Van Staptijd Tot Bedtijd

Een onderzoek naar het steeds later worden van de uitgaanstijden van
de horecabezoekers in Rotterdam.

Van Staptijd Tot Bedtijd
Een onderzoek naar het steeds later worden van de uitgaanstijden van
de horecabezoekers in Rotterdam.

INHOUDSOPGAVE

Datum:

12-01-2015

Uitgevoerd door:

Jeanne Verschoor

Studentnummer:

477712

Opleiding:

Media en entertainment management

Opdrachtgever:

Sfeerhoreca

Begeleider vanuit Sfeerhoreca:

Olivier van Hoey Smith

Begeleider vanuit Inholland:

Paul de Neef

Jan Müllenberg

Samenvatting
In dit onderzoek staat het steeds later worden van de uitgaanstijden van de horeca in Rotterdam
centraal. Er wordt onderzocht hoe het komt dat de uitgaanstijden op een steeds later tijdstip komen
te liggen. Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van Sfeerhoreca. Sfeerhoreca bestaat uit een
aantal horecaondernemingen in het centrum van Rotterdam. Binnen het bedrijf merkt men dat de
afgelopen jaren de uitgaanstijden steeds later komen te liggen en wil weten hoe dit komt en wat er
aan gedaan kan worden. Het is voor het bedrijf niet alleen nadelig voor de omzet dat de
uitgaanstijden steeds later worden, ook het aantal horecabezoekers dat dronken aankomt, wordt
steeds groter. Dit laatste zorgt voor meer overlast.
De centrale vraag die in dit onderzoek wordt aangehouden, luidt:
Waarom komen de horecabezoekers van Rotterdam op een steeds later tijdstip naar de
uitgaansgelegenheden?
Door middel van desk-research en het afnemen van interviews wordt naar antwoorden gezocht op
de volgende vier deelvragen, die samen een dekkend antwoord geven op de centrale vraag.
1. Welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends hebben invloed op het uitgaansgedrag
van de horecabezoekers in Rotterdam?
2. Welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam om uit te gaan?
3. Zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van de horecabezoekers in Rotterdam om uit te
gaan?
4. Is het later worden van de uitgaanstijden uniek voor Rotterdam of kennen andere grote steden
deze problematiek ook?
Uit de resultaten van deze deelvragen blijkt dat er verschillende redenen zijn voor het later worden
van de uitgaanstijden. Zo speelt het duurder worden van de consumpties in de horeca een
belangrijke rol voor de horecabezoekers om later de horecagelegenheden op te zoeken. Een
andere, belangrijke verandering is dat de horecabezoekers meer waarde hechten aan het
onderhouden van sociale contacten, en zij doen dit liever in een wat rustiger omgeving waar niet
teveel prikkels zijn.
Sfeerhoreca krijgt daarom het organiseren van happy hours als advies. Deze happy hours dienen
in ee rustiger sfeer gehouden te worden, zodat de horecabezoekers goed met elkaar kunnen
communiceren zonder dat er teveel prikkels in de horecagelegenheden zijn.
Hierdoor verdwijnen de twee belangrijkste redenen voor het later worden van de uitgaanstijden in
één keer.
Het financiële aspect verdwijnt door de goedkopere consumpties tijdens happy hour en de
horecabezoekers kunnen in een rustiger omgeving hun sociale contacten onderhouden.


2

Voorwoord
Voor u ligt mijn scriptie van de opleiding media en entertainment management aan de Hogeschool
Inholland te Rotterdam. Na 20 jaar onderwijs ben ik en vele jaren ouder en heel veel wijzer
geworden. De eerste 14 jaar heb ik geen hobbels ervaren maar tijdens mijn HBO-studie moest ik
veel hobbels nemen. Snelheid betekent niet altijd kwaliteit, want dit tempo heeft me veel
opgeleverd.
Met enige aarzeling ben ik aan deze studie begonnen. Was het wel de opleiding die ik echt wilde
gaan doen? Naarmate ik meer begon te leren en meer ervaringen op deed tijdens de opleiding
werd mij steeds duidelijker wat ik wilde. Mijn stage bij Anchada Events is één van de meest
leerzame periodes geweest van de opleiding. Het was een uitdagende, maar ook leuke stage
waarin ik diverse verantwoordelijkheden heb gekregen en daar heb ik veel van heb geleerd. Ook
de andere projecten tijdens de opleiding hebben mij veel bijgebracht en naar mijn idee
klaargestoomd voor de praktijk.
Het schrijven van deze scriptie was niet mogelijk geweest zonder de hulp van bepaalde mensen.
Hierbij wil ik ten eerste Tineke Leeuwis bedanken voor de hulp en steun bij het schrijven van deze
scriptie. Renée Schrauwen voor het geduld en de motivatiegesprekken. Mijn ouders en zusje die
altijd in mij hebben geloofd. Jan Müllenberg en Paul de Neef voor de begeleiding vanuit school en
natuurlijk Sfeerhoreca voor de kans om dit onderzoek uit te mogen voeren.
Bij deze wens ik u veel plezier met het lezen van mijn scriptie.

Jeanne Verschoor

12 januari 2015, Rotterdam


3

INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding
1.1 Aanleiding

6

1.2 Probleem van de opdrachtgever

7

1.3 Opdracht van de opdrachtgever

7

1.4 Doelstellingen

8

1.5 Relevantie en aanpak van het onderzoek

9

1.5.1 Relevantie van het onderzoek

9

1.5.2 Aanpak van het onderzoek

9

1.5.3 Leeswijzer

10

2. Theoretisch Kader
2.1 Trends

11

2.2 Economische crisis

12

2.3 Uitgaansgedrag Nederland & Rotterdam

12

2.3.1 Vrijetijdsbesteding van jongeren in Nederland & Rotterdam

13

2.3.2 Indrinken

14

2.3.3 Gedragsmodel

16

3. Onderzoeksvragen
3.1 Centrale vraag

17

3.2 Deelvragen

17

4. Onderzoeksmethode
4.1 Methodes

19

4.1.1 Onderzoekseenheden

19

4.1.2 Instrumentatie

20

4.1.3 Onderzoeksmethode per onderzoeksvraag

22

4.1.4 Procedures

23

4.2 Dataverwerking & -analyse

23

4.3 Betrouwbaarheid en validiteit

24

4.3.1 Betrouwbaarheid

24

4.3.2 Validiteit

24

5. Onderzoeksresultaten
5.1 Resultaten deelvraag 1

25

5.1.1 Resultaten desk-research

25

5.1.2 Resultaten interviews

26

4

5.2 Resultaten deelvraag 2

29

5.3 Resultaten deelvraag 3

30

5.4 Resultaten deelvraag 4

31

6. Conclusie
6.1 Deelvraag 1

32

6.2 Deelvraag 2

35

6.3 Deelvraag 3

36

6.4 Deelvraag 4

37

6.5 Centrale vraag

37

7. Aanbevelingen
8. Reflectie
Referentielijst
Bijlagen
Bijlage 1 Topiclijst

46

Bijlage 2 Afgenomen Interviews

47

Bijlage 2.1 Interviews participanten 20 - 24 jaar

47

2.1.1 Transcript interview 1 Nadine Rowaan

47

2.1.2 Transcript interview 2 Renée Schrauwen

50

2.1.3 Transcript interview 3 Stefan van der Klift

52

Bijlage 2.2 Interviews participanten 45 - 55 jaar

54

2.2.1 Transcript interview 4 Wil Schrauwen

54

2.2.2 Transcript interview 5 Ingrid Rijnders

56

2.2.3 Transcript interview 6 Arjan Bastemeijer

59

Bijlage 3 Toestemmingsformulieren participanten

61

Bijlage 4. Codering interviews

67

5

1. Inleiding
Alvorens aan dit onderzoek te beginnen, is het van belang een aanleiding te beschrijven.
Paragraaf 1.1 zal daarom een aanleiding bevatten. In paragraaf 1.2 zal het probleem van de
opdrachtgever verder toegelicht worden. In paragraaf 1.3 wordt de vraag van de opdrachtgever
beschreven. Deze paragraaf bevat de opdracht van dit onderzoek. Daarna zullen in paragraaf 1.4
de doelstellingen beschreven worden. Tenslotte wordt in paragraaf 1.5 de relevantie van het
onderzoek uitgelegd en wordt toegelicht hoe het onderzoek wordt aangepakt.
1.1 Aanleiding
Veel mensen houden ervan om af en toe een drankje te nuttigen in een horecagelegenheid. De
horeca in Nederland is een zeer grote en diverse branche, waar ontwikkelingen snel gaan en de
concurrentie hoog is. Het lijkt een bloeiende branche, maar niets is minder waar. Door
verschillende maatschappelijke ontwikkelingen daalt de omzet van de branche al vele jaren en
gaan veel kleine maar ook, steeds vaker, grotere ondernemingen failliet (Z24, 2014).
Een van deze maatschappelijke ontwikkelingen is de financiële crisis die Nederland de laatste
jaren in zijn macht heeft. De financiële crisis zorgt voor veel problemen in de horecabranche. De
horeca is een van de branches waar de consumenten als eerste op besparen, wanneer ze merken
dat er minder geld overblijft aan het eind van de maand. Hierdoor daalt de frequentie van de
bezoekers in de horeca. Het bedrag dat mensen uitgeven tijdens het horecabezoek daalt ook
aanzienlijk. Door het feit dat de consument duidelijk minder te besteden heeft en dus bespaart,
heeft de horeca meer last van de financiële crisis dan de meeste andere branches (Nibud, 2014).
De gevolgen van de financiële crisis zorgen voor een tweede probleem, namelijk dat de
belastingen omhoog gaan. Doordat de overheid meer geld nodig heeft om uit de crisis te komen,
worden de belastingen verhoogd. De horecabranche wordt hard getroffen door de verhoging van
de BTW (BNR,2013). De horecabranche verliest dus niet alleen geld doordat de consument
minder te besteden heeft, maar ook omdat ze meer belasting moet betalen over de inkomsten die
de horeca genereert.
Een andere uitdaging die de ondernemingen uit de horecabranche continue bezighoudt, is zichzelf
onderscheiden van de concurrentie. De concurrentie is in de Nederlandse horecabranche altijd
groot en dus is het belangrijk als onderneming om jezelf te onderscheiden van de rest.
Vernieuwing is essentieel en als de nieuwste trends en wensen van de consument niet
voortdurend in de gaten gehouden worden, ontstaat er snel een achterstand op de concurrentie
die maar moeilijk in te halen valt (SvH, z.d.).

6

1.2 Probleem van de opdrachtgever
‘Sfeerhoreca’ is een organisatie in het Rotterdamse uitgaansleven. Met acht horecagelegenheden
neemt het een deel van het Stadhuisplein in Rotterdam in beslag. Hiernaast heeft Sfeerhoreca
buiten het Stadhuisplein nog een aantal horecagelegenheden. Sfeerhoreca is het moederbedrijf
van bekende cafés zoals de Skihut, Saint-Tropez, Beurs en The VIP Room. Het bedrijf draait al
lang mee in het Rotterdamse uitgaansleven en het had en heeft altijd een goede naam bij het
uitgaanspubliek in Rotterdam en omstreken (Sfeerhoreca, z.d.).
Voor de bezoekers van de horecagelegenheden lijkt Sfeerhoreca een bloeiend bedrijf maar helaas
is dat niet aan de orde. Het bedrijf ziet de omzet steeds verder dalen en merkt dat dit niet te wijten
is aan het achter raken op de concurrentie, omdat het bij de concurrentie ook gebeurt. Sfeerhoreca
ziet dat zich een andere trend ontwikkelt onder het uitgaanspubliek van Rotterdam. Een trend die
door Sfeerhoreca als negatief wordt ervaren. De piek op een avond qua bezoekers komt steeds
later op de avond te liggen. Hierdoor daalt de omzet van het bedrijf, niet alleen doordat de
bezoekers minder lang in de horecagelegenheden verblijven, maar ook omdat de kosten van het
bedrijf qua personeel, energie en vergunningen steeds hoger komen te liggen. De opdrachtgever
geeft aan dat het bedrijf wordt gedwongen steeds langer open te blijven om het aantal bezoekers
van één avond op een gelijk niveau te houden.
De opdrachtgever wil de omzet verhogen door te proberen de uitgaanstijden van de bezoekers te
vervroegen.
1.3 Opdracht van de opdrachtgever
Sfeerhoreca wil de bezoekers van de horecagelegenheden op een vroeger tijdstip naar de
horecagelegenheden krijgen, om op deze manier meer omzet en minder kosten te maken.
De medewerkers van het bedrijf willen weten op welke wijze zij dit het best kunnen aanpakken.
Om dit op een efficiënte manier te verwezenlijken, is het van belang te weten waarom de
bezoekers van de horecagelegenheden op een steeds later tijdstip naar de horecagelegenheden
komen. Daar gaat dit onderzoek over.

7

1.4 Doelstellingen
Dit onderzoek heeft drie doelstellingen: de doelstelling van de opdrachtgever, de doelstelling van
de opdracht en de doelstelling van het onderzoek.
Deze doelstellingen staan met elkaar in verbinding: de doelstelling van de opdrachtgever
bepaalt de doelstelling van de opdracht en deze bepaalt weer de doelstelling van het onderzoek.
Het is dus van belang aan het begin goed duidelijk te hebben wat de doelstelling van de
opdrachtgever is, omdat dat van invloed is op de doelstelling van de opdracht en die van het
onderzoek.
Doelstelling van de opdrachtgever
De doelstelling van de opdrachtgever is het verhogen van de omzet en het verlagen van de
kosten. De opdrachtgever ziet de omzet dalen en vermoedt dat dit komt omdat de bezoekers
steeds later naar de horecagelegenheden van de opdrachtgever komen. Het is voor de
opdrachtgever ook interessant om te zien of de overlast in de buurt daalt wanneer de
uitgaanstijden vervroegd worden, maar dit is niet het hoofddoel van de opdrachtgever.
Doelstelling van de opdracht
Aanbevelingen doen omtrent het vervroegen van de uitgaanstijden van de bezoekers van
Sfeerhoreca. Op welke manier dit gerealiseerd kan worden, is dus aan de organisatie zelf. De
opdracht is om vooral te kijken welke evenementen en/of nieuwe media kunnen helpen bij het
vervroegen van de uitgaanstijden. Het kan zijn dat na het onderzoek blijkt dat er meer nodig is dan
deze twee methodes maar de opdracht is allereerst om specifiek naar deze twee, methodes te
kijken. Het gaat dus alleen om het doen van specifieke aanbevelingen voor het vervroegen van de
uitgaanstijden.
Doelstelling van het onderzoek
Het doel van het onderzoek is om duidelijk te krijgen waarom de bezoekers van de
horecagelegenheden op een steeds later tijdstip naar de horecagelegenheden gaan. Het is
belangrijk helder te krijgen welke factoren meespelen in het verlaten van de uitgaanstijden.
Wanneer duidelijk is welke factoren dit zijn, kan er onderzocht worden welke nieuwe media en/of
evenementen nodig zijn zodat de uitgaanstijden vervroegd kunnen worden.

8

1.5 Relevantie en aanpak van het onderzoek
1.5.1 Relevantie van het onderzoek
Dit onderzoek kan, nadat het is afgerond, gebruikt worden om veranderingen aan te brengen in de
praktijk. Het heeft daarom een praktische relevantie. Het onderzoek wordt niet gespecificeerd op
het bedrijf, maar richt zich op bepaalde maatschappelijke verschuivingen. Zo zullen meerdere
organisaties gebruik kunnen maken van de resultaten. Dit betekent dat het onderzoek ook een
maatschappelijke relevantie heeft.

1.5.2 Aanpak van het onderzoek
De vraag die in dit onderzoek centraal staat, is:
Waarom komen de horecabezoekers van Rotterdam op een steeds later tijdstip naar de
uitgaansgelegenheden?
Deze centrale vraag is afgeleid van de adviesvraag die is opgesteld om een oplossing te vinden
voor het probleem van de opdrachtgever. De adviesvraag luidt als volgt:
Op welke manier kunnen evenementen en/of nieuwe media een zo’n groot mogelijke bijdrage
leveren aan het vervroegen van de uitgaanstijden van de bezoekers van Sfeerhoreca?
Er zijn een aantal deelvragen samengesteld die antwoord trachten geven op de centrale vraag,
namelijk:
1. Welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends hebben invloed op het uitgaansgedrag
van de horecabezoekers in Rotterdam?
2. Welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam om uit te gaan?
3. Zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van de horecabezoekers in Rotterdam om uit te
gaan?
4. Is het later worden van de uitgaanstijden uniek voor Rotterdam of kennen andere grote steden
deze problematiek ook?
Hoofdstuk vier geeft een beschrijving van de manier waarop de antwoorden op deze deelvragen
worden beantwoord. Door middel van diepte-interviews en desk-research zal alle informatie
worden verzameld.

9

1.5.3 Leeswijzer
Dit onderzoek is opgebouwd in negen hoofdstukken. Hoofdstuk 1 begint met een inleiding van het
onderzoek.
Vervolgens beschrijft hoofdstuk 2 het theoretisch kader van dit onderzoek, de belangrijkste
invalshoeken van dit onderzoek komen hierin aan bod.
Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksvragen die in dit onderzoek centraal staan. Dit houdt in
dat in dit hoofdstuk de centrale vraag en de daarbij behorende deelvragen terug te vinden zijn.
De methodologie van dit onderzoek wordt besproken in hoofdstuk 4. Hierin wordt toegelicht
welke onderzoeksmethodes er tijdens dit onderzoek worden gebruikt en waarom er voor deze
methodes is gekozen.
In hoofdstuk 5 worden de resultaten die zijn verkregen tijdens dit onderzoek uitgewerkt.
Vervolgens beschrijft hoofdstuk 6 de conclusies die getrokken konden worden aan de hand van de
resultaten van hoofdstuk 5.
Hoofdstuk 7 bevat de aanbevelingen die worden gedaan aan Sfeerhoreca naar aanleiding van
de resultaten en conclusies die tijdens het onderzoek naar voren zijn gekomen.
Hoofdstuk 8 beschrijft de reflectie op de onderzoeksmethodes en -resultaten van dit
onderzoek.
Tot slot is de referentielijst te vinden en zijn alle bijlages toegevoegd die van belang zijn voor dit
onderzoek.


10

2. Theoretisch Kader
In dit hoofdstuk worden de verschillende invalshoeken van dit onderzoek theoretisch onderbouwd.
Paragraaf 2.1 gaat verder in op de trends in de horeca die relevant zijn voor het uitvoeren van dit
onderzoek en het schrijven van de scriptie. In paragraaf 2.2 wordt de economische crisis en zijn
invloed op de horeca besproken. Paragraaf 2.3 beschrijft het uitgaanspatroon van jongeren in
Nederland en specifiek voor Rotterdam.
2.1 Trends
Trends in de horecabranche kunnen inzicht geven in het veranderen van uitgaansgedrag in
Nederland. Trends kunnen ook een voorspellende waarde hebben in dit onderzoek.
De horeca is een snel veranderende markt met een enorm grote concurrentie. Het is daarom
van groot belang voor uitgaansgelegenheden, om zo veel mogelijk op de hoogte te blijven van de
nieuwste trends en hier zo snel mogelijk op in te spelen. Als zij dit niet doen, kunnen ze achter
gaan lopen op de concurrentie en dat is niet makkelijk in te halen (Rabobank, 2014).
Volgens Koninklijke Horeca Nederland (KHN), de grootste vereniging in de Nederlandse
horecabranche, worden de verschillen tussen ondernemingen steeds groter. Horecaondernemers
die innovatief reageren op trends hebben volgens het KHN een grotere kans op meer omzet. De
uitdaging is op de trends te reageren en daarbij rekening te houden met de lokale regels en
handhaving (Koninklijke Horeca Nederland, 2014).
Een belangrijke trend in de horecabranche is dat tijd voor de consument steeds belangrijker
wordt. De consument heeft veel opties om zijn/haar tijd te besteden en daarom is het van belang
om de tijd van de consument te verdienen. Het liefst doet de consument alles tegelijk en zo snel
mogelijk. Het is daarom belangrijk om deze aspecten in de gewenste verhoudingen te combineren
(Passie voor Horeca, 2014).
Het CBS laat zien dat de omzet in de horeca de afgelopen jaren flink is gedaald, maar zich in
de eerste twee kwartalen van 2014 aan het herstellen is. Dit geldt niet voor alle horecabranches,
zo is de cafébranche een van de weinige branches die zich minder snel herstelt dan de rest van de
horeca (CBS, 2014). De vraag naar traditionele horeca neemt steeds verder af en het is voor
bedrijven dus belangrijk om zich zo onderscheidend mogelijk te maken en in te spelen op de
behoeftes van de consument (Rabobank, 2014).

