Ruimtelijk-economisch Ontwikkelings Model III

Haaglanden maakt zich sterk
Een werkbaar programma

Inhoud
Inleiding 5 1 Beroepsbevolking, arbeidsmarkt, onderwijs 6 2 Kennis en technologie 8 3 Agribusiness 10 4 Dienstverlening en het regeringscluster 12 5 Toerisme en recreatie 14 6 Detailhandel 16 7 Bereikbaarheid 20 8 Overzicht aandachtspunten 23

2 - Haaglanden maakt zich sterk

In 1992 namen de toenmalige Kamers van Koophandel Den Haag en Delft de uitdaging aan om een werkbare visie neer te leggen op de ruimtelijke ordening, de regionaal-economische ontwikkeling en de infrastructuur in Haaglanden. Want “uw beleid deugt niet” was tot dan toe het welhaast automatische verwijt van het bedrijfsleven aan de overheid als het over die onderwerpen ging. “Laat dan maar eens zien hoe het wel moet!” was uiteindelijk de logische wedervraag. Na uitvoerig overleg met ondernemers, wetenschappers en bestuurders werd in 1993 het antwoord op tafel gelegd: ‘Schouders onder Haaglanden’, het eerste ROM. Het Stadsgewest Haaglanden haakte in en maakte er zijn regionale structuurplan mee. In de praktijk werd al snel duidelijk dat het ROM ook zijn manco’s had. Grote projecten waren weliswaar benoemd, maar achteraf bezien mocht het allemaal wel wat concreter. In 1997 was ‘Haaglanden maakt zijn toekomst’ het resultaat van die overpeinzing: het ROM II. Economische wensen, ruimtelijke mogelijkheden en ruimtelijk-economische ontwikkelingsrichtingen zijn er in neergezet en uitgezet. Plus natuurlijk de infrastructuur om dat allemaal waar te kunnen maken. Concrete projecten en acties zijn er aan ontleend: het sterke verzet tegen de ‘tolpoorten’ op rijks- en regionale wegen, de breed gevoerde lobby om Haaglanden op de hogesnelheidslijn aangetakt te krijgen, de ontwikkeling van het Prins Clausplein tot stedelijk knooppunt en zo meer. Als het gaat om de hoofdlijnen en de meeste projecten blijft het ROM II hét beleidskader. Dit derde deel in de ROM-serie is dus geen beleidsomslag maar een actualisering, ditmaal toegespitst op zeven thema’s en sectoren, variërend van technologie tot bereikbaarheid en met extra aandacht voor de relatie ‘onderwijs-arbeidsmarkt-beroepsbevolking’. Ook is het een oproep aan overheden en onderwijsinstellingen om met de Kamer samen te werken aan de economische ontwikkeling van de regio.

Marius Varekamp, Voorzitter Kamer van Koophandel Haaglanden

Haaglanden maakt zich sterk - 3

1993: ROM I ‘Schouders onder Haaglanden’, vijf strategische projecten:
de Randstadas Kennisstad Delft/Delftechpark Den Haag Nieuw Centrum Ontwikkelingsmaatschappij Agribusiness Ontwikkelingsmaatschappij Haaglanden

2003: ROM III ‘Haaglanden maakt zich sterk’, aandachtsthema’s en -sectoren
Beroepsbevolking, arbeidsmarkt, onderwijs werkloosheid en werkgelegenheid, onderwijs, opleiding, starters, achterstandsgroepen, projecten Kennis en technologie dwarsverbanden kennisinstellingen en bedrijven, broedplaatsfunctie, ondersteunende voorzieningen, projecten Agribusiness bedrijfseconomisch, productie en specialisaties in handel, ontwikkeling en onderzoek, ruimtelijke consequenties, projecten Dienstverlening en het regeringscluster keuze-elementen, vestigingsoverwegingen, marketing, acquisitie, inclusief aanverwante instellingen, projecten Toerisme en recreatie voorzieningen, aanverwante voorzieningen, de zakelijke bezoeker, kwaliteit, marketing, projecten Detailhandel vierkante meters, zelfstandigheid ondernemersverenigingen, veiligheid, promotie, projecten Bereikbaarheid maatschappelijke discussie, termijnen, projecten

1997: ROM II ‘Haaglanden maakt zijn toekomst’, 16 projecten waaronder:
Haaglanden, Centrum van Bestuur en Kennis Kuststrook/kustlocatie Zeefront Den Haag Zoetermeer-Oostpoort Delft, centre d’excellence A4-corridor Herijking Midden-Delfland Groen-blauwe slinger

4 - Haaglanden maakt zich sterk

INLEIDING

VERANTWOORDING
In 2002 zijn ROM I en II aan verfrissing toe. De Provincie Zuid-Holland en het Stadsgewest Haaglanden maken zich tegelijkertijd op om hun ruimtelijk-economische visies tegen het licht te houden. Samenwerking ligt dan voor de hand. In een gezamenlijke analyse zijn zes onderwerpen van de regionale economie doorgelicht: - overheidscluster - ICT-regio - onderwijs, beroepsbevolking en arbeidsmarkt - agribusiness - zakelijk toerisme - internationale dienstenmarkt Over de uitkomsten bestaat geen verschil van mening. Het is natuurlijk een andere zaak als het gaat om de beleidsmatige conclusies die elke partij daaruit trekt. Dat is ieders eigen verantwoordelijkheid. Vanuit die eigen verantwoordelijkheid heeft de Kamer die onderwerpen in ROM III aangepast, uitgebreid en, waar nodig, herschikt en samengevoegd tot drie thema’s (1, 2 en 7) en vier aandachtssectoren (3, 4, 5 en 6): 1 - beroepsbevolking, arbeidsmarkt en onderwijs 2 - kennis en technologie 3 - agribusiness 4 - dienstverlening en het regeringscluster 5 - toerisme en recreatie 6 - detailhandel 7 - bereikbaarheid

De aandachtssectoren zijn in het verdere proces aan de thema’s getoetst om knelpunten bloot te leggen, mogelijkheden te creëren en dus projecten en activiteiten te kunnen selecteren. Nog een onderwerp dat prominent in beeld kwam tijdens de totstandkoming van ROM III, is de ‘maak’industrie. Die neemt al jaren als pijler onder de Haaglandse economie af, zeker als het gaat om de middelgrote bedrijven in stedelijke gebieden. Dit onderwerp maakte geen deel uit van de oorspronkelijke analyse en komt verder niet apart in beeld. Wel verdient het in de nabije toekomst aandacht in de op te stellen ‘activiteitenplannen’ van de Kamer. Inclusief het ruimtelijke raamwerk van ROM II vormen de conclusies, acties en projecten dit derde Ruimtelijkeconomisch Onwikkelingsmodel Haaglanden: de basis voor meerjarenplannen van de Kamer van Koophandel Haaglanden in de komende tien tot vijftien jaar.

Economische, ruimtelijke en sociale ontwikkelingen zijn niet tegen te houden, wel bij te sturen. De discussies over de richting zijn legio. De overheid stort een vloed van plannen uit over de maatschappij. Kaarten en schetsen over de ideale opvattingen en uitwerkingen volgen elkaar in hoog tempo op. Visionair zijn kent echter wel zijn grenzen. Op de korte termijn zullen oplossingen moeten worden gevonden. Met het bedrijfsleven wil de Kamer daarin meesturen. Dan moet wel duidelijk zijn wat speelt binnen sectoren en relevante thema’s waar de Kamer zich voor inspant. Dat is met de analyse nog eens onder de loep gelegd. De conclusies spreken voor zich. De boodschap aan de overheid volgt daar logisch uit: private en publieke partijen hebben elkaar nodig om de projecten en activiteiten (hoofdstuk 8: Overzicht aandachtspunten) uit te voeren.

LEESWIJZER
Wie selectief op eigen onderwerp van belangstelling wil lezen begint met hoofdstuk 8: de projecten en de activiteiten zijn op hun beurt per hoofdstuk en in volgorde van de teksten gerangschikt. Er kan dus snel op de verklaring en de motivatie worden teruggegrepen.

DE MISSIE
De missie van het ROM is een brug slaan tussen het bedrijfsleven (ondernemers én werknemers), het onderwijs en de overheden als het gaat om de economische inrichting van Haaglanden. Onderwerpen zijn er genoeg om het over eens te worden, zoals de ruimtelijke ordening, de regionale en lokale vertaling daarvan in streek-, structuur- en bestemmingsplannen, de bereikbaarheid, de arbeidsmarkt, sectorbeleid en andere regionaal-economische aangelegenheden.

Haaglanden maakt zich sterk - 5

Structurele samenwerking
Het onderwijs en het bedrijfsleven hebben beide voordeel van samenwerking in scholingsprojecten en in afspraken over basisvorming en leerwijzen. Die samenwerking levert voldoende en bekwaam, dus gewild, personeel op. Voor het onderwijs geldt dan: luisteren naar wat het bedrijfsleven aan opleiding verlangt. Voor het bedrijfsleven: investeer in beroepsgericht onderwijs.

1 BEROEPSBEVOLKING,

Het beleid in de afgelopen 15 jaar
Werkgelegenheid ging boven alles en werkloosheid moest worden bestreden. Daarbij was de aandacht vooral gericht op problemen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, met name die van laaggeschoolden. Overheden zochten het in werken met behoud van uitkering en ‘werk terug in de wijk’. De Kamer van Koophandel had sympathie voor die aanpak, maar dan wel naast harde investeringen in bedrijventerreinen, infrastructuur en onderwijs. Werkloosheid is een groot probleem in de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig. Macroeconomisch heeft Nederland het moeilijk. Dichterbij huis verdwijnt veel bedrijvigheid uit de oudere wijken omdat die als hinderlijk wordt ervaren. Dat kost alleen in Den Haag al ongeveer 8000 wijkgebonden arbeidsplaatsen. Deze ontwikkeling draagt ertoe bij dat sociale problemen in deze gebieden ontstaan. De Kamer zet zich intensief in om meer werk naar de wijken terug te halen. Desnoods moet dat gebeuren door overgangsgebieden toe te laten met een minimum aan regels. Die sociale benadering wordt gecombineerd met een beleid om hoogwaardige werkgelegenheid te creëren omdat die een belangrijke pijler van onze regionale economie is en blijft. Bij het regionale beroepsonderwijs wordt aangedrongen om te komen tot een betere balans tussen vraag en aanbod: dus meer onderwijs dat aansluit bij de behoeften van het bedrijfsleven. De boodschap aan het openbaar bestuur is duidelijk: harde vestigingsvoorwaarden zijn verwaarloosd. Er moet tegemoet worden gekomen aan de roep om ruimte en bereikbaarheid.

Conclusies uit de analyse in 2002
Economische voorspoed helpt voornamelijk goed opgeleide autochtone mannen aan werk. Groei van werkgelegenheid gaat voorbij aan allochtonen, ouderen en mensen die laag of niet zijn opgeleid. Dus blijft de werkloosheid in die groepen hoog. Door het opzetten van nieuwe allochtone bedrijven groeit het aantal arbeidsplaatsen maar veel van die ondernemingen overleven niet. De behoefte bij de overheid om dat probleem op te lossen heeft geleid tot een wildgroei van projecten en initiatieven. De groei van de beroepsbevolking heeft in 2010 zijn hoogtepunt bereikt. Dan volgt stabilisatie. Vanaf 2010 zal het aantal mensen dat inzetbaar is op de arbeidsmarkt weer afnemen. Van die nationale prognose wijkt Haaglanden af omdat de aanwezigheid van jonge allochtonen zich pas later zal doen gelden. Bedrijven en organisaties zijn onvoldoende ingesteld op vergrijzing van de bevolking, terwijl de overlevingskans van startende ondernemingen te hoog wordt ingeschat. Aan de kant van het aanbod zijn weer andere problemen: veel jongeren verlaten om diverse redenen voortijdig hun opleiding. Daarnaast is er te weinig aandacht voor de kansen die werknemers hebben om zich binnen de bedrijfstak te ontwikkelen. De wisselwerking tussen arbeid en onderwijs dient te worden gestimuleerd (werkend leren, lerend werken) zodat het onderwijs daadwerkelijk een springplank naar het bedrijfsleven kan zijn.

