You are on page 1of 1

C2

NRCHANDELSBLAD BOEKEN

Racisme

VRIJDAG 31 JULI 2015

C3

Zwart zijn in Amerika


De kwestie van het ras zou zijn beslecht met
Obama als president. Sinds de zomer van 2014 is
wel duidelijk dat daar helemaal niets van klopt.
Hoe verwoord je racisme?
20 jaar op de stofplank
Arjen Fortuin

De irritante kitsch
van Harry Mulisch,
aldus Van Oorschot

In de zomer leest Arjen Fortuin boeken die meer


dan twintig jaar ongelezen bij hem in de kast staan.
Nu Archibald Strohalm (1952) van Harry Mulisch.

WA A R D E R I N G
*1
*
2
*
3
*
4
*
5

zwak/ontgoochelend
matig
goed
zeer goed
buitengewoon

ILLUSTRATIE ARON VELLEKOOP LEON

mdat ik na lezing van Het zwarte licht al op


mijn zestiende had besloten dat er in de
hele wereld nooit iets mooiers geschreven was of zou worden dan die novelle van Harry
Mulisch, lag het voor de hand dat ik meteen dr
zou gaan met het maar enkele jaren oudere Archibald Strohalm bijvoorbeeld. Maar ik deed het
niet. Zelfs toen ik een paar jaar geleden het intrigerende oordeel van Geert van Oorschot las. Zoals ik u schreef was ik van bepaalde gedeelten in
het begin van uw manuscript verrukt, schreef de
uitgever aan de volstrekt onbekende Haarlemse
jongeman die hem een manuscript had gestuurd.
De verrukking was niet het enige dat Van Oorschot opmerkte. Naast de sublieme passages
stond irritante kitsch, naast de boeiende delen,
stukken welke alleen maar langdradig en vervelend zijn. Mulisch antwoordde dat hij best wat
wilde veranderen, maar: Eerlijk gezegd stoort de
omwerking van Strohalm enigszins het program,
dat ik mijzelf voor mijn leven heb opgelegd. Het
boek verscheen bij De Bezige Bij.
Op zoek dus naar de sublieme passages en de irritante kitsch. De irritante kitsch is niet moeilijk te
vinden: Daar beneden zwom een jong, zwart
hondje in kringen rond en herhaalde onverzettelijk zijn vergeefse pogingen om tegen de steile wal
te klauteren. Het richtte zich een beetje uit het
water op, krabbelde met zijn pootjes tegen de keien, zonk weer weg en trok zijn cirkeltje, het ijsvlies op het water versplinterend. Alleen de hondenogen ontbreken nog. Het diertje wordt gered
en even moet je denken aan de opnamen van de
tweehonderd paarden van Marrum die zich in
2006 uit een ondergelopen polder wisten te redden, een film die Mulisch zo ontroerde dat die bij
zijn afscheidsbijeenkomst werd vertoond.
Gelukkig blijkt er in Archibald Strohalm genoeg te
lachen te zijn, bijvoorbeeld wanneer een merkwaardige kunstschilder aan de held van het verhaal vraagt: Hoe komt het eigenlijk, dat je denkt
dat je een kunstenaar bent, of een filosoof, of wat
is het? Sinds wanneer heb je dat? Waarop Archibald Strohalm doodernstig antwoordt: Sinds
vanmiddag. Zo tuimelen we meteen het eeuwig
jongensachtige Mulisch-universum in, een wereld waarin elke gedachte om een uitroepteken
lijkt te smeken. Verwonderd volgen we Strohalms stappen, die uiteindelijk als het al niet zo
goed meer met hem gaat leiden tot steeds minder coherente gedachten: ach, goede zeemijlen,
Amsterdamse vadems, yards, paplepels en
scheepslasten! Hundred-weight (cwt), 0,0648 g,
30 sq pls. Myr.m, gills, barrels, anna rudolf
cornelis hendrik izaak bernard anna lodewijk
dirk, - uitholling overdwars, wegversmalling!
Uitholling overdwars, wegversmalling! Ik moet
er nog een weekje over nadenken, maar iets zegt
me dat daarin de sleutel zit tot het Mulisch-universum of in elk geval een stukje ervan!

Nigger, are you crazy?


