1

OP DE DREMPEL VAN EEN NIEUW
TIJDPERK
Geef extreem-rechts geen kans

© juliaan van acker 2015 (www.ministrando.org)

2
Samenvatting
Om te voorkomen dat extreem-rechts aan de macht komt, zullen de politici het
kortetermijndenken moeten verlaten. Zij zullen rekening moeten houden met
de drie krachten die bepalen hoe we met elkaar samenleven: biologische
krachten, rationele krachten en intuïtieve krachten. Biologische krachten
betreffen de basisveiligheid en de vitale behoeften. Als dit in het geding komt,
kunnen de biologische krachten onbeheersbaar worden. Dit kan veroorzaakt
worden door de cocktail van klimaatveranderingen, de massa-immigratie, het
gebrek aan goed onderwijs in ontwikkelingslanden en de dreiging van het
internationaal terrorisme. Om die reden is de multiculturele samenleving een
mooie, maar gevaarlijke utopie.
De rede en de culturele, wetenschappelijk en technologische erfenis vormen de
rationele krachten in de samenleving. Dit bepaalt ook de identiteit van een
volk. Een overwicht van deze krachten, ten koste van de andere, leidt tot een
ongelimiteerd consumentisme, hebzucht en nihilisme.
De intuïtieve krachten beantwoorden aan onze behoefte aan zingeving. Hier
ligt de oplossing om harmonie te bereiken op nationaal en internationaal
niveau. Voorwaarde is dat de mens zijn intuïtie kan volgen, dit is de stem van
zijn geweten. De religie of de ideologie kan hem echter op een dwaalspoor
brengen, met als gevolg fundamentalisme, fanatisme en totalitarisme.
In dit essay wordt beschreven hoe de drie krachten in harmonie kunnen
samenwerken. Dit culmineert in een manifest voor de 21ste eeuw.

3
Inhoud
I. De drie krachten die bepalen hoe we met elkaar samenleven

4

Biologische krachten

5

Rationele krachten

6

Intuïtieve krachten

7

II. Van dwang naar vrijheid
De dwingende macht van de biologie

9
9

Niet de Rede maar de rationele methode is universeel

10

De intuïtie inspireert de vrije mens

12

III. De harmonie tussen biologische, rationele en intuïtieve krachten

17

IV. Disharmonie in de samenleving

21

Fluctuaties in ds samenleving

22

V. Het intuïtieve tijdperk

24

Harmonie tussen biologische, rationele en intuïtieve krachten

24

Waarom zo de nadruk leggen op de intuïtie van het individu?

25

Ik ben de hoeder van mijn broeder

27

Hoofdstuk VI. Hoe de harmonie bereiken?

29

Persoonlijk consequenties durven te trekken

29

Opvoeding, economie en politiek in een harmonische samenleving

30

Het gezin als inspirerend model

31

Hoe de harmonie bereiken?

32

Manifest voor de 21ste eeuw

34

4
Hoofdstuk I. De drie krachten die bepalen hoe we met elkaar
samenleven

1.1 Hoe een menselijke samenleving eruit ziet wordt bepaald door drie
krachten:
1. biologische krachten
2. rationele krachten
3. intuïtieve krachten

Tabel 1. Drie krachten in de samenleving en werkzame factoren:
krachten in de samenleving

belangrijkste werkzame factoren

1. biologische krachten

instincten
driften

2. rationele krachten

de rede
culturele, wetenschappelijke en
technologische erfenis

3. intuïtieve krachten

behoefte aan zingeving

1.2. De meest ontwikkelde samenlevingsvorm wordt geïnspireerd door
intuïtieve krachten (zie verder).
1.3. Als een van de drie krachten een onevenredig overwicht heeft, glijdt de
samenleving af in aberraties en extreme spanningen, komt ze op een
dwaalspoor terecht en raakt in verval.
1.4. Geen samenlevingsvorm kan gedijen zonder een evenwicht tussen
biologische, rationele en intuïtieve krachten.
1.5. In sommige perioden van de geschiedenis spelen biologische krachten een
hoofdrol. Een ander tijdperk wordt voornamelijk beheerst door rationele
krachten. De intuïtie kenmerkt een spiritueel tijdperk waar zingeving en
zinvolheid een belangrijke rol spelen.
1.6. We moeten wellicht aannemen dat de actuele fase in het bestaan van de
mensheid op de planeet Aarde niet per se de meest ontwikkelde fase is. In

5
vroeger tijden kunnen er samenlevingen geweest zijn waar een betere
harmonie heerste tussen biologische, rationele en intuïtieve krachten.

1.7. Onze zorgen over de toekomst zouden onterecht kunnen zijn indien we op
de drempel staan van een spirituele lente.
1.8. De geschiedenis leert dat een beschaving in verval kan geraken.
1.9. Een land of cultuur kan in een relatief korte periode overheerst worden
door verschillende opeenvolgende krachten.
1.10. Er zijn op een gegeven moment verschillen tussen de continenten en de
culturen wat betreft de krachten die het samenleven van de burgers het meest
beïnvloeden.
1.11. In dezelfde cultuur kunnen er individuen of groepen zijn die afwijken van
de massa doordat ze zich laten beheersen door andere krachten dan de kracht
die de heersende cultuur kenmerkt.

Biologische krachten
1.12. De biologische krachten worden grotendeels bepaald door instincten en
driften. Het gaat om instincten om te overleven en om zich te reproduceren.
Een drift is een aangeboren drang naar behoeftebevrediging van de lusten en
naar agressie.
1.13. Puur instinctief gedrag komt bij de mens nauwelijks voor. In extreme
omstandigheden of bij sterke geloofsovertuigingen kan hij zich er tegen
verzetten. De driften zijn biologische behoeften die voor verandering vatbaar
zijn.
1.14. Het positieve aspect van de biologische grondslag van ons handelen is
een hechte binding met diegenen die ons het leven hebben geschonken en
binnen de groep waar we ons veilig voelen. Dank zij de biologische krachten in
ons zullen we met alle kracht zorgen voor onze veiligheid en voor de essentiële
levensbehoeften. Het voortbestaan van de mensheid is er afhankelijk van.
1.15. Nationalisme in de samenleving sluit hier het best bij aan. Het
nationalisme verbindt mensen en kan hen een immense kracht geven om hun
samenleving op te bouwen, te verdedigen tegen al of niet vermeende vijanden
en te beschermen indien calamiteiten zich voordoen.
1.16. Het nadeel van nationalisme is het uitsluiten van anderen, wat kan leiden
tot racisme, discriminatie en zo nodig genocide. Uit nationalistische
overwegingen kunnen we ook streven naar gebiedsuitbreiding, in een
zogenaamde territoriumstrijd, of tot het versterken van onze invloedssfeer.

6
1.17. De invloed van biologische krachten kan in sterke mate toenemen als de
mensen zich bedreigd en onveilig voelen.

Rationele krachten
1.18. De rationele krachten worden bepaald door de Rede en door de culturele,
wetenschappelijke en technologische erfenis die onze voorouders hebben
nagelaten. Met deze krachten leren we onze biologische krachten enigszins te
beheersen, zodat aberraties voorkomen kunnen worden. De samenleving wordt
gebaseerd op een sociaal contract. Dit contract is bedoeld om de belangen te
waarborgen van de leden van de samenleving volgens het principe van het
welbegrepen, wederzijds eigenbelang. We sluiten overeenkomsten en
verdragen af op steeds grotere schaal.
1.19. Dank zij de technologische ontwikkeling die hiermee samengaat, is de
mensheid in staat op mondiale schaal een sociaal contract tussen de volkeren
af te sluiten.
1.20. De democratie is het resultaat van een sterk doorgevoerde toepassing
van rationele principes. Er wordt eindeloos onderhandeld in nationale
parlementen en in internationale organisaties om duidelijke afspraken en
voorwaarden vast te stellen.
1.21. Het voordeel van de democratie is dat de vrijheid van de burgers
gegarandeerd wordt en dat de verschillende bevolkingsgroepen en de
verschillende volkeren min of meer op rechtvaardige wijze met elkaar omgaan.
1.22. Nadeel van de democratie is dat de relaties tussen de mensen en de
volkeren voorwaardelijk zijn. Zodra aan de voorwaarden niet wordt voldaan,
kan men makkelijk terugvallen in een stadium waarin biologische krachten het
voor het zeggen hebben.
1.23. Onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk dat op democratische
wijze een wrede dictatuur of een totalitair regime aan de macht komt.
1,24. Vaak is het zo dat de meest ontwikkelde landen het best hun
eigenbelang veilig kunnen stellen.
1.25. Een ander nadeel van het democratisch samenlevingsmodel is dat de
baatzucht van het individu centraal staat. Hierdoor kan een excessief
consumentisme ontstaan, alsook een onweerstaanbare drang naar geld en
bezit.

7
Intuïtieve krachten
1.26. De intuïtieve krachten worden bepaald door de behoefte aan zingeving.
De vraag naar de zin van het leven wordt niet alleen gesteld omwille van de
confrontatie met de dood. Het is vooral de ontmoeting met andere mensen,
met andere levende wezens en onze verhouding tot de natuur die ons is
gegeven, die ons dwingen vragen te stellen over onze relatie tot de Ander en
tot het Andere1: ben ik de hoeder van mijn broeder of ben ik het centrum van
de wereld? Zie ik de Anderen en het Andere als ten dienste van mijn
egocentrische behoeften, of ben ik er om Anderen te dienen en als een goed
rentmeester zorg te dragen voor de wereld? Is de wereld een gift waarvoor ik
verantwoordelijk ben, of een bron waaruit ik ongelimiteerd kan putten?
1.27. De Rede biedt geen antwoord op deze vragen. De intuïtieve krachten
betreffen de ethiek waarvan we niet weten waar zij vandaan komt.
1.28. Bij de intuïtieve krachten gaat het om vragen die elk van ons in volle
vrijheid moet beantwoorden, waarbij we ons eerlijk moeten houden aan wat
wij persoonlijk als waarheid aanvoelen.
1.29. Er zijn talloze profeten en visionairs opgestaan om antwoorden op
bovengenoemde vragen te formuleren. Er zijn talloze Heilige Boeken waarin
mensen de antwoorden proberen te vinden.
1.30. Uiteindelijk moet elk individu beslissen welke zin hij aan zijn leven wil
geven. Uiteindelijk gaat het om de vraag: heb ik de andere mensen en de
wereld lief of wordt mijn levensdoel bepaald door een maximale bevrediging
van mijn behoeften?
Zal ik in mijn leven ’geven’ of zal ik voornamelijk
’nemen’?
1.31. Die beslissing kan geen mens rationeel verantwoorden. Het is een sprong
in het diepe. Het gaat om de mens die intuïtief aanvoelt dat van buitenaf een
appel op hem wordt gedaan en die antwoordt: ’Hier ben ik’.
1.32. Er is op dit moment geen staatsvorm die gebaseerd is op de intuïtieve
krachten van de mensen. Het zijn beslist niet de Universele Rechten van de
Mens die hier een begin van antwoord bieden. Het gaat bij de intuïtieve
krachten niet om rechten, maar om plichten. Het is zelfs de vraag of er ooit
een staatsvorm kan zijn die de ethiek als uitgangspunt heeft (verderop
ontwikkelen we het idee van ’netwerken van solidariteit’).

