You are on page 1of 216

raad voor cultuur

raad voor cultuur


raad voor cultuur

Innoveren,
participeren!
www.agendacultuurbeleid.nl

maart
2007
De Raad voor Cultuur is het wettelijk advies-
orgaan van de regering en het parlement op het
terrein van kunst, cultuur en media. De Raad is
onafhankelijk en adviseert, gevraagd en onge-
vraagd, over actuele beleidskwesties en over
subsidiebesluiten. Daarbij richt hij zich ook op
brede culturele vraagstukken, door middel van
adviezen, debatten en publicaties.

De Raad adviseert verder over aanvragen tot


plaatsing op de Monumentenlijst, over opgra-
vingsvergunningen en toewijzing van bodem-
vondsten in het kader van de Monumentenwet,
over de selectie van (overheids)archieven en
over de plaatsing van culturele voorwerpen op
de lijst Wet tot behoud van cultuurbezit.

Het werkterrein van de Raad omvat de volgen-


de aandachtsgebieden: media en informatie,
cultureel erfgoed en kunst. Voor de verschil-
lende aandachtsgebieden van de Raad zijn
commissies ingesteld: Amateurkunst en
Cultuureducatie; Archieven; Architectuur,
Stedenbouw en Landschap, Monumenten en
Archeologie; Beeldende kunst en Vormgeving;
Bibliotheken; Dans; Film; Intercultureel
cultuurbeleid; Internationaal cultuurbe-
leid; Letteren; Media; Musea; Muziek en
Muziektheater; Theater en Wet tot behoud van
cultuurbezit.

Daarnaast adviseert de Raad over de volgen-


de hoofdthema’s, die zijn vastgelegd in zijn
werkprogramma 2006-2009: intercultureel;
internationaal; regionaal cultuurbeleid; e-cul-
tuur/ medialisering; culturele vorming; instru-
mentarium cultuurbeleid; cultuur en economie.

De Raad bestaat uit negen leden, die afkom-


stig zijn uit de culturele sector, de media en de
wetenschap. Voorzitter is mr. Els H. Swaab.

Zie ook www.cultuur.nl.

Het is toegestaan (delen van) daarbij de Raad voor Cultuur


de inhoud van deze publicatie en deze publicatie als bronnen
te citeren of verspreiden, mits worden vermeld.
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur
raad voor cultuur

Innoveren,
participeren!
voorwoord
“Welke problemen moeten gelet op maatschappelijke trends
en ontwikkelingen (demografisch, economisch, sociaal, ruim-
telijk en bestuurlijk), met voorrang worden opgelost in de
cultuur als geheel en binnen de afzonderlijke sectoren en wat
zijn kansrijke ontwikkelingen waar het cultuurbeleid
van de overheid op in kan spelen?” Aldus de minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het eerste deel van
de adviesaanvraag Agenda Cultuurbeleid en Culturele
Basisinfrastructuur. In het tweede deel van de adviesaanvraag
van 29 september 2006 verzoekt de minister de Raad invulling
te geven aan een nieuwe subsidiesystematiek die de bekende
Cultuurnota moet gaan vervangen.
Het zijn twee typen vragen die aansluiten bij de veranderende
rol van de Raad in de vormgeving en uitvoering van het
cultuurbeleid. Meer nog dan in het verleden buigt de Raad
zich over onderwerpen van cultuurpolitieke aard. Daarbij
zal hij het contact met de uitvoeringspraktijk niet loslaten.
Strategische en instellings- c.q. subsidieadviezen zijn in het
cultuurbeleid onlosmakelijk met elkaar verbonden, zo heeft de
Raad ook bij de voorbereiding van dit advies weer geconsta-
teerd. Cultuurbeleid is natuurlijk meer dan instellingenbeleid,
maar de Nederlandse beleidsvorming op cultuurgebied kent
een sterk inductief karakter: van het bijzondere naar het alge-
mene, vanuit de werkelijkheid van de culturele praktijken naar
bestuurlijke en beleidsmatige uitspraken. Er is in Nederland
op die manier een fijnmazige, centraal en decentraal bestuur-
de culturele infrastructuur ontstaan, waarin door een delicate
wisselwerking van praktijk en theorie nieuw beleid wordt ge-
vormd. Dit advies over de strategische culturele beleidsvraag-
stukken en over de herstructurering van de subsidierelaties
met de instellingen beoogt die twee aspecten bijeen te bren-
gen. En precies dat bevestigt de veranderde dubbelrol van de
de Raad in het cultuurbeleid.


voorwoord

Het eerste deel van het advies vertrekt vanuit een oriëntatie op
‘cultureel burgerschap’, waarmee de Raad recht wil doen aan
het toenemende belang van cultuur voor het functioneren van
de samenleving. Burgerschap en maatschappelijke participa-
tie zijn in een tijdperk van migratie, globalisering en heteroge-
nisering van de samenleving sterk onder druk komen te staan.
Het advies biedt aanknopingspunten om de gesignaleerde
problemen in kansrijke beleidsopties te vertalen. Zo stelt de
Raad dat burgerschap staat of valt met goed geïnformeerde
burgers, en in het verlengde daarvan met instellingen die on-
belemmerd en bemiddelend toegang bieden tot bronnen van
cultuur en informatie. De toegankelijkheid van het publieke
(informatie)domein moet worden gewaarborgd en dat is een
taak die de overheid zeer serieus moet nemen en in beleid
hecht moet vastleggen. Zoals ook ten aanzien van innovatie en
het stimuleren van (maatschappelijke en culturele) participatie
een regisserende overheid geboden is.

De tweede reeks vragen van de minister betreft de basisinfra-


structuur. Aan de orde is daarbij vooral of het voorgestelde
systeem uit de nota Verschil maken de oude knelpunten op-
lost, geen nieuwe toevoegt en een perspectief biedt op een
soepel werkend systeem dat recht doet aan de onderscheiden
culturele praktijken, soorten bedrijfsvoering, de dynamiek van
de kunstproductie en het verschil tussen kort- en langjarige
planning.
Dit advies biedt concrete handvatten voor het door de minister
voorgestelde en door de Kamer op hoofdlijnen geaccordeerde
systeem. Aan de uitwerkingen zitten evenwel nog enige haken
en ogen. Zo is het belangrijk de positie van het nieuwe fonds in
de sector podiumkunsten goed te definiëren en moet de toe-
passing van het visitatie-instrument in het beleids- en advies-
proces nader worden beschreven.

Els H. Swaab Kees Weeda


Voorzitter Algemeen secretaris


inhoudsopgave

3 voorwoord

1
9 – 48 agenda cultuurbeleid en culturele basisinfrastructuur

9 – 34 agenda cultuurbeleid
9 samenvatting
11 – 13 inleidend
11 1. cultureel burgerschap
13 – 24 beschrijvend
13 2. de mensen
15 3. het land en het water
18 4. de technologie
20 5. de economie
22 6. de wereld
24 – 34 agenderend
24 7. e-cultuur
27 8. cultuuroverdracht
29 9. talentontwikkeling
30 10. innovatie
31 11. continuïteit
33 12. instrumenten

35 – 48 culturele basisinfrastructuur
36 randvoorwaarden
38 toepassing van de uitgangspunten
40 de belangrijkste uitspraken per sector

51 – 54 overzicht aanbevelingen

11
57 – 176 agenda en basisinfrastructuur per sector

57 amateurkunst en cultuureducatie
63 archieven
69 architectuur, stedenbouw, monumenten,
archeologie en landschap
78 beeldende kunst en vormgeving
89 bibliotheken
96 film
105 intercultureel cultuurbeleid
106 internationaal cultuurbeleid
108 letteren
118 media
125 musea
135 inleiding op de podiumkunsten
142 dans
153 muziek en muziektheater
165 theater

111
179 – 207 bijlagen
179 adviesaanvraag
185 reactie op verschil maken 6 oktober 2006
193 voorstel wijziging wet specifiek cultuurbeleid
201 reactie op verschil maken 16 november 2005
205 reageren?
207 namenlijst

208 colofon


sectoren

amateurkunst en41
cultuureducatie41
57
archieven 63
architectuur, stedenbouw,
monumenten,42archeologie
en landschap 69
beeldende kunst 42
en
vormgeving 4278
bibliotheken
43
89
film 96
intercultureel43
cultuurbeleid 105
internationaal43
cultuurbeleid
44
106
letteren 44
108
media 45118
musea 47
125
dans 142 47
muziek48en muziektheater 153
theater 165

1

agenda-
cultuur
beleid&
culturele -
basisinfra
structuur
samenvatting
1
agenda
cultuurbeleid
Samenvatting
Deze agenda zet onder het leidend beginsel van cultureel burgerschap
(paragraaf één) voor de komende jaren een tijdspad uit naar meer kunst- en
cultuurparticipatie in de brede zin van het woord. In de vijf volgende para-
grafen wordt de stand van zaken opgemaakt en worden relevante ontwik-
kelingen gesignaleerd die de keuze van de agendapunten hebben bepaald.
Deze ontwikkelingen bieden perspectief op succes, maar houden ook risi-
co’s in. Zo heeft de toegenomen heterogeniteit van de Nederlandse bevol-
king, waarop in de tweede paragraaf wordt ingegaan, culturele instellingen
geconfronteerd met vraagstukken waarop nog geen afdoend antwoord is
gevonden – er zijn kansen, maar ook risico’s. Duidelijk is dat een eenzijdig
accent op etniciteit niet goed werkt. Er zijn veel meer verschillen tussen
mensen die van belang zijn om in het cultuurbeleid rekening mee te houden.

agenda cultuurbeleid
Paragraaf drie gaat in op land en bestuur. De grote bouwactiviteiten die
in het verschiet liggen, onder meer in het kader van een hernieuwde strijd
tegen het water, bieden nieuwe ruimtelijke vraagstukken. Het architectuur-
beleid moet ertoe bijdragen dat de kansen die hier liggen voor ruimtelijk,
cultureel en maatschappelijk verantwoorde oplossingen worden benut. Als
opdrachtgevers dragen de verschillende overheden hierbij een aanzienlijke
verantwoordelijkheid. Zij zijn ook verantwoordelijk voor de manier waarop
het land wordt bestuurd, met inbegrip van het cultuurbeleid. Cultuurbeleid
kenmerkt zich door het voortdurend zoeken naar complementariteit van ver-
schillende overheidslagen. Er is weinig wettelijke basis en dientengevolge
een voortdurende noodzaak tot precieze bestuurlijke afstemming.

In paragraaf vier tot en met zes worden ontwikkelingen gesignaleerd die


nauw met elkaar samenhangen. Digitalisering en medialisering hebben
een maatschappelijk proces op gang gebracht dat diep ingrijpt in de manier
waarop mensen zich tot elkaar verhouden. Cultuurconsumenten worden
steeds vaker cultuurproducenten. Digitalisering maakt nieuwe vormen
van cultuurparticipatie mogelijk. Veelbelovend is het ontstaan van nieuwe
distributieverhoudingen waardoor er tal van nieuwe mogelijkheden ont-
staan voor culturele nichemarkten. Culturele instellingen zullen de wijze
waarop ze functioneren en zijn ingericht, moeten aanpassen. Dat wordt ook
gevraagd van de subsidiegevers en hun opstelling jegens de instellingen.
Vooral onder invloed van de groeiende behoefte aan kennis en creativiteit


samenvatting
1
hebben het bedrijfsleven en de cultuur elkaar beter gevonden. De ministe-
ries van Cultuur en Economische Zaken zijn daarop ingesprongen met een
gezamenlijk beleidsprogramma. Het is echter duidelijk dat de economische
potentie van de cultuur zo slechts ten dele wordt benut. Daar is meer voor
nodig – een thema dat in de tiende paragraaf, over innovatie, terugkomt. De
wereld is door digitalisering zowel groter als kleiner geworden. De span-
ning die dat oproept, klinkt door in internationale verdragen en conven-
ties. Liberalisering van de wereldhandel heeft aanzienlijke consequenties
voor het auteursrecht. Het algemene patroon dat Europese beleidsdragers
en lokale burgemeesters aan invloed winnen ten koste van het rijk, is ook
zichtbaar in het internationale cultuurbeleid. Herpositionering van onze
steden als internationale culturele vrijplaatsen, onder meer voor een open
debat over de bijdrage die cultuur kan leveren aan een goede afloop van het
Europese avontuur, sluit daar naadloos op aan.

