You are on page 1of 6

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Kevin Vedler
Klas
P14EHVD
Stageschool De Crijnsschool
Plaats
Nuenen
Vak- vormingsgebied: Muziek
Speelwerkthema / onderwerp: De Droomboom

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Silvia Wientjes
5
28

Persoonlijk leerdoel: Een goede, leuke en interactieve muziekles geven aan groep 5. Mijn persoonlijk leerdoel is consequent handelen. Bij een muziekles
kan het voorkomen dat sommige kinderen niet serieus meedoen. Ik spreek ze hier gelijk op aan, zodat ze weten dat ze mee moeten doen.
Lesdoel(en): Aan het eind van de les kennen de kinderen het liedje van Evaluatie van lesdoelen:
‘’De Droomboom’’ van buiten, en zingen ze het mee op de juiste
manier (toonhoogte, ritme etc.) Dit kunnen ze zonder hulp van de
Aan het eind van de les zingen de kinderen het liedje zonder enige hulp of moeite. Hieruit
leerkracht of tekst. Wel krijgen ze er plaatjes bij die aansluiten op de
kan ik halen dat het lesdoel is bereikt.
zinnen.
Kerndoel 54:
De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging te gebruiken,
om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te
communiceren.
Beginsituatie: De kinderen hebben vaker een muziekles, alleen heb ik zelf een specifieke muziekles nog niet bijgewoond. Wel hebben ze een keer een liedje
voorbereid voor op het ‘’Crijnspodium’’. Hierbij moesten ze ook bewegingen leren.
Het kan een drukke klas zijn, vooral bij een muziekles. Het is dus belangrijk dat ik alles van te voren goed structureer, zodat ik tijdens de les weet wat ik
moet doen als het mis gaat. Ik wil dit gaan doen door alle stappen duidelijk in mijn lesvoorbereiding te verwerken.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

10 min

Introductie

Ik zeg tegen de leerlingen dat we een nieuw
liedje gaan leren, genaamd ‘’De Droomboom’’.
Eerst vraag ik een paar kinderen van te voren
waar ze denken dat het liedje over zal gaan.
Vervolgens laat ik het liedje horen op YouTube.
Nadat ze het gehoord hebben ga ik ze een
aantal vragen stellen die aansluiten op het KVBmodel.
-

10 min

Kern -->
Aanleren

Als de kinderen denken dat ze weten waar het liedje over
gaat, mogen ze hun vinger opsteken.
Nadat dit is besproken luisteren ze aandachtig en stil naar
het liedje.
Vervolgens mogen ze weer hun vinger opsteken als ze
antwoord willen geven op een van de vragen.

YouTube
Liedje
KVB-Model

De kinderen zingen eerst met de tekst mee die ze op het
digibord zien. Ze moeten op een gegeven moment dingen
weten te onthouden omdat niet alle tekst er meer bij staat.
Op het einde staan er alleen nog maar plaatjes. Ze hebben
dan vaak genoeg het liedje gezongen om het te kennen,
maar hebben dan nog wel wat hulp met de plaatjes.

YouTube
Liedje
Prowise

Waar gaat het liedje eigenlijk over? Wat
groeit er in de boom? (Betekenis)
Hoeveel regels heeft het refrein?
(Vorm)
Wordt alles op dezelfde toonhoogte
gezongen, en hoe hoor je dit? (Klank)

Hierna ga ik ze het liedje aanleren, met behulp
van de weggeeftechniek. Ik zing het liedje
telkens voor. Ik heb een presentatie op het
digibord klaarstaan waar de tekst opstaat. Ik
laat de kinderen het liedje een keer zingen, en
help ze hier ook bij. Vervolgens ga ik telkens
een aantal woorden weglaten, totdat er op een
gegeven moment niets meer opstaat. Als er
niets meer opstaat heb ik nog wel plaatjes om
ze te helpen. Elk plaatje gaat over een zin. Ik
bespreek nog even de plaatjes met de kinderen.

5 min

Evaluatie en We kijken gezamenlijk nog even terug naar de
De kinderen mogen hun vinger opsteken als ze een vraag
afsluiting
les. Ik zal een aantal vragen stellen;
willen beantwoorden. Als er een kind aan het praten is is de
- Was het een leuk liedje om te leren?
rest stil.
- Wat ging er goed?
- Wat ging er minder goed, en hoe lossen
we dit op?
- Wat hebben jullie ervan geleerd?
Nadat de vragen zijn behandeld sluit ik de les
af.

