuen en hoe die geïnd kunnen worden toch wel degelijk een rol. Er zijn op hoofdlijnen twee manieren waarop de inkomsten voor de parkmanagementorganisatie kunnen worden geregeld. In deze paragraaf wordt ingegaan op deze manieren en wordt een indruk gegeven van de te bereiken inkomsten.

Werknemers < 10 10 - 50 50 >

Contributie € 200.€ 350.€ 500.-

Constructies bij collectieve inkoop Bij het collectief inkopen van diensten wordt gebruik gemaakt van raam- en mantelcontracten. Deze constructies verschillen onderling, voor wat betreft de revenuen, risico’s voor de PMO, administratiekosten voor de PMO en de relatie van de PMO met haar leden of deelnemers. In de onderstaande figuur staan de twee constructies weergegeven.

5.2.4 Inkomsten uit de collectieve inkoop Zoals al is aangegeven, worden er door het collectief inkopen van diensten minder revenuen behaald dan in het verleden werd verwacht.

Mantelcontracten Leverancier Leverancier Leverancier Leverancier

Raamcontracten
Revenuen en Service Level Agreements

Klant-leverancier-relatie

Bedrijvenvereniging

Levering + factuur

Bedrijvenvereniging

Klant-leverancier-relatie

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Bedrijf

Kwaliteitstoetsing

26

Bij mantelcontracten koopt de PMO de dienst in van de leverancier en verkoopt deze dienst weer aan haar leden of deelnemers. Hierdoor wordt het bedrijfsrisico verschoven van de leverancier naar de PMO. Bij het niet betalen voor de dienst, is de PMO verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarnaast is de PMO zelf verantwoordelijk voor een degelijke administratie en de facturering naar de leden en/of deelnemers. Hier tegenover staan hogere revenuen, dan bij raamcontracten. Bij raamcontracten worden diensten geleverd aan de bedrijven onder de service-level agreements en de prijsafspraken die gemaakt zijn met de PMO. Tussen de bedrijven en de leverancier blijft de klant-leverancier relatie bestaan. De leverancier blijft dan ook verantwoordelijk voor de facturering. Wanneer bedrijven hun verplichtingen niet nakomen is dit het bedrijfsrisico van de leverancier. In de onderstaande tabel zijn de voor- en nadelen van de constructies weergegeven.

Revenuen Beide concepten gaan er vanuit de vraag van bedrijven wordt gebundeld. Doordat deze vraagbundel als één geheel op de markt wordt gezet is het mogelijk om inkoopvoordelen om kostenreducties te realiseren en een betere service af te dwingen. Het merendeel van de korting is voor de deelnemende bedrijven. Een zekere marge van de korting is voor de parkmanagementorganisatie. Hiervoor is het van belang om te kijken naar de prijsopbouw van deze diensten. In de onderstaande figuur is dit verduidelijkt. De voordelen zijn alleen te halen bij voldoende schaalgrootte. Hiervoor is het van belang dat ook de grotere bedrijven meedoen. Wanneer de marge van de parkmanagementorganisatie te groot wordt, is het voor deze grotere bedrijven die toch al scherper kunnen inkopen, niet meer interessant om deel te nemen. Het gevolg hiervan is dat de schaalgro0tte afneemt,

Mantelcontract Revenuen Bedrijfsrisico Administratie en facturering Service-level agreements +++ Voor de PMO Verantwoordelijkheid PMO +

Raamcontract + Voor de leverancier Voor leverancier +

Korting bedrijven

III

II

Marge bedrijvenvereniging

I

Prijs collectief

Klein bedrijf

Gemid. bedrijf

Groot bedrijf

27

waarmee de prijs stijgt. Dit kan weer aanleiding zijn voor andere bedrijven om niet meer deel te nemen. Het kiezen van de juiste marge is dan ook erg belangrijk. Zeker is dat deze niet te hoog mag liggen en vaak maar enkele procenten bedraagt. Naast het ‘traditionele’ concept, werken veel parkmanagementorganisaties niet op basis van een marge van de korting, maar spreken zij met hun leverancier af, dat zij een percentage van de netto gefactureerde omzet ontvangen.