De zes paragrafen daarna gaan in op de kansen die de gesignaleerde ontwik-


kelingen bieden, en op wat er concreet moet gebeuren om die kansen te grij-
pen of om gesignaleerde gevaren af te wenden. Zij vormen samen de agenda
voor het cultuur- en mediabeleid. Paragraaf zeven herhaalt een eerder stand-
punt van de Raad dat mediawijsheid geboden is om in een gemedialiseerde
wereld de weg te kunnen vinden. Culturele instellingen krijgen een andere
rol te vervullen. Het dominante sectorale denken binnen een afgebakend
cultureel domein, een bepaalde cultuuruiting of culturele praktijk zal plaats-
maken voor een opstelling waarbij de oriëntatie van een individu, een groep
of een maatschappelijke groepering vooropstaat. Ontschotting en samen-
werking, niet alleen binnen de culturele sector maar ook daarbuiten, zijn in
dat verband de grootste uitdagingen. Digitalisering kent ook grote risico’s:
ongewenst gebruik van het auteursrecht en een verminderde toegankelijk-
heid van het publieke domein. Deze verwante onderwerpen staan hoog op
de agenda van de Raad. Hij formuleert nu alvast het uitgangspunt dat alles
wat met publieke middelen gemaakt is in ieder geval publiekelijk toeganke-
lijk moet zijn en blijven.

Paragraaf acht bevestigt dat cultuuroverdracht binnen en buiten school-


verband cruciaal blijft voor een brede cultuurparticipatie. In dat verband
is de hernieuwde aandacht voor het Bildungsideal, geconcretiseerd in een
nieuwe aanpak in het primair en het voortgezet onderwijs, hoopgevend
maar niet voldoende. Het onderwijs in de Nederlandse taal als sleutel tot
verdere culturele ontplooiing en het onderwijs in de muzische vakken laten
nog veel te wensen over. De Raad bepleit een nieuw fonds voor amateur-
kunst en cultuureducatie om zo de samenhang tussen amateurkunst en cul-
tuureducatie te versterken, vernieuwing te stimuleren en extra te investeren
in buitenschoolse kunsteducatie. Ook talentontwikkeling, het thema van de
negende paragraaf, vraagt bijzondere aandacht. De positie van het kunst-
vakonderwijs in de beeldende kunst behoeft verbetering. Daarnaast is de
amateurkunst een algemeen erkende kweekvijver voor talenten, die vaak
dankzij gespecialiseerde instellingen verder kunnen doorstromen. Ook cul-
tuurprofielscholen en vooropleidingen vervullen die functie. Er is nog altijd

10
inleidend
1
grond voor het angstige vermoeden dat in sommige disciplines Nederlands
jong talent aan een vakopleiding begint met een achterstand op buitenlandse
studenten die nauwelijks nog in te lopen is. De daarop gerichte aanbeve-
lingen van het gezamenlijke advies van de Onderwijsraad en de Raad voor
Cultuur staan dan ook nog steeds overeind.

In de tiende paragraaf, over innovatie, leiden de in de passages over tech-


nologie (paragraaf vier), economie (paragraaf vijf) en e-cultuur (paragraaf
zeven) uitgezette lijnen tot de conclusie dat de cultuursector actiever moet
worden betrokken bij de algemene innovatieagenda. Daarop voortbou-
wend roept de Raad op tot meer tijd en geld voor innovatie. En tot meer
regie aan de hand van een ambitieus innovatieprogramma, waarin verschil-
lende departementen participeren en waarop consortia van uiteenlopende
partijen kunnen inschrijven. De Raad is van plan zich met andere instanties
te verstaan over de uitgangspunten van een dergelijk innovatieprogramma,
waarin ook plaats zou moeten zijn voor maatschappelijke innovatie.

Alvorens in paragraaf twaalf te eindigen met een bestuurlijk-technische


paragraaf, als opstap naar het advies van de Raad over de voorstellen voor
de culturele basisinfrastructuur, wordt in de elfde paragraaf een lans gebro-
ken voor meer historisch bewustzijn en herstel van de continuïteit. De kun-
sten, het erfgoed en de media kunnen daar in belangrijke mate toe bijdragen.
In de cultuursector, en ook daarbuiten, worden maar al te vaak scheidslijnen
tussen verleden, heden en toekomst aangebracht die eerder verstorend wer-

agenda cultuurbeleid
ken dan stimulerend. Zo zijn er nauwelijks wezenlijke verschillen tussen
monumentenbeleid en architectuurbeleid. Ontschotting zal ook de scheids-
lijnen tussen tijdvakken doen vervagen, waardoor de continuïteit duidelijker
in beeld zal komen.

1 Cultureel Hoewel er de laatste jaren, al dan niet terecht,


deuken zijn geslagen in dat beeld, staat het
nog steeds overeind en weerspiegelt het nog
burgerschap altijd de belangrijkste ingrediënten waarmee
we het avontuur dat toekomst heet, zul-
De samenleving die de bewoners van len moeten aangaan. Dat sluit nauw aan bij
Nederland met elkaar vormen, staat onder de oproep van Alexander Rinnooy Kan bij
druk. Onzeker over hun toekomst, ontevreden zijn installatie als voorzitter van de Sociaal
over wat er allemaal over hun hoofden heen Economische Raad (SER) tot een ‘nationale
gebeurt en niet zelden met weinig begrip en participatiestrategie’. Het doel daarvan is
respect voor elkaar, sluiten velen zich op in nieuw zelfvertrouwen te vestigen, uitgedra-
hun eigen gelijk en kijken van daaruit met een gen door weerbare burgers die dankzij een
zekere berusting naar de dingen die komen. voortdurend proces van onderwijs en scholing
Op het breukvlak van twee eeuwen waar- de weg weten te vinden in een veranderende
schuwt het Sociaal en Cultureel Planbureau wereld.
(SCP) ervoor dat we het hier op die manier
Sociaal Cultureel Planbureau
(SCP), In het zicht van de toe-

Rapport 2004, Den Haag, 2004.


komst. Sociaal en Cultureel

letterlijk en figuurlijk niet droog houden.1 Beleid


De als ongewenst ervaren buitenwereld, met De invalshoek van de Raad voor Cultuur
alles wat zich daarin afspeelt, is immers niet is anders dan die van de SER, ondanks de
buiten de niet meer zo veilige dijken te hou- verwantschap tussen beide adviescolleges.
den. Deze naar binnen gerichte houding staat Toch staat ook in deze cultuuragenda voor de
bovendien haaks op een vaderlandse traditie nabije toekomst het thema burgerschap hoog
1

van kosmopolitisme, ondernemerschap, tole- genoteerd. Voor de Raad is dat overigens geen
rantie, democratie, vrijheid en innovatie. nieuw thema. In het advies Mediawijsheid

11
inleidend
1
is daar al uitgebreid op ingegaan. 2 De Raad cultureel geïnvolveerde burgers. Daar ligt
schaarde digitalisering en medialisering in de de kern van deze beleidsagenda voor cultuur,
categorie ontwikkelingen die van invloed zijn kunst en media, die erop gericht is de wereld
op de manier waarop het begrip democratie veilig, duurzaam, spannend en mooi te
vorm en inhoud krijgt. Mede onder invloed maken – te beginnen in Nederland. Op die
van een overheid die zich steeds minder manier wordt voortgebouwd op de uitgangs-
representerend opstelt en steeds meer uitgaat punten en thema’s van het meerjarig werkpro-
van de zelfredzaamheid van participerende gramma van de Raad.4
burgers, achtte de Raad het noodzakelijk
dat burgers over voldoende ‘mediawijsheid’ Kunsten, erfgoed en media
beschikken om te kunnen functioneren in Een samenleving die vooruit wil, doet er
de nieuwe maatschappelijke realiteit die als verstandig aan óók achterom te kijken. Het
gevolg van digitalisering en medialisering is verleden moet niet worden vergeten, maar
ontstaan – en zich verder blijft ontwikkelen. opgepoetst en gebruikt. Zonder continuïteit
Sinds de publicatie van het advies in 2005 is raken we op drift en koersen we van het ene
het belang van mediawijsheid alleen maar incident naar het volgende. Ons collectieve
gegroeid. En dat is geen toeval. Zowel in de geheugen, waarvan belangrijke delen zijn
cultuur in de zeer ruime betekenis, waar de opgeslagen in archieven, musea en biblio-
SER-voorzitter zich op richt, als in de cultuur, theken, schept een onmisbare basis voor die
opgevat als het domein van intellectuele en continuïteit. Dat weerhoudt cultuurmakers en
artistieke processen, staat het sein op rood. 3 kunstenaars er niet van onder het oer-
Voor een groot deel liggen daar dezelfde, vaak Hollandse motto ‘onderzoekt alles en behoudt
mondiale, ontwikkelingen aan ten grond- het goede’ de toekomst te verkennen en daar
slag. In beide opzichten zullen burgers zelf nieuwe concepten en perspectieven voor te
hun positie moeten bepalen en zelf moeten ontwerpen. In die zin fungeert de ‘muzische
kiezen op welke wijze zij op die grote ontwik- dimensie’ van onze cultuur, zoals de Canon
kelingen reageren. Beleid, in dit geval beleid van Nederland het noemt, niet alleen als
van de rijksoverheid ten aanzien van kunsten, schatkamer, maar ook als nationaal laboratori-
cultureel erfgoed en de media, heeft vooral tot um voor onderzoek en ontwikkeling. Zeker in
taak voorwaarden te scheppen die burgers, een economische context waarin de schaarste
individueel en in groepsverband, daartoe in aan kennis en creativiteit alleen maar nijpen-
tarium cultuurbeleid en cultuur
naal, regionaal cultuurbeleid,

staat stellen. der wordt, levert een florerende kunst- en


culturele vorming, instrumen-
De Raad identificeerde in zijn
werkprogramma zeven thema’s:
intercultureel, internatio-

cultuursector een onschatbare bijdrage aan


e-Cultuur/medialisering,

Agenda toekomstige welvaart en toekomstig welzijn.


Daarvoor is in de eerste plaats vrijheid van Hier en nu is cultuur onmisbaar als bron van
expressie nodig. Die vrijheid is veelzijdig en onderlinge binding en zingeving. Mensen
heeft zowel betrekking op processen van pro- hebben om goed te kunnen functioneren,
en economie.

ductie en distributie als van deelname – een alleen of in groepsverband, een referentie-
onderscheid dat overigens steeds meer ver- kader nodig – een als zinvol ervaren verband
4

vaagt. Vrijheid betekent ook vrije toegang tot tussen de voortdurende stroom van ervarin-
het publieke domein, dat onder invloed van de gen en indrukken waarin het leven van alledag

wordt cultuur gedefinieerd als

digitalisering aan grote veranderingen onder- zich afspeelt. Op zoek naar een zinvol bestaan
de samenleving betekenis verle-
nen aan hun historische en soci-
Meerjarig Werkprogramma van de

gebruiken waarmee de leden van


Raad voor de periode 2006-2009

hevig is. In het publieke kennisdomein moet gaan zij te rade bij geordende patronen, zoals
‘het geheel van praktijken en
In de uitgangspunten van het

de informatie onafhankelijk en betrouwbaar religie, ideologie, doctrine, moraal, taal, kunst


zijn. Met het bieden van vrije toegang en de en cultureel erfgoed, of combinaties daarvan.
borging van betrouwbaarheid en onafhanke- Zo’n stelsel schept een band tussen mensen
lijkheid houdt de taak van de rijksoverheid niet en fungeert vaak als basis voor gedeelde
ale bestaan’.

op. Het is ook een overheidstaak om burgers waarden, verwachtingen en leefregels. Kunst
in het publieke domein wegwijs te maken. prikkelt vooral de verbeelding; kunst schept
3

