STRATEGISCHE ECONOMISCHE BELEIDSVISIE APELDOORN 2000-2020 APELDOORN ECONOMISCH AANTREKKELIJK

Blik op de toekomst: Apeldoorn 2020
Apeldoorn maakt optimaal gebruik van enkele unieke karakteristieken: een aantrekkelijke ligging bij grote natuurgebieden en goede bereikbaarheid per spoor en over de weg. Mensen wonen en werken daarom graag in de groene stad. Bedrijven kiezen en blijven enthousiast voor Apeldoorn als vestigingsplaats. De stad speelt daarmee een belangrijke rol in het stedelijk netwerk de Stedendriehoek. Apeldoorn biedt werk aan 90.000 mensen; wonen en werken zijn goed met elkaar in evenwicht. Het belangrijkste deel daarvan vindt plaats in kantoren, die prima bereikbaar zijn met openbaar vervoer, waaronder light rail. Er is een grote verscheidenheid aan bedrijvigheid, maar de stad onderscheidt zich vooral op het gebied van ICT, milieutechnologie, zorg en zakelijke dienstverlening. Met de vestiging van nieuwe, ‘schone’ bedrijvigheid in de stadswijken is de leefbaarheid verbeterd. Apeldoorn heeft een landelijke reputatie op het gebied van duurzaamheid en innovaties. De Ecofactorij laat bijvoorbeeld zien dat terreinen voor ‘overlast veroorzakende bedrijven’ en ruimtelijke kwaliteit prima samengaan. Ook de recreatiesector heeft een goede naam als het gaat om verantwoord en toekomstgericht ondernemen. Campings en hotels bieden moderne verblijfmogelijkheden in Nationaal Park de Veluwe van hoge kwaliteit en in evenwicht met de natuur. Landbouwbedrijven combineren hun activiteiten met kleinschalige recreatievoorzieningen en landschapsbeheer. Met uitgekiende investeringen zijn enkele nieuwe dagattracties ontwikkeld en is een recreatieboulevard opgezet. Bezoekers zijn bovendien gemakkelijk te verleiden tot een verblijf in de binnenstad, door een gevarieerd winkelaanbod, verrassende culturele activiteiten en aantrekkelijke horecagelegenheden.

september 2000

1

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

SEBA
STRATEGISCHE ECONOMISCHE BELEIDSVISIE APELDOORN 2000 - 2020

Apeldoorn Economisch aantrekkelijk

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

SEBA

september 2000

A
Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

INHOUDSOPGAVE
CONCRETE ACTIVITEITEN EN PROJECTEN

1

Verbetering en uitbreiding kantoorlocaties 15 Uitbreiding en nieuwe bedrijventerreinen 17 Revitalisering bestaande bedrijventerreinen 20 Acquisitie nieuwe bedrijvigheid 20 Call Center Platform/CI Center 20 Bedrijfsverzamelgebouw 21 Stimulering Starters 21 Stimuleren wijkeconomie 22 Versterking van de zorgsector 23 Versterken binnenstad en wijkcentra 24 Organisatie internationale markt 26 Recreatieboulevard 26 Revitalisering verblijfsrecreatie 27 Nieuw toe te voegen dagattracties 27 Apeldoorns Kanaal 28 Economische dragers landelijk gebied 29 Alliantie arbeidsmarktbeleid en economisch beleid 29 Aantrekken van HBO/WO-instellingen 30 Relatiebeheer bedrijven 31

Economisch beleid voor en ván Apeldoorn Waar staan we?
2.1 Kantoren 2.2. Bedrijventerreinen 2.3 Detailhandel 2.4 Horeca 2.5 Toerisme en recreatie 2.6 Plattelandsontwikkeling en -economie 2.7 Arbeidsmarkt

4 6
7 8 8 9 10 12 13

2

3 4a 4b 5 6

Waar gaan we heen? Ambities en activiteiten
3.1 Kantoren en bedrijven 3.2 Wijkeconomie 3.3 Zorgsector 3.4 Detailhandel en horeca 3.5 Toerisme en recreatie 3.6 Plattelandsontwikkeling en -economie 3.7 Arbeidsmarkt 3.8 Relatiebeheer

14
15 22 23 24 27 28 29 31

7 8 9 10 11

Wanneer doen we wat?

32

12 13 14 15 16

17 18

ECONOMISCH BELEID VOOR EN VAN APELDOORN
E en gezonde stad heeft een sterke economische basis. De vitaliteit van het woon- en werkklimaat en de werkgelegenheid hebben immers grote invloed op de leefbaarheid en duurzaamheid van de stad. De gemeente Apeldoorn volgt, stimuleert en ontwikkelt haar stadseconomie om ook in de toekomst een stevig fundament te kunnen bieden.

1

4 4

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

In dit document staan de belangrijkste uitgangspunten en ambities voor het economische beleid van Apeldoorn tot 2020. Een gerichte visie op de economische koers, rekening houdend met de stad, de dorpen en de wijde maatschappelijke omgeving. De gemeente zet in dit document de bakens uit en maakt daarbij naast economische onderzoeken1) gebruik van discussies met het Stadsforum, inwoners, bedrijven, belangenorganisaties en samenwerkingsverbanden uit de Apeldoornse samenleving. Die gesprekken hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteit van het beleid en het draagvlak dat nodig is voor de uitvoering ervan. De keuzen van het Stadsforum zijn verwerkt in het Strategisch Kader van de gemeente. Apeldoorn kiest voor gecontroleerde groei en ontwikkeling. Het woon- werk- en het leefklimaat van de gemeente worden versterkt en verbeterd, met als speerpunten duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid. Voor de economische structuur van de stad kiest Apeldoorn een combinatiescenario: veelzijdig en innovatief, verbreding van de economische basis en nadruk op de ontwikkeling van schone technologie. Dit scenario biedt prima perspectieven voor een vitale economie. Deze economische visie sluit aan bij het strategische totaalbeleid van de gemeente en de discussienota ‘Koersbepaling Apeldoornse economie’. De pijlers van dat strategische beleid worden gevormd door de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2020, de Sociale pijler en de Economische visie.
1) - Buck Consultants International, Beoordeling vestigingsklimaat Apeldoorn, november 1999 - BRO, Ontwikkelingsscenario’s Detailhandel en horeca, oktober 1999 - Hopman-Andres Consultants BV, SWOTanalyse toeristisch/recreatief product Apeldoorn, december1999

september 2000

5

Duurzaamheid en veiligheid zijn daarin de rode draden. Duurzaamheid ziet de gemeente als een combinatie van belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Veiligheid gaat zowel over objectieve als sociale veiligheid.

Uitvoering: concrete plannen en samenwerking Op basis van de economische visie voor de komende 20 jaar worden voor verschillende economische sectoren gedetailleerde uitvoeringsplannen gemaakt. Daarin worden concrete projecten beschreven, met financieringsmogelijkheden en een planning. De activiteiten in deze visie vormen daarbij de leidraad. Uitvoering van het economisch beleid kost geld; met de projecten en de ontwikkeling van bedrijvenlocaties zijn investeringen gemoeid. De financiën van de projecten worden uitgewerkt en jaarlijks geactualiseerd in het kader van het Ontwikkelingsprogramma en de Bestemmingsreserve Ontwikkeling Apeldoorn (BrOA). Voor het realiseren van de economische ambities is een goede samenwerking nodig tussen de gemeente (Afdeling Economische Zaken) en het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers. Daarnaast vraagt het succesvol verwezenlijken van de ambities om een flexibele en slagvaardige aanpak van de gemeente. Vooral voor gerichte acquisitie, verlevendiging van de binnenstad, versterking van de wijkeconomie en kwaliteitsverbetering van toerisme en recreatie is een soepele, daadkrachtige benadering nodig.

Samen met Deventer en Zutphen vormt Apeldoorn de Stedendriehoek, een stedelijk netwerk in wording. De ambitie op termijn is dat de drie steden samen één markt worden voor wonen en werken. Vooral op het gebied van economische en ruimtelijke ontwikkeling stemmen de steden hun beleid op elkaar af. Zo is er een gezamenlijke nota vastgesteld, Toekomstcontouren Stedendriehoek, en wordt samengewerkt aan afstemming van de ontwikkeling van bedrijventerreinen en de uitvoering van projecten in het Economisch platform. De economische visie van Apeldoorn kan gezien worden als een plaatsbepaling van Apeldoorn in de Stedendriehoek.

Omgevingsanalyse/ Trends en Ontwikkelingen (concept) Advies Stadsforum Apeldoorn Deelstudies BCI, BRO, HAC

Gemeentelijk Strategische kader • Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2020 • Verkeersvisie • Volkshuisvestingsplan • Sociaal beleid • Wijkontwikkeling • Binnenstadsvisie • Duurzaamheidsconcept
AFSTEMMINGSRELATIES

INPUT RELATIES

INPUT RELATIES

Georganiseerd bedrijfsleven VARO, FAO, BOA, BKA, Ver. Ambulante Handel KvK, WVM, MKB Nederland
INPUT RELATIES

NOTA SEBA

OUTPUT RELATIES

Gelders Stedelijk Ontwikkelingsprogramma

UITVOERINGSRELATIES

Uitvoeringsplan Detailhandel-structuur

Uitvoeringsplan plattelandseconomie

Uitvoeringsplan ---------

Uitvoeringsplan ---------

W AAR STAAN WE ?
Apeldoorn is van oudsher een aantrekkelijke vestigingsplaats. Dit blijkt uit de ontwikkeling in inwonertal en economische activiteiten. In de 18e eeuw startte de industrialisatie in Apeldoorn met een aantal door watermolens aangedreven papiermakerijen. Op de plaats van die watermolens en naast het kanaal verrezen begin 20e eeuw diverse fabrieken. Ook de aanwezigheid van een spoorweg, het kanaal en de sprengen bleken belangrijke criteria te zijn voor vestiging in de stad.

