You are on page 1of 17

Bauwens Bo

Mogelijke examenvragen Diervoeding


Hoofdstuk 1. STUDIE VAN DE VOEDINGSSTOFFEN
1.1 INLEIDING
In welke 6 hoofdcategorien zijn voedingsstoffen verdeeld? Geef de basiscomponenten.
Water, koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen en mineralen

1.2 WATER
Uit hoeveel water bestaat het lichaam van een zoogdier en wat zijn de gevolgen van verliezen?
70%.
Verlies van 10% veroorzaakt ziekte
verlies van 15% of meer kan de dood veroorzaken indien niet tijdig hersteld.

Onder welke 4 vormen staat water ter beschikking voor dieren?


vrij drinkwater
gebonden aan voedermiddelen
metabolisch water
water uit weefsels door afbraak van negatieve voedingsbalans

Welk belang heeft water voor het dier?


water is betrokken bij bijna alle processen die in het lichaam plaatsvinden

wat bedraagt de dagelijkse waterbehoefte van een gezond volwassen dier?


In milliliters komt het overeen met de dagelijkse energiebehoefte in kcal metaboliseerbare energie
gezonde hond of kat 50ml per kg lichaamsgewicht
de behoefte stijgt wanneer waterverlies toeneemt (hogere temperatuur, lactatie, hogere urineproductie, diarree, braken,
bloedingen,)

1.3 KOOLHYDRATEN

enkelvoudige
suikers

Monosacchariden
= enkelvoudige suikers, gemakkelijk geabsorbeerd
Disacchariden= suikers, gevormd door een combinatie van 2 monosacchariden, makkelijk gehydrolyseerd in
monosacchariden
Oligosacchariden
= korte ketens van monosacchariden, kunnen gehydrolyseerd worden tot enkelvoudige suikers.
doen meestal dienst als vezelbron voor het dieet.
fructo-oligosacchariden (FOS) indien ze fructose bevatten.
Polysacchariden
lange ketens van monosacchariden, 2 types
o Polysacchariden met - bindingen (- glucanen)
kunnen opgesplitst worden door het amylase
o Polysacchariden met - bindingen (- glucanen)
kunnen niet opgesplitst worden door enzymen van het dier
vormen vezels

Hoofdstuk: Studie van de voedingsstoffen

In welke groepen organische componenten kunnen koolhydraten opgedeeld worden?


+ uitleg!

Bauwens Bo

Bij zoogdieren:
suikers in zetmeel zijn zo gekoppeld kunnen afgebroken worden door verteringssystemen.
suikers in vezels zijn zo gekoppeld dat ze enkel afgebroken kunnen worden door bacterile enzymen.

Wat zijn goede koolhydraatbronnen?


graanzetmeel, aardappelen en rijst.
Dierlijk materiaal bevat weinig tot geen koolhydraten

Wat is het belang van koolhydraten voor het dier?


-

functie van enkelvoudige koolhydraten en zetmeel


worden door het lichaam gebruikt als bron voor glucose. Minder belangrijke functies:
o zorgen voor energie
o kunnen gebruikt worden als bouwstenen voor andere voedingsstoffen
o zorgen voor opslag van energie in de vorm van glycogeen of vet
functie van de voedingsvezels
2 belangrijke functies!
o Bevorderen en reguleren van een normale darmfunctie
o Helpen behouden van de gezondheid van de dikke darm
Vezel zorgt voor een toename van massa en water in de darminhoud
helpt diarree en constipatie te voorkomen

Wat is een belangrijk nadeel van vezel?


flatulentie (winderigheid) en borborygmi (darmgeluiden)

Hoe verloopt de vertering van vezel?


Fermentatie: koolhydraten worden afgebroken in een omgeving met weinig tot geen zuurstof zodat energie gegenereerd
wordt.
Bacterin in de dikke darm: anaroben, kunnen zonder zuurstof leven.
Bacterin in de dikke darm passen fermentatie toe om energie te produceren voor overleving.
Die energie heeft de vorm van kortketen-vetzuren of gassen.
De bacterin gebruiken slechts een klein deel van de geproduceerde energie.
De rest wordt benut door de mucosacellen van de darm.

Koolhydraatbehoefte bij het dier?


honden en katten hebben geen absolute behoefte aan koolhydraten maar hebben wel voldoende glucose of
glucosevoorlopers nodig brandstof voor het centrale zenuwstelsel.
Zonder koolhydraten wordt meer gevergd van vet- en eiwitmetabolisme om glucosevoorlopers te kunnen leveren.

