Dorpseconomie

Een onderzoek naar: het belang van bedrijvigheid voor de leefbaarheid en de economische ontwikkeling in de dorpen en mogelijke impulsen voor de ontwikkeling van het platteland

Kamer van Koophandel Centraal Gelderland Arnhem, Oktober 2004

Dorpseconomie
Een onderzoek naar: het belang van bedrijvigheid voor de leefbaarheid en de economische ontwikkeling in de dorpen en mogelijke impulsen voor de ontwikkeling van het platteland

Colofon: Dit is een uitgave van: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland Postbus 9292 6800 KZ Arnhem Oktober 2004 Auteurs : dhr. drs. H. de Vaan dhr. J. van der Beek

specialist economisch onderzoek beleidsmedewerker

Voor meer informatie over deze uitgave kunt u contact opnemen met: dhr. drs. H. de Vaan T (026) 353 89 45 F (026) 353 89 53 E-mail hvaan@arnhem.kvk.nl Auteursrechten voorbehouden Overname van gegevens is toegestaan met bronvermelding

2

Inhoudsopgave
1. Inleiding ............................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Doelstelling ................................................................................................................................... 5 1.3 Respons en opbouw enquête ......................................................................................................... 5 1.4 Opzet van het rapport .................................................................................................................... 6 2. Algemene kenmerken van de onderzochte gemeenten..................................................... 7 3. Economische ontwikkeling van de dorpen rond Nijmegen ............................................. 9 3.1 Werkgelegenheidsstructuur ........................................................................................................... 9 3.2 Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling (ERBO) ....................................................................... 9 3.2.1 Omzetindex ............................................................................................................................ 9 3.2.2 Exportindex.......................................................................................................................... 10 3.2.3 Winstgevendheid en rendement ........................................................................................... 11 3.2.4 Investeringen........................................................................................................................ 12 3.3 Werkgelegenheidsontwikkeling (Provinciale Werkgelegenheidsenquête) ................................. 12 3.4 Bedrijfsdynamiek ........................................................................................................................ 13 3.5 Conclusie..................................................................................................................................... 13

4. Uitwerking van de enquête: algemene kenmerken van de bedrijven .......................14
4.1 Inleiding ...................................................................................................................................... 14 4.2 Algemene kenmerken van de geënquêteerde bedrijven .............................................................. 15 4.3 Werkgelegenheid......................................................................................................................... 15

5. Uitwerking enquête: vestigingslocatie ...................................................................17
5.1 Inleiding ...................................................................................................................................... 17 5.2 Omvang perceel en bedrijfsvloeroppervlak ................................................................................ 18 5.3 Milieucategorieën........................................................................................................................ 19 5.4 Beoordeling huidige vestigingsplaats van het bedrijf ................................................................. 19 5.5 Beoordeling bereikbaarheid ........................................................................................................ 20 5.6 Beoordeling vestigingslocatie en bereikbaarheid per gemeente ................................................. 20 5.7 Plannen om de bedrijfslocatie uit te breiden ............................................................................... 22 5.8 Redenen om uit te breiden........................................................................................................... 23 5.9 Uitbreidingsmogelijkheden ......................................................................................................... 23 5.10 Bestemmingsplan ...................................................................................................................... 25 5.11 Verplaatsing en nieuwe locatie.................................................................................................. 26 5.12 Vrijkomende agrarische bebouwing.......................................................................................... 28 5.13 Beëindiging van het bedrijf ....................................................................................................... 29 5.14 Leeftijd ondernemers................................................................................................................. 29

6. Gebondenheid aan de gemeente ...........................................................................30
6.1 Inleiding ...................................................................................................................................... 30 6.2 Samenwerkingsverbanden van bedrijven in de gemeente........................................................... 30 6.3 Directie en personeel................................................................................................................... 32 6.4 Bedrijfsomzet .............................................................................................................................. 34 6.5 Sponsoring................................................................................................................................... 34 6.6 Maatschappelijke activiteiten directieleden ................................................................................ 37 6.7 Mate van economische gebondenheid......................................................................................... 37 6.8 Score voor gebondenheid aan de gemeente ................................................................................ 39 6.9 Score per gemeente ..................................................................................................................... 40

3

7. Gemeentelijke dienstverlening .............................................................................42
7.1 Contacten met de gemeente......................................................................................................... 42 7.2 Boordeling dienstverlening per gemeente ................................................................................... 43 7.3 Gemeentelijke dienstverlening .................................................................................................... 44 7.4 Gemeentelijk betrokkenheid........................................................................................................ 44 7.5 Knelpunten in relatie met de gemeente ....................................................................................... 45 7.6 Knelpunten die bedrijven ervaren bij het ondernemen in de Nijmeegse dorpen......................... 45 7.6.1 De arbeidsmarkt ................................................................................................................... 45 7.7 Verwachtingen voor de toekomst................................................................................................ 46

8. Conclusies en aanbevelingen……………………………………………………………. 47 Bijlagen ............................................................................................................................. 49

4

1. Inleiding
Dit rapport bevat de resultaten van een in 2004 door de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland uitgevoerd onderzoek naar de sociaal-economische betekenis van de bedrijven in de kleine tot middelgrote gemeenten in de regio Nijmegen en de Betuwe. 1.1 Aanleiding In de dorpen in ons kamergebied zit behoorlijk wat bedrijvigheid. Deze ondernemingen zorgen voor werkgelegenheid en economische activiteit, maar hebben ook een sterk sociaal-maatschappelijke functie. Veel bedrijven sponsoren sportverenigingen, participeren in sociaal-culturele activiteiten en zijn betrokken bij de organisatie van festiviteiten in hun gemeente. Het belang van bedrijvigheid gaat dan ook duidelijk verder dan economie en werkgelegenheid alléén. Door - onder meer - het ruimtelijke beleid van de afgelopen jaren komen steeds meer bedrijven in kleinere kernen in de knel. Er is geen ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen en door het negatieve imago (bedrijven worden vaak gezien als veroorzakers van geluids- of geuroverlast) bestaat er steeds minder draagvlak om nieuwe of alternatieve ruimte voor bedrijven te realiseren. Dit geldt zelfs voor kleinschalige ontwikkelingen. Ook staat de agrarische sector, van oudsher een belangrijke economische pijler op het platteland, onder grote druk. Steeds meer boerenbedrijven verdwijnen of oriënteren zich op andere economische (neven)activiteiten. Veel gemeenten worstelen met de vraag welke activiteiten ze wel of niet op het platteland moeten toelaten en hoe de vrijkomende agrarische bebouwing het beste kan worden ingevuld. 1.2 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is tweeledig. In de eerste plaats moet het inzichtelijk maken welke bijdrage het bedrijfsleven levert aan de leefbaarheid en economische ontwikkeling van kleine gemeenten in de regio Nijmegen en de Betuwe. Ten tweede moet het onderzoek aangeven welke impulsen gegeven kunnen worden aan de plattelandsontwikkeling. De volgende zaken zullen hierbij aan de orde komen: - de huidige omvang van de bedrijvigheid en de werkgelegenheid; - de relaties en lokale binding die bedrijven hebben met hun vestigingsplaats; - de relaties met andere functies en activiteiten in de dorpskernen; - de ruimtelijke aspecten; - de knelpunten die ondernemers ervaren bij het ondernemen in een kleine kern. De resultaten van het onderzoek moeten bouwstenen opleveren die als input dienen voor het Regionaal Structuurplan en het toekomstige economische beleid op het platteland en in de dorpskernen. 1.3 Respons en opbouw enquête Het onderzoek is uitgevoerd in de volgende gemeenten: Beuningen, Ubbergen, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen a/d Rijn, Mook en Middelaar, Overbetuwe en Wijchen.

5

In totaal zijn 12.600 bedrijven in deze gemeenten gevestigd die tot de populatie horen. Hiervan zijn er 2.802 aangeschreven. 730 ondernemers hebben de enquête ingevuld en teruggestuurd. Dit komt neer op een respons van 26%. Met een aantal respondenten is daarnaast een diepte-interview gehouden. Op die manier was het mogelijk wat dieper op de materie in te gaan. Ook is het proces ondersteund door een begeleidingscommissie die in totaal twee keer bij elkaar is geweest. Deze commissie bestond uit: Namens: Gemeente Overbetuwe / Lingewaard mevrouw C. de Bot-Huver Gemeente Heumen / Mook en Middelaar Gemeente Millingen aan de Rijn / Ubbergen / Groesbeek Gemeente Wijchen / Beuningen Knooppunt Arnhem-Nijmegen Industrieel Kontakt Wijchen Ondernemersvereniging Malden-Heumen Ondernemersplatform Overbetuwe Kamer van Koophandel Centraal Gelderland mevrouw C. van Sluis de heer J. Tetteroo mevrouw drs. A. de Beer-Vermeulen de heer G.W.J. Hendriks de heer drs. C.E. van Eert de heer P.P.M. Kokke de heer H. Willems de heer L.H.J. van Beek mevrouw E. Bakker-Derks

1.4 Opzet van het rapport Het voorliggende onderzoeksrapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 1 bevat de inleiding en gaat in op de achtergrond en het doel van het onderzoek. Ook wordt de respons en de opbouw van de enquête behandeld. In hoofdstuk 2 komen de algemene kenmerken van de onderzochte gemeenten en de bedrijven aan de orde. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de economische ontwikkeling van de dorpen rond Nijmegen. In het vierde hoofdstuk wordt een begin gemaakt met de uitwerking van de uitkomsten van de enquête. De algemene kenmerken van de bedrijven passeren hier de revue. Hoofdstuk 5 behandelt de vestigingslocatie. Vervolgens beschrijft hoofdstuk 6 de gebondenheid van de bedrijven aan de gemeente. In het zevende hoofdstuk wordt de gemeentelijke dienstverlening onder de loep genomen, evenals de knelpunten die bedrijven ervaren bij het ondernemen in kleine gemeenten. Het rapport wordt in hoofdstuk 8 afgesloten met conclusies en aanbevelingen.

6

2. Algemene kenmerken van de onderzochte gemeenten
Het onderzoek heeft betrekking op de volgende gemeenten: Beuningen, Ubbergen, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen a/d Rijn, Mook en Middelaar, Overbetuwe en Wijchen.

Deze gemeenten kunnen worden ingedeeld naar grootteklasse. Wijchen, Overbetuwe en Lingewaard zijn grotere gemeenten te noemen. Het inwoneraantal schommelt er rond de 40.000 inwoners en er zijn ongeveer 2.500 bedrijven gevestigd. Beuningen, Groesbeek en Heumen behoren tot de categorie middelgrote gemeenten. Hier wonen tussen de 15.000 en 25.000 inwoners en zijn er tussen de 1.000 en 1.600 bedrijven actief. De kleine gemeenten zijn Ubbergen, Millingen a/d Rijn en Mook en Middelaar. Hier gaat het om ongeveer 6.000 tot 9.500 inwoners en 300 tot 550 bedrijven. De gemeenten hebben de volgende zaken gemeen: ! ! alle gemeenten zijn voor veel voorzieningen en hun economie deels georiënteerd op de stad Nijmegen; alle gemeenten bestaan weer uit diverse kleinere dorpen:

Beuningen: Ubbergen: Groesbeek: Heumen: Lingewaard: Millingen a/d Rijn: Mook en Middelaar: Overbetuwe: Wijchen:

Beuningen, Weurt, Ewijk, Winssen Beek, Ubbergen, Ooij, Leuth, Kekerdom, Ellecom, Persingen, Berg en Dal (deels) Groesbeek, Berg en Dal (deels), Heilig Landstichting, de Horst en Breedeweg Heumen, Malden, Nederasselt en Overasselt Angeren, Bemmel, Doornenburg, Gendt, Haalderen, Huissen en Ressen Millingen Mook, Middelaar, Molenhoek en Plasmolen Elst, Heteren, Driel, Randwijk, Andelst, Hemmen, Herveld, Oosterhout, SlijkEwijk, Valburg en Zetten Alverna, Balgoij, Batenburg, Bergharen, Hernen, Leur, Niftrik en Wijchen

7

Meer gegevens per gemeenten zijn terug te vinden in bijlage 1. Het volgende hoofdstuk schetst, op basis van datamateriaal uit de Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling en de Provinciale Werkgelegenheidsenquête, de economische ontwikkeling in de dorpen rond Nijmegen.

8

3. Economische ontwikkeling van de dorpen rond Nijmegen
In dit hoofdstuk zetten we de werkgelegenheidsstructuur van de economie in de dorpen rond Nijmegen af tegen de werkgelegenheidstructuur van de stad Nijmegen en de provincie Gelderland. Daarnaast bekijken we de werkgelegenheidsontwikkeling en de economische ontwikkeling zoals die met de Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling kan worden bepaald. 3.1 Werkgelegenheidsstructuur Wanneer de werkgelegenheidsstructuur van de economie in de dorpen rond Nijmegen wordt vergeleken met de werkgelegenheidsstructuur in Nijmegen en Gelderland, dan blijkt er relatief veel werkgelegenheid te zijn in de sectoren bouw, transport, opslag en communicatie, landbouw (en visserij), handel en horeca. Relatief ondervertegenwoordigd zijn de industrie, financiële en zakelijke diensten en de niet-commerciële diensten. In de gemeente Nijmegen valt met name de enorme oververtegenwoordiging van de niet-commerciële diensten (overheid, gezondheidszorg, onderwijs) op.

Werkgelegenheidstructuur naar werkzame personen in 2003
Dorpen regio Nijmegen Sector Agrarisch/visserij Industrie Bouw Handel Horeca Transport, opslag en communic. Financiële en zakelijke diensten Niet-commerciële diensten Totaal Aandeel 5,2% 11,9% 9,6% 21,5% 4,6% 7,1% 14,4% 25,6% Locatiequotiënt1 122,2 83,2 145,9 119,1 112,7 144,7 91,2 79,9 Nijmegen Aandeel 0,4% 14,7% 3,8% 13,5% 3,9% 4,4% 13,5% 45,8% 100% Locatiequotiënt 9,4 102,6 57,9 74,6 94,5 91,2 86,0 142,8 Gelderland Aandeel 4,3% 14,3% 6,6% 18,1% 4,1% 4,9% 15,7% 32,1% 100% Locatiequotiënt 100 100 100 100 100 100 100 100

100% Bron: Provinciale Werkgelegenheidsenquête 2003

3.2 Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling (ERBO) Jaarlijks houden de kamers van koophandel de Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling (ERBO). In de ERBO wordt onder andere gevraagd naar de ontwikkeling van de omzet. In onderstaande tabel wordt de omzetindex van het bedrijfsleven in het onderzoeksgebied afgezet tegen die van Nederland en het onderzochte gebied, inclusief de gemeente Nijmegen. 3.2.1 Omzetindex Wat opvalt is dat de omzetindex van de negen onderzochte gemeenten behoorlijk hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. In vergelijking met Nederland is het gebied conjunctuurgevoeliger. Dat geldt vooral voor de economie van de stad Nijmegen. De afgelopen drie jaar was de afname van de nominale omzet sterker dan gemiddeld in ons land.

