Gemeente Rijnsburg

Rijnsburg beter
Visie 2015

december 2001 Dit rapport heeft 20 pagina’s

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

Inhoudsopgave
1 2
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.4

Leeswijzer Inleiding
Waarom visie? Positiebepaling De dialoog Economie Leefbaarheid Wonen Voorzieningen Sterkte-zwakte analyse

1 2
2 2 3 3 4 5 5 6

3
3.1 3.2 3.3 3.4

Analyse
Algemeen Bestuurskracht Scenario’s Toekomstvisie

7
7 8 9 10

4
4.1 4.2

Samenvatting van de bevindingen en aanbevelingen
Samenvatting Aanbevelingen

13
13 17

Visie Rijnsburg december 2001.doc

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

1

Leeswijzer
In voorliggend document wordt in hoofdlijnen de toekomstige visie van de gemeente Rijnsburg verwoord. Er is bewust voor gekozen een handzame, korte rapportage op te stellen. De visie is geformuleerd aan de hand van een proces van onderzoek en discussie dat in de periode april-november 2001 heeft plaatsgevonden. Zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie zijn vele personen en organisaties bij dit proces betrokken geweest. Een markeerpunt in dat proces is de oplevering van de zogenoemde “positionpaper” geweest. Aan de hand van dit positionpaper heeft de discussie met de externe omgeving, kortom burgers, bedrijven en instellingen, plaatsgevonden. Na de discussie met de externe omgeving heeft op ambtelijk niveau aanvullend nog een interne discussie plaatsgevonden. Een vertaling van de visie naar detailniveaus van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie is bewust vermeden. De visie heeft betrekking op de grote lijnen. De uitwerking van de visie in concrete activiteiten, producten en diensten zal in concrete uitwerkingsplannen (per jaar of per collegeperiode) vorm moeten krijgen. In die zin is de voorliggende visie op te vatten als het vertrekpunt voor het nieuwe College en kan het – indien gewenst – mede de basis vormen voor het op te stellen nieuwe Collegeprogramma. Achtereenvolgens wordt in hoofdstuk 2 kort stilgestaan bij het proces dat heeft geleid tot voorliggende visie. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten uit de positionpaper en de dialoogfase die voor de voorliggende visie van aanzienlijk belang zijn. In hoofdstuk 3 is een analyse van de onderzoekers opgenomen, waarbij zowel wordt ingegaan op de thematische onderwerpen als de gevolgen voor de (bestuurlijke en ambtelijke) organisatie. Er wordt dan ook kort stilgestaan bij recente ontwikkelingen in de (bestuurlijke) omgeving. Het rapport mondt in het laatste en vierde hoofdstuk uit in een samenvatting en een aantal aanbevelingen.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

1

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

2
2.1

Inleiding
Waarom visie?
De gemeente Rijnsburg heeft reeds in 2000 aangegeven dat men een strategische toekomstvisie wil vormgeven voor de gemeente. Eén van de aanleidingen was dat de gemeente, nadat het halverwege de jaren negentig door middel van het Economisch Beleidsplan Rijnsburg (EBR) haar visie op economisch terrein had opgesteld, behoefte had aan een integrale visie. Deze toekomstvisie zou inzicht moeten geven in de plaatsbepaling en de toekomstige agenda van de gemeente Rijnsburg. Nadat de gemeente Rijnsburg deze beslissing had genomen zijn ontwikkelingen in de externe omgeving van invloed geweest op dit eerste besluit. In de notitie ‘Grensverkennend én grensverleggend’ van de provincie ZuidHolland (januari 2001) worden de gemeenten verzocht na te denken over de vraag of men bestuurlijk, ambtelijk en financieel in staat zal zijn om nu en in de toekomst, dat wil zeggen over vijftien à twintig jaar, het leeuwendeel van de (huidige) taken zelfstandig te vervullen. De provincie heeft de gemeente nadrukkelijk uitgenodigd vanuit andere overwegingen dan die door de gemeente reeds waren gemaakt ook aan een strategische toekomstvisie te gaan werken. De toekomstvisie, zoals de provincie die benoemt, moet een inhoudelijke component kennen, helder maken welke consequenties er samenhangen met de inhoud en tevens een antwoord geven op de vraag in welke bestuurlijke context het realiseren van de visie de meeste kans van slagen heeft. Het gaat bij de bestuurlijke context om de “toekomstbestendigheid” van de gemeente. Daarbij gaat het dan om vraagstukken op bestuurlijk, organisatorisch, financieel en maatschappelijk terrein. In voorliggend rapport worden door de onderzoekers bovenstaande vragen beantwoord.

2.2

Positiebepaling
In de positionpaper is een uitgebreide beschrijving van Rijnsburg opgenomen. In het kort laat de Rijnsburgse gemeenschap zich kenmerken door de kernbegrippen “bedrijvig”, “behoudend” en “nuchter”. Er is sprake van een actief verenigingsleven en een grote sociale binding. Maar er is ook een andere, meer gesloten, kant. Nieuwelingen die niet in de cultuur van Rijnsburg passen worden niet snel in de gemeenschap opgenomen. De economie kenmerkt zich door een sterke relatie met bloementeelt en bloemen- en groentehandel. Een aanzienlijk deel van de Rijnsburgse economie is direct of indirect gerelateerd aan de Flora. Verder zijn er veel economische ontwikkelingen gaande, zoals nieuwe bedrijventerreinen, reconstructies van glastuinbouwgebieden en vernieuwing van delen van het centrumgebied. Jongeren en ook de gestaag groeiende groep ouderen kunnen moeilijk geschikte woonruimte in Rijnsburg vinden. Met name in de sociale huursector moet een inhaalslag worden gemaakt. Ook accommodaties (sport, kinderopvang, jongeren, wijk/buurthuizen) zijn te

Visie Rijnsburg december 2001.doc

2

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

weinig aanwezig, dan wel moeten kwalitatief worden verbeterd. Kwaliteit van wonen en leven is een belangrijk thema. In het ruimtelijk beeld van de gemeente is de geparkeerde auto nadrukkelijk aanwezig. Naast parkeeroverlast is verkeersveiligheid een voortdurend thema. Kwaliteit wordt in Rijnsburg ook verbonden met (een ontbrekende) mentaliteit. Bestuur en medewerkers van de gemeente Rijnsburg zijn goed bereikbaar en aanspreekbaar. Veel organisaties verwachten van de gemeente wel een meer interactieve opstelling. Het betrekken van bedrijven, organisaties en instellingen zal naar mening van velen vroegtijdiger in het planontwikkelproces moeten plaatsvinden. Alhoewel de inzet en motivatie van medewerkers groot is, is de organisatie kwetsbaar. Op het gebied van organisatieontwikkeling ligt er voor zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie nog een aantal opgaven. De gemeente werkt op een aantal beleidsterreinen samen met (met name) de gemeenten Katwijk en Valkenburg. Binnen het SDB (Samenwerkingsverband Duin- en Bollenstreek) is sprake van bestuurlijke samenwerking van een tiental gemeenten. Voor wat betreft de financiën heeft de gemeente Rijnsburg in betrekkelijk korte tijd de artikel 12status, waardoor de gemeente onder “curatele” van het Rijk stond, de rug weten toe te keren. De gemeentelijke lasten (OZB en gemeentelijke heffingen) zijn relatief hoog.

