Agribusinessparken

De ontwikkeling van ‘Food Valley’, een regionale profilering van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden in Gelderland, gaat erg langzaam terwijl er duidelijk behoefte lijkt te zijn aan een betere en snelle toegankelijkheid van kennis voor de industrie en vooral het MKB.
LIFESCIENCES GREENHOUSES BIOTECH

NATIONAL PARK 'DE H ARK

EXPERIMENTAL FACILITIES WAGENINGEN RESIDENTIAL RESORT PLANT RESEARCH INTERNATIONAL RIJNVALLEI FEED LOGISTICS DAIRY RESEARCH NIZO EXHIBITION CENTRE

TNO FOOD

ROYAL NUMICO RESEARCH

RIKILT FOOD SAFEtY

WAGENINGEN UNIVERSITY

BIOPARTNER CENTRE WAGENINGEN ATO AGRO TECHNICAL RESEARCH INSTITUTE

KEYGENE GENOMICS CENTRE EUROPEAN DISTRIBUTION CENTRE AGRIFOOD

• CAMPINA INNOVATION • CATCHMABS • EASYGENE • GENETWISTER TECHN

WAG AG CENT FOOD FOO ICT INCUBATOR CITY HOTELS

DATAHOTEL

Groeiende aandacht agroproductieparken

Veel in de pers, weinig uit
Agroproductieparken, agrologistiek, agrobusinessparken, agroketens, agrobusinesscomplexen, agro-industriële knooppunten, transitie Duurzame Landbouw, et cetera. Een selecte greep uit de gebruikte begrippen. Voor mensen uit de industrie doorgaans lastig te doorgronden. Dit artikel schetst de achtergrond van agroproductieparken, het politieke klimaat, de stand van zaken van een aantal initiatieven, en de ervaringen tot nu toe. Doel is om na te gaan wat het perspectief is van agroproductieparken in het licht van de ontwikkelingen die op de agro-industrie afkomen.

10

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

FOOD PRODUCTION AREA UNILEVER RIEDEL HEINZ FRIESCHE VLAG NESTLÉ CAMPINA

HOGE VELUWE'

Groene Ruimte en Agroclusters
FOOD VALLEY SPORTS / LEISURE AREA TRANSPORT CENTRE CINEMA KPN TELECOM LEGAL AND ACCOUNTANCY CENTRE NATIONAL ECOLOGICAL INSTITUTE

Het Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agroclusters initieert en stimuleert allerlei projecten en studies op het gebied van agroketens en agroclusters. Voor vragen over projectideeën kunt u bij hen terecht. Contactpersoon: Dr. ir. Jan de Wilt (070-3785653) of op de website: www.agro.nl/innovatienetwerk.

JOB CENTRE PATENT CONSULTANCY OFFICE FINANCIAL CITY

N

NOLOGIES

GENINGEN TRE FOR D SCIENCES

CENTRAL STADION

CONGRESS CENTRE WICC
Beeld: Ontwikkelings Maatschappij Oost Nederland

Om het hoofd te bieden aan deze ontwikkelingen zijn intensievere en nieuwe vormen van samenwerking tussen bedrijven noodzakelijk. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot een groeiende aandacht voor keteninnovatie in agrofood, tot het verschijnen van de Visie Agrologistiek van het ministerie LNV en recent tot een aantal plannen voor ontwikkeling van agroproductieparken: bedrijvenclusters waarin agrobusiness en/of nietagrobusiness duurzaam zijn vervlochten en ingepast in de landelijke omgeving. In het kader van agroproductieparken staat het bundelen van agrostromen en niet-agrostromen centraal. Belangrijke doelen: – Gecombineerde, hoogwaardige bewerking en verwerking van agrarische producten op locatie. Hierdoor ontstaan optimale condities voor industriële symbiose: een efficiënte uitwisseling van energie, warmte/koude, primaire en secundaire grondstofstromen en water. Tussen deelprocessen van verschillende bedrijven op één locatie (bedrijventerrein); – Bereiken van logistieke efficiency in transportketens; – Bereiken van duurzaamheid door efficiëntere benutting van grondstoffen en hulpstoffen (energie, water). Tenslotte mag het programmavoorstel Transitie Duurzame Landbouw in deze inleidende opsomming niet ontbreken (‘Stand van zaken TDL’). Politiek klimaat Beleidsmatig gezien mag het thema agroproductieparken zich verheugen op een sterke belangstelling. In diverse beleidsnota´s komt het aan de orde. Vanuit het ministerie van LNV is een aparte organisatie opgericht om initiatieven te starten, variërend van strategisch, verkennend onderzoek tot het uitvoeren van concrete pilots. Dit is het zogenaamde Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agroclusters. Onlangs zijn er onder leiding van het Innovatienetwerk negen pilots gedefinieerd als uitwerking van de eerder genoemde Visie Agrologistiek. Hiervan kunnen er drie als een heus agroproductiepark worden betiteld (zie kader). Punt van grote aandacht betreft echter het financiële commitment van de (rijks)overheid. Er is weinig geld beschikbaar voor het opstarten van concrete initiatieven en tegelijkertijd wordt er een fors beroep gedaan op belanghebbende partijen zoals de (agro)industrie. Er dreigt bovendien een vicieuze cirkel te ontstaan: de (rijks)overheid legt de bal bij de industrie, doch verreweg de meeste lopende activiteiten ontberen tot op heden een ‘echte’ industriële drager voor agroproductieparken. Ook het feit dat financiële injecties van de rijksoverheid in de kennisinfrastructuur nog onzeker zijn, is geen positief signaal. Bijvoorbeeld de ontwikkeling van ‘Food Valley’, een regionale profilering van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden in Gelderland, gaat erg langzaam terwijl er duidelijk behoefte lijkt te

t de grond
In de Agrofoodsector zijn ontwikkelingen gaande die op middellange termijn grote impact zullen hebben op de sector. Enkele belangrijke drijvers: – Globalisering: de nationale sector komt internationaal in een steeds minder gunstige concurrentiepositie; – Toenemende complexiteit: product- en procesontwikkeling met meer bedrijven in een keten; – Kwetsbaarheid: vooral in dierlijke ketens vormen crises een directe bedreiging voor continuïteit; – Regio’s: fondsen voor regionale (landschaps)ontwikkeling stimuleren herstructurering agrofoodsector.

