De rol van WiFi-netwerken voor burgers en bedrijven

Een onderzoek naar de ontwikkelingen rond draadloze netwerken en hun bijdrage aan de digitale activering van burgers en bedrijven

Dialogic innovatie & interactie Utrecht, augustus 2003 Auteurs: Ir. Krijn Schuurman Drs. Rens Vandeberg

Inhoudsopgave
1 Inleiding ............................................................................................... 3
1.1 1.2 Vraagstelling ..............................................................................................3 Opzet rapport .............................................................................................4 Standaarden ..............................................................................................5 Netwerktopologieën.....................................................................................7 Draadloze kantoor- en huisnetwerken ............................................................9 De hotspot configuratie................................................................................9 De Wireless Local Loop .............................................................................. 11 Community netwerken ............................................................................... 12 Het ontstaan van community netwerken....................................................... 14 Community netwerken in Nederland ............................................................ 16 Belangrijkste overeenkomsten en verschillen ................................................ 19 Vaste, draadloze verbindingen .................................................................... 21 Aanbieders en aansluitingen ....................................................................... 22 Parkmanagement en vraagbundeling ........................................................... 24 Internettoegang in de Kop van Noord-Holland ............................................... 25 WiFi en het ontsluiten van bedrijven en bedrijventerreinen.............................. 27 Technische beperkingen ............................................................................. 29 Bedrijfseconomische beperkingen ................................................................ 29 Overige beperkingen ................................................................................. 31 Beveiliging ............................................................................................... 32 Belemmeringen en beveiliging als hindermacht.............................................. 34

2

Techniek ............................................................................................... 5
2.1 2.2

3

Toepassingen ........................................................................................ 9
3.1 3.2 3.3 3.4

4

Sociale en computernetwerken ........................................................... 14
4.1 4.2 4.3

5

Draadloze ontsluiting van bedrijven.................................................... 21
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

Problemen en beperkingen ................................................................. 29
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

7 8

Conclusies........................................................................................... 35 Aandachtspunten voor beleid.............................................................. 38
8.1 8.2 8.3 Wireless local loop..................................................................................... 38 Community netwerken ............................................................................... 40 Monitoring van ontwikkelingen, regionaal en nationaal ................................... 41

Colofon ..................................................................................................... 44

Dialogic innovatie & interactie

2

1 Inleiding
In de telecommunicatiewereld is het woord wireless bijna synoniem met hype. In de praktijk hebben nieuwe technologieën vaak moeite hun beloften waar te maken als gevolg van uitstel van lancering door aanbieders of trage adoptie door gebruikers. In de computerwereld is dit anders. Ondanks de recessie gaat de verspreiding en adoptie van draadloze netwerkapparatuur sneller dan wie dan ook had voorspeld. Het aantal gebruikers groeide van praktisch 0 begin 2001 tot meer dan 15 miljoen aan het eind van dat jaar. De opmars van draadloze netwerken lijkt dan ook niet meer te stoppen. Op vele plaatsen ter wereld zijn de afgelopen anderhalf jaar initiatieven opgezet door uiteenlopende organisaties met verschillende doelstellingen. Wat een groot deel van deze projecten gemeenschappelijk heeft, is het gebruik van een draadloze technologie, kortweg WiFi genaamd. Deze technologie maakt het mogelijk computers en bijvoorbeeld elektronische zakagenda’s met elkaar te laten communiceren via radiogolven, dus zonder kabels. Waar voorheen een bekabeld netwerk werd aangelegd, volstaat nu een zogenaamd WiFi access point, dat het hart van het draadloze netwerk vormt. Daarnaast is het mogelijk apparaten contact te laten maken met internet, wanneer het access point wordt verbonden met internet. Vooral dit laatste gegeven, het draadloos aanbieden van internettoegang aan groepen gebruikers tegelijk, tegen minimale extra kosten, heeft flink wat teweeg gebracht in de ICT- en internetwereld. De technologie grijpt dan ook zeer snel om zich heen. Toch is nog lang niet precies duidelijk hoe WiFi nu gezien moet worden in relatie tot andere draadloze technieken zoals GPRS en UMTS. Eén van de belangrijkste redenen voor het succes van WiFi is dat het gebruik van de draadloze frequentie vrij is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de frequenties voor GSM en UMTS. Daarnaast is de apparatuur relatief goedkoop. Oorspronkelijk was de techniek bedoeld voor draadloze kantoornetwerken. Maar al snel werden vele nieuwe toepassingen gevonden, mede gedreven door de dalende prijzen voor apparatuur. Draadloze netwerken hebben ook in woonhuizen hun intrede gedaan. Aan het aantal nieuwe toepassingen lijkt voorlopig geen einde te komen. Voorbeelden zijn het aanbieden van draadloos internet op drukbezochte locaties zoals luchthavens en stations. Ook is het mogelijk groepen woningen of gebouwen te voorzien van internettoegang zonder dat daarvoor eerst kabels gegraven hoeven te worden. Verder zijn vele steden op de wereld inmiddels begonnen met het maken van een draadloos stadsnetwerk waarmee burgers en bedrijven met elkaar kunnen communiceren.

1.1 Vraagstelling
Een opvallend gegeven is dat veel van bovengenoemde projecten user driven zijn; ze worden geïnitieerd door de gebruikers zelf. Bij veel draadloze initiatieven ontstaat een gebruikersgemeenschap, ook wel community genoemd. Hoe ontstaat zo’n community? Door het samen aanleggen of juist ook door het gebruik van het draadloze netwerk? En hoe gaan de gebruikers vervolgens met het netwerk om? Op welke punten is het gebruik anders dan bij regulier internetgebruik? Wat is de meerwaarde voor de gebruikers? Naast deze vragen wordt gekeken naar de rol die WiFi-netwerken kunnen spelen bij het ontsluiten van bedrijven. Is WiFi een volwaardig alternatief voor bestaande infrastructuren of moet het vooral gezien worden als een tussenoplossing? Kunnen de diverse infrastructuren elkaar aanvullen?

Dialogic innovatie & interactie

3

De centrale vraag in dit onderzoek luidt: Welke rol spelen WiFi-netwerken voor burgers bij het ontstaan van lokale gemeenschappen en is er een rol weggelegd voor WiFi bij het ontsluiten van bedrijven? Deelvragen bij deze onderzoeksvraag zijn: Wat zijn de karakteristieken van de verschillende toepassingen van WiFi-netwerken en welk soort organisaties zitten hier achter? Wat zijn de randvoorwaarden en de kritische succesfactoren voor de uitrol van een draadloos (buurt)netwerk? Wat zijn de sociale effecten? Welke lokale en regionale publieke diensten lenen zich voor WiFi? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor WiFi als internetaansluiting voor bedrijven? Is er een specifieke betekenis voor bedrijfsterreinen in de regio Noord-Holland?

Bij de beantwoording van deze vragen is eerst een literatuurstudie uitgevoerd. Daarbij dient te worden opgemerkt dat veel van de bronnen van internet afkomstig zijn. Dit komt doordat ervaringen van gebruikers vaak online worden vastgelegd. Ook artikelen verschijnen vaak vooral in de ‘online versies’ van tijdschriften en kranten. Daarnaast is er nog maar weinig onderzoek gedaan op dit terrein en zijn er dus ook nog maar weinig papieren bronnen beschikbaar. Naast literatuuronderzoek is een aantal interviews gehouden met marktpartijen, WiFiinitiatiefnemers en deskundigen. Als het in dit rapport gaat om meningen van de betrokkenen, is dit expliciet aangegeven. Verder zijn de interviewverslagen als bronnen gebruikt.

1.2 Opzet rapport
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige stand van de techniek en gaat in op de verschillende standaarden die er zijn. Hoofdstuk 3 beschrijft de verschillende typen toepassingen van draadloze netwerken. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de sociale aspecten van draadloze netwerken en de rol van gebruikers. Hoofdstuk 5 behandelt de mogelijkheden om WiFitechnologie te gebruiken voor internettoegang bij bedrijven. In hoofdstuk 6 tenslotte staan de belangrijkste bevindingen en conclusies.

Dialogic innovatie & interactie

4

2 Techniek
WiFi staat voor Wireless Fidelity, oftewel: een draadloos netwerk van hoge kwaliteit. De standaard, officieel IEEE 802.11b, is een draadloze variant van het bekende ethernet. Ethernet is de standaard voor Local Area Networks (LAN) of kantoornetwerken. Daarom wordt vaak ook gesproken van Wireless Lan of WLAN. In beginsel vervangt WiFi slechts een kabeltje. Met een WiFi-netwerkkaart in de computer kan deze draadloos communiceren met een basisstation. Dit is een soort hub met een antenne. Op deze manier kan een groep computers die zich in de buurt van het basisstation bevinden, met het basisstation communiceren. Er is dan sprake van een draadloos netwerk. Het bereik van zo’n basisstation of access point hangt sterk af van de omgevingsfactoren. Wanneer er veel obstakels zijn, zoals muren en plafonds, bedraagt de reikwijdte grofweg drie tot vijftien meter. In een open omgeving, bijvoorbeeld buitenhuis, loopt het bereik op tot tientallen of zelfs honderden meters. De capaciteit van de verbinding is theoretisch 11 Mbps, maar de standaard voorziet in het terugschakelen naar lagere snelheden zoals 5.5, 2 of 1 Mbps, afhankelijk van de omstandigheden. Dit kan zijn doordat er storingen optreden van andere apparaten of door obstakels tussen de computer en het basisstation. Daarnaast dienen alle apparaten binnen de straal van een basisstation de capaciteit met elkaar te delen. Ook hierdoor neemt de snelheid af. In de praktijk ligt de snelheid dus lager dan de ‘bedrade’ ethernetvariant. Want terwijl enkele jaren geleden 10 Mbps nog de standaard was, zijn nu praktisch alle apparaten in kantoren – en ook thuis – voorzien van 100 Mbps-apparatuur. Dat neemt niet weg dat het draadloze aspect veel voordelen met zich meebrengt. De belangrijkste is natuurlijk de flexibiliteit. Wanneer in een kantoor één of meerdere basisstations worden aangesloten op het vaste netwerk, biedt dit de medewerkers de mogelijkheid om bijvoorbeeld met een laptop overal binnen het kantoor contact te maken met het vaste netwerk. Wanneer het basisstation ook in contact staat met internet - rechtstreeks of via het lokale netwerk - biedt dit de draadloze gebruikers nog veel meer mogelijkheden. Dit betekent namelijk dat alle gebruikers die zich binnen de straal van het basisstation bevinden, draadloos toegang hebben tot internet. Ook thuis kunnen mensen zich overal in huis internettoegang verschaffen door hun basisstation aan een kabel- of ADSL-modem te koppelen. Nog een stap verder gaat het wanneer een partij een basisstation dat in verbinding staat met internet, op een publieke locatie plaatst. Zo biedt de luchthaven Schiphol bijvoorbeeld draadloze internettoegang aan reizigers.

2.1 Standaarden
Het Institute for Electrical and Electronics Engineers (IEEE) gaat over de ratificatie van standaarden. De relevante standaarden zijn 802.11a, 802.11b en 802.11g. Er zijn diverse IEEE 802.11x-werkgroepen - elk aangeduid met een letter overeenkomstig de standaard druk doende zo snel mogelijk tot ratificatie van de standaard te komen. Zaken als snelheid, veiligheid en frequentiegebruik zijn daarbij de belangrijkste onderwerpen. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de verschillen en overeenkomsten tussen de verschillende standaarden.

Dialogic innovatie & interactie

5

IEEE 802.11b
Halverwege 1999 werd 802.11b goedgekeurd en een half jaar later verschenen de eerste producten op de markt. Het is op dit moment de meest gebruikte standaard. De b-variant maakt gebruik van de 2,4 GHz-band. Deze band is vrij te gebruiken, zonder licentie (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2002). Nadeel daarvan is dat hij ook door allerlei andere apparaten wordt gebruikt zoals draagbare telefoons en magnetrons. De theoretische capaciteit bedraagt 11 Mbps.

IEEE 802.11a
Hoewel 802.11a eerder is ontwikkeld dan de b-variant, werden de eerste producten pas begin 2002 geïntroduceerd. Voordeel ten opzichte van de b-variant is de veel grotere bandbreedte van theoretisch 54 Mbps. De 5 GHz-band waarin de standaard werkt, wordt veel minder gebruikt door andere apparatuur dan de 2,4 GHz-band. Hierdoor kunnen meer basisstations in eenzelfde gebied geplaatst worden. De 5 GHz-band is echter niet helemaal vrij. Per land reserveert de toezichthouder een verschillend deel van het spectrum voor gebruik zonder licenties. Een nadeel van deze standaard is onder meer dat - als gevolg van de verschillende frequenties - 802.11a-producten niet compatible zijn met 802.11bproducten, waarvan er nu al zo veel in gebruik zijn.

IEEE 802.11g
De zich zeer snel verspreidende en wijd geaccepteerde 802.11b-standaard diende als voorbeeld voor de ontwikkeling van de g-standaard. Sinds juni 2003 is de g-variant een officiële standaard. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van 802.11g is een hogere snelheid dan de b-versie, namelijk 54 Mbps, maar wel in dezelfde frequentieband, dus in de 2,4 GHz-band. Bovendien geldt de voorwaarde van backward-compatibility met de bstandaard, zodat de al bestaande en geïnstalleerde apparatuur van versie b bruikbaar blijft. Inmiddels verschijnen de eerste 802.11g-producten op de markt. De belangrijkste karakteristieken van de drie standaarden zijn weergegeven in Tabel 1.

Tabel 1 Vergelijking tussen de drie draadloze 802.11 standaarden

Standaard
Adoptiegraad Snelheid Frequentie Bereik Compatibiliteit (Bron: Linksys)

802.11b
Wereldwijde adoptie. Overal beschikbaar Tot 11 Mbps Vrije 2,4 GHz. Groot, tot 50 meter binnen Groot

802.11a
Nieuwe technologie Tot 54 Mbps 5 GHz Kleiner, tot 25 meter binnen Niet met 802.11b en 802.11g

802.11g
Nieuwe technologie. Snelle groei Tot 54 Mbps 2,4 GHz Groot, tot 50 meter binnen Ja, met 802.11b.

Opgemerkt moet worden dat de snelheden zoals genoemd in de tabel, theoretische maxima zijn. In de praktijk valt de snelheid lager uit als gevolg van fouten in de communicatie, storingen van andere apparaten of objecten, gedeeld gebruik etc. Een snelheidreductie van 40% geeft een goede indicatie.

Dialogic innovatie & interactie

6

2.2 Netwerktopologieën
Met WiFi-technologie zijn verschillende soorten netwerken mogelijk. De structuur van een netwerk heet een netwerktopologie. De meest gebruikte is die met een access point. Een access point is tegelijk zender en ontvanger en vormt zo een radiocel. Binnen deze cel kunnen computers met het access point communiceren (Figuur 1).

Figuur 1 Standaard WiFi-configuratie: een access point en client computers

Maar het is ook mogelijk een point-to-point verbinding op te zetten met WiFi-technologie. Een point-to-point verbinding wordt gebruikt om twee punten over langere afstand draadloos met elkaar te verbinden. Een voorbeeld hiervan is een verbinding tussen twee kantoorpanden. Met behulp van twee richtantennes wordt een point-to-point verbinding opgezet die als vervanging dient van een netwerkkabel of huurlijn (Figuur 2).

Figuur 2 WiFi als point-to-point verbinding

Antennes
Antennes spelen een belangrijke rol bij het gebruik van WiFi-netwerken, vooral als dit buitenshuis gebeurt. Voor een goed begrip van de inzet van WiFi-technologie zijn drie typen antennes van belang: de onmi-antenne, de richtantenne en de flatpanelantenne. Een access point heeft altijd een antenne, al dan niet ingebouwd. Om het bereik van het access point te vergroten en zodoende een grotere cel te realiseren, kan een extra antenne op het access point worden aangesloten. Voor deze toepassing wordt een omni-antenne gebruikt. Deze zendt en ontvangt rondom en kan op een hooggelegen punt worden geplaatst waardoor de straal, waarbinnen clients (zoals laptops) verbinding kunnen krijgen met het access point, groter wordt.

