You are on page 1of 8

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Klas
Stageschool
Plaats

Nikki Schalkx
1C
St. Theresiaschool
Lennisheuvel

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Iris Vermeer
31-03-2015
4-5
24

Vak- vormingsgebied: Muziek
Speelwerkthema / onderwerp: Stekelhaar en basgitaar
Persoonlijk leerdoel:
-

Ik wil de leerlingen op een positieve manier aansporen om mee te doen. Sommige leerlingen zullen uit onzekerheid niet meedoen. Deze leerlingen wil ik bij
de les houden door complimenten te geven wanneer zij iets wel goed doen.

-

Ik wil de theorie van het KVB-model nadrukkelijk in mijn les naar voren laten komen. Dit is dan ook te zien in de lesdoelen.

Lesdoel(en):

Kerndoel 54
De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken,
om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te
communiceren.
Zingen (betekenis, klank)
- Ze zingen de liederen met aandacht voor kwaliteit (adem,
articulatie, expressie, zuiverheid).
- Ze zingen met hun oren open en luisteren naar elkaar of naar
de begeleiding op een 'meezing Cd'.
- De kinderen zingen met elkaar liederen over onderwerpen
waarvoor zij belangstelling hebben, bijvoorbeeld over verre
landen of onzinteksten.
Luisteren ( Betekenis)
- De kinderen leren om geconcentreerd te luisteren naar korte
betekenisvolle muziekfragmenten, bijvoorbeeld muziek waarin
een verhaal wordt 'verteld'.
- Ze praten over hun beleving en de betekenis die de muziek
voor hen heeft, bijvoorbeeld over popmuziek.
Muziek maken (vorm)
- Ze klappen en spelen de maat of het ritme van gezongen
liederen op verschillende ritme-instrumenten. (Herhaling?)
-

De kinderen kennen verschillende gitaren en kunnen die
op klank onderscheiden.

Bronnen:
http://tule.slo.nl/KunstzinnigeOrientatie/F-L54b-Gr56-Kinderen.html
http://www.meesterharald.nl/muziek/kvb.htm

Evaluatie van lesdoelen:

Beginsituatie:
De leerlingen zijn het gewend om muziekles te krijgen. Zij hebben eens in de drie weken een muziekles uit de methode ‘moet je doen’. Ik verwacht dat de leerlingen
goed mee gaan doen met deze muziekles, omdat zij dit leuk vinden. Wel denk ik dat er een enkeling onzeker zal zijn en daarom niet mee zal doen tijdens het zingen.
Ik zal als leerkracht daar op inspelen door individueel te laten merken dat ik in de gaten heb welke leerlingen er niet mee doen. Dit gebeurt zonder een leerling hiervoor
te straffen. Ik zal mezelf enthousiast opstellen.
Bij de evaluatie wordt gebruik gemaakt van een werkvorm die bekend is bij de leerlingen door lessen die eerder hebben plaatsgevonden. Deze werkvorm heet denken,
delen, uitwisselen. Hierbij denken de leerlingen eerst zelf na, vervolgens delen zij hun bevindingen met het schoudermaatje en vervolgens bespreken we deze
bevindingen klassikaal.
In deze les luisteren kinderen naar een van de meest populaire instrumenten: de gitaar. De gitaar is vooral dankzij de popmuziek enorm in de belangstelling gekomen.
Iedere leerling heeft wel eens een gitaar gehoord, vastgehouden of zelfs gespeeld. Omdat het herkenbaar is, staat het dicht bij de leerlingen. Ik weet dit als leerkracht
en zal hier het enthousiasme van de leerlingen uit halen.
Ik heb er voor gekozen om de leerlingen van groep 4 dezelfde leerdoelen te geven als de leerlingen van groep 5. Natuurlijk zal ik het van groep 4 acceptabel vinden
wanneer zij bijvoorbeeld nog niet de hele tekst durven mee te zingen. Wel zal ik hen positief stimuleren om het toch te doen.
Bronnen:
http://mijn.eigenwijsdigitaal.nl/home/lesmateriaal-mjd/song/506#

Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

5 minuten

Doel
bespreken/v
erkenning/zi
ngen

1. Ik vraag de aandacht van de groep
d.m.v. het handsignaal.
2. Ik vertel de kinderen dat ze gaan
luisteren naar een lied. Ik vraag ze
goed te luisteren naar hoe de jongen en
het meisje in het lied eruitzien.
(“Stekelhaar en basgitaar” LVB 40).
3. Ik praat naar aanleiding van het lied
met de kinderen over haardracht,
kleding en mode. Ik stel vragen als:
Hoe laat jij je haar knippen? Hoe draag
jij je haar? Hoe is de haarmode nu?
Draag jij een spijkerbroek? Hoe zien
jouw sokken eruit? Wat zijn hippe
kleren? Wat dragen popmuzikanten en
sterren? Vind je dat hip? Koop jij ook
die kleren?