1

Locatiequotiënt = Aandeel van de sector in de dorpen/het aandeel van die sector in Gelderland * 100

9

Ontwikkeling van de nominale omzet, 1994-2003 150 140 130 120 110 100 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Dorpen regio Nijmegen

Gemeente Nijmegen

Nederland

Bron: Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling, Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 1994-2003

3.2.2 Exportindex De index voor de exportontwikkeling laat voor de bedrijven in de dorpen rond Nijmegen tussen 1996 en 2001 een stijgende lijn zien. Daarna is er sprake van een lichte afname van de export. De ontwikkeling in de dorpen komt daarmee ongeveer overeen met de landelijke ontwikkeling. Over de periode 1997-2002 presteert het bedrijfsleven in de dorpen in de regio Nijmegen qua export zelfs iets beter dan landelijk. Het bedrijfsleven in de stad Nijmegen blijkt veel gevoeliger voor ontwikkelingen op de exportmarkt. Wanneer het goed gaat met de wereldeconomie profiteert het Nijmeegse bedrijfsleven daar flink van. Anderzijds komt de klap in Nijmegen ook harder aan wanneer de wereldhandel afneemt. Hierbij moet worden opgemerkt dat de cijfers van de grote internationaal opererende bedrijven (zoals Philips Semiconductors) zwaar meewegen voor de ontwikkeling binnen Nijmegen.
Ontwikkeling nominale export, 1994-2003

260 220 180 140 100 1994 1995 1996 1997 1998 1999 Nijmegen Dorpen 2000 2001 Nederland 2002 2003

Bron: Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling, Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 1994-2003

10

3.2.3 Winstgevendheid en rendement He bedrijfsleven in de dorpen rondom Nijmegen is over het algemeen behoorlijk tevreden over de winstgevendheid. De laatste jaren is het aandeel bedrijven met winst weliswaar gedaald, maar het is wel hoger dan het bedrijfsleven binnen Nederland en de stad Nijmegen.
% bedrijven met winst: dorpen, Nederland, Nijmegen, 1995- 2003 95 90 85 80 75 1995 1996 1997 1998 1999 2000 Nederland 2001 Nijmegen 2002 2003

Dorpen in regio Nijmegen

Bron: Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling, Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 1994-2003

Het percentage bedrijven met voldoende rendement lag in de dorpen tot 1999 over het algemeen boven het Nederlandse gemiddelde. Vanaf 1999 staan de rendementen echter over de hele linie onder druk en ligt het aantal bedrijven dat goed rendeert in de dorpen onder het niveau van Nederland.
% bedrijven met voldoende rendement, 1995-2003 90 80 70 60 50 40 1995 1996 1997 1998 1999 2000 Nederland 2001 Nijmegen 2002 2003

Dorpen in regio Nijmegen

Bron: Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling, Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 1994-2003

11

3.2.4 Investeringen De investeringsbereidheid in de dorpen rondom Nijmegen is over het algemeen groter dan onder het gemiddelde Nederlandse bedrijfsleven. Alleen de jaren 2000 en 2002 vormen hierop een uitzondering.
Bron: Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling, Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 1994-2003

% bedrijven met investeringen, 1995-2003
80 70 60 50 40 30 20 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Dorpen

Nederland

Gemeente Nijmegen

3.3 Werkgelegenheidsontwikkeling (Provinciale Werkgelegenheidsenquête) Uit gegevens van de Provinciale Werkgelegenheidsenquête van de provincie Gelderland blijkt dat de werkgelegenheid in de dorpen rond Nijmegen zich bijzonder goed ontwikkelt. In de periode 1999-2003 groeide het aantal werkzame personen met 11,7% in de dorpen in de regio Nijmegen. Ter vergelijking: in de gemeente Nijmegen en de provincie Gelderland groeide de werkgelegenheid met respectievelijk 4,2% en 4,7%. De gemeenten Wijchen, Overbetuwe, Heumen en Mook en Middelaar kenden de grootste banengroei.

Werkgelegenheidsontwikkeling 1999-2003
Index (1999=100)

114 112 110 108 106 104 102 100 1999 2000 2001 2002 2003
Dorpen regio Nijmegen Gemeente Nijmegen Gelderland

Bron: Provinciale Werkgelegenheidsenquête 1999-2003

12

3.4. Bedrijfsdynamiek
Net als in de rest van Nederland groeit het aantal bedrijven in de dorpen rond Nijmegen. In de onderstaande grafiek is weergegeven hoeveel starters er jaarlijks zijn bijgekomen: gemiddeld ruim 500 per jaar. In absolute cijfers is dit lastig te vergelijken met de ontwikkeling in Nijmegen en Nederland. Daarom kijken we naar het aantal starters per 100 zittende bedrijven. Dan blijkt dat er in 2003 in de dorpen op elke 100 ondernemingen 3,2 bedrijven gestart zijn. Dit is behoorlijk wat lager dan het landelijk gemiddelde en dat van Nijmegen: respectievelijk 4,4 en 4,3.

700 600 500 400 300 200 100 0 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Aantal starters in de dorpen regio Nijmegen

“Nieuwe, startende bedrijven heb je altijd en overal, dus ook in de dorpen. Op termijn groeit een deel van deze bedrijven groot. Gemeenten moeten hierop inspelen.”

3.5 Conclusie
Op basis van de resultaten van de Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling en de Provinciale Werkgelegenheidsenquête mag worden geconcludeerd dat de bedrijven in de dorpen rondom Nijmegen in economische zin prima presteren. Op alle indicatoren laten de bedrijven er goede cijfers zien, en ook de werkgelegenheidsontwikkeling ligt ver boven het Gelderse gemiddelde. Deze conclusie onderstreept nog eens het belang van het midden- en kleinbedrijf voor de regionaal-economische ontwikkeling. Het MKB vormt duidelijk de stabiele factor in de regionale economie. Analyse van de werkgelegenheidsstructuur wijst uit dat de niet-commerciële diensten, handel, financiële en zakelijke diensten en transport, opslag en communicatie de belangrijkste werkgevers zijn. Ten opzichte van het Gelderse gemiddelde zijn de bouwnijverheid, transport, logistiek en communicatie, handel en de agrarische sector relatief sterk vertegenwoordigd. In de dorpen is sprake van een gezonde bedrijfsdynamiek. Elk jaar starten er bij elkaar zo´n 500 nieuwe bedrijven. Dat is wel wat lager dan het landelijk gemiddelde als het gaat om het aantal starters ten opzichte van het aantal zittende bedrijven.

13

4. Uitwerking van de enquête: algemene kenmerken van de bedrijven
4.1 Inleiding In dit hoofdstuk maken we een begin met de verwerking van de uitkomsten van de enquête. In de onderstaande tabel is onderbouwd hoe de enquête is uitgezet en hoe de repons per gemeente is. In totaal zijn er in het onderzoeksgebied ruim 12.500 voor de enquête relevante bedrijven. Daaruit is een steekproef genomen van 2.802 bedrijven die een enquêteformulier toegestuurd hebben gekregen. De respons varieert van 23% in Mook en Middelaar tot 28% in de gemeente Heumen. Daarmee varieert ook de betrouwbaarheid van de gegevens. Zo zijn de uitkomsten voor Millingen a/d Rijn voor 75% betrouwbaar terwijl over de gemeente Heumen – statistisch gesproken - voor 87% betrouwbare uitspraken kunnen worden gedaan. Voor de gehele populatie zijn de resultaten voor 99% betrouwbaar. Gemeente Beuningen Ubbergen Groesbeek Heumen Lingewaard Millingen a/d Rijn Mook en Middelaar Overbetuwe Wijchen Overig Totaal 12.600 2.802
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Aantal bedrijven 1.586 529 1.006 997 2.600 255 577 2.655 2.395

Steekproef 336 294 323 322 345 194 299 345 344

Respons 88 77 78 90 90 47 68 92 90 10 730

Respons % 26% 26% 24% 28% 26% 24% 23% 27% 26% 26%

Betrouwbaarheid 85% 85% 85% 87% 85% 75% 82% 85% 85% 99%

In het vervolg van dit hoofdstuk worden allereerst de algemene kenmerken van de onderzochte bedrijven beschreven zoals die uit de enquête naar voren kwamen.

14

4.2 Algemene kenmerken van de geënquêteerde bedrijven De dienstensector is veruit de grootste sector in het onderzoeksgebied. Van de bedrijven die aan het onderzoek hebben deelgenomen is 40% actief in de dienstverlening. Ook de detailhandel is met een aandeel van 25% goed vertegenwoordigd. Sector Agrarische sector Industrie en productie Bouwnijverheid Detailhandel Groothandel Transport Dienstverlening Horeca Totaal Aantal 24 52 77 179 46 29 285 32 724 Percentage 3% 7% 11% 25% 6% 4% 39% 4% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Zes respondenten hebben deze vraag niet ingevuld en zijn in bovenstaande tabel buiten beschouwing gelaten. 4.3 Werkgelegenheid Het bedrijfsleven is van grote economische betekenis voor de gemeenten. De 12.600 bedrijven in het onderzoeksgebied bieden werk aan ruim 50.000 mensen. Het overgrote deel van hen is afkomstig uit de plaats waar het bedrijf is gevestigd. In de enquête werd de ondernemers gevraagd naar het aantal personeelsleden dat in het bedrijf werkzaam is. Ruim 7 op de 10 ondernemingen in het onderzoek heeft minder dan vijf werkzame personen. Het betreft hier voornamelijk de dienstverlening, de detailhandel en de bouwnijverheid. De industriële sector heeft gemiddeld per bedrijf de meeste werknemers in dienst. Slechts 2% van de bedrijven heeft 50 medewerkers of meer op de loonlijst staan. De verdeling van de bedrijven over de verschillende grootteklassen werkzame personen vinden we terug in onderstaande tabel. Grootteklasse werkzame personen 1 2 t/m 4 5 t/m 9 10 t/m 19 20 t/m 49 50 of meer Totaal Aantal 226 259 96 47 42 16 726 Percentage 36% 36% 13% 7% 6% 2% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

15

Vier respondenten hebben deze vraag niet ingevuld en zijn in bovenstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Wanneer gekeken wordt naar de leeftijd van de bedrijven, dan valt op dat die aardig gespreid is. Een kwart van de ondernemingen is de afgelopen 5 jaar gestart. Meer dan de helft van de aangeschreven bedrijven bestaat langer dan 10 jaar, en bijna een derde van de bedrijven is meer dan 20 jaar geleden opgericht.
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Langer dan 20 jaar 30%

Korter dan 5 jaar 25%

10 tot 20 jaar 22%

5 tot 10 jaar 23%

De onderstaande tabel geeft weer hoe lang de bedrijven bestaan én hoe lang ze op de huidige locatie gevestigd zijn. Het bedrijf bestaat: Bedrijf gevestigd in de gemeente: Korter dan 5 jaar 5 tot 10 jaar 10 tot 20 jaar Langer dan 20 jaar Totaal
Korter dan 5 jaar 5 tot 10 jaar 10 tot 20 jaar Langer dan 20 jaar

100% 0% 0% 0% 100%

17% 83% 0% 0% 100%

12% 5% 83% 0% 100%

7% 7% 7% 79% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Circa acht op de tien bedrijven die langer dan 20 jaar bestaan, zijn ook langer dan 20 jaar gevestigd in de gemeente. De meeste bedrijven zijn dus behoorlijk trouw aan de gemeente waarin ze gevestigd zijn en trekken niet snel weg. Daar zijn verschillende redenen voor. Het verplaatsen van een bedrijf is duur en daardoor is een verhuizing naar een nieuwe bedrijfslocatie vanuit bedrijfseconomisch perspectief lang niet altijd interessant. Daarnaast is er een gebrek aan alternatieve bedrijfslocaties. De beschikbare ruimte op, bijvoorbeeld, bedrijventerreinen is nog altijd schaars. De detailhandel en horeca zijn plaatsgebonden en voor het grootste deel van de inkomsten afhankelijk van de huidige vestigingslocatie.

16

5. Uitwerking enquête: vestigingslocatie
5.1 Inleiding De locatie van een bedrijfsvestiging kan bepalend zijn voor de bereikbaarheid van het bedrijf voor klanten, toeleveranciers en personeel. Andere aspecten die met een bedrijfslocatie samenhangen zijn de prijs, de beschikbare ruimte, milieu-eisen, representativiteit en uitbreidingsmogelijkheden. De ligging van een bedrijf in bijvoorbeeld een woonwijk of het buitengebied beïnvloedt de bovengenoemde factoren sterk. De verdeling van de bedrijven over de verschillende typen vestigingslocaties wordt weergegeven in onderstaande tabel. Vestigingslocatie Centrumgebied Buitengebied Bedrijventerrein Elders in de bebouwde kom Anders Totaal
2

Aantal 234 125 132 206 20 717

Percentage 33% 17% 18% 29% 3% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Dertien respondenten hebben deze vraag niet ingevuld en zijn in bovenstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Het blijkt dat één derde van de bedrijven gevestigd is in het centrumgebied; vooral bij de detailhandel is dat het geval. De industriële sector is, zoals verwacht, goed vertegenwoordigd op de bedrijventerreinen: 54% is daar gevestigd. Verder ‘zit’ 17% in het buitengebied en 29% elders in de bebouwde kom.

2

Het betreft hier onder meer ambulante handel en binnenvaartschippers.

17

5.2 Omvang perceel en bedrijfsvloeroppervlak Ondernemers werd ook gevraagd hoe groot de oppervlakte is van het perceel en de omvang van het bedrijfsvloeroppervlak van hun bedrijfsvestiging. De antwoorden op beide vragen lopen sterk uiteen. Vanwege de grote reeks verschillende antwoorden zijn deze samengevoegd tot een aantal categorieën. Het resultaat daarvan staat in onderstaande tabel. Perceelsgrootte 0 – 2.500 m² 2.501 – 5.000 m² 5.001 – 7.500 m² 7.501 – 10.000 m² > 10.000 m² Totaal Percentage bedrijven 80% 10% 2% 1% 7% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Van de 630 bedrijven die de perceeloppervlakte hebben aangegeven, hebben er 507 een perceeloppervlak dat ligt tussen de 0 – 2.500 m². Dit komt neer op 80% van alle bedrijven. Nog eens 61 bedrijven hebben een perceeloppervlak dat tussen de 2.501 – 5.000 m² ligt. De grootste ruimtevragers zijn te vinden in industrie, transport en de agrarische sector. Bedrijfsvloeroppervlak 0 – 500 m² 501 – 1.000 m² 1.001 – 1.500 m² 1.501 – 2.000 m² 2.001 – 2.500 m² 2.501 – 3.000 m² Totaal Percentage bedrijven 79% 10% 3% 2% 2% 4% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Bijna acht op de tien bedrijven heeft een bedrijfsvloeroppervlak van minder dan 500 m². Hier gaat het vooral om de detailhandel en de dienstverlening.

18

5.3 Milieucategorieën Van alle respondenten valt slechts 4% in de middelzware tot zware milieucategorie3. Dit zijn vooral bedrijven in de industrie, garagebedrijven, transportsector en bouwnijverheid. Meestal zijn zij gevestigd op een bedrijventerrein. 5.4 Beoordeling huidige vestigingsplaats van het bedrijf De respondenten zijn (zeer) tevreden over de vestigingslocatie van hun bedrijf. Maar liefst 90% geeft het oordeel “goed” of “uitstekend”. Tussen de verschillende vestigingslocaties zijn geen grote verschillen waarneembaar. De bedrijven die gevestigd zijn op een bedrijventerrein zijn het minst tevreden.