1.4 EIWITTEN
Hoofdstuk: Studie van de voedingsstoffen

Wat zijn eiwitten?

= protenen
Organische componenten samengesteld uit 1 of meerdere polypeptideketens; opgebouwd uit aminozuren die gekoppeld
zijn door peptidebindingen.

Hoeveel natuurlijk voorkomende aminozuren bestaan er?


23! Deze kunnen aan elkaar gerijgd worden in willekeurige volgorde

Variteit van eiwitten?


bijna oneindige variteit aan eiwitten!
ze kunnen ook combineren met niet-eiwit-substanties geconjugeerde eiwitten

Bauwens Bo

Hoe kunnen aminozuren opgedeeld worden?

Essentile aminozuren
moeten aanwezig zijn in het dieet aangezien het lichaam ze niet zelf kan synthetiseren in voldoende
hoeveelheden. verschilt van diersoort tot diersoort
Taurine = essentieel voor kat, niet voor hond!
Niet-essentile aminozuren
kunnen aangemaakt worden door het lichaam zelf.
indien toch in het dieet minder grote hoeveelheid essentile aminozuren nodig.

Waar vindt men eiwitten? Wat zijn de bronnen?


zowel plantaardige eiwitten als dierlijke eiwitten. alle weefsels gemaakt uit eiwit, wel verschil in hoeveelheden.
spierweefsel = erg veel eiwit vetweefsel = weinig eiwit

Wat is het belang van eiwitten voor het dier?


bron van energie eiwitten = essentile bouwstenen van alle weefsels en organen!
-

Kraakbeen, pezen en ligamenten


Samentrekkende elementen van spieren
Huid, haar en nagels
Bloedeiwitten
Enzymen
Hormonen
antistoffen

wat is de behoefte van eiwitten voor het dier?


tekort kan zorgen voor problemen met bovenstaande functies!
resultaat: slechte groei, gewichtsverlies, doffe vacht, slechte immuniteit,
overmaat: teveel zal worden gebruikt als energiebron en opgeslagen worden onder de vorm van vet
levert stikstofbevattende afvalstoffen op, worden omgezet tot ureum in de lever en uitgescheiden door de nieren.
Energie-productie uit eiwitten = minder efficint dan energie-productie uit koolhydraten en vetten
Pathofysiologische toestand kan verhoogde eiwitbehoefte tot gevolg hebben.
Patinten met brandwonden of kanker hebben dagelijks extra eiwit nodig (hypermetabole toestand) als bouwsteen voor
weefsel herstel.

Wat is de biologische waarde?


Kwaliteit = biologische waarde (BW)
Eiwit heeft hoge BW als het essentile aminozuren levert!

In hoeveelheden die nauwkeurig overeenkomen met de behoefte van het dier


Waarvan de meeste worden geabsorbeerd en vastgehouden

Wat heeft BW met eieren te maken?


Essentile aminozurenprofiel in ei komt overeen met de behoeften van de meeste dieren. Ei wordt makkelijk verteerd
BW = 100%
alle andere percentages gerelateerd aan die van ei.

Hoofdstuk: Studie van de voedingsstoffen

Afhankelijk van het aminozurenprofiel en eiwitverteerbaarheid.


voedingseiwit meestal duurder als het een hoge BW; maar huisdier heeft er minder van nodig.

Bauwens Bo

1.5 VETTEN
Wat zijn vetten? Welke soorten zijn er?
Vetten en olin zijn beide lipiden complexe organische producten, treden op in 2 vormen:
-

Enkelvoudige lipiden
oa vetzuren en de esters van vetzuren met glycerol
Geconjugeerde lipiden
= gecombineerd met andere componenten
oa fosfolipiden en lipoprotenen

Welke essentile vetzuren hebben honden nodig?

Linolzuur
-linoleenzuur

welke EXTRA component hebben katten nodig?


Archidonzuur! (katten kunnen dit niet uit linoleenzuur synthetiseren)

wat zijn de bronnen? Waar komen vetten voor?


zowel in plantaardige als in dierlijke voedingsmiddelen.

Wat is het belang van vetten voor dieren?


-

verschaffen van energie!