1

Met de Ander wordt bedoeld: mijn naasten, de mensen ver weg bijvoorbeeld in
ontwikkelingslanden, en de toekomstige generaties die zullen moeten leven op de planeet die we
voor hen achterlaten. Het Andere: dat is de natuur die ons is gegeven. De hoofdletters duiden er
op dat zij een waarde bevatten die het eigenbelang te boven gaat (De Franse filosoof Emmanuel
Levinas is hiervoor de inspiratiebron geweest).

8
1.32.1. De scheiding van Kerk en Staat kan betekenen dat de Staat een
ethische grondslag mist. Dan is de weg vrij naar allerlei wantoestanden en
ongerechtigheid.
1.33. De geschiedenis leert hoe makkelijk visionairs, profeten of
charismatische leiders met behulp van hun fanatieke volgelingen een volk
kunnen leiden naar een totalitaire staat en tot verschrikkelijke vervolgingen
variërend van Inquisitie, Goelag, Shoah tot een meedogenloze Shariawetgeving. Adolf Hitler bijvoorbeeld schreef in Mein Kampf: ’’Het vertrouwen in
de leiding en het bestuur van een land kan alleen ontstaan uit de onwrikbaar
diepe overtuiging, dat de regering en het landsbestuur onbaatzuchtig en eerlijk
is, en uit het feit, dat de zin der wetten overeenstemt met de algemeen
heersende opvattingen over recht en moraal’.
Tabel 2. Wat typeert de drie krachten:
De drie krachten in
de samenleving

belangrijkste doel

grootste gevaren
typerende
samenlevingsvorm

biologische krachten overleven en
basisveiligheid of
geborgenheid

nationalisme

racisme, genocide,
oorlogen, agressie

rationele krachten

individuele vrijheid

democratie

nihilisme, hebzucht,
ongelimiteerd
consumentisme

intuïtieve krachten

zingeving

netwerken van
solidariteit

fundamentalisme,
fanatisme, magisch
denken

9
Hoofdstuk II. Van dwang naar vrijheid

De dwingende macht van de biologie
2.1. Ons driftleven en onze instincten kunnen we niet compleet verdringen.
Ook als we er ons niet bewust van zijn of willen zijn, oefenen zij via het
onbewuste een dwingende invloed op ons uit. Dit kan zowel de bron zijn van
onze energie en onze creativiteit, als de oorzaak van meedogenloosheid en
agressie.
2.2. Een normaal driftleven is noodzakelijk voor een evenwichtige
persoonlijkheid. Dit legt de basis voor een harmonisch gebruik van onze
rationele en intuïtieve krachten.
2.3. De seksuele revolutie in het Westen en de bevrijding van door de religie
opgelegde verdringing leidden tot een explosie van creativiteit. In eerste
instantie ging dit samen met uitwassen, zoals de mateloze consumptie en een
explosieve stijging van het aantal echtscheidingen, maar in een nieuwe fase zal
ook op ethisch gebied een creatieve geest over de wereld waaien.
2.4. De opvoeding is er op gericht de biologische krachten in evenwicht te
brengen met de rationele en intuïtieve krachten. Bij een beperkte groep lukt
dit nauwelijks omdat hun driften en instincten beleefd worden in een
aaneenschakeling van conflicten, straf en repressie.
2.5. In alle culturen en etnische groepen is vijf procent van de mensen
gedragsgestoord. Deze individuen laten zich overheersen door biologische
krachten en zien hun bestaan op aarde als een ’struggle for life’. Ze kennen
geen mededogen.
2.6. Bij de gedragsgestoorden komen meer echtscheidingen voor, meer
partnergeweld, meer mishandeling en seksueel misbruik van de kinderen,
meer verkeersongevallen, zij komen vaker in aanraking met de politie en laten
hun leven lang een spoor van geweld en ellende achter zich.
2.7. Deze stoornis is een gevolg van biologische factoren, zoals erfelijke aanleg
en een moeilijk temperament, in combinatie met een tekort aan basisveiligheid
gedurende de eerste levensjaren, een gebrekkige opvoeding, andere
ongunstige omgevingsfactoren, de gelegenheden die zij kunnen aangrijpen en
ook de vrije wil om zich asociaal te gedragen speelt hierin mee.
2.8. Het percentage van vijf procent betekent dat er een kans is van één op
twintig dat we te maken hebben met lastige mensen in onze directe omgeving
of met leiders, politici en andere machtigen die veel verdriet, onrecht en lijden
teweegbrengen.

10
2.9. Gedragsgestoorden houden niet alleen geen of nauwelijks rekening met
Anderen en met het Andere, maar zij brengen hun medemensen en de
omgeving ook schade toe.
2.10. Als gedragsgestoorden machtsposities uitoefenen, dan ontstaan meer en
meer conflicten, wordt de kloof tussen arm en rijk almaar groter, worden
steeds meer mensen in de miserie geduwd en wordt onze omgeving verder
vervuild.
2.11. Een tragische situatie ontstaat als een volk zich laat meeslepen door een
gedragsgestoorde leider, bijvoorbeeld omdat hij de macht heeft over de media,
beschikt over een effectief propaganda-apparaat en als zijn fanatieke
aanhangers terreur uitoefenen op dissidenten.

Niet de Rede maar de rationele methode is universeel
2.12. De Rede biedt inzichten waar mensen het over eens kunnen worden. Dat
is een enorm voordeel omdat op die manier conflicten op rationele wijze
kunnen worden opgelost. Alhoewel de wereld oneindig ingewikkeld in elkaar zit
en ons verstand te beperkt is om alles te overzien, zijn rationele mensen in
staat om ondanks de tekortkomingen, het gebrek aan kennis en de
overspecialisatie rustig met elkaar te overleggen tot een redelijk compromis
bereikt is. Ook al accepteert men dat dit compromis tijdelijk is en herzien moet
worden zodra nieuwe inzichten opduiken of de omstandigheden veranderen.
2.13. Fanatici kunnen niet rationeel denken en overleggen.
2.14. Het universele van de Rede wil niet zeggen dat alle mensen die rationeel
proberen te denken en te handelen, hetzelfde denken en doen of dat zij de
ultieme waarheid kunnen bereiken. Zelfs in de exacte wetenschappen gaat de
evolutie almaar door en moeten eerdere overtuigingen over boord worden
gegooid.
2.15. De Rede biedt geen zekere, alomvattende theorie over de werkelijkheid.
Het is de Rede als methode die universeel is: de feiten steeds zodanig
onderzoeken en altijd zodanig open staan voor nieuwe feiten, dat we
eigenhandig in staat zijn zonodig onze diepste overtuigingen te weerleggen.
2.16. Alhoewel de Rede als methode universeel is, kan de mens op rationele
wijze alle kanten opgaan. Elke cultuur gaat zijn eigen weg met deze methode,
afhankelijk van de feiten die belangrijk geacht worden en de openheid voor
vernieuwing. Elke cultuur heeft daarom een eigen manier van denken en
redeneren.
2.17. Het is onzinnig een bepaalde cultuur als achterlijk te beschouwen. Ook
een stam die die in het Amazonewoud leeft, heeft een eigen cultuur waarin
vaak een goed harmonisch evenwicht is gevonden met de omringende natuur.

11
Culturen die in duizenden jaren nauwelijks veranderd zijn, bewijzen dat een
duurzaam evenwicht is gevonden.
2.18. Een cultuur die te veel verandert in korte tijd, kan haar evenwicht
verliezen en in excessen belanden.
2.19. De mogelijkheid bestaat dat via rationele weg de wereld wordt
vernietigd. De rationele weg van de economische groei bijvoorbeeld leidt
meestal tot irrationele uitkomsten of tot onvoorspelbare effecten.
2.20. De Rede vergt veel van de mensen. De westerse democratie bijvoorbeeld
is niet alleen gebaseerd op de joods-christelijke en Griekse erfenis. Talloze
filosofen hebben bijgedragen aan de intellectuele ontwikkeling van de westerse
mensen. Andere culturen hebben geen Descartes, geen Spinoza, geen Kant,
geen Hegel, geen Kierkegaard, geen Heidegger en geen Levinas gekend. Dit
wil zeggen dat de andere culturen een andere rationaliteit kennen, wat tot
onoverbrugbare verschillen in denken en handelen kan leiden.
2.21. De specifieke religieuze en culturele erfenis van een cultuur wordt
doorgegeven in de opvoeding. De betekenis van elk woord of elk begrip is
historisch bepaald, zodat tussen de culturen een Babylonische
spraakverwarring blijft bestaan. Dit valt niet op zolang de communicatie
bestaat uit oppervlakkig of politiek correct geklets.
2.22. In elke specifieke cultuur delen de mensen een eeuwenlange traditie en
geschiedenis. Dit bepaalt hun identiteit.
2.23. Een gemeenschappelijk gedragen identiteit is een voorwaarde voor
verbondenheid.
2.24. De verbondenheid van de mensen die behoren bij een bepaalde cultuur
bepaalt de kracht van die cultuur. Die kracht maakt solidariteit met de
wereldgemeenschap mogelijk en is een voorwaarde voor het opnemen van
verantwoordelijkheid voor de Ander en voor het Andere. Dit is
verantwoordelijkheid voor de naasten, voor de mensen ver weg en voor de
toekomstige generaties die zullen moeten leven op de planeet die we voor hen
achterlaten.
2.25. We kunnen niet geven als we niets hebben. Alleen krachtige culturen
maken solidariteit op wereldschaal mogelijk.
2.26. De toekomst van de wereld hangt af van volkeren die een sterke
identiteit hebben en waarvan de leden zich sterk verbonden voelen.