Figuur 3 Het bereik van een access point vergroten met een omni-antenne

Dialogic innovatie & interactie

7

Richtantennes worden gebruikt bij point-to-point verbindingen. Twee antennes staan dan op elkaar gericht. Er is geen cel rondom een richtantenne en clients rondom de antenne krijgen geen verbinding. Daar is de antenne dan ook niet voor bedoeld. Figuur 2 geeft het gebruik van richtantennes weer. WiFi-netwerkkaartjes, voor een laptop of pc, hebben altijd een ingebouwde antenne. Wanneer het access point echter ver verwijderd is, of zich bijvoorbeeld buitenshuis op een mast bevindt, is het noodzakelijk een extra antenne te gebruiken om goede ontvangst te garanderen. Hiervoor kunnen flatpanelantennes gebruikt worden. Dit zijn clientantennes die via een kabeltje worden aangesloten op de netwerkkaart.

Dialogic innovatie & interactie

8

3 Toepassingen
Het aantal toepassingen waarbij WiFi-technologie wordt gebruikt is enorm en neemt dagelijks toe. Er komt steeds meer WiFi-apparatuur op de markt en bovendien worden de producten steeds goedkoper. Daarnaast is het merendeel van de laptops tegenwoordig voorzien van een ingebouwde WiFi-voorziening. Het dalen van de prijzen van WiFi-chips heeft er voor gezorgd dat deze al lang niet meer alleen in computers worden ingebouwd en een groot arsenaal aan apparatuur ‘WiFi-enabled’ wordt. Voorbeelden hiervan zijn zakagenda’s, foto- en videocamera’s, telefoons en zelfs dasspelden. Hoewel het grote aantal soorten WiFi-apparatuur anders doet vermoeden, is het gebruik van WiFi in te delen in een aantal hoofdconfiguraties. Op enkele uitzonderingen na worden met de indeling in deze vier hoofdconfiguraties alle vormen van gebruik afgedekt. Deze configuraties, te weten draadloze kantoor- en huisnetwerken (paragraaf 3.1), de hotspotconfiguratie (paragraaf 3.2), de wireless local loop (paragraaf 3.3) en community netwerken (3.4) zullen apart worden behandeld.

3.1 Draadloze kantoor- en huisnetwerken
De meest voor de hand liggende toepassing is uiteraard een draadloos netwerk in een kantoor of woning. Hiervoor is WiFi oorspronkelijk ontwikkeld. De techniek wordt in dit geval primair ingezet als vervanging van kabels. De keuze voor een draadloos netwerk in plaats van een bekabeld netwerk kan verschillende redenen hebben, zoals flexibiliteit, het niet hoeven boren in muren, gebrek aan kennis over het aanleggen van een bekabeld (huis)netwerk enzovoorts. De aanschaf van minimaal één access point en één WiFi-kaart is al voldoende. Deze configuratie is de meest basale toepassing van een draadloos netwerk.

3.2 De hotspot configuratie
Een van de eerste toepassingen na het draadloze netwerk op kantoor of thuis, was het hotspot model. In feite is dit niets anders dat het verplaatsen van een basisstation van een private ruimte naar een publieke ruimte. Hierdoor ontstaat een publiek toegangspunt ofwel een public hotspot. Een hotspot provider plaatst een WiFi-basisstation op een plaats waar veel mensen komen. De aanbieder zorgt dat het basisstation in verbinding staat met internet. Het publiek krijgt via de zo ontstane hotspot toegang tot internet. Een dergelijke aanbieder van draadloos internet wordt ook wel Wireless Internet Service Provider of WISP genoemd. De toegang tot een hotspot kan gratis of betaald zijn. Gratis toegang is de meest eenvoudige implementatie voor de aanbieder. Immers, een notebook met WiFinetwerkkaart detecteert zelf of er een basisstation in de buurt is. Dit betekent dat de internetverbinding automatisch opgezet wordt als iemand een notebook aanzet in de buurt van een public hotspot1. Het nadeel van dit model is dat de toegang niet beheersbaar is en de WISP dus ook geen geld int. Daarvoor zijn inmiddels goede toegangssystemen ontwikkeld. Wanneer een gebruiker in de buurt van het basisstation komt, verschijnt er
Dit geldt als zowel het basisstation als het notebook geconfigureerd zijn voor gebruik van Dynamic Host Configuration protocol (DHCP). Dit is over het algemeen het geval. In deze configuratie krijgt elke computer die zich binnen het bereik van het basisstation bevindt tijdelijk een ip-adres toegewezen, dat nodig is voor internettoegang.
1

Dialogic innovatie & interactie

9

een welkomstpagina op het scherm. Hier kan de gebruiker kiezen uit diverse betalingsmogelijkheden, zoals een 0900-nummer, een sms of een kraskaart. Ook kan het zijn dat de gebruiker abonnee is en met een vaste gebruikersnaam kan inloggen. Het is niet noodzakelijkerwijs een WISP die draadloos internet aanbiedt via een hotspot. Het is ook mogelijk dat andersoortige partijen dit doen. Andere aanbieders van deze vorm van internettoegang zijn hotels, metrostations, luchthavens en congrescentra.

Aervik
Aervik was de eerste aanbieder van internet via hotspots in Nederland. Aervik richt zich op de zakelijke gebruiker die onderweg behoefte heeft aan internettoegang. Waar deze gebruikers nu nog hun GSM gebruiken om contact te maken met internet of kantoor, kan het WiFi aanbod van Aervik veel meer snelheid bieden tegen een lager tarief. Voorbeelden van locaties waar Aervik actief is, zijn vliegvelden, hotels, conferentiecentra en wegrestaurants. De kosten voor toegang zijn afhankelijk van het soort gebruik. Zo kan er betaald worden door een SMS bericht te versturen; €1,10 voor 10 minuten toegang. Ook kan ter plekke een voucher gekocht worden of met een credit card worden betaald. De kosten van zo’n incidentele sessie verschillen per hotspot. Daarnaast is er de mogelijkheid tot een abonnement. Dit kost €59,90 per maand en geeft onbeperkte toegang. Aervik is per 23 april overgenomen door Swisscom Eurospot, een 100% dochter van het Zwitserse telecombedrijf Swisscom. Hierdoor is het ‘grootste Public Wireless LAN netwerk in de Benelux’ ontstaan Swisscom beheert nu meer dan 500 hotspots in diverse Europese landen, waaronder meer dan 70 in Nederland. Samen met meer dan 400 hotspots van roaming partners, biedt Swisscom Eurospot nu toegang tot meer dan 900 hotspots. (www.aervik.com)

Dialogic innovatie & interactie

10

Hubhop
Hubhop is een klein bedrijf – waarin KPN per 5 mei 2003 een meerderheidsbelang heeft genomen – dat via hotspots draadloos internet aanbiedt. Bijzondere aan Hubhop is dat leden hun eigen access point kunnen aanmelden. Wanneer iemand zijn eigen WiFi basisstation laat opnemen in de Hubhop database, krijgt deze in ruil daarvoor toegang tot alle andere access points in de database. Voorwaarde is wel dat het access point in verbinding staat met internet, via een kabel- of ADSLverbinding. Met dit principe heeft Hubhop in minder dan een jaar tijd al meer dan 332 publieke access points in Nederland opgebouwd en is daarmee het grootste WiFi netwerk van Nederland. Naast dit netwerk van particuliere hotspots, het zogenaamde Personal Netwerk (miwifi.nl), exploiteert Hubhop dan ook een Premium Netwerk (hubhop.com). Dit netwerk bestaat uit 43 hotspots die door Hubhop zelf worden geplaatst en geëxploiteerd. De premium hotspots bieden draadloze internettoegang tegen betaling en bevinden zich op locaties zoals in hotels, restaurants en parken. Overigens hebben Premium Netwerk gebruikers ook toegang tot het Personal Netwerk. Om het aantal Premium punten te vergroten is er het Hubhop Access Point (HAP). Met een HAP is het mogelijk betaald draadloos internet aan te bieden. Horeca eigenaren, congrescentra of wie dan ook kunnen voor €125 per maand, een HAP exploiteren. Gebruikers kunnen op verschillende manieren betalen (Tabel 2). De huurder van HAP krijgt een percentage (40%) van de gegenereerde omzet. Tabel 2 Gebruikerstarieven voor het Premium Netwerk (Bron: Hubhop.com).

tijdseenheid 15 minuten 60 minuten 24 uur 7 dagen Jaarabonnement

kosten €1,15 €5,€10,€15,€25,- per maand

betaalwijze 0900 nummer kraskaart creditcard creditcard credit card of auto incasso

prijs per uur €4,60 €5 €2,40 €0,10 €0,02

3.3 De Wireless Local Loop
Een heel andere toepassing is WiFI als vervanging van de vaste internetaansluiting van een woonhuis, de local loop. Het op deze manier aanbieden van internettoegang aan huishoudens heet wireless local loop en wordt ook wel Fixed Wireless Access genoemd. Hoewel de internettoegang draadloos is, heet hij fixed omdat de internetaansluiting op een vaste plaats is, namelijk thuis of op kantoor. Het draadloze gedeelte is vanaf een vast punt in de wijk tot aan de voordeur van de woning of kantoor. Het staat dus geheel los van het feit of binnen het huis of kantoor gebruik gemaakt wordt van een draadloos netwerk. De Wireless Local Loop is een alternatief voor kabels onder de stoep. Eigenlijk wijkt deze toepassing nog weer verder af van het oorspronkelijke Wireless LANidee. De verbindingen zijn in de open lucht en bovendien niet flexibel. Twee vaste punten worden draadloos met elkaar verbonden. Eén van die punten is een basisstation dat zich bijvoorbeeld in een wijk bevindt. Vervolgens wordt aan de woningen die zich rondom dit basisstation bevinden een kleine antenne bevestigd. Het basisstation staat in verbinding met de antennes op de woningen, waardoor een netwerk ontstaat. Op deze manier krijgen deze woningen internettoegang, zonder dat er een kabel gegraven hoeft te worden. Vooral

Dialogic innovatie & interactie

11

in gebieden waar geen aanbod is van adsl- of kabelinternet, doet deze manier van internettoegang dan ook zijn intrede.

Figuur 4 Wireless Local Loop (WLL)

3.4 Community netwerken
Er hangt om WiFi een community sfeer. Dat wil zeggen dat groepen gebruikers zich groeperen, in wat voor vorm dan ook, rondom het thema WiFi. Dat groeperen gebeurt op verschillende manieren. Zo onderhouden gebruikers over de hele wereld een groot aantal fora op internet waarop zij vragen aan elkaar stellen en elkaar adviseren en helpen bij het opzetten van draadloze netwerkjes, bijvoorbeeld thuis. Het draadloze aspect heeft op velen een grote aantrekkingskracht en er lijkt een zekere magie rondom te hangen. Belangrijke bijkomstigheid is de relatief lage prijs. Er is slechts een kleine investering nodig om zelf met een draadloos netwerk aan de slag te gaan. Maar het community effect gaat verder. In een groot aantal steden hebben gebruikers zich verenigd met als doel een draadloos stadsnetwerk te bouwen. De vergelijking met de jaren ‘70 dringt zich op, toen zendamateurs op zolderkamers radiozenders bouwden en zo contact onderhielden met anderen die zich binnen een straal van enkele kilometers bevonden. Deze mensen kenden elkaar niet; het gegeven dat ze met elkaar kónden communiceren was genoeg reden om dit ook te doen. Overigens was er toen natuurlijk ook al telefonie, maar dat weerhield de pioniers er niet van juist via hun radionetwerk met elkaar te communiceren. Er lijkt nu een vergelijkbare ontwikkeling op gang te zijn. Mensen sluiten WiFi-apparatuur op hun computer aan en kijken of ze met anderen in de stad een netwerk kunnen opzetten. Zo ontstaat een stadsnetwerk waarmee bewoners onderling kunnen communiceren of bestanden kunnen uitwisselen. Ook hier gaat de analogie op met de telefoon van toen. Deze gebruikers zouden namelijk ook internet kunnen gebruiken om bestanden onderling uit te wisselen. Maar de uitdaging ligt in het feit dat ze een eigen netwerk creëren, een draadloos netwerk, dat alleen toegankelijk is voor bewoners van de wijk of stad. De bekendste voorbeelden van steden waar een dergelijk netwerk is gebouwd zijn Seattle en Leiden. Op twee van de vier hoofdconfiguraties zal verder worden ingegaan in dit rapport. Dit zijn in de eerste plaats de community netwerken en de rol die gebruikers hierbij spelen (Hoofdstuk 4). Vervolgens zal uitgebreider worden stilgestaan bij de mogelijkheden van WiFi voor de local loop, met name voor bedrijven en bedrijventerreinen (Hoofdstuk 5).

Dialogic innovatie & interactie

12

WiFi in het openbaar vervoer
Er wordt steeds meer geëxperimenteerd met WiFi-toepassingen in het (openbaar) vervoer. Zo heeft het GVB in Amsterdam de nieuwste trams voorzien van beeldschermen met informatie en reclame. Telkens als de tram in de remise komt, wordt het informatiesysteem draadloos geactualiseerd met behulp van WiFi-technologie. In Scandinavië biedt spoorwegmaatschappij Linx in samenwerking met het Amerikaanse netwerkbedrijf Icomera draadloos breedband aan in de rijdende trein. Op de treinverbinding tussen Gotenburg en Kopenhagen kunnen de passagiers en het personeel surfen, mailen en chatten tijdens de reis. Boeing is van plan om 150 vliegtuigen uit te rusten met WiFi-apparatuur zodat de passagiers, tegen betaling, kunnen internetten op transatlantische vluchten. Uiteindelijk zal deze dienst in 800 vliegtuigen aangeboden gaan worden.

Apparatuur
Ook wordt steeds meer apparatuur voorzien van een WiFi-chip zodat draadloze communicatie mogelijk wordt. Enkele voorbeelden hiervan: In de loop van 2003 komt een aantal fabrikanten met een insteekkaartje op de markt waarmee een Personal Digital Assistant (PDA of elektronische zakagenda) de mogelijkheid krijgt contact te maken met een WiFi-netwerk. Het kaartje heeft de vorm van een memory card en gebruikt het memory slot, een kleine gleuf in het apparaat voor insteekkaarten, van de PDA. Er wordt nu gewerkt aan geïntegreerde insteekkaartjes die zowel geheugen als een WiFi-antenne bevatten. Deze kaartjes geven de bezitter van een PDA de mogelijkheid om overal waar zich een hotspot bevindt de agenda te synchroniseren, e-mail te lezen en zelfs over het internet te surfen. Netwerkleverancier Linksys heeft een zogenaamde Digital Media Adapter gemaakt waarmee binnenshuis draadloos muziek en film getransporteerd kan worden. De Media Adapter wordt verbonden met de Hifi-installatie waardoor de adapter mediabestanden die zich op een pc of server bevinden, zoals mp3 en films, op kan sporen en afspelen over de geluidsinstallatie of televisie. Linksys is ook de maker van een Wireless Ethernet Bridge. Dit is een adapter waarmee elk apparaat dat uitgerust is met een netwerkkaart, draadloos gemaakt kan worden. Een voorbeeld hiervan is de spelcomputer Playstation 2. Met behulp van de draadloze adapter wordt het mogelijk online games te spelen met andere Playstation 2-bezitters via een draadloze verbinding. De WiFi-cam. Dit is een camera die beelden draadloos verstuurt. Deze camera is met name handig als beveiligingscamera, bijvoorbeeld in kantoren waar al een WiFi- netwerk is. Voor het functioneren van de camera's is het niet nodig extra kabels te leggen.

Dialogic innovatie & interactie

13

4 Sociale en computernetwerken
Sociale netwerken werden al lang bestudeerd voordat computernetwerken werden uitgevonden. De twee typen netwerken hebben op het eerste oog wellicht weinig gemeen maar vertonen toch sterke overeenkomsten. Sterker nog: 'computernetwerken zijn sociale netwerken' (Wellman, 1997). Mensen hebben een sterke behoefte te communiceren en informatie uit te wisselen. Communicatie en informatie behoren tot de belangrijkste drijfveren van mensen voor internetgebruik (Dialogic, 2003). Communicatie en informatie hangen nauw samen want iedere keer dat er interactie tussen twee mensen plaatsvindt, bestaat de mogelijkheid informatie uit te wisselen. Vaak gaat deze informatie over iemand anders die beide personen kennen. De structuur van mensen die weer andere mensen kennen, vormt een netwerk van kanalen waarlangs allerlei informatie, ook gevoelens, zich kunnen voortbewegen. Zodoende kunnen personen gezien worden als communicatieknooppunten van het netwerk.

