Advies Werkgroep Werk-woonbos

Leden van de werkgroep Werk-woonbos:
De heer Hans van den Berg (omwonend) De heer Frank Dankloff (omwonend) De heer Kees Jaspers (omwonend) De heer Piet Kennis (omwonend) De heer Jef van Loon (BMV) Mevrouw Marjo de Louw (Maasland Communicatie) De heer Frans Rijkers (omwonend) De heer Will Slenders (Lucht voor Hapert) De heer Peter Stappaerts (gemeente Bladel) Mevrouw Claudia Terlou (Grontmij) De heer Arie van Tooren (omwonend) De heer Piet Tulner (Projectleider KBP) De heer Rene v.d. Westelaken (de Plaatse) De heer Henk Worm (omwonend)

2

Inhoudsopgave
Inleiding Infrastructuur Werken Wonen Ecologie Water Recreatie Stedenbouwkundige schets 3 5 7 9 11 13 15 17

Inhoudsopgave
1

2

Inleiding
Inleiding Voorliggend advies is het resultaat van een vijftal bijeenkomsten van de werkgroep Werk-woonbos. Op uitnodiging van het bestuur van het Kempisch BedrijvenPark (KBP) heeft de werkgroep, bestaande uit in- en omwonenden van het plangebied, zich bezig gehouden met thema’s als wonen, werken, recreatie, water en ecologie voor het zogenoemde Werk-woonbos. Dit bestaat uit het meest noordelijke deel van het KBP dat wordt begrensd door de Kapelweg aan de zuidzijde. Het advies vormt voor het bestuur naast het bestemmingsplan KBP de basis voor de verdere uitwerking van het Werk-woonbos in een uitwerkingsplan (overeenkomstig artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening). Deze aanpak is met recht uniek te noemen. Immers, voorafgaand aan de formele besluitvorming is aan betrokkenen de ruimte geboden hun visie te geven op de inrichting van een deel van het plangebied. Leeswijzer De hoofdstukken beschrijven de thema’s die ook aan bod zijn gekomen in de vijf werkgroepbijeenkomsten: infrastructuur, werken, wonen, ecologie, water en recreatie. Van elk thema worden achtereenvolgens het programma, de ambities en uitgangspunten geboden met het advies van de werkgroep, dat uitmondt in een resultaat per thema. De resultaten van alle thema’s zijn verbeeld in een totoaalbeeld: de stedenbouwkundige schets Werk-Woonbos. De schets vormt naast de juridische plankaart de basis voor de verdere uitwerking.

Inleiding
3

inrichtingsvoorstel provinciale weg in bosgebied (met lichte glooiing aan de westzijde)