Daarnaast schept de rijksoverheid voorwaar- ongekende vergezichten die mensen kunnen


den voor het behoud van bestaande en het inspireren – en sommigen zelfs uitzicht bieden

vervaardigen van nieuwe cultuuruitingen die op de zin van het bestaan. Erfgoed laat zien
Mediawijsheid. De ontwikkeling

van bijzondere betekenis worden geacht. waar we vandaan komen en scherpt aldus de
van nieuw burgerschap, Den

De waarde daarvan is in de eerste plaats blik op de toekomst. De media zijn vooral van
intrinsiek. Die intrinsieke waarde krijgt meer invloed op de onderwerpen waarover mensen
betekenis naarmate cultuuruitingen beter het met elkaar hebben, de materiële en imma-
Raad voor Cultuur,

en intensiever worden gebruikt. Intensief teriële zaken die zij van waarde vinden. Hoe
gebruik schept een levendig en kosmopo- zij zich met elkaar verbonden weten, of zich
Haag, 2005.

litisch cultureel klimaat met ruimte voor juist van elkaar willen onderscheiden. In een
innovatieve, conceptuele makers en culturele recente verkenning van de Wetenschappelijke
pioniers. En voor volop participerende en Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wordt
2

12
beschrijvend
1
gesignaleerd dat kerkgebonden religie als
bron van zingeving opdroogt en plaatsmaakt
2 De mensen
voor verschillende leefstijlen, waarin religie
transformeert en ook andere bronnen van zin- Bevolking
geving een plaats hebben. 5 De categorie die De samenstelling van de Nederlandse bevol-
het etiket ‘burgerschapsstijl’ kreeg opgeplakt, king is in relatief korte tijd ingrijpend veran-
onderscheidt zich door een uitgesproken derd. Vooral door de komst van niet-westerse
verantwoordelijkheidsgevoel voor publieke migranten, die voornamelijk in de vier grote
zaken. De enquête die aan het rapport ten steden wonen. Met een percentage van 35
grondslag ligt, laat zien dat voor degenen nemen Amsterdam en Rotterdam de koppo-
die hiertoe worden gerekend de media een sitie in. Gemiddeld behoort iets meer dan de
belangrijke bron van zingeving vormen. helft van de jeugd in de vier grote steden tot
deze groep. Zij ontwikkelen een eigen cultuur
Cultureel burgerschap die onder meer wordt gekenmerkt door eigen
Met het begrip ‘cultureel burgerschap’ wil opvattingen en invullingen van het begrip
recht gedaan worden aan het toegenomen artisticiteit, waarbij het klassieke onderscheid
belang van culturele praktijken en instellin- tussen hoge en lage cultuur geen rol speelt.
gen in de samenleving en aan de gegroeide Voor veel migranten zal gedurende opeenvol-
vervlechting van politiek, economie en gende generaties – en dat kunnen er veel zijn –
cultuur. Misschien is het zelfs beter om te een dubbele culturele achtergrond van invloed
spreken van een toegenomen inzicht in het blijven op de wijze waarop zij hun leven
belang van cultuur voor het functioneren van vormgeven. Toegenomen mogelijkheden
de samenleving. Burgerschap en maatschap- om te reizen en informatie uit te wisselen op
pelijke participatie zijn niet louter een kwestie mondiaal niveau leiden tot transnationale cul-
van – ooit verworven – formele rechten en van tuurgemeenschappen, waarin Nederlanders
economische zelfstandigheid. Het zijn zaken van elders zich in meerdere of mindere mate
die dag in dag uit moeten worden bevochten zullen blijven oriënteren op de cultuur van
en waargemaakt, en daarbij spelen cultuur de regio, of het land van herkomst. De graad
en culturele participatie een cruciale rol. van maatschappelijke acceptatie van nieuwe
Globalisering, migratie en de doorbraak van Nederlanders door de autochtone bevolking
een mondiale populaire cultuur hebben de zal mede van invloed zijn op de wijze waarop

agenda cultuurbeleid
vanzelfsprekende identificatie van burger- en de mate waarin de cultuur van herkomst
schap met een bepaalde, nationaal gebonden, hun identiteit blijft bepalen.
politieke gemeenschap onder druk gezet,
wat bijvoorbeeld wordt weerspiegeld in het Ondertussen vergrijst Nederland. 14 procent
naarstig speuren naar een nationale canon. van de Nederlanders is 65-plusser. Dat is
De burger is niet zomaar lid van een natio- minder dan gemiddeld in de Europese Unie.
nale gemeenschap, maar tegelijk consument Door een onverwacht sterke daling van de
van mondiaal verbreid cultuurgoed, van bevolkingsgroei zal de vergrijzing wel iets
Microsoft tot Nissan, en van capoeira tot sneller verlopen dan werd aangenomen, vooral
yoga. In de economie groeit de aandacht voor wanneer de babyboomgeneratie na 2010 de
bedrijfsculturen en voor de invloed van een pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
creatieve klasse. Naast gewoon kapitaal spre-
ken we ook van cultureel kapitaal en wijzen Diversiteit
we steden aan als culturele hoofdstad. Het De verschillen in leefstijl tussen diverse
klassieke model van een actieve culturele en bevolkingsgroepen lijken eerder toe te nemen
artistieke elite versus een receptief en passief dan te verdwijnen. Onze ingewikkeld gewor-
massapubliek – en daarmee van hoog versus den samenleving vertoont tal van breuklijnen
laag – maakt geleidelijk plaats voor een veel en barrières tussen burgers – grenzen die
gedifferentieerder beeld van culturele par- doorwerken in de deelname aan het geves-
ticipatie, uitwisseling en interactiviteit. De tigde culturele leven, met name aan vele van de
term cultureel burgerschap is niet bedoeld gesubsidieerde onderdelen daarvan. Met som-
Regeringsbeleid (WRR), Den Haag,
Wetenschappelijke Raad voor het
van een dubbele transformatie,
Lampert, ‘Leeftstijlen en zin-

publieke domein: verkenningen

als verklaring voor deze toegenomen beteke- mige demografische verschillen, zoals naar
nis van cultuur, maar moet worden gezien als opleidingsniveau of naar inkomen, is het cul-
geving’, in Geloven in het
Gerrit Kronjee en Martijn

indicatie en onderstreping van de complexi- tuurbeleid al jaren vertrouwd, wat overigens


teit en de gelaagdheid van burgerschap als niet betekent dat er afdoende op ingespeeld is.
zodanig – en daarmee van de onmiskenbare Dat geldt ook voor de geografische, sociale,
betekenis van kunsten, culturele praktijken leeftijds- en genderverschillen in die hetero-
en instellingen voor de bloei en ontwikkeling gene samenleving. Onder de noemer intercul-
van de nationale politieke gemeenschap in een tureel is de aandacht de laatste jaren vooral
5

2006.

mondiale context. gericht geweest op etniciteit in combinatie met


13
beschrijvend
1
een laag opleidingsniveau. Eenzijdige beeld- Een nieuw accent op culturele diversiteit
vorming heeft ertoe geleid dat een beperkte betekent evenmin dat elke gesubsidieerde
groep allochtonen centraal is komen te staan instelling het roer radicaal moet omgooien.
in het beleid. Met ongewenste neveneffec- Het betekent wel dat iedere gesubsidieerde
ten, zoals uitsluiting van andere groepen en instelling opnieuw haar eigen positie ten
onvoldoende oog voor de rol die intercultura- opzichte van het thema bepaalt, vanuit haar
liteit al vervult in verschillende geledingen van
eigen maatschappelijke rol en haar eigen ver-
kunst, cultuur en media. Voor het slechten van antwoordelijkheid. En dat binnen het totaal
drempels en uitsluitingsmechanismen in de van instellingen een evenwichtiger verhou-
bredere context van het culturele leven en de ding ontstaat tussen organisaties die vanuit
publieksparticipatie is dan ook een aanzienlijk verschillende inspiraties werken. Van instel-
ruimere en meer flexibele benadering nodig lingen waarbij het rijk direct dan wel via de
dan de term interculturaliteit aangeeft. fondsen betrokken is, mag worden verwacht
dat zij in hun activiteiten, hun verhouding tot
Bovendien is er behoefte aan beleid dat zowel het publiek en hun personeelsbeleid volop
op het niveau van de overheid als dat van de aandacht geven aan de veranderende demo-
instellingen het permanente karakter van grafische samenstelling van Nederland. Vooral
diversiteit als uitgangspunt neemt, zoals de met een gericht personeelsbeleid kan veel
Raad al eerder heeft bepleit. Het diversiteits- worden bereikt. Mits er structureel aandacht
beleid moet af van een eenzijdige incidentele, voor is, volgens realistische verwachtingen te
projectmatige aanpak. Projecten moeten werk wordt gegaan, en alle niveaus binnen een
blijven bestaan en moeten beter worden inge- instelling erbij worden betrokken. Diversiteit
bed in een structuur. Kennis en ervaring die is ook een thema voor samenwerking tussen de
worden opgedaan bij verschillende projecten verschillende overheden. Immers, diversiteit
mogen niet verloren gaan. Ze moeten beklijven manifesteert zich vooral in de groeiende plu-
en worden ingebed in uiteenlopende culturele riformiteit van lokale gemeenschappen. Daar
praktijken. En er moet meer ruimte komen wordt vaak actief beleid gevoerd om kunst en
voor reflectie op de aard en op de implicaties cultuur in te schakelen bij sociale processen.
van culturele diversiteit. Sectorinstituten, Het Actieplan Cultuurbereik, waarin de ver-
fondsen en koepelorganisaties hebben daarbij schillende overheden samenwerken, heeft ook
een stuwende taak. Kunstenaars, cultuurdra- in dat opzicht vaak stimulerend gewerkt.
gers en culturele instellingen moeten niet op
voorhand worden ingekaderd in een etnische Onderwijs
definitie. Een categoriale benadering, zoals Het opleidingsniveau van de Nederlandse
op grond van etniciteit, heeft vaak een belem- bevolking is de laatste decennia sterk gestegen
merend effect op de wisselwerking tussen en stijgt nog altijd. Volgens het SCP is het pla-
gevestigde en niet-gevestigde, westerse en fond bijna bereikt. Het SCP vermoedt dat zich
niet-westerse cultuuruitingen. Kunstenaars vooral onder de allochtone bevolking nog inte-
bepalen hun positie ten opzichte van de veran- ressant groeipotentieel bevindt.6 Ooit bestond
derende samenleving vooral binnen de context de verwachting dat meer onderwijs als vanzelf
van hun eigen sector of discipline. zou leiden tot een grotere deelname aan het
culturele leven. Of die verwachting is uitge-
De oproep om kunstenaars niet primair aan te komen, laat zich nauwelijks afleiden uit het
spreken op hun etniciteit betekent geenszins beschikbare cijfermateriaal. De definities zijn
een veroordeling van diegenen die etniciteit in de loop van de tijd sterk gewijzigd. Onder
als bron gebruiken. In het nabije verleden invloed van elkaar afwisselende vernieuwings-
zijn er, voornamelijk op grond van etniciteit, operaties is het huidige onderwijs nauwelijks
verschillende voorzieningen getroffen die nog nog vergelijkbaar met dat van dertig jaar
altijd nut en betekenis hebben en niet zonder geleden. Bovendien is het culturele leven veel
meer kunnen worden gestaakt. Betrokken breder en toegankelijker geworden – met
kunstenaars, cultuurdragers en culturele popconcerten, danceparty’s, musicals, games,
instellingen erkennen de spanning die bestaat de overvloed aan boeken en tijdschriften, de
tussen de bezwaren van een speciale positie, veelheid aan voorstellingen en concerten, films
Sociaal Cultureel Planbureau

Nederland, Den Haag, 2005,

gebaseerd op andere dan artistieke gronden, op tv en dvd, de betaalbaarheid van eigentijds


(SCP), De sociale staat van

en de effectiviteit van gericht beleid. De Raad design, et cetera.


is ervan overtuigd dat, meer dan op enig ander
terrein, gewenste veranderingen hier niet Het onderwijsniveau van de bevolking mag
vanzelf plaatsvinden. Programma’s en andere dan gestegen zijn, binnen het onderwijs is de
voorzieningen die ruimte scheppen voor voor historisch-cultureel onderwijs gereser-
p. 48-50.

culturele expressie en participatie van nieuwe veerde tijd afgenomen, zowel in het vormend
6

Nederlanders blijven daarom nodig. onderwijs als in de opleiding van leraren.


