EOW DIENST STAD

Werken langs de Zaan 2004
Werken langs de Zaan 2004

EOW DIENST STAD

Werken langs de Zaan 2004

Voorwoord

Het wordt – voorzichtig – lente in Zaanstad
Dat is een goed signaal. Ik ben dan ook voorzichtig positief, hoewel er nog veel werk aan de winkel is om de doelen die we ons stellen, te kunnen waarmaken. De grote inspanningen die we plegen in revitalisering van bestaande bedrijfsterreinen, aanleg en inrichting van nieuwe locaties en de voortvarende activiteiten voor het nieuwe stadshart zullen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Toch is dat nog niet voldoende. Het is nodig dat we als gemeente zichtbaarder worden bij onze bestaande bedrijven, maar ook dat we als Zaanstad op de kaart komen als vestigingsplaats voor nieuwe bedrijven en organisaties. Onze sterke punten (nabijheid van Schiphol en Amsterdam, uitstekende bereikbaarheid, betaalbare locaties, de ondernemende atmosfeer) benutten we nog onvoldoende. Zaanstad kampt in die zin met een wat flets imago en het wordt hoog tijd dat we daar eens iets aan gaan doen. Ik beveel u Werken langs de Zaan 2004 van harte aan. Mr H.M. Meijdam Burgemeester van Zaanstad

Hoe staat het met de Zaanse economie? Een simpele vraag, die echter niet eentwee-drie te beantwoorden is. Daarvoor zijn cijfers en analyses nodig. Dit boekje levert dat. We brengen dit rapport Werken langs de Zaan ieder jaar uit, zodat we op de voet kunnen volgen hoe het staat met een van de speerpunten uit de gemeentelijke koers: het duurzaam versterken van de economische structuur. Bestaande bedrijven behouden, meer banen door nieuwe bedrijven, meer dienstengerelateerde en creatieve bedrijvigheid, goede tradities van onze industrieën behouden maar tegelijkertijd innovatie stimuleren: bij elkaar vormt dit de strategie om Zaanstad sterker te maken en vooruit te helpen. De afgelopen jaren waren moeizaam. Ook in Zaanstad was de mondiale economische teruggang goed voelbaar. Het aantal banen bijvoorbeeld, toch een belangrijke indicator, zakte beneden de 50.000-grens. Veel sectoren van de lokale economie kenden een teruggang en er verdween werkgelegenheid door het wegvallen van enkele grote werkgevers. De cijfers over 2004 laten gelukkig op een aantal punten een opleving zien. Belangrijke constatering in dit rapport is bijvoorbeeld dat Zaanstad – langzaam maar zeker – steeds meer een dienstenstad wordt.

Inhoudsopgave
Managementsamenvatting Hoofdstuk 1 Inleiding 6 9 Hoofdstuk 8 De kantorenmarkt 8.1 Ontwikkeling kantorenmarkt in Nederland en de regio 8.2 De kantoorontwikkeling in Zaanstad 8.3 Vooruitblik 41
41 42 48

Hoofdstuk 2 Economische ontwikkeling van de Zaanstreek 2.1 Mondiale en Europese economische ontwikkeling 2.2 De ontwikkeling van het bruto regionaal product in de Zaanstreek 2.3 De export

11
11 11 13

Hoofdstuk 9 Besluit Geraadpleegde bronnen

51 52

Hoofdstuk 3 De ontwikkeling van de werkgelegenheid in Zaanstad 3.1 De lange termijnontwikkeling van de werkgelegenheid in Zaanstad 3.2 Vergelijking werkgelegenheidsopbouw Zaanstad en Nederland 3.3 Ontwikkeling binnen de bedrijfstakken 3.4 Blik vooruit

15
15 17 18 19 Bijlage 1 Bijlage 2

Bijlages B 1.1 Langetermijnontwikkeling werkgelegenheid naar sector in Zaanstad B 2.1 Werkgelegenheidsontwikkeling naar branche in Zaanstad B 2.2 Uitsplitsing werkgelegenheid in zakelijke diensten in Zaanstad B 3.1 SBI codes creatieve bedrijvigheid

53
53 54 55 56

Hoofdstuk 4 Bedrijvendynamiek 4.1 Starters 4.2 Opheffingen 4.3 De migratiebalans

21
21 23 25

Bijlage 3

Hoofdstuk 5 Arbeidsmarkt 5.1 Vraag naar arbeid 5.2 Aanbod van arbeid 5.3 Confrontatie vraag en aanbod

27
27 27 28

Hoofdstuk 6 De bedrijfslocaties 31 6.1 De bedrijventerreinen 31 6.2 Binnenstedelijke bedrijfslocaties 33 6.3 Inverdan 34 6.4 Werkgelegenheidsverdeling over de verschillende locaties in Zaanstad 36

Hoofdstuk 7 Creatieve bedrijvigheid 7.1 Ontwikkelingen in het creatieve cluster

39
39

Managementsamenvatting
• De Zaanse economie is minder conjunctuurgevoelig dan de Nederlandse: in de hoogconjunctuur aan het eind van de jaren negentig was er minder groei dan de Nederlandse economie, maar sinds de recessie is ingetreden, doet de Zaanstreek het beter dan Nederland. In 2003 was de groei voor zowel Nederland als de Zaanstreek negatief, -0,5%. In 2004 blijft de groei in de Zaanstreek naar verwachting iets onder die van Nederland 1,3 tegenover 1,5%. Vooral de oververtegenwoordiging van de voedingsmiddelenindustrie verklaart de geringere conjunctuurgevoeligheid. Ook is de Zaanstreek minder goed vertegenwoordigd in sectoren die de laatste jaren veel ups en downs hebben gehad, zoals de ICT-sector. • In alle sectoren met uitzondering van de bouw was er in 2004 een groei van de toegevoegde waarde. De industrie had het jarenlang moeilijk, maar laat nu al drie jaar op rij groei zien. De niet-commerciële dienstensector is de enige die in 2004 slechter presteert dan in 2003. • De export trekt aan door groeiende wereldhandel. Vanaf 2001 neemt de groei toe. De Zaanse export is sterk afhankelijk van de voedingsmiddelenindustrie en in mindere mate van de groothandel. De voedingsmiddelenindustrie exporteert een groot deel van haar productie en trekt hiermee direct profijt van de groei van de wereldhandel. Keerzijde is dat de Zaanse exportstructuur kwetsbaar is door de eenzijdige afhankelijkheid van deze sector. • De lange termijn trend is onmiskenbaar: Zaanstad wordt steeds meer een dienstenstad. Nog steeds werken er in Zaanstad in vergelijking met overig Nederland meer mensen in de industrie en bouw, en minder in de diensten. Maar deze verschillen worden steeds kleiner. De afname
6

van de werkgelegenheid in de industrie gaat gepaard met groei van de productie. Met andere woorden de productiviteit neemt toe. Dit wordt vooral bewerkstelligd doordat de sector steeds kapitaalintensiever wordt. • De werkgelegenheid in Zaanstad bedraagt in 2004 49.665 arbeidsplaatsen van minimaal 12 uur. Dit betekent, in vergelijking met 2003, een afname in de werkgelegenheid van 1800 banen, ofwel 3,5%. In 2004 is de economische groei aangetrokken maar bedrijven zijn nog voorzichtig met het aannemen van nieuw personeel. De Zaanse werkgelegenheidsgroei loopt structureel achter bij die van Nederland. • De negatieve werkgelegenheidsontwikkeling is in hoge mate bepaald door het wegvallen van enkele grote werkgevers. Enkele voorbeelden zijn Eurometaal, Fabricom, Atos Origin en KPN Telecom. Bij andere grote werkgevers was er in het algemeen sprake van een terugloop in de werkgelegenheid. De bouw, detailhandel en adviesdiensten behoren tot de weinige branches die zich positief onderscheiden: hier is in 2004 de werkgelegenheid juist gegroeid. • Het aantal starters in Zaanstad steeg in 2003 met 10%. Dit terwijl het aantal starters in Nederland daalde. Ook heeft Zaanstad in relatieve zin, het aantal starters als aandeel van het totaal aantal bedrijven, meer starters dan Nederland. De bouwsector kent in absolute zin en de dienstensector in relatieve zin (als aandeel van de totale bedrijvigheid in de sector) de meeste starters. • Tegenover relatief veel starters staat een groot aantal opheffingen. Het groot aantal starters en opheffingen zorgt voor een grote dynamiek binnen het Zaanse be-

drijfsleven. De keerzijde hiervan is dat Zaanstad blijkbaar een minder goede omgeving voor jonge bedrijven biedt. • Sinds 2000 kent Zaanstad een positieve migratiebalans. Dit betekent dat er meer bedrijven Zaanstad binnenkomen dan dat er vertrekken. De ontwikkeling van de VINEX-locatie Saendelft en bedrijventerrein Noorderveld speelt hierbij een grote rol. • Lager opgeleiden hebben een moeilijke positie op de Zaanse arbeidsmarkt. Voor hen zijn er maar weinig vacatures beschikbaar. Bij de hoogopgeleiden zijn er aanzienlijk meer vacatures en minder werkzoekenden. De arbeidsmarkt liet in 2004 een verbetering zien. Het aantal werkzoekenden is gedaald en het aantal vacatures nam toe. Het aantal vacatures per 100 werkzoekenden blijft wel achter lopen bij dat van de regio Zuidelijk Noord-Holland. • De werkgelegenheid op de bedrijventerreinen vertoont een uiteenlopende ontwikkeling. Zaanstad-noord ontwikkelt zich positief. Dit komt doordat Noorderveld steeds beter bezet raakt, hoewel dit voor een deel ten koste gaat van Molletjesveer. In de Kanaalzone heeft de werkgelegenheid zich in 2004 negatief ontwikkeld. Naast de conjuncturele ontwikkeling spelen een aantal incidentele factoren een rol. De Achtersluispolder valt in positieve zin op. Blijkbaar werpt de revitalisering zijn vruchten af. • De werkgelegenheid op de binnenstedelijke terreinen staat onder druk. Vergeleken met 1996 is het aantal banen op deze locaties met 1500 afgenomen, dit is bijna 18%. Ook in 2004 is de werkgelegenheid er afgenomen, echter minder dan in heel Zaanstad. • Inverdan, het gebied rond het station van Zaandam, weet zich eveneens niet te ont-

trekken aan een werkgelegenheidsafname. Maar met een daling van 2,6% scoort het beter dan Zaanstad als geheel. Het vertrek van KPN en Atos Origin drukte een belangrijk stempel op de werkgelegenheidsontwikkeling in het gebied. • De werkgelegenheid onder de creatieve bedrijven neemt toe. Wel is het aantal vestigingen afgenomen. Zaanstad heeft in verhouding met Nederland weinig creatieve bedrijvigheid. Het Hembrugterrein biedt in de toekomst mogelijkheden voor deze sector. Ook ontwikkelingen langs de Zaan, zoals de Adelaar en de Verkadefabriek, bieden mogelijkheden voor deze sector. • De kantorenmarkt verkeert in mineur. Ook Zaanstad onttrekt zich hier niet aan. De voorraad is in 2004 nauwelijks toegenomen. De opname is lager dan in 2003, maar ligt boven het historische gemiddelde. De leegstand bedraagt in 2004 bijna 21% van de voorraad. Voor een deel van de leegstaande kantoren ligt functiewijziging voor de hand. De situatie op de kantorenmarkt heeft tot gevolg dat er nog nauwelijks nieuwbouw plaats heeft. Toch blijft er behoefte aan kantoren met uitstraling, goede bereikbaarheid en ruime parkeernormen. Hier liggen de kansen voor Inverdan. De werkgelegenheidsontwikkeling in Zaanstad loopt structureel achter bij die van Nederland. Een meer gediversifieerde productiestructuur is nodig om dit beeld te veranderen. Dit vergt een langdurige inspanning. De ontwikkeling van Inverdan, HoogTij, het Hembrugterrein en broedplaatsen voor creatieve bedrijvigheid langs de Zaan én meer aandacht voor binnenstedelijke werklocaties zijn hierbij een stap in de goede richting.
7

Hoofdstuk 1 Inleiding
Deze publicatie schetst een beeld van de economische ontwikkeling in Zaanstad. In 2003 is besloten de rapportage jaarlijks te laten verschijnen. Hiervoor verscheen ‘Werken langs de Zaan’ gemiddeld eens in de drie jaar, maar aangezien economische structuurversterking een koerselement is, is tot een jaarlijkse rapportage overgegaan. De gebruikte gegevens komen hoofdzakelijk uit het vestigingenregister van de gemeente Zaanstad. Hiernaast is gebruik gemaakt van andere bronnen zoals het Centaal Bureau van Statistiek (CBS), Kamer van Koophandel (KvK), de databank van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) ten behoeve van de Amsterdams Economische Verkenningen (AEV-Databank) en arbeidsmarktgegevens van het Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid (RPA). Gegevens over de kantoorontwikkeling zijn afkomstig uit een veldonderzoek dat in opdracht van EOW door de dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) van Amsterdam is uitgevoerd. Het vestigingenregister is gebaseerd op een enquête onder het Zaanse bedrijfsleven. De respons is redelijk hoog, zo’n 70%. Voor het ontbrekende deel wordt grotendeels uitgegaan van gegevens die deze bedrijven bij inschrijving aan de KvK hebben verstrekt. In 2001 is er geen enquête gehouden. Cijfers uit dat jaar ontbreken dan ook. Analyses worden bemoeilijkt door het feit dat er nog al eens een wijziging van de activiteitencode van bedrijven plaatsvindt. Een bedrijf verandert bijvoorbeeld van code industrie naar technisch ontwerp. Dit heeft geen effect op de totale werkgelegenheid maar leidt wel tot een verschuiving tussen deze sectoren. In een enkel geval is 2003 het meest recente jaar waarvan gegevens beschikbaar zijn.
9

Het gaat dan vooral om gedetailleerde cijfers op regionaal niveau. In enkele gevallen moet het CBS zich beperken op het publiceren van voorlopige cijfers die later bijstelling behoeven. Hetzelfde geldt voor de cijfers van de AEV-Databank. Beide bronnen geven ook in veel gevallen cijfers voor de Zaanstreek in plaats van Zaanstad. Dit is dan in geografische zin het meest gedetailleerde niveau waarop gegevens worden gepubliceerd. Voor het eerst wordt in Werken langs de Zaan de kantorenmarkt in Zaanstad beschreven. Om hier een compleet en betrouwbaar beeld van te verkrijgen heeft DRO een veldopname uitgevoerd. Alle aanwezige kantoren in Zaanstad gevestigd zijn in dit onderzoek meegenomen. Op basis van bovenstaande bronnen kan een betrouwbaar beeld worden geschetst van de ontwikkeling van de Zaanse economie. Hoofdstuk 2 geeft een economisch beeld van de Zaanstreek op basis van gegevens over het bruto regionaal product en de export. In hoofdstuk 3 komt de werkgelegenheidsontwikkeling van Zaanstad aan de orde. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de Zaanse bedrijvendynamiek. In hoofdstuk 5 wordt op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de Zaanstreek ingegaan. In hoofdstuk 6 worden de Zaanse bedrijfslocaties onder de loupe genomen. Hoofdstuk 7 heeft creatieve bedrijvigheid als onderwerp, deze materie staat sinds kort sterk in de belangstelling. In hoofdstuk 8 wordt de kantoorontwikkeling in Zaanstad beschreven. In hoofdstuk 9 volgen enkele concluderende opmerkingen.