Het beleid voor de komende jaren
Economie begint met menselijk kapitaal. Aan onderwijs en opleidingen op de werkplek ontbreekt het niet. Toch schort er kennelijk iets waarvan de Kamer vindt dat er aan moet worden gewerkt. De randstedelijke ambitie om op europees niveau economisch volwassen mee te doen, verplicht tot zelfbezinning. Er zijn veel werklozen in onze regio en in de werklozenbestanden zitten veel kaarten van jonge mensen. Die bakken moeten leeg. Nog een besef is dat schaalvergroting in het onderwijs zijn grens heeft bereikt. De diversiteit van de multiculturele samenleving en goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt vragen veel meer persoonlijke aandacht. Het bedrijfsleven wil geschikt personeel en is bereid zijn aandeel te leveren, ook door werklozen aan te stellen. Maar, zijn ze werkelijk inzetbaar? Wat is hun achtergrond; hun capaciteit? Wat voor onderwijs hebben ze gehad? Dat zijn vragen over ‘jong’. Over ‘oud’ dringt de vraag zich op hoe vergrijzing van de bevolking in de economie moet worden opgevangen.

Arbeidsmarktmonitor
Oudere werknemers moeten worden gestimuleerd om langer te werken. Dat vraagt een ander beleid dan voor de jeugd. Voor beide groepen geldt evenwel dat gericht beleid een goed zicht vereist op ontwikkelingen in het bedrijfsleven. In de industrie is bijvoorbeeld sprake van terugkeer naar de corebusiness, het midden- en kleinbedrijf pakt de afgestoten activiteiten aan. Door die concentratie wordt het aantrekkelijk om de productie naar locaties buiten de regio of zelfs buiten Nederland te verplaatsen. Zodoende gaan veel arbeidsplaatsen

6 - Haaglanden maakt zich sterk

ARBEIDSMARKT, ONDERWIJS
het bedrijfsleven zo noodzakelijk, bijvoorbeeld door regionalisering van het onderwijs: afstemming van (beroeps)onderwijs op de regionale arbeidsmarktbehoefte. In dat kader kunnen bedrijven vroegtijdig investeren in gekwalificeerd personeel. Volgens de Kamer is de kans van slagen het grootst als lokale partnerschappen worden gesloten tussen scholen, leerlingen en bedrijven die in elkaars nabijheid verkeren. De deelnemers kennen elkaar in de regel al, waardoor snel een onderlinge band kan ontstaan. Een gebiedsgerichte aanpak dus. Ervaringen op het Haagse bedrijventerrein Zichtenburg-Kerketuinen-Dekkershoek en in Rijswijk bevestigen dat. Aanhaken bij het Regionaal Arrangement voor Haaglanden ligt voor de hand. De beroepsbevolking vergrijst en verandert. Het is een maatschappelijke opgave om aan de ene kant het aantal gekwalificeerde jongeren uit te breiden, terwijl aan de andere kant de ervaring van ouderen langer beschikbaar moet blijven. Al was het maar om productie en oudedagsvoorziening veilig te stellen. De multiculturele samenstelling van de beroepsbevolking heeft invloed op de omvang en de complexiteit van dat vraagstuk. Inzicht moet worden verkregen in relevante ontwikkelingen in bepaalde sectoren en de invloed daarvan op kwaliteit en kwantiteit van het personeel. Het bedrijfsleven moet inzien dat het ook in zijn belang is om aan dit proces deel te nemen, hoewel de resultaten pas op langere termijn zichtbaar zijn. Een moeilijke opgave omdat ondernemers vooral met de problemen en uitdagingen van het heden bezig zijn. Daarnaast schrikt men terug voor de bureaucratische rompslomp die dit soort projecten vaak met zich mee brengen. Nóg een aandachtspunt! Gaat het, tenslotte, om werkloosheid, dan is er geen prominente rol weggelegd voor de Kamer. Andere partijen houden zich daar al mee bezig. De Kamer ziet het wel als haar taak om aan te geven in welke sectoren behoefte bestaat aan, met name, laaggeschoolden.

verloren. De ‘maak’-industrie wordt foot-lose, omdat zij niet meer aan een plek gebonden is. Dat vraagt om bezinning. Een goed opgeleide beroepsbevolking kan die trend niet helemaal stoppen, maar als werk en onderwijs beter op elkaar zijn afgestemd kan meer arbeid voor de regio worden vastgehouden. Inzicht in de mogelijkheden van de beroepsbevolking en de vraag van het bedrijfsleven is noodzakelijk: een ‘arbeidsmarktmonitor’.

Voortijdige schoolverlaters
Voortijdige schoolverlaters vormen een ander probleem. Recent onderzoek (Sectorbestuur Onderwijs-arbeidsmarkt) heeft uitgewezen dat tien procent voortijdig het middelbaar onderwijs verlaat. In het VMBO is die uitstroom nog groter. Een bekend probleem inmiddels. Die groep bestaat overwegend uit allochtone jongeren en is doorgaans verloren voor de arbeidsmarkt. Het VMBO, voor zestig procent van de jongeren de keuze voor vervolgonderwijs, is dé uitstroombron en wordt door leerlingen en ouders vaak gezien als restonderwijs, of de plek waar aan de leerplicht wordt voldaan, zonder enige intentie om ooit iets met de opgedane kennis te doen. Gevolg is dat de instroom in het beroepsgerichte deel van het VMBO stagneert of dat leerplichtigen voor een opleiding buiten het VMBO kiezen en in onderwijstypen terechtkomen die minder bij hun mogelijkheid en wensen passen. Het is een probleem dat zich concentreert in de grote steden. Directe opvang bij uitval is daarom vereist. De Kamer wil met het bedrijfsleven meewerken aan een beter imago van het beroepsonderwijs. Dus meer

binnenhalen en binnenhouden. Daarnaast moet worden uitgedragen dat er niets mis is met een degelijke, praktische, beroepsopleiding waarin naast theoretische scholing ook ervaring op de werkvloer kan worden opgedaan. Onze samenleving bestaat uit meer dan dienstverlening en kennistechnologie. Instanties die alleen daarop blijven hameren gaan voorbij aan het feit dat deze sectoren niet aansluiten bij een belangrijk deel van de beroepsbevolking en het onderwijs dat zij hebben gehad of willen volgen. Juist voor die groep kan het heel aantrekkelijk zijn om snel met de arbeidsmarkt kennis te maken. Daarvoor is één traject noodzakelijk waarbij scholing, werken en acquisitie bij en door het bedrijfsleven samengaan. Tweerichtingverkeer. Garantie op werk helpt. Is er toch sprake van uitval, dan moet direct worden ingegrepen. Om die koers te kunnen varen is het noodzakelijk om duidelijke afspraken te maken en harde, toetsbare, randvoorwaarden te stellen. Overheden, brancheorganisaties, Centra voor Werk en Inkomen. Regionale Opleidingscentra (ROC’s) en de Kamer van Koophandel moeten een rol in dat proces spelen. De aansluiting op de arbeidsmarkt kan ook worden verbeterd als het onderwijs het zelfstandige ondernemerschap in de leerpakketten zou opnemen, zeer praktijkgericht.

Regionalisering van onderwijs, lokale partnerschappen en Regionaal Arrangement voor Haaglanden
De eisen die de economie aan de beroepsbevolking stelt, veranderen snel. Scholen alleen kunnen dat tempo niet bijhouden. Daarom is samenwerking met

Haaglanden maakt zich sterk - 7

2 KENNIS EN TECHNOLO

Het beleid in de afgelopen 15 jaar
Samenhangende ontwikkeling van kennisintensieve bedrijvigheid was het doel. Ruimtelijk en inhoudelijk. Representatieve bedrijven- en woonlocaties, bereikbaarheid en aanwezigheid van instituten en organisaties voor research en (wetenschappelijk) onderwijs werden gezien als voorwaarden. Dat beleid moest worden vormgegeven door samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en onderwijs. Langs de A13 moest het gestalte krijgen: de kennisboulevard in de zuidvleugel van de Randstad. De A4 door Midden-Delfland wordt de snelwegverbinding tussen Den Haag en Rotterdam. De A13 tussen Ypenburg en het Kleinpolderplein moet de metropoolboulevard worden waarlangs kennis en research zich bundelen op circa 270 hectare, ingevuld met onder meer Delftechpark, Technopolis, Composite Valley en het TU/TNO-complex. Het oogmerk is om kennis meer te commercialiseren. Kennisintensieve hightech-bedrijven en aanverwante instituten hebben bij hun locatiekeuze een voorkeur voor hoge representativiteit. Daarop volgen aanbevelingen voor een goed bereikbare woon- en werkomgeving, met daaraan gekoppeld een hoogwaardige infrastructuur voor research en onderwijs. In die kennisregio is Delft het ‘centre d’excellence’, samenwerking met Leiden (biotechnologie) en Rotterdam (logistiek) wordt gezocht. In ROM II is de eigen ambitie bepaald: Haaglanden is hét centrum van bestuur en kennis. Oprichting van het Kennisnetwerk moet die ambitie helpen waarmaken door aan te sturen op de aanwezigheid van structuren en processen die zijn gericht op kennisontwikkeling, vergaande samenwerking tussen kennisinstellingen, het bevorderen van spin-off en startende ondernemingen in de techniek, de technostarters. Enkele projecten zijn Composite Valley, het aantrekken van topinstituten waaronder het Instituut voor Toegepaste Telematica en het streven naar kennisplatforms (‘water en bouw’, ICT, ‘peace and justice’, biomedica en agribusiness).

Conclusies uit de analyse in 2002
Kennis en technologie vormen een sterk cluster in de Haaglandse economie, waard om voor te vechten en in te investeren. Ondanks de scherpe terugval van de ICT. De intentie tot samenwerking is aanwezig. Dat komt tot uitdrukking in de vele netwerkinitiatieven, waarbij de Deltametropool het schaalniveau moet zijn. Kennis en technologie op zichzelf zeggen niets: ze krijgen pas waarde als ze worden toegepast. Er moet dus aansluiting worden gezocht bij bedrijven, instellingen en sectoren: telecombedrijven, de Delftse onderzoeksinstellingen (met internationale bekendheid) en de glastuinbouw. De leisure-markt, het regeringsapparaat en internationale instellingen voor vrede, veiligheid en recht zijn eveneens kansrijke toepassingsgebieden. Voor versterking van de regio op dit terrein is het cruciaal dat de regionale inbedding van organisaties en bedrijven op gebied van kennis en ICT wordt versterkt en dat publiek-privaat wordt samengewerkt op scherp omschreven doelstellingen. Het resultaat moet concreet en toetsbaar zijn. Ter verbetering van het imago van Haaglanden als kennis- en ICT-regio is het nodige werk te verrichten. Daarbij moet internationaal de nadruk worden gelegd op de onderscheidende kwaliteiten van de regio. Ook van succesvoorbeelden gaat een stimulans uit. De instrumenten om dat te bereiken zijn de aanleg van ICT-locaties en van telecominfrastructuur. Andere hulpmiddelen zijn: subsidies, het opruimen van juridische belemmeringen en steun bij de ontwikkeling van huisvesting.

8 - Haaglanden maakt zich sterk

OGIE

Het beleid voor de komende jaren
Het is de ambitie van Haaglanden om zich binnen de Deltametropool te onderscheiden als de leidende regio op het gebied van kennis. Veel is al aanwezig en nieuwe projecten ontwikkelen zich voortdurend. Extra aandacht zal daarom worden gegeven aan het opzetten van kennisintensieve bedrijvigheid. Er zijn initiatieven die steun verdienen. De broedplaatsfunctie moet invulling krijgen, inclusief doelmatige huisvesting voor dit soort bedrijvigheid. Het ontwikkelen van kennis en technologie is geen doel op zichzelf in deze visie, maar een middel om economische sectoren van dienst te zijn. Combinaties van kennis en economie zijn nodig. Dergelijke samenwerkingsverbanden zullen immers ook andere gelijksoortige bedrijven stimuleren om voor Haaglanden te kiezen.

stad is voor de Kamer hét platform waar bestaande netwerken en andere initiatieven bijeenkomen en zij werkt mee met andere Kamers in Zuid-Holland en met organisaties van het bedrijfsleven. Het doel is om kennis sneller naar de markt te brengen om zo de kloof tussen die twee te overbruggen. Een aspect uit die aanpak is het bevorderen van projectmatige kennisuitwisseling tussen wetenschappelijke instellingen en bedrijven met research & developmentactiviteiten. ‘Delft-kennisstad’ vindt hierin zijn plek, evenals Technopolis.

