Inhoud van de voorschriften

Hoofdstuk I
Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

1

Inleidende algemene en technische bepalingen
Begripsbepalingen Wijze van meten Bebouwingsnormen Aanvullende werking bouwverordening Percentages en dubbeltelbepaling Bestaande afstanden en andere maten Hoogteaanduidingen Beeldkwaliteit en welstand

blz. 3 3 6 7 7 7 8 9 10

Hoofdstuk II
Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37

Bestemmingen
Bedrijfsdoeleinden (B) Bedrijfs- en Horecadoeleinden (BH) Kantoordoeleinden (K) Kantoor- en Horecadoeleinden (KH) Horecadoeleinden (H) Gemengde Doeleinden (GD) Dagrecreatieve doeleinden, veldsport (dRv) Jachthaven (Rj) Volkstuinen (V) Woongebied (WG) Woonwagencentrum (WW) Woondoeleinden (W) Erven (E) Tuinen (T) Verkeersdoeleinden-autosnelweg (VA) Verkeersdoeleinden-autosnelweg, Water (VAWA) Verkeersdoeleinden-verkeerswegen (VV) Verkeersdoeleinden-verkeerswegen, Water (VVWA) Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG) Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied, Water (VGWA) Spoorweg (S) Spoorweg, Verkeersdoeleinden-autosnelweg (SVA) Spoorweg, Verkeersdoeleinden-verkeersweg (SVV) Water (WA) Groenaanleg (GR) Groenaanleg en Water (GRWA) Primair waterkeringsdoeleinden Leidingen Archeologisch waardevol gebied

11 11 14 15 15 16 17 18 18 19 20 21 21 22 22 23 23 24 24 25 25 26 26 27 27 27 28 28 29 30

Hoofdstuk III
Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42
Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Bestemmingen op gebiedsniveau
Gebiedsdeel D (Designcluster) Gebiedsdeel F (Foodcluster) Gebiedsdeel G (Gemengd cluster) Gebiedsdeel T (Transportcluster) Gebiedsdeel ZD (Zakelijke Dienstverleningscluster)

31 31 32 34 36 38
206.10435.00

Inhoud van de voorschriften

2

Hoofdstuk IV Overige algemene bepalingen
Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46 Algemene vrijstellingsbevoegdheid Algemene wijzigingsbevoegdheden Algemeen procedurevoorschrift Gebruik

41 41 41 41 42

Hoofdstuk V
Artikel 47 Artikel 48 Artikel 49

Overgangs- en slotbepalingen
Overgangsbepalingen Strafbepaling Titel

43 43 43 43

Bijlagen:

1. Staat van Horeca-activiteiten. 2. Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Hoofdstuk I Inleidende algemene en technische bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen

3

1. het plan het bestemmingsplan Spaanse Polder en 's-Graveland van de gemeente Rotterdam respectievelijk de gemeente Schiedam vervat in de kaart en deze voorschriften. Rotterdam Schiedam Schiedam 2. de kaart de gewaarmerkte kaart nr. 206.10435.00 met bijbehorende verklaring, bestaande uit 2 kaartbladen, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. de gewaarmerkte kaart nr. 278.10435.00 met bijbehorende verklaring, bestaande uit 1 kaartblad, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 3. aan-huis-gebonden beroep/bedrijf een beroep of bedrijf welke vanwege de beperkte omvang in een gedeelte van de woning en de daarbij behorende bebouwing wordt uitgeoefend door de bewoner. 4. aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 5. antennedrager antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 6. antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie. 7. bebouwing een of meer gebouwen en/of andere bouwwerken. 8. bebouwingsgrens op de plankaart aangegeven lijn welke niet door bebouwing mag worden overschreden (behoudens overschrijdingen die krachtens deze voorschriften zijn of kunnen worden toegestaan). 9. bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 10. bestaande bouwwerken bouwwerken, die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. Rotterdam 11. bestaande gebouwen gebouwen, die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. 12. bestemmingsvlak een op de kaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming.

Schiedam

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

4

Schiedam

13 bijgebouw een vrijstaand, afzonderlijk van het hoofdgebouw, niet voor bewoning dienend, in bouwkundig opzicht te onderscheiden en in functioneel opzicht ondergeschikt gebouw. 14. bouwblok een terrein dat blijkens de plantekening geheel of grotendeels door wegen, als bedoeld in dit bestemmingsplan, wordt begrensd en waarop ingevolge deze voorschriften gebouwen zijn toegestaan. 15. bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 16. brutovloeroppervlakte (bvo) de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels, horeca of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en dienstruimten. 17. detailhandel in volumineuze artikelen een detailhandelsbedrijf dat vanwege de aard en de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft, te onderscheiden in de volgende branchegroepen: branchegroep 1 detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; detailhandel in zeer volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen; branchegroep 2 tuincentra; grootschalige meubelbedrijven inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering; bouwmarkten. 18. detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die die goederen voor gebruik, of verbruik, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, aanwenden. 19. dienstverlenende bedrijven bedrijven waarin geen van het bedrijf zelf afkomstige goederenstroom door het bedrijf gaat, zoals bedrijven, die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en/of ten behoeve van derden montage- en installatiewerkzaamheden verrichten. 20. dienstwoning/bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 21. gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 22. geluidszoneringsplichtige inrichting een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgelegd. 23. hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

5

24. horeca een ruimte bestemd voor het bedrijfsmatig verschaffen van logies en/of het bedrijfsmatig ten behoeve van gebruik ter plaatse verstrekken van etenswaren en dranken. 25. kantoren ruimten, welke blijkens hun indeling en inrichting zijn bestemd voor administratieve werkruimte. 26. maatschappelijke voorzieningen voorzieningen van sociale, culturele, medische, educatieve, recreatieve, levensbeschouwelijke aard dan wel ten behoeve van de openbare dienst. 27. milieudeskundige de DCMR Milieudienst Rijnmond of een andere door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige. 28. nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie. Schiedam 29. peil voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang na voltooiing van de aanleg van dat terrein; indien een bouwwerk aan meer dan een weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.

30. praktijkruimte/atelier een werkruimte voor de uitoefening van administratieve, medische c.q. paramedische of daarmee gelijk te stellen beroepen of werkzaamheden, dan wel een werkruimte ten behoeve van een kunstenaar. 31. seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 32. showroom een uitstallingsruimte voor groothandels- of productiebedrijven ten behoeve van wederverkopers of afnemers voor het gebruik in het eigen bedrijf, waarbij geen sprake is van detailhandel. 33. speelautomatenhal een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarin ten behoeve van het publiek meer dan twee speelautomaten in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld. 34. verkoopvloeroppervlak (vvo) de voor het publiek toegankelijke winkelruimte.

Schiedam

35. woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

6

Artikel 2

Wijze van meten

1. Bij de toepassing van deze voorschriften geldt de volgende wijze van meten: a. de grondoppervlakte van een gebouw of ander bouwwerk wordt gemeten tussen de verticale projecties van de buitenzijde van de gevels; b. de inhoud van een gebouw of ander bouwwerk wordt gemeten buitenwerks en boven peil; c. de hoogte van een gebouw of ander bouwwerk (bouwhoogte) wordt gemeten vanaf het hoogste punt van dat gebouw of ander bouwwerk tot het peil, schoorstenen en antennes − met een hoogte van maximaal 3 m − uitgezonderd; d. de goot- of boeibordhoogte van een gebouw wordt gemeten vanaf de horizontale snijlijn van gevelvlak en dakvlak tot aan het peil; e. de breedte van een gebouw wordt gemeten van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte; f. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens wordt gemeten vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van de gevel van het gebouw, haaks op de perceelsgrens; g. de bouwhoogte van een antenne-installatie wordt gemeten tussen de onderkant en het hoogste punt van de antenne-installatie.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

7

Artikel 3

Bebouwingsnormen

Op de voor bebouwing bestemde gronden dienen − onverminderd hetgeen daartoe in de desbetreffende voorschriften is bepaald − de op de plankaart aangegeven bebouwingsnormen in acht genomen te worden.