Hoofdstuk 2 Economische ontwikkeling van de Zaanstreek
De economische ontwikkeling in een gebied wordt in de eerste plaats beschreven aan de hand van het bruto regionaal product. Ook de ontwikkeling van de export is belangrijk aangezien zij gezien wordt als trekker van het economisch herstel. De Zaanse economie is minder conjunctuurgevoelig dan de Nederlandse. Zij profiteert minder in tijden van hoogconjunctuur maar valt ook over het algemeen minder ver terug bij laagconjunctuur. De export van de Zaanstreek trekt voorzichtig aan, maar de groeicijfers liggen nog ver achter bij die van de eind jaren negentig. De Zaanse export is sterk afhankelijk van de voedingsmiddelenindustrie. 2.1 Mondiale en Europese economische ontwikkeling Het herstel van de wereldeconomie lijkt zich voort te zetten. Ondanks de politieke onzekerheid, hoge olieprijzen en naijleffecten van ingestorte aandelenkoersen zijn er tekenen dat de economische groei aantrekt. De opkomende industrielanden in Azië spelen hierbij een grote rol. Verder blijft de VS haar economie (fiscaal) stimuleren. Na een groei van de wereldeconomie van 3,8% in 2003, wordt deze in 2004 op 4,75 % geraamd (CPB 2004). De groei van de economie in het eurogebied wordt in 2004 geraamd op 2% (CPB 2004). Weliswaar een verbetering ten opzichte van 2003, toen de groei 0,5% was, maar het herstel is nog weinig overtuigend. Oorzaak van het aarzelende economisch herstel in de Europese Unie (EU), is het feit dat de Europese regeringen, onder meer als gevolg van het Stabiliteitspact, minder geneigd zijn de economie te stimuleren zoals dat in de VS het geval is. Verder zorgt de hogere koers van de euro voor een verslechterde prijsconcurrentiepositie van de Europese landen. Voor Nederland schat het Centraal Plan Bureau (CPB) de economische groei in 2004 in op een kleine 1,5%. Naar verwachting zal deze in 2005 afnemen tot 1%. Dit als gevolg van een afnemende buitenlandse vraag naar Nederlandse producten. Dit wordt versterkt door de waardestijging van de euro. Toch moet ook in 2005 de groei grotendeels uit de export komen aangezien de particuliere consumptie nauwelijks toeneemt. Door de ongunstige ontwikkeling van het reëel beschikbare loon- en uitkeringsinkomen blijft de gemiddelde koopkracht onder druk staan. Ook vanuit de overheid wordt voor deze ramingperiode geen bestedingsimpuls verwacht. Wel wordt in 2005 een lichte toename van investeringen door bedrijven voorzien. In 2006 trekt de economische groei naar verwachting weer aan. Er wordt dan een groei van 2,25% voorzien. De situatie op de arbeidsmarkt lijkt zich langzaam te verbeteren. De werkloosheid stijgt minder snel en het aantal openstaande vacatures neemt weer toe. Ook het uitzendwerk groeit weer wat, dit is een voorbode van een meer rooskleurige arbeidsmarkt. Naar verwachting neemt in 2005 de werkgelegenheid in Nederland dan ook voorzichtig toe. 2.2 De ontwikkeling van het bruto regionaal product in de Zaanstreek In figuur 2.1 wordt de economische groei van de Zaanstreek, het meest gedetailleerde niveau waarvoor gegevens beschikbaar zijn, afgezet tegen die van Nederland. De cijfers geven de ontwikkeling van het
11

bruto regionaal product (BRP) weer, ofwel de volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde 1.
Figuur 2.1: Jaarlijkse economische groei Zaanstreek en Nederland
5 4 3 2 1 0 -1
Bron: CBS

5 4 3 2 1 0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

De economische groei in de Zaanstreek piekt in 2001, als de groei in Nederland al weer terugloopt. Hierna valt de groei sterk terug, uitmondend in een negatieve groei in 2003. 2004 wordt gekenmerkt door voorzichtig herstel. De verwachting is dat de groei in 2005 terugvalt om vervolgens in 2006 stevig aan te trekken.
Figuur 2.2: Procentuele verandering in bruto regionaal product (BRP) in basisprijzen, per sector in de Zaanstreek

1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 Zaanstreek Nederland

Duidelijk is dat de Zaanse economie in tijden van hoogconjunctuur minder gegroeid is dan de Nederlandse. In de jaren 2001 en 2002 is de Zaanstreek iets harder gegroeid dan Nederland. De groeipercentages bedragen respectievelijk 2,1% en 1% tegenover 1,6% en 0,4% voor Nederland. In 2003 bedroeg voor zowel Nederland als de Zaanstreek de jaarlijkse economische groei –0,5%. In feite is er dus sprake van krimp. In 2004 is er herstel en blijft de Zaanstreek met een geschatte groei van 1,3% iets achter bij de landelijke groei van 1,5%. Traditioneel is de Zaanse economie minder conjunctuurgevoelig dan de Nederlandse. Dit komt onder meer door de dominante aanwezigheid van de voedingsmiddelenindustrie. Ook is de Zaanstreek minder getroffen door de instorting van de ICT-sector (Informatie, Communicatie en Technologie) in de beginjaren van het millennium aange-

8 6 4 2
Bron: SEO, AEV databank

0 -2 -4 -6 -8 Groothandel en Transport Zakelijke diensten Niet commercieel Industrie Consumenten Bouw -10

2002 2003 2004

Alle sectoren, met uitzondering van de nietcommerciële diensten, presteren in 2004

2.3 De export Na de uitbundige groei eind jaren negentig heeft de export zich meer gematigd ontwikkeld (figuur 2.3). Het jaar 2000 was nog wel een positieve uitschieter met een groei van 5,8%. In de jaren erna nam de groei fors af, terwijl deze in 2003 weer aantrok tot 2,9%. Aangezien het Nederlandse bedrijfsleven voornamelijk exporteert naar landen uit de EU is de invloed van de matige economische groei direct zichtbaar. Hiernaast is de euro vooral ten opzichte van de Amerikaanse dollar in waarde gestegen. Dit maakt de Europese en dus ook Nederlandse producten duurder op de wereldmarkt. In 2003 werd er voor D 1.748 miljoen geëxporteerd. De voedingsmiddelen industrie

is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de export. Het aandeel van de voedingsmiddelenindustrie is redelijk constant gebleven. Op afstand volgt de groothandel met een aandeel in de Zaanse export van 16%. Deze sector exporteert in relatieve zin wel het meeste, 87% van de productie vindt haar bestemming over de grens. Ook de chemie (70%) en de voedingsmiddelenindustrie (52%) hebben een sterke exportgeneigdheid. In absolute termen is de voedingsmiddelenindustrie dus overheersend in de export, en is hiermee van groot belang voor de Zaanse economie. De export speelt een belangrijke rol in het huidige economisch herstel. Aangezien de voedingsmiddelenindustrie stuwend van aard is, trekt zij andersoortige bedrijvigheid, zoals verpakkingsmiddelen- en grafische industrie, transport en zakelijke diensten, mee in het herstel. Aan de andere kant brengt de eenzijdige exportstructuur ook risico’s met zich mee. Het wegvallen van Zaanse voedingsmiddelenbedrijven zal zich onmiddellijk vertalen in een teruglopende export met alle gevolgen van dien.

1 Het gaat hier om veranderingen in hoeveelheid en kwaliteit van de geproduceerde minus de verbruikte goederen en diensten.

12

Bron: SEO, AEV-Databank

zien deze hier niet in sterke mate vertegenwoordigd is. Hier tegenover staat dat de Zaanse economie over het algemeen minder profiteert in tijden van economische voorspoed. De economie van de Zaanstreek wordt daarom gekenmerkt door lagere pieken en dalen dan die van Nederland.

beter dan in 2003 (figuur 2.2). Alleen de bouwsector kampt met een krimp van het BRP, maar veel minder dan in 2003 het geval was. Naar verwachting blijft het herstel voor de sector in 2005 ook bescheiden, de investeringen in gebouwen herstellen zich mondjesmaat. De consumentendiensten, groothandel & transport en zakelijke diensten hebben de krimp van 2003 omgezet in een groei in 2004. In alle gevallen gaat het om een bescheiden groei, die ver verwijderd blijft van de uitbundige groeicijfers van enkele jaren terug. De ontwikkeling in de industrie is opmerkelijk stabiel. Vooral de voedingsmiddelenindustrie biedt tegenwicht aan conjuncturele schommelingen. In de niet-commerciële dienstensector was er een groei van 1,5% in 2004, de hoogste van alle sectoren. Hier tegenover staat dat de sector als enige slechter presteert dan in 2003. In economisch mindere tijden is het vaak de overheid die nog voor een positieve impuls voor de economie zorgt. Maar in 2004 heeft zij deze rol minder dan in voorgaande jaren kunnen spelen.

Figuur 2.3: Jaarlijkse procentuele groei van de export in de Zaanstreek in miljoenen euro’s in constante prijzen 10 9 8 7 6

13

Hoofdstuk 3 De ontwikkeling van de werkgelegenheid in Zaanstad
De werkgelegenheid in Zaanstad is in 2004 afgenomen tot 49.655 arbeidsplaatsen, een afname van 3,5% in vergelijking met 2003. Vooral het wegvallen van enkele grote werkgevers speelt een rol. Ook in 2005, zo is de verwachting, zal de werkgelegenheid nog verder afnemen, zij het minder sterk. De werkgelegenheidsgroei van Zaanstad loopt structureel achter bij die van Nederland. Oorzaak is de minder gunstige productiestructuur: een kapitaalintensieve industrie en weinig niet-commerciële dienstverlening door het ontbreken van een regiofunctie. 3.1 De lange termijn ontwikkeling van de werkgelegenheid in Zaanstad In figuur 3.1 wordt de ontwikkeling van de werkgelegenheid, verdeeld over de veschillende sectoren sinds 1980, weergegeven 2. In deze periode is de werkgelegenheid gestegen van 44.851 arbeidsplaatsen in 1980 tot 49.668 in 2004. Het betreft hier arbeidsplaatsen van minimaal 12 uur per week. Hiermee wordt aangesloten bij de definitie van het CBS. Zaanstad wordt steeds meer een dienstenstad. Het aandeel van de dienstensector in de totale werkgelegenheid is toegenomen van 33% in 1980 tot ongeveer 50% nu. Tegelijk is het aandeel van de industrie meer dan gehalveerd: van bijna 40% in 1980 tot ruim 18% in 2004. In de andere sectoren is het aandeel in de totale werkgelegenheid licht toegenomen. De daling van de werkgelegenheid in de industrie, die ook in absolute zin heeft plaatsgevonden, is structureel. Uit bijlage 1 blijkt dat vooral de voedingsmiddelen-, metaalelektro- en houtindustrie zwaar zijn getroffen door de teruggang in de werkgelegenheid. Een van de oorzaken is verplaatsing van de productie naar lage-lonenlanden. Maar ook is de productiviteit in de

Figuur 3.1: De werkgelegenheidsontwikkeling in Zaanstad naar sectoren 1980-2004
20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0
Bron: Vestigingenregister Gemeente Zaanstad

1980 Industrie Handel en horeca

1985

1990 Overige diensten Zakelijke diensten Bouw

1995

2000

2004

2 De landbouw wordt hier buiten beschouwing gelaten.

15

industrie toegenomen. Zo is de voedingsmiddelenindustrie in hoge mate kapitaalintensief geworden, hetgeen betekent dat er meer geproduceerd is met minder werknemers. Het productieniveau binnen de industrie ligt hoger dan in de jaren tachtig het geval was. Ook heeft de industrie in toenemende mate taken afgestoten. De sector legt zich steeds meer toe op haar ‘corebusiness’. De daling van de werkgelegenheid in de industrie vertaalt zich deels door naar een stijging van de werkgelegenheid in de facilitaire diensten (zakelijke dienstverlening). De industrie heeft dan ook veel afgeleide werkgelegenheid. Een vuistregel is dat tegenover één baan in de industrie één baan elders in de economie staat. Tot slot speelt in bovengenoemde cijfers een administratieve kwestie een rol: in enkele gevallen zijn industriële bedrijven overgegaan naar de zakelijke dienstverlening. Zij staan bijvoorbeeld bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als technisch ontwerp, terwijl ze hetzelfde werk doen als voorheen, toen zij nog onder de industrie vielen. De bouwsector, sterk vertegenwoordigd in Zaanstad, maakt een positieve, stabiele ontwikkeling door, nadat er in de jaren tachtig sprake was van een lichte terugval. De bouwsector kent traditioneel veel starters, maar in 2000 en 2001 ook veel opheffingen (hoofdstuk 4). Na een negatieve ontwikkeling in het begin van de jaren tachtig, zit de sector handel en horeca in de lift. De sterke stijging in deze sector deed zich vooral in de periode 20002002 voor. Daarna stabiliseerde het aantal werkzame personen. De ontwikkeling van horeca en recreatie is spectaculair te noemen. In vergelijking met 1980 is de

werkgelegenheid bijna verdubbeld. Dit weerspiegelt het feit dat consumenten steeds meer uitgeven aan leisuregerelateerde zaken. Mensen krijgen meer vrije tijd en besteden steeds meer geld aan sport, recreatie en ontspanning. Ook de werkgelegenheid in de detailhandel heeft zich voorspoedig ontwikkeld. Dit vindt onder meer zijn oorzaak in het fors gegroeide winkelaanbod in Zaanstad. Het betreft hier vooral de perifere detailhandelslocaties (PDV) op Zuiderhout en Noorderveld. Het positieve beeld dat de detailhandel laat zien is tevens te verklaren uit de ruimere openingstijden die in deze sector gelden. Ook sorteert de instelling van koopzondagen een positief effect. De zakelijke diensten zijn in de periode vanaf 1980 de snelst groeiende sector. Hiermee volgt Zaanstad de algemene trend: de dienstverlening als groeisector bij uitstek in de afgelopen twintig jaar. De facilitaire diensten (schoonmaak, beveiliging, uitzendbureaus etc.) hebben geprofiteerd van het afstoten van taken van de industrie. Ook hebben de adviesdiensten een forse groei doorgemaakt. Zij blijven echter ondervertegenwoordigd in vergelijking met andere grote steden. De grafiek laat voor de periode na 2000 een scherpe afname zien in de werkgelegenheid van de zakelijke diensten. Dit wordt veroorzaakt door de teruglopende conjunctuur vanaf 2001 en een neerwaartse correctie van de cijfers 3. Aan het eind van de jaren negentig was er sprake van een hausse op de ICT-markt. De markt liet daarop een correctie zien. Dit komt terug in de cijfers van de zakelijke dienstverlening. Maar naar verwachting zal in de nabije toekomst de werkgelegenheid in deze sector weer groeien. Ook de financiële diensten en vervoer kennen een top in

Tabel 3.1: Procentuele verdeling werkgelegenheid over sectoren in Nederland en Zaanstad 1993 Zaanstad Landbouw Industrie en Bouw Commerciële dienstverlening Niet-commerciële dienstverlening 0 33 44 23 Nederland 2 25 43 31 0 28 49 23 1998 Zaanstad Nederland 2 22 46 31 0 24 48 27 2003 Zaanstad Nederland 1 19 46 34
Bron: CBS

2000, laatstgenoemde sector zelfs in extreme mate, en hierna een terugslag. Maar in vergelijking met 1980 resteert er per saldo een flinke groei. De sector overige diensten, het betreft hier voornamelijk niet-commerciële diensten, groeit gestaag. Vergeleken met 1980 is de werkgelegenheid bijna verdubbeld. Enerzijds is dit het gevolg van een economische wetmatigheid: de productiviteit in de overheidssector is in het algemeen lager dan die in de marktsector 4. Dit heeft tot gevolg dat de werkgelegenheid bij een gegeven productieniveau hier hoger is. Na de conjuncturele terugval is de overige dienstverlening een van de weinige sectoren met een groeiende werkgelegenheid. In de komende jaren zal de groei van deze sector waarschijnlijk gering zijn. Dit komt doordat het huidige kabinet snijdt in de uitgaven. 3.2 Vergelijking werkgelegenheidsopbouw Zaanstad en Nederland Vergeleken met Nederland is er in Zaanstad sprake van een oververtegenwoordiging in de sectoren industrie en bouw én commerciële dienstverlening (tabel 3.1). Voor wat betreft de niet-commerciële dienstverlening is het beeld omgekeerd. Deze sector is in Zaanstad minder goed vertegenwoordigd dan in Nederland. In de tabel is ook de ontwikkeling, met tussen4 Dit staat bekend als de wet Baumol.