Dit cluster van kennis moet worden gepromoot en uitgedragen zodat nationaal en internationaal over het voetlicht wordt gebracht dat dit een kwalitatief hoogwaardige omgeving is voor bedrijven, onderzoekers en studenten. Daarnaast zijn goede condities voor technostarters vereist. Dus niet alleen bedrijfsruimte op goede locaties, ook voldoende studentenwoningen.

Technostartersplatform
De ontwikkeling van een Technostartersplatform is bedoeld voor gerichte ondersteuning en begeleiding van wizzkids door ervaren mentoren uit het bedrijfsleven om vroegtijdig ondernemerschap te stimuleren. In het verlengde daarvan moet worden bewerkstelligd dat voldoende risicokapitaal beschikbaar is voor nieuwe initiatieven. Kennisinstellingen dienen op hun beurt te zorgen dat ‘ondernemerschap’ een plaats krijgt binnen de opleidingen. De Stichting Nieuwe Bedrijvigheid (waarin de Kamer participeert) verzorgt ondersteuning voor beginnende ondernemers. Veel projecten zijn ondernomen om de relatie tussen kennis en bedrijfsleven te intensiveren. Die projecten sluiten aan bij initiatieven in de wereld van ICT-Telecom, Water- & Deltatechnologie, Aerospace & Composieten, Genomics & Life Science, Scheepvaart, Transport & Logistiek, Sensor & Nanotechnologie, Internationaal Recht, Glastuinbouw en Proces & Petrochemie. Daarbij staan regionaal-economische belangen (de Zuidvleugel) centraal.

Goede vestigingsmilieus en Technopolis
Leiden, Delft, Rotterdam, Zoetermeer en Den Haag moeten broedplaatsen bieden voor kennis- en technologiebedrijven. Die beginnende ondernemingen zitten liefst zo dicht mogelijk bij de leveranciers van kennis (universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten) waaraan ze hun ontstaan te danken hebben. Goede vestigingsmilieus nabij het ‘nest’ zijn dus noodzakelijk. Uiteindelijk ontstaat een economische kennisconcentratie van nieuwe en bestaande bedrijvigheid: Technopolis met naar verwachting 15.000 banen. De Deltametropool beschikt over veel kennisinstituten. De kennisas Leiden-Den Haag-Delft-Rotterdam omvat een grote verscheidenheid. Bijvoorbeeld: Delft als centrum van techniek, Leiden met zijn universiteit en de biotechnologie, de Rotterdamse Erasmus Universiteit, Zoetermeer met zijn ICT-opleidingen en Den Haag, dat dankzij organisaties als het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof, OPCW en Europol het predikaat Juridische Hoofdstad heeft verdiend.

Kennisalliantie en kennisuitwisseling
Het is een uitdaging om kennis in de markt te zetten. Alleen al in Haaglanden kunnen 6600 bedrijven tot het kennis- en technologiecluster worden gerekend. Soms gaat dat moeilijk, maar het besef van nut en noodzaak van ICT voor de regionale economie is aanwezig. Wel zouden gearriveerde bedrijven meer moeten doen om nieuwkomers een kans te geven. In de wisselwerking tussen kennis en markt, dus tussen innovatie en bedrijvigheid, neemt de Kamer het op zich om contacten te leggen en te houden. Concentratie van het aantal instanties dat zich op dit terrein beweegt, verdient aanbeveling. Anders dreigt versnippering. De Kennisalliantie voor de Zuidvleugel van de Rand-

Haaglanden maakt zich sterk - 9

3 AGRIBUSINESS
Het beleid in de afgelopen 15 jaar
Een krachtig en duurzaam agribusiness-complex met diversificatie van de economie van het Westland en het Oostland stond de brancheorganisatie, gemeenten en Kamer van Koophandel voor ogen. Het ging om productvernieuwing, technologische innovatie en herstructurering van de productiebedrijven en veilingen. Het Integrale Ontwikkelingsplan Westland (IOPW) werd de leidraad. Het Oostland moest ruimte bieden voor de tuinbouw die verkast ging worden. (EPIZODE 21 vertelt daar meer over). De positie van de glastuinbouw vraagt om aandacht. Deze sector zit al decennia lang in de verdrukking als gevolg van oprukkende verstedelijking (Madestein, Kerketuinen, Houtwijk etc.) en werd door bestuurders vaak als een sta-in-de-weg gezien. In werkelijkheid is het de motor van een miljardenindustrie. De cijfers spreken voor zich. De primaire omzet van de glastuinbouw ( 2 miljard per jaar) genereert nog eens 3 miljard omzet door aanverwante bedrijven. Al die bedrijven leveren werk aan 65.000 mensen en zijn goed voor meer dan 5% van de Zuid-Hollandse economie. Toen de sector haperde werden de knelpunten samen met de Kamer van Koophandel aangepakt. Op voorstel van de Kamer ontstond in samenwerking met bedrijfsleven, Provincie, gemeenten en hoogheemraadschap Delfland in 2002 het Integrale Ontwikkelingsplan Westland (IOPW). De overheidsorganen namen het voortouw bij zaken als infrastructuur, herordening van kassen en plekken voor groen, recreatie en toerisme. Het bedrijfsleven richtte zich vooral op innovatie, logistiek, arbeidskrachten en bedrijventerreinen. In het Oostland (het gebied tussen de rijkswegen A4, A12 en A13), gaat het opnieuw om het creëren van ruimte voor economie en bereikbaarheid.

Conclusies uit de analyse in 2002
De glastuinbouw in het Westland is leider op de wereldmarkt. De kracht van deze sector is te danken aan hoogwaardige productie en productontwikkeling, gekoppeld aan een sterk innovatieve instelling. Vooral de logistieke voorsprong bij het transport van versproducten is enorm. De kassen zijn de motor van dit fenomeen. Het marktaandeel van sierteelt neemt toe ten opzichte van voedselteelt. De marktontwikkeling vergt schaalvergroting, specialisatie en kapitaal. De afnemer eist dat gewenste producten verkrijgbaar zijn, vervoerd worden en dat kwaliteit wordt gegarandeerd. Dat noopt tot samenwerking en netwerkvorming: internationale allianties met buitenlandse producenten om het gehele jaar te kunnen leveren. Dat doen grote handelshuizen steeds meer buiten de veiling om. Internet speelt daarbij een steeds grotere rol. Gecontroleerde en gecertificeerde teelt, in verband met voedselveiligheid, bevestigt het internationale belang van de sector. De kracht van het Westland is gelegen in de omvang. Verplaatsing van productie naar andere locaties wordt niettemin onvermijdelijk geacht. Concurrerende ruimteclaims en files zetten ‘het glas’ onder druk. Betrokken partijen zijn daarom onder strikte voorwaarden bereid mee te werken aan verhuizing van onderdelen. Dat is een zeer complexe opgave. Individuele bedrijven hebben op de huidige locatie enorme investeringen gedaan. Bovendien bevinden ze zich in een goede uitgangspositie, dichtbij de afzetkanalen en de arbeidsmarkt. Dat is een ruimtelijk patroon waarbinnen weinig bewegingen mogelijk zijn. Vernieuwing en ruimtelijke ingrepen zullen de toekomst bepalen. Daarbij spelen drie factoren een hoofdrol: 1. De innovatie moet worden ondersteund. 2. Herstructurering en concentratie ter plekke, plus gebundelde deconcentratie buiten Haaglanden. 3. Inzet van vernieuwende ruimtelijke toepassingen als drijvende kassen en dubbel grondgebruik.

Herverkaveling en herstructurering
Behalve herverkaveling en terugdringing van de glastuinbouw als gevolg van oprukkende verstedelijking zijn in het nabije verleden meer plekken aangepakt. Bijvoorbeeld: het Slimpad in Wateringen, de Kreeklanden en de Groeneweg in ‘s-Gravenzande, de Boschpolder en de Broekpolders in Naaldwijk en De Poel in Monster.

Bedenkingen over nieuwe locaties en instrumenten
In de driehoek Berkel-BleiswijkBergschenhoek en de Zuidplaspolder is ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw. In de B-driehoek minimaal 300 à 400 hectaren, in de Zuidplaspolder 200 hectare. Grondverwerving op de nieuwe locaties is een niet te onderschatten probleem. Omdat er geen wettelijk instrumentarium aanwezig is om tot onteigening over te gaan, kunnen grondeigenaren afwachten in de hoop dat de prijs stijgt. Daarom is een nieuwe duurzame toekomst elders voorlopig nog een loze kreet.

10 - Haaglanden maakt zich sterk

Het beleid voor de komende jaren
De kracht van de agribusiness in Haaglanden zit vooral in de productie en de logistiek. De overheid zou zich in de eerste plaats moeten richten op het verbeteren van de ruimtelijke voorwaarden: goede verkaveling van tuinbouwgebieden, goede verkeersontsluiting, een goede waterhuishouding en betaalbare energievoorziening. Deze aanpak moet worden toegepast op de nieuwe gebieden én de bestaande, veelal verouderde locaties.

Stichting Herstructurering Westland
Belangrijk is dat regels en verordeningen in de nieuwe fusiegemeente Westland worden aangepast zodat zij in de pas lopen met het proces van vernieuwing. De Kamer zet zich in voor een snellere ontwikkeling van nieuw glas in de B-driehoek bij grondverwerving, het ondersteunen van projectmatige ontwikkeling van nieuwe gebieden en het stimuleren van de stadsregio Rotterdam om een positievere rol te spelen.

Nieuwe bedrijventerreinen
De agribusiness is breder dan alleen de glastuinbouw. Behalve kassen zijn er bedrijventerreinen nodig voor ondernemingen die aan de glastuinbouw verwant zijn, zodat ruimte ontstaat voor verbreding van de Westlandse economie. Het IOPW en EPIZODE 21 omvatten een helder en evenwichtig programma voor nieuwe bedrijventerreinen. De uitvoering is om diverse redenen niet gegarandeerd. Het beleid moet de komende jaren daarom zijn gericht op het zoeken en creëren van nieuwe bedrijventerreinen. Het is een illusie om te denken dat de ruimtewinst die de herstructurering van bestaande terreinen oplevert, afdoende zal zijn om te voorzien in de behoefte van Haaglanden.

Instrumentarium voor grondverwerving Greenport Zuid-Holland
Herstructurering en concentratie van tuinbouwbedrijven in de ‘glas-as’ (Westland en de B-driehoek: Berkel, Bleiswijk en Bergschenhoek) is volgens de Kamer gewenst. De successen die in beide gebieden zijn behaald bevestigen dat (zie kader). Bedenkingen zijn er over de haalbaarheid van die nieuwe locaties. De instrumenten voor een doelmatige ontwikkeling ontbreken, met name omdat de overheid aarzelt. Voor het proces van concentratie en herstructurering is politiek en maatschappelijk draagvlak nodig. Duidelijk moet worden gemaakt dat de glastuinbouw van groot belang is voor onze regionale en nationale economie. Nu nog zien velen de glastuinbouw als een sta-in-de-weg voor andere ontwikkelingen zoals nieuwe woonwijken en recreatief groen. Greenport Zuid-Holland heeft de discussie daarover geopend. De glastuinbouw genereert miljarden, in ruil daarvoor mag de sector support verwachten van overheid en samenleving. EPIZODE 21 schetst het beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Oostland, ruwweg het gebied tussen Den Haag, Zoetermeer, Rotterdam en Delft. EPIZODE 21 is de breed gedragen visie op de toekomst van Oostland. Daarin heeft de glastuinbouw een gevarieerd, efficiënt en modern ingericht gebied. Concentratie ervan moet plaatshebben rond Bleiswijk. Dat proces verloopt echter traag. Plaatsing van bedrijven uit het Westland en vestiging van nieuwe bedrijven ondervindt hinder door moeizame grondverwerving. Ook de ontwikkeling van het aan de agribusiness gelieerde bedrijventerrein Hoefweg-zuid (50 ha) stagneert. Reden genoeg om vast te houden aan de uitgangspunten van EPIZODE 21: bedrijventerreinen, ruimte voor glas en in beide gevallen voor een stevig instrumentarium om grond te verwerven. Net als bij de N470 (de wegverbinding tussen Delft en Zoetermeer) het geval is, staan te lange procedures slagvaardigheid in de weg.