12
De intuïtie inspireert de vrije mens
2.27. Via de Rede verwerven we kennis en inzichten die de ruimte openen voor
onze intuïtie. Met andere woorden: onze kennis en inzichten bieden het
platvorm van waaruit we tot intuïtieve inzichten kunnen komen. De Rede is de
noodzakelijke voorwaarde voor de intuïtie, maar de intuïtie gaat verder dan
wat we objectief kunnen waarnemen.
2.27.1. Zonder rationeel gebruik van de taal en zonder logica heeft de
intuïtie vrij spel. Wijsheid kan niet zonder kennis (en kennis zonder wijsheid
mondt uit in leegte).
2.28. De Rede biedt, zoals in het begin gezegd, geen antwoord op de zinvraag.
De zinvraag wordt ook niet beantwoord bij stemming van een meerderheid. De
zinvraag gaat over het allerindividueelste bestaan en dit kan niet van bovenaf
in zijn algemeenheid worden opgelegd.
2.29. Met allerindividueelst bestaan wordt bedoeld dat elke mens uniek is en
gedurende een bepaalde tijd op de aarde vertoeft. Wat is de betekenis en de
zin van deze door de geboorte en de dood afgebakende aanwezigheid van dit
individu?
2.30. Wat dit individu heeft gedaan gedurende zijn bestaan heeft invloed op
tijdgenoten en op toekomstige generaties. Het bestaan van de mens leeft
verder in de gevolgen van zijn daden.
2.31. De vraag naar de zin van het bestaan is omwille van de invloed van ons
gedrag op anderen en de impact op de toekomst van absoluut belang. De
persoonlijke intuïtie kan helpen deze vraag te beantwoorden.
2.32. Omdat we ons leven niet zelf aan ons hebben gegeven en wij niet zelf
voor ons bestaan hebben gekozen, hebben we niet het recht de vraag naar de
zin van ons leven te negeren of te verdringen.
2.33. De Staat laten beslissen welke zin mijn leven moet krijgen, is een
contradictio in terminis. Een religieuze instantie de macht geven om te
beslissen over wat mensen moeten doen en laten, is uitermate gevaarlijk
omdat de mens de vrijheid wordt ontnomen om zelf te beslissen over goed en
kwaad.
2.34. Zodra extremisten, fundamentalisten of andere gedragsgestoorden de
macht kunnen grijpen in een religieuze instantie of in een politiek regime,
wordt van de mensen slaafse onderwerping geëist. In dit laatste geval heeft
het leven van het individu geen zin meer. Slechts een slaaf is in staat zichzelf
op te blazen om anderen te doden.
2.35. Aanhanger zijn van een religie of van een politieke partij is een vrijwillige
keuze voor onvrijheid.

13
2.35.1. Deze laatste bewering wil slechts zeggen dat wie lid is van een
geloofsgemeenschap of van een politieke partij zijn vrijheid steeds opnieuw
moet heroveren om zelf te bepalen wat zinvol of ethisch verantwoord is.
2.36. De mens blijft individueel verantwoordelijk voor wat hij zegt en doet.
Niemand kan zich verschuilen achter de kreten of slogans van partijen of van
sekten.
2.37. Wie moordt in naam van zijn geloof blijft altijd een ordinaire moordenaar.
2.38. Wie oorlog voert in naam van een ideologie brengt het onrecht in de
wereld.
2.39. Hoe verhoud ik mij tot de andere mensen en tot de natuur in de periode
waarin ik op aarde verblijf? Een verblijf dat ik niet zelf heb gekozen en met een
levensduur die ik niet bepaal. Welke zin wil ik aan dit verblijf geven? Is mijn
bestaan een gift met een vraag of een opdracht die aan mij persoonlijk is
gericht? Of is er simpelweg geen antwoord en bevind ik mij in een zinloze
leegte in een even zinloos heelal?
2.40. In hoeverre kan ik zonder hulp van buitenaf de zinvraag voor mijn
persoonlijk bestaan beantwoorden? In hoeverre kan de mensheid zonder
openbaring? Is mijn intuïtie voldoende om die vraag te beantwoorden. Is mijn
intuïtie de stem van ’mijn’ geweten of is dit misschien de stem, diep in mij, van
een Hogere Kracht?
2.41. Waar haalt een mens het recht vandaan de zinvraag met het Niets in te
vullen?
2.42. Waar haalt de mens het recht vandaan een moment van zijn leven niet
bezig te zijn met de zinvraag?
2.43. Bij alles wat ik zeg en doe moet de vraag gesteld worden: Wat richt ik de
Ander en het Andere hiermee aan?
2.44. Dank zij onze intuïtie zijn we in staat ons te bevrijden van de gedachte
van het Niets.
2.45. De intuïtie definieer ik als open staan voor het concrete verzoek dat aan
mij wordt gericht door de Ander en door het Andere, dit wil zeggen door mijn
medemensen en door de natuur. Alleen al de ruimte die ik inneem, beperkt de
vrijheid van anderen. Alles wat ik doe, heeft impact op mijn omgeving. Mijn
intuïtie zegt dat ik mij daarom moet verantwoorden. Ik moet mij tegenover de
Ander en het Andere verantwoordelijk gedragen.
2.46. Omwille van het appel dat van de Ander en vanuit het Andere op mij
wordt gericht, wat ik intuïtief aanvoel, moet ik de gedachte aan het Niets

14
verwerpen en mijn verantwoordelijkheid opnemen. Ik ben verantwoordelijk
voor het lot van de naasten en voor goed rentmeesterschap over de natuur.
2.47. De religies en de ideologieën hebben slechts zin in zoverre ze de mensen
helpen hun verantwoordelijkheid voor de Anderen en het Andere op te nemen.
2.47.1. Een ware religie beweegt haar leden tot liefde voor wie niet gelooft
of iets anders gelooft.
2.47.2. Een waardevolle ideologie brengt vrede, welzijn en welvaart voor alle
mensen, ongeacht hun afkomst en nationaliteit.
2.48. De kern van de religie is dat zij de mensen erop wijst dat er een Hogere
Kracht is die ons oproept tot verantwoordelijkheid. Een ideologie doet
hetzelfde, maar ziet de Hogere Kracht als de menselijke geest.
2.49. Die menselijke geest wordt dan verwoord in een Universele Verklaring of
een Manifest.
2.49.1. Bij een ideologie blijft de vraag onbeantwoord waar de mens het
recht vandaan haalt om voor anderen te bepalen wat juist of waar is. Om die
reden zal bijvoorbeeld een ethische commissie altijd de vraag naar het
waarom ontwijken.
2.50. Zodra een religie of een ideologie ertoe leidt dat anderen worden
uitgesloten of het recht op vrijheid en op leven wordt ontzegd, handelt die
religie of ideologie in strijd met de roeping van de mens.
2.50.1. Een religie die voorschrijft wat mensen al of niet mogen eten of hoe
zij zich moeten kleden, neemt de mens als persoon niet serieus.
2.51. Wie anderen onderdrukt, martelt of dood in naam van de religie speelt
voor god en maakt van die god een slecht wezen. Met andere woorden: wie
onderdrukt, martelt of dood in naam van een opperwezen, is in feite een
dienaar van de Satan.
2.52. We moeten onze intuïtie laten spreken om een oordeel over een religie te
vellen. De ware religieuze mens is iemand die persoonlijk heeft geoordeeld en
kan handelen overeenkomstig zijn roeping.
2.53. Het is onzinnig een bepaalde religie als achterlijk te benoemen. Elke
religie kan in een bepaalde periode en onder druk van de verkeerde leiders
verworden tot het tegendeel van haar boodschap.
2.54. Elke religie en elke ideologie kan op een eigen manier vorm geven aan
een zinvol leven in zoverre de individuen worden geïnspireerd om hun intuïtie
te volgen.

15
2.55. In een religie of een ideologie gaat het niet om dè waarheid, maar om
meerdere cultuurgebonden en historisch bepaalde varianten van de
verantwoordelijkheid van de mens voor zijn naasten en voor de natuur.
2.56. Ook de atheïst beantwoordt op een eigen manier de zinvraag. Hij legt de
volle verantwoordelijkheid bij zichzelf. Atheïsme is een groot goed indien de
mens zin geeft aan zijn leven zonder angst voor straf en zonder behoefte aan
een eeuwigdurende beloning.
2.57. Een atheïst is de meest onbaatzuchtige mens. Geen hemel en geen
paradijs wacht hem. Hij doet het goede om niets en dat is precies het enige
wat echt goed is.
2.58. Atheïsme is een noodzakelijk fase om ons te kunnen bevrijden van een
geloof in een magische god. Het is niet god die ons moet helpen, wat er
gebeurt is niet de wil van god, maar het zijn wij die onze verantwoordelijkheid
moeten opnemen.
2.59. Na de fase van het atheïsme, waarin we als vrije mensen zelf onze
verantwoordelijkheid opnemen, volgt een fase waar we open staan voor wat
buiten de materiële wereld ligt, overheen het Zijn. Dit is vrijwillig gehoor geven
aan een appel dat van buiten onze eigen wil komt.
2.60. Zeg nooit: ’Het is de wil van God’ of ’Dat God het verhoede’. Het is de
mens zelf die beslist en het is de mens die het kwaad moet verhoeden.
2.61. Na de bevrijding van magie en bijgeloof, kan de mens geraakt worden
door het Heilige: dit is zodanig bewogen worden door het appel van buitenaf
dat op hem wordt gericht, dat deze mens alles wil geven, zelfs zijn eigen
leven, om voor de Ander op te komen.
2.62. In die bewogenheid word ik de Ander.
2.63. Je est un autre (Arthur Rimbaud): Ik is een ander.
2.64. Pour l’Autre, malgré moi, á partir de moi (Emmanuel Levinas): voor de
Ander, ondanks mijzelf, vanuit mijzelf.