2.3

De dialoog
In een tweetal dorpsdebatten en één slotdebat is gediscussieerd over de gemeente Rijnsburg en over gewenste toekomstige veranderingen. De discussies hebben op een viertal hoofdthema’s plaatsgevonden: economie, leefbaarheid, wonen en voorzieningen.

2.3.1

Economie
Rijnsburg kenmerkt zich als een economisch sterke gemeente in een economisch actieve regio. De lokale economie is zeer sterk gerelateerd aan de bloementeelt en bloemen- en groentehandel en –transport. Er zijn veel kleine (eenpersoons)bedrijven in Rijnsburg en er is sprake van een sterke bedrijvigheid in en rond de woonbebouwing. Er is kortom minder dan in de meeste gemeente sprake van functiedifferentiatie in de gebouwde omgeving. Verder is in de gemeente Rijnsburg nog genoeg (uitgeefbaar) bedrijfsterrein voorhanden. Ook het oude veilingterrein geeft mogelijkheden voor toekomstige economische ontwikkelingen. De kern van het dorp Rijnsburg kenmerkt zich door veel (kleinschalige) economische bedrijvigheid. In het algemeen zal actief moeten worden gestimuleerd dat bedrijfsfuncties die overlast (lawaai, verkeer) veroorzaken uit het centrum vertrekken. Aangezien de algemene mening is dat de bedrijven die nu (nog) in het centrum gehuisvest zijn veelal ook de bedrijven zijn die er (mede) voor gezorgd hebben dat Rijnsburg economisch op de kaart is komen te staan, zullen dergelijke verplaatsingen nooit gedwongen mogen plaatsvinden. Aanwezige economische problemen hebben met name betrekking op de infrastructuur. Ook is door verschillende deelnemers aan de dialoog aangegeven dat, ondanks EBR en Floris V, een integraal economisch gemeentelijk beleid feitelijk ontbreekt. Als specifiek gevaar is

Visie Rijnsburg december 2001.doc

3

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

gewezen op mogelijke claims vanuit Leiden en de regio op met name het gebied Kloosterschuur. Kloosterschuur zal zich volgens meerdere deelnemers moeten ontwikkelen tot een kleinschalig en innovatief glastuinbouwgebied, waarbij overigens is aangegeven dat de investeringen die dit zal vergen wellicht een belemmering kunnen vormen. Het belang van de Flora voor de economie en de gemeenschap van Rijnsburg wordt door vrijwel iedereen ondubbelzinnig onderkend. De eenzijdige economische relatie met de Flora wordt zowel als de kracht als tegelijkertijd het gevaar van de Rijnsburgse economie gezien. Aangezien de Rijnsburgse economie onderscheidend is van die van andere gemeenten en het bovendien de basis is waarop Rijnsburg groot is geworden is de algemene conclusie vanuit de dialoog dat dit specifieke kenmerk zoveel mogelijk moeten worden gekoesterd. Er moet derhalve niet drastisch aan de Rijnsburgse economie worden gesleuteld. Wel kunnen naar mening van meerdere deelnemers accenten worden verlegd. Alhoewel het zwaartepunt op de “bloemen-gerelateerde” economie zal moeten blijven liggen, mag volgens meerdere deelnemers het belang in de Rijnsburgse economie wel iets meer verschuiven in de richting van groente-gerelateerde bedrijfsontwikkelingen. Ook kunnen de mogelijkheden van ICT, gerelateerd aan de veilinghandel, meer benut worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan elektronische marktplaatsen (“tele-veilingen”), waarbij de bedrijfsfocus meer is gericht op de informatie dan op de logistiek). Dat kan aanpalende, maar geheel nieuwe werkgelegenheid creëren. Economisch is het verder van belang dat door de deelnemers aan het economisch debat onderstreept is dat Rijnsburg geen eiland is binnen de regio. Voor veel ontwikkelingen geldt dat de gemeente Rijnsburg deze niet zelf kan sturen of begeleiden. Vanuit het economisch debat is aangegeven dat het zelfs ongewenst is indien de gemeente dit zelfstandig zou willen. Daarvoor zijn een aantal vraagstukken te veelomvattend dan wel kunnen vanwege gezamenlijke belangen afspraken niet zonder de buurgemeenten worden gemaakt. Economisch zal de gemeente Rijnsburg nog meer dan ze nu al doet moeten samenwerken met omliggende gemeenten. Het Pact van Teijlingen kan daarbij als voorbeeld dienen van de wijze waarop regionaal ontwikkelingsrichtingen kunnen worden georganiseerd.

2.3.2

Leefbaarheid
Leefbaarheid kenmerkt zich in Rijnsburg door een kwaliteitsgebrek in de openbare ruimte, parkeer- en verkeersproblematiek en een mentaliteit die meer gericht is op “welvaart” en minder op “welzijn”. Rijnsburg heeft positieve kenmerken die zichtbaar van invloed zijn op de leefbaarheid in het dorp, zoals de gemeenschapszin, het dorpse karakter en de lage criminaliteit. Maar ook de rol van bijvoorbeeld de Rijnsburgse Boys, het jeugdfestival en het oudejaarsfeest zijn nadrukkelijk aangehaald als kenmerken van de Rijnsburgse gemeenschap die de leefbaarheid positief beïnvloeden en die dan ook gekoesterd moeten worden. Twee aspecten die in het debat aan de orde zijn geweest die nadrukkelijk veranderd moeten worden zijn de verkeersmentaliteit van delen van de bevolking en de hoeveelheid en kwaliteit van het openbaar groen van de gemeente. Voor wat betreft het parkeren is een stringenter handhavingsbeleid door vele deelnemers als een mogelijkheid geopperd. Hierbij

Visie Rijnsburg december 2001.doc

4

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

moet worden opgemerkt dat er over het algemeen wel sprake is van een dubbele moraal: “strenger handhaven mag, maar ik moet er zelf geen last van hebben” lijkt een credo die op meerdere Rijnsburgers van toepassing is. Wel is in de dialoog aangegeven dat het gemeentelijk verkeersbeleid nader aandacht verdient. Een goede inventarisatie van de werkelijke parkeer- en verkeersproblemen is als één van de specifieke aanbevelingen uit de debatten naar voren gekomen. Ook is het weren van doorgaand vrachtverkeer uit het centrum als een verbeterpunt voor de gemeente genoemd. Voor wat betreft het openbaar groen waren vele deelnemers aan de debatten het eens: van een gemeente die de wereld in bloei wil zetten (het motto van de gemeente Rijnsburg) mag een betere onderhoudsstaat van de “eigen tuin” worden verwacht. Vanuit de debatten is het groenonderhoud dan ook als één van de speerpunten opgevat voor het thema leefbaarheid.

