EOW DIENST STAD

Werken langs de Zaan 2003

Werken langs de Zaan 2003

Voorwoord

Zaanstad is het waard om door te zetten
Maar er moet meer gebeuren om deze ambitie waar te maken. Heel belangrijk is het stimuleren van netto 10.000 banen erbij. Een intentie die onze gemeenteraad twee jaar geleden al heeft uitgesproken, op een moment dat de werkloosheid nog niet verontrustend was. Nu verkeren we in ander economisch tij en zijn stimulerende initiatieven nóg harder nodig. Dat blijkt ook uit deze publicatie. De cijfers op het gebied van bijvoorbeeld werkgelegenheid, de in- en uitgaande pendel en de bedrijvendynamiek laten zien dat we er alles aan moeten doen om de komende jaren een economische ontwikkeling te stimuleren die tegen de heersende, neerwaartse trend ingaat. De cijfers in deze publicatie vragen om een indringende discussie over de vraag welke initiatieven met name nodig zijn om een goed investeringsklimaat te scheppen. Een klimaat dat het mogelijk maakt om een eigentijdse invulling te geven aan het van oudsher sociale karakter van onze streek en haar specifiek kleurrijke identiteit. Zaanstad is het waard dat wij samen doorzetten.

Zaanstad kent een lange industriële geschiedenis. De ligging langs de Zaan heeft dit gebied van oudsher een voorsprong gegeven: een natuurlijke infrastructuur als bron en aanjager van economische activiteiten. De traditionele bedrijvigheid is echter goeddeels verdwenen. Onze samenleving kent vandaag de dag totaal andere netwerkstructuren. Werken, wonen en recreëren zijn op tal van plaatsen drastisch uit elkaar getrokken. Dat is echter niet de weg die we in Zaanstad gaan. Wij willen geen éénzijdige forensenstad met een schrale monocultuur. Wij willen – in de beste Zaanse traditie – een woon-werkgebied met diversiteit, vitaliteit en kwaliteit. Zowel in de stad als in de dorpen waaruit ons rijk geschakeerde grondgebied bestaat. Deze ambitie stelt ons niet voor gemakkelijke opgaven. Initiatieven zijn genomen en uitgevoerd, zoals nieuwe bedrijventerreinen, de tweede Coentunnel, beter en hoger onderwijs, woningbouw ook voor de middengroepen, de ontwikkeling naar een sfeervol en aantrekkelijk stadscentrum, culturele voorzieningen en activiteiten, monumenten en natuurontwikkeling. Allemaal initiatieven die bijdragen aan een gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en vrijetijdstad. Daarmee doet Zaanstad in de grote regio rond Amsterdam een echt onderscheidend aanbod.

Ruud Vreeman Burgemeester van Zaanstad

Inhoudsopgave
7 9 Inleiding Hoofdstuk 1 Economische ontwikkeling van de Zaanstreek 1.1 Nederland en de wereldeconomie 1.2 De ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de Zaanstreek 1.3 De export Hoofdstuk 2 De ontwikkeling van de werkgelegenheid in Zaanstad 2.1 De langetermijnontwikkeling van Zaanstad 2.2 Vergelijking met Nederland 2.3 Ontwikkeling binnen de bedrijfstakken 2.4 Blik vooruit Hoofdstuk 3 Bedrijvendynamiek 3.1 Starters 3.2 De migratiebalans 3.3 Opheffingen Hoofdstuk 4 De pendel 4.1 De inkomende pendel van de Zaanstreek 4.2 De uitgaande pendel van de Zaanstreek Hoofdstuk 5 De bedrijfslocaties 5.1 De bedrijventerreinen 5.2 Binnenstedelijke bedrijfslocaties 5.3 Inverdan Hoofdstuk 6 Clusters 6.1 Het creatieve cluster 6.2 Het informatiegeoriënteerde cluster 6.3 Het haven-industrieel cluster Hoofdstuk 7 Conclusie Bijlages Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

13

19

25

29

35

39 42

Langetermijnontwikkeling werkgelegenheid naar sector Werkgelegenheidsontwikkeling naar branche op BIK-2 niveau, 1999-2003 Werkgelegenheid per bedrijventerrein in1999 en 2003 Werkgelegenheid per binnenstedelijke bedrijfslocatie in 1999 en 2003 Activiteiten vallend onder het creatieve cluster Activiteiten vallend onder het informatiegeoriënteerde cluster

Inleiding
Met deze publicatie wordt de traditie van het uitbrengen van Werken langs de Zaan weer opgepakt. Werken langs de Zaan 2003 biedt inzicht in de economische situatie van Zaanstad en de Zaanstreek. Vergeleken met vorige edities zijn er wijzigingen opgetreden, getracht is nieuwe ontwikkelingen mee te nemen. Een voorbeeld hiervan zijn de clusters uit hoofdstuk 6. Wel is er naar gestreefd voldoende aansluiting te vinden bij vorige edities van Werken langs de Zaan, zodat een vergelijking door de tijd heen mogelijk is. De gebruikte gegevens komen hoofdzakelijk uit het vestigingenregister van de gemeente Zaanstad. Gegevens van het CBS, Kamer van Koophandel en AEVDatabank zijn als belangrijkste andere bronnen gebruikt. Dit heeft in enkele gevallen tot gevolg dat de Zaanstreek als uitgangspunt is genomen, aangezien dit het meest gedetailleerde niveau is waarop gegevens worden gepubliceerd. Ook heeft dit tot gevolg dat de cijfers in sommige gevallen enigszins gedateerd zijn. Het CBS publiceert cijfers op regionaal niveau vaak met 2 jaar vertraging. Bij de werkgelegenheid is uitgegaan van banen van minimaal 12 uur in de week, dit is de definitie die het CBS hanteert. Bij de vergelijking van de werkgelegenheid tussen de branches is 1999 als vergelijkingsjaar genomen. Voor eerdere jaren is dergelijke gedetailleerde informatie nog niet beschikbaar. Binnenkort zijn dergelijke gegevens beschikbaar voor de jaren 1996-1998. Hoofdstuk 1 geeft een eerste economisch beeld van de Zaanstreek op basis van gegevens over productie en export. In hoofdstuk 2 komt de werkgelegenheidsontwikkeling van Zaanstad aan de orde. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de Zaanse bedrijvendynamiek, terwijl hoofdstuk 4 de pendel van de Zaanstreek beschrijft. In hoofdstuk 5 worden de Zaanse bedrijfslocaties onder de loep genomen. Hoofdstuk 6 heeft clusters als onderwerp, deze materie staat sinds de jaren negentig sterk in de belangstelling. De besproken clusters, te weten het haven-industriële, het informatie-georiënteerde en het creatieve cluster, omvatten grotendeels de doelgroepen zoals genoemd in de gemeentelijke economische visie. Het geheel wordt in hoofdstuk 7 afgesloten met enkele highlights en conclusies.

J.M. Nijman Economische ontwikkeling en werkgelegenheid Februari 2004

7

Hoofdstuk 1 Economische ontwikkeling van de Zaanstreek
1.1 Nederland en de wereldeconomie Na perioden van hoge economische groei aan het eind van de jaren negentig en een sterke terugval in de jaren erna gaat het Centraal Plan Bureau (CPB) in de Macro Economische Verkenningen 2004 uit van een voorzichtig herstel van de wereldeconomie. Het slechte economische klimaat van de afgelopen jaren kende een aantal oorzaken. Onzekere internationale politieke ontwikkelingen, de naweeën van al te uitbundig investeringen in tijden van hoogconjunctuur, de nodige boekhoudschandalen, de dreiging van dalende huizenprijzen en aandelenkoersen en overheidsbezuinigingen: allen hadden in meer of mindere mate hun invloed. Dit leidde tot een afname van consumenten en producentenvertrouwen, en hierdoor een afwachtende houding van consument en producent. Deze factoren verliezen langzaam aan kracht, waardoor herstel kan optreden (AEV 2003). Zoals gebruikelijk fungeren de Verenigde Staten (VS) hierbij als locomotief voor de rest van de wereld. Door het laten oplopen van het begrotingstekort vindt stimulering van de economie plaats. Dit herstel lijkt robuust, aangezien het gedragen wordt door een stijging van de particuliere consumptie (in plaats van overheidsconsumptie) en toegenomen investeringen door het bedrijfsleven. Het eurogebied loopt duidelijk achter bij de VS. Oorzaken zijn onder meer de sterke positie van de euro ten opzichte van de dollar, hetgeen nadelig is voor de export, en een stringenter budgettair beleid van de overheden. Het CPB verwacht dat Nederland profiteert van de aantrekkende wereldeconomie: in 2004 zal er sprake zijn van lichte groei, na een verwachtte nulgroei in 2003. De situatie op de arbeidsmarkt blijft vooralsnog zorgelijk. De werkloosheid stijgt snel, terwijl het aantal vacatures dalende is. Tegelijk neemt het aantal faillissementen toe. Bovendien is er sprake van bezuinigingen in de collectieve sector. Aangezien de werkgelegenheid met vertraging op de economische groei reageert (bedrijven zitten met overtollig personeel en voorraden en nemen bij het aantrekken van de vraag dus nog geen nieuwe mensen aan) is voorlopig nog geen herstel van de werkgelegenheid te verwachten. 1.2 De ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de Zaanstreek In figuur 1.1 wordt de economische groei van de Zaanstreek, het laagste niveau waarvoor gegevens beschikbaar zijn, afgezet tegen die van Nederland. Het betreft hier de volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde1. Ofwel het bruto regionaal product.
Figuur 1.1: Jaarlijkse economische groei Zaanstreek en Nederland
4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5
Bron: CBS

1,0 0,5 0,0 1998 1999 2000 2001 2002

Zaanstreek Nederland

1 Het gaat hier om veranderingen in hoeveelheid en kwaliteit van de geproduceerde minus de verbruikte goederen en

diensten. 9

Duidelijk is dat de Zaanse economie in tijden van hoogconjunctuur minder gegroeid is dan de Nederlandse economie als geheel. In 2001 en 2002 is de economie in de Zaanstreek daarentegen harder gegroeid dan de Nederlandse. De groeipercentages bedragen respectievelijk 1,4 en 1,6% tegenover 1,3 en 0,3% voor Nederland als geheel. Waarschijnlijk wordt de Zaanstreek minder hard getroffen in tijden van economische neergang aangezien de economie, onder meer door de dominante aanwezigheid van de voedingsmiddelenindustrie, relatief minder gevoelig is voor de conjunctuur. Ook is de Zaanstreek minder getroffen door de instorting van de ICT-sector (Informatie, Communicatie en Technologie), aangezien die hier niet in sterke mate vertegenwoordigd is. Hier tegenover staat dat de Zaanse economie minder profiteert in tijden van economische voorspoed. De Zaanse economie kent over het algemeen lagere pieken en dalen dan de totale Nederlandse economie. De Zaanse industrie presteert structureel onder het niveau van de Nederlandse industrie als geheel, zie figuur 1.2.
Figuur 1.2: Ontwikkeling toegevoegde waarde van de industrie in de Zaanstreek en Nederland 1998-2001
6 4 2 0