16
2.64.1. ’Voor de Ander’: ik zet mij in voor de Ander, ik neem mijn
verantwoordelijkheid voor hem op.
’Ondanks mijzelf’: ik doe dit ondanks mijn eigen behoeften, zo nodig ten
koste van mijn eigen behoefte. Levinas: het brood uit zijn mond geven aan
de hongerige.
’Vanuit mijzelf’: ik moet wel iets te geven hebben, daarom heb ik de plicht
mijn talenten te ontplooien.
2.65. De ultieme geraaktheid is de Ander die mij wordt. De zin wordt volledige
overgave. Ik ben vol van zin. Een bewogenheid die de hevigste verliefdheid
overtreft. De extase waarin alle zelfzucht wegvalt en ik leef voor en door de
Ander.
2.66. Een extase waarin het ik overrompeld wordt door de Ander of door het
Andere, zichzelf verliest in de oneindigheid.

Tabel 3. Positieve versus negatieve bijdrage van de drie krachten

biologische krachten

rationele krachten

positieve bijdrage

negatieve bijdrage

creativiteit

agressie

dynamiek

meedogenloosheid

energie

invloed gedragsgestoorden

overlegcultuur

foute inzichten met
gevaarlijke consequenties

overdracht culturele erfenis
oppervlakkigheid
vorming identiteit
spraakverwarring tussen
openheid voor nieuwe feiten culturen

intuïtieve krachten

zingeving
individuele
verantwoordelijkheid
bewogenheid en
opofferingsgezindheid

dwingende macht van religie
of ideologie
magisch denken
fundamentalisme

17
Hoofdstuk III. De harmonie tussen biologische, rationele en intuïtieve
krachten

3.1. De biologische krachten leveren de energie voor ons handelen. De
rationaliteit reikt de middelen aan en de intuïtie toont het doel. De harmonie
van de samenleving en van de persoon wordt bereikt als de drie krachten in
overeenstemming met elkaar samenwerken.
3.2. We beschikken over een model waarin die harmonie op kleine schaal
heerst: het gewone gezin waar de ouders onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk
voor hun kinderen zorgen en waar de kinderen hun ouders respecteren en
liefhebben.
3.3. Het gezin biedt veiligheid en zorgt voor de noodzakelijk levensbehoeften.
3.4. In het gezin wordt de basis gelegd voor de intellectuele ontwikkeling. Dit
geldt in zo’n sterke mate dat een kind dat in de eerste levensjaren
onvoldoende intellectueel wordt geprikkeld, nooit zijn talenten voldoende zal
kunnen ontplooien.
3.4.1. Een cruciaal aspect van de gezinsopvoeding is de taalontwikkeling.
Een kleuter die opgroeit bij goed opgeleide ouders die veel met hun kinderen
bezig zijn, beschikt op vierjarige leeftijd over een veel grotere woordenschat
dan kinderen die in minder gunstige omstandigheden opgroeien.
3.4.2. Als de taalontwikkeling tekort schiet, leert het kind minder goed te
argumenteren. Bij conflicten reageert zo’n kind vaker op een agressieve
manier. Leert het kind zijn gevoelens beter te verwoorden, dan neemt de
agressie af. Dit bewijst hoe de rationele krachten de biologische krachten
kunnen harmoniseren.
3.5. Het gezin is in feite de oervorm van een samenleving die op intuïtieve
krachten is gebaseerd. De ouders hebben hun kinderen onvoorwaardelijk en
onbaatzuchtig lief. In het gezin kan men elkaar veel vergeven. In het gezin
heerst een solidariteit die nooit ophoudt. Tot hun dood zullen bejaarde ouders
verzorgd worden door hun kinderen. In het gezin is geen behoefte aan
jurisdictie of aan een administratie, er zijn geen geschreven regels, de ouders
hebben geen opleiding voor ouderschap gevolgd. De relaties in het gezin zijn
duurzaam. De adolescent moet zich weliswaar losmaken van zijn ouders om
volwassen te worden, maar het gaat om een losmakingsproces zonder
emotionele breuk.
3.6. Het gezin is een netwerk van solidariteit op microniveau.
3.7. Er zijn natuurlijk gezinnen die niet beantwoorden aan dit beeld. In elk
gezin zijn er momenten of periodes waar conflicten voorkomen. Maar over het
algemeen is het een wonder om te zien dat in de overgrote meerderheid van

18
de gezinnen er meestal een goede harmonie heerst. De meeste kinderen
groeien op in een warm en veilig gezin.
3.8. De honderden miljoenen harmonische gezinnen bewijzen dat de mens bij
uitstek geschikt is en de talenten heeft om in harmonie met de biologische,
rationele en intuïtieve krachten te leven.
3.9. Dit bewijst ook dat elke mens in wezen de wil heeft (en de intuïtie) om
voor de Ander te leven, om zich op te offeren voor de Ander. Zelfs bij een
gevaarlijke crimineel zien we vaak dat hij alles over heeft voor diegene van wie
hij houdt en met wie hij zich verbonden weet.
3.9.1. Als deze laatste stelling juist is, dan moet er veel meer individuele
vrijheid zijn in de samenleving en veel minder regelgeving. De burgers
weten het zelf wel en handelen overeenkomstig. Leerkrachten bijvoorbeeld
weten heus wel wat het beste is voor de leerlingen en de meesten zullen
zich er met hart en ziel voor inzetten. Circulaires zijn hier overbodig.
3.10. Vrijwel ieder mens zal zijn eigen leven in de waagschaal stellen om een
ander die in gevaar verkeert te redden. Dit is tegen de instincten in. Die
opoffering is niet het resultaat van een rationele overweging. Het gaat puur om
de spontane intuïtie.
3.11. Hieruit volgt dat de intuïtie de mens beweegt tot het hoogste goed: zich
volledig opofferen voor de Ander.
3.12. Het hoogste wat een mens kan bereiken is sterven voor de Ander. We
hebben inderdaad een eindeloze bewondering voor mensen die hun leven
hebben gegeven om anderen te redden.
3.12.1. Rationeel gezien is sterven voor het Vaderland onzin en het gaat
eveneens in tegen onze biologische instincten. Het is de intuïtie van het
individu die hem beweegt tot dit ultieme offer.
3.13. We kunnen ook ’sterven’ voor de Ander in de kleine dagelijkse dingen:
door onze eigen behoeften te laten voor wat ze zijn en op te komen voor de
behoeften van de Ander. Alleen al de Ander laten voorgaan, is een vorm van
opoffering.
3.14. De aarde zou een paradijs zijn indien de mensen gewoon hun intuïtie
volgen. Wat geen wetgeving of geen jurisdictie kan realiseren wordt mogelijk
als de mensen gewoon de stem van hun geweten volgen.
3.15. Hoe de ouders omgaan met hun kinderen is gebaseerd op hun intuïtie.
3.16. Het blijft een merkwaardig feit dat ouders die hun intuïtie volgen meestal
zeer goed slagen in hun pedagogische opdracht. Zou het onderwijs, het

19
bedrijfsleven en de politiek ook zonder wetgeving en jurisdictie kunnen en dan
misschien nog beter slagen in hun opdracht?
3.17. Misschien zal in een nieuwe fase van de mensheid de jurisdictie beperkt
worden tot een grondwet en wordt de rest overgelaten aan de intuïtie van de
burgers. Zoals de ouders in het gezin bewijzen, weten de burgers heus wel hoe
zich verantwoordelijk te gedragen.
3.17.1. Het onderwijs in Finland scoort het hoogst bij internationaal
onderzoek. Elke school beschikt daar over maximale vrijheid om het
curriculum zelf in te volgen (met andere woorden: directie en leerkrachten
mogen hun intuïtie volgen).
3.17.2. Hoe meer circulaires het Ministerie van Onderwijs verstuurt, hoe
meer de kwaliteit van het onderwijs gevaar loopt.
3.17.3. Bij elke circulaire moeten we de simpele vraag stellen: welk effect
zal dit hebben op het concrete handelen van die bepaalde leraar tegenover
die bepaalde leerlingen op een bepaald moment? In die interactie vindt
onderwijs namelijk plaats.
3.18. Het ligt voor de hand het gezin te zien als hèt model voor een
samenleving waar de drie krachten in harmonie samenwerken. Dit wil zeggen
dat ten minste de volgende principes moeten worden gerespecteerd:

-

er wordt gezorgd voor basisveiligheid
de vitale behoeften worden bevredigd
aan de emotionele behoefte aan een hechte en warme band wordt voldaan
vanaf de geboorte wordt de intellectuele ontwikkeling bevorderd
ieder mens zet zich in voor de Anderen en voor het Andere
er worden geen voorwaarden gesteld voor deze inzet
de verantwoordelijkheid voor de Anderen en voor het Andere stopt nooit.

We zouden dit alles in één zin kunnen samenvatten: de mensen hebben een
basale behoefte aan een ’thuis’.
3.19. Op basis van deze principes kunnen we de belangrijkste menselijke
activiteiten als volgt definiëren:

- opvoeding heeft tot doel dat het kind een goed mens wordt, dit wil zeggen

-

dat het leert zich verantwoordelijk te gedragen tegenover Anderen en
tegenover het Andere. De mens weet weliswaar uit zichzelf wat goed is,
maar hij moet zijn talenten ontplooien om het goede te kunnen verrichten.
politiek is een gezamenlijk project om vrede en welzijn te bereiken.
economie heeft tot doel het opheffen van armoede en miserie, waar ook ter
wereld.