1g vet levert 9kcal, 2,5 keer meer dan koolhydraten of eiwitten.
smaak geven aan voeding
bepaalde vetzuren (onmisbaar) :
o structurele rol
ze maken deel uit van de celwanden
o funtionele rol
voorlopers van bepaalde hormonen

hoe worden vetten verteerd?


voornamelijk:
-

Hoofdstuk: Studie van de voedingsstoffen

maag:
enzym lipase (uit de maag afkomstig) breekt een deel af van het vet tot vetzuren en glycerol
dunne darm
o pancreassappen
enzym lipase (uit de pancreeas afkomstig) breekt vetten af tot vetzuren en glycerol
o gal
galzouten werken als detergentie
breken de oppervlaksespanning tss vetten en water
vetten worden opgesplitst in kleine druppeltjes (micellen) lipase kan makkelijker vetten bereiken
en afbreken resterende producten worden geabsorbeerd door darmcellen en gekoppeld aan
lipoprotenen vormen chylomicronen worden vrijgesteld in de lymfe en vervolgens in de
algemene circulatie.

Verschil in lengte van de vetzuren?


-

Korte vetzuren (< 6 C-atomen)


Middellange vetzuren (6-14 C-atomen)
Lange vetzuren (> 14 C-atomen)

Bauwens Bo

Lange vetzuren = meerderheid, worden verteerd via bovenstaande weg.


korte en middellange vetzuren meer wateroplosbaar. Worden rechtstreeks geabsorbeerd in de capillairen en
getransporteerd naar de lever. Nuttige bron van calorien voor honden wanneer de normale vetvertering is verstoord of
wanneer lymfecirculatie ter hoogte van de darm faalt.

Gevaren van korte/middellange vetzuren?


kunnen diarree veroorzaken wanneer ze niet opgenomen worden.
mogen niet overmatig aan katten gevoerd worden verantwoordelijk voor beschadiging van de lever door het optreden
van hepatische lipidose.

Wanneer zijn vetzuren bruikbaar als energiebron?


als ze mitochondrion bereiken.
wordt bereikt met behulp van L-carnitine
L-carnitine = wateroplosbaar vitamineachtig aminozuur dat helpt bij transport van vetzuren naar het actieve deel van het
mitochondrion.

Wat is de behoefte van het dier?


tekorten kunnen problemen veroorzaken zoals doffe vacht of reproductiestoornissen.

1.6 VITAMINEN
Wat zijn vitaminen?
complexe organische substanties.

Waarvoor zijn de nodig?


om de groei, de gezondheid en de overleving van levende wezens te onderhouden.

Wat is het verschil tussen planten en dieren?


planten kunnen de vereiste vitaminen zelf aanmaken, dieren zijn daar absoluut niet toe in staat.

Hoe worden vitaminen bekomen?


ze zijn een essentieel onderdeel van het dieet!
ze kunnen ook aanwezig zijn onder de vorm van een precursor waaruit het dier zelf in staat is het vitamine te synthetiseren.
sommige vitaminen worden geproduceerd door bacterin in de darm die dan worden opgenomen door de gastheer.

In welke hoofdgroepen kunnen vitaminen worden opgedeeld? Hoeveel zijn er? En welke?
-

Vet-oplosbare vitaminen
Worden vanuit de darm opgenomen, samen met vet
kunnen opgeslagen worden in het lichaam dagelijkse opname is geen vereiste
oversupplementatie kan leiden tot hypervitaminose en vergiftiging

Vit A

Vit D

Vit E

Vit K
Wateroplosbare vitaminen
worden niet opgeslagen in het lichaam in significante hoeveelheden
te veel wordt uitgescheiden via de urine
dagelijkse opname is vereist
deficintie kan bij overmatig waterverlies (polyurie of diarree) of wanneer gastro-intestinale stoornissen
interfereren met microbile populaties.

Vit B-complex (8 vitaminen)

Vit C

Hoofdstuk: Studie van de voedingsstoffen

13 belangrijke vitaminen!

Bauwens Bo

Is er een andere groep vitaminen?


er is een groep vitamine-achtige stoffen; ze lijken op vitaminen maar passen niet precies in de categorien.
vb. L-carnitine

Wat is het belang van vitaminen voor het dier?


ze nemen deel aan tal van chemische reacties in het metabolisme.
doen dienst als enzymen, co-enzymen (moleculen die aan eiwitten binden om actieve enzymen te vormen) en precursoren
van enzymen.

Waarom hebben dieren behoefte aan vitaminen?


afwezigheid van 1 vitamine kan zorgen voor het vertragen of niet meer optreden van 1 reactie. Dit kan verstrekkende
gevolgen hebben voor het lichaam!
tekort = vitaminendeficintie / hypovitaminose
teveel = hypervitaminose

1.7 MINERALEN
Wat zijn mineralen?
organische substanties welke een minerale component van het lichaam uitmaken.
ze maken slechts 1% van het lichaamsgewicht uit.
essentieel voor correcte groei en functionering van het lichaam!

