Netwerkdag kennisplatform bedrijventerreinen

‘We voorkomen dat het wiel twee keer wordt uitgevonden’
Hoe zorgt u ervoor dat nieuwe bedrijventerreinen geen leegloop veroorzaken bij bestaande locaties? En hoe ontwikkelt u nieuwe terreinen zo dat deze aansluiten bij de vraag van de markt? Dat waren de onderwerpen op de netwerkdag “Een andere kijk op bedrijventerreinenbeleid,” die op 14 december door SenterNovem werd gehouden. Adviesbureau Stec Groep ontwikkelde in opdracht van het Kennisplatform Bedrijventerreinen twee brochures: “Samenhangend Bedrijventerreinenbeleid” en “Vraaggestuurd Bedrijventerreinenbeleid.” Deze zijn op de netwerkdag gepresenteerd. De eerste uitgave biedt een overzicht van instrumenten die ingezet kunnen worden om de negatieve effecten van de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein op bestaande terreinen te verminderen of misschien wel helemaal weg te nemen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld het instrument erfpacht in zetten. De erfpachter (gebruiker) heeft in dit geval het recht de grond te gebruiken, maar de gemeente houdt wel invloed op de ruimtelijke ontwikkelingen. De tweede brochure beschrijft aan de hand van praktijkvoorbeelden hoe het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen meer ’vraaggericht’ kan plaatsvinden. ‘De brochures zijn bedoeld om de kennis van praktijkmensen te vergroten,’ aldus Wim Vergeer, programma-adviseur van SenterNovem. Meer aandacht Volgens Vergeer is er de laatste jaren steeds meer aandacht voor de kwaliteit van bedrijventerreinen. ‘In de jaren ‘50 en ‘60 werden overal in Nederland bedrijventerreinen ontwikkeld. In de loop van de negentiger jaren bleek een deel van deze terreinen te verloederen en te verpauperen omdat niemand er aandacht voor had en nauwelijks geld beschikbaar was om ze op te knappen. De laatste jaren is het tij echter gekeerd en staan bestaande bedrijventerreinen weer op de agenda. Ondanks toegenomen aandacht voor bedrijventerreinen signaleert SenterNovem wel een ontwikkeling die doorbroken moet worden. Vergeer: ‘Het is veelal duurder om een bedrijventerrein op te knappen of te herstructureren dan een nieuw terrein te ontwikkelen. Daarom kiezen gemeenten vaker voor de tweede optie. Als SenterNovem zeggen wij: ‘ Leg de focus niet alleen op nieuwe terreinen maar kijk tegelijkertijd naar de bestaande terreinen en ontwikkel een integraal bedrijventerreinenbeleid. Zo voorkom je dat nieuwe bedrijventerreinen leegloop veroorzaken bij bestaande terreinen.’ Daarnaast constateert SenterNovem dat bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen een regionale aanpak gewenst is. Workshops De netwerkdag werd voornamelijk bezocht door medewerkers van gemeenten en provincies. Zij konden tijdens vijf interactieve workshops met elkaar van gedachten wisselen. Tijdens de workshop “Uitgiftebeleid in Optima forma in Oss,” vertelde Jacques Luijpen, accountmanager bedrijventerreinen in de gemeente Oss, hoe er binnen zijn gemeente wordt omgegaan met het afstemmen van nieuwe op bestaande bedrijventerreinen. De kern van het gemeentebeleid is investeren in het contact met de ondernemer. Daardoor wordt duidelijk of vestiging op een nieuw bedrijventerrein echt nodig is. Leidraad van Oss is dan ook om bij de uitgifte van nieuwe terreinen de kwaliteit van de bestaande locaties minimaal te behouden en daar waar mogelijk te verbeteren.

