INHOUD

1.

SAMENVATTING 1.1 Inleiding 1.2 Kleinschalige bedrijvigheid 1.3 Sturingsmogelijkheden 1.4 Aanbevelingen en programma voor het stadsdeel INLEIDING 9 2.1 Achtergrond nota kleinschalige bedrijvigheid 2.2 Werkwijze 2.3 Leeswijzer DEEL I: KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID

3 3 3 4 4

2.

9 9 9

3.

ONDERZOEKSDOMEIN KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID 3.1 Inleiding 3.2 Definitie kleinschalige bedrijvigheid 3.3 Ruimte voor wijkeconomie 3.4 Trends en ontwikkelingen 3.5 Naar een hanteerbare segmentering 3.6 Toelichting op de milieus KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID IN HET STADSDEEL 4.1 Inleiding 4.2 Structuuranalyse 4.3 Positionering Slotervaart / Overtoomse Veld 4.4 Concentratiegebieden 4.5 Aanbodgestuurde markt 4.6 Vraaganalyse 4.7 Resumerend DEEL II: STURINGSMOGELIJKHEDEN

13 13 13 13 14 15 17 21 21 21 22 22 23 23 25

4.

5.

GEMEENTELIJK BELEID EN ANDERE KADERS 5.1 Inleiding 5.2 Nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting 5.3 Samenwerkingsverband ParkStad 5.4 Actieprogramma Economische structuur II 5.5 Stadsdeelbeleid Slotervaart / Overtoomse Veld 5.6 Resumerend DE ROL VAN HET STADSDEEL EN INSTRUMENTEN. 6.1 Inleiding 6.2 Instrumenten voor de faciliterende en stimulerende rol 6.3 Initiatieven voor starters 6.4 Naar een contourenbeleid 6.5 Resumerend DEEL III: GEBIEDSGERICHTE UITWERKING

29 29 29 30 30 31 31 33 33 33 34 35 35

6.

7.

PROGRAMMATISCHE UITGANGSPUNTEN PER DEELGEBIED 7.1 Inleiding 7.2 Locatieanalyse 7.3 Ambities van de deelgebieden in het stadsdeel 7.4 Programmatische vraagraming 7.5 Programmatische uitgangspunten 7.6 Plancapaciteit AANBEVELINGEN EN PROGRAMMA PER DEELGEBIED 8.1 Inleiding 8.2 Uitwerking voor het gehele stadsdeel 8.3 Uitwerking Overtoomse Veld 8.4 Uitwerking Delflandpleinbuurt 8.5 Uitwerking Staalmanpleinbuurt 8.6 Uitwerking Lelylaan en Koningin Wilhelminaplein 8.8 Uitwerking Nieuw Sloten 8.7 RID-gebied noordoostkwadrant BIJLAGEN BIJLAGE I Woonwerktypologie BIJLAGE 2 Spreiding kleinschalige bedrijvigheid BIJLAGE 3 Branchering per buurt BIJLAGE 4 Initiatieven voor starters BIJLAGE 5 Workshop kleinschalige bedrijvigheid BIJLAGE 6 Geïnterviewde personen BIJLAGE 7 Geraadpleegde bronnen

39 39 39 42 43 44 47 50 50 50 52 52 53 54 54 55

8.

1.

SAMENVATTING

1.1

Inleiding Het doel van deze nota is het verkrijgen van inzicht in de actuele situatie ten behoeve van planvorming en te komen tot een kader voor het stadsdeel hoe om te gaan met kleinschalige bedrijvigheid. De belangrijkste opgave daarbij is de gemeentebrede beleidsregels te vertalen naar de Slotervaartse situatie en dit aanvullen met zaken die voor het stadsdeel specifiek belangrijk zijn. Het bepalen van de ambities, de kansen van kleinschalige bedrijvigheid in het gebied, het draagvlak van diverse (markt)partijen en de rol die de overheid daarbij kan en wil spelen zijn hiervoor belangrijke onderdelen.

1.2

Kleinschalige bedrijvigheid Definitie Om als kleinschalige bedrijvigheid te worden aangemerkt moeten bedrijven voldoen aan de volgende criteria: • bedrijven van 2 werknemers tot en met 9 werknemers; • bedrijfsruimte is kleiner dan 500 m2 • niet in beschouwing: detailhandel, horeca, maatschappelijke- en zorginstellingen, landbouw, zware industrie Segmentering Om ondernemerswensen en locatiekwaliteiten goed op elkaar te laten aansluiten is in deze nota een segmentering opgesteld. Op basis van huisvestingswensen en omgevingskwaliteit wordt de volgende segmentering gehanteerd: Functioneel bedrijfsruimtemilieu. Het functionele bedrijfsruimtemilieu wordt bepaald door het prijsniveau. Een laag huurniveau is een noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van de bedrijven die opteren voor functionele bedrijfsruimten. Het lage huurniveau leidt automatisch tot het ontbreken van extra kwaliteiten en enige vorm van franje aan het pand of de omgeving. Het functionele bedrijfsruimtemilieu vereist aandacht voor de inpasbaarheid in de woonomgeving. Functioneel kantoormilieu. Het functionele kantoormilieu trekt ondernemers die op zoek zijn naar een gebouw en een locatie zonder franje, wat niet wegneemt dat de basiskwaliteit van zowel gebouw als omgeving goed moet zijn. Starters zullen belangrijke groep zijn die zich in dit segment bewegen evenals veel lokaal verzorgende dienstverlening en baliefuncties. Het functionele kantoormilieu past goed in de woonomgeving en is bijvoorbeeld te zien in de plinten van gebouwen. Representatief bedrijfsmilieu Het representatieve kleinschalige bedrijfsruimtemilieu is een segment dat relatief snel aan marktaandeel wint. Het betreft hier veelal units met een bedrijfshal en een (klein) representatief kantoorgedeelte of showroomgedeelte als front. Het betreft hier veelal bedrijven die zich rechtstreeks presenteren aan consumenten (business to consumer). Representatief kantoormilieu. Het representatieve kantoormilieu stelt hoge eisen aan zowel de omgevingskwaliteit als de gebouwkwaliteit. De hoge kwaliteitseisen komen terug in een goede bereikbaarheid over de weg en bij voorkeur ook per openbaar vervoer, een goed onderhouden omgeving en kantoorgebouwen met een professionele uitstraling. Kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel Kleinschalige bedrijvigheid is – evenals in geheel Amsterdam – een belangrijke economische factor in het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld. De aard van de kleinschalige bedrijvigheid kent een sterk accent op het kantoorsegment; het aanbodgestuurde karakter van de Amsterdamse bedrijfsruimtemarkt heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen. De voornaamste sectoren kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel zijn de (fashion) groothandel en de zakelijke dienstverlening. De nijverheid speelt een

3

minder belangrijke rol. De belangrijkste concentraties kleinschalige bedrijvigheid zijn te vinden aan het KW Plein, in de Delflandpleinbuurt en in Nieuw Sloten. De vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte in Slotervaart / Overtoomse Veld is groot. Alle onderzoeken wijzen op een grote behoefte aan kleinschalige bedrijfshuisvesting en knelpunten in de bestaande voorraad. Deze conclusies gelden zowel voor geheel Amsterdam als specifiek voor Slotervaart / Overtoomse Veld. Voor de komende drie jaar wordt in Slotervaart / Overtoomse Veld een vraag verwacht in het starters- en doorstarterssegment van bijna 28.000 m2. Deze vraag is verdeeld over verschillende segmenten. 1.3 Sturingsmogelijkheden Vanuit het gemeentelijk beleid en de afspraken binnen het samenwerkingsverband ParkStad vigeren voor het stadsdeel de volgende inhoudelijke toetsingskaders: Voor het fysieke spoor zijn: • Het beschermen en optimaliseren van de huidige voorraad kleinschalige bedrijfsruimte en daar waar mogelijk creëren van uitbreidingsmogelijkheden. • Bescherming strips aan de: Rijswijkstraat, Ottho Heldringstraat, Jacques Veltmanstraat; • Compensatie voor kleinschalige bedrijfshuisvesting die verdwijnt uit de woonomgeving; • Rekening houden met de mogelijkheden voor woon / werk combinaties; • Ruimte voor economische ontwikkeling zoeken langs hoofdontsluitingswegen; • Toevoeging economische functies aan de knooppunten van vervoer. Voor het niet-fysieke spoor zijn: • Speciale aandacht voor initiatieven van allochtone ondernemers; • Rekening houden met de mogelijkheden die van uit het bestemmingsplan worden geboden, en waar nodig aanpassing bestemmingsplannen; • Verbetering van de omgevingskwaliteit van kleinschalige bedrijfsruimten • Aansluiten bij initiatieven om zelfstandig ondernemersschap te stimuleren Binnen deze beleidskaders kan het stadsdeel voor de kleinschalige bedrijvigheid een stimulerende en een faciliterende rol vervullen. Bij de faciliterende rol schept het stadsdeel alleen de randvoorwaarden waarbinnen kleinschalige bedrijven goed functioneren, bij de stimulerende rol prikkelt het stadsdeel actief kleinschalige ondernemers. Het stadsdeel handelt in principe faciliterend. De keuze voor een stimulerend beleid komt vervolgens voort uit de speerpunten en ambities van het stadsdeel. Een stimulerend beleid kan bijvoorbeeld gelden voor bepaalde doelgroepen met een mindere mate van zelfredzaamheid. Afhankelijk van de rol die het stadsdeel vervult, staan het stadsdeel fysieke en nietfysieke instrumenten ter beschikking. 1.4 Aanbevelingen en programma voor het stadsdeel Uitgangspunten • In Slotervaart / Overtoomse Veld is een minimale jaarlijkse vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte te verwachten van 7.000 m2. In het eerste jaar ligt deze vraag hoger in verband met een inhaalvraag. De vraag zal zich effectueren in alle van de onderscheiden segmenten. • Het stadsdeel neemt een actieve en stimulerende opstelling in ten aanzien van starters en kleinschalige functionele bedrijfsruimten. Dit zijn de groepen die in de schaarse stedelijke ruimte het zwaarst onder druk staan. De nadruk van het stadsdeel ligt op het initiëren en coördineren van begeleidingsinitiatieven vanuit de markt met potentiële starters. Ten aanzien van functionele en representatieve kantoorruimten neemt het stadsdeel een faciliterende houding aan. In deze segmenten weet de markt doorgaans goed haar weg te vinden. • Daar waar reeds kleinschalige bedrijvigheid aanwezig is, dient deze te worden beschermd. Handhaving en verbetering van de kleinschalige bedrijfshuisvesting is een belangrijk uitgangspunt in deze gebieden. • Functieverandering mag niet worden gefrustreerd door verouderde bestemmingsplannen. Waar dit het geval kan zouden deze bestemmingsplannen aangepast moeten worden.

4

• •

Nieuwbouw wordt in principe vanuit de markt geïnitieerd voor de daartoe geëigende segmenten. Kwetsbare groepen krijgen een op maat gesneden huisvestings- en maatregelenpakket. Om een sterke broedplaatsfunctie mogelijk te maken dient het stadsdeel initiator te zijn om marktpartijen, kennisinstellingen, bedrijven en bewoners te mobiliseren om deze functie te versterken vanuit de eigen visie en programma’s.

De programmatische uitgangspunten voor de kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld zijn kernachtig weer te geven in onderstaand schema. Tevens worden in onderstaand schema het programma en de positionering voor de verschillende deelgebieden weergegeven. Tabel 1 - Fysieke situatie kleinschalige bedrijfshuisvesting Slotervaart / Overtoomse Veld

Functioneel bedrijfsruimtemilieu Representatief bedrijfsruimtemilieu Functioneel kantoormilieu Representatief kantoormlieu Plancapaciteit kort (*1.000 m ) Plancapaciteit middel (*1.000 m2) Plancapaciteit lang (*1.000 m2)
2

ü ü ü ü ü ü ü ü ü
1 7 15-30 0 0 30 0 5 5 0 0 70-100

1–2

ü ü ü ü
0 0 0 0 6 0 0 0 20-40

0–1 3–4 3–4

Acties en programmatische uitwerking Stadsdeel • Op korte termijn is een (groot) tekort in het aanbod van kleinschalige bedrijfshuisvesting in het stadsdeel. Het tekort laat zich voelen in alle segmenten. Op korte termijn is dan ook een extra inspanning noodzakelijk om deze fysieke beperkingen weg te nemen. • Op middellange termijn ontstaan er meer mogelijkheden, echter zijn deze nog steeds beperkt. In het representatieve segment zullen deze tekorten zich het hardst laten voelen. Er is een extra inspanning vereist om dit milieu in het stadsdeel op de korte of middellange termijn te kunnen versterken. • In samenwerking met andere partijen het opzetten van een wijkontwikkelingsmaatschappij waardoor de sociaal-economische structuur van straten, buurten en wijken kan worden verbeterd. De nadruk ligt hierbij op het vasthouden en aantrekken van bedrijvigheid door op het snijvlak van overheid en markt te opereren. Het stadsdeel kan hiervoor het initiatief nemen waarbij door samenwerking met omliggende stadsdelen een breder draagvlak kan worden gerealiseerd. • Het mede ontwikkelen van een eenloketfunctie voor starters en doorstarters. Stadsdeel werkt hierin samen met andere partijen (gemeente Amsterdam, KvK, belastingdienst, banken, ondernemersvereniging, enz.) zowel met financiële als met personele inzet. • Het mede ontwikkelen van een (virtueel) kenniscentrum voor starters en doorstarters in samenwerking met onderwijsinstelling (ROC, Hogeschool Amsterdam). De relatie met de eenloketfunctie ligt voor de hand. • Om de gevoelde discrepantie tussen vraag en aanbod weg te nemen kan op het niveau van Nieuw West een bedrijfsruimtebank worden (mede)ontwikkeld. In samenwerking met centrale stad en andere stadsdelen kan hiermee een servicegericht product aan ondernemers worden aangeboden.

Jaarlijks marktvraag (*1.000 m2) 5

Staalmanpleinbuurt

Delfalndpleinbuurt

Overtoomse veld

Koningin Wilhelminaplein Nieuw Sloten

RID gebied NO kwadrant

Lelylaan

Opzetten van een website met een overzicht van het product en dienstenaanbod voor starters, potentiële vestigers en ondernemers van de het stadsdeel

Acties en programmatische uitwerking voor de deelgebieden Overtoomse Veld • Om de grote nood aan kleinschalige bedrijfshuisvesting op korte termijn te kunnen ledigen, kunnen door middel van functieverandering de plinten op het Allebéplein en mogelijk de Derkinderenstraat en de Jan Tooropstraat worden benut. • Op de middellange en lange termijn moeten er werklocaties aangeboden worden die passen bij de mogelijkheden van de starters in het gebied: kleinschalige functionele bedrijfsruimte. Mogelijke locaties zijn hier het kantoorgebouw van De Key, het Quadogebouw (hoek W. Roelofsstraat / M. Bauerstraat) en de schoolgebouwen aan de Postjesweg / Derkinderenstraat. Om voor de middellange termijn van ruimte verzekerd te zijn, zullen er al strategische claims moeten worden gelegd. • Aanpassing van onderdelen van het huidige bestemmingsplan om functieverandering mogelijk te maken • Inzet vanuit (stedelijke) initiatieven om aantal en kwaliteit van starters en doorgroeiers te verbeteren (opleiding en training, digitale trapveldjes) • Inzet van subsidies of het opzetten van fondsen voor het reduceren van onrendabele top en /of andere financiële instrumenten zoals easy in – easy out contracten. Hierbij kunnen gelden voor Grote Stedenbeleid (GSB) ingebracht worden als startkapitaal. Cofinanciering moet uit de markt worden gehaald. Staalmanpleinbuurt • Op korte termijn liggen de inspanningen bij bescherming van de bestaande strips in de J. Reynvaanstraat en O. Heldringstraat. • Op middellange en lange termijn komen functieverandering van het Staalmanplein en nieuwbouw aan de O. Heldringstraat in beeld. • Tevens biedt de Staalmanpleinbuurt mogelijkheden voor woonwerkeenheden van het type woning aan bedrijfshal. Diverse locaties in de buurt kunnen hiervoor worden aangewezen. • Nieuwbouw alleen bij goede ruimtelijke inpassing en wanneer gericht op het functionele segment, dus in een lage huurprijsklasse en zonder franje. De nieuwbouwlocaties niet solitair laten ontwikkelen maar uitruilmogelijkheden presenteren. Delflandpleinbuurt • Vooral faciliterende rol van het stadsdeel, ruimte geven aan initiatieven vanuit de markt door het toepassen van flexibele bestemmingsplannen. • Op korte termijn kan worden ingezet op het toevoegen representatieve elementen aan de zuidzijde van de Delflandpleinbuurt (Vlaardingenlaan, aansluiting met RID-gebied). Hierbij kan worden gedacht aan representatieve bedrijfsruimten of kantoorvilla’s. Tevens dient te worden ingezet op bescherming van de bestaande waarden: de strip kleinschalige bedrijfshuisvesting aan de Rijswijkstraat en de rol van de bestaande voorraad voor het kleinschalige functionele kantoorsegment. • Kansen voor de ICT-bedrijvigheid en kleinschalige hoogwaardige dienstverleners. Om deze doelgroep te accommoderen kan op de lange termijn een bedrijfsverzamelgebouw worden ontwikkeld. Koningin Wilhelminaplein en Lelylaan • Om het representatieve kantoorsegment te kunnen bedienen moet worden gekeken naar versnellingsmogelijkheden voor de ontwikkeling van een "multi-tenant" gebouw rond station Lelylaan met kleine units in het hoge segment en een huurprijs van 400 gulden per m2 of meer. Hierbij kunnen ook gebouwen die voor een groot deel zijn verhuurd, worden aangewend om de ruimtebehoefte van het kleinschalige representatieve kantoorsegment op de lange termijn te vervullen.

6

• •

Mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen onderwijscluster voor de thema’s vrije tijd en werkgelegenheid De Andreaslocatie positioneren in de markt als een cluster voor hedendaagse kunst / cultuur / internet / media initiatieven en bedrijven.