14
beschrijvend
1
Het begrip algemene ontwikkeling heeft een van de milieuvervuiling zal het de komende
andere invulling gekregen. De overdracht van vijftig jaar twee graden Celsius warmer wor-
kennis heeft aan waarde ingeboet en gedeel- den op aarde. En dan houden we het hier vol-
telijk plaats moeten maken voor de training gens Gore niet droog. Het waarheidsgehalte
van vaardigheden.7 Als verklarende factor van die voorspelling in het midden latend, is
voor cultuurparticipatie hebben de aard en de overduidelijk dat het beteugelen van de effec-
kwaliteit van het onderwijs meer gewicht dan ten van een stijgende zeespiegel, wassende
de hoeveelheid. Voor de cultuurparticipatie wateren en nog meer neerslag in belangrijke
is het weinig bemoedigend dat moet worden mate bepalend zal zijn voor de inrichting van
geconstateerd dat, in weerwil van obligate ons land. In de tijd van HSL, Betuwelijn en
lippendiensten, in het algemeen cultuur ook in Vinex lijken we te zijn vergeten dat veel inwo-
het onderwijs weinig status heeft. De onder- ners nu eenmaal in een delta onder de zeespie-
wijstijd voor historische en culturele vakken gel leven. Willen we droge voeten houden, dan
is beperkt. De kennis van veel docenten schiet zullen duurzame oplossingen voor de bescher-
tekort. Scholen hebben in de afgelopen jaren ming tegen en de beheersing van het water
steeds meer autonomie gekregen en bepalen centraal moeten staan bij de inrichting van
zelf hoe zij het lesprogramma invullen. Nederland in de nabije toekomst. Over een
langer tijdsbestek gezien betekent dat niets
Het programma Cultuur en School heeft de nieuws. Zo heeft het water de inrichting van
aandacht voor kunst en cultuur in het basis- ons cultuurlandschap door de eeuwen heen
onderwijs en het voortgezet onderwijs flink bepaald en doet het dat nog steeds. De manier
aangewakkerd. Het effect op langere termijn waarop we met het water omgaan, is behalve
is echter onzeker. Cultuureducatie is een zaak een technische ook een culturele aangelegen-
van lange adem. Pas over enkele jaren is te heid. En dat geldt ook voor de duurzaamheid.
meten of leerlingen die het hele programma Voor de geloofwaardigheid van architectuur
hebben doorgemaakt meer culturele bagage als cultuuruiting kunnen maatschappelijke
hebben dan leerlingen die dat niet hebben kwesties van deze omvang niet worden gene-
gedaan. Overigens is aandacht voor cultuur in geerd. De professie, gespecialiseerd in ruim-
het onderwijs niet alleenzaligmakend. Er zijn telijke vraagstukken, zal moeten meedenken
zelfs in het beste geval niet meer dan enkele over onderwerpen zoals de beperking van de
lesuren per week mee gemoeid. De invloed milieubelasting die het bouwen en de aanleg

agenda cultuurbeleid
van het gezin en van de dynamiek van de eigen van infrastructuur veroorzaken op lokaal,
cultuur, Versterking van cul-

groep is veel groter.8 Toch kan een goede en regionaal en mondiaal niveau – alsmede over
voortgezet onderwijs van de
Zie het advies Onderwijs in

Onderwijsraad en Raad voor


tuureducatie in primair en

Cultuur, Den Haag, 2006,

goed opgeleide docent wonderen verrichten. de effecten op de langere termijn van interven-
Daarom bepleitten de Onderwijsraad en de ties in de stad en in het landschap.
Raad voor Cultuur in hun gemeenschappelijke
advies dat studenten op de pabo zich moeten Nieuwe accenten
kunnen ontwikkelen tot leraren met ruim Behalve voor het water en het milieu is de
p. 40-43.

voldoende culturele bagage. Het curriculum afgelopen jaren ook de aandacht verzwakt
9

van de pabo dient daartoe structureel aan- voor andere onderwerpen, zoals de woning-
dacht te besteden aan kunst- en erfgoededu- bouw, de inrichting van het open land en

catie, omgevingsonderwijs, media-educatie, de kwaliteit van de openbare ruimte. Het is


kunsten. SCP, Den Haag, 2001,
Zie bijvoorbeeld J. de Haan en
W.P. Knulst, Het Bereik van de

filmeducatie, literatuureducatie en leesbevor- tijd om het integrale ontwerp nieuw leven in


dering.9 Omdat de situatie ten aanzien van te blazen. Architectuur, stedenbouw, land-
geletterdheid en literaire competenties alleen schapsarchitectuur, monumentenzorg en
maar urgenter is geworden, dringt de Raad archeologie moeten weer met kracht en in
aan op een renovatieplan ter versterking van onderlinge samenhang worden ingezet bij
het literatuuronderwijs. het werken aan een mooi Nederland, waarin
het prettig is om te leven en te werken, dat
p. 141.
8

aantrekkelijk is om in te investeren, waar veel


3 Het land en is om te bewonderen en om van te leren. Een

architect is immers veel meer dan een merk


van het kennisniveau van leraren.
(2006) aanbevelingen om de kennis
recente verkenning Versteviging

betere systematiek van het vast-


in het onderwijs te verstevigen.

leggen van onderwijsinhouden en


voor het behouden en versterken
Hij pleit onder andere voor een

en een gebouw is veel meer dan een product


het water
De Onderwijsraad doet in zijn

in de portefeuille van een projectontwikke-


van kennis in het onderwijs

laar. Zeker ten behoeve van de gigantische


Inrichting vraagstukken die het water creëert, heeft de
De film An Inconvenient Truth van Al Gore architectuur een invloedrijke en wezenlijke rol
presenteert Nederland als een van de eerste te vervullen in de publieke sfeer. Vanuit die rol
landen die zullen onderlopen als de opwar- moet de architectuur opnieuw onderzoeken
ming van de aarde in het huidige tempo door- wat onder de huidige maatschappelijke con-
7

gaat. Zelfs bij een drastische vermindering dities wordt en kan worden gedaan. Hier ligt

15
beschrijvend
1
met name een taak voor de vakgemeenschap, groeide de moderne Staat der Nederlanden,
om ervoor te zorgen dat aan de ontwerper en parallel daaraan ontwikkelde zich de cen-
de centrale rol wordt toegekend in ingewik- trale dan wel decentrale betrokkenheid van
kelde ruimtelijke transformatieprocessen. de diverse overheidslagen. Nam de centrale
Dat vraagt van architecten een geëngageerde overheid als eerste vooral verantwoordelijk-
houding en kennis van de samenleving. Of, heid voor het erfgoed, de steden ontfermden
zoals architectuurtheoreticus Anthony Vidler zich als eerste over de kunsten, onder meer
het onlangs in een interview in De Architect door steun aan orkesten. En nu, twee eeuwen
omschreef: “Ze zouden zich weer moeten later, is er een goede balans tussen de invloed
opstellen als actieve burgers die gebouwen en macht van de rijksoverheid en die van de
ontwikkelen. Architecten moeten gaan opere- andere bestuurslagen. Decentraal wat kan,
ren als de pleitbezorgers van een betere omge- centraal wat moet, is het adagium waarmee de
ving.” 10 Voor een vitaal Nederland zijn de Nederlanders hun polder hebben verdeeld.
maatschappelijke opgaven, de ontwerpprak-
tijk en de omgang met het erfgoed onverbre- Andere overheden
kelijk met elkaar verbonden. De deelnemers Cultureel burgerschap krijgt vorm in de eigen
aan dit proces – de makers, de beheerders, de woon- en werkomgeving. Dat is zelden of
opdrachtgevers en de gebruikers – vervul- nooit Nederland als geheel, maar bijna altijd
len daarin als cultureel burger onmiskenbaar een stad, een dorp, een streek of een regio.
ieder hun eigen rol. Cultuurbeleid is dan ook geen zaak van het
Ook de overheid kan niet weglopen voor rijk alleen. Het budget van de andere overhe-
haar verantwoordelijkheid. De Nederlandse den bij elkaar is bovendien ruim twee keer zo
overheid heeft een eigen verantwoordelijk- groot als dat van het rijk. Daarom is bij het
heid voor de culturele kwaliteit van grote opstellen van deze cultuuragenda veel werk
projecten, zoals dijkaanleg, energiecentrales, gemaakt van afstemming met de gedachte-
Vinex-wijken, Noord-Zuidlijn, de stationsge- vorming bij de decentrale overheden. Op die
bieden, et cetera. Als veelvuldig en invloed- manier werd ook tegemoetgekomen aan het
rijk opdrachtgever mag van de overheid een uitdrukkelijke verzoek in de adviesaanvraag
inspirerende opstelling worden verwacht, met om rekening te houden met de invalshoek van
een scherp oog voor het algemene belang van steden en regio’s. Het aanknopingspunt vorm-
kwalitatief goede architectuur. Verantwoord den de drie grote steden en vijf landsdelen, die
opdrachtgeverschap onderscheidt zich door elke vier jaar een convenant met de bewinds-
een krachtige visie op wat er moet worden persoon voor Cultuur sluiten over een geza-
bereikt, een grote mate van betrokkenheid bij menlijke inzet voor het cultuurbeleid.
het ontwerpproces en bereidheid tot dialoog
met ontwerpers en eventuele gebruikers. Ook Medio december 2006 heeft een delegatie
als vormgever en uitvoerder van architectuur- van de Raad gesprekken gevoerd, zowel met
beleid zou de overheid meer rekening moeten bestuurders als met vertegenwoordigers van
houden met de sociale, culturele en politieke de cultuursector van de vijf landsdelen en
functies van architectuur (in de breedste zin de grote steden. Over het algemeen bestaat
van het woord). tevredenheid over de samenstelling van de
landsdelen. Met uitzondering van het lands-
Het toenemende belang van Europa en de deel West, waar de samenwerking weinig
regio is bij de inrichting van Nederland duide- synergie oplevert. De afwezigheid van banden
lijk merkbaar. ‘De regio’ is een vloeiend begrip met de grote steden in dat gebied lijkt de
geworden, waarbij grensafbakening afhan- belangrijkste oorzaak. Daar zal de komende
kelijk is van de gestelde opgave. Het rijk moet periode een oplossing voor moeten komen,
de eigen rol in het geheel opnieuw overzien wat overigens niet ten koste mag gaan van de
en waar nodig anders invullen. Dat kan ertoe afstemming met het landelijke gebied. Ook
leiden dat het rijk een stap terug moet doen zou het rijk in de opvatting van de landsdelen
ten gunste van de regio en Europa. en de grote steden in de toekomst meer reke-
ning moeten houden met de prioriteiten van
in: De Architect 1, januari 2007,
Harm Tilman, “Architecten moe-
ten pleitbezorgers worden voor

Bestuur het lokale en regionale cultuurbeleid.