Samenwerking met onderwijs
Constante kwalitatieve vooruitgang in de agribusiness vereist gelijk opgaande kwaliteit van ondernemers en werknemers. Ook voor deze sector geldt dat nauwe samenwerking met het onderwijs noodzakelijk is. Dat geldt eveneens voor innovatieve bedrijven en instituten. Ook CWI’s (Centra voor werk en inkomen) kunnen worden benut om de kwaliteit van de glastuinbouw op een hoger niveau te brengen.

Haaglanden maakt zich sterk - 11

4 DIENSTVERLENING EN
Het beleid in de afgelopen 15 jaar
Bestuurlijke schaalvergroting en internationalisering van de economie maakten bedrijven nationaal en internationaal mobieler. De Randstad ging de internationale concurrentie aan door het aantrekken en behouden van instellingen en bedrijven. Het regeringsapparaat in Den Haag, waaraan Haaglanden zijn bestuurlijke identiteit ontleent, werd erkend als de troef. De Hoge Raad, de Raad van State en het Internationale Gerechtshof zijn onlosmakelijk van dit ‘Centrum van Bestuur en Kennis’. Internationale instellingen als het Europees Octrooibureau, het Joegoslavië-tribunaal, de OPCW en Interpol bevestigen die status. Een eigen internationale functie naast ‘Brussel’. Het bestuurscentrum is de toegangspoort tot nationale en internationale besluitvorming. Die functie genereert veel werkgelegenheid in de vorm van ministeries, adviescolleges, brancheorganisaties, ambassades en nationale en internationale gerechtsinstituten (de Hoge Raad, de Raad van State, het Internationale Gerechtshof, de Interpol, de OPCW, het Joegoslaviëtribunaal en instellingen voor octrooirecht). Internationale rechtsorganisaties hebben Den Haag tot ‘legal capital of the world’ gemaakt. Het bestuurscentrum trekt zakelijke dienstverlening aan in de vorm van accountants- en ingenieursbureaus, adviseurs en multinationals. Ook internationale scholen hebben in Haaglanden hun vanzelfsprekende plek. Die aantrekkelijke karaktereigenschappen van Haaglanden zijn ingezet bij de promotie- en acquisitieactiviteiten om buitenlandse dienstverleners naar hier te halen. Dat profiel wordt aangevuld met een reeks van andere sterke punten van de regio, zoals de aanwezigheid van opleidings- en onderzoeksinstituten, opdrachtgevers in research and development’, grote advocatenkantoren, accountants- en organisatieadviesbureaus, communicatiebedrijven, grote banken en verzekeraars etcetera. Die bedrijven bestaan dankzij hoogopgeleid personeel, dat een goede woon- en werkomgeving eist. Speerpunten van het beleid zijn: - goed wonen en recreëren - verbetering van de bereikbaarheid - cultuur op niveau - het stimuleren van kennis en technologie in zakelijke dienstverlening en bestuur. Het imago van nationaal centrum van bestuur en kennis en legal capital of the world wordt zo uitgedragen.

Conclusies uit de analyse in 2002
De dynamiek van de Nederlandse economie ontstaat vooral door de zakelijke dienstverlening, zoals hoogwaardige informatie- en communicatietechnologie, een groot aantal nieuwe starters, terwijl uitzendbureaus de nodige flexibiliteit leveren. De sector staat voor schone, relatief weinig ruimte vragende en goedbetaalde werkgelegenheid en is één van de grootste en sterkst groeiende werkgevers. De positie van Den Haag is onbetwist. De terugkeer van de departementen bewijst dat. De internationale bekendheid van de Residentie op het gebied van recht en vrede groeit snel. De ontwikkeling van het regeringsapparaat als stimulans voor de regionale economie is nauwelijks beïnvloedbaar, maar goede vestigingsvoorwaarden met name voor de (geprivatiseerde) rijksdiensten en aanverwante bedrijven kunnen een gunstig klimaat scheppen waarbinnen deze organisaties gedijen. Die aanverwante bedrijven zijn geconcentreerd in Den Haag, Zoetermeer en Rijswijk en bestaan uit accountancy, administratie, marketing, ICT en techniek en dienen overheden en andere sectoren in de economie. De goed ontwikkelde ICT-infrastructuur is aantrekkelijk, zo ook de ruime aanwezigheid van beroepsbevolking voor de zakelijke dienstverlening. Daarmee zijn doorstroming en flexibiliteit gewaarborgd.

In de periode 1997-2001 groeide de sector met 16600 werkzame personen naar 60000 (ruim 15% van de actieve beroepsbevolking in Haaglanden) en stonden nog vele vacatures open. Haaglanden blijkt met haar clusters van bestuur, internationale organisaties en belangenorganisaties een aantrekkelijke locatie voor zakelijke dienstverlening. De opkomst van Brussel als overkoepelende overheid kan een negatieve invloed hebben op de werkgelegenheid die het Rijk direct en indirect genereert. Nu al is zichtbaar dat lobbyisten hun werkterrein in Den Haag én Brussel hebben. Meer nog dan de departementen zijn de afgeleide instellingen foot-lose. Haaglanden is sterk afhankelijk van alle diensten en departementen die aan de nationale overheid zijn gekoppeld, maar Kamer en regio kunnen dat conglomeraat nauwelijks beïnvloeden. Wel kan men voor deze sector de condities optimaliseren: wonen, infrastructuur, onderwijs en arbeidsmarkt. Ook moet worden gesteld dat Haaglanden weinig internationale hoofdkantoren in huis heeft. Wat dat betreft staat Haaglanden niet op de internationale kaart, behalve als het gaat om de al eerder genoemde internationale instanties op het gebied van vrede en recht. De kansen die deze sector biedt moeten in de toekomst worden benut. Zeker nu juridische aspecten in onze samenleving een steeds grotere rol gaan spelen.

12 - Haaglanden maakt zich sterk

HET REGERINGSCLUSTER

Het beleid voor de komende jaren
Haaglanden scoort matig als internationale vestigingsplaats. Rust en ruimte zijn nauwelijks beschikbaar en de bereikbaarheid kan beter. Verbetering betekent echter niet automatisch dat buitenlandse bedrijven belangstelling voor Haaglanden, of zelfs de Randstad, krijgen om zich hier te vestigen. Die laten zich ook leiden door andere factoren, anders zou het bestaan van zakelijke metropolen als New York, Tokio en Hongkong niet te verklaren zijn. Het internationaal opererend bedrijfsleven komt naar de Randstad vanwege de ligging in Europa en komt naar Haaglanden als deel van die ‘Deltametropool’. Waarom niet? De aanwezigheid van internationale zakelijke dienstverlening, het regeringscluster en internationale instellingen op de gebieden van vrede en veiligheid helpen daarbij. Ministeries werden ooit verspreid over het land. Als door een magneet getrokken keren zij weer terug naar dit oude ‘bestuursnest’. De nationale en internationale positie van Den Haag als bestuurscentrum (be)staat dus nog steeds en is aan slag, met troeven in de hand.

kansen. Om de kracht van de motor van Haaglanden te meten, zal de economische betekenis van het overheidscluster in beeld worden gebracht, inclusief alle spin-offs voor andere bedrijfstakken. De onstuimige economische groei van de jaren negentig is weliswaar omgeslagen in een hapering, maar dat mag geen reden zijn om niet voorbereid te zijn op de toekomst.

internationale bedrijven in de zakelijke dienstverlening. Het beeld van Den Haag als ‘Center of Peace and Justice’ moet krachtig worden uitgedragen om het internationale bedrijfsleven naar Den Haag te halen. Het beleid blijft ongewijzigd. Ten opzichte van ROM II verandert wel de aanpak: minder eigen plannen maken en meer invloed uitoefenen is de boodschap.

Werken aan ‘internationaal niveau’
Bereikbaarheid van internationaal niveau (Rotterdam Airport!) en woonklimaat van Haaglanden moeten ook in dat licht worden bekeken. Naar internationale maatstaven gemeten zijn de afstanden binnen de Randstad gering, maar nationaal en regionaal ligt dat anders. Er is wel degelijk behoefte aan goede bereikbaarheid en een rustige groene plek om te wonen, niet al te ver van het werk.

Internationale allure en opleidingen voor het MKB
De zorg voor een vestigingsklimaat waarmee de regio internationaal voor de dag kan komen, staat voorop. Daarbij horen ook voldoende vier en vijfsterren hotels voor diplomaten, zakelijke bezoekers en congresgangers. Een andere essentiële voorwaarde voor een optimaal vestigingsklimaat zijn MKB-bedrijven die aan hoge eisen kunnen voldoen. Het beleid moet zich richten op onderwijs en opleidingen die zijn afgestemd op het bedrijfsleven (een belangrijke vestigingsvoorwaarde), op bestaande netwerken en op het smeden van gelegenheidscombinaties waarin het (internationale) bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties met dat doel samenwerken.

Westholland Foreign Investment Agency
Haaglanden zal samen met de Provincie een rol moeten spelen bij de ontwikkeling van goed bereikbare stedelijke knooppunten waaraan kantorenlocaties zijn gekoppeld. Keuzes moeten worden gemaakt. Mét Amsterdam als financieel zwaartepunt in de Deltametropool en Rotterdam als wereldhaven maakt Haaglanden als ‘Center of Peace and Justice’ deel uit van de ‘Toegangspoort tot Europa’. Het Westholland Foreign Investment Agency, waarin de Kamer participeert, wijst bij haar acquisitieactiviteiten op die unieke positie.

Economische betekenis van het overheidscluster
De Deltametropool moet in Haaglanden het denk- en schaalniveau zijn. Haaglanden alleen heeft internationaal gezien te weinig gewicht, althans niet op de commerciële markt. De trekkers staan in Amsterdam: de beurs, Schiphol, de Zuidas. Gaat het echter om aantrekken van bedrijven en instellingen die verwant zijn aan de overheidscluster, dan heeft Haaglanden volop

Netwerken
De conclusie is duidelijk. Binnen de Deltametropool moet Haaglanden niet zelf trekken aan individuele,

Haaglanden maakt zich sterk - 13

5 TOERISME EN RECREA
Het beleid in de afgelopen 15 jaar
Het toerisme had beperkte aandacht. Van de regio werd wel gezegd dat zij grote toeristische potentie heeft. Dat zou meer inkomsten moeten opleveren ondermeer door het verlengen van het seizoen en aandacht voor toeristen die langer dan een dag in de regio willen blijven. In werkelijkheid heeft dat onvoldoende opgeleverd. Aansprekende acties bleven uit. Later werd de cluster ‘toerisme, recreatie & cultuur’ tot een pijler van de Haaglanden-economie verheven. Aandacht werd gevraagd voor een intensieve samenwerking tussen VVV’s en de suggestie is gedaan om een ‘Stichting Toerisme Haaglanden’ op te richten. Zakelijk toerisme heeft een nauwe relatie met recreatief toerisme. Het functioneren van een congrescentrum kan niet los worden gezien van de kwaliteit van stad en gewest. Hoogwaardige culturele voorzieningen en een aantrekkelijk uitgaansleven horen daar bij. Inhoudelijk vinden Provincie Zuid Holland, Stadsgewest Haaglanden en Kamer elkaar. Meer accommodaties voor verblijfstoerisme, versterken van de culturele uitstraling op internationaal niveau en het ontwikkelen van recreatieve mogelijkheden in het Westland. De kansen die het (zakelijk) toerisme biedt voor winkels en horeca moeten optimaal worden benut. Toerisme is een economische pijler, maar een met zwakke plekken. Ondanks een breed en gevarieerd productaanbod op toeristisch-recreatief gebied, is het toeristisch profiel van Haaglanden niet duidelijk. Gebrek aan interne samenhang is een belangrijke tekortkoming. Om daarin verbetering te brengen worden aanpassingen in de organisatie voorgesteld. Er moet een publiek-privaat samengestelde ‘Stichting Toerisme en Recreatie Haaglanden’ worden opgericht om de uitvoering van de verschillende projecten regionaal te coördineren. Op den duur zou deze stichting kunnen uitgroeien tot een Toeristische Ontwikkelingsmaatschappij Haaglanden. Van zakelijk toerisme wordt economische spin-off verwacht voor de congresmarkt in Haaglanden.