Nieuw Sloten • Het wegnemen van de gevoelde fysieke knelpunten in Nieuw Sloten kan op twee manieren vorm krijgen: 1. Aansluitend bij en versterkend voor het karakter van de wijk kan worden gezocht naar ruimte voor woonwerk eenheden. 2. Voor de doorgroeiende ondernemer zijn op korte termijn minder mogelijkheden in deze wijk. Op de middellange termijn komen de zogenaamde schoolkantoren aan de Sloterzoom beschikbaar als bedrijfshuisvesting. Deze 6.000 m2 kan als een representatief multi-tenant gebouw worden verhuurd of verkocht aan de doorstromende ondernemer uit de wijk. • Tegengaan van een belemmerende werking van de woningontrekkingsverordening voor de broedplaatsfunctie die Nieuw Sloten vervult. Op deze wijze kan ook de in de markt aanwezige latente behoefte aan woonwerkcombinaties worden opgevangen in de bestaande woningvoorraad van Nieuw Sloten. RID-gebied noordoostkwadrant • Vanwege de beperkte rol die de noordoostkwadrant speelt op de korte en middellange termijn is de beleidsaandacht vooralsnog beperkt. De planvoorraad in het noordoostkwadrant moet voor de lange termijn worden beschermd als strategische voorraad. Op termijn kan een deel van de voorraad worden aangewend voor het opvangen van de behoefte aan kleinschalige bedrijfs- en kantoorruimte in het representatieve segment.

7

8

2.

INLEIDING

2.1

Achtergrond nota kleinschalige bedrijvigheid Het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld werkt momenteel aan een Kadernota Economisch Beleid voor het stadsdeel. Deze Kadernota bestaat naast een algemeen gedeelte uit drie thema's kleinschalige bedrijvigheid, detailhandel en kantoren. Deze thema's worden ieder uitgewerkt in een aparte nota. Een SWOT van de economische structuur van het stadsdeel heeft uitgewezen dat er veel kleinschalige bedrijvigheid aanwezig is in het stadsdeel, maar dat er naast de kansen voor het segment ook een aantal bedreigingen aanwezig zijn. Daarnaast komen er veel initiatieven op het stadsdeel af van marktpartijen die ontwikkelingen voor het kleinschalige segment willen starten. Hiervoor is een goed toetsingskader nodig. Het stadsdeel heeft hiervoor NEI / Kolpron Consultants gevraagd om advies te verlenen bij het opstellen van de Nota Kleinschalige Bedrijvigheid. Het doel van deze nota is het verkrijgen van inzicht in de actuele situatie ten behoeve van planvorming en te komen tot een kader voor het stadsdeel hoe om te gaan met kleinschalige bedrijvigheid. De belangrijkste opgave daarbij is de gemeentebrede beleidsregels te vertalen naar de Slotervaartse situatie en dit aan te vullen met zaken die voor het stadsdeel specifiek belangrijk zijn. Het bepalen van de ambities, de kansen van kleinschalige bedrijvigheid in het gebied, het draagvlak van diverse (markt)partijen en de rol die de overheid daarbij kan en wil spelen, zijn hiervoor belangrijke onderdelen. Gekozen is om aan de hand van fysieke en niet-fysieke mogelijkheden en instrumenten uiteindelijk te komen tot gebiedsgerichte programma's voor kleinschalige bedrijvigheid. Het fysieke deel richt zich op vastgoed en de gebouwde omgeving en het facilitaire deel richt zich op het scheppen van de juiste randvoorwaarden waarbinnen initiatieven de kans krijgen om uitgevoerd te worden. De planhorizon van deze nota is vijf tot tien jaar.

2.2

Werkwijze Deze nota is tot stand gekomen op basis van drie onderzoeksmethoden. Er is een analyse gemaakt van het beschikbare cijfermateriaal en van beleidsdocumenten omtrent kleinschalige bedrijvigheid; er is gesproken met bewoners, politieke vertegenwoordigers, ambtelijke vertegenwoordigers, marktpartijen en deskundigen omtrent de gewenste en haalbare situatie in het stadsdeel; er is een workshop gehouden met ambtelijke projectleiders, makelaars en bedrijven uit het stadsdeel over het thema kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld.

2.3

Leeswijzer De beleidsnota is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel beschrijft kleinschalige bedrijvigheid in het algemeen en de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. In dit deel wordt het onderzoeksdomein afgebakend, wordt er ingezoomd op trends en wordt een hanteerbare segmentering gepresenteerd voor kleinschalige bedrijvigheid. Vervolgens zal de kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld in beschouwing worden genomen. Het tweede deel behandelt de sturingsmogelijkheden voor het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld. De sturingsmogelijkheden vallen uiteen in twee hoofdstukken. Ten eerste de beleidskaders waarbinnen het stadsdeel opereert en ten tweede het fysieke en het niet fysieke instrumentarium dat het stadsdeel ter beschikking heeft om kleinschalige bedrijvigheid te stimuleren dan wel te faciliteren. Het derde deel ten slotte is een gebiedsgerichte uitwerking van het beleid voor kleinschalige bedrijvigheid. In dit deel wordt ingezoomd op de onderscheiden accentgebieden kleinschalige bedrijvigheid. Aan de hand van een vraag/aanbod analyse worden deze accentgebieden voorzien van een actieprogramma.

9

10

DEEL I - KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID

11

12

3.

ONDERZOEKSDOMEIN KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID

3.1

Inleiding Kleinschalige bedrijvigheid is een veel gebruikt en een op verschillende manieren geïnterpreteerd begrip. Daarom staat in dit hoofdstuk de definitie van het onderzoeksdomein kleinschalige bedrijvigheid centraal. Allereerst wordt het begrip kleinschalige bedrijvigheid ingekaderd. Vervolgens wordt aan de hand van trends en ontwikkelingen een beeld geschetst van het beleidsveld kleinschalige bedrijvigheid. Als afronding van het hoofdstuk wordt een segmentering gegeven van kleinschalige bedrijvigheid aan de hand waarvan vraag en aanbod beter op elkaar kunnen worden afgestemd.

3.2

Definitie kleinschalige bedrijvigheid Bij de definitie van kleinschalige bedrijvigheid voor het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld gaat Kolpron uit van het volgende: de bedrijven, hun bedrijfsactiviteit volgens het ARRA-bestand (mei 2000) en het aantal werkzame personen bij die bedrijven. Om als kleinschalige bedrijvigheid te worden aangemerkt moeten bedrijven voldoen aan de volgende criteria: • bedrijven van 2 tot en met 9 werknemers; • bedrijfsruimte is kleiner dan 500 m2; • niet in beschouwing: detailhandel, horeca, maatschappelijke- en zorginstellingen, landbouw, zware industrie. Enkele sectoren nemen bij de inventarisatie een speciale positie in: 1. Het groothandelscluster aan het Koningin Wilhelminaplein domineert de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. Daarnaast kent dit cluster een geheel eigen dynamiek met een stadsdeeloverschrijdend karakter. Zij worden daarom apart opgenomen. 2. Bedrijven met de categorie 1 werkzame persoon zijn in veel gevallen postbus-bedrijven. Dit zijn bedrijven die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar niet onder de definitie Kleinschalige Bedrijvigheid vallen. De reden van inschrijving voor deze ‘bedrijven’ varieert van belastingtechnische voordelen tot het recht op een Makro-pasje. Om deze reden wordt deze groep apart opgenomen. 3. De verhouding tussen de bedrijven met het aantal werknemers 2-9 en 10-19 zegt iets over economische structuur van het gebied en de doorgroeimogelijkheden ervan. Vandaar dat de categorie 10-19 bij sommige punten separaat in beschouwing wordt genomen.

3.3

Ruimte voor wijkeconomie Onder invloed van het Grootstedenbeleid (GSB) van de overheid en diverse sociaal-economische ontwikkelingen zoals zojuist benoemd is het stimuleren, ontwikkelen en implementeren van economische activiteiten in de wijk een nieuwe uitdaging voor het stadsdeel. Waar de in de jaren '60 en '70 gerealiseerde nieuwbouwwijken worden gekenmerkt door monofunctionaliteit, staat heden ten dage functiemenging hoog op de agenda. Gekoppeld aan een versterking van het voorzieningenniveau wil men op deze manier de leefbaarheid in de wijk op een hoger peil brengen. Voor starters en doorgroeiende ondernemers biedt dit mogelijkheden om hun bedrijfsactiviteiten, mits goed geïntegreerd in de wijk, te starten of voort te zetten. Vooral kleinere ondernemingen in de sectoren ICT, zakelijke dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid vestigen zich in een stedelijke omgeving vanwege de concentratie van opdrachtgevers en gelijksoortige bedrijven (toename van bedrijvigheid in de wijk). Het stadsdeel kan hiervan gebruik maken. Vraag en aanbod worden in een beperkte fysieke omgeving bijeengebracht. Samen met de, op wijkniveau veelal laagdrempelige intermediaire instanties worden representatieve platformen geboden voor

13

samenwerking, participatie en het genereren van het draagvlak voor het verder ontwikkelen van de economische structuur in de wijk. Om ruimte te bieden aan bedrijfs- en kantoorruimte in wijken is het raadzaam om multifunctioneel en modulair te gaan (om)bouwen. Dit betekent flexibel bouwen op een zodanige manier dat ook diverse functies hierin kunnen worden ondergebracht. Hiermee komt men enerzijds tegemoet aan de behoefte om economische activiteiten in de wijk te integreren en anderzijds te voorzien in een toenemende behoefte aan flexibele kantoorruimte voor met name de zakelijke dienstverlening. In paragraaf 6.1 worden aan de hand van de begrippen stimuleren en faciliteren instrumenten genoemd die voor deze activiteiten ingezet kunnen worden. Hiermee kunnen startende en doorgroeiende bedrijven zowel letterlijk als figuurlijk de ruimte krijgen om te ondernemen. De exacte behoefte van startende en doorstartende ondernemingen voor wat betreft het aantal vierkante meters is moeilijk aan te geven. In tegenstelling tot de levenscyclus van een product (vanaf de ontwikkeling tot en met het uitsterven van dat product) heeft een bedrijf continuïteit en in de meeste gevallen ook groei als strategie. Dit betekent dat daar waar vele bedrijven starten de behoefte aan meer vierkante meters, om deze groei te accommoderen ook aanwezig is. In Nieuw Sloten blijkt dat ook het geval. Naast de autonome groei die bedrijven nastreven is een andere reden voor een nieuwe bedrijfslocatie het zoeken naar samenwerking en uitwisseling van zaken in een representatievere omgeving. Dat is ook de reden dat momenteel bedrijfsverzamelgebouwen in populariteit toenemen. Tevens kan op zo'n locatie ook flexibel het aantal vierkante meters aangewend of afgestoten worden. 3.4 Trends en ontwikkelingen De kleinschalige bedrijvigheid is een zeer dynamische sector. Een van de kenmerken van een dynamische sector is dat er veel ontwikkelingen zijn waarop men kan anticiperen. Bij de behandeling van de trends en ontwikkelingen worden alleen de voor het stadsdeel meest relevante trends kort beschreven. De onderscheiden trends zijn bepaald op basis van bureauexpertise aangevuld met de in het kader van deze nota gevoerde gesprekken. Het omzetten van deze trends en ontwikkelingen naar kansen en acties voor Slotervaart / Overtoomse Veld wordt in hoofdstuk 7 verder benoemd. Fysiek • Verdienstelijking van de economie waardoor de bedrijvigheid een groter kantoorhoudend karakter krijgt; een ontwikkeling die duidelijk ook in Slotervaart / Overtoomse Veld terug te zien is. • Goedkope functies worden verdrongen door duurdere functies met ruimtedruk in (binnen)steden als gevolg.1 In praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat ambachtelijke bedrijvigheid wordt verdrongen door kantoorhoudende bedrijvigheid en dat bedrijvigheid in het algemeen wordt verdrongen door wonen. • Als gevolg van de ruimtedruk ontstaat er een grijs circuit van kleinschalige bedrijvigheid in Nieuw West. Bedrijven starten op plaatsen zoals in de eigen woning of leegstaande winkelpanden, maar ook op minder gebruikelijke plaatsen als garageboxen.2 • In het kader van duurzaamheid en toekomstwaarden streven overheid en steeds meer marktpartijen naar de verlenging van de levensduur van ontwikkelingslocaties. Dit vraagt om duurzaamheid, flexibele gebruiksmogelijkheden, parkmanagement, en een actieve rol van de overheid en marktpartijen. • De omgevingskwaliteit van de bedrijfslocatie wint steeds meer aan belang. Dit uit zich in factoren als toegankelijkheid, bereikbaarheid (niet alleen fysiek maar ook via de elektronische snelweg) en veiligheid, maar ook in meer integrale gebiedsontwikkeling in plaats van een mozaïek van individuele projecten. • De markt heeft een toenemende aandacht voor woonwerkeenheden. • Aandacht voor Slotervaart / Overtoomse Veld van projectontwikkelaars. Niet -fysiek

1 2

Bron: Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in de wijken, 1998, gemeente Amsterdam Bron: Decisio, maart 1999 14

• •

• • • • •

Ontwikkelen / intensiveren samenwerking, toename van het belang van netwerkvorming: ondernemersorganisaties - stadsdeel - intermediairs – dienstverleners. Verhoudingen werknemer - werkgever verschuiven: door sterke economische groei, druk op de arbeidsmarkt, stijgende behoefte om zelf iets te beginnen, en de netwerkeconomie ontstaan los-vaste werkverbanden waarin uitwisseling van werk, telewerken steeds belangrijker wordt en contracten ook een ander karakter krijgen: inhuren op projectbasis, free-lance,enz. Steeds meer starters en dus ook doorstarters. De afgelopen 3 jaar is er een stijging van het totale aantal opgerichte bedrijven te zien in Slotervaart / Overtoomse Veld, met name in de groothandel, advies- en facilitaire diensten.3 De wijk wordt steeds meer gezien als economische zone: de overheid zet, onder invloed van o.a. het Grotestedenbeleid steeds meer in op een integrale gebiedsgerichte aanpak waarin de fysieke, de sociale en de economische pijler gezamenlijk vorm en inhoud gegeven worden. Het MKB wordt beschouwd als de groeigenerator van de economie. Vanuit deze positie van het MKB is er een toenemende aandacht zichtbaar voor de kleinschalige bedrijvigheid. Investeren in en met het onderwijs (kennis, capaciteit, nieuw ondernemerschap), upgraden ondernemers (opleiding en training, themabijeenkomsten). Concreet kan dit leiden tot samenwerking met ROC, KvK, belastingdienst of andere aanbieders. Starters: begeleiding, extra faciliteiten zoals leningen, huurcontracten en beschikbaar stellen van bedrijfsruimte.

3.5

Naar een hanteerbare segmentering Voor kleinschalige bedrijvigheid kunnen er diverse vestigingsmilieus worden geboden. De segmentering is een instrument om deze vestigingsmilieus te ordenen en, in voor de planvorming relevante milieus in te delen. Op basis van de segmentering kan een confrontatie met de vraaganalyse en het ambitieniveau van het stadsdeel worden aangegaan. Tevens kan worden bepaald welke vestigingsmilieus ontbreken en welke eventueel nog gecreëerd of versterkt moeten worden. In de huisvestingswensen van bedrijven zijn traditioneel twee groepen te onderscheiden: de kantoorgebruikers en de bedrijfsruimtegebruikers. Het onderscheid tussen deze twee groepen is gebaseerd op het gebruik van het type vastgoed en het vestigingsgedrag naar verschillende locaties. Het onderscheid tussen beide bedrijfsgroepen is de laatste jaren echter aan het vervagen. Er is een steeds grotere mix waarneembaar dan werklocaties van kantoorgebruikers en bedrijfsruimtegebruikers, zeker in de categorie kleinschalige bedrijvigheid. Ook het onderscheid tussen verschijningsvorm en het type vastgoed voor bedrijfsruimten en kantoorruimten vervaagt; het vastgoed moet steeds meer multifunctioneel bruikbaar zijn. De toename van het belang van multifunctioneel vastgoed wordt ondersteund door ontwikkelingen in de markt. Huurcontracten met gebruikers van het bedrijfsmatig vastgoed worden voor een steeds kortere looptijd afgesloten. Het is daarom niet bekend welk type gebruiker over een paar jaar gebruik maakt van een bedrijfs- of kantoorpand. Het accent bij de ontwikkeling van bedrijfsmatig vastgoed verschuift daarom van ontwikkeling op maat naar flexibiliteit in het gebruik. Een overheid kan hier op inspelen door het benoemen van milieus waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt, in plaats van een specifieke bestemming. Voor een goede positionering van het milieu van de buurten in Slotervaart / Overtoomse Veld is het noodzakelijk om aan het traditionele onderscheid tussen bedrijfsruimte en kantoorruimte een tweede dimensie toe te voegen, namelijk functioneel en representatief. Het functionele segment is niet meer dan een dak boven het hoofd voor de bedrijven. Het representatieve segment biedt een wervend ondernemersklimaat met hoge eisen aan het vastgoed en de omgevingskwaliteit. Op een geleidelijk verlopende schaal zijn functionaliteit en representativiteit, en bedrijfsruimte en kantoorruimte de categorieën voor kleinschalige bedrijvigheid. Deze geleidelijk verlopende schaal betekent dat er een grijs gebied is tussen de uitersten op de schaal. Hierdoor zijn combinaties van meerdere deelmilieus in een gebied mogelijk.
3

Bron: Kamer van Koophandel Amsterdam 15

Binnen de segmentering van kleinschalige bedrijvigheid zal tevens aandacht worden besteed aan woonwerkeenheden. In bijlage I is een schema opgenomen van typen woonwerkeenheden die voorkomen in Nederland. Er worden vier woonwerktypologieën onderscheiden: woning op erf, woning voor bedrijfshal, woning aan bedrijfsruimte en werkruimte inpandig in woning. Per segment zal aangegeven worden welk type voor kan komen in het betreffende segment. Binnen de aangehouden milieutyperingen kunnen voor Slotervaart / Overtoomse Veld de contouren voor ontwikkelingsrichtingen worden aangegeven. Tabel 2 - Segmentering milieus kleinschalige bedrijvigheid

Representatief

C A

D B

Milieu
Functioneel Bedrijf

Kantoor

Functie

16

3.6

Toelichting op de milieus

A:

FUNCTIONEEL BEDRIJFSRUIMTEMILIEU

Vastgoed: units van 50 tot en met 500 m2; de opstallen zijn van een laag tot gemiddeld kwaliteitsniveau zoals (verzamel)gebouwen met damwandprofiel of verouderde plinten. Prijsniveau: het huurniveau van de bedrijfsruimte bedraagt 125 tot 150 gulden per m2, prijspeil juli 2000. Beheer openbare ruimte: extensief beheer door stadsdeel. Uitstraling vastgoed: voor bedrijfsvoering is uitstraling niet relevant, dus doorgaans van een laag niveau. Bereikbaarheid: voldoende bereikbaar over de weg voor personen- en vrachtvervoer. Parkeren: aandacht parkeren voor werknemers en laden en lossen. Typen woonwerkeenheden: woning voor hal, woning aan bedrijfsruimte. Gebruikers: bijvoorbeeld ambachtelijke bedrijven en bouwbedrijven. Het functionele bedrijfsmilieu wordt bepaald door het prijsniveau. Een laag huurniveau is een noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van de bedrijven die opteren voor functionele bedrijfsruimten. Het lage huurniveau leidt automatisch tot het ontbreken van extra kwaliteiten en enige vorm van franje aan het pand of de omgeving. Het functionele bedrijfsruimtemilieu vereist aandacht voor de inpasbaarheid in de woonomgeving.