Interview met Anthony Vidler,

Met het instellen van de Bataafse Republiek


een betere leefomgeving”.

kwam er ruim twee eeuwen geleden een einde Op een ander niveau dan de landsdelen zijn er
aan de versnippering van het landsbestuur. verschillende geformaliseerde gemeentelijke
En hoewel er een steviger centraal gezag samenwerkingsverbanden voor cultuur. Vijf
ontstond, bleven verschillende regionale grote Brabantse steden, met elk een eigen
instituties, zoals waterschappen, delen van profiel, overwegen zich als ‘Brabantstad’ te
p. 18-21.
10

hun macht behouden: de gedecentraliseerde kandideren voor de verkiezing tot Europese


eenheidsstaat deed zijn intrede. Langzaam culturele hoofdstad. In het zuiden werken de

16
beschrijvend
1
steden Maastricht, Heerlen en Sittard/ zwaarwegende factoren de doorslag kun-
Geleen formeel samen onder de noemer nen geven voor een positief subsidiebesluit.
‘Tripool’. Samenwerking tussen steden is Integrale afspraken tussen lokale en provin-
niet de enige manier van culturele profilering. ciale bestuurders en de rijksfondsen lijken
Talrijke gemeenten en provincies profileren moeilijk te realiseren. De cultuursector vreest
zich afzonderlijk met verwijzingen naar een terecht betrokkenheid van de eigen bestuur-
of meer bijzondere aspecten van de eigen ders te verliezen als gevolg van deze verfond-
cultuur. Elke regio heeft zijn eigen bijzondere sing. Gezien de complexiteit van de materie
kenmerken. Zo staat bijvoorbeeld tegenover bepleit de Raad om bij de eerstkomende sub-
de ‘ijle’ culturele infrastructuur van de drie sidieronde nog op de inmiddels traditionele
noordelijke provincies de ‘dichtere’ culturele manier convenanten te sluiten die richtingge-
infrastructuur van de verstedelijkte gebieden vend zijn voor de drie jaar daarna.
in Brabant en Zuid-Limburg. Die verschil-
lende karakters maken ook de behoeften en de Decentraal wat kan,
ambities van de regio’s verschillend. Het rijk centraal wat moet
wordt gevraagd deze differentiatie te erken- Het rijk doet steeds meer stappen terug en
nen en serieus te nemen. En, zo vindt men, er maakt burgers zo veel mogelijk zelf verant-
meer rekening mee te houden. Of, nog sterker, woordelijk, of verplaatst de verantwoorde-
de verschillen een plaats te geven in het beleid. lijkheid naar organisaties of overheden die
dichter bij de burger staan. Onder het motto
In alle landsdelen vervullen culturele instel- ‘decentraal tenzij’ maakt het rijk steeds vaker
lingen vaak verschillende functies tegelijk. plaats voor lokale en regionale overheden.
Het rijk financiert er meestal slechts één van. Wanneer andere overheden of andere par-
Wanneer de subsidie daarvoor wegvalt, valt tijen minstens even goed als het rijk in staat
ook de basis voor de andere functies weg, bij- zijn taken uit te voeren of inhoud te geven
voorbeeld ten behoeve van het amateurcircuit, aan beleid, dan hoort dat ook op die plaatsen
of van opleidingen. Bovendien is er niet alleen te worden belegd. Daar kan immers meer
samenhang van functies binnen één instel- maatwerk worden geleverd en slagvaardiger
ling, maar ook tussen instellingen onderling. worden opgetreden. Dat klinkt eenvoudig en
Naarmate de culturele infrastructuur ijler is, doeltreffend, maar de praktijk is een andere.
is het belang groter dat er instellingen zijn die Wat in de beleidspraktijk gebeurt, is dat het

agenda cultuurbeleid
deze nevenfuncties kunnen vervullen. In de terugtreden van de overheid gepaard gaat
landsdelen nemen kunstenaarsinitiatieven, met een toenemende drang tot risicobeheer-
productiehuizen, werkplaatsen en zogeheten sing om toch bepaalde uitkomsten veilig
culturele broedplaatsen een centrale posi- te stellen. Dit veroorzaakt de zogenoemde
tie in bij de ontwikkeling van de kunsten. Peperparadox 11, waarbij de overheid tegelij-
Instellingen die deel uitmaken van dit mid- kertijd terugtreedt en optreedt. De voorheen
densegment werken vaak op vernieuwende regulerende en verzorgende overheid treedt
wijze samen met andere partijen. Ook de voortaan op als controlerende en toezicht-
aanwezigheid van festivals en van instellingen houdende instantie. Voor subsidierelaties
voor kunstvakonderwijs in een landsdeel ver- betekent deze vorm van deregulering, waarbij
sterkt de onderlinge samenhang en continuï- de regelgeving en administratieve last in het
teit van het middensegment. Het behoud van begin van een proces worden verlicht, niet zel-
een stevig middensegment is de grootste zorg den dat de verantwoording aan het einde van
van de landsdelen bij een ontwikkeling die zij de rit extra zwaar wordt aangezet. Bovendien
als de ‘verfondsing’ van thans meerjarig gesub- moet erop worden gewezen dat er ook in het
sidieerde instellingen aanduiden. cultuurbeleid weliswaar veel kan worden
gedecentraliseerd, maar dat het nog maar de
De convenantpartners willen het convenant vraag is of dat in alle gevallen ook de voorkeur
handhaven als basis voor de samenwerking verdient. Opnieuw is de beleidspraktijk ster-
met het rijk. Zij vrezen echter uitholling van ker dan de wet.
dat instrument als gevolg van de veranderin- In de praktijk van het cultuurbeleid is de
hang en richting. Een essay over

tussen overheid en samenleving,


Bram Peper, Op zoek naar samen-

de veranderende verhoudingen

gen in de Cultuurnotasystematiek. Daardoor laatste jaren een tussenvorm ontstaan die


wordt de actieradius van een convenant goed blijkt te werken en een gunstige uitwer-
verkleind. De situatie zou kunnen ontstaan king heeft op de bestuurlijke samenwerking.
Den Haag, 12 juli 1999.

dat instellingen hun subsidie verliezen, en De Raad bepleit daarom een genuanceerde
dat daarmee het scala van functies die zij in aanpak, en pleit afhankelijk van wat er nodig
een gebied vervullen, verdwijnt. De artistiek- is in een sector soms voor meer centralisatie,
inhoudelijke afweging blijft dominant, maar soms voor meer decentralisatie. In sectoren
11

de Raad kan zich voorstellen dat bij wijze van die grotendeels zijn gedecentraliseerd, de
uitzondering, in sommige gevallen andere archieven en de bibliotheken, is bijvoorbeeld

17
beschrijvend
1
duidelijk behoefte aan meer centrale regie in door we bijna ongemerkt in een andere wereld
verband met processen van digitalisering en zijn beland. Met name de ontwikkeling van
medialisering. In de sector beeldende kunst informatie- en communicatietechnologie heeft
speelt de Geldstroom Beeldende Kunst en grote invloed op cultuur en media. We kunnen
Vormgeving een belangrijke rol. De middelen ons niet langer beperken tot de opvatting dat
worden thans uitgekeerd als een specifieke we deze nieuwe verworvenheden in de oude
uitkering van het rijk aan bepaalde gemeen- context moeten toepassen. Onder invloed van
ten en provincies. De meerwaarde van deze digitalisering verandert de manier waarop
constructie is echter niet aangetoond; daarom we cultuur maken, verspreiden, bewaren en
moet een herziening overwogen worden. eraan deelnemen. Dat is niet alleen het geval
Deze geldstroom kan beter verdeeld worden bij cultuuruitingen van digitale herkomst.
onder de organisaties van kunst en cultuur die Ook voor alle andere cultuurpraktijken geldt
in de onderscheiden convenantgebieden actief dat in de veranderde samenleving digitalise-
zijn. Op die manier is een effectievere inzet ring en medialisering in belangrijke mate de
van middelen beter gewaarborgd en kan het context bepalen waarbinnen die praktijken
rijk met een gerust hart een stap terug doen. vorm en betekenis krijgen. Reflectie op de
Ook het Actieplan Cultuurbereik 12 is een kansen en risico’s is derhalve een zaak die
gezamenlijk instrument dat zowel door het alle sectoren aangaat en zou de basis moe-
rijk als door steden en provincies wordt gefi- ten vormen voor een toekomstbestendig en
nancierd en waarbij de rijksmiddelen werken samenhangend cultuurbeleid. Digitalisering
als multiplier en stimulans. De betrokken is tegelijk een technologische en een maat-
partijen zijn nog steeds – het actieplan schappelijke ontwikkeling. Mogelijk gemaakt
bestaat sinds 2001 – enthousiast over deze door de opkomst van computertechnologie en
vorm van samenwerking, zoals bleek tijdens telecommunicatienetwerken ligt de werke-
de gespreksronde van de Raad. Toch staat lijke betekenis van digitalisering in de manier
deze vorm van samenwerking voortdurend waarop nieuwe media en informatietechno-
onder druk, omdat het rijk in navolging van de logie in maatschappelijke praktijken worden
aanbevelingen van de commissie-Brinkman13 ingepast en gebruikt. Niet alleen de tech-
het aantal specifieke uitkeringen aan gemeen- nische infrastructuur raakt gedigitaliseerd,
ten en provincies probeert terug te dringen. ook de maatschappij en de cultuur – vandaar
Ook hiervoor dient een geschikte oplossing te de term e-cultuur 14 .
Zie Raad voor Cultuur, eCultuur:

leid, Den Haag, 2003. En D. De Wit

stenen voor praktijk en beleid,


de implicaties voor cultuurbe-

worden gevonden die de beste balans tussen


digitalisering van cultuur en

en D. Esmans, eCultuur. Bouw-

centrale sturing en decentrale verantwoorde- Digitale technologie ligt tevens ten grond-
van i naar e. Advies over de

lijkheid garandeert. slag aan het ontstaan van netwerken tussen


mensen en organisaties. Kennis en informatie
In het cultuurbeleid bestaat naast territori- worden ‘horizontaal’ gedeeld. Communicatie
ale decentralisatie al langere tijd functionele in netwerken is relatief vrij van hiërarchische
Leuven, 2006.

decentralisatie. Het in het leven roepen van relaties; in een digitale cultuur doet het er
cultuurfondsen was een belangrijke stap. steeds minder toe wie nu precies welke infor-
14

Culturele instellingen hoefden voor een pro- matie aan het netwerk heeft toegevoegd. Er

jectsubsidie niet meer aan te kloppen bij het staan de in cultuur geïnteresseerde burger
eindrapport uit aan het kabinet.

ministerie, maar konden terecht bij een van de verschillende websites ter beschikking. De
specifieke uitkeringen, beter

Brinkman, bracht in 2004 zijn

sectorfondsen. De voorgestelde herziening gezaghebbende site Arts & Letters Daily,


De Stuurgroep Doorlichting

van de Cultuurnotasystematiek gaat nog een met dagelijks bijgehouden verwijzingen naar
bekend als de commissie-

stap verder: ook voor vierjarige subsidies kun- artikelen, essays en discussiebijdragen over
nen instellingen straks bij de fondsen terecht. politiek, kunst en maatschappij in gerenom-
Slechts een beperkt aantal instellingen vraagt meerde bladen als The Spectator en
straks nog direct subsidie aan bij de minister. The New Statesman, geldt als lichtend
De vraag is hoeveel ruimte de fondsen in dit voorbeeld.
13

nieuwe systeem krijgen voor het ontwikkelen


van eigen beleid. In de passages over de basis- Verdere ontwikkelingen

infrastructuur wordt hier verder op ingegaan. Ondertussen gaan de ontwikkelingen in hoog


Cultuurbereik worden door mid-

ring verstrekt aan dertig ste-


De middelen voor het Actieplan

del van een specifieke uitke-

tempo verder. Er komen steeds meer moge-


daar een gelijke hoeveelheid
den en aan de provincies, die

lijkheden voor actieve cultuurparticipanten


4 De technologie
geld tegenover stellen.

om met gebruik van de content die wordt


beheerd door cultuurinstellingen zelf aan de
slag te gaan. Zij verwachten terecht dat die
Ontwikkelingen in de samenleving, de tech- instellingen daarop inspelen. Het internet als
nologie en de media hebben een ingrijpend, een dynamisch en interactief netwerk biedt
12

veelomvattend en zichzelf versterkend maat- daartoe alle mogelijkheden. We gaan daar-


schappelijk proces op gang gebracht, waar- mee in de woorden van Lawrence Lessig van

