Pendelscan regio Utrecht 2002

Drs. R. Drost Bestuur Regio Utrecht April 2003

1

Inhoudsopgave
SAMENVATTING................................................................................................................................................ 3 ONDERZOEK ........................................................................................................................................................ 3 CONCLUSIES ........................................................................................................................................................ 3 INLEIDING........................................................................................................................................................... 4 1. OPERATIONALISERING .............................................................................................................................. 5 ONDERZOCHTE PERIODE ...................................................................................................................................... 5 GEBIEDSAFBAKENING .......................................................................................................................................... 5 REIKWIJDTE ONDERZOEK ..................................................................................................................................... 5 RANDSTAD ........................................................................................................................................................... 5 REGIO .................................................................................................................................................................. 6 GEMEENTE ........................................................................................................................................................... 6 WERKGELEGENHEID EN WERKZAME BEROEPSBEVOLKING ................................................................................... 6 2. WERKZAME BEROEPSBEVOLKING EN WERKGELEGENHEID ...................................................... 7 WERKGELEGENHEID ............................................................................................................................................ 7 WERKZAME BEROEPSBEVOLKING ........................................................................................................................ 7 CONCLUSIE .......................................................................................................................................................... 7 3. DE UTRECHTSE REGIO BINNEN DE RANDSTAD ................................................................................. 8 PENDEL RANDSTAD 2001 .................................................................................................................................... 8 CONCLUSIE .......................................................................................................................................................... 9 4. DE REGIO UTRECHT .................................................................................................................................. 10 PENDEL REGIO 2001........................................................................................................................................... 10 GROEI VAN PENDELSTROMEN 1996 - 2001 ........................................................................................................ 11 CONCLUSIE ........................................................................................................................................................ 11 5. DE RSP GEMEENTEN.................................................................................................................................. 12 GEMEENTE DE BILT ........................................................................................................................................... 13 GEMEENTE BUNNIK ........................................................................................................................................... 14 GEMEENTE DRIEBERGEN RIJSENBURG ............................................................................................................... 15 GEMEENTE HOUTEN .......................................................................................................................................... 16 GEMEENTE IJSSELSTEIN ..................................................................................................................................... 17 GEMEENTE MAARSSEN ...................................................................................................................................... 18 GEMEENTE NIEUWEGEIN ................................................................................................................................... 19 GEMEENTE UTRECHT ......................................................................................................................................... 20 GEMEENTE VIANEN ........................................................................................................................................... 21 GEMEENTE ZEIST ............................................................................................................................................... 22 7. CONCLUSIE................................................................................................................................................... 24

2

Samenvatting
Dit rapport behandelt de samenhang tussen wonen, werken en mobiliteit aan de hand van de zogeheten pendelscan. De mobiliteitsontwikkeling van de afgelopen periode geeft inzicht in de mate van afstemming van de bouwproductie voor wonen en werken op elkaar. Hierdoor zijn aanbevelingen voor de toekomstige bouwproductie mogelijk. De doelstelling van de pendelscan luidt als volgt: Onderzoek doen naar de samenhang tussen wonen en werken in de periode 1996 – 2001, aan de hand van de mobiliteitsontwikkeling. Met dit onderzoek aanbevelingen doen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio Utrecht (de tien kerngemeenten van het RSP).

Onderzoek
De mobiliteitsontwikkeling is op drie schaalniveaus onderzocht: het randstedelijke, het regionale en het gemeentelijke niveau. Per niveau verschilt de vraagstelling. Op randstedelijk niveau is gekeken naar de rol van de regio Utrecht als centrum voor werkgelegenheid en bron van arbeidskrachten binnen de Randstad. Een sterke mobiliteitsontwikkeling betekent dat de regio Utrecht belangrijker is geworden in Randstedelijk verband. Daar staat tegenover dat de afstemming tussen wonen en werken op regionaal niveau dan slecht is gelukt. Op regionaal niveau is gekeken naar de positie van de gemeenten in de regio Utrecht binnen de regio en binnen de provincie. De mobiliteitsontwikkeling geeft aan welke gemeenten als centrum van werkgelegenheid aan belang hebben gewonnen en in welke pendelstromen dit resulteert. Op gemeentelijk niveau is onderzocht welke gemeente de beste afstemming heeft gerealiseerd tussen wonen en werken. Dat is waarschijnlijk de gemeente waar het grootste percentage van de aanwas van de werkzame beroepsbevolking in de eigen gemeente is gaan werken.

Conclusies
Het onderzoek op de drie niveaus leidde tot de volgende conclusies: Op randstedelijk niveau heeft de bouwproductie van woningen en de werkgelegenheid binnen de regio Utrecht geleid tot een grotere uitpendel en nauwelijks tot een toenemende inpendel. Dit betekent dat de regio Utrecht – tussen 1996 en 2001 – een aantrekkelijker woongebied is geworden binnen de Randstad. De groei van de werkgelegenheid heeft op dit niveau nauwelijks invloed op de pendel gehad. Op regionaal niveau zorgden de groei van de werkzame beroepsbevolking en van de werkgelegenheid vooral voor een toename van de pendel tussen de gemeenten in de regio zelf en tussen de gemeenten Utrecht en Amersfoort. Er is sprake van een regionalisering van de arbeidsmarkt. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van de werkgelegenheid op regionaal niveau in goede afstemming was met de groei van de beroepsbevolking. Op gemeentelijk niveau is de conclusie dat de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en (in mindere mate) Houten de beste afstemming tussen wonen en werken hebben bereikt. Daar is van de toegenomen werkzame beroepsbevolking het grootste deel gaan werken in de eigen gemeente.

3

Inleiding
De pendelscan is een instrument dat is ontwikkeld in het kader van het projectenprogramma van de regionaal - economische ontwikkelingsstrategie (REOS). Het instrument is onder meer gebruikt voor de evaluatie en actualisatie van het RSP. Dit resulteerde in de ‘Pendelscan RSP gebied 2001’, met analyses van het woon-werkverkeer van de RSP - gemeenten in 1996. Ter onderbouwing van het nieuwe RSP was een pendelscan met cijfers uit 2001 wenselijk. Centraal in de pendelscan staat de samenhang tussen wonen, werken en mobiliteit. Door de bouwproductie van woningen, kantoren en bedrijfsterreinen is de werkzame beroepsbevolking en de werkgelegenheid toegenomen. Dit heeft gezorgd voor een toename in de mobiliteit. Een slechte afstemming tussen de productie van woningen en de productie van kantoren en bedrijfsterreinen heeft een hoge mobiliteit tot gevolg: er moeten relatief veel mensen werk zoeken in een andere gemeente.

4

1. Operationalisering
Dit hoofdstuk bevat de vertaling van de doelstelling naar meetbare indicatoren. Aan de orde komen onder meer de periode van onderzoek, de reikwijdte van het onderzoek en de gebruikte informatiebronnen.

Onderzochte periode
Het onderzoek betreft de periode 1996 – 2001 en gaat uit van de gegevens, die zijn verzameld met de pendelscan over 1996 en de pendelscan over 2001. Van de tussenliggende jaren zijn geen gegevens verzameld.