4.1 Het ontstaan van community netwerken
In het begin van het jaar 2000 ontstond het idee bij computer geeks om draadloze netwerken te gaan bouwen met een bereik dat groter is dan het eigen huis of het kantoor. Eén van de eersten was Matt Westervelt in Seattle. Hij maakte een website met een kaart van Seattle en nodigde mensen uit om hun WiFi-basisstation open te stellen voor gastgebruik en om de locatie van dit basisstation aan te geven op de kaart. Op deze manier ontstond een zogenaamde node map; een kaart met draadloze, openbare toegangspunten waar mensen met een laptop terecht konden om bijvoorbeeld hun e-mail te lezen. Seattle Wireless was geboren.

Figuur 5 Gedeelte van de nodemap van Seattle Wireless

Sindsdien heeft het concept van Seattle Wireless als voorbeeld gediend voor veel initiatieven, verspreid over de hele wereld. Het uitgangspunt daarbij is dat het netwerk door burgers en gebruikers wordt gebouwd doordat zij elk een eigen draadloze cel beheren. Wanneer het aantal cellen toeneemt, ontstaat er een wireless blanket, een soort deken van WiFi-cellen. Binnen de deken, die in principe openstaat voor iedereen, is er draadloze toegang tot internet of wat de afzonderlijke celbeheerders dan ook maar delen via het draadloze netwerk.

Dialogic innovatie & interactie

14

Toch zijn er in de afgelopen tien jaar behoorlijke principiële en ook technische verschillen ontstaan tussen de verschillende community netwerken. Ook de doelstellingen waarmee community netwerken worden opgezet, lopen uiteen. Vaak is de dominantie van de local loop-aanbieder een doorn in het oog van de oprichters van een community netwerk. Het afzetten tegen de grote telecomaanbieder, die vaak monopolist is en dus de enige partij die internettoegang aanbiedt, kan een drijfveer zijn om te zoeken naar alternatieven. Seattle Wireless formuleert één van de belangrijkste redenen voor zijn bestaan als: ‘The point of our community wireless network is to create a local network infrastructure that replaces the local loop that is, right now, owned by the telcos and other large corporations’ (seattlewireless.net). In Engeland was Consume.net een van de eerste van de ‘free networks’. De slogan ‘Trip the loop, make your switch, consume the Net’ geeft al aan dat het hier om gelijksoortige beweegredenen gaat. Ook Consume.net speelt in op mogelijke ontevredenheid over telecomaanbieders en appelleert aan het gevoel van een eigen, open netwerk: ‘If, as many are, you feel disenchanted by corporate telecoms and seek an alternative or are unable to connect to or meet the costs of always on connectivity, then you will be excited, as many of us are at the prospect of an open and autonomous approach to networking' (Consume.net). Behalve de zeggenschap over het eigen netwerk, is er nog een belangrijke motivatie voor de ‘freenetters’. Bij ‘WiFi-activisten’, zoals ze ook wel genoemd worden, heerst de overtuiging dat WiFi toegang biedt tot een publiek goed. Bestaande infrastructuren zoals het telefonienet en het kabelnet zijn eigendom van de partij die ze heeft aangelegd of gekocht en die partij vraagt een vergoeding voor toegang tot die infrastructuur. Maar iedereen is eigenaar van het radiospectrum, zo wordt geredeneerd. Wanneer jij en je buurman een basisstation kopen, mogen jullie ook besluiten daar onderling een netwerk van te bouwen. WirelessAnarchy is een organisatie die draadloze initiatieven verzamelt en uitleg geeft over de bouw van een draadloos community netwerk met standaard apparatuur. De organisatie hanteerde tot voor kort de slogan ‘It's wireless, its anarchy, it's your ISP's worst nightmare’ (WirelessAnarchy.com). Maar er zijn ook minder anarchistische motieven. Zo heeft New York City Wireless als missie statement: ‘to promote open wireless hotspots in public spaces throughout the New York region. These public spaces include parks, coffee shops, and building lobbies. NYCwireless intends to work with public and other non-profit organizations to bring broadband wireless Internet to under-served communities’. Het gaat dus ook om het bereiken van gebruikers die anders wellicht geen gebruik van internet zouden kunnen maken. Het bestrijden van de digital divide dus. Binnen NYCwireless bestaan zogenaamde ´special interest groups´. Eén daarvan is community applications. Deze groep stelt zich tot doel om via het NYCwireless-netwerk applicaties aan te bieden die het tot stand komen van online gemeenschappen ondersteunen. Bryant Park, waar bijvoorbeeld veel mensen van nabij gelegen kantoren komen werken met laptops, wordt gezien als de ideale plek om met deze toepassingen te experimenteren. Een voorbeeld hiervan is de buddy list die gebruikt wordt om te zien of vrienden of contacten ingelogd zijn op het netwerk en zich ook in het park bevinden. De ontwikkelde community toepassingen worden ook ter beschikking gesteld aan andere community-netwerkinitiatieven. Doordat de technologie nog volop in ontwikkeling is, is het opzetten van draadloze community netwerken zowel technisch als sociaal een interessant fenomeen. Bij de opkomst van deze initiatieven gaan technische en sociale aspecten hand in hand waarbij geen van beide zaken de overhand krijgt. Enerzijds zijn er de technische beperkingen (zie ook paragraaf 6.1) die een remmende werking op de ontwikkelingen hebben, anderzijds is er het grote enthousiasme van de community leden die weer als kracht in de andere

Dialogic innovatie & interactie

15

richting gezien kan worden. De technische perikelen vormen vaak juist weer een uitdaging om met creatieve oplossingen te komen, wat dan ook telkens weer gebeurt. Bovendien zorgen de technische obstakels voor overleg tussen participanten, sociale interactie dus, waarbij de één de ander voorlicht en informeert. Tijdens deze bijeenkomsten worden bovendien ook nieuwe antennes ontworpen of andere technische vernieuwingen bedacht, die weer oplossingen vormen voor de technische hindernissen. En terwijl in het begin vooral technisch onderlegde personen participeerden in community netwerken, is dat steeds meer aan het veranderen. Sterker nog, voor het slagen is het juist nodig dat er geavanceerde maar ook gemiddelde en beginnende gebruikers participeren (McDonald, 2002). Een van de belangrijkste sociale aspecten is het gegeven dat community netwerken altijd door burgers of gebruikers worden geïnitieerd en daarmee user driven zijn. Dit wordt ook wel de bottom up approach genoemd, van onderaf dus. Dit is het tegenovergesteld van een top down aanpak, waarbij het meestal een commerciële partij is die ‘van bovenaf’ de gebruikers iets aanbiedt. Een ander sociaal aspect wordt gevormd door de onderlinge communicatie en informatie- uitwisseling tussen de gebruikers. Deze is essentieel bij het in stand houden of verder uitbouwen van de community. Als derde sociale aspect kan worden genoemd het gegeven dat de drijvende krachten achter het project zich bekommeren om vrije toegang voor iedereen, met name ook voor de not-haves.

4.2 Community netwerken in Nederland
Verspreid over Nederland zijn in de afgelopen periode een groot aantal ´wireless initiatieven´ ontstaan. Een greep uit de steden en gebieden waar men bezig is een draadloos netwerk op te zetten: Amsterdam, Alkmaar, Almere, Amersfoort, Apeldoorn, Arnhem, Beverwijk, de Betuwe, Drechtsteden, Giessenlanden, Holten, Leeuwarden, Leiden, Leidscherijn, Nieuwegein, Nijmegen, Rotterdam, Sevenum, Tollebeek en Utrecht. Deze initiatieven lopen zeer sterk uiteen wat betreft uitgangspunten, kennisniveau, professionaliteit, mate van ontwikkeling en doelstellingen. Dat neemt niet weg dat bovenstaande lijst een indicatie geeft van de enorme activiteit op het gebied van community networking in Nederland. In de volgende paragrafen bespreken we drie initiatieven die op een aantal essentiële punten verschillen en die bovendien in een verschillend stadium van ontwikkeling zijn.

Wireless Leiden
In Nederland is Wireless Leiden het bekendste initiatief. In Leiden is een groep enthousiaste vrijwilligers gaan experimenteren met het onderling verbinden van particuliere basisstations. Doel hiervan is het bouwen van een niet-commercieel draadloos stadsnetwerk, open voor iedereen. Hierbij staat het onderling verbinden van burgers en bedrijven centraal en niet het bieden van draadloze internettoegang. Daarbij is het streven om volledig onafhankelijk van bestaande infrastructuren – en dus onafhankelijk van bestaande partijen – te kunnen opereren. Dit geldt voor de huidige kabel- en ADSLaanbieders, maar ook voor bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven. Experimenten met zonnecellen zijn in de toekomst niet uitgesloten. Hier zien we dus de eerder genoemde onafhankelijkheidsdrang terug. De redenen voor het maken van een eigen netwerk in Leiden zijn behalve het eigen beheer van de infrastructuur ook de lage kosten. Wireless Leiden meent dat met name het ‘internet-gedeelte’ voor hoge kosten zorgt. Wanneer je dit achterwege laat en een netwerk bouwt dat alleen de gebruikers onderling verbindt, hou je de kosten dus laag. Bovendien is er volgens de initiatiefnemers voldoende interessante content binnen de gebruikersgroep

Dialogic innovatie & interactie

16

aanwezig, waardoor internettoegang helemaal niet noodzakelijk is. De gebruikers bepalen dus in hoofdzaak zelf wat de diensten zijn die via het netwerk worden aangeboden. Eén van die diensten kan ook internettoegang zijn, wanneer bijvoorbeeld een bedrijf besluit zijn snelle internettoegang buiten kantooruren aan het draadloze stadsnetwerk ter beschikking te stellen. Ook de eerder genoemde bestrijding van de digital divide is één van de motieven. Een bepaald deel van de bevolking heeft geen toegang tot de informatie die de lokale overheid via websites aan haar burgers aanbiedt omdat internettoegang voor die groep te duur is. Via het draadloze netwerk van Leiden is het mogelijk om ook die mensen, met een eenmalig bedrag van minder dan 100 euro, toegang te geven tot de lokale overheidsinformatie. Bovendien komt daarmee ook informatie van bibliotheken, buurtcentra, sportverenigingen en kerken beschikbaar.2 Wireless Leiden wordt draaiende gehouden door vrijwilligers. Bijkomend voordeel daarvan is dat gebruikers een heel andere attitude hebben ten opzichte van de organisatoren dan bij een commercieel initiatief. Er zijn inmiddels ongeveer 1000 gebruikers die zich als zodanig hebben aangemeld. Aangezien het een open netwerk is, is aanmelding strikt genomen niet nodig want iedereen kan verbinding met het netwerk maken. Gebruikers melden zich vrijwillig aan om kenbaar te maken dat ze van het netwerk gebruik maken of dat in de nabije toekomst willen gaan doen. Het werkelijke aantal gebruikers wijkt dus af van het aantal geregistreerde en is moeilijk exact vast te stellen. Uit logfiles is af te leiden dat het om ongeveer 400 gebruikers gaat, en dat dit aantal snel toeneemt. Er is een zogenaamde kerngroep van ongeveer 15 personen die via diverse fora en een mailinglist de overige gebruikers ondersteunt bij problemen. Ook is er één keer per maand een informatiedag waar bijvoorbeeld wordt uitgelegd hoe je je pc of huisnetwerk kan aansluiten op het netwerk van Wireless Leiden. Dit wordt gedaan met kant en klare producten maar ook via antenneworkshops. Voor ongeveer 5 euro kunnen mensen een eigen antenne in elkaar zetten en zo hun woning met het netwerk verbinden. Behalve tijdens deze georganiseerde bijeenkomsten hebben de gebruikers op talloze manieren onderling contact. Zo wordt er via diverse fora gediscussieerd over de mogelijkheden en beperkingen van het netwerk en worden problemen opgelost doordat gebruikers elkaar helpen. Daarnaast wordt er allerlei content uitgewisseld binnen de gemeenschap. Ook het spelen van games via het netwerk behoort tot de populaire toepassingen. Het contact tussen Wireless Leiden en burgers kan al op gang komen nog voordat zij gebruiker zijn. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden waarop de leden van de kerngroep gaan uitzoeken wat er moet gebeuren om de betreffende wijk op het netwerk aan te sluiten. Vaak wordt gekeken of groepen gebruikers geclusterd kunnen worden.

Durgerlan in Durgerdam
Op veel kleinere schaal en bovendien met heel andere motieven is het project Durgerlan ruim een jaar geleden opgezet. Het project is eigenlijk uit nood geboren: in Durgerdam was geen snelle internetverbinding te krijgen. De initiatiefnemer van het project heeft een draadloze internetverbinding met het nabijgelegen XS4ALL-kantoor naar zijn huis opgezet. Door vervolgens een WiFi-antenne op het dak van zijn woning te plaatsen, is hij de snelle

2

Wireless Leiden is eveneens van mening dat de grote kwaliteitsslag met WiFi te maken is: always on, flat fee, goedkoop en relatief snel. Daarmee is de stap naar WiFi-aansluitingen voor burgers veel belangrijker en bovendien eenvoudiger te maken dan die naar fibre-to-the-home (FttH).

Dialogic innovatie & interactie

17

internetverbinding weer draadloos gaan delen met de buurt. Geleidelijk is het project verder ontwikkeld en is er een tweede antenne op de kerk geplaatst waardoor nu zo’n 30 bewoners van Durgerdam via WiFi thuis internettoegang hebben. Zowel de snelheid als de prijs zijn vergelijkbaar met de huidige kabel- en ADSL-tarieven: ongeveer € 50, - per maand voor een internetverbinding van 512 kbps. Het bedrag is opgebouwd uit twee delen. De gebruikers betalen samen de snelle internetverbinding die gedeeld wordt. Deze bijdrage gaat naar het bedrijf dat het draadloze netwerk beheert en de draadloze verbinding met XS4ALL onderhoudt. Daarnaast betalen de gebruikers abonnementsgeld aan XS4ALL. De verdere ontwikkeling is zonder formele projectaanpak tot stand gekomen. Buurtbewoners lichten elkaar onderling in en mensen kloppen zelf aan bij de initiatiefnemers als zij ook een abonnement willen. In een aantal opzichten is Durgerlan de tegenhanger van Wireless Leiden. Zo is snelle internettoegang - of beter gezegd: het gebrek hieraan - de belangrijkste aanleiding geweest voor de opzet van het project. De internettoegang is nu dan ook de belangrijkste dienst. Bij Wireless Leiden is dit eigenlijk precies omgekeerd; internettoegang is een bijproduct. In Durgerdam wordt niet actief gewerkt aan het faciliteren van buurtdiensten. Het staat de gebruikers uiteraard vrij om zelf het initiatief daarin te nemen, maar de initiatiefnemers nemen hierbij niet het voortouw. In Leiden is dit juist wel de bedoeling. Het Leidse netwerk wordt gevoed door content en diensten van de gebruikers zelf. Overigens dient hierbij opgemerkt te worden dat de technische structuur van de twee netwerken essentieel verschilt. In Leiden vormen de antennes die verspreid over de stad aanwezig zijn onderling een netwerk. Ze zijn access point en knooppunt tegelijk 3 . In Durgerdam zijn de twee antennes puur bedoeld om omringende huishoudens toegang te verschaffen tot de snelle internetverbinding4.

Draadloos internet op IJburg
Terwijl Wireless Leiden en Durgerlan goed functionerende projecten zijn, staat ‘wireless IJburg’ nog in de kinderschoenen. De initiatiefnemers, de bewonersvereniging de IJbrug, zeggen dat Leiden als voorbeeld dient, maar het initiatief lijkt in beginsel meer op dat van Durgerdam. Directe aanleiding was namelijk het gegeven dat er op IJburg geen ADSL- of kabelinternet zou komen. Opmerkelijk detail hierbij is dat IJburg daarmee de enige wijk in Amsterdam zonder breedband zou zijn, en dat terwijl de nieuw te bouwen wijk als ICT-wijk was aangekondigd 5 . Uitgangspunt was dus het feit dat er op korte termijn geen snel internet mogelijk was voor de bewoners van IJburg. Daarop zijn twee bewoners van het eerste uur 6 begonnen om met behulp van WiFi-technologie toch internet op IJburg te krijgen. Sinds begin mei is er een draadloze internetverbinding tussen het vasteland en

3 Het knooppunt bestaat in de regel dus uit een omni-antenne die gebruikers in staat stelt verbinding met net netwerk te krijgen en een richtantenne die een verbinding met een ander knooppunt onderhoudt.