Artikel 4

Aanvullende werking bouwverordening

De voorschriften van stedenbouwkundige aard van paragraaf 2.5 van de Bouwverordening blijven uitsluitend van toepassing, voorzover het betreft: a. ligging en plaatsing van voorgevel en achtergevel van het gebouw ten opzichte van de voorgevel- en achtergevelrooilijn; b. de richtlijnen voor de verlening van de ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen; c. bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen; d. bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; e. de ruimte tussen bouwwerken; f. parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.

Artikel 5

Percentages en dubbeltelbepaling

Percentages 1. Een op de kaart of in de voorschriften aangegeven percentage, geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald. Dubbeltelbepaling 2. Gronden welke in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van een bouwvergunning waaraan uitvoering is of kan worden gegeven, blijven bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

8

Artikel 6

Bestaande afstanden en andere maten

1. Indien afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 2. In die gevallen dat afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 3. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 1 en 2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

9

Artikel 7

Hoogteaanduidingen

1. Voor de ten hoogst toelaatbare bouwhoogte van gebouwen dienen de op de kaart aangegeven hoogten in acht genomen te worden, tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald. Indien op de kaart geen hoogteaanduiding is ingeschreven, geldt voor de maximaal toelaatbare goot- dan wel bouwhoogte het bepaalde in lid 3, tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald. 2. De ten hoogst toelaatbare hoogten mogen worden overschreden door antenne-installaties, mits deze voldoen aan het bepaalde in lid 3, schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen. Voorzover in lid 3 of in hoofdstuk II een goothoogte of boeibordhoogte is aangegeven, mag de ten hoogst toelaatbare hoogte tevens worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels en dakkapellen, tenzij in hoofdstuk II anders is bepaald. 3. De maximaal toelaatbare goot- of boeibordhoogte en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:
goothoogte/boeibordhoogte in meters van hoofdgebouwen van bijgebouwen van aan- of uitbouwen van erf- en terreinafscheidingen grenzend aan openbaar gebied van erf- en terreinafscheidingen elders van geluidsschermen van lichtmasten van reclamevoorzieningen van overig straatmeubilair van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast van vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van mobiele telecommunicatie van antenne-installaties die op bouwwerken zijn gebouwd, niet zijnde schotelantennes van schotelantennes van tuinmeubilair van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 3 bouwhoogte in meters 45 4,5 1 2 6 9 2,5 6 15

-

5 5 3 2 3

Afdekking van gebouwen 5. Voorzover noch in deze voorschriften noch op de plankaart regels zijn opgenomen ten aanzien van de afdekking van gebouwen, mogen deze gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt. Straalpad 6. Op de gronden waarboven blijkens de kaart een straalpad is gelegen, mag de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door interpolatie van de op de kaart bij het straalpad ingeschreven hoogtematen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Inleidende algemene en technische bepalingen

10

Schiedam

Artikel 8
1.

Beeldkwaliteit en welstand

2.

Beschrijving in Hoofdlijnen Het beeldkwaliteitplan Spaanse Polder en 's-Graveland, zoals is opgenomen als bijlage P.M. bij dit bestemmingsplan, wordt door Burgemeester en Wethouders als richtlijn gehanteerd bij de uitvoering van het bestemmingsplan, zoals de afstemming van het gemeentelijk beleid in dit kader, de gronduitgifte, de afspraken met de partijen over de uitvoering van het bestemmingsplan, hantering van bevoegdheden op grond van gemeentelijke verordening en de inrichting en beheer van de buitenruimte. Het accent ligt hierbij op een zorgvuldig beheer. Het welstandsbeleid voor het plangebied is vervat in de Nota Architectuur en Welstand, waarin ook zijn opgenomen de welstandscriteria zoals bedoeld in artikel 12a van de Woningwet. Voor licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken gelden tevens de op het moment van aanvraag vigerende loketcriteria voor welstandstoetsing. Voorzover het beeldkwaliteitplan criteria bevat inzake het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk zullen deze onderdeel uitmaken van de welstandsnota zoals genoemd in artikel 12a van de Woningwet. Bij de toepassing van artikel 12 lid 3 van de Woningwet (coördinatie tussen bestemmingsplan en welstandsnota) wordt het beeldkwaliteitplan geacht onderdeel uit te maken van dit bestemmingsplan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Hoofdstuk II
Artikel 9

Bestemmingen

11

Bedrijfsdoeleinden (B)

Rotterdam

Schiedam

Schiedam

Rotterdam

Schiedam

Schiedam

Schiedam Rotterdam

Schiedam

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Bedrijfsdoeleinden (B) zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding B(2): bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede: 1. ter plaatse van de subbestemming B(2)mp: metaalconstructiewerken; 2. ter plaatse van de subbestemming B(2)he/pl: een bedrijf voor het vervaardigen van houten emballage en een plaatwerkerij; 3. ter plaatse van de subbestemming B(2)tr: een transportbedrijf; 4. ter plaatse van de subbestemming B(2)mp/dr: metaalconstructiewerken en een drukkerij; 5. ter plaatse van de subbestemming B(2)tr/la: een transportbedrijf en een voorziening voor laden, lossen en overslag; 6. ter plaatse van de subbestemming B(2)gh: een groothandel in bouwmaterialen; 7. ter plaatse van de subbestemming B(2)gc: een groothandel in chemische producten; voorzover de bedrijven onder 1 tot en met 7 voorkomt in categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 8. ter plaatse van de subbestemming B(2)gd: detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 1 en 2; 9. ter plaatse van de subbestemming B(2)dv: detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 1; b. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding B(3): bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1, 2, en 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede: 1. ter plaatse van de subbestemming B(3)bab: een bedrijf voor de behandeling en beheer van afval; 2. ter plaatse van de subbestemming B(3)gpk: een groothandelsbedrijf in papier en karton; 3. ter plaatse van de subbestemming B(3)ma: een bedrijf voor de vervaardiging van machines en apparaten; 4. ter plaatse van de subbestemming B(3)mp: metaalconstructiewerken; 5. ter plaatse van de subbestemming B(3)sch: een scheepswerf; voorzover de bedrijven onder 1 tot en met 5 voorkomen in categorie 4 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; alsmede: 6. ter plaatse van de subbestemming B(3)gd: detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 2; 7. ter plaatse van de subbestemming B(3)dv: detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 1; c. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding B(4): bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 4 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede: 1. ter plaatse van de subbestemming B(4)sk; een indoor-skelterbaan, voorzover het bedrijf voorkomt in categorie 5 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. ter plaatse van de subbestemming B(4)dv: detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 1; d. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding Bbsl: een benzineservicestation met verkoop van LPG; e. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding Bbs: een benzineservicestation zonder verkoop van LPG; f. ter plaatse van de subbestemming Bn: een nutsvoorziening; g. ter plaatse van de subbestemming Bg: een gemaal; h. bijbehorende voorzieningen zoals showrooms en kantoren als ondergeschikte onderdelen van de bedrijven, (ontsluitings)wegen, laad- en losvoorzieningen, geluidsschermen, parkeervoorzieningen, groenaanleg en water; met dien verstande dat: i. zelfstandige kantoren niet zijn toegestaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