pozen van 5 jaar, vanaf 1993 te zien. Duidelijk is dat niet alleen het werkgelegenheidsaandeel van de industrie en bouw snel afneemt, maar bovendien dat de oververtegenwoordiging van deze sector vergeleken met Nederland kleiner wordt. De werkgelegenheid in de industrie en bouw als aandeel van de totale werkgelegenheid neemt in Zaanstad dus sneller af dan in Nederland. Dit wordt gecompenseerd door een toename van het werkgelegenheidsaandeel van de commerciële dienstverlening en vanaf 1998 van de niet-commerciële dienstverlening. Zaanstad verbetert haar positie marginaal bij laatstgenoemde sector. De achterstand in de niet-commerciële dienstverlening komt door het ontbreken van een regiofunctie in Zaanstad, de voorzieningen zijn vooral op de lokale bevolking gericht. De oververtegenwoordiging van de commerciële dienstverlening in Zaanstad is grotendeels toe te schrijven aan de facilitaire diensten. Dit soort diensten profiteert van de trend bij voornamelijk industriële bedrijven om niet-kernactiviteiten uit te besteden. In figuur 3.2. is de werkgelegenheidsontwikkeling naar sector van Zaanstad en Nederland naast elkaar gezet. In Zaanstad is in alle sectoren de werkgelegenheidsontwikkeling negatief geweest. Vergeleken met Nederland scoort Zaanstad

3 Het gaat hier om een neerwaartse bijstelling van de werkgelegenheid op het hoofdkantoor van Albert Heijn.

16

17

Figuur 3.2: Procentuele groei van de werkgelegenheid naar sector in Nederland en Zaanstad 2002-2003 4 3 2 1 0 -1 -2 -3 -4 -5 Landbouw Industrie en bouw Niet-commerciële dienstverlening Commerciële dienstverlening Totaal -6
Bron: CBS

meer te kampen met een teruglopende werkgelegenheid. 3.3 Ontwikkeling binnen de bedrijfstakken Hiervoor is op sectorniveau ingegaan op de lange termijn werkgelegenheidsontwikkeling. In deze paragraaf wordt meer gedetailleerd naar de ontwikkelingen gekeken. Hierbij wordt de korte termijn ontwikkeling aangehouden. In bijlage 2 staan gegevens over de werkgelegenheidsontwikkeling op brancheniveau vermeld, op SBI-2 niveau 5. Wijzigingen in activiteitencodes spelen een grote rol in de verschuiving van werkgelegenheid tussen branches. In feite vertroebelen zij het beeld en maken de werkelijke gang van zaken binnen een branche minder goed zichtbaar. In 2004 heeft dit verschijnsel voornamelijk effect gehad op de werkgelegenheid in de voedingsmiddelenindustrie, de chemie (beiden positief), vervaardiging van machines en groothandel (beiden negatief). Bij elkaar gaat het hier om zo’n 800 banen. Wanneer dit soort effecten buiten beschouwing wordt gelaten dan vallen de ontwikkelingen binnen enkele branches op. De land- en tuinbouw kent een toenemende concentratietendens: de helft van de werkgelegenheid is geconcentreerd bij twee bedrijven. Het gaat om twee bedrijven in de tuinbouw. De houtindustrie kalft verder af. Er zijn nu nog 126 banen in deze branche te vinden. De papierindustrie maakt sinds 2002 zorgelijke tijden door. Sinds 2002 is de werkgelegenheid met bijna 40% afgenomen. Uitgeverijen en drukkerijen hebben te maken met een terugloop van opdrachten, hetgeen geleid heeft tot het faillissement van enkelen. De werkgelegenheid blijft nog

redelijk stabiel. Na een sterke terugval in 2003, is er sprake van een stabilisatie binnen vervaardiging van producten van metaal. In de branche vervaardiging van machines en apparaten is de werkgelegenheid meer dan gehalveerd. Naast de hierboven genoemde activiteitenwijziging – een van de grote werkgevers ging over tot herschikking van haar activiteiten – speelde het wegvallen van Eurometaal een rol. Bij de werkgelegenheidsafname van de branche overige elektrische machines speelt het wegvallen van Fabricom een rol. De daling bij vervaardiging van meubels en overige goederen lijkt structureel. In 1998 lag de werkgelegenheid 50% hoger dan nu. In de bouw is het aantal arbeidsplaatsen het sterkst toegenomen, er kwamen 318 banen bij. Na drie achtereenvolgende jaren te zijn gedaald volgden twee goede jaren. De branche kent veel dynamiek (veel starters en opheffingen) en vooral bij kleinere bedrijfjes is de werkgelegenheid toegenomen. Terwijl veel branches vanaf 2002 de werkgelegenheid zien teruglopen stijgt de werkgelegenheid in de detailhandel. In de transportsector is de werkgelegenheid bij een aantal grote werkgevers fors toegenomen. De branche post en telecommunicatie werd zwaar getroffen door het vertrek van KPN Telecom. Ook werden er postverdeelcentra opgeheven of ingekrompen. Een afname van 330 arbeidsplaatsen in deze branche (ruim 40%) is het resultaat. De werkgelegenheidsafname bij de financiële instellingen houdt aan. Hetzelfde geldt voor computerservicebureaus, waarbij vooral het vertrek van Atos

Zaanstad Nederland

iets beter op het gebied van de landbouw, waar de werkgelegenheidsomvang marginaal is, en de commerciële dienstverlening. Er was een geringe werkgelegenheidsafname in de niet-commerciële dienstensector in Zaanstad, terwijl hier in Nederland nog een positieve ontwikkeling is. De trekkersrol die de overheid vervult in economisch mindere tijden ontbreekt blijkbaar in Zaanstad, ook al doordat de sector een geringe omvang heeft. Het gevolg is dat de totale werkgelegenheidsgroei achterblijft bij die van Nederland. Overigens is dit een structureel verschijnsel. Oorzaak is de minder gunstige productiestructuur van Zaanstad. In tijden van hoogconjunctuur profiteert Zaanstad qua werkgelegenheid in het algemeen minder dan landelijk het geval is. Maar bij de conjuncturele tegenwind die is opgetreden, heeft Zaanstad dit keer ook

Origin een rol speelde. De zakelijke diensten is een verhaal apart. Sinds 2002 loopt de werkgelegenheid aanzienlijk terug. De branche is zeer conjunctuurgevoelig. Wordt deze branche verder uitgesplitst (bijlage 2 tabel B2.2) dan blijkt dat de klappen vooral zijn gevallen bij de facilitaire diensten (schoonmaak, beveiliging). Het fors aantal opheffingen (hoofdstuk 4) verklaart dit voor een groot deel. Hiertegenover staat dat de adviesdiensten zich, na een reeks van jaren van dalende werkgelegenheid, in 2004 deze trend wist om te buigen. Er was een toename van de werkgelegenheid van 4%. Een belangrijke oorzaak is dat DHV haar activiteiten in de regio Zaandam heeft geconcentreerd. Voor het eerst sinds jaren heeft de werkgelegenheid in de publieke sector zich negatief ontwikkeld. In 2004 heeft de publieke sector haar rol van aanjager van de werkgelegenheid niet kunnen spelen 6. Vooral in de gezondheids- en welzijnszorg was de afname van de werkgelegenheid fors. Het onderwijs onderscheidt zich positief met een toename van de werkgelegenheid. 3.4 Blik vooruit In 2004 is er sprake van herstel van de economie. Voor 2005 zijn de voorspellingen niet eensluidend, maar rekening moet worden gehouden met een terugval in de economische groei, hoewel deze nog wel positief zal zijn. Aangezien de werkgelegenheid met vertraging reageert op de ontwikkeling van de productie zal de werkgelegenheid de komende jaren maar mondjesmaat toenemen. In 2005 is een verdere, zij het minder sterke, daling van de werkgelegenheid in Zaanstad waarschijnlijk. Echter op langere termijn is het waarschijnlijk dat krapte gaat

5 Bedrijfsactiviteitencode, ook wel aangeduid met SBI code. Voor analyses volstaat in de meeste gevallen de eerste twee

6 Het werkgelegenheidscijfer bij de overheid is ook negatief beïnvloedt doordat externen die bij de gemeente werkzaam

cijfers van de code, SBI-2. 18

zijn niet langer meetellen voor de werkgelegenheid van Zaanstad. 19

overheersen op de arbeidsmarkt. Door vergrijzing krimpt de beroepsbevolking zodat het arbeidsaanbod beperkt wordt. Ook sectoraal zal de werkgelegenheid verder wijzigen. Door productiviteitsverhogende maatregelen neemt de werkgelegenheid in de industrie verder af. Ook verplaatsing van productie naar lagelonenlanden draagt hieraan bij, hoewel het effect hiervan zal afnemen. De productie die nu nog in de Zaanstreek gevestigd is, is over het algemeen zeer kapitaalintensief zodat verplaatsing van productie tot een relatief geringe besparing van arbeidskosten leidt. Toekomstige werkgelegenheidsgroei zal voornamelijk van de dienstverlening komen. Hier zijn minder productiviteitswinsten te behalen en verplaatsing van productie naar lagelonenlanden is in veel gevallen geen mogelijkheid. Vooral de persoonlijke dienstverlening en gezondheidszorg bieden onder andere als gevolg van de vergrijzing, groeimogelijkheden. Hierbij zullen ook banen ontstaan voor lager opgeleiden. Maar over het algemeen vragen banen in de toekomst een toenemende scholing. Het belang van kennis als productiefactor neemt immers steeds meer toe. Ook in de industrie komt steeds minder plek voor mensen met een onvoldoende kwalificatie.

Hoofdstuk 4 Bedrijvendynamiek
Er treedt dynamiek in de bedrijvigheid op als gevolg van startende ondernemers, inkomende en vertrekkende bedrijven en opheffingen. Een zekere dynamiek zorgt voor vernieuwing binnen het bedrijfsleven. Er waren in 2003 504 starters in Zaanstad. In vergelijking met 2002 een stijging van 10%, terwijl het aantal starters in Nederland in hetzelfde jaar is afgenomen. Zaanstad onderscheidt zich doordat het veel starters in de bouwsector heeft. Het gaat voornamelijk om zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers). Tegelijk zijn er ook veel opheffingen in Zaanstad. In 2003 overtrof het aantal opheffingen zelfs het aantal starters. Sinds 2001 heeft Zaanstad een positieve migratiebalans. De ontwikkeling van Noorderveld en Saendelft zijn hier vooral verantwoordelijk voor. 4.1 Starters Na een tijdelijke terugval in 2002 is het aantal starters weer toegenomen in 2003. Een stijging van 10% resulteert in 504 starters. Hiermee blijft het niveau nog wel achter bij de hoogtijjaren 2000 en 2001. De stijging van het aantal starters in Zaanstad is opmerkelijk omdat landelijk gezien er in 2003 sprake was van een afname van 0,8%. De stijging in Zaanstad is waarschijnlijk mede te verklaren uit de oplevering van nieuwe bouwlocaties. In een wijk als Saendelft zitten inmiddels circa 100 bedrijven aan huis. Deze worden voor een deel als starter aangemerkt. Landelijk neemt het aantal starters vooral vanwege het huidige economisch tij af. Zaanstad heeft door de jaren heen relatief gezien (starters als aandeel van de totale bedrijvigheid) meer starters dan landelijk
Figuur 4.1: Starters in Zaanstad in de periode 1997-2003 600 500 400 300 200 100 0 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003
Bron: Kamer van Koophandel

(figuur 4.2). Dit ligt ook in de lijn der verwachtingen aangezien in grotere steden eerder een bedrijf wordt gestart. Ter vergelijking: het percentage starters in Amsterdam ligt in 2003 op 7,2% tegenover 6,7% in Zaanstad. De ontwikkeling van het aantal starters kent min of meer hetzelfde patroon, wel was in 2002 de daling van het aantal starters in Zaanstad meer geprononceerd dan landelijk het geval was.

Figuur 4.2 Starters in Zaanstad en Nederland als percentage van het totaal aantal bedrijven
10,00%

8,00%

4,00%

2,00%

0,00%

1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 Zaanstreek Nederland

20

Bron: Kamer van Koophandel

6,00%

21

De top in het aantal starters in 2000 is mede toe te schrijven aan het versoepelen van de vestigingseisen die dat jaar van kracht werd. In 2003 kent Zaanstad veel starters in de sectoren bouw, detailhandel en de verschillende diensten (tabel 4.1). De drie grootste sectoren (bouw, persoonlijke diensten en facilitaire diensten) samen zijn goed voor bijna de helft van het totale aantal startende bedrijven. Zaanstad onderscheidt zich doordat het veel starters in de bouw heeft. Landelijk hebben de adviesdiensten de meeste starters, deze branche komt in Zaanstad pas op de vierde plaats. Er is in de bouw, persoonlijke diensten en facilitaire diensten ook een grote startersbereidheid: er zijn veel starters ten opzichte van het totaal aantal bedrijven in deze sectoren (tabel 4.1). Ook de landbouw scoort in dit opzicht hoog: 10% van het totaal aantal bedrijven is starter. Het gaat hier vermoedelijk vooral om hoveniersbedrijven.

Verder inzoomend op de verschillende sectoren valt op dat binnen adviesdiensten met name economische diensten, zoals organisatieadvies en economisch onderzoek, een populair startsegment is 7. Hetzelfde, maar in mindere mate, geldt voor de reclamebureaus. Binnen de facilitaire diensten wordt vooral binnen de automatisering een bedrijf gestart. Binnen de bouw zijn de starters voornamelijk bij bouwspecialismen te vinden. Circa 2/3 van de starters binnen dit segment valt binnen deze categorie. Het gaat hier waarschijnlijk in veel gevallen om zzp-ers die in een bepaald bouwspecialisme (timmeren, schilderen, stukadoren) voor zichzelf begonnen zijn. In economisch slechte tijden geven deze starters de voorkeur aan de zekerheid van een vast dienstverband en heffen hun bedrijf weer op. De sectoren financiën, vervoer en industrie zijn sectoren met relatief weinig startende ondernemingen. Financiën laat al langer

een negatieve trend zien, het totale aantal bedrijven is sinds 2000 dalende. In de jaren daarvoor nam het aantal bedrijven juist toe. De ontwikkeling van het aantal bedrijven weerspiegelt hiermee de trends op de financiële markten. Binnen de industrie speelt de hoge startdrempel een rol. Het beginnen van een bedrijf in deze sector vergt vaak hoge investeringen. Voor alle sectoren heeft Zaanstad meer starters (als aandeel van de totale bedrijvigheid in die sector) dan landelijk, met uitzondering van de industrie, financiën en transport. Er is in Zaanstad qua werkgelegenheid dus een oververtegenwoordiging van de industrie, terwijl er wat betreft de starters een omgekeerd beeld is. Dit betekent dat in de industriële sector de aanvulling van onderaf door startende ondernemingen grotendeels achterwege blijft. Het achterblijven van het aantal starters in de financiële dienstverlening past in het beeld van

teruglopende werkgelegenheid dat eerder voor deze branche werd geschetst. In figuur 4.3 wordt een vergelijking gemaakt tussen het aantal starters per branche in de jaren 1997, 2000 en 2003. Voor de meeste sectoren ligt de top in 2000. Alleen de landbouw en groothandel hebben dan hun dieptepunt. De persoonlijke diensten en detailhandel laten over de periode een stijgende lijn zien. Voor persoonlijke diensten lijkt er een steeds grotere markt te komen (zie 3.4) en bij detailhandel zijn er veel allochtonen die een winkelbedrijf opstarten. 4.2 Opheffingen De trend in het aantal opheffingen is stijgend, met een uitschieter in 2003 (figuur 4.4). Het hoge aantal opheffingen vindt voor een deel zijn oorsprong in de vele starters in 2000 en 2001. Vuistregel is dat van de bedrijven die in een bepaald jaar gestart zijn ongeveer de helft 5 jaar later nog