Gebiedsafbakening
De aanbevelingen uit het onderzoek zijn gericht op het nieuwe RSP-gebied, dat bestaat uit tien gemeenten: De Bilt, Bunnik, Driebergen-Rijsenburg, Houten, IJsselstein, Maarssen, Nieuwegein, Utrecht, Vianen en Zeist. Dit gebied wordt in dit rapport ook ‘de regio’ genoemd.

Gemeenten RSP
1. Abcoude 2. Amerongen 3. Amersfoort 4. Baarn 5. Breukelen 6. Bunnik 7. Bunschoten 8. De Bilt 9. De Ronde Venen 10.Doorn 11.Driebergen - Rijssenburg 12.Eemnes 13.Houten 14.IJsselstein 15.Leersum 16.Leusden 17.Loenen 18.Loosdrecht 19.Lopik 20.Maarn 21.Maarssen 22.Montfoort 23.Nieuwegein 24.Oudewater 25.Renswoude 26.Rhenen 27.Soest 28.Utrecht 29.Veenendaal 30.Vianen 31.Wijk bij Duurstede 32.Woerden 33.Woudenberg 34.Zeist Toegevoegd aan nieuw RSP 1 12 17 9 18 5 21 8 32 28 34 33 11 24 22 14 23 13 19 30 6 10 15 31 2 26 29 20 25 27 16 4 3 7

Reikwijdte onderzoek
Het onderzoek richt zich op woon-werkverkeer – binnen dit onderzoek ook ‘mobiliteit’ genoemd – tussen gemeenten onderling én tussen de kaderwetgebieden onderling. Het geeft dus geen inzicht in het woon-werkverkeer binnen een gemeente. Ook verplaatsingen anders dan woon-werkverkeer blijven buiten beschouwing. De mobiliteit is op drie niveaus onderzocht: Randstad, regio, gemeente.

Randstad
Op het niveau van de Randstad behandelt het onderzoek de relatie tussen de Utrechtse regio en de andere kaderwetgebieden in de Randstad. Uit het onderzoek blijkt hoe sterk de mobiliteit tussen deze gebieden is toegenomen. Op basis hiervan bevat het rapport uitspraken over de positie van de Utrechtse regio in de Randstad.

5

Regio
Op regionaal niveau staat de ontwikkeling van de mobiliteit tussen gemeenten in en rondom de regio centraal. Daarbij komen een paar aspecten aan de orde: - de positie van de stad Utrecht binnen de regio; - de ontwikkeling van secundaire centra van werkgelegenheid; - de relatie tussen de regio en de rest van de provincie Utrecht.

Gemeente
Op het niveau van gemeentes gaat het onderzoek in op het aandeel van de inwoners dat in de eigen gemeente werkt en het aandeel dat elders werkt. Per gemeente komen de volgende aspecten aan de orde: - de toename van de werkgelegenheid - de toename van de werkzame beroepsbevolking - de top 10 van werklocaties van mensen die woonachtig zijn in de gemeente - de top 10 van woonlocaties van mensen die werkzaam zijn in de gemeente. - de top 10 van sterkst toegenomen pendelstromen van en naar de gemeente.

Werkgelegenheid en werkzame beroepsbevolking
Het Provinciaal Arbeidsplaatsen Register (PAR) is de bron voor gegevens over de werkgelegenheid en de werkzame beroepsbevolking. Dit register hanteert andere cijfers dan het CBS. Deze bron is gekozen omdat er ook gegevens over het woon-werkverkeer uit komen. Het woon-werkverkeer neemt toe door groei van de werkgelegenheid en door groei van de werkzame beroepsbevolking. Meer werkgelegenheid kan zorgen voor meer inpendel*, terwijl een groei van de werkzame beroepsbevolking kan leiden tot meer uitpendel*. Mits niet iedereen woont in de gemeente waar hij werkt. * inpendel en uitpendel zijn respectievelijk het inkomende en uitgaande woon-werkverkeer van een gemeente gedurende de ochtendspits.

Woon-werkverkeer
Voor inzicht in het woon-werkverkeer maakt het onderzoek gebruik van twee bronnen: het Provinciaal Arbeidsplaatsen Register en het Onderzoek VerplaatsingsGedrag (OVG). Het PAR is gebaseerd op een uitputtende enquête onder de bedrijven in de provincie Utrecht en biedt de mogelijkheid om het woon-werkverkeer op gemeentelijk niveau te onderzoeken. Het PAR biedt echter onvoldoende inzicht in het woon-werkverkeer tussen de Utrechtse regio en de andere kaderwetgebieden in de Randstad. Daarvoor wordt het OVG gebruikt. Dit is een landelijk enquête naar het verplaatsingsgedrag van mensen, ínclusief woon-werkverkeer. Omdat het een steekproef betreft, is het OVG op gemeentelijk niveau onbetrouwbaar en wordt het alleen gebruikt voor het woonwerkverkeer tussen regio’s. Een uitzondering is de gemeente Vianen waarvoor het OVG wel wordt gebruikt. De gegevens voor de gemeente Vianen zijn daardoor weliswaar in hoge mate onbetrouwbaar, maar informatie uit het PAR is niet beschikbaar omdat Vianen voorheen tot de provincie Zuid-Holland behoorde.

6

2. Werkzame beroepsbevolking en Werkgelegenheid
In dit hoofdstuk inventariseren we de groei van de werkgelegenheid en de werkzame beroepsbevolking in de regio. Deze groei bepaalt immers de ontwikkeling in de mobiliteit (inpendel en uitpendel). De mobiliteitsontwikkeling zelf wordt in de volgende hoofdstukken behandeld (op het niveau van de Randstad, provincie Utrecht en de regio en op gemeentelijk niveau).

Werkgelegenheid
De gemeenten Utrecht, Nieuwegein en Zeist zijn de grootste kernen van werkgelegenheid in de regio. In alle gemeenten is de werkgelegenheid sterk gegroeid, met Utrecht en Nieuwegein als sterkste groeiers in absolute zin en Houten en IJsselstein in relatieve zin. Werkgelegenheid De Bilt Bunnik Driebergen – Rijsenburg Houten IJsselstein Maarssen1 Nieuwegein Utrecht Vianen2 Zeist Totaal / gemiddeld
Bron: PAR 2001 & CBS Statline 2002

1996 11500 5640 6670 10230 6140 15650 30570 178260 8280 29130 302070

2001 Groei ab. 14090 2590 6880 1240 8170 1500 15930 5700 8750 2610 15450 -200 41560 10990 212200 33940 10780 2500 34650 5520 368460 66390

Groei % 1,23 1,22 1,22 1,56 1,43 0,99 1,36 1,19 1,30 1,19 1,22

Werkzame beroepsbevolking
De toename van de werkzame beroepsbevolking is in absolute zin het grootst in de gemeente Utrecht. In Nieuwegein, Houten en IJsselstein is de werkzame beroepsbevolking in relatieve zin het sterkst gegroeid. Werkzame beroepsbevolking De Bilt Bunnik Driebergen – Rijsenburg Houten IJsselstein Maarssen Nieuwegein Utrecht Zeist Vianen Totaal / gemiddeld
Bron: PAR 2001, CBS Statline 2002, OVG

1996 15.200 6.100 6.100 13100 10.400 17100 27.900 101.400 20.400 9100 217.700

2001 Groei ab. 17.900 2.700 6.700 700 7.830 1.730 17.580 4.500 15.000 4.600 20.400 3.200 33.500 5.600 123.700 22.200 25.600 5.200 9100 ? 277.630 50.630

Groei % 1,18 1,11 1,28 1,34 1,44 1,19 1,20 1,22 1,26 ? 1,22

Conclusie
Zowel de werkgelegenheid als de werkzame beroepsbevolking is in alle gemeenten in de regio toegenomen. De werkgelegenheid echter sterker dan de werkzame beroepsbevolking.