11

2.2 Economische crisis
De economische crisis heeft een grote invloed op de horecabranche gehad. Volgens het Nationaal
Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) zijn de mensen gaan bezuinigen op uitgaan, kleding en
luxe artikelen (Nibud, 2014). Hierdoor merkt de horeca een flinke daling in de omzet en een stijging
in faillissementen. Zo steeg het aantal faillissementen in 2013 met 16% ten opzichte van 2012
(Kenniscentrumhoreca, 2013).
2.3 Uitgaansgedrag Nederland & Rotterdam
Tijdens dit onderzoek staat het steeds later worden van het uitgaan in de horecagelegenheden van
Sfeerhoreca centraal. Een belangrijk onderdeel is het uitgaansgedrag in Nederland en specifiek in
Rotterdam. Uit onderzoek onder mensen tussen de 16 en 40 jaar uit Rotterdam blijkt dat 28% van
de respondenten uitgaan als een van de drie belangrijkste activiteiten in het weekend ziet. Uit
ditzelfde onderzoek blijkt dat 56% van de respondenten van 16 tot en met 40 jaar minstens een
keer per maand een horecagelegenheid bezoekt (Centrum voor Onderzoek en Statistiek, 2010).
De horecagelegenheden van Sfeerhoreca worden gedefinieerd als cafés. Uit een onderzoek van
het Centrum voor Onderzoek en Statistiek over het uitgaanspubliek van Rotterdam komt naar
voren dat 32% van de respondenten één tot drie keer per maand een café bezoekt. Dit is een
relatief hoog percentage in vergelijking met de andere activiteiten die werden onderzocht. Alleen
winkelen en uit eten gaan, komen in het onderzoek hoger te staan (Centrum voor Onderzoek en
Statistiek, 2010).
Het Trimbos-instituut, een kennisinstituut dat onderzoek doet naar geestelijke gezondheid,
mentale veerkracht en verslaving houdt jaarlijks een nationaal onderzoek naar uitgaanspatronen,
middelengebruik en risicogedrag onder uitgaande jongeren en jongvolwassenen. Uit het grote
uitgaansonderzoek van 2013 blijkt dat de meest populaire uitgaansavonden de vrijdagavond (77%)
en de zaterdagavond (89%) zijn. Wat betreft de uitgaande jongeren en jongvolwassenen gaat het
grootste deel tussen 22:00 uur en 23:30 uur van huis weg en komt meer dan 50% pas na 05:30
uur weer thuis, waarbij ruim een kwart pas na 07:00 uur terug naar huis gaat (Trimbos-instituut,
2013).

12

2.3.1 Vrijetijdsbesteding van jongeren in Nederland & Rotterdam
Voor het onderzoek is het belangrijk te weten hoe de jongeren en jongvolwassenen hun vrije tijd
indelen. Het NBTC-NIPO doet jaarlijks een onderzoek naar de vrijetijdsbesteding van de bevolking
in Nederland. Dit onderzoek maakt onderscheid tussen 11 verschillende vrijetijdsbestedingen. De
resultaten geven onderstaande volgorde weer:

Vrijetijdsbesteding Nederlandse bevolking

100

75

50

25

Bezoek aan sportwedstrijden

Welness

Verenigingsactiviteiten en hobby's

Watersport

Sport

Bezoek evenementen

Cultuur

Bezoek attracties

Winkelen voor plezier

Buitenrecreatie

Uitgaan

0

Figuur 2.1 Vrijetijdsbesteding Nederlandse bevolking (NBTC-NIPO research, 2013).

In 2012-2013 is 90% van de bevolking tenminste eenmaal uit geweest, gevolgd door
buitenrecreatie (87%) en winkelen voor plezier (85%) (NTBC-NIPO research, 2013).

13

2.3.2 Indrinken
Het indrinken is de laatste jaren gegroeid in populariteit onder het uitgaanspubliek. Onder indrinken
wordt het nuttigen van alcoholische dranken thuis of op straat voor het bezoek aan een
uitgaansgelegenheid verstaan (Trimbos-instituut, 2013). Er is naar het fenomeen indrinken in
Nederland nog zeer weinig onderzoek gedaan. Wel is duidelijk dat dit een steeds groter probleem
wordt. Dit is niet alleen te merken aan de omzet binnen horeca, maar ook aan de gezondheid van
de jongeren. Het Zeeuwse initiatief ‚Laat ze niet (ver)zuipen.’ heeft onderzoek gedaan naar het
indrinken onder de jongeren in Zeeland. Uit dit onderzoek blijkt dat tijdens het indrinken vooral
sterke alcoholische dranken genuttigd worden, zoals whisky en Sambuca (Laat ze niet (ver)zuipen,
2010). Hieruit kan geconcludeerd worden dat het indrinken vooral zou gaan om op een
goedkopere manier snel resultaat te krijgen, namelijk dronken worden.
Volgens verschillende organisaties en initiatieven is het vroeger uitgaan van de jeugd een sterk
middel tegen indrinken. Zo is het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) ervan overtuigd
dat het versmallen van de uitgaanstijden een positief effect zal hebben op het bestrijden van
indrinken. De jeugd heeft minder tijd om horecagelegenheden te bezoeken en STAP denkt dat dit
als gevolg zal hebben dat jongeren niet zoveel zullen indrinken als dat zij op dit moment doen
(STAP, 2008). De overtuiging van STAP wordt ondersteund door een Brits onderzoek naar het
vervroegen van de sluitingstijden. Uit dit onderzoek blijkt dat het versmallen van de uitgaanstijden
een positieve invloed heeft op het verminderen van alcoholgerelateerde ongelukken, overlast op
straat en geweld tijdens het uitgaan (Emerg, 2007).
In Engeland is onderzoek gedaan naar het fenomeen pre-drinking (indrinken). Uit dit
onderzoek naar jongeren tussen de 18 en 23 jaar blijkt dat, in tegenstelling tot wat gedacht wordt,
jongeren vaak niet indrinken omdat het goedkoper is dan de alcohol in de club te kopen. Het blijkt
dat jongeren steeds vaker gaan indrinken uit angst voor de club of kroeg. De resultaten van het
onderzoek laten zien dat jongeren graag van te voren thuis of bij iemand anders thuis alcohol tot
zich nemen, om zich in de club meer op hun gemak te voelen. Jongeren voelen veel stress om een
leuke tijd te hebben wanneer ze uitgaan, omdat in allerlei advertenties en films de lat heel hoog
gelegd wordt. Dat is de reden dat ze het prettig vinden om thuis al in te drinken, zodat ze zich meer
op hun gemak voelen wanneer ze naar de uitgaansgelegenheden gaan (Malnick, 2014).
Een ander Engels onderzoek wekt de suggestie dat indrinken voor het bezoek aan een
uitgaansgelegenheid geen goedkopere manier is van uitgaan. Uit dit onderzoek blijkt dat mensen
die indrinken voor het uitgaan evenveel, zo niet meer alcohol consumeren dan mensen die niet
indrinken voor het uitgaan. Wel blijkt dat jongeren die indrinken voor het uitgaan een grotere kans
hebben om gevaarlijk gedrag te vertonen zoals drugsgebruik, onveilige seks en meer kans hebben
op black-outs of katers de volgende dag (Telegraph, 2012).
In een Engels review-artikel over pre-drinking komen meerdere, andere motieven voor
indrinken aan de orde. Er wordt gezegd dat er aan indrinken wordt gedaan om economische
redenen, dus om geld te besparen. Ook wordt de suggestie gewekt dat indrinken een sterk sociale
functie heeft. Jongeren geven aan dat indrinken hen de kans geeft om bij te praten met hun
vrienden waar het in een bar of club meestal veel te chaotisch, druk en/of lawaaierig voor is. Een

14

andere sociale functie van indrinken, is volgens dit artikel het opbouwen van zelfvertrouwen en het
verminderen van het zich ongemakkelijk voelen. Het doel daarvan is om op een plezierigere
manier nieuwe mensen te ontmoeten in een hele ‚energierijke’ omgeving waar veel chaos heerst
en harde muziek speelt.
Ook beweert dit artikel dat het verbieden van happy hours, één of meer uur/uren waarin de prijs
voor een consumptie wordt verminderd, wat in eerste instantie in het leven geblazen werd om te
voorkomen dat mensen te dronken werden, een hele verkeerde werking heeft gehad in de praktijk.
Het artikel zegt dat happy hours de klant eerder naar de uitgaansgelegenheid lokten en dat met
het verbieden van happy hours mensen eerder geneigd zijn thuis in te drinken om geld te
besparen in de club of bar. Ook latere sluitingstijden kunnen het indrinken juist stimuleren, doordat
de horecabezoekers weten dat ze thuis nog lange tijd kunnen indrinken voordat ze naar de
horecagelegenheden toe gaan (Graham, Purcell & Wells, 2008).

15

2.3.3 Gedragsmodel
Een groot deel van dit onderzoek gaat over bepaald gedrag dat wordt vertoond door een groep
mensen. Het is belangrijk inzicht te krijgen in het gedrag van een groep mensen om zo inzicht te
krijgen waarom mensen bepaalde dingen doen of juist niet doen.
De planned behavior theory geeft inzicht in het geplande gedrag van de mensen en het
werkelijke gedrag van mensen. Het kan dus een waardevolle rol spelen in dit onderzoek. Deze
theorie is geschreven door Azjen in 2005, en is afgeleid van een eerder onderzoek van hem
samen met Fishbein, namelijk de theorie voor beredenerend gedrag. De planned behavior theory
gaat ervan uit dat gedrag het best te voorspellen is door aan mensen te vragen of zij van plan zijn
om dat gedrag te vertonen. Deze gedragsintentie wordt door een drietal determinanten bepaald:
1. De eigen opvattingen: gedrag.
2. Opvattingen van anderen: subjectieve normen.
3. De inschatting van eigen mogelijkheden het gedrag uit te voeren: waargenomen
gedragscontrole.
Onderstaand figuur geeft een beter inzicht in de theorie.

Figuur 2.1 Theorie van Gepland Gedrag (Azjen, 2005).

De theorie zegt dat andere factoren zoals demografische factoren het gedrag alleen beïnvloeden
via de drie determinanten en de gedragsintentie. De daadwerkelijke uitvoering van het gedrag leidt
tot feedback over de verwachtingen die men van het gedrag had. Het toegepaste gedrag kan dus
ook invloed hebben op de drie determinanten van dat gedrag en dus het gedrag veranderen (Brug,
Assema, Lechner, 2007).

16

3. Onderzoeksvragen
In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen behandeld waarop deze scriptie een antwoord gaat
geven. In paragraaf 3.1 wordt de centrale vraag beschreven, toegelicht en afgebakend. Vervolgens
zal in paragraaf 3.2 behandeld worden welke deelvragen er nodig zijn voor het beantwoorden van
de centrale vraag.

3.1 Centrale vraag
De centrale vraag voor dit onderzoek is:
‘Waarom komen de horecabezoekers van Rotterdam op een steeds later tijdstip naar de
uitgaansgelegenheden?’
Het doel van de opdrachtgever is een hogere omzet te bewerkstelligen. Hij wil dit doen door het
uitgaanspubliek op een vroeger tijdstip naar de horecagelegenheden van Sfeerhoreca te krijgen.
Om het uitgaanspubliek vroeger naar de horecagelegenheden te krijgen, is allereerst inzicht
nodig waarom ze op een steeds later tijdstip naar de horecagelegenheden van Sfeerhoreca gaan.
Vanuit praktijkgerichte relevantie is het belangrijk om de centrale vraag te beantwoorden, omdat
vanuit dat inzicht een gericht en effectief plan gemaakt kan worden om het uitgaanspubliek op een
vroeger tijdstip naar de horecagelegenheden te krijgen.
3.2 Deelvragen
Door middel van het beantwoorden van de volgende deelvragen en deze resultaten te koppelen,
kan antwoord gegeven worden op de centrale vraag. De relevantie van de deelvragen wordt per
deelvraag toegelicht.
Welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends hebben invloed op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers in Rotterdam?
Het is belangrijk te kijken welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends invloed hebben op
het uitgaansgedrag van de Rotterdamse horecabezoeker. Zo kan er bepaald worden op welke
manier deze ontwikkelingen en/of trends invloed hebben op het uitgaansgedrag en of dit gebruikt
kan worden om de Rotterdamse horecabezoeker weer op een eerder tijdstip naar de
horecagelegenheden te krijgen.

17

Welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam om uit te gaan?
Om een duidelijk antwoord te krijgen op de centrale vraag van dit onderzoek is het relevant te
weten wat de motieven zijn van de Rotterdamse horecabezoeker om uit te gaan. Met de
informatie die vergaard wordt bij het beantwoorden van deze vraag kan gekeken worden of deze
motieven een antwoord geven op de vraag waarom het uitgaan op een steeds later tijdstip
plaatsvindt.

Zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van de horecabezoekers in Rotterdam om uit te
gaan?
Met een duidelijk antwoord op deze deelvraag wordt helder welke wijzigingen er zijn
opgetreden in de motieven van de Rotterdamse horecabezoeker om uit te gaan. Er kan dan
gekeken worden of de verandering in deze motieven een reden is voor het later worden van de
uitgaanstijden.
Is het later worden van de uitgaanstijden uniek voor Rotterdam of kennen andere grote steden
deze problematiek ook?
Deze vraag is relevant voor het beantwoorden van de centrale vraag van dit onderzoek. Als
duidelijk is of andere grote steden in Nederland dit probleem ook kennen, wordt duidelijk dat het
een algemeen probleem is en het dus niet specifiek aan Rotterdam ligt. Wanneer blijkt dat andere
steden dit probleem niet kennen, kan er gekeken worden welke omstandigheden er in Rotterdam
anders zijn dan in andere grote steden en hoe het komt dat dit probleem zich dan wel in Rotterdam
afspeelt.

18

4. Onderzoeksmethode
Het hoofdstuk onderzoeksmethode gaat over de methodes die nodig zijn om de deelvragen te
beantwoorden. In paragraaf 4.1 worden de verschillende methodes behandeld en wordt er
beargumenteerd waarom er voor deze methodes is gekozen. Paragraaf 4.2 gaat over het
analyseren van de vergaarde data: op welke manier dit zal gebeuren en waarom er voor deze
data-verwerkingsmethode is gekozen. In paragraaf 4.3 wordt de betrouwbaarheid en validiteit van
de gekozen methodes beschreven.
4.1 Methodes
Voor het verkrijgen van de juiste informatie voor dit onderzoek zijn meerdere onderzoeksmethodes
nodig. De methodiek die wordt gebruikt, zal in deze paragraaf beschreven worden. Er wordt ook
toegelicht waarom er voor deze methodes is gekozen en waarom andere methodes niet geschikt
zijn voor dit onderzoek.
4.1.1 Onderzoekseenheden
Voor het afnemen van de interviews moet een onderzoekspopulatie vastgesteld worden. Een
onderzoekspopulatie is die groep mensen waaronder het onderzoek gedaan wordt. Ze moeten aan
bepaalde specificaties voldoen om te zorgen dat de resultaten van het onderzoek representatief
zijn. De onderzoekspopulatie van dit onderzoek is per deelvraag verschillend.
Voor de tweede deelvraag (te weten: welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam
om uit te gaan?) hebben we te maken met de onderzoekspopulatie jongeren tussen de 20 en 24
jaar, omdat dit de doelgroep is die op dit moment het meest actief is qua uitgaan. Er wordt dan
specifiek gekeken naar jongeren tussen de 20 en 24 jaar, omdat is gebleken dat deze groep
jongeren de horecagelegenheden het meest bezoekt (Trimbos, 2013).
Voor de derde deelvraag (te weten: zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van de
horecabezoekers in Rotterdam om uit te gaan?) is er een iets bredere populatie gekozen.
Het is van belang een goed beeld te krijgen van de motieven binnen de verschillende generaties
om uit te gaan. Er is daarom ervoor gekozen om de populatie zo samen te stellen dat er
verschillende leeftijden aan bod komen. De onderzoekspopulatie is daarom die groep volwassenen
tussen de 40 en 55 jaar die tussen hun 20e en 24e levensjaar veel horecagelegenheden bezocht.
Voor de overige twee deelvragen is geen onderzoekspopulatie van belang omdat deze
beantwoord zullen worden door middel van desk-research.

19

4.1.2 Instrumentatie
Desk-research
De eerste methode die gebruikt zal worden voor het beantwoorden van de deelvragen in dit
onderzoek is desk-research. Er is met het opzetten van dit onderzoek al de nodige desk-research
gedaan. De data die hiermee vergaard is, zal worden gebruikt als de basis van het onderzoek.
Deze data zal door middel van verdere desk-research uitgebreid worden om zo voldoende
informatie te krijgen voor het beantwoorden van de deelvragen van dit onderzoek.
Diepte-interviews
Door middel van desk-research kunnen niet alle data worden verzameld om een duidelijk en
betrouwbaar antwoord te krijgen op alle deelvragen, hierdoor zal ook gebruik gemaakt worden van
diepte-interviews. Er is voor diepte-interviews bij experts gekozen, omdat deze methode
diepgaande informatie naar boven haalt in tegenstelling tot enquêtes. Het nadeel is dat er minder
respondenten zijn, omdat interviews veel tijd kosten om af te nemen en te verwerken. Er zou ook
gekozen kunnen worden voor het afnemen van enquêtes. Het aantal respondenten is in dat geval
veel hoger wat een grotere representatie geeft van de te onderzoeken doelgroep. Het nadeel
hiervan is dat de informatie die bij het afnemen van enquêtes naar boven komt vele malen
oppervlakkiger is dan de informatie die verkregen kan worden bij het afnemen van diepteinterviews. Voor dit onderzoek is besloten dat de kwaliteit van de informatie belangrijker is dan de
representatie van de te onderzoeken doelgroep. Vandaar dat er voor de kwalitatieve
onderzoeksmethode diepte-interviews gekozen is. In tegenstelling tot enquêtes gaat het bij
interviews niet om grote hoeveelheden data. Vaak is van te voren niet duidelijk hoeveel data er
nodig zijn. Bij interviews afnemen, is er op een gegeven moment een inhoudelijke verzadiging,
oftewel saturatie. Er zullen dus zoveel interviews afgenomen worden tot dat punt is bereikt
(Baarda, B. 2013).
De interviews worden afgenomen aan de hand van een topiclijst. Een topiclijst is een lijst met
onderwerpen die tijdens het interview aan bod moet komen, er worden dus geen vaste vragen
voorbereid. Er is voor deze aanpak gekozen omdat dit meer vrijheid geeft in het interview en het
meer ruimte geeft voor de respondent om zijn of haar mening te kunnen geven. Het interview krijgt
hierdoor een minder formele sfeer zodat de respondent zich meer op zijn of haar gemak kan
voelen en waarschijnlijk meer informatie geeft.
De topiclijst wordt opgesteld in zes stappen. Er is voor deze methode gekozen om er zeker van te
zijn dat alle belangrijke aspecten worden meegenomen in het interview en om er voor te zorgen
dat er een gestructureerde topiclijst wordt gemaakt.