en naar de bedrijven. De bedrijven betalen een vergoeding om deel te kunnen nemen aan het collectief. Dit kan gezien worden als een aanvullende contributie per activiteit. Wanneer er meerdere inkoopdiensten worden aangeboden, kan er eventueel in pakketten worden gewerkt. Hiernaast zijn ook vaak aanmeldbonussen gebruikelijk. De parkmanagementorganisatie ontvangt dan voor elk bedrijf dat deelneemt aan het collectief een bonus. In de onderstaande tabel zijn de mogelijkheden

Ook kiezen parkmanagementorganisaties ervoor om de gehele korting te laten terugvloei
Revenu Marge Percentage omzet Vergoeding Aanmeldbonus

nogmaals op een rij gezet.

Eenmalig

Jaarlijks √ √ √

28

6

Hoe zet je parkmanagement op?

Op nieuwe bedrijventerreinen ontbreekt vaak de eerste jaren (de uitgifte fase) de schaalgrootte voor het ontwikkelen van een breed dienstenpakket en zullen de parkmanagement activiteiten zich richten op het beheer en de beveiliging van het bedrijventerrein. Op bestaande bedrijventerreinen is de deelname van bedrijven aan parkmanagement vrijwillig. Bedrijven zullen eerst willen zien of parkmanagement hun iets oplevert. Wanneer bedrijven goede ervaringen hebben met één activiteit, zijn zij eerder bereid om mee te doen aan andere. Op bestaande bedrijventerrein en moet dan ook worden uitgegaan van een groeimodel. Bij het opzetten van parkmanagement kunnen naast de eerder genoemde partijen (bedrijven en Gemeente) ook intermediaire organisaties en adviseurs betrokken zijn. Eerst zal een beeld worden gegeven van deze partijen. 6.1 Wie kan u ondersteunen? De belangrijkste partijen zijn bij het opzetten van parkmanagement zijn de bedrijvenvereniging of industriële kring en de Gemeente. Bij het opzetten van parkmanagement kunnen deze worden ondersteund door intermediaire partijen, zoals Oost NV, Kamer van Koophandel en VNO-NCW. Daarnaast kunnen adviesbureaus worden ingehuurd om specifieke onderdelen uit te werken. Kamer van Koophandel De KvK is goed bekend bij de bedrijven en bedrijvenverenigingen. Zij zijn op de hoogte van ideeën en initiatieven op het gebied van parkmanagement en kunnen een stimulerende en ondersteunende taak vervullen. De concrete rol van de Kamer bij de projecten kan verschillen en is afhankelijk van de behoefte van de bedrijvenvereniging. VNO-NCW VNO-NCW behartigt de belangen van de ondernemers in de verschillende regio’s. Veel industriële kringen zijn aangesloten bij VNO-NCW. Vanuit deze centrale positie is VNO-NCW een van de partijen die een coördinerende rol kan vervullen bij de opzet van bijvoorbeeld regionale parkmanagement initiatieven.

Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Oost NV richt zich op het stimuleren van duurzame economische ontwikkelingen in de regio. Zij doet dit in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en de Provincies Overijssel en Gelderland. Vanuit die rol kan Oost NV direct en actief ondersteuning verlenen bij parkmanagement initiatieven. 6.2 Parkmanagement op bestaande terreinen Veel bedrijvenverenigingen en industriële kringen zijn bezig met activiteiten die tot parkmanagement kunnen behoren. Het is niet altijd nodig om hiervoor direct een volledige parkmanagementorganisatie op te tuigen. 6.2.1 Parkmanagement evolueert Vanuit de lopende initiatieven ontstaat vaak de behoefte aan meer structuur. Daarbij is het goed om eerst na te denken over de doelstelling van de organisatie. Eventueel kan ook een interessepeiling onder de leden worden gehouden om te achterhalen wat zij belangrijk vinden. Vanuit de interessepeiling kan de doelstelling worden aangescherpt en kunnen nieuwe activiteiten worden geselecteerd. De nieuwe activiteiten kunnen aanleiding zijn om na te gaan denken over de organisatie, bijvoorbeeld wanneer de financiële risico’s te groot worden of de rechtsvorm van de organisatie niet geschikt is voor het uitvoeren van de activiteit. Ook kan het zijn dat er behoefte is aan professionalisering, bijvoorbeeld door het aantrekken van een oud-ondernemer of parkmanager. In dat geval dient de organisatiestructuur en eventueel de rechtsvorm te worden aangepast. Zowel de activiteiten als de organisatie hebben een direct verband met de financiering van parkmanagement. Tijdens het gehele traject neemt de communicatie naar de leden en/of de deelnemede bedrijven een belangrijke plaats in. Gaandeweg wordt dan ook gekomen tot een nieuwe parkmanagementorganisatie.

