Uitvoeringsnotitie ‘Creatieve Industrie’ in Limburg

15 november 2005
"It is the function of creative man to perceive and to connect the seemingly unconnected." (William Plomer)

Anno 2005 hebben internationale steden als Londen, Milaan, San Francisco, Lille, en Manchester allang het stempel ‘creative city’ gekregen. Ook in Nederland zijn diverse voorbeelden te noemen (o.a. Amsterdam en Eindhoven) die de benaming claimen en andere steden volgen snel. De minsteries van OC&W en EZ komen in het najaar zelfs met een gezamenlijke notitie over de relatie tussen Cultuur en Economie (waar voor het gemak creatieve industrie ook onder wordt verstaan) en zelfs het Innovatieplatform heeft de creatieve industrie als ‘sleutelgebied’ bestempeld. Waar hebben we het precies over, hoe verhouden zich de diverse benamingen tot elkaar en wat is de betekenis voor Limburg van de creatieve industrie? Beknopte samenvatting Het begrip creatieve industrie dwingt om op een andere manier naar de ontwikkeling van onze (kennis)economie te kijken. Economische ontwikkeling bekeken vanuit een ‘creatief paradigma’ brengt de samenhang in kaart tussen cultuur en economie. Het benadrukt de dwarsverbanden, de mogelijkheden voor vernieuwing en het realiseren van onderscheidende spin-offs in de samenwerking. Het is echter ook zaak om het begrip vooral met nuchterheid en concreetheid te benaderen. Er is veel in abstractie over geschreven, maar over de beschikbare resultaten van landelijke en internationale projecten is nog weinig bekend. Deze notitie geeft de speerpunten en activiteiten aan die Limburg wil ontplooien op het gebied van de creatieve industrie. De notitie is de beleidsmatige reactie van het TNO-rapport (kwantitatieve analyse) en de Trébuchet-rapportage (kwalitatieve analyse), en speelt actief in op de gezamenlijke beleidsbrief (‘Ons Creatief Vermogen’) van de ministeries OC&W en EZ die op 14 oktober 2005 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Voor Limburg ligt de kracht en het onderscheidend vermogen om vorm te geven aan ‘creatieve industrie’ vooral in de bundeling en koppeling van initiatieven (‘crossovers’) en in de omgeving om ons heen (de euregionale dimensie). Voor de korte termijn worden concrete projecten geformuleerd waarbij de rol van de Provincie vooral ligt op het bij elkaar brengen van partijen, het leggen van koppelingen met de internationale context, en het bundelen en breder uitdragen van initiatieven. Voor de lange termijn gaat het om investeringen die een cultuuromslag teweegbrengen, die steden laten bruisen, waar jonge mensen hun ambities kunnen ontwikkelen en die Limburg op de kaart zetten als vernieuwend, lef tonend, en initiatiefrijk. Waarom deze notitie? In de afgelopen 2 jaar is er veel tijd geïnvesteerd om vooral bij het Rijk de aandacht te leggen op het belang van de creatieve industrie. Limburg heeft daarvoor uitstekende kaarten en zowel vanuit Limburg als binnen de Alliantie Zuid-Nederland is herhaaldelijk aangedrongen en zijn afgespraken gemaakt in het Cultuurconvenant Zuid-Nederland 2005-2008 met de staatssecretaris van OC&W om op het gebied van de creatieve industrie (pilot)projecten op te zetten.

In de GS-vergadering van 3 mei 2005 (bij de behandeling van de op te stellen Beleidssignalementen in 1 2005 door de afdeling Kennis en Strategie) is vastgesteld dat het begrip ‘creatieve industrie’ diverse raakvlakken heeft met het huidige provinciaal beleid. Om inzichtelijk te maken wat er precies met het - in de laatste paar jaar in de mode geraakte - begrip bedoeld wordt, waar de dwarsverbanden liggen, en wat de potenties voor onze provincie zijn, ligt deze notitie voor. In april 2005 presenteerde TNO in opdracht van Tripool en de Provincie Limburg een rapport2 aan de colleges van B&W van Maastricht, SittardGeleen en Heerlen (de zogenaamde ‘Tripool’) en de Provincie Limburg, dat de omvang (kwantitatief) van de creatieve industrie in Zuid-Limburg in kaart brengt. In het jaarlijkse Limburg In Cijfers 2005 zijn recentelijk ook cijfers gepubliceerd over de creatieve sector in heel Limburg. Tevens is gebruik gemaakt van de recente rapportage (oktober 2005) van het bedrijf Trébuchet. Zij hebben in opdracht van de Provincie Limburg een kwalitatieve analyse gemaakt van creatieve industrie in Limburg. In de notitie wordt hier - naast andere bronnen - gebruik van gemaakt. Deze notitie heeft een uitvoeringsgericht karakter en geeft de hoofdlijnen en projecten aan van de creatieve industrie in Limburg. De brede strategische kaders zijn vastgelegd in de Versnellingsagenda / Innovatieagenda TTR-ZON en de nota BewustCultuurBewust. Er is geprobeerd om zo concreet mogelijk projecten en projectvoornemens in de notitie te integreren. Enerzijds om te laten zien dat er al diverse activiteiten lopen waar we als Provincie op (kunnen) aansluiten, en anderzijds om gericht invulling te geven aan de wensen en ambitities die het veld zelf naar voren brengt (zie o.a. de Trébuchetrapportage). De al dan niet kansen, prioritaire keuzes en eventuele verdere uitwerkingen zullen op basis van de reacties op dit stuk moeten volgen. Tevens vormt deze notitie een antwoord op de aangenomen motie van statenfractie van de PvdA waarin GS opgeroepen worden om gezamenlijke notitie ‘Creative City’ op te stellen (motie vastgesteld in de PS-vergadering van 14 oktober 2005). De notitie is als volgt opgebouwd: ! allereerst bakenen we het begrip nader af omdat er een diversiteit aan definities en begrippen in de huidige discussies door elkaar lopen. Hierbij worden ook de kenmerken van de creatieve industrie nader toegelicht; ! vervolgens wordt er gekeken naar het belang voor Limburg, vanuit economisch oogpunt (wat is de betekenis voor onze economie), maar ook vanuit een breder maatschappelijk oogpunt (wat betekent het voor onze regio, de profilering en uitstraling, met andere woorden: het brede vestigingsklimaat); ! de vraag ‘wat is er bekend over de creatieve industrie’ zal daarna kort toegelicht worden, tegelijk met de initiatieven die er in onze provincie momenteel in gang gezet zijn (en ontwikkeld worden); ! tot slot zal samenvattend gekeken worden naar de betekenis van de ‘creatieve industrie’ voor onze provincie, 4 programmalijnen gepresenteerd worden en toegelicht worden welke rol de provinciale overheid inneemt. Hoe is het begrip ‘creatieve industrie’ ontstaan? Op zich is de brede internationale aandacht rondom begrippen ‘creatieve industrie’ (Caves, 2000), ‘culturele industrie’ (Hesmondhalgh, 2002), ‘creatieve klasse’ (Florida, 2002), of ‘belevingseconomie’ (Pine & Gilmore, 1999) prima te plaatsen. In een veranderende economie waarin de klassieke industrie en klassieke ambachten steeds meer in de verdrukking komen door de internationale concurrentiedruk, en bedrijven en landen hun strategieën, producten en productieprocessen, moeten aanpassen – in die overgang positioneerde Richard Florida zijn ‘creative class’ in 20023 en werd het begrip ‘creativiteit’ 4 internationaal echt op de agenda gezet. De ‘kenniseconomie’ wordt daarmee in een nieuw perspectief