20

Zes stappenplan topiclijst:
Stap 1. De eerste stap is alle begrippen op te schrijven die met het onderwerp te maken hebben.
Dit kan gedaan worden aan de hand van eigen ervaring, bibliotheek/internet, brainstormen
met medestudenten/medeonderzoekers en/of het raadplegen van deskundigen.
Stap 2. De tweede stap is per begrip kaartjes maken en deze clusteren. Er wordt gekeken of er
hoofd- en subtopics onderscheiden kunnen worden. Tot slot of er per vraagstelling
meerdere topics bedacht zijn.
Stap 3. De derde stap is om een volgorde in de topics aan te brengen. Er kan gekozen worden
voor een chronologische volgorde, van breed naar smal of van makkelijk naar moeilijk.
Stap 4. Stap vier is het formuleren van de hulpvragen. Er zijn enkele beginvragen en een aantal
vragen om verder op een onderwerp in te kunnen gaan. Deze hulpvragen worden in
combinatie met de topics in een overzichtelijk document geplaatst.
Stap 5. Tijdens de vijfde stap wordt een introductie bedacht. De introductie moet informeel
overkomen zodat het ijs tussen de afnemer en respondent snel gebroken wordt. In de
introductie wordt ook praktische informatie behandeld, zoals waarom het onderzoek
wordt afgenomen, hoe lang het duurt, wat er met de gegevens gebeurt en hoe de
gegevens mogelijk worden teruggekoppeld.
Stap 6. De laatste stap is het maken van een afsluiting. De respondent wordt in de afsluiting
bedankt voor zijn/haar medewerking en er wordt nogmaals aangegeven hoe de gegevens
eventueel worden teruggekoppeld (Kaap, 2014).
De topiclijst die uit bovenstaande zes stappen tot stand is gekomen, is terug te vinden in bijlage 1.
Wanneer de topiclijst is samengesteld, worden er twee proefinterviews afgenomen, een
proefinterview met een structuur en een open proefinterview. In het proefinterview met structuur zal
de topiclijst gebruikt worden als richtlijn voor het gesprek. De volgorde van de topiclijst wordt dan
gebruikt om het interview af te nemen. Tijdens het open interview wordt de topiclijst niet gebruikt
om structuur aan te brengen, maar om te controleren of aan het einde van het interview alle
belangrijke onderwerpen zijn besproken. Dit interview zal dus gehouden worden als een gesprek
tussen afnemer en respondent. Deze proefinterviews worden afgenomen om te testen welke
manier van interviewen de beste resultaten geeft. Aan de hand van de resultaten van deze
proefinterviews wordt besloten welke methode wordt gebruikt voor de officiële interviews.
De tweede deelvraag wordt als eerste behandeld met de interviews, hierna deelvraag drie zodat
deze twee met elkaar vergeleken kunnen worden.

21

4.1.3 Onderzoeksmethode per onderzoeksvraag
Welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends hebben invloed op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers in Rotterdam?
Voor het beantwoorden van deze deelvraag zal desk-research gebruikt worden. Uit eerder
onderzoek blijkt dat er veel informatie te vinden is over dit onderwerp. Naast desk-research zal er
ook gebruik worden gemaakt van interviews om informatie over dit onderwerp te verkrijgen. Er
worden interviews gehouden onder een onderzoekspopulatie tussen de 20 en 24 jaar en onder
een onderzoekspopulatie tussen de 45 en 55 jaar. De verschillen die hierin duidelijk worden,
kunnen ook relevante informatie leveren voor deze deelvraag.
Welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam om uit te gaan?
Voor deze deelvraag wordt gebruikt gemaakt van een combinatie van desk-research en interviews.
Door middel van desk-research zal gekeken worden welke informatie er al bestaat over motieven
voor uitgaan in Rotterdam. Wanneer dit is afgerond, kan er gekeken worden naar de ontbrekende
informatie. Deze ontbrekende informatie zal vergaard worden door middel van het afnemen van
diepte-interviews.
Deze interviews zullen worden afgenomen onder een onderzoekspopulatie tussen de 20 en 24
jaar. Deze groep gaat het meest uit. De topiclijst die is samengesteld voor het afnemen van de
interviews is terug te vinden in bijlage één. Tijdens de interviews zal verder bepaald worden welke
topics nog kunnen worden toegevoegd om de juiste informatie van de participant te krijgen om een
duidelijk antwoord te krijgen op deze deelvraag.
Zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van horecabezoekers in Rotterdam om uit te gaan?
De combinatie van desk-research en interviews geldt ook voor deze deelvraag. De missende
informatie van de desk-research zal worden opgedaan door middel van diepte-interviews. Deze
interviews zullen worden afgenomen onder een onderzoekspopulatie tussen de 45 en 55 jaar. De
topiclijst voor de interviews die worden gehouden, is terug te vinden in bijlage één. Tijdens de
interviews zal verder bepaald worden welke topics nog naar voren komen, dit ligt aan de manier
waarop het gesprek verloopt.
Is het later worden van de uitgaanstijden uniek voor Rotterdam of kennen andere grote steden
deze problematiek ook?
Deze deelvraag zal worden behandeld door middel van desk-research. Uit eerder onderzoek is al
gebleken dat er informatie over dit onderwerp bestaat, hierdoor is het overbodig hier verder
onderzoek naar te doen door bijvoorbeeld field-research. Desk-research zal een betrouwbaar en
volledig antwoord kunnen geven op deze deelvraag.

22

4.1.4 Procedures
Per deelvraag zijn er drie interviews afgenomen. De interviews werden één voor één afgenomen in
een vertrouwde omgeving om de respondenten zo veel mogelijk op hun gemak te stellen. De
interviews werden opgenomen met behulp van een voicerecorder en er zijn aantekeningen
gemaakt tijdens de interviews. De interviews begonnen met een kleine inleiding over het
onderzoek zodat de respondenten een beter idee kregen waaraan ze participeerden. De duur van
de gesprekken varieerde sterkt tussen de verschillende respondenten.
4.2 Dataverwerking & -analyse
Desk-research
De data die worden vergaard met desk-research zullen worden verzameld in een theoretisch
kader. Hier zal per deelvraag de verkregen informatie samengevat worden wat een duidelijk beeld
zal geven van de bestaande informatie over het desbetreffende onderwerp.
Diepte-interviews
De diepte-interviews zullen worden opgenomen en op een later tijdstip worden uitgetypt. Dit omdat
op deze manier alle informatie die verkregen wordt tijdens het afnemen van het interview op papier
komt te staan wat zorgt voor een makkelijkere data-analyse.
Als alle interviews zijn uitgetypt, worden de data van de interviews gecodeerd. Dit wordt gedaan
aan de hand van het programma NVivo. NVivo is een dataverwerkingsprogramma speciaal
gemaakt voor kwalitatief onderzoek. Het maakt het makkelijker grote teksten te coderen en een
overzicht te krijgen van deze codes en de relevantie van deze codes. De vorm van coderen die in
dit onderzoek wordt gebruikt, is open coderen. Open coderen, ook wel deductief coderen, is een
vorm van coderen waarmee stukken onderzoeksmateriaal worden gemarkeerd. De fragmenten
worden gelabeld met een code en deze worden netjes opgeborgen zodat er een duidelijk overzicht
kan ontstaan van de verkregen informatie. Naast open coderen, bestaan er nog twee soorten
coderen: axiaal coderen en selectief coderen. Er is niet voor axiaal coderen gekozen, omdat deze
vorm van coderen zich vooral leent voor het funderen van begrippen wat voor dit onderzoek niet
van toepassing is. Selectief coderen is geen goede vorm van coderen voor dit onderzoek omdat
het niet zozeer een vorm van coderen is maar meer een methode van analyseren op zich.
Selectief coderen gaat constante vergelijkingen na door te kijken of en hoe bepaalde codes in de
eenheden van het onderzoek samenhangen. Dit is voor dit onderzoek niet relevant (Hak, 2007).
De codes die uit het open coderen naar voren komen, worden samengevoegd in een codeboom.
Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van begrippen uit de literatuur voor de codes, maar in
het geval dat de participanten van de interviews nieuwe begrippen ter sprake brengen, zullen er
nieuwe codes bijgemaakt worden.

23

4.3 Betrouwbaarheid en validiteit
4.3.1 Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van dit onderzoek ligt waarschijnlijk op een hoog niveau. Doordat er
interviews worden gehouden tot dat er een saturatiepunt is bereikt, is het zeker dat de meest
belangrijke informatie boven water wordt gehaald. Er kunnen na dit punt nog meer interviews
gehouden worden maar dit leidt hoogstwaarschijnlijk niet tot nieuwe informatie.
4.3.2 Validiteit
De validiteit wordt geprobeerd in stand te houden door het gebruik van begrippen die naar voren
zijn gekomen tijdens het onderzoek voor het theoretisch kader. Aan de hand van deze begrippen
worden de interviews gemaakt. De interviews zullen in een informele sfeer gehouden worden
waardoor de participanten hopelijk op hun gemak worden gesteld, en zich veilig voelen om de
juiste informatie vrij te geven.


24

5. Onderzoeksresultaten
In dit hoofdstuk worden de resultaten die tijdens dit onderzoek naar voren kwamen, die zijn
verkregen zoals beschreven in hoofdstuk vier, besproken.
5.1 Resultaten deelvraag 1
In deze paragraaf worden de resultaten van de eerste deelvraag van dit onderzoek besproken. De
eerste deelvraag van dit onderzoek is:
Welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends hebben invloed op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers in Rotterdam?
Deze deelvraag wordt beantwoord met behulp van desk-research en interviews. De interviews zijn
uitgeschreven in een transcript (Bijlage twee) en gecodeerd (Bijlage vier).
5.1.1 Resultaten desk-research
Volgens een onderzoek van het Nibud heeft de economische crisis van de afgelopen jaren veel
impact gehad op de Nederlandse bevolking. Hoewel de crisis ‘officieel’ is afgelopen, merken nog
niet veel Nederlanders dit in het dagelijks leven. Dit onderzoek wijst uit dat 67% van de bevolking
nog steeds van plan is het komende jaar (2015) verder te gaan met bezuinigen. Het afgelopen jaar
heeft 65% van de bevolking bezuinigd. De top drie is:
1. Uitgaan (40%)
2. Kleding (39%)
3. Luxe artikelen (37%)
Tussen de 60 en de 66% van de bevolking verwacht aan deze drie bezuinigingsposten in 2015 niet
meer of weer geld aan uit te gaan geven (Nibud, 2014).
Hieruit blijkt dus dat de economische toestand waarin Nederland zich bevindt een grote invloed
heeft op het uitgaansgedrag van de Nederlandse bevolking. Als de economie slechter wordt, gaan
de mensen minder snel of zelfs helemaal niet uit.
Het landelijke rookverbod dat in Nederland is ingesteld in 2008 had en heeft ook een negatief
effect op het horecabezoek. Volgens een onafhankelijk onderzoek aangevraagd door het
Bedrijfschap Horeca en Catering meldt de helft van de ondernemers in de drankverstrekkende
sector een omzetdaling in 2008 ten opzichte van 2007. Het onderzoek beschrijft dat het
rookverbod binnen de drankverstrekkende sector voor de hoogste omzetdaling zorgt. De
gemiddelde daling is 21% in de eerste maanden van het rookverbod in 2008 ten opzichte van

25

dezelfde maanden in 2007. Uit het onderzoek blijkt dat er meer consequenties zijn als gevolg van
het rookverbod voor de horeca. Zo overweegt vier op de tien pure cafés te stoppen vanwege het
rookverbod en zegt zes op de tien ondernemers dat de sfeer negatief beïnvloed wordt (Synovate,
2008). Het verbieden van roken in de horeca heeft dus een negatief effect gehad op het
horecabezoek in Nederland en dan met name in de drankverstrekkende sector.
De prijzen in de horeca zijn flink gestegen. Dat blijkt uit deze tabel van het CBS.

Tabel 5.1 Prijsontwikkeling bier (CBS, 2010)

In bovenstaande tabel is te zien dat de prijs van een fluitje pils in negen jaar tijd al sterk is
gestegen, vooral ten opzichte van een liter bier in de winkel. De prijs van het bier in de winkel stijgt
minder hard dan in de horeca. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat jongeren steeds vaker
thuis indrinken voordat ze de stad in gaan.
5.1.2 Resultaten interviews
Door middel van het dataverwerkingsprogramma NVivo, zijn de afgenomen interviews gecodeerd
en geanalyseerd. Uit deze codering komen meerdere, maatschappelijke ontwikkelingen naar voren
die invloed hebben op het uitgaansgedrag van de horecabezoekers in Rotterdam. De gecodeerde
stukken transcriptie zijn per code gesorteerd en zijn te vinden in bijlage vier. De originele
transcripties van de interviews zijn te vinden in bijlage twee. In deze paragraaf zullen de resultaten
per onderwerp besproken worden.
Financiën
Volgens de participanten van de interviews heeft het duurder worden van de consumpties in de
horeca een grote invloed op het uitgaansgedrag. Uit de interviews blijkt dat het duurder worden
van de consumpties in de horeca een reden is om minder vaak en/of later naar de stad te gaan.
Zo wordt in interview één gezegd: “Plus dat het een stuk goedkoper is om eerst thuis lekker wat te
drinken dan gelijk in de stad beginnen. Want in de stad kost het gewoon veel meer geld dan dat je
eerst even thuis wat drinkt met iedereen.” (Bijlage 2.1.1). In interview drie zegt de participant: “Ten

26

eerste is het heel duur om nuchter de stad in te gaan, als je een beetje wilt feesten.” (Bijlage
2.1.3). Hieruit blijkt dus dat het duurder worden van de horeca een grote rol speelt in het
uitgaansgedrag.
Rol alcohol
Uit de interviews blijkt dat de invoering van de minimumleeftijd ook van invloed is op het
uitgaansgedrag van de horecabezoekers. In de interviews met de participanten tussen de 45 en 55
jaar komt naar voren dat vroeger alcohol minder belangrijk was dan dat het nu is. Zo wordt in
interview vijf gezegd: “De jongeren voelen zich misschien een soort sociaal verplicht om wanneer
ze eindelijk mogen drinken zich ook gelijk klem te drinken en dronken te worden. Omdat het toch
een tijd iets is geweest wat verboden was.” (Bijlage 2.2.2). De participant van interview twee zegt:
“Ik denk dat het nu wordt gezien als iets wat je eerst niet mag en nu wel. Ik mocht zeg maar tot
mijn 16e niet drinken, en toen ik 16 werd heb ik ook een feestje gegeven en toen stond er ineens
wel bier terwijl er op andere feestjes nog helemaal geen alcohol stond. En dan voel je je toch
ineens een soort volwassen ofzo omdat je ineens mag drinken. Terwijl als je het altijd al mocht
maar met mate dat het dan anders is. Dan ligt er minder nadruk op ik mag alcohol dus nu moet ik
het ervan nemen.” (Bijlage 2.1.2). Ook uit interview vier blijk de instelling van de minimumleeftijd
een invloed te hebben op het uitgaansgedrag: “Misschien heeft het iets te maken met de
minimumleeftijd voor alcohol. In mijn tijd had je die helemaal niet en was het ook niet bijzonder als
je mocht drinken. Het hoorde er gewoon bij. Nu is het echt een soort van happening wanneer je
eindelijk mag drinken op je 18e en wordt er bijna van je verwacht dat je dan ook dronken
wordt.” (Bijlage 2.2.1).
Indrinken
Indrinken komt in de interviews naar voren als een verschuiving in de jongerencultuur. In de
interviews wordt duidelijk dat indrinken een steeds grotere rol bij de jongeren gaat spelen en dat
het begrip bij de participanten tussen de 45 en 55 nog helemaal niet bekend was. Zo wordt in
interview vier door de participant gezegd: “ We haalden elkaar wel thuis op maar gingen dan direct
door naar de kroeg of discotheek en begonnen daar pas met drinken. Indrinken hadden we nog
nooit van gehoord.” (Bijlage 2.2.1). In interview vijf verteld de participant: “Nee helemaal niet, daar
hadden we nog nooit van gehoord. Wij spraken ergens af of haalden elkaar op met de fiets en
gingen dan gelijk door naar de discotheek of kroeg. We gingen ook niet eerst ergens anders zitten,
dat vonden we zonde van onze tijd.” (Bijlage 2.2.2). Hoewel vaak wordt gedacht dat indrinken iets
is voor de jongeren om geld te besparen, blijkt uit de interviews met de participanten tussen de 20
en 24 jaar dat het ook een hele andere reden heeft. Zo zegt de participant van interview één: “Ja,
toch voor de gezelligheid, eerst even rustig een beetje bijpraten en sociale contacten onderhouden
voordat we de drukte opzoeken van een discotheek.” (Bijlage 2.1.1). De participant van interview
twee zegt het volgende na de vraag waarom ze indrinkt voordat ze naar de stad gaat: “Echt voor
de gezelligheid. Weet je wat het is, als je thuis zit, heb je minder indrukken en kan je makkelijker
met elkaar bijkletsen.” (Bijlage 2.1.2).
Indrinken heeft dus naast een financiële reden ook een sterke sociale reden.

27

Happy hour
Uit de interviews blijk dat het verbod op happy hours invloed heeft op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers. De drie participanten van 20 tot 24 jaar zeggen eerder naar de
horecagelegenheden te komen wanneer er happy hours georganiseerd worden. De participant van
interview één zegt hierover: “In Groningen zijn ze niet verboden en wordt het nog bijna elk
weekend gehouden en je ziet gewoon dat er heel veel meer mensen op af komen dan wanneer het
niet is.” (Bijlage 2.1.1). De participant van interview twee zegt: “Een paar jaar geleden stond ik elke
vrijdagmiddag om 16:00 uur in de kroeg omdat er happy hour was. Dat duurde van 16:00 uur tot
20:00 uur dus was best een lang happy hour maar het werkte wel echt goed want het was om
16:00 uur gewoon al druk in die zaak.” (Bijlage 2.1.2). Ook in interview drie wordt duidelijk dat de
participant eerder naar de horecagelegenheden zou komen als er een happy hour georganiseerd
zou worden.

28

5.2 Resultaten deelvraag 2
Deze paragraaf beschrijft de resultaten die zijn verkregen met de interviews voor deelvraag twee.
Deelvraag twee luidt:
Welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam om uit te gaan?
Er zijn drie interviews afgenomen per generatie, hierna ontstond een saturatiepunt omdat de
interviews geen nieuwe en/of nuttige informatie opleverden. De antwoorden uit de interviews zijn
gecodeerd als aangegeven in hoofdstuk vier. Door middel van deze codering zijn meerdere
motieven naar voren gekomen voor het uitgaan van de horecabezoekers van Rotterdam.
De participant van interview één zegt voornamelijk uit te gaan voor de gezelligheid en om sociale
contacten te onderhouden. Een andere belangrijke reden om uit te gaan voor de participant is om
wat mee te maken. Er wordt in het interview gezegd: “Ook om gewoon dingen mee te maken, ik
bedoel als je de hele tijd thuis zit, maak je ook zo weinig mee.”. Als laatste motief om uit te gaan
geeft de participant aan het af en toe ook fijn te vinden om te dansen (Bijlage 2.1.2).
In interview twee zegt de participant vooral uit te gaan om er even tussenuit te kunnen en te
kunnen dansen. Hiernaast komt de volgende uitspraak naar voren: “Omdat ik dan even niet met
serieuze dingen bezig hoef te zijn, om lol te maken met mijn vrienden.” (Bijlage 2.2.2). Het gaat de
participant dus voornamelijk om het ontsnappen aan de serieuze sleur van het leven.
Als laatste wordt in interview drie het volgende gezegd over de motieven om uit te gaan: “Lekker
met m’n vrienden, gewoon even alleen maar gezelligheid en niks anders.” (Bijlage 2.2.3). Uit dit
interview blijkt dus ook dat het voornamelijk gaat om ontspanning en even te kunnen ‘ontsnappen’.