12

Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de (sub)bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; b. per bedrijf mag het kantoorvloeroppervlak niet meer bedragen dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 2.000 m²; c. het verkoopvloeroppervlak van de bij een benzineservicestation behorende detailhandel mag ten hoogste 125 m² bedragen; d. indien gebouwen niet in de zijerfafscheiding worden gebouwd, dient de afstand van gebouwen tot de zijerfscheiding ten minste 2,5 m te bedragen; e. het bepaalde sub d is niet van toepassing op gebouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 3,2 m; f. de op de plankaart aangeduide minimum bouwhoogte geldt uitsluitend binnen 5 m gemeten vanuit de grens van het bestemmingsvlak, voorzover deze grenst aan de volgende wegen: de Giessenweg, de Industrieweg, de Thurledeweg, de Matlingeweg en de Vlaardingweg; g. ter plaatse van de nadere aanwijzing (z) mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; h. ter plaatse van de nadere aanwijzing "gevellijn" dienen gebouwen in deze lijn te worden gebouwd; i. 10 m ten weerszijde van de nadere aanwijzing "zichtlijn" mogen geen bouwwerken worden gebouwd; Bijzondere gebruiksvoorschrift 4. Het is verboden de gronden met de nadere aanwijzing (z) en andere onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m. 5. Het is verboden onbebouwde gronden binnen 5 m vanaf de bestemmingsgrens voorzover deze gronden grenzen aan gronden met de bestemmingen Verkeersdoeleinden-verkeerswegen (VV) of Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG) te gebruiken voor de opslag van goederen. Rotterdam Vrijstellingsregeling maximale bouwhoogten gronden met de nadere aanwijzing (rb) 6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van de voor de gronden met de nadere aanwijzing (rb) geldende maximale bouwhoogte voor hoofdgebouwen van 7 m, waarbij geldt dat: a. per bouwblok voor ten hoogste 70% van het oppervlak kan worden vrijgesteld van de maximale bouwhoogte tot ten hoogste 45 m; b. een minimum afstand van 20 m geldt tussen gebouwen met een bouwhoogte van meer dan 7 m, ongeacht of deze met deze vrijstellingsregeling mogelijk zijn gemaakt, dan wel op grond van artikel 6 (Bestaande afstanden en andere maten) zijn toegestaan. Vrijstellingsregeling maximale bouwhoogten Schiedam 7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van de op grond van de aanduidingen op de plankaart geldende maximale bouwhoogte, waarbij geldt dat: a. voor gronden waarvoor de maximale bouwhoogte 7 m is, vrijstelling kan worden verleend ten behoeve van het bouwen van hoofdgebouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 10 m; b. voor gronden waarvoor de maximale bouwhoogte 10 m is, vrijstelling kan worden verleend ten behoeve van het bouwen van hoofdgebouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 13 m; c. ter hoogte van de nadere aanwijzing "Hoogteaccent" in afwijking van het gestelde onder a en b vrijstelling kan worden verleend ten behoeve van het bouwen van een hoofdgebouw met een bouwhoogte van ten hoogste 45 m.

Rotterdam

Schiedam

Schiedam

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

13

Vrijstellingsbevoegdheden Staat van Bedrijfsactiviteiten 8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1: a. teneinde bedrijven toe te laten die voorkomen in één categorie hoger dan genoemd in lid 1, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm, alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. teneinde bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. 9. Alvorens omtrent het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in lid 8 te beslissen, wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de milieudeskundige omtrent de aard van het bedrijf en de invloed daarvan op de omgeving.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

14

Schiedam

Artikel 10

Bedrijfs- en Horecadoeleinden (BH)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Bedrijfs- en Horecadoeleinden (BH) zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding B(4)H: bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 4 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. horecabedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Horecaactiviteiten, voor ten hoogste 15% van het oppervlak van het bestemmingsvlak; c. ter plaatse van de subbestemming B(4)Hdv: tevens voor detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 1; alsmede voor: d. bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, parkeervoorzieningen, groen en water. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; b. per bedrijf mag het kantoorvloeroppervlak niet meer bedragen dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 2.000 m²; c. indien gebouwen niet in de zijerfafscheiding worden gebouwd, dient de afstand van gebouwen tot de zijerfscheiding ten minste 2,5 m te bedragen; d. het bepaalde sub c is niet van toepassing op gebouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 3,2 m; e. ter plaatse van de nadere aanwijzing "gevellijn" dienen gebouwen in deze lijn te worden gebouwd. Bijzonder gebruiksvoorschrift 4. Het is verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m. Vrijstellingsbevoegdheden Staat van Bedrijfsactiviteiten 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 sub b: a. teneinde bedrijven toe te laten die voorkomen in één categorie hoger dan genoemd in lid 1 sub b, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. teneinde bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. 6. Alvorens omtrent het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in lid 4 te beslissen, wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de milieudeskundige omtrent de aard van het bedrijf en de invloed daarvan op de omgeving.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

15

Schiedam

Artikel 11

Kantoordoeleinden (K)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Kantoordoeleinden (K) zijn bestemd voor: a. kantoren; alsmede voor: b. bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, parkeervoorzieningen, groen en water. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen geldt de bepaling dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan.

Schiedam

Artikel 12

Kantoor- en Horecadoeleinden (KH)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Kantoor- en Horecadoeleinden (KH) zijn bestemd voor: a. kantoren; b. horecabedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten; alsmede voor: c. bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, parkeervoorzieningen, groen en water. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen geldt de bepaling dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

16

Artikel 13

Horecadoeleinden (H)

Rotterdam

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Horecadoeleinden (H), zijn bestemd voor: a. horecabedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Horecaactiviteiten; alsmede voor: b. bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, parkeervoorzieningen, groen en water; met dien verstande dat: c. ter plaatse van de nadere aanduiding (a) het bedrijfsvloeroppervlak ten behoeve van het horecabedrijf ten hoogste 530 m² bedraagt; d. ter plaatse van de nadere aanduiding (b) het bedrijfsvloeroppervlak ten behoeve van het horecabedrijf ten hoogste 80 m² bedraagt; e. ter plaatse van de nadere aanduiding (c) het bedrijfsvloeroppervlak ten behoeve van het horecabedrijf ten hoogste 630 m² bedraagt; f. ter plaatse van de nadere aanduiding (d) het bedrijfsvloeroppervlak ten behoeve van het horecabedrijf ten hoogste 400 m² bedraagt; Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen geldt de bepaling dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

17

Rotterdam

Artikel 14

Gemengde Doeleinden (GD)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Gemengde Doeleinden (GD) zijn bestemd voor: a. dienstverlenende bedrijven; b. kantoren; c. bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1, 2 en 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; d. horecabedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Horecaactiviteiten met dien verstande dat het gezamenlijk bedrijfsvloeroppervlak ten behoeve van horecabedrijven maximaal 300 m² mag bedragen; e. water ten behoeve van de waterberging en waterhuishouding voor ten minste 5% van het bestemmingsvlak; f. bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, uitgezonderd dienst- en bedrijfswoningen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen geldt de bepaling dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan. Bijzonder gebruiksvoorschrift 4. Het is verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen. Vrijstellingsbevoegdheden Staat van Bedrijfsactiviteiten 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in: a. lid 1 sub b teneinde bedrijven toe te laten die voorkomen in één categorie hoger dan genoemd in lid 1 sub b, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. lid sub b teneinde bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. 6. Alvorens omtrent het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in lid 4 te beslissen, wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de milieudeskundige omtrent de aard van het bedrijf en de invloed daarvan op de omgeving.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

18

Rotterdam

Artikel 15

Dagrecreatieve doeleinden, veldsport (dRv)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart, aangewezen voor Dagrecreatieve doeleinden, veldsport (dRv), zijn bestemd voor: a. sport- en speelvelden; alsmede voor: b. de bij de genoemde doeleinden behorende voorzieningen, zoals (ontsluitings)wegen en -paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 genoemde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, zoals een clubgebouw; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan; b. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 350 m²; c. de hoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 15 m; d. voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt het bepaalde in artikel 7.