2.3.3

Wonen
In Rijnsburg is een discrepantie tussen vraag en aanbod op de woningmarkt geconstateerd. Met name voor specifieke doelgroepen, zoals ouderen en jongeren, is het moeilijk om in Rijnsburg een betaalbare huurwoning te vinden. Voor een deel hangt dit samen de regionale woonruimteverdelingssystematiek, maar voor een deel ook met in de loop der jaren ontstane achterstanden. De diversiteit van het woningaanbod zal volgens vele deelnemers nadrukkelijk moeten veranderen. Direct daarmee samenhangend is ook door meerdere deelnemers aan de debatten aandacht gevraagd voor de opstelling en rol van zowel de gemeente als de woningbouwvereniging. Volgens deze deelnemers zal de focus minder gericht moeten zijn op rendement en meer op de werkelijke behoefte. Ten aanzien van het wonen van ouderen zijn er (deels) tegengestelde wensbeelden. Het wordt enerzijds door deelnemers aan de debatten van belang geacht dat ouderen geconcentreerd in het centrum van Rijnsburg zelfstandige woonruimte kunnen vinden. Anderzijds zijn er opvattingen die aangeven dat woonruimten voor ouderen niet zozeer geconcentreerd moeten worden, maar dat deze moeten worden gekoppeld aan de aanwezigheid van andere voorzieningen, zoals bijvoorbeeld scholen. De werkelijke behoefte kan wellicht door de doelgroep zelf worden aangegeven.

2.3.4

Voorzieningen
Het aantal voorzieningen op het gebied van welzijn, cultuur en onderwijs in de gemeente Rijnsburg is niet erg groot. Rijnsburg lift voor een aanzienlijk deel mee op voorzieningen die in de regio aanwezig zijn. Er is daarentegen een sterk verenigingsleven en een omvangrijk netwerk van vrijwilligers in de gemeente. Ook het kerkelijk jeugdwerk heeft een belangrijke plaats in de gemeenschap die, volgens enkele deelnemers aan de debatten, behouden en gekoesterd moet worden. De constatering dat de gemeente Rijnsburg een aanzienlijke jeugdproblematiek te verwerken krijgt wordt door degenen die daar beroepsmatig voldoende zicht op hebben onderkend. Naast de centrale rol van ouders (handhaving en toezicht) wordt ten aanzien van deze constatering van de gemeente verwacht dat dit professioneel, samen met maatschappelijke organisaties wordt opgepakt.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

5

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

Een deel van de sportaccommodaties is aan vernieuwing toe en echte jeugdvoorzieningen, maar bijvoorbeeld ook hangplekken, zijn naar mening van meerdere deelnemers in onvoldoende mate aanwezig. Ook wordt door velen op het gebied van de horeca een gezellig café, het liefst met een terrasje, gemist. Anderen zijn overigens van mening dat een Rijnsburger òf helemaal niet op een terrasje gaat zitten òf als hij dat wel doet dat, daarvoor naar Katwijk of Noordwijk gaat. Wat betreft de toegankelijkheid en “uitstraling” van het winkelcentrum zijn verbeteringen wenselijk.

2.4

Sterkte-zwakte analyse
In onderstaande figuur is op de verschillende onderzoeksvelden (gemeenschap en leefbaarheid; grondgebied en economie; bestuur, organisatie en financiën) een korte samenvattende sterkte-zwakteanalyse gemaakt. De sterke punten zal de gemeente Rijnsburg in haar toekomstige ontwikkelingen moeten trachten te behouden; de zwakke punten zullen verbeterd moeten worden en zijn onderwerp van de toekomstvisie.

Gemeenschap en leefbaarheid Sterk
     

Grondgebied en economie
    

Bestuur, organisatie en financiën
   

nuchter actief verenigingsleven sociaal netwerk rol kerk dorps karakter lage criminaliteit

bedrijvig sterke economie positie Flora EBR en Floris V mogelijkheden voor bedrijfsvestigingen uitgeefbaar bedrijfsterrein voorhanden parkeer- en verkeersoverlast eenzijdige economie verouderde infrastructuur glastuinbouw weinig innovatieve, nieuwe werkgelegenheid weinig functiedifferentiatie in kern ruimteclaims vanuit regio

 

aanspreekbaar korte lijnen samenwerkingsbereid inzet en motivatie medewerkers nieuw gemeentehuis artikel 12-situatie in korte tijd weten om te buigen weinig interactief integraal beleid beperkt kwetsbare organisatie bestuurs- en managementontwikkeling relatief hoge gemeentelijke lasten aantal vraagstukken niet zelfstandig op te lossen

Zwak

  

behoudend mentaliteit aanbod woningen specifieke doelgroepen voorzieningenaanbod voor jongeren accommodaties (sport, welzijn, horeca) kwalitatief en kwantitatief onder maat kwaliteit openbaar groen

   

 