17

B:

FUNCTIONEEL KANTOORMILIEU

Vastgoed: units van 25 tot en met 250 m2 in solitaire eenheden, bedrijfsverzamelgebouwen of niet voor kantoordoeleinden bestemd vastgoed zoals winkels, woningen of bedrijfshallen. Prijsniveau: in Amsterdam vigeren huurprijzen tussen de 150 gulden en 300 gulden per m2 per jaar, prijspeil juli 2000. Beheer openbare ruimte: normaal beheer openbare ruimte door stadsdeel. Uitstraling vastgoed: voor bedrijfsvoering is uitstraling ondergeschikt of maximaal nevengeschikt aan functionaliteit, dus uitstralingskwaliteit is matig. Bereikbaarheid: voldoende bereikbaar over de weg en via het openbaar vervoer voor personenvervoer. Parkeren: parkeren voor werknemers en bezoekers zijn belangrijke aandachtspunten. Typen woon werk eenheden: woning aan bedrijfsruimte, werkruimte inpandig in woning. Gebruikers: de gebruikerscategorieën zijn zeer divers en variëren van baliefuncties en wijkverzorgende dienstverlening tot schoonmaakbedrijven, ICT bedrijven en startende eenmansbedrijven. Het functionele kantoormilieu trekt ondernemers die op zoek zijn naar een gebouw en locatie zonder franje, wat niet wegneemt dat de basiskwaliteit van zowel gebouw als omgeving goed moet zijn. Starters zullen een belangrijke groep zijn die zich in dit segment beweegt evenals veel lokaal verzorgende dienstverlening en baliefuncties. Het functionele kantoormilieu past goed in de woonomgeving en is bijvoorbeeld te zien in de plinten van gebouwen.

18

C:

REPRESENTATIEF BEDRIJFSRUIMTEMILIEU

Vastgoed: vanaf 50 m2 tot en met 500 m2 in solitaire of geschakelde units, vaak met een beperkt kantoorfront. Huurprijs: vanaf 200 gulden per m2 bvo per jaar voor het bedrijfsgedeelte, prijspeil juli 2000. Beheer openbare ruimte: intensief beheer openbare ruimte door stadsdeel. Uitstraling vastgoed: voor bedrijfsvoering is uitstraling nevengeschikt aan functionaliteit, dus de uitstralingskwaliteit is hoog. Bereikbaarheid: goed bereikbaar over de weg voor personen- en vrachtvervoer. Parkeren: aandacht voor parkeren voor werknemers en bezoekers en laden en lossen. Typen woonwerkeenheden: woning aan bedrijfsruimte. Gebruikers: grafische bedrijven, ICT-bedrijven, autobedrijven. De representatieve kleinschalige bedrijfsruimten is een segment dat relatief snel aan marktaandeel wint. Het betreft hier veelal units met een bedrijfshal en een (klein) representatief kantoorgedeelte of showroomgedeelte als front. Het betreft hier veelal bedrijven die zich rechtstreeks presenteren aan consumenten (business to consumer).

19

D:

REPRESENTATIEF KANTOORMILIEU

Vastgoed: vanaf 25 m2 tot en met 250 m2 in solitaire /geschakelde units of (grootschalige) bedrijfsverzamelgebouwen. Huurprijs: vanaf 400 gulden per m2 bvo per jaar, prijspeil juli 2000. Beheer openbare ruimte: intensief beheer mogelijk in samenwerkingsverband overheid/marktpartijen. Uitstraling vastgoed: voor bedrijfsvoering is uitstraling van nevengeschikt of bovengeschikt belang aan functionaliteit, dus uitstralingskwaliteit is hoog tot zeer hoog. Bereikbaarheid: goed bereikbaar over de weg en via het openbaar vervoer voor personenvervoer. Parkeren: parkeren voor bezoekers en werknemers zijn belangrijke aandachtspunten Typen woonwerkeenheden: werkruimte inpandig in woning Gebruikers: zakelijke dienstverlening, ICT, vrije beroepen. Het representatieve kantoormilieu stelt hoge eisen aan zowel de omgevingskwaliteit als de gebouwkwaliteit. De hoge kwaliteitseisen komen terug in een goede bereikbaarheid over de weg en bij voorkeur ook per openbaar vervoer, een goed onderhouden omgeving en kantoorgebouwen met een professionele uitstraling.

20

4.

KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID IN HET STADSDEEL

4.1

Inleiding Als inleiding op de gebiedsspecifieke uitwerking wordt in dit hoofdstuk een korte inleiding gegeven op de stand van zaken van de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. Deze inleiding vindt plaats aan de hand van een aantal facts & figures. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een vraaganalyse op basis van eerder verrichte onderzoeken.

4.2

Structuuranalyse In onderstaande tabel is het aandeel van kleinschalige bedrijvigheid in de werkgelegenheidsstructuur van Slotervaart / Overtoomse Veld weergegeven. Figuur 1 - Branchering kleinschalige bedrijven Slotervaart / Overtoomse Veld; bron: ARRA 2000, O&S Amsterdam overige dienstverlening politiek, cultuur, sport gezondheids- en welzijnszorg onderwijs zakelijke dienstverlening onroerend goed verzekeringswezen financiele instellingen post en telecommunicatie vervoer fashion groothandel groothandel rep. en handel in motorvoertuigen bouwnijverheid hout, papier, glas en med. app. metalen en machines chemische producten uitgeverijen, drukkerijen textiel en textielproducten voedings- en genotmiddelen
0 50 100 150 200 250 300 350 wp 10-19 wp 2-9 wp 1

21

• • • •

• • •

Er zijn in Slotervaart / Overtoomse Veld 725 kleinschalige bedrijven in het segment 2-9 werkzame personen, 988 bedrijven in het segment 1 werkzaam persoon en 80 bedrijven in het segment 10-19 werkzame personen; De bedrijven in het segment 2-9 werkzame personen zorgen samen voor 3.100 arbeidsplaatsen, dit is 10% van het totaal aantal arbeidsplaatsen in Slotervaart / Overtoomse Veld; Belangrijkste sector in de kleinschalige bedrijvigheid is de dienstverlening met 300 bedrijven; De grootste sector binnen de dienstverlening is de zakelijke dienstverlening met 128 vestigingen, gevolgd door de gezondheids- en welzijnszorg en de financiële instellingen. Wanneer de zakelijke dienstverlening nader wordt bekeken, blijkt dat deze sector zeer divers is. Er zijn ICT-bedrijven, adviesbureaus, uitzendbureaus en schoonmaakbedrijven vertegenwoordigd in deze sector, maar de verschillende typen adviesbureaus zijn het sterkst vertegenwoordigd; De tweede sector in het stadsdeel is de groothandel met 120 bedrijven (inclusief fashion 310). Het belangrijkste deel van de groothandelssector behoort tot het fashion-cluster rond het Koningin Wihelminaplein; De meest kwetsbare sector van de kleinschalige bedrijvigheid, de nijverheid, speelt een beperktere rol in het stadsdeel. De voornaamste sectoren binnen de nijverheidsbranche zijn de bouwnijverheid (29 bedrijven) en de drukkerijen en uitgeverijen (9 bedrijven). De meeste van de bouwbedrijven zijn facilitaire bouwbedrijven zoals schilderbedrijven, timmerbedrijven en elektriciens.

4.3

Positionering Slotervaart / Overtoomse Veld Het belang van de kleinschalige bedrijvigheid voor de totale economische structuur van Slotervaart / Overtoomse Veld kan op twee manieren worden gemeten. Er kan worden gekeken naar het aandeel van de kleinschalige bedrijvigheid in de werkgelegenheidsstructuur en naar het aandeel in de vestigingenstructuur. Om de positie te kunnen bepalen, wordt het stadsdeel vergeleken met de gehele Amsterdamse structuur. Als gekeken wordt naar het aandeel in de werkgelegenheidsstructuur dan speelt de kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld een relatief minder belangrijke rol dan in Amsterdam als geheel. In Amsterdam is 26% van de werknemers werkzaam in bedrijven met 1 tot en met 9 werknemers en in Slotervaart / Overtoomse Veld is dit 14%. Het relatief minder belangrijke aandeel in de werkgelegenheidsstructuur van kleinschalige bedrijvigheid wordt echter niet veroorzaakt door een ondervertegenwoordiging van de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel, maar door een oververtegenwoordiging van een aantal zeer grote bedrijven. Bedrijven zoals IBM en Nissan drukken een zware stempel op de werkgelegenheidsstructuur van het stadsdeel. Gekeken naar het aantal bedrijfsvestigingen zijn Amsterdam en Slotervaart / Overtoomse Veld vrijwel gelijk. In Slotervaart / Overtoomse Veld behoort 89% van de bedrijven tot het segment 1 tot en met 9 werkzame personen en in Amsterdam is dit 91%. De structuur van de kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld wijkt wezenlijk af van die van Amsterdam als geheel. De structuur van de kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld is, in vergelijking met Amsterdam, verdienstelijkt. De zakelijke dienstverlening en groothandel vormen samen 59% van het aantal vestigingen met 1 tot en met 9 werkzame personen tegenover 42% in geheel Amsterdam. De groothandel domineert de vestigingenstructuur in Slotervaart / Overtoomse Veld, terwijl de groothandel in Amsterdam als geheel slechts een beperkte rol speelt. De nijverheid is ondervertegenwoordigd in Slotervaart / Overtoomse Veld (8%) in vergelijking met Amsterdam (11%).

4.4

Concentratiegebieden Om de analyse van de kleinschalige bedrijvigheid terug te brengen tot de meest relevante gebieden in het stadsdeel wordt in deze paragraaf ingezoomd op de concentratiegebieden van kleinschalige bedrijvigheid. Dit zijn buurten waar zich meer dan gemiddeld kleinschalige bedrijvigheid bevindt. Samen met de gebieden waar vanuit stedelijke vernieuwing al aandacht voor bestaat (zie hoofdstuk 7) kunnen de accentgebieden voor deze nota worden geselecteerd.

22

Tabel 3 - Kleinschalige bedrijven met 2-9 werkzame personen naar buurt; bron: ARRA 2000, O&S Amsterdam

Staalmanplein Slotervaart Zuid Slotervaart Noord Riekerpolder RID-gebied Rembrandtpark Overtoomse Veld Zuid Overtoomse Veld Noord Oostoever Nieuw Sloten KW Plein Delflandplein 0 50 100 150 200 250 excl. fashion incl. fashion

De kleinschalige bedrijvigheid is gespreid over het stadsdeel. In iedere buurt is een bepaalde mate van kleinschalige bedrijvigheid. De spreiding van de kleinschalige bedrijvigheid over het stadsdeel is goed te zien op de overzichtskaart in bijlage 2. Er zijn drie buurten in Slotervaart / Overtoomse Veld waar sprake is van concentratie van kleinschalige bedrijvigheid. Deze buurten zijn: • Nieuw Sloten: 108 bedrijven • KW Plein: 249 bedrijven • Delflandplein: 83 bedrijven De concentratie aan het KW Plein en in de Delflandpleinbuurt komt in belangrijke mate voor rekening van de fashion. De concentratie in Nieuw Sloten is voornamelijk dienstverlening aan huis. Voor een uitgebreid overzicht van de kleinschalige bedrijvigheid per buurt kan worden verwezen naar bijlage 3. 4.5 Aanbodgestuurde markt De geschetste structuur van de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel is misschien wel indicatief, maar zeker niet maatgevend voor de toekomstige vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting in de toekomst voor Slotervaart / Overtoomse Veld. De economische structuur van het stadsdeel is in het verleden namelijk in belangrijke mate aanbodgestuurd tot stand gekomen. Dit bekent dat de structuur van het stadsdeel in belangrijke mate is bepaald door het aanbod van het vastgoed in het stadsdeel en niet andersom. In de huidige setting van krapte op de Amsterdamse vastgoedmarkt is voor de toekomst te verwachten dat de markt nog altijd aanbodgestuurd zal zijn. De structuur van de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel zal in belangrijke mate worden bepaald door het type vastgoed dat (her)ontwikkeld zal gaan worden. De economische dynamiek van Slotervaart / Overtoomse Veld is niet beperkt tot de grenzen van het stadsdeel, maar overstijgt deze grenzen en speelt zich af op het niveau van Nieuw West en Amsterdam. 4.6 Vraaganalyse De vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte is duidelijk aanwezig in Slotervaart / Overtoomse Veld. Uit verschillende onderzoeken en gesprekken met marktpartijen is gebleken dat er een groot tekort is aan kleinschalige bedrijfshuisvesting. De daadwerkelijke vraag, en daarmee het tekort aan kleinschalige bedrijfsruimten, is in geen enkel onderzoek precies gekwantificeerd. Op basis van eerder verschenen onderzoeksmateriaal zal hier een kwalitatieve indicatie van de vraag worden gegeven. 23

Eerder verschenen onderzoeksmateriaal Boer Hartog Hooft komt in hun rapportage Afzetmogelijkheden kantoorruimte en bedrijfsruimten Amsterdam Nieuw West (2000) tot een vraagraming voor geheel Nieuw West. In tegenstelling tot bedrijfsruimte is de vraag naar kantoorruimte niet onderverdeeld in kleinschalig en grootschalig 4. De opnamecapaciteit voor kleinschalige bedrijfsruimte over Nieuw West wordt over de komende tien jaar geprognosticeerd op 250.000 m2 vvo. Met name door de herbestemming van plinten aan het Staalmanplein en de oostzijde van het August Allebéplein zou het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld in deze voor Nieuw West geprognosticeerde behoefte kunnen voorzien. Boer Hartog Hooft ziet in dit segment ook een rol weggelegd voor woonwerkeenheden. De geprognosticeerde vraag naar kantoorruimte (kleinschalig en grootschalig) voor de komende tien jaar bedraagt volgens Boer Hartog Hooft 200.000 m2 tot 250.000 m2 vvo. Voor het kleinschalige segment kan Slotervaart / Overtoomse Veld een belangrijke functie vervullen in Nieuw West. De locaties Vlaardingenlaan, Ottho Heldringstraat en de plinten aan het Staalmanplein en de oostzijde van het August Allebéplein worden aangewezen als mogelijkheden om de vraag voor in dit segment voor Nieuw West te faciliteren. Ook voor de kleinschalige kantoorruimten ziet Boer Hartog Hooft een rol weggelegd voor woonwerkeenheden. Boer Hartog Hooft waarschuwt overigens wel voor overaanbod wanneer alle plannen en projecten in Nieuw West tot uitvoer worden gebracht. Een fasering en afweging van de plannen en projecten is hier noodzakelijk. In de nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting (1999) van de gemeente Amsterdam is geen expliciete kwantificering van de vraag naar bedrijfshuisvesting gegeven. In de nota worden drie typen kleinschalige ondernemingen onderscheiden: kantoren, detailhandel/horeca en ambachtelijke bedrijven. Onderzoek heeft uitgewezen dat in Amsterdam detailhandel/horeca en kantoren redelijk in hun huisvestingsbehoefte kunnen voorzien. Met name de woningvoorraad speelt in deze een belangrijke rol; startende kantoren kunnen in een woning worden begonnen. De ambachtelijke bedrijvigheid daarentegen bevindt zich in een geheel andere positie. Dit segment kan maar moeilijk huisvesting vinden in het woon-werkmilieu. Om aan de huisvestingsbehoefte voor dit segment tegemoet te komen is daarom beleidsmatig ingrijpen noodzakelijk (zie ook paragraaf 5.2 Nota kleinschalige bedrijfshuisvesting). Jeurissen heeft in haar stageonderzoek (1999) bij het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld onder andere onderzoek gedaan naar de huisvestingsbehoefte van kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. Uit een in 1998 gehouden enquête onder kleinschalige ondernemers in het stadsdeel gaf 45% van de 70 respondenten aan binnen vijf jaar te willen verhuizen. Een kwart van de respondenten gaf aan daadwerkelijk op zoek te zijn naar nieuwe bedrijfshuisvesting. Een meerderheid van de respondenten wil bij hervestiging graag in het stadsdeel blijven. Seinpost komt in zijn onderzoek Starters Vastgoed(organisatie) Amsterdam – Naar meer ruimte voor kleinschalig ondernemerschap (2000) tot een kwantificering van de behoefte aan kleinschalige bedrijfshuisvesting op Amsterdams niveau. Seinpost richt zich bij zijn onderzoek op starters en doorstarters. Bij de segmentering van de vraag gaat Seinpost uit van vijf huisvestingstypen: woningen, woonwerkeenheden, bedrijfsverzamelgebouw met en/of zonder voorzieningen, bedrijfsruimte in plinten/onderstukken, en zelfstandige ruimte. Op basis van het vestigingenbestand van de Kamer van Koophandel (1999) aangevuld met ervaringscijfers heeft Seinpost de vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte voor de komende drie jaar geprognosticeerd.