Technisch gezien vormen de twee opstelpunten in Durgerdam ook een netwerk want het ene punt staat draadloos in verbinding met het andere.
5

4

‘Alle woningen en bedrijfsruimten zijn aangesloten op een glasvezelnet. Zo kan IJburg een broedplaats worden van startende internetbedrijven. En ook de bewoners kunnen via snelle verbindingen internetten en bijvoorbeeld makkelijk thuiswerken.’ (Projectbureau IJburg, 2000)

Nieuwbouwwijk IJburg wordt gebouwd in een periode van acht jaar. Op dit moment is er één wijk opgeleverd met ongeveer 65 wooneenheden.

6

Dialogic innovatie & interactie

18

IJburg. De antenne op IJburg bedient de omringende huizen die al bewoond zijn met een internetsnelheid van 256 kbps. Het doel van het project was dus duidelijk. Anders dan bij Wireless Leiden is het nooit de bedoeling geweest om een gratis dienst op te zetten. Aan het project zijn nu eenmaal kosten verbonden en volgens de initiatiefnemers is het heel normaal dat die door de gebruikers worden betaald. Daar staat tegenover dat ‘gratis’ voor de aanbieder veel voordelen heeft. Er hoeft geen abonnementsgeld geïnd te worden, wat het opzetten en bijhouden van een financiële gebruikersadministratie overbodig maakt. Het WiFi-project is onderdeel van nog een aantal projecten van de bewonersvereniging de IJbrug. Voorlopig wordt geprobeerd het project verder te ontwikkelen op basis van donaties aan die vereniging. Na verloop van tijd zullen de initiatiefnemers actief om donaties gaan vragen bij de gebruikers. Maar zolang de som van deze donaties groter is dan de totale kosten, hoeft niet bijgehouden te worden welke gebruikers wel en niet betalen. Een subsidie van Cyburg heeft bijgedragen aan de opzet en de aanschaf van apparatuur om een start te maken. Een persoonlijk contact met een IT-bedrijf heeft ervoor gezorgd dat de aanleg van het netwerk kosteloos is gedaan. Weer een ander bedrijfje, ook bekend bij de initiatiefnemers, helpt tegen een kleine vergoeding bij de installatie bij de bewoners thuis. Zoals bij veel lokale initiatieven het geval is, spelen ook hier persoonlijke contacten en relaties met lokale bedrijven, meestal IT-bedrijven, een belangrijke rol. Oorsprong van de gebruikersgemeenschap ligt in de kopersvereniging. Via deze vereniging, waarbij 60 mensen zijn aangesloten, kon het eerste contact worden opgezet, nog voordat de huizen betrokken waren. De leden kennen weer mensen die op andere delen van IJburg gaan wonen en zo is het sociale netwerk ontstaan. Binnen dit groeiende sociale netwerk zitten zowel mensen die alleen geïnteresseerd zijn in een snelle internetverbinding als echte enthousiastelingen die ook mee willen helpen het initiatief verder uit te bouwen. Ook potentiële kopers komen inmiddels automatisch bij de initiatiefnemers terecht aangezien alle betrokken instanties op hun websites doorlinken naar de IJburg WiFi-site7. Het proces van community vorming komt mede op gang doordat nieuwe en toekomstige bewoners elkaars huizen in de gaten houden om inbraak en diefstal tegen te gaan. Via deze weg leren de inwoners van de wijk elkaar kennen en ontstaan sociale contacten.

4.3 Belangrijkste overeenkomsten en verschillen
De besproken community netwerken verschillen onder meer op het gebied van doelstelling, organisatie en uitvoering. Belangrijkste overeenkomst is dat ze allemaal vanuit gebruikers ontstaan zijn. De initiatiefnemers zijn zelf gebruikers. Overigens vertonen de initiatiefnemers ook weer overeenkomsten; ze lijken een passie voor techniek te delen. Bij alle onderzochte community netwerken, zowel in Nederland als daarbuiten, waren de eerste aanstichters gebruikers met een bovengemiddelde interesse in techniek en een bovengemiddelde kennis van techniek en netwerken in het bijzonder. Dit geldt vooral voor de initiatiefnemers, want de gebruikers kunnen wel degelijk leken zijn. Sterker nog, vaak krijgt het initiatief pas enig serieus gehalte wanneer ook doorsnee gebruikers zich aansluiten. Niet als organisator, maar als gebruiker. Het streven naar onafhankelijkheid van bestaande, veelal gevestigde partijen komt bij veel initiatieven terug. Soms is dit een streven en soms zelfs noodzakelijk. Wanneer het gaat om het bouwen van een netwerk voor burgers onderling, zoals een draadloos stadsnetwerk als in Leiden, kan het een streven zijn om dit helemaal onafhankelijk en zelfstandig te

7

http://wifi.ijbrug.nl

Dialogic innovatie & interactie

19

doen. Het bouwen van dit netwerk is strikt gezien geen noodzaak daar er wel degelijk alternatieven voorhanden zijn. Wanneer het initiatief uit nood geboren wordt, omdat er eenvoudigweg geen alternatieven beschikbaar zijn, zoals het Durgerdam initiatief, is het onafhankelijk opzetten van het project geen streven op zich, maar de enige mogelijkheid om het doel te bereiken. Overigens bevindt het project in IJburg precies tussen deze situaties in. Bij aanvang van het project was er de noodzaak aangezien er geen alternatieven beschikbaar waren en die zouden er ook niet op redelijke termijn komen. Toen het project eenmaal op gang was, bleken er toch ook marktpartijen geïnteresseerd om voor snelle internettoegang te gaan zorgen. Dat is voor de initiatiefnemers geen reden geweest het project af te blazen. Vermoedelijk speelt de zelfstandigheid en het niet afhankelijk hoeven te worden van het uitroltempo van de marktpartijen hierbij een rol. Het ‘community effect’ en de mate waarin gebruikers zich verbonden voelen is sterker bij de niet-noodzakelijke projecten. Dat zijn dus de initiatieven die niet uit nood worden geboren maar waarbij er bij een groep gebruikers de behoefte ontstaat iets zelfstandigs en eigens te creëren. Dit is logisch aangezien de motivaties om je als gebruiker aan te sluiten bij een initiatief heel verschillend zijn. Bij een community netwerk dat als aanvulling dient op bestaande infrastructuren zullen leden zich aansluiten omdat ze de doelstellingen van het initiatief onderschrijven of zich om andere redenen verbonden voelen met het initiatief. Wanneer er een broodnodige infrastructuur wordt gecreëerd waardoor eindelijk snel internet mogelijk wordt, zijn de motivaties om je aan te sluiten, of liever gezegd een abonnement te nemen, veel minder diepgravend. Hoe doet er dan vaak niet toe, dat er iets mogelijk wordt is dan het belangrijkste. Een vergelijkbare redenering gaat op voor de betalingsbereidheid van gebruikers. Een draadloos netwerk als local loop kan in de regel op een betalingsbereidheid bij gebruikers rekenen die vergelijkbaar is met de voor snelle internettoegang. Bewoners of bedrijven nemen hebben een bepaald bedrag over voor een internetaansluiting, of die nu via een kabel of draadloos gerealiseerd wordt, doet dan eigenlijk niet ter zake. Een heel ander verhaal is het wanneer het draadloze netwerk als iets extra’s dient. Een echt community netwerk dat als hoofddoel heeft de communicatie en contacten tussen de gebruikers te versterken mag in de regel veel minder kosten omdat de toegang anders een te hoge drempel wordt. Vaak is het dan ook het streven van de initiatiefnemers en leden van de community om alle inspanningen zo veel mogelijk op vrijwillige basis te doen. Tot slot de meerwaarde voor de gebruikers. Die is uiteraard per gebruiker heel verschillend. Dit geldt ook voor vaste infrastructuren. Bij een draadloos local loop-netwerk zit de belangrijkste meerwaarde voor de gebruikers in het feit dát er een aansluiting gerealiseerd is, niet in het gegeven dat deze draadloos is. Daar merken de gebruikers in principe ook weinig van, daar de verbinding op een vast punt in het huis of kantoor wordt afgeleverd. Daarentegen bij community netwerken die additioneel zijn is de meerwaarde voor de gebruiker heel anders. Die ligt verscholen in de motivatie om aan te sluiten – letterlijk en figuurlijk – bij het community netwerk.

Dialogic innovatie & interactie

20

5 Draadloze ontsluiting van bedrijven
WiFi is ontstaan als draadloze variant op bekabelde kantoornetwerken. Door gebruik te maken van draadloze technologie is het niet meer nodig om kabelgoten en bekabeling aan te leggen. Hierdoor ontstaat een grote mate van flexibiliteit en wordt flexwerken, het binnen een kantoorpand voortdurend wisselen van werkplek, mogelijk. Vooral het gegeven dat op ieder moment en op elke gewenste locatie kan worden ingelogd op het bedrijfsnetwerk of gebruik gemaakt kan worden van de internetverbinding geldt als één van de grootste voordelen van een draadloos kantoornetwerk. Er is op dit moment een ontwikkeling gaande die vergelijkbaar is met de intrede van draadloze netwerken binnen kantoren, maar dan op een ander niveau. Er zijn in Nederland witte vlekken waar het voor bedrijven niet mogelijk is een snelle internetverbinding te krijgen8. Dit zijn gebieden waar de huidige breedbandaanbieders, de ISP’s die kabel- of ADSL-internettoegang aanbieden, hun netwerken nog niet gereed hebben gemaakt voor snelle internettoegang. Nu is de vraag gerezen of bedrijven die zich in deze witte vlekken bevinden niet bediend kunnen worden door een draadloos netwerk. Het zou dan niet gaan om een draadloos netwerk binnen het bedrijf, maar een draadloos netwerk naar het bedrijf. De motivatie om een draadloze techniek te gebruiken voor het realiseren van internettoegang voor bedrijven of bedrijventerreinen kan dus heel eenvoudig zijn; omdat er geen andere internetinfrastructuur beschikbaar is9. Ook kan het zo zijn dat het dienstenaanbod van de huidige internetaanbieder niet aansluit bij de behoefte van de klant. Hierbij gaat het vaak om de specificaties, met name de snelheid, van de geboden verbinding. Maar ook de kosten kunnen een belangrijke rol spelen. Dit hoofdstuk gaat in op de vraag in hoeverre WiFi een alternatief is voor een vaste internetaansluiting en beschrijft een aantal ontwikkelingen en aanbieders in de markt.

5.1 Vaste, draadloze verbindingen
Draadloze technieken zijn sterk in opkomst en waar eerst met name naar mobiel gebruik werd gekeken, wordt nu steeds vaker onderzocht hoe draadloze techniek kan worden ingezet voor vaste, maar natuurlijk wel draadloze, verbindingen. Een dergelijke verbinding wordt vaak aangeduid met Wireless Local Loop (WLL) of Fixed Wireless Access (FWA). Hoewel er al geruime tijd WLL-technieken bestaan, zoals MMDS en LMDS 10 , is er de afgelopen tijd vernieuwde interesse in het realiseren van draadloze, vaste verbindingen. Dat komt onder meer door het feit dat eerder genoemde WLL-technieken gebruik maken van een deel van het spectrum waarvoor vergunningen vereist zijn. Op WiFi gebaseerde technieken opereren in een licentievrije band. Dit maakt het experimenteren met deze technologie laagdrempeliger en eenvoudiger. Ook het feit dat WiFi-apparatuur relatief goedkoop is en eenvoudig te installeren, dragen hiertoe bij. Overigens is er een aantal belangrijke verschillen tussen gelicentiëerd en vrij gebruik van het spectrum. Een licentiehouder heeft vaak het alleenrecht op een specifiek gedeelte van het spectrum en

8 9

Vaak geldt in deze gebieden hetzelfde voor woningen.

In theorie zou het op iedere locatie in Nederland mogelijk moeten zijn een internetverbinding te krijgen maar vanzelfsprekend is een kabel graven met het oog op de kosten lang niet altijd een optie. Multipoint Microwave Distribution System en Local Multipoint Distribution Services.

10

Dialogic innovatie & interactie

21

dus geen last van storingen (interferentie) door andere gebruikers. Daar staat weer tegenover dat er kosten gemoeid zijn bij het verkrijgen van de licentie. Omdat er in de regel meerdere vragers zijn en de frequenties dus schaars zijn, wordt vaak een veiling gebruikt om de licenties over de partijen te verdelen. Doordat er eerst geïnvesteerd moet worden, wordt een nieuwe partij min of meer gedwongen voor een grootschalige aanpak te kiezen. Zeker in minder dichtbevolkte gebieden kan dit een obstakel vormen voor een potentiële aanbieder. Daar komt nog bij dat de geveilde licenties vaak gelden voor landelijk gebruik, hetgeen een grootschalige aanpak helemaal noodzakelijk maakt. Licentievrije WiFi-technologie heeft min of meer tegenovergestelde voor- en nadelen. Er hoeven geen investeringen gedaan te worden voor een licentie en er kan kleinschalig begonnen worden. Groot nadeel is dat de frequentie, door het openbare karakter, sterk vervuild kan raken waardoor storingen en interferentie op kunnen treden. Dat neemt niet weg dat WiFi voor kleinschalige projecten een belangrijke technologie is om als alternatief te onderzoeken. Dit hoofdstuk gaat verder in op de inzet van WiFi-technologie in de local loop.

5.2 Aanbieders en aansluitingen
Er is al een flink aantal aanbieders dat met behulp van WiFi-technologie internettoegang aanbiedt als vaste internetverbinding. Het karakter van deze aanbieders is zeer divers; van commerciële netwerkbouwers tot lokale partijen. In veel gevallen gaat het echter nog om pilots waarbij kleine groepen huishoudens of bedrijven bediend worden. Hierbij wordt ook geëxperimenteerd met variaties op het WiFi protocol, afhankelijk van de lokale omstandigheden en de gerezen problemen bij de uitrol. Want de uitrol van WiFi-netwerken, waar deze in de buitenlucht gebruikt worden om woningen en bedrijven te ontsluiten, gaat nog wel met de nodige problemen gepaard. Gezien de korte geschiedenis van deze techniek voor deze toepassing is dat ook wel logisch. Dat neemt niet weg dat een aantal partijen inmiddels redelijk succesvol is met het aansluiten van woningen en bedrijven, al bevindt de uitrol zich vaak nog in een beginstadium. Het project in Durgerdam (zie paragraaf 4.2) geldt ook als local loop initiatief. Daar wordt WiFi zelfs op twee plaatsen ingezet. Bij het aansluiten van bedrijven, bedrijventerreinen of woningen dienen twee verbindingen gerealiseerd te worden. Ten eerste de ‘internetaanvoer’ naar de locatie waar de individuele aansluitingen zich bevinden, zoals een bedrijventerrein of dorp. Ten tweede dienen de individuele aansluitingen te worden gerealiseerd door de bedrijven of woonhuizen met het aangesloten hoofdpunt te verbinden. Beide gedeelten kunnen bekabeld of draadloos gerealiseerd worden, afhankelijk van de lokale omstandigheden. In Durgerdam is een draadloze snelle internetverbinding opgezet (±2Mbps) van het XS4ALL kantoor in Diemen naar het dak van een woonhuis in Durgerdam. Daarmee is de internettoevoer naar het dorp gerealiseerd. Vervolgens wordt vanaf dit punt via een omni-antenne de internetaansluiting rondgestraald zodat de individuele gebruikers het signaal met een kleine antenne aan de woonhuizen kunnen opvangen. Bij een bedrijventerrein kan eenzelfde opzet gebruikt worden. Eén snelle draadloze internetverbinding dient als aanvoer, die vervolgens door meerdere bedrijven draadloos wordt gebruikt11. Een vergelijkbare constructie bekabelde internetaansluiting bijvoorbeeld samen een snelle bedrijventerrein een draadloos
11

is die waarbij een aantal bedrijven samen één snelle, delen. In deze configuratie wordt er door de bedrijven huurlijn afgenomen van een ISP. Vervolgens wordt op het netwerk gerealiseerd waarmee de snelle internetverbinding

De individuele bedrijven kunnen vervolgens kiezen of ze binnen de muren van het kantoor kiezen voor een vast of een draadloos netwerk, dat doet voor de internettoevoer niet ter zake.