Visie Rijnsburg december 2001.doc

6

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

3
3.1

Analyse
Algemeen
De gemeente Rijnsburg opereert als kleine gemeente op een groot speelveld. In de regio zijn grote ruimtelijke en economische processen gaande die van invloed zijn op hetgeen in de gemeente Rijnsburg de komende jaren gaat spelen. Rijnsburg weet op onderdelen een “goed deuntje mee te blazen”, maar heeft ook onderkend dat partners nodig zijn om verder te komen. Op economisch gebied wordt samengewerkt met marktpartijen uit de particuliere sector is een constructie die vrij uniek is in gemeenteland. De economische motor van Rijnsburg is het “bloemenhandelcomplex”, kortom alle bedrijfsactiviteiten die direct of indirect een relatie hebben met de veiling Flora. Deze motor moet vooral blijven draaien. Er is weinig aanleiding volgens velen om het roer economisch over een totaal andere boeg te gooien. De eventuele kwetsbaarheid van de Rijnsburgse economie wordt èn niet breed onderkend èn, zo dit wel onderkend wordt, voor lief genomen. Wel wordt aangegeven dat innovatieve bedrijfsactiviteiten, op het gebied van bloemen- en groentehandel, actief moeten worden gestimuleerd. Er moet echter ook worden geconstateerd dat Rijnsburg kampt met een aanzienlijk leefbaarheidsvraagstuk. De kwaliteit van de openbare ruimte haalt geen voldoende en ook op andere leefbaarheidsaspecten (verkeer, parkeren, mentaliteit) wordt van de gemeente een nadrukkelijke inzet verwacht. De Rijnsburgers zijn daarbij wel zo eerlijk ook de hand in eigen boezem te steken: zolang maatregelen die de leefbaarheid kunnen verbeteren niet te veel nadelige gevolgen hebben voor de individu is veel mogelijk. Maar op het moment dat maatregelen teveel de eigen persoonlijke belangen kunnen raken (bijvoorbeeld: betaald parkeren in de kern) wordt ook al snel aangegeven dat de mentaliteit een onderdeel van de Rijnsburgse leefgemeenschap is en ook behoort te blijven. Ook sluit de woonbehoefte momenteel niet aanbod bij het woningaanbod. Een deel van de problematiek ligt verscholen in het feit dat op het beperkte leefgebied van de gemeente Rijnsburg vele ruimteclaims samenkomen. Deze claims en met name de tegenstellingen tussen de claims zullen de komende jaren versterken en zullen niet door Rijnsburg alleen kunnen worden opgelost. Tenslotte geeft het beeld van de gemeenschap aan dat het voorzieningenniveau van de gemeente Rijnsburg enerzijds op sommige onderdelen tekort schiet anderzijds juist ook weer perfect bij de (a-typische) inwoner van Rijnsburg past. Een positief beeld is ontstaan door de wijze waarop de mantelzorg is geregeld. Minder positief daarbij is dat deze mantelzorg alleen bereikbaar is voor degenen die binnen het geaccepteerde sociale en maatschappelijke systeem van Rijnsburg passen. Er zitten derhalve “gaten” in het op eerste gezicht zo sterke sociale weefsel van Rijnsburg. Dit uit zich onder andere in significante onderwijsachterstanden. Door professionals wordt dit als een van de belangrijkste opgaven voor de toekomst gezien.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

7

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

Kijkend naar de gemeentelijke organisatie kan worden geconstateerd dat de gemeente op veel beleidsterreinen uitvoerend samenwerkt met andere gemeenten. Dit is geen zwaktebod, maar een bewuste keus om door middel van een efficiëntere uitvoering ook zelf te kunnen investeren in kwaliteit. Vanuit zowel de interne als externe omgeving wordt aangegeven dat de gemeente dergelijke vormen van samenwerking nog verder zal moeten intensiveren. Daarbij wordt dan met name gekeken naar de KRV-driehoek. De drie gemeenten werken niet alleen al op een aantal beleidsterreinen samen, ze passen ook qua cultuur goed bij elkaar. Rijnsburg laat anderzijds als organisatie zelfstandigheid en veerkracht zien. Een gemeente die in recordtempo de financiële situatie als gevolg van de artikel 12-status achter zich weet te laten moet potenties hebben. Ook wat betreft de geconstateerde beperkingen en tekorten op het terrein van voorzieningen en de openbare ruimte is geconstateerd dat de gemeente Rijnsburg inmiddels op onderdelen bezig is met een inhaalslag. Wat betreft de dienstverlening aan de burgers zijn de laatste jaren, zeker met de komst van het nieuwe gemeentehuis, ook goede stappen gezet. Maar andere elementen van de dienstverlening (elektronisch loket, contactfunctionarissen, interactieve beleidsvorming etc.) kunnen nog nadrukkelijk verbeteren.

3.2

Bestuurskracht
Rijnsburg ervaart de turbulentie en dynamiek van gemeentegrensoverschrijdende ontwikkelingen. Dit vertaalt zich o.a. in een grote afhankelijkheid bij het uitvoeren van (strategische) taken in het gebied, bijvoorbeeld op het terrein van de woningbouw en de economie. De Rijnsburgse economie is te beschouwen als een krachtige motor, maar de injectie van die motor heeft Rijnsburg niet zelf in de hand. De consequenties van het door Rijnsburg gevoerde beleid zijn redelijk in beeld, maar de analyse en met name ook de discussie met de externe omgeving heeft aangetoond dat de wijze waarop de gemeente haar beleid vorm geeft en met name de externe omgeving daarin een rol geeft kan verbeteren. Wel moet worden geconstateerd dat de opgaven waarvoor de gemeente zich geplaatst ziet steeds ingewikkelder en omvangrijker worden. Dit vraagt extra veel energie van bestuur en ambtelijke organisatie om dit te managen. Tussen bestuur enerzijds en het ambtelijk apparaat anderzijds zijn interpretatie- en beoordelingsverschillen waargenomen die betrekking hebben op zowel interne als externe processen en rollen. Er is geen interne spanning waargenomen, wel verdient het interne communicatieproces binnen de gemeente Rijnsburg nadrukkelijke aandacht. Bij een wijziging van het opgavenprofiel kunnen de waargenomen beoordelingsverschillen het interne communicatieproces aanzienlijk verstoren. Zoals gezegd heeft Rijnsburg in korte tijd haar financiële positie ongeveer 180 graden weten te verbeteren. Hiermee heeft Rijnsburg laten zien dat het veerkracht heeft en tot daden in staat is. Dit betekent overigens nog niet dat financieel gezien weer alles mogelijk is. Er is geconstateerd dat het financiële instrumentarium van de gemeente Rijnsburg nog

Visie Rijnsburg december 2001.doc

8

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

onvoldoende ontwikkeld is. Dit geldt overigens ook voor de positionering van de P&Ofunctie in de gemeentelijke organisatie. Een positief aspect betreft de positieve inzet van het management. Alhoewel nog naar goede rolinvullingen (integraal management, klantgericht werken, etc.) gezocht wordt, is het enthousiasme om gezamenlijk aan de organisatieontwikkeling te werken groot. Wel blijft de gemeente Rijnsburg, juist in dergelijke sleutelfuncties binnen de organisatie, kwetsbaar. Een belangrijk deel van de kennis en kunde zit bij één of enkele medewerkers. Vanuit het intern perspectief is voldoende (potentiële) bestuurskracht aanwezig. Er zijn ook positieve elementen, zoals aanwezige ambitie en betrokkenheid, die hiervoor als randvoorwaarde kunnen fungeren. Anderzijds geldt dat interne kwetsbaarheid en met name externe ontwikkelingen dit beeld nadrukkelijk beïnvloeden. Ook vanuit de eigen organisatie wordt aangegeven dat kwaliteit alleen maar kan verbeteren indien de gemeente zich bestuurlijk en ambtelijk verder gaat ontwikkelen. Door velen wordt het zelfs als een noodzaak beschouwd de komende tijd een bewuste ontwikkelingsslag te bewerkstelligen. De organisatie zal in meerdere opzichten moeten gaan functioneren als modern lokaal bestuur. Dit begint bij bestuur en zal zijn uitwerking naar de gehele ambtelijke organisatie en ook naar de partners in de (bestuurlijke) omgeving moeten hebben. Verdergaande kwaliteit in de dienstverlening en uitvoering kan worden bewerkstelligd als het reeds betreden pad van nietvrijblijvende intergemeentelijke samenwerking verder wordt bewandeld. De gemeenten Katwijk en Valkenburg zijn daarbij de logische partners. Een op termijn mogelijke fusie is dan volgens velen een niet onlogische en zelfs een gewenste vervolgstap.