Tabel 4.1: Verdeling van het aantal starters naar sector en startgeneigdheid naar sector in Zaanstad in 2003 Aantal starters naar sector Algemene diensten Personlijke diensten Facilitaire diensten Advies diensten Financiën Vervoer Horeca Detailhandel Groothandel Bouw Industrie Landbouw Totaal 18 73 79 66 4 17 19 71 45 85 20 7 504 Procentueel aandeel per sector in totaal aantal starters 3,6 14,5 15,7 13,1 0,8 3,4 3,8 14,1 8,9 16,9 4,0 1,4 100,0 Procentueel aandeel starters in totale bedrijvigheid per sector 8,0 10,5 9,9 7,4 1,9 4,2 6,1
Bron: Kamer van Koophandel

Figuur 4.3: Aantal starters per sector in Zaanstad in 1997, 2000 en 2003 140 120 100 80 60 40 20
Bron: Kamer van Koophandel

Detailhandel

Facilitaire diensten

Advies diensten

Persoonlijke diensten

Groothandel

Financiën

Industrie

Vervoer

Algemene diensten

5,7 7,6 2,6 10,0 6,7

7 Gegevens zijn afkomstig uit de mutatiebalansen van de Kamer van Koophandel.

1997 2000 2003

22

Landbouw

Horeca

Bouw

5,7

0

23

bestaat. De conjunctuur plús de versoepeling van de regels voor het starten van een bedrijf heeft geleid tot een record aantal starters.
Figuur 4.4: Ontwikkeling van het aantal opheffingen in Zaanstad 600 500 400
Bron: Kamer van Koophandel

van deze bedrijven in moeilijkheden en stopte met de bedrijfsvoering. Het jaar 2003 betekent een trendbreuk: voor het eerst is het aantal opheffingen (526) groter dan het aantal starters (504).
Figuur 4.5: Opheffingen in Zaanstad en Nederland als percentage van totale bedrijvigheid
8 7 6
Bron: Kamer van Koophandel

Bij een groter aantal vestigingen zal, in absolute zin, het aantal opheffingen toenemen. Daarom is het van belang ook inzicht te hebben in de relatieve ontwikkeling van het aantal opheffingen, dus als aandeel van totaal aantal bedrijven. Uit figuur 4.5 blijkt dat het beeld voor Zaanstad bijzonder grillig is met een dal in 2000 (5,81%) en een piek in 2003 (6,99%). Zaanstad kent in relatieve zin meer opheffingen dan landelijk het geval is. Ook zijn er meer starters (paragraaf 4.1). De Zaanse economie is dus onderhevig aan een grotere dynamiek. Op zich is dit gunstig maar duidt gelijk op een probleem: blijkbaar wordt er in Zaanstad redelijk veel een onderneming opgestart maar lukt het minder om echt succesvol te worden, met als resultaat dat het bedrijf enkele jaren later wordt opgeheven. Dit betekent dat Zaanstad in zijn bedrijvenbestand weinig jonge bedrijven kent (minder dan 5 jaar oud), terwijl deze belangrijk zijn voor de vernieuwing van de Zaanse economie. Vooral de facilitaire diensten zijn gevoelig voor opheffingen (figuur 4.6). Het aantal opheffingen beslaat ruim 10% van het totaal aantal bedrijven in deze sector. Traditioneel is er veel verloop in deze sector. Vooral branches als schoonmaak en beveiliging kennen niet alleen veel starters maar ook veel opheffingen. Maar ook binnen de automatiseringsbranche zijn veel opheffingen 8. In de hoogtijdagen van de ICT werden veel bedrijven gestart. Maar het feit dat de branche in zwaar weer kwam te verkeren heeft een hoog aantal opheffingen tot gevolg gehad. In Nederland zijn er eveneens veel opheffingen binnen facilitaire diensten, maar met
8/9 Mutatiebalansen Kamer van Koophandel.

8,4% blijft dit achter bij het opheffingspercentage van Zaanstad van 10,1% 9. Ook de sector transport & telecommunicatie kampt met veel opheffingen. Tegelijk zijn er in de sector weinig startende bedrijven. Deze ontwikkelingen duiden op een proces van consolidatie in de branche. Vermoedelijk vindt dit voornamelijk plaats bij de telecommunicatiebedrijven.

300 200 100 0 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

5 4 3 2 1 0

4.3 De migratiebalans Na enkele jaren achtereen een negatief migratiesaldo te hebben gehad, meer bedrijven verlieten Zaanstad dan dat er binnen kwamen, heeft Zaanstad sinds 2000 een migratieoverschot (figuur 4.7).
Figuur 4.7: Migratiebalans in aantallen bedrijven voor Zaanstad 1997-2003 80 60 40 20
Bron: Kamer van Koophandel

1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Helaas waren deze niet altijd goede kwaliteit. Veel van deze kunnen worden getypeerd als opgericht door gelukszoekers. economisch minder ging kwam

van even bedrijven bedrijven Toen het een deel

Zaanstad Nederland

Figuur 4.6: Opheffingen als percentage van aantal bedrijven naar sector 12 10 8 6 4 2 0
Bron: Kamer van Koophandel

0 -20 -40 -60 1998 1999 2000 2001 2002 2003

Banken en verzekeringen

Persoonlijke diensten

Transport en telecom

24

Algemene diensten

Facilitaire diensten

In tijden van hoogconjunctuur heeft Zaanstad dus te maken gehad met een negatief migratiesaldo. Bedrijven die groeien zoeken op een gegeven moment meer ruimte. Deze is in noordelijk Noord-Holland meer en goedkoper voor handen. Of bedrijven zoeken naar een kwalitatief betere ruimte. Een bedrijf actief in de adviesdiensten kiest dan bijvoorbeeld voor een pand met meer uitstraling in Amsterdam.

Landbouw

Industrie

Bouw

Groothandel

Detailhandel

Horeca

Adviesdiensten

25

Figuur 4.8 Migratiesaldo naar branche 2002 en 2003 25 20 15 10 5 0 -5 -10 Detailhandel Transport en telecom Banken en verzekeringen Persoonlijke diensten Adviesdiensten Groothandel Algemene diensten Industrie Horeca Facilitaire diensten Bouw Zakelijk beheer Landbouw
Bron: Kamer van Koophandel

Hoofdstuk 5 Arbeidsmarkt
Voor een goede werking van de economie is een goed functionerende arbeidsmarkt onontbeerlijk. Vaak worden bedrijven geremd in hun groei door het ontbreken van voldoende gekwalificeerd personeel. Anderzijds is er in een situatie van laagconjunctuur sprake van een snelle toename van het arbeidsaanbod. In 2004 is het aantal vacatures fors toegenomen. Tegelijk is het aanbod van arbeid licht toegenomen. Hoogopgeleiden hebben de beste positie op de arbeidsmarkt. Tegenover elke 100 werkzoekenden in deze categorie staan tien maal zoveel vacatures dan voor lager opgeleiden. Ook in vergelijking met de regio zuidelijk Noord-Holland zijn er in de Zaanstreek veel vacatures voor hoger opgeleiden. 5.1 Vraag naar arbeid Het aantal openstaande vacatures geeft een indicatie van de vraag naar arbeid. Het geeft niet een allesomvattend beeld aangezien bedrijven niet elke vacature aanmelden bij het CWI of hiermee adverteren in de media. Een deel van hun behoeften wordt via het informele circuit opgelost. Hierbij gaat het meestal om de onderkant (baantjes in horeca, landbouw, detailhandel) of bovenkant (bijvoorbeeld een nieuwe chief executive officer, CEO) van de arbeidsmarkt. Toch geven de in dit hoofdstuk gehanteerde cijfers een redelijk beeld van de vraagzijde. Naast gegevens van het CWI is er immers ook gekeken naar advertenties in de verschillende media. Per 1 oktober 2004 waren er 1300 openstaande vacatures. Het aantal vacatures is in vergelijking met 2003 toegenomen met 500, een stijging van 62,5%. Hoger opgeleiden (HBO of WO) worden het meest gevraagd, deze groep omvat 50% van de vacatures (figuur 5.1). Voor middelbaar en lager opgeleiden is het aandeel respectievelijk 35% en 15%. Het aandeel van de lager opgeleiden neemt in het totaal aantal vacatures toe van 11 naar 15%. Bijna de helft van het aantal vacatures is te vinden in de handelssector, hierna volgt de zakelijke dienstverlening met een aandeel van 20%. Wat betreft de beroepsgroep is de categorie administratieve, commerciële en economische beroepen veel gevraagd. Het betreft ruim 40% van het aantal vacatures. Op afstand volgen de technische beroepen met bijna 20% van het aantal vacatures (Regionaal Platform Arbeidsmarkt, 2004). Vermoedelijk speelt hierbij een rol dat deze vacatures moeilijk vervulbaar zijn en hierdoor lang open staan en zich opeen stapelen.
Figuur 5.1: Vraag naar arbeid per opleidingsniveau in de Zaanstreek 2003 en 2004 (peildatum 1 oktober) 700 600 500 400 300 200 100 middelbaar hoog laag 0
Bron: RPA, bewerking door EOW

2002 2003

De positieve balans in de afgelopen 3 jaren hangt voor een groot deel samen met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Noorderveld en de woonwijk Saendelft. Amsterdam is in vele gevallen plaats van herkomst. In het geval van Saendelft gaat het om bedrijven aan huis. Het betreft dan voornamelijk adviesbureaus en administratiekantoren. Blijkbaar heeft de ontwikkeling van een bovengemiddelde woonlocatie een positief effect op de – kleinschalige – bedrijvigheid. Overigens zijn de werkgelegenheidseffecten van deze toestroom minimaal. Het geografische verspreidingspatroon van de vertrekkende bedrijven is nogal diffuus. Ongeveer 45% van de vertrekkende bedrijven gaan naar noordelijk Noord-Holland, zoals Hoorn, Purmerend en Alkmaar, waar meer ruimte is en waar de prijzen lager liggen. De overige 55% naar de rest van Nederland 10. In figuur 4.8 is voor de jaren 2002 en 2003

de migratiebeweging naar branche uitgesplitst. Sectoren met een sterk migratieoverschot zijn transport & telecommunicatie, persoonlijke diensten en detailhandel. Bij eerstgenoemde sector speelt de ontwikkeling van Noorderveld een rol. Ook is een mogelijkheid dat Zaanstad meer profiteert van zijn ligging ten opzichte van Schiphol. Wat betreft persoonlijke diensten en detailhandel speelt de groei van het inwoneraantal een rol (Saendelft). De industrie en facilitaire diensten vallen in negatieve zin op. Deze sectoren hadden in 2002 nog een positief migratiesaldo. De industrie kampt al jaren met een negatief migratiesaldo, het jaar 2002 is wat dit betreft een uitzondering. Waarschijnlijk hangt dit samen met instroom van industriële bedrijven naar het Noorderveld. De horecabranche heeft in 2003 net als het jaar ervoor een negatief migratiesaldo. Echter het netto aantal bedrijven dat vertrekt is beperkt (4).

2003 2004

10 Schattingen op basis van gegevens van de Kamer van Koophandel.

5.2 Aanbod van Arbeid In de Zaanstreek ligt de omvang van de beroepsbevolking in relatieve zin ruim 1 procentpunt lager dan die van Nederland
27

26

Tabel 5.1: Opbouw werkzame en werkloze beroepsbevolking Zaanstreek en Nederland 2003 Aantal inwoners 15 - 64 jaar Zaanstreek Nederland 105.000 10.920.000 Beroepsbevolking in procenten 67.7 % 68.8 % Werkzame beroepsbevolking in procenten 64.7 % 65.2 % Werklozen in procenten
Bron: CBS

Tabel 5.2: Confrontatie vraag en aanbod in de Zaanstreek 2004 laag Vacatures Aanbod Vacatures per 100 werkzoekenden 200 3100 6,5 middelbaar 460 1900 24,2 hoog 640 1000 64,0 totaal 1300 5900 22,0
Bron: CBS

2.9 % 3.6 %

(tabel 5.1). Daar staat tegenover dat in verhouding meer mensen uit de beroepsbevolking aan het werk zijn. De werkloosheid is in de Zaanstreek dan ook lager dan in Nederland 2,9% tegen 3,6%. Het aanbod van arbeid kent meerdere componenten. De grootste groep betreft de werkloze werkzoekenden. Maar er zijn ook mensen die al een baan hebben, maar toch aangeven op zoek te zijn naar een baan. Dit zijn de werkende werkzoekenden. Het kan bijvoorbeeld gaan om academici die niet direct een baan van hun gading vinden en een baan onder hun niveau accepteren. Of om iemand die met ontslag wordt bedreigd. Een laatste categorie is de stille reserve. Deze bestaat uit niet-werkenden die niet bij het CWI en de uitkeringsinstanties (UWV en gemeenten) geregistreerd staan, maar in principe wel beschikbaar zijn (of zouden kunnen worden) voor werk. Het gaat hier voor een belangrijk deel om (herintredende) vrouwen. Met name voor sectoren waar relatief veel vrouwen werkzaam zijn, zoals de zorg en het onderwijs, vormt de stille reserve een belangrijke potentiële bron van arbeidskrachten. Vooral werkende werkzoekenden en de stille reserve staan lang niet altijd bij het CWI ingeschreven. Om toch een betrouwbare schatting te maken zijn cijfers van het CWI gecombineerd met resultaten van Hoe Zoeken Werkzoekenden (HZW). Bij de hoger opgeleiden vormen de werkende werkzoekenden het grootste aandeel
28

20 10 hoog laag middelbaar totaal 0

Figuur 5.2: Aanbod van arbeid naar categorie en opleidingsniveau in Zaanstreek 2004 (peildatum 1 oktober)
1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 middel hoog laag 0
Bron: RPA, bewerking door EOW

Niet-werkende werkzoekenden Werkende werkzoekenden Stille reserve

5.3 Confrontatie vraag en aanbod Door confrontatie van vraag en aanbod wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre er sprake is van een (mis)match op de arbeids-

In vergelijking met 2003 is er een betere positie voor de werkzoekenden, toen er 13 vacatures per 100 werkzoekenden waren. Toch blijft een aantal van 22 vacatures per 100 werkzoekenden laag. De Zaanstreek blijft hiermee achter bij de RPA (Regionaal Platform Arbeidsmarkt)-regio Zuidelijk Noord-Holland waar er in 2003 en 2004 respectievelijk 17 en 25 vacatures per 100 werkzoekenden beschikbaar waren. Opvallend genoeg zijn er in de Zaanstreek voor hoger opgeleide werkzoekenden relatief gezien meer vacatures beschikbaar dan in de regio. Dit kan er ook op duiden dat er in de Zaanstreek onvoldoende geschikt aanbod is te vinden om deze vacatures te vervullen. Een hoog aantal vacatures kan dus ook wijzen op een mismatch, die kwalitatief van aard is.

Zaanstreek RPA-ZNH

Bron: RPA, 2004

in het totale aanbod. Onder hoog opgeleiden is er een grote uitgaande pendel richting Amsterdam. Een deel hiervan geeft er de voorkeur aan, zoals ook blijkt uit het Zaanpanel, dichter bij huis te werken. Voor de andere opleidingscategorieën zijn de niet werkloze werkzoekenden verreweg de grootste groep. Het totaal aantal werkzoekenden is in 2004 overigens afgenomen. Er zijn nu 5900 werkzoekenden tegenover 6100 in 2003. Een afname van ruim 3%. Dit terwijl het aanbod in de regio zelfs nog, zij het licht, toenam.

markt. De grootste kloof tussen aanbod en vraag is te vinden bij lager opgeleiden (tabel 5.2). Voor 3100 werkzoekenden zijn er slechts 200 vacatures beschikbaar. Dit zijn 6,5 vacatures per 100 werkzoekenden. Voor middelbaar en vooral hoger opgeleiden zijn de cijfers aanzienlijk gunstiger met respectievelijk 24,2 en 64 vacatures per 100 werkzoekenden. Dit geeft het belang aan van een opleiding voor een goede positie op de arbeidsmarkt. Maar ook maakt het inzichtelijk dat het creëren van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt voor een grote groep werkzoekenden van groot belang is.