Door Guus Valk

merika, vooral blank Amerika, leefde een paar jaar in


een droom. Een nieuwe tijd
was aangebroken, waarin
de oude problematische rassenverhoudingen er niet
meer toe deden. Het aantreden van
Barack Obama, de eerste zwarte president, onderstreepte dat Amerika in een
post-raciaal tijdperk was beland. Natuurlijk zijn er nog altijd verschillen tussen
blank en zwart, maar die liggen eerder aan
sociale klasse dan aan ras.
En toen brak de zomer van 2014 aan en
ontstond de Black Lives Matter-beweging
na de dood door politiegeweld van de
zwarte tiener Michael Brown. Een nieuwe
generatie Afro-Amerikaanse leiders stond
op. Zij rekenden af met de blanke idylle
van vooruitgang, en met, zoals zij dat
noemden, de neiging tot conformisme onder zwarte Amerikanen. Beide groepen
zouden zich in slaap laten sussen door de
woorden van Martin Luther King (later
vaak geciteerd door Obama): De boog van
het morele universum is lang, maar ze
buigt toe naar rechtvaardigheid.
Na Brown kwamen Freddie Gray, Tamir
Rice, Eric Garner, en, vorige week, Sandra
Bland. Zij werd door een agent staande gehouden in Texas, omdat ze geen richting
aangaf. Ze verzette zich verbaal en beriep
zich op haar rechten, maar werd met geweld gearresteerd. Drie dagen later stierf
ze in haar cel, vermoedelijk door zelfmoord. Het debat over ras is doodernstig,
zeker vanuit blank perspectief. Niet alleen
omdat de aanleiding zo serieus is, maar
ook omdat een zwarte schrijver als Ta-Nehisi Coates de Amerikaanse Droom verwerpt als onzinnig, zoals de blanke New
York Times-columnist David Brooks

schreef. Brooks houdt nog vast aan die


droom, het idee dat iedereen alles kan
worden in Amerika. Hij erkent de ongelijkheid, maar: het wordt beter!
Zwart Amerika is dat stadium grotendeels voorbij. Ta-Nehisi Coates zet nu de
toon, de schrijver en essayist uit West-Baltimore. Zijn boek Between the World and
Me, geschreven als brief aan zijn tienerzoon, werd deze maand een bestseller.
Zijn kijk op racisme is radicaal anders dan
die van Brooks (of van president Obama).
Het is geen kwaad dat te bestrijden valt,
het zit volgens hem in de genen van de samenleving. De wereld van de Dromers,
Brooks dus, denkt dat het idee achter
Amerika uiteindelijk nobel en eerlijk is.

Coates zet nu de toon. Zijn


kijk op racisme is radicaal
anders dan die van Obama
Iedere elite heeft een onderklasse nodig. Of die nu voortkomt uit slavernij, segregatie of achterstelling, het effect is hetzelfde, schrijft Coates. Hij beschrijft opgroeien in Baltimore als een angstaanjagende fysieke ervaring. Zijn hardhandige
vader, de gangs in de straten en de beroerde scholen waren volgens Coates uitingen
van hetzelfde genstitutionaliseerde racisme. De straat ketende mijn rechterbeen,
de scholen mijn linkerbeen. Pas je je niet
aan de straat aan, dan geef je je lichaam
meteen op. Pas je je niet aan de scholen
aan, dan doe je dat later.
Een kernbegrip van Coates is plundering. Zwarte lichamen werden geplunderd
op de slavenplantages, en tegenwoordig

op straat, door de politie. Daarmee gepaard gaat een vernietiging van de zwarte
identiteit, die volgens Coates alles verklaart: van onze door crack verwoeste vaders, tot HIV, tot de gebleekte huid van Michael Jackson. Between the World and Me
is daarom niet alleen gefundeerde kritiek
op structurele misstanden in de Amerikaanse samenleving. Het is ook een oproep tot zelfonderzoek: wat is ras?
Nergens voelt Coates zich thuis. Niet op
straat, want hij kende de codes van de
gangs niet. Niet op school, niet in de (volgens hem te milde) zwarte kerken. Dat thema van ontworteldheid, het zoeken naar
een identiteit, is een bekend gegeven in Afro-Amerikaanse literatuur, denk maar
eens aan Dreams From my Father van
Barack Obama.
Het komt ook voor in enkele opmerkelijke romans van zwarte schrijvers die onlangs verschenen: Loving Day van Mat
Johnson, en The Sellout van Paul Beatty. Ze
gaan over de vraag wat ras betekent. Niet
voor een groep, maar gewoon, voor jezelf.
Opvallend is de luchthartigheid, die doet
denken aan de succesvolle tv-serie Blackish. Ras is niet alleen problematisch,
maar ook een bron van misverstanden en
taboes, en daarom grappig.