1. De leerlingen zien dat ik de aandacht van hen
vraag en worden zo snel mogelijk stil.
2. De leerlingen luisteren naar het fragment.
3. De leerlingen voeren een gesprek over haardracht,
kleding en mode. Ze beantwoorden mijn vragen.

Liedje:
http://mijn.eigenwijsdigi
taal.nl/home/song/128
Handleiding:
http://mijn.eigenwijsdigi
taal.nl/home/lesmateri
aal-mjd/song/506
Werkbladen voor start
van de les kopiëren.

Zingen
20 minuten

1. Ik luister nog een keer naar het lied
samen met de leerlingen.
2. Ik vraag de kinderen de tekst van het
lied op te noemen.
3. Ik schrijf de tekst op het bord.
4. Ik lees de tekst van het eerste couplet
duidelijk voor in het ritme van het lied.
5. Daarna herhaal ik het voorlezen van de
tekst, waarbij de kinderen de zinnen
afmaken.
6. Ik zeg zelf:
- Ik zoek een jongen met … en een…
Vuurrode sokken en een… Dat is de
jongen… Ik zoek een meisje met…
Lichtblond haar en een… Vuurrode
sokken en een… Dat is het meisje…
7. Deze werkvorm wordt herhaald, maar
nu mogen enkele kinderen de rol van
de leerkracht (voorzegger) innemen.

-

1. De leerlingen luisteren nog een keer naar het
lied.
2. De leerlingen proberen de tekst van het lied op
te noemen.
3. –
4. De leerlingen luisteren naar het ritme van het
lied d.m.v. de tekst die wordt voorgelezen.
5. De leerlingen maken de zinnen af.
6. De leerlingen zeggen:
Stekelhaar, basgitaar, spijkerbroek, die ik zoek, licht
blond haar, basgitaar, spijkerbroek, dat ik zoek.
7. De werkvorm wordt herhaald. Enkele kinderen
nemen de rol van de leerkracht in.

Liedje:
http://mijn.eigenwij
sdigitaal.nl/home/s
ong/128
Handleiding:
http://mijn.eigenwij
sdigitaal.nl/home/l
esmateriaalmjd/song/506
Werkbladen voor
start van de les
kopiëren.
Whitebord
Whitebordstift

5 minuten

Zingen/zelfs
tandig
werken

8. Ik zing het lied voor of maak gebruik
van het luistervoorbeeld.
Ik leer het lied als volgt aan:
- Ik zet op het bord een streep onder
regel 1 en 3. Daarna vraag ik de
kinderen te letten op de melodie van de
regels die onderstreept zijn. Ik zing zelf
de rest.
- Tot slot zingen de kinderen het hele
lied.
9. Ik bespreek de kwaliteit van het zingen.
Ik vraag de helft van de groep het lied
te zingen, de andere helft luistert en
geeft commentaar. Is de tekst goed te
verstaan? Zingt iedereen de juiste
melodie? Zijn er nog stukjes van het
lied die beter kunnen?
10. Hierna krijgen de leerlingen een
werkblad van mij. Ik bespreek dit
werkblad op het digi-bord. Hierna
maken de leerlingen opdracht 1 en 2
zelfstandig in tweetallen. Vervolgens
maken we opdracht 3 klassikaal.

8. De leerlingen luisteren naar het lied.
Ze letten op de melodie van de regels die
onderstreept zijn. Tot slot zingen de kinderen
het hele lied.
9. De ene helft van de groep zingt, de andere helft
luistert. (Groep 4 luistert, groep 5 zingt). De
leerlingen geven antwoord op de vragen.
10. Hierna wordt er een korte taakinstructie
gegeven van een werkblad. De leerlingen gaan
hierna dit werkblad zelfstandig maken. Opdracht
3 maken we klassikaal.

Evaluatie

11. Na het maken van de opdrachten
evalueer ik de les met de leerlingen.
Hierbij wordt de werkvorm denken,
delen uitwisselen gebruikt. Ik laat de
leerlingen nadenken over de vraag:
“Wat heb ik geleerd in deze
muziekles?” Zo kan ik als leerkracht
bepalen of het les doel is behaald.

11. De les wordt geëvalueerd. De leerlingen denken
na over de vraag: “Wat heb ik geleerd in deze
muziekles?” Dit doen zij door middel van de
werkvorm denken, delen, uitwisselen. De
leerlingen zijn dit gewend en vullen elkaar op
deze manier aan met informatie. Het geeft
‘zwakkere’ leerlingen de kans om bij de les te
blijven.

Werkbladen

Persoonlijke reflectie

Feedback mentor
Datum: 31-03-2015