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

11

zijn aan een betere en snelle toegankelijkheid van kennis voor de industrie en vooral het MKB (zie ook pag. 22-25). Stand van zaken Het is niet gemakkelijk om het concept agroproductieparken tot uitvoering te brengen. Uit jaaroverzichten van het Innovatienetwerk zijn slechts enkele voorbeelden over agroproductieparken te herleiden: – Foodregio De Peel (met Bavaria als deelnemende industriële partij); – Agroproductiepark Amsterdam (met Cargill als deelnemende industriële partij); – A1-eiwit corridor (tot op heden zonder industriële trekkers); – Agroproductiepark/Agro-specialtypark Groningen (proeffabriek omzetten biologische restproducten uit suiker- en aardappelindustrie); – Eemshaven: vestiging van Bavaria en Agrifirm als mogelijk eerste opmaat naar een Agroproductiepark. Er zijn met andere woorden weinig goede en concrete voorbeelden over agroproductieparken voorhanden, laat staan voorbeelden waarin de agro-industrie een belangrijke rol speelt. De oorzaak is dat er een combinatie van een aantal factoren op bedrijfsniveau gelijktijdig moet plaatsvinden. Dat is toeval dat zich slechts zeer beperkt laat dwingen. De factoren zijn onder andere: – Meer dan een bedrijf heeft ruimte en redenen om te investeren in nieuwe faciliteiten; – Er zijn duidelijke economische voordelen voor samenwerking; – De risico’s die mogelijk ontstaan door de samenwerking betreffen niet de continuïteit van de primaire bedrijfsvoering; – Vrijwel altijd moet er tenminste een bedrijf bereid zijn te verhuizen naar een nieuwe locatie – En… de timing van de ontwikkeling klopt voor alle partijen.

De Hoogeveense zuivelcoöperatie DOC Kaas bouwt op een goed bereikbare locatie langs de A37 een nieuw zuivelpark

Een succesvoorbeeld uit Noord-Nederland betreft de ontwikkeling van een agrocluster op bedrijventerrein Groningen Zuid. Op deze locatie hebben een varkensvetsmelterij (Ten Kate), een gelatineproducent (DGF Stoess) en een diervoederproducent (AFB) een ecocluster gebouwd. Zij wisselen grondstoffen, (rest)producten en proceswarmte uit. Bovendien maken zij gebruik van de nabijgelegen warmtekrachtcentrale die door Essent en Avebe wordt geëxploiteerd. Het betreft dus een voorbeeld van (grootschalige) geïntegreerde samenwerking.

Negen vernieuwende pilots realiseren de Visie Agrologistiek
De ministers Veerman van LNV en Peijs van V&W hebben de volgende negen projecten geselecteerd om een impuls te geven aan de vernieuwing van logistieke processen in de agrosector (Bron: Persbericht ministerie LNV d.d. 4 juli 2003). 1. ‘Reduced checks’. In navolging van sierteelt: voor groente en fruit instellen van steekproeven, gericht op een van te voren verwacht risico. Indiener en betrokken partijen: Frugi Venta (dhr. W. Baljeu, Den Haag), met steun van de Plantenziektekundige Dienst en Productschap Tuinbouw. Daarnaast is er deelname van internationaal opererende private partijen (verladers en een vervoerder). 2. Proefproject ‘integrale, gebiedsgerichte versterking van de varkenshouderij rond de A1 (Overijssel)’. Nieuwe ruimtelijke opzet voor de varkenshouderij, netwerk met agrologistieke knooppunten en clusters gebaseerd op ‘gezinsbedrijf plus’-concept. Indiener en betrokken partijen: ABCTA (dhr. J. Pegge, Lochem) en Dumeco, GLTO, provincies, gemeenten, Reconstructie Cie Overijssel, ondernemers in de varkenshouderij. 3. ‘Klavertje 4’. Versterking bestaande agroclustering rond Venlo. Dit koepelproject annex afstemmingsproject, bestaat uit vier projecten: glastuinbouwgebieden Siberië en Californië, industrieterrein Trade Port Noord (met voorziene railterminal) en het ‘Fresh Parc’-concept van Veiling ZON. Dit betekent een versterking van het agrocluster Venlo, waar productie, handel en verwerking op een steenworp afstand van elkaar zijn gelegen en geoptimaliseerd worden door multimodaal transport. Indiener en betrokken partijen: Provincie Limburg (dhr. M. Siecker, Maastricht), de gemeenten Venlo, Maasbree, en Horst aan de Maas en de Coöperatie Veiling ZON (zie ook pag. 18-19). 4. ‘Mondiaal sierteelt netwerk’. Via dit project kan Nederland, als regisseur van mondiale sierteeltstromen, meer verdienen aan stromen die niet via Nederland gaan. Indiener en betrokken partijen: Nederland Distributieland (NDL) (dhr. E. Kasteel, Zoetermeer), en bedrijven in de sierteeltsector. 5. Kuijpers Kip: Clustering in pluimveesector op een locatie voor de productie van kuikenvlees van opfok tot slacht. Indiener en betrokken partijen: Kuijpers Kip (dhr. M. Kuijpers, Heeswijk-Dinther (NB)). 6. Zuivelpark Hoogeveen (DOCkaas). Samenvoeging van productie, rijpingslocaties, verpakking en distributie voor kaas en verwante bedrijven in een zuivelpark.