20

Tabel 4. het gezin als inspiratiebron voor de samenleving
drie krachten in harmonie

GEZIN

SAMENLEVING

biologische krachten

basisveiligheid aanwezig
hechting tussen de leden

nationaal gevoel
verbondenheid

rationele krachten

gedeelde
familiegeschiedenis
eigen taal en rituelen

gedeelde geschiedenis en
cultuur

intuïtieve krachten

onvoorwaardelijke en
onbaatzuchtige liefde

vaderlandsliefde
solidariteit

De behoefte aan een thuis betekent dat de harmonie in de samenleving (en in
de wereld) slechts bereikt kan worden als er een evenwichtig samenspel is
tussen de biologische, de rationele en de intuïtieve krachten. Indien
bijvoorbeeld de mensen bedreigd worden in hun vitale behoeften, zal alles
hiervoor moeten wijken. Zelfs de meest tolerante democratie zal niet kunnen
verhinderen dat er een meedogenloze overlevingsstrijd gevoerd zal worden,
waarvan de Ander waarmee men zich niet verbonden voelt, het slachtoffer zal
zijn. Indien de rationele kracht ten koste gaat van onze intuïtie, ontstaat een
kille wereld van anonieme mensen die in cyberspace hun imaginaire vrienden
opzoeken. De wereld wordt niet gezien als het Andere, maar als een bron waar
eindeloos uit kan worden geput, totdat hij opgebruikt is. Als de intuïtie wordt
gevolgd zonder er rationeel bij na te denken, is de weg vrij voor magie en
fanatisme.
Het gezin toont aan hoe een evenwicht bereikt kan worden: eerst en vooral
wordt gezorgd voor de vitale behoeften. Hierdoor komt er ruimte vrij voor de
taalontwikkeling en de overdracht van de culturele erfenis. Het kind staat open
voor de overdracht van kennis en waarden als het zich veilig en geborgen
weet. Dit laatste is slechts het geval als de liefde van de ouders
onvoorwaardelijk en onbaatzuchtig is: dus niet beredeneerd, maar gewoon als
intuïtief antwoord op het appel dat van het kind uitgaat. Ook een gehandicapt
kind krijgt alle liefde en zorg.

21
Hoofdstuk IV. Disharmonie in de samenleving

4.1. Disharmonie of onevenwicht in samenleving ontstaat als een van de
krachten een overwicht heeft ten koste van de andere.
4.2. Een overwicht van de biologische krachten wordt bijvoorbeeld veroorzaakt
door grote dreigingen en tekorten. Hierdoor staat het overleven op het spel.
4.2.1. Bij een overwicht van de biologische krachten is er risico op agressie,
oorlog, rassenonlusten, racisme. Hier geldt het principe van struggle for life
of het recht van de sterkste.
4.3. Een overwicht van de rationele krachten is ofwel een gevolg van
miskenning van onze biologische driften of van een gebrek aan openheid voor
wat buiten de zichtbare werkelijkheid ligt. Wetmatigheden zijn cruciaal en
slechts wat observeerbaar en meetbaar is wordt als waarheid geaccepteerd.
4.3.1. In een samenleving waar de rationaliteit het overwicht heeft, ervaren
velen een gevoel van zinloosheid, men voelt zich geremd, er is veel
frustratie en velen zijn depressief. Grote groepen voelen zich afgewezen. De
verschillen tussen rijk en arm, tussen diegenen die status hebben en
diegenen die niet meetellen, worden steeds groter. Er heerst veel
onrechtvaardigheid. Hier geldt het principe van het welbegrepen, wederzijds
eigenbelang, waarbij diegenen die voor de eigen groep te weinig of niets
opleveren gemarginaliseerd worden.
4.3.2. Perverse gevolgen van een overgerationaliseerde samenleving met
een gebrek aan aandacht voor zingeving is de hoge werkloosheid onder laag
opgeleiden en jongeren en de overheveling van bedrijven naar lage lonen
landen.
4.4. Een overwicht van de intuïtieve krachten is een gevolg van een gebrek
aan educatie. Hier laat de massa zich begeesteren door sjamanen die inspelen
op diepgewortelde angsten onder de mensen. Leiders of een priesterklasse met
dictatoriale macht maken hier misbruik van en vervolgen dissidenten en
onafhankelijke denkers.
4.4.1. Bij dit overwicht is er in de samenleving veel magie, bijgeloof,
fanatisme, en fundamentalisme. Wie een afwijkende mening heeft wordt
vervolgd. Ontwikkeling wordt tegengehouden om de massa dom te houden.
Hier geldt de slogan Gott mit uns of Allah Akbar (deze god is een bedenksel
van de mensen).

22
Fluctuaties in de samenleving
4.5. Op elk ogenblik kunnen biologische krachten gaan overheersen. Dit is een
gevaarlijke toestand omdat dan een strijd kan volgen van allen tegen allen.
Ook de meest ontwikkelde en beschaafde landen kunnen vervallen in deze
toestand.
4.5.1. Zodra de mensen zich niet meer thuis voelen in hun eigen wijk, in hun
eigen stad of land, kan een strijd ontstaan om de basisveiligheid te
herstellen. Het risico wordt groter naarmate de mensen het economisch
moeilijker krijgen, bij herhaalde terroristische aanslagen of bij andere
gebeurtenissen die als levensbedreigend worden ervaren.
4.6. In tegenstelling tot de gangbare mening kan de rationaliteit tot veel
tegenstellingen leiden. Onder wetenschappers is er veel strijd en onenigheid
over hun vakgebied. Zoals eerder gezegd is de werkelijkheid veel te complex
om met behulp van een eindig aantal factoren te verklaren. Het
wetenschappelijk onderzoek en de technologische ontwikkelingen hebben
daarom vaak onvoorziene gevolgen.
4.6.1. Er kunnen grote rampen ontstaan ten gevolge van de industrialisatie
en de wetenschappelijke experimenten. De grootste ramp maken we nu al
mee, namelijk de opwarming van de aarde en de vernietiging van ons
ecosysteem. Het recht van de sterkste zou kunnen omkeren tussen een
strijd tussen David en Goliath. David dat zijn bijvoorbeeld de kleine
ecoboeren die, wat nog rest van een evenwichtige en gezonde natuur,
proberen te beschermen.
4.7. Het is een vreemd verschijnsel dat de intuïtie die juist meer ethisch
bewustzijn kan brengen onder de mensen, kan verkeren in satanisch kwaad.
Onschuldige mensen worden voor het leven verminkt of vermoord in naam
Allah of God. Generaties lang worden mensen dom gehouden of gedwongen
hun basale behoeften te verdringen. De perversiteit van het systeem maakt de
mensen zelf pervers.
4.7.1. De oorzaak van de perversiteit die de intuïtie kan teweegbrengen ligt
wellicht in de institutionalisering van de ethiek. Zodra het ethisch bewustzijn
wordt georganiseerd in een hiërarchie, ontstaat het gevaar van
machtsmisbruik. De religie wordt staatsgodsdienst. De intuïtie verliest
hierdoor haar belangrijkste kracht: de individuele keuze om zijn intuïtie te
volgen.
4.7.2. De scheiding van Kerk en Staat een is groot goed, zolang het niet
betekent dat de moraal er het loodje bij legt.

23
4.7.3. De strijd van de rebellerende jeugd en van dissidenten is een strijd
van de intuïtieve krachten tegen het overwicht van biologische en rationele
krachten.
4.7.5. Terrorisme en extremisme zijn perversies van de intuïtieve krachten.
Het is niet de liefde voor de medemens die terroristen en extremisten
inspireert, maar het geloof in een god die mensen geen vrijheid gunt of in
een idee waar de individuele vrijheid voor moet wijken.

Tabel 5. Vormen van disharmonie in de samenleving
overwicht

typering

gevolgen

biologische krachten

struggle for life

risico op agressie en oorlog

recht van de sterkste

rassenhaat

wederzijds, welbegrepen
eigenbelang

gevoel van zinloosheid

rationele krachten

geremdheid
depressiviteit
onrechtvaardigheid en
marginalisatie

intuïtieve krachten

Gott mit uns

magie en bijgeloof

Allah Akbar

fanatisme
fundamentalisme
terrorisme

24
Hoofdstuk V. Het intuïtieve tijdperk

Harmonie tussen biologische, rationele en intuïtieve krachten
Om harmonie in de samenleving, van lokaal niveau tot de internationale
gemeenschap, te bewerkstelligen spiegelen we ons aan het gezin. In de
overgrote meerderheid van de gezinnen vinden we namelijk een harmonie
tussen biologische, rationele en intuïtieve krachten.
Om zoals in een harmonisch gezin, de drie krachten in de samenleving in
harmonie te laten samenwerken, moet aan de volgende basisvoorwaarden zijn
voldaan:
1. de mensen moeten zich thuis voelen op de plek waar ze wonen en werken
2. levenslange educatie moet aan zoveel mogelijk mensen de kans geven hun
talenten optimaal te ontplooien
3. de mensen moeten de vrijheid hebben en gestimuleerd worden om ethisch
bewust te leven, waarbij zij hun intuïtie volgen en open staan voor het
appel dat van de Ander en het Andere uitgaat.
Om dit mogelijk te maken is het belangrijk dat de mensen zich houden aan de
volgende afspraken:
1. in principe blijft men in zijn land van herkomst om daar zijn
verantwoordelijkheid op te nemen, zodat de medemensen in vrede en
voorspoed kunnen leven. Immigranten keren terug naar hun land van
herkomst, waarbij ze kunnen rekenen op de solidariteit van de
wereldgemeenschap om deze landen op te bouwen en er vrede te brengen.
2. om levenslange educatie overal ter wereld en voor alle lagen van de
bevolking mogelijk te maken, wordt een gigantische inspanning
ondernomen om gezinnen uit de armoede te halen en om alle kinderen de
kans te geven op een goede taalontwikkeling vanaf de eerste levensjaren
en om kwalitatief goed onderwijs te volgen. Er wordt een soort IMF voor
zorg en welzijn opgericht, gefinancierd door een betere verdeling van de
financiële middelen tussen wetenschap, ruimtevaart, farmaceutisch
onderzoek, gezondheidszorg, wapenproductie en educatie. In een eerste
fase van het nieuwe tijdperk zal bij de verdeling van de financiële middelen
prioriteit worden gegeven aan educatie overal ter wereld.
3. in de ideale situatie ontstaat een samenleving met een minimum aan
administratie, wetgeving en jurisdictie omdat het uitgangspunt is dat de
meeste mensen zich op basis van hun intuïtie verantwoordelijk zullen
gedragen. In plaats van top down verloopt de besluitvorming bottom up. Bij
deze laatste vorm van besluitvorming spelen de netwerken van solidariteit
een sleutelrol. Bij storend gedrag dat leed veroorzaakt, wordt van de

25
burgers verwacht dat ze corrigerend optreden2. De belangrijkste taak van
leidinggevende en invloedrijke mensen is een inspirerend voorbeeld te zijn
voor hun medemensen.