Vragen over de les

Persoonlijke reflectie
Ik vond dat de les best goed ging. De kinderen deden enthousiast mee. Het was soms druk, maar dat is te begrijpen bij een muziekles. Ik
heb vaak het liedje laten zingen zodat ik zeker wist dat ze aan het eind van de les het liedje zouden beheersen. Ze vonden het gelukkig niet
saai dat het liedje vaak gezongen moest worden. Uiteindelijk lied ik ze het liedje zingen zonder tekst, en dit ging zonder moeite. Het lesdoel
was dus bereikt. De volgende keer moet ik iets duidelijker zijn in wat ik wil overbrengen aan de kinderen m.b.t. de drukte.

Feedback mentor
Datum:
Je bent duidelijk in jouw uitleg, ze mogen niet praten voor hun beurt. Vooral bij zo’n muziekles zijn ze geneigd om veel tussendoor te
praten. Hoog-laag stem goed dat je zegt; ‘’Ik begrijp dat het even grappig is, maar ik wil niet dat jullie erover blijven lachen.’’
Het is tussendoor een beetje luidruchtig  Ik snap het wel, zeg je? Maar ik wil dat het stil is. Let op hoe je iets brengt. Ga echt een
consequentie geven of verhef een keer je stem als je wil dat ze niet tussendoor blijven kletsen.
Leuke les, goed over nagedacht. De kinderen vinden het heel leuk, maar sommigen worden er druk van. Goed dat je Willem vooraan zet.
Het is nu klaar.
Mijn complimenten voor hoe duidelijk je bent in de uitleg van de stappen. We gaan eerst dit doen… dan dat… dat geeft duidelijkheid,
structuur en rust.
Je lesvoorbereiding ziet er prima uit.

Toelichting
Ik heb bij deze muziekles gekozen voor de Droomboom. Dit liedje komt ook voor in het boek ‘’Muziekmeester’’
(Lei, R. van de, & Haverkort, F.& Noordam, L. (2010). Muziek Meester. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff).
Bij deze les heb ik zelf een ProWise presentatie gemaakt. Ik heb hiervoor gekozen omdat zo de belevingswereld van de
kinderen Op deze manier enthousiasmeer ik de kinderen nog meer. (Hooijmaaijers, T., & Stokhof, T. (2012).
Ontwikkelingspsychologie voor leerbasisonderwijs. Assen: Koninklijke Van Gorcum).
Voordat ik begon met het aanleren van het liedje, heb ik vragen gesteld die aansluiten bij het KVB-model. De K staat voor Klank,
de V staat voor Vorm, en de B staat voor betekenis. Hieraan zitten verbonden domeinen (zingen,spelen,luisteren,bewegen en
lezen en noteren). Deze domeinen zijn ook voorbijgekomen tijdens mijn les. Eerst begonnen de kinderen met luisteren, om
kennis te maken met het liedje. Daarna lazen ze de tekst die ik verwerkt had in mijn presentatie. Vervolgens zongen ze het liedje
en maakten ze er bewegingen bij. Ik had geen bewegingen bedacht die ze moesten uitvoeren, maar je merkte dat de kinderen
bij bepaalde stukken in de tekst bewegingen maakten. Bijvoorbeeld bij het stukje ‘’Krak, boem!’’ zongen ze het extra luid en
bewogen ze erbij.

Ik heb gekozen om telkens woorden weg te laten bij de tekst, omdat de kinderen op deze manier de tekst wel moeten leren,
omdat het anders gewoon niet lukt. Ook worden ze op deze manier gestimuleerd om extra goed hun best te doen. Vervolgens
liet ik de tekst weg, en gebruikte ik alleen plaatjes die te maken hadden met de tekst. Zo hebben de kinderen onbewust een
extra moeilijke taak, maar wordt het door de vrolijke plaatjes wel een stuk leuker.
Ik heb gekozen om deze les klassikaal te geven, en dat de kinderen het allemaal gezamenlijk zingen. Zo vind ik dat je de meeste
aandacht krijgt, omdat de kinderen vaak luid willen zijn. Als ze allemaal tegelijk zingen, kunnen ze dit ook, waardoor ze meer hun
best doen om mee te zingen.
Ik heb samen met de klas geëvalueerd, door middel van een aantal vragen. Ik heb hierbij eerst het positieve laten benoemen.
Wat ging er goed? En hoe kwam dit? Vervolgens ging ik kijken naar wat er minder goed ging. We waren het gezamenlijk eens
met de klas dat er af en toe niet serieus gezongen werd. Vervolgens hebben we samen besproken hoe dat de volgende keer
voorkomen kan worden.
Ik heb de feedback van Marisha en Kirsten verwerkt in mijn lesvoorbereiding.