29

In de onderstaande figuur is dit globaal aangegeven.
Doelstellingen:
Lopende initiatieven en activiteiten 6.2 Nee

- Het behartigen van de (materiële) belangen van de leden op de bedrijventerreinen. - Het opzetten van voorzieningen op het bedrijventerrein voor de daar gevestigde bedrijven. - Het ontwikkelen en instandhouden van een kwalitatief hoogwaardige buitenruimte van

Behoefte aan structuur ?

het bedrijventerrein. - Het ontwikkelen en instandhouden van een

6.2.1

duurzaam bedrijventerrein.

Ja

6.2.3 Interessepeiling en inventarisatie In de praktijk kiezen veel bedrijvenverenigingen ervoor om meerdere

Gezamenlijke doelstelling

Interessepeiling

malen hun leden met vragen te benaderen. Zij begrijpen dat het van belang
6.2.3

6.2.2

is dat er wordt ingespeeld op de behoeftes van het gevestigde bedrijfsleven. Er zijn twee argumenten waar-

Opzetten (nieuwe) activiteiten 6.2.4 Financiering van de activiteiten en de organisatie 6.2.6 Opzetten nieuwe organisatiestructuur 6.2.5

om een bedrijvenvereniging of industriële kring zijn leden op deze manier benaderd: 1 Wanneer onduidelijk is in welke activiteiten de ondernemers interesse hebben; 2 wanneer duidelijk moet worden welke ondernemers mee willen doen aan een bepaalde activiteit van parkmanagement.

6.2.2 Gezamenlijke doelstelling cruciaal Belangrijk is dat het bestuur van de bedrijvenvereniging of industriële kring formuleert wat zij met parkmanagement willen bereiken. Het is goed om deze doelstelling in overleg met de Gemeente op te stellen. Ook blijkt uit de praktijk dat deze doelstelling gaande het proces kan veranderen. Het is dan ook goed om eens in de zoveel tijd, de doelstelling van parkmanagement te bespreken en waar nodig bij te stellen. Door gezamenlijk het doel te bepalen, is en blijft het voor iedereen duidelijk wat de bedrijvenvereniging wil bereiken. Zie ook hiervoor paragraaf 4.1.

In het eerste geval gaat het om een ‘Interessepeiling’. De organisatie kan op deze manier bepalen welke projecten zij wil oppakken. Het is goed om deze kort te houden. Per thema bevat de interessepeiling de volgende zaken: - Is het bedrijf geïnteresseerd om deel te nemen? - Welke kosten heeft het bedrijf? - Wie is zijn leverancier? - Heeft het bedrijf interesse om deel te nemen de werkgroep?

