WERKPLAN SELECTIEF UITGIFTE BELEID OP BEDRIJVENTERREINEN versie april 2001-04-11 Inleiding Gelet op het grote tekort aan bedrijventerreinen

in de regio Rotterdam heeft de Stuurgroep REO in 1999 besloten de mogelijkheden voor selectief uitgiftebeleid op bedrijventereinen na te gaan teneinde de economische gevolgen van deze schaarste mogelijk te beperken. Dit heeft plaatsgevonden in het kader van het REO Aktieplan Bedrijventerreinen Project 7 Selectiviteit In 1999 is in opdracht van het REO door het NEI een studie verricht naar de mogelijkheden voor selectiviteit in onze regio. Als resultaat van deze studie werd door het NEI in essentie bij selectiviteit voorgesteld om bij te veel gegadigden voor de schaarse bedrijventerreinen voorrang te geven aan economische verbreding, stuwende bedrijven, veel werkgelegenheid, lokale sociale binding en intensief grondgebruik. Automatisch kan dit inhouden dat bijvoorbeeld op de lokale consument gerichte bedrijven en extensieve bedrijven een lage prioriteit zullen krijgen. Een regionaal selectiekader legitimeert gemeenten tot deze lagere prioriteitsstelling. De resultaten van de NEIstudie naar de mogelijkheden hiervoor zijn in de REOstuurgroep van 23 juni 2000 besproken. De noodzaak voor selectief uitgiftebeleid werd breed ondersteund, echter van enkele zijden werden twijfels geuit aan de mogelijkheden voor praktische uitvoering.De NEIstudie werd op dit punt nog als te weinig concreet en onvolgroeid beschouwd. Om die reden is door een werkgroepje van vertegenwoordigers uit gemeenten die binnenkort een terrein gaan uitgeven een meer praktische uitwerking gemaakt om daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.Deze praktische uitwerking is uitgetest op de wachtlijsten van candidaat- bedrijven voor een kavel in Ridderkerk en Rotterdam In deze voorliggende praktische uitwerking wordt ingegaan op de te hanteren methode, de taakverdeling en de verantwoordelijkheden. Met het onderstaande Werkplan heeft in de REO Stuurgroep van 15 februari 2001 ingestemd.

Werkplan selectief uitgifte beleid
1-Er wordt een regionaal gedragen selectiesysteem geadopteerd ( door stuurgroep REO en de gemeenten). 2-Er wordt een regionale werkgroep (overlegforum) voor selectiviteit opgericht. 3-De gemeenten blijven geheel zelfstandig onder eigen verantwoordelijkheid uitgeven, echter er wordt van de gemeenten verwacht dat zij er naar streven in de geest van het selectiesysteem te zullen uitgeven .( dwz de gemeenten geven geheel zelfstandig uit met het selectiesysteem als leidraad 4-.Het puntensysteem dient als leidraad en niet in alle omstandigheden als absoluut criterium, zodat gemeenten kleine afwijkingen om andere redenen dan die in het selectiesysteem opgenomen zijn,kunnen toepassen. De gemeenten bespreken alleen opvallende afwijkingen van het werkplan en puntensysteem onderling in de werkgroep Selectiviteit. 5-De werkgroep legt indien nodig aan Stuurgroep REO aanpassingen en uitzonderingen bij het selectiesysteem voor. 6-Bestemmingsplanvoorwaarden ,terreinprofielen en terreinetiketten hangen ook samen met selectiviteit.Het lijkt dus gewenst om bij nieuwe bestemmingsplannen eventuele voorwaarden die een relatie hebben met de selectiviteit ook onderling af te stemmen in de werkgroep selectiviteit . (een bestemmingsplan vaststellen blijft uiteraard uitsluitend een gemeentelijke bevoegdheid, waarbij natuurlijk wel kennis kan worden genomen van het overleg in selectiviteitskader) 7- De Stuurgroep REO neemt geen taken en verantwoordelijkheden over van de individuele gemeenten, de Stuurgroep accoordeert wel het selectie systeem en prioriteiten die daarin gesteld worden, zoals in dit Werkplan omschreven.