Beoordeling huidige vestigingsplaats van het bedrijf per vestigingslocatie

Totaal
Uitstekend Goed

Anders Elders in de bebouwde kom Bedrijventerrein

Matig Slecht

Buitengebied

Centrumgebied 0% 20% 40% 60% 80% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Kijkend naar de verschillende sectoren (zie bijlage 2) is het beeld eveneens gunstig. De groothandelaren in het onderzoeksgebied zijn nog het minst positief: 16% geeft de kwalificatie “matig”. In de agrarische sector beoordeelt 13% van de bedrijven de vestigingsplaats als “slecht”.

“Op zo´n klein bedrijventerrein als dit kent iedereen elkaar, als je iets nodig hebt dan kun je dat zo bij de buren lenen. Op een groot bedrijventerrein heb je dat niet.”

“De lagere huurprijzen en de onderlinge saamhorigheid maakt het ondernemen in een kleinere plaats aantrekkelijk. ”

3

Milieucategorie 4, 5 of 6

19

“Ze bouwen maar en bouwen maar, zonder dat de infrastructuur hierop wordt aangepast. Dat is vragen om problemen.”

“Het personeel komt op de fiets en afspraken met klanten maak je buiten de spits.”

5.5 Beoordeling bereikbaarheid De respondenten oordelen positief over de huidige bereikbaarheid van de regio, de gemeente en de bedrijfslocatie. Opvallend is dat de beoordelingen van de bereikbaarheid van zowel de regio, de gemeente en de bedrijfslocatie praktisch gelijk zijn. Van de ondernemingen vindt 14% de bereikbaarheid uitstekend. Zeven op de tien bedrijven is van mening dat de bereikbaarheid goed te noemen is. Slechts een minderheid oordeelt negatief over de bereikbaarheid. Ook werd gekeken naar de mening over de bereikbaarheid in relatie tot de omvang van de bedrijven. Hieruit komen echter geen noemenswaardige verschillen naar voren tussen de grote en de kleinere bedrijven. In relatie tot de sectoren zijn de verschillen ook al gering. Alleen bedrijven in de sector industrie zijn iets minder tevreden over de bereikbaarheid dan collega’s in andere sectoren. Bereikbaarheid van de Beoordeling Regio 14% 70% 13% 3% 100% Gemeente 14% 70% 14% 2% 100% Bedrijfslocatie 14% 70% 14% 2% 100%

Uitstekend
Goed Matig Slecht Totaal

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

5.6 Beoordeling vestigingslocatie en bereikbaarheid per gemeente Zoals hierboven aangegeven oordelen de respondenten positief over de huidige bereikbaarheid en de vestigingslocatie. Hoe tevreden zijn de bedrijven over hun eigen gemeente? Voor een compleet overzicht verwijzen we naar bijlage 3. Hieronder vermelden we per gemeente de meest opvallende zaken. Gemeente Beuningen Ondernemers in de gemeente Beuningen zijn tevreden over hun huidige vestigingsplaats. Bijna een kwart van de bedrijven geeft het oordeel “uitstekend”. Twee derde beschikt over een goede vestigingslocatie. Slechts 10% is minder tevreden. De bereikbaarheid is voor de bedrijven in Beuningen geen probleem. Negen van de tien bedrijven noemt de bereikbaarheid van de regio, de gemeente en de bedrijfslocatie “goed” tot “uitstekend”. Gemeente Ubbergen In Ubbergen zijn de respondenten zeer tevreden over de vestigingslocatie: 94% geeft het oordeel “goed” of “uitstekend”. Slechts 6% noemt de locatie “matig”. Anders ligt het als het gaat om de bereikbaarheid van de regio: bijna een kwart van de bedrijven is er matig tevreden over. Hiermee oordelen de Ubbergse ondernemers relatief slecht over de bereikbaarheid van de regio. Positiever is men over de bereikbaarheid van de gemeente en de bedrijfslocatie.

20

Gemeente Groesbeek In Groesbeek is het bedrijfsleven het minst tevreden over de vestigingsplaats van het bedrijf: 16% spreekt het oordeel “matig” uit en 1% “slecht”. In vergelijking met de andere onderzochte gemeenten zijn de ondernemers hier ook het minst positief over de bereikbaarheid. Van de bedrijven vindt 30% dat de bereikbaarheid van de gemeente matig is, 6% is nog ontevredener en vindt de bereikbaarheid slecht. Ruim een kwart is ontevreden over de bereikbaarheid van de bedrijfslocatie. Volgens 23% moet de bereikbaarheid van de regio beter. Gemeente Heumen De plaatselijke ondernemers zijn positief over de huidige vestigingsplaats van het bedrijf. Slechts 5% is een andere mening toegedaan. De bereikbaarheid van de regio, de gemeente en de bedrijfslocatie wordt eveneens als goed beoordeeld. Ongeveer 14% vindt dat de bereikbaarheid van de gemeente en de bedrijfslocatie beter kan. Gemeente Lingewaard In Lingewaard krijgt de vestigingslocatie van 28% van de ondernemers het predikaat “uitstekend”, 59% heeft een “goed” over voor de vestigingslocatie. Ook de bereikbaarheid krijgt van de meeste ondernemingen een goed rapportcijfer. 18% vindt dat de bedrijfslocatie matig te bereiken is. Gemeente Millingen a/d Rijn In Millingen a/d Rijn zijn de ondernemers tevreden over hun vestigingslocatie. Ongeveer één op de drie heeft zelfs een uitstekende locatie. 9% van de respondenten laat een ander geluid horen en kan de locatie maar matig waarderen. 15% vindt de bereikbaarheid van de regio matig, 7,5% beoordeelt die als slecht. Gemeente Mook en Middelaar Liefst negen van de tien ondernemers is goed tot uitstekend te spreken over de vestigingslocatie. Bovendien vindt ruim 80% de bereikbaarheid van de regio, de gemeente en bedrijfslocatie prima. Gemeente Overbetuwe De vestigingslocatie is ook in de gemeente Overbetuwe reden voor tevredenheid: 23% van de ondernemers geeft het oordeel “uitstekend”, 71% geeft de kwalificatie “goed”. Ook de bereikbaarheid stemt tot tevredenheid, al vindt 14% dat de gemeente matig te bereiken is. Gemeente Wijchen Van alle bedrijven oordeelt 11% matig over de vestigingsplaats van het bedrijf. Dat betekent dat bijna negen op de tien ondernemers de vestigingsplaats uitstekend tot goed beoordelen. Het Wijchense bedrijfsleven is positief over de bereikbaarheid: 89% stelt dat de gemeente goed of zelfs uitstekend te bereiken is.

21

5.7 Plannen om de bedrijfslocatie uit te breiden Van de respondenten zeggen er 142 plannen te hebben om de bedrijfslocatie uit breiden. Dit komt neer op 20% van de bedrijven. Onderstaande diagram geeft aan hoeveel procent van de bedrijven plannen heeft om de bedrijfslocatie uit te breiden, onderverdeeld naar vestigingslocatie.
Ja
Centrumgebied Buitengebied Bedrijventerrein Elders in de bebouwde kom Anders Totaal 0% 20% 40% 60% 80% 100%

Nee

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Bedrijven in het buitengebied hebben de meeste uitbreidingsplannen: 28%. Zoals uit onderstaande tabel blijkt, zijn dat vooral de agrarische bedrijven. Liefst de helft van hen wil uitbreiden. Ook de groothandelaren scoren in dit opzicht bovengemiddeld: één op de drie. Onderstaande diagram geeft aan hoeveel procent van de bedrijven plannen heeft om de bedrijfslocatie uit te breiden, onderverdeeld naar sectoren.
Ja Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Transport Diensten Horeca Totaal 0% 20% 40% 60% 80% 100% Nee

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

22

In onderstaand diagram zijn de bedrijven met uitbreidingsplannen gecategoriseerd naar het aantal werkzame personen. Vooral de bedrijven met 5 t/m 9 werkzame personen en de grotere bedrijven (met 20 of meer werkzame personen) willen de vleugels uitslaan.
Ja 1 2 t/m 4 5 t/m 9 10 t/m 19 20 t/m 49 50 of meer Totaal 0% 20% 40% 60% 80% 100% Nee

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

5.8 Redenen om uit te breiden De redenen voor uitbreiding lopen uiteen. Het merendeel draagt bedrijfseconomische redenen aan. Rendementsverbetering en productie-uitbreiding scoren in dit kader hoog. Liefst 40% vindt uitbreiding noodzakelijk om de continuïteit van het bedrijf te waarborgen. Dit zou kunnen betekenen dat de continuïteit van deze bedrijven gevaar loopt als uitbreiding niet mogelijk is. In de categorie “overige antwoorden” moet gedacht worden aan ´het vergroten van het marktaandeel´ en ´meer behoefte aan opslagruimte´ . De uitbreiding is nodig voor (meerdere antwoorden zijn mogelijk) (n=142) Continuïteit van het bedrijf Rendementsverbetering Productie-uitbreiding Personeelsuitbreiding Bereiken van ander doelgroepen Voldoen aan wettelijke regels Overige antwoorden
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

40% 31% 23% 19% 16% 5% 8%

“Uitbreiding is nodig volgens de Keuringsdienst van Waren, dus de continuïteit van mijn bedrijf is in het geding. Gelukkig is uitbreiding op eigen terrein mogelijk”.

23

5.9 Uitbreidingsmogelijkheden Nu de uitbreidingsbehoefte van het bedrijfsleven in beeld is gebracht, kunnen we bekijken welke mogelijkheden ondernemers hebben om het bedrijf ook daadwerkelijk op de huidige locatie uit te breiden. Mogelijkheden om het bedrijf uit te breiden op huidige locatie, per gemeente (n=142)
Beuningen Ubbergen Groesbeek Heumen Lingewaard Millingen Mook en Overbetuwe Wijchen Totaal Middelaar

Ja Nee Totaal

41% 59% 100%

44% 56% 100%

28% 72% 100%

46% 54% 100%

29% 71% 100%

25% 75% 100%

47% 53% 100%

62% 38% 100%

69% 31%

44% 56%

100% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Bedrijven met uitbreidingswensen hebben in minder dan de helft (44%) van de gevallen daadwerkelijk de mogelijkheid het bedrijf te vergroten. Een meerderheid van 56% heeft die mogelijkheid dus niet. Tussen de verschillende gemeenten zijn duidelijke verschillen waarneembaar. De ondernemers in de gemeente Wijchen hebben de meeste uitbreidingsmogelijkheden: bijna zeven op de tien. In Groesbeek, Lingewaard en Millingen a/d Rijn ligt het een stuk lastiger. In Millingen a/d Rijn kan zelfs driekwart van de bedrijven niet uitbreiden. In de gemeenten Groesbeek en Lingewaard liggen de percentages op respectievelijk 72% en 71%.

Mogelijkheden om het bedrijf uit te breiden, per sector.
Ja Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Transport Diensten Horeca Totaal 0% 20% 40% 60% 80% 100% Nee

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Ten aanzien van sectoren hebben vooral de groothandel en de bouwnijverheid weinig uitbreidingsmogelijkheden. Opvallend is dat een groot deel van de horecaondernemers wel mogelijkheden voor uitbreiding heeft.

24

Al met al zien veel bedrijven geen mogelijkheden om het bedrijfsterrein uit te breiden. Het is nu interessant te achterhalen wat de redenen zijn. In onderstaande tabel zijn de oorzaken opgesomd en uitgesplitst naar gemeente.
Oorzaken waardoor het niet mogelijk is de bedrijfslocatie uit te breiden (meerdere antwoorden mogelijk) (n=142)
Onmogelijkheden Geen grond Bezwaar Strijdigheid met Hoge Overige in het te koop omwonenden of overige grondprijs antwoorden bestemmingsplan bedrijven in de regelgeving omgeving Beuningen Ubbergen Groesbeek Heumen Lingewaard Millingen a/d Rijn Mook en Middelaar Overbetuwe Wijchen Totaal 46% 21% 56% 56% 46% 40% 17% 86% 14% 43% 39% 7% 19% 19% 15% 33% 42% 43% 29% 25% 8% 0% 0% 13% 8% 0% 0% 0% 14% 5% 8% 8% 0% 6% 0% 17% 8% 0% 0% 5% 0% 0% 0% 6% 8% 0% 0% 14% 0% 3% 8% 43% 13% 13% 15% 0% 8% 0% 0% 14%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

5.10 Bestemmingsplan De belangrijkste hindernis voor uitbreiding is het bestemmingsplan: 43%. Uit gesprekken met ondernemers blijkt dat ze vinden dat hun gemeente veel flexibeler moet zijn in het ruimtelijk beleid. Te vaak stranden initiatieven van ondernemers omdat gemeenten simpelweg aangeven dat de plannen in strijd zijn met het bestemmingsplan. Aan vrijstellingen willen gemeenten meestal niet meewerken. Ondernemers vinden de houding van de gemeente in dit verband te star, ze zijn van mening dat die veel meer met de ondernemers moet meedenken. Een aantal ondernemers heeft de indruk dat gemeenten niet over voldoende (gekwalificeerd) personeel beschikken. Ze wijzen daarbij bijvoorbeeld op het grote aantal verouderde “Gemeenten verschuilen zich te veel bestemmingsplannen.
achter bestemmingsplannen.”

Een andere belangrijke hindernis voor uitbreiding is het gebrek aan verkoopbare grond. In de categorie “overige antwoorden” worden onder meer “pand gehuurd” en “activiteiten kunnen niet meer aan huis” aangevoerd. Kijkend naar de diverse gemeenten, valt een aantal dingen op. In Overbetuwe heeft 86% (!) van de bedrijven met uitbreidingsplannen te maken met onmogelijkheden die voortvloeien uit het bestemmingsplan. In Mook en Middelaar ligt dit percentage op slechts 17%. Maar in die gemeente is de grond volgens 42% van de ondernemers weer schaars. De beleidslijn Ruimte voor de Rivier is er van kracht en die legt uitbreidingsmogelijkheden sterk aan banden. Ook de gemeenten Beuningen, Millingen a/d Rijn en Overbetuwe scoren in dat opzicht hoog. In de antwoord categorie “overige antwoorden” valt de gemeente Ubbergen op met nogal wat ondernemers die aangeven vanuit huis te werken. Aan het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten vanuit de woning zijn duidelijke voorwaarden verbonden. Eén ervan is een maximale omvang van het aantal vierkante meters bedrijfsvloeroppervlak. Uitbreiding daarvan is vaak niet mogelijk.

