Aan

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-GRAVENHAGE

Datum

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Bijlage(n)

17 mei 2006
Onderwerp

O&I/REB/CGB 6037964.b37

financiële verdeling structuurfondsen Zoals ik uw Kamer op 15 mei 2006 per brief heb laten weten heeft er gisteren nog overleg plaatsgevonden met de Europese Commissie over de verdeling van de structuurfondsen. Ik licht in deze brief toe welke afweging het Kabinet heeft gemaakt en wat het resultaat van de gesprekken met de Europese Commissie is. Het Kabinet heeft als uitgangspunt bij de verdeling de zes criteria gehanteerd die op de Europese Raad zijn vastgesteld, zoals ik heb toegelicht in het algemeen overleg van 26 april 2006. Deze criteria zijn bevolkingsomvang, werkloosheid, participatie, opleidingsniveau, bevolkingsdichtheid en bruto regionaal product. Deze criteria zijn zowel gebaseerd op de omvang van de sterkte van de economie (criterium bevolkingsomvang) als op zwaktes van de economie (overige criteria). In de verdeling maken deze laatste criteria voor meer dan de helft het bedrag uit. De Europese Commissie heeft aangegeven dat wat haar betreft de overgang tussen de huidige periode en de uitkomst van de verdeelsleutel die op de Europese Raad is vastgesteld te groot is. Zoals ik ook heb aangegeven in het algemeen overleg en in mijn brief van 15 mei jl., heb ik daar begrip voor. Aansluiting op de transitieperiode van vier jaar voor het Noorden die in het kader van Pieken in de Delta is afgesproken, is geboden. Op basis van dit uitgangspunt is met de Europese Commissie gesproken over een totaalpakket. Er is geen verschil van mening met de Commissie dat we voor de structuurfondsen ook een transitieperiode voor het Noorden van vier jaar hanteren. In het pakket dat ik nu voorleg krijgt het Noorden uit de structuurfondsen een bedrag van € 152 miljoen. Het aandeel in de structuurfondsen is in de transitieperiode van vier jaar 27,5% (€ 115,7 miljoen) en in de laatste drie jaar 11,6% (€ 36,7 miljoen). Het aandeel voor het Noorden in de eerste vier jaar is gebaseerd op het eerder door de Europese

Bezoekadres

Doorkiesnummer

Telefax

Bezuidenhoutseweg 20, Den Haag
Hoofdkantoor Bezuidenhoutseweg 30 Postbus 20101 2500 EC 's-Gravenhage Telefoon (070) 379 89 11 Telefax (070) 347 40 81 Email ezpost@minez.nl Website www.minez.nl

070-379 6417
Behandeld door

070- 379 6095

H. van der Beek
Verzoeke bij beantwoording van deze brief ons kenmerk te vermelden

Commissie gewenste uitgangspunt dat het aandeel in de structuurfondsen van regio’s met niet meer dan 25% zou mogen afnemen. Voor de overige drie jaar zijn de zes criteria die de Europese Raad heeft vastgesteld op gelijke wijze toegepast op alle regio’s. De regio’s West en Zuid krijgen in deze verdeling minder structuurfondsen dan wat deze regio’s zouden ontvangen op basis van de verdeling via de zes criteria. Het aandeel in de structuurfondsen van de regio Oost blijft gelijk. De gemiddelde bijdrage per inwoner uit de structuurfondsen in het door het Kabinet gedane voorstel komt in het Noorden over de gehele periode ruim twee keer zo hoog uit als in de rest van het land. Zoals ik u in de brief van 15 mei jl. heb gemeld, stelt het Kabinet € 167 miljoen extra ter beschikking als rijksbijdrage in de programma’s, naast de € 77 miljoen die ik al gereserveerd heb voor de komende periode. Van het totaalbedrag van de rijkscofinanciering zal ongeveer € 200 miljoen beschikbaar komen voor de regionale Doelstelling 2 programma’s. Bij de verdeling van de cofinanciering over de regio’s heb ik een aantal zaken in ogenschouw genomen. Het uitgangspunt is dat de rijkscofinanciering wordt ingezet voor het bereiken van nationale beleidsdoelen. Alle regio’s moeten daarbij in voldoende mate over rijkscofinanciering kunnen beschikken. Ik heb ook meegewogen wat het effect is voor de andere regio’s van het toekennen van het transitiebudget aan het noorden. Ten slotte heb ik ook gekeken naar de rijkscofinanciering die regio’s nu ontvangen en naar het bedrag dat er uit andere rijksbudgetten beschikbaar is als cofinanciering. Het Noorden ontvangt naast de structuurfondsen € 30 miljoen uit de extra cofinanciering. Opgeteld bij het transitiepakket voor Pieken in de Delta is er voldoende cofinanciering voor het Noorden beschikbaar. Het totaal bedrag voor het Noorden komt daarmee op € 182 miljoen. Met het transitiepakket dat ik nu voorstel, heb ik recht kunnen doen aan de positie van het Noorden, zonder de belangen van de andere regio’s uit het oog te verliezen.

2

Tabel 1: verdeling structuurfondsen en cofinanciering Doelstelling 2 EFRO (bedragen in miljoen Euro’s voor de periode 2007-2013)
Aandeel SF 20072010 noord oost west zuid totaal 27,5 19,8 33,0 19,7 100,0 Aandeel SF 20112013 11,6 19,8 42,9 25,7 100,0 20,7 19,8 37,2 22,3 100,0 152,4 145,6 274,3 164,2 736,5 13,0 6,8 5,2 6,0 6,5 30 39,5 81,6 48,8 200 182,4 185,1 355,9 213,0 936,5 Aandeel in SF gemiddeld Bedrag Structuurfondsen Steunintensiteit* Bedrag Cofinanciering Bedrag Totaal

*De steunintensiteit is het bedrag uit de structuurfondsen per inwoner per jaar

In de bovenstaande tabel staat de verdeling over de regio’s van structuurfondsen en cofinanciering voor de Doelstelling 2 Regionale Concurrentiekracht (EFRO), zoals door het Kabinet nu wordt voorgesteld. Dit financiële pakket vormt een goede basis voor de vier regio’s om programma’s op te stellen die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de regionale en nationale concurrentiekracht. Verdere veranderingen in de voorgestelde verdeling van structuurfondsen en cofinanciering leiden mijns inziens tot een onwenselijke verhouding van de steun per inwoner tussen het Noorden en de andere regio’s. Ik vind dit niet goed verdedigbaar gelet op de verschillende kansen en problemen die elke regio kent. Ik doel daarbij specifiek op de grote opgaven die er liggen in de grote steden, op de economische situatie in Limburg en op de uitdaging op het gebied van innovatie om Oost- en Zuid-Nederland te kunnen laten concurreren met andere regio’s in Europa. Ik heb er vertrouwen in dat het Kabinet met deze verdeling van structuurfondsen en de additionele middelen vanuit het Rijk voor cofinanciering een evenwichtig pakket heeft neergelegd. We verwachten dat de Europese Commissie geen probleem met dit voorstel meer zal hebben. Ik zal dit financiële pakket verwerken in het Nationaal Strategisch Referentiekader dat ik u maandag heb toegestuurd.

(w.g.)

mevr. ir. C.E.G. van Gennip MBA Staatssecretaris van Economische Zaken

3