4

Voor kantoorruimte is deze onderverdeling overigens minder interessant omdat (grote) kantoorgebouwen doorgaans makkelijk deelbaar zijn in kleinere units, waardoor ze als kleinschalige ruimte in de markt kunnen worden gezet. 24

Tabel 4 - bron: Seinpost, 2000 Raming marktvraag kleinschalige bedrijfsruimte in Amsterdam tot 2004 Huisvestingstype 2001 2002/2003 Totaal tot 2004 Woon-werkunits 113.300 168.100 281.400 Bedrijfsverzamelgebouw zonder 28.000 21.000 49.000 voorzieningen Bedrijfsverzamelgebouw met 37.800 48.300 86.100 voorzieningen Bedrijfsruimte in 68.300 81.800 150.100 plinten/onderstukken Zelfstandige ruimte 17.800 21.700 39.500 Totaal Amsterdam 265.200 340.900 606.100 De door Seinpost geraamde marktvraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting voor starters en doorstarters kan worden vertaald naar stadsdeelniveau. In onderstaand schema is dit gedaan. Tabel 5 - bron: Seinpost, 2000; bewerking: Gemeente Amsterdam afdeling EZ Raming vraag kleinschalige bedrijfsruimte in Slotervaart / Overtoomse Veld Stadsdeel 2001 2002 2003 Slotervaart / Overtoomse Veld 12.154 7.811 7.811 Totaal Amsterdam 265.200 170.540 170.540 Totaal 27.776 606.100 Verdeling 46% 8% 14% 25% 6% 100%

De verwachte vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting is groot de komende jaren, zowel in Amsterdam als in Slotervaart / Overtoomse Veld. Op Amsterdams niveau zal de grootste vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting zich manifesteren in het segment woonwerkunits. De geprognosticeerde grote vraag naar woonwerkeenheden wordt verwacht op basis van een inhaalvraag in dit segment. Voor Slotervaart / Overtoomse Veld is niet specifiek aan te geven wat de vraag naar woonwerkeenheden zal zijn. Voor het overige zijn de bedrijfsruimten in plinten het meest gevraagde segment voor de nabije toekomst. Zelfstandige bedrijfsruimten zullen weinig worden gevraagd. Dit komt omdat dit huisvestingstype door zijn geringe massa in de Amsterdamse stedelijke omgeving te hoge kosten met zich meebrengt. Seinpost verwacht knelpunten met betrekking tot twee kleinschalige bedrijfshuisvestingstypen in Amsterdam die nadere aandacht vragen. Er is een tekort aan bedrijfsverzamelgebouwen in het lagere en middensegment dat niet wordt opgelost door de markt en er is veel leegstand te verwachten in (laagwaardige) plinten die oneigenlijk voor bedrijfsdoeleinden worden ingezet. De knelpunten met de overige huisvestingstypen (bv. woonwerkunits) worden naar verwachting opgelost door de werking van de markt. Gesprekken met marktpartijen De vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting kan ook worden afgemeten aan de bereidheid van projectontwikkelaars om voor het betreffende segment bedrijfsruimte te ontwikkelen in het stadsdeel. De vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting is zeer breed in Slotervaart / Overtoomse Veld. Uit de gesprekken komt naar voren dat de meeste vraag naar bedrijfsruimte komt van ambachtelijke bedrijven, dienstverleners (in de breedste zin van het woord), ICT en Schiphol gebonden service bedrijven. Vertaald naar vastgoed richt de nieuwbouwvraag zich op koopunits met een hoge kwaliteit en op kleine representatieve kantoorvilla's. De traditionele starters kunnen worden opgevangen in de bestaande huisvesting. Een aantal ontwikkelaars sprak van een duidelijke vraag naar woonwerkeenheden in Slotervaart / Overtoomse Veld. 4.7 Resumerend Kleinschalige bedrijvigheid is – evenals in geheel Amsterdam – een belangrijke economische factor in het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld. De aard van de kleinschalige bedrijvigheid kent een sterk 25

accent op het kantoorsegment; het aanbodgestuurde karakter van de Amsterdamse bedrijfsruimtemarkt heeft hier in belangrijke mate aan bijgedragen. De voornaamste sectoren kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel zijn de (fashion) groothandel en de zakelijke dienstverlening. De nijverheid speelt een minder belangrijke rol. De belangrijkste concentraties kleinschalige bedrijvigheid zijn te vinden aan het KW Plein, in de Delflandpleinbuurt en in Nieuw Sloten. De vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte in Slotervaart / Overtoomse Veld is groot. Alle onderzoeken wijzen op een grote behoefte aan kleinschalige bedrijfshuisvesting en knelpunten in de bestaande voorraad. Deze conclusies gelden zowel voor geheel Amsterdam als specifiek voor Slotervaart / Overtoomse Veld. Voor de komende drie jaar wordt in Slotervaart / Overtoomse Veld een vraag verwacht in het starters- en doorstarterssegment van bijna 28.000m2. Deze vraag is verdeeld over verschillende segmenten.

26

DEEL II – STURINGSMOGELIJKHEDEN

27

28

5.

GEMEENTELIJK BELEID EN ANDERE KADERS

5.1

Inleiding In dit hoofdstuk staat de analyse van de beleidskaders centraal. De analyse van de beleidskaders betreft drie (beleids)documenten: 1. Nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting; gemeente Amsterdam 2. Richting Nieuw West; samenwerkingsverband ParkStad 3. Actieprogramma Economische Structuur II; Gemeente Amsterdam 4. Stadsbeleid Slotervaart / Overtoomse Veld; Structuurvisie Parkstad en het gebiedsgericht beleid De documenten worden kernachtig geanalyseerd op fysieke en niet-fysieke uitgangspunten voor kleinschalige bedrijvigheid. Deze uitgangspunten zullen in de gebiedsgerichte uitwerking worden vertaald naar het niveau van het stadsdeel. Naast de vier beleidsdocumenten worden de planvormingstrajecten vermeld waarin verschillende gebieden (buurten of wijken) van het stadsdeel zich bevinden. Gebieden in een planvormingstraject vragen een visie op kleinschalige bedrijvigheid en zijn in beweging, waardoor kansen worden geboden voor kleinschalige bedrijvigheid.

5.2

Nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting De Nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting identificeert en beschermt concentraties van kleinschalige bedrijfshuisvesting. Onder deze concentraties wordt verstaan: • De concentraties moeten qua ligging binnen het rode woon-werkmilieu op de structuurplankaart vallen; • De concentraties moeten goed functioneren en de verwachting moet zijn dat dit ook in de toekomst zo zal blijven; • De concentraties moeten goed bereikbaar zijn, dat wil zeggen nabij een hoofdontsluitingsroute; • De concentraties dienen te bestaan uit tenminste vijf kleinschalige bedrijfsruimten (dat wil zeggen geen winkels of kantoren) of een minimaal oppervlak van 500 m2. Deze definitie wijkt sterk af van de in deze beleidsnota gehanteerde definitie van kleinschalige bedrijvigheid omdat geen kleinschalige kantoren zijn inbegrepen. Uit de Nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting zijn voor de bestaande kleinschalige bedrijfshuisvesting in Amsterdam de volgende beleidsuitgangspunten te destilleren: • behoud en uitbreiding kleinschalige bedrijvenconcentraties, deze locaties krijgen een bijzondere bescherming toegekend welke procedurele bescherming biedt tegen herbestemming; • er geldt een compensatiebeginsel voor kleinschalige bedrijfshuisvesting: bij een eventuele herbestemming van bedrijfshuisvesting in de woonomgeving dient compensatie plaats te vinden, er moet in principe hetzelfde teruggebouwd worden op of in de nabijheid van de locatie; • stimuleren van planvorming, sturen van geldstromen, en vernieuwing van bestemmingsplannen; • meer levendigheid en mobiliteitsbeperking door woon-werk-eenheden; • tegengaan onderbenutting kleinschalige bedrijfshuisvesting (monitoring). In het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld zijn drie beschermde concentratiegebieden van kleinschalige bedrijfshuisvesting aanwezig: • Rijswijkstraat • Ottho Heldringstraat • Jacques Veltmanstraat

29

5.3

Samenwerkingsverband ParkStad In het document van bureau ParkStad (2000) worden negen doelstellingen onderscheiden voor de verbetering van de economische structuur van Nieuw West. Veel van deze doelstellingen hebben een directe relatie met de kleinschalige bedrijvigheid. De doelstellingen blijven echter algemeen en worden in het document niet nader uitgewerkt. Fysiek • meer ruimte voor (nieuwe) bedrijvigheid (aan de randen, langs de hoofdwegen, op winkelcentra en in woongebieden) • bereikbaarheid (aanleg Westrandweg, verbetering openbaar vervoer) • optimaliseren van de kwaliteit van de bedrijfshuisvesting (klein, flexibel, kwaliteit) • verbeteren van de kwaliteit van de bedrijfsomgeving (beheerplan) • versterken van de winkelgebieden Niet fysiek • imagoverbetering (promotie/acquisitie) • stimuleren zelfstandig ondernemerschap (Starterscentrum West) • accountmanagement en service-desk • netwerkvorming en communicatie Inmiddels heeft het projectbureau ParkStad een aanzet gemaakt om te komen tot een indeling van Nieuw West op basis van een tiental leefmilieus. Ze vormen een weergave van de beoogde woonwerkmileus en de bijbehorende ruimtelijke en programmatische kenmerken. Om deze leefmilieus nader te duiden is een matrix samengesteld op basis van een aantal kenmerken en criteria. Per leefmilieu worden indicaties gegeven met betrekking tot mogelijke bedrijfsmatige invullingen, de gewenste mate van menging van functies en de intensiteit van de bebouwing. Tevens wordt er aandacht besteed aan elementen zoals leefstijlen, sociale voorzieningen en criteria ten aanzien van bereikbaarheid, parkeren, inrichting van de openbare ruimte In de leefmilieus wordt aangegeven hoe economische activiteiten kunnen worden gefaciliteerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar wenselijkheid per leefmilieu op basis van hoge prioriteit, prioriteit, neutraal en niet gewenst. Deze prioritering geschiedt vooralsnog op basis van de navolgende categorieën grote kantoren, middel grote kantoren, kleine kantoren, bedrijfsverzamelgebouwen, kleine productiebedrijven detailhandel, woonwerkwoningen, leisure grootschalig, leisure kleinschalig, showrooms, horeca, grote productiebedrijven en opslag. Uitgangspunt bij het formuleren van deze leefmilieus is om die economische activiteiten die zich laten mengen met andere functies (met name wonen) in een gemengd milieu te ontwikkelen. Voor bedrijven en kantoren die zich om milieutechnische reden (geluid, stank en gevaar) of vanwege hun omvang niet laten mengen, is een apart leefmilieu gedefinieerd namelijk bedrijven- en kantoorterreinen.

5.4

Actieprogramma Economische structuur II Amsterdamse speerpunten: • mensen voor werk: kennis en kunde die mensen bezitten, of kunnen verkrijgen, inzetten om hun sociale en economische weerbaarheid te versterken • werk in de wijken: GSB- en stedelijke vernieuwingsbeleid integraal op wijkniveau tot resultaat brengen onder andere wijkgerichte economische stimulering: bedrijfsverzamelgebouwen, startersbegeleiding, arbeidsbemiddeling. • klaar voor de toekomst: meer weerstandsvermogen van het geheel aan economische activiteiten. De economie van de toekomst wordt gekenmerkt door kennisintensivering m.n. voor groeisectoren zoals ICT, multimedia, biotechnologie en medische technologie. • duurzaamheid en diversiteit: accommoderen van economische dynamiek door een ruimtelijke context.

30

Thema’s voor acties zijn: scholing, arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur, winkelstraten/centra, bedrijfsverzamelgebouwen, startende ondernemers, acquisitie/promotie, industrietoerisme, bedrijfslocaties en infrastructuur. 5.5 Stadsdeelbeleid Slotervaart / Overtoomse Veld Structuurvisie Parkstad Slotervaart / Overtoomse Veld In 1998 heeft het stadsdeel zich in een structuurvisie Parkstad en een Startnotitie Stedelijke Vernieuwing uitgesproken voor een ingrijpende vernieuwing van het stadsdeel met name in de naoorlogse woongebieden die gelegen zijn langs de rijkswegen en het spoor. In de woonbuurten wil men dit vooral doen door een herstructurering van de woningvoorraad en het voorzieningenniveau en door meer werkfuncties in de buurt toe te laten in de vorm van kleine bedrijfs- en kantoorruimten en bedrijfsverzamelgebouwen. Verder wil men de ligging aan rijkswegen en belangrijke openbaar vervoersknooppunten betere benutten voor bedrijvigheid. Buurtoverstijgende functies worden gedacht aan de belangrijke verkeersaders in het stadsdeel en bovenstedelijke functies rondom de openbaarvervoersknooppunten. Het stadsdeel heeft vijf buurten geselecteerd waar dit in de komende jaren vooral vorm krijgen (de zogenaamde stedelijke vernieuwingsgebieden). Gebiedsgericht beleid In het kader van de stedelijke vernieuwing en Grotestedenbeleid werkt Slotervaart / Overtoomse Veld gebiedsgericht. Vanwege lopende planvorming, projecten of ontwikkelingsvisies wordt voor de gebieden een visie gevraagd op kleinschalige bedrijvigheid. Deze gebieden bieden door de flexibiliteit in de bestemming mogelijke aanknopingspunten en kansen voor de kleinschalige bedrijvigheid. 1. 2. 3. 4. 5. Overtoomse Veld Noord: stedelijk vernieuwingsgebied in uitvoeringsfase Overtoomse Veld Zuid: stedelijk vernieuwingsgebied in voorbereiding (Nota van Uitgangspunten) Delflandpleinbuurt: stedelijk vernieuwingsgebied in voorbereiding (Nota van Uitgangspunten) Staalmanpleinbuurt: stedelijk vernieuwingsgebied in voorbereiding (Nota van Uitgangspunten) Lelylaan: voorbereiding stedebouwkundig programma

Het feit dat deze gebieden in een planproces zijn betrokken schept ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid. 5.6 Resumerend Vanuit het gemeentelijk beleid en de afspraken binnen het samenwerkingsverband ParkStad vigeren voor het stadsdeel de volgende inhoudelijke toetsingskaders: Voor het fysieke spoor zijn: • Het beschermen en optimaliseren van de huidige voorraad kleinschalige bedrijfsruimte en daar waar mogelijk creëren van uitbreidingsmogelijkheden. • Bescherming strips aan de: Rijswijkstraat, Ottho Heldringstraat, Jacques Veltmanstraat; • Compensatie voor kleinschalige bedrijfshuisvesting die verdwijnt uit de woonomgeving; • Rekening houden met de mogelijkheden voor woon / werk combinaties; • Ruimte voor economische ontwikkeling zoeken langs hoofdontsluitingswegen; • Toevoeging economische functies aan de knooppunten van openbaar vervoer. Voor het niet-fysieke spoor zijn: • Speciale aandacht voor initiatieven van allochtone ondernemers; • Rekening houden met de mogelijkheden die van uit het bestemmingsplan worden geboden, en waar nodig aanpassing bestemmingsplannen; • Verbetering van de omgevingskwaliteit van kleinschalige bedrijfsruimten • Aansluiten bij initiatieven om zelfstandig ondernemersschap te stimuleren

31

32

6.

DE ROL VAN HET STADSDEEL EN INSTRUMENTEN.

6.1

Inleiding Zoals reeds is opgemerkt, is de kleinschalige bedrijvigheid een zeer dynamische sector. Het stadsdeel kan voor deze dynamische sector een stimulerende en een faciliterende rol op zich nemen. Schept het stadsdeel alleen de randvoorwaarden waarbinnen startende en doorstartende bedrijven goed functioneren, of stimuleert het stadsdeel actief startende ondernemers en doorgroeiende bedrijven? Het stadsdeel handelt in principe faciliterend. Afhankelijk van de problematiek, ruimtelijke mogelijkheden en financiële haalbaarheid kan een afweging worden gemaakt voor een meer stimulerende en actievere rol. De rol van het stadsdeel is dus afhankelijk van keuzes voor doelgroepen van beleid, voor (her)ontwikkelingslocaties, voor ruimtelijke inpassing, voor samenwerkingsmogelijkheden en voor (financiële) randvoorwaarden die daarbij horen. Dat het stadsdeel een bijdrage kan leveren in de vertaalslag van ambities naar programma's op ieder deelgebied is evident. Het stadsdeel heeft een fysiek en een niet-fysiek instrumentarium om stimulerend op te treden voor kleinschalige bedrijvigheid. A) het instrumentarium. Het stadsdeel kan het ter handen zijnde fysieke en niet-fysieke instrumentarium faciliterend of stimulerend inzetten. B) de rol. De stimulerende rol van het stadsdeel behelst een actieve opstelling, waarbij het stadsdeel het functioneren van de kleinschalige bedrijvigheid prikkelt. De faciliterende rol van het stadsdeel behelst een minder actieve opstelling, waarbij het stadsdeel de kaders schept waarbinnen de kleinschalige bedrijvigheid goed kan functioneren.

speerpunten
Stimulerend Faciliterend Fysiek Niet Fysiek

Uitgaande van een anticyclisch beleid, zoals door de gemeente Amsterdam verwoord in haar nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting, handelt het stadsdeel in principe faciliterend. De keuze voor een stimulerend beleid komt voort uit de speerpunten en ambities van het stadsdeel. Een stimulerend beleid kan bijvoorbeeld gelden voor bepaalde doelgroepen met een mindere mate van zelfredzaamheid. 6.2 Instrumenten voor de faciliterende en stimulerende rol De instrumentele mogelijkheden die het stadsdeel ter beschikking staan zijn legio. De instrumenten worden verdeeld naar de faciliterende en de stimulerende rol van het stadsdeel. Opgemerkt moet worden dat de instrumenten zowel fysiek als niet-fysiek van aard kunnen zijn. Het niveau waarop deze

33

instrumenten en acties kunnen worden ingezet en daarbij de rol van het stadsdeel zelf worden nader uitgewerkt in hoofdstuk 8. De voornaamste instrumenten worden hier kort omschreven: Faciliterende rol: • Ruimte voor bedrijvigheid door het aanwijzen van potentiële ontwikkelingslocaties. • Opstellen van flexibele bestemmingsplannen. • Opstellen van een flexibele woonontrekkingsverordening die soepel omgaat met verzoeken tot omzetting naar werkruimte. • Per locatie niet alleen naar de individuele plek kijken, maar ook naar de directe omgeving. Uitruilmogelijkheden (groen voor rood en vice versa) presenteren aan bewoners. • Eenloketfunctie (front- en backoffice) voor kleinschalige bedrijvigheid. • Intermediaire functie tussen bedrijven, instanties en initiatieven. Stimulerende rol: • Netwerkontwikkeling met kennisinstellingen en intermediaire organisaties ter bevordering van de kwaliteit van de bedrijvigheid. • Bedrijvigheid binnenhalen en / of ontwikkelen op basis van kwaliteiten en capaciteiten van de lokale beroepsbevolking. • Opereren met een consortium op basis van concept- en planontwikkeling. • Ontwikkelen van een bedrijfsruimtebank, waarmee snel kan worden ingespeeld op de vraag van de ondernemer. • Aanbrengen van kantoorfaciliteiten in nieuwbouwwoningen (extra kamer, infrastructuur voor bekabeling). • Ombouwen van leegstaande panden tot kleine flexibele bedrijfs- en kantoorunits waarin op basis van ‘easy in - easy out’ huurcontracten worden aangegaan. Deze units kunnen ook worden gebruikt door bedrijven die bijvoorbeeld voor een dag een kantoorruimte nodig hebben of door ondernemers die ‘s avonds nog op een plek willen werken. • Ingroeihuren: een instrument om ondernemers goedkope kantoorruimte aan te bieden. Om dit te realiseren zou een fonds opgericht kunnen worden waarin stadsdeel, eigenaars maar ook banken of andere belanghebbenden kunnen participeren. • Blijvend zoeken en stimuleren van (etnisch) ondernemerschap (bijvoorbeeld een ondernemersprijsvraag) die uiteindelijk ondergebracht kan worden in de bedrijfsruimtes in de wijk. • Aanreiken van faciliteiten voor startende en doorstartende ondernemers (opleiding en training, coaching, mentorprojecten, spreekuren door professionele dienstverleners: bank, accountantskantoor, belastingdienst). • Actieve acquisitie en marketing van Slotervaart / Overtoomse Veld als de ‘place to be’ voor starters en doorstarters, eventueel gekoppeld aan een inhoudelijke economische profilering: broedplaats kleinschalige bedrijvigheid, bedrijven uit bepaalde sectoren. • De eerder genoemde kleinschalige kantoor- en bedrijfsunits kunnen ook aangeboden worden voor de bewoners van de wijk. Zij kunnen op geplande tijden gebruik maken van deze voorziening voor allerlei doeleinden (wijkvergaderingen, bijeenkomsten voor sportverenigingen) waarbij gebruik gemaakt kan worden van ICT-voorzieningen. • In de geest van de Brede School kunnen ook bedrijfsruimtes zich profileren en hun faciliteiten aanbieden. Locaties waar kennis voorhanden is en die beschikbaar wordt gesteld. De input hiervoor kan worden geleverd door de overheid, het bedrijfsleven maar zeker ook door onderwijs- en welzijnsinstellingen. Deze kantoorplekken kunnen zo ook worden gezien als een ontmoetingsplaats en kenniscentrum in de wijk. 6.3 Initiatieven voor starters Er worden in Amsterdam veel initiatieven genomen voor de startende ondernemer. In Bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste initiatieven in Amsterdam. De initiatieven zijn onder te verdelen in twee groepen: de informerende initiatieven voor starters en de ondersteunende initiatieven voor starters. Het kan voor de starter moeilijk zijn om in deze veelheid van initiatieven zijn of haar weg te vinden, vandaar ook de aanwezigheid van de informerende instanties. De rol van het stadsdeel kan een informerend karakter hebben, te vergelijken met die van de Servicedesk Bedrijfshuisvesting Amsterdam.