Conclusies uit de analyse in 2002
Toerisme is één van de vier poten van de Haaglandse economische structuur, maar door de trend- en seizoensgevoeligheid is het tegelijkertijd een achilleshiel. Dat kan worden ondervangen door de aandacht te richten op de zakelijke toerist, die immers in korte tijd veel meer geld uitgeeft dan de gewone toerist. De regio heeft deze groep veel te bieden, toch is onvoldoende van deze economische potentie gebruik gemaakt. De zakelijke toerist is een big spender en de congresmarkt groeit. Het plafond daarvan is nog niet bereikt. Het floreren van de hotelbranche hangt in Haaglanden sterk af van succes van het Nederlands Congres Centrum (NCC) op de congresmarkt. Den Haag heeft het NCC afgestoten. Daarmee is een onzekere factor op de markt voor zakelijk toerisme ontstaan. Voorts dreigt de Statenhal, de beursvloer, te worden afgebroken. De ervaring leert, dat internationale congrescentra zonder beursvloer op den duur niet zonder subsidie kunnen blijven bestaan. De intentie bestaat nog steeds om gezamenlijke promotie en acquisitie van congressen te voeren. Daarnaast bestaan er veel plannen om het aantal vier- en vijfsterrenhotels uit te breiden. De overheid ondersteunt dat streven. De aanwezigheid van internationale bedrijven en instellingen moet worden benut. Het exploiteren van Den Haag als stad van recht en vrede zal bijdragen aan de aantrekkingskracht van de regio op internationale bedrijven en organisaties. Zakelijke toeristen maken weinig gebruik van de aanwezige toeristisch-recreatieve voorzieningen. Arrangementen waarin de nog te ontwikkelen toeristische Westlandse kuststrook een rol in kan gaan spelen, moeten de zakelijke toerist (langer) in Haaglanden vasthouden.

Accommodatie

1996 kamers 3 sterren of meer 3405 luxe-stacaravans en bungalows

1999 3724 281

2002 3758 608

Ontwikkeling: 3 sterren: -126 kamers, 4 sterren: +489 kamers en 5 sterren: - 20 kamers

14 - Haaglanden maakt zich sterk

ATIE

Het beleid voor de komende jaren
Er is noodzaak tot regionale samenwerking. Een goed vestigingsmilieu - goede bereikbaarheid! - is een eerste vereiste om toerisme en recreatie te stimuleren. Voor congrestoerisme is geen apart beleid nodig. De voorzieningen voor de toeristisch-recreatieve markt volstaan. Er is geen behoefte aan overheidsbemoeienis of aan regionale afstemming van de ontwikkeling van de hotelmarkt. Die reguleert zichzelf. Het beleid zal zich richten op het versterken van de culturele uitstraling en het opnieuw in gang zetten van samenwerking tussen regionale toeristische organisaties en tussen ondernemers in de toeristisch-recreatieve sector. Haaglanden heeft grote potentie op het gebied van zakelijk en recreatief toerisme (met stad, kust en cultuur), maar specifiek regionaal beleid voor de zakelijke markt is niet nodig. Die markt profiteert van het algemene toeristische beleid. Het zijn aparte circuits, maar beide hebben baat bij een goede toeristische omgeving. Het stimuleren van de congresmarkt is vooral een nationale zaak, want nauw verbonden met het landelijke beleid ten aanzien van internationale bedrijven en organisaties. De Kamer staat wel open voor goede initiatieven en activiteiten. Voorlopig is er geen gebrek aan hotelkamers voor verblijfstoerisme in de regio en mocht er een tekort ontstaan dan lost de hotelbranche dat zelf op. Ook het aantal luxe bungalows en stacaravans voor verblijfstoeristen is toegenomen (ondermeer met de bouw van het Kijkduinpark). Dit segment

vraagt weinig aandacht. Haaglanden heeft wél behoefte aan meer hotels in de hoogste categorie (vijf sterren) voor de zakelijke toeristische markt. Daar is nog werk te doen. Ontwikkeling van de Scheveningse kuststrook voor het toerisme blijft aandacht vragen. Dat uitgangspunt is gekoppeld aan het standpunt van de Kamer dat er buitengaats een Vierde Haven nodig is ten behoeve van oude en nieuwe bedrijvigheid. Aandacht blijft er ook voor projecten aan de Westlandse kust (onderdeel van het IOPW) en de verbetering van de bereikbaarheid. Een onderdeel daarvan, de ‘Kustbus’, bleek niet haalbaar in de vorm die de Kamer voor ogen stond en wordt als project afgevoerd.

Cultuur als trekker
Culturele campagnes als Koninklijke Monumenten en tentoonstellingen (‘Vermeer’ en Den Haag ‘Sculptuur op het Lange Voorhout’) dragen bij aan de culturele uitstraling en toeristische waarde van Haaglanden, ook op de internationale markt. Permanente exposities als die in het Escher Museum, en wellicht een Delfts Aardewerkmuseum, zijn eveneens verrijkingen. Zulke activiteiten verdienen daarom voortdurende aandacht en ondersteuning.

Regionale samenwerking en een toeristisch platform
Regionale toeristische samenwerking is nodig, maar is tot op heden ook een zware gang gebleken. Wat zijn de prioriteiten en keuzen in het toeristische beleid? Wie heeft de regie? Welke middelen zijn beschikbaar? Allemaal vragen die een bestuurlijk beleid noodzakelijk maken om regionale samenwerking van de grond te krijgen en het bedrijfsleven te bundelen in een toeristisch platform: promotionele organisaties en bedrijven moeten met de overheid een werkbare structuur opzetten voor een krachtdadig toeristisch beleid. Daarbij moet de aandacht vooral zijn gericht op projecten, waarvan economische spin-off voor de regio is te verwachten.

Haaglanden maakt zich sterk - 15

6 DETAILHANDEL

Het beleid van de afgelopen 15 jaar
Detailhandel moet voldoen aan de wensen van het publiek. Dat vraagt om dynamiek en bewegingsruimte. Brancheverdeling, specialisatie, service, winkelomvang, ambiance, prijsstelling en bereikbaarheid moeten voortdurend worden aangepast. De overheid waakt over de bestaande structuur van de detailhandel. Die bescherming van de bestaande structuur en de dynamiek van de moderne detailhandel geven spanning. De Kamer van Koophandel streefde naar evenwicht. Het gaat om 23500 (voltijd) tot 37600 (incl. deeltijd) werkplekken.

Vernieuwing vraagt vaak om schaalvergroting. Zeker in de oude binnensteden is dat moeilijk. Locaties aan de stadsranden bieden meer ruimte, betere bereikbaarheid en lagere huisvestingslasten. Zulke plekken vragen wel om recreatieve elementen, aangenaam verpozen, dus ook horeca. De overheid houdt dit in toom door bescherming van de bestaande detailhandel en winkelcentra. Perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen mogen de bestaande grotere winkelcentra niet bedreigen. Voor veel achterhaalde buurtwinkelcentra die hun bestaansrecht hadden verloren, zet de Kamer zich dan in voor fatsoenlijke sanering.

16 - Haaglanden maakt zich sterk

De situatie in 2002
In Haaglanden wordt veel vernieuwd en toegevoegd, te onderscheiden in runshopping (weinig tijd voor dagelijkse boodschappen in buurtwinkels of grotere winkelcentra; het moet snel en gemakkelijk) en funshopping (leuk tijdverdrijf ).

nog niet te overzien. Een koopstromenonderzoek moet dat inzicht geven. Het beschermende detailhandelsbeleid leidde tot vernieuwing van de oude binnensteden van Den Haag en Delft en ondermeer verdere uitbreiding van het Stadshart van Zoetermeer, vernieuwing van de stadsdeelcentra In de Bogaard, Leidschenhage en de Leyweg in Den Haag. Maar ook De Tuinen in Naaldwijk, twee nieuwe hoofdwinkelcentra in Pijnacker-Nootdorp, uitbreidingen in Berkel en Rodenrijs, centra als Megastores in Den Haag en het Woonhart Zoetermeer, nieuwe centra in de VINEX-wijken en, last but not least, de vele uitbreidingen van tuincentra, bouwmarkten en andere solitaire winkels vergroten het winkeloppervlak verder. Die groei overstijgt ver de beleidsdoelstellingen. Ook virtueel vloeroppervlak verdunt de spoeling. Van de Nederlandse consumenten koopt 15% wel eens via internet. Duitsland, Zweden en Engeland met 54%, 62% en 72% hebben de trend gezet. Daarnaast gaat door de vele franchise-winkels de eigen identiteit van centra en ondernemers verloren en daarmee de aantrekkelijkheid voor consumenten. Winkelgebieden gaan sterk op elkaar lijken: verschraling. Waar diversiteit is, ligt het anders, ook in de perifere detailhandelvestigingen. De consument die winkelen als een vrijetijdsbesteding ziet, koopt beleving: winkelen, eten, vermaak en een crèche tegelijk.

De drie soorten detailhandelscentra volgens MKB-Haaglanden
Door de toegenomen mobiliteit en behoefte aan gemak, doelmatigheid en beleving is de traditionele winkelhiërarchie (binnensteden, stadsdeelcentra, wijkcentra, buurtcentra, later aangevuld met perifere centra) aan herziening toe. MKB-Haaglanden heeft een functionele driedeling gemaakt: Dagelijkse artikelen waarbij het gaat om gemakscentra in woongebieden voor de grote en/of dagelijkse inkopen (vooral levensmiddelen, de wijkcentra), traffic centra voor de snelle boodschap onderweg (shops bij benzinestations en NS-stations), buurtgebonden steunpunten voor de kleine boodschappen gedurende de week (buurtcentra) en solitaire supermarkten met een breed en diep assortiment voor de grote levensmiddelenaankopen. Doelgerichte aankopen in vestigingen van minimaal 1000 m2 (geen levensmiddelen). Grootschalige winkels aan de randen van de steden, themawinkels en themacentra (auto’s, motoren, bromfietsen/fietsen, boten, caravans), bouwmarkten, woonwarenhuizen, meubelboulevards, tuincentra en outdoor-recreatiecentra. Recreatief winkelen in centra waar de consument wordt vermaakt met winkelen, horeca, ontspanning, cultuur. Daar passen ook warenmarkten in (met nadruk op non-food) alsook de zogeheten factoryoutlets.

Supermarktketens spelen op runshopping in door winkels in NS- en tankstations te exploiteren. Maar aan recreatief winkelen is ook behoefte: horeca, ontspanning en winkels die op vermaak en vrije tijd zijn gericht. ‘Winkelen is meer dan boodschappen doen’ schreef de Kamer al in 1996. De brancheverdeling verandert en de menging met andere functies, met name de horeca neemt toe. Ook door de bouw van VINEX-wijken met nieuwe winkelcentra veranderen de koopstromen. Schaalvergroting speelt in meer en meer branches een rol. De rijksoverheid geeft daar voorzichtig aan toe door meer branches op de grote locaties aan de randen van steden toe te laten. In de oude wijken groeide een eigen detailhandelsstructuur en in de naoorlogse wijken is het draagvlak voor buurtvoorzieningen uitgedund. Te weinig inwoners én zij kunnen niet op tegen grootwinkelbedrijven en supermarkten. Leegstand neemt toe, een niet te keren tij. Perifere detailhandelsvestigingen (PDV’s) vragen en krijgen intussen meer ruimte. Detailhandelsvisies of niet. De effecten van die structuurverandering zijn

Haaglanden maakt zich sterk - 17

Vernieuwing en ondernemersrisico; nadeelcompensatie
Gevolgen van de vernieuwingsgolf, publieke werken en (nieuw)bouw behoren tot het ondernemersrisico. Maar grootschalige, langdurige projecten als de tramtunnel in Den Haag, het autoluw maken van de Delftse binnenstad, de vernieuwing van In de Bogaard en de herontwikkeling van de Haagse binnenstad (Spuimarkt, Wijnhavenkwartier) gaan de draagkracht van de zelfstandige ondernemer gewoon te boven. Tijdelijke huurverlagingen en een compensatieregeling voor ondernemers liggen dan in de rede.

Garantiefonds, MKB Vastgoedinitiatief en Vastgoedontwikkelingsmaatschappij
Het garantiefonds helpt zelfstandige ondernemers in de detailhandel bij het bemachtigen van een passend winkelpand; vooral bedoeld voor doorstarters en bewezen MKB-ondernemers. Een helpdesk reserveert verkooppunten voor hen. Ervaren vastgoedprofessionals van het fonds staan die ondernemer bij in contacten met ontwikkelaars, makelaars en beleggers. Bij een transactie staat het fonds bankgarant. De Stichting MKB Vastgoed Initiatief werkt in het verlengde hiervan aan de aanbodzijde van de vastgoedmarkt. Zij is intermediair tussen zelfstandige ondernemers, gemeenten, investeerders en ontwikkelaars bij het (her)ontwikkelen en het verkrijgen van huisvesting voor MKB-ondernemers op goede locaties. De Vastgoedontwikkelingsmaatschappij staat voor verbetering van de kwaliteit van het woon-, leef- en werkklimaat in een bepaald gebied, in publiek-private samenwerking door met name onroerend goed te verbeteren.