Schiedam

Artikel 16

Jachthaven (Rj)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart, aangewezen voor Jachthaven (Rj), zijn bestemd voor: a. een jachthaven ten dienste van de pleziervaart, met de bijbehorende voorzieningen als kaden, dammen, taluds en steigers; b. water; alsmede voor: c. ter plaatse van de subbestemming Rjh: tevens een horecabedrijf met een maximale oppervlakte van 200 m², voorzover deze voorkomt in categorie 1 en 2 van de Staat van Horecaactiviteiten; d. de bij de genoemde doeleinden behorende voorzieningen, zoals (ontsluitings)wegen en paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 genoemde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, zoals een clubgebouw en botenloods; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, als een brug, een duiker, een steiger, een vlonder, beschoeiing en meerpalen. 3. Voor het bouwen geldt de bepaling dat bedrijfswoningen niet zijn toegestaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

19

Schiedam

Artikel 17

Volkstuinen (V)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Volkstuinen (V), zijn bestemd voor een complex volkstuinen met bijbehorende voorzieningen, alsmede voor (ontsluitings)wegen en -paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen als taluds, keerwanden en beschoeiingen, met dien verstande dat de maximale oppervlakte per volkstuin 200 m² mag bedragen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, zoals volkstuinhuisjes, kweekkassen, een verenigingsgebouw, sanitaire gebouwtjes, niet voor bewoning bestemde gebouwtjes ten behoeve van onderhoud en beheer; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder speelvoorzieningen, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard, als een brug, een duiker, een steiger, een vlonder, beschoeiing en meerpalen. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. het te bebouwen oppervlak per volkstuin mag ten hoogste 10% bedragen; b. ten behoeve van een verenigingsgebouw, sanitairgebouwen en gebouwen ten dienste van onderhoud en beheer, mag maximaal 200 m² aan gebouwen worden opgericht; c. de goothoogte van gebouwen mag ten hoogste 3 m bedragen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

20

Schiedam

Artikel 18

Woongebied (WG)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Woongebied (WG), zijn bestemd voor: a. het wonen met bijhorende erven en (voor)tuinen en in samenhang met het wonen voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf; alsmede voor: b. (ontsluitings)wegen; c. bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, groen en water. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen met bijbehorende aan- en uitbouwen; b. bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend vrijstaand en tweeaaneen worden gebouwd; b. de inhoud van de woningen inclusief aan en uitbouwen en erfbebouwing mag ten hoogste 600 m³ bedragen; c. de dakhelling van de daken van de hoofdgebouwen dient ten minste 30° en mag ten hoogste 45° bedragen; d. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij en/of achtererf bedragen, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; e. bijgebouwen en aan- en uitbouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f. de diepte van een aan- en uitbouw, gemeten vanuit de achtergevel van het hoofdgebouw, mag ten hoogste 3 m bedragen; g. de bouwhoogte van een aan- en uitbouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; h. indien de gebouwen niet in de erfscheiding worden gebouwd, dient de afstand tot de erfscheiding ten minste 1 m te bedragen. Vrijstellingsbevoegdheden 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 3 onder c ten behoeve van een dakhelling van hoofdgebouwen tot ten hoogste 60° met dien ver, stande dat de maximale bouwhoogte niet mag worden overschreden. 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 3 onder g voor het realiseren van een kap, met dien verstande dat de dakhelling daarvan niet meer mag bedragen dan de dakhelling van het hoofdgebouw.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

21

Schiedam

Artikel 19

Woonwagencentrum (WW)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Woonwagencentrum (WW) zijn bestemd voor: a. een woonwagencentrum met ten hoogste 17 standplaatsen, waarbij de omvang van een standplaats ten hoogste 200 m² bedraagt; alsmede voor: b. bijbehorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen en nutsvoorzieningen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen, zoals woonwagens, sanitaire voorzieningen, bergingen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Schiedam

Artikel 20

Woondoeleinden (W)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Woondoeleinden (W) zijn bestemd voor het wonen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen met bijbehorende aan- en uitbouwen; b. bijgebouwen; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak mag ten hoogste één hoofdgebouw worden gebouwd; b. de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande hoogtematen en oppervlakte van de hoofdgebouwen gelden als ten hoogst toelaatbare hoogtematen en oppervlakte. De ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande afstanden van de hoofdgebouwen tot perceelsgrenzen gelden als minimale afstanden; c. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij en/of achtererf − inclusief de in artikel 21 voor erven bestemde gronden − bedragen, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

22

Schiedam

Artikel 21

Erven (E)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Erven (E) zijn bestemd voor erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bijgebouwen en aan- en uitbouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. het gezamenlijk te bebouwen oppervlak aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij en/of achtererf − inclusief de in artikel 20 bestemde gronden die niet met een hoofdgebouw zijn bebouwd − bedragen, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven. b. bijgebouwen en aan- en uitbouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; c. de diepte van een aan- en uitbouw, gemeten vanuit de achtergevel van het hoofdgebouw, mag ten hoogste 3 m bedragen; d. indien de gebouwen niet in de erfscheiding worden gebouwd, dient de afstand tot de erfscheiding ten minste 1 m te bedragen.

Schiedam

Artikel 22

Tuinen (T)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Tuinen (T), zijn bestemd voor voortuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

23

Artikel 23

Verkeersdoeleinden-autosnelweg (VA)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden-autosnelweg (VA), zijn bestemd voor: a. een autosnelweg met ten hoogste 3 doorgaande rijstroken per rijrichting, opstelstroken en busstroken daaronder niet begrepen; alsmede tot ten hoogste 6 m boven peil voor: b. parkeervoorzieningen; c. water; d. wegen met ten hoogste 2 doorgaande rijstroken per rijrichting, opstelstroken en busstroken daar niet onder begrepen; alsmede voor: e. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers waterstaatswerken als dijken, taluds, keerwanden en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Artikel 24

Verkeersdoeleinden-autosnelweg, Water (VAWA)

1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden-autosnelweg, Water (VAWA), zijn bestemd voor: a. een autosnelweg met ten hoogste 2 x 3 doorgaande rijstroken, opstelstroken en busstroken daaronder niet begrepen; b, de waterhuishouding en verkeersdoeleinden te water; alsmede voor: c. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, waterstaatswerken als dijken, taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

24

Artikel 25

Verkeersdoeleinden-verkeerswegen (VV)

Schiedam

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden-verkeerswegen (VV), zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 doorgaande rijstroken per rijrichting, opstelstroken en busstroken daar niet onder begrepen; alsmede voor: b. ter plaatse van de subbestemming VVo: een voorziening voor openbaar vervoer; c. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bermen, groenvoorzieningen, ondergrondse en bovengrondse voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Vrijstelling reclamemasten en antenne-installaties 3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de bouw van reclamemasten en antenne-installaties, waarbij geldt dat: a. de belangen verbonden aan de in lid 1 genoemde doeleinden niet onevenredig mogen worden geschaad; b. vrijstelling kan worden verleend voor bouwwerken met een bouwhoogte van ten hoogste 45 m.

Artikel 26

Verkeersdoeleinden-verkeerswegen, Water (VVWA)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden-verkeerswegen, Water (VVWA), zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2 doorgaande rijstroken per rijrichting, opstelstroken en busstroken daar niet onder begrepen; b. water; alsmede voor: c. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bermen, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en de in lid 1 genoemde kunstwerken worden gebouwd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

25

Artikel 27

Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG), zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; alsmede voor: b. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bermen, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, waterstaatswerken als dijken, taluds, keerwanden en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, alsmede voor reclamevoorzieningen. 2. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt dat de gronden, voorzover grenzend aan bestemmingen welke gebouwen toelaten, mede zijn bestemd voor de ingevolge de aangrenzende bestemming toegelaten doeleinden in de vorm van overhangende delen van deze gebouwen met een diepte van ten hoogste 0,5 m gemeten vanuit de gevel en op een hoogte van ten minste 4 m boven peil. Bouwvoorschriften 3. Op de in lid 1 en 2 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd alsmede de ingevolge de aangrenzende bestemmingen toegestane, overhangende delen aan gebouwen. Vrijstelling reclamemasten en antenne-installaties 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de bouw van reclamemasten en antenne-installaties, waarbij geldt dat: a. de belangen verbonden aan de in lid 1 genoemde doeleinden niet onevenredig mogen worden geschaad; b. vrijstelling kan worden verleend voor bouwwerken met een bouwhoogte van ten hoogste 45 m.