26 procent Afrika
Mat Johnsons Loving Day verschilt ook van
Coates. De zoektocht naar identiteit is veel
meer een proces van binnenuit, niet een
gevecht met de boze buitenwereld. Johnson heeft reden niet te weten wie hij is. Hij
heeft een zwarte moeder en een blanke vader, en loopt als biraciale man voortdurend tegen identiteitskwesties aan. Zijn
nieuwe roman Loving Day is vederlicht van
toon, en is tegelijk een wrange zoektocht
naar wat ras betekent. Ben je zwart als je er
donker uitziet? Of ben je pas zwart wan-

neer je je identificeert met zwarte cultuur?


Als het eerste waar is, dan heeft de buitenwereld de beschikking over zijn identiteit.
Is het tweede waar, dan heeft Rachel Dolezal, de vrouw die zich zwart noemde, maar
onlangs door de mand viel als blank, gewoon een punt. Haar verweer was dat ze
zich zwart voelt identiteit hangt niet altijd
samen met huidskleur.
Johnson worstelt openlijk met zijn ras.
Hij groeide op bij zijn zwarte moeder, in
een zwarte wijk. Daar werd hij als blanke
gezien, omdat zijn huid licht is. Blanken
zien in hem een Puerto Ricaan, misschien
een Oost-Europeaan, maar niet iemand
die er helemaal bij hoort. In The New York
Times schreef hij onlangs dat hij een DNAonderzoek had laten doen en 26 procent
Afrikaans bloed bleek te hebben). Maar ja,
wat zegt dat? Bij gebrek aan beter nam hij
de (beladen) aanduiding mulatto over,
die voor veel Afro-Amerikanen een directe
verwijzing naar de tijd van de slavernij is.
Johnson voelt zich er thuis bij.
In Loving Day moet tekenaar en graphic
novelist Warren Duffy ontdekken wie hij is.
Duffy heeft een blanke vader en zwarte
moeder, net als Johnson, en gaat na het
overlijden van zijn vader in diens huis wonen, in een zwarte wijk in Philadelphia.
Daar moet Warren voortdurend aan codeswitching doen. Voor hem zijn de conventies onder zwarte Amerikanen een raadsel. Er zijn buurten waar je aangevallen
kunt worden omdat je een andere man in
de ogen kijkt. Er zijn ook buurten waar je
aangevallen kunt worden omdat je niet het
respect van oogcontact hebt getoond.
In Philadelphia worden drie talen gesproken: blank Amerikaans, straattaal en
brotherman, de taal van hoger opgeleide
zwarten. Als Warren met een zwarte collega praat, is hij zich er bewust van dat zijn
codewoorden veranderen. Hij gebruikt bij-

voorbeeld het (zwarte) stopzinnetje Know


what Im saying? Natuurlijk weet hij wat ik
zeg. Ik zeg dat ik ook zwart ben. Ik zeg dat
hij kan ontspannen, ik sta aan zijn kant.
Hij hoeft zich geen zorgen te maken dat ik
opeens iets racistisch zeg, alsof ik met een
dolkstoot toesla. Tijdens het gesprek doet
Warren deze ontdekking: Mensen zijn
niet sociaal, ze zijn tribaal. Ras bestaat
niet, maar stammen zijn fucking echt. Het
gevolg hiervan is dat de buitenwereld bepaalt wie je bent.
Warren ontdekt dat hij een 14-jarige
dochter, Tal, heeft bij een blanke vrouw.
Tal is joods, weet niets van Afro-Amerikaanse cultuur, maar Warren doet zijn
best haar onder te dompelen in zwart