18
beschrijvend
1
een read-only-cultuur naar een read-and- door de Wetenschappelijke Raad voor het
write-cultuur.15 Deze ontwikkeling blaast een Regeringsbeleid beschreven functies van de
oud fenomeen nieuw leven in: de zogeheten publieke omroep, zoals nieuwsvoorziening,
sharing economy, waarin informatie, kennis, opinie en achtergrond, en kunst en cultuur,
media en cultuur met elkaar worden gedeeld beter te vervullen.16 Digitalisering veran-
en gebruikt, zonder dat daar in beginsel dert de filmprofessie en het filmbedrijf in alle
directe inkomsten tegenover staan. De namen facetten – van financiering en productie tot
die aan dit fenomeen zijn verbonden, zijn vaak en met distributie en vertoning. Film is deel
al een begrip, zoals de online-encyclopedie geworden van één grote digitale beeldcultuur
Wikipedia, de filmpjescollectie van YouTube, en moet daarbinnen in feite opnieuw worden
en MySpace, waarop onder meer muzikanten uitgevonden. Via internet bereiken nieuws en
zich kunnen presenteren. Tamelijk nieuw, en andere informatie ons steeds meer via niet-
in de context van een cultuuragenda bijzonder geautoriseerde of niet-geïnstitutionaliseerde
interessant, is de site Stuart (van student art), nieuwsbronnen, zoals weblogs, wat een nieuw
waarop kunststudenten hun werk kwijt kun- licht werpt op de functie van een onafhan-
nen, er met elkaar over kunnen discussiëren en kelijke betrouwbare pers. Ook bronnen van
naar elkaar kunnen verwijzen. Op die manier nieuws, informatie en verstrooiing, zoals kran-
heeft in principe iedereen de mogelijkheid ten, tijdschriften en verschillende radio- en
om zelf te creëren en te publiceren; kennis te televisiezenders, zijn actief op internet. In de
nemen van en te delen in ervaringen van ande- museumwereld bieden digitale netwerkstruc-
ren en eigen ervaringen te delen met anderen. turen een uitgelezen kans om de mogelijkhe-
Die processen worden verder aangemoedigd den van digitalisering en medialisering uit te
door smaakprofielen aan de hand waarvan buiten. Vooral in de popmuziek zijn nieuwe
mensen met vergelijkbare culturele voorkeu- vormen van communicatie tussen bands en
ren met elkaar in contact worden gebracht en publiek ontstaan, waarbij zich nieuwe hechte
rond gedeelde interesses virtuele lees-, film-, muziekgemeenschappen hebben gevormd.
muziek-, of erfgoedgroepen kunnen formeren. Zij gebruiken internet om elkaar te vinden
Deze vorm van sharing economy geeft de en informatie uit te wisselen. En als bron om
culturele burger moed, omdat op een betaal- muziek te downloaden, om op die manier de
bare manier de ruimte voor creativiteit en de zaken in eigen hand te nemen en de muziek-
mogelijkheden tot participatie gigantisch industrie op een zijspoor te zetten. Orkesten

agenda cultuurbeleid
worden uitgebreid. Mondiaal gelden andere en ensembles kunnen daarvan leren. In het
kwantitatieve verhoudingen dan nationaal. theater wordt geëxperimenteerd met multi-
Dat maakt het mogelijk om al grazend op mediale toepassingen en met de uitwisseling
internet voor bijvoorbeeld een componist van liveopnames tussen theaterproducties die
voor wie in Nederland slechts een enkeling op verschillende locaties worden gespeeld.
warmloopt, een veel grotere groep van bewon-
deraars te treffen en daarmee ervaringen en Grenzen
bewondering te delen. En zelfs zijn of haar Als deze opsomming één ding duidelijk
werk te gebruiken als basis voor een eigen maakt, is het wel dat men op verschillende
compositie. fronten met vergelijkbare vraagstukken

worstelt en dat voor de oplossing daarvan mul-


Wetenschappelijke Raad voor het

toekomstbestendig mediabeleid,
op de conferentie Mediawijsheid, Regeringsbeleid (WRR), Focus op
functies: uitdagingen voor een

Culturele instellingen tidisciplinaire en hecht verbonden culturele


Zoals eerder in de geschiedenis – denk aan de netwerken onontbeerlijk zijn, die tevens
uitvinding van de boekdrukkunst, fotografie gelieerd zijn aan vergelijkbare netwerken
of film – hebben geleerden en ingenieurs met in de wereld van het onderwijs en de weten-
het ontdekken, uitwerken en toepassen van de schap. Daarmee zal de komende periode op
Den Haag, 2005.

mogelijkheden van de techniek de wereld van zijn minst een begin moeten worden gemaakt.
kunst en cultuur flink opgeschud. De moge- En wel op zo’n manier dat allerlei vertrouwde,
16

lijkheid om de meest uiteenlopende soorten maar door de ontwikkelingen niet meer zo


informatie op te slaan in de vorm van bits en heel relevante afbakeningen worden geslecht,

bytes heeft ook in de kunsten, het erfgoed en of in elk geval gereviseerd. Om te beginnen is
Lawrence Lessig, keynotespeech

door de Raad voor Cultuur en het


Ministerie van OCW, 12 oktober

de media de bestaande verhoudingen ingrij- het onderscheid tussen producenten, distri-


leven in een gemedialiseerde
samenleving, georganiseerd

pend veranderd. In de archiefwereld heeft buteurs en gebruikers diffuser geworden.


digitalisering niet minder dan een revolutie Daarentegen groeit het belang van deskun-
ontketend. De constatering dat internet dige, betrouwbare en onafhankelijke verwijs-
inmiddels door velen wordt beschouwd als functies en intermediaire functies.
voornaamste vraagbaak voor vrijwel alle Het onderscheid tussen sectoren en discipli-
informatie raakt aan de bestaansgrond van nes is voor een deel op losse schroeven komen
15

het openbaar bibliotheekwerk. Bij de omroep te staan. Het is voor makers en gebruikers
2006.

biedt digitalisering de mogelijkheid om de vaak om het even of gedigitaliseerd beeld-,


19
beschrijvend
1
geluids- of tekstmateriaal afkomstig is van een onder de aandacht van het publiek te brengen.
papieren archief, een bibliotheek, een muse- Slim gebruik van smaakprofielen en preferen-
um, een geluidsarchief, een beeldarchief, een ties maakt het mogelijk culturele burgers te
architectuurarchief of een filmcollectie. attenderen op cultuuruitingen die ze nog niet
De grenzen worden allengs smaller. Op kennen, maar waarvan de kans groot is dat
termijn zal vanuit concepten worden gedacht ze er op zijn minst open voor staan of er na de
en gemaakt, en niet meer vanuit platforms eerste kennismaking belangstelling voor zul-
die aan een bepaalde discipline zijn gelieerd. len ontwikkelen. Bij zorgvuldig gebruik levert
Culturele instellingen hebben niet alleen tot dit een slagvaardiger marketinginstrument op
taak de schatten aan culturele content die zij dan een middle-of-the-roadstrategie.
onder hun hoede hebben en die voor een groot
deel tot het publieke domein behoren, als een De long-tail-analyse is opzienbarend, zowel
goed rentmeester te beheren. Het is minstens voor beleidsmakers als voor culturele onder-
zo belangrijk gebruik te maken van de nieuwe nemers. Zij kunnen de vastgeroeste mening
mogelijkheden om die schatten zo goed en zo dat het grote publiek vooral belangstelling
toegankelijk mogelijk beschikbaar te stel- heeft voor het populaire aanbod naast zich
len voor maatschappelijk en – onder de juiste neerleggen. De gemiddelde smaak blijkt óf
voorwaarden – economisch gebruik. Niet het niet te bestaan, óf is lang niet zo gemiddeld
materiaal komt op de eerste plaats, maar de als altijd werd gedacht. “Popular taste was the
gebruikers. Culturele instellingen zullen zich result of the limited supply & demand system”,
daarom meer als gids of bemiddelaar moeten luidt de terechte conclusie.19 Wie steeds dieper
Raes (red.), Creatief vermogen,
Economist, volume 150, oktober

opstellen om die gebruikers de weg te wijzen. in catalogi duikt, vindt steeds meer, en vindt
2002 of Bart Hofstede, Stephan
Zie Rick van der Ploeg, 20In

Ethics and Economics, extra


issue on the occasion of the

ook steeds meer interessant.


Art we Trust, in: Culture,

150th anniversary of The

Long tail
Ook voor de fysieke beschikbaarstelling van
cultuuruitingen heeft digitalisering nieuwe 5 De economie
Den Haag, 2006.

mogelijkheden geschapen. Geheel nieuwe


kwantitatieve verhoudingen bij de distribu-
20

tie liggen ten grondslag aan het verschijnsel Ook in Nederland heeft de digitalisering ertoe
waarvoor Chris Anderson de term long tail bijgedragen dat cultuur en economie elkaar

heeft gemunt.17 Hij doelt daarmee op de vaak steeds beter weten te vinden. Werelden die
Federatie Filmbelangen, 8 okto-

vele titels in het assortiment van bijvoorbeeld vaak – overigens niet altijd terecht – als tegen-
Peter Buckingham, Film and the

Lezing, georganiseerd door de


Internet: What might happen?

een boekwinkel of platenzaak waar er slechts polen werden gezien, vloeien in elkaar over,
What might need to happen?

weinig van worden verkocht. In de omzetgra- of bezetten een nieuwe positie ten opzichte
fiek van boeken, cd’s of dvd’s belanden die in van elkaar. De creatieve bedrijfstak neemt een
de staart – die cultureel gezien zeer interes- steeds groter deel van het nationaal product
sant kan zijn, maar uit commercieel oogpunt voor zijn rekening en ‘belevingseconomie’
pijnlijk lang. Door de beperkte fysieke ruimte is een concept waar marketingdeskundigen
ber 2006.

van een winkel te verruilen voor de onbeperk- de mond van vol hebben. Kennis, ervaring,
19

te virtuele ruimte van internet, wordt ook dat ideeën, talent en artisticiteit zijn de schaarse
niet-populaire aanbod commercieel aantrek- productiemiddelen van deze tijd, waarvan

kelijk. Verkoop via internet door distributeurs er nooit genoeg lijkt te zijn. Het debat onder
Gevestigd in de openbare bibli-

als Rhapsody, voor muziek, en Amazon, voor economen over de legitimering van overheids-
boeken, laat zien dat een substantieel deel van steun aan de cultuur is nieuw leven ingebla-
hun omzet niet bestaat uit hits en bestsellers. zen, waarbij onder meer spin-off-effecten,
otheek van die stad.

Zo’n 20 tot 40 procent van de titels is in de werkgelegenheid, de intrinsieke waarde van


fysieke winkel niet eens verkrijgbaar, van- onvervangbare goederen en groeipotentieel
wege te kleine oplagen. Digitale distributie- beter worden belicht. 20 Culturele instellingen
kanalen hebben daar geen last van en bieden hebben meer oog gekregen voor een bedrijfs-
18

nieuwe mogelijkheden voor de nichemarkten matige aanpak van hun activiteiten. De


van de cultuur. Dat de beschikbaarheid van economie van non-profitinstellingen is een

alle denkbare cultuuruitingen via internet vak apart – een kwalificatie die niet minder
Selling Less of More, New York,
Chris Anderson, The Long Tail:

de vraag stimuleert, toont ook het verloop van toepassing is op de culturele ondernemer.
Why the Future of Business is

van het aantal uitleningen van de Centrale Er is meer samenwerking met en medefinan-
Discotheek Rotterdam.18 Sinds 2002, toen ciering door het bedrijfsleven, met name bij
de collectie online beschikbaar werd gesteld, culturele evenementen. Cultuurtoerisme is
is het aantal uitleningen meer dan verdub- booming business.
beld. Het is een goed voorbeeld van de manier
waarop internet door culturele instellingen De departementen van Cultuur en Econom-
17

kan worden gebruikt om naast de succesnum- ische Zaken werken sinds 2005 samen aan
2006.

mers ook het moeilijker toegankelijke aanbod een programma voor de creatieve industrie,