18 - Haaglanden maakt zich sterk

Het beleid voor de komende jaren
Het gedrag van de consument is de afgelopen jaren drastisch gewijzigd, het beleid moet die verandering volgen. Daarbij zijn drie punten van belang: gemak, beleving en comfort. In de komende vijf, zes jaren is geen behoefte meer aan nieuwe toevoegingen die lijken op al bestaande detailhandel. Dat is al te vaak gebeurd. Detailhandel kent zijn eigen dynamiek en vraagt om souplesse en ruimte, letterlijk en figuurlijk. Innovatie mag niet worden gesmoord. In nieuwe en te vernieuwen centra moet ook met nieuwe trends rekening worden gehouden. Te vaak worden winkelruimten gebruikt als sluitpost van de verlies- en winstrekening van woningbouw en andere projecten (groen, stadsvernieuwing). De ‘Structuurvisie Detailhandel 2000’ van het Stadsgewest stelt zijn kwantitatieve grenzen aan detailhandel. De toekomst ligt bij toenemende kwaliteit.

stellen door het Stadsgewest Haaglanden. Diversiteit in de winkelcentra zal daarin met nadruk aan bod komen. Toevoegingen aan het winkelbestand om de kwaliteit te vergroten, moeten elders in Haaglanden leiden tot reductie in gebieden waar de kwaliteit te wensen overlaat. Zo kan worden voorkomen dat het winkelvloeroppervlak nog verder toeneemt. Ten behoeve van die verbetering van de kwaliteit en het constant houden van het aantal vierkante meters is een vereffeningfonds in Haaglanden nodig. Regionaal kunnen centra met deze functionele indeling worden beoordeeld op hun kwaliteit. Voldoen zij of is (drastische) verbetering nog mogelijk? Is er geen rol meer voor een centrum weggelegd, dan moet het worden gesaneerd. Maar dan wel met ondersteuning. Volgens de Kamer mag van ontwikkelaars die ten behoeve van de kwaliteit extra vierkante meters mogen bouwen, een financiële bijdrage worden gevraagd ten behoeve van sanering elders.

‘Winkelraad Haaglanden’
Het beleid op het gebied van de detailhandel is, volgens de Kamer, een kwestie van samenwerking tussen gemeenten, Provincie en Stadsgewest. Ook de op te richten ‘Winkelraad Haaglanden’ moet daarin een rol spelen. Ondernemers hebben ook te maken met risico’s die niet met vernieuwingsoperaties te maken hebben. In die gevallen moeten zij kunnen rekenen op goede compensatieregelingen van gemeenten (zie kader). Bedrijven kunnen terecht bij de stichting Garantiefonds Detailhandel Midden- en Kleinbedrijf (zie kader), de stichting MKB Vastgoed Initiatief voor oprichting van vastgoed-ontwikkelingsmaatschappijen (zie kader), voor het stimuleren en gaande houden van centrummanagement (zie kader). Met MKB-Haaglanden zal voorts worden geprobeerd een ‘Winkelraad Haaglanden’ in het leven te roepen die richting gaat geven aan een sterke structuur.

Stadsdistributie Zelfstandigheid ondernemersverenigingen
De individuele zelfstandige ondernemer moet worden gestimuleerd aan dit veranderingsproces mee te doen. Hij kan daarbij bouwen op diverse organisaties. Die nemen initiatieven. Niet naast elkaar maar met elkaar. De ondernemer moet dan wel zijn weg kunnen vinden. De Kamer wil daarbij behulpzaam zijn. Het uitgangspunt is dat de ondernemers snel in staat moeten zijn om zelfstandig voor hun eigen belangen op te komen. Het opzetten van ondernemersverenigingen kan daarbij van grote betekenis zijn (de Kamer biedt steun bij het oprichten daarvan). Een wethouder zal immers eerder geneigd zijn naar de vertegenwoordiger van een winkelcentrum te luisteren dan naar een individuele ondernemer. Bevoorrading van binnensteden en winkelcentra wordt steeds problematischer. Aan de ene kant hebben bedrijven te maken met tijdslimieten waarbinnen moet worden bevoorraad, daarnaast is er ook nog het publiek dat al winkelend geen overlast van bevoorrading door grote vrachtwagens wil ondervinden. Na eerdere pogingen zal stadsdistributie weer op de agenda staan, vooral gericht op de oude stadskernen.

Koopstromenonderzoek, structuurvisie detailhandel en diversiteit
Kwantiteit blijft een rol spelen, maar vanaf nu als een secundaire factor. De Kamer werkt mee aan een nieuw koopstromenonderzoek om evenwicht te vinden tussen kwaliteit en kwantiteit. MKB-Nederland heeft een driedeling gemaakt van soorten detailhandelscentra (zie kader). Die is voor de Kamer het richtsnoer voor een nieuwe beleidsvisie die, ondermeer met behulp van de uitkomsten van het eerstvolgende koopstromenonderzoek, haar inbreng zal zijn in een nieuwe structuurvisie op de detailhandel, op te

Centrummanagement
Met centrummanagement kunnen binnensteden worden beheerd door betrokken gemeenten en ondernemers (organisaties). In grootschalige veranderingsprocessen bewijzen die PPS-constructies hun waarde door goed overleg, goed begrip, korte lijnen en snelle resultaten.
Haaglanden maakt zich sterk - 19

7 BEREIKBAARHEID
Het beleid van de afgelopen 15 jaar
Economie = bereikbaarheid. De randstadrail en ‘4 x lijn 1’ moeten worden aangelegd. Het regionale wegennet is aan opwaardering en uitbreiding toe, de rijksweg A4 door Midden-Delfland en de Veilingroute completeren de harde infrastructuur in de regio. Voorlopig. De A12 blijft een probleem en de spoortunnel in Delft staat op de agenda. Aandacht voor ondersteunend beleid is er met ‘betaald rijden op maat’, een reisinformatiesysteem voor automobilisten, vervoermanagement, transferia en inzet van technologie om de doorstroming van het autoverkeer te verbeteren. Dat was het beleid van het ROM. De ambities gingen nog verder. Er moesten grootschalige transferia voor personen en goederen buiten de stedelijke kernen komen en, speciaal voor goederenvervoer, geautomatiseerde (onbemande) vervoersystemen. De nood is hoog. Haaglanden staat garant voor files. Randstadrail was hét doorgaande openbaar vervoer tussen de Rotterdamse regio en Haaglanden: een sneltram naast de bestaande NS-verbinding. De fijnmaziger railverbindingen moesten worden verzorgd door tramlijnen naar Leiden, Zoetermeer en Hoek van Holland, à la het concept van tramlijn 1 van Scheveningen naar Delft v.v. Het regionale wegennet moest worden aangevuld met de A469 (ZoetermeerLeidschendam), de A470 (Delft-Zoetermeer), de Noordelijke Randweg van Den Haag (A14) en door betere benutting van de regionale wegen die door wegbeheerders uit de roulatie zijn gehaald met autowerende maatregelen. Dat de aanleg van de A4 door Midden-Delfland na ruim 40 jaar gesteggel ook eens moest worden gerealiseerd, was evident. Telewerken, telekantoren, teleshoppen en een openbaar vervoerchip met aanvullende mogelijkheden (bijvoorbeeld toegang tot North Sea Jazz Festival) waren tips om de mobiliteitsbehoefte te reguleren. Evenveel effect werd verwacht van dynamisch verkeersmanagement. Dan gaat het (ondermeer) over dynamische autoroute-informatie, wegsignalering en variabele rijstrookbreedte. Vervoermanagement, in de tijd van ROM I nog een aangelegenheid waar de Kamer als initiatiefneemster sterk bij betrokken is, verhuisde naar het Stadsgewest, letterlijk en figuurlijk. En voor betaald rijden bestond draagvlak, maar dan wel op maat: betalen naar weggebruik; geen tolpoorten.

De situatie in 2002
De hogesnelheidslijn via Haaglanden en het rekeningrijden (betaald rijden via tolpoorten) zijn van de baan. De randstadrail lijkt vaste grond onder de wielen te krijgen en de spoortunnel in Delft komt eraan. De A12 gaat beter worden benut. De Veilingroute is in gebruik, net zoals de N469. Aan de N470 (al jaren in de gevarenzone) en ondersteunend beleid wordt hard getrokken. Aan wegeninformatie voor de individuele weggebruiker, op maat én op tijd, wordt gewerkt. Om met de hogesnelheidslijn te beginnen; de poging om die volwaardig (dus tenminste per half uur) Haaglanden te laten aandoen, is niet gelukt. Opwaardering van het CS om de snelle trein in de ochtend- en avondspits te kunnen ontvangen en laten vertrekken, bleef over. Echter, geen begroting zo grillig als die van Verkeer en Waterstaat. De voortdurende, bijna hardnekkige inzet van datzelfde ministerie om tolpoorten rond de grote steden te plaatsen is gestrand op gebrek aan maatschappelijk draagvlak. De Kamer heeft met zuster- en andere organisaties voldoende kunnen beargumenteren dat tolpoorten afbreuk doen aan het grootstedelijke vestigingsklimaat en de gewenste onderlinge economische samenhang in de Deltametropool. Met de aanleg van de randstadrail gaat het openbare vervoer een nieuwe concurrentieslag met de auto aan en de congestie op de wegen. Helaas in een beperkte opzet van 55 miljoen in plaats van de 3 miljard die voor een écht autoalternatief stonden geraamd. Over de spoortunnel in Delft wordt weer gesproken, na jaren als onderwerp te zijn

weggewuifd door het Rijk. Bovengrondse en ondergrondse ruimte voor verstedelijking maken het project aantrekkelijk. De A12 is een apart verhaal. Bijzonder filegevoelig met vooroorlogse toe- en afritten. De weg stond decennialang beurtelings in en buiten de belangstelling van het rijk. Regionaal en provinciaal werd hij wel constant als probleem aangemerkt. Met behulp van Rijkswaterstaat is uiteindelijk geld vrijgemaakt om de weg beter te benutten. Toeritdosering, dynamische route-informatiepanelen en verbetering van de op- en afritten zitten in het pakket. Over de A4 door Midden-Delfland hebben het bedrijfsleven, in het bijzonder VNO-NCW West gesteund door onder meer de Kamer, en de Provincie Zuid-Holland zich ontfermd. Veertig jaar schommelen tussen al dan niet aanleggen is te lang. In het ondersteunende beleid wordt door het Stadsgewest doorgewerkt aan vervoermanagement. Samen met de Kamer is het dynamisch en individueel routebegeleidingssysteem in verkenning om automobilisten tijdig voor opstoppingen op wegen te waarschuwen en, in-car, een alternatieve route te bieden. In het ondersteunend beleid passen ook transferia: parkeerplaatsen buiten de steden waar de auto kan worden gestald en in openbaar vervoer kan worden overgestapt. Eén grote is er inmiddels, bij Leiden. Maar de mate van gebruik noopt tot een kritische kijk op het concept. Het werkt daar niet.

