1 Economische ontwikkeling

1.1

Landelijke trends
Recessie De economische ontwikkeling is van essentieel belang voor de ontwikkeling van de vastgoedmarkten. Een conjuncturele verandering werkt met een vertraging van één tot twee jaar door in de marktverhoudingen. De Nederlandse conjunctuur van de laatste jaren is die van een sterke afname van de economische groei. Na een zeer bescheiden economische groei in 2002 is in de eerste helft van 2003 zelfs sprake van een krimpende economie. Het tweede kwartaal van dit jaar ligt het BBP 0,9% lager dan een jaar eerder (CBS). Daarmee is (seizoensgecorrigeerd) voor het derde achtereenvolgende kwartaal sprake van negatieve groei en dus van een recessie. Verwachtingen voor de economische groei over heel 2003 zijn door het CPB diverse malen naar beneden bijgesteld. Van een groeiverwachting van 1½% in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2003 tot een verwachting van nulgroei in de recente MEV 2004. Om zelfs die nulgroei te halen zal in de tweede helft van 2003 enig herstel van de economie nodig zijn. De Nederlandsche Bank (DNB) spreekt in haar Kwartaalbericht van juni 2003 de verwachting uit, dat de Nederlandse economie in 2003 voor het eerst sinds 1982 weer zal krimpen. Landelijke economische ontwikkeling (jaarlijkse procentuele groei)
bruto binnenlands product 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 verwachting 2003 verwachting 2004 Bron: MEV 2004 (CPB 2003) 3,0 3,8 4,3 4,0 3,5 1,2 0,2 0 1 voltijd werkgelegenheid 2,4 3,0 3,3 2,7 2,8 1,7 0,8 -¾ -½ voltijd arbeidsaanbod 1,7 2,0 1,8 1,8 2,4 1,4 1,4 ¾ 1

Voor 2004 gaan zowel het CPB (1% groei) als DNB (0,8% groei) uit van een licht herstel van de economie. Bij doorzettend herstel kan de groei in 2005 weer uitkomen op een “normaal” niveau van rond de twee procent. Dat zou betekenen dat in 2006 verbetering van de economie gaat doorwerken in herstel van de vastgoedmarkten. Arbeidsmarkt sterk verruimd De vanaf 2001 sterk gedaalde groei van de economie, heeft vanaf 2002 gezorgd voor het achterblijven van de groei van de werkgelegenheid bij die van het arbeidsaanbod. Aan de ene kant brengt dit verlichting voor de voorheen zeer overspannen arbeidsmarkt. Aan de andere kant is sprake van een forse toename van het aantal werklozen in het afgelopen anderhalf jaar. Was er in 2001 nog een werkloze beroepsbevolking van gemiddeld 251.000, in het tweede kwartaal van 2003 is die gestegen naar gemiddeld 403.000. Medio 2003 is de werkloosheid opgelopen tot

15

Vastgoedmonitor Utrecht 2002 / 2003, Gemeente Utrecht

5,5% van de beroepsbevolking. De verruiming van de arbeidsmarkt is nog getemperd door de gedaalde groei van het arbeidsaanbod, van rond de 2% in de jaren negentig tot 1,4% in de laatste paar jaar. Het CPB (2003) voorziet nog een verdere verruiming van de arbeidsmarkt in de loop van 2003 en in 2004, door een afvlakking van de groei van werkgelegenheid bij de overheid en een voortgaande uitstoot van personeel in de marktsector. Voor 2004 verwacht het CPB een gemiddelde werkloosheid van 540.000 personen, wat overeenkomt met 7% van de beroepsbevolking. Door de aldus toenemende arbeidsreserve zal bij economisch herstel tijdelijk sprake zijn van een ruimer arbeidsaanbod, wat herstel van de vastgoedmarkten zal faciliteren.

1.2

Trends in stad en regio Utrecht
Ook in Utrecht minder banen In de periode 1990 - 2001 is de werkgelegenheid in Utrecht met 33% toegenomen. Deze zeer sterke werkgelegenheidstoename is vooral het gevolg van groei in de ICT-sector en de zakelijke dienstverlening. In 2002 het aantal banen in de stad met 2,2% gedaald (PAR). Met uitzondering van de horeca was er een afname voor alle delen van de marktsector. Relatief veel banen gingen verloren in de zakelijke dienstverlening en de ICT. De afname van de werkgelegenheid in de stad maakt deel uit van een ontwikkeling voor heel de provincie Utrecht. Provinciaal is de afname (-0,6%) wel beduidend minder hoog dan in de stad, en dat geldt ook voor het Stadsgewest Utrecht (-0,8%). Evenals voor de stad gaat het vooral om verlies van banen in de zakelijke dienstverlening en is de werkgelegenheid nog aanmerkelijk gegroeid in de collectieve sector. Geen trekkersrol meer In de tweede helft van de jaren ’90 vervulden stadsgewest en provincie Utrecht, met een meer dan gemiddelde economische groei, een trekkersrol binnen de Nederlandse economie. Al in 2000 is de provincie, en vooral het stadsgewest, sterk teruggevallen. In 2001 en 2002 ligt de groei nog wel wat boven het landelijk gemiddelde. Het verlies van de trekkersrol kan worden toegeschreven aan de kwetsbaarheid van de sterk vertegenwoordigde dienstensector voor de economische conjunctuur. Volumegroei totaal bedrijfsactiviteiten (jaarlijkse procentuele groei)
1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 Bron: CBS StatLine stadsgewest Utrecht 4,5 4,3 6,9 6,0 1,8 1,8 0,7 provincie Utrecht 4,3 4,5 7,0 6,3 2,9 1,7 0,5 Nederland 2,9 3,7 4,2 4,0 3,5 1,3 0,3

Als de economie weer aantrekt, hebben de provincie Utrecht en meer nog het stadsgewest goede perspectieven voor herstel van hun positie. De “economische kracht”, het potentieel voor economische ontwikkeling, ligt boven het landelijk gemiddelde (Rabobank 2003). Met name het stadsgewest Utrecht onderscheidt zich met een krachtige productiestructuur en een hoge “turbulentie” (veel starters en oprichting nevenvestigingen) van het bedrijfsleven.

16

Vastgoedmonitor Utrecht 2002 / 2003, Gemeente Utrecht