Artikel 28

Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied, Water (VGWA)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied, Water (VGWA), zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. water; alsmede voor: c. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bermen, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, waterstaatswerken als dijken, taluds, keerwanden en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

26

Schiedam

Artikel 29

Spoorweg (S)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden, aangewezen voor Spoorweg (S), zijn bestemd voor: a. spoorwegen; alsmede: b. de daarbijbehorende voorzieningen zoals spoorwegovergangen, geluidswerende voorzieningen, groenvoorzieningen, alsmede kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. de in lid 1 bedoelde kunstwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals straatmeubilair, verfraaiingelementen, reclamevoorzieningen, geluidsschermen, alsmede voor de functionering van het spoorwegverkeer noodzakelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals seinpalen en overwegbomen; c. voor het goed functioneren van het spoorwegverkeer noodzakelijke gebouwen met een oppervlakte van ten hoogste 16 m² en met een hoogte van ten hoogste 4 m.

Schiedam

Artikel 30

Spoorweg, Verkeersdoeleinden-autosnelweg (SVA)

Doeleindenomschrijving 1 De gronden, aangewezen voor Spoorweg, Verkeersdoeleinden-autosnelweg (SVA), zijn bestemd voor: a. spoorwegen; b. een autosnelweg met ten hoogste 3 doorgaande rijstroken per rijrichting, opstelstroken en busstroken daaronder niet begrepen; alsmede: c. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, spoorwegovergangen, bermen, groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. de in lid 1 bedoelde kunstwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals straatmeubilair, reclamevoorzieningen, verfraaiingselementen, geluidsschermen, alsmede voor de functionering van het spoorwegverkeer noodzakelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals seinpalen en overwegbomen.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

27

Schiedam

Artikel 31

Spoorweg, Verkeersdoeleinden-verkeersweg (SVV)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden, aangewezen voor Spoorweg, Verkeersdoeleinden-verkeersweg (SVV), zijn bestemd voor: a. spoorwegen; b. wegen met ten hoogste één doorgaande rijstrook per rijrichting, opstelstroken en busstroken daar niet onder begrepen; alsmede: c. ter plaatse van de bestemmingsaanduiding SVVo: een voorziening voor openbaar vervoer; d. de bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en geluidswerende voorzieningen, kunstwerken als bruggen, viaducten en duikers, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bermen, groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. de in lid 1 bedoelde kunstwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals straatmeubilair, reclamevoorziening, verfraaiingselementen, geluidsschermen, alsmede voor de functionering van het spoorwegverkeer noodzakelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals seinpalen en overwegbomen.

Artikel 32

Water (WA)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden, aangewezen voor Water (WA), zijn bestemd voor de waterhuishouding en verkeersdoeleinden te water, met de daarbijbehorende waterstaatswerken, als bruggen, dijken, taluds, keerwanden en beschoeiingen. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van waterbouwkundige aard worden gebouwd, als kademuren, duikers, bruggen, aanlegsteigers, meerpalen en remmingwerken, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de geleiding van het verkeer te water, als lichtopstanden en bakens.

Artikel 33

Groenaanleg (GR)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Groenaanleg (GR), zijn bestemd voor: a. park, plantsoen, waterpartijen en waterlopen, speelgelegenheden, fiets- en voetpaden; b. overige in het kader van de waterhuishouding noodzakelijke voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; c. onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk afval; d. voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut. Bouwvoorschriften 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

28

Schiedam

Artikel 34

Groenaanleg en Water (GRWA)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Groenaanleg en Water (GRWA) zijn bestemd voor: a. park, plantsoen, speelgelegenheden, fiets- en voetpaden; b. water, met de daarbijbehorende waterstaatswerken, bruggen, taluds, keerwanden en beschoeiingen; c. (ontsluitings)wegen ten behoeve van de ontsluiting van de gronden met de bestemming Woongebied (WG); d. tuinen, behorende bij de op de aangrenzende bestemming Woongebied (WG) gelegen hoofdgebouwen; e. voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut. 2. Op de in lid 1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

Schiedam

Artikel 35

Primair waterkeringsdoeleinden

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Primair waterkeringsdoeleinden zijn mede bestemd voor waterkering met de daarbij behorende waterstaatswerken zoals dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. Bouwvoorschriften vanwege de bestemming Primair waterkeringsdoeleinden 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Bouwvoorschriften vanwege de secundaire bestemmingen 3. Bouwwerken ten behoeve van de samenvallende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar indien daarvoor vrijstelling door burgemeester en wethouders is verleend. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen indien het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad. Adviesprocedure voor het bouwen 4. Alvorens omtrent het verlenen van vrijstelling ten behoeve van de samenvallende bestemmingen te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder van de waterkering omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

29

Artikel 36

Leidingen

Schiedam

Rotterdam

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Leidingen zijn mede bestemd voor: a. binnen een afstand van 4 m van de medebestemming "aardgasleiding": een aardgastransportleiding met een diameter van 16" en een druk van 40 bar; b. binnen een afstand van 25 m van de medebestemming "hoogspanningsleiding bovengronds": een bovengrondse hoogspanningsleiding, 150 kV; c. binnen een afstand van 5 m van de medebestemming "watertransportleiding": een watertransportleiding met een diameter van 1,1 m en een druk van 3,3 bar; d. binnen een afstand van 5 m van de medebestemming "LPG-leiding": een LPG-leiding met een diameter van P.M. en een druk van P.M. bar. Bouwvoorschriften vanwege de bestemming Leidingen 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 1 genoemde bestemming uitsluitend gebouwen, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2,5 m en voor de hoogspanningsleiding een maximale bouwhoogte van 36 m. Bouwvoorschriften vanwege samenvallende bestemmingen 3. Bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar indien daarvoor vrijstelling door burgemeester en wethouders is verleend. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen indien de belangen van de leiding(en) niet onevenredig worden geschaad. Adviesprocedure voor bouwen 4. Alvorens omtrent het verlenen van een vrijstelling ten behoeve van de samenvallende bestemmingen te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen bouwactiviteiten de belangen van de leiding(en) niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. Aanlegvoorschriften 5. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leidingen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de doeleindenomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 6. Het verbod als bedoeld in lid 5 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning. 7. De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5 zijn slechts toelaatbaar voorzover het leidingbelang hierdoor niet onevenredig wordt benadeeld. Adviesprocedure voor aanlegvergunningen 8. Alvorens omtrent het verlenen van een aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken en werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen

30

Artikel 37

Archeologisch waardevol gebied

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Archeologisch waardevol gebied zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Bouwvoorschriften 2. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 1 bedoelde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 3. Bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor vrijstelling door burgemeester en wethouders is verleend. Vrijstelling wordt verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 4. Vrijstelling, zoals in lid 3 bedoeld, is niet vereist, indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut. Aanlegvoorschriften 5. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Archeologisch waardevol gebied zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6. De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van lid 5 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 7. Het verbod, zoals in lid 5 bedoeld, is niet van toepassing, indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de werken of werkzaamheden: - mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning of een ontgrondingvergunning of - reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. de werken en werkzaamheden ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Wijzigingsbevoegdheid 8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening het plan te wijzigen door: a. de medebestemming Archeologisch waardevol gebied geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. de medebestemming Archeologisch waardevol gebied toe te kennen aan gronden, grenzend aan deze medebestemming, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de begrenzing van bedoelde medebestemming, gelet op ter plaatse aanwezige archeologische waarden, aanpassing behoeft.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Rotterdam