30

De interessepeiling geeft de input voor de keuze en de verdere uitwerking van de activiteiten. In het tweede geval ‘de inventarisatie’ gaat het om het verzamelen van gegevens en documenten. Deze wordt uitgevoerd wanneer een thema (project) wordt uitgewerkt en er offertes opgevraagd moeten worden. De inventarisatie dient de volgende zaken op te leveren: - De ondernemers die definitief willen deelnemen (ondertekende intentieverklaringen); - de benodigde gegevens om offertes op te vragen2. Voor diverse thema’s bijvoorbeeld energie en telefonie, is het nodig om de rekeningen te verzamelen, omdat hierop de benodigde gegevens vermeld staan. In het verleden werden al bij de interessepeiling veel gegevens en documenten geïnventariseerd. Dit blijkt in de praktijk niet te werken. Er zit vaak enige tijd tussen de interessepeiling en de uitwerking van een activiteit. De eerder geïnventariseerde gegevens zijn dan verouderd en blijken niet 100% aan te sluiten op de informatie behoefte van leveranciers, waardoor die wederom de gegevens moeten inventariseren. Geadviseerd wordt dan ook om eerst een interessepeiling te houden en daarna bij de uitwerking de benodigde gegevens gericht te inventariseren. 6.2.4 Activiteiten Op basis van de interessepeiling kan het bestuur kiezen welke activiteiten er opgezet worden. In het begin zijn ondernemers misschien afwachtend, maar wel geïnteresseerd. Wanneer de eerste parkmanagementactiviteiten niet aansluiten bij hun ondernemerswereld, zal de interesse verdwijnen. Het opnieuw geïnteresseerd krijgen van ondernemers is daarna erg moeilijk. Snel concrete activiteiten opzetten die aansluiten bij de behoefte van de ondernemers vergroot dan ook het draagvlak voor parkmanagement. 6.2.5 Organisatie vorm volgt de activiteiten De eerste activiteiten van parkmanagement zijn
2

ren. Dit wordt pas noodzakelijk wanneer hiervoor aanleiding is. Het kan hierbij gaan om de volgende situaties: - De tijdbelasting voor het bestuur is zo groot, dat het wenselijk is om de uitvoering van parkmanagement anders vorm te geven, bijvoorbeeld door het aantrekken van een oudondernemer of parkmanager. - De (financiële) risico’s te groot zijn voor de huidige organisatie, waardoor een aangepaste of nieuwe rechtsvorm noodzakelijk wordt. Bijvoorbeeld wanneer er financiële verplichtingen moeten worden aangegaan, en het bestuur en de leden binnen de bestaande structuur, hiervoor aansprakelijk kunnen worden gesteld. - De huidige organisatie (rechtsvorm) niet geschikt is een bepaalde activiteit uit te voeren, bijvoorbeeld groenbeheer. In hoofdstuk 4 over de organisatie van parkmanagement, is al een beeld gegeven van de mogelijkheden en de keuzes die gemaakt moeten worden. 6.2.6 Financieringsbehoefte groeit met de ambitie In de huidige situatie worden de activiteiten vaak uitgevoerd door vrijwilligers. Wanneer in de toekomst de behoefte bestaat om een oudondernemer, parkmanager of externe deskundigheid aan te trekken, moet worden nagedacht over de financiering. Met de organisatie moeten dan ook de financiële middelen meegroeien. Veel ondernemingen zijn ook klein begonnen en vervolgens uitgebouwd. Meer informatie over de financiering van parkmanagement heeft u reeds kunnen vinden in hoofdstuk 5. 6.2.7 Communicatie Ondernemers willen altijd weten wat er allemaal op hun terrein gebeurt. Veel bedrijvenverenigingen en industrie kringen hebben al een website en/of een nieuwsbrief. Daarop kan worden verder gebouwd. Goede communicatie moet misverstanden en wantrouwende gevoelens voorkomen. Het bestuur van de bedrijvenvereniging of industriële kring hebben in tegenstelling tot veel van de leden, een goed beeld van wat er allemaal gebeurd. Deze kloof mag niet te groot worden. Het gevaar bestaat dat het bestuur te ver voor de achterban uit gaat lopen. Vertel de

Op de benodigde

goed uit te voeren binnen de bestaande structuren van bedrijvenverenigingen en industriële kringen. Het is dan ook niet noodzakelijk, om direct de structuur en de rechtsvorm te verande-

gegevens zal per thema worden ingegaan.