Figuur 5.3: Aantal vacatures per 100 werkzoekenden in de Zaanstreek en RPA-regio Zuidelijk Noord-Holland per 1 oktober 2004 70 60 50 40 30

29

Hoofdstuk 6 De bedrijfslocaties
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de werkgelegenheidsontwikkeling op drie soorten werklocaties. Ook worden deze ontwikkelingen onderling met elkaar vergeleken. Allereerst komen de formele bedrijventerreinen aan bod. Meest opvallend is dat voor het eerst sinds jaren de werkgelegenheid in de Kanaalzone is gedaald in 2004. Op de bedrijventerreinen in Zaanstad-noord is wel een positieve ontwikkeling van de werkgelegenheid geweest. Hierna worden de binnenstedelijke bedrijventerreinen onder de loep genomen. Deze zijn van oudsher in Zaanstad aanwezig en vervullen een bijzondere rol in de locale economie. In 2004 is de werkgelegenheid hier verder afgenomen, maar minder dan de algehele werkgelegenheidsafname in Zaanstad. Daarna wordt in paragraaf 6.3 gekeken naar Inverdan, het stationsgebied van Zaandam. Een belangrijke doelstelling van het programma is het realiseren van werkgelegenheid. Ook moet het zorgen voor differentiatie van de Zaanse productiestructuur. Ook hier is in 2004 sprake van een afname van de werkgelegenheid maar de langetermijnontwikkeling onderscheidt zich positief van die van Zaanstad. De categorie verspreide bedrijvigheid heeft het grootste werkgelegenheidsaandeel. Het aandeel van de formele locaties neemt toe ten koste van de meer informele werklocaties. 6.1 De bedrijventerreinen Zaanstad heeft 6 grote bedrijventerreinen die aan de rand van de bebouwing liggen 11. Dit zijn de Achtersluispolder, het Hembrugterrein, Zuiderhout en Westerspoor-zuid, die tezamen de Kanaalzone vormen en in Zaanstad-noord Molletjesveer en Noorderveld. De terreinen in de Kanaalzone zijn grootschaliger en hebben een meer regionale functie, terwijl de terreinen in Zaanstad-noord voornamelijk een lokale functie hebben. In totaal zijn er op de 6 grote bedrijventerreinen 13.821 arbeidsplaatsen, een daling van 3,3% ten opzichte van 2003. De ontwikkeling van de terreinen in Noord en de Kanaalzone loopt sterk uiteen. Figuur 6.1 maakt dit inzichtelijk.
Figuur 6.1: Ontwikkeling werkgelegenheid Kanaalzone en Zaanstad-noord 1996-2004 12000 10000 8000
Bron: Vestigingenregister

6000 4000 2000 0 1996 1999 Kanaalzone Zaanstad-noord

2003

2004

De terreinen in de Kanaalzone kennen tot 2003 een sterke groei, echter in 2004 een forse terugval in de werkgelegenheid. Eind jaren negentig is de werkgelegenheid in Zaanstad-noord teruggelopen, terwijl er hierna een continue groei is geweest. Dit is uiteraard toe te schrijven aan de ontwikke-

11 In 2005 wordt begonnen met de ontwikkeling van HoogTij, een terrein van netto 100 ha. dat onder de Kanaalzone valt.

31

Tabel 6.1: Werkgelegenheidsontwikkeling per bedrijventerrein 1996-2004 1996 Achtersluispolder Hembrugterrein Zuiderhoud Westerspoor-zuid Kanaalzone Molletjesveer Noorderveld Zaanstad-noord Totaal bedrijventerreinen 4148 264 1326 2471 8209 3428 0 3428 11637 1999 3472 272 1888 3828 9460 2897 0 2897 12357 2003 3848 210 2008 4425 10491 2660 1143 3803 14294 2004 3850 17 1768 3962 9597 2443 1781 4224 13821
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

veer om 10% van de bedrijvigheid die op Noorderveld is gevestigd. Opvallend is dat ook toen er nog geen bedrijvigheid was gevestigd op Noorderveld er al sprake was van een forse afname van het aantal arbeidsplaatsen op Molletjesveer. De neergang van de werkgelegenheid op Molletjesveer is dus zeker niet geheel toe te schrijven aan de ontwikkeling van Noorderveld. Bij een vergelijking van het aantal arbeidsplaatsen tussen de Kanaalzone en de bedrijventerreinen in Zaanstad-noord valt op dat laatstgenoemde een veel hogere werkgelegenheidsintensiteit kennen. De Kanaalzone heeft ruim 38 arbeidsplaatsen per hectare 12. Voor de terreinen in Noord gaat het om 53,5 arbeidsplaatsen.

Dit ligt ver boven de vaak gehanteerde norm van 40 arbeidsplaatsen per hectare. Een verklaring is dat op de terreinen in de Kanaalzone meer distributieve functies zitten die over het algemeen meer ruimteextensief zijn. Uiteraard verbetert het cijfer voor de Kanaalzone met de ontwikkeling van het Hembrugterrein. Noorderveld is vrijwel volledig uitgegeven. In de toekomst zal de werkgelegenheid minder sterk toenemen. De werkgelegenheidsintensiteit zal dus nog in beperkte mate stijgen. 6.2 Binnenstedelijke bedrijventerreinen De binnenstedelijke bedrijfslocaties zijn nog altijd een belangrijke economische motor van de stad. Zij zijn belangrijk voor de levendigheid van de wijk en bieden veel

ling van Noorderveld. Van de totale werkgelegenheid op de grote bedrijventerreinen neemt Zaanstad-noord vanaf 1999 een steeds groter deel in. In het vervolg van deze paragraaf wordt meer op de ontwikkeling van de individuele terreinen ingezoomd (tabel 6.1), waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling die in 2004 heeft plaatsgevonden. Na een teruggang aan het eind van de jaren negentig, maakt de Achtersluispolder een revival door. Hierbij speelt het revitaliseringproces dat plaatsvindt op de Achtersluispolder een rol. In 2004 was het zelfs het enige terrein binnen de Kanaalzone waar de werkgelegenheid, zij het minimaal, is toegenomen. De werkgelegenheid op het Hembrugterrein is met het wegvallen van Eurometaal zo goed als verdwenen. In de toekomst zal het terrein vermoedelijk een belangrijke bron van werkgelegenheid zijn als het de gevangenis en voornamelijk creatieve bedrijvigheid huisvest. Zuiderhout maakte aan het eind van de jaren negentig een forse werkgelegenheidsstijging door. Naast de conjuncturele ontwikkeling speelde de ontwikkeling van perifere detailhandel (PDV) hier een rol. De werkgelegenheidsdaling op Zuiderhout in 2004 is toe te schrijven aan de verdere ontmanteling van Bruynzeel. Verder con32

centreerde het werkgelegenheidsverlies zich bij kleinere bedrijven, met name transportondernemingen. Op Westerspoor-zuid is na een uitbundige werkgelegenheidsontwikkeling tot 2003, vooral doordat het terrein in deze periode vrijwel volledig uitgegeven is, in 2004 de werkgelegenheid met ruim 10% gedaald. Grote boosdoener is het wegvallen van Fabricom. Dit bedrijf is opgegaan in GTI. De werknemers van Fabricom zijn voor een deel bij de Zaanse vestiging van GTI ondergebracht, deels elders in het land. Ook de brand bij Furness heeft een rol gespeeld. Bovendien is Corporate Express naar Zuiderhout verhuisd. Naast deze incidentele zaken heeft de Kanaalzone uiteraard ook te maken met conjuncturele tegenwind. Met de ontwikkeling van het Hembrugterrein en HoogTij wordt het gebied in de toekomst een werkgelegenheidsmotor van formaat. De groei van de werkgelegenheid van de terreinen in Zaanstad-noord in 2004 is exclusief toe te schrijven aan Noorderveld. Op Molletjesveer is er een forse afname van het aantal arbeidsplaatsen (8,2%). Dit is deels het spiegelbeeld van de groei van Noorderveld. Nogal wat bedrijven die gevestigd zijn op Noorderveld kennen hun oorsprong in Molletjesveer. Het gaat onge-

Tabel 6.2: Werkgelegenheid per binnenstedelijke bedrijfslocatie in 1996-2004 1996 Aris van Broekweg Assendelft-noord Breedweer Diederik Sonoyweg Houthavenkade Kogerveld-noord Kogerveld-midden Kogerveld-zuid Krommenie-oost Noorddijk Noordervaartdijk Oostzijde Pielkenrood Prinsenstraat Stationsstraat Koog a/d Zaan Tufton Verkade Wormerveer-zuid ZBB Totaal 246 1254 163 425 175 287 995 1060 153 229 332 142 142 27 578 65 617 598 807 8295 1999 230 1202 184 309 168 282 796 1126 169 324 351 145 121 84 491 79 459 645 679 7844 2003 243 1140 165 300 374 313 871 419 212 238 315 121 127 106 463 80 352 681 478 6998 2004 146 1050 149 315 354 333 871 462 150 237 277 124 52 70 582 86 352 679 517 6806
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

12 Uitgegaan is van de netto oppervlakte van de bedrijventerreinen.

33

werkgelegenheid voor lager opgeleiden. Wel komen zij steeds meer onder druk te staan van woningbouw en andere functies. Momenteel zijn er in Zaanstad 19 binnenstedelijke werklocaties te onderscheiden 13. Samen zijn zij goed voor ruim 6800 arbeidsplaatsen. Vergeleken met 1996 is er een afname van bijna 1500 arbeidplaatsen, bijna 18%. In tabel 6.2 wordt de individuele ontwikkeling per bedrijventerrein geschetst. Per binnenstedelijk terrein zijn er grote verschillen. Bij terreinen als Assendelft-noord, Pielkenrood, Verkade en Noorddijk is er een geleidelijke afname van de werkgelegenheid. Overeenkomst tussen deze terreinen is dat zij allen gedomineerd worden door één grote onderneming, die hiermee het beeld voor een groot deel bepaalt. De werkgelegenheid krimpt hier voornamelijk in door verplaatsing van een deel van de productie naar andere locaties. Ook zijn er productiviteitswinsten zodat men met minder personeel toe kan. Andere terreinen kennen in een bepaald jaar een abrupte afname van de werkgelegenheid. Voorbeelden zijn Aris van Broekweg, Diederik Sonoyweg, Kogerveld-zuid, Noorddijk en ZBB. Hier speelt meestal het wegvallen van een groot bedrijf een rol. Ten behoeve van onder meer uitbreidingsmogelijkheden trekken zij naar de grotere bedrijventerreinen. In 2004 is de werkgelegenheid op de Diederik Sonoyweg, Kogerveld-zuid en ZBB toegenomen. Dit betekent dat een terrein zich in een aantal gevallen weet te herstellen van een fors werkgelegenheidsverlies. Andere terreinen kennen een meer grillig patroon met een piek in een bepaald jaar en daarna een vrij scherpe afname (Krommenie-oost, Prinsenstraat). In dit soort

gevallen spelen incidentele factoren een rol. Tot slot is er een categorie terreinen die zich qua werkgelegenheid vrij goed weten te handhaven. Het gaat met name om Kogerveld-midden en -noord, Stationsstraat Koog aan de Zaan en Wormerveerzuid. Hier heeft de spanning tussen woonen werkfuncties blijkbaar minder invloed op de werkgelegenheid. Terwijl toch op een meerderheid van deze terreinen grootschalige bedrijvigheid aanwezig is. Hoewel er sinds 1996 dus sprake is van een forse werkgelegenheidsafname is de ontwikkeling in 2004 nog relatief gunstig geweest. Tegenover een algehele werkgelegenheidsdaling in Zaanstad van 3,5% staat een afname op de binnenstedelijke terreinen van 2,7%. De lange termijn ontwikkeling is echter onmiskenbaar. De werkgelegenheid op de terreinen komt steeds verder onder druk te staan. Gezien het economische en maatschappelijk belang van deze terreinen is dat een zorgelijke ontwikkeling. 6.3 Inverdan Na een zeer sterke stijging van de werkgelegenheid aan het eind van de jaren negentig
Figuur 6.2: Aantal banen Inverdan van 1996-2004
9000 8500 8000 7500 7000 6500 6000
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

heeft de werkgelegenheid in Inverdan, het gebied rond het station van Zaandam, zich vanaf 2000 gestabiliseerd (figuur 6.2) 14. In 2004 was er zelfs sprake van een afname in de werkgelegenheid (ruim 2,5%) maar deze was minder dan die in Zaanstad als geheel. In vergelijking met de werkgelegenheidsontwikkeling in Zaanstad is die in Inverdan veel gunstiger geweest, zie tabel 6.3.

Tabel 6.3: Geïndexeerde werkgelegenheidsontwikkeling in Inverdan en Zaanstad (1996=100) Inverdan 2000 2003 2004 124 122 120 Zaanstad 112 110 106
Bron: Vestigingenregister

In de periode 1996-2000 is de werkgelegenheid in Inverdan twee keer zo snel gegroeid als in Zaanstad. Reden is dat in de uitbundige conjunctuur aan het eind van de jaren negentig voornamelijk de zakelijke diensten profiteerden. Maar ook vanaf 2000 heeft het gebied minder last ondervonden van de conjuncturele tegenwind dan Zaanstad als geheel. De inspanningen in het gebied lijken dus al effect te sorteren. Figuur 6.3 geeft inzicht in de werkgelegenheidsstructuur van Inverdan. De detailhandel, holdings (Albert Heijn) en overheid zijn de belangrijkste werkgevers in het gebied. In deze sectoren is in 2004 niet heel veel gewijzigd. De terugloop in de werkgelegenheid bij de overheid hangt voor een deel samen met het niet meer meetellen van ‘externen’ in het werknemersbestand van de gemeente. Opvallend genoeg is er

Figuur 6.3: Werkgelegenheidsverdeling in Inverdan naar sector in 2003 en 2004
2000 1800 1600 1200 1000 800 600 400 200 0
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

1400

Computerservicebureaus

Facilitaire diensten

Autohandel en reparatie

Transport en telecom

2003 2004

1996

1999

2000

2002

2003

2004
14 De Houthavenkade heeft de kenmerken van een binnenstedelijk bedrijventerrein maar valt onder de grenzen van het

13 Als basis is de lijst uit Werken langs de Zaan 2003 genomen. In de nota bedrijventerreinen komt een definitieve lijst

Inverdangebied. Er is voor gekozen het terrein in beide categorieën mee te nemen. Hiermee wordt ook de verandering van het karakter van de werkgelegenheid in Inverdan inzichtelijk gemaakt. 35

van binnenstedelijke bedrijventerreinen. 34

Gezondheidszorg en welzijn

Overige diensten

Financiële dienstverlening

Adviesdiensten

Detailhandel

Bouw

Overheid

Horeca

Groothandel

Onderwijs

Holdings

Industrie

R&D

een positieve werkgelegenheidsontwikkeling in twee sectoren die je minder snel zou verwachten binnen Inverdan, namelijk de industrie en bouw. Dit soort bedrijvigheid is voornamelijk te vinden op de Houthavenkade en Provincialeweg /Mauritsstraat. In de branches transport en telecommunicatie en computerservicebureaus is de werkgelegenheid door respectievelijk het vertrek van KPN Telecom en Atos Origin sterk teruggelopen. De adviesdiensten weten zich te onttrekken aan de algehele neergang van de werkgelegenheid in de zakelijke diensten. De groei van DHV speelt hier een belangrijke rol. Een bemoedigende ontwikkeling aangezien deze branche een van de doelgroepen is voor Inverdan. 6.4 Werkgelegenheidsverdeling over de verschillende locaties in Zaanstad In de loop van de tijd verandert het aandeel van de werklocaties in de totale werkgelegenheid 15. Zo staan binnenstedelijke werklocaties onder druk door oprukkende woningbouw. In figuur 6.4 wordt de relatieve ontwikkeling van de verschillende locaties inzichtelijk gemaakt. Hierbij is er ook een restcategorie, die tegelijkertijd verreweg de grootste is, de verspreide bedrijvigheid. Hieronder valt alle bedrijvigheid op locaties die nog niet benoemd zijn. Hierbij kan gedacht worden aan een buurtsupermarkt, een rijschool of een administratiekantoor. Deze categorie is zoals gezegd groot maar ook veelzijdig. Naast gebieden die getypeerd worden door een menging van wonen en werken valt ook ‘werken in de wijk’ onder de categorie ‘verspreide bedrijvigheid’. Het gaat hierom bedrijvigheid in wijken die voornamelijk een woonbestemming hebben. Zo zijn er bijvoorbeeld momenteel in Saen-