In welke groepen verdeeld worden mineralen verdeeld? En op basis van wat?


op basis van de hoeveelheden vereist door het lichaam!
-

Macromineralen
lichaamsbehoefte wordt uitgedrukt in parts per hundred pph (1 pph = 10gram / kg voeder)
o Calcium,Chloor,Magnesium,Fosfor,Kalium,natrium
Micromineralen en sporenelementen.
lichaamsbehoefte van micromineralen wordt uitgedrukt in parts per million ppm (1ppm = 1 milligram / kg
voeder)
o Koper,Jood,Ijzer,Mangaan,Selenium,Zink
Vereiste hoeveelheden van sporenelementen zijn niet gekend! Zouden waarschijnlijk uitgedrukt worden in
microgram / kg voeder.
o Chroom,Cobalt,Fluor,Molybdeen,Nikkel,Sulfaat,Vanadium,silicium (essentieel voor de hond)

Wat is het belang van mineralen voor het dier?


noodzakelijk voor onderhoud van:

Hoofdstuk: Studie van de voedingsstoffen

Skeletstructuur
Zuur/base evenwicht en waterbalans
Cellulaire functie
Zenuwgeleiding
Spiersamentrekking

Wat zijn de mineralenbehoeften van een dier?


als een dier een geschikt, uitgebalanceerd dieet met een variteit aan ingredinten ter beschikking krijgt, wordt er over het
algemeen voldaan aan de behoeften zonder supplementen.
Er kan soms wel een tekort optreden (omstandigheden)
storingen in een hele reeks van metabole reacties.
verminderde immuniteit
Teveel aan mineralen = ook problemen!; sommige mineralen in competitie voor absorbtie.

Bauwens Bo

Hoofdstuk 2. STUDIE VAN DE ENERGIESTOFWISSELING


2.1 INLEIDING
Op welke plaats komt energie in de lijst van essentile behoeften?
e

3 ! na zuurstof en water.

2.2 WAT IS ENERGIE?


Hoe wordt energie uitgedrukt?
vroeger: Calorie = hoeveelheid warmte welke noodzakelijk is om de temperatuur van 1 gram water met 1 C te doen
stijgen.
sinds internationele overeenkomst in 1975: Joule = J = arbeid =die een kracht van 1 newton (kg m/s) verricht bij
verplaatsing van een lichaam over 1 meter.

Wat is de verhouding tussen calorie en joule?


1 cal= 4,18 J
1 kcal = 4,18 kJ = 4180 J
1 Mcal = 4,18 MJ = 4,18 x

Hoe worden voedermiddelen uitgedrukt?


in MJ/kg

2.3 OPDELING VAN DE ENERGIE BIJ VERWERKING DOOR HET DIER


Wat zijn de verschillende verliesposten?

Faecale Energie
= energie in faeces van voedsel dat niet verteerd wordt (of kan worden)
Energierijke gassen
fermentatiegassen die gelimineerd worden via:

Ructus (herkauwers)

Via anus (herkauwens en niet herkauwers)


Te verwaarlozen bij dieren zoals hond en kat, belangrijk bij herkauwers!
Urinaire energie

Ureum (bij zoogdieren)

Urinezuur (bij pluimvee)

NH3 (bij vissen)


Extra warmte / Heat increment
warmte die boven de behoefte wordt geproduceerd en moet afgevoerd worden om dieren binnen hun specifieke
lichaamstemperatuurzone te houden.

22..33..11 BBrruuttoo--eenneerrggiiee ((BBEE))


Wat is bruto-energie?
= verbrandingswarmte = de hoeveelheid warmte die vrijkomt bij volledige oxydatie (door verbranding) van een
gewichtseenheid voeder.

22..33..22 VVeerrtteeeerrbbaarree eenneerrggiiee ((VVEE))


Wat is verteerbare energie?
niet alle energie die een voeder bevat komt ter beschikking aan het dier.
verteerbaarheid van een voeder = het verschil tussen de hoeveelheid voedsel dat opgenomen werd en de hoeveelheid
voedsel dat verloren ging door de mest.
Toegenomen verteerbaarheid verminderde hoeveelheid mest.