1 2

De daling van werkgelegenheid in de gemeente Maarssen komt door een gemeentelijke herindeling. De gemeente Vianen is niet opgenomen in het PAR. Daarom is het CBS gebruikt als bron.

7

3. De Utrechtse regio binnen de Randstad
In het vorige hoofdstuk was de conclusie dat de werkgelegenheid in de regio sterker is toegenomen dan de werkzame beroepsbevolking. In dit hoofdstuk wordt geïnventariseerd of dit op Randstedelijk niveau consequenties heeft voor de mobiliteit. In dit hoofdstuk komt tevens aan de orde of de positie van de Utrechtse regio in de Randstad is verbeterd en zo ja: in welke vorm. Een verbeterde positie blijkt uit een toegenomen pendel van en naar de regio Utrecht. Een toename van de uitpendel betekent dat het woonmilieu van de regio is verbeterd. Een toename van de inpendel is een teken van een verbeterd werkmilieu.

Pendel Randstad 2001
De regio Utrecht heeft een sterke relatie met de regio Amsterdam en in mindere mate met de regio’s Den Haag en Rotterdam. De uitpendel naar Amsterdam en Den Haag is groter dan de inpendel. Dit betekent dat de positie van de Utrechtse regio als aantrekkelijke woonregio is versterkt ten opzichte van de Utrecht regio als centrum van werkgelegenheid. Bij een vergelijking met de overige regio’s, valt op dat de grootste regio’s (Amsterdam en Rotterdam) op basis van het inwonersaantal relatief weinig in- en uitpendel hebben en dat Utrecht en vooral Den Haag relatief veel in- en uitpendel kennen. De woon- en werkgelegenheid in de regio is dusdanig dat er relatief veel mobiliteit is naar de andere regio’s.

Pendel tussen de 4 Randstedelijke kaderwetgebieden

Legenda: 0 - 5.000 5.000 - 10.000 10.000 - 15.000 15.000 - 20.000 20.000 <

Bron: OVG 2001

8

Groei pendel Randstad 1996 – 2001
Kijken we naar de mobiliteitsontwikkeling tussen de regio’s, dan is voornamelijk de uitpendel toegenomen. Er zijn meer mensen komen wonen in Utrecht, die werken in Amsterdam of Den Haag. De positie van Utrecht als aantrekkelijk woonmilieu binnen de Randstad is versterkt ten opzichte van 1996. Utrecht als aanbieder van werkgelegenheid is alleen voor de regio Rotterdam belangrijker geworden.

Groei van pendel tussen de 4 Randstedelijke kaderwetgebieden

Legenda: 0 - 2.000 2.000 - 4.000 4.000 - 6.000 6.000 - 8.000 10.000 <

Bron: OVG 2001

Conclusie
De mobiliteit tussen de Utrechtse regio en de andere kaderwetgebieden in de Randstad is groot en is in de periode 1996 – 2001 nog toegenomen. De regio is voor de Randstedeling met name een aantrekkelijk woongebied. Dit blijkt uit de toegenomen uitpendel naar de regio’s Amsterdam en Den Haag. Opmerkelijk is dat de sterke groei van de werkgelegenheid nauwelijks van invloed is geweest op de pendelbewegingen in de Randstad. Alleen de pendel van Rotterdam naar Utrecht is toegenomen.

9

4. De regio Utrecht
In de vorige twee hoofdstukken is geconstateerd dat er sprake is van een sterke toename van werkgelegenheid in de regio, maar dat de inpendel van andere Randstedelijke regio’s nauwelijks is toegenomen. Dit hoofdstuk kijkt naar de consequenties van de toename van de werkgelegenheid op de mobiliteit binnen de provincie en de regio Utrecht.

Pendel regio 2001
De volgende punten vallen op aan de pendelstromen van en naar de regio Utrecht: • De gemeente Utrecht is een provinciaal centrum van werkgelegenheid en trekt vanuit de hele provincie werknemers aan. • De gemeenten Amersfoort en in mindere mate Zeist, Nieuwegein en Veenendaal kunnen worden gezien als regionale centra van werkgelegenheid. • De gemeente Utrecht heeft de sterkste functionele verbanden met haar buurgemeenten en met de gemeenten Amersfoort en Zeist. • Het zuidoosten van de provincie Utrecht heeft een eenzijdige relatie met de regio Utrecht. Er is veel uitpendel vanuit deze gemeenten naar de regio, maar weinig inpendel. Opvallend is de geringe relatie die dit gebied heeft met de regio Amersfoort; de pendel is vrijwel alleen gericht op de regio Utrecht. • Het noordoosten heeft een evenwichtiger relatie met de regio Utrecht: in- en uitpendel zijn in evenwicht. De relatie met het westen van de provincie Utrecht is laag, vanwege de lage bevolkingsaantallen. De relatie met de gemeente Abcoude is marginaal, omdat deze gemeente vrijwel volledig is georiënteerd op de Amsterdamse regio.

Pendel regio Utrecht 2001
1. Abcoude 2. Amerongen 3. Amersfoort 4. Baarn 5. Breukelen 6. Bunnik 7. Bunschoten 8. De Bilt 9. De Ronde Venen 10.Doorn 11.Driebergen - Rijssenburg 12.Eemnes 13.Houten 14.IJsselstein 15.Leersum 16.Leusden 17.Loenen 18.Loosdrecht 19.Lopik 20.Maarn 21.Maarssen 22.Montfoort 23.Nieuwegein 24.Oudewater 25.Renswoude 26.Rhenen 27.Soest 28.Utrecht 29.Veenendaal 30.Vianen 31.Wijk bij Duurstede 32.Woerden 33.Woudenberg 34.Zeist 1 12 17 9 18 5 21 8 32 28 34 33 11 24 22 14 23 13 19 6 10 15 31 2 26 30 Legenda: 29 20 25 27 16 4 3 7

≈ 500 ≈ 1.000 ≈ 1.500 ≈ 2.000 ≈ >2.000

Bron: PAR 2001

10

Groei van pendelstromen 1996 - 2001
De volgende tendensen zijn waar te nemen met betrekking tot de groei van de pendel: • Een sterker wordende relatie tussen de grote gemeenten. Deze tendens blijkt binnen de provincie vooral uit de groei van de pendel tussen de gemeenten Utrecht en Amersfoort. • Een regionalisering van de arbeidsmarkt van de grote gemeenten. Zowel Utrecht en in mindere mate Amersfoort hebben een sterkere relatie met hun buurgemeenten gekregen. De regio kan in toenemende mate als een samenhangende arbeidsmarkt worden gezien. Daarbij is sprake van een evenwichtige ontwikkeling; de gemeente Utrecht heeft zich qua werkgelegenheid niet eenzijdig versterkt ten opzichte van de rest van de regio. • Het ontstaan van een aantal secundaire werkgelegenheidscentra. De gemeente Nieuwegein loopt hierbij voorop, gevolgd door IJsselstein, Houten en De Bilt. Door deze ontwikkeling ontstaan er dwarsverbanden tussen de buurgemeenten onderling en neemt de uitpendel vanuit de gemeente Utrecht toe.