20
beschrijvend
1
voortvloeiend uit de gezamenlijke beleidsnota kern van waarheid in schuilt.
Ons Creatief Vermogen 21. Het programma
is echter ontoereikend om de innovatie in de Afrekenen
creatieve sector substantieel te versterken. Voor de Raad zijn dan ook de culturele gevol-
Ook private investeerders zetten zelden in op gen van commodificatie belangrijker dan de
innovatie, culturele en artistieke experimen- economische aspecten. Hoewel dat geenszins
ten, onderzoek of reflectie. Toch bevinden onvermijdelijk is, bestaat het risico dat bij
zich daar tal van aanknopingspunten met uit- onvoldoende maatvoering commodificatie de
zicht op zowel een goed financieel rendement positie van cultuurinstellingen als centra voor
als gewenste spin-off-effecten. Meer ruimte culturele confrontaties en fora voor ideeënuit-
voor onderzoek en innovatie alsmede meer wisseling uitholt. Behoedzaamheid is daarom
structuur voor de vele kleine ad-hoc-initia- geboden, met name van de kant van door de
tieven – met soms veel economische potentie overheid in stand gehouden culturele instellin-
maar onvoldoende financieel-economische gen. Om hen niet – ongewild – in die richting
draagkracht – zijn nodig om ons cultureel te leiden, is het zaak ongewenste vormen van
kapitaal nog veel beter te kunnen exploiteren concurrentie tussen vergelijkbare instel-
(zie paragraaf tien). lingen tegen te gaan, hun onafhankelijkheid
te waarborgen en die duidelijk te etaleren.
Commodificatie Risicomijdend gedrag van culturele instel-
De groeiende economische waarde van lingen bij hun programmering moet niet wor-
cultuur draagt ertoe bij dat de producten den aangemoedigd door ze af te rekenen op
van de culturele industrie steeds vaker het bezoekersaantallen of kijkcijfers, of culturele
commerciële domein in worden getrokken centra louter op het aantal deelnemers aan
en worden onderworpen aan de economi- de activiteiten. De kwaliteit en de impact
sche processen die zich daar afspelen. In van de culturele processen van ontdekking,
dat licht krijgt het verschijnsel ‘commodifi- herkenning en bewustwording waar zij aan
catie’ de laatste tijd nogal wat aandacht. 22 bijdragen of die zij in werking zetten, dienen
Commodificatie impliceert dat cultuur louter voorop te staan. Anders worden ze ongewild
wordt aangeboden als handelswaar, bestemd de richting op gestuurd van evenementenhal
voor massaconsumptie. Dat zou kwalijk zijn in plaats van de cultuurfabriek die zij willen
als commodificatie gelijk zou staan met vulga- zijn. Makers, werkzaam als eenling zoals vaak

agenda cultuurbeleid
risatie en de kwaliteit van de cultuur eronder inherent is aan het vak van scheppende kun-
zou leiden. Het is echter geenszins een nood- stenaar, kunnen eveneens in aanraking komen
zakelijk verband. Door commodificatie is het met ongewenste vormen van commodificatie.
ook mogelijk dat er meer kwaliteit in cultureel Zowel het rijk als andere overheden neigen er
en kunstzinnig opzicht beschikbaar komt voor namelijk toe om de directe investeringen in de
meer mensen, in de vorm van design, cd’s, praktijk van kunstenaars en ontwerpers in te
dvd’s en andere informatiedragers, alsmede ruilen voor een beleid waarbij presenterende,
kwaliteitsfilms in bioscopen en blockbus- producerende en faciliterende instellingen een
tertentoonstellingen in prestigieuze musea. grotere rol gaan spelen. Hoewel daaruit een
Massaproductie en concurrentie leiden vaak op zich begrijpelijke strategie spreekt – het
tot prijsdaling. En daar kan weinig bezwaar werk wordt zo immers in een bredere samen-
tegen worden ingebracht. Dat neemt niet weg hang geplaatst en het bereiken van doel-
Johan Huizinga gebruikte in

optredend soortgelijk ver-


zijn tijd voor een toen al

dat het voor kunstenaars en kunst- en cultuur- groepen vergemakkelijkt – is het mogelijk dat
instellingen, en ook voor cultuurdeelnemers, de individuele ambities en het potentieel van
‘mercantilisering’.

een ingrijpende omslag kan betekenen. In makers daardoor te zeer beïnvloed worden
schijnsel de term

vrijwel alle disciplines is een dergelijk proces door instellingen en hun beleid.
gaande, zij het niet overal even goed merk-
baar. De literatuur, waar vanouds de banden Het is overigens een taai misverstand dat
22

met de commercie stevig zijn, verschaft een rechtgeaarde economen alleen belangstelling
beeld van de manier waarop een harmonieus zouden hebben voor zaken die in geld en/of

proces verstoord kan raken. Als deelnemers harde cijfers zijn uit te drukken. Het leerstuk
Ministerie van EZ, Ons Creatief
Vermogen, brief cultuur en eco-

(Kamerstuk 2005-2006, 27406, NR

aan het literaire systeem gaven uitgevers geen van de onweegbare factoren, de zogeheten
boeken uit, maar auteurs; schreven schrijvers imponderabilia, is van respectabele leeftijd.
geen boeken, maar een oeuvre; verkochten Helaas is het weinig populair. “Niet alles
Ministerie van OCW en

nomie, Den Haag, 2005

boekwinkels geen boeken, maar voerden zij van waarde heeft een prijs”, was de terechte
een assortiment; lazen lezers geen boeken, uitsmijter waarmee econoom Arnold Heertje
maar stelden zij een persoonlijke bibliotheek afscheid nam van de juridische faculteit van
samen. Natuurlijk is een dergelijke voorstel- de Universiteit van Amsterdam. 23 Hopelijk
21

ling van zaken nooit helemaal werkelijkheid dreunt zijn echo nog een tijdje na in econo-
57).

geweest. Dat neemt echter niet weg dat er een menland. Ook anderszins is het meten van

21
beschrijvend
1
cultuurdeelname aan de hand van bezoekcij- goede mogelijkheden zijn om kennis te maken
fers problematisch. De kwaliteit, in de vorm met en zich te verhouden tot culturele diver-
van inspiratie, beleving, inzicht, visie en siteit in de naaste omgeving en verbindingen
ervaring die cultuurparticipatie mensen biedt, te leggen met de groeiende diversiteit, thuis
en waarin een groot deel van de kracht van en in de rest van de wereld. Een uniforme
cultuur schuilt, blijft immers buiten beschou- Europese cultuur ligt niet in het verschiet.
wing. De benadering van cultuurbeleving Daar verandert de omstandigheid weinig aan
louter als een vorm van vrijetijdsbesteding dat beslissingen die medebepalend zijn voor
levert een vergelijkbare methodologische de manier waarop in de lidstaten (en dus ook
moeilijkheid op. 24 Het verengt het zicht op in Nederland) wordt samengeleefd, steeds
de werkelijke maatschappelijke effecten van meer in het Brusselse hoofdkwartier worden
cultuurdeelname en verschaft daardoor het genomen, en in de hele Unie van kracht zijn.
beleid een kompas dat lang niet altijd de juiste De Europese culturele diversiteit lijdt even-
richting aangeeft. min onder gemeenschappelijke stimulerings-
programma’s als Cultuur 2007.

6 De wereld Het is tijd dat Nederland zich actiever mengt


in het debat over de vraag hoe cultuur kan
bijdragen aan het succes van het Europese
Uniformiteit en diversiteit avontuur en gebruik gaat maken van de moge-
Mobiliteit en immigratie, vervaging van lijkheden en instrumenten die de Europese
fysieke, staatkundige, sociale, economische Unie biedt voor onderlinge culturele samen-
en culturele grenzen, intensiever contact werking. Hoewel ‘Brussel’ ook voor het
tussen culturen en volkeren en steeds nau- culturele klimaat steeds belangrijker wordt,
were handelsbetrekkingen hebben geleid speelt Europa tot dusverre voor cultuurinstel-
tot een gemeenschappelijke, internationaal lingen in Nederland nauwelijks een rol van
gedeelde wereldcultuur. “Geen Japanner betekenis bij de vormgeving van hun activitei-
beschouwt klassieke muziek nog als exotisch, ten. Het cultuurbeleid ontbeert een duide-
geen Nederlander rock en blues als uiting van lijke visie op wat Nederland wil bereiken in
Amerikaans cultuurimperialisme”, aldus het Europees verband. Bijgevolg kent Nederland
SCP, dat echter “op een wat hoger niveau van ook geen stimuleringsbeleid voor Europese
cultuur”, met name in de sfeer van het cultureel culturele samenwerking. Naast een attitude-
Rapport 2004, Den Haag, 2004,
Sociaal Cultureel Planbureau
(SCP), In het zicht van de toe-

erfgoed, nog wel wat “nationalistische preoc- verandering in het culturele veld is verruiming
komst. Sociaal en Cultureel

cupaties” signaleert. 25 Wellicht komt hier een van de mogelijkheden om in EU-verband


spanning aan de oppervlakte tussen de groei Europees cultuurbeleid te voeren wenselijk,
naar mondiale culturele uniformiteit en een onder de premisse dat het subsidiariteits-
rijkgeschakeerde culturele diversiteit, vooral principe van kracht blijft en dat Europese
op lokaal en regionaal niveau, die met elkaar culturele initiatieven eerst en vooral van
een veel rijkere culturele wereld vormen. onderop tot stand blijven komen. Daarvoor
25

p. 62.

Deze spanning dwingt kunstenaars en instel- is een groter Europees cultuurbudget nodig
lingen tot nadenken over uitgangspunten en dan het huidige. De Raad roept de regering

Sociaal en Cultureel Planbureau

vormgeving van nationaal, maar vooral ook op daaraan mee te werken. Onder de voor-
van internationaal cultuurbeleid – nu en in waarde van een transparante besteding kan
Onder meer in de tijdbeste-

de toekomst. Wat doen we waar, met wie, de EU laten zien dat ze ook voor de kunsten,
dingsonderzoeken van het

waarom en hoe? Sluiten de concepten en het erfgoed en de media meer kan zijn dan
instrumenten die we gebruiken nog steeds een bureaucratische entiteit die vooral last
in voldoende mate aan bij de veranderende veroorzaakt.
praktijk van internationale uitwisseling en
samenwerking? Mondiaal
24

(SCP).

De grenzen houden niet op bij Europa. In


Europa zijn advies over auteurscontractenrecht van

In het proces van Europese eenwording is november 2006 heeft de Raad erop gewezen
Amsterdam, 1999. Afscheidsrede,
toch nieuwe bakken: Einstein en

aan de cultuur een belangrijke rol toebedeeld. dat de markt voor tal van goederen en dien-
Arnold Heertje Mien, je kunt

de economische wetenschap,

Kennis van en deelname aan de culturele prak- sten een wereldmarkt is. Behalve dat dit ertoe
tijken van verschillende Europese herkomst heeft geleid dat burgers over de hele wereld
Amsterdam, 3 mei 2006.

vergroten wederzijds begrip en waardering, toegang hebben tot een grotere variatie aan
en kunnen op die manier bijdragen aan de keuzes, steekt ook hier het gevoel van onzeker-
totstandkoming van nieuwe politieke en heid de kop op over de zin en de betekenis van
economische overeenkomsten en verbanden. culturele waarden die de basis vormen van
23

Voor het culturele klimaat in de landen van de lokale, regionale en nationale gemeenschap-
Europese Unie is het nog belangrijker dat er pen. De centrale vraag is hoe samenlevingen