1

Om de leegloop op bestaande terreinen te beperken gebruikt de gemeente Oss een stappenplan.Dit werkt als volgt: Met een zogenaamde ruimtescan wordt gekeken of het bedrijf echt niet kan uitbreiden. Als de huidige locatie mogelijkheden biedt, krijgt het bedrijf alle hulp van de gemeente om milieu-en bouwvergunningen te krijgen voor de bestaande locatie. Kan het bedrijf niet uitbreiden op de huidige plek, dan zoekt de gemeente in samenspraak met het bedrijf naar andere locaties op bestaande terreinen en in bestaande bedrijfsruimtes. Lukt dit niet, dan biedt de gemeente ruimte aan op een nieuw bedrijventerrein. Dit systeem werkt zeer goed in Oss. Er is weinig leegloop op de bestaande locaties. Luit Hoogenberg, projectdirecteur van het Regionaal Bedrijventerrein Twente (RBT) gaf een presentatie over de totstandkoming van het RBT. Het nieuwe regionale terrein is bedoeld voor grotere arbeidsextensieve bedrijven (minimaal 2 hectare). In de ontwikkeling van het terein werken een viertal Twentse gemeenten en de provincie Overijssel samen. Er zijn onder andere afspraken gemaakt over een zogenaamde compensatieverplichting. Gemeenten betalen een ‘boete’ als zij grote bedrijven niet doorverwijzen naar het Regionaal Bedrijventerrein Twente. Deze afspraak is onder meer gemaakt om bedrijvigheid op het gebied van industrie, logistiek, transport en distributie te accomoderen op één terrein. De netwerkdag, die dit jaar voor de vierde keer werd georganiseerd, trok ruim 80 bezoekers. Dat stemde projectleider Maarten van Leeuwen van SenterNovem tevreden. ‘Op deze bijeenkomst ontmoeten mensen uit het veld elkaar en wisselen ze van gedachten over onderwerpen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. We bundelen bestaande informatie. Zo voorkomen we dat het wiel twee keer moet worden uitgevonden.’ Marktgerichte typologie van bedrijventerreinen in Groningen Daniel Harssema, beleidsmedewerker Economische Zaken van de gemeente Groningen, vertelde over de discussie binnen de gemeente over het indelen van terreinen in bepaalde typen. In het verleden werden terreinen ingedeeld naar de aard van de bedrijvigheid die zich er mocht vestigen. Een voorbeeld is een terrein voor distributiebedrijven of een terrein specifiek voor zware industrie. Dit levert in de praktijk echter problemen op, omdat wanneer bedrijven wegtrekken van deze terreinen het moeilijk blijkt om er vergelijkbare bedrijven voor terug te krijgen. Groningen heeft daarom het idee opgevat om voor nieuwe locaties een indeling te maken naar de uitstraling die een bedrijf nodig heeft, ongeacht de aard van de bedrijvigheid. De gemeente sprak hiertoe met de markt over de wensen en eisen. Daarna maakte Groningen een indeling in 4 typen terreinen: toplocaties, hoogwaardige bedrijvenparken, moderne gemengde bedrijvenparken en werkterreinen. Momenteel onderzoekt de gemeente de juridische en ruimtelijk-economische consequenties van het invoeren van deze nieuwe indeling. Stadsgewest Haaglanden Het stadsgewest Haaglanden werkt aan een regionale bedrijventerreinenstrategie. Daarover sprak Ton Putman, beleidsmedewerker Economische Zaken van het stadsgewest. De gemeenten binnen Haaglanden onderzochten gezamenlijk hoe de vraag naar en het aanbod van bedrijventerreinen zich de komende tien jaar zal ontwikkelen. Daaruit bleek dat er momenteel een mismatch bestaat: te veel hoogwaardige bedrijventerreinen en te weinig werkterreinen. Een belangrijke reden hiervoor is dat de ontwikkeling van een hoogwaardig terrein voor een gemeente financieel aantrekkelijker is dan een werkterrein. De volgende stap is het oplossen van dit probleem. Het onderzoek heeft bij partijen onder meer het besef opgeleverd dat verevening op

2

regionaal niveau gewenst is. Een van de mogelijke oplossingen is bijvoorbeeld het instellen van een vereveningsfonds. De Rietvelden-De Vutter Hans Bierens, directeur van het samenwerkingsverband De Rietvelden-De Vutter (RIVU), vertelde hoe er op bedrijventerrein RIVU in Den Bosch wordt omgegaan met bedrijven die overlast veroorzaken. Het gaat bijvoorbeeld om overlast door geluid of het opslaan van afval. Op het RIVU terrein, waar ongeveer vijf overlastveroorzakers zijn, wordt met de betreffende bedrijven gezocht naar eenverbetering van de bedrijfsvoering. Bierens werkt ook voor een bedrijventerrein in Boxtel. Daar wordt overlast opgelost door een nieuw stuk terrein te ontwikkelen naast de bestaande locatie. Hier kunnen de bedrijven die overlast veroorzaken naar uitwijken. In de workshop deelden de deelnemers hun ervaringen met het bestrijden van overlast op bedrijventerreinen. Een van de gedachtegangen was dat het soms gemakkelijker en goedkoper kan zijn om het bedrijf dat overlast ondervindt, in plaats van de overlastveroorzaker, te helpen om een nieuwe locatie te vinden.

3