31

leden regelmatig wat, wanneer, door wie en op welke manier gebeurt. Daarnaast is communicatie van belang om bedrijven te enthousiasmeren voor de activiteiten. Maak duidelijk wat het hun oplevert. De parkmanagementorganisatie moet ‘communicatie’ duidelijk opnemen in hun plannen. Belangrijk is dat de leden duidelijk weten: - Wat men van plan is? - Wie wat doet? - Wanneer iets bekend is? - Wat er nu van mij verwacht wordt en wat straks? 6.3 Parkmanagement op nieuwe terreinen Bij het opzetten van parkmanagement op nieuwe terreinen zijn beter fasen te onderscheiden. Dit in tegenstelling tot het proces op bestaande terreinen. De Gemeente is vaak initiatiefnemer voor parkmanagement, soms samen met een projectontwikkelaar. Een groot verschil met het proces voor bestaande bedrijventerreinen is dat in deze situaties voldoende financiële middelen aanwezig zijn om vanaf het begin een professionele parkmanager in te huren. Voor het opzetten van parkmanagement op een nieuw bedrijventerrein moeten drie fasen doorlopen te worden: - Voorbereidingsfase - Implementatiefase - Uitvoeringsfase 6.3.1 Voorbereidingsfase Zoals al aangegeven in paragraaf 4.6 over de juridische structuur voor parkmanagementorganisaties op nieuwe bedrijventerrein, worden ondernemers bij de gronduitgifte verplicht lid te worden van de coöperatieve vereniging van eigenaren. Naast het lidmaatschap wordt het bedrijf ook verplicht om diverse diensten af te nemen. In de meeste gevallen gaat het hierbij om: - Groenbeheer - Beveiliging - Afvalmanagement

Voordat door de initiatiefnemers (Gemeente en projectontwikkelaars) kan worden overgegaan tot oprichting van de coöperatieve vereniging van eigenaren U.A., moeten de volgende zaken zijn vastgesteld: - Het doel van de vereniging; - voor welke onderdelen van parkmanagement de vereniging verantwoordelijk is; - welke activiteiten van parkmanagement verplicht en welke optioneel worden; - de bijdrage die de bedrijven dienen te betalen bij de gronduitgifte. 6.3.2 Implementatie en uitvoeringsfase De financiering en het activiteitenpakket van parkmanagement zijn in deze fase al duidelijk. Nu moet de organisatie worden opgericht en het parkmanagement worden ingevoerd. Voordat de Gemeente kan beginnen met de gronduitgifte moet eerst de coöperatieve vereniging van eigenaren U.A. statutair worden opgericht en ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel. In de meeste gevallen zal hierna enige tijd weinig gebeuren, aangezien gewacht wordt tot de eerste bedrijven ook daadwerkelijk op het bedrijventerrein zijn gevestigd. Deze bedrijven, de projectontwikkelaar en de gemeente zullen gezamenlijk de volgende zaken moeten regelen: - De parkmanager moet worden aangezocht en aangesteld; - huisvesting of moet worden geregeld; - diverse beheer- en uitvoeringsplannen moeten worden opgesteld; - er dient een communicatieplan te worden opgesteld. In deze fase moet tevens duidelijk worden of de gevestigde bedrijven naast het basispakket ook behoefte hebben aan een optioneel pakket van diensten. In de meeste gevallen blijkt hiervoor de eerste jaren de schaalgrootte te ontbreken. Ook zal de eerste jaren het definitieve groen vaak nog niet worden aangelegd en zal de bewegwijzering ontbreken. Het bedrijventerrein bevindt zich in een tussenfase, waar nog niet direct kan worden begonnen met het uitvoeren van het verplichte basispakket.

32

Parkmanagement op nieuwe bedrijventerrein wordt daarom ook vaak bouwputmanagement genoemd. Na enkele jaren zal de implementatiefase geleidelijk overgaan in de uitvoeringsfase, waar het parkmanagement operationeel is en het gehele verplichte basispakket wordt uitgevoerd.

