definitief concept

Strategische Visie voor het Landelijk gebied Twente
een beleidsagenda voor de landelijke gemeenten Twente

Enschede, juni 2003

3

De Strategische Visie Landelijk gebied Twente is in opdracht van de Regio Twente samengesteld door

Gerard Hendrix Marian Tomasini

Leeswijzer
Deze strategische bestaat uit twee delen: een analyse van de situatie en de voor deze visie relevante ontwikkelingen in de landelijke gemeenten en een deel waarin de bestuurlijke agenda voor de toekomst staat beschreven. Uiteraard is die agenda afgeleid van de analyse. Aan het einde van het analysedeel is een uitgebreide samenvatting opgenomen van dat deel. De samenvatting geeft voor de snelle lezer geen volledige, maar wel voldoende informatie om de bestuurlijke agenda te kunnen volgen.

Inhoudsopgave
Inleiding A. Analyse 1. De stand van zaken in landelijk Twente 2. Het kader voor een visie 3. De relevante ontwikkelingen 5 8 9 18 25 29 33 34 40 45

Samenvatting Analyse B. Bestuurlijke agenda 4. Nieuwe denklijnen 5. Opgaven voor de landelijke gemeenten in Twente

Bijlage: Literatuur en overige bronnen

4

Inleiding
De gemeenten in Twente, niet behorende tot de Netwerkstad, hebben besloten een Strategische Visie op te stellen voor het landelijk gebied van Twente. Het betreft het grondgebied van de gemeenten Haaksbergen, Hof van Twente, Wierden, Rijssen-Holten, Hellendoorn, Twenterand, Tubbergen, Dinkelland, Oldenzaal en Losser.

Toelichting op de kaart: Hoewel Neede nu nog onderdeel uitmaakt van de Regio Twente, heeft de gemeente niet deelgenomen aan de opstelling van deze visie. De gemeente zal per 1-1-2004 heringedeeld worden met andere Gelderse gemeenten en niet langer deel uitmaken van de Regio Twente. Een tweede opmerking geldt de Netwerkstad gemeenten: hoewel ook de gemeenten die deel uitmaken van de Netwerkstad landelijke gebied hebben, is de begrenzing van deze visie gebaseerd op de gemeentegrenzen. Het doel van de visie is om een antwoord te geven op vraagstukken die alleen in de gezamenlijkheid van de landelijke gemeenten – mogelijk in wisselende samenstelling en vervolgens in het verband van Twente als geheel, kunnen worden opgelost. De visie bouwt voort op het beleid van de gemeenten zelf en houdt rekening met relevante maatschappelijke ontwikkelingen en met extern beleid. Deze visie levert een constructieve bijdrage aan de verdere ontwikkeling in Twente. Ze is misschien deels gestart vanuit een reactie op de Strategische Visie van de Netwerkstad, maar in haar uitwerking is ze pro-actief: ze neemt op sommige punten een voorschot op die zaken die samen met de Netwerkstad zullen moeten worden aangepakt.

5

In het stuk is zoveel mogelijk ingezoomd op de landelijke gemeenten. Soms is dat niet mogelijk of zinvol en wordt er iets gezegd over Twente als geheel. Zeker worden er uitspraken gedaan over de relatie met de Netwerkstad en de afzonderlijke onderdelen De Strategische Visie doet, voor zover mogelijk en wenselijk, uitspraken over: sectoren en functies: zoals wonen of bedrijvigheid, ten aanzien van omvang, belang, ontwikkelingsrichting, voorkomen; vanwege het feit dat in het reconstructieproces sterk geconcentreerd wordt op de ‘groene’ functie, zoals landbouw, natuur en water, zullen die sectoren hier weinig aan de orde komen; gebieden: differentiatie tussen gebieden, (netwerk)relatie tussen gebieden, knelpunten (dorps- en stedelijke vernieuwing), bereikbaarheid; processen: leefbaarheid, mobiliteit, demografische ontwikkelingen, sociale cohesie, veranderende leefstijlen; ruimtelijke structuur: landelijk t.o.v. stedelijk, bebouwd gebied t.o.v. onbebouwd gebied.

Definities en omschrijving
Landelijk gebied Twente De term landelijk gebied kan verwarring geven. Het gaat immers om het gehele grondgebied van de gemeenten in Twente die niet behoren tot de Netwerkstadgemeenten (Enschede, Hengelo, Borne en Almelo). De visie heeft dus betrekking op de bebouwde kom en het buitengebied van de betrokken gemeenten. In deze visie gebruiken we verschillende termen: landelijk Twente, landelijke gemeenten en soms zelfs landelijk gebied Twente. Ze betekenen dus allen: het grondgebied van de nietNetwerkstad-gemeenten in Twente. Visie In het kader van deze Strategische Visie redeneren we als volgt: een visie gaat uit van het beleidskader, met andere woorden: wat bestaat aan vastgesteld beleid, wat is al afgesproken en kan bij de visieontwikkeling gevoeglijk aangenomen worden. Daarnaast moet de visie rekenen met de relevante ontwikkelingen: dus wat komt eraan, waarmee moet in de toekomst rekening worden gehouden. Tenslotte formuleert de Strategische Visie de bestuurlijke agenda om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Strategische Visie Een visie die zich op strategisch niveau beweegt. Dat wil zeggen dat een Strategische Visie leidt tot nieuw beleid, dat op haar beurt weer uitgewerkt wordt in concrete plannen, ook later als onderdeel van het Regionaal Structuurplan Twente. De te ontwikkelen visie voor het landelijk gebied van Twente dient ontwikkelingsgericht te zijn en niet beperkend. Een bijzondere factor is het feit dat de visieontwikkeling plaats heeft in een tijd waarin op meer beleidsterreinen nieuw beleid wordt ontwikkeld. Dat geldt met name voor woningbouw (woonvisies) en economische ontwikkeling (Regionaal Economisch Ontwikkelingsplan Twente). Met die beleidsontwikkelingen is zoveel mogelijk afgestemd. De Strategische Visie bouwt mede voort op de deelplannen reconstructie voor Noordoost- en Zuidwest-Twente: ze pakt de beide gebieden samen, ze leidt tot een brede, bestuurlijke opdracht en doet meer uitspraken over een integrale, sociale en economische ontwikkeling. Uiteraard maakt ze gebruik van de inzichten verworven bij de reconstructie. De doelstelling bij het maken van de Strategische Visie is pas geslaagd, als alle deelnemende gemeenten de te ontwikkelen visie in willen brengen in het Regionaal Structuurplan Twente. Dat betekent dat vanaf het begin geïnvesteerd moet worden in draagvlak voor de te ontwikkelen visie. Van de andere kant komt de visie in een korte periode tot stand. In verband met bestuurlijke overwegingen (provinciale staten verkiezingen, kabinetsformatie) en vanwege de relatie met de

6

reeds ontwikkelde visie voor het stedelijk netwerk, moet de visie medio 2003 afgerond zijn. Dat betekent dat het niet mogelijk is reeds in dit stadium maatschappelijke partijen te betrekken. De visie is tot stand gekomen door: het analyseren en verwerken van gemeentelijk, regionaal en provinciaal beleid; de bestudering en verwerking van relevante literatuur; het bespreken van de conclusies en denkrichtingen in een drietal workshops met verschillende samenstelling; een consultatie van de portefeuillehouders ROVH van de betrokken gemeenten afzonderlijk. De Strategische Visie bestaat uit twee delen: Na de inleiding volgt deel A, de Analyse. In het eerste hoofdstuk van dat deel is een beschrijving van de huidige situatie in landelijk Twente opgenomen, afgesloten met een sterkte - zwakte analyse. Hoofdstuk 2 beschrijft het beleid zoals dat op de verschillende niveaus gevoerd wordt: op het niveau van de landelijke gemeenten zelf en vanuit bovenregionale instanties. In hoofdstuk 3 geven we een overzicht van nieuwe ontwikkelingen: wat komt op ons af en waarop zou een Strategische Visie een antwoord moeten formuleren. Op grond van dat alles en de discussies in het gebied, komen we tot een bestuurlijke agenda, deel B. Eerst formuleren we de uitgangspunten voor nieuw beleid in hoofdstuk 4. Het laatste hoofdstuk geeft concreet aan wat landelijk Twente te doen staat. De Bijlage bevat een overzicht van de belangrijkste gebruikte literatuur en beleidsdocumenten.

7

A.

Analyse landelijke gemeenten Twente

8

1.

De stand van zaken in landelijk Twente

Stedelijkheid: steden, bandsteden, andere kernen en buurtschappen
Landelijk Twente is eigenlijk een vreemde eenheid; landelijk Twente bestaat bestuurlijk niet als aparte eenheid en zal naar alle waarschijnlijkheid ook nooit een eigen rol spelen. Het vormt ook geen natuurlijk geheel, want Twente bestaat uit de grote steden én het omringende landelijke gebied. Dat neemt niet weg dat het landelijke Twente – dat overigens de helft van de bevolking van Twente huisvest - op de manier zoals gedefinieerd, veel gradaties van stedelijkheid op haar grondgebied verenigt. In het streekplan zijn een aantal kernen in het landelijke Twentse gebied aangewezen als grote kernen ten aanzien van bedrijfsvestiging. Dan gaat het om de kernen Haaksbergen, Goor, Rijssen, Nijverdal, Vriezenveen, Vroomshoop en Oldenzaal. Hoewel in het beleid van alle gemeenten de verzorgende functie voor het ommeland wordt aangegeven, worden in het streekplan alleen Haaksbergen, Rijssen, Nijverdal en Oldenzaal genoemd met die verzorgende functie. Wat er ook van zij: vooral aan de zuidzijde van de Netwerkstad bevindt zich een band van grote kernen die een zekere stedelijkheid hebben; ze bevinden zich in dat opzicht in een ‘planningsspagaat’: tussen de Twentse steden en het landelijk gebied. Dat geeft voortdurend spanning. Verder bestaat landelijk Twente uit grote kernen, kleine kernen (- 4000 inwoners), buurtschappen en het eigenlijke landelijke gebied. Als we het gebied van de landelijke gemeenten in Twente van enige ‘geografische’ afstand – het nationale en zeker het Europese niveau – beschouwen, dan moeten we concluderen dat Twente als regio de kenmerken heeft van een verstedelijkt landelijk gebied. Dit in tegenstelling tot een perifeer, agrarisch platteland dat we in gebieden tegenkomen met een bevolkingsdichtheid van <100 inw/km2. Wanneer sprake is van een verstedelijkt platteland, dan is de tendens tot concentratie van bebouwing en bedrijvigheid in de steden groot, om daarmee het platteland open te houden. Daarnaast bestaat op een verstedelijkt platteland een grotere vraag naar ruimte dan er aanbod is, een voorzieningenstructuur die achteruitgaat maar op enige afstand wel beschikbaar is en, tenslotte, een behoefte aan het versterken van het woonmilieu. Voor de nieuwkomers betekent dat rustig wonen zonder overlast van bedrijvigheid. In een regio met grote onderlinge verschillen in stedelijkheid en landelijkheid kan er sprake zijn van complementariteit; naarmate de onderdelen in de regio meer op elkaar lijken is er meer sprake van concurrentie. (VROM Raad, nota 013, 1999)

Woningbouw
Er is veel aan de hand in de woningbouw over het algemeen en ook in Twente. Woningbouwontwikkeling heeft te maken met de algemene maatschappelijke ontwikkelingen, zoals in het onderstaande overzicht is weergegeven:

9

Autonome trends en ontwikkelingen Vergrijzing

Maatregelen/aandachtspunten

Knelpunten en vragen

Meer seniorenwoningen Meer zorgwoningen Diversiteit onder ouderen neemt toe Nabijheid voorzieningen Meer zorgwoningen Capaciteitsverhoging zorg. Zorg aan huis Andere woonvraag: minder eengezinswoningen, meer kleinere woningen. Bevorderen doorstroming Huurkoopconstructies. Maatschappelijk gebonden eigendom. Alternatieve eigendomsverhoudingen Verkoop huurwoningen. Labellen kavels voor starters. Groeiwoningen. Kwaliteit bieden

Nieuwbouw van seniorenwoningen leveren qua draagvlak voor voorzieningen (anders dan zorgvoorzieningen) weinig op. Betaalbaarheid zorg. Haalbaarheid.

Extramuralisering

Individualisering en gezinsverdunning

Bouw van woningen hiervoor levert geen extra draagvlak voor voorzieningen op. Jongeren die op het platteland willen wonen, verliezen als starters op de woningmarkt de concurrentie met vestigers van buiten de gemeente, zeker indien sprake is van veel vestigers van buiten. Men is steeds mobieler, waardoor plekken consumptieartikelen worden. Kunnen de landelijke gemeenten de concurrentie aan? Of heeft dit juist een positieve invloed op de landelijke gemeenten?

Ontgroening

Toenemende mobiliteit

Samengevat: het gaat om een woningbouwprogramma dat anticipeert op de veeleisende woonconsument, op divers grijs en mobiel groen. Op dit moment kennen we een stagnerende woningbouwproductie, waardoor het probleem van kwantitatieve en kwalitatieve tekorten alleen maar groter wordt. In het landelijk gebied in Twente komt daar nog een aantal specifieke problemen en aspecten bij: het beschikbare aantal woningen is absoluut ontoereikend; de gemeenten hebben (in de koopsector) nu geen instrumenten om de lokale bevolking voorrang te geven bij huisvesting. Hierdoor wordt de plaatselijke bevolking deels verdrongen door buitenstaanders en blijft dus een kleiner deel over voor huisvesting van de lokale bevolking; een tekort aan woningen voor specifieke groepen als ouderen en jongeren; een dilemma, in het bijzonder voor het grensgebied, is dat door de tegenvallende woningbouwproductie, de beschikbare ruimte per woning en de hoge grondprijzen steeds meer mensen een woning zoeken in het Duitse grensgebied.