2

6

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

De bevolking van Apeldoorn is de laatste eeuw sterk gegroeid, van 25.000 inwoners in 1900, naar 153.000 in 2000. Door de vestiging van enkele grote bedrijven en instellingen in de jaren ’60 en ’70, nam de totale werkgelegenheid (inclusief deeltijdarbeid) toe van circa 37.000 arbeidsplaatsen (1960) naar ruim 80.000 arbeidsplaatsen (2000). De werkgelegenheidsontwikkeling in Gelderland is over het algemeen gunstiger dan die van Nederland. Sinds 1993 groeit de Apeldoornse werkgelegenheid echter minder sterk dan het Gelderse gemiddelde. Ditzelfde geldt voor de bevolkingsgroei tot 2020 (op basis van het Global Competition scenario van het CPB). Uit onderzoek van de Kamers van Koophandel blijkt dat Apeldoorn ook achterblijft bij andere Gelderse steden op het gebied van export(groei) en investeringen.
Gelderse steden vergeleken

Ontwikkeling inwoneraantal
180000 160000 140000 120000 100000 80000 60000 40000 20000 0 1900 1920 1940 1960 1980 2000

(weergegeven in percentages)
APELDOORN ARNHEM NIJMEGEN EDE

werkzoekende beroepsbevolking’97 groeiwerkgelegenheid 1994 - 1998 bevolkingsgroei 1998 - 2020

4,7 12,3 9,8

8,8 9,8 20,6

11,1 13,2 32,7

4,3 16,8 16,2

Bron: provincie Gelderland, bewerking gemeente Apeldoorn

De (economische) concurrentiepositie van Apeldoorn in Gelderland is niet optimaal. Deze positie kan verbeterd worden door enkele economische sectoren te stimuleren die voor Apeldoorn belangrijk zijn. In de rest van dit hoofdstuk komen deze sectoren in het kader van de thema’s kantoren, bedrijven, detailhandel en horeca, toerisme en recreatie, plattelandseconomie en arbeidsmarkt uitgebreider aan de orde.

september 2000

7

2.1 Kantoren Apeldoorn heeft op dit moment de beschikking over 550.000 m2 kantoorruimte. Het aanbod aan direct uitgeefbare kantoorruimte per 1 januari 2000 is 7.500 m2, dit is 1,5 % van het totale aanbod. Om adequaat in te kunnen spelen op de reguliere behoefte aan kantoorruimte is echter een zogenaamde frictieleegstand van 5% nodig. Dit gebrek aan ‘schuifruimte’ (om in verhuis- en uitbreidingsbehoefte te voldoen) in Apeldoorn is een gevolg van het feit dat het kantooraanbod in de gemeente veel minder is gegroeid dan gemiddeld in de rest van Nederland. De sector (zakelijke) dienstverlening is sterk vertegenwoordigd in Apeldoorn. Samen met handel levert de dienstverlening ook een belangrijke bijdrage (75%) aan de bestaande en verwachte economische groei. Als gevolg daarvan verschuift een deel van de werkgelegenheid van land- en tuinbouw, veehouderij en industrie naar deze sectoren en groeit de vraag naar kantoorruimte. Economische en maatschappelijke ontwikkeling vraagt steeds meer ruimte. De Randstad slibt dicht, waardoor steeds meer bedrijven en organisaties naar andere delen van het land vertrekken (waaronder Gelderland) en/of daar investeringen doen. De vraag naar kantoorruimte neemt daardoor toe, vooral in stedelijke centra, langs het spoor en op stedelijke knooppunten langs vervoersassen. Op het gebied van bedrijfshuisvesting is ‘verkantorisering’ bovendien de algemene trend.

De ontwikkeling van de vraag naar kantoorruimte biedt kansen voor Apeldoorn. Kansen die benut kunnen worden door bedrijven een optimaal vestigingsklimaat te bieden. Het bestaande en het toekomstige Apeldoornse kantorenaanbod moeten daarvoor in kwantiteit en kwaliteit worden verbeterd.

Apeldoorn als vestigingsplaats
Uit onderzoek naar het Apeldoornse vestigingsklimaat komen de volgende sterke en zwakke punten naar voren. Binnen de productiestructuur neemt de sector ‘overige dienstverlening’ een belangrijke plaats in, een positief kenmerk. Een aantal stuwende economische sectoren (industrie, distributie, transport) is echter relatief zwak vertegenwoordigd. Apeldoorn heeft een laag werkloosheidspercentage. Op het gebied van de relatie arbeidsmarkt - onderwijs wordt het ontbreken van lokale HBO/WO-instellingen als een gemis gezien, maar binnen de Stedendriehoek zijn wel HBO-instellingen aanwezig, zodat dit gemis regionaal wordt opgevangen. Gunstig is de ligging binnen Nederland en aan de A1/A50, waardoor de stad goed bereikbaar is. De spoorverbinding richting oost - west is goed, maar de verbinding van noord naar zuid is matig. Tot de sterkste punten behoort de combinatie van een hoogwaardig woon/werk/leefklimaat met relatief weinig criminaliteit. Anderzijds heeft de stad een slecht imago als werkstad, is er geen terreinaanbod voor reguliere en logistieke bedrijven, ontbreken er toplocaties voor kantoren, zijn er onvoldoende voorzieningen voor starters en congres /vergaderfaciliteiten en is de kwaliteit van het huidige NS-station matig.

Bron: Buck Consultants International, 1999

Bedrijfssectoren

in percentages van Apeldoornse bedrijven

1980 landbouw en bosbouw industrie en openbare voorzieningsbedrijven transport / logistiek bouwnijverheid / handel horeca en detailhandel dienstverlening 3,4 21,6 3,5 13,4 13,7 44,4

2000 1,6 14,0 4,0 12,0 13,0 55,5

8

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

2.2 Bedrijventerreinen Apeldoorn beschikt over 575 hectare bedrijventerrein, inclusief ApeldoornNoord en de Ecofactorij. In de periode van 1976 tot 1998 was de gemiddelde uitgifte van grond per jaar 7 hectare. In 1998 was de jaaruitgifte 9 hectare en in 1999 13 hectare. Er is dus duidelijk sprake van een groeiende vraag. Deze toename van de ruimtebehoefte wordt geïllustreerd door het uitgifteverloop van bedrijvenpark Apeldoorn-Noord. Dit bedrijvenpark, een combinatie van hoogwaardig en gemengd terrein, is netto 51 hectare groot. In 1995 is met de uitgifte gestart, waarbij uitgegaan werd van een jaaruitgifte van 5 hectare. Gezien het huidige uitgiftepatroon zal het terrein in 2000 echter al volledig zijn uitgegeven, twee maal zo snel als verwacht. Enige jaren geleden is de gemeente Apeldoorn gestart met de ontwikkeling van de Ecofactorij, een hoogwaardig bedrijventerrein voor relatief grootschalige bedrijven (>3 ha.). De Ecofactorij wordt ontwikkeld als duurzaam terrein voor bedrijven in de sectoren industrie, productie en nutsbedrijven, die relatief veel werkgelegenheid bieden. Met het oog op een gedifferentieerd aanbod aan bedrijven en het stimuleren van ‘stuwende economische sectoren’ richt de Ecofactorij zich met name op innovatieve en duurzame industrie en hoge ruimtelijke kwaliteit. In 2000 is de uitgifte van ruimte op de Ecofactorij gestart.

Op basis van het huidige uitgiftepatroon is na 2000 alleen nog bedrijventerrein beschikbaar voor grote bedrijven in de sectoren industrie, productie en nutsbedrijven. Gezien de bestaande vraag leidt dit tot een ruimtetekort voor zowel de reguliere sectoren (handel, constructiebedrijven, autobranche etc.) als voor de transport- en logistieke sector. Dit tekort aan ruimte wordt nog versterkt door op handen zijnde bedrijvenverplaatsingen en herstructurering van terreinen. Op verschillende locaties in de gemeente moeten moeilijk inpasbare bedrijven om milieuhygiënische of ruimtelijke redenen worden verplaatst (zoals de Kanaalzone, kermisexploitanten en de Haere). Door herstructurering ten gunste van wonen en groen verliest ongeveer 40 hectare van het terrein in de Kanaalzone de bedrijvenfunctie. Overige herstructurering leidt tot een verlies van ongeveer 10 hectare. Om aan de vraag naar bedrijventerreinen te kunnen voldoen is uitbreiding van het aanbod nodig.

Internationale conjunctuur
De wereldeconomie heeft zich de laatste jaren van de vorige eeuw voorspoedig ontwikkeld en ook de vooruitzichten voor de komende jaren zijn goed. Voor 2000 wordt een groei verwacht van 3% en voor 2001 van 3,5%. Het gunstige economische klimaat blijkt vooral uit de grote hoeveelheid nieuwe banen en de dalende werkloosheid, resultaten van verbeterde marktwerking en groei van de goederen- en dienstenmarkt. Belangrijke veranderingen in de internationale omgeving zijn de Europese Monetaire Unie en de globalisering van de wereldeconomie. Steeds meer landen scheppen gunstige voorwaarden voor economische groei en ontwikkelen zich tot concurrenten en afnemers. Voorbeelden hiervan zijn landen in Zuidoost Azië, Zuid Amerika en Oost Europa.

2.3 Detailhandel De Apeldoornse detailhandel heeft een heldere ruimtelijke structuur. De laatste jaren is het winkelarsenaal uitgebreid en deels gemoderniseerd, waardoor er vooral voor niet-dagelijkse artikelen een ruim aanbod is. Winkelcentra op buurten wijkniveau hebben over het algemeen een goede ligging en uitstraling, en een evenwichtige brancheopbouw. Het functioneren van enkele buurtwinkelcentra staat onder druk door het

september 2000

9

beperkte draagvlak in het verzorgingsgebied (met name in de wijken Zuid en Zuidoost) en veranderend koopgedrag van de consument. Ook de grote dorpen beschikken over een relatief omvangrijk en goed winkelaanbod, dat vooral een lokale functie heeft. Hoenderloo en Beekbergen hebben een ruimere voorzieningenstructuur door het toerisme. De binnenstad van Apeldoorn heeft een duidelijk herkenbaar, langgerekt kernwinkelgebied. Sterk punt is de aanwezigheid van de Oranjerie, het enige grote overdekte winkelcentrum in de regio. De maandag- en zaterdagmarkten zijn van regionale betekenis en versterken de binnenstadsfunctie. Om de aantrekkelijkheid van de markten te vergroten en een grotere diversiteit aan branches te krijgen is in de nieuwe markt-verordening bepaald dat branches die nog niet vertegenwoordigd zijn met voorrang toegang krijgen. De Hoofdstraat (tussen Hofstraat / Kanaalstraat en Caterplein) is de centrale as van het kernwinkelgebied, met als belangrijke zij-as winkelcentrum de Oranjerie, uitmondend in de Korenpassage. In principe is hiermee een centraal winkelcircuit ontstaan, maar door de ontoereikende aansluiting op de Korenpassage en de matige uitstraling van die straat, functioneert dit circuit niet optimaal. De belangrijkste trekkers in het centrum zijn geconcentreerd in de hoofdstraat bij V&D, HEMA en C&A (het A-gebied). Door deze clustering zijn de passantenstromen te sterk geconcentreerd en is

er nauwelijks sprake van subcircuits. Dit effect wordt versterkt door het ontbreken van bijzondere, exclusieve winkels op strategische locaties in de binnenstad. De aanloopstraten (B-gebied) zijn juist goed geschikt voor dergelijke bijzondere detailhandel. Volumineuze en grootschalige winkels (bijvoorbeeld bouwmarkten) zijn verspreid over de stad. De huisvesting en de omgeving van diverse aanbieders op dit gebied zijn matig, met uitzondering van het meubelplein.

Detailhandel en horeca
Uit onderzoek (1994/95) blijkt dat slechts een beperkt deel van de bezoekers aan het kernwinkelgebied afkomstig is van buiten Apeldoorn. Deze beperkte regiofunctie van Apeldoorncentrum is enerzijds te verklaren door de geringe bevolkingsdichtheid in een groot deel van het achterland, en anderzijds door de concurrentie van Zutphen, Deventer en Arnhem, die beschikken over een relatief groot winkelaanbod en bekend staan als uitgaanscentrum. Voor een blijvend goede economische situatie in

2.4 Horeca De belangrijkste Apeldoornse horecaconcentratie bevindt zich in de binnenstad, op het Caterplein. Dit plein met omgeving is het uitgaanscentrum van Apeldoorn. Naast restaurants, cafetaria en cafés zijn hier diverse vrijetijdsvoorzieningen, zoals Laser Sensation, het Bowlingcentrum, Casino Apeldoorn, Bioscoop Tivoli, het Huis der Schone Kunsten (inclusief poppodium De Gigant) en discotheek Plaza di Christo. Het Caterplein ligt te ver weg van het kernwinkelgebied om een goede winkelondersteunende functie te kunnen vervullen; deze functie heeft vooral de (dag)horeca aan het Raadhuisplein. De uitnodigende terrassen aan het Raadhuisplein zijn sfeervol, goed gepresenteerd en druk bezocht. De hoofdstraat zelf kent - als belangrijkste winkelstraat nauwelijks horeca, met uitzondering van Mazereeuw. In de Oranjerie bevindt zich wel winkelondersteunende horeca.

de detailhandel en horeca is versterking en verlevendiging van de binnenstad een vereiste. Er moet aandacht worden geschonken aan de samenhang tussen verschillende (winkel-) gebieden in de binnenstad, het aanvullen van winkelondersteunende horecavestigingen en het toevoegen van in Apeldoorn ontbrekende winkelformules. De omgevingskwaliteit en de bereikbaarheid van het hoofdwinkelgebied moeten worden verbeterd. Ook de wijkwinkelcentra en - een deel van - de buurtwinkelcentra behoeven nadere aandacht.