3.3

Scenario’s
Vanuit de verschillende analyses en discussies kunnen drie verschillende toekomstscenario’s worden geschetst. Deze sluiten in meerdere of mindere mate aan bij de verschillende constateringen. Het eerste scenario Rijnsburg houden zo laat weinig veranderingen toe in de toekomst van Rijnsburg. Dit scenario gaat sterk uit van het idee dat daar waar Rijnsburg nu staat is veroorzaakt door hetgeen Rijnsburg nu is en dat er ook nauwelijks aanleidingen zijn om hierop te gaan veranderen. Rijnsburg blijft economisch verbonden aan de bloemenhandel en –teelt en zal binnen het economisch perspectief actief geen nieuwe ontwikkelingen stimuleren. Voor wat betreft de leefbaarheid zullen wel enkele kleine marginale kwaliteitsaanpassingen worden gestimuleerd, maar dit zal niet uitmonden in een direct andere openbare ruimte of een zichtbare aanpak van (bijvoorbeeld) het thema mentaliteit. Het centrale uitgangspunt bij dit scenario is dat Rijnsburg niet zonder reden is zoals het nu is en dat de gemiddelde Rijnsburger zich in deze gemeenschap prettig voelt. Het is niet aan de gemeente om daar actief in te gaan sturen. Elementen die wel vanuit de gemeente gestimuleerd kunnen worden hebben met name betrekking op het verbeteren van bestaande voorzieningen (zoals speeltuinen en sportvoorzieningen). Het scenario Rijnsburg houden zo zal nauwelijks extra investeringen vergen.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

9

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

Het tweede scenario Rijnsburg beter gaat een aanzienlijk aantal stappen verder. Rijnsburg gaat op enkele strategische aspecten forse vernieuwingen stimuleren en doorvoeren. Enerzijds heeft dit betrekking op het voorzieningenniveau binnen de gemeente. Deze vernieuwingen zullen met nam op de thema’s die in de voorliggende visie als onderbelicht dan wel te zwak zijn neergelegd tot uitdrukking moeten komen: voorzieningen voor jongeren en ouderen, leefbaarheid van de woonomgeving, groenvoorziening, verkeersoverlast, parkeeroverlast, onderwijsachterstanden, etc. Anderzijds heeft dit ook betrekking op de wijze waarop de gemeente de activiteiten organiseert. Dit betekent dat nog meer dan nu zal worden samengewerkt met aan de ene kant aanpalende gemeenten en aan de andere kant (maatschappelijke) organisaties en burgers. Deze veranderingen zullen zodanig worden georganiseerd en opgepakt dat de huidige economische en maatschappelijke kernwaarden van de gemeente Rijnsburg zoveel mogelijk gehandhaafd blijven. Dit betekent met name dat op economisch gebied het huidige beleid zoveel mogelijk zal worden versterkt en uitgebouwd . Het scenario Rijnsburg beter zal aanzienlijke investeringen vergen, zowel uitvoeringstechnisch (kwalitatieve verbeteringen in de leef- en woonomgeving) als beleidsmatig (kwalitatieve verbeteringen in de eigen organisatie). Een mogelijk derde scenario is Rijnsburg op de schop. Dit behelst een compleet nieuwe ordening van processen en werkzaamheden binnen de organisatie. Er wordt een transformatie naar een andere gemeente nagestreefd. Een gemeente die economisch niet (meer) afhankelijk is van één bedrijfsprofiel. Compleet nieuwe vormen van werkgelegenheid worden actief naar Rijnsburg gehaald. De banden met de Flora worden niet zozeer doorgeknipt, maar zijn economisch voor de gemeente minder relevant. Er wordt bewust gestuurd naar een andere mentaliteit van de Rijnsburgse bevolking. Om die nieuwe mentaliteit ook te ondersteunen worden door de gemeente nieuwe randvoorwaarden geschapen. Rijnsburg zelf wordt in bloei gezet. Tegen parkeer- en verkeersoverlast wordt streng opgetreden. Er vindt een stringent handhavingsbeleid plaats. Alle bedrijven die op enigerlei overlast (verkeer, lawaai) veroorzaken worden, met financiële hulp van de gemeente, naar (nieuwe) bedrijfsterreinen buiten de kern verplaatst. Om dergelijke ontwikkelingen mogelijk te maken krijgt Kloosterschuur in eerste instantie een bedrijfsbestemming. De uitgangspunten uit het Pact van Teijlingen (overloopgebied voor kleinschalige glastuinbouw) worden eenzijdig losgelaten. Het scenario Rijnsburg op de schop zal enorme langjarige investeringen vergen. Ook van burgers, bedrijven en instellingen.

3.4

Toekomstvisie
Grootschalige transformatie (derde scenario) past niet bij Rijnsburg als gemeente en ook niet bij Rijnsburg als bestuurlijke en ambtelijke organisatie. Indien scenario 1 wordt gekozen wordt feitelijk de ogen gesloten voor ontwikkelingen die nu gaande zijn. Bovendien is vanuit de eigen organisatie nadrukkelijk aangegeven dat het inzetten op scenario 1 inhoudt dat bij een mogelijke gemeentelijke herindeling de ambtelijke organisatie van de gemeente Rijnsburg op een achterstand is geplaatst ten opzichte van de andere organisaties. De behoefte bestaat om, binnen de eigen grenzen, als een actieve en ontwikkelende gemeente op