10

-

tenslotte de verhouding tussen de bouwopgave in de Netwerkstad en het landelijk gebied.Over en weer bestaan verkeerde beelden bij gemeenten: dat merkten twee grote-steden-wethouders in hun rondgang bij de landelijke gemeenten in Twente. Dat wordt ook voortdurend opgemerkt in de gemeenten zelf: “Vanuit de grotere gemeenten bestaat het beeld dat de ‘plattelands-gemeenten’ (maar vooral de sub-regionale kernen) hun buitengebied volplempen met dure villa’s waar rijke stedelingen in gaan wonen en bedrijventerreinen waar bedrijven uit de steden naartoe trekken omdat de grond voor een appel en een ei wordt aangeboden.” En omgekeerd bestaat het beeld van de arrogante stad die de hele economische ontwikkeling regelt en naar hartelust mag bouwen. Die beelden voldoen niet aan de werkelijkheid, want alle gemeenten worstelen met ongelijke bevolkingssamenstelling. Kleine gemeenten bouwen voor hun eigen behoeften (dat de kavels en huizen groot uitvallen heeft te maken met de zelfbouw cultuur in Twente), de grond voor bedrijven is in de landelijke gemeenten niet goedkoper dan in de steden. De oplossingen die worden voorgesteld en waar op dit moment aan wordt gewerkt, zijn: Een gezamenlijke woonvisie voor heel Twente, in plaats van de regionale opdeling in Netwerkstad, Noordoost en West Twente, zoals de provincie voorstelt. Want het gaat om een betere afstemming tussen de stad en het land, de steden en hun ommeland. De schaal van Twente is daarvoor geschikt. De regionale woonvisie is afgeleid van de woonplannen per gemeente. Ze is daarmee een middel om de woonplannen beter op elkaar af te stemmen en is geen doel op zichzelf. De inzet op bouwen voor specifieke doelgroepen, met name starters en ouderen, zo mogelijk via levensloopbestendige woningen. Want – en dat is het algemeen gevoelen bij de gemeenten – ‘het kan niet zo zijn dat we nu alleen nog maar mogen bouwen voor starters en ouderen want het middensegment hebben we evengoed nodig’. Het ontwikkelen van woonmilieus in de steden gericht op de duurdere doelgroepen: centrum-stedelijk wonen en bouwen in het groen; bovendien stimuleren van de toename van het percentage eigendom in de stad. De aandacht voor het wonen over de grens. Het feit dat zoveel Nederlanders goedkopere woningen zoeken in het Duitse grensgebied, levert nu al Nederlandse enclaves op in Duitsland; dat, terwijl diezelfde groep gebruik blijft maken van de voor zieningen in Nederland. De verwachting is dat het aantal Nederlanders in het Duitse gebied, grenzend aan de Achterhoek en Twente, nog zal toenemen van 20.000 nu tot 40.000.

Een bruikbaar onderscheid tussen stad en land is een onderscheid op basis van vraaggerichtheid en aanbodgerichtheid: het landelijk gebied zou meer vraaggericht moeten opereren en het stedelijk gebied meer aanbodgericht. Bij die vraagsturing is de mens de maat der dingen. (workshop 1)

-

-

-

De natuurlijke omgeving
De kwaliteit van de natuurlijke omgeving is een grote troefkaart van landelijk Twente. In de beide deelplannen reconstructie zijn die kwaliteiten (en de bedreigingen) uitvoerig beschreven. Zonder volledig te zijn wijzen we op de kleinschalige coulissenlandschappen met kleine en grotere essen, de Sallandse Heuvelrug en de stuwwallen in het noordoosten, het Regge- en Dinkelsysteem en de ontginningsgronden in het noorden van het gebied. In dat landschap liggen de landgoederen vooral in het zuidwesten. De typische Twentse boerderijen en de vele buurtschappen en kerkdorpen versterken het landschappelijke karakter. In Twente gaat het over het algemeen niet om grote aaneengesloten complexen, maar overal is ‘de grens’ zichtbaar en daardoor de afwisseling groot. Ook het landgebruik is van oudsher minder monofunctioneel. Twente kent een gemengde bedrijfsstructuur. Het landschap wordt ook bepaald doordat in sommige gebieden een andere dan agrarische bedrijvigheid in het landschap zichtbaar is. Er zijn, tenslotte, enkele grotere natuurlijke complexen. De druk op het landschap is groot: de landbouw, andere economische activiteiten en de

11

toenemende stedelijkheid (woningbouw, bedrijventerreinen, infrastructuur) hebben het landschap schraler gemaakt en een deel van de karakteristieke elementen zijn al verdwenen. Indien Twente haar troef wil behouden, dan zijn keuzes over het behoud en het onderhoud van het landschap absoluut noodzakelijk. Dat is niet alleen de opdracht aan de landelijke gemeenten. Als iets samen zou moet gebeuren in het verband van Twente dan zou dat het koesteren van de kwaliteit van het landschap zijn.

Infrastructuur en bereikbaarheid
Eén van de karakteristieken van Twente is de ligging aan de verbinding van Londen naar Moskou, of iets bescheidener van Amsterdam naar Berlijn. Die verbinding, de A1, speelt een belangrijke rol bij de economische ontwikkeling van de regio; denk aan de relatief sterke logistieke en distributiesector in bijvoorbeeld Oldenzaal, maar ook in andere plaatsen in Twente. Afgezien van de A1 is de overige infrastructuur minder ontwikkeld, zoals de verbinding via de A35 met Duitsland, de Noord-Zuid verbindingen in het gebied en de verbinding met Zwolle. Voor de relatie tussen het noorden en het zuiden van het gebied vormt de Netwerkstad op veel plaatsen een extra barrière, met name bij Almelo en Hengelo/Enschede. Spoorverbindingen zijn matig, met uitzondering van de oost-west verbinding. De bijdrage die Vliegveld Twenthe kan leveren aan de versterking van de economische positie van Twente, wordt door de landelijke gemeenten nog niet geheel benut. Door de mogelijke sluiting van de luchtmachtbasis Twenthe komt ook de positie en het belang van Vliegveld Twenthe in een ander perspectief te staan. In het landelijk gebied zelf is de bereikbaarheid minder een kwestie van de infrastructuur – of het zou moeten zijn de aanpassing van het lokale wegennet tot 60-km weg – maar eerder van het ontbreken van adequaat openbaar vervoer. Experimenten met aangepaste vervoerssystemen zijn in ontwikkeling. Aan de andere kant gaat men ervan uit dat ook in het landelijk gebied de auto meer en meer wordt gebruikt. Dat betekent dat voor de minder mobiele groepen als ouderen, jongeren en taakcombineerders voorzieningen dichterbij moeten worden gebracht, om het isolement van die groepen op het platteland te verminderen, dan wel te voorkomen.

Economische ontwikkeling
Het is economisch lange tijd goed gegaan in Twente. Het werkgelegenheidsverlies als gevolg van het verdwijnen van de textielindustrie, heeft geleid tot een investeringsbeleid dat in nieuwe groei van bedrijvigheid en werkgelegenheid heeft geresulteerd. Twente ontwikkelde een kennisintensieve sector (vooral gelieerd aan de UT) en het gebied kon nieuwe bedrijvigheid van buiten aantrekken. De laatste jaren is de groei teruggelopen. De teruggang van de economie is ingezet vanaf 2001 en verkeert op dit moment op een dieptepunt. Wanneer en in welk tempo het herstel zal optreden is moeilijk aan te geven. De laatste berekeningen van het CPB wijzen op een langzaam herstel in 2004 en een verdere groei vanaf 2005. Dat zal vooral gelden voor de sector van de commerciële dienstverlening, die verder zal uitbreiden. Daarentegen zal de teruggang in de landbouw en de nijverheid afnemen. De teruggang in de niet-commerciële dienstverlening, die minder door de markt, maar door het overheidsbeleid is bepaald, zal naar verwachting nog achterblijven. Voor landelijk Twente zijn de volgende aspecten van belang: De economische structuur in de landelijke gemeenten verschilt van die in de steden: in het landelijk gebied is meer landbouw, bouwnijverheid en transport en logistiek. Dienstverlening is weinig vertegenwoordigd. De economische recessie zal in het landelijk gebied dan ook sterker doorwerken dan in de steden; De schaal van de bedrijven is gemiddeld kleiner; aanpassing van bedrijfsvoering lijkt daardoor makkelijker; Door de aard van de bedrijvigheid en de manier waarop het bedrijf is ontstaan komt

12

-

wonen en werken vaker gecombineerd voor; In het kader van de reconstructie is beschreven hoezeer de landbouw achteruit gaat in economische ontwikkelingsmogelijkheden; bedrijven zullen hun bedrijfsvoering moeten aanpassen. Nevenactiviteiten zoals verbreding en verdieping leveren voorlopig nog geen economisch sterk alternatief over de gehele linie.

In een recente studie over de arbeidsmarkt in Overijssel concludeert het ETIL voor Twente, in vergelijking tot de rest van Overijssel en de rest van Nederland: een sterkere teruggang in het aantal arbeidsplaatsen; een iets hogere werkloosheid, nu en in de komende jaren; een beduidend lagere beroepsdeelname. Dat kan overigens ook positief uitgelegd worden: er is nog ruimte voor groei in de arbeidsmarkt bij het weer aantrekken van de economie; de beroepsbevolking groeide relatief sterk; een duidelijk hoger aantal arbeidsongeschikten. Dat zou verklaard kunnen worden door de relatief sterkere vergrijzing in het gebied vergeleken met elders. Een uitsplitsing tussen stad en landelijk gebied komt aan de orde in het kader van het REOP. Overigens is de beroepsdeelname (participatiegraad) en de relatieve omvang van de beroepsbevolking in de landelijke gemeenten hoger en de werkloosheid lager dan in de grote steden in Twente. Dat hangt ook samen met het grotere vermogen van mensen in het landelijk gebied om ‘hun broek op te houden’. Tenslotte, het besteedbare inkomen in het landelijk gebied is hoger dan in de steden. Dat heeft te maken met een hoger aandeel lagere inkomensgroepen in de stad en een oververtegenwoordiging van hogere inkomens in het landelijk gebied.

Bedrijfslocaties
De beschikbaarheid van goede bedrijfslocaties is een essentiële voorwaarde voor economische ontwikkeling. Bedrijvenlocaties in het landelijk gebied zijn over het algemeen geconcentreerd bij de hoofdkernen in de gemeenten en op kleinere locaties bij kleinere kernen. Verspreid in het landelijk gebied komen vestigingen voor van niet-agrarische bedrijvigheid. Daarin is veel variatie: van ‘onzichtbare’ bedrijven tot zeer zichtbare bedrijven; bedrijven in de horeca, dienstverlening, al dan niet gerelateerd aan landelijke functies. Veel voorkomende sectoren zijn bouwbedrijven en kleine constructiebedrijven. Het blijkt dat weinig precieze informatie beschikbaar is over de niet-agrarische bedrijvigheid in het landelijk gebied (aantallen, bedrijfssituatie) maar des te meer discussie over belang en acceptatie. De ontwikkeling van bedrijventerreinen in Twente wordt voor een groot deel bepaald door de uitkomst van de discussie over de aanleg van het regionaal bedrijventerrein in de Netwerkstad. Het economisch klimaat speelt daarbij een belangrijke rol, evenals bij de vraag of voldoende bedrijventerreinen ‘in voorraad’ zijn. Uit de gegevens over de beschikbaarheid van bedrijventerreinen, lijkt voor de landelijke gemeenten een redelijke voorraad bedrijventerreinen aanwezig te zijn, gezien het uitgifteregiem van de laatste jaren. Het is in ieder geval meer dan in de Netwerkstad.

13

Tabel Uitgifte en beschikbaarheid bedrijventerreinen bij de Twentse gemeenten (overheid en commercieel)

Uitgifte

Reeds uitgegeven

Voorraad terstond 4,7 0,0 13,8 34,5 53,0 1,0 2,2 21,8 0,4 0,0 29,0 3,4 5,4 13,1 0,0 76,3 niet terstond 0,0 0,0 10,7 8,0 18,7 12,8 12,0 0,0 36,1 0,0 11,0 3,0 3,7 0,0 9,5 88,1 totaal 4,7 0,0 24,5 42,5 71,7 13,8 14,2 21,8 36,5 0,0 40,0 6,4 9,1 13,1 9,5 164,4

Almelo Borne Enschede Hengelo Netwerksteden Dinkelland Haaksbergen Hellendoorn Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden totaal landelijke gemeenten
bron: BIRO

in 2000 in 2001 14,0 4,5 0,0 0,0 7,2 29,6 1,2 1,1 22,4 35,2 0,0 4,6 2,1 0,4 1,0 0,0 11,2 1,2 0,0 9,0 28,6 2,5 10,7 0,9 2,5 0,0 14,0 4,7 2,7 5,4 0,0 43,4

490,2 36,9 513,2 419,2 1459,5 56,6 133,5 110,3 187,3 55,3 152,5 226,1 47,3 103,3 66,8 1139,0

Welzijn, leefbaarheid en voorzieningen
De Twentse plattelandsgemeenten zijn over het algemeen welvarend. Maar die welvaart kent soms een (te) smalle basis. Dat komt voort uit de verdiencapaciteit van gemeenten, die deels gebaseerd is op de agrarische sector, deels op traditionele arbeidsmarktsectoren. Daarnaast zijn plattelandsgemeenten steeds meer woongemeenten, waarbij de inwoners hun inkomen verdienen in de (Netwerk)steden. De zorg is dat dat inkomen ook elders uitgegeven wordt en dat in de eigen gemeente alleen nog maar de ‘vergeten’ boodschappen worden gedaan. Welzijn wordt gekoppeld aan de 'compleetheid' van een gemeente: voldoende werkgelegenheid voor alle bevolkingsgroepen, een grote variatie in woonmilieus, een gevarieerde bevolkingsopbouw, een voorzieningenniveau (in de kerngemeente) waar alles te verkrijgen is inclusief stedelijke terrassen en ontspanningsmogelijkheden – en liefst een compleet aanbod eerstelijnszorgvoorzieningen en onderwijs. Leefbaarheid heeft veel te maken met de aanwezigheid van voorzieningen. Er bestaat terecht grote zorg over de mate waarin voorzieningen in het landelijk gebied overeind gehouden kunnen worden. Daarbij is de allereerste vraag welke voorzieningen gerekend moeten worden tot de basisvoorzieningen in een dorp of kern. Uit leefbaarheidsplannen en dorpsvisies komt naar voren dat bewoners nadrukkelijk vragen om een ontmoetingsplek, een ruimte waarin verschillende activiteiten plaats kunnen vinden. Over het algemeen zijn de inwoners positief over de beschikbaarheid van de basisvoorzieningen in de kernen. Aparte aandacht vragen gemeenten voor voorzieningen voor jongeren. Algemeen is de conclusie dat voor jongeren tussen de 12 en 16 jaar weinig te beleven is op het platteland en ook voor de groep daarboven is het aanbod veelal beperkt tot de regionale disco's. Jeugd- en jongerenbeleid is geschikt om ook regionaal op te pakken. Daarbij moet het naast sociaal-culturele voorzieningen gaan om jeugdhulpverlening, aandacht voor breedtesport en het stimuleren van opleidingen en onderwijs.