20 - Haaglanden maakt zich sterk

Het beleid voor de komende jaren
In de houding ten opzichte van mobiliteit en bereikbaarheid is een maatschappelijke omslag gaande. Zij werden decennialang als fenomenen beschouwd die moesten worden bestreden. Het bedrijfsleven hamert al evenlang op de economische noodzaak ervan en op slagvaardigheid bij de daadwerkelijke realisatie van infrastructuur. Die gedachte wint terrein. Termijnen van 40 tot zelfs 80 jaar om ‘van droom tot daad’ te komen, helpen Haaglanden en de Deltametropool niet vooruit in de Europese concurrentie. Bij grote infrastructurele projecten is samenwerking met de andere Kamers van Koophandel in de Deltametropool zeer wenselijk. Andere organisaties van het bedrijfsleven nemen op specifieke projecten het voortouw. Overheden, het Bureau Regio Randstad, het Overlegorgaan Verkeersinfrastructuur en de Vereniging Deltametropool zijn ook partners (en er zijn er meer: netwerken!). De Kamers werken daar voluit aan mee. Bij regionale en lokale problemen met bereikbaarheid moet elke ondernemer op aandacht en hulp kunnen blijven rekenen.

en bussen. Het bedrijfsleven gaat zelfs verder door te pleiten voor onderlinge verbindingen van alle nieuwe locaties in de Randstad (‘rondje Randstad’) en, aansluitend daarop, de binnensteden met (snel) openbaar vervoer. Maar er is meer. Verbreding van de bestaande A4, verbetering van de A12, doortrekking van de A4 door Midden-Delfland en naar de A29 en de Hoekse Waard (een inmiddels 40-jarige discussie) en de N470. De A11-west komt er maar niet en het afsluiten of bemoeilijken van regionale en stedelijke wegen belemmeren de doorstroming van de mobiliteit. De A14 (ofwel de Noordelijke Randweg Haagse Regio/ Verlengde Landscheidingsweg) komt na een tachtigjarige-oorlog uiteindelijk op de wegenkaart. Allemaal onderwerpen waarin het bedrijfsleven stelling en initiatief heeft genomen. Andere belangen als milieu, leefbaarheid, veiligheid en autonomie van alle betrokken overheden/wegbeheerders overheersten tot voor kort de discussie.

Regionaal blijft het ‘programma voor bereikbaar Haaglanden’ uit het ROM II het uitgangspunt. Bovenregionaal zal naar ontvlechting van lokaal, regionaal en nationaal verkeer moeten worden toegewerkt, met elk hun eigen wegensysteem. De wijze waarop het wegbeheer nu is georganiseerd, maakt dat moeilijk. Het onderliggende wegennet is in handen van verschillende partijen (Provincies, waterschappen, Gemeenten) en die hebben meer oog voor eigen belang (rust, milieu, veiligheid, lozen van regionaal verkeer naar het hoofdwegennet) dan belangstelling voor de vraag welke bijdrage hun wegen zouden kunnen leveren aan een goed functionerend infrastructureel systeem. De VROM-raad zette het denken op scherp: ‘mobiliteit is er’ en behoeft fatsoenlijke accommodatie ten behoeve van de concurrentiepositie van de Randstad in het Europese economische spel. De vijf Kamers van Koophandel in de Randstad, later zeven in Landsdeel-West, legden hun ideeën neer over het verband tussen mobiliteit, bereikbaarheid en ruimtelijke ordening. De boodschap is dat mobiliteit, infrastructuur en ruimtelijk beleid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Knooppunten van verstedelijking en infrastructuur (in en buiten de huidige stedelijke concentraties) zijn de plekken waar het om gaat. Het Rijk (ontwikkeling knooppunt A4/A12/Prins Clausplein als ‘pilot’) en de Provincie met haar knooppuntennota pakken dit op. Het Stadsgewest is terughoudender. De discussie over mobiliteit en bereikbaarheid is losgekomen, zoveel is zeker.

Ontvlechting van lokaal, regionaal en doorgaand verkeer
De A4 is geen exclusieve aangelegenheid van Haaglanden, zomin als de tweede Coentunnel een Amsterdamse of de tweede Beneluxtunnel een Rotterdamse dat zijn. Zij gaan de hele Deltametropool aan. Dat geldt evengoed voor de Rijn-Gouwelijn (de spoorlijn van Alphen a/d Rijn naar Katwijk) en de Zuiderzeelijn (Amsterdam-Groningen). Om maar enkele voorbeelden te noemen. Het beleid dat is ingezet door de Kamers van Koophandel om bij projecten van dat niveau gezamenlijk op te trekken - en met andere organisaties van het bedrijfsleven - wordt voortgezet.

‘Rondje Randstad’, de A4 door Midden-Delfland en de N470
Aanleg van infrastructuur was jarenlang een negatief bestuurlijk onderwerp, behalve als het om openbaar vervoer ging. In dat laatste kon en kan de overheid altijd op steun vanuit het bedrijfsleven rekenen, zoals voor aanleg van de HSL, complete viersporigheid van het NS-net in de Randstad en ontsluiting van de nieuwe stedelijke gebieden (VINEX-locaties) door trams

Haaglanden maakt zich sterk - 21

Vervoersautoriteit
Om verband te brengen tussen alle bestaande ‘asfalt’ en zo een samenhangend vervoerssysteem te ontwerpen (inclusief broodnodig nieuw asfalt) is één (regionale) vervoersautoriteit nodig die de zeggenschap heeft over alle wegen en de regie over haperende projecten als de N470 (Rotterdamse regio-DelftZoetermeer) en A11-west (de A4-A44-verbinding ter hoogte van Voorschoten/Leiden).

Spoortunnel Delft
Stedelijke concentratie geeft draagvlak aan openbaar vervoer als alternatief voor de auto en schept ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De spoortunnel in Delft is een potentieel knooppunt van vervoer en verstedelijking. Het definitieve, positieve besluit tot aanleg lijkt nabij. Alle aandacht zal vanaf dat moment gericht zijn op het geven van stedelijke inhoud en kwaliteit aan het knooppunt.

door marktpartijen worden verstedelijkt ter medefinanciering van dit project. Verder blijft er regionaal en lokaal genoeg te doen om bereikbaarheid te verbeteren en te garanderen. Detaillisten en ondernemers op bedrijventerreinen weten dat als geen ander. Die signalen moeten door de Kamer worden opgepakt, van straat tot laan en van bedrijventerrein tot tuinbouwgebied.

Dynamische individueel routebegeleidingssysteem (DIR)
Informatie, zeer actueel en direct in de auto aangeleverd, begeleidt automobilisten zo snel mogelijk naar hun bestemming: het dynamische individuele routebegeleidingssysteem. De Kamer en het Stadsgewest werken aan integratie van het DIR in het Stadsgewestelijke Mobiliteits Informatie Centrum Haaglanden (MICH). Dus ook bij calamiteiten of overdruk op het hoofdwegennet moeten verkeersstromen volgens de Kamer kunnen worden verwerkt op alle beschikbare infrastructuur, lokaal en regionaal. De noodzaak van een vervoersautoriteit doet zich ook hierbij voelen.

Zuidvleugelnet
De Randstadrail in het oorspronkelijke concept (één samenhangend light-railsysteem tussen en in Rotterdam en Den Haag) is verlaten. Van wat overblijft (opgewaardeerde Hofpleinlijn en de verbinding Zoetermeer-Den Haag) wordt de gemiddelde automobilist niet warm of koud. De ruimtelijke ontwikkeling van de Randstad gebiedt echter toch een frisse kijk op investeringen in het openbaar vervoer te hebben. De verstedelijking is aan de binnenrand van het Groene Hart gaande (Leidse Rijn/ Amsterdam zuid-as/Leidenoost/Den Haag-Ypenburg/ Delft-Delfgauw, Rotterdamnoordrand en nog meer). De aandacht voor investeringen in openbaar vervoer sporen daar niet mee. Die richt zich op ‘hart-op-hart’ verbindingen tussen de grote steden en een ‘dwars door het hart’-verbinding (HSL). Daarom is het initiatief van de samenwerkende openbaar vervoerautoriteiten en -bedrijven om het Zuidvleugelnet (koppeling van alle openbaar vervoersystemen en hoogfrequente diensten) ondersteuning waard. De rol van de Kamer zal daarbij vooral zijn weggelegd om te stimuleren dat knooppunten van vervoer

22 - Haaglanden maakt zich sterk

8. OVERZICHT AANDACHTSPUNTEN

Uit hoofdstuk 1: ‘Beroepsbevolking, arbeidsmarkt, onderwijs’
1. Arbeidsmarktmonitor In beeld krijgen van ontwikkelingen in economische sectoren om adequate voorziening van personeel te bevorderen, kwantitatief en kwalitatief. 2. Tegengaan schooluitval Vroege kennismaking van leerlingen met de arbeidsmarkt biedt perspectief om schooluitval te voorkomen: scholing samen met bedrijven en, als één traject, professionele acquisitie náár bedrijven. De chemische reactie tussen beide moet dan al worden uitgelokt. Bedrijven doen mee door open dagen voor decanen en leerlingen. De schooldecaan in een nieuw jasje. Een baangarantie na voltooiïng van de opleiding helpt daarbij. 3. Regionalisering van (beroeps)onderwijs De eisen die door de economie aan de beroepsbevolking worden gesteld veranderen snel. Scholen alleen houden dat tempo en niveau niet bij. Samenwerking en wisselwerking met het bedrijfsleven moeten goed toegerust personeel kunnen leveren. Regionalisering van voornamelijk het beroepsonderwijs daagt de Kamer uit om het onderwijs en het bedrijfsleven te hechten in samenwerkingsclusters. 4. Lokale partnerschappen Informatieverstrekking aan het bedrijfsleven over actuele ontwikkelingen en projectvoorbeelden én successen van vroegtijdige kennismaking tussen leerlingen, studenten, onderwijs en het bedrijfsleven, vooral door één-opéén relaties via lokale partnerschappen. 5. Regionaal Arrangement Haaglanden Aanhaken aan het ‘Regionaal Arrangement voor Haaglanden’; nabijheid van onderwijs en markt en coördinatie van initiatieven om die bij elkaar te brengen.

Uit hoofdstuk 2: ‘Kennis en technologie’
6. Kennisalliantie Zuidvleugel Randstad Stimuleren van interactie tussen onderzoek, onderwijs en de markt, zowel als het creëren van voorwaarden waarin kennis en innovatie kunnen excelleren moet Haaglanden en de Zuidvleugel van de Randstad (Leiden-Den Haag-Delft-Rotterdam) binnen vijf jaar in de top drie van de meest innovatieve regio’s neerzetten door de negen kenniskolommen snel en gericht naar de markt brengen. Nieuwe kennis-product-markt-combinaties moeten de resultaten geven. Een andere taak zal zijn om de cluster van kennis nationaal en internationaal in de markt te zetten. 7. Projectenbank kennisuitwisseling In samenwerking met de Kennisalliantie wordt onderzocht, of en zo ja hoe een projectenbank kan worden gerealiseerd. Het doel is om op projectmatige basis de kennisuitwisseling tussen wetenschappelijk onderwijs en de r&d projecten van het bedrijfsleven te bevorderen. Deze projectenbank heeft niet alleen betrekking op technische projecten, maar op alle clusters uit de Kennisalliantie. De start wordt gemaakt vanuit de regionale vraag. Wereldwijde verbindingen zijn op den duur wel nodig om er een succes van de maken. 8. Bedrijfshuisvesting rond kennisclusters Betaalbare huisvesting voor studenten en potentiële starters nabij de universiteiten en andere kennisinstituten is een aandachtspunt om een soepele overgang van het onderwijs naar zelfstandig ondernemersschap te bevorderen. 9. Technostarters Begeleiding van en soepele kapitaalverstrekking aan beginnende ondernemers in de technische bedrijvigheid om hen de gelegenheid te bieden kennis naar de markt te brengen.

Haaglanden maakt zich sterk - 23

Uit hoofdstuk 3: ‘Agribusiness’
10. Greenport Zuid-Holland De Kamer werkt mee om het glastuinbouwcomplex de ruimtelijke en economische plaats te geven die het verdient en, belangrijker, planologisch en beleidsmatig nodig heeft. De sector moet sterk in de markt worden gezet en de maatschappelijke waardering moet hoger.