4

inrichtingsvoorstel provinciale weg ter hoogte van de bedrijven

Infrastructuur
Inleiding De hoofdontsluiting (provinciale weg) wordt vormgegeven als een brede laan door het bedrijvenpark. De provinciale weg rijgt alle deelgebieden (van noord naar zuid: het Werk-woonbos, de bedrijfsvlakken en het snelwegwerkbos) aan elkaar. Het haaks op de provinciale weg staande boskader met de daarin bestaande ontsluitingsstructuren, zoals de Kapelweg en de Eerselsedijk brengt ritme en geleding aan. Een tweetal knooppunten zorgt voor de ontsluiting van de verschillende deelgebieden. Deze knooppunten en de bosstroken staan haaks op de provinciale weg en benadrukken de afwisseling van de deelgebieden. Hierdoor heeft, rijdend over de provinciale weg elk deelgebied een eigen karakteristiek en beleving. Het tracé van de provinciale weg benadrukt het onderscheid tussen de verschillende deelgebieden: een rechtstand in de bedrijfsvlakken en vloeiende bochten in de bosgebieden. Ook is het profiel van de drie deelgebieden verschillend: de provinciale weg wordt vanaf het bedrijvendeel van het Werk-woonbos tot het begin van het Snelwegwerkbos begeleid door een monumentale bomenrij, terwijl de weg in het noordelijke en zuidelijke deel zelf geen beplanting kent, maar een bosrijk gebied doorsnijdt. In het zuidelijk deel gaat de provinciale weg met een talud gelijkmatig omhoog richting het viaduct over de snelweg. Advies van de werkgroep • Ontsluiting van de 2 woonclusters vanaf de Planetenlaan en Pinksterbloem/ de Hoeven, waarbij er voor het autoverkeer geen doorgaande verbinding gemaakt wordt tussen de 2 woonclusters. • Goede bereikbaarheid van het natuurgebied vanuit Hapert. • Lichte glooiing van het maaiveld langs de provinciale weg (onttrekken van zicht en geluid). Voorlopig resultaat De provinciale weg vormt de hoofdontsluiting van het KBP, waarbij het meest noordelijke knooppunt het werkgedeelte van het Werk-woonbos ontsluit. De ontsluiting van de 2 woonclusters vindt van het wooncluster “wonen in het bos” plaats vanaf de Planetenlaan. De ontsluiting van het wooncluster “wonen in de natuur” vindt plaats vanaf de Pinksterbloem en sluit aan op de Hoeven. Het profiel van de ontsluitingsweg met de benodigde bermen en beplanting is compact. De vormgeving van de wegen sluit aan op het karakter van de twee woonclusters, een bochtig wegprofiel voor het “wonen in het bos” cluster en een orthogonale structuur voor het “wonen in de natuur” cluster. Het parkeren vindt op de private kavels plaats en alleen incidenteel worden parkeerplaatsen voor bezoekers opgenomen. Het natuurgebied is vanaf de twee hoofdontsluitingswegen van de woonclusters te bereiken door middel van langzaamverkeersroutes. De routes krijgen een informele uitstraling en inrichting, waarbij zo min mogelijk schade veroorzaakt wordt aan het natuurgebied. Door het natuurgebied kunnen informele struinpaden lopen, die “spontaan” zijn ontstaan, of een gevolg zijn van een bepaald maaibeheer. De brandweer kan gebruik maken van de directe verbinding vanaf Hapert via de Planetenlaan en de langzaamverkeersverbinding naar de blusvijver. De Kapelweg en de Eerselsedijk vormen voor het langzaamverkeer belangrijke doorsteken vanaf de Ganzestraat naar het buitengebied. Infrastructuur
5

“Parc Vital en het Kempisch Bedrijvenpark kunnen elkaar versterken!”
René v.d. Westelaken

Uitgangspunten • De provinciale weg (incl. knooppunten) maakt integraal onderdeel uit van het KBP waarbij de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de vormgeving en ligging van de weg zijn aangereikt door de provincie. • Ontsluiting van de woningen vanaf Hapert en niet vanaf de provinciale weg. • Goede bereikbaarheid van de brandweer vanaf Hapert naar het KBP. • Langzaamverkeersroutes vanaf Hapert naar het Werk-woonbos. • Geen verstoring van het natuurgebied door “harde” doorsnijdingen in de vorm van aangelegde fiets- en of wandelpaden. • Parkeren voor het werk- en woongedeelte vindt plaats op eigen terrein.

6

Werken
Inleiding Het Werk-woonbos voorziet in een groene en bosrijke entree van het gebied en zorgt voor een brede bufferzone naar de bebouwing van Hapert. Het bos en de natuur zorgen voor een gelijkmatige overgang tussen het eigenlijke bedrijvenpark en de omgeving. Ook vervult het gebied een cruciale plek in de ecologische en recreatieve structuur, alsmede in het duurzaam watersysteem. Het Werk-woonbos is opgebouwd uit twee lagen, namelijk een ‘natuurlijke laag’, die aansluit bij de natuurlijke terreinomstandigheden ter plaatse (bos, natuur, plassen, poelen) en een ‘cultuurlijke laag’ (het werk- en woondeel en de bijbehorende infrastructuur) die als een grid over de ‘natuurlijke laag’ ligt. Het bedrijvencluster ligt ingebed in een bosrijke setting. Uitgangspunten • Op de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Kempisch Bedrijvenpark, is een zoekgebied opgegeven voor het werkgedeelte in het Werk-woonbos. • 5,5 ha uitgeefbaar (voor bedrijven en wonen, waarbij wonen afzonderlijk wordt gesitueerd van het werken, dus geen woon-werkkavels), het werkgedeelte beslaat 3,5 ha van het uitgeefbare terrein. • De kavelgrootte van de bedrijfskavels is tenminste 5.000 m2. • Milieucategorie 3 wordt toegestaan, waarbij een afstand van 50 tot 100 meter gehouden moet worden tot de woningen. • De bouwhoogte opgenomen in het bestemmingsplan bedraagt 7 meter tot 16 meter. • Intensief en duurzaam ruimtegebruik, bebouwingspercentage is minimaal 50%. • De ligging van de bedrijven is gekoppeld aan de provinciale weg. • Rekening houden met de afwatering van het terrein naar de waterberging. Advies van de werkgroep • De bouwhoogte van de bedrijven beperken tot maximaal 9 meter met accenten van 11 meter. • Er bestaat verschil van inzicht inzake de enkelzijdige of aan weerszijden van de provinciale weg te plaatsen bedrijven. • Gevraagd wordt naar een gefaseerde aanleg van het Werk-woonbos na completering van het overige KBP (bedrijfsvlakken en snelwegwerkbos). • Een forse bosaanplant rondom de bedrijven: “inpakken van de bedrijven”. streven naar strakke richtlijnen voor bebouwing, rekening houden met kleuren en materialen, voorkomen van verrommeling. • Zitmogelijkheden rondom de vijvers. • Mogelijkheid voor kantoorvestiging vanwege betere ruimtelijke kwaliteit. • Rekening houden met duurzame energietoepassingen. • Aandacht voor bewegwijzering Voorlopig resultaat Aan weerszijden van de provinciale weg zijn werkclusters opgenomen als poort van het KBP, omgeven door bosranden. De bedrijven worden compact vormgegeven en zijn gericht op de provinciale weg. Passend in het landschap, in de Kempen en in de huidige tijdsgeest wordt een moderne architectuur voorgesteld. Het materiaalgebruik is zoveel mogelijk natuurlijk en glasvlakken zorgen voor reflectie van het bos in het glas. De hoogte van de bedrijven beperkt zich tot maximaal 9 meter.