Bron: BRO, 1999

10

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

ONTWIKKELING KORTE/LANGE VAKANTIES OP DE VELUWE(RAND) (X1000)

1995 990 1.010 2.000

1996 870 1.070 1.940

% TOE CQ. AFNAME ’95 - ’96 -12,1 5,9 -3,0

1997 850 950 1.800

1998 940 1.140 2.080

% TOE CQ. AFNAME ’97 - ’98 10,6 20,0 15,6

korte vakanties lange vakanties totale vakanties

ONTWIKKELING KORTE/LANGE VAKANTIES IN NEDERLAND (X1000)

1995 8.500 7.800 16.300

1996 8.780 8.250 17.030

% TOE CQ. AFNAME ’95 - ’96 3,3 5,8 4,5

1997 8.740 7.600 16.340

1998 8.330 7.730 16.060

% TOE CQ. AFNAME ’97 - ’98 -4,7 1,7 -1,7

korte vakanties lange vakanties totale vakanties

Bron: Vakanties van Nederlanders 1997, 1998 en 1999

ONTWIKKELING INKOMEND TOERISME VELUWE(RAND)

’95 - ’98

1995 190.000 1.010

1996 170.000 1.070

% TOE CQ. AFNAME ’95 - ’96 -10,5 -3,8

1997 190.000 520.000

1998 210.000 620.000

% TOE CQ. AFNAME ’97 - ’98 10,5 19,2

totaal aantal gasten totaal aantal overnachtingen

ONTWIKKELING INKOMEND TOERISME NEDERLAND

’95 - ’98

1995 6.570.000 19.740.000

1996 6.580.000 19.040.000

% TOE CQ. AFNAME ’95 - ’96 0,2 -3,5

1997

1998 9.320.000 25.030.000

% TOE CQ. AFNAME ’97 - ’98 18,9 16,9

totaal aantal gasten totaal aantal overnachtingen

7.840.000 21.420.000

Bron: Toerisme en recreatie 1997, 1998 en 1999

Toerisme en recreatie
De toeristisch/recreatieve sector is een belangrijke economische pijler voor

Overige horecavestigingen bevinden zich tussen de Hoofdstraat en Nieuwstraat en in de Stationsstraat. Met name de bedrijven op laatst genoemde locatie presenteren zich matig tot slecht. De in de dorpen aanwezige horecavoorzieningen zijn voornamelijk gericht op de toerist / recreant. Deze voorzieningen zijn over het algemeen van goede kwaliteit.

2.5 Toerisme en recreatie De Veluwe is één van de nationale toppers op toeristisch/recreatief gebied. In het verlengde daarvan behoort Apeldoorn tot de grootste verblijfrecreatieve gemeenten van Nederland.

Jaarlijks vinden in Apeldoorn meer dan 2 miljoen overnachtingen plaats en genereert de toeristisch/recreatieve sector ruim 1 miljard gulden. De toeristisch/recreatieve sector is daarmee van groot belang voor Apeldoorn en met name haar dorpen. In de periode ’95 - ’97 bleef de groei van toerisme en recreatie op de Veluwe en in Apeldoorn achter bij het nationaal en provinciaal gemiddelde op het gebied van ‘binnenlandse vakanties’. In 1998 is herstel zichtbaar. Dit geldt ook voor de Veluwse positie op het gebied van ‘inkomend toerisme’. Het is op dit moment nog niet vast te stellen of het gaat om een structurele of incidentele verbetering.

Apeldoorn, met veel potenties voor de toekomst. Het voorzieningenniveau in de dorpen is sterk afhankelijk van deze sector. Voor Apeldoorn is het van belang een blijvend sterke concurrentiepositie op toeristisch/ recreatief gebied in te nemen, zowel voor de werkgelegenheid als ter versterking van het sociaal-economisch draagvlak. Verbetering van de toerisme- en recreatiesector kan tegelijkertijd bijdragen aan verbreding en opwaardering van het voorzieningenniveau voor de eigen inwoners.

Bron: Hopman/Andres Consultants B.V.

september 2000

11

De Apeldoornse verblijfsrecreatie staat onder druk. Dit wordt veroorzaakt door een -gedeeltelijk- verouderd product, veranderende vraag, zoals ruimte en hogere kwaliteitseisen. In meerdere gevallen kan niet of onvoldoende worden ingespeeld op nieuwe marktvragen doordat meerdere bedrijven geen ruimte voor uitbreiding hebben. Het ontbreken van voldoende en aantrekkelijke ‘elkweer’ recreatievoorzieningen maakt verblijfsrecreatie gedurende een langer seizoen, of zelfs het hele jaar, bovendien moeilijk. De Apeldoornse attracties zijn van goed niveau en beschikken over nationale allure en aantrekkingskracht. Gezien het aantal toeristische overnachtingen is het aanbod in kwantitatieve zin echter beperkt. Bovendien heeft het grootste deel een openlucht karakter. Versterking van het aantal en de kwaliteit van het attractieaanbod is een belangrijke impuls voor de versterking van Apeldoorn als vakantiebestemming.

De binnenstad van Apeldoorn heeft een belangrijke ondersteunende functie voor toerisme en recreatie. Recreatief winkelen, of ‘funshoppen’, is een onderdeel van het moderne vrijetijdsgedrag. Aantrekkelijke winkels, een sfeervolle entourage, terrassen en evenementen verhogen de aantrekkingskracht van de binnenstad. De toeristisch/recreatieve functie van de binnenstad kan beter. Daarvoor is onder andere een betere structuur nodig tussen de Hoofdstraat en de omgeving van het Marktplein, en ook revitalisering van het stationsplein, meer mogelijkheden voor overdekt winkelen en een betere herkenbaarheid van de binnenstad.

12

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

2.6 Plattelandsontwikkeling en -economie De agrarische sector heeft een belangrijke ruimtelijk-economische functie. Op dit moment telt Apeldoorn ruim 500 agrarische bedrijven die gezamenlijk werk bieden aan bijna 1300 mensen (dat is 1,6% van het totaal aantal arbeidsplaatsen; in Gelderland is dit 5 %). Ook indirect biedt de agrarische sector werkgelegenheid in de vorm van arbeidsplaatsen in de toeleverende, verwerkende en dienstverlenende industrie (± 0,5% van het totaal aantal arbeidsplaatsen). De primaire landbouw en agribusiness dragen circa 9% bij aan het bruto nationaal product. Deze bijdrage is de afgelopen jaren afgenomen en zal onder de druk van onder andere de liberalisatie van de wereldhandel, milieumaatregelen en de reconstructiewet nog verder dalen. Voorspellingen wijzen erop dat ongeveer de helft van de agrarische bedrijven de komende tien jaar zal verdwijnen. Deze ontwikkeling is al zichtbaar in Apeldoorn. Het aantal landbouwvestigingen is in de periode 1995 - 1999 afgenomen met 9,1% en de werkgelegenheid in de sector daalde in die periode met 9,2%. De Apeldoornse landbouwsector bestaat voor een groot deel uit kleine bedrijven; de helft ligt beneden de ondergrens van het ‘middenbedrijf ’ om nog goed te kunnen functioneren. Deze bedrijven hebben onvoldoende toekomstperspectief, omdat zij niet kunnen inspelen op de trend tot schaalvergroting in de land-

bouw. De landbouwsector als economische drager van het landelijk gebied komt daardoor onder druk te staan. Om te voorkomen dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid is het zaak om landbouwproductie te combineren met andere functies, zoals zakelijke dienstverlening, kinderopvang en kleine bedrijven, die het landelijk gebied in sociaal-economische zin kunnen dragen.

Oordeel aansluiting onderwijs - arbeidmarkt
SECTOR

/ OORDEEL

GOED

REDELIJK

MATIG

SLECHT

industrie / bouw handel en transport communicatie dienstverlening overheidsdienstverlening

9 7 11 17

40 60 45 38

40 27 29 29

12 7 15 17

september 2000

13

Aantal werklozen in Apeldoorn
9000 8000 7000 6000 5000 4000 3000 3994 6828 6443 6427 5418 7407

2.7 Arbeidsmarkt Als gevolg van de hoogconjunctuur is ook in Apeldoorn de werkeloosheid in de afgelopen twee jaar sterk gedaald: met jaarlijks 13,5% in 1997 en 1998. Het aantal bijstandsuitkeringen is naar verhouding laag, maar neemt minder snel af, namelijk met 3% per jaar. Voldoende en gevarieerde werkgelegenheid voor de groeiende beroepsbevolking en de huidige werkzoekenden is een belangrijke prioriteit van de gemeente Apeldoorn. Verdere economische ontwikkeling en uitbreiding van bestaande bedrijvigheid versterkt de Apeldoornse arbeidsmarkt. Speerpunt daarbij is het creëren van werkgelegenheid voor lager geschoolden, bijvoorbeeld in sectoren als detailhandel, toerisme, groothandel, vervoer en industrie. Ook de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs verdient aandacht. De balans tussen onderwijs en arbeidsmarkt heeft direct invloed op het vestigingsklimaat, de ontwikkeling van de beroepsbevolking en de werkgelegenheid. Het is daarom belangrijk om voldoende adequaat opgeleid personeel te hebben. Recent is Apeldoornse ondernemers gevraagd hun oordeel te geven over de aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt. Het merendeel van de ondervraagden geeft aan dat die te wensen overlaat; vooral industrie- en bouwbedrijven zijn ontevreden over de hoeveelheid (voldoende gekwalificeerde) mensen die het onderwijs op hun vakgebied opleidt. Bedrijven hebben grote moeite met het vinden van lager, middelbaar en

hoger technisch / industrieel personeel. Ook hoger personeel op commercieel/ administratief gebied is schaars. Samenwerking en afstemming (arbeidsmarkt-beroepsbevolking) binnen de Stedendriehoek, waarbinnen enkele HBO-instellingen zijn gevestigd, kan de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt in Apeldoorn versterken.

2000 1000 0 1995 1996 1997 1998 1999 2000

Nationale economische ontwikkelingen
Het gaat goed met de Nederlandse economie. Een groot deel van de achterstand ten opzichte van andere Europese landen is ingelopen. De arbeidsparticipatie is echter nog steeds laag (in Apeldoorn 64% in 1999). De Nederlandse bevolking zal de komende decennia veranderen van één van de jongste in één van de oudste van Europa. De beroepsbevolking veroudert en als gevolg daarvan zal een relatief kleine groep actieven in het levensonderhoud moeten voorzien van een steeds groter wordende groep nietactieven. Vergroting van het aandeel werkenden is daarom belangrijk. Toenemende internationale concurrentie zet de nationale economie onder druk. Voor Nederland is het in veel gevallen niet mogelijk op basis van arbeidskosten te concurreren met nieuwe aanbieders. Het is daarom belangrijk dat Nederland zich onderscheidt door het produceren van goederen en diensten met een hogere kennis- en technologie-intensiteit. Hiervoor zijn grote investeringen nodig in kennisinfrastructuur en onderwijs.