Groei van pendelstromen 1996 -2001
1. Abcoude 2. Amerongen 3. Amersfoort 4. Baarn 5. Breukelen 6. Bunnik 7. Bunschoten 8. De Bilt 9. De Ronde Venen 10.Doorn 11.Driebergen - Rijssenburg 12.Eemnes 13.Houten 14.IJsselstein 15.Leersum 16.Leusden 17.Loenen 18.Loosdrecht 19.Lopik 20.Maarn 21.Maarssen 22.Montfoort 23.Nieuwegein 24.Oudewater 25.Renswoude 26.Rhenen 27.Soest 28.Utrecht 29.Veenendaal 30.Wijk bij Duurstede 31.Woerden 32.Woudenberg 33.Zeist Vianen geen gegevens 1 12 17 18 5 21 8 31 28 33 32 11 24 22 14 23 13 19 Vianen Legenda: ≈ 500 ≈ 1.000 ≈ 1.500 ≈ 2.000 ≈ >2.000 6 10 15 30 2 26 29 20 25 27 16 7

9

4 3

Bron: PAR 2001

Conclusie
De stad Utrecht heeft haar positie als centrum van werkgelegenheid verstevigd, maar tegelijk zijn er ook sterkere secundaire werkgelegenheidscentra ontstaan. Er is eerder sprake van een evenwichtige ontwikkeling van de regio dan van een verdergaande versterking van de centrumfunctie van de stad Utrecht.

11

5. De RSP Gemeenten
Dit hoofdstuk gaat over de mobiliteitsontwikkeling van de gemeenten binnen de regio onderling. Per gemeente wordt de groei van de werkgelegenheid en de werkzame beroepsbevolking beschreven én de consequenties daarvan voor de mobiliteitsontwikkeling. Ook wordt per gemeente aangegeven naar welke gemeente(n) de grootste uitpendel is en van welke gemeente(n) de grootste inpendel komt. Per gemeente worden verder de volgende items gepresenteerd: • Top 10 werkgemeenten van inwoners van gemeente X Bij dit item staat beschreven wat de tien grootste pendelstromen zijn van de werkzame beroepsbevolking naar hun werklocatie. Hier worden voor de gemeente de belangrijkste werklocaties genoemd. Top 10 woongemeenten van werknemers gemeente X Bij dit item staan de tien grootste pendelstromen beschreven van de forensen die in gemeente X werken, maar in een andere gemeente wonen. Dit biedt inzicht in de omvang van de arbeidsmarkt van gemeente X. Top 10 van groei pendelstromen Dit item maakt inzichtelijk welke pendelstromen het sterkst gegroeid zijn, zonder onderscheid te maken tussen in- en uitpendel. Het betreft alleen de pendelstromen binnen de provincie Utrecht. Er kunnen dus pendelstromen zijn naar grote gemeenten buiten de provincie, die nog sterker zijn gegroeid.

Behalve deze items wordt per gemeente inzichtelijk gemaakt welk deel van de aanwas van de werkzame beroepsbevolking in de eigen gemeente is gaan werken en welk deel in een andere gemeente. Dit maakt de afstemming tussen wonen en werken duidelijk. N.B.: Voor alle stromen geldt dat stromen kleiner dan honderd forensen niet worden genoemd. Bij kleine gemeenten kan dat betekenen dat er geen top 10, maar bijvoorbeeld een top 6 van sterkst groeiende pendelstromen is.

12

Gemeente De Bilt
De Bilt heeft na de toevoeging van Maartensdijk 42.000 inwoners en is daarmee groter geworden dan Maarssen en Houten en inmiddels de drie na grootste gemeente van de regio (na Utrecht, Zeist en Nieuwegein). De werkzame beroepsbevolking van De Bilt is in de periode 1996 – 2001 gegroeid van 15.300 naar 17.900. Dat is een groei van 18%, wat onder de gemiddelde regionale groei van 22% ligt. De werkgelegenheid steeg sterker, namelijk met 23%. In 1996 waren er 11.500 banen en in 2001 14.090. De werkgelegenheid is dus harder gegroeid dan de werkzame beroepsbevolking. Top 10 werkgemeenten van inwoners De Bilt Inwoners van De Bilt werken voornamelijk in de gemeente zelf of in de gemeente Utrecht. De uitpendel naar andere gemeenten dan de gemeente Utrecht is relatief gering. Top 10 woongemeenten van werknemers De Bilt De werkgelegenheid wordt voornamelijk ingevuld door inwoners van de gemeente zelf en heeft vooral een lokale functie. Top 10 groei pendelstromen In de periode 1996 – 2001 is de werkzame beroepsbevolking met 2.800 mensen toegenomen. 990 mensen (36%) daarvan zijn gaan werken in de eigen gemeente. Een relatief groot aandeel (64%) van de aanwas werkt dus in een andere gemeente. Een groot deel (22%) is gaan werken in de gemeente Utrecht en in mindere mate in de gemeenten Nieuwegein (10%), Maarssen (5%) en Houten (4%). De werkgelegenheid is met 2.590 banen toegenomen. 38% van de nieuwe banen is ingevuld door inwoners van de gemeente De Bilt zelf. De grootste groepen werknemers woonachtig in andere gemeenten komen uit Utrecht (510 / 20%) en Zeist (280 / 11%). De inkomende en uitgaande pendel tussen De Bilt en Utrecht zijn daarmee de sterkst toegenomen pendelstromen. In algemene zin is vooral de uitpendel toegenomen, van de inpendel is alleen de inkomende pendel van Utrecht en van Zeist noemenswaardig gegroeid.