14

Onderwijs
Het opleidingsniveau in Twente ligt momenteel op MBO+ niveau. Veel gemeenten kennen onderwijsvoorrangsbeleid en wijzen op de noodzaak om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Zeker het voortgezet onderwijs is niet in elke kerngemeente aanwezig. Het onderwijs is bij uitstek regionaal georganiseerd en heel veel jongeren in Twente reizen voor hun vervolgonderwijs naar subregionale kernen of de Netwerksteden. Gemeenten hebben onvoldoende greep op de onderwijsmarkt en kunnen niet inschatten wat voor de jongeren uit hun gemeente aangeboden wordt of kan worden. Datzelfde geldt overigens voor de bijscholing/reïntegratie van werkzoekenden. Gemeenten zijn erg gefocust op het vasthouden/terughalen van hoogopgeleide jongeren naar hun gemeente. Daarvoor dienen, naar de mening van de beleidsverantwoordelijken in de gemeenten, bedrijven geworven te worden die veel hoger opgeleiden nodig hebben. De fraaie woonomgeving ondersteunt een dergelijke ambitie. Veel succes heeft die voortdurende beleidsaandacht echter nog niet - niet in de landelijke gemeenten en ook niet in Twente als geheel. Men moet zich wel realiseren dat de grootste groep jongeren in Twente MBO gekwalificeerd is. Voor hen is specifieke aandacht zo mogelijk nog belangrijker.

Zorg en veiligheid
Er wordt door verschillende gemeenten nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het niveau van zorgvoorzieningen in het landelijk gebied. Twente behoort met de Randstad tot de gebieden waar de huisartsenzorg onder grote druk staat. Gekoppeld aan de groeiende vergrijzing in het gebied, ontstaat een reëel probleem ten aanzien van bereikbaarheid van de eerstelijnszorg. En aangezien de huisarts vaak als poortwachter functioneert, bedreigt dit tekort de gehele zorgketen. Ook de ambulancezorg en de bereikbaarheid van ziekenhuizen en eerstehulpposten staat in delen van Twente nog steeds onder druk. In de Regiovisie Zorg Twente, een beleidsdocument dat onder verantwoording van de provincie Overijssel ontwikkeld is, wordt een aantal aspecten van de zorg in Twente belicht: Twente kenmerkt zich door een traditionele verdeling tussen stad en platteland, met de daarbij behorende problemen. De belangrijkste oplossing daarvoor is het formuleren van een brede kijk op de organisatie van zorg, wonen en welzijn; de capaciteit van de intramurale zorg in Twente is voldoende, met uitzondering van de geestelijke gezondheidszorg; Twentenaren willen, als ze zorg nodig hebben, zo lang mogelijk in hun eigen huis en zeker in hun eigen kern, blijven wonen; de algemene voorzieningen verdwijnen uit kleine kernen, waardoor eerder een beroep gedaan wordt op zorgvoorzieningen; er bestaan nog geen dramatische personeelstekorten in de zorg, maar het evenwicht is wankel; de levensstijl van Twentenaren is relatief ongezonder. Door de verdergaande concentratie van zorgvoorzieningen komt het aanbod dicht bij de burgers in het gedrang. Dat komt overeen met de constatering van gemeenten dat een sluitend zorgaanbod onder druk staat. Ook in het landelijk gebied is veiligheid een beleidsthema. Ondanks het beeld dat het platteland veilig en rustig is, hebben de gemeenten veiligheid als onderwerp hoog op de agenda staan en wordt gewerkt aan integraal veiligheidsbeleid. Naast afstemming op regionaal niveau ten aanzien van brandweer en rampenbestrijding, wordt aandacht besteed aan specifieke veiligheidsproblemen van het platteland. Zo is steeds vaker sprake van uitgaansgeweld op het platteland, is alcohol- en drugsgebruik onder jongeren een toenemend probleem en is de bereikbaarheid en inzet van de politie (zeker in de beleving van burgers) onvoldoende. Ook geweld in de privé-sfeer komt in het landelijk gebied meer voor dan verondersteld. Veiligheid wordt ook geassocieerd met verkeersveiligheid, zeker in dorpskernen en op wegen die voor schoolgaande kinderen belangrijk zijn.

15

Bestuurlijke situatie
Twente heeft alle troeven in handen om ook bestuurlijk een goed opererend geheel te zijn. Het is een gebied dat, in het verleden en nu, intern en extern erkend wordt als een eenheid. Bovendien is er - zeker in de ogen van de Twentenaren zelf - geen gebied waar het sociaal kapitaal zo overvloedig aanwezig is: samenwerken, naoberschap zit de Twentenaar in het bloed. Van de andere kant lijkt de bestuurlijke samenwerking stroef en moeizaam te verlopen. Dat komt door een zwalkend overheidsbeleid: er is gewerkt aan de provincie Twente, Twentestad, kaderwetgebied, stedelijke regio en de positionering van Provincie ten opzichte van Twente is ook altijd een belangrijk onderwerp geweest. Daarnaast is er zeker in het verleden sprake geweest van een beperkte wil tot samenwerken bij bestuurders van alle gemeenten in Twente. In afwijking van de vele vormen van overleg dat over tal van onderwerpen in de regio bestaat, is de Twentse bestuurlijke cultuur sterk gericht op het realiseren van een optimale leefsituatie in de eigen gemeente. Plattelandsgemeenten laten herhaaldelijk merken dat zij ernaar streven een levensloopbestendige, voor iedereen aantrekkelijke gemeente te willen zijn, die over zoveel mogelijk, zo niet alle voorzieningen beschikt. De bewoners ervaren de administratieve gemeentegrenzen minder: zij maken gebruik van wat er is, op de manier die hen het beste uitkomt: nu eens profiteren zij van de stedelijke cultuur, dan weer genieten ze van de landelijke omgeving. Al naar gelang behoefte en mobiliteit (en geld) het toelaten, vestigen bewoners zich op die plek, die hen het beste aanstaat in de levensfase waarin zij zich bevinden.

Identiteit
Het beschikken over een duidelijke identiteit is een aspect dat vroeg of laat in iedere Twentse discussie naar voren komt. Identiteit wordt beschouwd als het desem waarop de ontwikkeling van Twente gebaseerd moet en kan zijn. Het begrip heeft voor de Twentenaar altijd een positieve betekenis. Het meest negatieve dat men er over kwijt wil is: “Zo zijn we nu eenmaal”. Hieronder enkele identiteitskenmerken, in sommige gevallen al ‘vertaald’ in haar maatschappelijke consequenties: De schaal van alle eenheden in Twente is klein en Twente kent nauwelijks grootschaligheid. Deze kleinschaligheid moet worden gekoesterd, dit is haar kracht. Schaalvergroting kan makkelijk leiden tot het ‘oplossen’ van bestaande, kleinschalige structuren en dus tot verlies aan effectiviteit. Innoveren gebeurt in kleine stapjes vanuit het eigen bedrijf en de eigen capaciteiten: Twente pocht niet op haar ‘hoogvliegers’, maar heeft ze wel. In hoeverre het platteland beschouwd kan worden als een innovatieve ‘broedplaats’ is niet duidelijk. High-tech, kennisintensiviteit en de UT maken onderdeel uit van de stedelijke economie en hebben weinig impact op het landelijk gebied en passen veel minder bij de cultuur op het platteland. De essentie van Twente is de grote verbondenheid van de mensen aan hun eigen leefomgeving, aan de buurt en het Twent-zijn. De export vanuit de bouw komt ’s avonds graag weer terug naar Twente. Twente heeft een hoge graad van lokale organisatie: iedereen is lid van iets, naoberschap bestaat nog en wordt gewaardeerd.

16

-

-

Iedere stedelijke kern – Landelijk gebied bestaat uit grote kernen, kleine en dat geldt voor de kernen, buurschappen, landelijk gebied. Het gebied verschillende schaalis zeer gedifferentieerd en kan als zodanig zelf als niveaus – heeft een eigen een netwerk beschouwd worden, als een mozaïek ommeland: dus naast de van functies, complementair aan elkaar. Daarom is het relaties tussen de steden ook van belang de specificiteit van de verschillende onderling, is de relatie gebieden te benadrukken. We mogen geen grijze vanuit de stad met het muis worden. Versterk elkaars sterkten en verloochen eigen landelijk gebied de identiteit niet. Eenheid in verscheidenheid! van betekenis. Dat geeft (workshop 1) ook de bestuurlijke knel punten. Landgoederen, landbouw en water zijn voor het gebied onderling verweven kwaliteiten die elkaar versterken. Naast de netwerkstad bestaat een ‘netwerk-land’. ‘De textiel’ zorgde voor een belangrijk deel voor het landschap en de landgoederen.

17

2.

Het kader voor een visie

Nieuw, bovengemeentelijk beleid zoals de Strategische Visie voor het Landelijk gebied Twente, heeft altijd te maken met verschillende invloeden, in dit geval vanuit twee richtingen. Allereerst zijn daar de opvattingen van de gemeenten die meedoen in de beleidsafspraken, voor zover die betrekking hebben op aspecten die de competentie of het grondgebied van de individuele gemeenten overstijgen. Ten tweede bestaat de vraag met welk beleid dat op een hoger niveau wordt vastgesteld, de Strategische Visie rekening moet houden. Daarvan geeft dit hoofdstuk een overzicht.

Gemeentelijk beleid: algemeen
Uit de gemeentelijke beleidsrapporten - nogmaals, voor zover ze betrekking hebben op intergemeentelijke aspecten – en de gesprekken bij de gemeenten kunnen we een aantal conclusies trekken. Alle gemeenten onderschrijven de functie van de Netwerkstad ten aanzien van de regio en misschien nog meer de functie van de afzonderlijke steden daarbinnen. Die functie houdt in dat de Netwerkstad en de eenheden daarbinnen, een essentieel deel van de regionale economische en sociale voorzieningen en sociaal-economische taken voor hun rekening nemen. Dat neemt niet weg dat iedere landelijke gemeente in principe ernaar streeft om een zo breed mogelijk pakket aan beleidsopgaven voor haar rekening te nemen. Recent is gebleken (rondje Goudt en Kok) dat de beelden die over en weer bestaan tussen de steden en de landelijke gemeenten als het gaat om huisvesting en bedrijfsontwikkeling niet met de werkelijkheid overeenkomen: de landelijk gemeenten zijn betrouwbare partners in hun bouw- en ontwikkelingsopdracht. Toch zouden we, als we de ambities van alle gemeenten zoals die in alle beleidsnota’s van de gemeenten staan bij elkaar optellen, een beeld krijgen van louter hoogwaardige woonmilieus, ICT-ondersteunde high-tech bedrijvigheid en een omvangrijk winkelbestand. Met andere woorden: iedereen wil eigenlijk te veel voor de eigen gemeente. Het beleid van een gemeente wordt uiteraard bepaald door de economische en ruimtelijke situatie in de gemeente. Die is voor Oldenzaal heel anders dan voor Tubbergen of voor Hof van Twente. Denk aan de verzorgingsfunctie voor het ommeland, de omvang van de gemeente en de bestaande economische en sociale functies.

18

Schema: Overzicht van verschillen en overeenkomsten ten aanzien van een paar belangrijke aspecten:

politieke kleur en betrokkenheid

over het algemeen een stabiele politieke situatie, sterke betrokkenheid op de eigen gemeente, meer faciliterend; de ‘maakbare samenleving’ is geen uitgangspunt. sterk afhankelijk van het verloop van de gemeentelijke herindeling: heringedeelde gemeenten zijn vaak nog bezig met beleidsformulering en daardoor meer ‘naar binnen gekeerd’. Haaksbergen, Losser, Dinkelland en Oldenzaal hebben directe relaties met Duitse gemeenten; Haaksbergen heeft relaties aan de Gelderse kant; verder hebben de gemeenten geen uitgesproken contacten buiten Twente. recreatie en toerisme: Dinkelland (Ootmarsum), Losser, Hellendoorn, Tubbergen wonen: Haaksbergen, Hof van Twente, Wierden, Oldenzaal industriële bedrijvigheid in de plaatsen: Oldenzaal, Denekamp, Vriezenveen, Vroomshoop, Rijssen, Nijverdal, Goor, Haaksbergen alle betrokken gemeenten hebben een vergelijkbare schaal; het verschil wordt meer bepaald door het aantal kernen en de omvang van de hoofdkern; vergelijk Tubbergen (9 kernen), Haaksbergen (3 kernen) en Oldenzaal (1 kern zonder buitengebied). Haaksbergen, Eibergen, Neede Haaksbergen en Hof van Twente Haaksbergen, Enschede Hof van Twente, Hengelo (Rijssen-)Holten, Deventer Rijssen-Holten, Hellendoorn, Wierden Twenterand, Almelo Wierden-Almelo Tubbergen, Almelo, Borne Dinkelland, Tubbergen, Losser, Oldenzaal Losser, Enschede, Oldenzaal Losser-Gronau, Dinkelland-Nordhorn Netwerkstad - Oldenzaal ten aanzien van specifieke projecten

gemeentelijke eenheid

grensligging

karakter (relatief)

omvang

gemeentelijke samenwerking (genoemde verbanden)

19

Beleidsthema’s
De volgende beleidsthema’s zijn relevant als we het hebben over het gemeentelijke beleid.

Fysiek-ruimtelijk
De meeste centrumkernen van de gemeenten zijn bezig met de herinrichting van het centrumgebied. Dat kan zijn een fysieke herinrichting of het vergroten van de aantrekkelijkheid van de centrumfunctie: winkels, voorzieningen, parkeervoorzieningen. Ook bestaan er oudere woongebieden die herontwikkeld moeten worden. In alle gevallen geldt de buitenruimte als een waardevol onderdeel van de gemeente: dat betekent dat het uitgangspunt is dat de ontwikkeling van de kernen zoveel mogelijk moet gebeuren door inbreiding en intensivering van grondgebruik. Het blijkt moeilijk dat daadwerkelijk te realiseren. Op de ontwikkeling van de woningbouw is hiervoor al voldoende gewezen. Het komt in alle gevallen neer op de mogelijkheid de eigen groei te kunnen accommoderen en de woningbouwontwikkeling te kunnen richten (maar niet exclusief) op ouderen en starters op de woningmarkt. De behoefte om juridisch in staat te zijn de eigen bevolking voorrang te verlenen op de woningmarkt komt veelvuldig naar voren.