Met uitzondering van het jaar 2000 is er sprake van een negatieve groei van de industrie in de Zaanstreek. Bovendien presteert zij in alle jaren onder het Nederlandse niveau. Dit kan te maken hebben met de samenstelling van de Zaanse industrie. Met branches als voedingsmiddelen en metaalproducten zijn vooral de traditionele sectoren goed vertegenwoordigd. In de voedingsmiddelenindustrie is de toegevoegde waarde terug gelopen door onder andere de verplaatsing van een deel van de productie van Verkade naar Amsterdam en de opheffing van Marvelo, de productievestiging van Albert Heijn. Meer moderne industrieën, met groeipotentieel als vervaardiging van computers, telecom, optica en medische apparatuur zijn in de Zaanstreek minder goed vertegenwoordigd. Juist in deze branches zijn vaak specialistische toeleveranciers te vinden die een hoge toegevoegde waarde genereren. De zakelijke diensten zijn een groeisector bij uitstek, zie figuur 1.3; in alle jaren is er sprake van groei van de toegevoegde waarde.
Figuur 1.3: Ontwikkeling toegevoegde waarde van de zakelijke diensten in de Zaanstreek en Nederland 1998-2001
10 9 8 7 6 5 4 3

-2 -4 -6 -8
Bron: CBS

-12 -14 1998 1999 2000 2001

1 0 1998 1999 2000 2001

Zaanstreek Nederland 10

Zaanstreek Nederland

Bron: CBS

-10

2

Opvallend is dat het groeipatroon van de zakelijke diensten in de Zaanstreek een veel grilliger patroon kent dan dat van Nederland. De oorzaak is waarschijnlijk grotendeels van statistische aard: op het niveau van de Zaanstreek zijn er veel minder waarnemingen dan op nationaal niveau, en is er dus eerder sprake van uitschieters in de groeicijfers. Immers, ook in de industrie zien wij een grilliger patroon dan dat landelijk het geval is. De hoge groei in 1999 is waarschijnlijk een inhaalslag geweest: de Zaanstreek heeft vergeleken met de rest van Nederland, de uitbundige groei van de zakelijke diensten vrij laat opgepakt. Ook het feit dat een aantal industriële bedrijven in activiteitencode naar de zakelijke dienstverlening is overgegaan heeft hier een rol gespeeld. 1.3 De export Na forse groei aan het eind van de jaren negentig, is er de laatste jaren sprake van een magere ontwikkeling op het gebied van de export. Na, in absolute zin, een top te hebben bereikt in 1999 (D 1.547 miljoen) is de export na een tijdelijke teruggang bijna terug op dit recordniveau (cijfer 2002 D 1.540 miljoen).

Figuur 1.4: Jaarlijkse procentuele groei van de export in de Zaanstreek in miljoenen euro’s in constante prijzen
12 10 8 6 4
Bron: AEV-Databank

2 0 -2 -4 -6 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002

De voedingsmiddelenindustrie is in sterke mate bepalend voor de export, in 2002 bedroeg haar aandeel in de totale export 54,5%. Hierna volgt de groothandel met 13,5%. Dit betekent tegelijk dat de exportstructuur zeer kwetsbaar is. Andere branches dan de voedingsmiddelenindustrie en groothandel exporteren slechts marginaal. Bovendien neemt de afhankelijkheid van de voedingsmiddelenindustrie alleen nog maar toe, in 1995 bedroeg het aandeel van deze branche in de totale uitvoer nog 47,5%.

11

Hoofdstuk 2 De ontwikkeling van de werkgelegenheid in Zaanstad
In dit hoofdstuk komt de werkgelegenheidsontwikkeling in Zaanstad aan bod. Tevens wordt gekeken hoe deze zich verhoudt tot de Nederlandse situatie. 2.1 De langetermijnontwikkeling van Zaanstad In figuur 2.1 wordt de ontwikkeling van de werkgelegenheid, verdeeld over de verschillende sectoren sinds 1980 weergegeven2. In deze periode is de werkgelegenheid gestegen van 47.379 arbeidsplaatsen in 1980 tot 51.511 in 2003. Het betreft hier arbeidsplaatsen van minimaal 12 uur per week, hiermee wordt aangesloten bij de definitie van het CBS.
Figuur 2.1: De werkgelegenheidsontwikkeling in Zaanstad naar sectoren 1980-2003
20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 1980 1985 1990 1995 2000 2003
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

van bijna 40% in 1980 naar ruim 19% in 2003. In de andere sectoren is het aandeel in de totale werkgelegenheid licht toegenomen. De daling van de werkgelegenheid in de industrie is, ook in absolute zin, structureel. Eén van de oorzaken is verplaatsing van de productie naar lagelonenlanden. Maar ook is de productiviteit in de industrie toegenomen. Zo heeft de voedingsmiddelenindustrie zich tot zeer kapitaalintensief ontwikkeld, hetgeen betekent dat er voor een gegeven productieniveau minder werknemers nodig zijn. Ook heeft de industrie in toenemende mate taken afgestoten. De sector legt zich steeds meer toe op haar corebusiness. De daling van de werkgelegenheid in de industrie vertaalt zich deels door naar een stijging van de werkgelegenheid in de facilitaire diensten (zakelijke dienstverlening). Tot slot speelt een administratieve kwestie een rol: nogal wat industriële bedrijven zijn overgegaan naar de zakelijke dienstverlening. Zij staan bijvoorbeeld bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als technisch ontwerp, terwijl ze hetzelfde werk doen als voorheen, toen zij nog onder de industrie vielen. De bouwsector, sterk vertegenwoordigd in Zaanstad, maakt een positieve, stabiele ontwikkeling door nadat er in de jaren tachtig sprake was van een lichte terugval. De bouwsector kent traditioneel veel starters, in 2000 en 2001 echter ook veel faillissementen. Na een negatieve ontwikkeling in het begin van de jaren tachtig, zit de sector handel en

Industrie Overige diensten Handel en Horeca

Zakelijke diensten Bouw

Zaanstad wordt steeds meer een dienstenstad. Het aandeel van de dienstensector in de totale werkgelegenheid is toegenomen van 30% in 1980 tot ruim 45% nu. Tegelijk is het aandeel van de industrie gehalveerd:
2 De landbouw wordt hier buiten beschouwing gelaten.

13

horeca in de lift. Dit vindt onder meer zijn oorzaak in het fors gegroeide winkelaanbod in Zaanstad. Het betreft hier overigens grotendeels perifere detailhandellocaties, te weten Zuiderhout en Noorderveld. Hiernaast is ‘leisure’ een snelgroeiende branche. Het positieve beeld dat de detailhandel laat zien is grotendeels te verklaren uit de ruimere openingstijden die in deze sector gelden. Ook de instelling van koopzondagen heeft een positief effect op deze sector. De zakelijke diensten zijn in de periode vanaf 1980 de snelst groeiende sector. Hiermee volgt Zaanstad de algemene trend: de dienstverlening als groeisector bij uitstek in de afgelopen twintig jaar. De facilitaire diensten (schoonmaak, beveiliging, uitzendbureaus etc.) hebben geprofiteerd van het afstoten van taken van de industrie. Ook hebben de adviesdiensten een forse groei doorgemaakt. Zij blijven echter ondervertegenwoordigd in vergelijking met andere grote steden. Na 2000 laat de grafiek een scherpe afname zien in de werkgelegenheid van de zakelijke diensten. Dit wordt veroorzaakt door het economisch klimaat, een teruglopende conjunctuur vanaf 2001, en een neerwaartse correctie van de cijfers3. Overigens is opvallend dat vooral de adviesdiensten zijn getroffen door de negatieve conjunctuur, terwijl de facilitaire diensten hier redelijk immuun voor blijken. Dit kan te maken hebben met het feit dat industriële bedrijven in dergelijke perioden, uit kostenoverwegingen eerder geneigd zijn activiteiten uit te besteden. Ook zijn dit ‘basale’ diensten (schoonmaak, beveiliging) waar minder snel op bezuinigd wordt dan

op de meer luxe diensten (adviesdiensten). De sector overige diensten, het betreft hier voornamelijk niet-commerciële diensten, groeit gestaag. Enerzijds is dit het gevolg van een natuurwet: de productiviteit in de overheidssector is lager dan die in de marktsector4. Dit heeft tot gevolg dat de werkgelegenheid bij een gegeven productieniveau hier hoger is. Na de conjuncturele terugval is de overige dienstverlening een van de weinige sectoren met een groeiende werkgelegenheid. Dit is een effect van overheidsinvesteringen, de kurk waarop de werkgelegenheidsontwikkeling momenteel drijft. 2.2 Vergelijking met Nederland Vergeleken met Nederland is er in Zaanstad sprake van een oververtegenwoordiging van werkgelegenheid in de industrie en bouw, zie tabel 2.15. De kloof met Nederland wordt minder: kwam in 1993 nog 1/3 van de totale werkgelegenheid voor rekening van de industrie en bouw, tegenover Nederland 1/4, nu zijn deze cijfers respectievelijk 1/4 en 1/5. Verder is er sprake van een lichte oververtegenwoordiging van de commerciële dienstverlening in Zaanstad, deze is zelfs nog toegenomen. Het betreft hier voornamelijk facilitaire diensten.

3 Het gaat hier om een neerwaartse bijstelling van de werkgelegenheid op het hoofdkantoor van Albert Heijn. 4 Dit staat bekend als de wet Baumol. 5 Hier zijn cijfers van het CBS als bron genomen. Er kan een afwijking zijn met cijfers uit het vestigingenregister.

14

Tabel 2.1: Verdeling werkgelegenheid over sectoren Nederland en Zaanstad in %
1993 Zaanstad Landbouw Industrie en Bouw Commerciële dienstverlening Niet-commerciële dienstverlening 0 33 44 23 Nederland 2 25 43 31 1 25 50 24 2001 Zaanstad Nederland 1 20 48 31
Bron: CBS

Op het gebied van de niet-commerciële diensten heeft Zaanstad een forse achterstand onder andere door het ontbreken van een regiofunctie, de voorzieningen zijn voornamelijk gericht op de lokale bevolking. Wel is de achterstand iets kleiner geworden. In alle sectoren, met uitzondering van de landbouw, is de werkgelegenheidsgroei in Zaanstad kleiner geweest dan die van Nederland, zie figuur 2.2. Dit heeft er toe geleid dat de totale werkgelegenheidsgroei fors lager is dan die van Nederland: in de periode 1993-2001 is het groeipercentage voor Nederland 27, terwijl deze voor Zaanstad 17% bedraagt. Alleen in de landbouw kent Zaanstad een hogere groei vergeleken met Nederland. Oorzaak is onder meer de toename van tuincentra op PDV-locaties (Zuiderhout). Maar het gaat in absolute zin om lage aantallen. De werkgelegenheid in de industrie en bouw heeft zich zelfs negatief ontwikkeld, terwijl deze voor Nederland nog een bescheiden groei laat zien. Binnen de industrie heeft Zaanstad qua werkgelegenheid vooral branches met weinig groeipotentieel. Op het gebied van de dienstverlening loopt Zaanstad qua werkgelegenheidsgroei achter op Nederland. Zaanstad heeft minder geprofiteerd van de uitbundige groei van de dienstensector dan Nederland

als totaal. Ook hier speelt een rol dat juist de branches die landelijk gezien een hoge werkgelegenheidsgroei kenden in Zaanstad ondervertegenwoordigd zijn. Het gaat dan voornamelijk om de ICT en de adviesdiensten.
Figuur 2.2: De procentuele groei van de werkgelegenheid in sectoren in Zaanstad en Nederland 1993-2001
60 50 40 30 20 10 0 -10 Niet-commerciële dienstverlening Commerciële dienstverlening Landbouw Industrie en bouw Totaal
Bron: CBS

