You are on page 1of 3

Les 1

1.1 Het bedrijf


1.1.1 Organisatie, bedrijf en onderneming
Een organisatie is een menselijke samenwerking die doelgericht is en als blijvend
bedoeld is. Organisaties die goederen en/of diensten voortbrengen of handel
bedrijven moet een doel op deze afzetmarkt te verkopen noemen we een bedrijf.

Bedrijven zonder winstoogmerk (non-profit) streven naar levering van


goederen en/of diensten voor algemeen nut tegen de laagst mogelijke
offers.
Bedrijven met winstoogmerk (profit) streven naar winst. Dat betekent dat
zij op eigen kracht een opbrengst voor hun producten en/of diensten
realiseren doe hoger zijn dan de kosten van het maken of leveren ervan/.
Dit is met de bedoeling de winst ter beschikking te stellen aan de
bedrijfseigenaar als beloning voor mijn investering in het bedrijf.

Een organisatie is alleen een bedrijf als zij goederen of diensten produceert. Niet
elk bedrijf is een onderneming, tenzij de bedrijven gericht zijn op het maken van
winst.
1.1.2 Bedrijven zijn organisaties
Je kan een bedrijf zien als een menselijke samenwerkingsverband dat doelgericht
en blijvend is.
De mens in de organisatie
De samenwerking in een organisatie
Samenwerking loont omdat het zogenoemde synergie-effect optreedt. Dit wilt
zeggen dat het resultaat van het totale samenwerkingsverband groter is dan een
optelling van de resultaten van de individuele presentaties.
Doelgerichtheid binnen een organisatie
Organisatiedoelen kunnen veranderen, maar om de eenheid binnen de
organisatie te bewaren, zullen er altijd n of meer gezamenlijke doelen
aanwezig moeten zijn. Anders ontbreekt het richtinggevoelen streeft iedereen
zijn eigen doelen na.
Continuteit in een organisatie
Onder normale condities streven de leden ernaar de organisatie te continueren.
In sommige situaties kan de organisatie opgeheven worden als het doel dat een
onderneming nastreeft definitief is bereikt. De bedrijfskunde gaat echter meestal
uit van de zogenoemde going-concern-gedacht. Dat wil zeggen: je gaat bij het
nemen van managementbeslissingen uit dan de continuteit van het bedrijf
(ongeacht het eventueel wisselend eigendom van het bedrijf na een overname).
Binnen de bedrijfskunde geldt al interne hoofddoelstelling: het voortbestaan van
het bedrijf.
1.1.3 De eenvoudige werking van een bedrijf
Bedrijven worden opgericht met een bepaalde doelstelling. Om die doelstelling te

realiseren zal de input veranderd moeten worden in output. Hiervoor wordt een
transformatieproces schema gemaakt (pagina 24). Bij een blackboxbenadering
kan alleen gezien worden wat erin gaat en eruit komt.
4.1 De organisatieomgeving
4.1.1 What business are we in?
De vraag aan de omgeving. De vraag gaat terug naar de kern van het bedrijf: Wie
zijn wij en wat doen wij?
Drie wegen:
1. De bepaling van de omgeving door te kijken naar het product of de dienst die
het bedrijf levert.
2. De bepaling van de omgeving door de kijken naar de markt waarop het bedrijf
actief is.
3. De bepaling van de omgeving door te kijken naar de door het bedrijf gebruikte
technologien of processen.
4.1.2 Typen omgevingen
De omgeving waarmee bedrijven te maken hebben, bestaan uit partijen en
situaties. De partijen vormen een transactionele omgeving. Voor de meeste
organisaties bestaat de transactionele omgeving uit de volgende partijen:
afnemers, overheid, banken, leveranciers, arbeidsmarkt, concurrenten en
belangengroepen.
De sitauties die in de omgeving van organisaties een rol spelen, vormen de
contextuele omgeving. De situaties betreffen ontwikkeling op het gebied van
economie, politiek, wetenschap en technologie, arbeidsmarkt en bedrijfstak en
sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen zijn betrekkelijk
ongrijpbaar voor het bedrijf, toch kunnen ze op lange duur van invloed zijn.
4.1.3 De bedrijfsomgeving in kaart
De interne belanghebbende en externe belanghebbende vormen samen met de
transactionele omgeving en staat de buitenste schil van de indirecte omgeving
voor de transactionele omgeving.
4.2 De invloed van de indirecte omgeving op het bedrijf
Door de analyse van de indirecte omgeving kunnen twee methoden gebruikt
worden: de STEP-analyse en de scenariomethode.
4.2.1 De STEP-analyse
De (Demografisch, Ecologisch) Sociale, Technologische, Economische en Politieke
variabelen in de omgeving. De vraag die we moeten beantwoorden bij een STEPanalyse is: Welke STEP-variabelen vormen nu of in de toekomst kansen of
bedreigingen voor het bedrijf? zie tabel 4.2 op p. 135.
4.2.2 De scenariomethode
Soms is de toekomst van een bedrijf zo onzeker dat ze niet te voorspellen is.
Hierbij stelt het bedrijf een aantal verschillende toekomstscenario's op die
allemaal zouden kunnen uitkomen. De toekomstscenario's inventariseren vooral
de bedreigingen uit de indirecte omgeving. Vervolgens stelt he t bedrijf
draaiboeken op, met daarin uitgewerkte reacties en tegenmaatregelen, voor het

moment dat het scenario (met daarin de potentile bedreiging vanuit de


omgeving) werkelijkheid wordt.