29

5.3 Resultaten deelvraag 3
De resultaten die zijn verkregen bij het afnemen van interviews voor de derde deelvraag worden
hieronder besproken. De derde deelvraag van dit onderzoek luidt:
Zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van de horecabezoekers in Rotterdam om uit te
gaan?
Omdat de interviews zijn afgenomen tussen verschillende generaties kan er onderscheid gemaakt
worden tussen de motieven van de jongeren van nu om uit te gaan en de motieven van de
jongeren van vroeger om uit te gaan. Om deze verschillen duidelijk te maken, zijn ze hieronder in
een tabel geplaatst.

Leeftijdsgroep/
redenen om uit te gaan

45-55 jaar

20-24 jaar

Gezelligheid

1

1

Nieuwe mensen ontmoeten

2

0

Dansen

1

2

Gedachten verzetten

0

2

Sociale contacten onderhouden

1

3

Figuur 5.2 Verschil uitgaansmotieven tussen generaties (Bijlage 4.5)

Uit de tabel blijkt dat het motief gezelligheid hetzelfde is gebleven als het motief om uit te gaan. De
wens om nieuwe mensen te ontmoeten is wel duidelijk afgenomen. Bij de oudere generatie was dit
duidelijk veel belangrijker dan bij de jongere generatie. Naar de stad gaan om te dansen is
nagenoeg het zelfde gebleven. Er kan niet gezegd worden dat hier een verschuiving is geweest.
Het verzetten van gedachten als motief om uit te gaan, is toegenomen en het onderhouden van
sociale contacten is ook duidelijk belangrijker geworden voor de jongere generatie.

30

5.4 Resultaten deelvraag 4
In deze paragraaf worden de resultaten besproken voor de vierde deelvraag, namelijk:
Is het later worden van de uitgaanstijden uniek voor Rotterdam of kennen andere grote steden
deze problematiek ook?
Om een antwoord op de vraag te krijgen, zijn verschillende soorten voorbeelden gezocht om aan
te kunnen tonen of de problematiek van het later worden van de uitgaanstijden alleen voor
Rotterdam geldt of dat andere steden daar ook last van hebben.
‘Vroeg op stap’ is een initiatief van twee Friese moeders. De moeders ondervonden dat de
kinderen oververmoeid raakten van het late stappen in het weekend en dat dit negatieve gevolgen
had voor de prestaties doordeweeks. Ze zijn een initiatief gestart om de sluitingstijden te
vervroegen naar 02:00 uur ’s nachts. Dit initiatief heeft inmiddels al veel steun gevonden in
Nederland maar ook in de rest van Europa. Ze hebben de Europa Democratie Award gewonnen
door 56.52% van de stemmen te ontvangen (Vroeg op Stap, 2009).
Stichting Evenementen Schagen heeft ook gemerkt dat de uitgaanstijden steeds later op de avond
komen te liggen en is een initiatief begonnen om dit te vervroegen en hiermee steun te bieden aan
het vervroegen van de sluitingstijden van de horeca. Het initiatief houdt in dat het entertainment
van de avond op een vroeger tijdstip in te plannen in de hoop dat het publiek eerder naar de
horecagelegenheden van Schagen trekt (Dichtbij, 2009).
De ChristenUnie in Katwijk merkt de problemen van het steeds later uitgaan. De jongeren in
Katwijk consumeren meer alcohol, zijn steeds later thuis, gaan steeds later naar de
horecagelegenheden en hangen maandag futloos in de schoolbanken. De partij wil actie
ondernemen en vraagt om een discussie binnen de gemeente (ChristenUnie, 2011).
In Amsterdam gaan ze de openingstijden verruimen. Nu zijn de meeste horecagelegenheden nog
tot 04:00 uur open. Vanaf 1 juli 2015 mogen ze tot 06:00 uur open blijven. Er zijn 26
nachtgelegenheden die nu tot 06:00 uur open mogen zijn. Deze mogen vanaf 1 juli 2015 tot 08:00
uur open blijven. De openingstijden zijn dus met twee uur uitgebreid. Het verruimen van de
openingstijden is al langer een wens van de gemeenteraad. Wel is de afspraak dat de
horecaondernemers zich samen met de gemeente meer gaan inspannen om het uitgaansgeweld
en overlast tegen te gaan (Trouw, 2014).

31

6. Conclusie
In dit hoofdstuk worden de conclusies van dit onderzoek besproken. Het begint met de conclusies
van de deelvragen en daarna wordt de conclusie van de centrale vraag besproken.
6.1 Deelvraag 1
Welke maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends hebben invloed op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers in Rotterdam?

Uit de resultaten die zijn verkregen met dit onderzoek blijken verschillende maatschappelijke
ontwikkelingen en/of trends invloed te hebben op het uitgaansgedrag van de horecabezoekers in
Rotterdam. Deze maatschappelijke ontwikkelingen en/of trends zullen hieronder stuk voor stuk
behandeld worden.
Ten eerste heeft de economische crisis een grote invloed op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers van Rotterdam. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat horeca een van
de eerste uitgaven is waarop de bevolking gaat besparen in tijden van crisis. Ze bezoeken de
horecagelegenheden minder vaak of voor een kortere tijd, zodat ze er minder geld uitgeven en
meer overhouden.
Als tweede maatschappelijke ontwikkeling heeft het rookverbod een grote invloed op het
uitgaansgedrag van de horecabezoekers in Rotterdam. Sinds de overheid het rookverbod heeft
ingesteld in 2008 is er een sterke omzetdaling geconstateerd in de horeca. Deze omzetdaling komt
vooral voor in de drankverstrekkende horeca. Veel pure cafés zeggen dat de sfeer negatief wordt
beïnvloed door het rookverbod. Gasten in deze cafés staan veelal in grote getale buiten of in het
rookhok wat de sfeer in het café zelf niet ten goede komt. Horecabezoekers, en vooral de rokende
horecabezoekers, merken het negatieve effect van het rookverbod op de sfeer in het café en
komen minder of zelfs helemaal niet meer.
Het verhogen van de bierprijzen heeft ook grote invloed op het uitgaansgedrag van de
horecabezoekers in Rotterdam. De bierprijzen zijn de laatste jaren sterk gestegen. In 2009
betaalde je nog geen €2,- voor een biertje en in 2014 betaal je vaak al €2,40 of €2,50 voor een
biertje. Dit heeft invloed op het uitgaansgedrag. De horecabezoekers van Rotterdam vinden het
uitgaan steeds duurder worden en dat heeft een negatieve invloed op het plezier tijdens het
uitgaan.

32

Niet alleen het bier wordt steeds duurder, daarnaast stijgen alle prijzen in de horeca door de
verhoging van de BTW in Nederland. Voor veel horecabezoekers een reden om minder vaak of
korter naar de horecagelegenheden te gaan.
Het verhogen van de prijzen is voor veel horecabezoekers ook een reden om eerst thuis een
aantal drankjes te drinken met elkaar en daarna pas de stad in te gaan. Hierdoor komen ze vaak
later naar de horecagelegenheden en geven ze dus minder geld uit.
De rol van alcohol tijdens het uitgaan, is in de afgelopen jaren ook sterk veranderd. Was het
vroeger genoeg om met een paar biertjes uit de stad te komen, nu is het voor veel jongeren pas
een geslaagde stapavond als ze dronken de stad uitgaan. Alcohol is voor jongeren vele malen
belangrijker geworden dan dat het was. Doordat jongeren zoveel meer zijn gaan drinken, kost het
ze ook veel meer geld om te gaan stappen. Dit is ook een reden voor veel jongeren om minder
naar de stad te gaan of in ieder geval minder lang in de stad te blijven door thuis met vrienden wat
te drinken. Dit scheelt hen een hoop geld en de meesten vinden het net zo gezellig.
Uit bovenstaande maatschappelijke ontwikkelingen komt een nieuwe ontwikkeling voort, namelijk:
het indrinken. Indrinken is een enorme maatschappelijke verschuiving in het uitgaansgedrag van
horecabezoekers. Mede door de crisis, het verhogen van de prijzen en de grote rol van alcohol
tijdens het uitgaan, zijn veel horecabezoekers begonnen om eerst thuis in te drinken en daar een
feestje te bouwen voordat ze de horecagelegenheden gaan bezoeken. Het indrinken heeft volgens
de horecabezoekers veel voordelen, zo is het goedkoper, is er een rustiger omgeving en kunnen
ze alvast een beetje in de sfeer komen voordat ze naar de stad gaan. Dit zorgt er wel voor dat de
horecabezoekers later naar de horecagelegenheden gaan en er minder geld uitgeven omdat ze
thuis of bij iemand anders thuis al genoeg op hebben. Ook zorgt het indrinken voor steeds meer
overlast in de stad omdat de horecabezoekers vaak al dronken aankomen.
Eén van de meest voorkomende ontwikkelingen die tijdens de interviews naar voren kwam, is het
duurder worden van de consumpties in de horeca. Zo wordt in interview één gezegd dat het later
naar de uitgaansgelegenheden gaan vooral te maken heeft met de hoge prijzen in de horeca. De
participant van interview één zegt dat het veel te duur is om de hele avond in de horeca te zijn
(Bijlage 2.1.1). Dat is dus de reden dat er vaak thuis wordt ingedronken. Ook in interview drie
wordt gezegd dat het later naar de stad gaan vooral te maken heeft met de kosten van een
avondje stappen (Bijlage 2.1.3). Het duurder worden van de consumpties in de horeca heeft dus
grote invloed op de uitgaanstijden volgens de participanten.

33

Een andere maatschappelijke trend die duidelijk wordt in de interviews is de rol die alcohol speelt
in het uitgaansgedrag van jongeren. Het nuttigen van alcohol speelt tegenwoordig een veel grotere
rol tijdens het stappen dan dat het vroeger deed. Zo wordt in interview vijf gezegd dat het vroeger
als asociaal beschouwd werd als een meisje dronken was en dat is tegenwoordig bijna niet meer
aan de orde (Bijlage 2.2.2). De behoefte om alcohol te drinken, was toen een stuk minder
aanwezig dan dat die nu is. In interview vier wordt gesproken over een paar biertjes drinken tijdens
het uitgaan, maar niet de behoefte hebben om dronken te worden (Bijlage 2.2.1).
Welke reden dit zou kunnen hebben, wordt ook toegelicht in de interviews. Zo wordt er in
interview twee gezegd dat het zou kunnen komen door de minimumleeftijd waarop jongeren
alcohol mogen drinken. Het zou kunnen komen doordat de jeugd zich nu sociaal verplicht voelt om
te drinken terwijl dat nog niet aan de orde was toen er nog geen minimumleeftijd aan alcohol
gebonden zat. In die tijd was het niet bijzonder om een wijntje of een biertje te mogen drinken dus
werd er ook weinig tot geen aandacht aan besteed. Sinds de invoering van de minimumleeftijd kan
het zo zijn dat jongeren zich eindelijk ‘volwassen’ voelen wanneer ze alcohol mogen drinken
(Bijlage 2.1.2).
In interview vijf wordt gesproken over een eventuele sociale druk die de jongeren zouden
voelen om dronken te worden (Bijlage 2.2.2).
Zoals verwacht, is het indrinken voor het stappen ook een grote maatschappelijke ontwikkeling
geweest. Uit de interviews met de oudere generatie blijkt dat indrinken in die tijd helemaal niet
gedaan werd en dat het woord niet eens bestond. Zo zegt de participant van interview vijf dat er
niet eens aan werd gedacht om eerst bij iemand thuis te drinken. Zij wilde gelijk de stad in en sprak
alleen ergens met vrienden af zodat ze tegelijk de stad in konden gaan (Bijlage 2.2.2). Ook de
participant van interview vier zegt nooit aan indrinken te hebben gedaan. Wel spraken ze bij
iemand af om te verzamelen maar dan gingen dan direct met elkaar de stad in (Bijlage 2.2.1).
De jongere generatie blijkt wel bekend met indrinken. Hier blijken de factoren gezelligheid en
kosten een grote rol te spelen. Zo zegt de participant van interview één het fijner te vinden eerst
wat drankjes bij iemand thuis te doen omdat het een stuk rustiger is en je beter met elkaar kan
communiceren. Ook speelt volgens de participant van interview één de goedkope alcohol een
grote rol in de beslissing om eerst thuis wat te drinken met vrienden in plaats van gelijk de stad in
te gaan (Bijlage 2.1.1).
Volgens de participant van interview twee speelt de rustige omgeving ook een grote rol in de
beslissing om thuis in te drinken. Ze zegt het fijner te vinden omdat er minder afleiding is en je
beter met elkaar kan kletsen (Bijlage 2.1.2).
De participant van interview drie zegt vooral eerst thuis in te drinken, omdat het financieel
voordeliger is en het volgens hem te duur is om nuchter de stad in te gaan. Het feit dat het voor 12
uur ’s avonds nog te rustig is in de kroegen en discotheken speelt voor hem ook een grote rol.
Ook blijkt uit de interviews dat het verdwijnen van de happy hours een negatieve invloed heeft
gehad op het horecabezoek. Zo zegt de participant van interview één zeker weer op een vroeger
tijdstip naar de horecagelegenheden te gaan wanneer er een happy hour georganiseerd wordt.

34

Het financiële aspect van het uitgaan valt dan weg (Bijlage 2.1.1). Ook de participanten van
interview twee en drie zeggen eerder naar de horecagelegenheden te komen wanneer er een
happy hour georganiseerd zou worden (Bijlages 2.1.2, 2.1.3)
6.2 Deelvraag 2
Welke motieven hebben de horecabezoekers van Rotterdam om uit te gaan?
Uit de interviews die zijn afgenomen, zijn meerdere motieven naar voren gekomen voor het
uitgaan. In deze interviews was ook een duidelijke hiërarchie te vinden in deze motieven om uit te
gaan. De motieven worden hieronder in deze hiërarchie besproken.
Het motief wat het meest naar voren kwam in de interviews is het onderhouden van sociale
contacten. Dit werd door vier van de zes participanten genoemd als voornaamste reden om uit te
gaan. Tijd doorbrengen met vrienden en plezier hebben met zijn allen is voor de meeste
participanten een belangrijke reden om uit te gaan.
Een ander belangrijk motief om uit te gaan, is voor veel participanten de kans om te dansen. Dus
op de goede muziek van de DJ’s ‘los te gaan’. De participanten zeggen dat dit het leukst is om te
doen in een horecagelegenheid, omdat daar de juiste sfeer hangt en de juiste muziek speelt. Het is
dus een belangrijke reden om naar de stad te gaan.
De bovengenoemde motieven zijn de motieven die het meest populair waren onder de
participanten van de interviews. Naast deze twee motieven zijn er nog drie motieven die regelmatig
terugkwamen. Zo is het ontmoeten van nieuwe mensen een motief om naar de
horecagelegenheden te gaan. Even andere mensen om je heen hebben in plaats van steeds
dezelfde. Ook is het verzetten van de gedachten een belangrijk motief om te stappen. De
participanten zeggen even te kunnen ontsnappen aan de serieuze ‘sleur’ van het leven en te
kunnen ontspannen door het stappen. Als laatste is gezelligheid één van de belangrijkste redenen
om uit te gaan. De gezelligheid die gevonden wordt tijdens het uitgaan, is niet op andere manieren
te vinden. De sfeer die er hangt, zorgt voor een gezelligheid die de participanten blijven opzoeken.

35

6.3 Deelvraag 3

Zijn er wijzigingen opgetreden in de motieven van de horecabezoekers in Rotterdam om uit te
gaan?
Omdat de interviews zijn afgenomen tussen verschillende generaties kan er onderscheid gemaakt
worden tussen de motieven van de jongeren nu om uit te gaan en de motieven van de jongeren
vroeger om uit te gaan. Om deze verschillen duidelijk te maken, zijn ze hieronder in een tabel
geplaatst.

Leeftijdsgroep/
redenen om uit te gaan

20-24 jaar

45-55 jaar

Gezelligheid

1

1

Nieuwe mensen ontmoeten

0

2

Dansen

2

1

Gedachten verzetten

2

0

Sociale contacten onderhouden

3

1

Figuur 6.1 Verschil uitgaansmotieven tussen generaties (Bijlage 2)

Wat erg opvalt, is dat de jongere generatie graag gaat stappen om de gedachten te verzetten en
even te ontsnappen aan de serieuze sleur van het dagelijks leven terwijl dit bij de oudere generatie
helemaal nog niet aan de orde was. Dit is dus een nieuwe ontwikkeling in de motieven van het
uitgaan. Wat ook een nieuwe ontwikkeling is, is dat de jongere generatie niet meer naar de stad
gaat om nieuwe mensen te ontmoeten. Het is in ieder geval geen belangrijke reden meer om de
stad in te gaan. Wat het bij de oudere generatie wel was. Zoals de participant in interview zes zegt,
was hij op een gegeven moment het zat om elke keer dezelfde mensen om zich heen te hebben
en was dit een belangrijke reden om uit te gaan (Bijlage 2.2.3). Hieraan gelinkt, is het feit dat de
jongere generatie graag naar de stad gaat om de sociale contacten te onderhouden en plezier te
hebben met hun eigen vriendengroep. Dit kwam wel voor bij de oudere generatie, maar opvallend
is dat de jongere generatie hier veel meer waarde aan hecht.

36

6.4 Deelvraag 4
Is het later worden van de uitgaanstijden uniek voor Rotterdam of kennen andere grote steden
deze problematiek ook?
Uit de resultaten van het desk-research dat is gedaan om antwoord te krijgen op deelvraag 4 blijkt
dat het steeds later worden van de uitgaanstijden niet uniek is voor Rotterdam. Andere steden
hebben ook te maken met deze problematiek. Dit betekent dus dat er in Rotterdam niet iets anders
wordt gedaan wat deze problematiek veroorzaakt maar dat het iets is wat landelijk gebeurt.
Wanneer was gebleken dat de problematiek eigenlijk alleen voor Rotterdam zou gelden, had er
gekeken kunnen worden naar wat er anders was in het uitgaansleven van Rotterdam in
tegenstelling tot andere steden in Nederland. Aangezien dit niet het geval is, valt deze mogelijkheid
dus weg.
6.5 Centrale vraag
Waarom komen de horecabezoekers van Rotterdam op een steeds later tijdstip naar de
uitgaansgelegenheden?
Uit de conclusies van de deelvragen blijkt dat er verschillende redenen zijn voor het later worden
van de uitgaanstijden van de horecabezoekers in Rotterdam. De belangrijkste twee redenen zijn
het duurder worden van de consumpties in de horeca en de waarde die wordt gehecht aan het
onderhouden van sociale contacten.
Het duurder worden van de consumpties in de horeca is voor veel horecabezoekers een reden om
minder vaak of op een later tijdstip naar de horecagelegenheden te gaan, omdat ze het simpelweg
niet kunnen betalen om er vaak en voor een langere tijd naartoe te gaan. De economische crisis
heeft hier een grote rol in gespeeld.
Er wordt meer waarde gehecht aan het onderhouden van sociale contacten. De horecabezoekers
vinden het belangrijk tijd door te brengen met vrienden en doen dit het liefst in een rustige ruimte
zonder te veel afleidingen. De waarde die dit heeft voor de bezoekers is de afgelopen jaren
toegenomen en dit is voor veel horecabezoekers een reden om op een later tijdstip naar de
horecagelegenheden te komen. De horecabezoekers vinden het fijn om voordat ze de chaos en
hectiek van een horecagelegenheid opzoeken eerst in een rustige omgeving met elkaar te kunnen
communiceren.
De combinatie van deze twee verschuivingen zorgt ervoor dat de horecabezoekers op een steeds
later tijdstip naar de horecagelegenheden komen.