Zaanstad Nederland

15

2.3 Ontwikkeling binnen de bedrijfstakken Het vestigingenregister biedt de mogelijkheid om sinds 1999 gedetailleerder op de werkgelegenheidsontwikkeling in te gaan. In bijlage 2 staan gegevens over de werkgelegenheid op brancheniveau vermeld, op BIK-2 niveau6. Hier is te zien wat de groeisectoren bij uitstek zijn, maar tevens bedrijfstakken die juist veel werkgelegenheid verloren hebben. Opvallend is dat de hoogste groei is in branches waar het om lage absolute aantallen gaat (leer, recycling, R&D, rubber en kunststof), zodat hier nog niet al te veel conclusies aan kunnen worden verbonden, óf dat de groei het resultaat is van omzetting van activiteiten. Bij het laatste is de branche elektrische machines en apparaten een voorbeeld. De groei van deze bedrijfstak is volledig toe te schrijven aan de vestiging van Fabricom Electrical, hierin zijn bedrijven opgegaan die voorheen onder een andere activiteitencode opereerde. De werkgelegenheid bij de computerservicebureaus die aan het eind van de jaren negentig explosief groeide, neemt inmiddels alweer af. De houtindustrie heeft veel banen verloren, grotendeels een gevolg van de sluiting van Bruynzeel. Van een houtindustrie binnen Zaanstad is amper sprake meer. Ook de bedrijfstak dienstverlening aan vervoer scoort slecht, een gevolg van inkrimping van de werkgelegenheid bij het distributiecentrum van Albert Heijn. De twee dominante branches binnen de industrie, de voedingsmiddelen en metaalproducten, scoren slecht met een werkgelegenheidsafname van respectievelijk 12 en 10% ten opzichte van 1999.

De voedingsmiddelenindustrie verliest al een aantal jaren veel banen. Deze sector is zeer kapitaalintensief. Door procesinnovaties neemt het aantal benodigde werknemers af. De productie groeide tot 1999 jaarlijks, en is na een tijdelijke teruggang weer terug op het niveau van 1999. Dit betekent dat dezelfde productie met minder werknemers tot stand wordt gebracht. De arbeidsproductiviteit is dus gestegen. De voedingsmiddelenbranche is kwetsbaar voor uitbesteding van productie, ook al omdat zij in veel gevallen hun zelfstandigheid hebben verloren. Dit betekent tegelijkertijd dat de functies die hier blijven in het algemeen hoogwaardiger worden. De productiemedewerker van vroeger is nu procesoperator. De afname in de branches verzekeringen en financiële beurzen/assurantietussenpersonen (activiteitencodes 66 en 67) is een gevolg van het opgaan van Avero in PWZAchmea (hiermee is de activiteitencode gewijzigd) én, belangrijker de opheffing van de vestiging van Stad Rotterdam. Hiermee verdwenen in elk van de genoemde branches circa 90 banen. 2.4 Blik vooruit Het is twijfelachtig of er de komende twee jaren sprake zal zijn van groei van de werkgelegenheid. Het herstel van de economie verloopt mondjesmaat. De werkgelegenheidsontwikkeling loopt hierbij dan nog gemiddeld zo’n twee jaar achter. Het is aannemelijk dat de samenstelling van de werkgelegenheid verder zal wijzigen. De industrie zal verder geconfronteerd worden met uitbesteding van productie naar lagelonenlanden. Dit betekent tegelijk dat de industrie die hier blijft tot de hogere segmenten behoort. De industrie wordt een

6 Bedrijfsactiviteiten krijgen een activiteitencode, ook wel aangeduid met BIK-code. Voor analyses volstaat in de meeste

gevallen de eerste twee cijfers van de code, BIK-2. 16

sector waar steeds meer hoger opgeleiden werken. De werkgelegenheid in de zakelijke diensten zal verder toenemen, ook al omdat productiviteitswinsten hier moeilijk te realiseren zijn. De persoonlijke dienstverlening lijkt een sector met groeimogelijkheden vooral als de inkomens zich gunstig ontwikkelen. Mensen zijn dan eerder bereid de deur uit te gaan voor lichaamsverzorging, recreatie etc.. Ook door de vergrijzing zal er een toenemende vraag zijn naar dit soort diensten. In toenemende mate biedt de dienstverlening ook werk voor lager opgeleiden. Terwijl de industrie dus in toenemende mate hoger opgeleiden vraagt, biedt de zakelijke dienstensector, en dan met name de facilitaire diensten, mogelijkheden voor lager opgeleiden. Ook door de vergrijzing komen er kansen voor lager opgeleiden. De vraag naar functies binnen de zorg zal immers toenemen.

17

Hoofdstuk 3 Bedrijvendynamiek
Er treedt dynamiek in de bedrijvigheid op als gevolg van startende ondernemers, inkomende en vertrekkende bedrijven, en opheffingen. Een zekere dynamiek zorgt voor de broodnodige vernieuwing binnen het bedrijfsleven. 3.1 Starters Het jaarlijkse aantal startende ondernemers in Zaanstad is, zoals figuur 3.1 laat zien, sinds 1998 sterk toegenomen. Vooral vanaf 1999 ging het aantal starters snel omhoog. De top werd bereikt in 2001. Het jaar daarna vertoont het aantal starters een daling. Het aantal starters vermindert met 17%. Ook landelijk gezien valt in 2002 een afname van het aantal starters te constateren. Nederland telde in 2001 nog 58.900 starters, een jaar later is dit aantal geslonken met 4.410 bedrijven tot 54.490, ofwel een afname van 7,5%. De verklaring voor deze afname is voor een deel gelegen in het huidige economisch tij.
Figuur 3.1: Starters in Zaanstad in de periode 19962002, absoluut en in % van totale bedrijvigheid
600 500 400 300 200 100 0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Bron: Kamer van Koophandel

In tabel 3.1 is de sectorale verdeling van de starters bekeken. Onder starters wordt hier dan verstaan de bedrijven die tussen 1 januari 2002 en 31 december 2002 zijn

gestart. Zaanstad kent in deze periode vooral veel starters in de sectoren bouw, adviesdiensten en facilitaire diensten. Samen zijn ze goed voor ruim de helft (52%) van het totale aantal startende bedrijven. Ook als het aantal startende bedrijven wordt afgezet tegen het totaal aantal gevestigde bedrijven naar sector levert dit een soortgelijk beeld op. Binnen de branches bouw, adviesdiensten en facilitaire diensten is ruim 1 op de 10 bedrijven een starter. Verder inzoomend op genoemde sectoren blijkt dat binnen de bouw met name bouwspecialismen een populair startersegment is. Maar liefst 71% van de starters binnen de bouw valt binnen deze categorie. Het gaat hier waarschijnlijk in veel gevallen om zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers), die in een bepaald bouwspecialisme (timmeren, schilderen, stukadoren) voor zichzelf begonnen zijn. Voor een deel gaat het hier niet om werkelijk startende ondernemers: nogal wat bouwvakkers verhuren zich aan hun voormalig werkgever. Dit soort constructies heeft voornamelijk fiscale motieven. Wat betreft de adviesdiensten zijn in 2002 veel bedrijven gestart als economische diensten (46%) en reclamebureaus (27%). De facilitaire diensten kennen veel starters in de automatiserings- (38%) en schoonmaakbranche (23%). Sectoren met relatief weinig startende ondernemers zijn de algemene diensten, financiën en industrie. Tot de algemene diensten behoort ook de overheid, wat het lage aantal starters verklaart. Binnen de industrie is de startersdrempel hoog in verband met de hoge investeringskosten. Het lage aandeel starters in de financiële sector is conform het landelijke beeld. Activiteiten binnen deze branche vragen toch een aanzienlijke vakkennis.
19

Tabel 3.1: Starters en totaal aantal bedrijven per sector in 2002
Sector Starters Abs. % Totaal aantal bedrijven Aandeel starters Met name: Aandeel starters Nederland7

Bouw Adviesdiensten Facilitaire diensten Detailhandel Groothandel Persoonlijke diensten Industrie

100 78 64 54 48 45

21,7 16,9 13,9 11,7 10,4 9,8

854 691 618 995 666 623

11,7 11,3 10,4 5,4 7,2 7,2

Bouwspecialismen (71%) Economische diensten (46%), reclamebureaus (27%) Automatiseringdiensten (38%), schoonmaakbedrijven (23%) Markt- en straathandel (48%) Kappers, schoonheidsverzorging (57%), cultuur en recreatie (32%)

8,1 6,9 8,0 4,7 4,6 7,5

21

4,6

668

3,1

Uitgeverij, drukkerij (19%), overige industrie* (19%), metaalproducten (14%), machines (14%)

3,5

Vervoer & communicatie

20

4,3

286

7,0

Post en communicatie (40%), diensten tbv vervoer (25%), overige vervoer (25%), wegtransport (10%)

4,4

Horeca Algemene diensten Landbouw Financiën Onbekend
Totaal

13 8

2,8 1,7

278 747

4,7 1,1 Overheid en onderwijs (60%), gezondheidszorg en welzijn (40%)

4,0 6,8
Bron: Kamer van Koophandel

6 4 0
461

1,3 0,9 0
100

152 155 719
7.452

3,9 2,6 0,0
6,2

4,1 2,4 5,8

* Vervaardiging van meubels, sieraden, muziekinstrumenten, sportartikelen, speelgoed en overige goederen

In figuur 3.2 wordt een vergelijking gemaakt tussen starters naar branche in de jaren 1996 en 2002. In deze periode is in Zaanstad het aantal starters sterk toegenomen in de landbouw en de bouw. Binnen de sectoren vervoer en financiën is een geringe toename van het aantal starters te constateren. In de overige sectoren is het aantal starters gedaald. Met name binnen

de persoonlijke diensten is het aantal starters sterk geslonken. Dit kan te maken hebben met zaken als de verslechterde conjunctuur. Veel mensen kiezen dan toch voor de zekerheid van een baan. Ook is er, vooral in deze branche, wellicht sprake van een vlucht naar het zwarte circuit.