12

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

Foto: Gerrit Boer

Transities Duurzame Landbouw (TDL)
De drie bedrijven die zeer nauw betrokken zijn bij bovengenoemd cluster, kunnen een prima rol vervullen in de kennis- en informatieoverdracht en dus ook een stimulans voor nieuwe initiatieven. Essentiële vragen die zij kunnen beantwoorden zijn: – Wat zijn de succes- (en faal)factoren? – Wat is de meerwaarde? – Hoe kunnen schakels (bedrijven) in de keten het beste worden getriggerd? Met andere woorden: op welke wijze kan het agrobedrijfsleven worden geënthousiasmeerd? Het is erg belangrijk om de industriële ervaring te benutten om tot meer levensvatbare initiatieven te komen. Ervaringen tot nu toe Wanneer we de balans opmaken van hetgeen tot nu toe is bedacht en gerealiseerd op het gebied van agroproductieparken dan vallen twee dingen op. Allereerst valt op dat de internationale belangstelling groot is. Met name op het ontwerp van de inmiddels beroemde varkensflat is vanuit de gehele wereld gereageerd. Op dit moment ziet het er naar uit dat in Japan de eerste varkensflat gebouwd gaat worden. Nederland is in de ontwikkeling van vernieuwende agrobusinessconcepten blijkbaar een gidsland. Ten tweede valt op dat er bepaald geen gebrek aan ideeën en concepten is, noch aan belangstelling daarvoor bij kennisinstellingen en adviseurs. De realisatie van deze ideeën komt in eigen land echter zeer moeizaam op gang. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken het ontbreken van financiële middelen voor ingrijpende innovaties in de agrofoodsector. Zo heeft de Rijksoverheid met de Visie Agrologistiek wel regionale initiatieven uitgelokt, maar tot dusver nauwelijks middelen beschikbaar gesteld voor een daadwerkelijke realisatie van deze initiatieven. Het lijkt alsof men er vanuit gaat dat de sector zichzelf zonder
Duurzame landbouw is een belangrijk thema in kader van de kennisinfrastructuur van Nederland. Hiertoe is programmavoorstel Transities Duurzame Landbouw ingediend in het kader van de BSIK-regeling (eerder: ICES/KIS-3). Eind van dit jaar (2003) zal duidelijk worden of het kabinet voor dit initiatief rijksmiddelen beschikbaar stelt. TDL maakt onderscheid tussen drie typen kennisprojecten: – Vitale clusters (= agroproductieparken); – Veelzijdig platteland; – Regie internationale agrifoodnetwerken. Enkele voorbeelden van agroproductieparken die hierin naar voren komen: – Eiwitcorridor A1; – Duurzame agro-ontwikkelingen in Zuid-Groningen; – Ecopark Horst; – Versparken op multimodale knooppunten in Europa.

ondersteuning kan vernieuwen. Ook bedrijven zijn zeer terughoudend. Dat er een ingrijpende transitie in de landbouwsector nodig is, wordt wel vrij breed onderschreven, maar bedrijven schatten de risico’s van het nemen van een voortrekkersrol blijkbaar als onverantwoord hoog in. Commitment Niet alleen een gebrek aan financiële middelen belemmert de realisatie. Ook commitment en kritische massa zijn tot dusver onvoldoende aanwezig. Een tour de horizon laat zien dat er veel initiatieven zijn die op zichzelf onvoldoende kritische massa hebben. Met andere woorden: de innovatiekracht in de sector wordt momenteel versplinterd over een groot aantal kleine initiatieven. Doelgerichte bundeling van initiatiefnemers in netwerken, zeker op regionaal niveau, zou een belangrijke stimulans voor de realisatie opleveren. Daarnaast is ook commitment essentieel. De realisatie van agroproductieparken is immers een proces met een lange adem. Bovendien een proces waarin publieke en private partijen van elkaar afhankelijk zijn voor het bereiken van het beoogde (collectieve) succes. Dat betekent dat tussentijdse wijzigingen in de beleidsstrategie van een of meer betrokken partners, hetzij overheden, hetzij bedrijven, de kans van slagen van het gehele project direct zal bedreigen. Samenwerking met een langetermijncommitment komt niet eenvoudig op gang. Wel is hoopgevend dat steeds meer bedrijven en kennisinstellingen zich hiervan bewust zijn. In dat groeiende bewustzijn ligt tevens de kiem voor succes van een aantal initiatieven dat ook nu al komt bovendrijven. Innovatieve bedrijven die doelgericht aansluiting zoeken met elkaar en met kennisinstellingen. Intermediaire organisaties op landelijk en vooral regionaal niveau die in nauwe afstemming met overheden nieuwe initiatieven verknopen en versterken. Alles wijst er op dat de Nederlandse samenleving binnen een termijn van vijf jaar kennis zal maken met een aantal verassend innovatieve voorbeelden van agroproductie. Maar de tijd dringt – en bundeling van krachten om te komen tot enkele echte successen is een voorwaarde om de bijdrage van agroproductieparken aan het voortbestaan van agro en voedingsmiddelenindustrie te realiseren.
Paulus Kosters, Arjan Ekelenkamp en Rob Weterings*
* Ir. P.S.R. Kosters, J.W. Ekelenkamp, R. Weterings., TNO-MEP, Apeldoorn, 055-5493590, p.s.r.kosters@mep.tno.nl.

Indiener: DOC-kaas (dhr. J. Oosterveld, Hoogeveen, zie ook pag. 15-16). 7. Clustering van productie tot distributie in de vollegrondsgroenteteelt van Wieringermeer Zuid-Oost. Indiener en betrokken partijen: Hiemstra BV (dhr. Hiemstra, Middenmeer). Grontmij en Provincie Noord-Holland. 8. Flora Holland, Eelde. Slimmere organisatie van de wegverbindingen tussen de sierteeltcentra in Nederland (van telers tot veilingen). Versterking sierteeltcluster Eelde. Indiener: FloraHolland Eelde (dhr. C. Hoekstra, Eelde). 9. Koepelproject Eiwit-corridor A1. Doel van dit ‘koepelproject’ is het formuleren en begeleiden

van een aantal concrete pilots voor de A1-corridor regio om de agrofoodindustrie weer innovatiegericht te maken. De projecten gaan over clustering van varkens, pluimvee- en kalverhouderij. Het project ‘Integrale, gebiedsgerichte versterking van de varkenshouderij’ maakt hier deel van uit (zie projectnr. 2). Indiener en betrokken partijen: Oostelijke Ontwikkelings Maatschappij (dhr. F. Eetgerink). Er wordt samengewerkt met het agrarisch bedrijfsleven, UR Wageningen (ATO, LEI, Alterra), TU Enschede, Arcadis, Buck Consultants International, Rijnconsult en Innovatienetwerk Groene Ruimte en Agrocluster.