Uit hoofdstuk 4: ‘Dienstverlening en het regeringscluster’
11. Stichting Herstructurering Westland Langs verschillende wegen werkt de Kamer mee, of trekt aan ruimte voor uitplaatsing uit het Westland naar de Zuidplaspolder en de B-driehoek. Nieuw glas moet daar komen. Ook via medewerking aan de Stichting Herstructurering Westland. Schaalvergroting en modernisering zijn de trefwoorden. Procedureel wordt veel verwacht van de nieuwe fusiegemeente Westland. De regio Rotterdam wordt daarbij betrokken. 12. Projectmatige ontwikkeling nieuwe glasgebieden Oostland/instrumentarium Het blijkt een hele opgave te zijn om in het Oostland ruimte vrij te maken voor nieuwe glasgebieden, ondermeer voor overloop uit het Westland. Grondeigenaren zitten op hun bezit en wachten af. De Kamer gaat onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om een doorbraak te bewerkstelligen via onteigening of anderszins. 13. Nieuwe bedrijventerreinen Het IOPW, de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, het Streekplan Zuid-Holland West en het Regionale Structuurplan Haaglanden geven een helder beeld over de toekomstige behoefte aan bedrijventerreinen. Door de onttrekking van de Harnaschpolder uit dit beeld, moet naar andere locaties worden uitgekeken. Via onderzoek en lobby wil de Kamer hier haar rol spelen. Heilige huisjes (de rafels van Midden-Delfland) worden niet ontzien. Uitsluitend herstructurering van bestaande terreinen levert onvoldoende op. 14. Onderwijs, arbeidsmarkt en glastuinbouw Gelijkopgaande kwaliteit van ondernemers en werknemers moet door gericht onderwijs worden bereikt. Dat heeft aandacht in de kenniskolom agribusiness-onderwijs van de Kennisalliantie waar de Kamer alle energie in steekt. 15. Economische betekenis regeringscluster Met belanghebbenden wordt onderzoek gedaan naar de economische betekenis van het regeringscluster/center of peace and justice. Elementen daarbij zijn werkgelegenheid, opleidingsniveau, geaggregeerd inkomen, investeringen en uitgaven. Het cluster wordt als businesscase benaderd en neergezet, om de verwevenheid met de Haaglandse economie in beeld te brengen. De economische betekenis van dit cluster en de aanknopingspunten voor de versterking van het cluster worden in beeld gebracht. 16. Internationale eisen bereikbaarheid De Kamer zet zich in om de internationale vervoersverbindingen, inclusief voor- en natransport op het niveau te brengen dat past bij een VN-hoofdstad. In samenspraak met gemeenten, Schiphol, NS en het Stadsgewest worden criteria opgesteld voor een infrastructuur die in een internationale benchmark niet misstaat. 17. Participatie in WFIA Participatie in de Westholland Foreign Investment Agency gaat door. Het acquisitieprogramma wordt afgestemd op de bijdrage die de regio kan leveren ter versterking van het internationale vestigingsklimaat in de Deltametropool. 18. Versterking netwerken De Kamer gaat haar positie in de netwerken van het internationale bedrijfsleven en de internationale instellingen versterken. Meer nog dan bij onderzoeksprojecten, ligt daar de prioriteit om het cluster van dienstverlening, overheidsfuncties en de aantrekkingskracht daarop voor zakelijke bezoekers te versterken.

24 - Haaglanden maakt zich sterk

Uit hoofdstuk 5: ‘Toerisme en recreatie’
19. Opleidingen als internationale vestigingsfactor In samenwerking met het contactcentrum bedrijfsleven-onderwijs wordt onderzocht of in de onderwijskolom mbo-hbo-wo voldoende aandacht wordt besteed aan de eisen vanuit het internationale bedrijfsleven/de internationale organisaties. Op basis van een behoefteninventarisatie worden zonodig internationale keuzemodules toegevoegd aan de curriculae. 20. Cursusaanbod ‘internationale omgeving’ voor MKB Ten behoeve van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf wordt een cursusaanbod ontwikkeld gericht op het ondernemen in een internationale omgeving. Meertaligheid en servicegerichtheid zijn elementen uit dit aanbod. Doel is de bijdrage die het midden- en kleinbedrijf levert aan het internationale vestigingsklimaat te versterken. Zowel in het business to business-verkeer als in de relatie tussen het bedrijfsleven en consumenten. 21. Ondernemersplatform toerisme en recreatie De Kamer neemt het initiatief om ondernemers in de toeristischrecreatieve sector te organiseren om een eensluidende en sterke stem te kunnen hebben in het Haaglandse toeristisch-recreatieve beleid. 22. Regionale toeristische samenwerking Samenwerking van organisaties en ondernemers op de regionale toeristisch-recreatieve markt voegt veel toe aan het nationaal en internationaal in de markt zetten van Haaglanden. Ondanks dat samenwerking voor alle betrokken partijen al jaren achter een enorme drempel blijkt te liggen, wil de Kamer daar toch nog een keer serieus voor gaan. Organisatie, bestuurlijk conformisme en zicht op/planning van geld, zijn nodig. 23. Culturele campagnes De Kamer gaat zich in samenwerking met ondermeer musea inzetten voor culturele campagnes als permanente internationale toeristische producten en om die tot vaste onderdelen te maken van de Haaglandse toeristische agenda.

Haaglanden maakt zich sterk - 25

Uit hoofdstuk 6: ‘Detailhandel’
24. Koopstromenonderzoek Zuid-Holland Meten is weten en is van groot belang om de nieuwe visie op detailhandelsbeleid gestalte te kunnen geven. Daarom participeert de Kamer in een hernieuwd koopstromenonderzoek dat eind 2003 wordt gestart en in 2004 wordt opgeleverd. 25. Structuurvisie Detailhandel Haaglanden 2005-2010 De vigerende regionale structuurvisie op de detailhandel gaat tot 2005. De Kamer wil dat die visie recht doet aan de dynamiek en de ontwikkelingen in de detailhandel, zonder die vast te prikken op een discussie over vierkante meters. De kwaliteit van elk individueel centrum zal daarin, met inachtneming van de eigen detailhandelsfunctie, een grotere rol moeten gaan spelen. Die visie zal worden opgesteld met gemeenten, het Stadsgewest en de Provincie. 26. Meer kwaliteit en diversiteit van winkelcentra De Kamer wil bevorderen dat elke gemeente in Haaglanden een detailhandelsnota opstelt die past binnen de komende, integrale structuurvisie op de totale detailhandel in Haaglanden en waarbij de kwaliteitsbenadering het uitgangspunt moet zijn. Gezien de kwaliteitsbenadering is specifiek aandacht voor de branchering per centrum noodzakelijk. De Kamer neemt het voortouw en stelt ruimte en menskracht voor begeleiding ter beschikking. 27. Training ondernemersverenigingen De Kamer biedt assistentie bij het opzetten van ondernemersverenigingen. Dan zijn de kansen om bij het openbare bestuur de eigen belangen onder de aandacht te krijgen groter dan die een individuele detaillist heeft. Training in organiseren, georganiseerd blijven en gezamenlijk optreden zullen worden opgezet, met een tijdspanne van twee jaar. Daarna moet de ondernemersorganisatie zelfstandig kunnen optreden. De Kamer zet ook een

cyclus van cursussen op waarmee individuele ondernemers vaardig kunnen worden zich een beeld te vormen van de eigen talenten, hun positie binnen de branche en de positie en toekomstmogelijkheden van het eigen winkelcentrum. 28. Winkelraad Haaglanden Ruimtelijke ontwikkeling van detailhandel is tot nu toe in handen van de overheid. Voor tegenwicht van de markt is het nodig om pro-actief met mensen ‘die het weten’ een inbreng op tafel te leggen. Een denktank van MKB-Haaglanden en de Kamer: de ‘Winkelraad Haaglanden’ wordt opgericht. De opdracht is om een gezonde structuur van de detailhandel in de markt te zetten door middel van informatie en afstemming van regionale en nationale ontwikkelingen. 29. Stadsdistributie Distributie van goederen in wagens die meer bij de omgeving en beleving van de oude centra passen dient zich al jaren aan als vraagstuk. Het Stadsgewest Haaglanden heeft een onderzoek gedaan over dat vraagstuk. De Kamer gaat participeren in de uitvoering. 30. Centrummanagement Opzetten van PPS-constucties voor grootschalige veranderingsprocessen en beheer.

26 - Haaglanden maakt zich sterk

Uit hoofdstuk 7: ‘Bereikbaarheid’
31. Rondje Randstad De grote nieuwe verstedelijkingsgebieden (Delfgauw-YpenburgForepark/Leidschenveen-Grote Polder-Amsterdam Zuid-oost-Leidse RijnGoudse Poort-Rotterdam Noordrand) en potentiële knooppunten liggen al of komen nog aan de binnenflank van de randstadring. De traditionele hart-op-hartverbindingen per trein tussen de grote steden zijn daarvoor van betrekkelijk weinig betekenis. Bovendien is de grens van de capaciteit in zicht. Een tweede en snel openbaar vervoerssysteem tussen die gebieden is op den duur nodig. 32. A4 Midden-Delfland In de verbinding tussen Amsterdam en Antwerpen via de A4 ontbreekt nog altijd een schakel in Midden-Delfland, ruim 40 jaar na de start van de werkzaamheden om die verbinding aan te leggen. Dan weer om politieke redenen, dan weer om financiële redenen. Het bedrijfsleven tracht het laatste recht te zetten, de Provincie het eerste. 33. N470 Deze wegverbinding is al jaren nodig om het schamele regionale wegennet in het Oostland meer capaciteit te geven, om de N209 (A13-A12) en het hoofdwegennet te ontzien en om bedrijventerreinen beter bereikbaar te maken. Telkens lijkt het einde in zicht maar loopt het project toch weer vast. Een heen-en-weer-spel dat ook al tot ver in de vorige eeuw is terug te leiden. 34. Ontvlechting van lokaal, regionaal en doorgaand verkeer Het hoofdwegennet loopt voortdurend vol en leidt tot onaanvaardbare economische schade. Naast het feit dat het hoofdwegennet te krap bemeten is, speelt hierbij ook een rol dat het beleid van regionale en locale wegbeheerders er op is gericht om de eigen wegen zoveel mogelijk van verkeer te ontdoen. Dat moet anders. Met de andere Kamers van Koop-

handel in de Randstad wordt hier voortdurend aandacht voor gevraagd. Dat lijkt vruchten te gaan afwerpen, maar die aandacht blijft nodig. 35. Vervoersautoriteit Het beheer van wegen in Nederland is versnipperd en samenwerking tussen de verschillende beheerders is vaak ver te zoeken. Het resultaat is, dat het ‘asfalt’ dat er ligt niet de verwerkingscapaciteit biedt die het zou kunnen bieden. Dat beheer moet in één hand komen, tenminste in Haaglanden maar beter nog in de hele Deltametropool. 36. Dynamisch Individueel Routebegeleidingssysteem In geval van uitzonderlijke files en calamiteiten moet het zakelijke verkeer, waaronder het goederenvervoer, direct van informatie kunnen worden voorzien over beschikbare omleidingsroutes naar de bestemming. In 2002 heeft de Kamer laten onderzoeken of een dergelijk informatiesysteem zelfstandig en privaat geëxploiteerd levensvatbaar is. Integratie in het MobiliteitsInformatie Centrum Haaglanden waar het Stadsgewest Haaglanden aan werkt, is de volgende stap. 37. Spoortunnel Delft Ondertunneling van het spoor in het centrum van Delft staat al jaren hoog op de agenda. Overlast neemt dan af en bovengronds komt dan ruimte vrij voor centrumontwikkeling. Het traject loopt, maar langzaam. Aandacht blijft nodig. 38. Zuidvleugelnet De zuidvleugel van de Randstad moet een eigen samenhangend en hoogfrequent openbaar railvervoerssysteem hebben tussen Leiden en de Drechtsteden, via Den Haag, Delft en Rotterdam: het Zuidvleugelnet, eveneens verbonden met Midden-Holland. Op een select aantal vervoersknooppunten wordt verstedelijking met bedrijvigheid gestimuleerd.

Haaglanden maakt zich sterk - 27

Nawoord
Voortdurend inspelen op de actuele ontwikkelingen en inzichten blijft nodig. Die alertheid is geboden. Met het ROM III is daarom niet gezegd, dat de visie van de Kamer van Koophandel op de regionale en ruimtelijkeconomische ontwikkeling muurvast ligt voor de komende tien tot vijftien jaar. Tijdens het hele proces bleek al dat de maak-industrie niet de aandacht heeft gekregen die nodig wordt geacht. Het is slechts een voorbeeld. Maar samen met ROM I en ROM II biedt ROM III wel de basis én het kader om actualiteit en alertheid niet te verwarren met inspringen op de waan van de dag.

Stuurgroep ROM III
M.J. Varekamp, voorzitter A.B.M. op de Weegh B. te Nijenhuis P.C.M. van der Arend N. van Dijk-Koffeman E.H. Oskam B.J. Tideman

Projectgroep
T. Timmers, projectleider A. Kortekaas R.H.J. Kroeders A.H. Rijerkerk

Colofon
© 2003 Kamer van Koophandel Haaglanden Vormgeving: Klats publiciteit, Delft Fotografie: Stef Breukel e.a. Druk: UnitedGraphics, Zoetermeer Oplage: 1500 exemplaren

28 - Haaglanden maakt zich sterk