Top 10 werkgemeenten: De Bilt 5.720 Utrecht 5.300 Zeist 1.020 Nieuwegein 720 Amersfoort 380 Maarssen 290 Houten 240 Soest 190 Woerden 170 Baarn 130
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: De Bilt 5.720 Utrecht 2.090 Zeist 960 Amersfoort 480 Nieuwegein 400 Soest 340 Amsterdam 270 Wijk bij Duurstede 170 Baarn 100
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: De Bilt -> De Bilt 990 De Bilt -> Utrecht 630 Utrecht -> De Bilt 510 Zeist -> De Bilt 280 De Bilt -> Nieuwegein 260 De Bilt -> Maarssen 130 De Bilt -> Houten 120 Amersfoort -> De Bilt 120 Soest -> De Bilt 100 De Bilt -> Amersfoort 80
Bron: PAR 2001

13

Gemeente Bunnik
\ De gemeente Bunnik is met 13.700 inwoners de kleinste gemeente van het RSP - gebied. De werkgelegenheid is in de periode 1996 – 2001 met 22% gegroeid van 5.640 naar 6.880. De werkzame beroepsbevolking is met 11% gegroeid van 6.100 naar 6.700. De groeicijfers van de gemeente Bunnik liggen daarmee onder het RSP - gemiddelde. Top 10 werkgemeenten van inwoners Bunnik De inwoners van Bunnik werken voor het grootste deel in de gemeente zelf. Bunnik is niet eenzijdig georiënteerd op één werkgemeente. Ook Utrecht heeft geen dominante rol als bron van werkgelegenheid. Top 10 woongemeenten van werknemers Bunnik Opvallend is dat het grootste deel van de werkgelegenheid in Bunnik wordt opgevuld door inwoners van Utrecht in plaats van door inwoners van de gemeente zelf. De bedrijvigheid trekt dus relatief veel inwoners van de gemeente Utrecht aan. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking is in de gemeente Bunnik met 700 toegenomen. Daarvan is 38% gaan werken in de eigen woongemeente en 40% in de gemeente Utrecht. De werkgelegenheid is met 1.240 banen toegenomen. Deze zijn voornamelijk ingenomen door inwoners van de gemeenten Bunnik en Utrecht. De groei van de werkgelegenheid en van de werkzame beroepsbevolking hebben ertoe geleid dat voornamelijk de inkomende en uitgaande pendel tussen Bunnik en Utrecht is gegroeid.

Top 10 werkgemeenten: Bunnik 1.800 Utrecht 940 Wijk bij Duurstede 530 Zeist 470 Houten 280 Nieuwegein 190 Driebergen – 150 Rijsenburg Amersfoort 120 De Bilt 110 Maarssen 110
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: Utrecht 2.050 Bunnik 1.800 Zeist 520 Nieuwegein 250 Houten 160 De Bilt 130 Amersfoort 130 Driebergen124 Rijssenburg
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Bunnik -> Utrecht 260 Bunnik -> Bunnik 250 Utrecht -> Bunnik 220 Wijk bij Duurstede -> 140 Bunnik Zeist ->Bunnik 110
Bron: PAR 2001

14

Gemeente Driebergen Rijsenburg
Driebergen-Rijsenburg is met 18.300 inwoners de één na kleinste gemeente van de regio. De werkzame beroepsbevolking is gegroeid van 6.100 naar 7.830. Een groei van 28% en dus boven het RSP-gemiddelde van 22%. De werkgelegenheid nam toe van 6.670 naar 8.170 banen. Dit betekent een groei van 22%, gelijk aan het RSP-gemiddelde. Top 10 werkgemeenten van inwoners DriebergenRijsenburg Het grootste deel van de inwoners van Driebergen-Rijsenburg werkt in de eigen gemeente. Utrecht heeft geen dominante rol op het gebied van werkgelegenheid. Driebergen-Rijsenburg is meer georiënteerd op Zeist dan op Utrecht. In het algemeen is het zo dat Driebergen-Rijsenburg sterker is georiënteerd op gemeenten buiten de regio dan binnen de regio. In de top 10 van werkgemeenten komen maar vier gemeenten uit de regio voor. Top 10 woongemeenten van werknemers DriebergenRijsenburg Met haar aanbod van werkgelegenheid is DriebergenRijsenburg juist wel gericht op de regio. Wie werkt in Driebergen-Rijsenburg, woont voornamelijk in de gemeente zelf of in Utrecht of Zeist. Opvallend is dat maar drie gemeenten uit de top 10 niet tot de regio behoren. Bij de gemeente Driebergen-Rijsenburg is sprake van een duidelijk verschil tussen waar de inwoners werken en de werkenden wonen. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking nam met 1.300 mensen toe. Daarvan ging 45% werken in de eigen gemeente, 15% in de gemeente Utrecht en 10% in de gemeente Zeist. De werkgelegenheid nam toe met 1.500 banen. Daarvan is 39% ingevuld door inwoners van de gemeente zelf, 15% door inwoners van Zeist en 11% door inwoners van Utrecht. De groei van de werkgelegenheid en de werkzame beroepsbevolking hebben niet gezorgd voor een sterke toename van een bepaalde pendelstroom. De herkomst en bestemming van forensen is betrekkelijk diffuus verdeeld. Wel is duidelijk dat de sterkst toegenomen pendelstromen hun herkomst en bestemming hebben liggen binnen de regio.

Top 10 werkgemeenten: Driebergen – 2.860 Rijsenburg Zeist 710 Utrecht 500 Wijk bij Duurstede 340 Veenendaal 300 De Bilt 140 Amersfoort 130 Leersum 130 Nieuwegein 130 Bunnik 120
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: Driebergen – 2.860 Rijsenburg Utrecht 1.180 Zeist 1.060 Nieuwegein 230 Doorn 230 Amersfoort 190 Bunnik 150 De Bilt 130 Houten 120
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Driebergen -> 590 Driebergen Zeist -> Driebergen 230 Driebergen -> Utrecht 200 Utrecht -> Driebergen 170 Driebergen -> Zeist 130 Wijk bij Duurstede -> 120 Driebergen Veenendaal -> 120 Driebergen
Bron: PAR 2001

15

Gemeente Houten
De gemeente Houten staat door de VINEX-opgave bekend als een sterk groeiende gemeente. Het is belangrijk om van dit soort grote projecten te kijken waar de nieuwkomers gaan wonen en werken. Het woon-werkverkeer van deze nieuwe inwoners kan inzicht geven in de verkeerskundige effecten van toekomstige bouwopgaven. De gemeente Houten kent het op één na hoogste groeipercentage van de regio. De werkzame beroepsbevolking nam in de periode 1996 – 2001 met 34% toe, met 4.500 inwoners van 13.100 naar 17.580. De werkgelegenheid steeg nog sterker – met 56%, van 10.230 naar 15.930 banen. Top 10 werkgemeenten van inwoners Houten De inwoners van Houten zijn sterk georiënteerd op de werkgelegenheid in Utrecht. Er werken meer inwoners van Houten in de gemeente Utrecht dan in Houten zelf. Nieuwegein heeft daarnaast ook een kleine functie als werkgelegenheidscentrum voor Houten. Top 10 woongemeenten van werknemers Houten De werknemers in Houten wonen vooral in Houten zelf. Utrecht heeft voor Houten een veel kleinere functie als woongemeente dan als werkgemeente. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking in de gemeente Houten nam toe met 4.700 mensen. 45% daarvan ging in de eigen gemeente werken, 22% in Utrecht en 9% in Nieuwegein. De werkgelegenheid nam toe met 5.700 banen. Daarvan is 38% ingevuld door de eigen inwoners, 16% door inwoners van Utrecht, 8% door inwoners van Nieuwegein en 4% door inwoners van IJsselstein. De groei van de pendelstromen is het grootst van en naar de gemeenten Utrecht en (in mindere mate) Nieuwegein.