34

Starterscentrum West, speciaal gericht op starters in Nieuw West heeft beide aspecten in zich. Een éénloket-balie en de internetsite van het stadsdeel zijn belangrijke media voor de informerende rol richting de startende en / of kleinschalige ondernemer in het stadsdeel. Op zaken die niet goed of onduidelijk zijn geregeld voor de (door)startende ondernemer kan het stadsdeel mogelijk initiatieven nemen tot een meer duurzame organisatie. 6.4 Naar een contourenbeleid Het gaat niet zozeer om locatie X of Y maar eerder om de ontwikkeling van een gebied. Ruimtemogelijkheden, uitruilopties, marktpotenties maar ook vormen van functiemenging bepalen de contouren van de ontwikkelingspotenties van een gebied. Ad hoc ontwikkelingen dienen te worden tegengegaan maar ruimte scheppen om te werken in verhouding met wonen en buitenruimte zijn een essentiële basis om met het bedrijfsleven en de bewoners inhoud te geven aan de ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid. Vele partijen hebben hun belangen en zien erop toe dat deze belangen rondom deze plek worden gediend. Dit impliceert dat indien de overheid, eventueel samen met andere partijen, een locatie wil gaan ontwikkelen enkele uitruilmogelijkheden geboden moeten worden aan partijen die daar belang bij hebben. Meer bebouwing op locatie X is meer groen of groenvoorzieningen op locatie Y. De geïntegreerde benadering betekent dat men op programmaniveau een gebied invult op basis van de uitgesproken ambities en vervolgens projecten formuleert die recht doen aan de belangen van betrokken partijen en organisaties. De uitgangspunten en de programmatische invulling die in de volgende hoofdstukken worden neergezet dienen als bouwstenen om met het bedrijfsleven en bewoners deze invulling verder te realiseren. Het beschikbare instrumentarium lijkt op voorhand voldoende om een actieve rol als overheid te spelen. In de programma’s per deelgebied wordt de mogelijke rol van de overheid benoemd. 6.5 Resumerend Binnen deze beleidskaders kan het stadsdeel voor de kleinschalige bedrijvigheid een stimulerende en een faciliterende rol vervullen. Bij de faciliterende rol schept het stadsdeel alleen de randvoorwaarden waarbinnen kleinschalige bedrijven goed functioneren, bij de stimulerende rol prikkelt het stadsdeel actief kleinschalige ondernemers. Het stadsdeel handelt in principe faciliterend. De keuze voor een stimulerend beleid komt vervolgens voort uit de speerpunten en ambities van het stadsdeel. Een stimulerend beleid kan bijvoorbeeld gelden voor bepaalde doelgroepen met een mindere mate van zelfredzaamheid. Afhankelijk van de rol die het stadsdeel vervult, staan het stadsdeel fysieke en nietfysieke instrumenten ter beschikking.

35

36

DEEL III - GEBIEDSGERICHTE UITWERKING

37

38

7.

PROGRAMMATISCHE UITGANGSPUNTEN PER DEELGEBIED

7.1

Inleiding Dit hoofdstuk formuleert de uitgangspunten voor de gebiedsgerichte uitwerking. Op basis van een confrontatie van locatiekwaliteit met ambitieniveau, vraag en aanbod wordt gekomen tot knelpunten en uitgangspunten van waaruit in het volgende hoofdstuk een programma voor kleinschalige bedrijvigheid wordt geformuleerd. Per deelgebied wordt aangegeven wat het vestigingsmilieu is voor kleinschalige bedrijvigheid. Dit begint met een locatieanalyse. Naast de vijf stedelijke vernieuwingsgebieden uit hoofdstuk 5.5 zijn ook nog andere deelgebieden in de beschouwing betrokken. Het vestigingsmilieu van de deelgebieden wordt vervolgens gematched met de ambities zoals deze bestaan in de verschillende plannen voor de stedelijke vernieuwing en de te verwachten vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting. Deze match leidt tot een positionering van de deelgebieden in een segmenteringsmatrix waarin het programma per deelgebied is aangegeven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een confrontatie van de programmatische uitgangspunten met de geplande capaciteit voor kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel.

7.2

Locatieanalyse De locatieanalyse dient het selectiecriterium voor de accentgebieden kleinschalige bedrijvigheid. De accentgebieden bieden op basis van de omgevingskwaliteit en de lopende planprocessen de grootste potentie voor de kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. Selectie accentgebieden Eerder is gesteld dat het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld een gebiedsgericht beleid voert in het kader van stedelijke vernieuwing / Grotestedenbeleid. Op basis van dit gebiedsgerichte beleid zijn vijf buurten / deelgebieden momenteel onderwerp van een planvormingstraject. Deze deelgebieden bieden binnen de termijn van deze nota (beleidsmatige) kansen om de problematiek van de kleinschalige bedrijvigheid aan te pakken. Daarnaast zijn er concentratiegebieden met kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel en is ook de noordoostkwadrant van het zogenaamde RID gebied meegenomen met het oog op toekomstige planvorming. Vanwege hun kansen vragen deze gebieden speciale beleidsaandacht in het kader van deze nota. Om deze reden worden de volgende accentgebieden kleinschalige bedrijvigheid in de locatieanalyse betrokken en in het volgende hoofdstuk van een nadere uitwerking voorzien. Deze accent gebieden zijn: • Overtoomse Veld (noord en zuid) in planvormingstraject; • Delflandplein als concentratie kleinschalige bedrijvigheid en in planvormingstraject; • Staalmanplein in planvormingstraject; • Koningin Wilhelminaplein als concentratiegebied kleinschalige bedrijvigheid • Lelylaan in planvormingstraject; • Nieuw Sloten als concentratiegebied kleinschalige bedrijvigheid; • RID-gebied noordoostkwadrant waar concrete plannen zijn voor de realisatie van kantoor /bedrijfsbebouwing. Voor de locatieanalyse worden de volgende criteria onderscheiden: 2) Fase in plantraject van het stadsdeel Dit criterium geeft aan in welke fase van een plantraject een deelgebied zich bevindt. Wanneer een deelgebied zich in een plantraject bevindt biedt dit kansen voor de kleinschalige bedrijvigheid. Een plantraject zorgt voor een zekere mate flexibiliteit en verwachtingspatroon ten aanzien van kleinschalige bedrijvigheid. 3) Concentratie bedrijven Op basis van een analyse van het bedrijvenbestand (ARRA, O&S) is onderzocht of zich een

39

4)

5)

6)

7)

concentratie van kleinschalige bedrijvigheid bevindt in een bepaalde buurt. Wanneer zich ergens concentraties bevinden, biedt dit aanknopingspunten voor een te voeren beleid. Huidige kwaliteit De huidige omgevingskwaliteit van een deelgebied wordt bepaald op basis van de uitstraling. Heeft een buurt een uitstraling als werkmilieu of als woonmilieu en is de uitstraling functioneel of representatief. Branchering KB Per buurt is aangegeven wat de meest voorkomende branchering is. De branchering is geënt op de bedrijven met 2 tot en met 9 werkzame personen. Ligging aan hoofdontsluitingsweg Samenwerkingsverband ParkStad geeft aan dat economische ontwikkelingen moeten plaatsvinden langs hoofdontsluitingswegen. Per deelgebied wordt aangegeven in hoeverre zij aan de hand van de positionering van de hoofdverkeerswegen ontwikkelingspotenties hebben. Potentie De potentie van de buurten geeft aan voor welke segmenten de deelgebieden het geschiktst zijn op basis van hun locatiekwaliteiten.

Aan de hand van de opgestelde criteria kunnen in de deelgebieden de volgende locatiekenmerken en ambities worden onderscheiden. In hoofdstuk 7.3 wordt de potentie van het gebied toegelicht.

40

Tabel 6 - Locatiekenmerken kleinschalige bedrijvigheid naar deelgebied
Deelgebied Overtoomse Veld 1) Fase in plantrajecten stadsdeel Stedelijk vernieuwingsgebied in uitvoeringsfase 2) Concentratie bedrijven Gemiddeld 3) Huidige kwaliteit bedrijfslocatie Functioneel kantoor in woonmilieu 4) Branchering kleinschalige bedrijvigheid 1. groothandel 2. dienstverlening 3. zorg 1. 2. 3. dienstverlening groothandel verzekeringswezen dienstverlening vervoer groothandel 5) Hoofdontsluitingsweg Derkinderenstraat Postjesweg Jan Evertsenstraat Jan Voermanstraat Heemstedestraat Vlaardingenlaan 6) Potentie planvorming Functioneel Kantoor/Bedrijf

Delflandplein (incl. Vlaardingenlaan) Staalmanpleinbuurt

Nota van Uitgangspunten in voorbereiding

Groot

Functioneel kantoorachtig werkmilieu

Nota van Uitgangspunten in voorbereiding

Gemiddeld

Functioneel kantoor/bedrijf 1. in woonmilieu 2. 3. Geen Representatief kantoorachtig in grootstedelijk milieu Functioneel / representatief kantoorachtig in woonmilieu

Lelylaan KW Plein

Voorbereiding Stedebouwkundig Programma N.v.t.

Geen Groot

n.v.t. 1. 2. 1. 2. 3. groothandel dienstverlening dienstverlening vervoer groothandel

Aletta Jacobslaan J. Huizingalaan Plesmanlaan H. Sneevlietweg Lelylaan Caland- / Schipluidenlaan Delflandlaan Heemstedestraat Laan van Vlaanderen Anderlechtlaan Antwerpenbaan / Louwesweg H. Sneevlietweg

Functioneel Kantoor/ Representatief Bedrijf Functioneel Kantoor/Bedrijf

Representatief Kantoor Representatief Kantoor Representatief Kantoor/Bedrijf

Nieuw Sloten

N.v.t.

Groot

RID-gebied / Noordoostkwadrant

N.v.t.

Gemiddeld

Functioneel / representatief n.v.t. werkmilieu

Representatief Kantoor/Bedrijf

41

Op basis van de kenmerken van de locaties en de geconstateerde vraag, kan een eerste aanzet worden gegeven voor een gebiedsgerichte segmentering. Slotervaart / Overtoomse Veld heeft de potentie om een gevarieerd vestigingsmilieu te bieden voor kleinschalige bedrijvigheid. De geanalyseerde locaties bieden de mogelijkheid om een gemengd scala aan kleinschalige bedrijven te huisvesten. De vestigingsmilieus en kwaliteiten van de meeste buurten in het stadsdeel bevinden zich in het kantoorachtige segment. De bedrijfsruimteachtige milieus ontbreken grotendeels. Indien gericht gefaciliteerd en mogelijk gestimuleerd kan er ook in dit milieu een bepaald aanbod worden gecreëerd. 7.3 Ambities van de deelgebieden in het stadsdeel Op basis van de plantrajecten en de daarin geformuleerde programma's of ambities wordt het ambitieniveau per deelgebied vastgesteld. Het ambitieniveau en de in de vorige paragraaf behandelde locatiekwaliteiten zullen in hoge mate bepalend zijn voor de marktvraag zoals deze zich manifesteert in het stadsdeel. In de deelgebieden leven de volgende ambities. Hierbij worden uitsluitend de ambities voor de werkfuncties beschreven. De ambities voor wonen en voorzieningen worden buiten beschouwing gelaten. Ambities Overtoomse Veld (Noord en Zuid) Deze buurt biedt een functioneel vestigingsmilieu, met speciale aandacht voor starters en doorstarters. Daarnaast moet er in de buurt meer functiemenging en kan transformatie van winkelruimten desgewenst naar kleinschalige bedrijfsruimte worden ingezet. Als laatste zijn er een aantal grotere herontwikkelingslocaties in de buurt aanwezig die kunnen worden gebruikt als bedrijfslocatie. Deze bevinden zich vooral aan de belangrijke verkeersontsluitingswegen zoals Jan Tooropstraat, Postjesweg, Jan Evertsenstraat en Derkinderenstraat. Ambities Delflandpleinbuurt (incl. Vlaardingenlaan) Het ambitieniveau is vooral gericht op het functionele kantoormilieu. De kleinschalige bedrijvigheid in het deel van de buurt pal naast de A10 (Delflandlaan) en op het Delflandplein zou in het representatieve kantoorsegment moeten passen. Aan de zuidrand (Vlaardingenlaan) zijn (eventueel) mogelijkheden voor een representatief bedrijfsruimtemilieu. Dit gebied valt echter buiten het stedelijke vernieuwingsgebied. De Delflandpleinbuurt zou zich voornamelijk moeten richten op fashioncluster, ICT en daaraan gerelateerde sectoren. De overige delen van de buurt richten zich vooral op het functionele kantoormilieu. Ambities Staalmanpleinbuurt Het ambitieniveau voor de Staalmanpleinbuurt is een verdere ontwikkeling in het functionele milieu gekoppeld aan een verbetering van het voorzieningenniveau. Echte publieksfuncties zijn niet geschikt omdat die de woonomgeving te veel belasten. Ook in dit gebied is het omvormen van (vaak verouderde) detailhandelsruimten naar ruimte voor nieuwe kleinschalige bedrijvigheid een belangrijke ambitie. Er zijn een aantal herontwikkelingslocaties die uitstekend als functionele bedrijfsruimte kunnen worden gebruikt, deze bevinden zich aan de randen van het gebied, bij belangrijke verkeersontsluitingswegen (Staalmanplein, O. Heldringstraat). Ambities Lelylaan Het ambitieniveau ligt op het scheppen van een representatief kantoormilieu gekoppeld aan verlevendiging van de buurt door de ontwikkeling van een kwalitatief hoog voorzieningenniveau. Kortom een hoogstedelijke omgeving waarin functiemenging, levendigheid en leefbaarheid typeringen zijn van het gebied. Uiteraard is zakelijke dienstverlening een belangrijke branche voor dit gebied waarbij allerlei publieksgerichte commerciële voorzieningen die gericht zijn op de gebruikers van het gebied de zaak kunnen verlevendigen. Vanwege het ook in de toekomst omvangrijke onderwijscluster worden er ook verbindingen gezocht met de doelgroep studenten. De locatie van het voormalige Andreasziekenhuis, deelgebied binnen het Lelylaanprojectgebied, ontwikkelt zich als een grootstedelijke locatie waarin nieuwe economie en functiemenging zijn plek krijgt.

42

Drie belangrijke buurten voor de kleinschalige bedrijvigheid zijn niet geselecteerd als Stedelijke Vernieuwingsgebieden. Op basis van concentratie van kleinschalige bedrijvigheid verdienen deze buurten echter expliciete beleidsaandacht. De ambities voor deze buurten zijn: Ambities Koningin Wilhelminaplein Het KW Plein biedt op korte en middellange termijn geen ontwikkelingsmogelijkheden meer. Het ambitieniveau voor het KW Plein ligt op het behoud en de versterking van de huidige hoogstedelijke kwaliteit. De bestaande voorraad op het KW Plein biedt een representatief vestigingsmilieu voor het kantoorachtige segment. Ambities Nieuw Sloten Het ambitieniveau voor Nieuw Sloten is een broedplaats voor een hoogwaardige startersmarkt en daarnaast het ontwikkelen van kleine flexibele representatieve kantoorunits. Ambities RID-gebied noordoostkwadrant Voor het huidige sportterein Riekerhaven, IBM-terrein en het gebied tussen spoor, A4 en A10 is een stedebouwkundige visie opgesteld waarbij in het noordoosten een uitbreiding van de bestaande bedrijvenlocatie gepland. De ambitie voor het Noordoostkwadrant van het RID-gebied is het creëren van een representatief werkmilieu door het uitbreiden van de huidige bedrijven- en kantorenlocatie.