Dialogic innovatie & interactie

22

tot aan de individuele bedrijven wordt gebracht. Dit gedeelte is niet anders dan wanneer het bedrijventerrein met een draadloze verbinding bediend zou worden. Een overweging van de bedrijven om voor een dergelijke oplossing te kiezen kan zijn dat op deze manier van een aantal voordelen van een vaste breedbandaansluiting kan worden geprofiteerd, terwijl de kosten niet hoger hoeven te zijn dan een ISDN-internetverbinding. Alle bedrijven kunnen onbeperkt online zijn en betalen een vast bedrag per maand. Of de snelheid ook hoger ligt dan die van bijvoorbeeld ISDN hangt af van de hoeveelheid capaciteit die gezamenlijk wordt ingekocht en over hoeveel bedrijven die wordt verdeeld. Ook de kosten per aansluitingen hangen af van het aantal aansluitingen en de gekozen internetverbinding. Het delen van een internetverbinding door groepen gebruikers, of het nu bedrijven of woningen betreft, kan dus zowel bij een bekabelde als bij een draadloze snelle internetverbinding. Het hangt van de lokale omstandigheden af welke mogelijkheid de beste is. In de praktijk zal draadloze aanvoer alleen gerealiseerd worden wanneer een bekabelde oplossing niet mogelijk is. Dit kan zijn wanneer het te bereiken punt zich ver verwijderd bevindt van een (DSL-geschikte) telefooncentrale of kabelnetwerk. In die gevallen kan een WiFi point-to-point verbinding uitkomst bieden. Een afstand van ongeveer 10 kilometer is goed mogelijk 12 . Wanneer over langere afstand een draadloze verbinding wordt gerealiseerd, of de bandbreedte dient veel hoger te zijn omdat de verbinding door grote aantallen gebruikers gedeeld gaat worden, is WiFi-technologie minder geschikt en zal in de praktijk een andere draadloze techniek worden gekozen. Overigens is het wel mogelijk verschillende point-to-point verbindingen achter elkaar te plaatsen. Er moet dan wel een extra opstelpunt gecreëerd worden. Op dat punt wordt het signaal opgevangen en opnieuw doorgezonden naar het volgende punt. Op deze manier kan de afstand vergroot worden waarbij de maximale capaciteit ongewijzigd blijft.

Aether Arcus
Aether Arcus is een van de partijen die WiFi-netwerken bouwen die internettoegang bieden aan huishoudens en bedrijven. De aansluitingen kunnen zich ongeveer 1 à 2 kilometer van een opstelpunt bevinden. Deze opstelpunten worden gecreëerd op hoge punten in het dorp waar de potentiële afnemers wonen. Een GSM-mast van een grote telecomaanbieder is een mogelijk opstelpunt. De betalingen aan de eigenaar van de mast geschieden op basis van het gebruikte aantal vierkante meters. Aangezien WiFi-apparatuur relatief klein is, zijn die betalingen voor een commerciële partij op te brengen. Over de hoogte van die bedragen is weinig bekend. De eigenaar van de mast kan in de praktijk, bijvoorbeeld door extreem hoge bedragen te vragen, andere partijen weren. Het aantal benodigde opstelpunten hangt af van het aantal beoogde abonnees en de hoeveelheid bandbreedte die aangeboden wordt (zie ook paragraaf 6.2). In de praktijk plaatst Aether Arcus in de regel twee opstelpunten om voldoende capaciteit en een goede dekking te hebben13. De feitelijke internetabonnementen van abonnees worden aangeboden door een ISP. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid van het kunnen aftappen van verkeer, de helpdesk, het tegengaan van misbruik en het innen van abonnementsgelden ook bij de ISP, die daarin gespecialiseerd is. Net als XS4ALL denkt ook Aether Arcus dat dit de enige goed

12 Dit hangt ook af van de lokale omstandigheden. De draadloze verbinding tussen Durgerdam en XS4ALL in Diemen is ongeveer 10 km. 13

Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit op moment van schrijven hoofdzakelijk kleine plaatsen zijn, zoals Zaltbommel, Maasdriel en Geldermalsen.

Dialogic innovatie & interactie

23

werkende methode is. Een professionele partij die zorg draagt voor het draadloze netwerk en een ISP die de internettoegang verzorgt met alles wat daarbij komt kijken. Een ander punt waar de twee partijen het over eens zijn is dat draadloze internettoegang alleen zinvol is in gebieden waar geen bekabeld alternatief is. Zo richt Aether Arcus zich met name op de witte vlekken waar geen kabel- of ADSL-aanbod is. Het doel is om vanaf een punt waar een zeer snelle internetverbinding aanwezig is, bij voorkeur een glasvezelaansluiting, het internet via een draadloze verbinding te transporteren naar de beoogde locatie. Vermoedelijk zijn er weinig of geen gebieden in Nederland die zó afgelegen zijn dat er niet met een draadloze verbinding internettoegang ‘naar toe te brengen is’. Voorwaarde voor deze methode van ontsluiten van gebieden zonder snelle internettoegang is dat er voldoende afnemers zullen zijn om de kosten voor de draadloze verbinding te rechtvaardigen. Om hiervoor zorg te dragen zal in een aantal gevallen vraagbundeling moeten plaatsvinden.

5.3 Parkmanagement en vraagbundeling
Parkmanagement is het gestructureerd organiseren van het beheer en onderhoud van bedrijventerreinen met als doel de kwaliteit van bedrijventerreinen te verbeteren en te waarborgen voor de toekomst14. Het heeft onder meer kostenbesparingen door collectieve inkoop tot doel. Maar ook het streven naar waardehandhaving en verbetering van het onroerend goed, directe invloed op de kwaliteit van de omgeving, imago en de mogelijkheid om ook minder bedrijfsgerelateerde activiteiten zoals kinderopvang gezamenlijk uit te rollen behoren tot parkmanagement. Voor het uitvoeren van de gezamenlijke behoeften wordt een parkmanager aangesteld die fungeert als intermediair voor de vraagbundeling van de bedrijven op het terrein en leveranciers van producten en diensten. De parkmanager of de parkmanagementorganisatie zou de rol van vraagbundelaar ook voor internettoegang op zich kunnen nemen. Zoals beschreven in paragraaf 5.2 zal in veel gevallen een aantal afnemers samen één snelle internetverbinding – al dan niet draadloos – moeten delen om het voor alle partijen kostenefficiënt te maken. Technisch gezien zijn er goede mogelijkheden om dit te doen. Organisatorisch lijkt parkmanagement een kandidaat om deze constructie van het ontsluiten van gebieden zonder snelle internettoegang te realiseren. Behalve voor een enkel bedrijventerrein is een dergelijke organiserende rol ook goed mogelijk voor groepen van kleine bedrijventerreinen. Bij kleine bedrijventerreinen die bovendien in de buurt van elkaar liggen is het gebruikelijk dat die onder één parkmanager vallen. Dit heet regionaal parkmanagement. Ondersteuning door ICT – virtueel parkmanagement – en een organiserende rol door de parkmanagementorganisatie zijn hier op twee manieren denkbaar. In de eerste plaats de rol van vraagbundelaar, maar nu voor een aantal bedrijventerreinen tegelijk. Als bedrijventerreinen elk op zich te klein zijn om een snelle internetverbinding rendabel te kunnen realiseren, kan de oplossing zijn om nog een stap verder te gaan en de infrastructuur namens een groep van bedrijventerreinen te laten aanleggen. Dit levert schaalvoordelen op. Voorwaarde is dat de bedrijventerreinen fysiek dicht genoeg bij elkaar liggen om de internetverbinding van het ene naar het andere terrein te kunnen doorgeven via een draadloos netwerk.

Definitie van parkmanagement uit het deelproject ICT en Parkmanagement van Cyberpolder NoordHolland.

14

Dialogic innovatie & interactie

24

In de tweede plaats is het koppelen van bedrijventerreinen via een draadloos netwerk op zichzelf al van grote waarde voor deze bedrijven. Het creëren van een intranet dat de grenzen van het bedrijventerrein overstijgt bevordert de onderlinge communicatie tussen de aanwezige bedrijven. Zo kunnen klachten en andere gebeurtenissen beter aan elkaar of aan de parkmanager gemeld worden, doordat de parkmanagementorganisatie ook gebruik kan maken van het intranet. Een voorbeeld hiervan is het Parkmanagement Informatie Platform (PIP). Dit verhoogt bovendien de betrokkenheid tussen bedrijven en verschaft informatie over de andere in de buurt aanwezige bedrijven. Niet zelden doet een bedrijf zaken met een leverancier, niet wetende dat een zelfde soort leverancier al in de regio aanwezig is. Een dergelijk intranet kan dus ook de onderlinge handelsrelaties bevorderen15. Maar de rol van parkmanagement kan nog groter zijn. Zo is het voor een parkmanagementorganisatie niet ongewoon te investeren in de infrastructuur van een bedrijventerrein. Dit kan ook een telecommunicatie-infrastructuur zijn, in dit geval dus een draadloos intranet dat groepen bedrijven verbindt. Het risico dat gepaard gaat met deze investeringen wordt afgedekt doordat huurders of kopers van bedrijven op een dergelijk terrein verplicht worden de dienst af te nemen. Eenzelfde constructie wordt ook gehanteerd voor andersoortige diensten zoals bovengrondse infrastructuur en ondergrondse energieopslag. Een draadloos intranet op een bedrijventerrein of zelfs tussen meerder bedrijventerreinen heeft dus verschillende voordelen. Voor de bedrijven zelf, voor de (regionale) parkmanagementorganisatie en het biedt de mogelijkheid gezamenlijk een snelle internetaansluiting in te kopen en te delen via het intranet.

5.4 Internettoegang in de Kop van Noord-Holland
In Nederland is de internetpenetratie hoog (74%16) en neemt het aantal breedbandaansluitingen in hoog tempo toe. Waar halverwege 2001 nog ongeveer 17% van de internetgebruikers internettoegang via kabel of ADSL had, is dit percentage inmiddels gestegen tot ongeveer 35%. In de Kop van Noord-Holland blijft het aanbod van snelle internettoegang echter ver achter. In Figuur 6 is weergegeven welke telefooncentrales geschikt zijn gemaakt voor ADSL. De zwarte stippen geven de centrales waar geen ADSL wordt aangeboden.

15

Bevordering van zakelijke clustering van elkaar aanvullende bedrijven en het verbeteren van de intra-regionale markt in de Kop van Noord-Holland behoren tot de doelstellingen van Cyberpolder. Bron: Ministerie van Economische Zaken (2002). Internationale ICT Benchmark 2002. Den Haag.

16

Dialogic innovatie & interactie

25

Figuur 6 ADSL-geschikte telefooncentrales in de kop van Noord-Holland17.

De lage internetpenetratie in de Kop van Noord-Holland steekt enigszins af tegen de verwachting van een sterk ontwikkelende vraag naar bandbreedte. De behoefte van gebruikers, zowel zakelijk als particulier, is de afgelopen jaren sterk toegenomen en zal de komende jaren blijven stijgen. Het toegenomen aantal internetdiensten en –gebruikers en de onderlinge uitwisseling van gegevens tussen die gebruikers vragen om steeds betere ICT-infrastructuren en meer bandbreedte.18 Het bedrijfsleven in de regio Kop van Noord-Holland bestaat uit relatief veel Midden en Klein Bedrijven (MKB). De provincie Noord-Holland probeert via diverse programma’s zakelijke clustering te stimuleren om daarmee de e-concurrentiepositie van het MKB uit de Kop van Noord-Holland te verbeteren en nieuwe regionale bedrijvigheid te bevorderen. Het stimuleren van internetgebruik maakt hier onderdeel van uit. Voorwaarde hiervoor is dat er voldoende aanbod van internettoegang is. Aanbieders van kabelinternet of ADSL kunnen diverse redenen hebben om in een bepaald gebied geen aanbod te hebben. Eén daarvan is dat er twijfel bestaat of er wel genoeg afnemers zullen zijn. Het geschikt maken van een telefooncentrale of kabelnetwerk voor snelle internettoegang brengt hoge kosten met zich mee. Bij onvoldoende afname in dat gebied zullen deze investeringen niet rendabel zijn. Vraagbundeling kan bijdragen aan de oplossing voor dit probleem. Dit kan via twee wegen. De eerste mogelijkheid is dat er zó veel vraag gebundeld wordt dat een bestaande aanbieder van breedbandinternet alsnog besluit tot de benodigde investeringen over te gaan19. De tweede mogelijkheid is door vraagbundeling gezamenlijk een kleiner project op te tuigen waarbij een aantal bedrijven gezamenlijk een snelle internetverbinding laat aanleggen en die vervolgens deelt (zie paragraaf 5.1). Overigens zijn er al verscheidene gevallen bekend waarbij de ene weg uiteindelijk de andere bewerkstelligde. In die gevallen hadden initiatiefnemers noodgedwongen voor de tweede optie gekozen en aangekondigd zelf voor snelle draadloze internettoegang te gaan zorgen. Niet snel daarna bleek een grote

17 18

Nederlandse ADSL beschikbaarheid per 22 mei 2003, http://www1.oli.tudelft.nl/adsl/

De Cie Andriessen (2003) verhaalde over deze infrastructurele visie ook in haar advies aan de stad Amsterdam. KPN hanteert voor het gereed maken van een telefooncentrale voor ADSL een minimum aantal van 325 vragers (http://www.ookadsl.nl).
19

Dialogic innovatie & interactie

26

telecomaanbieder alsnog bereid om snelle internettoegang aan te gaan bieden in het betreffende gebied. Zo hadden de initiatiefnemers toch hun doel bereikt.

5.5 WiFi en het ontsluiten van bedrijven en bedrijventerreinen
De haalbaarheid van een zelf georganiseerd project, geïnitieerd door de toekomstige afnemers en niet door een aanbieder, hangt af van een aantal factoren. Praktisch gezien speelt de afstand van het bedrijventerrein tot de dichtstbijzijnde locatie met een (zeer) snelle internetaansluiting een belangrijke rol. Sterk hiermee verbonden is de grootte van de investering die gedaan moet worden om deze afstand te overbruggen. Deze kosten zijn opgebouwd uit de investeringen voor de zenders en ontvangers die de draadloze verbinding moeten vormen. Daar komen de kosten naar de feitelijke internetverbinding nog bij. Immers, de draadloze apparatuur zorgt slechts voor transport van data. De draadloze verbinding zal door een ISP op internet aangesloten moeten worden. Daarvoor zal de ISP een maandelijks bedrag in rekening brengen. Hetzelfde geldt voor de bouwer van de draadloze verbinding die het onderhoud van de apparatuur verzorgt. De beschikbaarheid van een bedrijf om deze draadloze verbinding te realiseren is van belang. Hoewel het niet moeilijk lijkt zelf een dergelijke point-to-point-verbinding te bouwen, inclusief het draadloze netwerk dat de eindgebruikers hiermee verbindt, zullen ISP’s niet graag hun internetdiensten over een niet-professioneel netwerk willen aanbieden. Er is aldus een ISP nodig voor de internetverbinding en een netwerkbouw bedrijf dat zowel de draadloze point-to-point-verbinding als het lokale draadloze netwerk wil leveren. Tot slot, maar net zo belangrijk, zijn er voldoende afnemers nodig om alle investeringen te rechtvaardigen. Alle gebruikers dienen samen genoeg te betalen om de maandelijkse kosten en de investeringen te kunnen betalen. Er zal een intermediair nodig zijn om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Een parkmanagementorganisatie is één van de kandidaten om die rol op zich te nemen. Deze organisatie kan zelf het lokale netwerk realiseren en namens de eindgebruikers als klant van de ISP optreden. Of de constructie financieel haalbaar is, is heel moeilijk generiek vast te stellen. De kosten voor zowel het lokale draadloze netwerk als de eventuele draadloze point-to-point verbinding zijn per geval anders en hangen in grote mate af van de capaciteit van de verbindingen en het aantal beoogde gebruikers. Omgekeerd is het aantal gebruikers weer van invloed op de mogelijke grootte van de investering. Prijzen van DSL-lijnen voor zakelijk gebruik zijn op te vragen bij de ISP’s die ze aanbieden. Per geval zal dus een berekening gemaakt moeten worden. Feit is dat het gezamenlijk inkopen van een internetverbinding hoe dan ook schaalvoordelen met zich meebrengt. Wanneer deze worden ingezet om het lokale netwerk te bouwen dat nodig is om de internetverbinding ook daadwerkelijk bij alle afnemers te krijgen, ontstaat een oplossing die voor verschillende bedrijfslocaties interessant kan zijn.