W AAR GAAN WE HEEN ? AMBITIES EN ACTIVITEITEN
De ambities Apeldoorn kiest voor verdere economische ontwikkeling. Stedelijke dynamiek op een stevig fundament is het doel, waarbij de belangrijkste elementen een uitstekend woon- en leefklimaat en een veelzijdige, duurzame economische structuur zijn. De stedelijke dynamiek gaat gepaard met een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau, een bruisend stadscentrum en een herkenbare regionale uitstraling. De bevolking groeit naar 170.000 inwoners in 2020 en de werkgelegenheid neemt toe met 15.000 arbeidsplaatsen. Hoewel de economische ontwikkeling in gang wordt gezet op basis van ‘groei’, is die niet ongebreideld. Bewust kiest Apeldoorn voor gecontroleerde groei met expliciete aandacht voor duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid. De economische koers is gericht op ‘veelzijdig en innovatief ’; een open economie met ruimte voor de ontwikkeling van zorg, informatie-, communicatie- en milieutechnologie. Bestaande bedrijvigheid, startende ondernemers en de toeristisch / recreatieve sector krijgen ook de ruimte voor ontwikkeling. Uitgangspunten zijn behouden, versterken en selectief ontwikkelen. Apeldoorn streeft naar een regionale functie op het gebied van winkels, cultuur en sport. Daarbij hoort een stadscentrum met aantrekkelijke horeca, winkels en activiteiten. De belangrijkste speerpunten die bij deze ambities horen, zijn: • Een evenwichtige economische basis behouden • De productiestructuur verbreden (clusterspecialisatie) • De kwaliteit van toerisme en recreatie verbeteren • De binnenstad en vier wijkcentra versterken • De plattelandseconomie verstevigen

3

14

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

De activiteiten In het vervolg van dit hoofdstuk staat beschreven hoe Apeldoorn de komende 20 jaar omgaat met de ambities en speerpunten. De gemeente heeft 18 concrete activiteiten en projecten vastgesteld, die op verschillende economische terreinen bijdragen aan het waarmaken van de ambities.

Trend: economische groei
De verwachting is dat de economie de komende jaren verder groeit. Het gemiddelde inkomen per huishouden neemt relatief toe, maar ook de kloof tussen arm en rijk wordt breder. Steeds minder mensen vinden werk in de landen tuinbouwsector. Deze afname van de werkgelegenheid moet in andere sectoren worden gecompenseerd. Bijvoorbeeld in de handel en dienstverlening, die naar verwachting het meest profiteren van de economische groei.

september 2000

15

Trends: toenemende behoefte aan bedrijfsruimte en meer mobiliteit
De groeiende bedrijvigheid vindt steeds meer plaats in kantoren. De vraag naar hoogwaardige, representatieve en goed bereikbare kantoorlocaties neemt daardoor toe. Vooral locaties langs het spoor, in stedelijke centra en aan corridors zijn populair. De mobiliteit blijft groeien; niet alleen het

3.1 Kantoren en bedrijven Een sterk gespecialiseerde economie is kwetsbaar. Apeldoorn zet daarom in op een economische structuur waarin specialisatie en variatie met elkaar in evenwicht zijn. Hiervoor moeten bestaande bedrijven behouden worden en nieuwe bedrijven worden aangetrokken.
1 Verbetering en uitbreiding van kantoorlocaties

Randvoorwaarden • voldoende aanbod aan kantoorlocaties, herkenbaar en gevarieerd, deels in clusters gesitueerd • een actief en selectief acquisitiebeleid (zie actie 4). Activiteiten In de periode 1998 - 2020 moet 320.000 m2 bvo kantoorruimte worden ontwikkeld om aan de vraag te kunnen voldoen. In deze periode wordt gewerkt aan nieuwe en te herstructureren kantoorlocaties in: • de Stationsomgeving (noord en zuid), 70.000 m2 • Zuid-westpoort, 130.000 m2 bvo • Malkenschoten (ETV/Visionpark) en Philipsbosje, 60.000 m2 bvo • Verspreide kleinere locaties, 30.000 m2 bvo • Solitaire locaties (A-noord, Wapenrustlaan, Osseveld), 30.000 m2 bvo. Gezien de bestaande hoeveelheid grotere solitaire kantoorlocaties komen er daar niet meer van. Clustering is belangrijk om hoogwaardige kantoorlocaties te ontwerpen (schaalvoordelen, herkenbaarheid, nabijheid en profilering) en biedt mogelijkheden voor de aanleg van Hoogwaardig Openbaar Vervoer (een hoogwaardige busverbinding en lightrail) en technische infrastructuur, zoals een cityring (glasvezelkabel).

woon-werkverkeer, maar ook de ‘vrijetijdsverplaatsingen’. Economische centra dreigen daardoor te verstoppen. Oplossingen worden gevonden in betere benutting van bestaande en aanleg van nieuwe infrastructuur, en ontwikkelingen als thuiswerken en teleshoppen.

Dienstverlening en handel nemen een groot deel van de verwachte economische groei voor hun rekening. Apeldoorn kan deze kans benutten door te zorgen voor voldoende aanbod aan kantoorlocaties, zowel voor bestaande als nieuwe bedrijvigheid. Apeldoorn wordt echter géén vangnet voor vertrekkende bedrijven uit de Randstad. De gemeente heeft vooral belangstelling voor economische activiteiten die weinig ruimte vragen en die bijdragen aan duurzaamheid, werkgelegenheid en verbreding van de productiestructuur. De sectoren zorg, informatie-, communicatie- en milieutechnologie, en (zakelijke) dienstverlening kunnen meer dan gemiddeld bijdragen aan de groei van de Apeldoornse werkgelegenheid. Met het ontwikkelen van kantoren voor deze sectoren wordt de regionale en nationale concurrentiepositie van Apeldoorn verstrekt.

Flexibilisering werk
De gemiddelde bezettingsgraad van werkplekken daalt door technologische ontwikkelingen en meer deeltijd en telewerken. Hoewel met een flexibele kantoorinrichting minder vloeroppervlak per werknemer nodig is, kiezen maar weinig organisaties hier volledig voor. De meeste mensen houden een eigen werkplek op kantoor. Het verdwijnen van persoonlijke werkruimte gaat bovendien vaak gepaard met meer ruimte voor ontmoeting. De verwachting is dan ook dat flexibilisering niet leidt tot minder vraag naar ruimte voor kantoren.

Bron: Dynamis/STEC, 2000

16

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

s be
kantoren centrum invloedssfeer

taa

nd

tw on

ikk

el

/ ing

he

rst

r

tu uc

re

rin

g

De keuze voor diverse kantoorlocaties heeft te maken met het bedienen van verschillende segmenten. De grotere kantorenlocaties (>5000 m2 bvo) kunnen bestaan uit grote kantoorgebouwen en /of diverse kleinere kantoren. Samen zijn deze locaties groter dan 5000 m2 bvo. De ‘verspreide kleinere locaties’ zijn als geheel kleiner dan 5000 m2 bvo en bestaan uit één of meer kleinschaliger kantoren of kantoorvilla’s, van vaak enkele honderden m2. Hiervoor kan verspreid ruimte worden gevonden op diverse plekken in de stad, en in woonwijken. De locaties moeten ook voldoen aan bereikbaarheidsprofielen: de zogenaamde A, B en C-locaties. A-locaties zijn goed ontsloten via spoor en B-locaties zijn bereikbaar via HOV en over de weg. C-locaties zijn alleen goed bereikbaar over de weg en bedoeld voor bedrijven. Kantoorclusters >5000 m2 bvo worden alleen op A- en B-locaties gerealiseerd. Apeldoorn probeert om de aanpak van parkeernormen voor deze locaties als pilotproject bij het rijk of de provincie onder te brengen. Deze aanpak gaat uit van marktwerking en prijsbeleid in plaats van aantallen parkeerplaatsen (ondernemingen betalen voor het realiseren van parkeerplaatsen).
Kantorenprogramma 1998 - 2020
SEGMENT

in m 2 bruto vloeroppervlak

BEHOEFTE

IN ONTWIKKELING/PLANNEN

REST PROGRAMMA

kleine kantoren mengbaar (<5.000 m2) A-locatie B-locatie diversen solitair totaal

30.000 m2 bvo 70.000 220.000 0 320.000 m 2 bvo m2 m2 bvo bvo

5.000 m2 bvo 10.000 20.000 30.000 m2 m2 m2 bvo bvo bvo

25.000 m2 bvo 60.000 m2 bvo 170.000 m2 bvo 255.000 m 2 bvo

65.000 m 2 bvo

augustus 2000

17

Actief beleid economische sectoren
Apeldoorn is sterk vertegenwoordigd in de sectoren informatie- communicatie en milieuprocestechnologie, dienstverlening en zorg. Die positie wil de stad graag behouden, versterken en uitbouwen door bestaande

Om in de periode 1998 - 2005 te kunnen voldoen aan de vraag wordt gestart met: • A-locaties: Stationsomgeving (20.000 m2 bvo) • B-locaties: Zuidwestpoort / Malkenschoten / Philipsbosje (70.000 m2 bvo) • kleine kantoren: verspreid (10.000 m2 bvo) De ontwikkeling van kantoren op A- en B-locaties krijgt prioriteit, omdat hiernaar de grootste vraag is en deze locaties nodig zijn voor andere actiepunten van de gemeente, zoals het aantrekken van hoger onderwijs. Situering nieuwe kantoorlocaties De gemeente wil een B-locatie van circa 190.000 m2 bvo ontwikkelen in de zuidwest hoek van Apeldoorn (namelijk Zuidwestpoort /Malkenschoten, Environmental Technology Valley /locatie Centraal Beheer). Bij het station ziet de gemeente mogelijkheden voor een A-locatie van circa 70.000 m2 bvo, die ruimte zal bieden aan kantoren en enkele andere functies. Samenwerking Bij het ontwikkelen van ruimte voor kantoren zijn veel partijen betrokken, vaak voor verschillende onderdelen van een project (beleidsmatig, voorwaardenscheppend of financieel): investeerders, projectontwikkelaars, individuele ondernemers, georganiseerd bedrijfsleven, de GOM en overheden zoals de Stedendriehoek en de Provincie.

2 Uitbreiding en nieuwe bedrijventerreinen

bedrijven te accommoderen en gericht nieuwe bedrijvigheid aan te trekken. Selectief en actief wervingsbeleid speelt daarbij een belangrijke rol.