7 Op basis van cijfers van de Kamer van Koophandel over starters per sector uit 2002 en sectorstructuur totale

bedrijvigheid per 1 januari 2003. 20

Figuur 3.2: Aantal starters naar sector in Zaanstad in 1996 en 2002
Algemene diensten Persoonlijke diensten Facilitaire diensten Adviesdiensten Financiën Vervoer Horeca Detailhandel Groothandel Bouw Industrie Landbouw 0 10 2002 1996 20 30 40 50 60 70 80 90 100

110

3.2 De migratiebalans Na enkele jaren achtereen een negatief migratiesaldo te hebben gehad – meer bedrijven verlieten Zaanstad dan dat er binnenkwamen – heeft Zaanstad in 2001 en 2002 een migratieoverschot.
Figuur 3.3: Migratiebalans Zaanstad 1997-2002
80 60 40 20 -20 -40 -60 -80 -100 -120 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Bron: Kamer van Koophandel

0

Opmerkelijk genoeg heeft Zaanstad dus in tijden van economische hoogconjunctuur te maken gehad met een negatieve migratiebalans. De positieve balans in de afgelopen 2 jaren hangt overigens voor een groot deel samen met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Noorderveld en de woonwijk Saendelft. Amsterdam is in vele gevallen plaats van herkomst van de toegestroomde bedrijven. In het geval van Saendelft gaat het om bedrijfjes aan huis. Het betreft dan voornamelijk adviesbureautjes en administratiekantoren. Blijkbaar heeft de ontwikkeling van een bovengemiddelde woonlocatie een positief effect op de – kleinschalige – bedrijvigheid. Overigens zijn de werkgelegenheidseffecten van deze toestroom marginaal. Het geografische verspreidingspatroon van de vertrekkende bedrijven is zeer diffuus. Er is een lichte oververtegenwoordiging van noordelijk Noord-Holland als nieuwe vestigingsplaats.

Bron: Kamer van Koophandel

21

Figuur 3.4: Migratiesaldo naar branche 2001 en 2002
25 20 15 10 5 0 -5
Banken en verzekeringen Bouw Detailhandel Transport en telecom Industrie Facilitaire diensten Adviesdiensten Persoonlijke diensten Landbouw Groothandel Algemene diensten Zakelijk beheer Horeca
Bron: Kamer van Koophandel

-10

2001 2002

In figuur 3.4 is de migratiebeweging naar branche uitgesplitst. De industrie en groothandel hebben een sterke positieve balans. Dit vindt voor een groot deel zijn oorzaak in de ontwikkeling van Noorderveld. Een fors aantal bedrijven uit deze sectoren is vanuit Wormerland en Amsterdam naar het Noorderveld getrokken. Het Noorderveld heeft ook een aanzuigende werking op de transportsector die in 2001 en 2002 een migratieoverschot had. De positieve ontwikkeling van de adviesdiensten wordt voor een groot deel veroorzaakt door een instroom van bedrijvigheid (aan huis) in Saendelft. Dit betreft in vele gevallen migratie vanuit Amsterdam. Tot slot is het opvallend dat de sector banken en verzekeringen de enige branche is die voor zowel 2001 als 2002 een negatief migratiesaldo heeft, al gaat het om kleine aantallen. De opheffing van het kantoor van Stad Rotterdam Verzekeringen en het
22

vertrek van Deloitte and Touche naar Alkmaar hebben hier onder meer een rol gespeeld. 3.3. Opheffingen Het aantal opheffingen van bedrijven vertoont globaal gezien een stijgende lijn, zie figuur 3.5.
Figuur 3.5: Ontwikkeling van het aantal opheffingen in Zaanstad
600 500 400 300 200 100 0 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002
Bron: Kamer van Koophandel

Hoewel het aantal opheffingen in absolute zin toeneemt, is er in relatieve zin (opheffingen als aandeel van het totaal aantal bedrijven) sprake van een vrij constant niveau van ruim 5%. Wel was er in 2001 een uitschieter naar 5,6%. Dit heeft waarschijnlijk voor een deel te maken met de versoepeling van de vestigingseisen voor startende ondernemers, waardoor het gemakkelijker is geworden een eigen bedrijf te beginnen. Hierdoor is het aannemelijk dat de kwaliteit van de startende ondernemers is afgenomen. Bij een negatieve conjuncturele ontwikkeling vallen deze bedrijven snel om.

Vooral in de sector facilitaire diensten zijn er veel opheffingen, zie figuur 3.6. Op afstand volgen de algemene diensten, transport en telecom en de bouw. Binnen de facilitaire diensten zijn het vooral de uitzendbureaus en de schoonmaakbedrijven, nog voor de automatiseringsdiensten, die veel opheffingen kennen. De industrie en de adviesdiensten scoren beiden redelijk: met een opheffingspercentage van respectievelijk 4 en 5% blijven zij onder het totale opheffingspercentage van 5,2%.

Figuur 3.6: Opheffingen als percentage van aantal bedrijven naar sector
12 10 8 6 4 2 0
Bron: Kamer van Koophandel

Adviesdiensten

Persoonlijke diensten

Transport en telecom

Detailhandel en reparatie

Algemene diensten

Facilitaire diensten

Zakelijk beheer

Landbouw

Industrie

Bouw

Groothandel

Horeca

23

Hoofdstuk 4 De pendel
De Zaanstreek kampt met een fors negatief pendelsaldo. In 2001 bedroeg de inkomende pendel 18.000, tegenover een uitgaande pendel van 36.000 (AEV Databank)8. De uitgaande pendel is hiermee dus het dubbele van de inkomende pendel. Dit is niet louter een Zaans fenomeen: vanuit noordelijk Noord-Holland steken dagelijks veel mensen het Noordzeekanaal over om naar hun werk toe te gaan. Wel is Zaanstad een van de weinige 100.000+ gemeenten met een negatief pendelsaldo9. Dit hangt samen met de lage arbeidsplaatsenratio (aandeel banen ten opzichte van beroepsbevolking): eind 2001 bedraagt deze voor Zaanstad 0,83 (er zijn dus minder banen dan dat er beroepsbevolking is), terwijl de ratio voor bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht, koploper in dit opzicht, respectievelijk 1,3 en 1,6 bedraagt. 4.1 De inkomende pendel van de Zaanstreek Uit tabel 4.1 blijkt dat bijna 3/4 van de Zaanse arbeidsplaatsen ingevuld wordt door Zaankanters. Door de jaren heen is het aandeel van de Zaankanters in de totale werkgelegenheid redelijk stabiel gebleven. De inkomende pendel betreft voornamelijk forensen uit Amsterdam en Waterland. Opvallend genoeg stijgt de inkomende pendel uit Amsterdam fors, terwijl deze uit Waterland en overig Nederland sinds 1997 elk jaar afneemt. De pendel uit andere gebieden is marginaal.

Tabel 4.1: Verdeling werkgelegenheid Zaanstreek naar woonplaats forens
Zaanstreek Werkgelegenheid in personen x 1.000 Afkomstig uit: Amsterdam Waterland Amstelland Meerlanden Zaanstreek Haarlem IJmond Almere Overig Nederland 4,32 4,55 0,31 0,14 47,58 0,00 1,12 0,00 6,51 4,21 4,81 0,37 0,15 49,30 0,00 1,13 0,00 8,20 4,87 4,63 0,55 0,20 49,24 0,00 1,21 0,00 7,24 5,84 4,39 0,74 0,25 50,71 0,00 1,27 0,01 7,08 6,14 4,36 0,74 0,24 50,14 0,00 1,28 0,01 6,97 6,87 4,31 0,76 0,25 50,41 0,01 1,25 0,01 4,56
Bron: AEV Databank

1996 64,54

1997 68,17

1998 67,95

1999 70,29

2000 69,88

2001 68,42

8 Er zijn verschillende cijfers over de pendel in omloop die sterk uiteenlopen. Bronnen zijn AEV-databank, provincie,

Omnibusenquête en CBS. Hier is gekozen voor de AEV-databank omdat deze de meest gedetailleerde informatie biedt. In deze databank staan cijfers voor de hele regio rond Amsterdam. Het pendelcijfer volgt uit een rekenmodel.
9 De andere 100.000+ gemeenten zijn Almere, Zoetermeer, Leiden en Haarlem.

25

Het is interessant de inkomende pendel te koppelen aan opleidingsniveau. Het betreffen gegevens van het jaar 2000. Gegevens staan in tabel 4.2. Hierin wordt het beeld bevestigd dat hoger opgeleiden mobieler zijn. Wordt van de banen voor lager opgeleiden in de Zaanstreek 80% door Zaankanters zelf ingevuld, voor de hoger opgeleiden is dit slechts 55%. Hiermee loopt de Zaanstreek redelijk in de pas met andere gebieden. Zo wordt ook in Amsterdam 55% van de banen voor hoger opgeleiden door Amsterdammers bezet. Verder is opvallend dat bijna 20% van de banen voor hoogopgeleiden in de Zaanstreek door forensen afkomstig uit Amsterdam wordt bezet. Wat betreft de banen voor middelbaar en lager opgeleiden liggen de percentages veel lager. De inkomende pendel blijkt het hoogst te zijn binnen de zakelijke dienstverlening. Dit is natuurlijk grotendeels gevolg van het feit dat deze sector ook het hoogste aandeel heeft in de totale werkgelegenheid.
Figuur 4.1: Percentage forensen naar sector in 2002
30 25 20 15 10 5 0

Tabel 4.2: Arbeidsplaatsen (x 1.000) Zaanstreek naar herkomst werknemer en opleidingsniveau 2000
Zaanstreek Afkomstig uit: Amsterdam Waterland Amstelland Meerlanden Zaanstreek Haarlem IJmond Almere Overig Nederland Totaal 1,46 1,36 0,14 0,06 15,48 0,00 0,36 0,00 0,51 19,37 1,09 1,75 0,32 0,00 23,60 0,00 0,55 0,00 5,04 32,35 3,59 1,25 0,28 0,07 11,06 0,00 0,37 0,00 1,53 18,16
Bron: AEV Databank

Laag

Middel

Hoog

Maar terwijl 16% van de totale werkgelegenheid voor rekening komt van de zakelijke dienstverlening, bedraagt het aandeel van de sector in de inkomende pendel 24%. De overheid en gezondheidszorg zijn de andere sectoren waar het aandeel in de pendel dat van de werkgelegenheid overtreft.

Landbouw, visserij en delfstoffen

Industrie

Bouwnijverheid

Reparatie, handel en cons.artikelen

Vervoer,opslag en communicatie

Fin. instellingen

Zakelijke dvl en onroerend goed

Overheid en soc. verzekeringen

Onderwijs

Gezondheids en welzijnszorgzorg

26

Milieu, cultuur, recreatie en ov. dvl.

Horeca

Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Tabel 4.3: Werkplaats van de Zaanse werkzame beroepsbevolking
Zaanstreek Werkzame bevolking x 1.000 Werkend in: Amsterdam Waterland Amstelland Meerlanden Zaanstreek Haarlem IJmond Almere Overig Nederland 16,06 1,97 1,12 1,33 47,58 1,04 1,34 0,46 6,16 17,07 2,07 1,19 1,40 49,30 1,10 1,38 0,54 6,41 17,51 1,80 1,10 1,46 49,24 1,12 1,38 0,67 6,86 18,42 1,56 1,04 1,56 50,71 1,18 1,41 0,83 7,51 18,85 1,60 1,07 1,60 50,14 1,20 1,41 0,94 7,63 19,53 1,66 1,10 1,66 50,41 1,24 1,42 1,07 7,86
Bron: AEV Databank

1996 77,03

1997 80,46

1998 81,15

1999 84,22

2000 84,43

2001 85,94

Bij vergelijking van de werkzame beroepsbevolking en de pendel naar onderwijsniveau, valt op dat het aandeel van hoger opgeleiden in de uitgaande pendel fors hoger is dan in de werkzame beroepsbevolking, zie figuur 4.2. Dit duidt erop dat hoger opgeleiden een hogere mate van mobiliteit hebben. Ook kan het een aanwijzing zijn voor het feit dat de Zaanstreek deze groep onvoldoende arbeidsplaatsen te bieden heeft. Van de hooggeschoolde werkzame beroepsbevolking heeft bijna een kwart Amsterdam als werkplaats. Hooggeschoolden zijn minder dan laag en middelbaar geschoolden in de Zaanstreek zelf werkzaam.