Dialogic innovatie & interactie

27

Bedrijventerrein Molenveld in de Kop van Noord-Holland
Als eerste bestaande bedrijventerrein in de Kop van Noord-Holland heeft Molenveld profijt van het actieprogramma Kop @ Mail van het Regionaal Economisch Stimuleringsprogramma Kop & Munt20. Het actieprogramma Kop @ Mail heeft als doel dat op alle bedrijfsterreinen in de Kop van NoordHolland betaalbare voorzieningen voor internetgebruik aangelegd worden. Onderzoek had uitgewezen dat de meeste terreinen in deze regio maximaal een ISDN-aansluiting konden krijgen. Slechts zes van de drieëndertig telefooncentrales in de Kop kunnen ADSL-diensten leveren. Telecombedrijven hadden geen interesse om dit uitgestrekte gebied standaard van een breedbandinfrastructuur te voorzien. Grontmij heeft onderzoek gedaan naar verschillende technieken om deze lacune op te vullen: ADSL, kabel, draadloos en satelliet. De ondernemers van het bedrijventerrein Molenveld kregen tijdens een bijeenkomst van de bedrijfsvereniging uitleg over de verschillende vormen, de kosten, kwaliteit en de mogelijkheden van de diverse alternatieven. Er is gekozen voor een kabelvoorziening en de gezamenlijke onderhandelingen met lokale kabelprovider Multikabel zijn inmiddels gestart. Tegelijkertijd is Kop @ Mail een ADSL-inschrijfactie begonnen om KPN ertoe te bewegen ADSL beschikbaar te stellen. Op de site staat prominent: ‘Bij onvoldoende belangstelling voor deze techniek zullen waarschijnlijk in de komende jaren de telefooncentrales door KPN niet worden aangepast voor ADSL. Het is dus nu of nooit.’ Als meerdere partijen gezamenlijk een aanvraag indienen, hebben de aanbieders namelijk wel interesse om in het gebied te investeren. Daarnaast hebben de ondernemers door samenwerking minder kosten en kan de aanbieder een efficiënter netwerk aanleggen. (Bron: www.noordkop-zakennieuws.nl en www.kopenmunt.nl/adsl)

Kop & Munt (www.kopenmunt.nl) is een Regionaal Economisch Stimuleringsprogramma voor de Kop van Noord-Holland. De 9 gemeenten in de Noordkop die samen het Gewest Kop van Noord-Holland vormen zijn Anna Paulowna, Den Helder, Harenkarspel, Niedorp, Schagen, Texel, Wieringen, Wieringermeer en Zijpe.

20

Dialogic innovatie & interactie

28

6 Problemen en beperkingen
Dit hoofdstuk gaat in op een aantal belemmeringen en beperkingen bij het gebruik van WiFi. Bij de bespreking is een indeling gemaakt in drie categorieën: technische beperkingen (paragraaf 6.1), bedrijfseconomische beperkingen (paragraaf 6.2) en overige beperkingen (paragraaf 6.3). Paragraaf 6.4 gaat in op problemen rond beveiliging.

6.1 Technische beperkingen
Omdat het om een licentievrije band gaat kunnen storingen optreden als gevolg van andere partijen of individuen die van dezelfde frequentie gebruik maken. Gezien het tempo van de huidige ontwikkelingen en het zeer snel groeiende aantal WiFi-gebruikers neemt dit probleem vermoedelijk nog verder toe. Wanneer WiFi-technologie buitenshuis wordt gebruikt voor WLL is in de praktijk een zichtverbinding noodzakelijk tussen het opstelpunt – het access point van de aanbieder – en de antenne van de gebruiker die in de meeste gevallen op of aan de woning is bevestigd. Obstakels zoals andere woningen en bomen kunnen dit bemoeilijken, waardoor bepaalde verbindingen niet gerealiseerd kunnen worden. Hetzelfde probleem doet zich voor in heuvelachtige gebieden. Meer opstelpunten kunnen dan voor een oplossing zorgen. De snelheid die een gebruiker tot zijn beschikking heeft is in de praktijk lager dan de theoretisch mogelijke. Dit is het gevolg van protocol overhead21 maar ook van het feit dat zich meerdere gebruikers is één cel kunnen bevinden. Meerdere gebruikers maken dan gebruik van één opstelpunt of antenne en de beschikbare capaciteit wordt verdeeld over die gebruikers. Eén van de meest voor de hand liggende problemen is het relatief kleine bereik van een WiFi-access point. Hoewel dit bereik in grote mate afhangt van de lokale omstandigheden, het gebruik van antennes en het gebruikte protocol, is het bereik per opstelpunt hoe dan ook klein voor draadloze begrippen. Om als aanbieder een groot gebied van dekking te voorzien, zijn dus veel opstelpunten nodig. Bovendien is het niet altijd eenvoudig een goede locatie voor het access point te vinden. Zeker wanneer het een commercieel initiatief betreft, zijn er behoorlijke kosten mee gemoeid22. Bovendien moet elk opstelpunt ook weer verbonden worden met een snelle internetverbinding, al dan niet draadloos.

6.2 Bedrijfseconomische beperkingen
Zoals eerder genoemd is het bereik van een WiFi-access point relatief klein. Althans, voor buitenshuis gebruik met het doel er een groot gebied mee te bestrijken. Binnen de toegestane zendvermogens is het bereik buitenshuis 500-1000 meter. Dat wil niet zeggen dat iedereen binnen dit bereik gebruik kan maken van het access point. Het aantal mensen

De protocol overhead verwijst naar de extra gegevens die verstuurd worden, maar die geen onderdeel uitmaken van de te versturen data. Het betreft hier onder meer adres- en synchronisatiegegevens. De protocol overhead hangt af van de gebruikte protocollen. Bij WiFi is een overhead van 30-40% gebruikelijk. Dat wil zeggen dat slechts 60-70% van de brute transportcapaciteit werkelijk voor verkeer beschikbaar is. In het geval van een community netwerk zie je nog wel eens dat een kerk de toren gratis of tegen geringe kosten ter beschikking stelt om een antenne op te plaatsen.
22

21

Dialogic innovatie & interactie

29

dat zich binnen de straal van een access point bevindt, is al snel vele malen groter dan het maximale aantal gebruikers dat het access point kan bedienen, gezien de maximale capaciteit. Oftewel: de beperkingen in capaciteit wegen veel zwaarder dan die van het bereik van een access point. Om zinnige uitspraken te doen over de mogelijke hoeveelheid gebruikers per access point is het allereerst van belang te bepalen met welk doel het draadloze netwerk wordt gebouwd. Hiervoor hebben we het aanbieden van internettoegang met behulp van WiFi-netwerken ingedeeld in vier varianten: Bedrijfsmatig aanbod. De gelijktijdigheid van gebruik. capaciteit is gegarandeerd, 1 Mbps, ook bij hoge

Hoge kwaliteit internetdienst. Snelle internettoegang van 512 kbps. Vergelijkbaar met de huidige kabel- en adsl-diensten. Redelijke kwaliteit internetdienst. Internettoegang met een snelheid van 256 kbps. Vergelijkbaar met de huidige ‘breedband lite’ abonnementen. Best effort internetdienst. Dit aanbod moet gezien worden als alternatief voor een modem. Met name interessant in gebieden waar geen breedband beschikbaar is. Het type aanbod wordt niet alleen bepaald door de snelheid van de internetverbinding, maar ook door de eisen die een gebruiker eraan stelt. Die eisen zijn weer van belang voor de zogenaamde overboekingsfactor. ISP’s houden er rekening mee dat nooit alle abonnees gelijktijdig van de internetverbinding gebruik maken. In de praktijk maakt slechts een deel van de abonnees tegelijk gebruik van de internetverbinding. Daarom is er een zogenaamde overboekingsfactor waarin de gelijktijdigheid van gebruik wordt verrekend met de beschikbare bandbreedte. Wanneer een internetaanbieder die zelf een achterliggende verbinding van 10 Mbps met internet heeft een 1 Mbps-internetverbinding aanbiedt aan 100 abonnees, hanteert hij een overboekingsfactor van 1:10. De beschikbare capaciteit wordt tien maal te veel verkocht (overboekt). De beschikbare capaciteit wordt dus gedeeld door een bepaald aantal gebruikers - in dit voorbeeld 10 - maar er wordt eveneens vanuit gegaan dat zij nooit allemaal tegelijk gebruik zullen maken van de verbinding. Voor de huidige kabel en ADSL-internetaansluingen wordt een overboekingsfactor gehanteerd van 1:10 tot 1:25 of meer. Abonnementen met een hogere overboekingsfactor zijn uiteraard goedkoper. Wanneer de klant eist dat de internetverbinding altijd voor de volle 100% beschikbaar moet zijn en aan hem alleen, is de overboekingsfactor 1:1. In dit geval is de bandbreedte die de gebruiker ter beschikking heeft gelijk aan de aangeboden capaciteit. Dit heet sustained rate. De sustained rate is de gegarandeerde bandbreedte per aansluiting die langdurig en onafhankelijk van het gebruik van andere aansluitingen beschikbaar is (TNO, 2003). Voor de vier varianten van draadloos internet is telkens berekend hoeveel gebruikers per opstelpunt mogelijk zijn. Hierbij is eerst bepaald hoeveel gebruikers gelijktijdig gebruik zouden kunnen maken van een dienst zoals omschreven. Vervolgens is naar een realistischer situatie gekeken waarbij de aanbieder rekening houdt met een overboekingsfactor. Voor de capaciteit van het access point is uitgegaan van 6 Mbps. Dit is een realistische waarde voor WiFi23. De uitkomsten staan weergegeven in Tabel 3.

23

Van de theoretische 11 Mbps blijft ongeveer 6 Mbps over als gevolg van protocol overhead.

Dialogic innovatie & interactie

30

Tabel 3 Aantallen gebruikers per access point bij verschillende typen internetaanbod

Internetdienst

Technische specificaties

Aantal gelijktijdige gebruikers
6 12 24 48

Aantal toe te laten gebruikers per access 24 point
6 60 240 960
25

Bedrijfsmatig aanbod Hoge kwaliteit internetdienst Redelijke kwaliteit internetdienst Best effort internetdienst

1024 kbps, geen overboeking 512 kbps, overboekingsfactor 1:5 256 kbps, overboekingsfactor 1:10 128 kbps, overboekingsfactor 1:20

Uit de tabel komt naar voren dat de eisen die aan de verbinding worden gesteld in hoge mate van invloed zijn op het aantal gebruikers per access point. Dat aantal is weer bepalend voor het totaal aantal benodigde access points om een bepaald gebied te dekken. De vaststelling in hoeverre de beschikbare bandbreedte van WiFi een bedrijfseconomisch obstakel vormt, hangt dus sterk af van het type dienst dat een aanbieder voor ogen heeft en de Quality of Service (QoS) die bij dat aanbod hoort. Het begrip QoS kan ook vanuit de gebruiker bezien worden. De eisen die de gebruiker aan de internetverbinding stelt, zijn sterk afhankelijk van het soort internetgebruik en de aard van de internetdiensten waarvoor de verbinding gebruikt wordt. Zo stelt webbrowsing veel lagere eisen aan de internetverbinding dan zware applicaties die bewegende beelden (streaming video) gebruiken.

6.3 Overige beperkingen
Zoals gezegd, is er een wettelijke beperking aan het vermogen waarmee uitgezonden mag worden. Het zendvermogen is direct van invloed op het bereik van een antenne. Hierdoor wordt het bereik in eerste instantie gelimiteerd door juridische beperkingen want technisch gezien is het goed mogelijk door het opvoeren van het vermogen van zenders, grotere afstanden te overbruggen. Bij het vinden van goede opstelpunten voor antennes en access points kan een aanbieder tegen problemen aanlopen wanneer het gemeentebeleid hier belemmerende regels voor heeft opgesteld. Een ander obstakel bij het vinden van locaties voor antennes kan zijn dat bestaande partijen, in de regel telecompartijen zoals de grote vijf GSM-aanbieders, tegen kunnen werken bij het verkrijgen van toegang tot de bestaande opstelpunten. Wanneer over grotere afstanden een draadloze internetaanvoer gerealiseerd moet worden kan als gevolg van de benodigde hoeveel capaciteit het gebruik van een niet-licentievrije frequentieband noodzakelijk zijn. Dit heeft noodzakelijke extra investeringen tot gevolg.

24

In het rekenvoorbeeld is uitgegaan van een access point met één kanaal. Wanneer meerdere kanalen worden gebruikt, neemt de capaciteit toe en daarmee het aantal gebruikers per access point.

Vermoedelijk zijn dergelijk grote aantallen niet meer realistisch en treden er dan andere problemen op die dit aantal verlagen. Getal dient als indicatie om verschillen in aantallen aan te tonen.

25

Dialogic innovatie & interactie

31

Een organisatorische beperking is het gegeven dat er nog weinig partijen zijn die echte ervaring hebben opgedaan met het commercieel exploiteren van een WiFi- netwerk voor internettoegang. Hierdoor bevinden veel van de aanbieders zich nog in een experimenteel stadium en wordt op verschillende locaties aan de oplossing voor dezelfde soort technische problemen gewerkt.

6.4 Beveiliging
Er is veel te doen om de beveiliging van WiFi-netwerken. Critici blijven hameren op het feit dat WiFi-verbindingen niet veilig genoeg zouden zijn terwijl fanatici wellicht de gevaren wat pogen te verdoezelen. Feit is dat draadloze verbindingen moeilijker te beveiligen zijn dan bedrade netwerken. Voor de beveiliging van WiFi-netwerken is een aantal methoden beschikbaar. Wireless Equivalent Protocol (WEP) is onderdeel van de WiFi-standaard en zorgt voor versleuteling van de gegevens die worden verstuurd. Maar WEP-encryptie is onveilig gebleken en het is mogelijk een met WEP beveiligde verbinding te ‘kraken’. Hiervoor is het nodig de gebruikte sleutel te achterhalen. Wanneer gedurende enige tijd alle verkeer over een met WEP beveiligde verbinding wordt ‘afgeluisterd’, is het mogelijk die sleutel te achterhalen. De inbreker moet daarvoor wel eerst met behulp van speciale software voldoende gegevens analyseren. De mogelijkheden om de WEP-sleutel van een draadloze verbinding te kraken zijn dus afhankelijk van de hoeveelheid verkeer op het netwerk. De hoeveelheid data die een gemiddelde particulier genereert die via een access point thuis van draadloos internet gebruik maakt, is dusdanig klein dat het uren of dagen zal kosten om de WEP-key te kraken. Maar bij een bedrijf dat volledig draadloos werkt, is dit veel gemakkelijker. Een tweede methode is die van access control lists. Deze toegangsbeveiliging is niet standaard in het WiFi-protocol ingebouwd maar wordt door vele hardwarefabrikanten ondersteund. In een access control list staat welke personen, of eigenlijk welke apparaten, toegang hebben tot het access point. Dit wordt gedaan met behulp van het zogenaamde MAC-adres 26 van het netwerkapparaat. Elk apparaat heeft een uniek MAC-adres. Een bedrijf kan een lijst maken van de MAC-adressen van de laptops van medewerkers. Op deze manier zorgt de access control list van het access point van het bedrijf ervoor dat alleen de medewerkers toegang hebben tot dat access point en daarmee tot het bedrijfsnetwerk. Dit is een redelijke beveiligingsmethode. Het grootste nadeel is dat de MAC-adressen onversleuteld verstuurd worden, ook wanneer WEP gebruikt wordt. Het is voor een inbreker mogelijk een MAC-adres te achterhalen door in de buurt van het bedrijf data ‘af te luisteren’ met speciale software. Wanneer de inbreker zich binnen de straal van het access point van het bedrijf bevindt, is dit niet ingewikkeld. De inbreker kan nu wachten totdat het apparaat met het opgevangen MACadres geen gebruik meer maakt van het netwerk. Dit is het geval wanneer de medewerker naar huis gaat bijvoorbeeld. Als de inbreker gebruik maakt van een netwerkkaart waarvan het MAC-adres instelbaar is, kan hij zich nu dus voordoen als een medewerker van het bedrijf. Hij zal op basis van de access control list worden toegelaten op het access point. Overigens betekent dit nog niet dat de inbreker daarmee ook toegang heeft tot alle gegevens van het bedrijf. Technisch gezien is de inbreker nu zo ver dat hij zijn computer heeft verbonden met het bedrijfsnetwerk. Dit is dezelfde situatie als het aanzetten van een pc op kantoor. Om toegang te krijgen tot bedrijfsgegevens zal hij normaal gesproken moeten inloggen op een server.