Economie
Als belangrijke economische sectoren wordt in de meeste gevallen gewezen op de bestaande bedrijvigheid, die een belangrijke bijdrage levert aan de economische vitaliteit van het gebied: dan gaat het om de agrarische, maar evengoed de niet-agrarische bedrijvigheid. Die bestaat in Twente uit de bouwnijverheid, kleinschalige maakbedrijven en logistiek en distributie. In alle gevallen is er de zorg om het beschikken over voldoende bedrijventerreinen van de juiste categorie; gedeeltelijk kan dit opgelost worden door herstructurering van bedrijventerreinen. Problemen met de beknellende regelgeving ten aanzien van het versterken van bestaande bedrijvigheid en het hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing, worden veel als thema genoemd. Toerisme en recreatie worden in alle gemeenten genoemd als economische sectoren van betekenis. Daarbij lijken alle gemeenten de eigen gemeente te zien als hét centrum van een aantrekkelijk toeristisch gebied met bijkomende exploitatiemogelijkheden. Door de uniciteit van het gebied te benadrukken, blijken alle gemeenten hetzelfde aanbod te leveren: ruimte, rust, groen, verblijfaccommodaties, gastvrijheid van hoog niveau en dagrecreatieve ontwikkeling die de eigen kwaliteiten exploiteert. In ieder geval geen voorzieningen die massatoerisme tot gevolg hebben. Het accent verschilt op sommige punten. Zo wordt Diepenheim genoemd vanwege de concentratie van kunst en cultuur, Delden wijst op de nabijheid van Twickel. Losser betrekt uitdrukkelijk de LAGA bij de profilering van de gemeente als een toeristische gemeente.

Sociaal
De gemeenten constateren allen dat demografische ontwikkelingen van invloed zijn op hun bevolkingssamenstelling en formuleren beleidsmaatregelen om hier iets aan te doen. De nadruk ligt daarbij op het vasthouden en herstellen van een 'gezonde bevolkingsopbouw', met name door maatregelen die jongeren vasthouden en terughalen naar de eigen gemeente. Vooral het binden van hoogopgeleide jongeren aan de eigen gemeente heeft prioriteit. Ook het versterken van de positie van (jonge) gezinnen op de lokale woningmarkt wordt als aandachtspunt vaker genoemd. Het versterken van de leefbaarheid van de kleine kernen in de gemeenten staat bij alle besturen hoog genoteerd. Algemeen wordt de inzet van de bevolking voor het in stand houden van

20

de sociale en economische verbanden benadrukt. Maar op hetzelfde moment blijft zorg bestaan over het overeind houden van de leefbaarheid vooral in de kleine kernen. Dorpsplannen en sociaal structuurbeleid kunnen een bijdrage leveren voor het behouden van de kwaliteit van de sociale leefomgeving. In verschillende gemeentelijke beleidsplannen komt het begrip basisvoorzieningenniveau naar voren. Dat betekent dat er behoefte komt aan een analyse van voorzieningen op regionaal niveau; niet iedere kern kan een Kulturhus krijgen!

Bestaande samenwerking
Om een idee te hebben hoezeer de gemeenten die deze Strategische Visie ontwikkelen zich aan elkaar gebonden weten, is het van belang te weten hoe en in welke verbanden ze nu al samenwerken. Hieronder een aantal van de samenwerkingsverbanden binnen de regio: De samenwerking op het gebied van bedrijvigheid en woningbouw is al eerder beschreven: programmeringsoverleg bedrijventerreinen en de programmering woning bouw. Ook daar is samenwerking met (de gemeenten van) de Netwerkstad over het algemeen belangrijker dan die tussen de landelijke gemeenten onderling. Hoewel de regiovisie Zorg geen uitvoeringsprogramma is, wordt een flink aantal programmalijnen geformuleerd. Opvallend is hoezeer de zorg al regionaal georiënteerd is: naast het consumenten/patiëntenplatform Twente bestaat bijvoorbeeld het Preventie Platform Twente, de regionale indicatiecommissies die samen moeten gaan in de Robuuste RIO Twente, regionaal werkende jeugdzorgvoorzieningen; werken vele zorgaanbieders regionaal (RIAGG, Carint, ed.) en zijn zorgverzekeraars al helemaal regionaal, zo niet landelijk georiënteerd. De realisatie van het reconstructieplan via de deelgebiedsplannen voor NoordoostTwente en Zuidwest-Twente. Het deelplan zal zich in de komende jaren met meer aspecten gaan bezighouden dan nu het geval is. Samenwerking op het gebied van toeristisch-recreatieve ontwikkeling : één van de meest weerbarstige terreinen waarop samenwerking gestalte moet krijgen om Twente als een toeristisch-recreatief gebied te promoten. We onderscheiden de volgende samenwerkingsverbanden: op het gebied van de VVV’s zijn er twee bestaande regio-VVV’s: NoordoostTwente (de VVV’s van de gemeenten Losser, Oldenzaal, Dinkelland, Tubbergen, Borne) en Noordwest Twente (Twenterand, Wierden, Hellendoorn, Rijssen-Holten); de regio-VVV in Zuid-Twente komt nu tot stand (Almelo, Hof van Twente, Haaksbergen, Hengelo en Enschede) Er is een ontwikkeling gaande om te komen tot een Twentse regio-VVV Op het niveau van de Regio Twente bestaat de bestuurscommissie recreatie en toerisme, waarin alle gemeenten samenwerken Op Twents niveau is verder georganiseerd: het Hotel Overleg Twente. Verder zijn in dit verband talloze organisaties belangrijk die direct of indirect in de sector werkzaam zijn: het Gelders-Overijssels Bureau voor Toerisme (GOBT), de RECRON, Kon. Horeca Nederland, de ANWB. Maar ook organisaties die invloed kunnen hebben op de sector: waterschap, Staatsbosbeheer, Min van LNV, etc. • De meest effectieve samenwerking bestaat natuurlijk op die terreinen waarop de winst om samen te werken én de mate van vrijwilligheid groot is. Vaak gaat het om samenwerking met een tijdelijk karakter. Een voorbeeld is de samenwerking tussen Rijssen-Holten en Wierden en tussen Hellendoorn en Wierden voor de realisatie van nieuwe bedrijventerreinen.

21

Bestaand beleid op regionaal niveau
In het kader van de samenwerking in Twente hebben we te maken met de volgende beleidsontwikkelingen: Twente is een kaderwetgebied (kaderwet bestuur in verandering). De taken van de regio zijn, naast een aantal wettelijke taken, die taken die haar door de deelnemende gemeenten zijn toegewezen. De regio heeft een taak bij de beleidsbepaling, uitvoering en monitoring van beleid op een aantal terreinen. Een extra bijzonderheid is het feit dat de Netwerkstad binnen de regio een eigen taak en opdracht heeft. Voor deze Strategische Visie Landelijk gebied Twente is het belangrijk te weten dat deze visie samen met de dan vastgestelde Strategische Visie Netwerkstad, uitgewerkt wordt tot een Regionaal Structuurplan Twente. Daarbij zijn de beide visies als het ‘inleidende’ hoofdstuk te beschouwen van het op te stellen plan. De Netwerkstad heeft een Strategische Visie voor haar werkgebied in twee delen vastgesteld: eerst een deel waarover op korte termijn overeenstemming kon worden bereikt. Dan een deel II waarover de verschillende gemeenteraden zich uitdrukkelijker wilden buigen. Het ziet ernaar uit dat in november 2003 een Strategische Visie voor het de Netwerkstad kan worden vastgesteld waarin “de fundamentele koers die de Netwerkstad de komende tien tot vijftien jaar zal aanhouden” is uitgewerkt. Over het landelijk gebied staat in de Strategische Visie Netwerkstad weinig; wel dat het landelijk gebied de extra kwaliteit levert voor de Netwerkstad: een locatievoordeel dat wel eens essentieel zou kunnen zijn voor het aantrekken van hoger-geschoolden die nu het gebied verlaten. Daarnaast lopen in Twente nog meerdere trajecten die als gemeenschappelijke noemer hebben een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke, sociale en economische structuurversterking van Twente: 1. De verstedelijkingsafspraken, waarin opgenomen een regionale woonvisie In maart 2002 ondertekenden het Ministerie van VROM, de provincie Overijssel, de Regio Twente en de gemeenten van de Netwerkstad intentieafspraken over de verstedelijking in de regio. De intentieafspraken betreffen het wonen (welke woningen waar), het werken (hoeveel kantoren, hoe renoveren, van welke bedrijfsterreinen), het milieu (o.a. bodemsanering), de mobiliteit (openbaar vervoer), de veiligheid (verplaatsing van LPG-stations, verplaatsing van spooremplacementen in Hengelo, Oldenzaal en Almelo), en het natuurbeheer (groen in en om de stad). Dit alles moet eind 2003 leiden tot definitieve afspraken voor de periode tot 2010, en in sommige gevallen tot 2015. Inmiddels zijn er al een aantal zaken voor Twente op een rij gezet, zodat de juiste afspraken gemaakt kunnen worden. Het bouwen voor de lokale vraag vormt daarbij het uitgangspunt. Verder zal het niet meer enkel om aantallen gaan, maar zal het accent, meer dan voorheen, komen te liggen op de kwaliteit van de nieuwbouw. 2. Het Regionaal Economisch Ontwikkelingsplan (REOP) Het REOP zal zich richten op het voorwaardenscheppende sectorbeleid ter stimulering van de economie op regionaal niveau: structuurbeleid, infrastructuur, vernieuwing landelijk gebied, promotie en monitoring. Vaststelling van dit plan wordt voorzien voor najaar 2003. Dit plan geeft aan een aantal aspecten van de Strategische Visie Landelijk gebied Twente een nadere uitwerking. 3. Project wonen over de grens Het project wonen over de grens is onlangs afgerond. De uitkomsten zullen een rol spelen bij de formulering van de woningbouwvisies, maar ook voor beleidsterreinen als mobiliteit, sociaal beleid en grensoverschrijdende samenwerking in het algemeen. 4. Project pendel- en migratiestromen Het project pendel- en migratiestromen beoogt inzicht te geven in zowel de dagelijkse mobiliteit (woon-werkverkeer), het draagvlak onder voorzieningen, als de verhuisbewegingen. Eerste resultaten worden niet eerder voorzien dan november 2003. Voor de Strategische Visie Landelijk gebied Twente komen de resultaten derhalve niet tijdig genoeg om ze te kunnen verwerken.

22

Het streekplan en de reconstructie(deel)plannen
Het kader voor de ontwikkeling van de landelijke gemeenten in Twente is natuurlijk voor een belangrijk deel vastgelegd in het streekplan. Het is niet de bedoeling om in deze visie uitvoerig aan te geven wat het streekplan zegt over Twente. In het algemeen wordt geconstateerd dat in het landelijk gebied de natuurlijke omstandigheden leidraad zijn voor de toekomstige ontwikkelingen. In hoeverre, als gevolg van Balkenende II en een nieuw provinciaal bestuur, veel zal veranderen op VROM gebied is moeilijk te voorspellen. Op dit moment hebben we nog te maken met een als sterk restrictief ervaren beleid ten aanzien van het landelijk gebied, zoals dat in het streekplan is weergegeven. Voor de inrichting van het landelijk gebied is het reconstructieplan bepalend, dat nu via twee deelplannen Noordoost-Twente en Zuidwest-Twente tot stand komt. De verwachting is dat: de fysiek-ruimtelijke afspraken de meeste consequenties hebben voor de intensieve veehouderijbedrijven (of - takken). Ten aanzien van de uitwerking hiervan wordt de uit eindelijke impact bepaald door de beschikbare geldmiddelen. In de vastgestelde streefbeeldenkaart is de gewenste verdere fysiek-ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd; er mogelijk een verruiming van de regels ten aanzien van het toestaan van bedrijvigheid in het buitengebied bepleit zal worden; de impact van het plan zal toenemen als de problemen integraal kunnen worden aan gepakt, zeker indien van een gestapelde problematiek sprake is; door integrale gebiedsaanpak, vaak samenwerking tussen de gemeenten nodig zal zijn en zal optreden. We willen hier nogmaals wijzen op het verschil tussen de reconstructie(deel)plannen en deze Strategische Visie. Het reconstructieplan is onder de regie van de provincie geschreven om de kwaliteit van het landelijk gebied (dus buiten de grote kernen) te versterken; in het reconstructieplan zijn de gemeenten één der belanghebbende partijen. Bovendien ligt de nadruk sterk op het vinden van oplossingen voor de ‘groene’ functies. In deze visie zijn alleen de gemeenten aan zet. Bovendien gebeurt dat voor de gehele gemeente en gericht op alle sectoren.

Provinciaal beleid
Er zijn vele provinciale beleidsprogramma’s die van invloed zijn op de ontwikkelingen in het landelijk gebied van Twente. Het voert in het kader van deze visie te ver om die beleidsprogramma’s allemaal te noemen en te behandelen. Maar van betekenis voor het beleid nu en vooral in de toekomst, is het nieuwe GS programmaakkoord waaraan de provinciale overheid toekomstige ontwikkelingen in Overijssel wil toetsen. Daarin komen de volgende belangrijke passages voor, voor het landelijk gebied deels nieuwe geluiden: woningbouw in het landelijk gebied wordt niet langer gebonden aan contingenten, maar verdeling vindt plaats op basis van kwaliteit, vastgelegd in de woonvisies. Dat zou moeten leiden tot meer mogelijkheden voor gemeenten om te bouwen voor specifieke groepen als ouderen en starters; gemeenten zullen worden gevraagd zogenaamde bedrijvigheidsplannen te maken, waarin ze de ruimte voor bedrijvigheid aangeven en organiseren. De provincie geeft daarbij aan waar bedrijvigheid niet mag plaatshebben; gebiedsgericht werken wordt het nieuwe instrumentarium om het beleid integraler en meer van onderop te realiseren; de vitaliteit van de kleine kernen wordt ondersteund door het inrichten van een speciale subsidieregeling, vooral gericht op het behouden of realiseren van voorzieningen; vrijkomende agrarische bebouwing mag ruimer worden benut. Dat maakt onderdeel uit van de structuurversterking van de (niet-) agrarische bedrijvigheid.

23

Landsdeel Oost en de Euregio
Landsdeel Oost is een eenheid die een rol zou kunnen spelen in het bepalen van de Strategische Visie voor het Landelijk gebied. In het nieuwe collegeprogramma van GS wordt aan de samenwerking in landsdeelverband extra aandacht gegeven. Voor sommige sectoren is de samenwerking in Euregionaal verband van steeds meer belang. Dat zou in ieder geval moeten gelden voor de woningbouw, waar zoveel Nederlanders over de grens wensen te wonen maar van de Nederlandse voorzieningen gebruik blijven maken. In het algemeen neemt het belang en het gebruik van Duitse zorgvoorzieningen in het grensgebied toe, ondanks de vele problemen rond regelgeving. Om dit op te lossen bestaat het plan een Euregionaal servicecentrum Zorg te ontwikkelen.

24

3.

De relevante ontwikkelingen

Welke ontwikkelingen hebben we mee te maken die relevant zijn voor de landelijke gemeenten in Twente?