Misschien geloof je me niet,


omdat ik zwart ben, maar ik
heb nog nooit iets gestolen
Amerika. Als hij besluit voor haar te zorgen, wil hij haar naar een school met alleen zwarte kinderen sturen. Het is een
Afrocentrische school, een schooltype
dat in de jaren zestig en zeventig populair
werd en bewustzijn over Afrika in de diaspora wil bijbrengen. Maar uiteindelijk
kiest hij voor een zweverige school met gemengde kinderen, het Mlange Center for
Multiracial Life. Als hij zijn dochter inschrijft, moet een vragenlijst het dominante ras bepalen. Was O.J. Simpson schuldig? Welk ras had Jezus? En tot slot de
strikvraag: Noem je zwarte vrienden [minimaal drie]. Warren weigert die laatste
vraag te beantwoorden, waardoor hij automatisch zwart wordt. Blanken, legt de

directeur uit, vullen altijd ijverig hun


zwarte vrienden in.
In dergelijke scnes, lichtvoetige, maar
tragische misverstanden, blinkt Johnson
uit. Warren omarmt schoorvoetend zijn
biraciale achtergrond, maar kan die niet
los zien van verlies. Het is in Amerika niet
alleen lastig om zwart te zijn, het is soms
ook handig, merkt hij op. Als je eenmaal in
Team Black zit, zegt hij, is je lidmaatschap gegarandeerd. In de statuten.

Satire
Coates schreef een boek voor zijn zoon, al
legt hij zoveel uit dat het boek vooral voor
blanke lezers bedoeld lijkt. Loving Day lijkt
ook blanke lezers op het oog te hebben.
Dat ligt anders bij The Sellout van Paul
Beatty. Het duizelt van de verwijzingen
naar zwarte cultuur en de roman is moeilijk te volgen voor wie niet meteen weet
wie Buckwheat van Little Rascals is, of George Washington Carver.
Misschien geloof je me niet, omdat ik
zwart ben, maar ik heb nog nooit iets gestolen. Met die eerste zin zet Beatty de
toon voor een duizelingwekkende satire
over zwart zijn in Amerika. De ontvangst
van het boek was juichend, en tegelijkertijd een perfecte illustratie van de onverenigbaarheid van twee werelden. De recensent van The New York Times stelde tot zijn
spijt vast dat hij nauwelijks uit The Sellout
kon citeren, vanwege het lenige gebruik
van het N-woord. Code: blanken kunnen
het woord nigger niet gebruiken.
The Sellout is een groteske satire op
post-raciaal Amerika. Het is ook actueel.
Beatty beschrijft de wereld van een zwarte
man die alleen de achternaam Me heeft.
Hij groeit op in het agrarische stadje Dickens, in Californi. Zijn vader wordt, met
een knipoog naar de actualiteit, zonder
aanleiding in zijn auto doodgeschoten

door de politie. Tot overmaat van ramp


trekken alle inwoners weg uit Dickens. Me
probeert zijn stadje te redden door de verhoudingen van vroeger te herstellen. Hij
voert de slavernij weer in, zorgt ervoor dat
de scholen gesegregeerd zijn, en creert
zwarte, blanke en latino-buurten.
Mes slaaf, Hominy, moet marihuana
verbouwen. En hoewel Me hem vaak vrij
wil laten, weigert de stokoude Hominy
dat. Massa, soms moeten we gewoon
doen waar we voor voorbestemd zijn,
zegt hij. Me komt erachter dat een slaaf
niet alleen maar handig is. Net als kinderen, honden, dobbelstenen, beloftevolle
politici en hoeren, doen slaven niet wat je
van ze verlangt. Niks Go Down Moses, By
n By of andere plantagemelancholie. Het
valt hem tegen. Uiteindelijk moet Me zich
voor het Hooggerechtshof in Washington
verantwoorden. De conservatieve zwarte
rechter Clarence Thomas doorbreekt zijn
legendarische zwijgzaamheid met n
vraag: Nigger, are you crazy?
The Sellout is te lezen als harde kritiek
op progressief n zwart Amerika. Beide
groepen hebben zichzelf in slaap laten sussen tijdens decennia van stilstand. De les
van Beatty, zei Mat Johnson onlangs, is dat
hij bijt n geestig is. Zijn werk is een
prachtige herinnering aan het feit dat zelfspot veelzeggender is dan tegen iedereen
schreeuwen.
Ta-Nehisi Coates: Between the World and
Me. Spiegel & Grau, 174 blz. 25,99
De vertaling verschijnt bij AUP *4
Paul Beatty: The Sellout Farrar, Straus and
Giroux, 304 blz. 23,25 3
*
Mat Johnson: Loving Day. Spiegel & Grau,
304 blz. 24,37 3
*