37

7. Aanbevelingen
In dit hoofdstuk worden op basis van de getrokken conclusies van dit onderzoek aanbevelingen
gegeven als antwoord op de adviesvraag van dit onderzoek.
De adviesvraag van dit onderzoek is:
Op welke manier kunnen evenementen en/of nieuwe media een zo’n groot mogelijke bijdrage
leveren aan het vervroegen van de uitgaanstijden van de bezoekers van Sfeerhoreca?
Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek kan een duidelijke aanbeveling gegeven
worden op deze adviesvraag. Uit de resultaten blijkt dat er een aantal zaken invloed hebben op het
uitgaansgedrag van de horecabezoekers van Rotterdam. Zo is het duurder worden van de horeca
een belangrijke reden om later of zelfs niet naar de horecagelegenheden te gaan. Ook is duidelijk
geworden dat gezelligheid en het onderhouden van sociale contacten steeds belangrijkere
motieven aan het worden zijn voor de horecabezoekers om uit te gaan. Uit de interviews kwam
duidelijk naar voren dat het organiseren van happy hours zou helpen bij het vervroegen van de
uitgaanstijden van de bezoekers van horecagelegenheden.
De resultaten van dit onderzoek maken dus duidelijk dat het voor Sfeerhoreca een optie zou zijn
om wekelijks happy hours te organiseren om de horecabezoekers vroeger naar de
horecagelegenheden te krijgen. Sfeerhoreca zou er goed aan doen om bij deze happy hours een
rustige sfeer te creëren en te zorgen dat de horecabezoekers goed met elkaar kunnen
communiceren. Uit het onderzoek blijkt dat de horecabezoekers veel waarde hechten aan het
onderhouden van sociale contacten en het bijpraten met vrienden in het weekend. Eén van de
belangrijke redenen dat ze steeds later komen, is dat bijpraten bijna niet mogelijk is in de
chaotische sfeer van het uitgaansleven.
Sfeerhoreca zou dus deze sfeer kunnen proberen terug te brengen in de happy hours van hun
horecagelegenheden. Dit zouden ze kunnen doen door de muziek zacht te houden, te zorgen voor
voldoende zit-/staanplaatsen (statafels) en incidenteel een bittergarnituur. Het idee zou moeten zijn
om de sfeer die de horecabezoekers ervaren tijdens het indrinken naar de horecagelegenheden
van Sfeerhoreca over te brengen. Een ontspannen sfeer waar de horecabezoekers zich op hun
gemak kunnen voelen, waar niet te veel chaos heerst en waar niet te veel prikkels zijn. Dit vergroot
de kans dat de horecabezoekers op een vroeger tijdstip naar de horecagelegenheden van
Sfeerhoreca komen en kan het personeel van Sfeerhoreca de horecabezoekers in de gaten
houden. Op deze manier hebben de horecagelegenheden meer zicht en grip op de mate waarin
bezoekers dronken worden, krijgen ze waarschijnlijk de piek qua bezoekers op een vroeger tijdstip
en zal waarschijnlijk de omzet stijgen.

38

Het organiseren van een happy hour zal waarschijnlijk niet zoveel opleveren. De
horecagelegenheden van Sfeerhoreca zouden misschien tijdens dit uur helemaal geen winst
maken maar de kans is groot dat de horecabezoekers ook na het happy hour in de
horecagelegenheid blijven. Dan maakt de horecagelegenheid wel winst en waarschijnlijk op een
vroeger tijdstip.
Aangezien het organiseren van happy hours in Rotterdam is verboden, wordt Sfeerhoreca
aangeraden in discussie te gaan met de gemeente van Rotterdam om hier eventueel verandering
in te brengen. In een aantal steden in Nederland is het organiseren van een happy hour niet
verboden en er is gebleken dat hierdoor de horecabezoekers wel eerder naar de
horecagelegenheden komen. Het advies is om als Sfeerhoreca een betoog te presenteren aan de
gemeente Rotterdam om het verbod op happy hours in te trekken. Als dit lukt, is er volgens dit
onderzoek een grote kans dat de horecabezoekers weer eerder naar de horecagelegenheden van
Sfeerhoreca zullen komen.


39

8. Reflectie
In dit hoofdstuk wordt er gereflecteerd op het onderzoek. Er wordt gekeken naar de gekozen
onderzoeksmethodes en de onderzoeksresultaten.
De eerste onderzoeksmethode waarvan gebruik is gemaakt tijdens dit onderzoek is desk-research.
Deze onderzoekmethode is zeer nuttig en succesvol gebleken. Over het onderwerp van dit
onderzoek was voldoende informatie te vinden en diende als basis van dit onderzoek. Aan de hand
van de resultaten in het theoretisch kader kon verder gezocht worden naar antwoorden op de
deelvragen en was het mogelijk een topiclijst te maken voor de interviews die de ontbrekende
informatie wist aan te vullen.
De tweede onderzoeksmethode die gebruikt werd voor dit onderzoek is het afnemen van
interviews. Interviews houden, bleek de juiste keuze te zijn om de ontbrekende informatie voor dit
onderzoek alsnog te verkrijgen. De interviews liepen soepel, de participanten werkten goed mee
en wisten veel informatie te geven over het onderwerp. Achteraf bleken sommige topics uit de
topiclijst overbodig en hadden deze topics niet in de interviews naar voren hoeven komen.
Hierdoor was de mogelijkheid misschien ontstaan om meer informatie te verkrijgen over de topics
die wel relevant bleken te zijn.
Er is gekozen om een kwalitatief onderzoek te doen in plaats van een kwantitatief onderzoek.
Als er gekozen was voor kwantitatief onderzoek waren de verkregen antwoorden veel
oppervlakkiger geweest dan de resultaten die zijn verkregen door middel van de interviews. De
diepgang die verkregen werd door middel van interviews was voor dit onderzoek essentieel.
De verwachting van de resultaten was dat het later worden van de uitgaanstijden vooral kwam
door de financiën van de horecabezoekers en het feit dat indrinken een gewoonte is geworden
voor de horecabezoekers van nu. Deze verwachting is deels uitgekomen, maar het blijkt dat
financiën niet de enige reden is voor het indrinken van de horecabezoekers en het later worden
van de uitgaanstijden. Ook de waarde die de horecabezoekers tegenwoordig hechten aan het
samenzijn met vrienden en het onderhouden van sociale contacten speelt een grote rol in het feit
dat de horecabezoekers meer indrinken voordat ze naar de horecagelegenheden gaan en dus op
een later tijdstip aankomen. 


40

Referentielijst


41

Referentielijst
Baarda, B. (2013). Basisboek Kwalitatief onderzoek. Groningen: Noordhof Uitgevers.
BNR. (2013). Btw-verhoging tast omzet en volume horeca aan. Verkregen op 6 januari, 2014 van
http://www.bnr.nl/nieuws/209279-1302/btw-verhoging-tast-omzet-en-volume-horeca-aan
Brug, J.,van Assema, P. & Lechner, L. (2007). Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering.
Assen: Koninklijke Van Gorcum BV. pp: 92-93
CBS. (2010). Biertje bijna 7 cent per jaar duurder. Verkregen op 4 januari, 2014 van http://
www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/prijzen/publicaties/artikelen/archief/2010/2010-0226-tk-16.htm
CBS. (2014). Monitor horeca tweede kwartaal 2014. Verkregen op 10 september, 2014 van http://
www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/handel-horeca/publicaties/monitor-handel-horeca/monitorhoreca/archief/2014/2014-k2-ho-km.htm
Centrum voor onderzoek en statistiek. (2010). Quickscan Clubcircuit Rotterdam. Verkregen op 08
maart, 2014 van http://www.rotterdam.nl/COS/publicaties/Vanaf%202005/10-3327.Quickscan
%20Clubcircuit%20Rotterdam.pdf
ChristenUnie. (2011). Lokaal debat Katwijks alchoholbeleid. Verkregen op 22 december, 2014 van
http://www.christenuniekatwijk.nl/2011/09/lokaal-debat-drank-en-horecawet/
Dichtbij. (2009). Schagen gaat vroeg op stap. Verkregen op 22 december, 2014 van http://
www.dichtbij.nl/amsterdam-centrum/regionaal-nieuws/artikel/144774/schagen-gaat-vroeg-opstap.aspx
Newton, A., Sarker, S.J., Pahal, G.S., van den Bergh, E. & Young, C. (2007). Impact of the new UK
licensing law on emergency hospital attendances: a cohort study. Emergency Medicine
Journal. Verkregen op 09 september, 2014 van http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/
PMC2660070/#__ffn_sectitle
Gemeente Rotterdam. (2012). Horecanota Rotterdam. Verkregen op 10 september, 2014 van
http://www.rotterdam.nl/Directie%20Veilig/Bestanden/Horecanota03082012.pdf
Graham, K., Purcell, J. & Wells, S. (2008). Policy implications of the widespread practice of ‚predrinking’ or ‚pre-gaming’ before going to public drinking astablishments—are current
prevention strategies backfiring? Verkregen op 4 november, 2014 van http://
onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/j.1360-0443.2008.02393.x/pdf
Hak, T. (2007). Theorie toetsen in kwalitatief onderzoek. KWALON (12) 3, . Verkregen op 5
november, 2014 van http://www.boomlemmatijdschriften.nl/tijdschrift/KWALON/2007/3/
KWALON_2007_012_003_002
Kaap van der, G. (2008). Toegepast communicatie onderzoek, eerste druk. Amsterdam: uitgeverij
Boom. pp:169-170
Kenniscentrumhoreca. (2013) Crisis blijft aanwezig in de horeca. Verkregen op 4 januari, 2014 van
http://www.kenniscentrumhoreca.nl/nieuws/crisis-blijft-aanwezig-in-de-horeca
Koninklijke Horeca Nederland. (2014). Verwachting 2014: omzet horeca stabiel. Verkregen op 09
september, 2014 van http://www.khn.nl/nieuwsberichten/2014/jan/verwachting-2014-omzethoreca-stabiel

42

Laat ze niet (ver)zuipen. (2010). Indrinken in Zeeland. Verkregen op 08 september, 2014 van
http://www.laatzenietverzuipen.nl/kp_userfiles/file/uploads/
publieksversie_onderzoek_indrinken_in_zeelandx_49.pdf
Malnick, E. (2014). Young people ‚pre-drink’ out of fear of nightclubs. Verkregen op 2 november,
2014 van http://www.telegraph.co.uk/education/universityeducation/student-life/10860479/
Young-people-pre-drink-out-of-fear-of-nightclubs.html
Nbtc-nipo research. (2013). ContinuVrijeTijdsonderzoek (CVTO) 2012-2013. Verkregen op 6
september, 2014 van http://www.nbtcniporesearch.nl/nl/home/producten-en-diensten/cvto.htm
Nibud. (2014). De crisis voorbij?: Onderzoek naar de invloed van de beleving van de crisis op de
uitgaven van Nederlanders. Verkregen op 16 december, 2014 van http://www.nibud.nl/
fileadmin/user_upload/Documenten/PDF/onderzoeken/2014/peiling_de_crisis_voorbij_def.pdf
Passie voor Horeca. (2014). Trends en innovaties. Verkregen op 10 september, 2014 van
http://passie.horeca.nl/content/18648/Trends_en_innovaties.html
Rabobank. (2014). Horeca en Recreatie. Verkregen op 11-02-2014 van http://www.rabobank.nl/
bedrijven/kennis/cijfers_en_trends/horeca_en_recreatie/
Rabobank. (2014). Kansen en bedreigingen. Verkregen op 10 september, 2014 van
https://www.rabobankcijfersentrends.nl/index.cfm?
action=branche&branche=Cafes_en_discotheken&p=5
Sfeerhoreca. (z.d.). Sfeerhoreca. Verkregen op 17 december, 2014 van http://www.sfeerhoreca.nl/
wp-signup.php?new=sfeerhoreca.nl
STAP. (2008). Vroeg stappen wapen tegen indrinken. Verkregen op 08 september, 2014 van http://
www.stap.nl/nl/nieuws/persberichten.html/3490/750/vroeg-stappen-wapen-tegen-indrinken
Synovate. (2008). Rapport: Onderzoek effecten rookvrije horeca. Verkregen op 16 december, 2014
van http://www.kenniscentrumhoreca.nl/upload/313-effecten-rookvrije-horeca-2008bhenc.pdf
SvH. (z.d.). Trends en innovaties. Verkregen op 5 januari, 2015 van http://passie.horeca.nl/content/
18648/Trends_en_innovaties.html
Telegraph. (2012). How ‚pre-drinking’ can be a false economy. Verkregen op 4 november, 2014 van
http://www.telegraph.co.uk/education/universityeducation/student-life/9672325/How-predrinking-can-be-a-false-economy.html
Trimbos-instituut. (2013) Het grote uitgaansonderzoek 2013. Verkregen op 14 februari, 2014 van
http://www.trimbos.nl/~/media/Nieuws%20en%20Persberichten/AF1254%20Het%20Grote
%20Uitgaansonderzoek%202013%20digitaal.ashx
Trimbos-instituut. (2013). Wat is indrinken?. Verkregen op 08 september, 2014 van
http://www.alcoholinfo.nl/publiek/veelgesteldevragen/resultaten/antwoord/?vraag=553
Trouw. (2014). Openingstijden nachthoreca Amsterdam verruimd. Verkregen op 5 januari, 2014
van http://www.trouw.nl/tr/nl/4492/Nederland/article/detail/3803866/2014/12/04/
Openingstijden-nachthoreca-Amsterdam-verruimd.dhtml
Vroep op Stap. (2009). Vroeg op Stap. Verkregen op 19 december, 2014 van http://
www.vroegopstap.nl/nieuws.php?action=fullnews&id=107

43

Z24. (2014). Minder faillissementen, maar niet in de horeca. Verkregen op 8 september, 2014 van
http://www.z24.nl/ondernemen/minder-faillissementen-maar-niet-de-horeca

44

Bijlagen

45

Bijlage 1 Topiclijst
Deelvraag 1.
1. Leeftijd
2. Studie/werk
3. Woonplaats/-situatie
4. Activiteiten in het weekend
5. Frequentie horecabezoek
6. Soort horecagelegenheid
7. Uitgaanstijden
8. Activiteiten voor het uitgaan
9. Indrinken
10. Beredenering steeds later uit gaan
11. Hoe kom je eerder naar de horeca?
12. Happy hour
13. Redenen voor uitgaan
14. Vroeger beginnen, vroeger eindigen
Deelvraag 2.
1. Leeftijd
2. Studie/werk
3. Woonplaats/-situatie
4. Frequentie horecabezoek
5. Uitgaanstijden
6. Redenen voor uitgaan
7. Indrinken
8. Verandering uitgaanspatroon

46

Bijlage 2 Afgenomen Interviews
De afgenomen interviews van deelvraag 2 en 3 worden hieronder uitgeschreven in een transcript.
Hierbij wordt ‘i’ gebruikt als de afkorting voor de interviewer en ‘g’ als de afkorting voor de
geïnterviewde.
Bijlage 2.1 Interviews participanten 20 - 24 jaar
2.1.1 Transcript interview 1 Nadine Rowaan
*Start transcriptie
i: Goedemiddag, bedankt dat je mee wilt doen aan dit interview.
g: Geen probleem, ik ben benieuwd.
i: Laten we maar gewoon beginnen dan. Zou je allereerst je even willen voorstellen?
g: Oké, ik ben Nadine Rowaan, student, net 24 jaar en woon bij mijn ouders in Rotterdam.
i: Dank je wel, ik heb net verteld over het doel van dit interview en van het onderzoek. Dat is
allemaal duidelijk toch?
g: Jazeker, ik zit er helemaal klaar voor.
i: Mooi, zou je wat willen vertellen over je activiteiten in het weekend?
g: Ja, in het weekend ben ik overdag vooral te vinden op het voetbalveld en ’s avonds eigenlijk
altijd in de kroeg in het dorp of in de stad.
i: Oké leuk! En hoe vaak ga je ongeveer per maand echt naar de stad om uit te gaan?
g: Oh ik denk zo’n vier keer per maand, eigenlijk elke week wel een keer.
i: En welke dag heeft dan je voorkeur?
g: Meestal op donderdag maar ook regelmatig op zaterdagavond.
i: Donderdag is een echte studentenavond in de stad hè?
g: Ja, donderdag is veruit de leukste avond om uit te gaan in de stad. Zaterdag is het vaak veel
drukker en dan is het naar mijn mening altijd al een stuk minder leuk.
i: Dus een volle horecagelegenheid heeft niet jouw voorkeur? Je bent liever ergens waar het wat
rustiger is?
g: Ja, nou ja ik vind het voor de begin van een avond altijd gezelliger om in een wat minder drukke
zaak te zitten dan gelijk al in een volle tent beginnen. Daarom ga ik vaak voordat ik naar een
discotheek of iets dergelijks ga meestal eerst even de kroeg in met de mensen waarmee ik uitga.
i: Is dat om er een beetje in te komen voordat je de drukte van de discotheek ingaat?
g: Ja, ik vind het fijn om het een beetje op te bouwen, dus meestal doen we eerst een biertje bij
iemand thuis, dan in de kroeg en als laatste gaan we naar een discotheek of in ieder geval een
grotere tent waar het drukker is en je lekker kan dansen.
i: Kan je ongeveer vertellen welke tijden daaraan gebonden zijn? Hoe laat ga je thuis weg, en kom
je weer thuis?
g: Even kijken hoor, meestal begonnen we om een uur of 11 richting de stad en dan was ik om 5
uur ongeveer thuis. Maar dat wilde ook wel eens later worden hoor als het echt heel gezellig was.

47

i: Dus de kroegen gingen dus nog niet dicht om 5 uur?
g: Nee, ik kom net uit Groningen waar ik anderhalf jaar heb gestudeerd en daar gaan de tenten
pas om 7 of 8 uur ’s ochtends dicht.
i: Dan bleef je dus niet tot het einde? Was het om 5 uur gewoon genoeg geweest of had je nog wel
langer kunnen blijven?
g: Ja, meestal wilde de rest van mijn vrienden rond 5 uur wel naar huis, maar ik zou nog wel even
door kunnen gaan hoor.
i: Maar 11 uur weg gaan is natuurlijk best laat, denk je dat als je vroeger naar de
uitgaansgelegenheden zou gaan dat je dan ook eerder een punt bereikt waarop het mooi is
geweest of zou je dan nog tot 5 uur of later blijven?
g:Ja, klopt, ik denk dat ik dan wel eerder thuis zou zijn. Ik denk dat 6 uur uitgaan wel gewoon
genoeg is. Natuurlijk heb je altijd wel avonden dat het zo gezellig is dat je het langer volhoudt maar
over het algemeen is 6 uur wel meer dan genoeg denk ik zo.
i: En voordat je naar de discotheek ging, bezocht je eerst een kroeg? Hoe laat sprak je daar dan
gemiddeld af?
g: Ja, daar spreken we meestal rond een uur of 8 half 9 af. Doen we daar een paar drankjes en
dan op weg naar de stad. Maar het gebeurt ook regelmatig dat we de kroeg overslaan en eerst bij
elkaar een drankje drinken voordat we de stad in gaan.
i: Dus voor het uitgaan eerst gewoon thuis wat drankjes doen? Waarom gingen jullie dan niet gelijk
de stad in?
g: Ja, toch voor de gezelligheid, eerst even rustig een beetje bijpraten en sociale contacten
onderhouden voordat we de drukte opzoeken van een discotheek. Je hebt dan wat meer de kans
om wat met elkaar te babbelen en te praten want dat doe je toch minder als je met elkaar gaat
stappen. Plus dat het een stuk goedkoper is om eerst thuis lekker wat te drinken dan gelijk in de
stad beginnen. Want in de stad kost het gewoon veel meer geld dan dat je eerst even thuis wat
drinkt met iedereen.
i: Als je kijkt naar de generatie van je ouders, die kende dat niet. Die gingen altijd direct door naar
de stad zonder eerst thuis wat met elkaar te drinken. Heb je wel eens nagedacht over hoe dit zou
kunnen komen?
g: Ja, dat heb ik inderdaad gehoord van mijn ouders. Ik denk dat het door de prijzen komt. Vroeger
was een drankje in de stad ook veel goedkoper dus dan kon je gewoon makkelijk al je drankjes
daar kopen en nu is alles zo duur geworden dat heel veel jongeren het er gewoon niet meer voor
over hebben. Dus nu denken ze laten we eerst maar wat gaan drinken bij iemand thuis dat we het
gewoon in de supermarkt kopen want daar is het een stuk goedkoper en dan daarna pas naar de
stad. Maar dan duurt het natuurlijk ook langer, het is daar dan weer gezelliger dan verwacht en
voordat je het doorhebt, moet je rennen voor de laatste metro om de stad nog in te kunnen gaan.
En misschien ook omdat de kroegen en discotheken vroeger om 2 uur dicht gingen dat ze eerder
gingen omdat het anders helemaal geen zin meer had om te gaan. Nu is alles veel later open dus
kan je makkelijk wat later naar de stad gaan.
i: Denk je dat het een oplossing is om alle horeca weer om 2 of 3 uur dicht te laten gaan? Zou je
dan eerder komen of alleen maar voor kortere tijd in de discotheek of kroeg zijn?