Top 10 werkgemeenten: Utrecht 5.640 Houten 5.590 Nieuwegein 1.380 Zeist 610 De Bilt 310 Amersfoort 280 Bunnik 280 Driebergen – 150 Rijsenburg Woerden 150 Maarssen 120
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: Houten 5.590 Utrecht 1.930 Nieuwegein 940 Wijk bij Duurstede 360 IJsselstein 340 Amersfoort 290 Zeist 290 Maarssen 250 De Bilt 240 Bunnik 160
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Houten -> Houten 2.160 Houten -> Utrecht 1.040 Utrecht -> Houten 890 Nieuwegein -> Houten 468 Houten -> Nieuwegein 426 IJsselstein -> Houten 260 Houten -> Zeist 158 Wijk bij Duurstede -> 130 Houten Amersfoort -> Houten 130 De Bilt -> Houten 120
Bron: PAR 2001

16

Gemeente IJsselstein
De gemeente IJsselstein kent de hoogste groeicijfers uit de regio van zowel de werkzame beroepsbevolking als van de werkgelegenheid. De gemeente is met 31.000 inwoners net iets kleiner dan Houten, maar groeit sterker. De werkzame beroepsbevolking nam toe van 10.400 naar 15.000. Dit is een groei van 44% (4.600 inwoners). De werkgelegenheid steeg van 6.140 banen naar 8.750 banen. Top 10 werkgemeenten van inwoners IJsselstein De gemeente IJsselstein heeft qua werkgelegenheid een tweezijdige oriëntatie. De inwoners van IJsselstein werken behalve in hun eigen gemeente vooral in Utrecht en Nieuwegein. Top 10 woongemeenten van werknemers IJsselstein De gemeente Utrecht heeft als woongebied een veel kleinere rol dan als werkgelegenheidscentrum. De werknemers in IJsselstein wonen voornamelijk in IJsselstein zelf of in Nieuwegein. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking in IJsselstein nam toe met 4.600 mensen. 33% (1.480) daarvan is gaan werken in de eigen gemeente, 27% (1.240) in Utrecht en 23% (1.060) in Nieuwegein. De werkgelegenheid groeide met 2.610 banen. 57% daarvan is ingevuld door de inwoners van IJsselstein, 14% door inwoners van Utrecht en 14% door inwoners van Nieuwegein. De werkgelegenheid groeide met 2.610 banen. Inwoners van IJsselstein vulden daarvan 57% in, en inwoners van Utrecht en Nieuwegein elk 14%. Door de groei van de werkzame beroepsbevolking en de werkgelegenheid namen voornamelijk de pendelstromen van en naar Utrecht en Nieuwegein toe. Daarbij is de uitpendel sterker toegenomen dan de inpendel.

Top 10 werkgemeenten: Utrecht 4.190 IJsselstein 3.980 Nieuwegein 2.520 Houten 340 Woerden 320 Zeist 290 Montfoort 210 Maarssen 140 Amersfoort 120 De Bilt 120
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: IJsselstein 3.980 Nieuwegein 1.010 Utrecht 770 Lopik 560 Houten 160 Montfoort 130
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: IJsselstein -> 1.480 IJsselstein IJsselstein -> Utrecht 1.240 IJsselstein -> 1.060 Nieuwegein Nieuwegein -> 370 IJsselstein Utrecht -> IJsselstein 360 IJsselstein -> Woerden 190 IJsselstein -> Zeist 130
Bron: PAR 2001

17

Gemeente Maarssen
De werkzame beroepsbevolking van Maarssen steeg met 3.200 van 17.100 naar 20.400. De werkgelegenheid nam door een gemeentelijke herindeling echter af met 200 banen, van 15.650 naar 15.450 banen. Zonder de gemeentelijke herindeling zou de werkgelegenheid in Maarssen met ongeveer 1.500 tot 2.000 banen zijn gegroeid. Top 10 werkgemeenten van inwoners Maarssen De gemeente Maarssen is duidelijk een suburb van de gemeente Utrecht. Het overgrote deel van de inwoners van Maarssen werkt in Utrecht. Opvallend is de geringe relatie met de gemeenten ten noorden van Maarssen en de relatief grote relatie met Nieuwegein. Top 10 woongemeenten van werknemers Maarssen De werkgelegenheid trekt vooral werknemers aan uit de gemeente Maarssen zelf en uit Utrecht. De relatie met andere gemeenten is relatief klein. Top 10 groei pendelstromen De groei van de pendelstromen laat geen verrassingen zien. De relatie met Utrecht is in de periode 1996 – 2001 nog sterker geworden. De werkzame beroepsbevolking nam in de periode 1996 – 2001 toe met 3.200 inwoners. Daarvan ging 39% werken in Maarssen zelf. De overige nieuwe inwoners (28%) gingen vooral werken in Utrecht. De werkgelegenheid is per saldo gedaald. Dit kwam door de herindeling, waarbij veel werkgelegenheid naar Utrecht ging. Toch is er een toename van de inpendel, namelijk van Utrecht naar Maarssen. De overige inkomende pendelstromen zijn nauwelijks gegroeid.

Top 10 werkgemeenten: Utrecht 7.760 Maarssen 5.130 Nieuwegein 650 Zeist 410 Amersfoort 260 Woerden 250 Houten 250 De Bilt 240 Bunnik 110 De Ronde Venen 100
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: Maarssen 5.130 Utrecht 2.050 Breukelen 360 De Bilt 290 Nieuwegein 280 Woerden 180 Amersfoort 140 Ijsselstein 140 Houten 120
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Maarssen -> Maarssen 1.270 Maarssen -> Utrecht 910 Utrecht -> Maarssen 760 Maarssen -> 160 Nieuwegein Maarssen -> Breukelen 130 Maarssen -> Houten 110
Bron: PAR 2001