“Het KBP kan leren van gerealiseerde bedrijventerreinen, waar duurzaam bouwen leidend is geweest”
Kees Jaspers

Werken
7

8

Wonen
Inleiding In het Werk-woonbos zijn, tegen de kern van Hapert, mogelijkheden voor maximaal 15 woningen. De kavels zijn ruim van maat (ca. 1.000 m²) en zijn compact gerangschikt, waardoor de woningen ondergeschikt zijn aan de natuur. De woningen worden ontsloten vanaf de kern van Hapert. Het gevarieerde landschap biedt ruimte aan een divers woonmilieu, waar wonen in het bos en wonen in een plas-draszone voorkomen. Uitgangspunten • Op de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Kempisch BedrijvenPark is een zoekgebied aangegeven voor het woongedeelte in het werk-/ woonbos. • Binnen de aanduiding “cumulatieve stankcirkel” en de 50 dB(A)-contour (provinciale weg) zijn geen woningen toegestaan. • Behoud van bestaande sloot. • 5,5 ha uitgeefbaar (voor bedrijven en wonen, waarbij wonen afzonderlijk wordt gesitueerd van het werken, dus geen woon-werkkavels), het woongedeelte beslaat 1,5 ha van het uitgeefbare terrein. • De kavelgrootte van de woningen is ongeveer 1.000 m². • Parkeren vindt op eigen terrein plaats. • Aansluiten bij maatvoering en bouwvoorschriften bestemmingsplan Hapert (22 juni 2006) voor soortgelijke woningen. Advies van de werkgroep • 2 woonclusters ontsloten vanaf twee aansluitingen op Hapert. • Geringe bouwhoogte (maximaal 9,5 meter), laagbouw met landelijke sfeer. • 1 of meerdere architecten, mogelijkheid voor een prijsvraag om “eenheid in verscheidenheid” onder de woningen te krijgen. • Voldoende afstand houden tot de achtergrenzen van de kavels grenzend aan het plangebied. • Waarborgen van de groenstrook grenzend aan het plangebied. • Variatie in kavelgrootte. • Eventueel projectmatig uitgeven. • Uitbreiden van de achtertuinen langs de Pluto • Saneren stankcirkel bedrijf Hermans. • Zorgvuldige en passende erfafscheiding. Voorlopig resultaat Het voorlopige resultaat gaat uit van de stankcirkel van het bedrijf Hermans. De bebouwing concentreert zich op 2 locaties tegen de kern van Hapert en takt aan op bestaande verbindingen uit de kern (zie ook het thema infrastructuur). Het gevarieerde landschap biedt ruimte aan een divers woonmilieu, waar “wonen in het bos” en “wonen in de natuur” mogelijk zijn. In het cluster wonen in het bos worden 8 woonkavels opgenomen en 7 woonkavels in het cluster wonen in de natuur. De clusters worden compact vormgegeven, waarbij de vormentaal aansluit op de woonmilieus. Bochtige lijnen in het bosmilieu en strakke lijnen in het natuurmilieu. De kavelgroottes variëren in beide kavels van 800 tot ongeveer 1.000 m². De architectuur van de woningen sluit aan op de sferen uit het gebied, waarbij het toepassen van natuurlijk materiaalgebruik wordt gestimuleerd. De woningen worden geplaatst in twee clusters. Westelijk in een gesloten boszone en oostelijk in het half open gebied. De woningen in het bos zijn gegroepeerd en georiënteerd op een centrale open plek. Vanuit het Werk-woonbos zijn ze niet te zien. De oostelijk gelegen woningen liggen als een compact lint tegen de bestaande boszone, die ze ruimtelijk van de bebouwing van Hapert scheidt. Het zicht vanuit het Werkwoonbos is nauwelijks aanwezig door de aanwezigheid van boomgroepen in de open ruimten van het gebied. Bovendien liggen deze woningen met hun achterzijde naar het open landschap. Het hoog opgaande groen zorgt voor een zachte overgang naar het open gebied, waar extra aandacht gevraagd wordt voor een zorgvuldige (groene) erfafscheiding. De kavels liggen als terpen hoger dan hun omgeving. De overgang naar het omringende gebied wordt aangegeven met een strak talud. Indien de stankcirkel gesaneerd wordt kan overwogen worden om te komen tot een nieuwe of gedeeltelijk nieuwe invulling. Een deel van het woningbouwprogramma kan naar het westen verplaatst worden als onderdeel van de Ganzestraat, waarbij naast de boven beschreven clusters ook een cluster aan het lint vorm wordt gegeven. Randvoorwaarde voor deze situatie is de Ganzestraat als cultuurhistorisch lint, waar terughoudendheid wenselijk is. Verkeerskundig is het niet wenselijk een kortsluiting te maken met de kern Hapert, via het cluster “wonen in het bos” en het nieuwe cluster. Het nieuwe cluster kan als een ensemble vormgegeven worden in een boerderijachtige sfeer. Het maken van een nieuw cluster aan de Ganzestraat komt ten goede aan het natuurgebied.