Om te kunnen voldoen aan de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar bedrijventerrein is uitbreiding van het aanbod nodig. Bij de gebruikte prognose over de ruimtebehoefte voor bedrijven wordt uitgegaan van evenwicht tussen een groeiende beroepsbevolking en een toename van de werkgelegenheid. Verder wordt uitgegaan van intensief ruimtegebruik en meer arbeidsplaatsen (35 wp per ha.) dan nu het geval is. Op deze manier blijft de woon-werkbalans in evenwicht. Randvoorwaarden Segmentering van het aanbod aan bedrijventerrein is nodig om aan te kunnen sluiten bij de eisen van specifieke typen bedrijvigheid. Voor representatieve en reguliere bedrijven moeten nieuwe locaties worden ontwikkeld, waarbij duurzaamheid en veiligheid belangrijke randvoorwaarden zijn. Parkmanagement (gezamenlijke inrichting, onderhoud en beveiliging van bedrijventerreinen) is daarbij een kansrijk instrument. Voor reguliere bedrijven is de uitstraling van gebouw en locatie minder van belang. Bedrijventerreinen worden primair ontwikkeld voor Apeldoornse bedrijven. Bedrijvigheid die uit herstructurerings- of ontwikkelingslocaties in de stad moet vertrekken, krijgt voorrang bij de uitgifte van nieuw terrein.

Programma bedrijventerreinen 1998 - 2020
in netto hectares
SEGMENT NETTO BEHOEFTE

mengbaar (milieucategorie 1 + 2) regulier (milieucategorie 1,2,3,4) representatief (milieucategorie 1,2,3,4) grootschalig (milieucategorie 3,4,5) Kanaalzone etc. totaal

15 ha.

45 ha.

40 ha.

10 ha.

50 ha. 160 ha.

18

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

Trends: kwaliteit en duurzaamheid
De aandacht voor duurzaamheid neemt toe. Steeds vaker wordt daarbij ook een economische relatie herkend; productie met aandacht voor energiebesparing, minder grondstofverbruik en minder afvalstoffen draagt bij aan de economische vooruitgang. Steeds meer ondernemers

Activiteiten Tot 2020 moet nog circa 160 hectare netto nieuw bedrijventerrein worden ontwikkeld. Hierbij is rekening gehouden met de uit te geven ruimte op bedrijventerrein de Ecofactorij en de verplaatsing van bedrijven door herstructurering van 50 ha (Kanaalzone, moeilijk inpasbare bedrijven uit woonwijken, kermisbedrijven en de Haere). De nieuwe ruimte is vooral nodig voor bedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 4. De bedoeling is dat 55% van de ruimte ingericht wordt voor reguliere bedrijven en 45% voor representatieve bedrijven. In de periode tot 2005 vinden de volgende projecten plaats: • Uitbreiding Stadhoudersmolen (10 ha netto) • Uitbreiding Apeldoorn noord (50 ha netto), • Ontwikkeling van de A-1 strook (start). In dezelfde periode worden de Stadhoudersmolen en een deel van de Kanaalzone Stad en Milieu gerevitaliseerd. Deze terreinen zijn gedeeltelijk bedoeld voor nieuwe bedrijven die om ruimtelijke en milieuhygiënische redenen moeten worden verplaatst. Ook het nieuwe bedrijventerrein buiten de snelwegen wordt hiervoor gebruikt. Er wordt niet gekozen voor één concentratie van deze bedrijven. Verdere uitbreiding zal worden gevonden in de Deventerstraat (10 ha. netto), A1-strook (10 tot 15 ha. netto) en buiten de snelwegen (75 hectare).

Situering nieuwe bedrijventerreinen De gemeente doet locatieonderzoek naar de mogelijkheden voor een nieuw bedrijventerrein aan de overzijde van de snelwegen. Drie locaties worden op geschiktheid getoetst en onderzocht: de zuidzijde van de A-1 (Wolfskuilen), de noordoostzijde van de A-50 (Broekland) en de Kar (uitbreiding). De gemeente gaat uit van optimale benutting en intensief ruimtegebruik, waaronder hogere bebouwingspercentages, zodat uitgifte van dit nieuwe terrein niet nodig is voor 2005. In de prognose is dit uitgangspunt verwerkt. De uitbreidingsmogelijkheden van bedrijvenpark Apeldoorn-noord worden onderzocht in samenhang met de ontwikkeling van woningbouwlocatie Zuidbroek. Het lijkt mogelijk om 50 hectare netto aan dit terrein toe te voegen voor representatieve en reguliere bedrijvigheid. Daarnaast wordt gekeken of het mogelijk is de Ecofactorij - binnen duurzaamheidsprincipes - geschikt te maken voor bedrijven met een ruimtebehoefte van minder dan 3 hectare en voor bedrijven uit andere bedrijfscategorieën. Hierbij kan gedacht worden aan regionale logistieke bedrijven. Deze bedrijven bieden veelal werkgelegenheid aan laaggeschoolden en er bestaat een verplaatsingsbehoefte voor deze bedrijven in Apeldoorn. Andere nieuwe locaties binnen de snelwegen zijn de Deventerstraat (bij de A-50) voor reguliere bedrijvigheid en de ruimte langs de A1-strook voor representatieve, kantoorachtige bedrijvigheid (inclusief revitalisering Visionpark).

kiezen voor duurzaam ondernemen. Kwaliteit speelt een belangrijke rol als vestigingsplaatsfactor. Aspecten hiervan zijn het voorzieningenniveau van een gemeente, het woningaanbod, aanwezigheid van groen, sociale veiligheid en goed bereikbare, representatieve bedrijvenlocaties .

september 2000

19

In het kader van de herstructurering van de Kanaalzone wordt onder andere ruimte gezocht voor nieuwe woon/ werkmilieus. De gemeente wil ook meer combinaties van wonen en werken in andere overgangsgebieden tussen bedrijventerreinen en woonwijken (Sleutelbloemstraat, MalkenschotenZwaanspreng, Apeldoorn-noord Zuidbroek).

s be
bedrijven centrum invloedssfeer

taa

nd

tw on

ikk

el

/ ing

he er

rst zo

r

tu uc

re

rin

g

ek

d on

20

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

3 Revitalisering bestaande bedrijventerreinen

Om de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen te behouden en te verbeteren, zijn revitaliseringsprojecten nodig, toekomstgerichte aanpassingen en eventuele herinrichting van terreinen. Randvoorwaarden Revitalisering van bedrijventerreinen moet bijdragen aan groei van de werkgelegenheid en werkmilieus op peil houden, zodat extra ruimtevraag zoveel mogelijk wordt beperkt. Duurzaamheid is ook bij revitalisering het expliciete uitgangspunt. Activiteiten De gemeente wil herstructurering en revitalisering van de bedrijventerreinen in de Kanaalzone (Stad en Milieu), Stadhoudersmolen en in een latere fase Brouwersmolen en Visionpark. Samenwerking De gemeente Apeldoorn werkt bij de revitalisering samen met bedrijven, het rijk en de Provincie.

gemiddeld bijdragen aan de groei van de Apeldoornse werkgelegenheid. Herkenbaarheid van en variatie in het aanbod zijn belangrijke factoren bij het realiseren van deze ambitie. Randvoorwaarden Apeldoorn staat alleen open voor bedrijvigheid die weinig ruimte vraagt en bijdraagt aan duurzaamheid, werkgelegenheid en verbreding van de productiestructuur. Activiteiten Apeldoorn probeert nieuwe bedrijvigheid aan te trekken met gericht acquisitiebeleid in heel Nederland. Bedrijven uit gewenste sectoren worden benaderd of aangeschreven, en ook internet wordt ingezet. Belangrijke ‘trekkers’ zijn het kantorenaanbod, het gunstige vestigingsklimaat en het aantrekkelijke woon- en leefklimaat van de stad.

4b Customer Interaction Center / Call

4a Acquisitie nieuwe bedrijvigheid

Vooral in de handel en dienstverlening wordt een sterke economische groei verwacht. Om hiervan te profiteren voert Apeldoorn actief en stimulerend beleid om bedrijven op het gebied van informatie-, communicatie- en milieutechnologie, (zakelijke) dienstverlening en zorg naar de stad te trekken. Deze sectoren zullen daardoor meer dan

Center Platform De Call Center- en Telecommunicatiesector groeit zeer snel en creëert veel werkgelegenheid. Deze sector, die ook weer andere activiteiten aantrekt (zoals e-commerce), behoort tot de ‘schone’ bedrijvigheid en past uitstekend in de duurzame economische ontwikkeling van Apeldoorn. Om de vestiging van deze activiteiten te vergemakkelijken wordt regionaal samengewerkt aan een stichting met een zogenaamde ‘1-loketfunctie’ voor de branche (alle informatie, regelingen en formaliteiten ondergebracht bij één instantie).

september 2000

21

Trend: technologisering
Ontwikkelingen in de techniek hebben grote invloed op de samenleving. In steeds meer maatschappelijke activiteiten is techniek zichtbaar; door internet, e-commerce en mobiele telecommunicatie veranderen maatschappelijke en economische structuren. Ook de mogelijkheden

Randvoorwaarden Gezien de vestigingscriteria van Call Centers /Customer Interaction Centers (hoog opgeleid personeel, hoogwaardig vestigingsmilieu, technologische infrastructuur) is activerend en voorwaardenscheppend beleid nodig op het niveau van de Stedendriehoek. Activiteiten Sinds 1999 werkt een aantal partijen uit het bedrijfsleven, de overheid en het onderwijs (ROC) op initiatief van de Overijsselse Ontwikkelings Maatschappij en de Gelderse Ontwikkelings Maatschappij samen in een ‘Call center platform’. Doel van het platform is call center activiteiten naar de Stedendriehoek te trekken. Onderdeel van de activiteiten is de oprichting van een vereniging voor een 1-loket-functie voor de branche (Customer Interaction Center). De vereniging richt zich op de volgende activiteiten voor bestaande en nieuwe Customer Interaction Centers: • promoten van de regio Stedendriehoek als vestigingsgebied • uitwisselen van kennis over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van Customer Interaction • fungeren als denktank voor het oplossen van knelpunten en nieuwe ideeën • realiseren van oplossingen voor knelpunten • fungeren als ontmoetingsplaats voor organisaties op het gebied van Customer Interaction Activities

5 Bedrijfsverzamelgebouw

voor schone en efficiëntere productiemethoden nemen toe. Er ontstaat een netwerkeconomie,

Bestaande bedrijven moeten kunnen groeien. Met het aanbieden van geschikte huisvestingslocaties geeft Apeldoorn daarvoor de ruimte. Als gevolg daarvan ontstaan ook mogelijkheden voor doorstroming. Apeldoorn heeft behoefte aan een bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige kantoren, blijkt uit onderzoek. Randvoorwaarden De voornaamste randvoorwaarde is het bewaren van evenwicht tussen economisch beleid voor nieuwe en bestaande bedrijvigheid. Activiteiten Binnen drie jaar wordt een bedrijfsverzamelgebouw gerealiseerd in bedrijvenpark Apeldoorn Noord en/of bij ETV in Malkenschoten. Hiermee wordt vooral ruimte geboden aan bedrijven in de ICT- en milieutechnologische sector. Samenwerking Naast de gemeente Apeldoorn zijn de Provincie Gelderland, banken, GOM, een projectontwikkelaar, ETVA en de Hogeschool IJsselland bij dit project betrokken.

door de mogelijkheden voor snelle communicatie over grote afstand.