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

13

Agribusinessparken

Langs de snelweg A37 bij Hoogeveen bouwt initiatiefnemer DOC Kaas een zuivelpark op een eigen bedrijfsterrein van 18 hectare. De producent breidt uit, gaat productie en rijping op één locatie concentreren en trekt aanverwante industrieën aan voor samenwerking. DOC beoogt zo veel mogelijk schakels in de keten bijeen te brengen.

Algemeen directeur Jannes Oosterveld van DOC Kaas:

‘Wij zijn de regisseur van het zuivelpark’
De Hoogeveense zuivelcoöperatie DOC Kaas bouwt op een goed bereikbare locatie langs de A37 een nieuw zuivelpark. De aanvankelijke investering werd geraamd op 250 miljoen gulden. De kaasproducent is eigenaar van de 18 hectare bedrijventerrein waar het zuivelpark verrijst en is er ‘regisseur’, zoals algemeen directeur Jannus Oosterveld het verwoordt. Op het terrein is de bouw van de kaasfabriek in volle gang. Per 1 januari komend jaar is die operationeel, evenals het energiecentrum. In de tweede helft van 2004 zal ook het eerste pakhuis in bedrijf zijn, voor opslag en rijping van kazen. Op dit moment bevinden de opslagplaatsen zich op andere locaties. Uiteindelijk zullen alle bedrijfsactiviteiten van DOC zich op één locatie afspelen. Bovendien zoekt de producent partners. Het zuivelpark moet een cluster van bedrijvigheid worden waarbij voordelen ontstaan uit samenwerking op gebied van logistiek, energie, productie en bewerking van bijproducten tot hoogwaardige eindproducten. Zelfstandig De Drents-Overijsselse Coöperatie DOC Kaas produceert hoofdzakelijk foliekaas voor diverse kaashandelsbedrijven (export, snijden en verpakken), onder de handelsnaam Dutch Original Cheese. Maar ook natuurgerijpte kazen voor bekende (Nederlandse) merken zitten in het assortiment. De onderneming had een aantal jaren geleden de mogelijkheid mee te doen met de hausse van overnames in de zuivelsector. Maar de coöperatie wilde de zelfstandige positie bewaren. “Deze gedachte ligt aan de basis van het zuivelpark. Voor waarborgen van onze onaf-

Voordelen DOC-zuivelpark
Capaciteitsuitbreiding Synergie met andere schakels in de keten Kwaliteitsborging in de keten Gunstige logistiek Hergebruik water Energie-efficiency Duurzame bouw Professionele verwerking bijproducten DOC Activiteiten concentreren op één plaats Op ‘duurzaam bedrijventerrein’

“DOC Kaas is de eigenaar en regisseur van dit verrijzende zuivelpark. We doen datgene waar we goed in zijn, voor de overige activiteiten zoeken we passende partners”, aldus algemeen directeur Ir. J. L. Oosterveld.

hankelijkheid is groei nodig”, legt Oosterveld uit. “Ons segment groeit nog steeds. En schaalgrootte is een vereiste om productiekosten te beperken en een concurrerende melkprijs te realiseren.” Maar op de productielocatie van DOC, tegen het centrum van Hoogeveen aan, waren de uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Uit een haalbaarheidsstudie door Ernst & Young bleek opnieuw starten een goede optie. De coöperatie besloot tot realisatie van het zuivelpark. In 2001 kregen de plannen vorm en in het voorjaar van 2002 nam de bouw op industrieterrein Buitenvaart II een aanvang. Oosterveld meldde het project eind 2002 aan voor het Platform Agrologistiek (www.agrologistiek.nl) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en inmiddels staat het hoog op de lijst van A-projecten. Dat houdt in dat het zuivelproject als voorbeeld wordt beschouwd en tot aanjager van andere projecten moet dienen. Bovendien maakt DOC deel uit van het kennisnetwerk en blijft zo op de hoogte van alle ontwikkelingen rondom agroproductieparken. “In het kennisnetwerk ontmoeten we men-

Foto’s: Gerrit Boer

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

15

Ir. J.H. de Zeeuw van Adecs Oost BV is extern adviseur bij de gemeente Hoogeveen en als zodanig projectleider bij de aanleg van de duurzame bedrijventerreinen Buitenvaart II en Riegmeer.

De gemeente startte een zogenoemde artikel 19-procedure, die het mogelijk maakt op de bestemmingsplannen vooruit te lopen. Bovendien werd een ambtelijke projectgroep gevormd die samen met DOC Kaas en wederzijdse adviseurs het tempo erin houdt en informatie-uitwisseling optimaal laat verlopen. Duurzaam bedrijventerrein DOC Kaas is zelf bestuurder over het eigen zuivelpark. Het omliggende industriegebied bij Hoogeveen is onder de hoede van de gemeente. Ondernemingen die er zich vestigen worden verplicht lid van de vereniging van eigenaren. Die vereniging stuurt Dura Vermeer Parkmanagement aan, de firma die tekent voor beheer en onderhoud van het gebied. “Duurzaamheid betekent ook: langdurig netjes en schoon, zodat de waarde niet achteruit gaat, ook niet van het vastgoed”, legt De Zeeuw uit. “ Daar past ook het ‘beeldkwaliteitsplan’ in: het streven naar uniformiteit van de bebouwing en beperken van buitenopslag. Verder is het terrein akoestisch verkaveld. Aan de randen van het industriegebied mogen minder decibellen per vierkante meter worden geproduceerd dan in het midden.” De subsidiemogelijkheden via de gemeente zijn heel beperkt. “We zoeken het meer in service en begeleiding – alle communicatie verloopt via één loket. Wel biedt Hoogeveen de nieuwkomers een milieuscan aan. Deze licht de oude situatie van het bedrijf door en doet aanbevelingen voor de nieuwe vestiging op het vlak van preventieve milieumaatregelen, nieuwe lay-out van het proces en efficiëntie van energie- en watergebruik. Op deze wijze helpen wij bedrijven aan een prima nieuwe plek op Buitenvaart of het zuidelijke deel, Riegmeer.
Leontien Braakman*
*L. Braakman is freelance journalist.