“Een goede architectuurregie, kwaliteit is belangrijk!”
Hans van den Berg

Wonen
9

10

Ecologie
Inleiding De huidige natuurwaarden in het plangebied zijn beperkt. De natuurlijke potenties zijn daarentegen bijzonder. Dat heeft te maken met de landschapsecologische positionering van het plangebied binnen het stroomgebied van de Groote Beerze. Een korte terugblik in het verleden maakt deze positie inzichtelijk en biedt aanknopingspunten voor het ontwerp. Het plangebied heeft een lange geschiedenis, waarbij in het verre verleden (‘voor de menselijke bemoeienis’) sprake was van een zwak golvend dekzandlandschap waar laagten, gevuld met veen, werden afgewisseld met hogere delen. Het was waarschijnlijk een parkachtig boslandschap begraasd door wilde graseters. Door menselijke beïnvloeding breidde het areaal heide en grasland zich in de loop der eeuwen sterk uit. Er worden waterlopen gegraven, er werd bevloeid, geplagd en er ontstaan vennen door vervening. Het gebied is eind 19e eeuw te karakteriseren als een heidelandschap met natte laagten. Er lag een gegraven bovenloop van de Groote Beerze. In de moderne tijd verliest het gradiënt- en reliëfrijk gebied door intensieve landbouw en sterke ontwatering zijn bijzondere natuur- en landschapskwaliteit. Uitgangspunten • 12,56 hectare voor natuurcompensatie. • Binnen 50 dB(A)-contour (provinciale weg) en invloedsfeer van bedrijven geen natuurcompensatie. • In het uiteindelijke uitwerkingsplan moeten de natuurcompensatiegronden bestemd worden als “natuur”. • 8 ha waterberging. • Inpassen van een blusvijver. • Robuust ecologisch netwerk (geen snippergroen). • Natuurvriendelijke oevers en duikers. • Bevorderen van nestelvoorzieningen en verblijven. Advies van de werkgroep • Een robuust natuurgebied, geen parklandschap. • Grote aaneengesloten bosgebieden, met name rondom het werkdeel. • Aandacht voor de kosten van het beheer en onderhoud. • Meer bos aan de oost- en zuidzijde. • Niet alleen inheemse soorten (groenblijvers). • Doorstroming water van belang m.b.t. streven om muggelnplagen te voorkomen. Voorlopig resultaat Het totale Werk-woonbos is circa 55 hectare groot. Binnen dit gebied wordt circa 38 hectare als natuur (inclusief waterberging) ontwikkeld. De nieuwe natuur wordt ontwikkeld als een halfopen tot gesloten landschap, waarin bos, bloemrijke graslanden, heide, struwelen, moeras en vennen elkaar afwisselen. De bosontwikkeling concentreert zich aan weerszijden van de N284, in aansluiting op de bestaande bossen van De Donksbergen. Het oostelijk deel van deze bossen bestaat voornamelijk uit droog Berken-Eikenbos. In het centrale en westelijke deel van het Werk-woonbos liggen ook vochtige (Vogelkers-Essenbos) en natte (Berkenbroekbos) bostypen. De bossen gaan via gevarieerde mantel- en zoomvegetaties over in grazige vegetaties en heide. Het centrale deel van het Werk-woonbos wordt als natte natuur ontwikkeld. Hier worden ondiepe vennen ontwikkeld die permanent water voeren. De uitgebreide oeverzones rond deze vennen kunnen zich ontwikkelen tot een afwisseling van Gagel- en wilgenstruwelen, Kleine zeggenmoeras, natte heide en vochtige tot natte bloemrijke graslanden. Het natuurgebied is toegankelijk als “struinnatuur”. Vanuit Hapert is het natuurgebied toegankelijk via twee aan de randen gelegen informele fiets- en wandelpaden.