7.4

Programmatische vraagraming Afhankelijk van de ambities en de locatiekwaliteiten kan voor de komende jaren een vraagraming naar kleinschalige bedrijfshuisvesting worden gemaakt. Het is te verwachten dat na de inhaalvraag in de eerste twee jaar de marktvraag zich na 2003 zal stabiliseren op het dan bereikte niveau. Tabel 7 - bron: Seinpost, 2000; bewerking: Gemeente Amsterdam Raming vraag kleinschalige bedrijfsruimte in Slotervaart / Overtoomse Veld Stadsdeel 2001 2002 2003 Slotervaart / Overtoomse Veld 12.154 7.811 7.811 Totaal 27.776

Een indicatie voor de verdeling van de vraag over de verschillende segmenten is af te leiden uit de branchering van de startersmarkt. Deze branchering is in onderstaande figuur weergegeven. Figuur 2 - Branchering van de starters 1997-1999 in het stadsdeel; bron: KvK 2000

43

3% 12%

4% 8% industrie bouw groothandel horeca vervoer financien adviesdiensten facilitaire diensten persoonlijke diensten algemene diensten

19%

25%

16% 2%

3% 8%

Afgaande op de segmentering van de startersmarkt zal ruim 10% tot 20% van de vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte zich manifesteren in het bedrijfsruimtesegment en de overige 80% tot 90% in het kantoorhoudende segment. Specifiek naar de opgestelde segmentering is de volgende vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte te verwachten: Het functioneel bedrijfsruimtemilieu kent een bescheiden vraag vanuit de markt. Op basis van zowel de economische structuur van het stadsdeel, als de gepubliceerde onderzoeken is een beperkte vraag te verwachten. In verband met hinder en geschiktheid van het vastgoed moet worden gewaakt voor het feit dat de plinten ondoordacht voor dit segment worden bestemd. In dit segment is een jaarlijkse marktvraag voor het stadsdeel te verwachten van 1.000 tot 2.000 m2. Het representatief bedrijfsruimtemilieu kent evenals het functioneel bedrijfsruimtemilieu een beperkte vraag vanuit de markt. De doelgroep voor dit milieu is klein en niet gericht op (binnen)stedelijke locaties. In de sfeer van de woonwerkeenheden of in combinatie met het kantoorsegment is – afhankelijk van de gekozen ambities en programma's – een zekere vraag te verwachten in dit segment. De vraag zal variëren van 0 tot 1.000 m2 per jaar. De verdienstelijking van de economie heeft ook zijn gevolgen voor de vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting. Het functioneel kantoormilieu is een traditioneel veel voorkomend milieu in het stadsdeel. Te verwachten knelpunten in dit segment zijn het ontbreken van bedrijfsverzamelgebouwen in het lage en middensegment en het slecht benutten van de plinten. Op basis van de prognoses in combinatie met het ambitieniveau is in dit segment een jaarlijkse marktvraag van 3.000 tot 4.000 m2 te verwachten. Het representatief kantoormilieu is volgens marktpartijen het in fysieke zin ondervertegenwoordigde milieu in het stadsdeel. De vraag naar ruimte richt zich met name op kleinschalige representatieve ruimten met een nieuwbouwkwaliteit. De marktvraag in dit segment zal in de eerste jaren nog voor een deel een inhaalvraag bevatten. In de eerste jaren zal zich een marktvraag manifesteren van 5.000 tot 6.000 m2 aflopend naar het niveau van het functionele kantoormilieu: 3.000 tot 4.000 m2. 7.5 Programmatische uitgangspunten

44

In Slotervaart / Overtoomse Veld dienen zich een veelheid van voorstellen en initiatieven aan voor de ontwikkeling van kleinschalige bedrijfshuisvesting. Om een eenzijdige kwaliteit aan vestigingsmilieus voor kleinschalige bedrijvigheid tegen te gaan, worden de accentgebieden op basis van hun locatiekwaliteiten gepositioneerd in de opgestelde segmentering. Op deze wijze kan in Slotervaart / Overtoomse Veld een veelzijdig vestigingsmilieu voor kleinschalige bedrijvigheid en een programma per deelgebied worden opgesteld.

45

Representatief

RID-gebied

KW Plein Lelylaan

Nieuw Sloten

Milieu

Delflandplein

Functioneel

Staalmanplein

Overtoomse Veld

Bedrijf

Kantoor

Functie
Slotervaart / Overtoomse Veld heeft verschillende milieus om verschillende segmenten kleinschalige bedrijven te faciliteren. Het enige milieu dat ontbreekt is het representatieve bedrijfsruimtemilieu. Dit is een milieu dat veelal terug te vinden is op hoogwaardige bedrijvenparken; een milieu dat Slotervaart / Overtoomse Veld alleen op grootschalig niveau te bieden heeft in de Riekerpolder. Riekerpolder is echter al geheel uitgegeven en ligt buiten de beleidsinvloed van het stadsdeel en deze nota. Voor een compleet beleid voor kleinschalige bedrijvigheid is dit milieu niet noodzakelijk. Functioneel bedrijfsruimtemilieu Het programma voor het functioneel bedrijfsruimtemilieu in Slotervaart / Overtoomse Veld moet jaarlijks 1.000 tot 2.000 m2 bedrijfsruimte kunnen faciliteren. Het accent bij het functionele bedrijfsruimtemilieu zal liggen op de bescherming van bestaande waarden en het binnen de financiële grenzen van het segment toevoegen van nieuwe ruimtes aan de voorraad. Een belangrijk uitgangspunt bij de toevoeging van nieuwe bedrijfsruimten is de inpasbaarheid in de omgeving. Bescherming van bestaande strips functionele bedrijfsruimten vereist aandacht in de Staalmanpleinbuurt en de Delflandpleinbuurt. Voor toevoeging van nieuwe bedrijfsruimten lenen de locatiekwaliteiten van de Staalmanpleinbuurt en Overtoomse Veld zich het best. Functioneel kantoormilieu Het programma voor het functioneel kantoormilieu in Slotervaart / Overtoomse Veld moet jaarlijks 3.000 tot 4.000 m2 kantoorruimte kunnen faciliteren. Het stadsdeel heeft veel functionele kantoormilieus te bieden: Delflandpleinbuurt, Overtoomse Veld en Staalmanpleinbuurt. Delflandpleinbuurt zit meer richting het representatieve milieu. Overtoomse Veld en Staalmanplein bieden typische functionele milieus voor lokaal verzorgende dienstverlening in met name plinten onder woningen. Deze plinten hebben veelal 46

dienst gedaan als detailhandelsvestiging, maar zijn nu in gebruik als bedrijfsvestiging. Dit is een voorbeeld van de gebruiksflexibiliteit van het vastgoed in een stedelijke omgeving. Het accent bij het functionele kantoormilieu zal liggen op functieverandering van bestaand vastgoed en eventueel een (beperkte) toevoeging van nieuwbouwprojecten. Representatief bedrijfsruimtemilieu Het programma voor het representatief bedrijfsruimtemilieu in Slotervaart / Overtoomse Veld moet – afhankelijk van het ambitieniveau – jaarlijks 0 tot 1.000 m2 bedrijfsruimte kunnen faciliteren. Het representatief bedrijfsruimtemilieu is, met uitzondering van de Riekerpolder, nauwelijks vertegenwoordigd in Slotervaart / Overtoomse Veld. Er zijn wel kansen aanwezig in het stadsdeel voor de ontwikkeling van dit milieutype. Met name de noordoostkwadrant van het RID-gebied en het zuiden van de Vlaardingenlaan bieden mogelijkheden voor een representatief bedrijfsruimtemilieu. Voor de overige accentgebieden in het stadsdeel ligt het ambitieniveau niet bij dit segment. Het accent bij het representatieve bedrijfsruimtemilieu ligt op nieuwbouw. Representatief kantoormilieu Het programma voor het representatief kantoormilieu in Slotervaart / Overtoomse Veld moet jaarlijks 3.000 tot 4.000 m2 kantoorruimte kunnen faciliteren. De eerste een of twee jaar zal zich in dit segment nog een inhaalvraag manifesteren. Slotervaart / Overtoomse Veld heeft een representatief kantoormilieu voor kleinschalige bedrijvigheid: de Lelylaan. De toekomstige kantorenlocatie op het Koningin Wilhelminaplein is bedoeld voor grootschalige units en de bestaande bedrijfsruimte is niet bedoeld voor kantoren. Daarnaast zijn er nog mogelijkheden voor representatieve accenten of strips in Nieuw Sloten en de Delflandpleinbuurt. Het is belangrijk de ontwikkelingen op het Koningin Wilhelminaplein te monitoren. De voorraad kleinschalige bedrijfsruimten is zeer groot op het Koningin Wilhelminaplein. Bij een eventuele functieverandering of versoepeling van de thematisering van het fashioncluster, is de kans aanwezig dat er grote hoeveelheden kleinschalige kantoorruimten op de markt komen. Met name eventuele ontwikkelingen aan de Lelylaan kunnen hiervan de gevolgen ondervinden. Het accent voor het representatieve milieu ligt met name bij nieuwbouw. 7.6 Plancapaciteit De sector kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel vraagt om grote potentiële aanbodcapaciteit, die indien nodig, kan worden omgezet naar concrete kleinschalige bedrijfsruimte. De plancapaciteit zal de verschillende segmenten in de markt moeten kunnen bedienen. Onderstaande tabel geeft op basis van de lopende plantrajecten in Slotervaart / Overtoomse Veld de ruimte aan voor de ontwikkelingsmogelijkheden, de termijnen en de geboden kwaliteiten. Er worden in de tabel drie termijnen onderscheiden, waarbij de korte termijn staat voor 0 tot 3 jaar, de middellange termijn voor 3 tot 6 jaar en de lange termijn voor 6 jaar en langer. Tabel 8 - Aanbodmogelijkheden per deelgebied naar termijn Buurt Overtoomse Veld Termijn Potentieel aanbod Kort 500m2 -1.000m2 Middel 7.000m2 Lang 15.000m2 -30.000m2 Kort 0 Middel 0 Lang 30.000m2 Omgevingskwaliteit Functioneel Functioneel Functioneel Segment Inzet Omgevingsstadsdeel milieu Kantoor/bedrijf Stimuleren Mix Kantoor Stimuleren Mix Kantoor/bedrijf Stimuleren Woon

Delflandpleinbuurt

Functioneel/ representatief

Kantoor/bedrijf Faciliteren Werk

Staalmanpleinbuurt Kort Middel Lang

0 5.000m2 Functioneel 5.000m2 Functioneel

Kantoor/bedrijf Faciliteren Woon Kantoor/bedrijf Faciliteren Woon 47

Buurt Lelylaan

RID gebied N.O. kwadrant

Termijn Potentieel Omgevingskwaliteit aanbod Kort 0 Middel 0 Lang 70.000- Representatief 100.000m2 Kort 0 Middel Lang 0 20.000m2 Representatief -40.000m2 0 Functioneel/ representatief 6.000m2 Functioneel/ representatief 0 0 0 0 500 m21.000 m2 18.000 m2

Segment

Inzet stadsdeel

Omgevingsmilieu

Kantoor

Faciliteren Nvt

Kantoor/bedrijf Faciliteren Werk Kantoor Kantoor Faciliteren Wonen Faciliteren Woon

Nieuw Sloten

Kort Middel Lang Kort Middel Lang Kort 0-3 jr Middel 3-6 jr Lang >6 jr

Koningin Wilhelminaplein

Totaal

140.000 m2205.000 m2

Belangrijk bij het lezen van de tabel is te beseffen dat de weergegeven metrages de maximale plancapaciteiten zijn. Het is lang niet zeker dat de betreffende metrages worden gerealiseerd en dat wanneer ze worden gerealiseerd ze worden benut voor de huisvesting van kleinschalige bedrijvigheid. De metrages op Lelylaan of in het RID-gebied bijvoorbeeld zullen voor een deel worden opgenomen door bedrijven uit het midden en grote segment. De ruim lijkende plancapaciteit op de langere termijn zal in de praktijk stukken kleiner blijken te zijn. Op korte termijn (0-3 jaar) zijn er weinig mogelijkheden om additionele ruimte te creëren om de grote vraag naar kleinschalige bedrijfshuisvesting in Slotervaart / Overtoomse Veld te accommoderen. Op korte termijn zal er door het stadsdeel een extra inspanning moeten worden geleverd om de geprognosticeerde vraag te kunnen accommoderen in het stadsdeel. Wegens het grote tekort zal de inspanning moeten worden geleverd in alle segmenten. Op middellange termijn dienen zich pas kansen aan om het kleinschalige segment de accommoderen. Overtoomse Veld, Staalmanpleinbuurt en Nieuw Sloten bieden op de middellange termijn kansen voor het kleinschalige segment. Het pallet aan vestigingsmilieus dat geboden kan worden op de middellange termijn is divers, met uitzondering van een ondervertegenwoordiging van het representatieve segment. Dit segment komt pas op de langere termijn tot ontwikkeling. Op de lange termijn wordt een confrontatie uiterst onzeker. Een vraagprognose is op de langere termijn niet te maken en de weergegeven metrages zullen slechts voor een beperkt deel voor rekening komen van het kleinschalige segment. De ontwikkelingsmogelijkheden op de langere termijn zijn echter talrijk. Strategisch gezien is het belangrijk dat er een aantal van deze trajecten op voorhand worden ingezet en expliciet worden gereserveerd voor het kleinschalige segment, om situaties van grote tekorten in het aanbod van kleinschalige bedrijfsruimte, zoals deze zich momenteel voordoen, in de toekomst te voorkomen.

48

49

8.

AANBEVELINGEN EN PROGRAMMA PER DEELGEBIED

8.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden zowel voor het hele stadsdeel als per deelgebied aanbevelingen en programma's geformuleerd. Het bepalen van de inzet op stadsdeel en deelgebiedniveau de laatste stap in deze nota. Zoals eerder aangegeven wordt deze inzet niet alleen bepaald door het stadsdeel zelf. Andere partijen, marktontwikkelingen en randvoorwaarden (financiën, bestemmingsplannen) geven ook de marges aan waarbinnen de ambities geconcretiseerd kunnen worden. Dit betekent dat dit hoofdstuk de ontwikkelingsrichting van kleinschalige bedrijvigheid benoemt en tevens op programmaniveau aangeeft hoe dit kan worden gerealiseerd. Duidelijkheid omtrent de ambities van een gebied, de potentiële locaties, de aard (branchering) van de kleinschalige bedrijvigheid of de daarbij passende stimulerende maatregelen van het stadsdeel zijn noodzakelijk. De precieze invulling (projectniveau) is mede afhankelijk van de factoren zoals die eerder zijn benoemd en zijn niet alleen de verantwoordelijkheid van het stadsdeel.

8.2

Uitwerking voor het gehele stadsdeel Uitgangspunten • In Slotervaart / Overtoomse Veld is een minimale jaarlijkse vraag naar kleinschalige bedrijfsruimte te verwachten van 7.000 m2. In het eerste jaar ligt deze vraag hoger in verband met een inhaalvraag. De vraag zal zich effectueren in alle van de onderscheiden segmenten. • Het stadsdeel neemt een actieve en stimulerende opstelling in ten aanzien van starters en kleinschalige functionele bedrijfsruimten. Dit zijn de groepen die in de schaarse stedelijke ruimte het zwaarst onder druk staat. De nadruk van het stadsdeel ligt op het initiëren en coördineren van begeleidingsinitiatieven vanuit de markt met potentiële starters. • Ten aanzien van functionele en representatieve kantoorruimten neemt het stadsdeel een faciliterende houding aan. In deze segmenten weet de markt doorgaans goed haar weg te vinden. • Daar waar reeds kleinschalige bedrijvigheid aanwezig is, dient deze te worden beschermd. Handhaving en verbetering van de kleinschalige bedrijfshuisvesting is een belangrijk uitgangspunt in deze gebieden. • Functieverandering mag niet worden gefrustreerd door verouderde bestemmingsplannen. Daar waar nodig zouden deze bestemmingsplannen aangepast moeten worden. • Nieuwbouw wordt in principe vanuit de markt geïnitieerd voor de daartoe geëigende segmenten. Voor kwetsbare groepen wordt in ieder geval binnen de gebiedsgerichte aanpak een op maat gesneden huisvestings- en maatregelenpakket ontwikkeld. • Om een sterke broedplaatsfunctie mogelijk te maken dient het stadsdeel initiator te zijn om marktpartijen, kennisinstellingen, bedrijven en bewoners te mobiliseren om deze functie te versterken vanuit de eigen visie en programma's. De programmatische uitgangspunten voor de kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld zijn kernachtig weergegeven in onderstaand schema.

50

Tabel 9 - Fysieke situatie kleinschalige bedrijfshuisvesting Slotervaart / Overtoomse Veld RID gebied NO kwadrant Koningin Wilhelmiaplein 0 0 0 Jaarlijks marktvraag (*1.000 m2) 1–2 0–1 3–4 3–4 51

Staalmanpleinbuurt

Delfalndpleinbuurt

Overtoomse veld

Functioneel bedrijfsruimtemilieu Representatief bedrijfsruimtemilieu Functioneel kantoormilieu Representatief kantoormlieu Plancapaciteit kort (*1.000 m ) Plancapaciteit middel (*1.000 m2) Plancapaciteit lang (*1.000 m2)
2

ü ü ü ü ü ü ü ü ü
1 7 15-30 0 0 30 0 5 5 0 0 70-100

ü ü ü ü
0 0 20-40 0 6 0

Acties en programmatische uitwerking • Op korte termijn is er een (groot) tekort in het aanbod van kleinschalige bedrijfshuisvesting in het stadsdeel. Het tekort laat zich voelen in alle segmenten. Op korte termijn is dan ook een extra inspanning noodzakelijk om deze fysieke beperkingen weg te nemen. • Op middellange termijn ontstaan er meer mogelijkheden, maar deze zijn nog steeds beperkt. In het representatieve segment zullen deze tekorten zich het hardst laten voelen. Er is een extra inspanning vereist om dit milieu in het stadsdeel op de korte of middellange termijn te kunnen versterken. • In samenwerking met andere partijen zal er gewerkt worden aan het opzetten van een wijkontwikkelingsmaatschappij waardoor de sociaal-economische structuur van straten, buurten en wijken kan worden verbeterd. De nadruk ligt hierbij op het vasthouden en aantrekken van bedrijvigheid door op het snijvlak van overheid en markt te opereren. Het stadsdeel kan hiervoor het initiatief nemen waarbij door samenwerking met omliggende stadsdelen een breder draagvlak kan worden gerealiseerd. • Het mede ontwikkelen van een eenloketfunctie voor starters en doorstarters. Stadsdeel werkt hierin samen met andere partijen (gemeente Amsterdam, KvK, belastingdienst, banken, ondernemersvereniging, enz.) zowel met financiële als met personele inzet. • Het mede ontwikkelen van een (virtueel) kenniscentrum voor starters en doorstarters in samenwerking met onderwijsinstellingen (ROC, Hogeschool Amsterdam). De relatie met de eenloketfunctie ligt voor de hand. • Om de gevoelde discrepantie tussen vraag en aanbod weg te nemen kan op het niveau van ParkStad een bedrijfsruimtebank worden (mede)ontwikkeld. In samenwerking met de centrale stad en andere stadsdelen kan hiermee een servicegericht product aan ondernemers worden aangeboden. • Het opzetten van een website met een overzicht van het product en dienstenaanbod voor starters, potentiële vestigers en ondernemers van de het stadsdeel