6 Stimulering starters

Starters zijn belangrijk voor de dynamiek en vitaliteit van de stedelijke economie; ze houden het bestaande bedrijfsleven alert en creëren in de doorstartfase belangrijke

22

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

werkgelegenheid. Door de veelheid aan instanties en regelingen zien veel starters door de bomen het bos echter niet meer. Bovendien ontbreken de mogelijkheden voor het krijgen van gericht advies. Jaarlijks starten gemiddeld 550 Apeldoorners een bedrijf. Om de overlevingskansen van deze bedrijven te vergroten en nieuwe starters aan te trekken, wil de gemeente een startersplatform oprichten. Dit platform richt zich vooral op kennisintensieve starters en startende bedrijvigheid in de wijken Activiteiten Het op te richten Startersplatform ondersteunt startende en doorstartende bedrijven door het geven van bedrijfsadviezen, een adequaat aanbod van kantoren of bedrijfsruimten (zoals het eerder genoemde bedrijfsverzamelgebouw) en andere ondersteuning (bijvoorbeeld financieel, zoals de regeling Bijstandsverlening zelfstandigen, BZB). De huisvestingsbelangen van starters en de rol van de gemeente daarbij wordt verder onderzocht. Op het niveau van de Stedendriehoek wordt samengewerkt aan het Project Stimulering Kennisintensieve (door)Starters (KIDS). Het starters coachingproject Plato wordt uitgebreid naar de Stedendriehoek. Doel van dit project is het vergroten van de overlevingskansen van kennisintensieve doorstarters door middel van netwerken, begeleiding, training en financiering. Samenwerking Het Startersplatform wordt opgericht in samenwerking met de Kamer van

Koophandel, Syntens, ROC Aventus en HBO-IJselland. Binnen de Stedendriehoek wordt onder andere met Deventer en Zutphen samengewerkt aan het project KIDS en het Platoproject.

3.2 Wijkeconomie De afgelopen jaren is het werken steeds meer verdwenen uit de wijken. Het ontbreken van een evenwichtige functiemenging heeft echter een negatieve invloed op de leefbaarheid. Apeldoorn wil de werkgelegenheid op wijkniveau stimuleren. Ook wil de gemeente de economische en maatschappelijke functie van wijkwinkelcentra uitbreiden om de leefbaarheid te verbeteren.

7 Stimuleren van de wijkeconomie

De gemeente wil wonen en werken in de wijk combineren. Daarvoor worden bepaalde economische activiteiten weer teruggebracht naar de wijk en blijven bestaande activiteiten behouden. Randvoorwaarden Alleen werkfuncties die functioneel, ruimtelijk en milieuhygiënisch te combineren zijn met wonen worden gestimuleerd. Het gaat dan vooral om bedrijven in milieucategorie 1 en 2. Stimulering van de wijkeconomie moet leiden tot meer werkgelegenheid en vergroting van de leefbaarheid, veiligheid en het sociaal-maatschappelijk draagvlak in de wijk. Vanzelfsprekend wil de gemeente graag dat al gevestigde ‘mengbare’ bedrijven in de wijk blijven.

september 2000

23

Activiteiten De nadruk ligt op de aanpak- en preventiewijken (in eerste instantie Masterplan Zuid, Wijkontwikkelingsplan Zevenhuizen). Activiteiten zijn: • stimuleren van thuiswerken en beroepsuitoefening in en bij de woning; woningbouw daar op afstemmen • realiseren van functiemenging in hiervoor geschikte oude en nieuwe wijken: - herbestemmen van vrijkomende winkelpanden en buurtcentra voor andere economische functies - herbestemmen van vrijkomende locaties (kerken, scholen, zorginstellingen voor werkfuncties en/of woon/werkfuncties, waarbij ook gebruik gemaakt kan worden van de ruime verkaveling langs de oude wegenstructuur - realiseren van kleine bedrijfskavels of woon/werklocaties aan de randen van woonwijken, op locaties die voor wonen minder geschikt zijn - creëren van nieuw werk in de wijk, waarbij langdurig werkzoekenden uit de wijk worden ingezet (woonomgevingsploeg, beheerders wijkwinkelcentra, kringloopcentrum en dergelijke). Om deze activiteiten mogelijk te maken, moet de economische bestemming van wijklocaties en vrijkomende panden voorrang krijgen boven andere functies. De gemeente wil vrijkomende locaties en panden eventueel aankopen om de economische bestemming ervan te sturen.

3.3 Zorgsector Zowel in de stad als in het buitengebied van Apeldoorn zijn zorginstellingen en zorgfuncties te vinden, vaak met een (boven)regionale functie, die getuigen van de Apeldoornse zorgtraditie. De gemeente wil het voorzieningenniveau verder versterken en de werkgelegenheid in de sector bevorderen.

8 Versterking van de zorgsector

Door de vergrijzing van de samenleving groeit de behoefte aan zorg. Apeldoorn wil actief inspelen op innovatieve ontwikkelingen in deze sector, bijvoorbeeld met een zorghotel, een dienstenmakelaar en zorgboerderijen. De zorgsector brengt belangrijke werkgelegenheid met zich mee. Randvoorwaarden Voor stimulering van de zorgsector moeten er voldoende geschoolde arbeidskrachten zijn. Activiteiten en samenwerking De gemeente wil in overleg met bestaande zorginstanties onderzoeken welke concrete mogelijkheden Apeldoorn heeft voor versterking van de zorgsector in de stad en de buitengebieden. Daarbij kijkt de gemeente in eerste instantie naar kansrijke initiatieven uit de markt. Onderdeel van het overleg is de werkgelegenheidsproblematiek. Nagegaan moet worden welke rol de gemeente hierin kan vervullen.

24

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

Trend: Binnenstedelijk vermaak
Stadscentra bieden bij uitstek mogelijkheden voor gemak en vermaak die aansluiten bij de wensen en verwachtingen van de moderne consument. Binnensteden ontwikkelen zich steeds meer tot centrale plekken voor een combinatie van winkelen, ontmoeting en

3.4 Detailhandel en horeca De Apeldoornse binnenstad heeft nog onvoldoende aantrekkingskracht op de regio. De gemeente wil het aanbod aan winkels uitbreiden en de stedelijke functies en dynamiek van het centrum versterken. Daarmee ontstaat een betere economische basis in de sector, die ook aansluit bij het toeristisch/recreatieve belang van de binnenstad. Ook voorzieningen in de wijk hebben behoefte aan ondersteuning.

9 Versterken van de binnenstad en wijkwinkelcentra

De gemeente wil een hoogwaardig aanbod aan stedelijke en regionale voorzieningen in het centrum en de wijken van de stad. De detailhandel- en horecasector worden versterkt, verbeterd en verbreed. Met deze activiteiten neemt ook de recreatieve waarde van de binnenstad toe. Slimme combinaties met andere stedelijke functies (zoals socialeen zorgfuncties) komen de levendigheid en economische positie van binnenstad en wijkwinkelcentra ten goede. Randvoorwaarden Om het ambitieniveau te realiseren besteedt de gemeente ook aandacht aan verbetering van de omgevingskwaliteit, circuitvorming, samenhang en (nieuwe) functies. Ook is verbetering nodig van parkeervoorzieningen, van de ontsluiting van de stad en van de inrichting van de openbare ruimte.

Activiteiten In de binnenstad wordt een beloopbaar circuit gevormd, waardoor de samenhang in het kernwinkelgebied verbetert en de ‘winkelrouting’ van de consument groter wordt. De locatie die de gemeente op het oog heeft is het kwadrant Hof/ Kanaalstraat - Nieuwstraat Koren/ Deventerstraat - Stationsstraat. De aansluiting tussen Marktstraat e.o. en Hoofdstraat wordt verbeterd. Dit geldt ook voor de aansluitingen: • centrum/Kanaal • centrum/Stationsomgeving • centrum/Cultuurkwartier Met de verspreide vestiging van nieuwe horeca (vooral voor de doelgroep 25 jaar en ouder) wordt de winkelfunctie ondersteund. Het Caterplein blijft een concentratiepunt van horeca (uitgaanscentrum). Deze ambities worden verder uitgewerkt in de gemeentelijke Binnenstadsvisie. Nieuwe binnenstadsfuncties - voorzieningen en attracties - worden toegevoegd om de aantrekkingskracht en levendigheid van het centrum te verhogen. De wekelijkse markten zijn de belangrijkste functie van het Marktplein en dragen positief bij aan de aantrekkelijkheid van de binnenstad. Om deze functie te versterken ontwikkelt de gemeente nieuwe maatregelen om de kwaliteit (branchering) te verbeteren. In het Fort wil de gemeente een nieuwe markt ontwikkelen. De gemeente heeft geen nieuwe plannen voor de locaties van grootschalige detailhandelsvestigingen, met uitzondering

vermaak, urban leisure. Door ontwikkelingen op het gebied van e-commerce ontstaan nieuwe winkelformules die fysieke verkoop combineren met electronic business via internet. Deze nieuwe formules zijn een krachtige impuls voor binnenstedelijke ontwikkeling. Afname van het winkelvloeroppervlak is niet te verwachten.

Bron: Dynamis/STEC mei 2000

september 2000

25

s be
centrum/winkels onderwijs/cultureel/zorg/dagrecreatie centrum invloedssfeer sport/recreatie/toerisme

taa

nd

tw on

ikk

el

/ ing

he er

rst zo

r

tu uc

re

rin

g

ek

d on

van de meubelboulevard, de recreatieboulevard (zie actiepunt 11) en het voornemen om de bouwmarkten te clusteren op Apeldoorn Noord en de Zuidwestpoort. In dit segment van de detailhandel wil Apeldoorn geen groei van het aantal m2 bvo., met uitzondering van al vastgelegde plannen. Om uitbreiding van grootschalige detailhandel op andere locaties te voorkomen, ontwikkelt de gemeente nieuwe ruimtelijke beleidsinstrumenten. Fysieke uitbreiding van de detailhandel moet plaatsvinden in de wijkwinkelcentra Anklaar, het Fort, de Egelantier en Hart van Zuid en in de winkelstraten Asselsestraat en Koninginnelaan. Anklaar wordt uitgebreid omdat dit winkelcentrum een functie gaat vervullen voor de nieuwbouwlocatie Zuidbroek. De versterking van de wijkwinkelcentra heeft gevolgen voor het functioneren van buurtwinkelcentra. Verpaupering van slecht functionerende buurtwinkelcentra wil de gemeente in samenwerking met investeerders voorkomen door actief te zorgen voor functieverandering (kantoren, wonen, maatschappelijke functies). In feite wordt er maatwerk geleverd: goed functionerende buurtwinkelcentra kunnen voortbestaan maar worden niet uitgebreid en slecht functionerende winkelcentra kunnen worden gesaneerd. De gemeente laat onderzoeken of, en zo ja waar, vestiging van een megasupermarkt in Apeldoorn mogelijk is (vraag is circa 4.000 m2 bvo).

26

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

Samenwerking Voor de plannen op het gebied van detailhandel en horeca werkt de gemeente samen met Apeldoornse ondernemers (BOA, FAO), het Hoofdbedrijfschap Detailhandel, MKB, projectontwikkelaars en de provincie Gelderland.

Economische Zaken, het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en verschillende sponsorpartijen.

