VERORDENING BAATBELASTING REVITALISERING BEDRIJVENTERREIN BOSSCHERVELD 1995

Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder een onroerende zaak: 1. een gebouwd eigendom; 2. een ongebouwd eigendom; 3. een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; 4. een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of de onder 3 bedoelde gedeelten daarvan, die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam "baatbelasting revitalisering bedrijventerrein Bosscherveld" wordt in de vorm van een jaarlijkse heffing een belasting geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen het gearceerd gebied op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart (zie bijlage XII), die op 1 januari 1995 zijn gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn of worden gebracht door of met medewe rking van het gemeentebestuur. 2. De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten: a. het herinrichten van de stroken gelegen tussen de voorzijden van de gebouwen aan weerszijde van de straten in dit gebied, door de voetgangerszone te integreren met de parkeer- en manoeuvreerstrook aan weerszijde van de straat; b. het markeren van de ingangen van de diverse bedrijven door het aanbrengen van rechthoekige beplanting. Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak met uitzondering van die welke uitsluitend dienen als woning - als bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De maatstaf van heffing is de waarde in het economische verkeer van de onroerende zaak, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zoals deze is vastgesteld voor de heffing van onroerende-zaakbelastingen, bedoeld in artikel 3 van de verordening onroerende-zaakbelastingen 1992 zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 29 oktober 1991 en nadien gewijzigd. 2. De waarde als bedoeld in het eerste lid is die op 1 januari 1990. 3. Indien een onroerende zaak in de heffing wordt betrokken waarvan de waarde in het economische verkeer niet is vastgesteld voor de heffing van de onroerende-zaakbelastingen, dient deze alsnog te worden bepaald op het tijdstip als bedoeld in het tweede lid. De waarde in het economische verkeer wordt dan bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat, waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in feitelijk gebruik zou kunnen nemen. 4. Indien de waarde in de periode, gelegen tussen het tijdstip als bedoeld in het tweede lid en het tijdstip van gebaat zijn, als bedoeld in artikel 2, wijziging ondergaat als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, bestemmingsverandering of afbraak, is de waarde, in afwijking van het tweede lid, de waarde

die in aanmerking zou worden genomen indien die bouw, verbouwing, verbetering, bestemmingsverandering of afbraak zijn beslag had gekregen op het in het tweede lid bedoelde tijdstip.

Artikel 5 Belastingtarief Het belastingtarief bedraagt voor elke volle f. 1.000,-- van de waarde in het economisch verkeer als gesteld in artikel 4 f. 1,50. Artikel 6 Tijdstip van ingang en duur van de heffing De belasting wordt geheven met ingang van 1 januari 1995 en voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, onverminderd de bevoegdheid op grond van artikel 7 om de belasting ineens te voldoen. Artikel 7 Regeling inzake de heffing ineens van de belasting 1. De belasting wordt op een bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar in te dienen schriftelijk verzoek van de belastingplichtige voor de ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet aangevangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag dat gelijk is aan de contante waarde aan de belastingbedragen welke geheven zouden zijn voor elk van die nog niet aangevangen belastingjaren. 2. Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 3. De contante waarde als bedoeld in het vorige lid wordt berekend naar een rentevoet van 8.25% per jaar. 4. In geval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in loop van het belastingtijdvak het eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijn van betaling van de aanslag Belastingaanslagen zijn invorderbaar in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de kalendermaand, volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Machtiging tot overdracht van bevoegdheden (vervallen) Artikel 12 Verzending van aanslagen (vervallen) Artikel 13 Nakoming van verplichtingen

(vervallen) Artikel 14 Vrijstelling van invorderingsrente bij uitstel van betaling (vervallen) Artikel 14a Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting. Artikel 15 Inwerkingstreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking van de goedkeuring. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 1995. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening baatbelasting revitalisering bedrijventerrein Bosscherveld 1995".