Figuur 6.4: Geografische verdeling werkgelegenheid in Zaanstad in procenten 1996-2004 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0 1996 1999 2003 2004
Bron: Vestigingenregister

de toekomst verder toenemen. Noorderveld is bijna volledig uitgegeven. Dit betekent dat het aandeel van Zaanstad-noord in de toekomst niet veel verder zal toenemen. Door de ontwikkeling van kantoren en detailhandel is voor Inverdan een impuls van de werkgelegenheid te verwachten. Hier-tegenover staat dat de Houthavenkade als werkgelegenheidslocatie komt te vervallen. Het werkgelegenheidsaandeel van de binnenstedelijke terreinen liep, na jaren achtereen te zijn gedaald, in 2004 niet verder terug. In het gemeentelijk beleid is toenemende aandacht voor deze terreinen, dit kan de trend van de afgelopen jaren van afnemende werkgelegenheid helpen om te buigen. In relatieve termen liep de werkgelegenheid minder snel terug dan de totale werkgelegenheid in Zaanstad. Vergeleken met 1996 is het aandeel echter met ruim 20% afgenomen. Het aandeel van de verspreide werkgelegenheid daalt langzaam maar gestaag. In de periode 1996-2004 is er sprake van een afname van slechts 1 procentpunt maar er is wel jaarlijks sprake van een daling. Maar met een aandeel van 42% is deze categorie nog verreweg het belangrijkste.

Kanaalzone Zaanstad-noord Binnenstedelijke bedrijventerreinen Inverdan Verspreide bedrijvigheid

delft-oost ongeveer 100 bedrijven aan huis. Tegenwoordig is ‘werken in de wijk’ ook steeds meer een thema onder beleidsmakers. Het geeft woonwijken wat meer levendigheid. Het aandeel van de werkgelegenheid op de formele werklocaties (Kanaalzone, Zaanstad-noord, Inverdan) neemt toe vergeleken met de meer informele locaties (binnenstedelijke terreinen en verspreide bedrijvigheid). Dit weerspiegelt de trend naar toenemende ontmenging van functies. Overigens is de werkgelegenheidsintensiteit op de binnenstedelijke terreinen hoger dan op de formele terreinen. Deze bedraagt nog altijd circa 55 arbeidsplaatsen per hectare. Dit ligt net boven de 53,5 arbeidsplaatsen per hectare op de terreinen in Zaanstad-noord. Het teruglopen van het aandeel van de Kanaalzone in 2004 is voorlopig incidenteel van aard. Met de ontwikkeling van HoogTij en het Hembrugterrein kan het aandeel in

15 De Houthavenkade is hier meegenomen onder de binnenstedelijke bedrijventerreinen en niet onder Inverdan.

36

37

Hoofdstuk 7 Creatieve bedrijvigheid
Creatieve bedrijvigheid staat de laatste jaren sterk in de belangstelling. Dit naar aanleiding van een publicatie van Richard Florida, ‘The rise of the creative class’. Kern van zijn betoog is dat steden en regio’s waar creativiteit in sterke mate aanwezig is een hogere economische groei bereiken dan waar dit niet het geval is. Hoewel er door sommigen kritische kanttekeningen bij zijn werk worden geplaatst, biedt zijn werk een interessante kijk op het functioneren van de economie. Zijn argument dat creativiteit noodzakelijk is om te innoveren is een goed vertrekpunt voor verder onderzoek. In 2004 is in Zaanstad de werkgelegenheid onder de creatieve bedrijven gegroeid. Hiermee onderscheidt het zich positief van de algehele werkgelegenheidsontwikkeling in Zaanstad. Er blijft echter nog een forse achterstand op het landelijke niveau. 7.1 Ontwikkelingen in het creatieve cluster Voor het inzichtelijk maken van de ontwikkelingen binnen het creatieve cluster is gebruik gemaakt van de definitie die TNO heeft aangehouden in haar onderzoeksrapport ‘De creatieve industrie in Amsterdam en de regio’ (2004). In bijlage 3 is een definitie opgenomen. De activiteitencodes van de bedrijven zijn hierbij uitgangspunt. Om Florida één op één te volgen zou eigenlijk de activiteit van de werknemer uitgangspunt moeten zijn en deze zijn door alle branches heen te vinden. In praktische zin is het onhaalbaar dit voor Zaanstad te achterhalen. De TNO-definitie is echter een goede benadering. De cijfers moeten wel met enige voorzichtigheid worden beschouwd, aangezien de creatieve sector voor een deel niet in gangbare activiteitencodes is te vangen. Het ‘underground circuit’ wat ook een belangrijk stempel drukt op de creatieve sector is al helemaal niet in cijfers te vatten. Met de TNO-definitie wordt afgeweken van de definitie die in ‘Werken langs de Zaan 2003’ werd gebruikt. Toen werd een ruimere definitie van Etin Adviseurs gebruikt. Uit praktische overwegingen en ten behoeve van de vergelijkbaarheid met Amsterdam is er voor gekozen deze los te laten. De TNO-definitie maakt een driedeling binnen het creatieve cluster: kunsten, media & entertainment én creatieve zakelijke dienstverlening. Figuur 7.1 geeft de ontwikkeling van de werkgelegenheid in deze categorieën weer. Vergeleken met 2003 is er een forse werkgelegenheidsstijging geweest in het cluster, ruim 30%. Er zijn nu in totaal ruim 1100 arbeidsplaatsen. In alle categorieën heeft een toename plaatsgevonden. Deels hebben hierbij incidentele factoren een rol gespeeld. Bij creatieve dienstverlening wordt een deel van de werkgelegenheidstoename verklaard door een wijziging van activiteitencodes en bij media & entertaiment is er sprake van een tijdelijke vestiging van het Noordhollands Dagblad. Volgend jaar wordt deze naar verwachting opgeheven. Desalniettemin valt het op dat de werkgelegenheidsontwikkeling in het cluster over alle categorieën in gaat tegen de algehele trend van een daling van de werkgelgenheid. Opvallend genoeg staat tegenover een stijging van de werkgelegenheid een afname van het aantal vestigingen in het cluster. Ook dit gebeurt bij alle subgroepen (figuur 7.2). Een mogelijke verklaring is dat er in dit
39

Figuur 7.1: Werkgelegenheid creatieve cluster naar categorie in Zaanstad 2003 en 2004 1200 1000
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Figuur 7.2: Het aantal bedrijven per onderdeel van het creatieve cluster in Zaanstad 2003 en 2004 500 400 300 200 100 0 Creatieve zakelijke dienstverlening Media & entertainment Totaal creatieve sector zaanstad Kunsten
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Hoofdstuk 8

De kantorenmarkt
8.1 Ontwikkeling kantorenmarkt in Nederland en de regio Nederland 16 De Nederlandse kantorenmarkt toont voorzichtig tekenen van herstel, hoewel de situatie zorgelijk blijft. Voor het eerst sinds 4 jaar is de opname toegenomen en is de toename in het aanbod, in vergelijking met voorgaande jaren, relatief gering geweest. Herstel naar de situatie rond 2000 is echter nog ver weg. De kantorenmarkt reageert met vertraging op de economische ontwikkeling. Voor 2006 wordt economisch herstel verwacht, al is dit nog met onzekerheid omgeven. Dit houdt in dat de kantorenmarkt voor 2008 geen fundamenteel herstel zal laten zien. Het zal wellicht tot 2010 duren voor er sprake is van een gezonde marktsituatie. De opname in Nederland bedroeg in 2004 bijna 1,4 miljoen m2 bvo 17 . Ter vergelijking: in het topjaar 2000 was de opname ruim 2 miljoen m2. De huidige markt is vooral een vervangingsmarkt. Er vindt niet zozeer toevoeging van het aantal meters in gebruik plaats, maar er is voornamelijk sprake van het feit dat kantoorgebruikers hun (verouderde) panden inwisselen voor nieuwbouw. Het aanbod in Nederland steeg met 8,5%. Er vindt minder toevoeging van het aanbod door nieuwbouw plaats. Het aandeel nieuwbouw in het aanbod is in 2004 afgenomen tot 25%, terwijl het in 2003 nog 35% bedroeg. Overigens was er ook in 2003 al sprake van een daling. Echter door de opgelopen leegstand – deze bedraagt landelijk nu 14% van de voorraad – blijft het

800 600 400 200 0 Creatieve zakelijke dienstverlening Media & entertainment Totaal creatieve sector zaanstad Kunsten

2003 2004

2003 2004

In 2004 is de Structuurvisie kantoren vastgesteld. Aangezien de kantorenmarkt volop in beweging is, is regelmatige monitoring van de ontwikkelingen op de kantorenmarkt gewenst. Deze monitor is als extra hoofdstuk in Werken langs de Zaan opgenomen. Om een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de kantorenmarkt in Zaanstad is de dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) van de gemeente Amsterdam, die veel expertise op dit gebied heeft, gevraagd een veldopname van het kantorenbestand te maken. De dekking van dit onderzoek is volledig. Met andere woorden: alle kantoren in Zaanstad zijn meegenomen in het onderzoek. De kantorenmarkt is onderhevig aan de varkenscyclus. Na forse investeringen aan het eind van de jaren negentig kampt de markt nu met overcapaciteit. Veel leegstand is het gevolg. In Zaanstad bedraagt deze begin 2005 bijna 21% en voor een aanzienlijk deel hiervan is herbestemming naar andere functies waarschijnlijk. Nieuwbouw vindt amper nog plaats, zodat de voorraad nog nauwelijks toeneemt. De opname van kantoorruimte is lager dan in 2003, maar ligt wel boven het historische gemiddelde. Locaties met kwalitatief hoogwaardige kantoren, die goed bereikbaar zijn en ruime parkeernormen hebben, blijven kansrijk.

cluster veel opheffingen zijn geweest. Ook kan het zijn dat zij wanneer zij groeien een specifiek milieu zoeken dat bijvoorbeeld eerder in Amsterdam aanwezig is. Gevolg is dat het gemiddelde aantal werknemers per bedrijf gestegen is en wel van 2,0 naar 2,8. Maar de hiervoor genoemde incidentele factoren bepalen dit beeld in hoge mate. De Zaanse bedrijven zijn nog altijd kleinschaliger dan landelijk het geval is. Hier is het gemiddelde 4,1 werknemer per vestiging (cijfer 2002, TNO). In 2004 is het aandeel van het creatieve cluster in de totale werkgelegenheid in Zaanstad toegenomen van 1,7 naar 2,3%. In 2002 was het aandeel 1,8%. Ter vergelijking: in Amsterdam zijn circa 32.500 arbeidplaatsen toe te schrijven aan het creatieve cluster, dit is 6,9% van de totale werkgelegenheid (cijfers 2002). Relatief gezien zit Zaanstad dus op 1/3 van de Amsterdamse score. Dit lijkt een erg groot verschil, maar in ogenschouw moet worden genomen dat Amsterdam koploper is in Nederland op het
40

gebied van creatieve industrie. Maar ook op het landelijk gemiddelde van ca. 3% (cijfer 2002, TNO) is er een forse achterstand. Zaanstad lijkt op dit moment nog onvoldoende te profiteren van de nabijheid van Amsterdam. Blijkbaar heeft de hoofdstad nu nog vooral een aanzuigende werking op creatieve ondernemers. Met de ontwikkeling van het Hembrugterrein als locatie voor creatieve bedrijvigheid kan dit beeld veranderen. Ook historische panden langs de Zaan, zoals de Adelaar, kunnen hierbij een rol spelen. In Noordvleugelverband is ook aangegeven dat met name Amsterdam gebruik wil maken van de mogelijkheden die Zaanstad biedt om creatieve bedrijvigheid de ruimte te bieden. Dit komt de gehele regio ten goede en hiermee profiteert Zaanstad van de uitstraling van Amsterdam als broedplaats voor creatieve bedrijvigheid.

16 In deze paragraaf zijn voor het cijfermateriaal de volgende bronnen gebruikt: Vastgoedmarkt, DTZ Zadelhoff en Dynamis. 17 Bvo staat voor bruto vloer oppervlakte. Ook wordt vaak uitgegaan van vvo, verhuurbaar vloer oppervlakte. Verschil tussen

beiden is dat in bvo ook zaken als receptie, toiletten, trappenhuizen, liftschachten, gangen en dergelijke zijn opgenomen. Indien anders aangegeven wordt hier uitgegaan van bvo. 41

aanbod toenemen. Omdat naast het aanbod ook de opname toe is genomen is de aanbod-opnameratio (verhouding tussen aanbod en opname) met 3,8 vrij constant gebleven. Regio De ontwikkeling van de kantorenmarkt draagt de kenmerken van een ‘varkenscyclus’. Economische en hieruit voortvloeiende werkgelegenheidsgroei, leidt tot extra vraag naar kantoren. Vervolgens vindt nieuwbouw plaats. Tegen de tijd dat deze gereed is vlakt de vraag naar kantoren al weer af. Leegstand is dan het resultaat. Dit fenomeen had in de regio een sterkere uitwerking dan in de rest van Nederland. Reden was dat er vooral in Amsterdam aan het eind van de jaren negentig veel is bijgebouwd. Dit gecombineerd met de stagnerende economische groei heeft geleid tot een sterk opgelopen leegstand. Deze bedroeg in 2004 zo’n 20% (DRO, 2004), terwijl dit in een gezonde marktsituatie 5 à 7% bedraagt. Als reactie op deze ontwikkelingen is de nieuwbouw in de regio sterk afgenomen. In de periode 1998-2003 is 2,5 miljoen m2

kantoorruimte in aanbouw genomen, waarvan 1,6 miljoen m2 in Amsterdam. Het overgrote deel hiervan is opgeleverd. Hierdoor groeide de voorraad in de regio tussen 2000 en 2004 met 29% van 7,4 naar 9,5 miljoen m2. De voorraad in Amsterdam groeide in dezelfde periode met 25% en bedraagt nu 6,4 miljoen m2. In 2004 is alleen in Amsterdam nog kantoorruimte in aanbouw genomen. Vooral Amsterdam heeft te lijden gehad onder de sterke terugval van de informatieen communicatietechnologie (ICT) en de financiële sector. In andere sectoren is het kantoorgebruik juist toegenomen. 8.2 De kantoorontwikkeling in Zaanstad Voorraad Per 1 januari 2005 bedraagt de kantorenvoorraad in Zaanstad 338.113 m2. In de veldopname zijn panden met minimaal 50% kantoorruimte als kantoor aangemerkt. Aangezien ten behoeve van de kantorenmonitor voor een andere inventarisatiemethode is gekozen als in de Structuurvisie kantoren is het niet direct mogelijk een vergelijking met de cijfers die hierin gepubliceerd staan te maken. Via de veldopname

komt de voorraad een kleine 40.000 m2 hoger uit dan via de informatie uit WOZ. Reden is dat in de veldopname objecten als kantoor worden meegenomen die in de WOZ anders benoemd zijn. Voorbeelden zijn het gemeentehuis, politiebureau en kantoren van grote bedrijven. Uitgaande van de functionaliteit van het gebouw zijn deze als kantoren te beschouwen. Een enkele keer was in de WOZ een object ten onrechte als kantoor aangemerkt. Voorraadcijfers zijn op basis van gegevens van DRO historisch aangepast. De resulterende kantoorontwikkeling wordt in figuur 8.1 geschetst. Sinds 2002 is de groei van de kantorenvoorraad afgevlakt. Dit weerspiegelt het inzakken van de kantorenmarkt. Vooral in de eerste helft van de jaren negentig is er veel nieuwbouw geweest. In deze periode zijn onder meer het Rail Point Office, Stadskantoor, belastingkantoor en de kantoren van PWN (Industrieweg), KPN (Grenehout) en Ahold voltooid. De groeispurt in 1996-1997 is toe te schrijven aan de oplevering van het Albert Heijn-kantoor aan de Provincialeweg. De Zaanse Golf en de Icoon zijn voorbeelden van de meest recente toevoegingen aan de voorraad. Uitgaande van de eerder genoemde varkenscyclus lijkt de kans groter dat de voorraad zich anticyclisch ontwikkelt. Immers in tijden dat het economisch goed gaat worden er bouwplannen in gang gezet. Deze komen enkele jaren later op de markt als het economische tij alweer gekeerd is. Begin jaren negentig is er een forse toename van de voorraad te zien. Dit was een periode met een lage economische groei. Ook in het begin van de jaren zeventig en tachtig, die ook bekend staan als econo18 Op basis van WOZ gegevens