sen uit de praktijk en van de ministeries. De informatie-uitwisseling werkt katalyserend”, heeft de directeur gemerkt. Partners Hoewel zelfstandigheid hoog in het vaandel staat, kent DOC zijn eigen grenzen. “We zijn realistisch”, aldus Oosterveld. “We doen de dingen waar we goed in zijn. Waar onze ambities verder reiken, zoeken we partners.” Een reeds gevonden partner is Volac International (www.volac.com), waarmee een joint venture werd aangegaan. Volac is specialist in ultrafiltratie en verwerkt de wei van DOC tot hoogwaardige eiwitconcentraten. Gesprekken met andere potentiële partners zijn nog in de oriënterende fase. DOC beoogt zakelijke partners te zoeken op gebieden als logistiek en snijden en verpakken van de kaas. MVO De nieuwbouw biedt de kans de efficiency van water- en energieverbruik, logistiek en productie te verhogen, duurzaam te bouwen en beheersing van de activiteiten in de keten te verbeteren. Aspecten van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). “Dat past helemaal bij onze stijl”, zegt Oosterveld. “Dat kunnen we perfect vormgeven nu we helemaal opnieuw beginnen. We hebben ons voorgenomen goed met het milieu om te gaan. Het water dat bij de kaasproductie vrijkomt, maken we geschikt voor hergebruik door membraantechnieken. We willen er naartoe helemaal geen leidingwater meer te betrekken. Ook onze energie-efficiency is hoog. Zo wordt de warmte van proceswater op een andere plaats benut.” Regisseur Het zuivelpark van DOC Kaas ligt aan de rand van het nieuwe Buitenvaart II, vlak aan de A37. Deze snelweg wordt de komende jaren doorgetrokken naar de A1 in Duitsland en zal een doorgaande verbinding naar Scandinavië vormen. Het

agroproductiepark geeft de kaasproducent op eigen kracht vorm. “Wij zijn initiatiefnemer en regisseur. Waar we kennis, ervaring of expertise nodig hebben, huren we experts in of gaan we een joint venture aan”, besluit Oosterveld. Gemeente In de zomer van 2000 stapte de zuivelonderneming met haar uitbreidingsplannen naar de gemeente Hoogeveen. Jaap de Zeeuw is daar als projectleider verantwoordelijk voor de aanleg van twee industrieterreinen (in totaal 100 hectare) aan de rand van de stad. Werktitel: Buitenvaart II. Door Novem werd het gebied

‘We doen de dingen waar we goed in zijn, voor het overige zoeken we partners’
als ‘duurzaam bedrijventerrein’ aangemerkt. Het is een voorbeeldproject, want het is ontwikkeld via een informatiegestuurd en participatief proces. Dit betekent onder andere dat belanghebbenden – bedrijven en omwonenden – inspraak hebben gehad. Bovendien wordt het ingepast in het landschap. Het terrein is omringd door een groene zone, als het ware een buffer vanwege uitzicht en geluid. De cultuurhistorische veengronden en de archeologisch interessante veenput (een zogenaamde pingoruïne) uit de ijstijd zijn intact gelaten. Ook voor nieuwe ‘behuizing’ van de zeldzame poelkikker werd gezorgd. Verder komt er een servicecentrum voor het vrachtverkeer. De gemeentelijke plannen waren echter nog in het beginstadium toen DOC aanklopte. “Maar voor DOC was er haast geboden”, vertelt De Zeeuw, die als extern adviseur van Advanced Decision Systems (Adecs) Oost BV de gemeente terzijde staat. “Voor Hoogeveen betekende dat: versnelde procedures doorlopen of de bedrijvigheid en werkgelegenheid die de kaasproducent biedt, uit de gemeente zien verdwijnen.”

Inlichtingen
DOC Kaas, Ir. J. L. Oosterveld (algemeen directeur), Hoogeveen, 0528-280440, www.dockaas.nl. Advanced Decision Systems (Adecs) Oost BV, Ir. J. H. de Zeeuw (senior projectleider bij gemeente Hoogeveen), Zwolle, 038-4254321, j.dezeeuw@adecsoost.nl.

16

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

Agribusinessparken

Groentesnijderij Verhaaren had niet gedacht in Venlo zo weinig eigen voorraad nodig te hebben. Vestigingsmanager Jan van den Assem toont een rek dat vrijwel volledig leeg staat.