Demografische ontwikkeling
Het platteland vergrijst, daar is iedereen het over eens. In Twente is die vergrijzing sterker dan gemiddeld. Sommige gemeenten (Losser, Haaksbergen, Hof van Twente, Oldenzaal) zullen in de komende jaren een meer dan gemiddelde vergrijzing ervaren. Dat legt een grote druk op de voorzieningen in de gemeente, met name op woonvoorzieningen en zorgvoorzieningen, maar ook op de financiën (bv. de uitvoering van de WVG). Ouderen vormen steeds minder een homogene groep. De kloof tussen arme en rijke ouderen is dan ook groter aan het worden. De eerste groep behoort tot de meest kwetsbare onder de plattelandsbevolking, met meer gezondheidsproblemen, kans op vereenzaming, mobiliteitsproblemen en een beperkte bestedingsruimte om die problemen op te lossen. Vooral oudere, alleenstaande vrouwen behoren tot deze groep. Ontgroening en vergrijzing in Twente
vergrijzing Almelo Netwerkstad Borne

Wierden

Dinkelland

Twenterand

Enschede

Tubbergen

Haaksbergen

Rijssen-Holten

Hellendoorn

Oldenzaal Losser
grijs 95 grijs 00 grijs 05

Hengelo Hof van Twente
grijs 10 grijs 15 grijs 20

Bron: CBS, bewerking provincie Overijssel Toelichting: De vergrijzing is uitgedrukt in het verhoudingsgetal ‘grijze druk’; dit is de verhouding tussen het aantal personen van 65 jaar en ouder en dat van 20 - 65 jaar. Grijs 95, etc betekent de ‘grijze druk’ in 1995, etc. De berekeningen zijn op basis van ongewijzigd toekomstig beleid.

25

In de bovenstaande grafiek is te zien dat de vergrijzing toeneemt van 1995 tot 2020. Dat is op het platteland meer het geval dan in de steden en in sommige landelijke gemeenten meer dan in andere. Die ontwikkeling is een gevolg van de uitgangssituatie, de huidige bevolkingssamenstelling en het doorrekening van de demografische groei. Naast vergrijzing staat ontgroening, de teruggang in het aantal jongeren in het gebied. Dit is deels een gevolg van het teruglopend aantal kinderen per huishouden, maar vooral een gevolg van het wegtrekken van jongeren van het platteland, voor onderwijs, werkgelegenheid en woonruimte. Veel jongeren zijn ook meer geïnteresseerd in de stedelijke cultuur dan in de plattelandscultuur. Dit laatste geldt vooral voor hoger opgeleide jongeren. Op dit moment is het aandeel allochtone huishoudens op het platteland gering. De vraag is of dat zo blijft. Toename van deze groep verandert de bevolkingssamenstelling en vraagt om een ander sociaal beleid. Demografische ontwikkelingen zijn altijd het gevolg van twee bewegingen: het saldo van geboorte en sterfte, en dat van migratie. De eerste, natuurlijke beweging is niet beïnvloedbaar door de (locale) overheid; migratie tot op zekere hoogte wel. Door het loslaten van een nulbeleid waar het gaat om de groei van de landelijke gemeenten, ontstaat mogelijk iets minder uitgaande migratie. Overigens moet het effect daarvan op de leefbaarheid en vitaliteit in het landelijk gebied niet worden overschat.

Ruimtelijke beleid: de nota Ruimte
De maakbaarheid van de samenleving blijkt beperkt te zijn. Tenminste, dat is de algemene reactie op de inrichtingsplannen van Nederland die in de Vijfde Nota i.o. beschreven waren. Op dit moment werkt het Ministerie aan een aanpassing van dat beleid. Hoe dat eruit gaat zien is op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen. De stellingnamebrief geeft een aantal beleidslijnen weer die de opmaat moeten vormen voor de nota Ruimte (waarin de Vijfde Nota en het Structuurschema Groene Ruimte bijeengezet worden). Hieronder de belangrijkste punten voor de landelijke gemeenten: meer multifunctioneel gebruik van de ruimte is wenselijk; het platteland krijgt meer ruimte om tenminste de eigen bevolkingsgroei te kunnen opvangen; het aantal stringent beschermde gebieden moet afnemen, voor zover dat vanuit Europese regelgeving mogelijk is; het instrument van de rode contouren zal niet meer algemeen worden toegepast, maar alleen in specifieke situaties; omdat het platteland niet moet vollopen met verstedelijking, moeten de steden aantrekkelijker worden voor inwoners met midden- en hoge inkomens; er moet gereageerd worden op een gedifferentieerde vraag naar woonmilieus, voor alle groepen in de maatschappij; investeringen in wonen, werken en infrastructuur komen vooral in de stedelijke gebieden terecht, vanwege de steeds toenemende vraag; gemeenten hebben verder de verantwoordelijkheid om, binnen de kaders gesteld door de provincie, tegemoet te komen aan de woonwensen van de eigen bevolking. In het bijzonder dient aandacht te zijn voor senioren en starters op de woningmarkt; ook bepaalt de provincie het ruimtelijk beleid ten aanzien van bedrijventerreinen en bovenlokale voorzieningen; de gemeenten voeren het beleid uit. De nota Ruimte zal de provincies vragen met voorstellen te komen ten aanzien van de juiste balans tussen de stedelijke gebieden en de landelijke gebieden, waar het gaat om de bundeling van wonen en werken in de stedelijke gebieden en de behoefte aan ruimte op het platteland. De provincies kunnen dat alleen maar doen met de actieve deelname van de gemeenten.

26

Tenslotte zal het kabinet een ‘Nationale Agenda voor een Vitaal Platteland’ opstellen, waarin uitdrukking wordt gegeven aan de Europese koers om het landbouwbeleid te verbreden naar een beleid voor het platteland. Kortom: het ziet ernaar uit dat meer beleidsvrijheid ontstaat, maar ook nieuwe planningsopgaven als het gaat om het vitaal houden van het platteland, vooral ten aanzien van woningbouw en bedrijvigheid.

De kwaliteit van het platteland
Het landelijk gebied neemt in belang toe. Steeds minder vanwege de productie van voedsel op grote schaal, maar meer vanwege de brede maatschappelijke functie van de landbouw. Bovendien heeft het platteland een reserve aan ruimte, rust en stilte. Maar het platteland biedt ook ruraliteit: authenticiteit, culturele identiteit, sociale cohesie, kleinschalige gemeenschappen, persoonlijke banden tussen mensen, zelfvoorzienend vermogen, een ‘langzame’ cultuur. Twente lijkt uitstekend toegerust om een bijdrage te leveren aan deze nieuwe plattelandsfunctie. Maar dan moet er wel aandacht zijn voor de betaalbaarheid van het geheel, want het gaat vooral om de niet-commerciële functies en bijdragen. Minister Veerman, in een reactie op de nota ‘boeren, burgers en buitenlui’ van de Raad voor het Landelijk Gebied, zegt daarover het volgende: “Voor een vitaal platteland met een brede maatschappelijke functie en een hoge collectieve waarde is het nodig de planologische ruimte voor ontwikkelingen te vergroten en tegelijkertijd de kwaliteit van het landschap en de biodiversiteit te verbeteren. De rol van de grondgebonden landbouw als beheerder in het landelijk gebied zal worden versterkt. Om deze functie te kunnen vervullen zullen bedrijven zich, ook in combinatie met andere functies, moeten kunnen ontwikkelen.” Samengevat: de kwaliteit van het landelijk gebied, ook van Twente, moet worden beoordeeld op haar bijdrage aan de nieuwe vragen die erop afkomen. De identiteit van Twente - zoals kleinschaligheid, afwisseling, veel natuurlijke landschappen - lijkt die nieuwe behoeften te kunnen bedienen.

Maatschappelijke processen
Nauw verbonden met demografische ontwikkelingen spelen veranderingen in leefstijlen een toenemende rol op het platteland. Huishoudverdunning, individualisering, toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen en de groeiende behoefte om vrije tijd actief te vullen, vormen ontwikkelingen die vragen om beleidsveranderingen in het landelijk gebied. Nog stellen veel gemeenten dat hun inwoners sterk op elkaar betrokken zijn, dat naoberschap leeft en dat de vele sport- en andere verenigingen een uitdrukking zijn van de verbondenheid van bewoners met hun leefomgeving. Dat is ongetwijfeld waar, maar duidelijk is dat veranderingen op komst zijn. Stedelijke cultuur dringt via de media door in elke kern, consumptiepatronen veranderen en de wijze waarop mensen hun leven inrichten is steeds minder gebonden aan de plek waar zij wonen. De oriëntatie van bewoners is regionaal gericht, de actieradius groter dan ooit. De mobiliteit neemt toe en steeds minder vaak vinden wonen, werken en vrijetijdsbesteding plaats in dezelfde gemeente. Nog blijft de arbeidsparticipatie van vrouwen in Twente achter bij het landelijk gemiddelde. De norm om zelf voor kinderen, gezin en huishouden te zorgen is op het platteland van Twente sterk ontwikkeld. Toch zal dat in de komende jaren veranderen. Omdat vrouwen hun opleiding willen benutten op de arbeidsmarkt, omdat het inkomen van vrouwen steeds belangrijker wordt voor het gezin (en ook voor het agrarische bedrijf) en omdat de arbeidsmarkt onder invloed van bovengenoemde demografische ontwikkelingen vrouwen structureel nodig zal hebben. De invloed van de toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen is groot: zowel economisch als sociaal. De bestedingsruimte voor gezinnen neemt toe en het arbeidspotentieel waaruit geworven kan worden groter. De sociale gevolgen zijn waarschijnlijk nog groter en worden veelal in

27

de vorm van bedreigingen genoemd: de druk op de mantelzorg neemt toe, het aantal vrijwilligers neemt af en afbrokkeling van de sociale cohesie het resultaat. Arbeidsparticipatie van vrouwen is sociaal echter van groot belang, omdat het vrouwen financieel minder kwetsbaar maakt en hen een grotere rol in de samenleving geeft. Zeker is dat ook op het platteland het aantal vrouwen dat arbeid en zorg combineert in de komende jaren zal toenemen. Gemeenten realiseren zich dat voorzieningen voor kinderopvang, buiten- en tussenschoolse opvang verder moeten worden ontwikkeld. Een aantal gemeenten noemt hiervoor het concept van de brede school, dat overigens ook voor de ontwikkeling van de kinderen zelf interessant is. Andere voorzieningen die taakcombineerders kunnen ondersteunen, worden door gemeenten amper genoemd. Multifunctioneel gebruik van voorzieningen ligt daarbij voor de hand. En de formule van de Kulturhusen is voor gemeenten aantrekkelijk. Het lijkt dat ruimte komt in het beleid om onorthodoxe combinaties mogelijk te maken: een pinautomaat in de school, een woonzorgvoorziening voor ouderen met een café-voorziening voor het dorp, een maaltijd- en wasservice vanuit het verzorgingshuis, etc. Ook voor voorzieningen is het belangrijk om regionaal te denken. Naast een ontmoetingsplek in de buurt, zie je juist bij voorzieningen in toenemende mate regionalisering in het gebruik optreden. Niet de gemeentegrens, maar de afstand is bepalend voor de keuze in het gebruik van een voorziening - en de logica van de gebruiker die meerdere dingen op één dag moet doen: kinderopvang, school, werk, boodschappen, sporten of clubs, alles wordt zo goed/efficiënt mogelijk in een route ingepast. Bij voorzieningen dient onderscheid gemaakt te worden in zelfredzame, mobiele gebruikers en groepen die een beperkte actieradius hebben. De basisschool willen bewoners liefst vlakbij hebben en ouderen wonen graag in de buurt van de voorzieningen die zij nodig hebben.

Bestuurlijke processen
Het bestuur past zich aan: van planning naar ontwikkeling, van sectoraal naar integraal, van provinciaal naar gebiedsgericht. De moderne overheid geeft mogelijkheden voor ontwikkeling en is minder voorschrijvend. Ruimtelijke ordening is daarvan een goed voorbeeld. Maar het tegenovergestelde is ook wel merkbaar. De niet-gedogende overheid, die scherp toeziet op handhaving van bestemming en vergunning. Met andere woorden: er komen minder knellende kaders, maar de kaders die bestaan zullen strikt worden gehandhaafd. Bij de decentralisatie van besluitvorming van de nationale overheid en de provincie naar de gemeenten en (reconstructie-)gebieden, past geen generiek beleid: het beleid voor ontwikkeling en inrichting wordt steeds meer bepaald op basis van de specifieke situatie en de identiteit van het gebied. Dat sluit ook aan bij de wens om groepen interactief te betrekken. De structuur, het format voor de uitvoering van het beleid, wordt daarmee wel des te belangrijker. Denk aan afrekenbaarheid en verantwoording achteraf. Ook in Overijssel zal het gebiedsgericht werken belangrijker worden. De deelplannen reconstructie zijn daarbij voor Twente richtinggevend. Zoals al eerder is aangegeven, is de verwachting dat het gebiedsgericht werken in de toekomst meer beleidsterreinen zal gaan omvatten. Van de andere kant moet het doel van gebiedsgericht werken voor ogen worden gehouden: allereerst geldt de gebiedsgerichte aanpak voor bovenlokale problemen; daarnaast voor lokale vraagstukken, wanneer een gezamenlijke aanpak tot snellere en betere resultaten leidt, sneller en beter dan via sectoraal, provinciaal beleid.

28

Samenvatting Analyse
Inleiding
De Strategische Visie Landelijk gebied Twente wil antwoorden vinden op de vragen die er zijn in het landelijk gebied en een richting aangeven waarin het landelijk We moeten voorkomen dat we het gaan hebben over gebied als onderdeel van Twente ‘wij’ en ‘zij’ als het gaat om de landelijke gemeenten zich moet ontwikkelen. De enerzijds en de Netwerkstad anderzijds. Met name Strategische Visie is daarvoor een ook omdat de tegenstelling tussen stad en platteland eerste positiebepaling, die in de er vooral één is die op bestuurlijk niveau aanwezig is; komende tijd samen met de de bevolking zelf voelt dit helemaal niet zo. Netwerkstad concreet gemaakt (conclusies workshop 1) moet worden. Om tot gedragen uitspraken te komen over de toekomst, is het goed te weten waar landelijk Twente nu staat, welke beleidsontwikkeling nu gaande is en waarmee nu al rekening gehouden moet worden. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de analyse.

De stand van zaken in landelijk Twente
Alles overziende, komen we tot de volgende conclusies als het gaat om de huidige situatie in de landelijke gemeenten van Twente. We doen dat door de sterktes en de zwaktes te benoemen. Zoals zo vaak het geval is, kan een sterkte in een ander verband ook als een zwakte worden beschouwd, zoals het begrip identiteit. Bovendien is het moeilijk om de sterktes en zwaktes te benoemen van een eenheid die eigenlijk geen eenheid is, of wil zijn; namelijk de landelijke gemeenten van het grote geheel Twente.

29

N.B. Als we het hier hebben over Twente dan gaat het over de landelijke gemeenten van Twente en niet alleen het buitengebied van die gemeenten.