2

geplaatst nl. een ‘creatieve economie’. Het begrip ‘creative economy’ was 2 jaar eerder in Business Week 5 geïntroduceerd en een jaar later uitgewerkt door John Hawkins in zijn boek The Creative Economy (2001). Het begrip ‘kennis’ (als onze enige concurrentiefactor6) wordt hier voor het begrip ‘creativiteit’ ingeruild. Wat is ‘creatieve industrie’ in de brede context? In brede zin kan er gesproken worden van een toenemend belang voor ondernemerschap binnen de culturele sector en tegelijk het steeds ‘cultureler’ worden van de economie7. Symboliek en betekenis worden steeds belangrijker, naast de functionele waarde van producten. Als voorbeeld wordt vaak het Senseo koffiezetapparaat van Philips en Douwe Egberts genoemd met de bijbehorende ‘City-Sensations’ (verschillende smaken voor internationale steden). De toenemende brede publieke interesse en acceptatie voor (vroeger exclusieve) ‘design-’meubelen is hier ook een voorbeeld van, of denk ook bijvoorbeeld aan het slim inspelen op de ‘oude ambachten’-sfeer bij schoenmerken als Van Bommel, Van Lier en Greve. Maar het begrip ‘creatieve industrie’ is meer dan alleen vernieuwende productontwikkeling. De argumentatie van de Amerikaanse econoom Richard Florida is eenvoudig: tolerantie (de derde T na Technologie en Talent) is de belangrijkste randvoorwaarde voor het aantrekken van creativelingen en het realiseren van creatieve stad (voor het begrip de ‘creatieve klasse’ kan verwezen worden naar het werk van Florida en de kritiek8 die hierop is geleverd). Met het werk van Florida is de discussie over de mate van tolerantie van een regio/stad weer opgelaaid. Ook in Limburg is deze vraag actueel met het Berenschot-rapport over Maastricht, de ongeregeldheden in Noord-Limburg tussen allochtonen en autochtonen jongeren, en de ‘brain-drain’ van vele studenten na hun studie. Wat is nog typisch Limburg en welke grondhouding (identiteit) moet Limburg zich aanmeten om in te kunnen spelen op de uitdagingen die voor ons liggen? Is onze Limburgse cultuur niet te gesloten voor nieuwkomers en nietLimburgers (zie o.a. notitie van CESRT/Hogeschool Zuyd, 20059). We hebben het hier over ontwikkelingen op micro-niveau, straat- en wijkniveau. De mate waarin sub- en tegenculturen kunnen gedijen in de luwte, rommelen, de kleinschaligheid van initiatieven, de ‘sfeer van de zijstraat’. Het realiseren van stedelijk klimaat dat bruist, jongeren aantrekt en als broedplaats fungeert voor nieuwe starters, is iets van de langere termijn. De projecten die hiervoor gepresenteerd worden in de hieronder benoemde programmalijnen proberen een bijdrage te leveren aan dit klimaat. Dit is een langdurig proces waarbij de uitkomsten en resultaten van de tevoren moeilijk te voorspellen zijn. Met de voorgestelde aanpak in deze notitie (zie paragraaf ‘Wat zijn de kansen voor Limburg’) willen wij zowel op de korte termijn (d.m.v. projecten) resultaten bereiken, maar ook een perspectief schetsen voor de langere termijn, waarin creatieve steden bloeien en (sub)culturen zich kunnen ontwikkelen. Overigens zet de Provincie Limburg met het thema diversiteit de komende jaren in op het ontmoeten tussen verschillende groepen (vanuit het beleidskader Sociale Ontwikkeling) en ook met het nieuwe Limburg imago geeft de Provincie richting aan een klimaat waarin vernieuwing, durf en ondernemerschap centraal staan en partners elkaar mobiliseren en nieuwe synergie tot stand brengen. Een creatieve klasse kan alleen gedijen in een omgeving die ook aantrekkelijk is qua culturele voorzieningen, ruimtelijke kwaliteiten in en rondom een stedelijke omgeving. Deze accenten zijn complementair aan de doelstellingen van deze notitie.

3

Wat is creatieve industrie in de smalle context? De Provincie Limburg heeft het bedrijf Trébuchet opdracht verleend om te verkennen wat de concrete mogelijkheden zijn voor de creatieve industrie in Limburg. In oktober 2005 is door hen de eindrapportage 10 opgesteld . Parallel daaraan is in het zuidelijke Tripool-verband (Maastricht-Sittard/Geleen-Heerlen en Provincie Limburg) door TNO een kwantitatief onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de sector voor (Zuid-)Limburg. De steden zijn momenteel bezig met het formuleren van concrete beleidsacties en projecten. De Provincie Limburg ondersteunt deze ontwikkelingen, maar kijkt ook naar de provincie als geheel en haar internationale positionering. In de literatuur zijn verschillende definities van de creatieve industrie te vinden. Het Etin11 maakt een verhelderend onderscheid tussen de begrippen ‘creatieve industrie’ (bedrijven die creativiteit als gemeenschappelijk kenmerk hebben), ‘creatieve klasse’ (mensen waarvoor creativiteit een belangrijke input voor hun werk is), en ‘creatieve stad’ (een stad/regio die een attractief vestigingsklimaat heeft voor de creatieve klasse). Vanuit de Provincie Limburg benaderen wij het begrip vanuit de samenwerking tussen cultuur en economie. Het ondernemend maken van de culturele sector, en vernieuwing in het bedrijfsleven bereiken door een ‘creatieve mindset’ zijn de doelstellingen waar wij ons op willen richten. Juist in de crossover tussen cultuur en economie ligt de meerwaarde van het begrip. Kenmerken van de creatieve industrie in de smalle context De omvang van de creatieve industrie wordt in deze notitie vanwege de nationale vergelijkbaarheid gedefinieerd zoals dat in Amsterdam en Rotterdam is gebeurd (Rutten et.al. 2004), en recentelijk ook in het TNO Tripool onderzoek. Daarbij gaat het om drie verschillende sectoren: de kunsten (incl. cultureel erfgoed, design, vormgeving), media- en entertainment industrie, en de creatieve zakelijke dienstverlening12. De volgende bedrijftakken vallen in de TNO-definitie hieronder:
Kunsten
Beoefening van podiumkunst Producenten van podiumkunst Beoefening van scheppende kunst Theaters, Schouwburgen en Concertzalen Dienstverlening voor kunstbeoefening Kunstgalerieën, expositieruimten Musea

Media- en Entertainment
Uitgeverijen van boeken e.d. Uitgeverijen van dagbladen Uitgeverijen van tijdschriften Uitgeverijen van geluidsopnamen Overige uitgeverijen Fotografie Productie van (video)films Ondersteuning (video)filmproductie Omroeporganisaties Productie radio- en tv-programma's Ondersteunende activiteiten voor radio en televisie Vertoning van films Overig amusement Pers-, nieuwsbureaus; journalisten

Creatieve Zakelijke Dienstverlening
Architectuur en technisch ontwerp Technisch ontwerp/advies stedenbouw etc. Reclameontwerp- en – adviesbureaus Overige reclamediensten Interieur-, modeontwerpers e.d.

Bron: TNO (2005), p.33 . De SBI-codes zijn hier weggelaten.