Nieuw Sloten

Lelylaan

8.3

Uitwerking Overtoomse Veld Uitgangspunten voor Overtoomse Veld: • Overtoomse Veld speelt een belangrijke rol in de huisvesting van kleinschalige bedrijvigheid op met name de korte termijn. De mogelijkheden in de andere buurten van het stadsdeel zijn op de korte termijn te beperkt. • Voor kleinschalige bedrijvigheid biedt Overtoomse Veld een functioneel vestigingsmilieu. De in de wijk gevestigde bedrijvigheid is veelal kantoorachtig. • Gezien de omgevingskwaliteiten en de status binnen Grote Stedenbeleid en stedelijke vernieuwing is speciale aandacht voor starters in Overtoomse Veld gerechtvaardigd. • In Overtoomse Veld kan worden gestreefd naar het verbeteren van de positie van de ambachtelijke bedrijvigheid. De omgevingskwaliteit van Overtoomse Veld leent zich goed voor het faciliteren van het functionele milieu. De broedplaatsfunctie komt het best tot zijn recht in Overtoomse Veld. Ook de sociaaleconomische structuur van de wijk - waar een hoge werkloosheid samen gaat met de uitgesproken intentie om een eigen bedrijf te beginnen – rechtvaardigt het broedplaatsidee. Naast broedplaatsen voor startende bedrijvigheid, moet er in Overtoomse Veld ruimte zijn voor doorgroeimogelijkheden. Acties en programmatische uitwerking voor Overtoomse Veld: • Om de grote nood aan kleinschalige bedrijfshuisvesting op korte termijn te kunnen ledigen, kunnen door middel van functieverandering in de voormalige winkelplinten aan de Derkinderenstraat en de Jan Tooropstraat en mogelijk het August Allebéplein worden benut. Zodoende kan op snelle en relatief goedkope wijze ruimte voor het functionele segment worden gecreëerd. Het bestemmingsplan dient eventueel te worden aangepast om nieuwe functies op het gebied van persoonlijke dienstverlening, baliefuncties (eventueel gecombineerd met wonen) toe te laten. • Herontwikkelingslocaties kunnen op de middellange en lange termijn worden benut voor de doelgroep van dit gebied. Dit betekent dat er werklocaties aangeboden moeten worden die passen bij de mogelijkheden van de starters in het gebied: kleinschalige functionele bedrijfsruimte. Mogelijke locaties zijn hier het kantoorgebouw van De Key, het Quado-gebouw (hoek W. Roelofsstraat / M. Bauerstraat) en de schoolgebouwen aan de Postjesweg / Derkinderenstraat. Om voor de middellange termijn van ruimte verzekerd te zijn, zullen er al strategische claims moeten worden gelegd. In onder meer de projecten voor stedelijke vernieuwing zal dit nader moeten worden uitgewerkt. • Aanpassing van onderdelen van het huidige bestemmingsplan om functieverandering mogelijk te maken • Inzet vanuit (stedelijke) initiatieven om aantal en kwaliteit van starters en doorgroeiers te verbeteren (opleiding en training, digitale trapveldjes) • Samenwerking zoeken met marktpartijen voor de ontwikkeling van de genoemde bedrijfslocaties. • Inzet van subsidies of het opzetten van fondsen voor het reduceren van onrendabele top en/of andere financiële instrumenten zoals easy in – easy out contracten. Hierbij kunnen GSB-gelden ingebracht worden als startkapitaal. Co-financiering moet uit de markt worden gehaald. • Organiseren van een prijsvraag voor ‘het beste’ ondernemersplan. Hiermee wordt in Overtoomse Veld niet alleen het potentiële ondernemerschap naar boven gehaald maar wordt tevens een positief ondernemersimago van het stadsdeel neergezet.

8.4

Uitwerking Delflandpleinbuurt (inclusief Vlaardingenlaan) Uitgangspunten voor de Delflandpleinbuurt • De Delflandpleinbuurt biedt een divers vestigingsmilieu voor kleinschalige bedrijvigheid. Het milieu wordt overwegend bepaald door functionele kantoorruimte. Daarnaast heeft de buurt representatieve accenten. In bepaalde strips komen wat bedrijfsruimten voor, onder andere aan de Rijswijkstraat. Voor de kleinschalige bedrijvigheid kan hierop worden aangehaakt. • Het Delflandplein kan worden gepositioneerd als een representatief kantoormilieu. 52

• • •

Aan de zuidrand van de Delflandpleinbuurt (Vlaardingenlaan) is ruimte om in te zetten op het representatieve bedrijfsruimtesegment. Door haar ligging ten opzichte van de telecommunicatie-infrastructuur is de Delflandpleinbuurt een geschikte locatie voor het faciliteren van kleinschalige ICT-bedrijvigheid. De bestaande strip kleinschalige bedrijfshuisvesting aan de Rijswijkstraat dient in bescherming te worden genomen.

Acties en programmatische uitwerking voor de Delflandpleinbuurt: • Op korte termijn biedt de Delflandpleinbuurt weinig mogelijkheden. Ingezet kan worden op het toevoegen representatieve elementen aan de zuidzijde van de Delflandpleinbuurt (Vlaardingenlaan, aansluiting met RID-gebied). Hierbij kan worden gedacht aan representatieve bedrijfsruimten of kantoorvilla’s. • Op korte termijn dient ingezet te worden op bescherming van de bestaande waarden: de strip kleinschalige bedrijfshuisvesting aan de Rijswijkstraat en de rol van de bestaande voorraad voor het kleinschalige functionele kantoorsegment. • Kansen voor de ICT-bedrijvigheid en kleinschalige hoogwaardige dienstverleners. Om deze doelgroep te accommoderen kan een bedrijfsverzamelgebouw worden ontwikkeld. • Vooral faciliterende rol van het stadsdeel, ruimte geven aan initiatieven vanuit de markt door het toepassen van flexibele bestemmingsplannen. • Daarnaast kan het stadsdeel een bijdrage leveren aan een goed werk- en woonklimaat door oplossingen aan te reiken voor overlast vermindering van het parkeren en actief in te zetten op schoon, heel en veilig activiteiten (o.a. Rijswijkstraat). (Bijvoorbeeld meer parkeerwachten) 8.5 Uitwerking Staalmanpleinbuurt Uitgangspunten voor de Staalmanpleinbuurt: • De Staalmanpleinbuurt biedt ontwikkelingsmogelijkheden voor kleinschalige bedrijvigheid in een lage huurprijsklasse en een daaraan gekoppeld kwaliteitsniveau. • De bestaande strips kleinschalige bedrijfshuisvesting aan Ottho Heldringstraat en J. Reynvaanstraat dienen te worden beschermd. • Ontwikkeling van nieuwe functies in de Staalmanpleinbuurt verdienen een zorgvuldige inpassing. De milieutypering in de Staalmanpleinbuurt komt sterk overeen met die van Overtoomse Veld. Voor de Staalmanpleinbuurt kan het best worden gestreefd naar het bieden van ruimte voor het minder draagkrachtige bedrijfssegment in Slotervaart / Overtoomse Veld. Met name het segment functionele bedrijfsruimten kan mogelijk een plaats krijgen in deze wijk. Staalmanpleinbuurt heeft ruimtelijk gezien een aantal mogelijkheden om het bedrijfsruimte segment te faciliteren. Acties en programmatische uitwerking voor de Staalmanpleinbuurt: • Prioriteit in de Staalmanpleinbuurt ligt bij handhaving en functieverandering. Op korte termijn zijn de mogelijkheden echter beperkt. Op bepaalde projecten kan waar mogelijk worden ingezet op versnelling. • Op korte termijn liggen de inspanningen bij bescherming van de bestaande strips in de J. Reynvaanstraat en O. Heldringstraat. • Op middellange en lange termijn komen functieverandering van het Staalmanplein en nieuwbouw aan de O. Heldringstraat in beeld. De functieverandering aan het Staalmanplein zelf kan op twee manieren worden vormgegeven: a. als overloop voor het Ziekenhuis Slotervaart een hieraan gerelateerde branchering ontwikkelen: ondersteunende para-medische voorzieningen en horecagelegenheden, b. inzetten op bestaande (maar geringe) aanwezigheid van ambachtelijke bedrijvigheid (klussenbedrijven, loodgietersbedrijven, electriciens, enz.). Het stadsdeel dient voor dit gebied een keuze te maken. Indien wordt gekozen voor functieverandering dienen vraag en aanbod actief bij elkaar te worden gebracht en het ondernemersnetwerk te worden georganiseerd. • Mogelijkheden voor woonwerkeenheden van het type woning aan bedrijfshal. Diverse locaties in de buurt moeten hiervoor worden aangewezen. • Nieuwbouw alleen bij goede ruimtelijke inpassing en wanneer gericht op het functionele segment, dus in een lage huurprijsklasse en zonder franje. De nieuwbouwlocaties niet solitair laten ontwikkelen maar uitruilmogelijkheden presenteren aan o.a. bewonersorganisaties (groen voor 53

rood). Met name voor nieuw te ontwikkelen locaties aan de Ottho Heldringstraat zal een integraal plan moeten worden opgesteld. 8.6 Uitwerking Lelylaan en Koningin Wilhelminaplein Uitgangspunten voor Lelylaan en Koningin Wilhelminaplein • Het Koningin Wilhelminaplein biedt een representatief vestigingsmilieu voor kantoorachtige bedrijvigheid. • Lelylaan biedt op lange termijn een representatief vestigingsmilieu voor kantoorachtige bedrijvigheid, ook geschikt voor kleinschalige bedrijvigheid uit dit segment. Lelylaan wordt een nieuw hoog stedelijk milieu in Nieuw West. De uitstraling van Lelylaan wordt grootstedelijk en stadsdeeloverschrijdend. Voor wat betreft vestigingsmilieu zit Lelylaan in hetzelfde segment als het Koningin Wilhelminaplein en vormt zodoende een clustering van representatieve kantoorlocaties. Acties voor Lelylaan en Koningin Wilhelminaplein: • Om het representatieve kantoorsegment te kunnen bedienen moet worden gekeken naar versnellingsmogelijkheden voor de ontwikkeling van een multi-tenant gebouw rond station Lelylaan met kleine units in het hoge segment en een huurprijs van 400 gulden per m2 of meer. Hierbij kunnen ook gebouwen die voor een groot deel zijn verhuurd, worden aangewend om de ruimtebehoefte van het kleinschalige representatieve kantoorsegment te vervullen. • Mogelijkheden onderzoeken voor nieuw te ontwikkelen onderwijscluster voor de thema's vrije tijd en werkgelegenheid • Opzetten van een voorzieningenniveau (winkels, horeca) rondom de stationslocatie en in de strips van het nieuw te ontwikkelen multi-tenant gebouw. Enge plekken rondom de stationslocatie worden op deze manier weggehaald en het gebied krijgt een levendiger karakter ook na 18.00 uur. • Onderzoeken van de mogelijkheden voor de Andreaslocatie positioneren in de markt als een cluster voor hedendaagse kunst / cultuur / internet / media initiatieven en bedrijven. De brugfunctie tussen oude en nieuwe stad blijft op deze wijze gewaarborgd. Tevens kunnen ook op deze locatie woonwerkplekken worden ontwikkeld. De overheid (centrale stad, stadsdeel, ParkStad) heeft een stimulerende (dus actieve) rol op het gebied van concept- en netwerkontwikkeling. Dit bestaat o.a. uit het vormen van een consortium voor het ontwikkelen van de locatie waarin marktpartijen (projectontwikkelaars / beleggers), toekomstige gebruikers en overige relevante partijen betrokken zijn.

8.7

Uitwerking Nieuw Sloten Uitgangspunten voor Nieuw Sloten • In Nieuw Sloten vervult het stadsdeel een faciliterende rol. • Nieuw Sloten biedt een bijzonder ondernemersklimaat. Ondanks het ontbreken van werklocaties, biedt deze wijk één van de hoogste concentraties kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. Dit bijzondere ondernemersmilieu dat in de afgelopen jaren is ontstaan in Nieuw Sloten moet voor de komende jaren worden beschermd. • Zoeken naar ruimte voor doorgroeiende ondernemer uit de wijk. Om deze ruimte te kunnen bieden moeten ontwikkelingen in de wijk worden gepositioneerd op het snijvlak tussen het functionele / representatieve kantoorsegment. Nieuw Sloten neemt een speciale positie in het stadsdeel. De opgave in Nieuw Sloten is niet het positioneren van de wijk in een stadsdeelbreed beleid voor kleinschalige bedrijvigheid, maar puur het faciliteren van de autonome uit de wijk afkomstige vraag. De vraag komt met name van doorgroeiers uit de wijk, die graag in de buurt van de huidige woonwerkplek een nieuwe ruimte voor hun bedrijf willen vinden. Voor zover bekend zijn daar in Nieuw Sloten momenteel en in de nabije toekomst echter geen mogelijkheden voor. Acties en programmatische uitwerking voor Nieuw Sloten: 54

• •

Het wegnemen van de gevoelde fysieke knelpunten in Nieuw Sloten kan op twee manieren vorm krijgen: 1. Aansluitend bij en versterkend voor het karakter van de wijk kan worden gezocht naar ruimte voor woon/werk eenheden. 2. Voor de doorgroeiende ondernemer zijn op korte termijn minder mogelijkheden in deze wijk. Op de middellange termijn komen de zogenaamde schoolkantoren aan de Sloterzoom beschikbaar als bedrijfshuisvesting. Deze 6.000m2 kan als een representatief multi-tenant gebouw worden verhuurd of verkocht aan de doorstromende ondernemer uit de wijk. Ruimte zoeken voor een functioneel/representatief multi-tenant gebouw voor bedrijven uit de wijk. Doorstromende bedrijven uit de wijk zouden voorrang kunnen krijgen bij vestiging in het verzamelgebouw. Tegengaan van een belemmerende werking van de woningontrekkingsverordening voor de broedplaatsfunctie die Nieuw Sloten vervult. Op deze wijze kan ook de in de markt aanwezige latente behoefte aan woonwerkcombinaties worden opgevangen in de bestaande woningvoorraad van Nieuw Sloten. Gezien het hoogkwalitatief karakter van de bedrijvigheid (zowel startend als gevestigd) is samenwerking (netwerkontwikkeling!!!) met een kennisinstelling nuttig.

8.8

RID-gebied noordoostkwadrant Uitgangspunten voor RID-gebied noordoostkwadrant • De noordoostkwadrant vervult momenteel een beperkte rol voor de kleinschalige bedrijvigheid en de bouwplannen spelen pas op lange termijn. • Op de korte en middellange termijn waar de ruimtenood het hoogst is, speelt het noordoostkwadrant een beperkte rol voor het kleinschalige segment. • De plannen voor de noordoostkwadrant zijn een strategische voorraad voor het representatieve segment. Het stadsdeel treedt hier faciliterend op. Acties en programmatische uitwerking noordoostkwadrant • Vanwege de beperkte rol die het noordoostkwadrant speelt op de korte en middellange termijn is de beleidsaandacht vooralsnog beperkt. De planvoorraad in het noordoostkwadrant moet voor de lange termijn worden beschermd als strategische voorraad. Op termijn kan een deel van de voorraad worden aangewend voor het opvangen van de behoefte aan kleinschalige bedrijfs- en kantoorruimte in het representatieve segment.

55

56

BIJLAGEN

BIJLAGE I - WOON-WERKTYPOLOGIE (BRON: KOLPRON CONSULTANTS) Verschijningsvorm Woning op erf Functioneel Bedrijfsruimte Doelgroepen Agrarische bedrijven Industrie Handel Handel Transport Bouw & opslag Kleinschalige handel Reparatie Stadsdistributie Detailhandel (horeca) publieksgerichte dienstverlening, medische en paramedische diensten zakelijke, financiële en overige dienstverlening zelfstandigen in dienstverlening met lage bezoekintensiteit telewerker Belangrijkste vestigingsplaatsfactoren - ruimte/grondkwaliteit/agrarische sector bepalingen en kwaliteit in regio - ruimte, bereikbaarheid, arbeidspotentieel - ruimte, bereikbaarheid, zichtbaarheid - ruimte, bereikbaarheid, zichtbaarheid - idem - idem - bereikbaarheid auto, parkeren - idem - idem - publieksvriendelijk milieu, bronpunt c.q. winkelconcentratie, bereikbaarheid auto en ov, parkeren - idem - woonmilieu, publieksvriendelijk milieu, representativiteit, nabijheid potentiële klanten. - bereikbaarheid auto en ov, parkeren, representativiteit, zichtbaarheid, nabijheid potentiële klanten, woonmilieu. - woonmilieu, bereikbaarheid auto, parkeren

Woning voor hal

Bedrijfsruimte

Woning aan Bedrijfsruimte

Bedrijfsruimte

Winkel Ontvangstfunctie

Kantoor

Werkruimte inpandig in woning

Kantoor als uitvalsbasis Werkplek thuis

- woonmilieu, bereikbaarheid auto en ov, parkeren

BIJLAGE 2 – SPREIDING KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID

Overtoomse Veld Zuid

KW-Plein

Staalmanplein/ Johan Huizingalaan Nieuw Sloten Delflandplein

BIJLAGE 3 – HUIDIGE BRANCHERING PER BUURT Figuur 3 - Branchering kleinschalige bedrijvigheid Overtoomse Veld

overige dienstverlening politiek, cultuur, sport gezondheids- en welzijnszorg onderwijs zakelijke dienstverlening financiele instellingen vervoer groothandel rep. en handel in motorvoertuigen uitgeverijen, drukkerijen textiel en textielproducten voedings- en genotmiddelen

excl. fashion incl. fashion

0

5

10

15

20

De grootste branche in Overtoomse Veld is de groothandel. Deze branche wordt met name bepaald door het fashion-cluster op het Koningin Wilhelminaplein. Aan de zuidzijde grenst de wijk Overtoomse Veld aan het Koningin Wilhelminaplein. De tweede belangrijke branche is de zakelijke dienstverlening. Deze branche is zeer divers in Overtoomse Veld. De zakelijke dienstverlening bevat baliefuncties, adviesbureaus en lokaal verzorgende dienstverlening. De aard van de kleinschalige bedrijvigheid in Overtoomse Veld is kantoorachtig en functioneel. Figuur 4 - Branchering kleinschalige bedrijvigheid KW Plein

gezondheids- en welzijnszorg

onroerend goed

post en telecommunicatie

excl. fashion
groothandel

incl. fashion

chemische producten

textiel en textielproducten

0

25

50

75

100 125 150 175 200 225

De kleinschalige bedrijvigheid op het KW Plein bestaat voornamelijk uit groothandelsbedrijven. De meeste van de groothandelsbedrijven behoren tot het fashioncluster. De overige groothandelsbedrijven zijn in veel gevallen geregistreerd onder een algemene noemer en de kans is groot dat een groot deel daarvan ook tot de fashiongroothandel behoort. Toch zijn er aan het Koningin Wilhelminaplein ook veel bedrijven gevestigd die niet tot het fashioncluster behoren. Met name in de zakelijke dienstverlening zijn er een aantal adviesbureaus en ICT bedrijven gevestigd aan het KW Plein. Figuur 5 - Branchering kleinschalige bedrijvigheid Delflandpleinbuurt

politiek, cultuur, sport

zakelijke dienstverlening

verzekeringswezen

vervoer

incl. fashion excl. fashion

groothandel

uitgeverijen, drukkerijen

voedings- en genotmiddelen

0

5

10

15

20

25

30

De tweede grote concentratie kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld is de Delflandpleinbuurt. De clustering in de Delflandpleinbuurt is in hoge mate aanbod gestuurd. In de Delflandpleinbuurt is ook de Rijswijkstraat gelegen. Deze straat is aangewezen als conserveringsgebied in de Nota Kleinschalige Bedrijvigheid van de gemeente Amsterdam. De grootste sector in de Delflandpleinbuurt is de zakelijke dienstverlening. Ruim 75% van de zakelijke dienstverleners in de Delflandpleinbuurt zijn adviesbureaus, daarnaast zijn er een aantal reclame en grafische bedrijven en enkele bedrijven met een baliefunctie. Door haar ligging nabij het Koningin Wilhelminaplein in combinatie met een professioneel werkmilieu is er in de Delflandpleinbuurt ook een groot aantal bedrijven uit het fashioncluster gevestigd. De ambachtelijke bedrijvigheid is nauwelijks vertegenwoordigd in de Delflandpleinbuurt.