Bruto Energie Faecale Energie = Verteerbare Energie

Hoofdstuk: studie van de energiestofwisseling

Bauwens Bo

22..33..33 M
Meettaabboolliisseeeerrbbaarree eenneerrggiiee ((M
MEE))
Wat is Metaboliseerbare energie?
= omzetbare energie = energie van een voeder dat in het organisme omgezet kan worden
metaboliseerbare energie = verteerbare energie urinaire energie (- energie gassen)
De hoeveelheid Energie die na aftrek van urinaire energie overblijft.

Verteerbare Energie Urinaire Energie = metaboliseerbare Energie

22..33..44 N
Neettttoo--eenneerrggiiee ((N
NEE))
Wat is netto-energie?
gedeelte van metaboliseerbare energie wordt omgezet in warmte door absorptie en vertering. Warmte wordt gebruikt om
lichaamstemperatuur te onderhouden, mar grootste deel gaat verloren.

Metaboliseerbare Energie Extra warmteverlies = Netto Energie


Hoe wendt het dier netto-energie aan?
1.

2.

Onderhoud
vitale functies
Lichaamsactiviteit
groei en herstel van weefsels
Productie en activiteit
Groei
Dracht

Indien niet genoeg energie na onderhoud geen productie of extra activiteit

2.4 ENERGIEBEHOEFTE VAN DIEREN


Wat is DER?
de dagelijkse energiebehoefte / Daily energy requirement

Waarvoor dient de energie welke dagelijks uit het voer wordt opgenomen?
1.
2.
3.

Onderhouden van vitale functies in het lichaam


Activiteit / arbeid
Groei en productie

Hoofdstuk: studie van de energiestofwisseling

Uit welke verschillende fracties bestaat de dagelijkse energiebehoefte voor onderhoud van een
volwassen dier? Leg uit!

BER / Basel Energy Requirement


= De energiebehoefte voor basaal metabolisme
nodig om vitale organen te laten functioneren
(ademhaling, circulatie, nierfunctie, hersenactiviteit, temperatuurhuishouding
veronderstelling: dier is volledig inactief 12u na de maaltijd en bevindt zich in een stressvrije thermoneutrale
omgeving!
RER / Resting Energy Requirement
= De energiebehoefte in rust
energie die nodig is voor een rustend dier in een thermoneutrale omgeving, 12u na het eten.
MER / Maintenance Energy Requirement
= De energiebehoefte voor volwassen onderhoud
Energie die nodig is voor rust + voor beweging, opname en vertering van voedsel.

Bauwens Bo

Is de hoeveelheid benodigde energie meer gerelateerd aan lichaamsoppervlak of aan


lichaamsgewicht? leg uit waarom!
aan lichaamsoppervlak! Energie gaat vooral verloren onder de vorm van warmte langs het lichaamsoppervlak.

Hebben kleinere dieren een relatief hogere of lagere DER?


hogere! Hun lichaamsoppervlak is groter ten opzichte van hun lichaamsgewicht. Ze hebben dus een relatief groter
warmteverlies.

Hoe bereken je DER?


kg

0,75

= metabolisch gewicht

Hoe wordt DER benvloedt?


leeftijd, castratiestatus, dagelijkse activiteit, omgevingstemperatuur, ras,

2.5 ENERGIE-INHOUD VAN VOER


Wat is energiedichtheid?
= energiedensiteit = energie-inhoud per gewichtseenheid kcal per 100g of KJ per 100g
wordt bepaald door de hoeveelheid energieproducerende voedingsstoffen.

Heeft water een energetische waarde?


neen. Voer met hoog vochtgehalte zal dus een lagere energiedichtheid hebben.

De fabrikant is verplicht de verhouding van verschillende voedingsstoffen en hoeveelheid energie in


het voeder op de verpakking te plaatsen. Maar hoe bereken je het aantal verteerbare koolhydraten
(enkelvoudige suikers, zetmeel, glycogeen)?
100% - % eiwit - % vet - % ruwe celstof - % water - % as (mineralen) = % verteerbare koolhydraten
voor 100g voer

Hoofdstuk 3. VOEDEN NAAR LEVENSFASE


3.1 INLEIDING
3.2 HET VERZAMELEN VAN DE VOEDINGSHISTORIEK EN INFORMATIE OVER HET DIER

Signalement
Omstandigheden
Medisch
Voeding
Algemene indruk
inclusief BCS! (lichaamsscore)

Waarvan neem je best ook aantekeningen?


-

Signalement (lichaamsgewicht!)
Voedingshistorie
Gebit- en mondverzorging

Hoofdstuk: voeden naar levensfase

Welke informatie is belangrijk om een eigenaar gepast advies te kunnen geven over wat hij moet
voeren?