4

Een aantal zaken valt op in deze tabel. ! op de eerste zijn de bedrijfssectoren onderling zeer verschillend bijvoorbeeld wat betreft markt (overheid, consumenten, zakelijk), kenmerken van productie (arbeids/kapitaalintensief, collectief/individueel, groot/kleinschalig), ideologie (onafhankelijk/klantgericht, artistiek/populair). ! In andere bronnen (bijv. Florida 2002, Etin 2005) wordt ook de gehele ICT-sector/Leisure software en Research and Development (R&D) tot de creatieve industrie gerekend13. Juist deze sector heeft een stevigere economische uitwerking, zij het dat deze sector wel weer sterk conjunctuurgevoelig is; ! de indeling in kolommen suggereert dat het hier gaat om een verticale indeling, maar juist de horizontale verbintenissen zijn interessant. De dwarsverbanden (ook wel ‘crossovers’ genoemd) vinden nu nog beperkt plaats; sterker nog de crossovers tussen de genoemde sectoren en het ‘reguliere’ bedrijfsleven (bijv. de maakindustrie of MKB) zijn juist de vernieuwingen die het meest economisch interessant kunnen zijn. Het is deze koppeling die in de bestaande literatuur nauwelijks nog wordt benadrukt; ! daarnaast wordt door een indeling in kolommen per sector ook het creatieve vermogen van de ‘tradiotionele’ industrie onderschat. De maakindustrie en het MKB, maar ook sectoren als de landbouw zijn op bijzonder creatieve manieren aan de slag om cross-overs te realiseren. Vormgeving bijvoorbeeld, is vaak ook een belangrijk onderdeel van deze sectoren. Over het algemeen kan de ‘creatieve’ sector in een aantal steekwoorden beschreven worden : - kleinschalig; niet alleen in bedrijfsgrootte, maar ook kleinschalig binnen een stad, het gaat hier dan om straatcultuur, subculturen, kleine bistro’s, klein-toneel etc.; - conjunctuurgevoelig; vooral in de periode eind jaren negentig (1995-2001) zie je een sterke stijging van de industrie, maar in tijd na de internet-bubble zie je de groei stabiliseren en zelfs afnemen.15 Dit komt onder andere ook de fluctuerende vraag naar deze ‘luxe’ producten, en zal in economisch slechtere tijden in vraag afnemen16; - geconcentreerd in de grotere steden; in Nederland bevindt de creatieve klasse zich met name in de Randstad, regio Groot-Amsterdam samen met Utrecht en Groot-Rijnmond (Rotterdam). Daarbinnen is er weer sprake van clustering binnen stads-gedeelten, waarbij de stadsranden een sterkere groei vertonen dan de binnenstad17; - kennisintensief; het belangrijkste kritiekpunt waar Florida is op aangevallen in zijn werk, is dat hij de suggestie wekt dat creatief zijn vooral te maken heeft met hoogopgeleid zijn. Alhoewel dit geen noodzakelijk verband is zie je wel dat het (in de statistieken) vooral gaat om hoogopgeleiden, kennisintensieve banen en sectoren; Uit een inventarisatieonderzoek naar de kansen en knelpunten voor ‘creatieve starters’ van de Stichting Nederland Kennisland blijkt ook dat een aantal van de hierboven genoemde kenmerken knelpunten vormen. Zo zorgt de kleinschaligheid van de sector voor een redelijke onbekendheid bij private investeerders; is het lastig voor de creatieve sector om een gedegen ‘businessplan’ op te stellen. Met andere woorden: ze zijn te weinig ‘business wise’18 en missen de ‘sweet talk’19. Met o.a. de programmalijn ‘Cultureel Ondernemerschap’ (zie verderop) willen wij hier concrete acties voor ontwikkelen. Wat is het belang van ‘creatieve industrie’ voor Limburg ? In het TNO-rapport ‘De Creatieve Industrie in de Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen’ (april 2005), dat gemaakt is in opdracht van de Tripoolgemeenten en de Provincie Limburg wordt de
14

5

omvang en kansen van de creatieve klasse voor Zuid-Limburg in kaart gebracht. De hoofdconclusie is scherp:
‘Op basis van deze gegevens over structuur en omvang kan de conclusie getrokken worden dat de creatieve industrie niet de omvang heeft dat zij als zodanig in de toekomst tot belangrijke pijler van de economie van de Tripool kan uitgroeien.’ (TNO, 2005, p.5)

Het rapport noemt verder wel een aantal in potentie sterke punten die voor de regio van belang kunnen zijn, zoals de architectuur en podiumkunsten (Maastricht en Heerlen), de mediasector (Sittard-Geleen), en een breed aanbod van toerisme en recreatie in de Parkstad-regio (idem.4-5). Wat zijn de cijfers? Het aantal bedrijven in de creatieve industrie is tussen 2000-2004 in Limburg met 18,5% gegroeid 20 (Nederland: +13,9%) . Het aandeel werkgelegenheid daarentegen van de creatieve industrie in Limburg is slechts 1,9% (9429 banen), waarin het Tripool met een aandeel van 2,3% (4.057) nog onder het landelijk gemiddelde zit (2,9%, 216.527 banen). Opvallend is dat de groei van de werkgelegenheid binnen de creatieve industrie in Limburg (3,1%) totaal hoger is dan in de Tripool (0,7%). De landelijke groei is 3,5% (TNO, 2005, p.65-66). Bijna de eenvierde van alle banen in de creatieve industrie in Limburg bevindt zich in Maastricht. Binnen de Limburgse steden zijn de volgende sectoren in de creatieve industrie specifiek van belang:
Stad (gemeente) Kunsten Media en Entertainment % Maastricht Sittard-Geleen Heerlen Venlo Roermond Weert Bron: TNO, 2005 27 12 18 27 32 13 % 17 47 34 17 23 29 Creatieve zakelijke dienstverlening % 57 41 48 55 46 58

Voor Maastricht en ook Heerlen geldt vooral de architectuur als belangrijkste sector binnen de zakelijke dienstverlening. In Sittard-Geleen is dat de uitgeverij van de Limburgse dagbladen. Roermond en Venlo onderscheiden zich door de aanwezigheid van de schouwburg en theaters samen met een aantal reclame- en adviesbureaus. Technisch ontwerp en stedenbouwkundige bureaus zitten in belangrijke mate in Weert. Met een beperkt aandeel van 2% op de Limburgse werkgelegenheid is de creatieve industrie geen nieuwe pijler onder de economie, concludeert ook TNO. Bovendien is de sector erg conjunctuurgevoelig, 21 en zeker als de ICT/softwaresector er ook nog bijgerekend wordt wat in sommige rapportages gebeurt . Dit betekent echter niet dat er geen kansen zijn voor de creatieve industrie in Limburg. De creatieve industrie is in Limburg vergeleken met Nederland sterker gegroeid (18,5%). De effecten van de sector zijn vooral indirect en hebben vooral betekenis in het imago en uitstraling van een stad, een mentaliteit van ondernemen, durf en lef tonen. Met andere woorden: het belang van de sector wordt pas duidelijk op de
6