Figuur 8.2: Procentuele verdeling voorraad naar grootteklasse in Zaanstad en Nederland
Zaanstad (2004)
18% 14%

23%

24%

21%

Nederland (2001)
5%
Bron: WOZ-bestand 2004 Zaanstad, DRO, Bak 2001, bewerking EOW

30%

19%

24% 22% 500 - 1000 1000 - 2500 2500 - 5000 5000 - 10000 10000+

Figuur 8.1: Ontwikkeling van de kantorenvoorraad in Zaanstad 1990-2005 in m2 bvo
350000 330000 310000 290000 270000 250000 230000 210000 190000 170000 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 <1990 2004 150000
Bron: DRO, Buiten, bewerking EOW

misch mindere tijden, is de voorraad flink gegroeid 18. Ook in Zaanstad is de varkenscyclus dus van kracht geweest. Zaanstad heeft in vergelijking met Nederland veel minder kantoorvoorraad in de grootteklasse boven de 10.000 m2 (figuur 8.2). Tegenover een aandeel van 30% in de

42

43

Tabel 8.1: Kantorenvoorraad naar plaats en grootteklasse voorraad januari 2005 Assendelft Koog aan de Zaan Krommenie Westzaan Wormerveer Zaandam Zaandijk Totaal 0 - 500 2100 3443 5966 1060 10302 35420 4089 62380 500 1000 1944 0 3899 0 5184 25244 1360 37631 1000 2500 0 2491 0 1081 9004 49685 1200 63461 2500 5000 0 7851 0 0 17913 30174 3000 58938 5000 10000 0 0 0 0 0 52273 14713 66986 0 0 0 0 0 48717 0 48717 4044 13785 9865 2141 42403 241513 24362 338113
Bron: Dro

Figuur 8.3: Opname van kantoren in Zaanstad in m2 vvo, 1991-2004
10000+ totaal 45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 0
Bron: Buiten, DRO, bewerking EOW

totale voorraad in Nederland valt de 18% van Zaanstad mager uit. In de klasse 5.00010.000 m2 is er juist een oververtegenwoordiging. Kantoren als het Rail Point, Stadskantoor, Ahold en Achmea vallen in deze categorie. In de categorie 2.500-5.000 m2 heeft Zaanstad weer relatief weinig voorraad. Met kantoren onder de 2.500 m2 is Zaanstad in vergelijking met Nederland goed vertegenwoordigd, dit geldt vooral voor de grootteklasse 500-1.000 m2. In de grootteklasse tot 500 m2 is het aandeel in Zaanstad 18% van de totale voorraad. Een vergelijking met Nederland is niet mogelijk, daarom is deze niet in het figuur opgenomen. Maar dit bevestigt wel het beeld dat Zaanstad veel kleinschalige kantoren heeft. Uiteraard is in Zaandam het grootste deel van de voorraad te vinden, ruim 240.000 m2 (tabel 8.1). Hiervan bevindt zich een kleine 130.000 m2 in het Inverdangebied. Dit betekent dat bijna 40% van de voorraad in

Zaanstad hier is geconcentreerd. Na Zaandam scoort Wormerveer het hoogst met een aandeel van 12,5%. Meer dan de helft hiervan is te vinden op de bedrijventerreinen Molletjesveer en Noorderveld. Opname In figuur 8.3 zijn opnamecijfers voor de Zaanse kantorenmarkt opgenomen. Vastgoedoverzichten geven geen volledig beeld van de opname. Meestal wordt een benedengrens van 500 m2 aangehouden. Door middel van het onderzoek door DRO is getracht een completer beeld te verkrijgen van de opname. In 2004 bedroeg de opname in Zaanstad bijna 7.000 m2 vvo 19. Dit is lager dan in 2003, toen de opname 12.233 m2 bedroeg, maar hoger dan het historische gemiddelde van 5.600 m2 20. In 1993 piekt de opname, dit houdt verband met de transactie van het Albert Heijn-kantoor 21. De opnamecijfers trekken vanaf 1998 aan, dit weerspiegelt de con-

juncturele ontwikkeling. Maar ook in de jaren die achter ons liggen, handhaaft de opname zich op een redelijk niveau. Zij blijven boven het langetermijngemiddelde liggen. Maar de huidige opname heeft vaak een andere achtergrond dan aan het eind van de jaren negentig. In plaats van het accommoderen van de groei worden opnames nu voornamelijk gedreven door reorganisaties en efficiencymaatregelen. Het gaat ook voornamelijk om vervangingsinvesteringen. Met andere woorden, opname op de ene plek leidt in veel gevallen tot leegstand elders. De grootste transactie in 2004 betrof die van de Zaanse Bouw Maatschappij die het voormalig pand van Aspa op Westerspoor betrok. Het gaat hier om een totale oppervlakte van 2.700 m2, waarvan 1.700m2 kantoor is. Andere grote transacties betreffen Corporate Express die van Westerspoor naar Zuiderhout verhuisde (1.100m2), Kuiper en van der Berg accountants die een kantoor op Zilverland (Achtersluispolder) hebben betrokken (825m2) en Nedtrain die 810 m2 kantoorruimte in de Icoon heeft gehuurd. Opvallend is dat vooral op bedrijventerreinen veel kantoorruimte wordt betrokken.

19 Verder in dit hoofdstuk wordt gesproken over m2 bvo. Om vergelijking met eerdere jaren mogelijk te maken is het opna-

mecijfer van 2004 omgezet in vvo.
20 Gemiddelde is exclusief Ahold, zie Buiten, 2004. 21 Hier is uitgegaan van het jaar waarin een wilsovereenkomst is bereikt. Dit wijkt af van het jaar waarin het kantoor daad-

werkelijk is betrokken. In figuur 8.1 telt het vanaf 1996 mee als toename aan de voorraad. Cijfers vanaf 2004 geven aan wanneer het kantoor daadwerkelijk betrokken is. 44

Voor een belangrijk deel gaat het hier niet om 100% kantoren maar wel panden waar de kantoorfunctie dominant is. Dit is een teken van de ‘verkantorisering’ die plaats vindt. Er is blijkbaar veel vraag naar bedrijfsruimte in combinatie met een kantoor. Maar in toenemende mate is er sprake van dat kantoorruimte, separaat van de bedrijfsruimte, verhuurd wordt. In feite zijn dit dus 100% kantoren. Bovendien zijn er ook voorbeelden te vinden van solitaire (niet in combinatie met bedrijfsruimte) 100% kantoren op bedrijventerreinen. Kantoorhoudende bedrijvigheid die minder aan uitstraling hechten geven al snel de voorkeur aan locatie op een bedrijventerrein. Kantoorruimte op is hier goedkoper en de parkeernormen zijn soepeler dan op kantoorlocaties, zoals Inverdan. Met de vraag naar kantoorachtige panden op bedrijventerreinen moet voorzichtig worden omgegaan. Kantoorhoudende activiteiten tot 50-70% kan een plaats vinden op terreinen als Zuiderhout, Westerspoor en in de toekomst HoogTij. Zuivere kantooractiviteiten (100%) op bedrijventerreinen zijn ongewenst. Hiermee wordt ruimte ingenomen die eigenlijk bedoeld is voor activiteiten met hoge milieucategorieën. Bovendien wordt hiermee de positie van Inverdan als
45

Figuur 8.4: Leegstandspercentage naar bouwjaar voorraad
45 40 35 30 25 20 15 10 5
Bron: DRO, bewerking EOW

toor en kantoren op het Ebbenhout ( onder andere voormalig UWVkantoor), Stationsstraat en Rustenburg. Ook in de voorraad 2000-2005 is een hoge leegstand. Het gaat hier bijvoorbeeld om nog verhuurbare ruimte in de Icoon. Bij het aantrekken van de economie zullen dit soort panden zich als eerste vullen. Het probleem ligt grotendeels in panden uit de jaren tachtig en begin negentig. Deze zijn voor een belangrijk deel in het Inverdangebied geconcentreerd. Hier zit een groot deel van de voorraad die incourant dreigt te worden. Gebruikers krijgen een steeds sterkere onderhandelingspositie. Huurvrije perioden van 2 jaar zijn niet ongewoon. Binnen Inverdan staat bijna 31.000 m2 leeg. Dit is bijna 24% van de voorraad in Inverdan. Het leegstandscijfer ligt hiermee boven dat van heel Zaanstad. Aan de westkant (16.000 m2) staat iets meer leeg dan aan de oostkant van het spoor. Maar waar het aanbod aan de oostkant nog kansrijk is – het betreft onder meer verhuurbare ruimte in de Icoon en Zaanse Golf – vormt die aan de westkant een probleem. Het gaat voor een deel om verouderde kantoren (uit het tijdvak 1985-1995) met een minder goede autobereikbaarheid. Een deel van deze voorraad dreigt incourant te worden, waardoor transformatie een optie is. Aan de andere kant van het spoor is de leegstand voornamelijk te vinden in de Saentower en de Stationsstraat. Buiten Inverdan is de meeste leegstand op bedrijventerrein Molletjesveer. Hier staat ruim 6.800 m2 aan kantoren leeg. Ook Westerspoor-zuid kent met 4300 m2 forse leegstand. In totaal staat op de bedrijventerreinen 13.670 m2 kantoorruim-

te leeg. Op de binnenstedelijke terreinen staat bijna 5.000 m2 leeg. Dit betreft voornamelijk het Honigkantoor (3500 m2). Het grootste pand dat leeg staat is het voormalig PWZ Achmea kantoor op het Ebbehout (7.100m2). Een ander groot kantoor dat aan de westkant van het spoor leeg staat is dat van KPN. Ook de panden van PWN, NUON en ING (De Weer, Zaandam) beslaan aanzienlijke oppervlaktes. Maar hier ligt functiewijziging voor de hand. Zo wordt voor het PWN terrein nagedacht over een alternatieve bestemming. Ook is het zeer twijfelachtig of de voormalige panden van ING en NUON hun kantoorfunctie behouden. Dit zet echter gelijk de leegstand in een iets anders perspectief. Een deel van de leegstaande panden zal uit de markt worden genomen en niet in het aanbod terugkeren. Bovendien kennen de bedrijventerreinen een hoge leegstand. Voor een deel zijn
Figuur 8.5: Aanbod van kantoren naar grootteklassen in Zaanstad in 2005
13% 13%

1955 - 1960

1960 - 1965

1995 - 2000

1950 - 1955

1970 - 1975

2004 2005

kantorenlocatie ondergraven. In feite ondersteunt dit alles ook de conclusie dat Zaanstad onvoldoende uitgesproken kantoorlocaties kent. Alleen Inverdan en, in mindere mate, Zilverland hebben deze functie. Verder zijn er natuurlijk nog de kantoren langs de Zaan. Meer differentiatie in het aanbod is wenselijk. Leegstand Momenteel staat er circa 70.000 m2 bvo aan kantoren leeg in Zaanstad. Dit is bijna 21% van de voorraad. Een jaar eerder stond bijna 40.000 m2, bijna 12% leeg. Hiermee volgt Zaanstad de ontwikkeling in de regio van snel oplopende leegstand. Vooral het wegtrekken van enkele grote kantoorgebruikers (KPN, PWN, PWZAchmea) heeft hierbij een rol gespeeld. Zaanstad heeft een hogere leegstand dan landelijk het geval is, maar ligt wel ongeveer op het gemiddelde van de leegstand in de regio. Net iets meer dan de helft van de voorraad staat minder dan een jaar leeg. Er staat ruim 33.000 m2 langer dan een jaar leeg.
46

1965 - 1970

Wanneer een kantoor langer dan drie jaar leeg staat kan het als incourant worden bestempeld. Naar schatting betreft dit de helft van de leegstaande kantoren (Buiten, 2004). Het is helaas niet mogelijk vergelijkingen met leegstandcijfers uit het verleden te maken. Er zijn alleen cijfers voor 2004 en 2005 beschikbaar (peildatum 1 januari). Eerdere leegstandcijfers die zijn gepubliceerd hebben de WOZ als bron. Deze meet de administratieve leegstand. Een pand dat in werkelijkheid leeg staat kan in de WOZ nog met gebruiker vermeld staan in het geval het gebruikersdeel van de belasting nog betaald wordt. Het lijkt aannemelijk dat de leegstand op basis van WOZ achterloopt bij die op basis van veldopname. Vooral kantoren gebouwd aan het eind van de jaren tachtig kennen een hoge leegstand (figuur 8.4). Kantoren gebouwd in deze periode zijn dus weinig populair bij gebruikers. Voorbeelden van kantoren uit deze periode zijn het NUON en PWN kan-

1975 - 1980

1980 - 1985

1985 - 1990

1990 - 1995

2000 - 2005

tot 1950

0

7%

13%

29%

25% 0 - 250 250 - 500 500 - 1000 1000 - 2500 2500 - 5000 5000 - 10000

47

deze hier oneigenlijk gevestigd. Ook dit nuanceert de hoge leegstand. Aanbod Het aanbod van kantoren is niet per definitie gelijk aan de leegstand. Een deel van de leegstaande kantoren is minder courant en verdwijnt uit het aanbod. Functiewijziging ligt hierbij voor de hand. Het hierboven genoemde NUON-kantoor is hier een voorbeeld van. Ook is er aanbod van kantoren waar nog een gebruiker in zit. Tenslotte kan het zijn dat er in het aanbod kantoren zitten die nog niet in de voorraad zijn opgenomen. Uiteraard zitten deze ook niet in de leegstand. In het voorjaar van 2005 bedraagt het aanbod in Zaanstad ruim 55.000 m2 22. In vergelijking met eind 2003 een stijging van ruim 4,5%. De aanbod-opname ratio bedraagt hierdoor 6,7. In 2003 was deze 4,6 23. Deze toename geeft aan dat de marktsituatie is verslechterd. In een gezonde marktsituatie bedraagt de ratio 2. Ervan uitgaande dat de helft van het aanbod incourant is, en de ratio hierdoor halveert, blijft zij hier evengoed nog boven liggen. Er is dus sprake van een ruime markt. Ook blijft de Zaanse aanbod-opname ratio boven die van Nederland, die immers 3,8 bedraagt (paragraaf 8.1). Het aanbod is geconcentreerd in de grootteklassen 1.000-2.500 m2 en 500-1.000 m2 (figuur 8.5) In de grootteklasse 250-500 m2 is weinig aanbod. Juist kantoren van deze omvang zijn interessant voor doorstartende bedrijven. Vaak beginnen mensen een bedrijf aan

huis en zoeken bij groei meer formele bedrijfsruimte van deze omvang. Tekort aan passende bedrijfsruimte wordt door deze groep vaak als knelpunt genoemd. Het grootste kantoor in het aanbod betreft het voormalig pand van Achmea dat ruim 7100 m2 beslaat. Ook het PWN kantoor staat bij de makelaars in het aanbod, terwijl de gemeente nog nadenkt over een bestemming van het terrein. Omzetting naar een andere werkfunctie ligt hierbij voor de hand. De prijzen in het centrum Zaandam variëren van D 100 tot D 140. De prijzen op bedrijventerreinen liggen lager. Hier zijn prijzen van D 60 à D 70 gewoon. De prijzen van Zaanstad liggen onder het gemiddelde prijsniveau van groot Amsterdam, dat D 190 bedraagt. Zaanstad ligt met haar huurprijsniveau ook onder dat van Sloterdijk (D 175) en ongeveer gelijk met Alkmaar. Het aanbod is geconcentreerd in Zaandam, maar ook in Wormerveer wordt veel kantoorruimte aangeboden. In beide plaatsen bevindt een belangrijk deel van het aanbod zich op de bedrijventerreinen. Samen beslaat het ruim 13.000 m2, bijna een kwart van het totale aanbod. Inverdan neemt bijna 1/3 van het aanbod voor haar rekening. 8.3 Vooruitblik De Zaanse kantorenmarkt wordt gekenmerkt door een hoge leegstand. Hiermee volgt het de ontwikkeling die in de regio gaande is. Dit werpt gelijk de vraag op hoe om te gaan met leegstaande kantoren en nieuwbouwontwikkeling.