“Een robuust natuurgebied voor Hapert.”
Will Slenders

11

Ecologie

12

Water
Inleiding Het plangebied vormt een onderdeel van het stroomgebied van de Dommel. Karakteristiek voor dit stroomgebied is een licht glooiend landschap met lager gelegen beekdalen. Het Werk-woonbos is het laagst gelegen en is relatief nat (grondwatertrap III, GHG < 0,40 m -mv). De afwatering van het Werk-woonbos wordt verzorgd door het Wagenbroeks Loopje. Deze waterloop ontspringt nabij De Koeiberg langs de Eerselse Dijk en stroomt vervolgens in noordelijke richting door de bebouwde kom van Hapert om uiteindelijk circa 3 km ten noordwesten van het plangebied uit te monden in de Groote Beerze. Het Wagenbroeks Loopje is binnen de bebouwde kom van Hapert gedeeltelijk overkluisd. Tot slot liggen met name in de noord- en noordwestelijke delen van het plangebied enkele waterlopen die afvoeren op het Wagenbroeks Loopje. Uitgangspunten: • 8 hectare voor waterberging in de vorm van een buffer. Een ecologische en landschappelijke meerwaarde kan worden verkregen door variaties aan te brengen in hogere en lagere gedeeltes. De hogere gedeeltes gaan ten koste van de ruimte om water te bergen, maar hebben een ecologische meerwaarde als gevolg van de afwisseling in droge en natte delen; • Waterberging dient aan de westzijde van het plangebied te liggen i.v.m. aansluiting op het te verleggen Wagenbroeks Loopje (gelegen in de westelijke groenzone ten zuiden van het Werk-woonbos) en de aansluiting vanaf de Ganzestraat op het Dalemstroompje voor de afvoer uit het plangebied • Voor de afvoer van regenwater vanuit het oostelijke deel van de bedrijfsvlakken en vanaf de provinciale weg is een greppel door het Werk-woonbos naar de waterberging nodig met een ruimtebeslag van minimaal 7 meter op maaiveld, exclusief onderhoudspad • Behoud van de bestaande sloot tussen de kom Hapert en het KBP om als kwelsloot te gaan functioneren (bedoeld voor de opvang van hoge grondwaterstanden in het KBP, zodat deze niet doorwerken naar de kom van Hapert). • Aanleg van een blusvijver van voldoende afmetingen (minimaal 3.000 m2). Advies van de werkgroep • In het natuurgebied bestaat de wens tot grote blijvend natte gebieden. • Voldoende open water. • Stromend water. Voorlopig resultaat Langs het werkcluster komen greppels te liggen, waarop het verhard oppervlak van de bedrijven kan worden aangesloten. Deze greppels voeren hun water af naar een buffer aan de westzijde van het Werk-woonbos. Voor uitstroming van de greppels in de buffer wordt een dammetje in de greppels gerealiseerd. Hierdoor fungeren de greppels als bodempassage. De buffer bestaat voor een klein gedeelte uit open water, dat dienst kan doen als bluswatervoorziening. Het overige deel van de buffer valt (grote) delen van het jaar droog. De benodigde ruimte voor de buffer bedraagt ca. 8 ha. Het beschikbare oppervlakte in het Werk-woonbos is groter dan de benodigde oppervlakte van circa 8 ha. Dat betekent dat er ruimte is om in de inrichting van het gebied variatie aan te brengen met hogere en lagere gedeeltes. De hogere gedeeltes gaan ten koste van de ruimte om water te bergen, maar hebben een ecologische meerwaarde als gevolg van de afwisseling in droge en natte delen. Het verhard oppervlak van het wooncluster wordt rechtstreeks of via goten langs de weg aangesloten op de buffer. Vanuit de buffer kan het water infiltreren of vertraagd afstromen richting het Dalemstroompje. Het permanent watervoerende gedeelte van de buffer in het Werk-woonbos zal dienst doen als bluswatervoorziening. De voorgestelde profielen en capaciteiten voldoen aan de wensen van de brandweer.