8- Doordat de bedrijventerreinschaarste per regiodeel varieert, zullen de minimaal benodigde puntentallen per terrein(deel)variabel zijn en ook in de tijd varieren. In een gemeente met veel schaarste zal het benodigd aantal punten hoger zijn dan in een gemeente met weinig schaarste. Als er geen schaarste is dan is het punten systeem niet van toepassing. 9-Vanwege de huidige terreinschaarste zal er momenteel in de praktijk per uitgiftefase een overmaat aan gegadigden zijn . Voorgesteld kan worden om geen voorraden aan te houden , maar per uitgiftefase de gegadigden te selecteren (mits uiteraard het aantal gegadigden groter is dan het uitgeefbaar terrein van de in ontwikkeling komende fase). Zoals genoemd zullen er per regiodeel verschillen in schaarste zijn en dus ook in mate van selectiviteit 10- Het selectiesysteem kan worden toegepast op alle bedrijventerreinen behoudens; kantorenlokaties, PDV/GDV-lokaties en kleinere binnenstedelijke lokaties die eigenlijk alleen voor de lokale markt geschikt zijn. Het ligt voor de hand dat het selectiviteitssysteem niet van toepassing is op de laatste gemeentelijke hectare(n), die gereserveerd zijn voor reeds te voorziene uitplaatsingen. 11-Werkgroep (in samenwerking met de gemeenten ) rapporteert periodiek aan de REO-Stuurgroep .Bijvoorbeeld na een jaar. 12-Voorgesteld wordt om per 1 juli 2001 te beginnen met de toepassing op vrijwillige basis van het selektief uitgiftebeleid bij zowel eerstvolgende uitgiftefase van de terreinen die momenteel in ontwikkeling zijn als bij nieuwe terreinen die in uitgifte komen.

Het selectiesysteem ; Het selectiesysteem kent vier opeenvolgende fasen, A, B, C en D A Vooraf gelden altijd algemene regels zoals; - toetsing aan hinderwet - toetsing aan ABCbeleid B Toetsen aan bestemmingsplanvoorschriften Toetsen aan terreinetiketten;, scienceparc, autostrada,veilinggelieerd, ed C Gedwongen verplaatsingen hebben indien nodig voorrang; (Gedwongen is ; Vinex of infra of milieu redenen) D Selectiviteitspuntensysteem toepassen; Verbreding; ICT;20 punten Andere Neweconomie; 20 punten REO recyclingproject; 20 punten

Stuwend/niet stuwend; meer dan 50% levering aan buiten de provincie is 20punten. Niet consumentgerichte bedrijven 10 punten.

Consumentgerichte bedrijven -10 punten veel werkgelegenheid; meer dan 100 personen per ha(uitgegeven grond) is 20 p meer dan 75personen per ha is 10p minder dan 25personen per ha is –10p (dit gaat naar opp, dus ook 20p bij 50personen per 1/2 ha ) veel lokale sociale binding; 5 jaar gevestigd = 10p 50% lokaal personeel = 10 p (de sociale binding kan dus samen 20 p bedragen) Intensief grondgebruik; 30% intensiever dan normaal; 10 p 50% intensiever dan normaal; 20p Dit wordt gemeten in FSI’s. Gedacht wordt om 0,5 FSI (Floor Space Index) als normaalwaarde te nemen

Bijkomende aandachtspunten
duurzaam bouwen het kan voorkomen dat een bedrijf in het kader van een duurzaamheidsproject met voorrang geplaatst moet worden.Omdat duurzaamheid een heel breed begrip is waarmee je veel kanten uitkan, lijkt het niet gewenst dit hier op voorhand in detail te omschrijven maar per geval te bespreken. projectontwikkelaars Binnen het systeem kan uiteraard niet meer aan projectontwikkelaars wel volledig de vrije hand worden gegeven Bij inschakeling van projectontwikkelaars zijn dus nadere afspraken nodig. Verwacht wordt dat op de hoofdlijnen van het werkplan selectiviteit wel mogelijk moet zijn, alhoewel kleinere afwijkingen mogelijk voor zullen komen. De proefperiode zal uitwijzen of dit in de praktijk werkt.

Samenstelling van de Werkgroep selectiviteit

Bestuurlijke trekker; portefeuillehouder Economie van de stadsregio Ambtelijk voorzitter; hoofd van buro RVE van de stadsregio Leden; vertegenwoordigers van alle gemeenten met kwantitatief belangrijke uitgeefbare terreinen plus 1 beleidsmedewerker economie stadsregio Verslag en verzending ; buro Stadsregio Communicatie De communicatie over het REOselectiviteitssysteem loopt via de ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeenten in het REO. Ook via het BIR kan algemene informatie over het selectiesysteem worden verspreid.

PvdV 11.04.01