Bauwens Bo

Algemene indruk van huid en vacht


Alle andere informatie mbt omgeving,verleden, huidige toestand,

33..22..11 SSiiggnnaalleem
meenntt
Welke factoren horen tot het signalement?
-

Diersoort
Ras
Leeftijd
Geslacht castratiestatus
Gewicht

Waarom is de diersoort van belang?


er is een verschil in eetgewoonten. Katten kunnen vb 10 20 kleine maaltijden nuttigen. eigenaren aanbevelen om
kleine hoeveelheden te voeren.

Waarom is het ras van belang?


verschillende rassen = verschillende risicos op aandoeningen / ziektes.
bepaalde rassen zijn vatbaarder voor zwaarlijvigheid enz.
rasverschillen zoals temperament, gestalte / bouw, vacht en magere lichaamsmassa zorgen voor grote verschillen in DER.

Waarom is de leeftijd van belang?


verschillende behoeften voor specifieke voedingsstoffen afhankelijk van de leeftijd.
jonge of drachtige dieren hebben extra voedingsstoffen nodig voor groei. Problemen als ze niet de juiste hoeveelheden
krijgen.
pups van grote rassen ontwikkelen problemen als ze teveel van bepaalde voedingsstoffen binnen krijgen (CALCIUM!)
vanaf 5 7 jaar: fysiologie verandert!

Waarom is het geslacht of de castratiestatus van belang?


geslacht heeft geen invloed op energiebehoefte bij de hond
gecastreerde honden: 25% minder calorien nodig per dag
gecastreerde katten: 24-33% minder calorien nodig per dag.
gevolg van lagere basale energiebehoefte en lager activiteitsniveau.

33..22..22 O
Om
mssttaannddiigghheeddeenn
Welke factoren horen tot de omstandigheden?
-

Activiteitsniveau
Stress
omgeving

Hoofdstuk: voeden naar levensfase

Heeft het activiteitsniveau invloed?

1
0

Ja! Activiteit benvloedt de energiebehoeften significant.

Is er een verschil in langdure en kortstondige maar intense activiteit?


ja! Langdurige activiteit doet de energiebehoefte meer stijgen.

Wat is de invloed van stress?


stimmuleert de alertheid maar kan de voedselopname doen afnemen.
honden kunnen diarree ontwikkelen of weigeren te eten.
honden en katten hogere energiebehoefte wanneer gestressed, maar eten minder gewichtsverlies
zenuwachtige of gestreste honden hebben dus baar bij een geconcentreerd voer.

Bauwens Bo

Wat is de thermoneutrale zone?


de temperatuurszone waarin geen extra energie nodig is om te compenseren voor warmteverliezen of om extra warmte
kwijt te raken.
rasspecifiek! Hangt sterk af van de vacht.

3.3 SLEUTELVOEDINGSFACTOREN
Wat is het doel van een voedingsbehandeling?
zowel de lengte als de kwaliteit van het leven maximaliseren!

Wat zijn sleutelvoedingsfactoren? Welke zijn het?


voedingsfactoren die speciale aandacht vragen.
-

Water
Energie
Vet
Eiwit
Calcium en fosfor

Bepaalde levensfasen hebben nog aanvullende sleutelvoedingsfactoren nodig.

33..33..11 W
Waatteerr
Waar hangt de totale wateropname van af?
wordt benvloed door veel factoren maar neemt lineair toe bij toenemende zouthoeveelheden in het voer.

33..33..22 EEnneerrggiiee
Waarom is het zo belangrijk de behoeften te respecteren?
grote verschillen tussen individuen!
pups van grote rassen zullen vb skeletgroeiproblemen krijgen bij voer met een hoog energiegehalte.
ideaal gewicht is belangrijk vanwege de relatie van zwaarlijvigheid met allerlei ziekten!

33..33..33 VVeett eenn eesssseennttiillee vveettzzuurreenn


Wat is een voordeel van adequate opname van essentile vetzuren?
behouden van normale huid en vacht.

Wat doet men voor honden en katten die aanleg hebben om overgewicht te ontwikkelen?
een lager totaal vetgehalte aanbevelen, wel zorgen dat het voer voldoende hoeveelheden essentile vetzuren bevat.

33..33..44 EEiiw
wiitt
Wat zijn de gevolgen van overmatige eiwithoeveelheden?

33..33..55 CCaallcciiuum
m eenn ffoossffoorr
Wat zijn de gevolgen van hoge fosforopname?
snelle voortschrijding van nierziekten!