In Venlo leidt veel vers tot meer vers

ZON Fresh Park zorgt voor krui
’s Lands grootste glastuinbouwgebied na het Westland is tevens een groot logistiek knooppunt. Tuinbouw, productie en logistiek sluiten nauw rond Venlo bij elkaar aan. Juist daarom vestigen bedrijven zich graag in de regio. Elk bedrijf biedt weer meerwaarde voor de andere bedrijven. Groentesnijderij Verhaaren draait graag mee in deze opwaartse spiraal.
Rond Venlo komt alles bij elkaar. Het tweede glastuinbouwgebied van Nederland en het logistieke knooppunt rond Venlo sluiten nauw bij elkaar aan. AGFhandelaren en groenteverwerkende bedrijven vinden vrijwel alles van hun gading in de buurt. Zelfs de afzetmarkt is vlakbij. Venlo ligt tussen de dichtbevolkte gebieden in Zuid-Limburg en Arnhem. "En binnen een uur staat er een vrachtauto in Düsseldorf, midden in NordrheinWestfalen, een gebied met 18 tot 20 miljoen consumenten", zegt Jan Vostermans van ZON Fresh Park. Een bedrijvenpark in Zuidoost-Nederland rondom de regionale veiling ZON, waar tal van groenteen fruitverwerkende bedrijven en AGF-handelaren zich hebben gevestigd. Vostermans is verantwoordelijk voor de acquisitie en ontwikkeling. Het lijkt heel wat, maar eigenlijk hoeft hij niet echt veel te doen. "Wat hier gerealiseerd is, is bijna allemaal autonome groei", zegt hij in alle eerlijkheid. "Dit is van oudsher een regio van tuinbouw en van logistiek. Dat sluit op elkaar aan. Daarom kwamen er steeds meer bedrijven die hier van wilden profiteren, zelf wat te bieden hadden. Handelaren, producenten, maar ook onderwijsinstellingen. Alles versterkt elkaar." Groentesnijderij Een van die bedrijven is groentesnijderij Verhaaren. De Venlose vestigingsmanager Jan van den Assem legt in het kort zijn bedrijfsfilosofie uit: vernieuwend zijn en vernieuwend blijven. En op die manier de klant bedienen. Met een compleet assortiment. Maar Van den Assem staat met twee benen op de grond: "We zijn gewoon een groenteboer," zegt hij, "maar dan in het groot." Verhaaren levert in één keer pallets vol tomaten, maar ook één kistje of één pond. En tomatenpartjes of tomatenschijfjes en complete tomatensalades. Met een volledig assortiment bedient het bedrijf de hele out of home-market. Dat wil zeggen: alles behalve de retail. Restaurants, restaurantketens, cateraars, verzorgingstehuizen en zelfs maaltijdfabrieken of fabrikanten van componenten en sauzen. "We leveren zelfs aan bakkerijen", aldus Van den Assem. Verkeersdrukte De oorspronkelijke Tilburgse locatie werd te klein. En de afstand tot klanten in het zuiden van het land was ook een obstakel, vooral vanwege de dagelijkse verkeersdrukte rond Eindhoven. ZON Fresh Park had vier jaar geleden al voorzichtig geïnformeerd of Verhaaren niet naar het Venlose versknooppunt wilde

Als netwerker kent Jan Vostermans van ZON Fresh Park (links) vrijwel iedereen op het Venlose versknooppunt. Zo ook Jan van den Assem van groentesnijderij Verhaaren.

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

Foto’s: Tekstbureau Nieuwe Koeien

Vestigingsmanager Jan van den Assem (links) toont Jan Vostermans van ZON Fresh Park de apparatuur van groentesnijderij Verhaaren

gebouw met aan de ene kant een vuile weg, aan de andere kant komen uitsluitend schoongemaakte producten." Uniek is dat het pand op dezelfde manier kan worden uitgebouwd, zonder dat de huidige productie daar hinder van ondervindt. "En de vloer die we op de eerste verdieping hebben laten leggen, is geschikt om een keuken op te plaatsen." Versknooppunt Verhaaren zit met het nieuwe pand op een versknooppunt. Op ZON Fresh Park is alles dichtbij, vertelt Van den Assem. De veilingklok bevindt zich op hetzelfde terrein, evenals de import- en exportbedrijven van de meest exotische groenten en fruit. Verhaaren beheert z’n eigen voorraden, "maar als we een paar kisten sla te kort komen, dan rijden we even met een heftruck naar Habets-Van Wylick, Lang Fruit of Aartsen Fruit. Onze leveranciers zitten hier allemaal om de hoek." Aanvankelijk had Verhaaren deze potentie van Fresh Park onderschat. "We hebben een groot rek voor de voorraden, dat bijna helemaal leeg staat", zegt Van den Assem. "Wanneer ons bedrijf groeit, zal dat heus wel van pas komen, maar we hadden niet gedacht dat we vrijwel zonder eigen voorraad toe zouden kunnen." Verhaaren heeft z’n eigen vrachtwagens, "maar voor één pallet kan ik natuurlijk niet naar Düsseldorf rijden." Dat hoeft ook niet. Verhaaren heeft afspraken met transportbedrijf Kempen, een transporteur die zich heeft gespecialiseerd in versproducten en dus ook een plek heeft bemachtigd op ZON Fresh Park. De snij-

derij hoeft de bestelling maar klaar te zetten, het transportbedrijf heeft de sleutel van de expeditie en laadt de partij ’s morgens in alle vroegte op de vrachtwagen. Aardappelverwerker Het Fresh Park in Venlo is een interessante vestigingsplaats. Alle bedrijven vullen elkaar aan. Maar er kan nog veel meer bij, erkennen zowel Vostermans als Van den Assem. "Een aardappelverwerker bijvoorbeeld", oppert de vestigingsmanager van de groentesnijderij. "Voor ons zou dat een mooie aanvulling zijn." Vostermans kijkt nog wat verder: niet alleen ‘We zouden een groenten, ook zuivel, klein Rungis brood en vlees zouden kunnen profiteren van kunnen worden’ de voorzieningen op het Fresh Park. Deze producten kunnen het verscentrum versterken. "We zouden een klein Rungis kunnen worden", meent Vostermans. Bij dit Parijse verspark is werkelijk elk versproduct te koop, weet hij. "Ze hebben pas een compleet nieuwe vishal gebouwd. Daar kun je wel honderd soorten inktvis krijgen." Van den Assem ziet het al voor zich: "Met een pond tomaten en een paar komkommers kan ik een klant natuurlijk niet rendabel beleveren. Maar met een paar broden erbij, een kaas, vier pakken melk, een paar kilo’s vlees en een grote zalm heb ik toch wel een containertje vol."