48

g: Hm, dat vind ik lastig. Eerlijk gezegd denk ik dat ik dan een kortere tijd in de kroeg of discotheek
zou zijn.
i: Kan je misschien uitleggen waarom?
g: Omdat het daarvoor bij iemand thuis drinken ook heel gezellig is en ik dat niet wil missen. En om
nou nog eerder daarmee te beginnen, is ook niet echt een optie. Je moet toch even eten en
douchen en dat soort dingen. Dus ik denk niet dat dat een oplossing zou zijn.
i: Oké. En stel nou dat de horeca je op een vroeger tijdstip naar de horecagelegenheden wil
krijgen, wat zouden ze daar dan voor moeten doen?
g: Hm, ik denk dat het veel zou schelen als ze de prijzen zouden verlagen. Ik denk dat ik dan wel
eerder naar de stad zou gaan.
i: De prijzen verlagen, maar zou je dan geen behoefte meer hebben om eerst nog wat bij iemand
thuis te drinken voor de gezelligheid?
g: Nou misschien af en toe maar ik denk dat als de prijzen verlaagd worden dat je dan snel denkt:
‘Of we nou thuis nog wat drinken of gelijk naar de stad gaan dat maakt dan ook niet uit.” Ik merk
ook heel vaak dat als er in een kroeg of discotheek happy hour hebben rond 9 of 10 uur dat het
dan al veel drukker is. Ik ga dan bijvoorbeeld ook gelijk naar de stad in plaats van eerst met z’n
allen thuis nog wat drinken.
i: Ja, dat was inderdaad mijn volgende punt, happy hour is in veel gemeentes en steden afgeschaft
omdat mensen dan te snel dronken zouden worden. Maar nu iedereen thuis eerst wat gaat
drinken, komen ze misschien nog wel meer dronken aan in de horecagelegenheden en hebben ze
daar geen controle meer over. Denk je dat het zou helpen als ze dat weer zouden instellen?
g: Ja, ik denk het wel. In Groningen zijn ze niet verboden en wordt het nog bijna elk weekend
gehouden en je ziet gewoon dat er veel meer mensen op af komen dan wanneer het niet is. Ook
denk ik dat het voor de horeca fijner zou zijn dan wanneer mensen al dronken aankomen. Met
happy hour komt iedereen meestal nuchter naar de zaak toe en heeft het personeel nog enigszins
controle over hoe dronken mensen worden. Dit is natuurlijk niet het geval als iedereen eerst thuis
gaat drinken en daarna pas naar de kroeg of discotheek komen.
i: Nee, ik denk dat je daar gelijk in hebt. Zou je als laatste nog wat willen vertellen over je redenen
voor uitgaan?
g: Waarom ik uitga? Voor de gezelligheid, om m’n sociale contacten te onderhouden en om ook
gewoon dingen mee te maken, ik bedoel als je de hele tijd thuis zit, maak je ook zo weinig mee.
Soms, zeker niet altijd ook omdat ik gewoon weer eens zin heb om te dansen.
i: Oké, dat lijkt me duidelijk. Dat was alles wat ik wilde weten.
g: Dat is fijn, ik hoop dat je er wat aan hebt.
i: Zeker, het waren interessante punten waarmee je kwam.
g: Gelukkig.
i: Bedankt dat je de tijd wilde nemen dit interview met mij af te nemen.
g: Graag gedaan ik vond het wel leuk om een keer te doen.
*Einde transcriptie

49

2.1.2 Transcript interview 2 Renée Schrauwen
*Start transcriptie
i: Goedemorgen, alles goed?
g: Ja hoor.
i: Zou je jezelf even kort kunnen voorstellen?
g: Natuurlijk. Ik ben Renée Schrauwen, 21 jaar, studeer psychologie aan de Erasmus Universiteit
in Rotterdam en werk bij de Albert Heijn en begeleid een autistisch kind en ik woon in Rotterdam.
i: Toe maar, goed bezig dus. Ik heb je zojuist uitgelegd waar het onderzoek over gaat en hoe dit
interview zal gaan, dat was allemaal duidelijk toch?
g: Jazeker, brand maar los!
i: Oké, dan gaan we gelijk beginnen. Wat zijn je activiteiten in het weekend?
g: In het weekend ben ik veel aan het werk en ’s avonds veel bij vrienden te vinden of in de stad.
i: Hoe vaak ga je gemiddeld de stad in om te stappen?
g: Ik denk iets minder dan een keer per week, zeg 3 keer per maand.
i: Als je dan de stad in gaat naar wat voor soort horecagelegenheid ga je dan meestal?
g: Vaak naar een bruine kroeg of naar een danscafé/discotheek. Soms ook naar een groot feest
wat georganiseerd wordt eens per maand of iets dergelijks.
i: En zou je kunnen zeggen welke tijden er bij jou aan stappen zit, hoe laat ga je naar de stad, hoe
laat kom je terug?
g: Dat ligt er aan als ik naar de plaatselijke kroeg ga, gaan we meestal pas 12 uur half 1, maar als
we echt naar het danscafé/discotheek gaan meestal wat eerder omdat we de laatste metro dan
niet willen missen. Dus dat is dan rond kwart voor 12 of zo.
i: Oké, dat is best laat. Wat doe je voor die tijd dan?
g: Meestal met vrienden thuis een feestje bouwen, of thuis al iets drinken en kletsen. Ligt er ook
een beetje aan met wie, maar gewoon gezellig.
i: Indrinken dus, en waarom doe je dat is dat voor de gezelligheid, om dronken te worden, omdat
het goedkoper is of is er misschien een andere reden?
g: Nee, echt voor de gezelligheid.
i: En die gezelligheid kan je niet al in de kroeg hebben?
g: Nou weet je wat het is, als je thuis zit, heb je minder indrukken en dan kan je makkelijker met
elkaar bijkletsen.
i: Ben je dan meestal al dronken voordat je de stad ingaat of valt dat mee?
g: Dat ligt er heel erg aan met wie ik ben en in wat voor een stemming ik ben en hoe gezellig het is
bij diegene thuis.
i: Oké, dus het is niet zo dat je het idee hebt dat je eerst een paar biertjes moet drinken zodat je je
meer op je gemak voelt als je naar de stad gaat?
g: Nee, daar zou ik ook gewoon nuchter naartoe kunnen gaan, dus daar doe ik het niet voor. Het is
echt gewoon voor de gezelligheid.

50

i: Waarom denk je dat de jongeren nu aan het indrinken zijn? De generatie voor hun deed dat
helemaal niet, die kende het woord zelfs nog niet.
g: Hm, ik denk dat het komt omdat als je eerder naar de club gaat er nog niemand is. Als ik met
vrienden thuis zit, willen we best eerder naar de stad maar als er nog niemand is, is er ook niks
aan. Daarom gaan we denk ik altijd zo laat, omdat het dan pas druk wordt.
i: Oké, dus dat het nog te rustig is. Wat zou een café of danscafé moeten doen om je toch eerder
naar de stad te krijgen?
g: Ja, weet ik eigenlijk niet, het zou sowieso drukker moeten zijn. Ik weet dat als de plaatselijke
kroeg wel vaak acties doet dat als je voor twaalf uur binnen bent je 2 consumpties krijgt en dan
merk je wel dat het gewoon een stuk drukker is op een vroeger tijdstip.
i: Dus dan zouden ze weer een soort happy hour in moeten stellen?
g: Ja, dat werkt echt goed. Een paar jaar geleden stond ik elke vrijdagmiddag om 4 uur in de kroeg
omdat er happy hour was. Dat duurde van 4 tot 8 uur dus was best een lang happy hour maar het
werkte wel echt goed want het was om 4 uur gewoon al druk in die zaak. Wel was het zo dat om 8
uur iedereen ook weer weg ging dus gingen wij ook maar weer weg. En dan gingen we bij iemand
thuis nog even een beetje opknappen en dan rond 10 uur weer naar de discotheek. Maar soms
was ik ook iets te dronken en ging ik ook gewoon rond half 9 naar bed.
i: Oké, en tot hoe laat bleef je dan in de stad?
g: Nou dan werd het nooit zo laat meer natuurlijk meestal hadden we het rond een uur of 2 wel
gezien en gingen we naar huis.
i: Zou je het prettig vinden als de tijden vervroegd zouden worden? Dat het op een vroeger tijdstip
druk is en op een vroeger tijdstip ook weer is afgelopen?
g: Ja, ik zou dat wel heel fijn vinden, ook niet te vroeg want veel mensen moeten net als ik soms
werken op zaterdagavond tot een uur of 9 en dan is het niet leuk als alles al begonnen is en
iedereen al laveloos in de discotheek staat als ik aankom. Maar zou het best prettig vinden als het
rond 10 uur zou beginnen en om een uur of 3 afgelopen zou zijn. Ik denk ook dat ik me de
volgende dag een stuk beter zou voelen als ik gewoon een lekker nachtje zou kunnen maken.
i: Oké, heb je enig idee waarom de jeugd van nu zoveel waarde hecht aan alcohol en dronken
worden? Dat is tegenwoordig echt veel meer dan dat het vroeger was.
g: Ik denk omdat het nu wordt gezien als iets wat je eerst niet mag en nu wel. Ik mocht zeg maar
tot m’n 16e niet drinken, en toen ik 16 werd, heb ik ook een feestje gegeven en toen stond er
ineens wel bier terwijl er op andere feestjes nog helemaal geen alcohol stond. En dan voel je je
ineens een soort volwassen ofzo omdat je ineens mag drinken. Terwijl als je het altijd al mocht
maar met mate dat het dan anders is dan minder de nadruk ligt op ik mag alcohol dus nu moet ik
het er van nemen.
i: Ja, daar zou je wel gelijk in kunnen hebben. Zou je misschien wat kunnen vertellen over je
motieven om uit te gaan?
g: Omdat ik dan even niet met serieuze dingen bezig hoef te zijn, om lol te maken met mijn
vrienden. Gewoon om er even tussenuit te kunnen. En omdat ik van dansen houd, dat is ook wel
een belangrijke reden.
i: Dat waren al mijn puntjes. Bedankt voor het meewerken met dit interview!

51

g: Was dit het? Graag gedaan hoor.
i: Ja, ik heb alle puntjes besproken die ik wilde bespreken dus het zit er alweer op.
g: Nou dat is mooi.
*Einde transcriptie
2.1.3 Transcript interview 3 Stefan van der Klift
*Start transcriptie
i: Goedemorgen, hoe gaat het?
g: Goed hoor.
i: Mooi, zou je jezelf even kort kunnen voorstellen?
g: Ja hoor, ik ben Stefan van der Klift, 21 jaar, studeer en woon in Rotterdam.
i: Dank je wel, het doel van het onderzoek en dit interview zijn duidelijk voor je toch?
g: Jazeker, kom maar op.
i: Oké, dan gaan we gelijk beginnen. Wat zijn je activiteiten in het weekend?
g: Hm, vrijdag blijf ik de laatste tijd vaak thuis, alleen nu ga ik toch weer vaak de kroeg in, en
zaterdag is het vooral veel stappen naar de stad, feestje hier feestje daar eigenlijk.
i: En overdag? Heb je dan nog vaste activiteiten?
g: Zaterdag middag heb ik eigenlijk altijd m’n voetbal, vrijdag ben ik aan het werk en altijd even
sporten en zondag is meestal gewoon een chill dag. Lekker relaxen en beetje bijkomen.
i: Hoe vaak ga je ongeveer naar de stad? Per week of per maand?
g: Naar de stad per maand. Nou de afgelopen tijd is dat denk ik toch wel zo’n twee keer per
maand. Ja zoiets, naar de stad is dat dan, echt uitgaan.
i: En hoe laat ga je daar dan naartoe?
g: Rond een uur of twaalf, half twaalf denk ik.
i: En hoe laat kom je dan terug?
g: Om 5/6 uur, dat is een beetje het normale. Het loopt wel eens uit de hand naar 7/8 uur maar dat
zijn wel echt de uitzonderingen.
i: Zo, dat is best laat. En zou je kunnen vertellen wat je voor die tijd doet? Voordat je naar de stad
gaat?
g: Bij iemand indrinken meestal.
i: En waarom dan? Waarom ga je niet gelijk naar de stad of eerst naar de kroeg?
g: Ten eerste is het heel duur om nuchter de stad in te gaan, als je een beetje wilt gaan feesten.
Het is meestal nog vrij rustig voor een bepaalde tijd, voor 11/12 uur dus dan is het nog niet echt de
moeite waard om naar de stad te gaan? Het begint gewoon laat.
i: Vooral de kosten dan?
g: Ja, vooral de kosten dat denk ik wel.
i: Waarom denk je dat het is dat de jongeren nu zo indrinken terwijl de generatie hiervoor dat
helemaal niet deed?

52

g: Ik denk toch de kosten. Het was toen een stuk voordeliger. Er is duidelijk een soort omslag
geweest in het denken en doen van jongeren. Mij lijkt het persoonlijk veel beter om gelijk naar de
stad te gaan en op een vroeger tijdstip terug te komen omdat je de volgende dag jezelf veel beter
voelt en nog wat kan doen. Dit is eigenlijk, je hoort me er niet over klagen hoor, maar in dat opzicht
is dat late stappen gewoon ruk natuurlijk.
i: Want op zondag ben je meestal niks meer waard na een avondje stappen dan?
g: Nee, precies is eigenlijk gewoon zonde van je dag eigenlijk. Maar ja, er is gewoon nog niks te
doen rond een uur of 9 in de stad dus is het niet leuk om dan al te gaan.
i: Nee dat is zo. Stel nou dat de horeca je wel op een vroeger tijdstip naar de horecagelegenheden
zou willen hebben, wat zouden ze daar dan voor moeten doen?
g: Als ze dat zelf zouden willen doen, ja dan zou je denk ik toch moeten komen met dingen als
vroege ‘happy hours’. Maar hoe laat je een hele generatie jongeren een omslag maken van we
komen om 12 uur naar we komen om 8 uur. Dat lijkt me best lastig. Ik denk wel dat daar aardig wat
tijd in gaat zitten.
i: Ja, dat kan best lastig worden.
g: Ja, dan zouden ze wel hele veranderingen moeten maken. Ze zullen, denk ik afspraken met
elkaar moeten maken over inderdaad dingen als ‘happy hours’ of iets dergelijks. Ik denk dat je
daar wel een aardig eindje mee kan komen.
i: Maar je zou het wel prettig vinden om eerder de stad in te gaan en vroeger terug te komen?
g: Ja, zeker. Daar is echt geen twijfel over mogelijk.
i: Oké, lijkt me een duidelijk verhaal. Zou je wat kunnen vertellen over waarom je uitgaat?
g: Lekker met m’n vrienden weg, gewoon lekker feesten, je gedachten verzetten en even wat
anders doen. Gewoon even alleen maar gezelligheid en niks anders.
i: Oké, niet om nieuwe mensen te ontmoeten of om nieuwe koppen om je heen te hebben?
g: Nee, dat valt wel mee, ik ga meestal met dezelfde mensen stappen en daar heb ik het altijd
onwijs mee naar m’n zin dus heb ik niet echt behoefte aan nieuwe gezichten ofzo. Tuurlijk raak ik
wel eens aan de praat met iemand, ik heb dat op een één of andere manier gewoon maar dat is
niet een belangrijke reden om de stad in te gaan voor mij.
i: Lijkt me duidelijk. Dat was het, bedankt voor je tijd en interesse!
g: Geen probleem.
* Einde transcriptie

53

Bijlage 2.2 Interviews participanten 45 - 55 jaar
2.2.1 Transcript interview 4 Wil Schrauwen
*Start transcriptie
i: Goedemorgen, hoe gaat het?
g: Prima. lekker vrij dagje dus dat is altijd goed.
i: Zou je jezelf even kunnen kort kunnen voorstellen?
g: Natuurlijk, ik ben Wil Schrauwen, 49 jaar en kom uit Breda.
i: Bedankt, zoals je weet gaat dit interview over het uitgaansgedrag toen je tussen de 20 en 24 jaar
was. Is dat duidelijk?
g: Ja dat snap ik, hopelijk kan ik het me nog herinneren zo lang geleden.
i: Dat zal wel goed komen toch? Laten we maar beginnen, ik heb gewoon wat vraagjes en dan zal
er vanzelf een gesprekje ontstaan.
g: Helemaal goed, ik ben benieuwd.
i: Hoe vaak ging je tussen de 20 en 24 naar een horecagelegenheid?
g: Tussen de 20 en de 24?
i: Ja
g: Eén keer per week denk ik, op die leeftijd een keer in de week denk ik ja.
i: Eén keer in de week, Oké. En wat waren dan de tijden dat je ging stappen?
g: Toen een uur of negen denk ik, tot een twee uur denk ik. Twee uur ging alles dicht.
i: Ja dat is natuurlijk nu ook heel anders, maar stel nou dat het tot zes uur open was geweest? Of
was het om twee uur ook wel gewoon klaar?
g: Nee dan was ik misschien wel langer gebleven. Want toen ik jonger was, was er een café dat
was tot 4 uur open en daar gingen we als alles dicht ging, gingen we met een stel nog daar
naartoe. Maar dat was met 25 jaar wel afgelopen, toen zat ik al onder de plak.
i: Maar als het later kon dan, dan zou je wel langer zijn gebleven.
g: Ja, als het gezellig was wel ja.
i: Maar het was niet zo dat het om 2 uur al genoeg was?
g: Nee
i: Dus dan zou het later worden van het uitgaan kunnen liggen aan het verlaten van de
uitgaanstijden?
g: Ja, ik denk dat dat verschoven is omdat iedereen later gaat stappen, anders lopen ze natuurlijk
een heleboel omzet mis.
i: Ja? Denk je dat het zo gegaan is of zou het andersom zijn, zijn de tijden versoepeld en dus gaat
iedereen later weg en komt later terug?
g: Nee ik denk het eerste, want waarom zou je je tijden gaan versoepelen als er geen behoefte is
aan later uitgaan?
i: Oké duidelijk. En redenen voor uitgaan? Waarom ging je naar een uitgaansgelegenheid?
g: Gezelligheid.