langere termijn. Cijfers zeggen overigens niet alles, denk eens investeringen die Provincie Limburg doet in de landbouw. De toegevoegde waarde van de sector is 2,6%. Het is vooral zaak om te kijken wat er gebeurt, en waar wij als Provincie toegevoegde waarde kunnen generen. De kansen liggen vooral door verbintenissen te leggen tussen sectoren maar ook echt grensoverschrijdend te werken met onze Vlaamse, Waalse en Duitse partners. Wat is er bekend ? Het begrip ‘creatieve industrie’ heeft in Nederland en het buitenland de afgelopen 5 jaar een grote beleidsmatige aandacht gekregen. Diverse invullingen, diverse definities zijn er reeds bekend. Over de resultaten wordt tot nu toe vooral nog gezwegen en zijn weinig tot geen cijfers beschikbaar. Ook is een directe link tussen de aanwezigheid van bedrijven vallend binnen de creatieve industrie, en de economie groei van die regio (nog) onduidelijk (zie ook o.a. CPB, 200522). Diverse initiatieven, vooral in stedelijk gebied zijn de afgelopen jaren ondernomen. Van het inrichten van zogenaamde ‘broedplaatsen’ op oude bedrijfslocaties (Amsterdam, Maastricht), tot oprichten van stichtingen, platforms, expertgroups (o.a. Alice initiatief in Eindhoven), of het omtoveren van wijkscentra tot cultuurhuizen (Rotterdam en Q4 in Venlo). Professionalisering van de cultuursector door o.a. meer ondernemerschap en commerciële-bedrijftechnische expertise (zie GO-West initiatief in Utrecht) is een andere belangrijke beleidsdoelstelling van de locale en regionale overheden. Het gevaar is dat het begrip een containerbegrip wordt en daarmee aan kracht inboet. Scherpte en prioritering is dus noodzakelijk. Ook Limburg zal dus haar ‘unique selling points’ moeten definieren. Op welke manier er vervolgens invulling kan worden gegeven aan een provinciale rol zal verderop in deze notitie worden ingegaan. Waar doen we het voor? Over de (vermeende) maatschappelijke effecten van de creatieve industrie zijn bergen literatuur te lezen. Van macro-economische analyses, tot cultuur- en levenstijl veranderingen. Eerlijkheid en nuchterheid lijkt hier op zijn plaats: Limburg en de steden zijn geen randstad en Amsterdam of Rotterdam. Maar Limburg heeft wel weer een uitstekende internationale ligging: - de creatieve industrie kan een bijdrage leveren aan nieuwe concepten en denkrichtingen in het innovatiebeleid van (kleinere) ondernemers; jezelf onderscheiden wordt steeds belangrijker en vormgeving (design) is daar een onderdeel van; - met het begrip creatieve industrie kunnen koppelingen gelegd worden tussen disciplines, bedrijfssectoren (cultuur ontmoet economie), maar ook een versterking van internationale samenwerking (uitwerking Cultuurconvenanten); - de kleinschaligheid (in combinatie met het vernieuwende) kan een positieve uitwerking hebben op de sfeer in stedelijke centra en het imago van de regio; Wat zijn de stappen tot nu toe geweest? Binnen het thema creatieve industrie hebben we tot nu toe een aantal stappen gezet om het thema te verkennen en de mogelijkheden te concretiseren. Met deze notitie wordt de orientatiefase afgesloten en worden lijnen uitgezet voor concrete projecten. De volgende stappen zijn gezet:

7

!

! !

!

! !

! !

de Provincie Limburg heeft binnen de Alliantie Zuid-Nederland de afgelopen 2 jaar hard gewerkt en afspraken gemaakt met de staatsecretaris van OC&W om creatieve industrie als belangrijk speerpunt neer te zetten in Zuid-Nederlands verband; De Provincie Limburg heeft samen met de Tripool-gemeenten een onderzoek laten naar de (kwantitatieve) omvang van de Creatieve Industrie in (Zuid-)Limburg (TNO-rapport); Daarnaast heeft de Provincie Limburg zelf vanuit de afdelingen Economische Zaken en Cultuur een kwalitatieve analyse laten uitvoeren door het Maastrichtse bedrijf Trébuchet. Doel hiervan was om inhoudelijk de kansen en mogelijkheden voor concrete projecten in Limburg en euregio te verkennen. Op basis van bijna 30 interviews en een kritische denktank is een beeld geschetst van de Limburgse kansen; Trébuchet heeft tevens een speeddating sessie georganiseerd (april 2005) waarin culturele instellingen, overheid en bedrijfsleven met elkaar in contact zijn gebracht (voor de resultaten zie Trébuchet-rapportage); In de Innovatieagenda Zuid-Oost Nederland is de creatieve industrie als een onderdeel opgenomen en is ook aangekondigd in de Versnellingsagenda; Er wordt binnen de afdeling Cultuur gewerkt aan een Tender-regeling voor creatieve industrie om projecten bottom up te belonen binnen het thema (een van de drie speerpunten in de provinciale nota BewustCultuurBewust); Vanuit de Provincie zijn er reeds aan twee projecten financiële middelen toegezegd te weten ‘Van Broeinest naar Broedplaats’ in de wijk Q4 Venlo (2,5 mln) en AINSI-project in Maastricht (€950.000); Er zijn op korte termijn een aantal projecten waarvoor een concrete bijdrage van de Provincie wordt gevraagd, en die overeenkomen met lijnen zoals geschetst in deze notitie (o.a. CAT-project; Expertisecentrum Hogeschool Zuyd)

Met deze notitie wordt de oriëntatiefase afgesloten en zijn speerpunten en projecten benoemd die in uitvoering genomen kunnen worden. Alvorens naar de kansen van de creatieve industrie voor Limburg te benoemen, kijken we eerst naar de prioriteiten die recentelijk zijn benoemd in de gezamenlijke brief Cultuur en Economie die op 14 oktober 2005 aan de Tweede Kamer is gestuurd. Wat zijn de nationale prioriteiten? In de gezamenlijke brief van de ministerie OC&W en Economische Zaken ‘Ons Creatieve Vermogen’ (14 23 oktober 2005 ) zijn de kabinetsstandpunten met betrekking tot creatieve bedrijvigheid benoemd. In antwoord op het advies van het Innovatieplatform wordt er een programma Creatieve Industrie voorgesteld (van in totaal 15,4 mln euro) bestaande uit 5 programmalijnen: 1. Actieve verbindingen leggen tussen creatieve bedrijfstakken, andere delen van het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Voorgesteld wordt om 8 miljoen euro (in 2006) beschikbaar te stellen via een “Creative Challenge Call” voor diverse projecten gericht op ontmoeting tussen de genoemde sectoren. Coördinerende ministeries zijn EZ & OC&W; 2. Financiële condities voor creatieve bedrijven verbeteren. Gebruik makend van de systematiek TechnoPartners Seed Capital wordt de regeling gericht op jonge starters (3,2 mln in 2006). Verder zal het bestaande midden- en kleinbedrijf in de creatieve sectoren aandacht krijgen via kredietregelingen en informal investors beter de weg te laten vinden naar de creatieve sector. Coördinerende ministerie is EZ (beperkt OC&W);

8

3. Randvoorwaarden intellectueel eigendom verbeteren door o.a. gebruik maken van een alternatief systeem van licencies binnen auteursrecht (Creative Commons). Coördinerende ministerie is OC&W; 4. Internationalisering intensiveren door bestaande internationale voorlichtingsmiddelen beter te benutten, maar ook de mobliteit van kunstcollecties bevorderen (€ 200.000 voor 2006). Meer structurele aandacht voor de creatieve sector bij bijvoorbeeld internationale manifestaties en evenementen. Coördinerende ministerie is OC&W; 5. Zakelijke professionalisering en cultureel management. Ondernemerschap in het onderwijs en de kunstvakopleidingen, maar ook prikkels voor good governance bij culturele instellingen zijn speerpunten van beleid. Hier wordt 1,8 mln voor de periode 2006-2008 uitgetrokken. Coördinerende ministerie is OC&W. Wanneer men naar de financiële invulling van de programmalijn kijkt valt op dat deze vooral gereserveerd zijn voor het komende jaar, 2006 (ongeveer 12,5 mln euro). Voor de periode 2007-2008 is voorlopig 2,7 mln. gereserveerd. De middelen hievoor komen voor een groot gedeelte uit het ministerie van EZ (11,2 mln) en in beperktere mate uit OC&W (4,2 mln). Limburg zal dus op korte termijn actief moeten inspelen op de programmalijnen. De inhoudelijke kansen daarvoor zijn niet ongunstig. Wat zijn de kansen voor Limburg ? Op de korte termijn zetten we in om de creatieve industrie handen en voeten te geven in concrete projecten, dingen doen, waarbij het motto vooral is: beginnen! Voor Limburg liggen enerzijds de kansen vooral om ons heen (internationale ligging) en anderzijds in de samenwerking tussen culturele sector en bedrijfsleven (crossovers). Het is zaak om de veelheid aan initiatieven te bundelen en bij elkaar te brengen zodat fragmentatie in profilering en aanpak voorkomen wordt. Limburg kan uitblinken door gebruik te maken van haar internationale ligging. De internationale samenwerking vormt momenteel nog een grote leegte in de voor nationaal georienteerde creatieve 24 industrie (zie advies Rinnooy Kan en ook de brief Cultuur en Economie). Limburg zet juist hierop in en rekent op co-financiering vanuit het Rijk. Geen copycatting wat anderen reeds hebben gedaan, maar kijken naar de mogelijkheden die zich in en rondom onze provincie voordoen. Er zijn vier programmalijnen te benoemen die binnen het begrip creatieve industrie voor Limburg van belang zijn. De onderstaande lijnen hebben hun eigen geografische invulling (de onderliggende projecten worden in bijlage 1 nader omschreven). 1. Autonome vormgevingssector aansluiten bij de (industriële) designsector (o.a. in samenwerking met Eindhoven); De programmalijn richt zich op productvernieuwing en innovatie door middel van technisch en autonome vormgeving. De inhoud van deze lijnen is tot stand gekomen binnen de Innovatieagenda Technologische Topregio Zuid-Oost Nederland (TTR-ZON). Besloten is dat voor middelen aanspraak gemaakt gaat worden op de ‘Creative Challenge Call’ genoemd in de gezamenlijke brief van de ministeries OC&W en EZ. Relevante partners: Limburgse Design Associatie, MKB, Design Platform Eindhoven, Premsela-stichting, architectenbureaus, grafisch ontwerpers, kunstinstellingen, galerieën, Syntens, KVK, LIOF. Deze programmalijn richt zich vooral op productvernieuwing van het MKB in heel Limburg.