sbestuiving
verhuizen, want daar was wel behoefte aan een groentesnijderij. Toen was dat nog te vroeg. Nu is het Tilburgse bedrijf definitief uit zijn voegen gebarsten. In januari van dit jaar opende het bedrijf een splinternieuwe vestiging op ZON Fresh Park in Venlo, en even later ook een in Amsterdam, voor de klant in de Randstad. ‘Onze leveranciers De Venlose produczitten hier allemaal tieruimte beslaat 3.000 vierkante om de hoek’ meter. Een pand dat op de groei is gebouwd. Na overleg met ZON Fresh Park mocht Verhaaren volledig naar eigen inzicht een unieke vestiging bouwen. De meeste handelshuizen op ZON Fresh Park zijn gevestigd in standaard kopersloodsen. Voor het gebruik betalen ze huur aan ZON Vastgoed. Maar het terrein beschikt over voldoende ruimte om uit te breiden, benadrukt Vostermans "dus wanneer een bedrijf eisen heeft die niet bij onze standaard passen, dan bestaat de mogelijkheid zelf een pand te bouwen." Verhaaren heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt. "Met zo’n standaard loods kunnen wij helemaal niks", verklaart hij. "Er loopt hier een rode lijn dwars door het

Marc van der Sterren*
*M. van der Sterren, Tekstbureau Nieuwe Koeien .

Klavertje Vier
ZON Fresh Park vormt slechts één blaadje aan het Noord-Limburgse Klavertje Vier. Het logistieke centrum Venlo Tradeport Noord en de glastuinbouwgebieden Californië en Siberië maken het klavertje compleet. Het Klavertje Vier levert het volledige versconcept: productie, handel, verwerking en logistiek. Bij het hele klavertje zijn vier partijen betrokken: ZON Fresh Park en drie gemeentes: Venlo, Horst aan de Maas en Maasbree. Vanuit de provincie Limburg is Marco Siecker projectleider van het Klavertje Vier. Vanuit Maastricht benadrukt hij het economische belang van de Noord-Limburgse regio: bij deze hele keten is een enorm arbeidspotentieel betrokken. Inclusief de aangrenzende gemeentes is dit het tweede glastuinbouwgebied van het land, met een schat aan opleidingscentra en een logistieke draaischijf. Dat het Klavertje Vier politieke steun heeft, spreekt dus voor zich. Vanuit de provincie coördineert Siecker de ontwikkelingen in de regio wanneer het gaat om ruimtelijke inrichting, verkeer en vervoer, water en energie. "We hebben met de partijen in het Klavertje Vier afgesproken dat de ontwikkelingen elkaar moeten versterken. Het gaat in deze regio niet alleen om de logistiek of alleen om de productie of handel, maar om de aaneenschakeling."

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

19

Agribusinessparken

‘Food Valley is

Foto: Guy Ackermans

Joep Koene (l) en Charles Crombach: “Food Valley biedt bedrijven een goede infrastructuur, kennis en medewerkers van de toekomst.”

Innovatievermogen op het gebied van agro-life sciences staat centraal in Food Valley. Deze beslaat niet alleen Wageningen en Ede, maar in feite de gehele Gelderse Vallei, inclusief Zeist met TNO Voeding en Bilthoven met RIVM. Internationaal gezien is zelfs geheel Nederland als agri food land ‘the place to be’.
openden er hun onderzoeksfaciliteiten. Naast deze multinationals schieten tal van bedrijfjes als paddestoelen her en der uit de grond. Ook zijn al veel bedrijven en kennisinstellingen van oudsher aanwezig, denk aan NIZO in Ede en recenter het Wageningen Center for Food Science (WCFS) waarin de belangrijkste Nederlandse multinationals op voedingsgebied participeren. Regionaal Ook Barneveld, waar van oudsher veel kennis op het gebied van pluimvee aanwezig is, behoort tot Food Valley. “In feite geldt hetzelfde voor ID Lelystad, dat deel uitmaakt van Wageningen UR”, aldus Joep Koene van Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland en Charles Crombach van Kennisstad Wageningen, de twee trekkers van het eerste uur van Food Valley. “Met al deze kennisinstellingen zou je thematische samenwerkingsverbanden kunnen aangaan. In feite zou de driehoek Utrecht, Wageningen, Nijmegen of de driehoek Wageningen, Nijmegen, Twente moeten uitgroeien tot het zwaartepunt van de genomics en bioinformatica”, aldus Koene. “Internationaal bezien, zou je zelfs geheel Nederland tot Food Valley kunnen bestempelen”, klinkt het ambitieus. Beiden benadrukken dat het hen niet alleen gaat om bedrijven op het gebied van de agro-life science, maar ook om toeleveranciers van machines, ICT-bedrijven en gezondheidsinstellingen. Al deze bedrijven kunnen worden gevestigd op de bedrijfsterreinen van Ede. R&D-vestigingen worden geconcentreerd op het nieuwe science park Kortenoord in Wageningen. Daar bevindt zich onder andere ook het Biopartner Center Wageningen, waar recent Campina Innovation

“Wageningen moet het kenniscentrum op het gebied van voedingswetenschappen (landbouw, voeding en gezondheid) worden, zeg maar de Food Valley van de wereld.” Vijf jaar geleden werd er nog wat lacherig gereageerd op deze uitspraak van professor Jo Hautvast van Wageningen Universiteit. Leuk bedacht, maar verre van reëel, dachten velen. Najaar 2003 wordt inmiddels hard aan het concept van Food Valley gewerkt. Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland en Stichting Kennisstad Wageningen, kennisinstellingen als Wageningen UR, het instituut Agritechnology and Food Innovations (voormalig ATO en IMAG) en NIZO food research geloven in dit concept. Ook de gemeenten Ede en Wageningen ondersteunen het initiatief volop. Aansprekende bedrijven als Numico Research en recent Campina Innovation