Figuur 6 - Branchering kleinschalige bedrijvigheid Staalmanpleinbuurt

overige dienstverlening gezondheids- en welzijnszorg zakelijke dienstverlening verzekeringswezen vervoer

excl. fashion
groothandel rep. en handel in motorvoertuigen bouwnijverheid hout, papier, glas en med. app. uitgeverijen, drukkerijen

incl. fashion

0

2

4

6

8

10

12

14

De 36 kleinschalige bedrijven in de Staalmanpleinbuurt hebben een gemengde samenstelling. De grootste branche – de zakelijke dienstverlening – heeft geen duidelijk karakter. Er zitten lokaal verzorgende bedrijven, wat baliefuncties en een aantal advies/ICT bedrijven. Ook in de Staalmanpleinbuurt is de ambachtelijke bedrijvigheid weinig vertegenwoordigd. De bedrijven in de Staalmanpleinbuurt bevinden zich allemaal in het functionele segment.

Figuur 7 - Branchering Kleinschalige Bedrijvigheid Nieuw Sloten

overige dienstverlening politiek, cultuur, sport gezondheids- en welzijnszorg onderwijs zakelijke dienstverlening verzekeringswezen financiele instellingen post en telecommunicatie vervoer groothandel bouwnijverheid hout, papier, glas en med. app. metalen en machines

excl. fashion incl. fashion

0

5

10

15

20

25

30

35

Ondanks het ontbreken van een duidelijke werklocatie is Nieuw Sloten met 108 kleinschalige bedrijven, na het Koningin Wilhelminaplein, de tweede buurt in het stadsdeel. De grootste branche in Nieuw Sloten is de zakelijke dienstverlening. De belangrijkste sectoren in de zakelijke dienstverlening zijn ICT-bedrijven, grafische bedrijven en adviesbureaus. Opvallend is dat baliebedrijven nauwelijks aanwezig zijn in Nieuw Sloten. De overige belangrijke branches zijn vervoer met hoofdzakelijk taxibedrijven en de groothandel.

BIJLAGE 4 – INITIATIEVEN VOOR STARTERS In de onderstaande bijlage is een overzicht gegeven van een aantal van de initiatieven die zijn genomen in Amsterdam ten behoeve van starters. Het overzicht is niet uitputtend, maar geeft wel een goed overzicht over wat er gebeurt op dit gebied. Starterscentrum West Starterscentrum-West heeft als doel om de bedrijvigheid in de zeven westelijke stadsdelen te stimuleren. Men biedt faciliteiten voor starters zoals individuele begeleiding, coaching en groepsbegeleiding. Ook een goede doorverwijzing en/of ondersteuning van starters bij banken behoort tot de mogelijkheden. Internetsite: NB Kamer van Koophandel De Kamer van Koophandel geeft informatie en voorlichting voor starters en gevestigde bedrijven en verzorgt de inschrijvingen van nieuwe bedrijven. De Kamer van Koophandel biedt ook cursussen voor startende ondernemers. Zij biedt bijvoorbeeld het Startpunt Eigen Bedrijf waar het ondernemersplan wordt behandeld en de cursus Succesvol Ondernemen speciaal voor startende ondernemers. De startersbalie en startersadviseur van de Kamer van Koophandel geven informatie en begeleiding omtrent de te kiezen ondernemersvorm, ondernemingsplan en inschrijving bij de KvK. Internetsite www.kvk.nl Servicedesk Bedrijfsvestiging Amsterdam De Servicedesk Bedrijfsvestiging Amsterdam is het ondernemersloket van de gemeente Amsterdam gevestigd bij Economische Zaken en aanvullend op de service van de KvK (informatie over huisvesting, subsidies, begeleidingsmogelijkheden en doorverwijzing). De Servicedesk Amsterdam maakt de (door)startende ondernemer wegwijs in de vele mogelijkheden die er zijn voor de startende ondernemer. De Servicedesk is een intermediair, maar vervult zelf geen stimulerende rol. Internetsite www.sba.amsterdam.nl Bureau Zelfstandigen Stichting Nieuwe Bedrijvigheid: doel is om 30 nieuwe bedrijven in de markt te zetten. Vooral gericht op de hogere startersmarkt Commerciële dienstverleners Er zijn verschillende commerciële dienstverleners actief zoals banken (vaak ook met een startersbalie) en adviesbureau’s die zich richten op starters. Deze dienstverleners richten zich veelal op initiatieven in het hogere segment met een grote slaagkans.

BIJLAGE 5 – WORKSHOP KLEINSCHALIGE BEDRIJVIGHEID Op woensdag 20 september 2000 heeft het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld samen met Kolpron Consultants een workshop georganiseerd over kleinschalige bedrijvigheid in het stadsdeel. De workshop is een onderdeel de nota kleinschalige bedrijvigheid die in opdracht van het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld wordt opgesteld door Kolpron Consultants. Aan de workshop is deelgenomen door medewerkers van het stadsdeel en een aantal externen die direct betrokken zijn bij kleinschalige bedrijvigheid in Amsterdam. Het doel van de workshop was het verkrijgen van inzicht in de wensen, eisen en verwachtingen die leven bij de sectorspecialisten en gebiedsdeskundigen uit stadsdeel ten aanzien van kleinschalige bedrijvigheid. Deze verschillende invalshoeken op kleinschalige bedrijvigheid worden gebundeld door Kolpron en gebruikt als input voor de nota. Het onderliggende document is een verslag van de workshop. Gebiedsgerichte werkgroepen In gebiedsgerichte werkgroepen is gebrainstormd over de mogelijkheden en randvoorwaarden voor kleinschalige bedrijvigheid in de aandachtsgebieden. Op basis van drie criteria zijn de aandachtsgebieden voor kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld geselecteerd. Deze criteria zijn: beleidsaandachtsgebieden; concentratie kleinschalige bedrijven; potentiële herontwikkelingslocaties. Op basis van deze drie criteria zijn de gebiedsgerichte werkgroepen samengesteld aan de hand van de wijken Overtoomse Veld, Lelylaan, Delflandpleinbuurt / Staalmanpleinbuurt en Nieuw Sloten. Algemene uitgangspunten De werkgroep Delflandpleinbuurt / Staalmanpleinbuurt heeft zich gebogen over de kansen van ICTsector voor het stadsdeel. Zij kwam tot de conclusie dat de grootschalige bedrijven uit de sector in Zuidoost het best tot hun recht komen en dat de kleinschalige sector een kans vormt voor de Westelijke Tuinsteden. De werkgroep ziet in de Delflandpleinbuurt mogelijkheden voor de ontwikkeling van een ICT-cluster. Als concept kan gedacht worden aan ‘Plug and Go’-constructies. Gewezen werd op de mogelijke wisselwerking tussen kleinschalige bedrijvigheid en de aanwezige sociale zekerheidssector (GAK) in het stadsdeel. De werkgroep van Nieuw Sloten bracht een onderscheid aan in de handelingsmogelijkheden door de overheid met betrekking tot faciliteren en stimuleren. Stimuleren is een actievere vorm van beleid voor kleinschalige bedrijvigheid dan faciliteren. Stimulering is een beleid dat het stadsdeel kan voeren bij erkende probleembuurten en facilitering bij buurten met bedrijven met een redelijke mate van zelfredzaamheid. Facilitering past beter bij de problematiek van Nieuw Sloten dan stimulering. Stimulering is een beleid dat beter past bij Overtoomse Veld. De werkgroep Nieuw Sloten ziet in het bestemmingsplan als een belangrijk middel om de problematiek van ruimtegebrek voor kleinschalige bedrijvigheid het hoofd te bieden. Als mogelijkheden om bestemmingsplannen aan te passen aan de problematiek voor de kleinschalige bedrijvigheid werden genoemd: het opstellen van flexibele bestemmingsplannen, met uitzondering van sociale woningbouw; het ophogen van het percentage woningen dat mag worden onttrokken; het invoeren van een nieuwe categorie bestemmingen: de combinatie woon/werk; het herijken van de woningonttrekkingsverordening. Overtoomse Veld Het beleid voor kleinschalige bedrijvigheid van het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld moet zijn gericht op de bedrijven uit het stadsdeel zelf en eventueel op bedrijven uit Nieuw West.

De stelling dat er meer kleinschalige bedrijvigheid in Overtoomse Veld kan komen werd onderschreven door de werkgroep. Zowel de fysieke ruimte als de markpotentie werd positief beoordeeld door de werkgroep. De fysieke ruimte kan worden gevonden in nieuwbouw, herontwikkeling en de plinten. De bestemming van plinten vraagt doorgaans om een speciale stedenbouwkundige aandacht. Voor concrete locaties kan worden gedacht aan de scholenlocaties, Jan Tooropstraat en de A-10 strook. Geadviseerd werd om de woningcorporaties bij het traject te betrekken als gebiedsontwikkelaar. Men ziet weinig meerwaarde in de ontwikkeling van een specifiek allochtonen ondernemerscentrum, tenzij het blijkt dat de behoefte in deze groep zeer groot. De kleinschalige bedrijfshuisvestingsproblematiek is namelijk breder van aard en zoek de oplossing daarom in een centrum voor een mix van allochtone en autochtone ondernemers. De belangrijkste randvoorwaarde die werd meegegeven door de werkgroep is de aandacht voor de veiligheid in de wijk. Lelylaan Lelylaan is het centrum van het stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld. De centrumfunctie van de Lelylaan rechtvaardigt geen invulling met (ambachtelijke) kleinschalige bedrijvigheid. Het speerpunt voor Lelylaan moet liggen bij (grootschalige) kantoren en voorzieningen. De werkgroep was hier heel duidelijk in: voor wat betreft de functie werken is het ambitieniveau is (grootschalige) kantoren. In de randen van het gebied Lelylaan worden wel mogelijkheden gezien voor ambachtelijke kleinschalige bedrijvigheid. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan bedrijfjes in de plint aan de Johan Jongkindstraat of een bedrijfsverzamelgebouw. In het hoogwaardige segment worden wel mogelijkheden gezien aan de Lelylaan. Als voorbeelden hiervoor worden aangedragen het ontwikkelen van het Andreasziekenhuis als een bedrijfsverzamelgebouw met een huurniveau van 400 gulden per m2 en ontwikkeling van kleine (gerelateerde) bedrijfjes in het ROCA. De voornaamste randvoorwaarde waaraan moet worden voldaan is levendigheid. Dit geldt voor het gehele Lelylaangebied. Het profiel van de kleinschalige bedrijvigheid die zich vestigt aan de Lelylaan moet in ieder geval passen binnen het streven naar levendigheid. De werkgroep plaatst vraagtekens bij het feit of kleinschalige bedrijvigheid wel voor de nagestreefde levendigheid kan zorgen. Nieuw Sloten Doorstarters verdienen speciale aandacht in Nieuw Sloten. De behoefte onder de doorstarters blijkt zeer groot in Nieuw Sloten. Veel ondernemers zijn gestart in hun woning en blijken nu toe te zijn aan de volgende stap hun bedrijfscarrière, welke niet te verwezenlijken blijkt in de huidige huisvesting. Omdat makelaars doorgaans niet geïnteresseerd blijken te zijn in kleinste bedrijfsunits is deze markt zeer ondoorzichtig; ook voor starters en doorstarters. Het opzetten van een pandenbank voor panden kleiner dan 100m2 werd hier als mogelijkheid genoemd. Een bedrijfsverzamelgebouw in Nieuw Sloten wordt als nuttig ervaren, maar er zijn vragen over de levensloop van een bedrijf. Wat zijn de huisvestingswensen van een starter en een doorstarter, welke eisen stelt dit aan het vastgoed en welke doelgroep moet worden bediend met het bedrijfsverzamelgebouw? Delflandplein / Staalmanplein De zoekruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in de Delflandpleinbuurt en Staalmanpleinbuurt zal met name worden gevonden in de plinten. Ten aanzien van een plintonwikkeling heeft de werkgroep wel een aantal aandachtspunten: Voor bedrijfsruimten moet de hoogte mogelijk worden aangepast; Men moet voorzichtigheid in acht nemen met de onttrekking van winkelruimten; De mogelijkheid voor sociale en culturele activiteiten in de plinten moet niet worden uitgesloten.

De werkgroep ziet mogelijkheden voor plintontwikkeling in: Rijswijkstraat (Delflandpleinbuurt); Voorburgstraat (Delflandpleinbuurt); Vlaardingenlaan (Delflandpleinbuurt); Johan Huizingalaan (Staalmanpleinbuurt). Ten aanzien van de ambachtelijke bedrijvigheid werd door de werkgroep geconstateerd dat er voor deze sector een groot tekort aan ruimte is in het stadsdeel. Omtrent de zoekruimte voor het ambachtelijke segment kwam de werkgroep tot de volgende conclusies: niet op Delflandplein in Staalmanpleinbuurt wellicht Als belangrijke randvoorwaarde geeft de werkgroep mee dat de initiatieven / samenwerking / begeleiding moeten plaatsvinden op stadsdeelniveau en niet buurtniveau. Op stadsdeelniveau is men beter in staat om: Pogen om ruimte te creëren voor starters / doorstarters; Vraag / aanbod in contact brengen. Vervolgtraject De resultaten van de workshop worden door Kolpron Consultants meegenomen bij het opstellen van de nota Kleinschalige Bedrijvigheid. De resultaten worden gecombineerd met analyses van beleid en vestigingsstructuur en gesprekken met specialisten op het gebied van kleinschalige bedrijvigheid, politieke en ambtelijke vertegenwoordigers uit het stadsdeel, marktpartijen en bewonersorganisaties. De combinatie van deze drie bronnen leidt tot de nota Kleinschalige Bedrijvigheid, die de deelnemers aan de workshop uiteindelijk krijgen toegestuurd. Lijst met deelnemers aan workshop 20 september 2000 Kamer van Koophandel Amsterdam, R. Hoving Starterscentrum West, M. Voigt Rabobank Amsterdam, MKB-Partners, E. van den Bosch Economische Zaken Amsterdam, H. Duimelaar Friedeberg Consultancy, E. Friedeberg Kolpron Consultants BV, de heer P. Smolders Kolpron Consultants BV, de heer T. Jansen stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, portefeuillehouder, O. Peer stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld , Economische Zaken, A. Groot stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, Economische Zaken, I. de Roos stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, project Delflandpleinbuurt, E. van Vondel stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, project Lelylaan, R. Broekmeulen stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, project Lelylaan, F. van der Burght stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, project Overtoomse veld Zuid, J. Gerbscheid stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, project Overtoomse veld Noord, N. Koers stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, afdeling Ruimtelijke Ordening en Verkeer, L. Smit stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, afdeling Ruimtelijke Ordening en Verkeer, R. Luca stadsdeel Slotervaart- Overtoomse Veld, afdeling Ruimtelijke Ordening en Verkeer, M. Wolters

BIJLAGE 6: GEINTERVIEWDE PERSONEN 1. W.V. van Coeverden en Van Teeseling, INOG onroerend goed BV 2. Mevr. M. Voigt, Starterscentrum West 3. Dhr Nijhuis, projectontwikkelaar, Holland Housing Corporation, 4. Dhr G. Sutmuller, Bureau ParkStad 5. Dhr Kreek, Platform Staalmanpleinbuurt, (bewonersorganisatie) 6. Dhr Rijkenberg, Groen Links 7. Dhr T. Heijdra, Eigenwijks 8. Mevr. Van Melle, bewonersorganisatie Delflandplein 9. Dhr G. Van de Vlught, Prosperity 10. Dhr Buiter, VVD 11. Dhr Rademaker, CDA

BIJLAGE 7 – GERAADPLEEGDE BRONNEN • • • • • • • • • • • • • Boer Hartog Hooft, Onderzoek naar (afzet)mogelijkheden bedrijfshuisvesting, 2000 Buck Consultants, Marktverkenning economische fucnties Delflandplein, augustus 2000 Bureau ParkStad, Richting Nieuw West. De hoofdlijnen voor de vernieuwing, januari 2000 Decisio, Van Tuinstad naar Werkstad. Economische ontwikkelingsvisie Westelijke Tuinsteden, maart 1999 Gemeente Amsterdam, Nota Kleinschalige Bedrijfshuisvesting, december 1999 Gemeente Amsterdam, Actieprogramma Economische Structuur II. Naar een complete en weerbare stadseconomie, mei 1999 Jeurissen, Kleinschalige bedrijvigheid in Slotervaart / Overtoomse Veld, 1999 Kamer van Koophandel, Het ARRA-bestand, Bedrijfsvestigingenbestand Slotervaart / Overtoomse Veld, mei 2000 Kolpron Consultants, Inventarisatiedocument Economische Structuur, september 1999 Kolpron Consultants, SWOT & beleidsaanbevelingen voor de economische structuur van Slotervaart / Overtoomse Veld, september 1999 Seinpost, Starters Vastgoed(organisatie) Amsterdam, Naar meer ruimte voor kleinschalig ondernemerschap, oktober 2000 Stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld, Structuurvisie Parkstad, 1998 Stadsdeel Slotervaart / Overtoomse Veld, Nota van Uitgangspunten Lelylaan, juli 1999