Waarom zo de nadruk leggen op de intuïtie van het individu?
5.1. Als wordt aangenomen dat de ware kennis of de waarheid in het algemeen
alleen via de Rede kan worden gekend, sluiten we de belangrijkste weg af naar
wat waarheid wezenlijk is.
5.2. Wat is wezenlijke waarheid? Dat is de ultieme oorzaak kennen van wat is.
Als het kennen van die ultieme oorzaak niet mogelijk is, dan kunnen we ten
minste bewust zijn van een ultieme oorzaak en in ons leven er rekening mee
houden.
5.3. De mens is geboren uit een bevruchting van een eicel door een
spermatozoïde. De oorzaak van die eicel en de spermatozoïde ligt bij de
ouders. De ouders zijn op hun beurt veroorzaakt door bevruchtingen. Dit gaat
door tot in een onheuglijk verleden. Dit geldt ook voor al die dingen om ons
heen. Een oneindige cyclus van oorzaken gaat eraan vooraf.
5.4. Wat is de kracht die deze oorzaken op gang heeft gebracht en gaande
houdt? Is er een kracht die geen oorzaak heeft? Een kracht die oorzaak is van
zichzelf.
5.5. De kracht die oorzaak is van zichzelf is de god van de drie monotheïsmen.
Volgens die religies heeft Hij zich geopenbaard, want de mensen zouden Hem
via een andere weg, die van de Rede, nooit kunnen kennen.
5.6. Het probleem met de geopenbaarde waarheid is dat we het moeten
geloven. Geloof is slechts menswaardig als het op vrijwillige basis gebeurt op
het allerindividueelste niveau. De mens is in deze tijd zodanig geëmancipeerd
dat velen het recht opeisen niet te geloven. Monotheïsmen worden zo vaak
misbruikt, dat het begrijpelijk is dat mensen niet meer willen geloven.
5.7. Er is een andere weg om bewust te worden van een Hogere Kracht die de
oorzaak is van zichzelf en die alles in beweging heeft gebracht en in beweging
houdt. Die andere weg is de intuïtie: als individu is de ontmoeting met de
Ander en met het Andere dé openbaring.
5.8. Die confrontatie met de Ander en met het Andere kan vergeleken worden
met de geboorte: vóór de geboorte bevindt de foetus zich in een donkere
ruimte in het vruchtwater. De foetus hoort vage geluiden en beweegt mee met

2

Met corrigerend optreden wordt hier bedoeld dat de burgers preventief optreden, bijvoorbeeld
door toezicht te houden, dat ze de dader helpen opsporen en hulp bieden bij de reclassering van
de delinquent. Gebruik van geweld en straf behoren tot de bevoegdheid van de rechterlijke macht.

26
de moeder. Na de geboorte komt de zuigeling in het licht, hoort scherpe
geluiden, moet ademen, wordt door anderen opgenomen en ontwikkelt een
eigen motoriek. De overgang van foetus naar zuigeling is pijnlijk en gaat
gepaard met een hartverscheurende kreet. Die overgang is de openbaring: de
ontmoeting met de wereld waarin het kind is ’geworpen’. Ik ben in de wereld
geworpen en wat moet ik er mee?
5.9. Op dezelfde manier is elke ontmoeting met een ander menselijk wezen
een openbaring: Iets waar ik niet zelf de oorzaak van ben, treedt binnen in
mijn ruimte. Wat is hier gaande? Hoe moet ik reageren?
5.10. Dezelfde ervaring kan men hebben bij een zien van een prachtige libelle,
een klein insect of een overweldigend landschap: waar maak ik in godsnaam
deel van uit? Hoe komt al dit mooie in mijn ruimte? Hoe moet ik er mee
omgaan?
5.11. Soms is een trance nodig om die openbaring te beleven. Bij volkeren die
het monotheïsme niet kennen is dit een manier om geraakt te worden door de
Hogere Kracht.
5.12. De hedendaagse mens kan uit zijn rationele gevangenis ontsnappen via
zijn intuïtie waardoor hij diep geraakt wordt in de ontmoeting met de Ander en
het Andere. Zoals een verliefde geraakt wordt door een Ander.
5.13. Zodra ik de Ander ontmoet of van het Andere bewust wordt, moet ik de
vraag beantwoorden: ’Hoe ga ik met hem of haar om?’ en ’Hoe ga ik er mee
om?’. Ik word, met andere woorden, door de Ander en door het Andere
verantwoordelijk gesteld.
5.14. Verliefdheid geeft heel goed weer wat deze bewustwording kan
betekenen: volle overgave, de Ander wordt mij, ik geef mij volledig over aan
de Ander, ik ben er voor de Ander, ik ben bereid te sterven voor de Ander, elk
moment denk ik aan de Ander, ik kan niet zonder de Ander, ….
5.15. Op dezelfde manier kunnen mensen verliefd zijn op en begeesterd zijn
voor alles wat op aarde is en beweegt. Er zijn mensen die zich hun leven lang
inzetten voor het behoud van een diersoort of voor de bescherming van een
landschap.
5.16. Ik kan de Ander of het Andere negeren of er onverschillig tegenover
staan. Maar negeren en onverschillig staan is slechts mogelijk als ik eerst de
Ander en het Andere heb opgemerkt. Negeren of onverschillig staan is bewust
mijn verantwoordelijkheid niet opnemen.
5.17. Willen we in waarheid leven, dan moeten we openstaan voor wat de
intuïtie ons elke seconde van ons leven openbaart.

27
5.18. In waarheid leven is niets anders dan de vraag beantwoorden hoe ik zal
handelen tegenover de Ander en het Andere. Dit is openstaan voor het appel
van de Ander en het Andere, dat naar mij persoonlijk is gericht.
5.19. De monotheïsmen zeggen dat het God is die via de naasten en de
schepping een appel op mij doet. De Tien Geboden zijn niets anders dan
plichten om zich verantwoordelijk te gedragen en zich open te stellen voor de
Ene Ware God.
5.20. Zonder te geloven in een God kan een mens zich verantwoordelijk voelen
voor de Ander en het Andere. Hij leeft dan zonder antwoord op de vraag
waarom hij verantwoordelijk is, wat vanuit de mens gezien acceptabel is.
5.21. Ik ben vrij om die verantwoordelijkheid al of niet op te nemen. Daar ligt
ook de menswaardigheid: er is een ethisch gebod, maar het is aan mij om er al
of niet op te antwoorden.
5.22. De persoonlijke intuïtie maakt de weg vrij naar leven in waarheid.

Ik ben de hoeder van mijn broeder
5.13. Volgens Martin Heidegger leven we in een tijd van zijnsvergetelheid. We
verdringen de vraag naar het Zijn: waarom is er Zijn en niet Niets?
5.14. Mijn intuïtie biedt een begin van antwoord op de
zijnsvraag: ik ben, dit betekent dat ik deelneem aan het Zijn.
Het Zijn is er dus wel degelijk en dit roept meteen vragen op:
wat is de zin van mijn zijn? Welk doel heeft mijn tijdelijke
aanwezigheid in het Zijn?
5.15. In plaats van te zeggen ’Ik ben geboren om te sterven’ is
het beter te zeggen ’Ik ben geboren om te zijn’. En wat doe ik
met dat zijn?
5.16. Mijn intuïtie gaat verder: een deel van het antwoord op de vraag naar de
betekenis van mijn bestaan hier op aarde wordt gegeven door en in de
ontmoeting met de Ander en met het Andere. Ben ik de hoeder van mijn
broeder en rentmeester van de natuur, of hoef ik nergens mee rekening te
houden?
5.17. Mijn intuïtie laat mij hier niet in de steek: ik ben de hoeder van mijn
broeder en rentmeester van de natuur.
5.18. Als we het hierover eens zijn, dan moeten we de consequenties durven
trekken. In het volgende hoofdstuk wordt hier een begin van antwoord op
gegeven.

28
5.19. Het is onbegrijpelijk dat we nu in een tijd leven waarin de intuïtie
geminacht wordt. Hierdoor verliezen we het contact met wat zin geeft aan een
mensenleven.
5.20. Als alleen de Rede telt, missen we de kans op een hogere beschaving.
5.21. Als we alles rationeel willen verklaren, missen we wat niet rationeel
verklaard kan worden.
5.22. We moeten de persoonlijke durf hebben om de zijnsvraag met onze
intuïtie te beantwoorden.
5.23. We willen alles rationeel verklaren en ons rationeel gedragen, zodat we
ons afsluiten van de intuïtieve krachten. In plaats van de zijnsvraag te stellen,
doen we alsof we over alles zomaar kunnen beschikken. Wetenschap is
waardevrij. De Rede zoekt naar wetmatigheden, naar causale verbanden,
zodat we naar hartelust kunnen experimenteren. In naam van de vrijheid moet
alles mogelijk zijn.
5.24. Niets van ons handelen is echter waardevrij. De wetenschap is helemaal
niet waardevrij. Onze vrijheid houdt op daar waar de vrijheid van de Ander en
de bescherming van het Andere wordt aangetast. De waarde van de Ander en
van de Natuur is datgene wat ik moet respecteren.
5.24.1. Respect vereist soberheid, soberheid, soberheid.