Visie Rijnsburg december 2001.doc

10

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

te treden en zich zo sterk te maken voor alle mogelijke toekomstige veranderingen. Vandaar dat zowel vanuit het interne, maar ook vanuit het externe perspectief er feitelijk maar één oplossing is: scenario 2. Binnen het tweede scenario kan ook goed worden vastgehouden aan de huidige pijler van de Rijnsburgse economie. De dialoogfase heeft nadrukkelijk laten zien dat al te grote verschuivingen op economisch gebied niet reëel, maar ook niet gewenst worden geacht. Bovendien gaf de dialoogfase aan dat ten aanzien van de kwaliteitsvragen die met name in de openbare ruimte leven er zeer verschillend wordt gedacht. Er zullen verbeteringen moeten worden doorgevoerd, maar de constatering dat het met Rijnsburg op dit vlak totaal anders moet, gaat velen te ver. Voor een deel geldt hier een spreekwoord dat op Rijnsburg van toepassing is: “wie de jas past trekke hem aan”. Binnen het tweede scenario kunnen de huidige cultuur en gemeenschapskenmerken van het dorp Rijnsburg grotendeels gehandhaafd blijven. Binnen die grenzen kan in dit scenario wel aan kwaliteitsverbetering worden gewerkt. Dit sluit ook aan bij de constatering die eerder is gemaakt dat de gemeente Rijnsburg op een aantal onderdelen druk bezig is de geconstateerde beperkingen en tekorten (bijvoorbeeld op het terrein van voorzieningen en openbare ruimte) terug te dringen en aan te pakken. Deze verbeteringen zullen niet lichtzinnig moeten worden opgevat. Het zal ook bij het tweede scenario gaan om een aantal forse strategische vernieuwingen (voorzieningen, leefbaarheid, openbare ruimte, onderwijs). Daarbij zullen in de tijd keuzes moeten worden gemaakt. Dit betekent ook dat financiële ruimte gevonden moet worden om dergelijke ontwikkelingen te kunnen bekostigen. Verder zal de gemeente enerzijds gebruik moet maken van de mogelijkheden die het zelf heeft en anderzijds ook van de mogelijkheden die anderen bieden. Met name wordt dan gedoeld op een intensievere samenwerking binnen KRV. Potentieelbeeld “Rijnsburg Beter” 2010-2015 In onderstaand schema zijn de resultaten van het onderzoek vertaald naar de prestatievelden die het ministerie van BZK in haar notitie “krachtige gemeenten” (1998) heeft aangegeven. Deze vier prestatievelden hebben in het onderzoek steeds een belangrijke rol gespeeld. Onderstaand zijn enkele toetspunten aangegeven op de vier prestatievelden voor robuuste gemeente voor de uitvoering van het gekozen ontwikkelingsscenario in 2010-2015. De punten zijn vooral ook prikkelend bedoeld en zijn zeker niet uitputtend!

Visie Rijnsburg december 2001.doc

11

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

LEEFOMGEVING ! Kwaliteitsslag openbare ruimte uitgevoerd ! Wijk- en buurtbeheer programma opgezet ! Nieuwe vormen van co-productie tussen bewoners en gemeente opgezet ! Mentaliteitsverbetering in samenhang met handhaving ingezet ! Schoon, heel en veilig! ! IJzersterk en innovatief economisch profiel ! Woonvoorziening in of dicht bij Rijnsburg goed geregeld GEMEENSCHAP/VOORZIENINGEN ! Samenhangend jongeren- en welzijnsbeleid i.s.m. scholen, groepen werpt vruchten af ! Substantiële toename woonzorg voorzieningen ! Krachtig verenigingsleven (meer professioneel ondersteund) ! Rijnsburg is leuker en gezelliger met culturele en horecavoorzieningen ! De “echte” Rijnsburgse sfeer bloeit volop! SPELER IN PUBLIEKE DOMEIN

Resultaat RIJNSBURG ROBUUST EN KRACHTIG IN 2010-2015!!!!
DIENSTVERLENER

! Rijnsburg opereert stevig in KRVverband (evt. gefuseerd…..) ! KRV is belangrijke factor in Rijnzone en Bollenstreek ! Goede samenwerking met meer stedelijke gebieden en regio’s ! Rijnsburg blijft als gemeenschap volop bestaan in mogelijk bestuurlijk nieuwe setting

! Dienstverlening dicht bij burgers waar dat kan in een efficiënte structuur (evt. intergemeentelijk) ! Bestuur professionaliseert en heeft daardoor meer tijd voor de burger ! Open en interactieve werkstijl ! Burgers betalen (meer) én krijgen waar voor hun geld

Visie Rijnsburg december 2001.doc

12

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

4
4.1

Samenvatting van de bevindingen en aanbevelingen
Samenvatting
De gemeente Rijnsburg heeft vanuit eigen kracht en wil gekeken naar hoe ze er voor staat en waar ze naar toe kan en wil. Hierbij is de bevolking in enkele discussiebijeenkomsten betrokken en zijn maatschappelijke organisaties geconsulteerd. Analysefase In een zogenaamde “positionpaper” is de huidige situatie in Rijnsburg beschreven, alsmede de belangrijkste thema’s voor de ontwikkeling in de toekomst. Rijnsburg heeft zich doen kennen als een gemeente en een gemeenschap met een eigen karakter; zelfredzaam, arbeidzaam, licht-opportunistisch en individualistisch. Sterk gericht op “werk” en ondanks het individualisme ook op elkaar. De bewoners en bestuurders zijn veelal trots op deze typische kenmerken van de gemeenschap en willen die ook bewaren. Uit het onderzoek blijkt dat Rijnsburg, ook in vergelijking met andere gemeenten een aantal sterke punten heeft die voor de toekomst van groot belang kunnen zijn. Dat is naast de bovengenoemde mentaliteit vooral de sterke economie, gebaseerd op het bloemenhandelcomplex rond de Flora. Met dit complex wordt ook gedoeld op aanleverende, toeleverende en dienstverlenende activiteiten. De ambtelijke en bestuurlijke organisatie kent kwetsbaarheden en zwakheden, maar het getuigt zeker van bestuurskracht dat de gemeente er in de afgelopen jaren in is geslaagd een negatieve financiële en organisatorische spiraal om te zetten naar de acceptabele situatie op deze terreinen op dit moment. Er zijn uit het onderzoek ook zorgpunten gekomen voor gemeente en gemeenschap van Rijnsburg. Er zijn naar de mening van de onderzoekers duidelijk “gaten” in het traditioneel sterke sociaal weefsel (o.a. onderwijsachterstand, zorgbehoefte) geconstateerd, de kwaliteit van de dagelijkse woon- en leefomgeving is een belangrijke punt van aandacht en bron van zorg van velen (w.o. verkeers- en parkeeroverlast). Het voorzieningenniveau kan beter, de sterke economie is eenzijdig ingericht en kent daardoor een relatief grote afhankelijkheid. Tenslotte is en blijft de ambtelijke en bestuurlijke organisatie in het licht van de dynamiek in de omgeving kwetsbaar, zeker ook in financieel opzicht. Wat dit laatste betreft: Rijnsburg is een kleine speler op een groot speelveld en hoe hard en goed er ook gewerkt zal worden, die beperking blijft. Wel is geconstateerd dat de gemeente Rijnsburg op een aantal onderdelen druk bezig is de in het onderzoek geconstateerde beperkingen ten aanzien van bijvoorbeeld het voorzieningenniveau en de kwaliteit van de openbare ruimte terug te dringen en aan te pakken. In het totaalbeeld van Rijnsburg zijn de onderzoekers van opvatting dat de gesignaleerde mix van sterke en zwakke punten zodanig is dat er urgentie is in het kiezen van een richting in een aantal zaken en het actief daaraan werken. Deze zaken zijn:

Visie Rijnsburg december 2001.doc

13

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

 Een krachtige inzet op de versterking van de “quality of life” in Rijnsburg zelf op het gebied van woon- en leefomgeving en voorzieningen op het gebied van welzijn (o.a jeugd) en cultuur;  Een duidelijke keuze voor de toekomstige ontwikkeling van economie en het economisch profiel van Rijnsburg en de omstandigheden waarin deze zich verder kan ontwikkelen. Dit mede in relatie tot de turbulentie in de omgeving en de ruimtelijkfunctionele dynamiek in het gebied (bouwlocaties, bedrijfsterreinen, ontwikkeling glastuinbouw e.d.);  Een duidelijke positie in het bestuurlijk krachtenveld, enerzijds om de eigen doelstellingen op termijn waar te kunnen maken anderzijds om een antwoord te hebben op de bewegingen van andere bestuurlijke partners in het gebied en de Provincie. Met de bovenvermelde zinsnede over urgentie wordt niet alleen bedoeld dat het in algemene zin nodig is dat gemeentebesturen actief zijn. Voor Rijnsburg gaat dat verder: op ieder van deze drie terreinen is op korte termijn stevige actie geboden, wil het zich als “robuuste”gemeente kunnen blijven profileren. Of nog scherper gezegd: als op deze drie terreinen op korte termijn geen goede keuzes worden gedaan en forse voortgang kan worden geboekt verdient Rijnsburg, naar de mening van de onderzoekers, dit predikaat niet. Dialoogfase In de dialoog met de bevolking en maatschappelijke organisaties is door de onderzoekers enerzijds bevestiging gevonden van de bovenbeschreven beelden en conclusies, anderzijds is er zeker nuancering en nuttige inkleuring aangegeven. De zorg en ernst van de situatie op het gebied van woon- en leefomgeving en voorzieningen is naar onze opvatting bevestigd. Wel met als aantekening dat de bevolking het niet geheel eens is over mogelijk te nemen maatregelen, die de persoonlijke belangen raken. Problemen op het gebied van parkeren, veiligheid, jeugdproblematiek worden in algemene zin wel herkend, maar over de concrete oplossingen verschillen de meningen. Bij het verder invullen zal van de gemeente dus veel creativiteit worden gevraagd en een regisserende rol tussen de verschillende belangen. Het kan niet anders dan dat veel zaken op dit terrein via coproductie en interactie tussen groepen bewoners en de gemeente tot stand zal moeten worden gebracht. Ten aanzien van de door de onderzoekers naar voren gebrachte risico’s van kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de eenzijdige economische structuur is vanuit bevolking, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties naar voren gekomen dat dit toch vooral gezien wordt als een sterk punt. Vanuit de dialoogfase kan dan ook geconstateerd worden dat er zeker draagvlak is om het bestaande profiel verder te versterken en te ontwikkelen, waarbij door innovatie (o.a. ICT) de kwetsbaarheid kan worden verminderd. Dit is een heldere keuze die voor de toekomst van Rijnsburg van groot belang is.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

14

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

Inzake de bestuurlijke ontwikkelingen komt uit de dialoogfase volgens de onderzoekers als hoofdlijn naar voren dat de typische gemeenschapskenmerken van Rijnsburg per saldo zeer worden gewaardeerd en in welke bestuurlijke constructie dan ook gewaarborgd moeten worden. Tegelijkertijd hebben we onder de bevolking een behoorlijke mate van pragmatisme waargenomen ten aanzien van de ontwikkelingen op bestuurlijk gebied. Er is onzes inziens groot draagvlak voor een actieve opstelling van de gemeente gericht op verdergaande samenwerking in met name het cluster Katwijk-Rijnsburg-Valkenburg, waarbij (indien nodig) fusie niet behoeft te worden uitgesloten. Er is in ieder geval absoluut geen draagvlak voor een afwachtende houding (hetgeen uiteraard ook absoluut niet past bij de Rijnsburgse mentaliteit!). Globale ontwikkelingsrichtingen Op grond van het uitgevoerde onderzoek en de gevoerde dialoog met en door de bevolking van Rijnsburg zijn in dit rapport drie ontwikkelingsrichtingen aangeduid voor Rijnsburg met een korte karakterisering:  “Rijnsburg; houden zo”: het gaat goed genoeg, met kleine verbeteringen en aanpassingen komen we de komende 10- 15 jaar ook goed door. Samenwerking kan altijd beter, maar is ook lastig (o.a. woningtoewijzing) en mag niet leiden tot uitholling van de zelfstandigheid;  “Rijnsburg beter”; het gaat niet goed genoeg, zeker niet als we naar de toekomst kijken. We willen/moeten Rijnsburg behoorlijk veranderen, maar wel zoveel mogelijk van het typische en bijzondere van de gemeente, haar economie en gemeenschap bewaren en versterken. Waar mogelijk in samenwerking met anderen, waar nodig desnoods gefuseerd met gelijkgestemde partners (bv. richting KRV);  “Rijnsburg op de schop”; we redden het als Rijnsburg niet meer in de nabije toekomst. We moeten een keuze maken voor een ander profiel (o.a. economie) en proberen zo snel mogelijk aan te sluiten bij buurgemeenten die desnoods minder aansluiten bij ons huidig profiel (bv. richting Leiden). Gezien het bovenstaande inzake de urgentie van veranderingen kiezen de onderzoekers uiteraard niet voor de eerste ontwikkelingsrichting in hun aanbeveling: het gaat echt niet goed genoeg met Rijnsburg om de komende 10-15 jaar zonder verdere aanpassingen of flinke veranderingen door te komen. In ieder geval zal dit achteruitgang betekenen op tal van terreinen en geen oplossing van naar onze mening dringende knelpunten in het functioneren als moderne gemeente in een gemeenschap van na het jaar 2000. Deze vragen bovendien niet een ad hoc aanpak, maar een strategische aanpak, op basis van een krachtig en integraal plan voor de toekomst. Op basis van de dialoogresultaten is het glashelder dat er geen draagvlak zal zijn voor het derde scenario “Rijnsburg op de schop”. Het scenario “Rijnsburg beter” dient dan ook naar de mening van de onderzoekers als uitgangspunt te worden genomen voor de verdere