Middelbaar geschoold

Laag geschoold

0

20

40

60

Aandeel in pendel Aandeel in werkzame beroepsbevolking

Bron: AEV Databank, CBS, bewerking EOW

4.2 De uitgaande pendel van de Zaanstreek De uitgaande pendel van de Zaanstreek richt zich voornamelijk op Amsterdam, zie tabel 4.3. Bovendien neemt het percentage van de totale werkzame beroepsbevolking dat in Amsterdam werkzaam is toe.

Figuur 4.2: Werkzame beroepsbevolking en uitgaande pendel naar onderwijsniveau 2000

Hoog geschoold

27

Tabel 4.4: Werkplaats Zaanse werkzame beroepsbevolking (x 1.000) naar opleidingsniveau 2000
Werkend in: Amsterdam Waterland Amstelland Meerlanden Zaanstreek Haarlem IJmond Almere Overig Nederland Totaal Laag 5,82 0,49 0,33 0,49 15,48 0,37 0,43 0,29 2,36 26,07 Middel 7,70 0,65 0,44 0,65 23,60 0,49 0,58 0,38 3,12 37,61 Hoog 5,33 0,45 0,30 0,45 11,06 0,34 0,40 0,27 2,16 20,76
Bron: AEV Databank

Forensen die in Zaanstad zouden willen werken, zoeken vooral een arbeidsplaats in de dienstverlening, terwijl de industrie laag scoort. Dit bevestigt het beeld dat de Zaanse forensen grotendeels in de dienstverlening actief zijn.
Tabel 4.5: Sector waarin Zaanse forensen binnen Zaanstad willen werken in procenten
Bouwnijverheid Detailhandel, horeca, reparatie Maakindustrie Hightechindustrie Distributie (groothandel en transport) Onderwijs Gezondheidszorg en welzijn Overheid Kennisdiensten (banken, ICT, adviesdiensten) Overige dienstverlening Andere bedrijfstak Totaal 4 8 1 2 3 4 17 20 13 13 100
Bron: Omnibusenquête 2001

hierdoor de druk op de infrastructuur richting Amsterdam af. Maar banen voor hoger opgeleiden generen relatief veel inkomende pendel. Bij banen van deze soort is de inkomende pendel ruwweg twee keer zo hoog dan bij banen voor lager opgeleiden. Naar schatting zal 60% van de banen voor hoger opgeleiden worden ingevuld door Zaankanters en 40% door inkomende pendel. Dit heeft wel een gunstig effect op het pendelsaldo. De inkomende pendel voor banen voor hoger opgeleiden worden tot nu toe relatief vaak vervuld door forensen afkomstig uit Amsterdam en omgeving. Aangezien de infrastructuur vanuit Amsterdam richting de Zaanstreek nog ruimte biedt, is dat een gunstig neveneffect. Overigens is de verwachting dat wanneer er een HBO-instelling binnen de gemeentegrenzen is gevestigd, de verhouding banen voor hoger opgeleiden ingevuld door Zaankanters en door inkomende pendel, meer naar eerstgenoemde groep zal verschuiven. Het is in dit opzicht interessant na te gaan wat het effect van de vestiging van Hogeschool INHOLLAND zal zijn. Hierbij wel de aantekening dat het nog geruime tijd zal duren voordat het effect van deze vestiging in de pendelcijfers tot uiting komt. Bovendien betreft het vooralsnog marginale studentenaantallen.

15

Door het scheppen van banen in de zakelijke dienstverlening met een hoog kennisniveau kan de uitgaande pendel van hoogopgeleide inwoners van de Zaanstreek worden terug gedrongen. Tegelijk neemt
28

Hoofdstuk 5 De bedrijfslocaties
In dit hoofdstuk worden drie soorten werklocaties nader bekeken. Dit zijn in paragraaf 5.1 de bedrijventerreinen, aangezien zij werkverschaffers bij uitstek zijn. Vervolgens worden in paragraaf 5.2 de binnenstedelijke werklocaties onder de loep genomen. Dit naar aanleiding van een onderzoek van het bureau Etin naar deze terreinen, dat in 2003 heeft plaatsgevonden. Hier spelen ontwikkelingen als ontmenging en transformatie naar woonbestemming een rol. Tot slot wordt in paragraaf 5.3 gekeken naar Inverdan, het stationsgebied van Zaandam. Hier is immers een doelstelling aan gekoppeld: een werkgelegenheidstoename van 5.000 banen in het gebied. De huidige weergave kan hierbij min of meer als nulmeting dienen. 5.1 De bedrijventerreinen Figuur 5.1 geeft de ontwikkeling in de werkgelegenheid van de bedrijventerreinen tussen 1999 en 2003 weer, in bijlage 3 is deze cijfermatig weergegeven. De terreinen verschaffen 14.294 arbeidsplaatsen, tegenover 12.352 in 1999, een groei van 15,7%. Laat men Noorderveld buiten beschouwing – in 1999 komt het terrein nog niet in de statistieken voor – dan resteert een werkgelegenheidsgroei van 4,5%, fors meer dan de 1,2% groei van de totale werkgelegenheid in Zaanstad. De werkgelegenheidsgroei wordt dus vooral op de terreinen gerealiseerd. Momenteel bevindt 27,7% van de totale werkgelegenheid zich op de terreinen, tegenover 23,8% in 1999. Dit is tegelijk een signaal van ‘functieontmenging’ van wonen en werken in Zaanstad, zie ook paragraaf 5.3.
Figuur 5.1: Werkgelegenheid in 1999 en 2003 op de bedrijventerreinen in Zaanstad
4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 Achtersluispolder Molletjesveer Hembrugterrein Noorderveld Westerspoor-zuid Zuiderhout
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

1999 2003

Op Westerspoor-Zuid is de werkgelegenheid het meest gestegen, zo’n 16%. Opvallend is de werkgelegenheidstijging op de Achtersluispolder. Dit is een hoopgevend signaal, gelet op de komende revitalisering van het terrein. Op Zuiderhout is de werkgelegenheid in het afgelopen jaar fors teruggevallen, oorzaak is de opheffing van de Bruynzeelvestiging. Toch resteert over de periode 1999-2003 een lichte werkgelegenheidsstijging. Op twee terreinen is sprake van een werkgelegenheidsdaling. Allereerst is dit het Hembrugterrein. Op korte termijn zet deze daling zich voort als het bedrijf Eurometaal uit de statistieken verdwijnt. In de verdere toekomst is forse groei mogelijk met de komst van de gevangenis en bedrijfjes in de sfeer van zakelijke en creatieve diensten.

29

Het andere terrein dat met een afname van de werkgelegenheid heeft te kampen is Molletjesveer. Een fors aantal bedrijven dat gevestigd was op dit terrein heeft de overstap gemaakt naar Noorderveld: zo’n 10% van de bedrijvenpopulatie op Noorderveld is afkomstig van Molletjesveer. De belangrijkste branches binnen de industrie in de Kanaalzone zijn de chemische industrie, metaalproducten, machines en apparaten, en elektrische machines (alleen in 2003), zie figuur 5.2. De forse werkgelegenheid in de chemie is interessant aangezien het hier gaat om werkgelegenheid voor hoger opgeleiden10.

De stijging van elektrische machines is een gevolg van de vestiging van Fabricom op Westerspoor.

Figuur 5.2: Verdeling werkgelegenheid binnen de industrie in de Kanaalzone 1999 en 2003
600 500 400 300 200 100 0
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Uitgeverijen, drukkerijen en reproductie opgenomen media

Overige elektrische machines, apparaten

Papier en karton

Hout

Voedingsmiddelen

Producten van rubber en kunststof

Machines en apparaten

Chemische producten

Producten van metaal

Transportmiddelen (geen auto's)

2001 2002

10 In feite blijft de chemie de branche met de meeste werkgelegenheid. De daling van de werkgelegenheid tussen 1999

en 2003 is het gevolg van een wijziging in de activiteitencode van chemie naar groothandel, terwijl weinig is veranderd in de bedrijfsvoering. 30

Meubels en overige goederen

Recycling

Er is een opvallend verschil in de sectorale verdeling van de werkgelegenheid tussen de terreinen in Zaanstad-Zuid (Kanaalzone) en Zaanstad-Noord (Molletjesveer en Noorderveld), zie figuur 5.3.
Figuur 5.3: Sectorale verdeling werkgelegenheid Kanaalzone en Zaanstad-Noord.

Bron: Vestigingsregister Zaanstad

Zaanstad Noord

5.2 Binnenstedelijke bedrijfslocaties De werkgelegenheid op de binnenstedelijke bedrijfslocaties is fors gedaald. Van de 7.503 arbeidsplaatsen in 1999 zijn er in 2003 nog 6.477 over, een afname van bijna 14%11. De belangrijkste oorzaak is dat werkin woonfuncties omgezet worden. Vooral in de industrie en bouw is de werkgelegenheid teruggelopen, terwijl er in de handel, distributie en opslag én de dienstensector slechts sprake is van een lichte teruggang, zie figuur 5.412.
Figuur 5.4: Verdeling van werkgelegenheid naar sector op de binnenstedelijke terreinen

Kanaal zone

0 Industrie Bouw

50 Handel en distributie Diensten

100

In Zaanstad-Noord zijn, relatief gezien twee keer zoveel bouwbedrijven gevestigd als in de Kanaalzone. In het geval van handel en distributie is het omgekeerde het geval, blijkbaar is de Kanaalzone door haar ligging een locatie bij uitstek voor dit soort bedrijvigheid. Een ander verschil is dat de terreinen in Zaanstad-Noord voornamelijk een lokale functie hebben, de bedrijven die hier gevestigd zijn voor een groot deel oorspronkelijk afkomstig uit Assendelft, Krommenie en Wormerveer. De terreinen in de Kanaalzone hebben veel meer een regionale functie. Verder herbergen zij veel bedrijven die oorspronkelijk langs de Zaan gevestigd waren.

1999

0

2000 Industrie Bouw

4000

6000

8000

Handel en distributie Diensten

Vergeleken met de bedrijventerreinen valt op dat de industrie veel dominanter aanwezig is op de binnenstedelijke terreinen. Oorzaak is de aanwezigheid van een aantal grote industriële bedrijven als Loders Croklaan, Amylum, Duijvis, ADM Cocoa, Honig, Gerkens, Verkade en Forbo. Overigens gaat het hier dus voornamelijk om voedingsmiddelenbedrijven.

11 In bijlage 3 staan de binnenstedelijke locaties genoemd. 12 De landbouw en horeca worden hier buiten beschouwing gelaten.

