You are on page 1of 2

De deur op een

kier in de strijd
tegen Wobmisbruik?
Door: mr. Kevin Snijders 1
Misbruik van de Wet openbaarheid van
bestuur (Wob) is een onderwerp waarover
veel bestuursorganen mee kunnen praten.
Soms met de handen in het haar wordt een
verzoek aangepakt. Want hoe herken je een
verzoek dat listig verstopt zit in een grote
lap tekst of hoe krijg je binnen de
beslistermijn
meer
dan
duizend
documenten verzameld (en eventueel
geanonimiseerd)?2
Naast de frustraties die dit soort verzoeken
oplevert voor het bestuursorgaan, zijn er
ook de nodige kosten mee gemoeid. Dan
moet niet enkel gedacht worden aan de uit
te keren dwangsommen. Ook moet gedacht
worden aan de kosten die met de
werkzaamheden
zelf
gemoeid
zijn,
waaronder de bezoldigingen van de
ambtenaren die met de verzoeken bezig
zijn.
Zelfs voor een getraind Wob-ambtenaar kan
een verstopt en zeer omvangrijk verzoek
meerdere werkweken in beslag nemen. De
kosten die hier mee gemoeid zijn, komen in
beginsel
voor
rekening
van
het
bestuursorgaan. Op 22 juli 2015 heeft de
Rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank)
echter twee vonnissen uitgesproken waar

de deur voor een vergoeding van deze
kosten op een kier open wordt gezet.3
In deze procedures heeft de Gemeente
Leiden diverse Wob-verzoeken ontvangen,
waarbij duidelijk was dat het de verzoeker
niet te doen is om de ontvangst van
informatie. In deze gevallen is het de
verzoeker slechts te doen om het frustreren
van een voorspoedige afhandeling van de
verzoeken of het verbeuren van een
dwangsom.
De gemeente heeft deze verzoeken
consequent afgewezen op grond van dat
sprake is van misbruik van de Wob. Dit geldt
eveneens voor de ingebrekestellingen die
ingediend waren ten aanzien van deze
verzoeken. Tegen deze besluiten was geen
bezwaar ingediend en de besluiten zijn dan
ook onherroepelijk geworden.
Met de behandeling van de verzoeken en
ingebrekestellingen heeft de gemeente
echter wel kosten gemaakt en dat is voor de
gemeente reden geweest om een civiele
procedure te starten tegen de indiener van
de verzoeken.
In de procedure lagen de volgende
vorderingen ter beoordeling voor de
rechter:
1. voor recht verklaren dat de
verzoeker
onrechtmatig
heeft
gehandeld jegens de gemeente;
2. verzoeker verbieden meer dan twee
Wob-verzoeken per kalendermaand
in te dienen bij de gemeente;
3. veroordeling van de verzoeker om
een schadevergoeding te voldoen.
Hoe de rechtbank deze vorderingen heeft
beoordeeld, zal ik hieronder kort
uiteenzetten.

1

Mr. K.M.A. Snijders is juridisch consultant bij USG
Legal Professionals NL.
2
Een bestuursorgaan heeft vier weken om te
beslissen en kan deze termijn eenmaal verlengen
met nog eens vier weken.

3

Deze uitspraken zijn bekend onder de
zaaknummers C/09/473216 en C/09/473212.

Voor recht verklaren dat de verzoeker
onrechtmatig heeft gehandeld jegens de
gemeente
De rechtbank heeft aangegeven dat de
gemeente geen belang (meer) heeft bij de
gevorderde verklaring van recht. Immers,
de besluiten waarin de gemeente misbruik
van
recht
heeft
aangevoerd
zijn
onherroepelijk geworden. Hiermee is vast
komen te staan dat de verzoeker misbruik
van recht heeft gemaakt.
Verzoeker verbieden meer dan twee Wobverzoeken per kalendermaand in te dienen bij
de gemeente
De rechtbank heeft aangegeven het belang
af te wegen tussen het inperken van de
schade die de gemeente leidt door het
onnodig moeten besteden van uren om de
Wob-verzoeken te kunnen herkennen en
verwerken en het algemeen belang van
openbaarheid van informatie. Hierbij is in
ogenschouw genomen dat de verzoeker
geruime
tijd
geen
verzoeken
of
ingebrekestellingen meer heeft ingediend
bij de gemeente.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de
gemeente onvoldoende belang bij het
toewijzen van het verzoek ten aanzien van
het aantal Wob-verzoeken. Wel is aan de
verzoeker een gebod opgelegd om in
toekomstige correspondentie in de aanhef
te vermelden dat sprake is van een Wobverzoek, op straffe van een dwangsom.

Veroordeling van de verzoeker om een
schadevergoeding te voldoen
De rechtbank oordeelt dat het relativiteitsbeginsel niet in de weg staat aan de
vordering tot vergoeding van schade. De
artikelen 3:13 en 3:15 van het Burgerlijk
Wetboek strekken namelijk tot bescherming

van degene jegens wie misbruik van recht
wordt gemaakt.
De gemeente heeft voldoende aannemelijk
gemaakt dat het gevorderde schadebedrag
de daadwerkelijke kosten voor de
werkzaamheden van de ambtenaren niet
overschrijdt. Dit geldt overigens niet voor
alle gevorderde schadebedragen, hierbij
heeft de rechtbank rekening gehouden met
het gegeven dat de besluiten betrekking
hebben op slechts enkele Wob-verzoeken,
dat de besluiten een beperkte inhoud
hebben en dat de besluiten voortduren op
werkzaamheden die de gemeente reeds
voor eerdere verzoeken heeft moeten
verrichten.
Conclusie
Hoewel dit de enige twee bekende
uitspraken zijn waarbij een gemeente een
schadevergoeding krijgt wegens misbruik
van de Wob, lijkt de deur in de strijd tegen
misbruik op een kier te zijn gaan staan.
De uitspraak van de rechtbank kan er
wellicht
toe
leiden dat meerdere
bestuursorganen (met succes) via een
civiele procedure gaan trachten de door hen
gemaakte kosten te verhalen. Wel is het
belangrijk om nog een slag om de arm te
houden, want één zwaluw maakt immers
nog geen zomer. Een ontwikkeling om in de
gaten te houden!