Wat zijn de gevolgen van overmatige calciumhoeveelheden?


kan leiden tot calciumoxalaatstenen en verscheidene orthopedische problemen (vooral als het aan pups gevoerd wordt!)

Hoofdstuk: voeden naar levensfase

-bijdragen aan de voortschrijding van nierfalen (voeders met hoog eiwitgehalte hebben ook vaak hoog fosforgehalte)
- overmatige hoeveelheden worden als eiwit en vet opgeslagen.

1
1

Bauwens Bo

3.4 VERSCHILLENDE LEVENSFASEN


33..44..11 VVoooorrppllaannttiinngg bbiijj hhoonnddeenn eenn kkaatttteenn
Wat zijn de doelstellingen bij een goed voedingsprogramma voor voortplantende dieren?
onderstaande elementen optimaliseren!
-

Bevruchting
Aantal pups / kittens per worp
Bekwaamheid van teef / poes om te werpen
Levensvatbaarheid van de pups / kittens, zowel pre- als neonataal
Lactatie

Wat zijn de invloeden van voeding op de fokkerij?

Hoofdstuk: voeden naar levensfase

goede voeding en management vergroten de kans op succesvolle voortplanting en gezonde nakomelingen


onjuiste voeding benvloedt de fokprestaties negatief.

1
2

Bauwens Bo

33..44..22 PPuupp eenn kkiitttteenn


33..44..33 VVoollw
waasssseenn hhoonnddeenn eenn kkaatttteenn
33..44..44 O
Ouuddee hhoonnddeenn eenn kkaatttteenn

Hoofdstuk 4. VOEDING VAN SPORTHONDEN


4.1 INLEIDING
4.2 ALGEMEEN
4.3 HET ENDURANCE TYPE
4.4 HET SPRINT TYPE
4.5 BESLUIT

Hoofdstuk 5. OBESITAS
5.1 INLEIDING
5.2 TYPES OBESITAS
5.3 VOORKOMEN
5.4 RISICOFACTOREN IN VERBAND MET OBESITAS
55..44..11 H
Heett ssoooorrtt vvooeerr eenn ddee vvooeeddeerrw
wiijjzzee
55..44..22 AAccttiivviitteeiitt
55..44..33 GGeenneettiisscchhee ooppbboouuw
w
55..44..44 GGeessllaacchhtt eenn ccaassttrraattiieessttaattuuss

55..44..66 GGeenneeeessm
miiddddeelleenn
55..44..77 EEnnddooccrriieennee ssttoooorrnniisssseenn
55..44..88 D
Dee eeiiggeennaaaarr
55..44..99 H
Heett ggeeddrraagg vvaann ddee hhoonndd

5.5 GEZONDHEIDSRISICOS VAN OBESITAS


5.6 DIAGNOSE

Hoofdstuk: voeding van sporthonden

55..44..55 LLeeeeffttiijjdd

1
3

Bauwens Bo

55..66..11 BBeeppaalliinngg vvaann hheett rreellaattiieevvee ggeew


wiicchhtt
55..66..22 M
Moorrffoom
meettrriisscchhee m
meettiinnggeenn
55..66..33 LLiicchhaaaam
mssccoonnddiittiieessccoorriinngg

5.7 BEHANDELING
55..77..11 PPssyycchhoollooggiisscchhee bbeennaaddeerriinngg vvaann ddee eeiiggeennaaaarr eenn ffaam
miilliiee
55..77..22 H
Heett ddiieeeett
55..77..33 AAccttiivviitteeiitt
55..77..44 SSttaapp vvoooorr ssttaapp bbeehhaannddeelliinngg
55..77..55 VVoooorrkkoom
miinngg vvaann hheerrnniieeuuw
wdd ooppttrreeddeenn

5.8 PREVENTIE VAN OBESITAS

Hoofdstuk 6. DIEETBEHANDELING VAN AANDOENINGEN VAN DE LAGE


URINEWEGEN
6.1 INLEIDING
6.2 KLINISCHE SYMPTOMEN
6.3 DIAGNOSE
Hoofdstuk: dieetbehandeling van aandoeningen van de lage urinewegen

6.4 URINEONDERZOEK

1
4

66..44..11 K
Kw
weeeekk
66..44..22 ppH
H
66..44..33 ssoooorrtteelliijjkk ggeew
wiicchhtt,, eeiiw
wiitttteenn eenn gglluuccoossee
66..44..44 sseeddiim
meenntt