Bron: Vestigingenregister Zaanstad

2003

31

De dienstensector is relatief gezien wel belangrijker geworden op de binnenstedelijke locaties, maar in absolute zin is er nog steeds sprake van een daling in de periode 1999-2003. Binnenstedelijke werklocaties hebben een belangrijke functie. Zij zijn veelal sterk verankerd in de lokale economie en hebben een lokale oriëntatie. Ook bieden zij in veel gevallen werkgelegenheid aan lager opgeleiden, die grotendeels in de directe omgeving wonen. Zoals bij het hoofdstuk pendel te zien is, zijn lager opgeleiden over het algemeen weinig mobiel. Bovendien zorgen de binnenstedelijke terreinen voor een zekere dynamiek in de buurt. 5.3 Inverdan De werkgelegenheid in Inverdan, het gebied rond het station van Zaandam, is vanaf 1999 fors toegenomen13. In het gebied zijn nu 8.619 banen, tegenover 8.100 in 1999, een groei van 6,4%. Dit is meer dan de werkgelegenheidsgroei op de bedrijventerreinen (excl. Noorderveld). In figuur 5.5 is de verandering in de werkgelegenheid over de verschillende sectoren te zien. Opvallend genoeg is de werkgelegenheid in de industrie gestegen. Oorzaken zijn de concentratie van activiteiten door GTI in de vestiging aan de Houthavenkade en een nieuw filiaal van Baanstede op het Mahoniehout. De werkgelegenheid in de detailhandel en horeca is fors toegenomen, met respectievelijk 10% en 25%. Vooruitlopend op het aantrekkelijker maken van het centrum van Zaandam, in het kader van het Inverdanproject, trekt de werkgelegenheid fors aan in deze branches.

Met de zakelijke dienstverlening is het minder goed gesteld. De daling van de werkgelegenheid in de financiële dienstverlening is vooral toe te schrijven aan het opgaan van Avero in PWZAchmea, en de hiermee gepaarde wijziging in de activiteitencode van financiële dienstverlening naar sociale verzekeringen, in figuur 5.5 vallend onder overheid. Ook de adviesdiensten zijn in werkgelegenheid gedaald. Het aandeel van Inverdan in de totale werkgelegenheid in de adviesdiensten is gedaald van 20,7 naar 17,7%. De adviesdiensten zijn in Zaanstad geconcentreerd in oude wijken (Russische buurt, Oud-Zaandijk, Schilders- en Waddenbuurt, Spoorbuurt en Oud-West) en bedrijventerreinen (Westerspoor-Zuid, Achtersluispolder)14. Buurten met veel oude bebouwing bieden blijkbaar een goed milieu voor adviesdiensten. Vestiging op bedrijventerreinen is populair vanuit het oogpunt van kostenoverwegingen en nabijheid van de klanten. In de afname van de werkgelegenheid in de adviesdiensten speelt ook Avero weer een rol. Bovendien is er een algemene teruggang in de werkgelegenheid bij adviesbureaus. Deze wordt onder meer veroorzaakt door terughoudendheid van overheden bij het verstrekken van opdrachten aan adviesbureaus. Nieuwkomers als DHV hebben de teruggang in de werkgelegenheid onvoldoende kunnen compenseren. In de facilitaire diensten is weliswaar sprake van een lichte groei in de werkgelegenheid maar deze ligt onder de totale werkgelegenheidsgroei van Inverdan. De computerservicebureaus zijn flink gegroeid qua werkgelegenheid, zo’n 14%, maar het is geen spectaculaire groei geweest. Hierbij speelt

13 Het verschil met de werkgelegenheidsopgave voor de resultaatgebieden is gelegen in het feit dat de 14 Hoewel de Spoorbuurt een oude wijk is, betreft het hier overigens voornamelijk nieuwbouw.

Aris van Broekweg hier onder de binnenstedelijke werklocaties valt en niet onder Inverdan.

32

Figuur 5.5: Werkgelegenheid in Inverdan naar sector in 1999 en 2003
2000 1800 1600 1200 1000 800 600 400 200 Financiële dienstverlening Facilitaire diensten Industrie Bouw R&D Holdings Adviesdiensten Detailhandel Overheid Onderwijs Autohandel en reparatie Transport en telecom Computerservicebureaus Gezondheidszorg en welzijn Overige diensten Groothandel Horeca 0
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

1400

2001 2002

het ineenklappen van de ICT-sector een rol. De werkgelegenheid in Research and Development (R&D) is wel spectaculair gestegen, met maar liefst 2250%, maar het betreft hier zulke lage absolute aantallen, dat deze groei momenteel nog nietszeggend is. De robuuste groei komt van de overheidsgerelateerde diensten. Bij de sector overheid speelt de vestiging van het nieuw gevormde conglomeraat PWZAchmea, waar ook Avero in is opgegaan, een rol. De groei in de sector gezondheidszorg en welzijn is een gevolg van interne groei (Commit Arbo, RIO) en de vestiging van een aantal kinderdagverblijven in het gebied. De overheidsgerelateerde diensten zijn dus dominant in het huidige Inverdangebied. Een sterke vertegenwoordiging van deze activiteiten is gebruikelijk in stationsgebieden. Partijen als de Sociale Verzekeringsbank, Sociaal Bouwfonds en

PWZAchmea hebben zich in het gebied gevestigd. Bovendien is de gemeente Zaanstad met het Stadskantoor en Railpoint Office vertegenwoordigd in het gebied. Hierentegen kampen de zakelijke dienstverleners de laatste jaren met economische tegenwind. De dominantie van de overheidsgerelateerde diensten is dan ook nog steeds groeiende.

33

Hoofdstuk 6 Clusters
Behalve in branches en sectoren is het ook mogelijk economische activiteiten te groeperen naar clusters. Het gaat in dat geval om een samenhangend deel van activiteiten. Hier worden drie clusters nader beschouwd, namelijk het creatieve, informatiegeoriënteerde en het haven-industriële cluster. De eerste twee ervan staan de laatste tijd sterk in de belangstelling en zijn representant van de nieuwe economie. De laatste is een vertegenwoordiger van de oude economie en is één van Zaanstads traditionele sterke clusters. Ook vertegenwoordigen deze clusters voor een groot deel de doelgroepen, genoemd in de gemeentelijke economische visie. 6.1 Het creatieve cluster Recent staat de creatieve bedrijvigheid sterk in de belangstelling, dit vooral naar aanleiding van een publicatie van Richard Florida, ‘The rise of the creative class’. Kern van zijn betoog is dat steden en regio’s waar creativiteit in sterke mate aanwezig is een hogere economische groei bereiken dan waar dit niet het geval is. Met de definities van Etin Adviseurs als leidraad (zie bijlage 4) is gepoogd de creatieve bedrijvigheid in Zaanstad in kaart te brengen, zie figuur 6.1. Uitgangspunt hierbij zijn dus de bedrijven en de hiermee gepaard gaande werkgelegenheid, en niet de kenmerken van de werknemer. Werknemers die als creatief zijn te bestempelen, zijn namelijk in alle branches te vinden. De cijfers moeten wel met enige voorzichtigheid worden beschouwd, aangezien de creatieve sector voor een deel niet in gangbare activiteitencodes is te vangen. Het ‘underground circuit’ is al helemaal niet in cijfers te vatten. Bovendien waren enkele activiteitencodes niet eenduidig aan één bepaalde categorie toe te bedelen, zodat deze herverdeeld zijn.

Figuur 6.1: Werkgelegenheid in het creatieve cluster in Zaanstad in 1999 en 2003
700 600
Bron: Vestigingenregister Zaanstad, Etin Adviseurs, bewerking EOW

500 400 300 200 100 Fotografie, film en video Podiumkunsten Beeldende kunst en antiek Schrijven en uitgeven Televisie en radio Architectuur Vormgeving Ambachten Reclame Muziek (Leisure) software 0

1999 2003

35

Het aandeel van de creatieve sector in de totale werkgelegenheid is tussen 1999 en 2003 gestegen van 6,7 tot 7,1 %. Als bedacht wordt dat ruim 60% van de stijging van de werkgelegenheid in de creatieve sector voor rekening komt van de categorie (leisure)software, is deze toename niet echt spectaculair te noemen. Verder is er, opvallend genoeg, enkel onder de ambachten een forse stijging van de werkgelegenheid. De groei in andere categorieën is, in absolute zin, marginaal. Hier tegenover staat een aantal categorieën waar de werkgelegenheid is afgenomen: schrijven en uitgeven, televisie en radio, podiumkunsten, reclame en vormgeving. Bij de werkgelegenheidsdaling in vooral de reclame, spelen uiteraard ook conjuncturele oorzaken een rol. Etin Adviseurs heeft een ranglijst opgesteld van steden aan de hand van een creativiteitsindex15, zie tabel 6.1. In dit overzicht staat Amsterdam niet echt verrassend bovenaan, gevolgd door Hilversum en Utrecht. Zaanstad bekleedt de 79e plaats in de top 100, en staat achter plaatsen als Assen en Middelburg. Zaanstad ondervindt uiteraard veel invloed van buurman Amsterdam. Ter vergelijking: in Amsterdam zijn circa 76.000 arbeidplaatsen toe te schrijven aan het creatieve cluster, dit is ruim 16% van de totale werkgelegenheid. Relatief gezien zit Zaanstad dus op 43% van de Amsterdamse score. Hierbij de aantekening dat het belang van het creatieve cluster niet alleen in termen van werkgelegenheid is te vatten. Momenteel heeft Zaanstad te maken met de aanzuigende werking van Amsterdam voor creatieve beroepen. Maar in de

Tabel 6.1: Top 20 steden creativiteitsindex
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 79 Amsterdam Hilversum Utrecht Culemborg Groningen Baarn Delft 's-Gravenhage Amersfoort Maarssen Houten Rotterdam Eindhoven 's-Hertogenbosch Haarlem Diemen Nieuwegein Almere Arnhem Zoetermeer Zaanstad 87,7 56,8 48,7 43,1 40,7 40,6 38,4 37,9 37,1 35,1 34,9 33,8 33,3 33,2 32,8 32,2 31,9 31,9 31,7 30,5 17,0
Bron: Etin Adviseurs

toekomst kan zij wellicht, met bijvoorbeeld de ontwikkeling van het Hembrugterrein, profiteren van de uitstralingseffecten van de hoofdstad. 6.2 Het informatiegeoriënteerde cluster Informatie wordt steeds belangrijker in de huidige tijd. In een tijd waarin een ieder de mond vol heeft van kenniseconomie, is informatie immers een onmisbare grondstof. Het Bureau Louter heeft het informatiegeoriënteerde cluster naar activiteitencode gedefinieerd, zie bijlage 4. Het gaat hier alleen om activiteiten in de dienstensector. Met nadruk moet er op gewezen worden dat dit cluster dus niet een volledige indicator is van de kennis-