11 Recreatieboulevard

10 Organisatie van een internationale markt

Om Apeldoorn te profileren als marktstad en ontmoetingsstad wordt een internationale markt georganiseerd, met buitenlandse handelaren. Dit evenement draagt ook bij aan de promotie van de markt op nationaal europees niveau, en aan de verlevendiging van de binnenstad. Randvoorwaarden De internationale markt zal plaatsvinden in de binnenstad. Om de promotionele en attractieve waarde van de markt te versterken moeten er bijbehorende publieksactiviteiten en festiviteiten worden georganiseerd. Activiteiten Gedurende 3 dagen, in het najaar van 2002, komen 100 tot 150 handelaren uit Europa naar Apeldoorn om hun handel te slijten op de ‘Internationale Markt’. Samen met de reguliere zaterdagmarkt wordt dit evenement één van de grootste gebeurtenissen op het terrein van de ambulante handel. Samenwerking Voor de organisatie van de markt wordt samengewerkt met het Ministerie van

De gemeente heeft plannen voor de ontwikkeling van een recreatieboulevard, een locatie voor detailhandel gespecialiseerd in recreatieartikelen die onder het begrip ‘volumineuze goederen’ vallen (bijvoorbeeld caravans, kampeerartikelen, fietsen, kano’s etc.). De recreatieboulevard heeft als belangrijk kenmerk dat de consument de (unieke) mogelijkheid krijgt de koopwaar te beoordelen aan de hand van een ‘try and test’. Gespecialiseerde detailhandel voor recreatieartikelen is in Apeldoorn weinig en versnipperd, aanwezig, terwijl een dergelijk aanbod goed past bij de grote recreatieve sector in de stad. Randvoorwaarden Bij het definitieve besluit om tot een recreatieboulevard te komen moet goed worden vastgesteld wat het toegestane assortiment wordt, om te voorkomen dat aan recreatie gelieerde bedrijven die nu in de binnenstad en andere winkelcentra zitten, daar vertrekken. Een goede (auto)bereikbaarheid van de locatie is ook van belang. Activiteiten Er wordt marktonderzoek gedaan naar de haalbaarheid, de vormgeving, locatie en branchering van een recreatieboulevard. Zoeklocatie voor de recreatieboulevard bevindt zich in de Kanaalzone nabij de ring.

september 2000

27

3.5 Toerisme en recreatie Toerisme is belangrijk voor Apeldoorn; jaarlijks genereert de sector circa 1 miljard gulden aan bestedingen in de gemeente. Door de veranderende vraag en veroudering van veel voorzieningen voor verblijfsrecreatie is kwaliteitsverbetering nodig. Tegelijkertijd moeten toeristisch /recreatieve voorzieningen duidelijker geprofileerd en versterkt worden, onder andere door het toevoegen van ‘elkweer’ voorzieningen.
12 Revitalisering verblijfsrecreatie

‘verstening’ van natuurgebied, en neemt de dreiging van (eveneens ongewenste) permanente bewoning toe. Bovendien is snelheid vereist om de concurrentiepositie ten opzichte van andere vakantiegebieden veilig te stellen en te voorkomen dat het marktaandeel van Apeldoorn voor langere tijd verloren gaat. Activiteiten Op basis van een herstructureringsen saneringsplan, een uitwerking van ‘Veluwe 2010’, wordt een nader te bepalen aantal bedrijven aangekocht door de overheid. Het gaat hierbij om bedrijven die in een ecologisch waardevol gebied liggen en/of geen ontwikkelingsmogelijkheden hebben. Vrijkomende gronden worden benut voor natuurontwikkeling ter compensatie van areaalvergroting op andere plaatsen. Hiertoe is reeds onderzoek gestart. Samenwerking De gemeente werkt samen met bedrijven die investeringen doen. Door de ligging van de verblijfsrecreatie in het Veluwemassief, dat in aanmerking komt voor aanwijzing tot Nationaal Park nieuwe stijl, is er spraken van nationaal belang. Daarom is ook samenwerking nodig met de Provincie en het rijk.

Trend: meer vrije tijd
Afstand is steeds minder een belemmering voor mensen; sociale netwerken veranderen en worden breder. Tegelijkertijd hebben mensen steeds meer vrije tijd en groeit de behoefte aan gevarieerde voorzieningen om die vrije tijd aangenaam en zinvol te besteden. Deze voorzieningen hebben zowel voor bewoners als voor bezoekers van buitenaf een functie. Voor Apeldoorn biedt deze trend mogelijkheden voor het versterken van de recreatiesector.

Vooral in Hoenderloo en Beekbergen zijn voorzieningen voor verblijfsrecreatie toe aan modernisering. Doel van deze kwaliteitsverbetering is een vergroting van het aantal slaapplaatsen tot het niveau van medio jaren tachtig (32.500, nu circa 24.500), zodat het aantal overnachtingen kan toenemen. Deze activiteiten hebben naar verwachting ook een positief effect op de omvang van de spin off. Gezien het feit dat Apeldoorn veel vaste standplaatsen heeft, moet de inspanning daarnaast gericht zijn op vergroting van het aantal toeristische standplaatsen. Randvoorwaarden Voor kwaliteitsverbetering van verblijfsterreinen is in een aantal gevallen areaalvergroting nodig. Naast bedrijven die zelf investeren, zullen de overheden ook te saneren en te verplaatsen bedrijven moeten aankopen. Dit moet met enige spoed plaatsvinden, omdat nu al recreatiebedrijven worden uitgekocht door projectontwikkelaars, die de locaties vervolgens herontwikkelen (uitponden). Hierdoor is er sprake van ongewenste

Regionalisering VVV / VBT
In opdracht van de ANVV wordt het aantal VVVorganisaties in Nederland teruggebracht van 300 tot 50 á 75. Voor de Veluwe wordt onderzocht of organisatie in drie regio’s mogelijk is. Een vervolgstap is de vorming van één VVV voor de hele Veluwe, waarvoor Apeldoorn een mogelijke

13 Nieuw toe te voegen dagattracties

locatie is. In 1997 is het Veluws Bureau voor Toerisme opgericht, dat zich bezighoudt met promotie en productontwikkeling. In de eerste drie jaar heeft het VBT subsidie ontvangen. Voor een doorstart en aansluiting bij de VVV in Apeldoorn is aanvankelijk ook nog steun nodig.

De bestaande toeristisch /recreatieve sector in Apeldoorn bestaat voor een groot deel uit verblijfsrecreatie en weersafhankelijke dagattracties. Om dit aanbod te verbreden wil de gemeente graag nieuwe ‘elkweer’ voorzieningen, die een positieve

28

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

bijdrage leveren aan het stedelijk toerisme en de aantrekkingskracht van Apeldoorn. Het park Berg en Bos krijgt een kwaliteitsimpuls; hiervoor wordt een ontwikkelingsplan opgesteld door het parkbeheer. Randvoorwaarden Nieuwe dagattracties moeten passen bij het bestaande Apeldoornse aanbod en geschikt zijn voor bezoek onder alle weersomstandigheden. Activiteiten De gemeente wil een gericht marktonderzoek uitvoeren naar voor Apeldoorn passende attracties (aard, omvang, situering, aantrekkingskracht).

Activiteiten De gemeente werkt al aan een ontwikkelingsvisie voor het Apeldoorns Kanaal. Cultuurhistorie en het watersysteem zijn daarin richtinggevend. Samenwerking Om te bepalen of het bevaarbaar maken van het kanaal realiseerbaar is, wordt in samenwerking met Waterschap Veluwe, Stichting Apeldoorns Kanaal, ANWB, Stichting Recreatietoervaart Nederland en de Rijksdienst voor Monumentenzorg een haalbaarheidsstudie verricht als onderdeel van een “Interreg IIc project”. Belangrijke onderdelen in de visie zijn het passeerbaar maken van alle (infrastructurele) kunstwerken voor kleine motorboten en de aanleg van voorzieningen voor watersportrecreatie (aanlegsteigers, havenplaatsen en dergelijke). Met deze voorzieningen wordt de kanaalomgeving verlevendigd en aantrekkelijk gemaakt voor horeca en verblijfsrecreatie. Dat levert ook een positieve bijdrage aan de plattelandsontwikkeling. De eerder genoemde ontwikkelingsvisie is onlosmakelijk verbonden met de uitkomsten van deze studie.

14 Apeldoorns kanaal

Het Apeldoorns kanaal is een ‘levend monument’ dat benut kan worden voor nieuwe toeristische, recreatieve en economische ontwikkelingen door het te gebruiken als verbinding tussen stedelijk en landelijk gebied. Als het kanaal bevaarbaar gemaakt kan worden, speelt het een belangrijke rol in de verbetering van de woon-, werk- en leefomgeving. Randvoorwaarden Het bevaarbaar maken van het kanaal is geen doel op zich, maar moet daadwerkelijk leiden tot verlevendiging van de omgeving van het kanaal. De gemeente stelt een integrale ontwikkelingsvisie op om vast te stellen wat aard en omvang van deze positieve effecten kunnen zijn.

3.6 Plattelandsontwikkeling en economie De landbouw is de belangrijkste economische drager van het landelijk gebied, maar deze functie komt steeds meer onder druk te staan. Om de leefbaarheid van het platteland op peil te houden, moeten er andere economische sectoren bij komen. Verbreding van de

september 2000

29

Trend: grote maatschappelijke dynamiek
Technologische ontwikkelingen en mondialisering van de economie leiden tot snelle veranderingen in de samenleving. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de veranderende structuren op het

productiestructuur moet echter plaatsvinden binnen ecologische, landschappelijke en economische kaders.

15 (Nieuwe) economische dragers landelijk gebied

Voor het geven van voorlichting en ondersteuning wordt een Platform Veluwe/IJsselvallei opgericht dat beschikt over gerichte expertise en een netwerk van contacten om agrariërs te adviseren en te ondersteunen. Samenwerking De plattelandsvernieuwing vindt plaats in samenwerking met de GLTO, milieuorganisaties, provincie en het rijk. Voor het Platform Veluwe/IJsselvallei wordt samengewerkt met het GLTO, andere gemeenten, de provincie, de recreatiegemeenschap en het agrarisch onderwijs.

gebied van dienstverlening, consumentengedrag en communicatie. Voor sommige groepen mensen kunnen deze maatschappelijke veranderingen te snel gaan; ze verliezen de aansluiting met de dynamiek en komen geleidelijk buiten de samenleving te staan. Bij het opvangen van deze dreiging spelen onderwijs en zorg een belangrijke rol.

Naar verwachting zullen veel agrarische ondernemers de komende jaren op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden. Het inslaan van nieuwe, deels onbekende, wegen is uitdagend maar ook complex. De gemeente wil deze activiteiten ondersteunen en stimuleren en maakt daarvoor nieuw economisch beleid. Maatwerk is daarbij het uitgangspunt. Randvoorwaarden De gemeente moet stimulerend en voorwaardenscheppend beleid voeren om te komen tot de gewenste plattelandsontwikkeling. Onderdeel daarvan is het geven van voorlichting en ondersteuning aan agrarische ondernemers. Te ondernemen activiteiten Om de gemeentelijke plannen te realiseren wordt onderzoek gedaan naar de mate waarin de landbouw nu en in de toekomst economische drager voor het landelijk gebied is en kan zijn, naar de ontwikkelingskansen voor de landbouw in Apeldoorn, en naar het type economische functies dat past binnen het landelijk gebied en de vrijkomende agrarische bebouwing. Ook de instrumenten van de gemeente die voorhanden zijn, of ontwikkeld kunnen worden, om gewenste ontwikkelingen te sturen en te stimuleren worden onderzocht.

3.7 Arbeidsmarkt Uit onderzoek blijkt dat de aansluiting tussen het onderwijsaanbod en de arbeidsmarkt in Apeldoorn te wensen overlaat. Verbetering van deze aansluiting is gewenst. Tegelijkertijd is er een discrepantie tussen onvervulbare vacatures en het werkloosheidscijfer. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt doordat een groot deel van de werklozen niet voldoet aan de gestelde eisen. Het aantrekken van vestigingen voor hoger onderwijs naar Apeldoorn draagt bij aan het oplossen van deze knelpunten.