Sterk

zwak

Ruimtelijk

Bestuurlijk

Economisch

Sociaal

De groene ruimte staat onder druk door de ruimtedruk vanuit stedelijke functies en infrastructuur en door de intensivering van het ruimtegebruik door land bouw en andere vormen van bedrijvigheid. Landelijk Twente heeft geen betekenis Het landschap in Twente is afwissezonder de Twentse steden; (dat geldt lend en ‘natuurlijk’ omgekeerd ook) Vooral in het zuiden is de variatie in stedelijkheid en landelijkheid groot; in Noordoost-Twente neemt Oldenzaal een bijzondere positie in. Twente doet weinig met de grensligGrensligging ging De Twentse steden denken het zelf af te kunnen: ze wijzen allemaal op de groene woonomgeving binnen hun eigen grondgebied De ontwikkeling van de Netwerkstad Noodzaak om in Twents verband te krijgt op dit moment alle aandacht, opereren wordt gevoeld niet de Twentse samenwerking Twente heeft een door iedereen erkende en gevoelde identiteit De natuurlijke tendens is dat de proEen sterk bestuurlijk netwerk tussen vincie Overijssel de steden en/of de gemeenten en provincie landelijke gemeenten steunt en niet Twente als een regio. De bestuurlijke samenwerking komt De gemeenten hebben door de langzaam tot stand herindeling allen voldoende schaal om mee te doen Woningbouwprogrammering en programmering bedrijventerreinen worden op Twents niveau (stad niet-stad) geregeld Twente heeft een sterke, traditionele De traditionele werkgelegenheidssectoren zijn kwetsbaar werkgelegenheidsbasis, bestaande uit traditionele sectoren (landbouw, bouw en kleinschalige maakindustrie) Transport en distributie zijn sterk Dienstverlening blijft in het algemeen ontwikkeld achter bij ontwikkelingen elders. Innovatie komt vanuit de bedrijven Geen grote systeeminnovatieve veranzelf deringen te verwachten De Twentenaar is hardwerkend, Weinig verbinding tussen de betrouwbaar (gewenste) kennissector in de Twentse steden en de landelijke gemeenten Een MBO arbeidsmarkt Geen behoud van hoger opgeleiden De Twentenaar is betrokken op De Twentenaar is honkvast en er is de gemeenschap, georganiseerd soms wel erg veel wij-gevoel. Voorzieningenstructuur wordt Relatief sterke vergrijzing in het over het algemeen nog als landelijk gebied voldoende beschouwd.

De kwaliteit van de groene ruimte wordt alom hoog gewaardeerd.

30

Huidige beleid
Nieuw, bovengemeentelijk beleid zoals de Strategische Visie voor het Landelijk gebied Twente, heeft altijd te maken met verschillende invloeden: Wat zijn de opvattingen van de gemeenten die meedoen, over nieuwe beleidsafspraken die betrekking hebben op aspecten die de competentie of het grondgebied van de individuele gemeenten overstijgen – waar dus sprake is van intergemeentelijke samenwerking of afspraken? Ten tweede, met welk beleid dat op een hoger niveau dan de intergemeentelijke samenwerking wordt vastgesteld, moeten de nieuwe beleidsuitgangspunten rekening houden? De volgende oriëntaties en thema’s komen meer dan andere naar voren als we kijken naar het gemeentelijke beleid: Versterken van de centrumfuncties van de belangrijkste kernen om de aantrekkelijkheid voor de eigen bewoners en de bezoekers – liefst meer dan nu het geval is – te vergroten. Zoeken naar nieuwe economische dragers en het overeind houden van de economische vitaliteit van de gemeenten en specifiek het buitengebied. Toerisme en recreatie als nieuwe motor voor het platteland. Het leven in landelijk Twente is goed: de beleving van welvaart en welzijn is hoog; veiligheid heeft veel aandacht. De inzet van gemeenten is sterk gericht op het vasthouden en versterken van deze hoge sociale kwaliteit en het verbeteren van de situatie van specifieke groepen en op het versterken van leefbaarheid in het algemeen. Denken in netwerken, op regionale schaal, of in grotere verbanden komt niet sterk naar voren. Het gaat allereerst om de eigen gemeente, eventueel in directe relatie met de buurgemeente(n). In procesmatige zin is in het gemeentelijke beleid vooral aandacht voor kwaliteit en kwaliteitszorg, betrokkenheid van burgers, decentralisatie, bestemmen in plaats van gedogen, beleidsruimte voor vernieuwing, ontwikkelen in plaats van stilstaan. Uitgaande van het veelvuldig verwijzen naar het specifieke van Twente, kiest iedere gemeente toch vergelijkbare instrumenten om de economie vitaal te houden en de leefbaarheid te vergroten. Het lijkt erop dat er een goede gelegenheid zou moeten zijn om schaalvoordelen te behalen door gezamenlijk beleid en uitvoering. In Twente is veel samenwerking, op verschillende niveaus en met een geheel verschillend oogmerk. Gemeenten kiezen voor strategische allianties waar dat passend is. Het lijkt dat op die terreinen het effect van de samenwerking groter is naarmate de samenwerking beperkter van schaal is en ingegeven is door een gevoeld direct belang. Op het niveau van de regio Twente zijn er een aantal beleidsterreinen waarop gezamenlijkheid wenselijk is. De meest in het oog springende is de sector van de recreatie en toerisme. Samenwerking tussen de landelijke gemeenten van Twente is geen natuurlijk samenwerkingsverband maar dient desalniettemin een belangrijk doel: gezamenlijke positiebepaling en probleemverkenning voor het landelijk gebied. Het is daarmee wel een tijdelijke constructie. In landelijk Twente beweegt veel. Veel van de beleidsontwikkeling is gebiedsgericht en soms overstijgt het de afzonderlijke sectoren. De uitvoering van het reconstructieplan is een voorbeeld van een meer integrale aanpak van problemen en oplossingen. Wat verder opvalt is de variatie van beleidsniveaus. Twente is inderdaad een bijzonder gebied: er is een kaderwetgebied Regio Twente, recent werken de drie steden (en Borne) samen in het verband van de Netwerkstad Twente en nu deze Strategische Visie Landelijk gebied Twente. Deze kan slechts een tijdelijke zaak dienen en mag niet leiden tot het verscherpen van de (Netwerk-) stad - land tegenstelling. Zo snel mogelijk moet het gaan om geheel Twente.

31

Tenslotte, Twente zou gebaat zijn met een langere periode van bestuurlijke stabiliteit. Uit de verschillende gesprekken met gemeentelijke bestuurders blijkt dat zij meer dan eerder, vertrouwen hebben in de Twentse zaak en daar samen de schouders onder willen zetten.

Relevante ontwikkelingen
Voor de uitwerking van de Strategische Visie moeten we met een aantal ontwikkelingen rekenen. Daarvan zijn de belangrijkste: 1. De vergrijzing op het platteland in Twente is viervoudig: er komen absoluut meer ouderen, er is nu al een grijzer contingent in het landelijke gebied, jongeren trekken weg en het platteland zeker in Twente waar iedereen graag ’s avonds terugkomt – is extra aantrekkelijk voor ouderen. Dat heeft grote gevolgen voor de toekomst: voorzieningen, woningbouw, bereikbaarheid en economische dynamiek, alles heeft daarmee te maken. Het houdt opdrachten in, maar heeft ook mogelijkheden. Het platteland gaat meer van het slot. Alles wijst erop dat een nieuw ruimtelijk beleid vanuit Den Haag en Zwolle, meer ruimte gaat geven aan het landelijk gebied om binnen misschien iets minder knellende kaders, de vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied te versterken: weg contingenten en rode contouren, meer opstellen van woonvisies, bedrijvigheidsplannen waarin de gemeenten de noodzaak aan extra woningbouw en bedrijfsruimte kunnen aangeven. Om die plannen te kunnen opstellen is regionale samenwerking nodig. Ook de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied staat hoog op de agenda: het landelijk gebied, vooral het buitengebied moet in de toekomst alles kunnen bieden: ruimte, rust, natuur, dynamiek. De landbouw, die zich zeker in Twente nog maar voor een deel volledig zal kunnen richten op voedselproductie, zal meer en meer een functie krijgen in het nieuwe landelijke gebied. Belangrijk daarbij is de steeds luider gestelde vraag naar financiering van de nieuwe landbouwtaken. Hoe maken we van het landschap een economisch goed? Hoe kunnen we het betalen? De sociale kwaliteit van Twente is hoog. Daar zal in de komende jaren een flink beroep op worden gedaan. Want ook in Twente zullen de individualisering en alle maatschappelijke processen zoals die zich nu in de steden afspelen, het platteland bereiken. Als we daarbij ook de gevolgen betrekken van de demografische ontwikkeling, dan zal een groot beroep gedaan worden op de vrijwilligers, het noaberschap en het vermogen concrete oplossingen te vinden voor het behoud van voorzieningen en het versterken van de leefbaarheid. Tenslotte wijzen we op de recente bestuurlijke ontwikkelingen. Allereerst de gemeentelijke herindeling, waardoor de capaciteit en het bestuurlijke vermogen bij de gemeenten vergroot is. Dan de dualisering: daardoor ontstaat aan de ene kant een grotere keuze- en beleidsvrijheid voor de bestuurders; aan de andere kant is er behoefte bij de bestuurders om meer en eerder ‘bestuurlijke’ dekking te zoeken bij de raad. Of dat uiteindelijk zal leiden tot een makkelijker samenwerking tussen gemeenten - waarvan de eigen gemeente ook voordeel kan hebben - of een sterkere betrokkenheid op de eigen gemeente, is op dit moment niet te voorspellen. Een andere bestuurlijke ontwikkeling is de grotere nadruk op regionale samenwerking. De reconstructie is een voorbeeld van zo’n regionale samenwerking op gebiedsniveau. Onderdeel van gebiedsgericht werken is: een integrale aanpak van problemen (FSE), bestuurlijke samenwerking op een passend niveau, betrokkenheid van burgers en organisaties en de bereidheid om afgerekend te worden op prestatie en resultaat. Voor Twente zal een belangrijke opgave liggen op het terrein van bestuurlijke samenwerking.

2.

3.

4.

5.

32

B.

Bestuurlijke agenda

33

4.

Nieuwe denklijnen

De Strategische Visie Landelijk gebied Twente verandert vanaf dit punt van toon. Ging het tot nu toe over het gebied, hoe het ervoor staat en waaraan gewerkt wordt - in de laatste twee hoofdstukken beschrijven we wat wij als bestuurders zullen ondernemen om de mogelijkheden die landelijk Twente biedt en die landelijk Twente als onderdeel van geheel Twente heeft, ten volle te benutten. Wij, bestuurders van de landelijke gemeenten, zijn vanaf nu aan het woord. Vanuit de discussies, analyses, stukken en beleidslijnen leiden we drie principes af die de ontwikkeling van landelijk Twente moeten bepalen. Zij zullen richting gaan geven aan onze behoefte aan samenwerking tussen de landelijke gemeenten onderling en in tweede instantie met de Netwerkstad. Dat zijn de volgende principes: We werken vanuit de eigen vraag. Wij willen bij woningbouw en bedrijvigheid tenminste de autonome groei (in kwalitatief en kwantitatief opzicht) binnen onze eigen gemeenten kunnen opvangen. Wij zien dat als antwoord op de veranderingen in het landelijk gebied zelf, die dreigen te resulteren in een teruggang in vitaliteit en leefbaarheid. Wij maken daarbij een goede afweging, om de gewenste rust en openheid in het landelijk gebied te behouden. We werken vanuit de eigen kwaliteit Landelijk Twente kent een verscheidenheid aan landschappen, bewoning en activiteiten. Het lijkt erop dat iedere gemeente die verscheidenheid van Twente binnen haar grenzen wil behouden en zelfs versterken: elke gemeente wil graag ‘compleet’ zijn. Wij realiseren ons echter dat ook in het landelijk gebied sprake moet zijn van een elkaar versterkend, complementerend netwerk van kleine steden, dorpen en buurtschappen, allen met een eigen, specifieke kwaliteit. Wij willen het landelijk gebied ontwikkelen als een landelijk netwerk, een ‘Netwerkland’. We werken tegelijk aan het bestuurlijke proces en aan inhoudelijke zaken Twente laat zich voorstaan op z’n noaberschap, op z’n Twentse netwerken. Bestuurlijk zetten wij in op versterking van onze bestuurlijke netwerken en de kansen die dat oplevert. Daarbij komt dat we als Twentenaar praktisch zijn: niet teveel praten maar aan de slag, concreet uitwerken, niet teveel pretenties. Het bestuurlijk proces, - met andere woorden: hoe pakken we de zaken op, wat is het doel en de lijn die we aan houden - krijgt voortaan onze volle aandacht.

-

-

We denken dat we, door vanuit deze drie principes te werken, veel effectiever zullen zijn en ook met de Netwerkstad tot een goede samenwerking kunnen komen. Deze drie principes werken we hieronder uit. Werken vanuit de eigen vraag De ontwikkeling van het landelijk gebied moet volgens ons, de bestuurders van de landelijke gemeenten, worden afgeleid van de vraag van de bewoners en gebruikers van het gebied. Uit de gesprekken en de analyses blijkt dat de vraag vanuit het landelijk gebied weliswaar verschillend wordt beschreven, maar op het volgende neerkomt.