26

MAC staat voor Medium Access Layer.

Dialogic innovatie & interactie

32

WiFi Protected Access (WPA) is in een ver stadium van ontwikkeling. Het is een veel sterkere encryptiemethode dan WEP en biedt bovendien de mogelijkheid gebruikers te authenticeren. Dat wil zeggen dat gebruikers zich kenbaar moeten maken met behulp van een gebruikersnaam en wachtwoord. Dit laatste wordt gedaan door de nieuwe standaard 802.1x In de praktijk komen de meeste beveiligingsproblemen vooral voort uit het feit dat veel particulieren of systeembeheerders de apparatuur uit de doos halen en aansluiten. Als blijkt dat alles meteen werkt, wordt er verder geen actie meer ondernomen om het netwerk te beveiligen en af te sluiten voor indringers27. Figuur 7 geeft een indicatie van het percentage openstaande access points in Amsterdam-Centrum. De groene kegeltjes geven de niet beveiligde, openstaande access points weer, de rode zijn afgesloten voor gastgebruik28.

Figuur 7 Kaart van Amsterdam Centrum met openstaande access points (groen)

Toch kunnen systeembeheerders wel degelijk een aantal acties ondernemen om hun netwerk te beveiligen. Hoewel WEP-beveiliging te kraken is, vormt het hoe dan ook een extra obstakel voor een mogelijke indringer. Bovendien maakt het onderdeel uit van het WiFi-protocol en hoeft er dus geen extra software te worden aangeschaft en geïnstalleerd. Verder heeft elk draadloos netwerk een naam, de zogenaamde Service Set Identifier (SSID). Door nalatigheid van de gebruiker of installateur is de SSID vaak nog hetzelfde als die de fabrikant van de apparatuur standaard heeft ingesteld. Deze standaard SSID’s zijn bekend bij inbrekers. Daarom is het actief verspreiden van de SSID door het access point een optie die uitgezet dient te worden. Het gebruik van een access control list vormt ook een extra hindernis voor inbrekers. Dat neemt weg dat er nog geen echt goede beveiliging is. Het wachten is op de eerste

27 28

Er zijn ook gevallen waarbij het access point bewust opengesteld wordt voor gastgebruik.

Het kaartje is gemaakt tijdens een zogenaamde wardrive. Wardriven is het rondrijden door een stad, met de laptop op schoot en een antenne op het autodak, op zoek naar openstaande access points. Telkens wanneer een access point wordt gedetecteerd, geeft de wardrive software een piepje. Wanneer ook nog gebruik gemaakt wordt van een GPS kunnen de coördinaten van het access point nauwkeurig worden geregistreerd. Met behulp van deze gegevens kunnen vervolgens alle gevonden access points op een kaartje worden geprojecteerd.

Dialogic innovatie & interactie

33

implementatie van 802.1x. Surfnet heeft na onderzoek naar verschillende oplossingen vastgesteld dat 802.1x de meest geschikte oplossing is voor het beveiligen van hun draadloze netwerk. Deze technologie gaat nu ingezet worden om medewerkers op diverse plaatsen in Nederland via hotspots toegang te geven tot internet en zo van de applicaties van de eigen instelling. Dat 802.1x nog maar weinig is toegepast en dat er extra software bij de gebruiker nodig is, worden als tijdelijke problemen gezien (Surfnet, 2002).

6.5 Belemmeringen en beveiliging als hindermacht
Veel beperkingen zoals die beschreven zijn, gelden vooral voor het uitrollen van access netwerken in de regio. Het aanbieden van internettoegang aan groepen woningen en bedrijven vergt veel meer van de technologie dan wanneer een draadloos netwerk wordt gebruikt binnen een huis of kantoorpand. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist de grenzen van de mogelijkheden verkend worden. Ondertussen worden de mogelijkheden, juist door het experimenteren, steeds verder uitgebreid. Het feit dat er steeds meer commerciële partijen komen die ook daadwerkelijk succesvol abonnees aansluiten, geeft aan dat de technologie steeds beter ingezet wordt. Tegelijkertijd worden de tekortkomingen ook steeds belangrijker. Dit geldt met name voor de beveiliging. Juist wanneer commerciële en zakelijk diensten over WiFi gebruikt gaan worden, wordt de beveiliging belangrijk. Het is daarom goed dat de ontwikkelingen op dat gebied ook in hoog tempo doorgaan. Hoewel nog moet blijken of het beveiligingsprobleem inmiddels ver genoeg is opgelost, zijn de voortekenen goed. Voor zowel de technische, bedrijfsmatige beperkingen als die op het gebied van beveiliging geldt dat alle experimenten en initiatieven bijdragen aan meer kennis over en beter gebruik van WiFi technologie. Of daarmee het probleem van een overvol spectrum te groot wordt, zal moeten blijken.

Dialogic innovatie & interactie

34

7 Conclusies
Draadloze community netwerken ontstaan in hoog tempo op veel verschillende plaatsen ter wereld. Hoewel er grote verschillen zijn in organisatie en doelstellingen hebben ze één ding gemeen: ze worden allemaal geïnitieerd en getrokken door gebruikers. De initiatiefnemers zijn zelf vaak kundige gebruikers en willen hun kennis en tijd inzetten voor de bouw van het community netwerk. Vaak is een van de redenen voor het community netwerk de behoefte om een eigen netwerk te hebben en te beheren, onafhankelijk van grote telecompartijen. Het gegeven dat hiermee onderling gecommuniceerd kan worden, en bestanden kunnen worden uitgewisseld, heeft een grote aantrekkingskracht op gebruikers. Zodra gebruikers, niet alleen innovators en early adopters, zich bij een initiatief aansluiten, krijgt het een officiëler karakter. Of dit gebruik ook gratis is, hangt af van het soort community netwerk en de doelstellingen. Het streven het netwerk gratis te onderhouden kan op termijn voor problemen zorgen. Vooral bij opschalen zal het moeilijk worden alles gratis voor elkaar te blijven krijgen. Community netwerken zijn niet per definitie gratis voor de gebruikers. Wanneer het netwerk is gebouwd uit noodzaak, omdat er geen goede internettoegang aanwezig was bijvoorbeeld, is het erg onwaarschijnlijk dat de toegang gratis is. Vaker zijn de kosten voor toegang tot internet via het community netwerk vergelijkbaar met de marktprijzen voor internettoegang. Daarmee is het niet minder een community netwerk als het nog steeds door de gebruikers zelf, dus bottom up, is gerealiseerd. De manier waarop de gebruikers omgaan met het netwerk en de toepassingen die worden gebruikt, hangen samen met het soort community netwerk. Wanner het een local loop alternatief betreft, zijn de gebruikers in de regel niet anders dan gewone modem of kabelgebruikers. Bij draadloze stads- en community netwerken is de drang naar specifieke toepassingen veel groter. Enerzijds zijn dit applicaties die gebruikers aan elkaar beschikbaar stellen, anderzijds kunnen dit toepassingen van de lokale overheid zijn. Zo kunnen de leden van een draadloos stadsnetwerk toegang krijgen tot overheidssites, bibliotheken, musea enzovoorts, zonder dat zij daarvoor ook internettoegang nodig hebben. Er wordt ook geëxperimenteerd met allerlei applicaties die het community effect, de onderlinge relaties en communicatie versterken. Bij dit type netwerk is wel meer inzet van de gebruikers zelf vereist. Dit heeft te maken met het feit dat het netwerk op vrijwillige basis draaiende wordt gehouden. Ook worden nieuwe gebruikers voorgelicht over hoe met het netwerk om te gaan. Dit vergt tijd en energie, maar levert ook sociale interactie op. Deze effecten zijn veel sterker dan bij de local loop initiatieven waar gebruikers betalen voor toegang en waar internettoegang eigenlijk de enige reden is om mee te doen aan het initiatief. Hoewel het soort applicaties wel iets zegt over het gebruik, is er toch nog maar weinig bekend over draadloos gebruik. Dit geldt vooral voor gebruik buitenshuis. Hoewel er flink gediscussieerd wordt over de haalbaarheid en de zin en onzin van de hotspot-configuratie, een discussie die buiten dit onderzoek gelaten is, weten weinigen aan te geven wat gebruikers ermee zouden doen. Vast staat dat er op steeds meer locaties internet beschikbaar is. Vaak is het openklappen van een laptop voldoende voor het verkrijgen van gratis toegang tot internet. Voor velen is dit gegeven al zó interessant dat men vergeet te onderzoeken wat er dan vervolgens wordt gedaan met die internetverbinding. En is een vrij toegankelijke internetverbinding, waarvan de QoS onbekend is, goed genoeg voor

Dialogic innovatie & interactie

35

mobiele gebruikers? Vermoedelijk zal ook hier de toepassing weer essentieel zijn. Zakelijke gebruikers hebben een ander eisenpatroon dan particuliere gebruikers. Om een antwoord op deze vraag te krijgen zal er de komende tijd nog meer onderzoek gedaan moeten worden naar de ‘draadloze gebruiker’. Wanneer WiFi wordt ingezet voor het aansluiten van woonhuizen en bedrijventerreinen dient zich een aantal problemen aan. Deze zijn mede het gevolg van de eisen die gebruikers zullen stellen aan de verbinding. Deze zijn hoger dan bij community netwerken, waar best effort vaak het credo is. Bij gebruik van WiFi buitenshuis met als doel bepaalde regio’s te voorzien van draadloze dekking, is er een aantal technische en bedrijfseconomische beperkingen. Zo zorgt het gegeven dat WiFi gebruik maakt van een licentie-vrij gedeelte van het radiospectrum ervoor dat er hinder kan zijn van andere partijen. Het staat iedereen immers vrij dit stuk spectrum te gebruiken en het is dan ook allerminst voorbehouden aan commerciële partijen om WiFi apparatuur te gebruiken. Ook het gegeven dat er buitenshuis in de praktijk een zichtverbinding nodig is tussen twee antennes kan voor praktische problemen zorgen bij de uitrol van een commercieel WiFi netwerk. Daar komt bij de beperking in capaciteit die gevolgen heeft voor het aantal aansluitingen dat per opstelpunt te realiseren is. In hoeverre dit een bedrijfseconomische beperking is hangt zeer af van het type internetdienst dat de aanbieder voor ogen heeft en de QoS die de gebruikers eisen. Een andere beperking waar aanbieders mee te maken hebben is de wettelijke beperking van het zendvermogen. Dit is direct van invloed op het bereik van de zenders. Juridische beperkingen kunnen zich ook voordoen bij het creëren van opstelpunten. Hierbij kunnen nieuwe aanbieders ook last hebben van tegenwerking door gevestigde, veelal telecom-partijen. Een derde categorie beperkingen vormt de beveiliging. Hoewel er steeds meer methoden zijn voor het beveiligen van WiFiverbindingen en het regelen van toegang tot WiFi-netwerken zijn deze tot nu toe nog niet afdoende geweest. In de praktijk ligt dit echter lang niet altijd aan de gebruikte techniek, maar veelal aan de beheerder van het draadloze netwerk. Onwetendheid en onzorgvuldigheid zorgen ervoor dat er een groot deel, in veel gebieden meer dan de helft, van de draadloze huis- en kantoornetwerken, openstaat en niet goed beveiligd is. Voor commerciële exploitatie van WiFi-netwerken is een goede toegangsmethode essentieel. Die is wellicht gevonden met de IEEE standaard 802.1x. Hiermee worden nu de eerste experimenten uitgevoerd. De resultaten zijn vooralsnog positief. Voor het ontsluiten van bedrijven en bedrijventerreinen wordt WiFi-technologie een steeds interessanter alternatief. Met name in gebieden waar goede internettoegang ontbreekt, zoals in grote delen van de Kop van Noord-Holland, zal deze nieuwe manier van toegang zijn intrede doen. Een van de redenen voor de extra aandacht die hieraan besteed wordt zijn de relatief lage investeringen die nodig zijn in vergelijking met bestaande technieken waarvoor een vergunning vereist is. Het gegeven dat WiFi licentievrij is, heeft tot gevolg dat er op kleine schaal geëxperimenteerd kan worden. Er hoeven immers geen grote investeringen terugverdiend te worden. De constructie waarbij één snelle internetverbinding, al dan niet draadloos, gedeeld wordt door een aantal huizen of bedrijven is inmiddels al een aantal keer succesvol toegepast. Dit lijkt dan ook de beste methode om een aantal bedrijventerreinen dat verstoken is van goede internettoegang, aan te sluiten. Of de aanvoer bekabeld of draadloos moet zijn, hangt af van de omstandigheden. Huidige marktpartijen lijken het erover eens te zijn dat wanneer een bekabelde variant mogelijk is, dit vaak de beste optie is. Zo niet, kan draadloos een uitkomst zijn. Om de aanleg van dergelijke verbindingen rendabel te maken zal in de regel de vraag gebundeld moeten worden. Dat wil zeggen dat groepen gebruikers, bedrijven op een bedrijventerrein bijvoorbeeld, samen één snelle internetverbinding gaan delen. De daadwerkelijke verdeling van het signaal geschiedt doordat op het bedrijventerrein een draadloos netwerk wordt aangelegd waarop de verschillende bedrijven hun eigen lokale

Dialogic innovatie & interactie

36

netwerk aansluiten. Om dit proces voor elkaar te krijgen is een partij nodig die optreedt als vraagbundelaar. Hier ligt een mogelijke rol voor parkmanagement weggelegd. Het is al gebruikelijk, ook in Noord-Holland, om parkmanagement te gebruiken om een aantal diensten gezamenlijk in te kopen. Internet zou een van deze diensten kunnen zijn. Daarnaast heeft de parkmanagementorganisatie zelf baat bij een goede telecommunicatieinfrastrcutuur, waardoor virtueel parkmanagement mogelijk wordt. Dit is het gebruik van ICT voor de afhandeling van klachten en het beschikbaar maken van allerlei mogelijke informatie aan bedrijven. Kleine bij elkaar gelegen bedrijventerreinen kunnen samen gebruik maken van één draadloos intranet. Ook kunnen zij een snelle internetverbinding, via dit intranet, met elkaar delen. Het stimuleren van onderlinge communicatie, gegevensuitwisseling en business-to-business-contacten van regionale bedrijven onderling komt de regio ten goede. Bijkomend voordeel van de parkmanagementorganisatie als inititiator van deze manier van ontsluiting van bedrijventerreinen is dat zij mogelijk zelf in de netwerken investeren. Het is niet ongewoon dat parkmanagementorganisaties investeren in bedrijventerreinen en de bijbehorende infrastructuur. Zij werken met langlopende contracten en hebben de mogelijkheid gebruikers van het bedrijventerrein te verplichten om diensten af te nemen. Internettoegang kan heel goed onderdeel uitmaken van hun dienstenpakket. Een precieze berekening van de kosten van een groepsaansluiting voor bedrijventerreinen teneinde daarmee iets over de haalbaarheid te zeggen, is moeilijk. De constructie bestaat grofweg uit drie componenten: Ten eerste de investeringen in de lokale infrastructuur, het draadloze netwerk dat het bedrijventerrein of de bedrijventerreinen beslaat. Ten tweede de draadloze verbinding vanaf het bedrijventerrein naar het dichtstbijzijnde punt met snelle internettoegang. In de regel moet ook dit gedeelte door de klant of een intermediaire partij zelf worden gerealiseerd29. Ten derde zijn er de kosten voor de internetverbinding. Dit zijn maandelijkse kosten, afhankelijk van de bandbreedte. Hoewel de gebruikers fysiek op het draadloze netwerk van het bedrijventerrein zijn aangesloten, zullen ze abonnee van de ISP worden. Een lokale partij zoals een parkmanagementorganisatie of een netwerkbouwer is niet geschikt voor het aanbieden van internet. Zeker in het geval van draadloze toegang zijn de taken zoals, helpdesk, beveiliging, tegengaan van misbruik, billing alleen door een ISP goed uit te voeren. De mogelijkheden van WiFi-technologie voor het draadloos aansluiten van burgers en bedrijven op internet hangen in grote mate af van het soort gebruik. Vanwege de karakteristieken van de technologie is het een groot verschil of het een veeleisende gebruiker betreft of een groep van gebruikers die geen alternatief heeft. De eisen die deze verschillende typen gebruikers aan een internetverbinding stellen lopen zó ver uiteen, dat de uitkomsten van een haalbaarheidsstudie totaal verschillend zullen zijn. Een voorbeeld hiervan is het aantal aansluitingen dat per opstelpunt te realiseren is. Het aantal benodigde opstelpunten en de achterliggende bandbreedte zijn belangrijke factoren voor een commerciële aanbieder van internettoegang via een WiFi-netwerk. Vanzelfsprekend nemen de mogelijkheden voor succesvolle WiFi-projecten toe naarmate de gebruikers lagere eisen stellen. De grenzen aan de mogelijkheden zijn in ieder geval nog lang niet bereikt.