16 Alliantie arbeidsmarktbeleid en economisch beleid

Omdat er een discrepantie is tussen vraag (vacatures) en aanbod (werklozen) wil de gemeente op basis van maatwerk komen tot betere mogelijkheden voor “matching”. De afdelingen

30

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

Economische Zaken en beleidszaken van de dienst Samenleving zijn hiervoor een alliantie met elkaar aangegaan die de komende jaren wordt geïntensiveerd. Randvoorwaarden De alliantie moet bijdragen aan versterking van het economisch beleid en arbeidsmarktbeleid door (langdurig) werklozen aan het werk te helpen. Activiteiten In 1999 heeft de alliantie een eerste (pilot) project opgezet en uitgevoerd, het ‘Tweede Kringloopcentrum’ Apeldoorn. Dit project is succesvol verlopen; op basis van een maattraject zijn 40 personen voorbereid op en begeleid in een functie bij het Kringloopcentrum. Inmiddels zijn 4 nieuwe initiatieven gestart bij commerciële bedrijven, die in 2000 werkgelegenheid opleveren voor 30 personen. Een ander project van de alliantie is ‘Apeldoorn van start’, een project waarbij een 10-tal uitkeringsgerechtigden intensief begeleid wordt bij het starten van een eigen bedrijf. De begeleiding strekt zich uit van de voorstart (bijvoorbeeld het opstellen van een ondernemingsplan) tot enige tijd na de start, op basis van een mentorformule. Het project is een kwalitatieve en kwantitatieve invulling van de huidige regeling Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ). Samenwerking De gemeentelijke afdelingen Economische Zaken en Werk en Inkomen

werken samen aan dit project. De samenwerking wordt uitgebreid naar Apeldoornse bedrijven.

17 Aantrekken van HBO/WO-instellingen en trainingscentra

Technocentrum
Medio 2000 is met rijkssteun het Technocentrum IJssel.Vecht.Veluwe opgezet om de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het Technocentrum wordt in Apeldoorn gehuisvest en is een aanspreekpunt voor het bedrijfsleven en werkenden/werkzoekenden. Een belangrijke taak is het vaststellen van de knelpunten in branches en het stimuleren van onderwijsprogramma’s die aansluiten bij de

De vestiging van HBO/WO-instellingen in Apeldoorn helpt aanzienlijk bij het realiseren van de economische ambities van de gemeente. Opleidingen leveren immers een bijdrage aan de innovatie in economische (deel)sectoren en aan de toestroom van gekwalificeerde arbeidskrachten. Randvoorwaarden Apeldoorn wil HBO en WO-instellingen (of dependances) en trainingscentra aantrekken die samenhangen met de economische speerpunten en /of bijdragen aan de versterking van andere ambities. Activiteiten De gemeente gaat een actief acquisitieen wervingsbeleid voeren, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de vesting van trainingscentra en dependances van bestaande en nieuwe onderwijsinstellingen en bedrijfsopleidingen. Er wordt een relatie gezocht met onderwijs dat is gelieerd aan de ICT-, MPT- en Zorgsector, maar ook met hogere opleidingen op het gebied van sport, kunst, cultuur, recreatie en horeca.

vraag van bedrijven. Knelpunten doen zich vooral voor in technische beroepen op middelbaar niveau en in de zorg. Deelnemers aan het Technocentrum zijn de ROC’s (Aventus), Hogescholen, Kamer van Koophandel, individuele bedrijven en de gemeenten Apeldoorn, Deventer, Zuphen en Zwolle.

september 2000

31

3.8 Relatiebeheer
18 Relatiebeheer bedrijven en georganiseerd bedrijfsleven

Uit onderzoek naar het Apeldoornse vestigingsklimaat blijkt dat de bestaande ondernemers behoefte hebben aan één centraal aanspreekpunt. In antwoord op deze behoefte wordt het gemeentelijk bedrijvencontactpunt verder ontwikkeld. Onderdeel hiervan is een centraal telefoonnummer. Daarnaast wordt er een bedrijvenregistratie- en volgsysteem opgezet (één loket). Randvoorwaarden Het bedrijvencontactpunt moet aansluiten bij de netwerkstrategie van de gemeente voor beleidsvorming en beleidsuitvoering. Samenwerking Het bedrijvencontactpunt wordt verder ontwikkeld in samenwerking met het gemeentelijk Serviceteam Bedrijven, waarin alle gemeentelijke afdelingen zijn vertegenwoordigd die een directe relatie hebben met het bedrijfsleven. Bestaande formele en informele overlegstructuren met organisaties die het bedrijfsleven vertegenwoordigen op bestuurlijk en ambtelijk niveau worden voortgezet en verstevigd. Het gaat daarbij onder andere om overleg met de KvK, MKB, BKA, BOA, FAO, VARO, hotel- en attractieoverleg en de Vereniging Ambulante handel. In het Economisch platform Stedendriehoek werken de gemeenten Apeldoorn, Deventer, Zutphen en de

provincies Gelderland en Overijssel met de Kamer van Koophandel samen aan het afstemmen van beleid voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen en het opzetten van projecten.

European Business Project
In 1998 werd het Europartenariat in Apeldoorn gehouden, een initiatief van de provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland, het rijk, de Kamer van Koophandel en de gemeente Apeldoorn. In vervolg hierop wordt in het najaar van 2001 in Apeldoorn een MKB-evenement georganiseerd onder de naam European Business Project. Doel is om ruim 450 bedrijven uit de regio gericht in contact te brengen met 2000 buitenlandse bedrijven.

W ANNEER DOEN WE WAT ?
De activiteiten die zijn beschreven in het vorige hoofdstuk leveren allemaal een bijdrage aan de economische ambities voor de periode tot 2020. De plaatsing van de activiteiten in de tijd verschilt echter. Een deel van de acties start al op korte termijn, terwijl andere pas over enige tijd prioriteit krijgen. Hierna volgt een overzicht van de acties op de korte (tot 2005) en de lange termijn (2005 - 2020).

4

32

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

Periode 2000 - 2005

Actiepunten 2000 - 2020

Periode 2005 - 2020

1. Ontwikkelen kantoorlocaties Ontwikkelen/herstructureren kantoorlocaties 2. Uitbreiding en nieuwe bedrijventerreinen a) Uitbreiding Stadhoudersmolen, Apeldoorn-Noord b) Ontwikkeling van de A1-strook (start) c) Deventerstraat d) A1-strook e) Terrein buiten snelwegen f) Locatieonderzoek nieuwe terreinen buiten snelwegen 3. Bestaande bedrijventerreinen a) Revitalisering Stadhoudersmolen b) Revitalisering Kanaalzone c) Revitalisering Brouwersmolen d) Revitalisering Visionpark 4a. Acquisitie nieuwe bedrijvigheid 4b. Call Center Platform/CI Center 5. Bedrijfsverzamelgebouw 6. Stimulering Starters a) Startersplatform b) Project KIDS c) Plato project 7. Stimuleren wijkeconomie 8. Versterking van de zorgsector

september 2000

33

Monitoring en beleidseffectmeting Beleid is niet statisch, maar vindt plaats in een dynamisch proces, een veranderende samenleving. Om te zorgen dat de beleidsdoelstellingen worden bereikt, en sporen met de maatschappelijke ontwikkelingen, voert de gemeente elke twee jaar een evaluatie uit. Resultaten van beleidmonitors, beleidseffectmetingen en gesprekken met belanghebbenden, bieden inzicht in de resultaten. Op basis van dit inzicht wordt de economische strategie voortgezet of op onderdelen bijgesteld.

Monitoring Voor het bijhouden van effecten en resultaten gebuikt de gemeente een monitorsysteem dat werkt met een nulmeting (de stand van zaken nu) en momentopnamen om veranderingen bij te houden. Voor elke economische sector of speerpunt worden de doelstellingen en het beoogde (meetbare) resultaat beschreven. Ook wordt aangegeven op welke manier de resultaten worden gemeten. De monitoring richt zich op: • ontwikkeling kantoren en bedrijven (omvang, kwaliteit, segmentering, clusters) • ontwikkeling binnen specifieke economische sectoren (kantoren/bedrijven, detailhandel/horeca, binnenstad, wijkeconomie, toerisme en recreatie, plattelandsontwikkeling en -economie) • ontwikkeling binnen de lokale en regionale arbeidsmarkt (werkgelegenheid, werkloosheid, beroepsbevolking, onderwijs) • ontwikkeling in de samenstelling en demografische opbouw van de Apeldoornse bevolking • benchmarking ten aanzien van de provinciale, nationale en Europese economie en daarbinnen specifieke deelsectoren • benchmarking ten aanzien van Apeldoornse ondernemers • ontwikkeling in regionaal, provinciaal, nationaal en Europees economisch en subsidiebeleid inclusief (stimulerings) projecten van deze overheden opdat daarbij kan worden aangesloten wanneer dat gewenst is

Periode 2000 - 2005

Periode 2005 - 2020

9. Versterken binnenstad en wijkcentra Versterken binnenstad Onderzoek koopstromen Versterken wijkwinkelstructuur 10. Organisatie internationale markt 11. Recreatieboulevard Marktonderzoek Eventuele realisatie 12. Revitalisering verblijfsrecreatie 13. - Regionalisering VVV/VBT - Nieuw toe te voegen dagattracties a) Marktonderzoek terzake b) Eventuele ontwikkeling 14. Apeldoorns Kanaal a) Ontwikkelingsvisie en haalbaarheid b) Eventuele realisatie 15. Economische dragers landelijk gebied a) Onderzoek plattelandsvernieuwing b) Platform Veluwe/IJsselvallei 16. Alliantie arbeidsmarktbeleid en economisch beleid 17. Aantrekken van HBO/WO-instellingen 18. Relatiebeheer bedrijven, georganiseerd bedrijfsleven en benchmark

Beleidseffectmeting De economische speerpunten en ambities worden concreet beschreven en gekwantificeerd, zodat het mogelijk is om de effecten van het beleid te meten. Daarmee kan worden vastgesteld of het beoogde resultaat wordt behaald en of het instrumentarium van de gemeente toereikend is. Tegenvallende effecten worden geanalyseerd en kunnen leiden tot aanpassing van het de beleidsinstrumenten en / of het beleid.

34

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

september 2000

35

be
centrum/winkels onderwijs/cultureel/zorg/dagrecreatie centrum invloedssfeer sport/recreatie/toerisme kantoren bedrijven

s

n taa

d on tw

ikk

eli

ng

/

r he

str

uc

tu

on

de

rzo

ek

Strategisch Economisch Beleid Apeldoorn

colofon uitgave: Dienst Grond, Economie en Projecten, afdeling Economische zaken, september 2000 bedrijvencontactpunt (055) 580 24 50 projectleider: drs. Arjan Oudbier fotografie: gemeente Apeldoorn, Gert van der Kamp, Roel Veenhuizen, Jan Derwig en anderen vormgeving en kaartwerk: Ti k Design, Apeldoorn / Amsterdam druk: Felua-groep, Apeldoorn

STRATEGISCHE ECONOMISCHE BELEIDSVISIE APELDOORN 2000-2020 APELDOORN ECONOMISCH AANTREKKELIJK