54

i: Voor de gezelligheid? Niet persé omdat je dacht:’zo vanavond ga ik even helemaal uit m’n
stekker?’
g: Nee, want dat kan thuis ook met een bak bier op de bank.
i: Dat is waar, dus gezelligheid was de nummer één reden? Was misschien ook het ontmoeten van
nieuwe mensen een reden of echt alleen met de vaste groep vrienden het gezellig hebben?
g: In eerste instantie was het altijd gewoon om het met mijn vriendengroep naar onze zin te
hebben, maar natuurlijk keek je altijd om je heen om te kijken of er misschien wat leuks voorbij
liep.
i: Was het gebruikelijk om in te drinken voordat je naar de kroeg of discotheek ging?
g: Nee, in de kroeg kwam het eerste biertje pas. We haalden elkaar wel thuis op maar gingen dan
direct door naar de kroeg of discotheek en begonnen daar pas met drinken. Indrinken hadden we
nog nooit van gehoord. Natuurlijk dronk je van te voren wel eens een biertje op de voetbal maar
dat was niet om dronken de stad in te gaan. In tegendeel zelfs, het was voor ons een soort
vanzelfsprekend nuchter de stad in te gaan omdat er vaak nog gereden moest worden.
i: Oké, dus van indrinken was geen sprake. Er wordt namelijk ook gezegd dat het indrinken wordt
gedaan om eerst in een besloten gezelschap een beetje bij te praten voordat de hectiek van een
discotheek of kroeg wordt opgezocht. Maar dat was vroeger ook niet het geval?
g: Nee, wij gingen gewoon rond 9 uur naar de kroeg en daar praten we de eerste helft van de
avond een beetje bij en daarna gingen we dansen. Ik heb ook het idee dat de jeugd tegenwoordig
veel meer drinkt dan dat wij vroeger deden. Bij ons was het zelden dat we dronken de disco of
kroeg uitgingen. Wij dronken een paar biertjes en dan was het goed. Tegenwoordig zitten ze
allemaal aan de shotjes en mixjes en daar word je allemaal veel sneller dronken van.
i: Heb je enig idee hoe het komt dat dit zo is veranderd? Dat de jeugd tegenwoordig misschien veel
meer drinkt en veel later uit gaat?
g: Zoveel later komt door het thuis indrinken denk ik, en dat heeft voor een groot deel ook met
financiën te maken. Met de kosten, als je met iemand indrinkt, kan je gewoon een bak bier in het
midden zitten en je pakt allemaal een pilsje of wat anders en dan de kroeg in, dan ga je wel door
maar dan geef je daar niet zoveel uit. Ik denk dat omdat de prijzen zoveel hoger zijn geworden de
jongeren het er niet meer voor over hebben en dat ze liever thuis lekker indrinken en dan in de
kroeg nog een paar biertjes meepakken.
i: Maar je zei net dat in jouw tijd het dronken zijn/worden helemaal niet belangrijk was, waarom
denk je dat dat is veranderd?
g: Dat zou ik niet zo snel kunnen zeggen, ik weet eigenlijk niet waarom dat zo veranderd is.
Misschien heeft het iets te maken met de minimumleeftijd voor alcohol. In mijn tijd had je die
helemaal niet en was het ook niet bijzonder als je mocht drinken. Het hoorde er gewoon bij. Nu is
het echt een soort van happening wanneer je eindelijk mag drinken op je achttiende en wordt er
bijna van je verwacht dat je dan ook dronken wordt. Misschien ligt er wel een grotere sociale druk
op dronken worden dat het stoer wordt gevonden of misschien doen heel veel mensen het wel om
erbij te kunnen horen terwijl dat in onze tijd helemaal het geval niet was. In mijn tijd werd het
enorm asociaal gevonden wanneer een meisje dronken werd. Dat kon echt niet. De meisjes vooral

55

dronken veel minder dan dat ze nu doen. Nu zie ik ze gewoon meedrinken met de gasten, dat was
in mijn tijd echt nog niet het geval.
i: Dat is wel een interessante verschuiving inderdaad.
g: Ja inderdaad, maar ik denk ook dat inmiddels het indrinken gewoon standaard is omdat als je
om half acht in de stad komt er gewoon niemand is dus dat het inmiddels zo is dat de jongeren
gaan indrinken om een soort de tijd te overlappen tot wanneer het gezellig wordt in de kroeg of
discotheek. Want ik kan me voorstellen dat je als je tot 11 uur op de bank ligt met een filmpje of
iets dergelijks je geen zin meer hebt om nog weg te gaan.
i: Nee, dat klopt het kan inmiddels inderdaad meer een tijdverdrijf zijn om de tijd te overlappen tot
het gezellig wordt in de kroeg of discotheek.
g: Ja, een soort wakker blijven en in de ‘mood’ komen of in de sfeer komen voor het uitgaan.
i: Oké, nou bedankt voor alle informatie. Ik heb zeker wat interessante informatie van je gekregen
om verder te gaan in dit onderzoek.
g: Graag gedaan, ik vond het een leuk onderwerp om even over te praten.
i: Gelukkig dat maakt het interview een stuk aangenamer. Nogmaals bedankt voor het interview.
g: Geen probleem.
*Eind transcriptie
2.2.2 Transcript interview 5 Ingrid Rijnders
*Start transcriptie
i: Goedemorgen, bedankt dat je de tijd wilt nemen om dit interview met mij te doen.
g: Geen probleem, vind het een interessant onderzoek dus ben blij dat ik er onderdeel van mag
zijn.
i: Zou je allereerst iets over jezelf kunnen vertellen?
g: Wat wil je allemaal weten?
i: Naam, leeftijd en woonplaats misschien?
g: Ik ben Ingrid Rijnders, 46 en kom uit Rijen.
i: Dank je wel. De vragen in dit interview gaan over de tijd dat je tussen de 20 en 24 was en hoe de
situatie rondom het uitgaan toen voor je was. Dat is duidelijk toch?
g: Absoluut, gaat goed komen.
i: Nou laten we maar beginnen dan, ik stel gewoon wat vragen of ik leg wat stellingen voor en dan
kan je daar gewoon op reageren.
g: Prima
i: Hoe vaak ging je tussen je 20e en 24e uit?
g: Nou, dat was toch wel snel zo’n vier keer per week.
i: Zo, dat is best vaak.

56

g: Ja, het begon altijd op donderdagavond na de koopavond in Breda en ging door tot
zondagavond. Maar op zondag bleven we nooit tot laat hoor want dan moesten we de volgende
dag gewoon weer naar school.
i: Oké, dat klinkt niet meer dan logisch. Wat waren de tijden dan dat je een kroeg of discotheek
bezocht?
g: Nou, dat verschilde dus per dag, op donderdagavond gingen we na de koopavond, dus een uur
of 10 tot 2 a 3 uur en op vrijdag en zaterdag eigenlijk ook. Alleen op zondag gingen we wat vroeger
dus ongeveer 8 uur en dan waren we 12 uur meestal thuis.
i: Oké, dat zijn best redelijke tijden dan kon je de volgende dag ook nog makkelijk het bed
uitkomen om weer naar school te gaan of om te moeten werken?
g: Ja, dat was nooit een probleem, maar daar waren we toen ook nog jong voor he!
i: Dat is waar, maar was je dan op school of op het werk ook altijd gewoon fit en kon je naar eigen
idee goed functioneren?
g: Ja, ik kon altijd gewoon voldoende slapen en werd eigenlijk nooit dronken tijdens het stappen
dus dat was absoluut geen probleem.
i: Dat is wel fijn dan. Maar kan je misschien toelichten dat je nooit dronken werd?
g: Ja hoor dat is heel simpel, daar had ik gewoon het geld niet voor. Eerst dronk ik altijd een paar
colaatjes op een avond, later werd dat twee of drie bessenjenever op een avond maar meer kon ik
niet betalen, en het hoefde ook niet. Ik ging gewoon stappen om te dansen met mijn vriendinnen
en het naar mijn zin te hebben maar ik heb nooit de behoefte gehad om daar heel veel te drinken.
i: Oké, dus het was geen doel om dronken te worden, of het was niet nodig om een beetje alcohol
te drinken om wat losser te worden in de discotheek of kroeg?
g: Nee helemaal niet, ik dronk het echt omdat ik het lekker vond maar na twee had ik er weer
genoeg en ik had het al helemaal niet nodig om ontspannen te worden of om dronken te worden.
Ik ging naar de discotheek of kroeg om te dansen met mijn vriendinnen en meer eigenlijk niet. Het
was in die tijd ook absoluut niet stoer of iets als je heel erg dronken werd, zeker niet als meisje.
Dat werd echt als asociaal beschouwd en dat wilde je natuurlijk niet. Wij hadden ook nog nooit van
comazuipen gehoord. Dat bestond gewoon niet.
i: Heb je misschien enig idee waarom de jongeren van nu wel zoveel drinken en daar zoveel geld
aan uitgeven om dronken te worden?
g: Eerlijk gezegd heb ik daar niet een duidelijk antwoord op, het enige dat ik weet is dat in mijn tijd
er nog geen minimumleeftijd aan alcohol zat en dat het voor ons ook helemaal niet boeiend was
wanneer we eindelijk mochten drinken. Ik mocht van mijn ouders op mijn veertiende al af en toe
een wijntje en daardoor was het helemaal interessant of spannend toen ik eindelijk zelf ging
stappen. Met de minimumleeftijd voor alcohol is het voor veel jongeren denk ik al snel heel
spannend wanneer ze eindelijk mogen drinken.
i: Zou daar zo’n verschil in zitten?
g: Ja ik denk het wel, de jongeren voelen zich misschien een soort sociaal verplicht om wanneer
ze eindelijk mogen drinken zich ook gelijk klem te drinken en dronken te worden. Omdat het toch
een tijd iets is geweest wat verboden was en daar kan volgens mij wel de oorzaak liggen.
i: Dat is inderdaad een interessant punt om over na te denken.

57

g: Ja, dat is het enige wat ik kan bedenken, nu is het stoer een hoor je er eigenlijk niet bij als je niet
dronken wordt. Eigenlijk heel erg natuurlijk. Dat was in onze tijd heel anders.
i: Ja en toen jij ging stappen, was het dan gebruikelijk om eerst in te drinken?
g: Nee helemaal niet, daar hadden we nog nooit van gehoord! Wij spraken ergens af of haalde
elkaar op met de fiets en gingen dan gelijk door naar de discotheek of kroeg. We gingen ook niet
eerst ergens anders zitten, dat vonden we zonde van onze tijd. We gingen de stad in om te
dansen, niet om eerst te kletsen of dronken te worden. Ik denk dat we een hele andere instelling
hadden.
i: En waarom denk je dat er zo’n grote verschuiving zit in de tijden dat mensen een kroeg of
discotheek bezoeken?
g: Ik denk dat het gewoon een hele langzame verschuiving is geweest, die niemand echt is
opgevallen, maar als je nu terug kijkt zit er toch al een groot verschil in tijd in. Ik denk dat jongeren
nog wel rond 9 of 10 uur naar de discotheek willen en misschien zelfs wel op tijd naar huis maar er
is gewoon nog niks te beleven zo vroeg in de stad. Het is een gewoonte geworden om eerst bij
iemand in te drinken en daarna pas de horeca te bezoeken.
i: Dat zou goed kunnen. Zou het dan helpen om de openingstijden van de horeca aan te passen?
Door bijvoorbeeld alle kroegen weer om 02:00 uur te laten sluiten?
g: Dat denk ik niet, misschien een klein beetje. De jongeren zijn dit nu zo gewend, dat ik denk dat
ze toch wel blijven indrinken thuis en daarna naar de horeca zullen gaan. Ze zullen alleen minder
lang kunnen blijven.
i: Oké, nou bedankt voor alle informatie en je gedachten over dit onderwerp.
g: Graag gedaan, heb je zo genoeg van me gekregen?
i: Ja hoor dit zou voldoende moeten zijn, ik heb alle topics behandeld.
g: Dat is mooi, vond het leuk om het er even over te hebben.
i: Gelukkig maar.
g: Succes met de rest van je onderzoek!
i: Gaat goed komen hoor. Jij bedankt voor je tijd en interesse.
g: Is goed hoor.
*Einde transcriptie

58

2.2.3 Transcript interview 6 Arjan Bastemeijer
*Start transcriptie
i: Goedemiddag, in ieder geval bedankt dat ik dit interview bij je mag afnemen.
g: Natuurlijk, geen probleem.
i: Gelukkig, zou je eerst wat over jezelf kunnen vertellen? Je leeftijd, werk, woonplaats etc.
g: Ja hoor ik ben Arjan Bastemeijer, 45 jaar, werk bij Shinetsu en ben eigenaar van een buurtkroeg
en woon in Rotterdam.
i: Ik heb net toegelicht waar dit interview voor is en hoe die te werk gaat toch? Was dat duidelijk?
g: Jazeker, laat maar horen!
i: Oké, dan gaan we gelijk beginnen. Hoe vaak ging je tussen je 20e en 24e stappen?
g: Ja, wekelijks denk ik wel. Ik heb altijd in de continue gewerkt dus het ging ook wel eens anders.
Soms moest ik werken en dan kon het natuurlijk niet. Dus de ene week wat meer en de andere
week wat minder, maar gemiddeld zeker wel een keer per week.
i: En wat waren de uitgaanstijden dan in die periode?
g: Meestal begonnen we in de kroeg en daarna de stad in of we bleven in de kroeg. Meestal
naarmate je een paar biertjes ophad, werd de zin om naar de stad te gaan groter.
i: Kan je toelichten waarom dat was? Waarom je na een paar biertjes wel de stad in wilde gaan?
g: Nou ja dat haalde een beetje de remmingen weg. Meestal wat je tegenhield, was het geld voor
de taxi en weet ik het allemaal. Maar na een paar biertjes was dat allemaal ineens een stuk minder
belangrijk en wilde je alleen maar naar de stad om te feesten.
i: Kan je vertellen wat de tijden waren dat je naar de kroeg ging of de stad in ging?
g: Ja, meestal waren we rond 8 uur in de kroeg en gingen we als we naar de stad gingen rond een
uur of 10/11 daarheen.
i: Oké, en hoe laat was je dan meestal terug als je naar de stad was gegaan?
g: Ja meestal rond een uur of 2/3, maar het werd ook wel eens later. De Baja Beach Club was
destijds altijd tot 4 uur open dus daar waren we ook nog wel eens tot het eind te vinden. Maar over
het algemeen zo rond 2/3 uur.
i: Oké, dat is duidelijk. En was het normaal om bij iemand anders voor te drinken voordat je naar
de kroeg ging of naar de stad?
g: Nee helemaal niet, dat is echt iets van deze tijd. We spraken wel bij iemand af maar zodra
iedereen er was gingen we gewoon door naar kroeg of gelijk de stad in. Maar ik denk dat dat ook
komt doordat de leeftijd natuurlijk net verhoogd is. En het is, denk ik ook relatief duur nu in de
horeca. Vroeger verdienden we natuurlijk ook wel minder maar toen was alles toch nog goedkoper
voor ons dan dat het nu voor de jeugd is.
i: Dus volgens jou ligt het echt vooral aan de prijzen?
g: Ja dat denk ik wel. De jeugd werkt naar mijn idee ook minder dan dat wij vroeger deden. Ik
zorgde er altijd voor dat ik genoeg centjes in m’n zak had om en daarom kon ik ook altijd gewoon
een biertje drinken als ik dat wilde. Nu is het vaak zo dat ze het eigenlijk niet hebben maar het wel
willen uitgeven en dan moet je inderdaad thuis goedkoop gaan drinken voordat je de stad in gaat.

59

i: Ja, in de interviews met de jongeren kwam wel veel naar voren dat het goedkoper was
inderdaad, maar vooral dat het ook was om eerst een beetje bij te kletsen met iedereen voordat je
de drukte van een kroeg of discotheek ging opzoeken. Dat was in die tijd dus niet zo?
g: Nee helemaal niet, dat deden wij in de kroeg. Daar was het rustig genoeg om even slap te
ouwehoeren met je maten voordat je de stad in ging. Dat is het naar mijn mening nog steeds. Als ik
kijk naar de mensen van mijn leeftijd die de stad in gaan, duiken ze eerst even met z’n allen de
kroeg in en als er weer is bijgepraat, gaan ze de stad in dus dat zou de jeugd ook kunnen doen.
Het enige wat ik echt kan bedenken als reden is de financiën.
i: Oké, duidelijk. En wat waren jouw redenen om naar de stad te gaan?
g: Nou ja soms had je gewoon behoefte aan nieuwe koppen denk ik. In de kroeg waar wij altijd
waren, zaten altijd dezelfde mensen en daar ben je soms ook wel een beetje op uitgekeken, dus
gingen we de stad in om wat andere mensen om ons heen te hebben. Dus vooral om een beetje te
socializen denk ik, nieuwe mensen ontmoeten en dat soort dingen.
i: Nieuwe mensen te leren kennen, oké. Niet om volledig uit je dak te gaan of om lekker te dansen?
g: Nee nou ja, ook wel soms maar over het algemeen was het vooral om even andere mensen om
je heen te hebben.
i: Heb je enig idee waarom het zo veranderd is, het uitgaansgedrag van de jongeren nu en van
vroeger zeg maar?
g: Zoals ik al zei denk ik dat het veel te maken heeft met de financiën van de jeugd nu. Maar ik
denk ook dat alcohol een veel grotere rol speelt in het uitgaansgedrag van de jongeren. Wij
werden natuurlijk ook wel eens dronken, maar helemaal katje lam worden was voor ons niet het
doel en ik heb het idee dat dat nu wel zo is voor veel jongeren. Met al die shotjes en sterke drank.
Dat was in mijn tijd veel minder. Ik weet ook niet waarom dat nu zo’n grotere rol is gaan spelen bij
ze, misschien heeft het wel te maken met alle films en videoclips. Er is in ieder geval een grote
culturele verschuiving geweest onder de jongeren van nu en van toen ik die leeftijd had.
i: Ja dat zou goed kunnen inderdaad. Dat waren alle puntjes die ik wilde bespreken.
g: Dat is mooi, ik hoop dat ik je een beetje nuttige antwoorden heb kunnen geven.
i: Jazeker, ik kan weer even vooruit met het onderzoek. Bedankt voor je tijd en interesse.
g: Graag gedaan.
*Einde transcriptie

60

Bijlage 3 Toestemmingsformulieren participanten
Alle geïnterviewde personen hebben een formulier ondertekend, dat het interview opgenomen
mocht worden en gebruikt mocht worden voor dit onderzoek.