18

Gemeente Nieuwegein
De gemeente Nieuwegein is uitgegroeid van een Utrechtse suburb tot een aparte stad. Het vervult op het gebied van de werkgelegenheid een centrumfunctie voor de buurgemeenten. Met 62.300 inwoners is de gemeente net iets groter dan Zeist. De centrumfunctie van Nieuwegein is zichtbaar in de vergelijking tussen banen en werkzame beroepsbevolking. De gemeente heeft een veel grotere werkgelegenheid dan een werkzame beroepsbevolking. Dat betekent dat Nieuwegein veel forensen aantrekt van andere gemeenten. De groei van de werkgelegenheid ligt net iets boven het RSP-gemiddelde en bedraagt met een toename van 13.600 banen 44%. De werkzame beroepsbevolking steeg met 6.400 mensen. Top 10 werkgemeenten van inwoners Nieuwegein De centrumfunctie van Nieuwegein betekent niet dat de gemeente is losgekomen van Utrecht op het gebied van werkgelegenheid. Een groot aantal inwoners van Nieuwegein werkt in Utrecht. Top 10 woongemeenten van werknemers Nieuwegein Nieuwegein biedt met name werkgelegenheid voor de eigen inwoners en de inwoners van Utrecht, IJsselstein en Houten. Ook de relatie met niet-buurgemeenten, zoals Amersfoort, Zeist en Maarssen is sterk. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking nam met 5.600 mensen toe. Daarvan gingen 3.500 mensen (61%) werken in de eigen gemeente. Verder ging 22% in Utrecht werken, 19% in IJsselstein en 8% in Houten. De werkgelegenheid steeg met 10.990 banen. 31% daarvan is bezet door inwoners van Nieuwegein, 16% door inwoners van Utrecht, 4% door inwoners van IJsselstein en 3% door inwoners van Houten. De gemeente Nieuwegein groeit – gezien de ontwikkeling van de pendelstromen – uit tot een sterk secundair centrum van werkgelegenheid. Dit blijkt uit het feit dat niet alleen de pendelstromen met Utrecht toenemen, maar ook die met de buurgemeenten.

Top 10 werkgemeenten: Nieuwegein 11.580 Utrecht 11.330 IJsselstein 1.010 Houten 940 Zeist 880 Amersfoort 450 Woerden 410 De Bilt 400 Maarssen 280 Bunnik 190
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: Nieuwegein 11.580 Utrecht 5.620 IJsselstein 2.520 Houten 1.380 Zeist 740 De Bilt 720 Amersfoort 680 Maarssen 650 Lopik 500 Woerden 500
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Nieuwegein -> 3500 Nieuwegein Utrecht -> Nieuwegein 1830 Nieuwegein -> Utrecht 1260 Nieuwegein -> 1060 IJsselstein Nieuwegein -> Houten 470 Houten -> Nieuwegein 430 IJsselstein -> 370 Nieuwegein Zeist -> Nieuwegein 310 Nieuwegein -> Zeist 310 De Bilt -> Nieuwegein 260
Bron: PAR 2001

19

Gemeente Utrecht
De gemeente Utrecht is met 256.000 inwoners veruit de grootste gemeente in de regio en vervult daarom een belangrijke centrumfunctie. Daarnaast heeft Utrecht een belangrijke bouwopgave, en groeit daarom erg sterk. De werkzame beroepsbevolking nam met 22.200 mensen toe en de werkgelegenheid met 33.940 banen. Dat is in absolute cijfers veruit de grootste groei in de regio. Top 10 werkgemeenten van inwoners Utrecht De inwoners van Utrecht werken vooral in de eigen gemeente. De relatie met andere gemeenten voor werkgelegenheid is relatief gering. De gemeente Amersfoort scoort in vergelijking met de andere gemeenten in de regio erg hoog als bron voor werkgelegenheid. Top 10 woongemeenten van werknemers Utrecht Als wooncentra zijn de omliggende gemeenten relatief meer in trek dan als centra van werkgelegenheid. Buiten de regio zijn Amersfoort, Woerden en Wijk bij Duurstede in trek als wooncentra. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking nam toe met 22.200 mensen. Daarvan gingen 13.546 mensen (61%) werken in Utrecht zelf. De rest is gaan werken in Nieuwegein (8%) en Houten (5%). De werkgelegenheid groeide met 13.550 banen. 40% van deze banen ging naar inwoners van Utrecht en 4% naar elk van de gemeenten Amersfoort, Nieuwegein en IJsselstein. Het zijn dus vooral de inpendel uit het zuiden van de regio en de in- en uitpendel met Amersfoort die sterk zijn gegroeid.

Top 10 werkgemeenten: Utrecht 70.620 Nieuwegein 5.620 Zeist 3.020 Amersfoort 2.290 De Bilt 2.090 Maarssen 2.050 Houten 1.930 Woerden 1.820 Bunnik 940 IJsselstein 770
Bron: PAR 2001

Top 10 woongemeenten: Utrecht 70.620 Nieuwegein 11.330 Maarssen 7.760 De Bilt 5.300 Amersfoort 5.230 Zeist 4.700 IJsselstein 4.190 Woerden 3.180 Wijk bij Duurstede 2.220 Bunnik 2.050
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Utrecht -> Utrecht 13.550 Utrecht -> Nieuwegein 1.830 Amersfoort -> Utrecht 1.270 Nieuwegein -> Utrecht 1.260 IJsselstein -> Utrecht 1.240 Houten -> Utrecht 1.040 Utrecht -> Houten 890 Zeist -> Utrecht 880 Utrecht -> Amersfoort 870 Woerden -> Utrecht 820
Bron: PAR 2001

20

Gemeente Vianen
De cijfers voor Vianen zijn gebaseerd op een dusdanig kleine steekproef, dat ze als onbetrouwbaar moeten worden beschouwd. De cijfers zijn hier wel toegevoegd, om toch een indruk te geven van de pendel van en naar Vianen. Gezien de grote onbetrouwbaarheid worden alleen de grootste stromen weergegeven. De gemeente Vianen is per 1 januari 2002 bij de provincie Utrecht gekomen. De gemeente maakte daarvoor al wel deel uit van het BRU. Vianen heeft net iets meer inwoners dan Driebergen-Rijsenburg, maar groeit nauwelijks. De werkzame beroepsbevolking is vrijwel gelijk gebleven, de werkgelegenheid steeg licht. Top 5 werkgemeenten van inwoners Vianen De inwoners van Vianen zijn voor de werkgelegenheid vooral op de eigen gemeente georiënteerd en op de gemeenten Utrecht en Nieuwegein. Top 5 woongemeenten van werknemers Vianen De werkgelegenheid wordt voor het overgrote deel ingevuld door de inwoners van Vianen zelf. Top 5 groei pendelstromen Gezien de geringe groei van de werkzame beroepsbevolking en van de werkgelegenheid zijn de pendelstromen niet waarneembaar gegroeid.