Hoofdstuk III
Artikel 38

Bestemmingen op gebiedsniveau

31

Gebiedsdeel D (Designcluster)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor gebiedsdeel D zijn bestemd voor: a. de doeleinden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II; b. de in tabel 3.1 genoemde doeleinden. 2. Voorzover de doeleinden genoemd in lid 1 onder b afwijken van de ingevolge lid 1 onder a aan de gronden toegekende doeleinden, zijn de doeleinden genoemd in lid b uitsluitend na wijziging ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toegestaan. Tabel 3.1
aard van de functie of het gebruik ter plaatse van bestemmingsvlak bedrijfsdoeleinden (B) ο ο

ter plaatse van bestemmingsvlak Gemengde Doeleinden (GD) ο ο • • ο ο ο

ter plaatse van overige bestemmingsvlakken • • • • • • •

bedrijven categorie 1 en 2 bedrijven categorie 3 bedrijven categorie 4 detailhandel in volumineuze artikelen kantoren (zelfstandige) horecabedrijven maatschappelijke voorzieningen
ο  Ø w v : : : : : :

• w • •

rechtstreeks toelaatbaar toelaatbaar indien in de bestemming overeenkomstig hoofdstuk II deze functie of gebruik reeds toegelaten is rechtstreeks toelaatbaar als bijbehorende voorziening niet toelaatbaar toelaatbaar na planwijziging toelaatbaar na planvrijstelling

Bouwvoorschriften 3. Voor het bouwen geldt het bepaalde in hoofdstuk II. 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden als genoemd in lid 1 sub a te wijzigen ten behoeve van de vestiging van zelfstandige kantoren, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. de bevoegdheid geldt alleen voor de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Bedrijfsdoeleinden; b. wijziging ten behoeve van zelfstandige kantoren niet is toegestaan voor de gronden binnen een afstand van 80 m vanaf de nadere aanwijzing "LPG-vulpunt"; c. ten hoogste 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak voor kantoren met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid en de wijzigingsbevoegdheden op grond van artikel 42 mag worden gerealiseerd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

32

Rotterdam

Artikel 39

Gebiedsdeel F (Foodcluster)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Gebiedsdeel F zijn bestemd voor: a. de doeleinden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II; b. de in tabel 3.2 genoemde doeleinden. 2. Voorzover de doeleinden genoemd in lid 1 onder b afwijken van de ingevolge lid 1 onder a aan de gronden toegekende doeleinden, zijn de doeleinden genoemd in lid b uitsluitend na wijziging ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toegestaan. Tabel 3.2
aard van de functie of het gebruik bedrijven categorie 1 en 2 bedrijven categorie 3 bedrijven categorie 4 detailhandel in volumineuze artikelen kantoren (zelfstandige) horecabedrijven maatschappelijke voorzieningen
ο  Ø w v : : : : : :

ter plaatse van bestemmingsvlak bedrijfsdoeleinden (B) ο   /v • w •

ter plaatse van bestemmingsvlak horecadoeleinden (H) w w • • • ο •

ter plaatse van overige bestemmingsvlakken • • • • • • •

rechtstreeks toelaatbaar toelaatbaar indien in de bestemming overeenkomstig hoofdstuk II deze functie of gebruik reeds toegelaten is rechtstreeks toelaatbaar als bijbehorende voorziening niet toelaatbaar toelaatbaar na planwijziging toelaatbaar na planvrijstelling

Bouwvoorschriften 3. Voor het bouwen geldt het bepaalde in hoofdstuk II. Wijzigingsbevoegdheden 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Horecadoeleinden (H) te wijzigen ten behoeve van de vestiging van bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Vrijstellingsbevoegdheid detailhandel volumineuze artikelen 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de vestiging van detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, met dien verstande dat: a. uitsluitend vrijstelling kan worden verleend ten behoeve van de vestiging van detailhandelsbedrijven, branchegroep 1; b. uitsluitend vrijstelling kan worden verleend voor gronden voorzien van de nadere aanwijzing (dv); c. vrijstelling slechts kan worden verleend voorzover het aantal detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen in het (Rotterdamse) plangebied niet meer dan 70 bedraagt; d. vrijstelling slechts kan worden verleend ten behoeve van verplaatsing van een reeds elders in het plangebied gevestigd detailhandelsbedrijf in volumineuze artikelen; e. het parkeren ten behoeve van de detailhandelsvestiging op de bij de detailhandelsvestiging behorende gronden dient plaats te vinden; f. er geen onevenredige vergroting van de verkeersdruk in de omgeving mag ontstaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

33

6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden als genoemd in lid 1 sub a te wijzigen ten behoeve van de vestiging van horecabedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. de bevoegdheid geldt alleen voor de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Bedrijfsdoeleinden en zijn voorzien van de nadere aanwijzing (h); b. wijziging ten behoeve van horecabedrijven is niet toegestaan voor de gronden binnen een afstand van 80 m vanaf de nadere aanwijzing "LPG-vulpunt"; c. ten hoogste 750 m² bedrijfsvloeroppervlak voor horecabedrijven mag met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid worden gerealiseerd. 7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met op grond van hoofdstuk II de subbestemming B(2)mp (metaalconstructiewerken) te wijzigen in de bestemming B(2) na verplaatsing of beëindiging van de bedrijven met genoemde subbestemming.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

34

Rotterdam

Artikel 40

Gebiedsdeel G (Gemengd cluster)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Gebiedsdeel G zijn bestemd voor: a. de doeleinden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II; b. de in tabel 3.3 genoemde doeleinden. 2. Voorzover de doeleinden genoemd in lid 1 onder b afwijken van de ingevolge lid 1 onder a aan de gronden toegekende doeleinden, zijn de doeleinden genoemd in lid b uitsluitend na wijziging ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toegestaan. Tabel 3.3
aard van de functie of het gebruik ter plaatse van bestemmingsvlak bedrijfsdoeleinden (B) ter plaatse van de nadere aanwijzing (rc) op gebiedsniveau en op perceelniveau het bestemmingsvlak bedrijfsdoeleinden (B) ο ο ο • • • • w w het bestemmingsvlak verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG) w w w • • • • ο w ter plaatse van overige bestemmingsvlakken

bedrijven categorie 1 t/m 2 bedrijven categorie 3 bedrijven categorie 4 detailhandel in volumineuze artikelen kantoren (zelfstandige) horecabedrijven maatschappelijke voorzieningen verkeersdoeleindenverblijfsgebied water
ο  Ø w v : : : : : :

ο ο  v • • • • Ø

• • • • • • •  •

rechtstreeks toelaatbaar toelaatbaar indien in de bestemming overeenkomstig hoofdstuk II deze functie of gebruik reeds toegelaten is rechtstreeks toelaatbaar als bijbehorende voorziening niet toelaatbaar toelaatbaar na planwijziging toelaatbaar na planvrijstelling

Bouwvoorschriften 3. Voor het bouwen geldt het bepaalde in hoofdstuk II. Wijzigingsbevoegdheden nadere aanwijzing (rc) 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in het kader van de reconstructie van het gronden met de nadere aanwijzing (rc): a. de bestemming van de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Bedrijfsdoeleinden (B) te wijzigen in de bestemmingen Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG) of Water (WA); b. de bestemming van de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Verkeersdoeleinden-verblijfsgebied (VG) te wijzigen in de bestemmingen Bedrijfsdoeleinden (B(4)) of Water (WA).