25

5.11 Verplaatsing en nieuwe locatie Wanneer uitbreiding van het bedrijf op de huidige locatie niet mogelijk is, kan de keuze voor een andere vestigingsplaats, die wel aan alle voorwaarden voldoet, een oplossing zijn. Overweging verplaatsing van het bedrijf, per sector
Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Transport Diensten Horeca Totaal

Ja Nee Totaal

17% 83% 100%

15% 85% 100%

19% 81% 100%

15% 85% 100%

28% 72% 100%

11% 89% 100%

18% 82% 100%

7% 93% 100

17% 83% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Bij de vraag of verplaatsing van het bedrijf overwogen wordt, blijkt dat 118 van de 709 respondenten inderdaad denkt aan een andere vestigingsplaats. Dit komt neer op 17% van de bedrijven. Daaronder zijn relatief veel groothandelaren. Overweging verplaatsing van het bedrijf, per vestigingslocatie
Centrumgebied Buitengebied Bedrijventerrein Elders in de bebouwde kom Anders Totaal

Ja Nee Totaal

20% 80% 100%

14% 86% 100%

13% 87% 100%

18% 82% 100%

11% 89% 100%

17% 83% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Van de bedrijven die eventueel willen verplaatsen doet 27% dit het liefst naar een plek binnen de huidige dorpskern. Circa een kwart gaat het liefst naar een locatie buiten de huidige dorpskern maar wel binnen de gemeente. 16% denkt aan vestiging buiten de gemeentegrenzen. Daarvan wil de helft dan wel binnen de regio Nijmegen blijven. Verplaatsing naar (meerdere antwoorden mogelijk): (n=118) Een locatie binnen de huidige dorpskern Een locatie buiten de huidige dorpskern, maar binnen de gemeente Een locatie buiten de gemeente Nog niet bekend
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

27% 24% 16% 26%

26

Verplaatsing naar (meerdere antwoorden mogelijk), per sector: (n=118) Locatie binnen de Locatie buiten de huidige dorpskern, maar binnen Locatie buiten de huidige dorpskern de gemeente gemeente Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Transport Diensten Horeca Totaal

Nog niet bekend

33% 22% 25% 48% 0% 40% 25% 0% 27%

50% 44% 38% 13% 25% 20% 20% 33% 24%

0% 11% 6% 16% 19% 0% 23% 0% 16%

17% 22% 44% 7% 44% 0% 29% 33% 26%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Verplaatsing naar (meerdere antwoorden mogelijk), per grootteklasse werkzame personen (n=118)
Locatie binnen de huidige dorpskern 1 2-4 5–9 10 – 19 20 – 49 50 of meer Totaal 29% 24% 13% 30% 71% 67% 27% Locatie buiten de huidige dorpskern, Locatie buiten de maar binnen de gemeente gemeente 24% 18% 44% 22% 0% 33% 24% 14% 23% 4% 22% 14% 0% 16% Nog niet bekend 29% 23% 28% 44% 14% 0% 26%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Belangrijk is om duidelijkheid te krijgen over de motieven voor bedrijfsverplaatsing. De belangrijkste reden is dat het bedrijf geen uitbreidingsmogelijkheden heeft op de huidige locatie. Deze oorzaak wordt door 44% van de ondernemingen met plannen om te verplaatsen genoemd en die speelt vooral in de industrie en dienstverlening een belangrijke rol. Ook “problemen met milieu-eisen” wordt opvallend vaak genoemd in de industrie. Ruim een kwart van de bedrijven (27%) heeft andere redenen om eventueel te verplaatsen, meestal omdat men op zoek is naar een kwalitatief betere bedrijfslocatie/bedrijfspand.
Redenen om te verplaatsen (meerdere antwoorden mogelijk): (n=118) Geen uitbreidingsmogelijkheden Slechte bereikbaarheid Bedrijf moet verplaatsen Problemen met milieu-eisen Problemen met bouwvergunning Te weinig geschikt personeel Andere reden
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

44% 11% 9% 6% 5% 2% 27%

27

5.12 Vrijkomende agrarische bebouwing Zoals bekend staat de agrarische sector onder druk. Als gevolg van (onder andere) schaalvergroting, druk op de prijzen voor landbouwproducten, strengere wet- en regelgeving, de afbouw van Europese landbouwsubsidies, kleinere winstmarges en de uitbraak van enkele epidemieën (vogel- en varkenspest, mond- en klauwzeer) besluiten veel agrarische bedrijven hun deuren te sluiten. De verwachting is dat in de komende 10 jaar ongeveer de helft van deze bedrijven zal stoppen. Om de leefbaarheid op het platteland te waarborgen, zal dan ook gezocht moeten worden naar nieuwe economische dragers. In de enquête is daarom de vraag gesteld wat er moet gebeuren met de vrijkomende agrarische bebouwing. Van de 626 respondenten die deze vraag ingevuld hebben, zegt 28% dat dergelijke bebouwing moet worden gesloopt zonder er een nieuwe bestemming aan te geven. De meerderheid (72%) vindt dat de vrijkomende agrarische bebouwing wél een andere bestemming moet krijgen. Volgens 41 % moet dat een woonbestemming zijn. Ongeveer een derde kiest voor een bedrijfsbestemming en een kwart voor een andere optie. Binnen deze laatste optie is geen sprake van een specifieke voorkeur voor wonen of bedrijfshuisvesting. Ook een combinatie wordt veelal genoemd. Daarnaast vindt een deel van de ondernemers dat de huidige (agrarische) bestemming gehandhaafd moet blijven. Uit de gesprekken met de ondernemers komt een breed scala aan invullingsmogelijkheden voor vrijkomende agrarische bebouwing naar voren. De belangrijkste randvoorwaarden hierbij zijn: inpasbaar in het landschap en geen verkeersaantrekkende werking. Detailhandel, anders dan de verkoop van eigen productie of streekeigen producten, en grootschalige bedrijvigheid is niet gewenst in het buitengebied. Wat moet er gebeuren met vrijkomende agrarische bebouwing? Slopen en niet opnieuw invullen Bestemming wijzigen Totaal 28% 72% Voorkeur voor: 100% Wonen Bedrijfshuisvesting Andere bestemming Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

41% 34% 25% 100%

Bedrijvigheid in de toeristisch/recreatieve sfeer of zakelijke dienstverlening krijgen de voorkeur bij het bestemmen van vrijkomende agrarische bebouwing. De geënquêteerden vinden dat die activiteiten het best passen in het agrarische gebied. Andere bedrijfsactiviteiten die genoemd zijn: bouwbedrijven, kleine productiebedrijven, groothandel, beroep/bedrijf aan huis.
“Stallen afbreken, oude boerderijen teruggeven aan de natuur. Niet moeilijk over doen.”

Tot slot is gevraagd of bij eventuele verplaatsing van het eigen bedrijf vestiging in een voormalig agrarisch gebouw een optie zou kunnen zijn. Ruim een kwart van de respondenten beantwoordt deze vraag bevestigend.

28

Is bij eventuele verplaatsing van het eigen bedrijf vestiging in een voormalig agrarisch gebouw een optie? (n=541) Ja Nee Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

27% 73% 100%

5.13 Beëindiging van het bedrijf Maar liefst 15% van de ondernemers overweegt het bedrijf binnen nu en vijf jaar te beëindigen. De meest genoemde reden is dat ondernemers op het punt staan om met pensioen te gaan en geen opvolging hebben. Andere veel genoemde redenen zijn de slechte economische c.q. bedrijfseconomische situatie waardoor het bedrijf genoodzaakt is te stoppen. Daarnaast spelen privé-redenen soms een rol. Ook nog, maar veel minder, genoemd zijn “problemen met de overheid”, “gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden” en “gebrek aan geschikt personeel”. Overweegt u uw bedrijf binnen nu en vijf jaar te beëindigen? 84,7% Nee Pensionering en geen opvolging 15,3%, vanwege Ja
Slechte economie/bedrijfseconomisch Privé-omstandigheden Problemen met (lokale) overheid Geen uitbreidingsmogelijkheden Te weinig geschikt personeel voorhanden

55,0% 13,6% 11,8% 7,2% 4,8% 4,8%

5.14 Leeftijd ondernemers In het onderzoek is ook gekeken naar de leeftijdsopbouw van de ondernemers. Daardoor is een inschatting mogelijk van het aantal ondernemers dat binnen afzienbare tijd de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en het bedrijf zal beëindigen of overdragen. In de Nijmeegse dorpen is 23,3% van de ondernemers 55 jaar of ouder. Dit komt neer op ongeveer 2.900 bedrijven. Dit percentage wijkt niet af van het landelijke gemiddelde. In de stad Nijmegen is het aandeel oudere ondernemers met 20,8% echter wat lager. Opvallend is dat het aandeel ondernemers van 34 jaar of jonger in de dorpen achterblijft bij Nederland en de stad Nijmegen.
% ondernemers naar leeftijd: dorpen, Nederland en Nijmegen per 1 januari 2004 100%

23,3%
80% 60% 40% 20%

23,3%

20,8%

60,3%

57,4%

59,9%

16,4%
0% Dorpen in regio Nijmegen t/m 34 jaar

19,3%
Nederland 35 t/m 54 jaar 55 jaar of ouder

19,3%
Nijmegen

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, Handelsregister, 2004

29

6.

Gebondenheid aan de gemeente

6.1 Inleiding Eén van de doelstellingen van dit onderzoek is om vast te stellen in welke mate en op welke manier bedrijven in de kleine gemeenten verbonden zijn met andere bedrijven, met inwoners en met het sociaal-maatschappelijk leven. Daarom is een aantal aspecten onderzocht: - Is het bedrijf lid van een ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in de gemeente? - Woont de directie in de gemeente? - Welk percentage van het personeel is afkomstig uit de gemeente? - Welk percentage van de bedrijfsomzet is afkomstig uit de eigen gemeente? - Hoeveel bedrijven doen aan sponsoring? - In welke mate zijn leden van directie actief in het bestuur van verenigingen e.d? - In welke mate is de directie actief in de lokale politiek? - Wat is de mate van economische gebondenheid? Tot slot van dit hoofdstuk is voor alle respondenten een totaalscore gemaakt die de mate van lokale binding aangeeft. 6.2 Samenwerkingsverbanden van bedrijven in de gemeente Van alle respondenten is 34% lid van een ondernemersvereniging, industriële kring of een andere vereniging van ondernemers in de gemeente (zie bijlage 6). Vooral de grotere bedrijven zijn lid van een ondernemersvereniging. Bij de bedrijven met 1 werkzame persoon is dat slechts 15% procent. Bij ondernemingen tussen de 2 en 4 werknemers is dat 36%. Van bedrijven met 5 of meer medewerkers op de loonlijst heeft de helft een lidmaatschap van een bedrijvenvereniging in de gemeente. In de sectoren detailhandel en horeca is meer dan de helft lid, in de dienstverlening en de bouwnijverheid is dit slechts een kwart. Onderstaande tabel geeft het percentage bedrijven aan dat lid is van een ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in de gemeente, onderverdeeld naar grootteklasse werkzame personen. Lidmaatschap ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in de gemeente Grootteklasse werkzame personen 1 Ja Nee Totaal 15% 85% 100% 2-4 36% 64% 100% 5–9 54% 46% 100% 10 – 19 55% 45% 100% 20 – 49 52% 48% 100% 50 of meer 87% 13% 100% Totaal 34% 66% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Onderstaande tabel geeft het percentage bedrijven aan dat lid is van een ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in de gemeente, onderverdeeld naar vestigingslocatie.

30

Lidmaatschap ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in de gemeente Vestigingslocatie
Centrumgebied Buitengebied Bedrijventerrein Elders in de bebouwde kom Anders Totaal

Ja Nee Totaal

54% 46% 100%

19% 81% 100%

39% 61% 100%

21% 79% 100%

16% 84% 100%

34% 66% 100%

Aan de bedrijven die geen lid zijn, is gevraagd naar de reden. In bijna de helft van de gevallen zegt men geen interesse te hebben. Vooral de kleine bedrijven zien geen meerwaarde in het lidmaatschap van een bedrijvenvereniging. “Past niet bij het soort bedrijf” wordt door 14% genoemd. Wat opvalt is dat 11% van de ondernemingen “Je bent honderden euro’s per jaar aan contributie kwijt en je krijgt er niets voor terug” wel interesse heeft in een lidmaatschap maar dit nog moet regelen. Uit vraaggesprekken blijkt dat sommige ondernemers de hoge contributie niet in verhouding vinden staan tot de voordelen van een lidmaatschap. Belangrijkste reden om lid te zijn van een bedrijvenvereniging, per sector
Agrar. Gezamenlijke belangen behartiging Sociale contacten Business to business Bovenstaande even belangrijk Totaal Industrie Bouw Detailh. Grooth. Transp. Diensten Horeca Totaal

80%

78%

55%

81%

21%

50%

35%

53%

59%

20% 0% 0%
100%

9% 4% 9%
100%

11% 17% 17%
100%

10% 4% 5%
100%

36% 29% 14%
100%

20% 10% 20%
100%

32% 16% 17%
100%

18% 6% 24%
100%

19% 10% 12%
100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Ook is gekeken naar de belangrijkste reden om wél lid te zijn van een bedrijvenvereniging. Volgens 59% van de respondenten is dat de gezamenlijke belangenbehartiging. Sociale contacten met collega-ondernemers wordt door 19% genoemd. Eén op de tien zegt lid te zijn vanwege de business-to-business contacten. Ongeveer één op de acht vindt alle hiervoor genoemde reden even belangrijk (zie bijlage 7).

31

Wijze van samenwerken in een bedrijvenvereniging (meerdere antwoorden mogelijk) Gezamenlijk organisatie van evenementen/festiviteiten Gezamenlijke promotie Gezamenlijke inkoop Samenwerking op vestigingslocatie Marktplaats op internet Overige antwoorden
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

53% 44% 11% 11% 3% 9%

Samenwerking in een bedrijvenvereniging komt het meest tot uitdrukking in de gezamenlijke organisatie van evenementen en/of festiviteiten. Ook gezamenlijke promotie komt veel voor. Het gezamenlijk exploiteren van een marktplaats op internet staat duidelijk nog in de kinderschoenen. Het onderhouden van contacten met het gemeentebestuur valt in de categorie “overige antwoorden”. Beoordeling samenwerking met collega ondernemers, per sector
Agrarisch Uitstekend Goed Matig Slecht Industrie Bouw Detailh. Grooth. Transport Diensten Horeca Totaal

20% 40% 40% 0% 100%

0% 75% 20% 5% 100%

0% 69% 31% 0% 100%

1% 57% 33% 9% 100%

0% 85% 15% 0% 100%

0% 80% 20% 0% 100%

8% 65% 27% 0% 100%

6% 61% 22% 11% 100%

4% 63% 28% 5% 100%

Totaal

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

De ondernemers beoordelen de samenwerking met hun collega’s over het algemeen positief. Het oordeel “goed” wordt door 63% gegeven, 4% vindt dat de samenwerking zelfs uitstekend verloopt. Toch zijn er ook minder enthousiaste geluiden te horen. Ongeveer 28% geeft aan dat de samenwerking met collega-ondernemers matig verloopt, 5% is zeer ontevreden (zie bijlage 8). 6.3 Directie en personeel Het grootste deel van de directieleden van de onderzochte bedrijven woont in de vestigingsplaats van het bedrijf. Dit geldt met name voor directies van kleine bedrijven. Veel ondernemers zijn het bedrijf ooit vanuit huis gestart. Nadat het bedrijf is gaan groeien, werd het verplaatst naar een andere plek. Vaak is daarbij gezocht naar een bedrijfslocatie binnen de gemeentegrenzen. Dit duidt op een lokale binding met de gemeente.