9

Gedacht kan worden aan de volgende projecten: " Programma Open Innovation Campus Design & Technology - Design meets Industrie; project opgezet door Limburgse Design Associatie (LDA) in samenwerking met Syntens volgens het pressure cooker model (MKB ontmoet design) - ‘Design Expericence’ - ‘Kennisclustering Designbureaus’; - ‘Design in Euregionaal perspectief’; Coördinerend portefeuillehouder is dhr. Eurlings Gedacht kan verder nog worden aan het opzetten van projecten met de Industrial Product Design opleiding Fontys Venlo; opzetten van projecten waarbij vormgeving gekoppeld wordt aan de productonwikkeling voor medische technologie/instrumenten (life sciences); vormgeving sterker koppelen aan de technische opleidingen bijvoorbeeld de RWTH. 2. Ondernemerschap in de culturele sector en crossover met innovatieprogramma MKB De programmalijn richt zich op het ondernemender maken van culturele instellingen, opleidingen en creatieve starters. Een belangrijke rol is hier weggelegd voor het onderwijs en het opleidingenaanbod (ook in grensoverschrijdende samenwerking). Mogelijke partners: Syntens, hogescholen (Fontys, Zuyd), Océ, kunstacademies, toneelscholen, RWTH, Fachhochschule etc. De koppeling tussen diverse cultuurdisciplines gebeurt momenteel al, maar de koppeling met bedrijfsleven, management- en ondernemersopleidingen staat nog aan het begin. Cultureel ondernemerschap richt zich op de vakopleidingen en jonge starters door heel Limburg en over de grenzen heen. Gedacht kan worden aan de volgende projecten: " Project ‘Creative City’ en het kunstvakonderwijs in samenwerking met het Creative Art Team (CAT) van de Hogeschool Zuyd. Het project draait om realiseren van leer/werkbedrijfconstructies; " Opzetten website Creative Industrie in Limburg: website die zorgt voor bundeling, presentatie en matchfunctie van vele initiatieven en partners in Limburg en Euregio, ook met betrekking tot cultureel ondernemerschap; " Ondersteuning van het door de Hogeschool Zuyd te ontwikkelen “Expertisecentrum Creative City”. Gezamenlijke verantwoordelijkheid van mw. Wolfs en dhr. Eurlings Daarnaast zijn er nog projecten mogelijk die de vermarkting/sponsoring bij culturerele instellingen versterkt; of het scherper formuleren van strategische allianties van culturele instellingen gebruik maken van de MERIT-techniek ‘strategisch innoveren’. Nauwere samenwerking met Hasselt bij Triënnale voor Mode, Design en Kunst in Hasselt is een grensoverschrijdende dimensie die nog nader verkend kan worden. Nauwere samenwerking met Luik o.a. in uitwerking van het Cultuurconvenant biedt verder veel kansen. 3. Kunst en cultuur in herstructurering van wijken / stadsontwikkeling, De programmalijn richt zich op de integratie van kunst en cultuur in stadsontwikkelingstrajecten. Vrijgekomen ruimtes en plekken voor kunst- en artiesten ontwikkelen en tevens betrekken bij

10

plannen voor herstructurering (interdisciplinaire wijkontwikkeling). Binnen deze programmalijn gaat het vooral om stedelijke projecten zoals het Convenant Cultuur in Belvédère en Project AINSI in Maastricht, of het programma ‘Van Broeinest naar Broedplaats’ in Q4 te Venlo. Relevante partners: planologen, (landschaps/stads)architecten, grafisch ontwerpers, kunstenaars, creatieve ondernemers, scholen, KVK’s, LIOF, aannemers, vastgoed. Gedacht kan worden aan de volgende projecten: " Programma ‘Van Broeinest naar Broedplaats’ in Q4 Venlo; voor 2006 uitgewerkt programma met daarin concrete projecten zoals ‘culturele drager’, aanzichtsverbetering van de wijk door werk van kunstenaars, KVK-programma ondersteuning voor kunstenaars en creatieve ondernemers en projectcommunicatie; AINSI-project: herontwikkeling van Gebouwen Noord van ENCI van architect Peutz. Inzet is het realiseren van een multifunctionele locatie voor nieuwe ateliers, Gemeentelijk Centrum voor Beeldende Kunst (Marres), Limburgse Federatie voor Amateurtoneel, bedrijfsunits. In euregionale samenwerking o.a. met Genk, Eupen en Alsdorf. Ondersteuning ontwikkeling Kultuurfabriek Maastricht (voormalige Timmerfabriek) in Belvedere-gebied en mogelijke koppeling particulier initiatief; Realiseren van kleinschalige, goedkope ateliers voor kunstenaars, vormgevers, jonge starters verspreid binnen een stedelijke omgeving;

"

" "

Coördinerend portefeuillehouder is mw. Wolfs 4. Ontmoeting, bundeling, en zichtbaarheid van de creatieve industrie; De programmalijn richt zich op het inrichten van een adequate infrastructuur voor creatieve ondernemers, waar plaats is voor informele ontmoeting en leren van elkaars ideeen. Er is door het veld aangegeven (zie Trébuchet-rapportage) dat er vooral behoefte is aan een structuur/infrastructuur die bestaande initiatieven, relevante (euregionale) partners en netwerken zichtbaar maakt. Gedacht kan worden aan de volgende projecten: " Op korte termijn een centrale coördinator Creatieve Industrie Limburg aanwijzen die voorbereidingen maakt om een platform (digitaal en fysiek) op te richten waar kennis gebundeld wordt, partners kennis kunnen maken, maar ook die financiële bronnen/investeerders weet aan te boren; Instellen van een provinciale Tenderregeling ‘Creative City’ om stedelijke en provinciale voorbeeld-projecten een startbasis te geven als crossover tussen cultuur en economie; ‘Vormgevingsmanifestatie’; waarin de mogelijkheden van de designsector en haar toepassingen breed uitgemeten worden (gericht op internationale uitwisseling) met crossovers naar andere vakgebieden; Euregionale contactvorming tussen ondernemers en cultuur-instellingen in Limburg, NRW, Wallonie en Vlaanderen) Insteken op concrete uitvoering van de Cultuurconvenanten met Provincies Luik, Belgisch Limburg en het land NRW; Aansluiten bij bestaande evenementen en projecten die een platform zijn voor ontmoeting en discussie genereren, bijv. Jan van Eijck discussiesessies, T-zone van Domein in Sittard;

" "

"

"

11

"

"

" " "