34

Voldoen aan de eigen vraag betekent: 1. in ieder geval, de compensatie in de achteruitgang van bedrijvigheid en vitaliteit ontstaan door de economische en sociale veranderingen in het landelijke gebied; 2. daarnaast, de mogelijkheid om de autonome groei van bedrijvigheid en de behoefte aan bewoning voor specifieke groepen op te kunnen vangen; 3. en zo mogelijk extra economische initiatieven voor relatief achtergebleven gebieden. Ten aanzien van de bedrijvigheid betekent het uitgaan van de eigen vraag, dat we in de op te stellen bedrijvigheidsplannen (zie hoofdstuk 5) een aantal zaken nader zullen moeten bepalen: - Waar moet bedrijvigheid plaatsvinden? - bij de hoofdkernen per gemeente of bij meer kernen in de gemeente; - concentratie in de kernen en de kernranden; - het ‘invullen’ van de concentratie van bedrijvigheid in sommige lintbebouwing; - het bieden van meer mogelijkheden om “in vrijkomende agrarische bebouwing (…) kleinschalige economische activiteiten te verrichten”; dit in lijn met het reconstructieplan en het onderhandelingsakkoord voor het huidige collegeprogramma Overijssel. - Welke bijdrage levert de bedrijvigheid aan de vitaliteit en leefbaarheid van de gemeente? Antwoord op deze vraag is ook nodig om te kunnen beslissen tot hoever de autonome groei van bedrijven opgevangen kan en moet worden ter plaatse, in de gemeente, of naar elders zal moeten uitwijken. - Of en in welke mate sommige gebieden een extra stimulans nodig hebben ter versterking van leefbaarheid en vitaliteit. We realiseren ons dat we door het vinden van een betere balans in en combinatie van wonen en werken, hoe beperkt van schaal ook, bijdragen aan het terugdringen van de mobiliteit, een probleem dat ook in het landelijk gebied tot steeds meer knelpunten leidt. Ook op het gebied van woningbouw willen we voldoen aan de vraag van de eigen bevolking naar kwalitatief en kwantitatief passende huisvesting. Dat betekent dat we in de gemeentelijke en straks regionale woonvisies vastleggen welke groepen speciaal bediend zouden moeten worden om aan de veranderende woonvraag tegemoet te komen. Die groepen zijn allereerst starters op de woningmarkt en de toenemende groep senioren die in de landelijke gemeente willen blijven wonen. Daarnaast vormen jonge gezinnen met name voor het behoud van leefbaarheid een essentiële groep. Door te zorgen voor een goede doorstroming op de woningmarkt moet de woonsituatie voor die groepen worden veiliggesteld. Verder realiseren we ons dat we als landelijke gemeenten ook een opgave hebben bij het bouwen voor sociaal zwakkere groepen. Wij trekken de conclusie dat onze problemen op het gebied van wonen grote overeenkomst hebben met de problemen van de steden in Twente. Des te belangrijker achten wij het ontwikkelen van een integrale woonvisie als middel om de woonplannen voor geheel Twente, beter af te kunnen stemmen. De invulling van deze extra woonvraag zal niet leiden tot een onnodige aantasting van de groene, open ruimte. Wij zullen de groene contouren bij onze kernen zorgvuldig bewaken. Een goede balans tussen bebouwing en open ruimte is van groot belang voor de kwaliteit van ons gebied. Ons uitgangspunt is dan ook dat woningbouw, indien mogelijk, gerealiseerd dient te worden door inbreiding. Tenslotte spreken we uit dat we vernieuwend te werk gaan: we willen investeren in nieuwe plattelandsarchitectuur en nieuwe beeldkwaliteit. Daarbij betrekken we de cultuurhistorische waarden. De ontwerpende benadering zal grondslag zijn voor ons handelen.

35

Op het gebied van leefbaarheid betekent het voldoen aan de vraag in het landelijk gebied voor ons: • Waar mogelijk veiligstellen van een adequate voorzieningenstructuur in de kernen in het landelijk gebied. Dat moet plaatsvinden door het combineren van voorzieningen, een groter gebruik van ICT voorzieningen en het behoud en de versterking van de inzet van vrijwilligers, het ‘product’ dat in Twente (nog) ruim voorradig is. • Extra aandacht moet er zijn voor de toenemende vraag naar zorg, aangepast aan het plattelandsmilieu. • Het versterken van het openbaar vervoer door ‘het verbeteren van de aansluiting tussen verschillende vormen van (vraagafhankelijk collectief) openbaar vervoer’, is een opgave om specifieke groepen op het platteland te bedienen. We sluiten daarbij aan bij het nieuwe GS programma.

Werken vanuit eigen kwaliteit
het mozaïk van twente: schering en inslag

In Twente hebben we het druk met onze eigen Twentse identiteit. Wat zijn de kwaliteiten van Twente? Hoe zouden die te gebruiken zijn in de promotie van de regio? De identiteit van een gebied kan inderdaad een belangrijke bindende en stimulerende factor zijn. In Twente zou dat zeker het geval moeten zijn. De Twentenaar identificeert zich in sterke mate met Twente: hij/zij kent de grens van Twente precies, kent de eigenschappen en is daar positief over en is bovendien in staat de mindere kanten ervan te vergoelijken, zeker naar buiten toe.

We wezen eerder op de belangrijkste eigenschappen, zoals het noaberschap, de betrokkenheid op het eigen gebied, de praktische instelling en de grote verscheidenheid, uitgedrukt in het Twentse mozaïek: kenmerkend is de grote mate van diversiteit in landschap, stedelijkheid, sociale verbanden en in economische activiteiten. De kwaliteit van Twente maakt gebruik van een van de belangrijkste Twentse identiteitskenmerken: diversiteit. Dat is een belangrijk te koesteren kenmerk van de identiteit van Twente: in een betrekkelijk klein gebied bestaat een variatie aan verschillende kleinschalige landschappen, buurtschappen en economische bedrijvigheid. Maar diversiteit wordt nog interessanter in regionale ontwikkelingstermen, als de onderdelen samen meer uitmaken dan de delen afzonderlijk. Hoe kunnen de verschillende soorten bedrijvigheid, variërend van de bouwnijverheid, de transportsector, de maakindustrie in de steden, samen de economische positie van Twente veilig stellen en versterken? Om die complementariteit te benutten moet bekend zijn wat de onderdelen bijdragen en dus het totaal oplevert. Wij, bestuurders, maken keuzes welke onderdelen we extra zouden willen versterken, waarin we willen investeren en waarin we minder energie steken. Tenslotte: we kunnen de diversiteit pas uitbuiten als we de verschillende onderdelen, sectoren en aspecten gezamenlijk - in het verband van Twente - exploiteren.

36

De kwaliteit van Twente zouden we in de onderstaande formule kunnen uitdrukken.

Kwaliteit van Twente = Diversiteit x Complementariteit x Samenwerking
Diversiteit: zorg ervoor dat de verschillen groot zijn. Mensen zijn divers, doelgroepen hebben verschillende wensen, verrassing moet groot zijn. Geen eenvormigheid. Twente heeft die diversiteit in zich. Complementariteit: De onderdelen moeten elkaar aanvullen en het totaal kan dan meer bieden dan de afzonderlijke onderdelen. Dat is de essentie van de Netwerkstad en zou ook de essentie moeten zijn van de relatie tussen de Netwerkstad en de landelijke gemeenten, en tussen de landelijke gemeenten onderling waar dat functioneel en nodig is. Twente als een Netwerkland. Samenwerking: dat betekent dat de kwaliteit nog meer toeneemt als je nagaat op welk terrein complementariteit moet worden nagestreefd en gerealiseerd. Begin bij simpele zaken, tussen een paar partners, pak de meest urgente zaken aan. Samenwerking betekent ook dat je besluiten neemt.

Wat betekent een dergelijke benadering concreet? We noemen een aantal terreinen. Recreatie en toerisme R&T is een belangrijke sector in Twente. Voor het landelijk gebied zou het een belangrijke nieuwe economische drager moeten worden. Tegelijkertijd is er veel onduidelijkheid over de feitelijke kracht en opbrengst van de sector. Eerder gaven we al aan dat uit de gemeentelijke R&T plannen blijkt dat we als gemeenten allemaal inzetten op de R&T sector en dat we dat allemaal op een vergelijkbare manier doen. Samenwerking bestaat en groeit binnen de sector, maar die is voorlopig nog erg ‘opgedeeld’. Juist de R&T sector is gediend bij de formule ‘kwaliteit = diversiteit x complementariteit x samenwerking’. De recreant en toerist wil een divers aanbod, vaak zelfs met een afwisseling van druk en rustig, lawaaierig en stil, groot en klein, sjiek en minder sjiek. Dat aanbod is in één gemeente alleen niet te realiseren. Willen we als landelijk Twente ons toeristisch product versterken, dan moet we één complementair aanbod ontwikkelen. Natuur en landschap Ten aanzien van natuur en landschap is het niet anders. Ook daar mag verschil zijn. Open en gesloten landschappen, nat en droog, verschillende landschapstypen; samen bepalen ze de schoonheid van Twente. De uitdaging is daar gezamenlijk aan te werken: het betekent dat we keuzes zullen maken waar we wat toestaan, waar we wat willen versterken. De reconstructieplannen leveren daarvoor het handvat. Leefbaarheid Uitgaande van de wens om de leefbaarheid in het gebied te versterken, streven we er als gemeenten allemaal naar om over een zo compleet mogelijk pakket aan voorzieningen te beschikken. Van de andere kant weten we ook dat het niet mogelijk is om in iedere kern alle voorzieningen te behouden, hoe multifunctioneel we daar ook mee omgaan. Het is dus nodig na te gaan hoe in een breder gebied tegemoet gekomen kan worden aan de behoefte van de bewoners aan voorzieningen: dat betekent differentiëren tussen kernen in onze gemeenten en tussen de gemeenten onderling. Zo gebeurt het overigens ook voor geheel Twente, in de verhouding tussen de steden en de overige kernen.

-

-

37

Werken vanuit de eigen kwaliteit betekent dat we keuzes moeten maken. De ene gemeente zal ervoor kiezen om de R&T sector, meer dan andere sectoren, te versterken. De andere gemeente zal meer willen inzetten op het versterken van verbrede landbouwactiviteiten; weer een andere zal meer accent willen geven aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied. We realiseren ons dat die differentiatie tot problemen kan leiden waar het gaat om de acceptatie op het gemeentelijk niveau: wij geen zwembad, zij wel! Een tweede probleem is dat het maken van keuzes ook moeilijk te realiseren is omdat sommige activiteiten en investeringen nu eenmaal meer opbrengen dan andere. Het ontwikkelen en beheren van natuur kost voortdurend geld, de exploitatie van een zwembad is zelden kostendekkend. De aanleg van een bedrijventerrein daarentegen genereert extra inkomen, het ontwikkelen van rood-voor-rood/ rood-voor-groen/rood-voor-blauw kavels moet extra inkomen kunnen opleveren. Indien we echt willen werken vanuit de nieuwe formule ‘kwaliteit = diversiteit x complementariteit x samenwerking’ dan zullen we op enig moment en op enige schaal een financierings- en organisatiemodel moeten ontwikkelen, om de onbalans in regionale investeringen te kunnen compenseren. Een uitdaging die we willen oppakken.

Werken aan het bestuurlijke proces en aan de inhoud gezamenlijk
Omdat het bestuurlijke proces in het verleden nog wel eens moeizaam verlopen is, willen we benadrukken dat deze strategische visie geschreven is vanuit de overtuiging dat bestuurlijke samenwerking noodzakelijk is voor een goede sociale en economische ontwikkeling van onze regio. Wij zijn in Twente ook praktisch ingesteld. Dat betekent dat we het niet willen hebben over het bestuurlijke proces als proces, maar dat het er om gaat om iets gedaan te krijgen. We willen dus stilstaan bij de bestuurlijke manier waarop we in Twente zaken voor elkaar kunnen krijgen. Wij vertrouwen erop dat de bereidheid om te komen tot effectieve vormen van samenwerking weerklank zal vinden in het gebied en de bestuurlijke kracht van de regio zal vergroten. Een aantal onderwerpen die we zullen tegenkomen bij de grotere aandacht voor de bestuurlijke processen, zijn: We willen weten waar een gezamenlijke aanpak toe moet leiden en welke stappen daarvoor nodig zijn: het proces moet vooraf duidelijk en geaccepteerd zijn. Begin bij het begin. We moeten weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit en op grond daarvan de onderlinge beelden bijstellen. De conclusies naar aanleiding van ‘het rondje van Kok en Goudt’, wezen ons allen op de bestaande vooroordelen (zie pagina 7). We werken vanuit onderling vertrouwen: we dragen samen zorg voor de uitvoering van genomen besluiten en houden ons aan de afspraken die we daarover maken. We moeten gewoon goed communiceren: luisteren is ook een kwaliteit. We werken op het juiste schaalniveau en met de juiste partners samen: zoeken naar strategische allianties. In het schema hieronder is de huidige situatie (links) aangegeven en de situatie die we zouden willen bereiken (rechts). Bestuurlijke samenwerking is soms verplicht (het maken van een gezamenlijke woonvisie, platformoverleg bedrijventerreinen), is soms niet nodig of zelfs contraproductief, omdat het op het niveau van de gemeente sneller en efficiënter kan. Maar is steeds vaker wenselijk. We stellen ons voor dat we in het kader van de Strategische Visie in toenemende mate het gebied waarop samenwerking wenselijk is vergroten, ten koste van het gebied ‘dat doen we zelf’ of ‘het verplichte deel’.

38

doen we zelf

wenselijk verplicht

huidige situatie

gewenste situatie

Dat klinkt allemaal nog erg abstract. Het wordt pas zinvol als we de inhoud erbij betrekken. Daarom zullen we nader bepalen op welk niveau bestuurlijke samenwerking (= strategische allianties) kan plaatshebben om op een bepaald terrein maximaal effect te hebben.

De KISS studie waarin de bestuurlijke samenwerking tussen Almelo en de omringende landelijke gemeenten aan de orde komt, benoemt de volgende terreinen tot kansrijk om te ‘werken vanuit inhoud en proces’ het verder uitwerken van een Strategische Visie, resp. Regionaal Structuurplan Twente samen met de Netwerkstad; het uitwerken van een R&T plan voor Twente; het maken van een regionale woonvisie; de ontwikkeling van stadsranden; infrastructuur en (openbaar) vervoer; welzijn en zorg. In het volgende hoofdstuk zullen we komen tot concrete opgaven.

39

5.

Opgaven voor de landelijke gemeenten Twente

In dit laatste hoofdstuk van de Strategische Visie geven we aan hoe we de nieuwe denklijnen in de praktijk willen brengen. We willen als landelijke gemeenten een programma afspreken waarin we soms met zijn allen, soms met een aantal gemeenten, soms met de Netwerksteden erbij aan de ontwikkeling van het landelijk gebied willen werken. Daarbij kiezen we thema’s waarvan er enkele verplicht zijn, denk aan het op te stellen Regionaal Structuurplan Twente. Andere thema’s versterken de opgave die we al hebben zoals in het kader van de deelplannen reconstructie; weer andere vinden we vanwege de ontwikkeling van het landelijk gebied van essentieel belang. Hieronder hebben we de thema’s beschreven die naar onze mening een vertaling zijn van de analyse van de problemen van landelijk Twente en van de nieuwe denklijnen die voortvloeien uit de vastgestelde drie principes: werken vanuit eigen vraag, werken vanuit eigen kwaliteit en aandacht voor proces én inhoud gezamenlijk. Daarbij beseffen we dat deze lijst thema’s niet limitatief is en de thema’s vormen onderwerp van discussie. We stellen ons de te volgen aanpak zó voor. De onderstaande thema’s worden door ons geadopteerd. Dat betekent dat één gemeente, een paar gemeenten samen, alle landelijke gemeenten en/of de Regio als representant van de gemeenten, de verantwoordelijkheid op zich nemen om het gekozen thema verder uit te werken. Onder adopteren verstaan we, ervoor zorgen dat het thema handen en voeten krijgt. Dat betekent het thema uitwerken als een project, met doelen, activiteiten en een uitvoeringsprogramma, waarbij ook de financiering geregeld is. Van groot belang daarbij is dat de thema’s door de gemeenten ook in de breedte gedragen worden. We nodigen met nadruk de bestuurlijke gremia van de onderscheiden gemeenten, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld uit om mee te doen aan de meningsvorming over deze thema’s, ze aan te vullen of te amenderen. Juist de gezamenlijke notie en de wetenschap dat het landelijk gebied in de komende tijd voor grote opgaven staat, vraagt om zo’n gezamenlijke benadering. Het cement, de rode draad tussen alle thema’s wordt gevormd door het overkoepelend programma Rurale OntwikkelingsStrategie Twente (ROS). We noemen dat het Twentse ROS In het kader hieronder is eerst het overkoepelde programma ROS beschreven. Project Rurale OntwikkelingsStrategie Twente (ROS)

Opdrachtgever: Landelijke gemeenten Twente, gedelegeerd aan de Regio Twente Uitvoering Wisselende verantwoordelijkheid, vooral vanwege de autonomie van de gemeenten om de uitwerking van de thema’s ter hand te nemen. Er is immers geen enkele wettelijke verplichting, slechts een gevoelde noodzaak. Stappen: Vaststellen thema’s: verder uitwerken voorstellen van de thema’s zoals hier onder aangegeven. Keuze van gemeenten en de regio om een thema te adopteren Opdrachtbeschrijving en gedetailleerde planning voor de uitvoering van het thema. Monitoring voortgang, rapportage thema’s in informele Regioraad. Realisatie De financiering van de uitvoering verschilt per thema. Er is per thema een basisbedrag beschikbaar voor initiële uitwerking. Daarna hangt het van de partners af om financiering te vinden.