Figuur 1. De weg naar waarheid
een thuisbasis waar we ons veilig en geborgen voelen


goed onderwijs en levenslange educatie


intuïtie volgen:
- geraakt worden door de Ander
- geraakt worden door het Andere
- openstaan voor de wereld
de vraag beantwoorden hoe mijn verantwoordelijkheid op te nemen:
- ik ben de hoeder van mijn broeder
- ik ben rentmeester van de natuur

29
Hoofdstuk VI. Hoe de harmonie bereiken?

Persoonlijk consequenties durven te trekken
6.1. Wie het erover eens is dat hij verantwoordelijk is voor de Ander en voor
het Andere omdat dit de ware zin geeft aan zijn tijdelijk bestaan op Aarde,
moet hieruit de consequenties durven te trekken.
6.1.1. Voor alle duidelijkheid geef ik nogmaals aan wat met de Ander en het
Andere wordt bedoeld. De Ander dat zijn alle mensen, hier en in de
toekomst. Ik ben verantwoordelijk voor mijn naasten, voor mensen die ver
weg wonen en voor de toekomstige generaties die zullen moeten leven op
de planeet die we voor hen achterlaten.
6.1.2. Het Andere dat is de Aarde en alles wat erop bestaat en leeft. Ik ben
verantwoordelijk voor het welzijn en de bescherming van dieren, voor de
diversiteit van de plantenwereld, voor schone lucht, voor het behoud van
landschappen en voor alles wat ons ecosysteem uitmaakt.
6.2. Aangezien deze verantwoordelijkheid voor de Ander en voor het Andere
gebaseerd is op mijn intuïtie, kan ik het niet afdwingen van anderen. In
principe hebben alle mensen deze intuïtie. Het gaat erom dat zij worden
gestimuleerd om de consequenties te trekken en opgeleid worden om hun
talenten te kunnen gebruiken. Dit lukt als zij worden geïnspireerd door
anderen of als zij worden geraakt door het voorbeeld van anderen.
6.2.1. Hebben alle mensen inderdaad de intuïtie om
zorg te dragen voor anderen? Een intuïtie die opkomt
zodra ze de Ander ontmoeten en ontroerd raken door
de Schepping die hen is gegeven. Indien dit zo is, dan
maken alle mensen deel uit van een gemeenschappelijke Kracht die hen inspireert. Benedictus
Spinoza (1632-1677) zou dit de substantie noemen die
God is.

6.3. Geïnspireerd en geraakt worden door het voorbeeld van anderen is de
kern van de opvoeding. Maar ook volwassenen moeten blijvend geïnspireerd
worden. Hier ligt de taak van leidinggevenden, van invloedrijke mensen en van
al diegenen die over macht en gezag beschikken. Moet niet elke volwassene
die taak op zich nemen? Zodra iemand een Ander ontmoet, kan hij zich al of
niet verantwoordelijk gedragen tegenover die Ander. Bij elke daad die we
stellen, moeten we ons afvragen of het verantwoord is ten aanzien van onze
tijdgenoten en de toekomstige generaties. Ieder mens, hoe weinig hij ook
bezit, kan een inspirerend model zijn van grootsheid.

30
6.4. Het is niet correct om te denken dat individuele acties niets uitmaken of
dat het individu machteloos is tegenover het onverantwoordelijk gedrag van
miljarden mensen. Een simpele berekening maakt dit duidelijk: als ik twee
mensen kan inspireren om hun intuïtie te volgen en als deze twee mensen op
hun beurt elk twee mensen inspireren, dan zijn na twintig beurten al meer dan
twee miljoen mensen bereikt. Dit betekent dat de inspiratie van één persoon
op korte termijn een grote massa kan bereiken. Dit is trouwens de reden
waarom we in het Westen al decennialang in vrede, welzijn en welvaart leven.
Opvoeding, economie en politiek in een harmonische samenleving
6.5. Het doel van de opvoeding definieer ik als het kind inspireren om een
goed mens te worden. Dit is hetzelfde als het kind inspireren, door ons
voorbeeld, om zijn verantwoordelijkheid te leren opnemen.
6.6. Vanuit dezelfde gedachte definieer ik de economie als een project om de
armoede en de miserie uit de wereld te bannen. Verder is het vanzelfsprekend
dat economische activiteiten met de uiterste zorg voor het milieu moeten
plaatsvinden.
6.6.1. Economische activiteiten zijn niet bedoeld om maximale winst te
maken uit hebzucht, maar om winst te maken om te kunnen geven.
6.7. Politiek is een gezamenlijk project om vrede en voorspoed te brengen over
de gehele wereld.
6.7.1. Politiek is geen strijd tussen tegenstanders. Smerige campagnes
voeren tegen politieke rivalen druist in tegen de moraal die elke mens
intuïtief kan aanvoelen. Waarom is die strijd dan alomtegenwoordig, ook bij
volkeren die van zichzelf denken het meest ontwikkeld te zijn?
6.8. We mogen echter niet naïef zijn. Er zijn mensen die gedragsgestoord zijn
en wie in grote nood verkeert of in miserie leeft, is nauwelijks in staat om zich
verantwoordelijk voor anderen te gedragen. We moeten niet alleen hebben om
te kunnen geven, we moeten ons ook veilig voelen en onze vitale behoeften
moeten worden bevredigd.
6.9. Alleen een massale beweging kan een tijdperk van verantwoordelijkheid
inluiden. Dit betekent dat we niet moeten rekenen op de politieke instellingen
of op internationale organisaties, maar dat een kentering alleen mogelijk is als
miljarden individuen van gedrag veranderen. Schone lucht bijvoorbeeld wordt
niet bereikt door het zoveelste verdrag of de zoveelste conferentie, maar
slechts als de individuen zich onthouden van activiteiten die de lucht vervuilen
en geen producten kopen waarvan de fabricage gepaard ging met ernstige
vervuiling.

31
Het gezin als inspirerend model
6.10. In hoofdstuk II. hebben we de volgende wezenlijke kenmerken van het
gezin genoemd:

-

er wordt gezorgd voor basisveiligheid
de vitale behoeften worden bevredigd
aan de emotionele behoefte aan een hechte en warme band wordt voldaan
vanaf de geboorte wordt de intellectuele ontwikkeling bevorderd
ieder mens zet zich in voor de Anderen en voor het Andere
er worden geen voorwaarden gesteld voor deze inzet
de verantwoordelijkheid voor elkaar stopt nooit.

Deze kenmerken nemen we als leidraad om prioriteiten vast te stellen.
6.11. Bij prioriteiten denken we aan wat echt niet kan, waar absoluut
verandering in aangebracht moet worden of waar we onze inspanningen vooral
naar moeten richten. Dit betekent ook dat er prioriteiten opgesteld moeten
worden voor de besteding van de financiële middelen.
6.11.1. Er moet goed nagedacht worden over de verdeling van de financiële
middelen voor wetenschappelijk onderzoek, ruimtevaart,
bewapeningswedloop, farmaceutisch onderzoek, ziekenzorg en educatie. Hoe
is het bijvoorbeeld te verantwoorden dat honderden miljoenen kinderen
geen goed onderwijs krijgen of dat honderden miljoenen mensen geen
minimaal basisinkomen hebben? Teruggekeerde immigranten zouden een
belangrijke bijdrage kunnen leveren op onderwijsgebied.
6.12. Omdat in de meeste gezinnen, overal ter wereld en in alle tijden,
harmonie heerst tussen de biologische, rationele en intuïtieve krachten, nemen
we het gezin als inspirerend model voor onze verantwoordelijkheid voor de
prioriteiten die we zullen stellen. Dit wil zeggen dat het land waarin we wonen
als één groot gezin gezin wordt gezien. Dit kunnen we verder uitstrekken tot
de wereldgemeenschap want ’Alle mensen zijn broeders’.
6.13. De harmonie in een gezin komt tot stand doordat de gezinsleden
bloedverwanten zijn, dezelfde voorouders delen met dezelfde geschiedenis en
cultuur, en gemeenschappelijke ervaringen hebben vanaf de geboorte van elk
gezinslid. Deze gemeenschappelijkheid smeedt een band en creëert een
geborgenheid die zorgen dat men er zich veilig voelt en dat men voor elkaar
wil opkomen.
6.14. Prioriteit nummer 1 is dan ook de veiligheid en de geborgenheid in de
samenleving. We moeten terug naar een tijd waarin mensen wonen in een
omgeving waar men elkaar kent en waar men zich verbonden weet door een
eeuwenlange gemeenschappelijke geschiedenis. Dit geldt voor de wijk, de stad
of het dorp, de regio en het land.

32
6.14.1. Deze sociale cohesie leidt automatisch tot een zeer sterke daling van
de criminaliteit en tot meer zorg en solidariteit voor elkaar. Mensen horen bij
hun land van herkomst. Emigratie en immigratie maken de toekomst steeds
meer onzeker en onveiliger. Eenzaamheid neemt toe, alsook de agressie.
6.14.2. Zoals een gezin dat goed functioneert, veel te bieden heeft aan de
omgeving, zal een samenleving waar grote verbondenheid en solidariteit
heerst ook voor de rest van de wereld haar verantwoordelijkheid kunnen
opnemen.
6.14.3. Nationalisme is een voorwaarde voor solidariteit in de wereld.
6.15. Alle samenlevingen en culturen hebben de potentie om zich zodanig
ontwikkelen dat het eigen volk in welvaart en welzijn kan leven. Alle landen
zijn in staat om zich verantwoordelijk te gedragen ten aanzien van de Anderen
en het Andere. In alle etnische groepen, rassen en culturen zijn de talenten
gelijkelijk verdeeld.
6.15.1. De feiten lijken soms het tegendeel te bewijzen. Als sommige
etnische groepen en rassen minder goed presteren op intellectueel gebied of
zich crimineler gedragen, dan is dit een gevolg van historische, religieuze,
politieke en andere sociale omstandigheden.
6.15.2. Het zwarte ras wordt al eeuwenlang, volstrekt ten onrechte, als
minderwaardig beschouwd en behandeld. Dit heeft een desastreus effect op
het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van de zwarte mensen. Dit brengt hen in
een vicieuze cirkel waaruit het zeer moeilijk ontkomen is.