Visie Rijnsburg december 2001.doc

15

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

ontwikkeling en uitwerking van de toekomstvisie. Deze keuze past bij de opgaven waar de gemeente voor staat, de beschreven uitgangssituatie en bij de opvatting van een flink deel van de in de dialoogfase betrokken gesprekspartners. Het is een ingrijpende keuze die veel zal betekenen en die een grote mate van bestuurskracht zal vragen van de gemeente. Bestuurskracht van Rijnsburg in de toekomst Het onderzoek heeft laten zien dat er op diverse terreinen ontwikkelingskansen liggen, zowel in Rijnsburg zelf (“quality of life”) als in de ontwikkeling van economie, wonen en verkeer. Het zijn echter geen eenvoudige klussen voor de gemeente om die op te pakken. De praktijk in het lokaal bestuur laat zien dat traditioneel zelfs eenvoudige klussen voor gemeenten steeds complexer worden ondermeer door verschillende belangen, grotere mondigheid en hoger aspiratieniveau van de burger, andere bejegening van de overheid, etc. En de belangrijke klussen zijn voor Rijnsburg de komende jaren echt niet eenvoudig. In dat verband kan het zeker als een uitdaging (en een noodzaak!) worden beschouwd om als gemeente (bestuur en organisatie) zelf een ontwikkelingsslag door te maken gericht op het functioneren als modern lokaal bestuur in allerlei opzichten. Bijvoorbeeld op het terrein van bestuurs- en managementinstrumentarium, maar zeker ook op het gebied van nieuwe omgangsvormen tussen bestuur en burgers (waar dit interactieve visieproces al een goed voorbeeld van kan geven). De financiële positie van de gemeente biedt hiertoe wel enige ruimte, maar zal voor een dergelijke ontwikkelingsslag wel verder moeten worden versterkt. Maar nog meer dan in deze instrumentele aspecten, zal de “bestuurskracht” van de gemeente Rijnsburg zich nog verder kunnen en moeten ontwikkelen in een strategische, integrale en initiatiefrijke aanpak van die vraagstukken die enerzijds het meest bepalend zijn voor de toekomst van gemeente en gemeenschap, maar die anderzijds het moeilijkst te vatten zijn omdat ze gemeentegrenzen en de competenties en bevoegdheden van het lokaal openbaar bestuur overstijgen. Deze “ontwikkelingsvraagstukken” (bv. economie, wonen, verkeer, glastuinbouw) kunnen alleen zinvol worden opgepakt als de gemeente bereid is om haar afwegingen en belangen in een breder kader en op hoger schaalniveau te delen en te verdedigen in een niet-vrijblijvende samenwerking. Om de strategische inzet samengevat in “Rijnsburg beter” waar te kunnen maken is dus een tactische en ook onvoorwaardelijke inzet nodig op verregaande samenwerking met maatschappelijke en bestuurlijke partners. Voor wat betreft de bestuurlijke constellatie ligt het voor de hand daarbij de bestaande relaties in KRV-verband als basis te gebruiken, zonder overigens op dit moment andere bestuurlijke partners uit te sluiten. Of een dergelijke samenwerking ook zou moeten leiden tot een fusie is een vraag die naar onze mening op dit moment nog niet beantwoord kan worden: eerst zal moeten blijken of deze partners in dat geval én voldoende in staat zullen zijn om die ontwikkelingsvragen ook afdoende aan te kunnen pakken én voldoende met elkaar in staat zullen zijn om de krachten en kwaliteiten van de bestaande gemeenschappen (waaronder zeker die van Rijnsburg) te bevestigen en te bewaren in een duurzaam concept van samenleven, waarin de eigenheid en

Visie Rijnsburg december 2001.doc

16

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

de worteling van groepen mensen in hun gemeenschappen wordt gerespecteerd en gewaarborgd. Het is naar onze opvatting zeer de moeite waard om dit in het verband van deze drie gemeenten nader te gaan onderzoeken, bv. via de opstelling van een gezamenlijke gebiedsvisie voor de drie gemeenten, waarbij dan ook nadrukkelijk zal moeten worden ingegaan op de kracht en de toekomstpotentie van bestaande lokale gemeenschappen. Vanuit het Rijnsburgse perspectief gezien is een dergelijk onderzoek naar onze mening niet alleen nuttig, maar noodzakelijk in het kunnen realiseren van de strategische inzet op “Rijnsburg beter”.

4.2

Aanbevelingen
Samenvattend bevelen wij het bestuur van de gemeente Rijnsburg aan: 1. In principe te kiezen voor een krachtig ontwikkelingsscenario voor de gemeente Rijnsburg op basis van de hoofdlijnen geformuleerd onder het motto “Rijnsburg beter” in dit rapport. Dit scenario uit te werken op in ieder geval de drie genoemde hoofdterreinen van ontwikkeling voor de gemeenten Rijnsburg: a. Het structureel en duurzaam (verder) verbeteren van de belangrijkste aspecten van de kwaliteit van wonen en leven die in deze rapportage naar voren zijn gekomen, mede inhoudende vergroting van de kwaliteit van de openbare ruimte, opvangen van de negatieve gevolgen van parkeren en verkeer en het versterken van voorzieningensituatie op het gebied van met name welzijn (o.a. jeugd), zorg (ouderen) en cultuur; b. Het gericht verder ontwikkelen, versterken en verbreden van het bestaande economisch profiel van Rijnsburg, mede in relatie tot de ruimtelijke mogelijkheden en mede in afweging (in lokaal en regionaal verband) met de ontwikkeling van wonen, verkeer, natuur, glastuinbouw en recreatie in het gebied; c. De versterking van de bestuurlijke organisatie op regionaal niveau, vooral inhoudende het verder aangaan van duurzame en niet-vrijblijvende samenwerking inzake ontwikkelingstaken op het gebied van economie, wonen, verkeer en landbouw met maatschappelijke partners en met bestuurlijke partners, waarbij wat dat laatste betreft de huidige KRV-samenwerking als basis kan dienen. 3. De randvoorwaarden voor de uitvoering van een dergelijk ontwikkelingsscenario te versterken door middel van het verder doorvoeren van de in gang gezette ambtelijkbestuurlijke kwaliteitsslag (bestuurs- en managementinstrumenten) en door middel van

2.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

17

Gemeente Rijnsburg Rijnsburg beter december 2001

het verder ontwikkelen van een open en interactieve bestuursattitude met de daarbij behorende instrumenten, activiteiten en financiën. 4. In KRV-verband te werken aan de opstelling van een gebiedsvisie die de inhoudelijke basis kan leggen onder een vergaande samenwerking op ontwikkelingstaken en eventueel (indien nodig) een fusie in dat verband. Dit laatste overigens onder de voorwaarde dat in welke bestuurlijke constellatie dan ook het hart van de Rijnsburgse kwaliteiten, dat is de kracht en de eigenheid van de lokale gemeenschap, goed tot zijn recht kan blijven komen. De aldus gedane keuzes terug te koppelen aan de verschillende gesprekspartners in de dialoogfase en in gesprek te brengen met belangrijke bestuurlijke en maatschappelijke partners. Een actieplan “Rijnsburg beter” uit te werken dat de nieuw gekozen Raad en het nieuwe College als basis kunnen nemen voor de verdere uitvoering van de stappen uit dit scenario en voor het scheppen van de randvoorwaarden daartoe.

5.

6.

Visie Rijnsburg december 2001.doc

18