33

Literatuurlijst

Artikelen • Dewulf, G.P.R.M., Van Duikeren,I.N., ´Parkmanagement, een strategische keuze´, Facility Management, oktober 2002, p. 18-22 • Dewulf, G.P.R.M., De Graaf, R.S., ´Parkmanagement: Mismatch tussen vraag en aanbod?´, Buldingbusiness, juni/juli 2003, p. 62-65 • Ekelenkamp, J.W., ´Parkmanagement als ontwerpopgave: succes- en faalfactoren´, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 7-9 • Van Engelen, H., Klooster, H.J.K., Hugenholz,N., Reijnoudt, J.E., ´Beter beheer van werklocaties door strategische planning. Parkmanagement: stand van zaken in Nederland´, Stedenbouw & Ruimtelijke Ordening, 1998, nr. 4, p. 49-53 • Goovaerts, A.I.Y., ´Parkmanagement, nood aan urgentie en creatie van synergie´, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 17-19 • Grift, J.M., ‘Duurzame bedrijventerreinen: Blik op de toekomst’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 21-25 • Verploegh, H.G., ‘Als er voldoende draagvlak is, blijft het een kwestie van goed organiseren’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 50-53 • Keete, H.F., ‘Parkmanagement: in een juridisch kader’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 42-46 • Klijn, D., ‘Nieuwe vormen van beheer op bedrijventerreinen’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 30-32 • Kostandy-Busbroek, D., Hoogzaad, R., ‘Parkmanagement: Zoveel vormen als terreinen’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 26-29 • Meijer, K., Van Duren, M., ‘Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen’, ROM Magazine, 1999, nr.8, p. 18-20 • Oudt, A.F., ‘Parkmanagementorganisatie in de praktijk’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 33-37 • Schutte, C., ‘Parkmanagement: het instrument voor duurzame kwaliteit’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 4-6 • Schuur, J., ‘Nieuw beleid voor oude terreinen’, ESB, 2001, november, p. 840-843 • Schuurmans, A.G.M., ‘Parkmanagement in de praktijk. Waar staan we?’, De ontwerpmanager, 2003, nr. 6, p. 11-15 • De Vries, E.J., ‘Parkmanagement kan milieubesef op bedrijventerreinen bevorderen’, ROM magazine, 1998, nr. 4, p. 25-27

Rapporten • Arcadis, Opzetten parkmanagement Het Broek, Kleefsewaard en IJselloord 1, Arnhem april 2001 • Arcadis, Van Der Meer Asociates, Businessplan Parkmanagement Arnhem-Noord, Arnhem, juni 2003 • Arcadis, Van Der Meer Asociates, Actieplan Parkmanagement, Arnhem, juni 2003 • Archtecture Research Institute, Handreiking ruimtelijke kwaliteit bedrijventerreinen, Delft, mei 2002 • CPB, Veroudering van bedrijventerreinen. Een structuur voor herstructurering, Den Haag, 2001 • Dalhuisen, M., Van Der Riet, I., Een vorstengraf in het verre verleden, een facilitypoint in de toekomst. Parkmanagement op bedrijventerrein Vorstendonk in Oss, 28 mei 1999 • Decisio BV, Naar duurzame samenwerking voor duurzame bedrijventerreinen. Praktijkdocument procesaanpak, Amsterdam, juni 2003 • Deloitte & Touche, West-Kanaaldijk Sluis duurzaam op weg, Breda, juli 2002 • Deloitte & Touche, WKS duurzaam op weg. Aanvraag Sociaal Economisch Ontwikkelingsfonds, Breda, 2003 • DHV Milieu en Infrastructuur BV, Parkmanagement: een verkenning, maart 1999 • Grontmij Advies & Techniek, Revitalisering Wijchen-Oost, Masterplan, januari 2003 • Eleveld, J., Gelderland werkt beter op duurzame bedrijventerreinen, december 2000 • ETIN Adviseurs, KPMG Milieu, Bedrijventerrein Lake Forum: duurzaamheid op maat, november 2000 • Schaap, G.A.C., Van slagkracht naar parkmanagement. Arnhem, december 2003 • Stichting DOBAN, Duurzame bedrijventerreinen Arnhem fase 1. Arnhem, mei 2002 • Van Geffen, P., Geuring, E., Erps, L., Bedrijventerreinen in het KAN: balans tussen economie, milieu en ruimtelijke kwaliteit, 19 maart 2002 • Ginter, D., Eikelenkamp, A., Korenromp, R., Ekelenkamp, J.W., Quick scan duurzaamheid en ruimtegebruik in de Valleiregio, TNO Milieu, Energie en Procesinovatie, september 2001 • Heidemij Advies, Nieuwe kansen voor bestaande terreinen. Een onderzoek naar de problemen en oplossingen voor verouderde bedrijventerreinen in Nederland, Arnhem, maart 1996