Hoe de harmonie bereiken?
6.16. We kunnen nog lang doorgaan op de huidige voet. Vooral in de rijke en
goed ontwikkelde landen is er weinig behoefte aan een radicale verandering in
de politieke en economische activiteiten. Het ziet er niet naar uit dat miljarden
mensen op korte termijn hun gedrag zullen veranderen. Ook in
ontwikkelingslanden willen de mensen niets liever dan consumenten worden
zoals wij.
6.16.1. In hetzelfde journaal hoor ik over de zoveelste uitbreiding van een
luchthaven omdat er nog een paar miljoen passagiers zullen bijkomen, en
over een nooit eerder geziene, langdurige droogte in Indonesië zodat de
rijstoogsten zullen mislukken. Is er een verband tussen beide
gebeurtenissen?
6.17. Een kentering zal pas plaatsvinden bij een of andere gebeurtenis. Er zijn
allerlei doemscenario’s mogelijk, zoals bijvoorbeeld: een virusepidemie waar
h o n d e r d e n m i l j o e n e n m e n s e n h e t s l a c h t o f f e r va n w o r d e n , e e n
vulkaanuitbarsting die de oogsten de volgende jaren doet mislukken met grote

33
hongersnood tot gevolg, een nucleaire aanval door een terroristische groep,
een plotselinge omslag van het klimaat met watertekorten als gevolg.
6.17.1. Bij een dergelijke gebeurtenis worden de biologische krachten
onweerstaanbaar, want het gaat om overleven. Hier volgt een Hobbesiaanse
toestand van oorlog van allen tegen allen. De ellende zal niet te overzien
zijn. Etnische minderheden zullen worden weggeveegd.
6.18. Een andere mogelijkheid om een kentering teweeg te brengen gaat via
de wetenschap en de techniek, bijvoorbeeld door een grote doorbraak in de
wetenschappelijke inzichten en door uitvindingen die een enorme impact
hebben op het gedrag van de mensen.
6.18.1. Een actueel voorbeeld van een techniek met een grote impact op het
gedrag van de mensen wordt uiteraard geboden door internet, de mobiele
telefoon en de sociale media. Deze technieken bieden echter geen inhoud en
het is niet duidelijk waar de ethische normen om ze te gebruiken vandaan
moeten komen. Deze inhoudsloosheid verbergt veel eenzaamheid en
oppervlakkigheid. Ook bestaat het gevaar dat de mensen steeds minder vrij
worden.
6.19. Een derde mogelijkheid kan worden geboden door een charismatische
figuur die zoals Boeddha, Christus of Mohammed een nieuwe beweging en een
soort ethisch réveil op gang brengt die duizenden jaren stand kan houden.
6.19.1. We zouden kunnen stellen dat filosofen en mensen die door hun
gedrag anderen inspireren, de weg voorbereiden voor een nieuwe
charismatische figuur die de hele wereld in beweging kan brengen. Hier is
echter het gevaar voor misleiding groot. Ook Lenin en Hitler waren
charismatische figuren die als het ware zijn voortgekomen uit filosofische
voorlopers als Marx en Nietzsche. Grote groepen kunnen door deze despoten
worden afgewezen en de vrijheid van het individu om zijn intuïtie te volgen
kan worden verhinderd. In dit laatste geval ontstaat geen nieuw tijdperk
met een hogere beschaving, maar een vorm van de ergste slavernij.
6.19.2. Deze slavernij kan het gevolg zijn van het rationeel denken. Hier
wordt namelijk gezocht naar algemeen geldende wetmatigheden. Een
hallucinant voorbeeld biedt de hedendaagse psychologie die een
hersenwetenschap is geworden. Het lijkt heel rationeel te zijn dat alle
gedrag een biologische oorzaak heeft. Als dit juist is, dan zal deze
wetenschap steeds betere middelen vinden om de mens te manipuleren. De
politiek en de reclamewereld maken hier handig gebruik van. Het gaat mij
niet om het verbieden van wetenschappelijk onderzoek, maar om de
reductie van het mensbeeld door het rationele model. In dit mensbeeld
verliest de mens zijn belangrijkste en meest menselijke kracht: zijn intuïtie.
Het is absurdistisch dat de psychologie niet meer over de psyche gaat.

34
6.20. Het is onmogelijk te voorspellen of een dramatische gebeurtenis zal
plaatsvinden, of er een doorbraak komt in de wetenschap en of er een
charismatische vernieuwer zal opstaan. Het is beter niet te luisteren naar
onheilsprofeten. We kunnen slechts hopen dat de wetenschap ons zal helpen
van de wereld een goede plek te maken voor alle mensen en dat er mensen
zullen zijn die de massa’s weten te begeesteren in de goede zin.
6.21. In de tussentijd kunnen we ons individueel voorbereiden op het nieuwe
tijdperk. Wie zijn intuïtie volgt ziet in dat een nieuw tijdperk noodzakelijk is.
We kunnen niet eindeloos doorgaan met de economische groei en met de
uitputtingsslag van de natuurlijke hulpbronnen. De wereld raakt overvol en
miljarden mensen leven in diepe armoede, waarbij hun situatie uitzichtloos
blijft3. De klimaatverandering is zeer zorgelijk. De lucht die we inademen raakt
steeds meer vervuild. Planten en dieren sterven uit. Ook de mens zal
uitsterven als we doorgaan zoals we gewend zijn.
Tot slot vat ik dit essay samen in een manifest voor de 21ste eeuw, op basis
van de prioriteiten zoals ik ze mij op dit ogenblik voorstel. Dit manifest kan
aangepast worden of gebruikt worden als discussiestuk voor een nieuw
economisch en politiek beleid.
MANIFEST VOOR DE 21ste EEUW
Axioma4. In alle rassen, etnische groepen of volkeren zijn de meeste mensen
van goede wil. Zij willen niets liever dan in vrede leven, zij zijn rechtvaardig,
kunnen in hoge mate solidair zijn met Anderen en zorgzaam voor onze
planeet. Ook zijn de talenten, zoals intelligentie en vaardigheden, evenredig
verdeeld over alle rassen, etnische groepen en volkeren. Als er verschillen zijn
dan is dit te wijten aan historische en sociale omstandigheden. Willen we
voorkomen dat extreem-rechts of andere radicalen de macht grijpen, dan is
het noodzakelijk dat de mensen in veiligheid en geborgenheid kunnen leven,
dat kinderen naar goede scholen kunnen gaan en volwassenen levenslang
kunnen leren, zodat de mensen in staat zijn volgens hun goede wil te leven en
te handelen.
We zijn verantwoordelijk voor de grote uitdagingen van deze eeuw. De
belangrijkste lijken de volgende te zijn:

- de gevolgen van de klimaatopwarming en de luchtverontreiniging
- de massa-immigratie ten gevolge van de ongelijke verdeling van de welvaart
3

In zwart Afrika en in de meeste islamitische landen is het onderwijs van een lamentabel niveau.
Het zal nog generaties duren vooraleer de educatie van deze volkeren op peil zal zijn. Dit betekent
helaas dat vanuit economisch oogpunt investeren in die landen de komende honderd jaar zinloos
is. Alleen een massale terugkeer van de immigranten kan hier een oplossing bieden.
4

Axioma: hier in de betekenis van onbetwistbare waarheid. De gelijke verdeling is namelijk
bewijsbaar ondanks de schijn van het tegendeel.

35

- het gebrek aan goed onderwijs voor honderden miljoenen kinderen in
ontwikkelingslanden

- de mogelijkheid dat terroristen of schurkenstaten massa-destructiewapens
zullen gebruiken.
Om onze krachten te bundelen is het volgende noodzakelijk:

- een thuisbasis waar we ons veilig en geborgen voelen. Onze ’thuis’ is de
gemeenschap waar grote, onderlinge solidariteit heerst die solidariteit met
de rest van de wereld mogelijk maakt. Dit is de biologische kracht die we
willen bevorderen

- voorrang geven aan educatie: goed onderwijs voor alle kinderen en
levenslang leren voor volwassenen. Dit is de rationele kracht die bevorderd
wordt

- onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige dienstverlening: de Ander en het
Andere heeft voorrang. Dit is de intuïtieve kracht die elke mens inspireert,
elk op zijn manier volgens zijn talenten en mogelijkheden.
De volgende acties worden ondernomen om een spirituele lente mogelijk te
maken:

- iedereen keert terug naar zijn land van herkomst om daar zijn verantwoordelijkheid op te nemen

- een internationaal fonds wordt opgericht om excellente educatie voor alle
kinderen, waar ook ter wereld, mogelijk te maken. Teruggekeerde immigranten worden bij voorrang in het onderwijs tewerkgesteld. Dit fonds
wordt gefinancierd middels een betere verdeling van de subsidies voor
ruimtevaart, wetenschappelijk en farmaceutisch onderzoek en bewapening,
zodat meer geld vrijkomt voor educatie, zorg en welzijn

- er komt een vredeskorps voor het Midden-Oosten en Afrika, bestaande uit
teruggekeerde immigranten. Die zorgen voor herstel van de vrede, de
veiligheid en de opbouw van die landen. Deze immigranten kunnen tijdens
hun dienstperiode een beroepsopleiding volgen

- in de mate van het mogelijke worden producten uit de eigen regio gekocht
en wordt gebruik gemaakt van lokaal vakmanschap. Initiatieven van
teruggekeerde immigranten worden door de rijkere landen ondersteund.

- bij alles wat men doet, houdt men rekening met de gevolgen voor het
milieu. Dit betekent vooral een sobere levensstijl met als concrete
voorbeelden: stoppen met nutteloze reizen, afschaffen van internationale
sportevenementen, stoppen van kopen van nutteloze producten en de

36
uitgaven meer besteden aan sociale en culturele activiteiten in de eigen
regio

- op lokaal, landelijk en internationaal niveau worden netwerken van
solidariteit opgericht. Dank zij deze netwerken zal er geen werkloosheid
meer zijn (iedereen kan een taak in de gemeenschap opnemen), zal er beter
toezicht zijn om criminaliteit te voorkomen, zullen gehandicapten, zieken en
ouderen zich nooit eenzaam voelen en zal internationale solidariteit worden
bevorderd5. De netwerken van solidariteit worden financieel ondersteund
door een maximum inkomen in te stellen en wat daarboven wordt verdiend
te storten in een IMF voor educatie, zorg en welzijn.

5

Dit voorstel van netwerken van solidariteit kan verder uitgewerkt en geconcretiseerd worden. Ik
beperk mij hier tot een algemene schets omdat iedereen dit in zijn eigen omgeving het best zelf
kan uitwerken. Het hierboven genoemde vredeskorps kan worden gezien als een internationaal
netwerk van solidariteit.