15 Bij deze index zijn zowel absolute als relatieve werkgelegenheid een indicator.

36

intensiteit van de Zaanse economie, aangezien er in de industrie ook veel kennis wordt gebruikt en ontwikkeld. In vergelijking met 1999 heeft er een forse afname van werkgelegenheid in dit cluster plaatsgevonden. Het verlies bedraagt bijna 1.000 arbeidsplaatsen. De inkrimping heeft plaatsgevonden bij alle categorieën binnen het cluster, zie figuur 6.2.
Figuur 6.2: Werkgelegenheid in het informatiegeoriënteerde cluster in 1999 en 2003 in Zaanstad
4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 ICT en Kennisintensieve Coördinatie nieuwe media zakelijke activiteiten dienstverlening 1999 2003
Bron: Vestigingenregister Zaanstad, Bureau Louter, bewerking EOW

genheid in coördinatieactiviteiten is de inkrimping van het personeelsbestand van het hoofdkantoor van Albert Heijn. Ook het vertrek van een grote financiële dienstverlener als Deloitte and Touche naar Alkmaar, en het verdwijnen van verzekeraar Stad Rotterdam speelt een rol. 6.3 Het haven-industrieel cluster Van oudsher speelt het haven-industrieel cluster een belangrijke rol in de Zaanse economie. Dit komt voornamelijk door de dominante aanwezigheid van de voedingsmiddelenindustrie. Deze branche wordt onder dit cluster geschaard, omdat zij voor een groot deel afhankelijk is van aanvoer van grondstoffen over het water.
Tabel 6.2: Werkgelegenheid haven-industrieel cluster in 1999 en 2003.
1999 Binnen- en zeevaart Hulpbedrijven vervoer over water Chemie (excl. Farmaceutische industrie) Voedings- en genotmiddelenindustrie Basismetaalindustrie 41 297 4011 12 272 3571 Verwante groothandel Totaal 3005 2564 469 527
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

2003 184 12

180 19

Binnen de ICT en nieuwe media en de kennisintensieve zakelijke dienstverlening is sprake van een lichte daling van de werkgelegenheid. Bij de laatstgenoemde sector speelt het economisch tij een belangrijke rol. Het is relatief gemakkelijk een adviesbureau te starten, maar velen komen in de problemen als het economisch tij keert. De teruggang in de ICT en nieuwe media is sterk beïnvloedt door het verdwijnen van de vestiging van PTT Primafoon uit Zaandam, die veel werknemers had. Een belangrijke oorzaak van de teruggang van de werkgele-

In het haven-industrieel cluster is de werkgelegenheid sterk teruggelopen tussen 1999 en 2003, zie tabel 6.2. Uit tabel 6.2 blijkt dat vooral de voedingsen genotmiddelenindustrie de boosdoener is. In deze branche daalt de werkgelegenheid met 441 werkzame personen, terwijl die voor het gehele cluster met 440 daalt.

37

In de meeste categorieën is er sprake van een daling van de werkgelegenheid. De uitzonderingen zijn binnen- en zeevaart en chemie. Terwijl er in het eerste geval sprake is van marginale stijging, is er in de chemie, zowel in absolute als relatieve zin, sprake van een forse werkgelegenheidsstijging. Uiteraard is deze bij lange na niet voldoende om de enorme daling in de voedingsmiddelenindustrie op te vangen. Laatstgenoemde daling wordt veroorzaakt door een reeks van inkrimpingen in het werknemersbestand van de grote voedingsmiddelenbedrijven in de Zaanstreek, of zelfs het geheel verdwijnen van de productie uit Zaanstad. Voorbeelden zijn Marvelo en de chocoladeproductie van Verkade die naar Amsterdam is overgebracht. De chemiebranche heeft zich goed ontwikkeld. Dit is van belang omdat binnen deze branche relatief veel hoog opgeleiden werken.
Figuur 6.3: Bruto productie in constante prijzen van het haven-industrieel cluster
1900
Bron: Schattingen op basis van gegevens AEV-Databank

Ook hier is de voedingsmiddelenindustrie alles bepalend. Zij neemt bijna 90% van de totale productie van het cluster voor haar rekening. Terwijl de productie in de voedingsmiddelenindustrie terugloopt is er in de chemie een opwaartse trend. Deze is echter onvoldoende om de neergang in de voedingsmiddelenindustrie te compenseren. Dit toont tegelijk de kwetsbaarheid van het haven-industrieel cluster aan, namelijk de sterke afhankelijkheid van de voedings- en genotmiddelenindustrie. Overigens is de verwachting dat de cijfers over 2002 een licht herstel in het productieniveau van deze branche zullen laten zien. Maar in de toekomst moet rekening worden gehouden met verdere rationalisering van de productie in deze branche.

1880 1860 1840 1820 1800 1780 1760 1740 1998 1999 2000 2001

Ook de productie loopt al sinds een aantal jaren terug, al was de teruggang in 2001 minimaal, zie figuur 6.316.

16 Omdat cijfers op detailniveau ontbreken is een schatting gemaakt van het productieniveau van het cluster.

38

Hoofdstuk 7 Conclusie
In het voorgaande is een beschrijving gegeven van de Zaanse economie. De meest opvallende punten zijn: • De Zaanse economie is in 2002 harder gegroeid dan de Nederlandse economie. De jaren daarvoor lag de groei fors onder het Nederlandse gemiddelde. Dit bevestigt het beeld dat de Zaanse economie lagere pieken en dalen kent dan Nederland als geheel. De Zaanse industrie presteert structureel slechter dan de Nederlandse industrie als geheel. De exportontwikkeling volgt ruwweg de conjuncturele ontwikkeling. Zij is qua samenstelling zeer kwetsbaar, want voor meer dan de helft afhankelijk van de voedingsmiddelenindustrie. Wat betreft de werkgelegenheid wordt Zaanstad steeds meer dienstenstad en minder industriestad. Oorzaken zijn overheveling van productie naar lagelonenlanden en de toegenomen mechanisering. Vooral de voedingsmiddelenindustrie is zeer kapitaalintensief. Omdat de productiviteit in de dienstensector over het algemeen achter blijft bij die van de industrie, neemt haar aandeel in de totale werkgelegenheid als een soort natuurwet toe. De banen binnen de industrie zijn steeds vaker voor hoger opgeleiden, die in de dienstensector voor lager opgeleiden. Vergeleken met Nederland zijn industrie en bouw qua werkgelegenheid nog steeds dominant, maar de ‘voorsprong’ op Nederland wordt minder. Als gevolg van het ontbreken van een regiofunctie zijn de niet-commerciële diensten sterk ondervertegenwoordigd in Zaanstad. • De werkgelegenheidsgroei in Zaanstad loopt achter bij het landelijke, vooral als gevolg van het ontbreken van groeisectoren binnen de industrie en de diensten. Ook is er sprake geweest van sluiting van bedrijven of inkrimping van het personeelsbestand. Voorbeelden zijn: sluiting van vestigingen van Bruynzeel, Stad Rotterdam, Honig (kantoor), NUON (kantoor), Deloitte and Touche (vertrokken naar Alkmaar) en inkrimping bij Albert Heijn (zowel hoofdkantoor als distributiecentrum), Pielkenrood, en Loders Croklaan. Bij economisch herstel volgt herstel van de werkgelegenheid bovendien met vertraging. Ook in 2004 zal de werkgelegenheid daarom waarschijnlijk nog afnemen. Er is een beperkt aantal branches met een forse werkgelegenheidsgroei. Deze groei is echter broos. Het gaat hier om óf branches met een laag werkgelegenheidsniveau in absolute zin, óf om branches die groeien als gevolg van wijziging in activiteitencodes. Er is dus praktisch geen sprake van robuuste autonome werkgelegenheidsgroei. Hierentegen heeft de werkgelegenheidsafname in verschillende branches veel meer een permanent karakter. Het aantal starters in Zaanstad volgt grotendeels de conjuncturele ontwikkeling. Dit verklaart voor een groot deel het feit dat er in 2002 minder starters waren dan in 2001. De meeste starters beginnen in de bouw, dit zijn voornamelijk zzp-ers. Ook de adviesdiensten zijn populair, hier is de drempel laag qua startkosten. Door versoepeling van eisen die aan een ondernemer worden gesteld heeft het aantal starters een impuls gehad. Keerzijde van de

39

medaille is dat hiermee de kwaliteit van de startende ondernemer afneemt, zodat dit bij economische tegenwind eerder dan voorheen zal leiden tot voortijdig beëindiging van het bedrijf. Zaanstad heeft sinds 2 jaar, 2001 en 2002, een positief migratiesaldo van bedrijvigheid: meer bedrijven zijn Zaanstad binnengekomen dan dat er vertrokken zijn. Hierbij hebben vooral de ontwikkeling van Noorderveld en Saendelft (bedrijfjes aan huis van mensen die voor een groot deel uit Amsterdam verhuisd zijn) een rol gespeeld. Hoewel het aantal opheffingen in absolute zin stijgt sinds 1996, beweegt deze zich in relatieve zin rond een redelijk constant niveau van ruim 5% van het totaal aantal bedrijven. De facilitaire dienstverlening is de sector met de meeste opheffingen. Zaanstad heeft als een van de weinige 100.000+ gemeenten een negatief pendelsaldo: meer inwoners van Zaanstad werken elders dan dat er mensen die elders woonachtig zijn in Zaanstad werken. Hoger opgeleiden zijn het meest mobiel. Het aandeel van hoog opgeleide Zaankanters is dan ook hoger in de uitgaande pendel dan in de beroepsbevolking. Omgekeerd worden relatief gezien de meeste banen voor hoger opgeleiden binnen de Zaanstreek door forensen van buitenaf ingevuld. De werkgelegenheid op de bedrijventerreinen groeit sneller dan die in Zaanstad als geheel, ook als Noorderveld buiten beschouwing wordt gelaten. Naast het Hembrugterrein is Molletjesveer het enige terrein waar de werkgelegenheid afneemt. Voor een deel is dit het gevolg van migratie van bedrijven die hier gevestigd zijn naar het nabij gelegen moderner bedrijventerrein Noorderveld. In de Kanaalzone is de

chemische industrie, die relatief veel werk biedt voor hoger opgeleiden, de grootste werkverschaffer. Vergeleken met de terreinen in Zaanstad-Noord heeft de Kanaalzone minder bedrijvigheid uit de bouwsector en meer uit de distributie en transportsector. De werkgelegenheid op de binnenstedelijke bedrijfslocaties loopt sterk terug. Belangrijkste oorzaak is het omzetten van werk- in woonfuncties. Hierdoor worden bedrijven die blijven zitten op hun locatie sterk beperkt in hun mogelijkheden. De teruggang in werkgelegenheid treft alle sectoren, maar het meest de industrie en de bouw. De werkgelegenheid in het Inverdangebied groei het snelst van alle bedrijfslocaties, en dus ook harder dan Zaanstad als geheel. De detailhandel en horeca zijn snelle groeiers qua werkgelegenheid. Opmerkelijk genoeg verliezen adviesdiensten en financiële dienstverleners werkgelegenheid, dit zijn twee van de doelgroepen waar Inverdan zich met haar kantoorontwikkeling op mikt. Overheidsgerelateerde diensten zijn dominant in het gebied, bovendien wordt deze positie steeds sterker. Hoewel het aandeel van de creatieve sector in de totale werkgelegenheid sinds 1999 is gestegen, is er toch sprake van een magere ontwikkeling. Ook vergeleken met andere steden doet Zaanstad het heel matig. De werkgelegenheid in het informatiegeoriënteerde cluster loopt over alle fronten terug. Oorzaken zijn de neergaande economische conjunctuur en de hiermee gepaard gaande inkrimping van werkgelegenheid bij een aantal bedrijven, en het vertrekken dan wel verdwijnen van een aantal bedrijven. De werkgelegenheid en de productie in het haven-industrieel cluster zijn teruggelopen. Dit komt voornamelijk voor

40

rekening van de voedingsmiddelenindustrie. Aangezien de werkgelegenheid in het informatiegeoriënteerde en havenindustrieel cluster gedaald is, betekent dit dat zij in de andere clusters (o.a. zakelijke diensten, distributie, detailhandel) gestegen is. Hier is in het rapport verder niet op ingegaan.