‘Project Binnen’; particulier initiatief (Trébuchet) om ontmoetingsplaats binnen de stad Maastricht voor breed publiek waar nieuwe producten worden getest, vormgevers aan het werk zijn, tentoonstellingen gehouden worden. Gericht op kennismaking en ontmoeting. Project Floriade en beeldende kunsten; het Odapark Venray als vernieuwend centrum voor hedendaagse beeldende kunst in Noord-Limburg, voor de coördinatie van diverse activiteiten o.a. in opmaat en actieve koppeling (crossover) naar de Floriade 2012. Inzetten op Structuurfondsen-middelen voor creatieve industrie na 2006 Samenwerking op het gebied van festivals; Afstemming met activeiten van Nederlands Architecten Insitituut (NAI) in de Wiebingahal

Gezamenlijke verantwoordelijkheid van de dhr. Eurlings en mw. Wolfs Verder kan gedacht worden aan het opzetten van een gedegen communicatieplan over creatieve industrie; oprichten van een fonds (PPS-constructie) voor creatieve industrie; promotie, ruchtbaarheid, informatiedeling en imago-campagne koppelen aan Limburg Imago en VVV-campagnes. Deze programmalijnen sluiten goed aan bij de speerpunten van het recent door het Innovatieplatform aangeboden advies ‘Creativiteit, de gewichtloze brandstof van de economie’ (Rinnooy Kan-rapport)25 en de brief Cultuur en Economie van het kabinet. Met name de speerpunten internationaal en cultureel ondernemerschap in beleidsbrief sluiten goed aan bij de Limburgse prioriteiten. In de beleidsbrief wordt overigens ook al melding gemaakt van de samenwerking tussen design en technologie in ZuidoostNederlands verband, het AINSI-project en de activiteiten van het Huis van Bourgondië op gebied van cultureel ondernemerschap. In bijlage 1 worden de projecten uitgerbreider beschreven. Wat is de provinciale rol ? De creatieve industrie concentreert zich vooral in stedelijke gebieden. Ook in Limburg is er sprake van een stedelijke concentratie. De Tripool Maastricht-Sittard/Geleen-Heerlen heeft samen met de Provincie Limburg het TNO-onderzoek laten uitvoeren en staat nu voor de taak om keuzes te maken in beleid. Daarbij zal de trekkersrol bij de gemeenten moeten liggen. Vanuit de provincie willen wij meerwaarde genereren door: partners en kennis bij elkaar brengen; ontmoeting tussen bedrijfsleven en culturele sector organiseren, ook o.a. gebruik makend van de verschillende klanten en partijen die de Provincie binnen de eigen sectorafdelingen heeft. Om dit te organiseren willen wij een centrale coördinator aanstellen die voor een langere periode contacten gaat organiseren, projecten uit het veld bij elkaar brengen, en partijen benadert voor participatie. tot stand brengen van euregionale netwerken. De omliggende provincies, gewesten en länder in Belgie en Duitsland bieden goede aanknopingspunten om de creatieve industrie in Limburg meer massa te geven. Contacten liggen er zowel op economisch (realisatie Technologische Topregio), cultuur (Cultuurconvenanten), toerisme (grensoverschrijdend acitiviteiten-presentatie) en RO-gebied (afstemming ruimtelijke ontwikkelingen). Het is nu zaak om het thema in te brengen in de diverse overlegstructuren gericht op concrete projecten;
12

-

-

-

-

bestaande activiteiten koppelen en beter uitdragen; binnen Limburg moeten er meer linken gelegd worden tussen de economische ontwikkelingen (Technologische Topregio, nieuwe markten voor toerisme, Life Sciences) en de design, cultuur en kunst en media-sectoren. Bekende en nieuwe partners bij elkaar brengen is hier een rol voor de provincie; nieuwe manieren van financiële ondersteuning; zoals aangegeven in de notitie BewustCultuurBewust, zullen de grootste investeringen moeten komen van private partijen en gemeenten.26 De uitdaging ligt er voor de Provincie in het zoeken naar nieuwe financiële impulsen. Het opzetten van de Tenderregeling ‘Creative City’ is hier een goed voorbeeld van. Maar gedacht kan ook worden aan PPS-constructies met private partijen, vouchers voor jonge starters of kapitaal bij elkaar brengen in een ontwikkelingsbank voor creatieve industrie; inventariseren van problemen en belemmeringen bij creatieve (culturele)ondernemers; waar lopen zij tegen aan en waar kan de provincie zorgen voor een stukje deregulering? samen met de steden optrekken in de lobby naar Den Haag; mbt Cultuurconvenant, Brief Cultuur en Economie), Brussel (Europese programma’s, bijv. Structuurfondsen na 2006) en omliggende regio’s (Hasselt, Luik, Aken, Düsseldorf)

N.B De ontwikkelingen en uitwerkingen van de creatieve industrie in Limburg zijn vooral ook lange-termijn trajecten. Het is meer dan alleen projecten genereren voor korte termijn. De ontmoeting tussen bedrijven, culturele instellingen en individuele creativelingen vraagt een aanpak en projectmanagement voor langere termijn. De provinciale rol zoals die hierboven is weergegeven vraagt dan ook een forse meerjarige investering in menskracht en organiserend vermogen. Investeren in netwerken, samenbrengen van partners en best-practices uitdragen zijn een belangrijke rol die de Provincie kan spelen, mits dit structureel kan plaatsvinden. Het instellen van een centrale coördinator die locale initiatieven in contact met elkaar kan brengen, die inhoudelijk uitstekend op de hoogte is van initiatieven en die ook nog eens financiële middelen (publiek in Den Haag/Brussel en privaat bij investeerders) als startkapitaal kan generen, is wenselijk om ook de lange(re) termijn organisatorisch te borgen. Relatie met de provinciale thema’s De creatieve industrie heeft een nauwe verbintenis met het thema Ondernemend Limburg (actieprogramma Technologische Topregio, 1.1.04/1.1.05), Jong zijn in Limburg (Ontplooiing, Broedplaatsen voor jonge makers, 2.2.2) en de het themaoverstijgende Grensoverschrijdend in woord en daad (o.a. Structuurfondsen na 2006). De kracht van ligt in de bundeling en samenwerking tussen deze thema’s. Vanuit Ondernemend Limburg ligt de relatie met het gezamenlijke Innovatie-agenda Zuid-Oost Nederland en de Limburgse invulling met de Versnellingsagenda gelegd waar het gaat om productvernieuwing/design. Vanuit het thema Jong Zijn gaat het vooral om broedplaatsen en ruimtes creëren voor jonge ondernemers/makers. Het thema Creatieve Industrie is een van de drie speerpunten in de strategische notitie BewustCultuurBewust. Deze notitie is dan ook een gezamenlijk product van de afdelingen Economische Zaken, Cultuur en Kennis en Strategie.

13

Bijlage 1: overzicht van projecten De genoemde bedragen zijn (met uitzondering van projecten AINSI en Q4) nog indicatief en onder voorbehoud.