32

Directieleden woonachtig in de vestigingsplaats van het bedrijf Ja, de gehele directie Ja, één of meerdere directieleden Nee, geen van de directieleden Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

68% 12% 20% 100%

De betekenis van de bedrijvigheid in het onderzoeksgebied is groot. In de negen onderzochte gemeenten zijn ongeveer 12.600 bedrijven (exclusief zakelijk beheer) actief. Samen bieden ze werk aan ruim 50.000 mensen. Bijna de helft van de ondernemingen heeft een personeelsbestand dat (bijna) volledig woont binnen de gemeentegrenzen (zie bijlage 9). Daarmee is de stelling gerechtvaardigd dat het bedrijfsleven een grote bijdrage levert aan de werkgelegenheid in de gemeenten.
“Ik wil graag weten wat voor vlees ik in de kuip heb. Daarom heb ik het liefst personeel uit het eigen dorp. Een personeelsadvertentie is overbodig, ik vraag gewoon wat rond in het dorp.”

Kijkend naar het aantal werknemers per bedrijf, zijn het vooral de kleinere bedrijven die het personeel in de eigen gemeente hebben wonen.

Percentage van het personeel afkomstig uit de eigen gemeente, naar grootteklasse Grootteklasse werkzame personen 2-4 0 – 25% 25 – 50% 50 – 75% 75 – 100% Totaal 34% 6% 9% 51% 100% 5–9 31% 26% 13% 30% 100% 10 – 19 49% 11% 25% 15% 100% 20 – 49 32% 22% 30% 16% 100% 50 of meer 27% 33% 33% 7% 100% Totaal 33% 9% 10% 48% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Per sector zijn er duidelijke verschillen waarneembaar. Werknemers in de detailhandel en in de dienstensector wonen vaak in de gemeente waar het bedrijf gevestigd is. De industriële sector heeft vooral personeel van buiten de gemeente in dienst. Percentage van het personeel afkomstig uit de eigen gemeente, per sector
Agrarisch Industrie Bouw Detailh. Grooth. Transport Diensten Horeca Totaal

0 – 25% 25 – 50% 50 – 75% 75 – 100% Totaal

53% 0% 0% 47% 100%

40% 13% 17% 30% 100%

37% 13% 9% 41% 100%

34% 7% 8% 51% 100%

45% 11% 5% 39% 100%

30% 12% 12% 46% 100%

27% 9% 10% 54% 100%

31% 10% 28% 31% 100%

33% 9% 10% 48% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

33

6.4 Bedrijfsomzet Aan de bedrijven is de vraag gesteld welk percentage van de omzet afkomstig is uit de eigen gemeente. Percentage bedrijfsomzet afkomstig uit de eigen gemeente 0 – 25% 25 – 50% 50- 75% 75 – 100% Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

55% 14% 17% 14% 100%

Percentage bedrijfsomzet afkomstig uit de eigen gemeente, per sector
Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Trans port Diensten Horeca Totaal

0 – 25% 25 – 50% 50 – 75% 75 – 100% Totaal

62% 5% 9% 24% 100%

77% 11% 6% 6% 100%

60% 16% 19% 5% 100%

26% 21% 30% 23% 100%

96% 2% 0% 2% 100%

61% 13% 17% 9% 100%

63% 12% 13% 12% 100%

40% 16% 16% 28% 100%

55% 14% 17% 14% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Het mag geen verbazing wekken dat de bedrijven in de detailhandel en horeca een groot deel van hun omzet uit de eigen gemeente halen. In de andere sectoren is dit duidelijk veel minder het geval. 6.5 Sponsoring Het bedrijfsleven levert via sponsoring een belangrijke bijdrage aan het sociaal-maatschappelijk leven in de dorpen. Een meerderheid van 57% doet op één of andere manier aan sponsoring. Gemiddeld geven deze bedrijven € 850,per jaar aan sponsoring uit. Het totale sponsorbedrag in deze negen gemeenten is becijferd op ten minste 11 miljoen euro per jaar. De detailhandel doet het meest aan sponsoring: 75%. Ook de industrie, bouw, transport en horeca scoren bovengemiddeld. De dienstverlening blijft hier duidelijk bij achter: minder dan de helft van de bedrijven in deze sector houdt zich bezig met sponsoring.

“Sponsoring doe ik niet voor de naamsbekendheid maar voor de goodwill”

”Wij geven als bank bewust veel uit aan sponsoring, we staan graag midden in de samenleving”

Overigens geven de ondernemers aan dat sponsoring lang niet altijd gebeurt vanuit commerciële motieven. Veel bedrijven hebben klanten buiten de regio zodat lokale sponsoring geen hogere omzet genereert. Vooral wanneer de

34

directie woont in de vestigingsplaats van het bedrijf wordt sponsoring gezien als een morele verplichting. De indruk bestaat dat de verzoeken om sponsoring toenemen en dat verenigingen en instellingen steeds afhankelijker worden van de steun van het bedrijfsleven. Een grote minderheid (43%) doet niet sponsoring. Een veelgehoorde reden is dat dit bedrijfseconomisch niet interessant is. Er zijn ook geluiden van ondernemers die vinden dat verenigingen en instellingen zichzelf moeten kunnen bedruipen. Onderstaande diagram geeft per sector het percentage bedrijven weer dat sponsort.
Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Transport Diensten Horeca Totaal 0% 20% 40% Ja
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

60% Nee

80%

100%

“Sponsoring zorgt voor een verkeerde uitstraling van mijn bedrijf. Het is kostprijsverhogend en daar zitten mijn klanten niet op te wachten.”

In de gemeente Groesbeek is het percentage bedrijven dat aan sponsoring doet – 75% - het hoogst. De gemeente Lingewaard kent het laagste percentage: 49%.

Sponsoring van instellingen en verenigingen in de gemeente
Beuningen Ubbergen Groesbeek Heumen Lingewaard Milling Mook en en a/d Middelaar Rijn Overbetuwe Wijchen Totaal

Ja Nee Totaal

57% 43% 100%

54% 46% 100%

75% 25% 100%

55% 45% 100%

49% 51% 100%

57% 43% 100%

61% 39% 100%

58% 42% 100%

53% 47% 100%

57% 43% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Er is een duidelijk verband tussen sponsoring en de grootte van het bedrijf. Het aandeel bedrijven dat sponsort, stijgt naarmate de bedrijven groter worden.

35

Sponsoring van instellingen en verenigingen in de gemeente Grootteklasse werkzame personen 1 Ja Nee 36% 64% 2-4 64% 36% 5–9 74% 26% 10 – 19 74% 26% 20 – 49 72% 28% 50 of meer 94% 6%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Onderstaande diagram geeft per grootteklasse werkzame personen het percentage bedrijven weer dat sponsort.
Ja 1 2 t/m 4 5 t/m 9 10 t/m 19 20 t/m 49 50 of meer Totaal 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Nee

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Sportverenigingen zijn duidelijk favoriet bij het bedrijfsleven als het gaat om sponsoring: 72% steunt de plaatselijke sportvereniging(en). Op gepaste afstand volgen evenementen (42%) en de muziekvereniging (29%). Verenigingen en instellingen die gesponsord worden (meerdere antwoorden mogelijk) Sportverenigingen Evenementen Muziekvereniging Ondernemersvereniging Sociaal cultureel centrum Bibliotheek Anders
4

72% 42% 29% 19% 12% 2% 9%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

4

o.a. sociaal-maatschappelijke doelen/instellingen en diverse verenigingen

36

“Mijn bedrijf sponsort niet alleen in geld maar ook door het verlenen van gratis diensten en het ter beschikking stellen van personeel.”

Van de bedrijven die sponsoren besteedt 40% er jaarlijks minder dan € 500,- aan; een kwart doneert tussen de € 500,- en € 1.000,- en een derde van de ondernemingen geeft jaarlijks meer dan € 1.000,- uit aan sponsoring. Ook hier is een duidelijk verband tussen de grootte van het bedrijf en het jaarlijkse bedrag aan sponsorgelden. Naarmate het bedrijf groter is, nemen de sponsorgelden significant toe.

Jaarlijks bedrag aan sponsoring Minder dan € 500 € 500 - € 1000 € 1000 - € 2500 € 2500 - € 5000 € 5000 - € 10000 Meer dan € 10000 Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

40% 25% 22% 6% 4% 3% 100%

Sponsoring gebeurt in verreweg de meeste gevallen op verzoek van verenigingen en instellingen. Veel minder vaak ligt het initiatief bij de directie of personeelsleden (zie bijlage 10). 6.6 Maatschappelijke activiteiten directieleden Ruim een kwart van de directieleden is actief in de organisatie of het bestuur van instellingen en verenigingen binnen de gemeente. Binnen deze groep bekleedt 36% een functie binnen een sportvereniging en is 22% bestuurder in een ondernemersvereniging (zie bijlage 11). Vooral ondernemers in de dienstverlening en de horeca zijn bovengemiddeld maatschappelijk actief. Slechts 3% van alle directieleden is direct betrokken bij of actief in de lokale politiek. Bedrijven en directieleden zijn op een breed terrein actief bij het sociaal, cultureel en maatschappelijk leven in de gemeente. De kerk, de carnavalsvereniging, de schuttersvereniging en de toneelvereniging zijn veelvoorkomende voorbeelden. 6.7 Mate van economische gebondenheid In de enquête is de ondernemers expliciet gevraagd in hoeverre ze zelf vinden dat het bedrijf economisch gebonden is aan de gemeente. De resultaten zijn uitgesplitst per sector en per gemeente. Hierbij zijn vrij duidelijke verschillen gevonden. De vraag werd door 709 bedrijven beantwoord. Daarvan zeiden er 381 dat ze niet of nauwelijks economisch gebonden zijn aan de gemeente. Dat komt neer op 54% van de bedrijven. Bijna een kwart is matig gebonden. Slechts 22% is sterk gebonden.

37

Mate van economische gebondenheid aan de gemeente waarin het bedrijf is gevestigd Aantal Sterk gebonden Matig gebonden Niet of nauwelijks gebonden Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Percentage 22% 24% 54% 100%

157 171 381 709

Eenentwintig respondenten hebben deze vraag niet ingevuld en zijn in bovenstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Gemeten naar sectoren achten vooral bedrijven in de detailhandel en horeca zich sterk economisch gebonden aan hun gemeente. In wat mindere mate geldt dat ook voor de bouwnijverheid en de transportsector. De groothandel voelt zich het minst economisch gebonden aan de gemeente waarin ze gevestigd zijn. Opvallend genoeg zijn er ook verschillen tussen de gemeenten in de regio Nijmegen. In Groesbeek en Millingen a/d Rijn is sprake van een meer dan gemiddelde economische binding. Ook in Lingewaard, Wijchen en Overbetuwe is de gebondenheid behoorlijk groot. In Ubbergen en Mook en Middelaar daarentegen voelen ondernemers zich minder economisch gebonden.

Agrarisch Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Transport Diensten Horeca Totaal 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Sterk gebonden

Matig gebonden

Niet of nauwelijks gebonden

38

Beuningen Groesbeek Heumen Lingewaard Millingen a/d Rijn Mook en Middelaar Overbetuwe Ubbergen Wijchen Totaal 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

Sterk gebonden

Matig gebonden

Niet of nauwelijks gebonden

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

6.8 Score voor gebondenheid aan de gemeente In de vorige paragraaf is bedrijven gevraagd in welke mate zij zichzelf economisch gebonden achten aan de gemeente waarin zij gevestigd zijn. Daarnaast is er een score ontwikkeld die op een meer objectieve manier de daadwerkelijke gebondenheid weergeeft. Deze score is samengesteld aan de hand van de antwoorden van de respondenten op verschillende vragen in de enquête die iets zeggen over de lokale binding. De volgende vragen zijn in deze score meegenomen: Vraag 3: Hoeveel jaar is uw bedrijf in de gemeente gevestigd? Vraag 10: Hoe beoordeelt u de huidige vestigingsplaats van uw bedrijf? Vraag 21: Is uw bedrijf lid van een ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in uw gemeente? Vraag 25: Zijn één of meerdere directieleden woonachtig in de gemeente waarin het bedrijf is gevestigd? Vraag 26: Welk percentage van uw personeel is afkomstig uit de eigen gemeente? Vraag 29: Welk percentage van de totale bedrijfsomzet is afkomstig uit de eigen gemeente? Vraag 30: Doet uw bedrijf aan sponsoring van instellingen en verenigingen in de gemeente? Vraag 35: Hoe beoordeelt u de mate waarin uw bedrijf economisch gebonden is aan de gemeente waarin uw bedrijf is gevestigd? Elke vraag weegt even zwaar mee in de score. Vervolgens is gekeken naar de gemiddelde score van alle respondenten en op basis daarvan is de mate van gebondenheid gecategoriseerd. Na verwerking van de scores blijkt dat 60% van de bedrijven een beperkte daadwerkelijke gebondenheid kent. 40% van de bedrijven is wel redelijk tot sterk gebonden aan de vestigingsplaats. Eerder is echter aangetoond dat ondanks de beperkte mate van daadwerkelijke gebondenheid - slechts 20% van de bedrijven ook echt de gemeente verlaat.

39

Score mate van gebondenheid naar categorie Nauwelijks gebonden Matig gebonden Redelijk gebonden Sterk gebonden Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

7% 53% 28% 12% 100%

“Het werkgebied van mijn bedrijf strekt zich uit over de helft van Nederland, eigenlijk zou ik ongeveer overal kunnen zitten met mijn bedrijf. Ik ben hier gevestigd omdat ik in een dorp in de buurt woon en ik een bedrijfshal zocht. Dit stond toevallig vrij.”

6.9 Score per gemeente Binnen de score voor gebondenheid doen zich tussen de gemeenten dezelfde verschillen voor als bij de eigen perceptie van de ondernemers over de mate van economisch gebondenheid. De bedrijven in Millingen a/d Rijn en Groesbeek zijn het meest gebonden, in Lingewaard en Overbetuwe kennen bedrijven een redelijk sterke gebondenheid. Bedrijven in Mook en Middelaar, Beuningen en Ubbergen scoren het laagst voor wat betreft de gebondenheid met de gemeente. Score mate van gebondenheid per gemeente Gebondenheid
Nauwelijks Matig Redelijk Sterk
Beuningen Ubbergen Groesbeek Heumen Lingewaard Millingen Mook en Overbetuwe Wijchen Totaal a/d Rijn Middelaar

7% 59% 28% 6% 100%

8% 57% 23% 12% 100%

4% 46% 32% 18% 100%

13% 51% 24% 12% 100%

6% 49% 37% 8% 100%

8% 38% 31% 23% 100%

7% 68% 14% 11% 100%

7% 52% 25% 16% 100%

7% 54% 32% 7%

7% 53% 28% 12%

Totaal

100% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

40

Score per sector Ook als het gaat om daadwerkelijke gebondenheid scoren de horeca en de detailhandel hoog. Dat geldt eveneens – zij het in iets mindere mate – voor de transportsector, de industrie en de agrarische sector. De groothandel, dienstensector en bouw zitten een stuk lager qua gebondenheid aan de gemeente.
Score mate van gebondenheid, per sector
Agrarisch Nauwelijks gebonden Matig gebonden Redelijk gebonden Sterk gebonden Industrie Bouw Detailhandel Groothandel Trans port Diensten Horeca Totaal

29% 36% 21% 14% 100%

5% 57% 31% 7% 100%

5% 62% 28% 5% 100%

3% 37% 37% 23% 100%

17% 69% 14% 0% 100%

5% 53% 37% 5% 100%

9% 62% 21% 8% 100%

4% 28% 40% 28% 100%

7% 53% 28% 12% 100%

Totaal

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

41

7.