Top 5 werkgemeenten Vianen Utrecht Nieuwegein Maarssen IJsselstein
Bron: OVG 2001

2800 1900 500 500 500

Top 5 woongemeenten Vianen 2800 Nieuwegein 700 Utrecht 300 Gorinchem 300 Montfoort 300
Bron: OVG 2001

21

Gemeente Zeist
De gemeente Zeist heeft net iets minder inwoners dan Nieuwegein. De werkgelegenheid nam tussen 1996 en 2001 toe van 29.130 inwoners naar 34.640, een groei van 19%. De werkzame beroepsbevolking nam ook met 19% toe, van 20.400 naar 25.600. Top 10 werkgemeenten van inwoners Zeist De gemeente Zeist is een betrekkelijk zelfstandige gemeente. De relatie met Utrecht is groot. Maar gelet op het aantal inwoners dat in Zeist werkt, is er geen sprake van een dominante positie van Utrecht. De oriëntatie van de inwoners is voornamelijk gericht op de regio. Top 10 woongemeenten van werknemers Zeist De gemeente Zeist heeft een functie als regionaal centrum van werkgelegenheid. Met name voor de gemeenten Driebergen Rijsenburg, De Bilt, Soest en Wijk bij Duurstede is Zeist een belangrijke bron van werkgelegenheid. Ook blijkt Zeist werknemers aan te trekken uit de grote werkgelegenheidscentra Utrecht en Amersfoort. Top 10 groei pendelstromen De werkzame beroepsbevolking groeide tussen 1996 en 2001 met 5.200 inwoners. Daarvan is 27% in de eigen gemeente gaan werken. Een relatief groot aandeel ging dus elders werken: 16% in Utrecht, 6% in Nieuwegein, 4% in Soest en 3% in Amersfoort. De werkgelegenheid nam in de periode 1996 – 2001 met 5.520 banen toe. Hiervan is 26% ingevuld door inwoners van Zeist zelf, 13% door inwoners van Utrecht, 6% door inwoners van Nieuwegein en 3% door inwoners van Amersfoort en nog eens 3% door inwoners van Houten. De groei is wel sterk georiënteerd op de regio. De relatie met Utrecht en vooral Nieuwegein is veel sterker geworden dan de relatie met bijvoorbeeld Amersfoort en Soest. De groei van de pendel laat een gelijkmatige toename zien van de inkomende pendel en de uitgaande pendel.

Top 10 woongemeenten: Zeist 11.050 Utrecht 3.020 Amersfoort 1.520 Driebergen – 1.060 Rijsenburg De Bilt 1.020 Soest 990 Wijk bij Duurstede 880 Nieuwegein 880 Houten 610 Bunnik 520
Bron: PAR 2001

Top 10 werkgemeenten: Zeist 11.050 Utrecht 4.700 De Bilt 960 Nieuwegein 740 Driebergen – 710 Rijsenburg Amersfoort 680 Bunnik 470 Soest 440 Houten 290 Leusden 190
Bron: PAR 2001

Top 10 groei pendelstromen: Zeist -> Zeist 1.450 Zeist -> Utrecht 880 Utrecht -> Zeist 700 Zeist -> Nieuwegein 310 Nieuwegein -> Zeist 310 Zeist -> Soest 210 Houten -> Zeist 160 Zeist -> Amersfoort 160 Amersfoort -> Zeist 150 IJsselstein -> Zeist 130
Bron: PAR 2001

22

Gemeenten in de regio – Conclusie
Bij de ontwikkeling van de mobiliteit is gekeken naar de toename van de werkzame beroepsbevolking in een gemeente en het aandeel daarvan dat is gaan werken in de eigen woongemeente. Daarbij geldt: hoe groter dit aandeel is, hoe lager de mobiliteitsontwikkeling. Immers hoe dichter men bij huis woont hoe meer men reist met andere vervoersmiddelen dan de auto. Uit onderstaand overzicht blijkt dat van de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en in mindere mate Houten relatief het grootste aandeel van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt in de eigen gemeente zijn gaan werken. De afstemming tussen de productie van woningen en de werkgelegenheid is daar dus in relatieve zin het beste geweest. Voor het totale RSP gebied geldt dat in 1996 37% van de in de regio woonachtige werkzame beroepsbevolking ook werkte in de regio. Doordat 56% van de toegenomen werkzame beroepsbevolking in het RSP gebied is gaan werken in de Utrechtse regio is dit nu 40% geworden. Gemeente Bunnik De Bilt Driebergen Houten IJsselstein Maarssen Nieuwegein Utrecht Zeist RSP3 Toename Aandeel dat is werkzame gaan werken in de beroepsbevolking woon gemeente. 250 38% 990 36% 590 34% 2160 48% 1480 33% 1270 39% 3500 62% 13550 61% 1450 28% 41800 56%

3

Exclusief de gemeenten Driebergen - Rijsenburg en Zeist

23

7. Conclusie
Doelstelling
De centrale doelstelling van de pendelscan was: Onderzoek doen naar de samenhang tussen wonen en werken in de periode 1996 – 2001 aan de hand van de mobiliteitsontwikkeling. Met dit onderzoek aanbevelingen doen voor de toekomstige ontwikkeling van het RSP-gebied.

Conclusies
Op Randstedelijk niveau groeide vooral de uitpendel van de regio Utrecht. De inpendel nam nauwelijks toe. Dit betekent dat de regio Utrecht in het Randstedelijk verband tussen 1996 en 2001 voornamelijk als woongebied aantrekkelijker is geworden, mede dankzij de woningproductie. De groei van de werkgelegenheid had nauwelijks effect op de pendel. Op regionaal niveau heeft de groei van de werkzame beroepsbevolking en van de werkgelegenheid vooral geleid tot een toename van de pendel tussen de gemeenten in het RSP - gebied onderling en een toename van de pendel tussen de gemeenten Utrecht en Amersfoort. Er is sprake van een regionalisering van de arbeidsmarkt. Dit komt door de toenemende menging van wonen en werken. De traditionele woongebieden (de buurgemeenten van de gemeente Utrecht) hebben er veel werkgelegenheid bij gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van de werkgelegenheid op regionaal niveau in goede afstemming was met de groei van de werkzame beroepsbevolking. Op gemeentelijk niveau is de conclusie dat de gemeenten Utrecht, Nieuwegein en Houten de beste afstemming hebben bereikt tussen wonen en werken. Daar is van de aanwas van de werkzame beroepsbevolking het grootste deel gaan werken in de eigen gemeente. In deze gemeenten is de afstemming tussen wonen en werken dus het best geweest.

Aanbevelingen
Op bovenregionaal niveau moet het nieuwe RSP niet alleen de relatie met de Randstad, maar ook de relatie met het oosten en zuiden van Nederland meenemen. De regio Utrecht heeft een grote potentie als schakelpunt tussen beide. Op regionaal niveau verdient het aanbeveling de bouw van woningen en uitbreiding van werkgelegenheid in hoogstedelijke gebieden te doen. De bouw van woningen en de uitbreiding van werkgelegenheid in gemeenten met een lage verstedelijkingsgraad leidt tot relatief veel mobiliteit, waarbij een groot deel van het woon-werkverkeer met de auto plaatsvindt. De bouw van woningen en uitbreiding van de werkgelegenheid in gemeenten met een hoge verstedelijkingsgraad leidt tot relatief lage mobiliteit, waarbij een groter deel zich met het OV of de fiets zal verplaatsen. Ook moet op regionaal niveau bekeken worden wat de invloed is van de groei van de secundaire werkgelegenheidscentra op de stad Utrecht. Bij het opstellen van het nieuwe RSP verdient het aanbeveling – aan de hand van programmatische afspraken – te kijken naar de te verwachten mobiliteitsontwikkeling. Dit kan met behulp van een mobiliteitstoets. Aan de hand van de uitkomsten van de toets kunnen aanbevelingen gedaan worden voor de aanleg van infrastructuur. Het BRU ontwikkelt een dergelijke toets.

24