40

Thema’s 1.
Doel:

Van Strategische Visie Landelijk gebied en Strategische Visie Netwerkstad naar een Regionaal Structuurplan Twente
Overeenstemming bereiken over Strategische Visie Landelijk gebied Twente op niveau van de regio (Regioraad) en deelnemende gemeenten (B&W en gemeenteraden); Inbrengen Visie in het op te stellen regionaal Structuurplan Twente samen met de Netwerkstad; visie vormt ‘eerste’ hoofdstuk; Uitwerken opdrachtomschrijving voor een Regionaal Structuurplan Twente. Opdracht aan de Regio Twente Kaderwetverplichting Regio Twente om een Regionaal Structuurplan Twente te maken; facetnota’s zoals REOP, RVVP, etc; realiseren als onderdeel van INTERREG project URBAL. • acceptatie van Strategische Visie door betrokken partijen en de Provincie • afspreken traject: committering aan opzet, aanpak en te verwachten resultaten • Regionaal Structuurplan Twente eindigt met een aantal gezamenlijke projecten Regio Twente, stuurgroep vanuit landelijke gemeenten

Uitvoering via: Relatie met:

Criteria voor succes:

Geadopteerd door:

2.
Doel:

Een aanvalsplan voor R&T Twente
Opstellen van een R&T plan voor Twente, met als onderdelen: - ‘branding’ Twente: vaststellen R&T identiteit van Twente, eventueel samen met andere gebieden; visievorming; - een samenwerkingsstructuur voor R&T Twente; - innovatieve actieplannen, ook gerelateerd aan de deelplannen reconstructie. Strategische conferentie, manifestatie Actielijnen vaststellen, prioritering opgave vanuit deelplannen reconstructie inzet bestuurscommissie R&T bij regio Twente ‘bezorgdheid’ bij gemeenten, de (regio-)VVV’s, regio Twente, GOBT en Provincie • R&T identiteit is vastgesteld • één beleidsontwikkeling voor Twente • overleg en sturing voor geheel Twente

Uitvoering via: Relatie met:

Criteria voor succes:

Geadopteerd door:

3.
Doel:

Vaststellen waarden van het landelijk gebied
Analyseren waarden van de verschillende sectoren in het landelijk gebied in ruimtelijke, sociale en economische termen; Tot economische waarde brengen van landschap en natuur onderzoek in landelijke gemeenten resultaten pilot Twickel rood-voor-groen Uitspraken over verdiencapaciteit in het landelijk gebied Een beloning voor het onderhoud en beheer, en de vermarkting van de groene ruimte

Uitvoering via: Relatie met: Criteria voor succes:

Geadopteerd door:

41

4.
Doel:

Naar een systeem voor verevening
Uitwerken en eigen maken formule Kwaliteit = Diversiteit x Complementariteit x Samenwerking; Uitdenken en opzetten van een structuur voor verevening. Bepalen ‘politieke’ haalbaarheid en komen tot prioritering; Uittesten op deelgebied, daartoe aanmelden als pilot bij VROM Betrekken expertise derden, zoals U.T. KISS programma bestuurlijke samenwerking Almelo met ommeland rood-voor-rood Voor de volgende collegeperiode (gemeenteraden) zijn de gemeenten in staat om de zwaartepunten aan te geven.

Uitvoering via:

Relatie met: Criteria voor succes: Geadopteerd door:

5.
Doel:

Innovatie landelijk gebied Twente
Vaststellen van prioritaire gebieden waarop innovatie wenselijk is; Voorbeelden van thema’s zijn zorg, ruimtelijke kwaliteit, nieuwe landschappen, ‘broedplaatsen’ voor startende ondernemers, nieuwe sociale verbanden; Vergroten innovatievermogen in het landelijk gebied op sociaal en economische gebied om te komen tot vernieuwing. Experimenten realiseren, creatieve ontwerpateliers Fondsvorming, inrichten van een innovatieplatform; Nieuwe partners, samenwerking met UT Gebruik van stedelijke deskundigheid en ervaring op het gebied van innovatieve probleemoplossingen; Uitvoeringsprogramma reconstructie ‘Proeftuin Twente’ krijgt een innovatief vervolg met tenminste twee pilots. Stedelijke innovatiedeskundigheid komt beschikbaar op het platteland.

Uitvoering via:

Relatie met Criteria voor succes: Geadopteerd door:

6.
Doel:

Twente grensregio
Versterken relaties in het grensgebied van Twente en Duitsland, op het terrein van huisvesting, bedrijventerreinen, R&T en bestuurlijke relaties; Versterken relatie met Oost-Nederland; daarbij gaat het om het vaststellen van gezamenlijke belangen en mogelijkheden; Gebruik maken van Euregionale financiering voor pilots in Twents-Duitse samenwerking; Provinciaal beleid oppakken; Een ontwerpwedstrijd voor ‘Landmark’ Twente ‘Branding’, Europese schaalontwikkelingen Volgende ‘LAGA’ wordt van geheel Twente; Een werkrelatie bestaat tussen Zuid-Twente en de Achterhoek

Uitvoering via:

Relatie met: Criteria voor succes: Geadopteerd door:

42

7.
Doel:

Bedrijvigheidsplannen
Maken van een gezamenlijk format voor bedrijvigheidsplannen, waarin ‘het werken vanuit de eigen vraag’ is beschreven; Vaststellen van de gewenste samenwerking binnen het landelijk gebied om richting te geven aan de gewenste regionaal-economische ontwikkeling. Gebruik maken van de analyse (zie 3) van de ‘verdiencapaciteit’ binnen de betrokken gemeente en op basis daarvan de versterking van de economie vormgeven. Provinciaal beleid De optelling van alle bedrijvigheidsplannen leidt tot een aanzienlijke economische en ruimtelijke versterking voor de regio

Uitvoering via:

Relatie met: Criteria voor succes: Geadopteerd door:

8.
Doel:

Lokaal sociaal beleid
Opstellen van een sociale agenda voor het landelijk gebied waarin afspraken gemaakt worden over de belangrijkste sociale thema’s in het landelijke gebied; zie ook deelplannen reconstructie. Vaststellen wat in de sociale agenda opgenomen moet worden: in elk geval sociale cohesie, bewonersparticipatie en voorzieningenniveau; Analyse van gewenst voorzieningenniveau op regionaal/intergemeentelijk niveau; Pilots om nieuwe voorzieningen te realiseren, waarbij zorgvoorzieningen grote prioriteit krijgen. BANS, Agenda Vitaal Platteland, provinciaal beleid Er is een regionaal voorzieningenniveau van hoog niveau; Voor speciale groepen zijn nieuwe voorzieningen gerealiseerd, die hen behouden voor de lokale samenleving

Uitvoering via:

Relatie met: Criteria voor succes:

Geadopteerd door:

9.
Doel:

Inrichten stadsranden
Gezamenlijk maken van een inrichtingsplan voor nader aan te wijzen gebieden in de stadsranden van de Netwerkstad; de inrichting moet zowel aan de stad (uitloopgebied, groene mal, stadslandbouw, hoogwaardige woningbouw) als aan het landelijk gebied (ruimtelijke kwaliteit, recreatief medegebruik, waterbeheer) meerwaarde bieden. Selectie van een aantal stadsrandgebieden met een gestapelde problematiek; Ontwikkelen en uitvoeren van enkele gezamenlijk uitvoerbare plannen GIOS, Groene Mal, nieuwe LNV-beleid Versterkte beeldkwaliteit stadsranden

Uitvoering via: Relatie met: Criteria voor succes: Geadopteerd door:

43

10.
Doel:

Parkmanagement voor Netwerkland Twente: naar effectieve omgangs vormen in landelijk Twente
Vertalen principes van ‘Parkmanagement’ naar het landelijk gebied van Twente: vaststellen wat in gezamenlijkheid kan worden uitgevoerd: thema, sector, niveau, partners; Omgangsvormen vastleggen: nadenken over het bestuurlijke proces, op zoek naar een sterke ‘parkmanager’ voor Twente. • realiseren op geheel Twente of landelijk Twente niveau (afhankelijk van behoefte); • rekening houden met de uitvoering van de beide deelplannen reconstructie. Bestuurlijke vernieuwing

Uitvoering via:

Relatie met: Criteria voor succes:

Helderheid over wat wel en niet samen gedaan kan worden; Eenduidige Twentse gedragslijnen, intern en extern Geadopteerd door:

Hoe verder
We spreken af dat vóór november 2003 bekend is welke thema’s uiteindelijk door welke partners zullen worden opgepakt en projectmatig uitgewerkt. De uitwerking bespreken we in het verband van de landelijke gemeenten alleen, of samen met vertegenwoordigers van de Netwerkstad. Onze ambitie is om per 1 januari 2004 alle of tenminste een aantal van de thema’s, uitvoeringsgereed te hebben. Los daarvan is het essentieel dat we instemming verwerven voor deze Strategische Visie bij onze Colleges en gemeenteraden en draagvlak vinden bij de bestuurders van de steden, de Netwerkstad, de Regio Twente, de Provincie en bij vertegenwoordigers van andere belangrijke groeperingen en partijen in Twente, die allemaal, zoals wij, begaan zijn met de toekomst van de regio.

44

Bijlage
Literatuur

Literatuur en overige bronnen

Attema, F. Als het naar buiten komt is het vaak te laat; onderzoek naar relationeel geweld tegen vrouwen in drie Twentse gemeenten, Equivalent, Almelo, oktober 2002 B. de Pater e.a. Denken over regio’s; Geografische Perspectieven, Coutinho, Bussum 2002 Bureau Buiten, Leven en werken in Zuid-Twente; Utrecht juni 2001 Deelplan reconstructie Zuidwest-Twente; Reconstructie Salland-Twente, achtste concept; mei 2003 Deelplan reconstructie Noordoost-Twente; Reconstructie Salland –Twente, versie 09-05-03, mei 2003 De professor van de slimme groei; interview met Dewulf (UT); Dagblad Tubantia, mei 2003 Economische schets deelgebied Zuidwest-Twente; Reconstructie Salland-Twente, september 2002, Provincie Overijssel, HX Economische schets deelgebied Noordoost-Twente; Reconstructie Salland-Twente, september 2002, Provincie Overijssel, HX E’til Monitoring arbeidsmarkt Overijssel, 1ste rapportage mei 2003; verkregen va RPA, Regio Twente, Enschede, mei 2003 G.J. Hospers. Op zoek naar het merk Twente, UT, december 2002 G.J. Hospers, Stedelijk netwerk Twente: over economie, het spel en de spelers; in: Frans Boekema & Elsa Kuijpers, Stedelijke netwerken, Maastricht 2001 Goed wonen in Overijssel, ontwerp woonvisie Overijssel, Provincie Overijssel, Zwolle, december 2002 I&O Research Sociaal economisch perspectief Twente 2002, Enschede, september 2002 I&O Research Wonen over de Grens, Enschede mei 2003 Naar gebiedsgerichte economische perspectieven, landsdelige rapportage Oost; Den Haag, december 2002 NEI, Economische situatie Provincie Overijssel, vooruitzichten en beleidsconsequenties tot 2007; Zwolle, mei 2002 NEI, Economische perspectieven landelijk gebied Twente, Regio Twente, Provincie Overijssel, Min van LNV, januari 2002 Overijssel, het beste van twee werelden, resultaat debat bijstelling Strategische Visie; Provincie Overijssel, Zwolle, februari 2003 Pieter Jan Roetenberg Een voor allen, allen voor een(s); een onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op de totstandkoming van een regionaal structuurplan; Regio Twente, dec. 2002

45

Raad voor het Landelijk gebied, Voor boeren, burgers en buitenlui; Den Haag, Publicatie RLG 02/08, juni 2002 Radbout Engbersen e.a., Wegen naar een ander platteland, BANS vitaal platteland, slotrapportage voor het overheidsoverleg; NIZW, Utrecht, 2001 Regionaal verkeers – en vervoerplan 2000-2004; Regio Twente, juli 2000 Ruimte voor actie, onderhandelingsaccoord provincie Overijssel 2003- 2007; Zwolle, april 2003 Ruimte voor kwaliteit, regionale visie Twente; regio Twente, juli 1999 Sociale schetsen Reconstructiegebied Salland- Twente; Reconstructie Salland-Twente, juli 2002 Stad en wijk, verschillen maken kwaliteit; VROM raad, nota 013, Den Haag, 1999 Stellingnamebrief Nationaal ruimtelijk Beleid; VROM, november 2002 Strategische Visie Netwerkstad Twente, grootstedelijk in een groene omgeving, deel I; Netwerkstad Twente, febr 2003 Twente in uitvoering; Regio Twente, april 2003

Overige bronnen
Diverse beleidsdocumenten van de deelnemende gemeenten, vooral met betrekking tot bovengemeentelijke aspecten Dossier, Twents perspectief op wonen, in het kader van de verstedelijking; regio Twente; 2003 Verslagen van de beide workshops in het kader van de Strategische Visie Landelijk gebied Twente - workshop 1: startbijeenkomst - workshop 2: de essenties van landelijk Twente Interviews met ambtenaren en wethouders van de deelnemende gemeenten Gesprekken met sectordeskundigen Regio Twente en bureau Netwerkstad

46

47