Gemeentelijke dienstverlening

In de enquête is ondernemers ook gevraagd om de gemeentelijke dienstverlening te beoordelen. 7.1 Contacten met de gemeente Ten eerste gingen we na of bedrijven regelmatig contact hebben met de lokale overheid. Dat blijkt bij 26% van de respondenten het geval te zijn. Regelmatig contact met de lokale overheid Aantal Ja Nee Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Percentage 26% 74% 100%

187 532 719

Elf respondenten hebben deze vraag niet ingevuld en zijn in bovenstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Twee derde van de bedrijven die regelmatig contact hebben met de lokale overheid, heeft dat vooral op ambtelijk niveau. De afdelingen bouwzaken, milieuzaken en ruimtelijke ordening worden het vaakst bezocht. Opvallend is dat slechts 9% contacten onderhoudt met de bedrijfscontactfunctionaris. Verder heeft 44% geregeld contact met het college van Burgemeester en Wethouders en 29% met leden van de gemeenteraad. Regelmatig contact met (meerdere antwoorden mogelijk): (n=187) Ambtelijke organisatie
Afdeling bouwzaken Afdeling milieuzaken Andere afdelingen Bedrijfscontactfunctionaris 52% 41% 23% 9%

74%

Afdeling ruimtelijke ordening 40%

College Burgemeester en wethouders Leden gemeenteraad
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

44% 29%

De kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening wordt wisselend beoordeeld. Van de bedrijven die regelmatig contact hebben met de gemeente, vindt 50% de dienstverlening goed en 1% zeer goed. Eén derde kwalificeert de dienstverlening als onvoldoende; 16% is zeer ontevreden en geeft het oordeel “zeer onvoldoende”. Hoewel een krappe meerderheid tevreden is, zijn relatief veel ondernemers toch ontevreden over de kwaliteit van de dienstverlening (zie bijlage 12). Ondernemers, zo blijkt uit de gesprekken met hen, vinden bijvoorbeeld dat de ondernemersvriendelijkheid bij gemeenten nog wel eens te wensen overlaat. Gemeenten zouden meer met ondernemers moeten meedenken. Soms leeft het idee dat er te weinig personeel is om de gemeentelijke taken naar behoren uit te voeren. Daarnaast is er, in de ogen van het bedrijfsleven nogal eens sprake van willekeur. Wie of wat je bent zou een grote rol spelen. In de

42

beleving van sommige ondernemers heeft een projectontwikkelaar meer kans om zijn plannen te verwezenlijken dan andere, individuele ondernemers. Overigens weten de meeste ondernemers niet dat de gemeente een bedrijfscontactfunctionaris heeft! Nu we weten hoe het bedrijfsleven de gemeentelijke dienstverlening beoordeelt, is het zaak in kaart te brengen welke dienstverlening voor verbetering vatbaar is (zie bijlage 13). Met stip op één staat de “verlening bouwvergunning”. Blijkbaar hebben veel ondernemers moeite om een bouwvergunning te krijgen. De redenering dat een ondernemer van wie een bouwvergunning wordt geweigerd per definitie ontevreden is, ligt voor de hand. Toch is dat maar een deel van het verhaal. Bedrijven hebben nogal eens het gevoel dat ze “aan het lijntje” worden gehouden, bijvoorbeeld in gemeenten die er lange procedures op na houden waarna de bouwvergunning alsnog wordt geweigerd. Het bedrijfsleven vraagt om duidelijke en korte procedures. Bedrijven hebben (soms) best begrip voor de weigering van een bouwvergunning, maar snelle duidelijkheid
“Ambtenaren moeten niet alleen achter het bureau zitten, maar ook eens de moeite nemen om ter plaatse te komen kijken”

daarover is dan wel zeer belangrijk. Bouwvergunningen worden nogal eens geweigerd omdat ze strijdig zijn met het bestemmingsplan. Ondernemers vinden dat gemeenten hier wat flexibeler mee om moeten gaan. Bovendien zouden ze meer met de bedrijven moeten meedenken, bijvoorbeeld door te kijken naar vrijstellingsmogelijkheden of door mee te werken aan een bestemmingsplanwijziging. 7.2 Boordeling dienstverlening per gemeente Ondernemers is ook gevraagd hoe zij aankijken tegen de gemeentelijke dienstverlening en de betrokkenheid van de gemeente bij het bedrijfsleven in de gemeente. Om te zorgen dat de gegevens voldoende betrouwbaar zijn, wordt een indeling in drie categorieën gehanteerd, te weten: ! grotere gemeenten: Lingewaard, Overbetuwe en Wijchen ! middelgrote gemeenten: Beuningen, Groesbeek en Heumen ! kleine gemeenten: Millingen a/d Rijn, Mook en Middelaar en Ubbergen. Hieronder volgen de resultaten voor deze drie categorieën. Opvallend is dat de ondernemers in de kleine gemeenten vaker regelmatig contact hebben met de gemeente dan de ondernemers in de middelgrote en grotere gemeenten. Regelmatig contact met de lokale overheid Ja Grotere gemeenten Middelgrote gemeenten Kleine gemeenten Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Nee 78% 76% 68% 74%

22% 24% 32% 26%

43

Er is, bij de bedrijven die geregeld contact hebben met de overheid, gekeken met welke afdelingen dat het geval is. Op dit punt zijn er weinig verschillen tussen de drie soorten gemeenten. Het meeste contact is er met de ambtelijke organisatie, gevolgd door het college van B&W en de gemeenteraad. Binnen de kleinere gemeenten is iets minder vaak contact met de ambtenarij, terwijl er vaker contact is met Burgemeester en Wethouders. Ook in de middelgrote gemeenten hebben ondernemers relatief vaak contact met het college van B&W.
”Sinds de komst van het dualisme verschuilt het college van B&W zich achter de gemeenteraad en de gemeenteraad verschuilt zich achter het college van B&W. Vóór het dualisme had de ondernemersvereniging een paar keer per jaar een overleg met het college van B&W, dat is nu afgeschaft. Hierdoor gebeurt nu niets meer als het gaat om initiatieven om de lokale economie te bevorderen.”

Regelmatig contact met (meerdere antwoorden mogelijk): grotere Ambtelijke organisatie
Afdeling bouwzaken Afdeling milieuzaken Afdeling ruimtelijke ordening Andere afdelingen Bedrijfscontactfunctionaris 52% 42% 37% 23% 8%

middelgroot 77%
52% 41% 44% 23% 8% 53% 39% 41% 25% 8%

klein 69%

75%

College Burgemeester en Wethouders Leden gemeenteraad
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

37% 30%

48% 28%

44% 28%

Aan deze bedrijven is vervolgens de vraag gesteld hoe zij de dienstverlening en de betrokkenheid van de gemeente beoordelen. Daarnaast konden ze aangeven wat de grootste knelpunten zijn in relatie tot de gemeente. Onderstaand de belangrijkste resultaten; voor een compleet overzicht zie bijlage 14. 7.3 Gemeentelijke dienstverlening De tevredenheid over de gemeentelijke dienstverlening is het grootst in de middelgrote gemeenten: 56% beoordeelt de aangeboden diensten als “goed” en 2% zelfs als “zeer goed”. In de grotere gemeenten is precies de helft van de ondernemers tevreden. Eén op de drie vindt de diensten er onder de maat. Circa 15% geeft het oordeel “zeer onvoldoende”. In de kleinere gemeenten is het opvallend dat de meerderheid (55%) ontevreden is over de diensten. Ongeveer een derde van de bedrijven geeft een onvoldoende. Bijna een kwart heeft het over “zeer onvoldoende”. Op de vraag welke dienstverlening verbeterd zou moeten worden, zijn er geen grote verschillen tussen de gemeenten. Ondernemers zijn unaniem van mening dat de verlening van bouwvergunningen voor verbetering vatbaar is. Hetzelfde geldt voor de ruimtelijke ordening en de verlening van milieuvergunningen. 7.4 Gemeentelijk betrokkenheid De respondenten konden ook een oordeel vellen over de betrokkenheid bij, en inzet van, ambtenaren, het college van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad bij het lokale bedrijfsleven en de lokale economische ontwikkeling.

44

In de kleinere gemeenten zijn de bedrijven het meest kritisch over die betrokkenheid. Over het ambtenarencorps zijn ondernemers het minst te spreken, 57% vindt de betrokkenheid onvoldoende. In de grotere gemeenten is het oordeel een stuk milder. Een meerderheid van de bedrijven heeft een voldoende over voor de betrokkenheid van ambtenaren, B&W en gemeenteraad. De colleges van Burgemeester en Wethouders mogen hier op de meeste waardering rekenen: 60% geeft een “voldoende” en 12% een “goed” aan deze bestuurders. Bij de middelgrote gemeenten bestaat een vergelijkbaar beeld, al is het bedrijfsleven in zijn algemeenheid iets minder tevreden over de dienstverlening. 7.5 Knelpunten in relatie met de gemeente Ondernemers ervaren de lange procedures als het belangrijkste knelpunt in de relatie met de gemeente. Dit geldt voor het hele onderzoeksgebied. In gesprekken met de ondernemers komt dit ook duidelijk naar voren. Als voorbeeld wordt vaak het aanvragen van een bouwvergunning aangehaald. Veel bedrijven missen een eenduidig aanspreekpunt bij de gemeente. Wellicht is hier in de toekomst een belangrijke rol voor de verschillende bedrijfscontactfunctionarissen weggelegd. 7.6 Knelpunten die bedrijven ervaren bij het ondernemen in de Nijmeegse dorpen 7.6.1 De arbeidsmarkt Eén van de mogelijke knelpunten die in de vragenlijst aan de orde is gesteld, is de arbeidsmarkt. Ondernemers die personeel hebben, is gevraagd of zij problemen hebben met het vinden van geschikt personeel. Ook is gevraagd naar de verwachtingen voor de toekomst op dit punt. Ruim vier op de tien bedrijven zegt moeite te hebben met het vinden van personeel. Vooral het gebrek aan opleiding en het gebrek aan ervaring bij de kandidaten die zich aanmelden, spelen daarbij een rol. In mindere mate is het vinden van jonge mensen een probleem. In de categorie ‘anders’ geven ondernemers nog aan dat het vinden van personeel met de juiste mentaliteit/arbeidsmoraal vaak een probleem is.

Kunt u voldoende geschikt personeel vinden voor uw bedrijf? Ja Nee, omdat 56,4% 43,6% Onvoldoende mensen met juiste opleiding Onvoldoende mensen met ervaring Onvoldoende jonge mensen Anders Verwacht u in de toekomst problemen met het vinden van voldoende personeel? Nee Ja, omdat 71,5% 28,5% Steeds minder mensen met juiste opleiding Steeds minder mensen met voldoende ervaring Steeds minder jonge mensen Anders (m.n. gebrek aan arbeidsmoraal/mentaliteit) 45,7% 38,4% 14,6% 7,9% 41,0% 39,3% 9,6% 14,4%

45

Voor de toekomst verwachten minder ondernemers problemen met het zoeken naar personeel: 29% . Daarentegen denkt 71% geen problemen te ondervinden. Ook voor de toekomst blijft het vinden van mensen met de juiste opleiding (46%) en het gebrek aan ervaring een probleem. Ten opzichte van de vorige vraag denkt een groter deel (14,6%) ook dat er een gebrek zal ontstaan aan jonge mensen op de arbeidsmarkt. Daarnaast verwacht 8% andere problemen, met name de slechte arbeidsmoraal wordt hier vaak genoemd. 7.7 Verwachtingen voor de toekomst Ondernemers konden in de enquête ook reageren op een aantal stellingen ten aanzien van toekomstig beleid in de kleinere gemeenten. De stellingen kunnen grofweg worden ingedeeld in twee soorten: enerzijds stellingen over het behoud van het dorpse karakter en een restrictief beleid ten aanzien van bepaalde economische ontwikkelingen; “Er moeten betaalbare woningen voor jonge gezinnen worden gebouwd. Zo stop je de vergrijzing in de anderzijds stellingen die uitgaan van meer vrijheid voor dorpen en hou je de voorzieningen op peil.” dorpen voor woningbouw, ruimte voor bedrijven en een soepeler regelgeving.

Indeling stellingen

Behouden wat we hebben
! ! ! ! ! ! Dorpen mogen niet verder verstedelijken Dorpen moeten het eigen karakter behouden Kleinschaligheid is aantrekkelijk voor vestiging in dorpen Het aanwezige groen moet behouden blijven

Meer uitbreidingsmogelijkheden toestaan
! ! ! ! ! ! De lokale wet- en regelgeving belemmert de lokale economische ontwikkeling Het bedrijfsleven moet meer ruimte krijgen in de dorpen Het voorzieningenniveau zal in de komende 10 jaar verder afnemen in de dorpen De vergrijzing vormt op termijn een groot probleem in de dorpen Om het voorzieningenniveau in de gemeente te behouden moeten er meer woningen gebouwd worden. De lokale politiek belemmert de economische ontwikkeling van deze gemeente.

Uit de antwoorden op de stellingen (zie ook bijlage 15) blijkt dat ondernemers vaak met dezelfde dilemma´s kampen als gemeentebestuurders en andere bewoners van de dorpen. Veel ondernemers hebben niet alleen een bedrijf in het dorp maar wonen er ook. Een meerderheid van de ondernemers is het eens met de stellingen dat het voorzieningenniveau in de dorpen in de toekomst terugloopt (66%), dat de vergrijzing op termijn een probleem vormt (57%) en dat er meer huizen gebouwd moeten worden (61%). Ook vinden ze dat de lokale wet- en regelgeving de economische ontwikkeling belemmert (69%). Tegelijkertijd vinden diezelfde ondernemers dat dorpen niet verder mogen verstedelijken (76%), dat dorpen het eigen karakter moeten blijven behouden (92%) en dat het aanwezige groen behouden moet blijven (91%). Hoewel beide zaken elkaar niet altijd hoeven tegen te spreken is er wel sprake van een dilemma. Meer woningen en flexibelere regels ten aanzien van de lokale economische ontwikkeling, ruimtelijke ordening en bouwvergunningen zullen minder groen en verstedelijking toch in de hand werken.

46

8.