13

Water

14

Recreatie
Inleiding Gekoppeld aan de ontwikkeling van het KBP kan recreatie het gebied een potentie geven en het gebied versterken. Aan de Ganzestraat is een bestaand bedrijf gevestigd met recreatieve nevenactiviteiten (boerengolf) De ontwikkeling van het KBP maakt deze activiteiten niet meer mogelijk in deze vorm. Gekeken wordt of er passende en vervangende recreatieve bedrijvigheid kan komen in de nieuwe situatie, waarbij de stankcirkel wordt gesaneerd. Uitgangspunten • Het Werk-woonbos wordt een uitloopgebied voor Hapert. • De Kapelweg zorgt voor een recreatieve verbinding tussen de Ganzestraat en de Donksbergen. • De bestaande kapel aan de Ganzestraat blijft behouden. • Recreatieve activiteiten mogen geen belemmering vormen voor het KBP en voor de natuurontwikkelingen. • Alleen haalbaar wanneer stankcirkel wordt opgeheven. Voorlopig resultaat Het natuurgebied wordt begrensd door fiets- en wandelpaden die voor een goede toegankelijkheid van het gebied zorgen. Het natuurgebied biedt volop mogelijkheden voor struinnatuur (zie ook infrastructuur en ecologie). Bij de sanering van de stankcirkel kunnen op het perceel van de familie Worm boerenlodges voor accomodatiemogelijkheden zorgen om de zakelijke markt te bedienen van het KBP. De lodges kunnen een boerenerf inrichting krijgen passend in de lintstructuur van de Ganzestraat en het natuurgebied van het Werk-woonbos.

“Boerenlodges kunnen een toegevoegde waarde vormen voor de Kempen”
Henk Worm

Advies van de werkgroep • De ideeën van de familie Worm om een deel van de stallen (die nu in gebruik zijn voor boerengolfactiviteiten) om te vormen tot “luxe” overnachtingsmogelijkheden voor het KBP worden door de werkgroep als positief ervaren. Het “boerenlodge-concept” wordt passend gevonden langs de Ganzestraat. • De combinatie boerenrecreatie en natuur wordt niet wenselijk gevonden, omdat deze een groot gebied beslaan en de voorkeur vanuit de werkgroep bestaat voor een groot aaneengesloten robuust natuurgebied. • Geen recreatieactiviteiten in natuurgebied. • Ontsluiting voor wandelaars, halfverhard pad met vlonders of bruggetje over waterpartijen.

15

Recreatie

16

ontsluiting

Hapert om van K
wonen in de natuur ontsluiting wonen in het bos open water bos

Ga

nz

halfverhard fietspad

t

Kapelweg

17

Stedenbouwkundige schets

est

werken

raa

bluswater

N284

Stedenbouwkundige schets

18

Colofon
Opdrachtgever: Bestuur gemeenschappelijke regeling Kempisch BedrijvenPark Teksten Marjo de Louw Claudia Terlou Afbeeldingen en foto’s Grontmij Projectnummer 196624/R001 Grafische vormgeving Marjolein van Eijndhoven januari 2007

19

Grontmij Eindhoven Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven T 040 265 12 11 F 040 244 37 97