22

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

Samenwerken aan bacteriedetectie

geheel Nederland’
haar R&D heeft gebundeld. Dit science park ligt haaks op de in de nabije toekomst uit te breiden Campus De Born, waar nu al Agritechnology and Food Innovations en Rikilt zijn gevestigd. Over enkele jaren komen daar ook de nieuwe gebouwen van Wageningen Universiteit te staan. Kennisinnovatie Wat heeft Food Valley de voedingsmiddelenindustrie nu te bieden? “Kennis, een goede infrastructuur en medewerkers van de toekomst”, vat Koene samen. Die infrastructuur wordt verbeterd, maar is in de regio nog lang niet optimaal. Zo is Wageningen niet eens per trein te bereiken, in tegenstelling tot de drie stations in het aangrenzende Veenendaal. In de onderzoekscultuur staat samenwerking met anderen centraal (zie ook kader Keygene en Check-Points). Door de concentratie van kennis komen contacten gemakkelijk tot stand, zijn overleglijnen kort en zijn er – niet onbelangrijk – voldoende afgestudeerden en ervaren onderzoekers voorhanden. Deze willen er bij horen en weten dat zij door de vele contacten snel en gemakkelijk hun carrière kunnen opbouwen. Crombach en Koene kunnen nieuwkomers helpen bij het leggen van contacten. Zij kennen de meeste bedrijven, de daar werkzame ondernemers en hun activiteiten. Verder hebben zij veel contacten met de kennisinstellingen en Wageningen Universiteit (inclusief onderzoeksschool VLAG), het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS) alsook met organisaties als het Nationaal Regie Orgaan Genomics van NWO, Centre for Biosystems Genomics (zaadveredeling) en Nutrigenomics (voeding en gezondheid). Een nog te ontwikkelen faciliteit is Foodturoscope, een testfabriek van de toekomst gericht op pilot-faciliteiten, het ontwikkelen van nieuwe procesapparatuur, het trainen van personeel en het toetsen van de veiligheid en kwaliteit van food-innovaties (zie ook www.foodvalley.nl). Ondernemingsklimaat Voor startende bedrijfjes is een aantrekkelijk ondernemingsklimaat gecreëerd.

Joost Thijssen (r), Peter Andreoli (l) en Mark van Haaren bij de enkele tonnen kostende MegaBASE: “Gemakkelijker contacten leggen en financiering vinden.”

De vestigingsvoorwaarden zijn laagdrempelig. Voor studenten met ambities is er een ondernemerscentrum dat hen ondersteunt bij het opzetten van een bedrijf. Verder krijgen ondernemers in spé ondersteuning bij het vinden van financiering, terwijl er zelfs kant-en-klare onderzoeksfaciliteiten kunnen worden gehuurd in het Biopartner Centrum Wageningen, een gebouw dat met financiering van het ministerie van Economische Zaken is opgezet. Koene: “Biopartner, waar ook Campina Innovation is gevestigd, is nu vol. Fase twee is eind 2004 gereed. Over fase drie vinden momenteel onderhandelingen plaats.” Circa 30 kleine ondernemingen hebben zich in Wageningen de afgelopen jaren gevestigd. Een groot deel daarvan komt van ‘binnenuit’, ofwel spin off’s van DLOinstituten als ATO en Rikilt en Wageningen Universiteit. Koene: “Drie bedrijfjes zijn ondertussen in het stadium om door te groeien naar middelgrote ondernemingen.” Voor de nabije toekomst zijn de plannen ambitieus. De komende vier jaar moeten twee à drie nieuwe R&D-afdelingen van bestaande bedrijven worden aangetrokken, 30 tot 40 nieuwe ondernemingen zich vestigen en 20 à 30 nieuwe combinaties van bedrijven worden opgezet. Daarmee zouden naar schatting 500 tot 800 (in)directe arbeidsplaatsen zijn gemoeid.

Hans Damman

Keygene (circa 100 medewerkers) en Check-Points (drie medewerkers) zijn twee bedrijven die samen een schoolvoorbeeld zijn van wat Food Valley voor het bedrijfsleven kan betekenen. Keygene, een specialist op het gebied van het analyseren van DNA en RNA van hoofdzakelijk groenten (www.keygene.com), vestigde zich 12 jaar geleden op het destijds nieuwe Agro Business Park. Reden was de aanwezigheid van de Landbouw Hogeschool, inmiddels Wageningen Universiteit. Enkele maanden geleden gingen zij een samenwerkingsverband aan met nieuwkomer Check-Points, een spin off van PamGene dat gespecialiseerd is in micro-arrays voor de farmaceutische en life science industrie (www.check-points.com). CheckPoints, dat zich richt op het microbiologisch screenen van voedingsmiddelen en water, is zelfs in de nieuwe vleugel van Keygene gehuisvest. Met de kennis, medewerkers en apparatuur van Keygene hopen CEO Joost Thijssen en CS(cience)O Peter Andreoli van Check-Points begin volgend jaar een detectiekit op de markt te brengen voor de detectie en identificatie van Salmonella. Daarmee kunnen voedingsmiddelenbedrijven op een eenvoudige manier monsters product binnen 24 uur en in één bepaling screenen op de aanwezigheid van 20 Salmonella-typen (zie ook VMT 22, 2002; pag. 33-35). Bij een verdere doorontwikkeling mikt Andreoli zelfs op 50 typebepalingen in een test. Eerste tests tijdens de ‘proof of principle’ wijzen uit dat de door Check-Points in eigen huis ontwikkelde chip een zelfde DNA profiel oplevert als op de MegaBACE van Keygene. Deze laatste wil in deze markt niet zelf dergelijke testkits ontwikkelen. “Wij concentreren ons meer op de plantenveredeling en beschouwen dit als een spin off van onze activiteiten”, aldus Mark van Haaren, manager business development bij Keygene. “Belangrijk voor ons is het te gelde maken van onze expertise en de inbreng van kennis over de voedingsmiddelenindustrie door Check-Points.” Deze laatste heeft vergelijkbare projecten gestart voor de detectie van positieve en negatieve bacteriën met respectievelijk een groot zuivelconcern en DSM en gaat met Unilever, de Universiteit van Amsterdam en TNO een meerjarig EET-project aan voor detectie van coliformen. Food Valley vinden beide bedrijven een goed initiatief. “Door het gezamenlijke gevoel bij de deelnemende bedrijven leg je gemakkelijker contacten. Ook zijn financieringsbronnen door de herkenbaarheid van het Food Valley-label gemakkelijker aan te boren.”

vmt | 24 oktober 2003 | nr 22

23