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

35

Rotterdam

Vrijstellingsbevoegdheid detailhandel volumineuze artikelen 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de vestiging van detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen met dien verstande dat: a. uitsluitend vrijstelling kan worden verleend ten behoeve van de vestiging van detailhandelbedrijven, branchegroep I; b. vrijstelling slechts kan worden verleend voorzover het aantal detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen in het (Rotterdamse) plangebied niet meer dan 70 bedraagt; c. vrijstelling slechts kan worden verleend ten behoeve van verplaatsing van een reeds elders in het plangebied gevestigd detailhandelsbedrijf in volumineuze artikelen; d. het parkeren ten behoeve van de detailhandelsvestiging op de bij de detailhandelsvestiging behorende gronden dient plaats te vinden; e. er geen onevenredige vergroting van de verkeersdruk in de omgeving mag ontstaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

36

Rotterdam

Artikel 41

Gebiedsdeel T (Transportcluster)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Gebiedsdeel T zijn bestemd voor: a. de doeleinden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II; b. de in tabel 3.4 genoemde doeleinden. 2. Voorzover de doeleinden genoemd in lid 1 onder b afwijken van de ingevolge lid 1 onder a aan de gronden toegekende doeleinden, zijn de doeleinden genoemd in lid b uitsluitend na vrijstelling ex artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toegestaan. Tabel 3.4
aard van de functie of het gebruik ter plaatse van overige beter plaatse van bestemmingsvlak bedrijfsdoeleinden stemmingsvlakken (B) ο   v • • • • • • • • • •

bedrijven categorie 1 en 2 bedrijven categorie 3 bedrijven categorie 4 detailhandel in volumineuze artikelen kantoren (zelfstandige) horecabedrijven maatschappelijke voorzieningen
ο  Ø w v : : : : : :

rechtstreeks toelaatbaar toelaatbaar indien in de bestemming overeenkomstig hoofdstuk II deze functie of gebruik reeds toegelaten is rechtstreeks toelaatbaar als bijbehorende voorziening niet toelaatbaar toelaatbaar na planwijziging toelaatbaar na planvrijstelling

Bouwvoorschriften 3. Voor het bouwen geldt het bepaalde in hoofdstuk II. Wijzigingsbevoegdheden 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met subbestemming: B(2)he/pl (een bedrijf voor de vervaardiging van houten emballage en een plaatwerkerij); B(2)mp/dr (metaalconstructiewerken en een drukkerij); B(2)mp (metaalconstructiewerken); B(2)tr (een transportbedrijf); en B(2)tr/la (een transportbedrijf en een voorziening voor laden, lossen en overslag); te wijzigen in de bestemming B(2) na verplaatsing of beëindiging van de bedrijven met de genoemde subbestemmingen. 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met op grond van hoofdstuk II de subbestemming: B(3)ma (een bedrijf voor de vervaardiging van machines en apparaten); B(3)mp (metaalconstructiewerken); en B(3)bab (een bedrijf voor de behandeling en beheer van afval); te wijzigen in de bestemming B(3) na verplaatsing of beëindiging van de bedrijven met de genoemde subbestemmingen. Vrijstellingsbevoegdheid detailhandel volumineuze artikelen 6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de vestiging van detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen met dien verstande dat: a. vrijstelling uitsluitend kan worden verleend ten behoeve van de vestiging van detailhandelAdviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

37

Rotterdam b. c. d. e.

bedrijven, branchegroep I; vrijstelling slechts kan worden verleend voorzover het aantal detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen in het (Rotterdamse) plangebied niet meer dan 70 bedraagt; vrijstelling slechts kan worden verleend ten behoeve van verplaatsing van een reeds elders in het plangebied gevestigd detailhandelsbedrijf in volumineuze artikelen; het parkeren ten behoeve van de detailhandelsvestiging op de bij de detailhandelsvestiging behorende gronden dient plaats te vinden; er geen onevenredige vergroting van de verkeersdruk in de omgeving mag ontstaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

38

Rotterdam

Artikel 42

Gebiedsdeel ZD (Zakelijke Dienstverleningscluster)

Doeleindenomschrijving 1. De gronden op de kaart aangewezen voor Gebiedsdeel ZD zijn bestemd voor: a. de doeleinden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II; b. de in tabel 3.5 genoemde doeleinden. 2. Voorzover de doeleinden genoemd in lid 1 onder b afwijken van de ingevolge lid 1 onder a aan de gronden toegekende doeleinden, zijn de doeleinden genoemd in lid b uitsluitend na wijziging ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toegestaan. Tabel 3.5
aard van de functie of het gebruik ter plaatse van bestemmingsvlak bedrijfsdoeleinden (B) ter plaatse van bestemmingsvlak horeca (H) ter plaatse van bestemmingsvlak Water (WA) ter plaatse van bestemmingsvlak dagrecreatieve doeleinden, veldsport (dRv) • • • w w • • ter plaatse van overige bestemmingsvlakken

bedrijven categorie 1 en 2 bedrijven categorie 3 bedrijven categorie 4 detailhandel in volumineuze artikelen kantoren (zelfstandige) horecabedrijven maatschappelijke voorzieningen
ο  Ø w v : : : : : :

ο   /v w w •

w w w • w  •

• • • w w • •

• • • • • • •

rechtstreeks toelaatbaar toelaatbaar indien in de bestemming overeenkomstig hoofdstuk II deze functie of gebruik reeds toegelaten is rechtstreeks toelaatbaar als bijbehorende voorziening niet toelaatbaar toelaatbaar na planwijziging toelaatbaar na planvrijstelling

Bouwvoorschriften 3. Voor het bouwen geldt het bepaalde in hoofdstuk II. Wijzigingsbevoegdheden 4. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met de bestemming Water (WA) te wijzigen ten behoeve van de realisatie van zelfstandige kantoren en/of detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen, branchegroep 1, met dien verstande dat: a. drie gebouwen mogen worden gebouwd met een begane grondoppervlak van ten hoogste 150 m² per gebouw; b. de hoogte van de gebouwen ten minste 10 m en ten hoogste 45 m bedraagt; c. het parkeren op de bij de genoemde functies behorende gronden dient plaats te vinden; d. ten hoogste 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak voor kantoren met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid, de overige wijzigingsbevoegdheden op grond van dit artikel en de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 38 lid 4 mag worden gerealiseerd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

39

Rotterdam 5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met de bestemming Dagrecreatieve doeleinden, veldsport (dRv) te wijzigen ten behoeve van de realisatie van zelfstandige kantoren, detailhandel in volumineuze artikelen, branchegroep 1 en water met dien verstande dat: a. het bebouwd oppervlak ten hoogste 8.600 m² mag bedragen b. ten minste 8.500 m² open water wordt gerealiseerd; c. de hoogte van de gebouwen ten minste 10 m en ten hoogste 45 m bedraagt; d. het parkeren op de bij de genoemde functie behorende gronden dient plaats te vinden; e. ten hoogste 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak voor kantoren met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid, de overige wijzigingsbevoegdheden op grond van dit artikel en de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 38 lid 4 mag worden gerealiseerd. 6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden met de bestemming Horecadoeleinden (H) te wijzigen ten behoeve van de vestiging van: a. bedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 tot en met 4 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. zelfstandige kantoren, met dien verstande dat ten hoogste 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak voor kantoren met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid, de overige wijzigingsbevoegdheden op grond van dit artikel en de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 38 lid 4 mag worden gerealiseerd. 7. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden als genoemd in lid 1 sub a te wijzigen ten behoeve van de vestiging van zelfstandige kantoren met in achtneming van de volgende bepalingen: a. de bevoegdheid geldt alleen voor de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Bedrijfsdoeleinden; b. wijziging ten behoeve van kantoren niet is toegestaan voor de gronden binnen een afstand van 80 m vanaf de nadere aanwijzing "LPG-vulpunt"; c. ten hoogste 2.000 m² bedrijfsvloeroppervlak voor kantoren met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid, de overige wijzigingsbevoegdheden op grond van dit artikel en de wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 38 lid 4 mag worden gerealiseerd. 8. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de gronden als genoemd in lid 1 sub a te wijzigen ten behoeve van de vestiging van horecabedrijven voorzover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. de bevoegdheid geldt alleen voor de gronden welke op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Bedrijfsdoeleinden en voorzien van de nadere aanwijzing (h); b. wijziging ten behoeve van horecabedrijven niet is toegestaan voor de gronden binnen een afstand van 80 m vanaf de nadere aanwijzing "LPG-vulpunt"; c. ten hoogste 750 m² bedrijfsvloeroppervlak voor horecabedrijven mag met gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid worden gerealiseerd. 9. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met op grond van hoofdstuk II de subbestemming: B(3)bab (een bedrijf voor de behandeling en beheer van afval) en B(3)gpk (een groothandelsbedrijf in papier en karton) te wijzigen in de bestemming B(3) na verplaatsing of beëindiging van de bedrijven met genoemde subbestemming. Vrijstellingsbevoegdheid detailhandel volumineuze artikelen 10. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 ten behoeve van de vestiging van detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen met dien verstande dat: a. uitsluitend vrijstelling kan worden verleend ten behoeve van de vestiging van detailhandelsbedrijven, branchegroep 1; b. uitsluitend vrijstelling kan worden verleend voor gronden die op grond van hoofdstuk II zijn bestemd voor Bedrijfsdoeleinden; c. vrijstelling slechts kan worden verleend voorzover het aantal detailhandelsbedrijven in volumineuze artikelen in het (Rotterdamse) plangebied niet meer dan 70 bedraagt;
Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bestemmingen op gebiedsniveau