Middelen Provincie Limburg: €7 0.000 (onder voorbehoud)

I. Autonome vormgevingssector aansluiten bij de (industriële) designsector (o.a. in samenwerking met Eindhoven) Verantwoordelijk portefeuillehouder is dhr. Martin Eurlings Projecten Partners Realisatie Programma ‘Open Innovation Campus Design & Technology’: 1 ‘Design meets Industry’: aan de hand van de pressure cooker’-techniek Syntens, LDA, Voorjaar 2006 en implementatietraject (techno, assesment, organisatie). Het project is designsector, MKB, een kopie van een Syntens-project dat reeds vorig jaar in Brabant heeft Hogescholen (Zuyd en plaatsgevonden en brengt het MKB in contact met ontwerpers. Zij lossen Fontys) samen een probleem op (bijvoorbeeld een bepaald product verkoopt niet goed; de vormgevers kijkt er naar en past de vormgeving aan waardoor het product wel aantrekkelijk blijkt). Het gaat met name om het sensibiliseren van het MKB voor creatieve oplossingen door bijvoorbeeld een vormgever. Creativiteit en economie vormen een “win-win” combinatie. In de begeleidingsgroep pilot Creatieve Industrie is besproken om aan het oude concept de autonome vormgevers toe te voegen. 2 Opzetten uitvoeringsorganisatie Design in Limburg LDA, Syntens, Fontys medio 2006 Hogeschool Venlo LDA medio 2006 medio 2006

3

‘Design Experience’; project opgezet door LDA

4

‘Kennisclustering Designbureaus’;

Provincie Limburg: €5 0.000 (onder voorbehoud) Provincie Limburg: € 90.000 Provincie Limburg: €1 5.000 (onder voorbehoud)

5

‘Design in Euregionaal perspectief’;

Vormgevingssector, Design Academy Eindhoven, Fontys Hogeschool, Hogeschool Zuyd LDA, euregionale vormgevers, etc.

medio 2006

Provincie Limburg: € 25 .000 (onder voorbehoud)

Realisatie Loopt

Middelen P.M.

Voorjaar 2006

Provincie Limburg: € 40.000 (onder voorbehoud)

II. Ondernemerschap in de culturele sector Verantwoordelijk portefeuillehouder is mw. Odile Wolfs en dhr. Martin Eurlings Projecten Partners 6. Project Cultuur en Economie: Creative City en het kunstvakonderwijs Hogeschool Zuyd, (CAT); Inrichten en stimuleren van een startersklimaat. Het bureau gemeente Maastricht, Jan cultureel ondernemerschap is een startpunt voor de realisatie van van Eyck Academie, startersvoorzieningen en pilot-projecten die de afstuderende jonge Toneelacademie kunstenaars in staat stellen hun creatieve onderneming vanuit deze regio Maastricht, bedrijfsleven te ontwikkelen. Startend vanuit leer-werkbedrijfconstructies van KuoZuyd moet de doorstart gerealiseerd worden met behulp van een cultureel startersfonds dat vanuit het cultureel-economisch dossier tot stand komt op het niveau van kunstvakonderwijs, steden, provincie en rijk, Hoge School Zuyd: CAT (creative art team) academy; CAT is een kenniscentrum en een voorziening voor studenten van de kunstvakopleidingen die in een interdisciplinair verband tot productie kunnen komen. 7. Opzetten website Creative Industrie in Limburg: De website bevat Webontwerpers i.s.m. informatie voor en door kunstenaars/vormgevers, bemiddelaars en KVK, Liof, Syntens, bedrijven. De site heeft een ‘matchfunctie’; een bemiddelaarfunctie. Hogeschool Zuyd Alleen kunstenaars/vormgevers, bedrijven en instellingen die het voornemen uiten te willen samenwerken, worden op deze site vermeld. De site komt tot stand door een samenwerking tussen cultuur en economie. Doelstelling van de site is het bevorderen van samenwerking tussen de verschillende creatieve klassen om te komen tot een florerend cultureel en economisch klimaat in Limburg. 8. Ondersteuning van het door de Hogeschool Zuyd te ontwikkelen Hogeschool Zuyd, Tripool “Expertisecentrum Creative City”. Loopt P.M.

15

Partners Gemeente Venlo, Projectbureau Q4, locale ondernemers, KVK, architectenbureau, kunstenaars

Realisatie Loopt, projecten worden in 2006 uitgevoerd.

Middelen Voor 2006 is vanuit de Provincie 2,5 mlj beschikbaar gesteld voor de projecten (Fonds Majeure Projecten). Provincie Limburg: €950.000 (Fonds Majeure Projecten);

Plan van aanpak ligt voor. Eind 2005 start.

III. Kunst en cultuur in herstructurering van wijken / stadsontwikkeling Verantwoordelijk portefeuillehouder is mw. Odile Wolfs Projecten 9. Programma van Broeinest naar Broedplaats Q4 Venlo; Provincie heeft 2,5 miljoen uitgetrokken voor concrete projecten binnen de wijk Q4. Gedacht wordt voor 2006 aan de volgende projecten voor 2006: ! culturele drager; onderzoek naar het type culturele dragers ! opschoning van aanzicht locaties voor tijdelijk verhuur door o.a. het werk van kunstenaars ! ontwerp Maaskade door architecten en kunstenaars ! groeihuur voor panden en ontwikkelen kweekvijver van ontmoeting ! communicatie en inspraak 10. AINSI-project: herontwikkeling van Gebouwen Noord van ENCI van architect Peutz. Inzet is het realiseren van een multifunctionele locatie voor nieuwe ateliers, Gemeentelijk Centrum voor Beeldende Kunst (Marres), Limburgse Federatie voor Amateurtoneel, Toneelacademie Maastricht, bedrijfsunits. In euregionale samenwerking o.a. met Genk, Eupen en Alsdorf. 11. Ondersteuning ontwikkeling Kultuurfabriek Maastricht (voormalige Timmerfabriek); De Kultuurfabriek dient te worden gehuisvest in de Timmerfabriek gelegen in het Bevédère project. Het concept Kultuurfabriek bestaat uit de volgende items: podia en werkplaatsen (theaterwerkplaats, ateliervoorzieningen, middenzaal, filmhuis); media (huisvesting evenementenorganisatiebureaus, opname studio’s); kunst (galeries, artotheek, veilinghuis); design (ontwerp, fabricage en verkoop vormgevingsproducten); muziek (productie muziekinstrumenten, muziekhandel); theater (decorbouw, kostuums, grime); horeca. Gemeente Maastricht, Provincie Limburg, CBK Marres, LFA, SAM, ENCI, BOEi, Gemeente Genk, Eupen, Alsdorf, Toneelacedemie Gemeente Maastricht, Hogeschool Zuyd, Jan van Eyck Academie, Huis van Bourgondië, horeca, ontwerpers, media start medio 2007 – opening 1/1/2009 P.M.

16

Realisatie Najaar 2005

Middelen P.M.

IV. Ontmoeting, bundeling, en zichtbaarheid van de creatieve industrie; Verantwoordelijk portefeuillehouders zijn mw. Odile Wolfs en dhr. Martin Eurlings Projecten Partners 12. Op korte termijn instellen van een centrale coördinator Creatieve Tripool, Hogeschool Zuyd, Industrie Limburg, die voorbereidingen treft om een platform (digitaal en culturele instellingen fysiek) op te zetten. Hier kan kennis gebundeld worden, partners en partijen elkaar leren kennen, en ook financiële mogelijkheden geschetst kunnen worden bij private investeerders. 13. Instellen van provinciale Tenderregeling Creative City die bedragen beschikbaar stelt voor creatieve starters en instellingen op het gebied van creatieve industrie in Limburg en grensoverschrijdend. 1e = € 175.000 2e = € 58.048 Totaal = € 233.048 P.M.

14.

(Eu)regionale vormgevers, Provincie Belgisch Limburg, Provincie Luik, Hogeschool Zuyd

1dec.– 15 feb 2006 1e tranche. 1 mrt – e 31 dec 2006 2 tranche. najaar 2006

15.

2006

PM

16.