6.5 ANALYSE VAN UROLIETEN


6.6 RISICOFACTOREN
6.7 BEHANDELING
66..77..11 aallggeem
meennee vvooeeddiinnggsspprriinncciippeess tteerr vvoooorrkkoom
miinngg vvaann uurroolliieetteenn
66..77..22 vvooeeddiinnggsspprriinncciippeess tteerr vvoooorrkkoom
miinngg vvaann ssttrruuvviieettuurroolliitthhiiaassiiss -66..77..33 vvooeeddiinnggsspprriinncciippeess tteerr vvoooorrkkoom
miinngg vvaann ooxxaallaaaattuurrootthhiilliiaassiiss

Bauwens Bo

Hoofdstuk 7. DIEETBEHANDELING VAN NIERAANDOENINGEN


7.1 INLEIDING
7.2 SLEUTELVOEDINGSFACTOREN BIJ CHRONISCHE NIERINSUFFICINTIE
77..22..11 EEnneerrggiiee
77..22..22 EEiiw
wiitt
77..22..33 FFoossffoorr
77..22..44 VVooeeddiinnggssvveezzeell
77..22..55 VVeett
77..22..66 N
Naattrriiuum
m
77..22..77 K
Kaalliiuum
m
77..22..88 VViittaam
miinneenn
77..22..99 AAcciiddoossiiss
77..22..1100VVeerrtteeeerrbbaaaarrhheeiidd

7.3 SLEUTELVOEDINGSFACTOREN BIJ ACUTE NIERINSUFFICINTIE

Hoofdstuk 8. DIEETBEHANDELING BIJ HARTAANDOENINGEN


8.1 INLEIDING
8.2 SLEUTELVOEDINGSFACTOREN

88..22..22 EEiiw
wiitttteenn eenn eenneerrggiiee
88..22..33 TTaauurriinnee
88..22..44 N
Naattrriiuum
mcchhlloorriiddee
88..22..55 LL--ccaarrnniittiinnee
88..22..66 LL--aarrggiinniinnee

Hoofdstuk 9. DIEETBEHANDELING BIJ KANKER


9.1 INLEIDING
9.2 VERANDERINGEN IN STOFWISSELING

Hoofdstuk: dieetbehandeling van nieraandoeningen

88..22..11 M
Maaggnneessiiuum
m eenn kkaalliiuum
m

1
5

Bauwens Bo

99..22..11 VVeerraannddeerrddee kkoooollhhyyddrraaaattssttooffw


wiisssseelliinngg
99..22..22 VVeerraannddeerrddee eeiiw
wiittssttooffw
wiisssseelliinngg
99..22..33 VVeerraannddeerrddee vveettssttooffw
wiisssseelliinngg

9.3 KANKERCACHEXIE
9.4 SLEUTELVOEDINGSFACTOREN VOOR HONDEN MET KANKER
99..44..11 K
Koooollhhyyddrraatteenn
99..44..22 VVeetttteenn
99..44..33

vveettzzuurreenn

99..44..44 eeiiw
wiitttteenn
99..44..55 aarrggiinniinnee

Hoofdstuk 10. DE VOEDING VAN HET PAARD


10.1 INLEIDING
10.2 BEHOEFTEN VAN HET PAARD
1100..22..11EEnneerrggiieebbeehhooeefftteenn
1100..22..22EEiiw
wiittbbeehhooeefftteenn
1100..22..33BBeehhooeefftteenn aaaann m
miinneerraalleenn
1100..22..44BBeehhooeefftteenn aaaann vviittaam
miinneenn
1100..22..55BBeehhooeeffttee aaaann w
waatteerr

10.3 VOEDERMIDDELEN EN HUN VOEDERWAARDE


1100..33..11VVooeeddeerrm
miiddddeelleenn
Hoofdstuk: de voeding van het paard

1100..33..22VVooeeddeerrw
waaaarrddee

1
6

1100..33..33VVooeeddeerrooppnnaam
mee

Hoofdstuk 11. RANTSOEN VOOR MERRIE EN VEULEN


11.1 INLEIDING
11.2 VOORPLANTING BIJ PAARDEN
1111..22..11D
Deekkkkiinngg

Bauwens Bo

1111..22..22D
Drraacchhtt
1111..22..33LLaaccttaattiiee

11.3 HET VEULEN


1111..33..11D
Dee zzoooogg-- eenn ssppeeeennttiijjdd

Hoofdstuk: Rantsoen voor merrie en veulen

1111..33..22M
Mooeeddeerrlloozzee ooppffookk

1
7