Conclusies en aanbevelingen

Conclusies # Dorpen tellen relatief veel MKB-bedrijven. # Deze bedrijven vormen een stabiele basis waarop de (lokale) economie draait. # Het bedrijfsleven levert een grote bijdrage aan de werkgelegenheid en de leefbaarheid in de dorpen. # Bedrijven zijn behoorlijk trouw aan de vestigingslocatie. # Het grootste deel van de bedrijven is tevreden over de vestigingslocatie en de huidige bereikbaarheid. # 20% van de ondernemingen heeft uitbreidingsplannen en 17% overweegt binnen 5 jaar het bedrijf te verplaatsen. 15% verwacht het bedrijf binnen 5 jaar te beëindigen. # Het grootste deel van de ondernemers is voor hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Favoriete bestemming is wonen of kleinschalige bedrijvigheid. # Het bedrijfsleven levert een belangrijke bijdrage aan het sociaal-maatschappelijk leven in de dorpen. Dit blijkt onder meer uit de naar schatting ten minste 11 miljoen euro die het jaarlijks uittrekt voor sponsoring. # De economische gebondenheid van de bedrijven aan de gemeente is, met uitzondering van de detailhandel en de horeca, gering. # Bedrijven in middelgrote en grotere gemeenten zijn meer tevreden over de gemeentelijke dienstverlening dan bedrijven in kleinere gemeenten. # Bedrijven onderkennen de problemen in de dorpen als vergrijzing, een afnemend voorzieningenniveau en gebrek aan ruimte voor uitbreiding. Het bedrijfsleven is van mening dat voor de lokale behoefte verdere ontwikkeling mogelijk moet zijn, maar wil tegelijkertijd het eigen dorpse karakter en het aanwezige groen zoveel mogelijk beschermen tegen verdere verstedelijking. Aanbevelingen # Ieder dorp heeft een aantal problemen die om een oplossing vragen. Gemeentebestuurders en bedrijfsleven moeten daarom de handen ineenslaan en duidelijke en concrete afspraken maken over verbetering. Overleg , met zowel B&W als gemeenteraad, moet in een vroeg stadium plaatsvinden in verband met het dualisme. # In de dorpen moet gebouwd kunnen worden voor de lokale behoefte voor zowel inwoners als bedrijfsleven. Hierbij dient nadrukkelijk rekening gehouden te worden met de maat en schaal van het dorp. # Veel startende ondernemers beginnen het bedrijf vanuit huis (“broedplaatsfunctie”). Gemeenten moeten beleid ontwikkelen om dit te stimuleren en om de toekomstige ruimbehoefte in te kunnen calculeren. # Bedrijven lijken onvoldoende voorbereid op toekomstige problemen op het gebied van vergrijzing, arbeidsmarkt en bereikbaarheid. Het georganiseerde bedrijfsleven (bedrijvenverenigingen) moet ondernemers hiervan bewust te maken. # Wet- en regelgeving en procedures zijn voor veel bedrijven niet altijd duidelijk. Te veel bedrijven hebben het gevoel “aan het lijntje te worden gehouden”. Het bedrijfsleven vraagt aan gemeenten korte en – vooral duidelijke procedures met een duidelijk ‘nee’ of ‘ja’ op een redelijke termijn.
#

#

Het bedrijfsleven heeft behoefte aan één aanspreekpunt per gemeente. Dit zou de bedrijfscontactfunctionaris kunnen zijn. Deze ontbreekt nu nog in een aantal gemeenten en is in andere gemeenten vaak onvoldoende bekend. Veel gemeenten worstelen met de vraag wat te doen met vrijkomende agrarische bebouwing. Daarom moeten ze, in samenwerking met het KAN (en de provincie), een ruimtelijk beleidskader formuleren dat een passend

47

antwoord geeft op de actuele economische ontwikkeling op het platteland én dat bijdraagt aan ontwikkelingen in het buitengebied waarbij ruimtelijke kwaliteit het uitgangspunt vormt.

48

Bijlage 1: Algemene kenmerken van de gemeenten Beuningen De gemeente Beuningen bestaat uit de plaatsen Beuningen, Weurt, Ewijk en Winssen. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

25.464 27.276 47,2 € 10.700 578 13.350 74 7.320 933

Ubbergen De gemeente Ubbergen bestaat uit de plaatsen Beek, Ubbergen, Ooij, Leuth, Kekerdom, Erlecom, Persingen en Berg en Dal (gedeeltelijk) Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

9.353 9.461 38,8 € 11.400 272 4.030 66 2.630 337

49

Groesbeek De gemeente Groesbeek bestaat uit de plaatsen Groesbeek, Berg en Dal, Heilig Landstichting, De Horst en Breedeweg. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

18.836 19.659 44,1 € 10.700 429 8.860 70 6.840 628

Heumen De gemeente Heumen bestaat uit de plaatsen Heumen, Malden, Nederasselt en Overasselt. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

16.693 14.550 41,6 € 11.400 415 7.590 70 4.350 489

50

Lingewaard De gemeente Lingewaard bestaat uit de plaatsen Angeren, Bemmel, Doornenburg, Gendt, Haalderen, Huissen en Ressen. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

42.983 43.348 69,2 € 10.600 677 19.440 67 12.950 1.250

Millingen a/d Rijn Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

5.910 6.017 10,3 € 10.100 682 2.450 60 1.100 208

51

Mook en Middelaar De gemeente Mook en Middelaar bestaat uit de plaatsen Mook, Middelaar, Molenhoek en Plasmolen. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

7.956 8.330 18,8 € 12.100 458 3.800 60 2.175 245

Overbetuwe De gemeente Overbetuwe bestaat uit de plaatsen Elst, Heteren, Driel, Randwijk, Andelst, Hemmen, Herveld, Oosterhout, Slijk-Ewijk, Valburg en Zetten. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland en CBS

41.096 47.774 115 € 10.700 371 21.390 73 14.630 1.163

52

Wijchen De gemeente Wijchen bestaat uit de plaatsen Alverna, Balgoij, Batenburg, Bergharen, Hernen, Leur, Niftrik en Wijchen. Kengetallen
Aantal inwoners 1/1/2004 Bevolkingsprognose 2015 Oppervlakte in km² Besteedbaar inkomen per inwoner: (Gelderland € 10.700 / Nederland € 11.000) Bevolkingsdichtheid per km² Beroepsbevolking 2003 Arbeidsparticipatie 2003 Werkgelegenheid 2003 Werkzoekenden 2003
Bron: Provincie Gelderland, CBS en gemeente Wijchen

39.882 45.000 69,6 € 10.800 592 18.490 70 14.950 1.282

53

Bijlage 2:
Deze enquête bestaat uit 6 onderdelen (A t/m F). Het invullen neemt ongeveer 15 minuten in beslag. De ingevulde enquête kunt u terugsturen in bijgevoegde antwoordenveloppe of in een enveloppe (zonder postzegel) sturen naar: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, Antwoordnummer 305, 6800 VC Arnhem.

Enquête dorpseconomie
A. Kenmerken van uw bedrijf
1. Deze enquête is anoniem, maar om te kunnen bepalen in welke gemeente uw bedrijf gevestigd is, willen wij u vragen de eerste vier cijfers van de postcode van het vestigingsadres van uw bedrijf in te vullen. …… …… …… …… (4 cijfers postcode) 2. Hoe lang bestaat uw bedrijf? # Korter dan 5 jaar # 5 tot 10 jaar

# 10 tot 20 jaar

# Langer dan 20 jaar

3. Hoeveel jaar is uw bedrijf in de gemeente gevestigd? # Korter dan 5 jaar # 5 tot 10 jaar # 10 tot 20 jaar 4. Hoeveel mensen (inclusief eigenaar/directeur) werken in uw bedrijf? #1 # 2 t/m 4 # 5 t/m 9 # 10 t/m 19 # 20 t/m 49 # 50 of meer

# Langer dan 20 jaar

5. Wat is de belangrijkste activiteit van uw bedrijf? # Industrie en productie # Bouwnijverheid en installatie # Groothandel # Detailhandel en reparatie # Transport, distributie en communicatie # Horeca # Zakelijke, facilitaire en financiële diensten # Anders, namelijk ……………………………….. ………………………………………………………..

6. Op wat voor een locatie binnen de gemeente is uw bedrijf gevestigd? # Centrumgebied # Bedrijventerrein # Buitengebied # Elders in de bebouwde kom # Anders, namelijk ……………………………… ………………………………………………………

7. Wat is bij benadering het totale oppervlak van het perceel waarop uw bedrijf gevestigd is? Het oppervlak van het perceel is ± ……………….. m² 8. Wat is bij benadering de omvang van het totale bedrijfsvloeroppervlak van uw bedrijf? Het bedrijfsvloeroppervlak is ± ……………… m²

9. Valt uw bedrijf onder de middelzware tot zware milieucategorieën (milieucategorieën 4, 5, en 6)? # Ja # Nee z.o.z.

54

B. Vestigingslocatie van het bedrijf
10. Hoe beoordeelt u de huidige vestigingsplaats van uw bedrijf? # Uitstekend # Goed # Matig # Slecht

11. Hoe beoordeelt u de huidige bereikbaarheid van: a. de regio # Uitstekend # Goed b. de eigen gemeente # Uitstekend # Goed c. uw bedrijfslocatie # Uitstekend # Goed 12 a. Heeft u plannen uw bedrijf uit te breiden? # Nee (ga verder met vraag 16)

# Matig # Matig # Matig

# Slecht # Slecht # Slecht

# Ja, omdat dit nodig is voor:
(Er zijn meer antwoorden mogelijk)

12 b. # Productieuitbreiding # Continuïteit van het bedrijf # Personeelsuitbreiding # Het voldoen aan wettelijke regels (ARBO, Brandweer, etc.) # Rendementsverbetering # Het bereiken van andere doelgroepen # Anders, namelijk………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………….. 13. Met hoeveel m² zou u uw bedrijfsvloeroppervlak willen uitbreiden? Met ongeveer 14. Is het mogelijk uw bedrijf op de huidige locatie uit te breiden? # Nee, vanwege:
(Er zijn meer antwoorden mogelijk)

………………………….. m²

# Ja (Ga naar vraag 16 )

15.

# Onmogelijkheden in het bestemmingsplan # Bezwaar omwonenden of bedrijven in de omgeving # Geen grond voor uitbreiding te koop # Problemen met overige wetgeving (b.v. milieuwetgeving # Hoge grondprijs # Anders, namelijk ……………………………………………………………………………………………………

16. Overweegt u verplaatsing van uw bedrijf? # Nee (ga verder met vraag 18 )

# Ja, namelijk naar:
(Er zijn meer antwoorden mogelijk)

# # # #

Een locatie binnen de huidige dorpskern Een locatie buiten de huidige dorpskern, maar binnen de gemeente Een locatie buiten de gemeente, namelijk …………………………………… Nog niet bekend

17. Wat zijn voor u redenen om uw bedrijf (eventueel) te verplaatsen? (Er zijn meer antwoorden mogelijk) # Geen uitbreidingsmogelijkheden # Problemen met milieueisen # Problemen met bouwvergunning # Het bedrijf moet verplaatsen # Te weinig geschikt personeel voorhanden # Slechte bereikbaarheid # Andere reden; namelijk…………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

Ga a.u.b. verder op pagina 3

55

18. Overweegt u binnen nu en vijf jaar uw bedrijf te beëindigen? (Er zijn meer antwoorden mogelijk) # Nee # Ja, omdat $ # Pensionering en geen opvolging # Problemen met milieueisen # Geen uitbreidingsmogelijkheden # Slechte bereikbaarheid # Problemen met vergunningen # Te weinig geschikt personeel voorhanden # Anders, namelijk…………………………………………………………………………………..

19. Wat zou er volgens u moeten gebeuren met vrijkomende agrarische bebouwing? # Slopen en niet opnieuw invullen (ga door naar vraag 21) # Bestemming wijzigen, waarbij mijn voorkeur uitgaat naar:

a. # Wonen b. # Bedrijfshuisvesting, namelijk $

(Er zijn meer antwoorden mogelijk)

# Industrie/Productie # Horeca # Bouwnijverheid # Recreatie en toerisme # Groothandel # Zakelijke diensten # Detailhandel # Overige # Transport en logistiek # Géén voorkeur c. # Andere bestemming, namelijk…………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………..

20. Is bij eventuele verplaatsing van uw eigen bedrijf (of delen daarvan) vestiging in een voormalig agrarisch gebouw een serieuze optie? # Nee # Ja

C. Relaties met andere bedrijven in de gemeente
21. Is uw bedrijf lid van een ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in uw gemeente? # Ja, namelijk # Nee, omdat……………………………………………………………………………… (ga naar vraag 25) # Industriële kring, namelijk……………………………………………………………(naam) # Ondernemersvereniging, namelijk …………………………………………………(naam) # Anders, namelijk …………………………………………………………………… (naam) 22. Wat is voor u de belangrijkste reden om lid te zijn van de bedrijvenvereniging? (slechts één antwoord mogelijk) # Sociale contacten met medeondernemers # Business-to-business contacten # Gezamenlijke belangenbehartiging # Andere reden, namelijk………………………………………………………………….………………………………………………….. z.o.z.

56

23. Op welke wijze werken de ondernemers binnen de ondernemersvereniging/industriële kring met elkaar samen?
(Er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

# Gezamenlijke inkoop, namelijk b) # Inkoop van producten # Gezamenlijke promotie # Inkoop van diensten (bijv. beveiliging/afvalinzameling) # Samenwerking op de vestigingslocatie # Gezamenlijke organisatie van evenementen / festiviteiten # Marktplaats op Internet # Anders, nl …………………………………………………………………………………………………………………………………………… 24. Hoe beoordeelt u de samenwerking met uw collega ondernemers? # Uitstekend # Goed # Matig # Slecht

D. Relatie van het bedrijf met de eigen gemeente
25. Zijn één of meerdere directieleden woonachtig in de gemeente waarin het bedrijf gevestigd is? # Nee, geen van de directieleden # Ja, de gehele directie # Ja, een of meer leden van de directie 26. Welk percentage van uw personeel is afkomstig uit de eigen gemeente? # 0-25% # 25-50% # 50-75% # 75-100% 27. Kunt u in de eigen gemeente voldoende geschikt personeel vinden voor uw bedrijf? # Ja # Onvoldoende jonge mensen te vinden # Onvoldoende mensen met de juiste opleiding te vinden (Er zijn meer antwoorden # Onvoldoende mensen met voldoende ervaring te vinden mogelijk) # Anders, namelijk………………………………………………………………………………. # Nee, omdat $

28. Verwacht u in de toekomst (de komende 10 jaar) problemen met het vinden van geschikt personeel voor uw bedrijf? # Nee # Steeds minder jonge mensen vanwege de vergrijzing # Steeds minder mensen met de juiste opleiding te vinden (Er zijn meer antwoorden # Steeds minder mensen met voldoende ervaring te vinden mogelijk) # Anders, namelijk………………………………………………………………………………. # Ja, omdat $

29. Welk percentage van de totale bedrijfsomzet is afkomstig uit de eigen gemeente? # 0-25% # 25-50% # 50-75% # 75-100%

30. Doet uw bedrijf aan sponsoring van instellingen en verenigingen in de gemeente? # Nee # Ja, namelijk $ # Sportvereniging(en) # Bibliotheek # Muziekvereniging # Sociaal Cultureel Centrum # Evenementen # Ondernemersvereniging # Anders namelijk………………………………………………………………………………
(Er zijn meer antwoorden mogelijk)

Ga a.u.b verder op pagina 5

57

31. Hoeveel geeft u jaarlijks uit aan sponsoring van lokale clubs/verenigingen/initiatieven? # minder dan € 500 # € 500 - € 1.000 # € 1.000 - € 2.500 # € 2.500 - € 5.000 # € 5.000 - € 10.000 # Meer dan € 10.000

32. Van wie kwam het initiatief/het verzoek voor sponsoring? (Er zijn meer antwoorden mogelijk) # Eigen initiatief van één van de directieleden # Extern verzoek tot sponsoring door leden van de vereniging zelf # Verzoek voor sponsoring door een personeelslid 33. Zijn één of meer directieleden actief in de organisatie of het bestuur van instellingen en verenigingen binnen de gemeente? # Nee # Ja, namelijk $
(Er zijn meerdere antwoorden mogelijk)

# Sportvereniging # Bibliotheek # Muziekvereniging # Sociaal Cultureel Centrum # Evenementen # Ondernemersvereniging # Anders, namelijk……………………………………………………………………..