61

62

63

64

65

66

Bijlage 4. Codering interviews
Code: Financiën
Internals\Interviews\Interview Arjan - § 1 reference coded [13.19% Coverage]Reference 1 13.19% Coverage
g: Maar ik denk dat dat ook komt doordat de leeftijd natuurlijk net verhoogd is. En het is, denk ik
ook relatief duur nu in de horeca. Vroeger verdienden we natuurlijk ook wel minder maar toen was
alles toch nog goedkoper voor ons dan dat het nu voor de jeugd is.
i: Dus volgens jou ligt het echt vooral aan de prijzen?
g: Ja dat denk ik wel. De jeugd werkt naar mijn idee ook minder dan dat wij vroeger deden. Ik
zorgde er altijd voor dat ik genoeg centjes in m’n zak had om en daarom kon ik ook altijd gewoon
een biertje drinken als ik dat wilde. Nu is het vaak zo dat ze het eigenlijk niet hebben maar het wel
willen uitgeven en dan moet je inderdaad thuis goedkoop gaan drinken voordat je de stad in gaat.
Internals\Interviews\Interview Nadine - § 3 references coded [9.09% Coverage]Reference 1 2.46% Coverage
g: Plus dat het een stuk goedkoper is om eerst thuis lekker wat te drinken dan gelijk in de stad
beginnen. Want in de stad kost het gewoon veel meer geld dan dat je eerst even thuis wat drinkt
met iedereen.
Reference 2 - 5.13% Coverage
g: Ik denk dat het door de prijzen komt. Vroeger was een drankje in de stad ook veel goedkoper
dus dan kon je gewoon makkelijk al je drankjes daar kopen en nu is alles zo duur geworden dat
heel veel jongeren het er gewoon niet meer voor over hebben. Dus nu denken ze laten we eerst
maar wat gaan drinken bij iemand thuis dat we het gewoon in de supermarkt kopen want daar is
het een stuk goedkoper en dan daarna pas naar de stad
Reference 3 - 1.50% Coverage
g: Hm, ik denk dat het veel zou schelen als ze de prijzen zouden verlagen. Ik denk dat ik dan wel
eerder naar de stad zou gaan.
Internals\Interviews\Interview Stefan - § 2 references coded [12.47% Coverage]Reference 1 9.24% Coverage
i: En waarom dan? Waarom ga je niet gelijk naar de stad of eerst naar de kroeg?
g: Ten eerste is het heel duur om nuchter de stad in te gaan, als je een beetje wilt gaan feesten.
Het is meestal nog vrij rustig voor een bepaalde tijd, voor 11/12 uur dus dan is het nog niet echt de
moeite waard om naar de stad te gaan. Het begint gewoon laat.
i: Vooral de kosten dan?
g: Ja, vooral de kosten dat denk ik wel.

67

Reference 2 - 3.23% Coverage
g: Ik denk toch de kosten. Het was toen een stuk voordeliger. Er is duidelijk een soort omslag
geweest in het denken en doen van jongeren.
Internals\Interviews\Interview Wil - § 1 reference coded [7.64% Coverage]Reference 1 - 7.64%
Coverage
g: Zoveel later komt door het thuis indrinken denk ik, en dat heeft voor een groot deel ook met
financiën te maken. Met de kosten, als je met iemand indrinkt, kan je gewoon een bak bier in het
midden zitten en je pakt allemaal een pilsje of wat anders en dan in kroeg ga je wel door maar dan
geef je daar niet zoveel uit. Ik denk dat omdat de prijzen zoveel hoger zijn geworden de jongeren
het er niet meer voor over hebben en dat ze liever thuis lekker indrinken en dan in de kroeg nog
een paar biertjes meepakken.
Code: Rol alcohol
Internals\Interviews\Interview Arjan - § 1 reference coded [10.87% Coverage]Reference 1 10.87% Coverage
g: Maar ik denk ook dat alcohol een veel grotere rol speelt in het uitgaansgedrag van de jongeren.
Wij werden natuurlijk ook wel eens dronken, maar helemaal katje lam worden was voor ons niet
het doel en ik heb het idee dat dat nu wel zo is voor veel jongeren. Met al die shotjes en sterke
drank. Dat was in mijn tijd veel minder. Ik weet ook niet waarom dat nu zo’n grotere rol is gaan
spelen bij ze, misschien heeft het wel te maken met alle films en videoclips. Er is in ieder geval een
grote culturele verschuiving geweest onder de jongeren van nu en van toen ik die leeftijd had.
Internals\Interviews\Interview Ingrid - § 3 references coded [29.06% Coverage]Reference 1 11.15% Coverage
i: Oké, dus het was geen doel om dronken te worden, of het was niet nodig om een beetje alcohol
te drinken om wat losser te worden in de discotheek of kroeg?
g: Nee helemaal niet, ik dronk het echt omdat ik het lekker vond maar na twee had ik er weer
genoeg en ik had het al helemaal niet nodig om ontspannen te worden of om dronken te worden.
Ik ging naar de discotheek of kroeg om te dansen met mijn vriendinnen en meer eigenlijk niet. Het
was in die tijd ook absoluut niet stoer of iets als je heel erg dronken werd, zeker niet als meisje.
Dat werd echt als asociaal beschouwd en dat wilde je natuurlijk niet. Wij hadden ook nog nooit van
comazuipen gehoord. Dat bestond gewoon niet.
Reference 2 - 8.66% Coverage
g: Eerlijk gezegd heb ik daar niet een duidelijk antwoord op, het enige dat ik weet, is dat in mijn tijd
er nog geen minimumleeftijd aan alcohol verbonden was en dat het voor ons ook helemaal niet
boeiend was wanneer we eindelijk mochten drinken. Ik mocht van mijn ouders op mijn veertiende
al af en toe een wijntje en daardoor was het helemaal interessant of spannend toen ik eindelijk zelf
ging stappen. Met de minimumleeftijd voor alcohol is het voor veel jongeren denk ik al snel heel
spannend wanneer ze eindelijk mogen drinken.

68

Reference 3 - 9.24% Coverage
i: Zou daar zo’n verschil in zitten?
g: Ja ik denk het wel, de jongeren voelen zich misschien een soort sociaal verplicht om wanneer
ze eindelijk mogen drinken zich ook gelijk klem te drinken en dronken te worden. Omdat het toch
een tijd iets is geweest wat verboden was en daar kan volgens mij wel de oorzaak liggen.
i: Dat is inderdaad een interessant punt om over na te denken.
g: Ja, dat is het enige wat ik kan bedenken, nu is het stoer een hoor je er eigenlijk niet bij als je niet
dronken wordt. Eigenlijk heel erg natuurlijk. Dat was in onze tijd heel anders.
Internals\Interviews\Interview Renee - § 1 reference coded [11.05% Coverage]Reference 1 11.05% Coverage
i: Oké, heb je enig idee waarom de jeugd van nu zoveel waarde hecht aan alcohol en dronken
worden? Dat is tegenwoordig echt veel meer dan dat het vroeger was.
g: Ik denk omdat het nu wordt gezien als iets wat je eerst niet mag en nu wel. Ik mocht zeg maar
tot m’n 16e niet drinken, en toen ik 16 werd, heb ik ook een feestje gegeven en toen stond er
ineens wel bier terwijl er op andere feestjes nog helemaal geen alcohol stond. En dan voel je je
ineens een soort volwassen ofzo omdat je ineens mag drinken. Terwijl als je het altijd al mocht
maar met mate dat het dan anders is dan minder de nadruk ligt op ik mag alcohol dus nu moet ik
het er van nemen.
Internals\Interviews\Interview Wil - § 2 references coded [16.86% Coverage]Reference 1 - 4.76%
Coverage
g:Ik heb ook het idee dat de jeugd tegenwoordig veel meer drinkt dan dat wij vroeger deden. Bij
ons was het zelden dat we dronken de disco of kroeg uitgingen. Wij dronken een paar biertjes en
dan was het goed. Tegenwoordig zitten ze allemaal aan de shotjes en mixjes en daar wordt je
allemaal veel sneller dronken van.
Reference 2 - 12.09% Coverage
g: Misschien heeft het iets te maken met de minimumleeftijd voor alcohol. In mijn tijd had je die
helemaal niet en was het ook niet bijzonder als je mocht drinken. Het hoorde er gewoon bij. Nu is
het echt een soort van happening wanneer je eindelijk mag drinken op je achttiende en wordt er
bijna van je verwacht dat je dan ook dronken wordt. Misschien ligt er wel een grotere sociale druk
op dronken worden dat het stoer wordt gevonden of misschien doen heel veel mensen het wel om
erbij te kunnen horen terwijl dat in onze tijd helemaal het geval niet was. In mijn tijd werd het
enorm asociaal gevonden wanneer een meisje dronken werd. Dat kon echt niet. De meisjes vooral
dronken veel minder dan dat ze nu doen. Nu zie ik ze gewoon meedrinken met de gasten, dat was
in mijn tijd echt nog niet het geval.

69

Code: Indrinken
Internals\Interviews\Interview Arjan - § 1 reference coded [5.46% Coverage]Reference 1 - 5.46%
Coverage
i: Oké, dat is duidelijk. En was het normaal om bij iemand anders voor te drinken voordat je naar
de kroeg ging of naar de stad?
g: Nee helemaal niet, dat is echt iets van deze tijd. We spraken wel bij iemand af maar zodra
iedereen er was, gingen we gewoon door naar kroeg of gelijk de stad in.
Internals\Interviews\Interview Ingrid - § 1 reference coded [6.25% Coverage]Reference 1 - 6.25%
Coverage
g: Nee helemaal niet, daar hadden we nog nooit van gehoord! Wij spraken ergens af of haalden
elkaar op met de fiets en gingen dan gelijk door naar de discotheek of kroeg. We gingen ook niet
eerst ergens anders zitten, dat vonden we zonde van onze tijd. We gingen de stad in om te
dansen, niet om eerst te kletsen of dronken te worden. Ik denk dat we een hele andere instelling
hadden.
Internals\Interviews\Interview Nadine - § 3 references coded [12.06% Coverage]Reference 1 0.67% Coverage
g: Dus meestal doen we eerst een biertje bij iemand thuis
Reference 2 - 10.26% Coverage
g: Ja, daar spreken we meestal rond een uur of 8 half 9 af. Doen we daar een paar drankjes en
dan op weg naar de stad. Maar het gebeurt ook regelmatig dat we de kroeg overslaan en eerst bij
elkaar een drankje drinken voordat we de stad in gaan.
i: Dus voor het uitgaan eerst gewoon thuis wat drankjes doen? Waarom gingen jullie dan niet gelijk
de stad in?
g: Ja, toch voor de gezelligheid, eerst even rustig een beetje bijpraten en sociale contacten
onderhouden voordat we de drukte opzoeken van een discotheek. Je hebt dan wat meer de kans
om wat met elkaar te babbelen en te praten want dat doe je toch minder als je met elkaar gaat
stappen. Plus dat het een stuk goedkoper is om eerst thuis lekker wat te drinken dan gelijk in de
stad beginnen. Want in de stad kost het gewoon veel meer geld dan dat je eerst even thuis wat
drinkt met iedereen.
Reference 3 - 1.12% Coverage
g: Omdat het daarvoor bij iemand thuis drinken ook heel gezellig is en ik dat niet wil missen.
Internals\Interviews\Interview Renee - § 3 references coded [15.50% Coverage]Reference 1 2.47% Coverage
g: Meestal met vrienden thuis een feestje bouwen, of thuis al iets drinken en kletsen. Ligt er ook
een beetje aan met wie, maar gewoon gezellig.

70

Reference 2 - 6.12% Coverage
i: Indrinken dus, en waarom doe je dat is dat voor de gezelligheid, om dronken te worden, omdat
het goedkoper is of is er misschien een andere reden?
g: Nee, echt voor de gezelligheid.
i: En die gezelligheid kan je niet al in de kroeg hebben?
g: Nou weet je wat het is, als je thuis zit, heb je minder indrukken en dan kan je makkelijker met
elkaar bijkletsen.
Reference 3 - 6.92% Coverage
i: Waarom denk je dat de jongeren nu aan het indrinken zijn? De generatie voor hun deed dat
helemaal niet, die kende het woord zelfs nog niet.
g: Hm, ik denk dat het komt omdat als je eerder naar de club gaat er nog niemand is. Als ik met
vrienden thuis zit, willen we best eerder naar de stad maar als er nog niemand is, is er ook niks
aan. Daarom gaan we denk ik altijd zo laat, omdat het dan pas druk wordt.
Internals\Interviews\Interview Stefan - § 1 reference coded [8.50% Coverage]Reference 1 8.50% Coverage
g: Bij iemand indrinken meestal.
i: En waarom dan? Waarom ga je niet gelijk naar de stad of eerst naar de kroeg?
g: Ten eerste is het heel duur om nuchter de stad in te gaan, als je een beetje wilt gaan feesten.
Het is meestal nog vrij rustig voor een bepaalde tijd, voor 11/12 uur dus dan is het nog niet echt de
moeite waard om naar de stad te gaan. Het begint gewoon laat.
Internals\Interviews\Interview Wil - § 3 references coded [20.83% Coverage]Reference 1 - 6.91%
Coverage
g: Nee, in de kroeg kwam het eerste biertje pas. We haalden elkaar wel thuis op maar gingen dan
direct door naar de kroeg of discotheek en begonnen daar pas met drinken. Van indrinken hadden
we nog nooit van gehoord. Natuurlijk dronk je van te voren wel eens een biertje op de voetbal
maar dat was niet om dronken de stad in te gaan. In tegendeel zelfs, het was voor ons een soort
vanzelfsprekend nuchter de stad in te gaan omdat er vaak nog gereden moest worden.
Reference 2 - 7.64% Coverage
g: Zoveel later komt door het thuis indrinken, denk ik en dat heeft voor een groot deel ook met
financiën te maken. Met de kosten, als je met iemand indrinkt, kan je gewoon een bak bier in het
midden zitten en je pakt allemaal een pilsje of wat anders en dan in de kroeg ga je wel door maar
dan geef je daar niet zoveel uit. Ik denk dat omdat de prijzen zoveel hoger zijn geworden de
jongeren het er niet meer voor over hebben en dat ze liever thuis lekker indrinken en dan in de
kroeg nog een paar biertjes meepakken.

71

Reference 3 - 6.28% Coverage
g: Maar ik denk ook dat inmiddels het indrinken gewoon standaard is omdat als je om half acht in
de stad komt er gewoon niemand is dus dat het inmiddels zo is dat de jongeren gaan indrinken om
een soort de tijd te overlappen tot wanneer het gezellig wordt in de kroeg of discotheek. Want ik
kan me voorstellen dat je als je tot 11 uur op de bank ligt met een filmpje of iets dergelijks je geen
zin meer hebt om nog weg te gaan.
Code: Happy hour
Internals\Interviews\Interview Nadine - § 2 references coded [9.30% Coverage]Reference 1 2.77% Coverage
g: Ik merk ook heel vaak dat als er in een kroeg of discotheek happy hour is rond 9 of 10 uur dat
het dan al veel drukker is. Ik ga dan bijvoorbeeld ook gelijk naar de stad in plaats van eerst met z’n
allen thuis nog wat drinken.
Reference 2 - 6.52% Coverage
g: Ja, ik denk het wel. In Groningen zijn ze niet verboden en wordt het nog bijna elk weekend
gehouden en je ziet gewoon dat er veel meer mensen op af komen dan wanneer het niet is. Ook
denk ik dat het voor de horeca fijner zou zijn dan wanneer mensen al dronken aankomen. Met
happy hour komt iedereen meestal nuchter naar de zaak toe en heeft het personeel nog enigszins
controle over hoe dronken mensen worden. Dit is natuurlijk niet het geval als iedereen eerst thuis
gaat drinken en daarna pas naar de kroeg of discotheek komt.
Internals\Interviews\Interview Renee - § 1 reference coded [13.64% Coverage]Reference 1 13.64% Coverage
g: Ik weet dat als de plaatselijke kroeg wel vaak acties doet dat als je voor twaalf uur binnen bent
je twee consumpties krijgt en dan merk je wel dat het gewoon een stuk drukker is op een vroeger
tijdstip.
i: Dus dan zouden ze weer een soort happy hour in moeten stellen?
g: Ja, dat werkt echt goed. Een paar jaar geleden stond ik elke vrijdagmiddag om 16:00 uur in de
kroeg omdat er happy hour was. Dat duurde van 16:00 uur tot 20:00 uur dus was best een lang
happy hour maar het werkte wel echt goed want het was om 16:00 uur gewoon al druk in die zaak.
Wel was het zo dat om 20:00 uur iedereen ook weer weg ging dus gingen wij ook maar weer weg.
En dan gingen we bij iemand thuis nog even een beetje opknappen en dan rond 22:00 uur weer
naar de discotheek. Maar soms was ik ook iets te dronken en ging ik ook gewoon rond 20:20 uur
naar bed.

72

Internals\Interviews\Interview Stefan - § 1 reference coded [5.98% Coverage]Reference 1 5.98% Coverage
i: Stel nou dat de horeca je wel op een vroeger tijdstip naar de horecagelegenheden zou willen
hebben, wat zouden ze daar dan voor moeten doen?
g: Als ze dat zelf zouden willen doen, ja dan zou je denk ik toch moeten komen met dingen als
vroege happy hours.
Code: Redenen uitgaan
Internals\Interviews\Interview Arjan - § 1 reference coded [11.63% Coverage]Reference 1 11.63% Coverage
i: Oké, duidelijk. En wat waren jouw redenen om naar de stad te gaan?
g: Nou ja soms had je gewoon behoefte aan nieuwe koppen denk ik. In de kroeg waar wij altijd
waren, zaten altijd dezelfde mensen en daar ben je soms ook wel een beetje op uitgekeken, dus
gingen we de stad in om wat andere mensen om ons heen te hebben. Dus vooral om een beetje te
socializen denk ik, nieuwe mensen ontmoeten en dat soort dingen.
i: Nieuwe mensen te leren kennen, oké. Niet om volledig uit je dak te gaan of om lekker te dansen?
g: Nee nou ja, ook wel soms maar over het algemeen was het vooral om even andere mensen om
je heen te hebben.
Internals\Interviews\Interview Ingrid - § 1 reference coded [1.55% Coverage]Reference 1 - 1.55%
Coverage
g: Ik ging naar de discotheek of kroeg om te dansen met mijn vriendinnen en meer eigenlijk niet.
Internals\Interviews\Interview Nadine - § 1 reference coded [2.95% Coverage]Reference 1 2.95% Coverage
g: Voor de gezelligheid, om m’n sociale contacten te onderhouden en om ook gewoon dingen mee
te maken, ik bedoel als je de hele tijd thuis zit, maak je ook zo weinig mee. Soms, zeker niet altijd
ook omdat ik gewoon weer eens zin heb om te dansen.
Internals\Interviews\Interview Renee - § 1 reference coded [5.55% Coverage]Reference 1 5.55% Coverage
i: Ja, daar zou je wel gelijk in kunnen hebben. Zou je misschien wat kunnen vertellen over je
motieven om uit te gaan?
g: Omdat ik dan even niet met serieuze dingen bezig hoef te zijn, om lol te maken met mijn
vrienden. Gewoon om er even tussenuit te kunnen. En omdat ik van dansen houd, dat is ook wel
een belangrijke reden.
Internals\Interviews\Interview Stefan - § 1 reference coded [13.53% Coverage]Reference 1 13.53% Coverage
g: Lekker met m’n vrienden weg, gewoon lekker feesten, je gedachten verzetten en even wat
anders doen. Gewoon even alleen maar gezelligheid en niks anders.

73

i: Oké, niet om nieuwe mensen te ontmoeten of om nieuwe koppen om je heen te hebben?
g: Nee, dat valt wel mee, ik ga meestal met dezelfde mensen stappen en daar heb ik het altijd
onwijs mee naar m’n zin dus heb ik niet echt behoefte aan nieuwe gezichten ofzo. Tuurlijk raak ik
wel eens aan de praat met iemand, ik heb dat op een één of andere manier gewoon maar dat is
niet een belangrijke reden om de stad in te gaan voor mij.
Internals\Interviews\Interview Wil - § 2 references coded [8.38% Coverage]Reference 1 - 0.28%
Coverage
g: Gezelligheid.
i: Voor de gezelligheid? Niet persé omdat je dacht:’zo vanavond ga ik even helemaal uit m’n
stekker?’
g: Nee, want dat kan thuis ook met een bak bier op de bank.
i: Dat is waar, dus gezelligheid was de nummer één reden? Was misschien ook het ontmoeten van
nieuwe mensen een reden of echt alleen met de vaste groep vrienden het gezellig hebben?
g: In eerste instantie was het altijd gewoon om het met mijn vriendengroep naar onze zin te
hebben, maar natuurlijk keek je altijd om je heen om te kijken of er misschien wat leuks voorbij
liep.

74