Een van de leden van het Toonkunstkoor Maastricht, typeerde zijn dirigent, Jan Hupperts, als een onvermoeibaar

, gepassioneerd mens die het beste in zijn koorleden naar boven haalt. ”Na een repetitie, die steevast drie uur duurt, zijn de zangers bekaf en oogt Jan Hupperts nog zo fit als een hoentje. Die man is niet vermoeid te krijgen. Een fenomeen.” Reden genoeg voor Weekend Gezet met deze 85-jarige jongeman uit Itteren te gaan praten. Als we Jan Hupperts confronteren met deze positieve karakteristiek, reageert hij lichtelijk verbaasd. ”Ik begrijp niet dat mensen door muziek maken vermoeid kunnen raken”, zegt hij. ”Ik in elk geval niet. Integendeel. Muziek geeft energie. Vreugde, blijheid. Trouwens, er is geen leven zonder muziek.” Inderdaad een fenomeen, deze musicus uit Itteren. Een charismatisch man die met gemak, zonder enige hapering, uren lang over zijn passie: muziek, kan praten. Gesticulerend, uitleggend, verklarend, docerend. Tegenover ons zit een echte muziekleraar. Een man die zijn liefde voor muziek als geen andere weet over te brengen op zijn leerlingen. Vroegere studenten aan de Leraressenopleiding Jekerdal praten nog steeds over hun ”bevlogen leraar van toen”, Jan Hupperts. Het is overigens heel toevallig dat Hupperts als muziekleraar ging werken. Hij wilde graag uitvoerend musicus, concertpianist, blijven. Maar omdat zijn gezin steeds groter werd (hij en zijn vrouw Zus kregen zes kinderen), hij vijf à zes uur per dag moest repeteren en daarbij ook nog dirigent van de Zuid-Nederlandse Opera was, had hij daar geen tijd meer voor. Het laatste wat hij wilde doen was les geven. Een bevriende docent vroeg hem voor drie maanden en zes uren per week zijn lessen over te nemen. Na lang aandringen zegde Hupperts toe en bleef dertig jaar lang als fulltime muziekdocent werken. Een uitdaging. Zo noemde Hupperts zijn nieuwe baan. Zijn leerlingen wisten niets van muziek, waren nooit naar een klassiek concert geweest en kregen plotseling vier uur muziekles van een gedreven, gepassioneerde man. ”Mijn studenten waren zeer gemotiveerd”, weet Hupperts. ”Ze moesten straks muzieklessen op scholen gaan geven. Ik heb mijn liefde voor de muziek op hen kunnen overbrengen.” Hupperts maakt zich grote zorgen over de toekomst van de klassieke muziek. Als hij als dirigent naar zijn koorleden kijkt ziet hij grijze hoofden. Kijkt hij naar de zalen met toehoorders dan ziet hij het hetzelfde beeld. Het uitblijven van aanwas van nieuwe koorleden wijt hij aan het gebrek aan muzieklessen op scholen. De jeugd krijgt de liefde voor de muziek niet meer aangeleerd. Volgens Jan Hupperts zullen jongeren die in aanraking komen met muziek er ook van leren houden. Hij vreest dat in de toekomst veel koren zullen verdwijnen. En dat, zo zegt hij: ”terwijl er geen instrument is dat dichter bij de mens staat dan de stem”.

En: ”zingende mensen zijn gelukkige mensen”. Een voorbeeld zoals het zou moeten geeft, volgens hem, het Sacramentskoor uit Breda waar vandaag de dag nog jonge jongens worden opgeleid. ”De enige juiste manier.” Jan Hupperts was dirigent van zes mannenkoren (onder meer het Koninklijk Roermonds Mannenkoor) en dirigent van zeven gemengde koren, waarbij het Limburgs Concert Koor. Hij is nog steeds actief dirigent van twee toonkunstkoren. Het Toonkunstkoor Roermond en Toonkunstkoor Maastricht. Het dirigeren van deze twee koren is zijn lust en zijn leven. ”De meeste koorleden hebben lessen gehad, maar zijn natuurlijk geen professionals”, doceert Hupperts. ”Het kost veel repetities om iets nieuws in te studeren. Ik verwacht van iedereen honderd procent inzet en dat ze thuis repeteren. Gebeurt dat niet, dan kun je dat repertoire niet brengen. Voorbeeldje. Een voetbaltrainer kan nóg zo goed zijn en nóg zo zijn best doen, als zijn spelers niet gemotiveerd zijn en niet spelen en trainen zoals hij dat wil, lukt het niet. En wie wordt er weggestuurd? Precies: de trainer. Ik zeg altijd tegen de koorleden: jullie zijn de gelukkigste mensen op de wereld. Jullie hebben een stem om te zingen.” In zijn riante studeerkamer staat een zwarte Steinway vleugel. Aan een van de muren hangt een ingelijste pagina met een verhaal van de dirigent. De kop van het artikel luidt: ”Als ik repeteer heb ik geen leeftijd”. Naast de pagina een foto van hem tijdens een audiëntie in 1981 bij de paus. Een mooie is toch het verhaal van zijn ontdekking als pianist. In 1945 wandelde de dirigent van het toenmalige Residentieorkest, Frits Schuurman, langs de schoenmakerij van Hupperts in Gulpen. Schuurman was een week op vakantie in Gulpen. Jan Hupperts was aan het studeren op de piano en Schuurman hoorde de jongeman spelen. Hij stapte de winkel binnen en vroeg wie er zo mooi piano speelde. Een half jaar later trad Hupperts op als concertpianist bij het Residentieorkest. ”Ik speelde het pianoconcert van Rachmaninov”, herinnert Hupperts zich. De 85-jarige Itterdenaar is een voorbeeld voor zijn generatie. Hij trimt en tennist nog een paar keer per week. Tennissen doet hij niet in Itteren (”de harde banen zijn slecht voor mijn knieën”), maar in Maastricht. Nee, hij speelt geen dubbel, maar single. ”Ik vind het moeilijk met iemand als partner te tennissen. En ik kan nog goed een single spelen.” Voordat we afscheid nemen wil de fotograaf nog graag een foto van Jan Hupperts achter de vleugel maken. Als hij op de pianokruk gaat zitten en een prachtige sonate begint te spelen verandert er iets in zijn houding. Alsof de journalist en fotograaf niet meer in de kamer zijn. Alsof hij één wordt met de muziek. Zíjn muziek. Jean Brandts