34

• Kennis, E.H.J., Parkmanagement, kwaliteitszorgsysteem, 2003 • Ministerie van Economische Zaken, Kwaliteit wint terrein. Actieplan herstructurering bedrijventerreinen, Den Haag, april 2002 • Ministerie van Economische Zaken, Kwaliteit wint terrein. Parkmanagement, Den Haag , 2002 • Ministerie van Economische Zaken, Intensief ruimtegebruik op bedrijventerreinen in de praktijk. Zorgvuldigheid gewenst, Den Haag, 10 januari 2002 • Ministerie van Economische Zaken, Parkmanagement. Kwaliteit wint terrein … en dat zetten we op papier. Nut en noodzaak van overeenkomsten bij de opzet van parkmanagement, Den Haag, juni 2003 • Ministerie van Economische Zaken, SenterNovem, Parkmanagement. Kwaliteit wint terrein … en hoe financieren we dat, Den Haag, 2004 • NOVEM, Duurzame bedrijventerreinen. Handreiking voor het management van bedrijven en overheid, Den Haag, november 1998 • NOVEM, Werken aan duurzaamheid op bedrijventerreinen. Een proceshandreiking voor gemeenten, Utrecht, december 2001 • NOVEM, Ministerie van Economische Zaken, Leidraad Duurzame Bedrijventerreinen 2003, Richtlijnen voor de subsidieaanvraag. Inzicht in het verduurzamingproces van bedrijventerreinen, 2003. • NOVEM, Samen actief werken aan duurzame bedrijventerreinen, Utrechts, 2003 • OCT, Projectbeschrijving Duurzaam Parkmanagement Bedrijventerreinen Tiel, Tiel, mei 2002 • Roelofs, E.M.G., Ekelenkamp, J.W., Realisatie duurzame bedrijventerreinen: faalfactoren en oplossingsrichtingen in de praktijk, Apeldoorn, maart 2001 • Visser, B., Bedrijventerreinen tussen droom en daad. Samenwerkingverbanden op bedrijventerreinen vanuit een bedrijfskundig perspectief. Groningen, augustus 2002 • Zijlstra, R., Parkmanagement. Een adviesinstrument, Groningen, juni 2003 • Provincie Zuid-Holland, Parkmanagement op bestaande bedrijventerreinen, Den Haag, 2003

Beleidsnota’s • Provincie Gelderland, Trekkracht Gelderland, Sociaal-Economische Beleidsplan 2001-2006, Arnhem, 2000 • Provincie Gelderland. Van trekkracht naar slagkracht… Nota Bedrijventerreinen 20022006, Arnhem, februari 2003 Boeken • Konz, W., Van Den Thillart, C., Industriële symbiose op bedrijventerreinen, Eindhoven, 2002

35

Colofon

Titel: Uitgave:

Draaiboek Parkmanagement, Basis Provinciaal bestuur van Gelderland Dienst Ruimte, Economie en Welzijn Afdeling Economische Zaken Cluster Bedrijfsomgevingsbeleid Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Businessunit Bedrijfsomgeving

Voor informatie:

Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Rikus Wolbers, Christian Schaap, Lars Oosters parkmanagement@oostnv.nl (026) 384 42 22

Tekst:

Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Businessunit Bedrijfsomgeving Rikus Wolbers, Christian Schaap, Lars Oosters

Vormgeving: Fotografie: Drukwerk:

Provincie Gelderland Wils Kloos en Dick Brouwers Provincie Gelderland

Het ‘Draaiboek Parkmanagement’ is geschreven in opdracht van de Provincie Gelderland door de Ontwikkelingsmaatschaappij Oost Nederland NV Niets uit deze uitgave mag voor commerciële doeleinden worden vermenigvuldigd en/of aangewend zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV Hoewel dit draaiboek met veel zorg is samengesteld, aanvaarden opstellers noch uitgever enige aansprakelijkheid voor schade ontstaan door eventuele fouten en/of onvolkomenheden in dit boek. Mocht u naar aanleiding van dit draaiboek nog aanvullende vragen en/of opmerkingen hebben betreffende parkmanagement, kunt u contact opnemen met de Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland NV

© 2005, Oost NV

36