De conclusie kan niet anders luiden dan dat de Zaanse economie zorgelijke tijden doormaakt. Ook dreigt Zaanstad de boot te missen in sectoren die groeiperspectief bieden en belangrijk zijn voor de economische ontwikkeling, zoals de creatieve sector en het informatiegeoriënteerde cluster. Hoopgevend is wel dat wanneer het economisch tij keert Zaanstad beter toegerust lijkt om van kansen te profiteren dan voorheen het geval was. Met onder andere de ontwikkeling van het Hembrugterrein, kantoorontwikkeling in Inverdan, én tevens behoud van binnenstedelijke ontwikkellocaties worden de voorwaarden gecreëerd om mee te doen in sectoren die perspectief bieden.

41

Bijlage 1
Tabel B 1.1: Langetermijnontwikkeling werkgelegenheid naar sector
Werkzame personen 12 uur of meer 1980 Bedrijfsklasse Landbouw Voeding en genotsmiddelen Textielindustrie Hout/meubelindustrie Papier/grafische industrie Chemische industrie Metaal/electro/transportmid. Overige industrie Openbare nutsbedrijven Totaal industrie Bouwnijverheid Groothandel Detailhandel Horeca en recreatie Reparatiebedrijven Handel, Horeca, Reparatie Vervoer en communicatie Bank en verzekeringswezen Zakelijke diensten Verv., Comm., Fin. en Zak. dvl. Onderwijs Openbaar bestuur Gezondheidszorg en maatschappelijke diensten Overige diensten Non-Profit Totaal diensten* Code onbekend Totaal 47379 41657 45259 45956 536 5524 1346 2024 2189 1118 5230 397 520 18348 4552 3239 4674 806 n.b. 8719 1818 1403 3041 6262 2354 1141 4292 1175 8962 23943 364 4215 1092 1090 618 844 4766 365 550 14581 3671 2784 3878 800 n.b. 7462 1884 1417 3238 6539 2304 1039 4592 1105 9040 23943 330 3894 1264 969 1805 1095 4117 626 365 14135 3921 3366 4046 738 759 8909 2050 1170 4437 7657 2411 1422 5024 1450 10307 26873 389 3660 1137 770 1689 1024 2848 763 368 12259 4387 3540 4064 1096 608 9308 1995 2075 4012 8082 2530 1744 5120 2137 11531 28921 459 3082 1069 610 1765 1063 2644 544 410 11187 4936 3029 4569 1186 562 9346 3546 2604 6600 12750 3281 2593 6106 1744 13724 35063 3 52204 51511 515 2513 1009 450 1585 962 2705 579 40 9843 5040 3584 4616 1335 600 10135 3078 2351 6023 11452 3560 2827 5775 2364 14526 36113
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

1985

1990

1995

2000

2003

n.b. In 1980 en 1985 vielen de reparatiebedrijven onder detailhandel en zakelijke diensten * Totaal diensten: is een optelling van de sectoren Handel, Horeca, Reparatie; Verv., Comm., Fin. en Zak. dvl en Non-Profit

42

Bijlage 2
Tabel B 2.1: Werkgelegenheidsontwikkeling naar branche op BIK-2 niveau, 1999-2003
1999 1 2 14 15 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 40 41 45 50 51 52 55 60 61 63 64 65 66 67 70 71 Landbouw Bosbouw Winning van zand, grind, klei, zout e.d. Verv. van voedingsmiddelen en dranken Verv. van textiel Verv. van kleding; bereiden en verven van bont Verv. van leer en lederwaren Houtindustrie Verv. van papier en karton Uitgeverijen en drukkerijen Aardolie- en steenkoolverwerkende industrie Verv. van chemische producten Verv. van producten van rubber en kunststof Verv. van glas, aardewerk, cement, kalk en gips Verv. van metalen in primaire vorm Verv. van producten van metaal Verv. van machines en apparaten Verv. van kantoormachines en computers Verv. van overige elektrische machines, apparaten Verv. van audio, video en telecomapparatuur Verv. van medische apparaten, precisie-instrumenten Verv. van auto's, aanhangwagens en opleggers Verv. van transportmiddelen (geen auto's) Verv. van meubels en overige goederen Voorbereiding tot recycling Nutsbedrijven Winning en distributie van water Bouwnijverheid Handel en reparatie van auto's, motors; benzinestations Groothandel Detailhandel en reparatie van consumentenartikelen Horeca Vervoer over land Vervoer over water Dienstverlening voor vervoer Post en telecommunicatie Financiële instellingen Verzekeringswezen en pensioenfondsen Financiële beurzen, assurantietussenpersonen Verhuur van handel in onroerend goed Verhuur van transportmiddelen en machines 419 0 0 3021 173 53 2 517 509 1089 1 805 154 68 40 955 961 5 56 8 79 5 141 1365 35 270 70 5561 1027 2799 4082 811 874 182 1315 768 1382 183 489 558 296 2000 459 0 0 3124 183 61 2 470 586 1205 1 879 195 76 42 993 910 7 378 11 95 23 190 1380 37 270 140 5145 1070 2656 4171 897 1172 176 1327 914 1340 185 537 595 286 2002 499 7 30 2850 175 42 0 497 648 1095 0 748 179 83 34 1055 1001 1 488 9 54 22 218 1238 36 1 37 5259 1021 3604 3923 868 1234 58 1450 729 1625 12 290 671 281 2003 508 7 34 2664 156 98 16 215 492 1093 0 703 259 60 12 859 1132 1 514 8 87 8 156 1182 171 0 40 5212 1111 3407 4103 918 1217 184 926 755 1351 35 312 652 310 43

Tabel B 2.1: Vervolg
72 73 74 75 80 85 90 91 92 93 0 Computerservice- en informatietechnologiebureaus Speur- en ontwikkelingswerk Overige zakelijke dienstverlening Overheid en soc. verzekeringen Onderwijs Gezondheids- en welzijnszorg Milieudienstverlening Werkgevers-, werknemers-, en ideële organisaties Cultuur, sport, recreatie Overige dienstverlening Onbekend 686 16 6701 2258 2650 5475 343 111 462 478 0 50308 721 19 6486 2569 3281 5584 366 133 521 534 3 52405 869 34 6529 2641 3248 5381 446 157 560 541 0 52478 818 59 6115 2799 3560 5408 436 158 567 623 0 51511
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Totaal

* In 2001 is het beheer van het vestigingenregister overgegaan naar O+S Amsterdam en is er geen werkgelegenheidsenquête geweest. Derhalve is 2001 niet in het overzicht opgenomen.

44

Bijlage 3
Tabel B 3.1: Werkgelegenheid per bedrijventerrein in 1999 en 2003
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

Tabel B 3.2: Werkgelegenheid per binnenstedelijke bedrijfslocatie in 1999 en 2003

1999 Achtersluispolder Hembrugterrein Molletjesveer Noorderveld Westerspoor-Zuid Zuiderhout 3472 272 2897 0 3823 1888

2003 3848 210 2660 1143 4425 2008

1999 Aris van Broekweg Bedrijventerrein Assendelft-Noord Bedrijventerrein Krommenie Bonar Breedweer Diederik Sonoyweg Kogerveld-Midden Kogerveld-Noord Kogerveld-Zuid Noordervaartdijk e.o. Oostzijde Pielkenrood Prinsenstraat Sportlaan Zaandam* Stationsstraat Koog a/d Zaan Verkade Westzaan-Zuid Wormerveer-Zuid ZBB * Ontwikkelingslocatie 169 79 184 309 796 282 1126 351 145 121 84 14 491 459 137 645 679 230 1202

2003 243 1140 212 80 165 300 871 313 419 315 121 127 106 11 463 352 80 681 478
Bron: Vestigingenregister Zaanstad

45

Bijlage 4
Tabel B 4.1: Activiteiten vallend onder creatief cluster
Ambachten (o.a. vervaardigen, distribueren en verkopen van bijvoorbeeld textiel, kleding, meubels, sieraden, keramiek, instrumenten en juweliersartikelen) Architectuur (o.a. architectuur en stedenbouw, binnenhuis- en landschapsarchitecten, technische ontwerp- en adviesbureaus) Beeldende kunst en antiek (o.a. beeldend kunstenaar, kunstuitleen, kunsthandel, musea, Kunstgalerieën en expositieruimten, veiling kunst en antiek, detailhandel in meubels, schilderijen, lijsten, prenten) Schrijven en uitgeven (o.a. pers- en nieuwsbureau, auteur, journalist, tekstschrijver, drukkerij, uitgeverij, detailhandel in boeken, tijdschriften en kranten) Fotografie, film en video (o.a. scenarioschrijver, acteur en regisseur en producent van animaties, video's en films, videostudio, fotografie, producent van animaties, video's en films, distributie, verkoop en verhuur van video's en films, vertoning van films) (Leisure) Software (o.a. vervaardigen, distributie en verkoop van games, internetdiensten, webdesign) Muziek (o.a. artiest/gezelschap, reparatie en bouw muziekinstrumenten, drukken bladmuziek, detailhandel geluidsdragers, muziekcentra, uitgeverij van geluidsopnamen, muziekpodium, opnamestudio, vj, dj, componist) Televisie en radio (o.a. omroeporganisatie, ondersteunende activiteiten t.b.v. radio en televisie, producent van radioen televisieproducties, telecommunicatie, kabelbedrijven) Podiumkunsten (o.a. beoefening van podiumkunsten, theater, schouwburg, evenementen, theatervormgever, toneelkapper en grimeur, decorbouwer, producent van podiumkunsten, dienstverlening t.b.v. kunstbeoefening) Reclame (o.a. reclame ontwerpbureaus, adviesbureaus, drukkerijen van reclame, copywriters, communicatiebureaus) Vormgeving (o.a. ontwerp- en tekenbureaus, industriële vormgeving, interieur en modeontwerper, keramisch ontwerp, grafisch ontwerp, illustratoren, toegepaste kunst, vrije vormgeving)
Bron: Etin Adviseurs Bron: Bureau Louter

Tabel B 4.2: Activiteiten vallend onder informatiegeoriënteerd cluster
I1: I2: I3: Coördinatie-activiteiten (of regie-activiteiten), bestaande uit het bank- en verzekeringswezen en holdings Kennisintensieve zakelijke dienstverlening ICT en (nieuwe) media. Een onderling functioneel nauw samenhangend cluster van computersoftwarebedrijven, telecombedrijven, (nieuwe) media, aangevuld met relevante delen van de groothandel

46