40

d. e. f.

vrijstelling slechts kan worden verleend ten behoeve van verplaatsing van een reeds elders in het plangebied gevestigd detailhandelsbedrijf in volumineuze artikelen; het parkeren ten behoeve van de detailhandelsvestiging op de bij de detailhandelsvestiging behorende gronden dient plaats te vinden; er geen onevenredige vergroting van de verkeersdruk in de omgeving mag ontstaan.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Hoofdstuk IV
Artikel 43

Overige algemene bepalingen

41

Algemene vrijstellingsbevoegdheid

Algemene vrijstellingsbevoegdheid ten behoeve van geringe afwijkingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd − tenzij op grond van hoofdstuk II of III ter zake reeds vrijstelling kan worden verleend − vrijstelling te verlenen van de bepalingen in het plan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voorzover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voorzover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; met dien verstande, dat indien een vrijstelling betrekking heeft op woningen of andere gebouwen, als bedoeld in de Wet geluidhinder, verlening slechts is toegestaan, indien de ter zake toepasselijke (hogere) grenswaarden voor wegverkeerslawaai niet worden overschreden.

Artikel 44

Algemene wijzigingsbevoegdheden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening het bestemmingsplan te wijzigen: a. overschrijding bebouwingsgrenzen ten behoeve van een overschrijding van de bebouwingsgrenzen met niet meer dan 10 m, van gebouwen aangewezen voor de in de hoofdstuk II en III genoemde doeleinden, in die gevallen dat aanpassing van de vorm van die gebouwen, dan wel van het betreffende bouwblok (c.q. de betreffende bebouwingsstrook) in verband met het bouwprogramma noodzakelijk is en zulks in de desbetreffende situatie op stedenbouwkundig verantwoorde wijze mogelijk is en het wegenbeloop niet wezenlijk wordt aangetast, met dien verstande, dat indien een wijziging betrekking heeft op woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, als bedoeld in de Wet geluidhinder, verlening slechts is toegestaan indien de ter zake toepasselijke (hogere) grenswaarden voor wegverkeerslawaai niet worden overschreden; realisering parkeergarages ten behoeve van het ondergronds of inpandig realiseren van parkeervoorzieningen ingeval het wenselijk is het parkeren inpandig te realiseren teneinde het openbaar gebied van parkeren te vrijwaren.

b.

Artikel 45

Algemeen procedurevoorschrift

Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, stellen burgemeester en wethouders, alvorens te besluiten omtrent wijziging, belanghebbenden gedurende vier weken in de gelegenheid, eventuele zienswijzen bij hun college kenbaar te maken. Het bouwplan ligt daartoe gedurende deze termijn voor eenieder ter inzage.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Overige algemene bepalingen

42

Artikel 46

Gebruik

1. Het is verboden de in dit bestemmingsplan gelegen onbebouwde gronden en de in het plan gelegen bouwwerken geheel of gedeeltelijk te gebruiken, te laten gebruiken of in gebruik te geven, op een wijze of tot een doel, strijdig met de daaraan in het plan gegeven bestemming(en) en/of het volgens de voorschriften uitsluitend toegestane gebruik, dan wel met de uit deze voorschriften voortvloeiende aard van de bebouwing. 2. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik: a. als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, waaronder vaten, kisten, lompen, oude materialen, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen of machines dan wel onderdelen daarvan, schroot, huisvuil, oude en nieuwe bouwmaterialen, puin of afval, zand of grind, brandstoffen, bagger of grondspecie; b. als opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte vervoermiddelen of onderdelen daarvan, autosloperijen en auto- of caravanverkoopplaatsen; c. van een garage voor stalling en berging ter uitoefening van enige tak van handel of bedrijf; d. als seksinrichting; e. als speelautomatenhal. 3. Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. vormen van gebruik die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de doeleindenomschrijving en/of de overige voorschriften mag worden gebruikt; b. vormen van opslag, storting of berging als genoemd in lid 2, onder a en b welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden toegelaten en/of welke nodig zijn ter realisering van de bij het plan gegeven bestemming; c. het uitoefenen van detailhandel voorzover dit een normaal en ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening, zoals ingevolge de voorschriften is toegestaan. 4. Onder strijdig gebruik wordt voorts niet verstaan het gebruik van gedeelten van de woning voor kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen/bedrijven voorzover: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het vloeroppervlak van de kantoor- en/of praktijkruimte niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en erfbebouwing, met een maximum van 50 m²; c. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan-huis-gebonden bedrijf; e. geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, waarvoor een vergunning op grond van de Wet milieubeheer is vereist. Vrijstelling 5. Burgemeester en wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 1, indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Hoofdstuk V
Artikel 47

Overgangs- en slotbepalingen

43

Overgangsbepalingen

Overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken 1. Bouwwerken, welke bestaan op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan dan wel daarna gebouwd worden of kunnen worden met inachtneming van het bepaalde in de Woningwet, en die afwijken of zouden afwijken van dit plan, mogen op voorwaarde dat de bestaande afwijkingen van dit plan niet worden vergroot en behoudens onteigening overeenkomstig de wet: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na verwoesting door een calamiteit worden herbouwd, mits de desbetreffende bouwaanvraag wordt aangevraagd binnen twee jaar nadat deze calamiteit heeft plaatsgevonden. Vrijstellingsbepaling 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 1 voor een vergroting van een bouwwerk, als in dat lid bedoeld, met ten hoogste 15% van het op het in dat lid genoemde tijdstip aanwezige bouwvolume van dat bouwwerk, met dien verstande, dat de naar de weg toegekeerde bebouwingsgrens niet mag worden overschreden. Overgangsbepaling ten aanzien van het gebruik 3. Het ten tijde van het van kracht worden van dit bestemmingsplan bestaande gebruik van onbebouwde gronden en van bouwwerken, dat in strijd is met dit bestemmingsplan, mag worden voortgezet en zodanig worden gewijzigd, dat het in dezelfde dan wel in mindere mate strijdigheid met dit bestemmingsplan oplevert.

Artikel 48

Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in: artikel 9, Bedrijfsdoeleinden (B), lid 4 en 5; artikel 46, Gebruik; wordt aangemerkt als strafbaar feit in de zin van artikel 59 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Artikel 49

Titel

Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald onder de naam "Bestemmingsplan Spaanse Polder en 's-Graveland 2004".

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bijlage 1. Staat van Horeca-activiteiten
behorende bij de voorschriften van het bestemmingsplan Spaanse Polder en 's-Graveland van de gemeente Rotterdam

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00

Bijlage 2. Staat van Bedrijfsactiviteiten
behorende bij de voorschriften van het bestemmingsplan Spaanse Polder en 's-Graveland van de gemeente Rotterdam

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

206.10435.00