29

Dit gedeelte vervalt wanneer er voor het bedrijventerrein de mogelijkheid bestaat een bekabelde internetaansluiting te nemen.

Dialogic innovatie & interactie

37

8 Aandachtspunten voor beleid
Dit hoofdstuk verbindt enkele suggesties voor beleid aan de in dit rapport gepresenteerde stand van zaken en conclusies. Het gaat daarbij om beleid op lokaal en regionaal niveau. Dit onderzoek is niet uitgevoerd als basis voor het formuleren van concrete beleidsaanbevelingen. Wel kan aan de hand van de bevindingen zoals gepresenteerd in dit rapport een aantal aandachtspunten voor beleid worden geformuleerd. Opnieuw is een onderverdeling gemaakt in twee toepassingsgebieden van WiFi. In beide gevallen gaat het om het gebruik van WiFi-technologie in de openbare ruimte. Paragraaf 8.1. geeft een aantal beleidsaandachtspunten die betrekking hebben op het verder inzetten van WiFi in de wireless local loop, paragraaf 8.2. gaat in op beleid bij de rol van WiFi voor community netwerken.

8.1 Wireless local loop
Zoals in paragraaf 5.1 uiteengezet is, kan WiFi ingezet worden voor internettoegang aan woonhuizen of bedrijven. Dit kan gebeuren als alternatief voor het bestaande aanbod van ISP’s of omdat er geen alternatieven zijn. Naar aanleiding van de huidige situatie rondom de inzet van WiFi in de local loop, zijn er twee hoofdpunten te benoemen die extra aandacht vragen.

Awareness
De provincie Noord-Holland wil het internetgebruik door bedrijven bevorderen, met name in het noordelijke gedeelte van de provincie. Dit beleid is gebaseerd op de visie dat een goede infrastructuur een impuls geeft aan de regionale economie. Het is een stimulans voor de ontwikkeling van nieuwe vormen van dienstverlening en bevordert daarmee de economische ontwikkeling in de regio. Bovenstaande staat geheel los van de gebruikte technologie voor internettoegang. Het aantal alternatieven is de afgelopen jaren steeds toegenomen. Met de ontwikkelingen op het gebied van draadloze infrastructuur zijn de mogelijkheden verder uitgebreid. Dit geldt in het bijzonder voor locaties waar geen snelle, vaste infrastructuur voorhanden is, of waar deze alleen tegen zeer hoge kosten te realiseren is. Gebleken is echter dat er zowel bij aanbieders al potentiële gebruikers nog relatief weinig bekend is over ‘het draadloze alternatief’. Wat is er mogelijk met een WiFi-verbinding? Wat zijn de nadelen? Welke investeringen zijn nodig? Deze vragen vormen een drempel voor succesvolle toepassing. De overheid zou deze drempel kunnen verlagen door informatievoorziening en het creëren van de nodige awareness bij potentiële afnemers. Dit geldt in het bijzonder voor professionele gebruikers zoals bedrijven en bedrijventerreinen. Het gaat er niet om WiFi te promoten, daar per situatie onderzocht dient te worden wat het beste alternatief is. Doel van een het vergroten van awareness dient het verlagen van de drempel te zijn die wordt veroorzaakt door onwetendheid en een gebrek aan relevante kennis. Dit kan op verschillende manieren:

Dialogic innovatie & interactie

38

Het maken van een informatief overzicht van succesvolle praktijkvoorbeelden waar WiFi-technologie is ingezet voor het creëren van een wireless local loop. Het gevaar bestaat dat door een wildgroei aan initiatieven en gebrek aan communicatie onderling een hoge mate van inefficiëntie ontstaat doordat op verschillende locaties het wiel opnieuw moet worden uitgevonden. Gebrek aan kennis blijkt een van de hindernissen te zijn bij het opzetten van lokale en regionale initiatieven. Het inrichten van een informatiepunt of website waar ondernemers, zowel aanbieders als afnemers, terecht kunnen met vragen over bijvoorbeeld frequentiegebruik, het realiseren van opstelpunten of andere vragen die betrekking hebben op vergunningen en zaken waarbij eventuele toestemming van de regionale overheid noodzakelijk of gewenst is. Het zorgen voor voldoende kennisdiffusie door het spelen van een intermediaire rol. Eerdergenoemde punten als het maken van een informatief overzicht of het inrichten van een informatiepunt, kunnen wellicht beter op nationale schaal worden opgepakt. Deels gebeurt dit ook al.30 Echter, op lokale schaal zal er behoefte zijn aan het overbrengen en verder concretiseren van informatie en kennis afkomstig van de nationale overheid en aanverwante instanties. Lokale en regionale overheid zullen dus alert moeten zijn op nationale initiatieven en programma’s.

Vraagbundeling en experimenteren
In paragraaf 5.3 is te lezen hoe vraagbundeling een belangrijke rol kan spelen bij het realiseren van een goede internettoegang voor groepen van gebruikers, met name op locaties waar de reguliere aanbieders niet investeren, de zogenaamde ‘witte vlekken’. Dit organisatie van dit proces komt niet altijd eenvoudig van de grond. De overheid kan een faciliterende rol spelen door het proces van het bundelen van de vraag te ondersteunen of informatie te bieden over de inrichting van dit proces. Ook kan de behoefte aan (goede) internetaansluitingen worden bevorderd door het internetgebruik zelf te stimuleren. De focus ligt dan niet op de infrastructuur maar op de diensten. Door te informeren over de mogelijkheden die internet biedt voor zakelijke toepassingen kan het gebruik worden gestimuleerd. Dit zijn niet noodzakelijkerwijs alleen diensten die door de overheid zelf aangeboden worden. Zo moeten bedrijven op een bedrijventerrein samenwerken op het gebied van veiligheid, onderhoud, ontwikkeling enzovoorts. Hiervoor kan een elektronisch informatiesysteem gebruikt worden 31 . Om verschillende redenen komt dit lang niet altijd van de grond. Eén daarvan is het ontbreken van een goede internetinfrastructuur. Internettoegang voor alle bedrijven is een minimale vereiste voor samenwerking op deze manier. Door het stimuleren en promoten van samenwerking tussen bedrijven via een dergelijk informatiesysteem, stimuleert de overheid indirect het internetgebruik. Om dit soort diensten van de grond te krijgen zal er geëxperimenteerd moeten worden. Wanneer een nieuwe technologie wordt ingezet waarbij leerervaringen kunnen worden opgedaan, betekent een succesvol experiment een belangrijke impuls voor andere bedrijven. Het bevorderen van experimenten is dan ook een van de instrumenten die de provincie kan inzetten om de eerdergenoemde onzekerheden en hindernissen verder weg te nemen.

30 Een voorbeeld hiervan is de oprichting van het Breedband Expertise Centrum door DGTP, om kennis, kunde en ervaringen rond breedband bij elkaar te brengen.

Voorbeelden van een dergelijk systeem zijn melding.nu en het Parkmanagement Informatie Platform (PIP).

31

Dialogic innovatie & interactie

39

8.2 Community netwerken
Voor community netwerken gelden andere argumenten dan voor WiFi in de local loop. Waar WiFi kan dienen als alternatief voor internettoegang en dus een bijdrage kan leveren aan de doelstelling zo veel mogelijk gebruikers te ontsluiten, geldt voor community netwerken veelal dat het additioneel is, en niet voor primaire internettoegang wordt gebruikt. Daarom moet vooral naar de effecten van community netwerken gekeken worden, en dan met name naar de sociale, zoals een toegenomen sociale cohesie en betrokkenheid van burgers in een buurt of stad.

Sociale effecten
Eerder is vastgesteld dat de sociale effecten van community netwerken het sterkst zijn wanneer het netwerk is gebouwd als aanvulling op datgene wat professionele marktpartijen al aanbieden. Het project is dan niet uit nood geboren, maar ontstaat doordat gebruikers op zoek zijn naar ‘iets extra’s’. Er ontstaat vervolgens een community van gebruikers; zowel de initiatiefnemers als de later aangesloten gebruikers maken hier onderdeel van uit. Hier ligt in beginsel geen concrete rol voor de overheid. Temeer daar een dergelijke community vermoedelijk moeilijk maakbaar is. Een van de belangrijkste eigenschappen is immers dat het user driven is en dus vanuit de gebruikers komt, hetgeen in tegenstelling is met het creëren van bovenaf. Een faciliterende rol door het aanbieden van informatie is hier wel mogelijk. Het gegeven dat een community netwerk door gebruikers geïnitieerd wordt, betekent niet dat de overheid geen rol kan spelen bij het verder onderhouden en uitbouwen van het initiatief. Zo is een ondersteunende rol ook mogelijk door het bieden van hulp bij praktische zaken als het realiseren van opstelpunten en antennes bijvoorbeeld. De situatie waarbij gebruikers zich organiseren omdat er geen (goede) alternatieven voor handen zijn, is een andere. Hoewel het dan nog steeds een gebruikersinitiatief is, gaat het dan in feite om een local loop-project, zoals beschreven in voorgaande paragraaf (8.1), en gelden dus ook de daar beschreven aandachtspunten voor beleid.

Een gedeeld medium; juridische kwesties
Tot slot zijn er enkele kwesties die hun oorsprong vinden in de techniek doordat WiFi een gedeeld medium is, maar wellicht gevolgen hebben van juridische aard. Wanneer in een stad een groot aantal enthousiastelingen gaat experimenteren zou een wildgroei aan initiatieven kunnen ontstaan, wat kan zorgen voor vervuiling van het spectrum. Wanneer er ook commerciële aanbieders actief zijn, zoals hotspot providers of Wireless Internet Service Providers (WISP’s), kunnen problemen ontstaan doordat de apparatuur van partijen elkaar gaat storen. Dat deze situatie zich binnen afzienbare tijd gaat voordoen, is niet ondenkbaar. Daarom zal de overheid tot een frequentiebeleid moeten komen dat voorziet in een oplossing voor deze toekomstige conflicten. In het Nationaal Frequentieplan staat dat de 2,4 GHz-band nu vrij is, zowel voor particulier als commercieel gebruik. Op dit moment lijkt de situatie zo te zijn dat ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Dit betekent echter niet dat diegene die als eerste een locatie ‘inneemt’, andere partijen ervan kan weerhouden op diezelfde locatie ook gebruik te maken van het spectrum. Ook hier geldt dat nader onderzoek gewenst is naar de mogelijke gevolgen van ‘landje pik’ door burgerinitiatieven en commerciële aanbieders. De komst van de nieuwe 802.11a standaard zou verlichting is deze problematiek kunnen brengen, omdat deze gebruik maakt van een ander deel van het spectrum, te weten de 5 GHz-band. Dit betekent een extra frequentieband die bovendien veel meer ruimte herbergt.

Dialogic innovatie & interactie

40

8.3 Monitoring van ontwikkelingen, regionaal en nationaal
De markt van WiFi-gebruik in de openbare ruimte staat nog in de kinderschoenen. Dat betekent dat er nog veel onduidelijkheden zijn, zowel aan de aanbodzijde als aan de vraagzijde. Welke abonnementsvormen zullen ontstaan, voor wie zijn die bedoeld en geschikt en wat is daarmee mogelijk? En wat gaan gebruikers er nu daadwerkelijk mee doen? Hoe ziet het draadloze internetgebruik er uit? Er is de komende tijd verder onderzoek nodig om een antwoord te krijgen op deze vraag. Veel zal duidelijk worden door goed te monitoren wat er op de diverse locaties in Nederland, en in het buitenland, gebeurt. Belangrijk hierbij is dat de kennis die wordt opgedaan ook daadwerkelijk goed verspreid wordt, zodat het weer terecht komt bij de lokale initiatieven. Op lokaal niveau kan geprofiteerd worden van leerervaringen van anderen. Het is daarom van grote belang dat leerervaringen onderling worden gedeeld. Een intermediaire rol van de lokale en regionale overheid is hier gewenst.

Dialogic innovatie & interactie

41

Bronnen
Benjamin, J. (15 april 2003). Breedband als toegang tot de wereld. NRC Handelsblad, p.16. Boogert, E. (11 juni 2003). Mobilander levert WiFi aan universiteiten. (http://www.planet.nl/planet/show/id=118880/contentid=383366/sc=e4d328) Cie Andriessen (2003). Amsterdam: Slagkracht door glas. Amsterdam Dialogic (2003). Breedband en de Gebruiker. Utrecht: Dialogic. Dialogic (2003). Flat fee in de regio. Utrecht: Dialogic Elsinga, R. (2002). Het beveiligen van WiFi netwerken. Verbinding, 12, p.11.e.v. Elsinga, R. (2003). WiFi: overal breedbandinternet. Verbinding, 2, p.13.e.v. McDonald, D.W. (2002). Social Isues in Self-Provisioned Metropolitan Area Networks. Ministerie van Economische Zaken (2002). Internationale ICT Benchmark 2002. Den Haag Ministerie van Verkeer en Waterstaat (2002). Nationaal Frequentieplan 2002 (NFP). Den Haag Projectbureau IJburg (2000). Gids voor IJburg. Amsterdam. Rheingold, H. (2003). Smart Mobs. Cambridge: Perseus Publishing Wellman, B. e.a. (1997). Studying Online Social Networks. Wolfswinkel, R.N. e.a. (2003). Opties voor infrastrcuturen. Den Haag:TNO Sites http://consume.net/twiki/bin/view/Main/GeneralFAQ. http://seattlewireless.net/index.cgi/FrequentlyAskedQuestions. http://wlan.sdvanime.com http://www.aervik.com http://www.hubhop.com http://www.cyberpolder.nl http:// www.kopenmunt.nl/adsl http://www.linksys.com/edu/wirelessstandards.asp http://www.noordkop-zakennieuws.nl http://www.ookadsl.nl http://www.surfnet.nl/innovatie/wlan http://www.wirelessanarchy.com. http://www1.oli.tudelft.nl/adsl/ (Nederlandse ADSL beschikbaarheid per 22 mei 2003)

Dialogic innovatie & interactie

42

Interviews: Huub Schuurmans Iwan Boskamp Tibout en Janneke Strausz Peter Kentie Mattijs Maris Fedor Veltman Pim van Herk Robert Jan Lamers Maartje Dingemans René Slegers Wireless Leiden UnetIX Vereniging de IJbrug WiFi-expert en maker van nieuwssite HotSpot.nl Beco groep BV Xs4all Provincie Noord-Holland Greylam BVF Parkmanagement Aether Arcus

Dialogic innovatie & interactie

43

Colofon
Het onderzoek ‘De rol van WiFi-netwerken voor burgers en bedrijven’ is uitgevoerd door Dialogic innovatie & interactie en werd mede mogelijk gemaakt door financiering van het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling, de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam.

Dialogic innovatie & interactie Wilhelminapark 20 3581ND UTRECHT tel: 030 215 05 86 fax: 030 215 05 90 www.dialogic.nl

Contactpersoon ir Krijn Schuurman schuurman@dialogic.nl 030 215 05 87

ISBN 90-806985-2-0

Dialogic innovatie & interactie

44