34. Is uw bedrijf nog op een andere wijze betrokken bij het sociaal, cultureel en maatschappelijk leven in de gemeente anders dan genoemd bij de vragen 30 en 33? # Nee # Ja, namelijk, door …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………… 35. Hoe beoordeelt u de mate waarin uw bedrijf economisch gebonden is aan de gemeente waarin uw bedrijf gevestigd is? # Sterk gebonden # Matig gebonden # Niet of nauwelijks gebonden

E. Relaties met de lokale overheid
36. Heeft uw bedrijf regelmatig contact met de lokale overheid? (Er zijn meer antwoorden mogelijk) # Nee # Ja, met $ # Ambtelijke organisatie $ namelijk: # de bedrijfscontactfunctionaris # College B & W # Afdeling bouwzaken # Leden gemeenteraad # Afdeling milieuzaken # Afdeling ruimtelijke ordening # Andere afdelingen

37. Hoe beoordeelt u in algemene zin de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening? # Zeer goed # Goed # Onvoldoende # Zeer onvoldoende

38. Welke gemeentelijke dienstverlening zou in uw ogen verbeterd moeten worden? (meerdere antwoorden mogelijk) # Verlening milieuvergunning # Ruimtelijke ordening # Economische Zaken # Verlening bouwvergunning # Volkshuisvesting # Milieutoezicht # Overige zaken, namelijk ……………………………………………………….………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 39. Bent u zelf óf een van de andere directieleden direct betrokken bij óf actief in de lokale politiek? # Nee # Ja, namelijk ……………………………………………………………………………………………………………….. …………………………………………………………………………………………… …………… z.o.z.

58

40. Hoe beoordeelt u de betrokkenheid bij en inzet van de gemeente bij het lokale bedrijfsleven en de lokale economische ontwikkeling? a) Ambtenarij $ # Zeer goed # Zeer goed # Zeer goed # Goed # Goed # Goed # Voldoende # Voldoende # Voldoende # Onvoldoende # Onvoldoende # Onvoldoende

b) College B&W $ c) Gemeenteraad $

41. Wat ervaart u als belangrijkste knelpunt in uw relatie met de gemeente? (Er is slechts één antwoord mogelijk) # Geen knelpunten te noemen (ga naar vraag 42) # Lange procedures # Gebrek aan een eenduidig aanspreekpunt # Van kastje-naar-de-muur mentaliteit # Onbetrouwbaarheid # Overige, namelijk ………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………… F. Kunt u aangeven in welke mate u het eens bent met de volgende stellingen? 42. a) Dorpen mogen niet verder verstedelijken b) De lokale wet- en regelgeving belemmert de lokale economische ontwikkeling c) Dorpen moeten het eigen karakter behouden d) Het bedrijfsleven moet meer ruimte krijgen ook in de dorpen e) Kleinschaligheid is aantrekkelijk voor vestiging in een dorp f) Het voorzieningenniveau in de dorpen zal in de komende 10 jaar verder afnemen g) Het aanwezige groen moet behouden blijven h) De “vergrijzing” vormt op termijn een groot probleem in deze gemeente i) Om het voorzieningenniveau in de gemeente te behouden, moeten er meer woningen gebouwd worden j) De lokale politiek belemmert de economische ontwikkeling van deze gemeente Helemaal eens # # # # # # # # # # Eens # # # # # # # # # # Oneens # # # # # # # # # # Helemaal oneens # # # # # # # # # #

43. Indien u nog vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze enquête dan kunt u deze hier opschrijven.

……………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………… U bent aangekomen op het einde van de enquête. Hartelijk dank voor uw medewerking!!

Wanneer u er geen bezwaar tegen hebt om naar aanleiding van deze enquête benaderd te worden om de enquêteresultaten nader toe te lichten of om over het belang van de dorpseconomie door te praten, zou u dan hier uw gegevens willen invullen? Naam Bedrijf: ………………………………………………………. Telefoon: ………………………………………………..

Contactpersoon: ………………………………………………………. Adres: PC en Plaats: ………………………………………………………. ……………………………………………………….. E-mail: …….…………………………………………..

59

Bijlage 3: Lijst geïnterviewden Naam
Dhr. J.H. Koobs de Hartog Dhr. H. Middelhuis Mw. A. Sommers Dhr. W. Voet Dhr. M.P.J.M. Zeegers Dhr. H.J.M Kusters Dhr. J.G.M. Kuijpers

Bedrijf
Assurantiekantoor Koobs de Hartog Ingenieursbureau Middelhuis en Schleifenbauer Dakdekkers- en timmerbedrijf Sommers Plusmarkt Mook Rabobank Ubbergen GAKU Kuijpers Heteren BV

Sector
Financiële diensten Zakelijke diensten Bouw Detailhandel Financiële diensten Transport Bouw

Gemeente
Overbetuwe (Elst) Overbetuwe (Valburg) Groesbeek Mook en Middelaar Ubbergen Beuningen (Weurt) Overbetuwe (Heteren)

60

Bijlage 4: Beoordeling huidige vestigingsplaats van het bedrijf per sector
Beoordeling

Agrarisch

Industrie

Bouw

Detailhandel Groothandel Trans port

Diensten

Horeca

Totaal

Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal

25% 58% 4% 13% 100%

21% 67% 10% 2% 100%

19% 67% 13% 1% 100%

21% 68% 10% 1% 100%

30% 52% 16% 2% 100%

19% 73% 8% 0% 100%

28% 66% 6% 0% 100%

34% 63% 3% 0% 100

25% 66% 8% 1% 100%

61

Bijlage 5: Gemeente Beuningen, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 24% 66% 9% 1% 100% Regio 15% 76% 7% 2% 100% Gemeente 16% 77% 6% 1% 100% Bedrijfslocatie 17% 69% 13% 1% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Gemeente Ubbergen, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 24% 70% 6% 0% 100% Regio 16% 60% 23% 1% 100% Gemeente 16% 70% 12% 2% 100% Bedrijfslocatie 17% 66% 14% 3% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Gemeente Groesbeek, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 19% 63% 17% 1% 100% Regio 8% 69% 17% 6% 100% Gemeente 9% 61% 24% 6% 100% Bedrijfslocatie 10% 64% 22% 4% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Gemeente Heumen, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 30% 65% 4% 1% 100% Regio 14% 73% 11% 2% 100% Gemeente 16% 69% 15% 0% 100% Bedrijfslocatie 18% 72% 8% 2% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

62

Gemeente Lingewaard, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 29% 59% 9% 3% 100% Regio 16% 65% 16% 3% 100% Gemeente 18% 64% 17% 1% 100% Bedrijfslocatie 16% 65% 18% 1% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Gemeente Millingen a/d Rijn, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 31% 60% 9% 0% 100% Regio 10% 67% 15% 8% 100% Gemeente 10% 67% 21% 2% 100% Bedrijfslocatie 13% 82% 5% 0% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Gemeente Mook en Middelaar, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 23% 65% 10% 2% 100% Regio 3% 81% 8% 8% 100% Gemeente 3% 81% 6% 10% 100% Bedrijfslocatie 5% 75% 12% 8% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Gemeente Overbetuwe, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 23% 72% 4% 1% 100% Regio 22% 65% 12% 1% 100% Gemeente 16% 69% 14% 1% 100% Bedrijfslocatie 17% 72% 10% 1% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

63

Gemeente Wijchen, beoordeling van de: Bereikbaarheid Vestigingsplaats Uitstekend Goed Matig Slecht Totaal 23% 66% 11% 0% 100% Regio 19% 67% 13% 1% 100% Gemeente 16% 69% 14% 1% 100% Bedrijfslocatie 14% 69% 16% 1% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

64

Bijlage 6: Verbondenheid met de gemeente Lidmaatschap ondernemersvereniging, industriële kring of andere vereniging van ondernemers in de gemeente Aantal Ja Nee Totaal 241 468 709 Percentage 34% 66% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Eenentwintig respondenten hebben deze vraag niet ingevuld en zijn in bovenstaande tabel buiten beschouwing gelaten. Bijlage 6: Belangrijkste reden om lid te zijn van een bedrijvenvereniging Gezamenlijke belangenbehartiging Sociale contacten Business to business Bovenstaande even belangrijk Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

59% 19% 10% 12% 100%

Bijlage 7: Beoordeling samenwerking met collega-ondernemers
Beuningen Ubbergen Groesbeek Heumen Lingewaard Millingen Mook en Overbetuwe Wijchen Totaal a/d Rijn Middelaar

Uitstekend Goed Matig Slecht

11% 53% 32% 4% 100%

0% 76% 24% 0% 100%

3% 62% 32% 3% 100%

0% 62% 31% 7% 100%

3% 71% 16% 10% 100%

0% 69% 31% 0% 100%

4% 57% 30% 9% 100%

4% 63% 29% 4% 100%

0% 65% 31% 4%

4% 63% 28% 5%

Totaal

100% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Bijlage 8: Percentage van het personeel afkomstig uit de eigen gemeente 0 – 25% 25 – 50% 50 – 75% 75 – 100% Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

33% 9% 10% 48% 100%

65

Bijlage 9: Van wie kwam het initiatief/het verzoek voor sponsoring (meerdere antwoorden mogelijk) Leden verenigingen/instellingen Eigen initiatief directie Personeelslid
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

75% 24% 9%

Bijlage 10: Directie actief in de organisatie of het bestuur van instellingen en verenigingen binnen de gemeente Ja Nee Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

27% 73% 100%

Directie actief in (meerdere antwoorden mogelijk): Sportvereniging Ondernemersvereniging Evenementen Muziekvereniging Sociaal-cultureel centrum Bibliotheek Anders
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

36% 22% 12% 11% 9% 2% 21%

66

Relaties met de lokale overheid
Bijlage 11: Beoordeling kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening Zeer goed Goed Onvoldoende Zeer onvoldoende Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

1% 50% 33% 16% 100%

Bovenstaande tabel geeft de beoordeling weer van de respondenten die aangeven regelmatig contact te hebben met de gemeente. Bijlage 12: Dienstverlening die verbeterd moet worden (meerdere antwoorden mogelijk) Verlening bouwvergunning Ruimtelijke ordening Verlening milieuvergunning Economische zaken Milieutoezicht Volkshuisvesting Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

40% 31% 23% 14% 13% 13% 9%

67

Bijlage 13: Dienstverlening per gemeente Grotere gemeenten (Lingewaard/Overbetuwe/Wijchen)
Beoordeling kwaliteit van de dienstverlening in grotere gemeenten Zeer goed

0% 50% 35% 15% 100%

Goed Onvoldoende Zeer onvoldoende Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Dienstverlening die verbeterd moet worden in grotere gemeenten (meerdere antwoorden mogelijk) Verlening bouwvergunning Ruimtelijke ordening Verlening milieuvergunning Economische zaken Milieutoezicht Volkshuisvesting Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

40% 27% 20% 13% 10% 5% 2%

Beoordeling betrokkenheid bij en inzet van de grotere gemeenten bij het lokale bedrijfsleven en de lokale economische ontwikkeling Ambtenarij Goed Voldoende Onvoldoende Totaal 4% 56% 40% 100% College B&W 12% 60% 28% 100% Gemeenteraad 4% 53% 43% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Belangrijkste knelpunten in relatie met de grotere gemeenten (meerdere antwoorden mogelijk) Geen knelpunten 13% Lange procedures Gebrek aan een eenduidig aanspreekpunt Van kastje-naar-de-muur mentaliteit Onbetrouwbaarheid Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

55% 32% 27% 18% 10%

68

Middelgrote gemeenten (Beuningen/Groesbeek/Heumen) Beoordeling kwaliteit van de dienstverlening middelgrote gemeenten Zeer goed Goed Onvoldoende Zeer onvoldoende Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

2% 56% 32% 10% 100%

Dienstverlening die verbeterd moet worden in middelgrote gemeenten (meerdere antwoorden mogelijk)
Verlening bouwvergunning Ruimtelijke ordening Verlening milieuvergunning Economische zaken Milieutoezicht Volkshuisvesting Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

43% 31% 16% 8% 15% 15% 10%

Beoordeling betrokkenheid bij en inzet van de middelgrote gemeenten bij het lokale bedrijfsleven en de lokale economische ontwikkeling Ambtenarij Goed Voldoende Onvoldoende Totaal 9% 46% 45% 100% College B&W 12% 45% 43% 100% Gemeenteraad 10% 46% 44% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Belangrijkste knelpunten in relatie met de middelgrote gemeenten (meerdere antwoorden mogelijk)
Geen knelpunten Lange procedures Gebrek aan een eenduidig aanspreekpunt Van kastje-naar-de-muur mentaliteit Onbetrouwbaarheid Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

21% 43% 18% 28% 21% 16%

69

Kleinere gemeenten (Millingen a/d Rijn/Mook en Middelaar/Ubbergen)

Beoordeling kwaliteit van de dienstverlening kleinere gemeenten
Zeer goed Goed Onvoldoende Zeer onvoldoende Totaal
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

2% 43% 32% 23% 100%

Dienstverlening die verbeterd moet worden in kleinere gemeenten (meerdere antwoorden mogelijk)
Verlening bouwvergunning Ruimtelijke ordening Verlening milieuvergunning Economische zaken Milieutoezicht Volkshuisvesting Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

41% 36% 33% 21% 15% 18% 16%

Beoordeling betrokkenheid bij en inzet van de kleinere gemeenten bij het lokale bedrijfsleven en de lokale economische ontwikkeling Ambtenarij Goed Voldoende Onvoldoende Totaal 10% 33% 57% 100% College B&W 12% 38% 50% 100% Gemeenteraad 11% 36% 53% 100%

Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Belangrijkste knelpunten in relatie met de kleinere gemeenten (meerdere antwoorden mogelijk) Geen knelpunten 21% Lange procedures Gebrek aan een eenduidig aanspreekpunt Van kastje-naar-de-muur mentaliteit Onbetrouwbaarheid Overige
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

39% 15% 30% 26% 18%

70

Bijlage 14

Wat is uw mening over de volgende stellingen?
Helemaal Eens eens Dorpen mogen niet verder verstedelijken De lokale wet- en regelgeving belemmert de lokale economische ontwikkeling Dorpen moet het eigen karakter behouden Het bedrijfsleven moet meer ruimte krijgen, ook in de dorpen Kleinschaligheid is aantrekkelijk voor vestiging in een dorp Het voorzieningenniveau in dorpen zal in de komende 10 jaar verder afnemen Het aanwezige groen moet behouden blijven De “vergrijzing” vormt op termijn een groot probleem in deze gemeente Om het voorzieningenniveau in de gemeente te behouden, moeten er meer woningen gebouwd worden De lokale politiek belemmert de economische ontwikkeling van deze gemeente
Bron: Kamer van Koophandel Centraal Gelderland, 2004

Oneens Helemaal oneens 21% 29% 8% 28% 14% 31% 8% 39% 34% 44% 3% 2% 1% 3% 3% 3% 1% 4% 5% 2%

38% 21% 43% 19% 27% 21% 50% 18% 22% 21%

38% 48% 48% 50% 56% 45% 41% 39% 39% 33%

71