‘Vormgevingsmanifestatie’; Hierbij wordt een opdracht verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van een vormgevingsmanifestatie in de provincie Limburg. De manifestatie is gericht op verschillende plekken in de euregio te bezoeken en laat werk zien van het euregionale vormgevingspotentieel. De manifestatie is toegankelijk voor een groot publiek en bestaat uit zowel een presentatie als ook uit (educatieve) omlijstende activiteiten. Doelstelling is om vormgeving op de kaart te zetten; provinciaal, Euregionaal en bij voorkeur nationaal. Aan de manifestatie wordt een thema verbonden (bijvoorbeeld de regionale verschillen) en deze worden in een tentoonstelling en een begeleidend boekwerk gepresenteerd. Ook de vormgeving van de presentatie zelf en het boekwerk spreken voor zich. De presentatie vindt plaats in op drie plekken in de Euregio en het boekwerk verschijnt in 3 talen. Aansluiten bij bestaande evenementen en projecten die een platform zijn voor ontmoeting en discussie genereren, bijv. Jan van Eijck discussiesessies, T-zone van Domein in Sittard; Euregionale contactvorming tussen ondernemers en cultuur-instellingen Domein Sittard, Jan van Eyck Academie, Limburgse musea Provincie Luik en Belgisch

2006

PM
17

17.

in Limburg, NRW, Wallonie en Vlaanderen) Insteken op concrete uitvoering van de Cultuurconvenanten met Provincie Luik en het land NRW; Project Binnen: ontmoetingsplaats binnen de stad voor breed publiek waar nieuwe producten worden getest, vormgevers aan het werk zijn, tentoonstellingen gehouden worden. Gericht op kennismaking en ontmoeting. Loopt reeds PM Stichting Odapark, beeldende kunstenaars, Bestuur Floriade, gemeente Venray Voorjaar 2006 2006 2006 2006 Provincie Limburg: € 60.000

Limburg, Land NRW, euregionale kunstenaars, vormgevers, bedrijfsleven Trébuchet, gemeente Maastricht, KVK, creatieve ondernemers

18.

Project Floriade en beeldende kunsten; het Odapark Venray als vernieuwend centrum voor hedendaagse beeldende kunst in NoordLimburg, voor de coördinatie van diverse activiteiten o.a. in opmaat en actieve koppeling (crossover) naar de Floriade 2012.

19.

Inzetten op Structuurfondsen-middelen voor creatieve industrie na 2006

20. Provincie Limburg, Tripool, Venlo, organisatoren festivals, evenementen etc.

Provincie Limburg, Tripool, Venlo NAI

21.

Afstemming met activeiten van Nederlands Architecten Insitituut (NAI) in de Wiebingahal Samenwerken op gebied van verschillende festivals en promotieactiviteiten voor de creatieve industrie.

18

Eindnoten
1

Een slechte vertaling van het Engelse ‘creative industries’, waarbij ‘industry’ een veel breder begrip markeert (creatieve

bedrijvigheid) dan het Nederlandse ‘industrie’.
2

TNO-rapport 33634 (2005). De Creatieve Industrie in de Zuidelijke Tripool Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen. 25 april 2005.

Online available: http://www.maastricht.nl/maastricht/show/id=177818/textonly=42282
3 4

Florida, Richard (2002). The Rise of the Creative Class. Basic Books, New York. Een van de eerste die sprak van het begrip ‘knowledge economy’ was Peter F. Drucker, eind jaren 60 in zijn The Age of

Discontinuity; Guidelines to Our Changing Society (1969).
5

Businees Week, ‘The Creative Economy’, August 28, 2000. Online available:

http://www.businessweek.com/archives/2000/b3696002.arc.htm#B3696002
6

Een van de eerste die sprak van het begrip ‘knowledge economy’ was Peter F. Drucker, eind jaren 60 in zijn The Age of

Discontinuity; Guidelines to Our Changing Society (1969).
7

Ruimtelijk Planbureau (2004). Paper: ‘Cultural Industries binnen de Nederlandse Agglomeraties’, 25 maart 2004.

http://www.ruimtelijkplanbureau.nl/upload/papers_medewerkers/Paper_Stadsdag_25032004.pdf
8

Voor kritische analyses van het werk van Florida zie o.a. Malanga (2004) ‘The Curse of the Creative Class’ (www.city-

journal.org/html/14_1_the _curse.html); zie ook het verslag van de Rotterdamse Zomerdebatten, specifiek debat 4: Creatieve Economie, 6 oktober 2004 (http://www.kei-centrum.nl/files/kei2003/documentatie/kei-publicaties/kei-woonbron-portaal-verslagzomerdebat-creatieve-economie-okt2004.pdf)
9

CESRT (2005) / Hogeschool Zuyd. Notitie Sociale Intergratie Limburg. April 2005. Trébuchet (2005). Cultuur ontmoet Economie. Kwalitatief onderzoek naar de Creatieve Industrie in de Provincie Limburg. Oktober

10

2005.
11

Etin adviseurs (2005). Creatieve pijler onder Noord-Nederlandse economie?! Eindrapport, p.2. Online available:

http://www.etin.nl/f_publ/creatieve_industrie_VNO_NCW_Noord.pdf
12 13

TNO (2005), p.26 Bijvoorbeeld in het Etin rapport (2005). Creatieve pijler onder de Noord-Nederlandse economie?!, p.6. Florida zelf definieert de 5

kerngebieden als 1. R&D, 2. publishing, 3. software, 4. tv/radio, 5. design. (Florida, 2004, p.47). Bovendien schaart Florida ook de beroepsgroepn advocaten, managers, en ongeveer de gehele financiele en zorgsector onder zijn definitie van de creatieve klasse (idem 69).
14

Zie voor kenmerken o.a. Raes, S. & Hofstede, B. (2005). Creativiteit in kaart gebracht. Mapping document creatieve bedrijvigheid

in Nederland. Online available: http://www.cultuureneconomie.nl/onderzoeksrapporten.html
15

Zie hiervoor bijvoorbeeld de ontwikkeling in Londen; GLA Economics (2004). London’s Creative Sector: 2004 Update, p.7 Online

available: http://www.creativelondon.org.uk/documents/londons_creative_sector_2004_update.pdf
16 17 18

Etin adviseurs (2005), p. 3 Ruimtelijk Planbureau (2004), p.7 Stichting Nederland Kennisland (2005). Creatieve starters. Kansen en knelpunten voor starters in de creatieve industrie.

Inventarisatie. Amsterdam, juli 2005. Online available: http://www.kennisland.nl/Kennisland/Actueel/publicaties/Creatieve_starters.html
19

Ruimtelijk Planbureau (2005). Kennis op de kaart. Ruimtelijke patronen in de kenniseconomie. Met name p.62-68. Online

available: http://www.ruimtelijkplanbureau.nl/nl-nl/?hrf=http%3A%2F%2Fwww.ruimtelijkplanbureau.nl%2Fnlnl%2Fcontent.aspx%3Fcid%3D378%26mid%3D18
20

Provincie Limburg (2005). Limburg in cijfers 2005, p.61. Online available:

http://www.limburg.nl/upload/pdf/Limburg_in_cijfers_2005.pdf
21

Zie voor de teruggang in de ICT-sector ook het recentelijk gepubliceerde rapport van het CBS ‘De digitale economie 2004’, juni

2005. Online available: http://www.cbs.nl/nl/publicaties/publicaties/bedrijfsleven/algemeen/2004-p34-pub.pdf

22

CPB: Canoy, M., Nahuis, R. & Waagmeester, D. (2005). De creativiteit van de markt. Verkenning van de rol van de overheid bij

creatieve industrieën. Juni 2005. Online available: http://www.cpb.nl/nl/pub/document/90/
23

Ministeries OC&W en EZ (2005). Ons Creatieve Vermogen. Brief Cultuur en Economie. Brief aan Tweede Kamer, 14 oktober

2005. Online available: http://www.ez.nl/content.jsp?objectid=35646
24

Innovatieplatform (2005). Creativiteit. De gewichtloze brandstof van de economie, p.19. September 2005. Online available:

http://www.innovatieplatform.nl/nl/actueel/archief/2005/9/Nederland_moet_creatieve_hotspot_worden.html
25 26

Innovatieplatform (2005), met name p.28-33. Provincie Limburg (2005). BewustCultuurBewust! De provincie bevordert een sterk cultureel bewustzijn in Limburg.

Sonderingsversie 15 juni 2005. Online available: http://www.limburg.nl/upload/pdf/BEWUSTCULTUURBEWUST15juni05.pdf

20