Kantoren raken steeds sneller verouderd. Zo leert de ervaring in Haarlemmermeer dat kantoren uit de jaren negentig door de markt al als verouderd worden beschouwd. Tegelijk blijft er behoefte aan kwalitatief goede kantoren die goed bereikbaar zijn en ruime parkeervoorzieningen hebben. Door uitblijven nieuwbouw en achterlaten van kantoorruimte van mindere kwaliteit voldoet 15% van het aanbod niet meer aan de wensen en eisen van de moderne kantoorgebruiker (DTZ Zadelhoff, 2005). Goed kantooraanbod op een goed bereikbare locatie met voldoende parkeerruimte is schaars geworden. Deze ontwikkelingen nopen tot het maken van realistische keuzes op het gebied van kantoorbeleid. Onttrekking van kantoren aan de voorraad kan bijdragen aan het herstel van de markt. In ieder geval dient een deel van het incourante aanbod van de markt worden gehaald. Dit kan door herontwikkeling van de panden, omzetten naar woningen of sloop. Maar vaak hebben de panden nog een te hoge boekwaarde. Dit vormt in combinatie met de grote investeringen een obstakel voor transformatie naar andere functies. De opbrengsten zijn dan waarschijnlijk niet voldoende om de investeringen terug te verdienen. Omzetten op korte termijn naar bijvoorbeeld woonfuncties is daardoor vaak minder eenvoudig dan wel eens wordt aangenomen. Dit wordt vooral moeilijk als een kantoor op een zodanige locatie gevestigd is dat andere functies moeilijk zijn te realiseren. Opvallend in Zaanstad is dat kantoorhoudende functies op bedrijventerreinen een veel voorkomend fenomeen is. Kantoorruimte op bedrijventerreinen is goedkoper dan op kantoorlocaties. Bovendien zijn er soepelere parkeernormen.

Met kantoorruimte op bedrijventerreinen moet voorzichtig worden omgegaan. Voor kantoorachtige bedrijvigheid (tot 70%) kunnen bepaalde locaties op verschillende terreinen worden aangewezen. Zuivere kantoorfuncties op bedrijventerreinen zijn ongewenst. Zo lekt kantoorwerkgelegenheid weg naar de bedrijventerreinen. Hiermee wordt de positie van Inverdan als kantorenlocatie ondergraven. Bovendien werkt het een inefficiënt gebruik van ruimte in de hand. Bedrijventerreinen zijn immers bedoeld voor het herbergen van activiteiten met hoge milieucategorieën. Een strikter handhavingsbeleid ten aanzien van kantoren op bedrijventerreinen kan het probleem verlichten. Hiermee worden kantoren op oneigenlijke locaties aan de voorraad onttrokken. De ontwikkelingen zetten ook een rem op de nieuwbouw van kantoren. Het komt steeds minder voor dat kantoren in aanbouw worden genomen zonder dat er een gebruiker bekend is. Toch blijft er behoefte aan hoogwaardige kantoren. Deze zijn nog steeds schaars. Hierbij zijn vooral een goede bereikbaarheid en ruime parkeernormen van belang. Inverdan kan zich hiermee profileren. Bij het aantrekken van de kantorenmarkt worden juist dit soort kantoren het eerst in gebruik genomen. Ondanks het feit dat het diepste dal achter de rug lijkt zal het naar verwachting tot 2010 duren voor weer sprake is van een gezonde markt. De weg naar een normale frictieleegstand van 5-7% is nog lang. Sneller evenwicht kan ondersteund worden door gerichte promotie en acquisitie. Om hierin te slagen zijn hoogwaardige vestigingsmogelijkheden in Zaanstad van belang, waarbij het aanbod aansluit op de vraag.
49

22 Bron zijn de sites van verschillende makelaars. Niet altijd staat het complete aanbod op de site vermeld, zodat het

werkelijke aanbod hoger kan liggen.
23 In de structuurvisie staat het onjuiste cijfer van 9,5 genoemd.

48

Hoofdstuk 9 Besluit
2004 was geen goed jaar voor de Zaanse economie. Vooral door het wegvallen van enkele grote bedrijven liep de werkgelegenheid fors terug. Hier tegenover staat dat het bruto regionaal product in 2004 is toegenomen. Er wordt dus meer waarde gecreëerd met minder mensen. Dit betekent een toename in productiviteit van de werknemers. Als de economische groei doorzet, kan de werkgelegenheid hier ook van profiteren. De werkgelegenheidsgroei in Zaanstad loopt echter structureel achter bij die van Nederland. Oorzaak is de productiestructuur van de Zaanse economie. Er is een oververtegenwoordiging van kapitaalintensieve branches. Echte groeisectoren zijn onvoldoende aanwezig. Binnen de industrie is er weinig nieuwe bedrijvigheid en is Zaanstad slecht vertegenwoordigd in de meer moderne kleinschalige industrieën. Deze voeren vaker vernieuwingen door en herbergen meer groeipotentieel. Tevens loopt Zaanstad achter wat betreft de aanwezigheid van creatieve bedrijvigheid, ook een sector die groeimogelijkheden biedt. In de toekomst wil Zaanstad ruimte bieden voor dit soort bedrijvigheid. Positief is de ontwikkeling van het aantal starters en de positieve migratiebalans. Deze toestroom aan bedrijvigheid heeft (nog) niet geleid tot een aanzienlijk werkgelegenheidseffect. Qua werkgelegenheid wordt het beeld in 2005 waarschijnlijk iets minder negatief. De zorg om de structurele werkgelegenheidsontwikkeling blijft. Om het beeld hiervan te veranderen is een wijziging in de productiestructuur noodzakelijk. Dit vergt een inspanning voor de lange termijn. Met onder andere de ontwikkeling van Inverdan, HoogTij en het Hembrugterrein
51

wordt deze uitdaging opgepakt. Hiernaast zullen de persoonlijke dienstverlening en zorg kansen opleveren. In de toekomst is er sprake van een toenemende vergrijzing, zodat de vraag naar zorg groeit. Persoonlijke dienstverlening is plaatsgebonden en dus niet onderhevig aan verplaatsing van activiteiten.

Geraadpleegde bronnen Buiten, 2004: Structuurvisie kantorenmarkt Zaanstad Centraal Bureau voor de Statistiek Statline. Centraal Plan Bureau, 2004: Macro Economische Verkenningen 2005. DRO, 2004: De Amsterdamse kantorenmarkt 2004. DTZ Zadelhoff, 2005: Cijfers in perspectief. De Nederlandse markt voor commercieel vastgoed in 2005. Dynamis, 2005: Sprekende cijfers. Gemeente Zaanstad Vestigingenregister, verschillende jaargangen. Kamer van Koophandel Mutatiebalansen Zaanstad en Nederland 1996-2004. Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid Zuidelijk Noord-Holland Regionale Arbeidsmarktmonitor Zuidelijk Noord-Holland december 2004. Stichting Economisch Onderzoek AEV-database. TNO, 2004: de creatieve industrie in Amsterdam en de regio. Vastgoedmarkt verschillende nummers 2004 en januari 2005.

Bijlage 1
Tabel B 1.1: Langetermijnontwikkeling werkgelegenheid naar sector in Zaanstad Werkzame personen 12 uur of meer 1980 Bedrijfsklasse Landbouw Voeding en genotsmiddelen Textielindustrie Hout/meubelindustrie Papier/grafische industrie Chemische industrie Metaal/electro/transportmid. Overige industrie Openbare nutsbedrijven Totaal industrie Bouwnijverheid Groothandel Detailhandel Horeca en recreatie Reparatiebedrijven Handel, Horeca, Reparatie Vervoer en communicatie Bank en verzekeringswezen Zakelijke diensten Verv., Comm., Fin. en Zak. dvl. Onderwijs Openbaar bestuur Gezondheidszorg en maatschappelijke diensten Overige diensten Non-Profit Totaal diensten* Code onbekend Totaal 393 5156 1273 1990 1822 1068 5062 378 520 17629 4235 3042 4444 762 n.b. 8248 1778 1324 2987 6089 2226 1082 4208 1101 8617 22954 0 44851 364 4215 1092 1090 618 844 4766 365 550 14581 3671 2784 3878 800 n.b. 7462 1884 1417 3238 6539 2304 1039 4592 1105 9040 23943 0 41657 330 3894 1264 969 1805 1095 4117 626 365 14135 3921 3366 4046 738 759 8909 2050 1170 4437 7657 2411 1422 5024 1450 10307 26873 0 45259 389 3660 1137 770 1689 1024 2848 763 368 12259 4387 3540 4064 1096 608 9308 1995 2075 4012 8082 2530 1744 5120 2137 11531 28921 0 45956 459 3082 1069 610 1765 1063 2644 544 410 11187 4936 3029 4569 1186 562 9346 3546 2604 6600 12750 3281 2593 6106 1744 13724 35063 3 52402 512 2694 940 424 1430 980 1960 554 125 9107 5250 3231 4802 1356 587 9976 2763 2312 5569 10644 3673 2816 5530 2157 14176 34796 0 49665
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

1985

1990

1995

2000

2004

n.b. In 1980 en 1985 vielen de reparatiebedrijven onder detailhandel en zakelijke diensten. Cijfers voor 1980 wijken af van de vorige editie van Werken langs de Zaan. Hier zijn abusievelijk werkgelegenheidscijfers voor de Zaanstreek in opgenomen. * Totaal diensten: is een optelling van de sectoren Handel, Horeca, Reparatie; Verv., Comm., Fin. en Zak. dvl en Non-Profit.

52

53

Bijlage 2
Tabel B 2.1: Werkgelegenheidsontwikkeling naar branche in Zaanstad, 2002-2004 SBI 1 2 14 15 17 18 19 20 21 22 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 40 41 45 50 51 52 55 60 61 63 64 65 66 67 70 Branche Land- en tuinbouw Bosbouw Winning van zand, grind, klei, zout e.d. Verv. van voedingsmiddelen en dranken Verv. van textiel Verv. van kleding; bereiden en verven van bont Verv. van leer en lederwaren Houtindustrie Verv. van papier en karton Uitgeverijen, drukkerijen en reproductie opgenomen media Verv. van chemische producten Verv. van producten van rubber en kunststof Verv. van glas, aardewerk, cement, kalk en gips Verv. van metalen in primaire vorm Verv. van producten van metaal Verv. van machines en apparaten Verv. van kantoormachines en computers Verv. van overige elektrische machines, apparaten Verv. van audio, video en telecomapparatuur Verv. van medische apparaten, precisie- en optische instrumenten, uurwerken Verv. van auto's, aanhangwagens en opleggers Verv. van transportmiddelen (geen auto's) Verv. van meubels en overige goederen Voorbereiding tot recycling Productie en distributie van elektriciteit, aardgas en water Winning en distributie van water Bouwnijverheid Handel en reparatie van auto's, motors; benzinestations Groothandel Detailhandel en reparatie van consumentenartikelen Horeca Vervoer over land Vervoer over water Dienstverlening voor vervoer Post en telecommunicatie Financiële instellingen Verzekeringswezen en pensioenfondsen Financiële beurzen,effectenmakelaars, assurantietussenpersonen Verhuur van handel in onroerend goed 2002 499 7 30 2850 175 42 0 497 648 1095 748 179 83 34 1055 1001 1 488 9 54 22 218 1238 36 1 37 5259 1021 3604 3923 868 1234 58 1450 729 1625 12 290 671 2003 508 7 34 2664 156 98 16 215 492 1093 703 259 60 12 859 1132 1 514 8 87 8 156 1182 171 0 40 5212 1111 3407 4103 918 1217 184 926 755 1351 35 312 652 2004 507 5 28 2848 166 63 0 126 397 1033 811 169 158 11 836 553 1 367 6 126 9 142 1030 58 0 125 5530 1149 3013 4296 876 1254 146 973 425 1229 57 368 638 Branche Advies Facilitair Holdings Totaal 2002 2306 2098 2125 6529 2003 2127 2177 1811 6115 2004 2210 1952 1734 5896 Tabel B 2.2: Uitsplitsing werkgelegenheid in zakelijke diensten in Zaanstad, 2002-2004
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Tabel B 2.1: Vervolg 71 72 73 74 75 80 85 90 91 92 93 Verhuur van transportmiddelen en machines Computerservice- en informatietechnologiebureaus Speur- en ontwikkelingswerk Overige zakelijke dienstverlening Openbaar bestuur, overheidsdiensten, sociale verzekeringen Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Milieudienstverlening Werkgevers-, werknemers-, politieke en ideële organisaties Cultuur, sport, recreatie Overige dienstverlening Totaal 281 869 34 6529 2641 3248 5381 446 157 560 541 52478 310 818 59 6115 2799 3560 5408 436 158 567 623 51511 269 642 64 5896 2659 3673 5159 395 135 611 633 49665

54

55

Bijlage 3
Tabel B 3.1: TNO-definitie creatieve bedrijvigheid naar SBI-code* SBI Code 9231.1 9231.2 9231.3 9232.1 9232.3 9252.1 9252.2 Kunsten Beoefening van podiumkunst Producenten van podiumkunst Beoefening van scheppende kunst Theaters, schouwburgen en concertzalen Dienstverlening voor kunstbeoefening Kunstgalerieën, expositieruimten Musea Media- en entertainment 2211 2212 2213 2214 2215 7481.1 9211.1 9211.2 9220.1 9220.2 9220.3 9213 9234.3 9240 Uitgeverijen van boeken e.d. Uitgeverijen van dagbladen Uitgeverijen van tijdschriften Uitgeverijen van geluidsopnamen Overige uitgeverijen Fotografie Productie van (video)films Ondersteuning (video)filmproductie Omroeporganisaties Productie radio- en tvprogramma’s Ondersteunende activiteiten voor radio en televisie Vertoning van films Overig amusement Pers-, nieuwsbureaus; journalisten Creatieve Zakelijke Dienstverlening 7420.1 7420.2 7440.1 7440.2 7484.5 Architectuur en technisch ontwerp Technisch ontwerp/advies stedenbouw Reclameontwerp- en -adviesbureaus Overige reclamediensten Interieur-, modeontwerpers e.d.

* zie voor toelichting op SBI: www.cbs.nl/standaarden/classificaties/sbi/index.htm.

56