22
beschrijvend
1
de gevolgen van de mondialisering zo kun- toegenomen belang van de steden en regio’s
nen opvangen dat ze een visie op hun eigen als economische en culturele brandpunten,
cultuur kunnen blijven ontwikkelen, zonder hebben het besef doen groeien dat, cultureel
zich van de rest van de wereld af te sluiten. gezien, de natiestaat vaak iets kunstmatigs
Het antwoord op die vraag is essentieel voor heeft. Vooral in de steden is te zien hoe de
het cultuurbeleid van de toekomst. Ook het mobiliteit van kunstenaars leidt tot nieuwe
beheer en de eigendomsverhoudingen van de transculturele en vaak ook interdisciplinaire
digitale infrastructuur, waarvan de verschil- verbanden die de inspiratie vormen voor
lende media en netwerken afhankelijk zijn, nieuwe culturele processen en praktijken.
vragen in internationaal verband om aandacht Steeds vaker zijn verbindingen tussen steden
voor mogelijkheden om autonome expres- en regio’s bepalend voor de wijze waarop kun-
sie en onafhankelijke meningsvorming te stenaars en culturele instellingen elkaar tref-
waarborgen. De invloed die globalisering in fen voor uitwisseling en samenwerking. Het
het tijdperk van medialisering uitoefent op de is in dit verband interessant dat internationale
creativiteit, op het ontstaan en de ontwikke- filmcoproducties vaak regionale coproducties
ling van culturele industrieën, op het cultu- blijken te zijn, bijvoorbeeld tussen Oost-
reel erfgoed, op auteursrechten, en ook op de Nederland en West-Duitsland. In het toneel
omgang van culturen met elkaar, zal in goede bestaat samenwerking met Vlaamse steden.
banen moeten worden geleid. Europese samenwerking begint vaak tussen
steden die in dezelfde euregio gesitueerd zijn.
Van misschien wel doorslaggevende betekenis Dat heeft ook consequenties voor het interna-
daarbij is of er een werkbaar evenwicht komt tionale cultuurbeleid dat tot dusverre vooral
tussen de liberalisering van het dienstenver- een nationale benadering kent. Steden en
keer in het kader van de General Agreement regio’s hebben er behoefte aan meer betrok-
on Trade and Services (GATS) en de behoef- ken te worden bij de beleidsontwikkeling op
te van landen om hun cultuur te profileren dit punt. Afstemming tussen nationale en
tegenover buitenlandse concurrentie, zoals lokale strategieën verdient aanbeveling.
verwoord in de Convention on the protection
and promotion of diversity of cultural con- Vrijhaven
tents and artistic expressions van Unesco. Ondanks gepaste scepsis ten aanzien van
Deze Unesco-conventie onderstreept de het concept nationaal cultureel karakter,

agenda cultuurbeleid
dubbele aard – cultureel en economisch – van wordt de rol van vrijhaven in het internatio-
culturele goederen en diensten, evenals het nale culturele verkeer die we enige tijd met
recht van landen om eigen cultuurbeleid succes hebben vervuld ook door de buiten-
te voeren. Dat bevestigt de betekenis van wacht als typisch Nederlands ervaren. De
culturele waarden en culturele diversiteit in laatste jaren lijkt die vrijhaven meer op een
een wereld waar economische macht gecon- extra verstevigde vesting binnen het Fort
centreerd raakt bij enkele grote multinatio- Europa. Terwijl mondiaal gezien de mobiliteit
nale conglomeraten. De mate waarin het toeneemt en onomkeerbaar is, worden kun-
overheidsbeleid ten aanzien van het culturele stenaars, cultuurdragers en kunststudenten
erfgoed, de kunsten en de media in de praktijk nogal eens geconfronteerd met Nederlandse
door de GATS wordt geraakt, is in hoge mate vestigingswetten en belastingregels die hen
afhankelijk van de inhoud die aan het begrip ontmoedigen zich hier, voor langere of kortere
‘publieke dienst’ wordt gegeven. De uitkomst tijd, te vestigen. Dat gebrek aan openheid
van de thans lopende discussie daarover kan en generositeit heeft onmiskenbaar nadelige
verregaande consequenties hebben voor het effecten voor in Nederland actieve kunste-
cultuurbeleid van nationale overheden. naars en kunst-, cultuur- en onderwijsinstel-
lingen die geïsoleerd raken van de mondiale
Steden en regio’s ontwikkelingen, waardoor de neiging om in
Als reactie op het proces van globalisering zichzelf gekeerd te zijn slechts wordt ver-
wordt het eigen culturele karakter van steden sterkt. 26 Daarin kan een kentering komen als
en regio’s zoals onder meer opgeslagen in het overleg dat inmiddels op gang is geko-
cultuurbeleid, Rotterdam, 2005.
that Dutch. Over international

het erfgoed, opnieuw ontdekt en gekoesterd men tussen het culturele veld en de overheid
Ben Hurkmans, e.a. (red.), All

door zowel culturele burgers als cultuur- om de toelatingsprocedures over de gehele


toeristen. Erasmus, die niet van de noor- linie te versnellen en te vereenvoudigen snel
delijke Nederlanden was maar van de stad tot resultaten leidt. Ondertussen blijft het
Rotterdam, en voortleeft als icoon van het hoog tijd om onze culturele vrijhaven flink
Europees humanisme, laat zien hoe ingewik- uit te graven. Culturele instellingen kunnen
keld patronen van regionale, nationale en het concept nieuw leven inblazen door een
26

internationale identificaties kunnen zijn. De visie te ontwikkelen op hun eigen vrijhaven-


internationale ontwikkelingen, maar ook het rol, opdat de internationale cultuurgemeen-

23
agenderend
1
schap Nederland weer vaker kan aandoen en Kiezen een goede aanzet gegeven tot nade-
opnieuw kan ontdekken als tolerante, interes- re invulling van dit beleid waarbij zij ook
sante en naar de wereld openstaande broed- andere ministeries betrekken, met name
plaats van kunst en cultuur, met bijzondere Economische Zaken en Sociale Zaken. Die
aandacht en speciale voorzieningen voor meervoudige betrokkenheid bevestigt dat
innovatieve en conceptuele makers. Dat is cultuur het overheidsbeleid over een breed
tegelijkertijd strategisch en praktisch inter- front raakt. De oproep van de Raad tot een
nationaal cultuurbeleid. Vanuit beide invals- coördinerend ministerschap voor cultuur,
hoeken is de import van ideeën, standpunten, media en communicatie was ook gericht op
visies, interpretaties – en vooral ook van kun- betere samenwerking tussen de betrokken
stenaars en cultuurdragers en hun werk – departementen. Ondanks de geïntensiveerde
de komende periode minstens zo noodza- samenwerking tussen de ministeries van
kelijk als de export van het Nederlandse OCW en Buitenlandse Zaken gedurende het
cultuurgoed. laatste decennium, heeft de slagkracht van
het internationale cultuurbeleid nog altijd te
In de visie van de Raad zijn een kosmopo- lijden onder schermutselingen tussen deze
litische opstelling en actieve deelname aan ministeries over competenties. Een gedeelde
internationale culturele processen in de visie en respect voor ieders specialisme en
vorm van onder meer debatten, uitwisse- deskundigheid zijn noodzakelijk voor een
ling, coproducties en festivals onmisbaar. slagvaardig buitenlands cultureel beleid
Natuurlijk is het zinvol daar een eigen signa- als antwoord op de snelle internationale
tuur aan te geven – zeker als dat mogelijk is ontwikkelingen.
zonder geforceerde oplossingen. Nederland
staat internationaal onder meer hoog aan- Het groeiende belang en de toenemende
geschreven vanwege zijn architectuur, zijn omvang van internationale culturele uitwisse-
eigenzinnige animatiefilms, zijn bijdrage ling en samenwerking vergen een substantiële
aan de ontdekking van de achttiende-eeuwse verruiming van de middelen voor internati-
muziek en aan de ontwikkeling van de jazz, onaal cultuurbeleid. Dat geldt zowel de bij-
zijn literatuur die in vertaling voorhanden drage uit het cultuurbudget van het ministerie
is, en nog veel meer. Onze oude meesters, en van OCW als het HGIS-cultuurbudget,
ook Van Gogh en Mondriaan, zijn ingelijfd dat een belangrijk instrument vormt voor de
in het internationale culturele erfgoed. Zij uitvoering van het strategisch cultuurbeleid.
behoren tot de mondiale canon, maar hebben Het HGIS-cultuurbudget is in de afgelopen
hun typisch Nederlandse trekken behouden. jaren alleen maar kleiner geworden, terwijl de
En verspreid over de wereld zijn er archieven ambities zijn gegroeid. Behalve aan meer geld
en monumenten die inmiddels beschouwd is er ook behoefte aan meer transparantie bij
worden als gemeenschappelijk cultureel erf- het bepalen welke projecten in aanmerking
goed van Nederland en de samenleving waar komen voor ondersteuning uit dit budget. De
deze culturele sporen van de Nederlandse Raad zal het in voorbereiding zijnde meerja-
geschiedenis zich bevinden. Het is overi- renprogramma voor het strategisch interna-
gens niet per se een gemis dat we als relatief tionaal cultuurbeleid en de lopende evaluatie
klein land niet op alle culturele fronten in de van het HGIS-cultuurprogramma aangrijpen
Lev Grossman, Time Magazine,

voorste linies optrekken. Ook in het interna- voor een advies over de inhoudelijke doelstel-
tionale cultuurbeleid kan op goede gronden lingen van de programma’s en over de inrich-
worden gekozen voor specialisaties. ting ervan. Dat sluit aan bij zijn betrokkenheid
bij programmabudgetten in het algemeen,
13 december 2006.

Internationaal cultuurbeleid zoals uiteengezet in de reactie van de Raad op


De uitvoering van het internationale cultuur- Verschil maken. 27
beleid van het ministerie van OCW, en deels
28

ook de beleidsontwikkeling, is voor een aan-


zienlijk deel verzelfstandigd. Dat geldt vooral 7 e-Cultuur

het praktisch internationaal cultuurbeleid


op Verschil maken, Den Haag,

dat vorm krijgt in de activiteiten van fond-


Raad voor Cultuur, reactie

sen, sectorinstituten en koepelorganisaties. Mediawijsheid


Het strategisch internationaal cultuurbeleid, Dat dankzij de digitalisering de rol van bur-
waarbij culturele dialoog, culturele export en gers in medialand ingrijpend is veranderd,
internationale profilering van de Nederlandse werd door het internationale blad Time op
6 oktober 2006.

kunst en cultuur leidende aandachtspunten geheel eigen wijze bekrachtigd door bij de tra-
zijn, staat nog in de kinderschoenen. De ditionele verkiezing van de man of vrouw van
27

ministeries van OCW en Buitenlandse het jaar het publiek zelf, onder de naam ‘You’,
Zaken hebben in hun beleidsbrief Koers in de prijzen te laten vallen.

24
agenderend
1
Met als overweging 28: het fysieke bezoek. Het tweede aspect, met
“For seizing the reins of the global media, bijvoorbeeld voorzieningen voor de belang-
for founding and framing the new digital stellende virtuele cultuurparticipant die te ver
democracy, for working for nothing and weg woont of geen tijd heeft voor bezoek aan
beating the pros at their own game, Time’s theater of museum, is echter zelden aanwezig.
Person of the Year for 2006 is you.” Het derde aspect, rol- en organisatieveran-
deringen, zien we nog minder. De omslag die
Misschien om de feestvreugde niet te daarvoor nodig is, vergt een proces van jaren
verstoren is de jury er wat gemakkelijk – en is daarom typisch een onderwerp dat
overheen gestapt dat niet iedereen als vanzelf thuishoort op een agenda. De eerste slag die
in de schoenen van de gelauwerde‘You’ staat. daartoe gemaakt moet worden, is de inleving
Om er echt bij te horen is mediawijsheid in en het in de praktijk brengen van een andere
geboden: het geheel van kennis, vaardigheden benadering. Niet het materiaal komt op de
en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, eerste plaats, maar de gebruikers. Meer oriën-
kritisch en actief kunnen verhouden tot een tatie op de vraag in plaats van op het aanbod
ingewikkelde, veranderlijke en fundamenteel betekent samenwerking zoeken – ook buiten
gemedialiseerde wereld. Wie niet mediawijs de grenzen van de cultuur. Bereid zijn als
is, raakt buitengesloten. Daarin schuilt een bemiddelaar op te treden tussen allerlei voor
eerste barrière voor een maatschappelijk de hand liggende en ongebruikelijke partners.
wenselijk gebruik van de nieuwe media. Samenleving en publiek vragen behalve om
Cultureel burgerschap komt op internet niet eigenzinnige kunstenaars en collectiebeheer-
aangewaaid. Men moet zelf het juiste pad ders steeds meer om makers en instellingen
vinden in een virtueel labyrint, vrijwel zonder die zich kunnen opstellen als tussenstation,
betrouwbare wegwijzers. Sociale relaties die kunnen samenwerken, willen experimen-
worden dankzij de actieve participatie van teren en flexibel en creatief durven omgaan
burgers op het internet steeds informeler. De met het hergebruik van eigen content en die
toenemende participatie aan kennis-, informa- van anderen. Om de mogelijkheden die hier
tie- en cultuurproductie vraagt om nieuwe liggen voor nieuwe en vertrouwde vormen
vormen en modellen van productie, redactie, van cultuurparticipatie te benutten moeten
toetsing en correctie die goeddeels nog verschillende barrières worden geslecht.
moeten worden uitgevonden. De relatie Schotten tussen de verschillende disciplines

agenda cultuurbeleid
tussen de fysieke werkelijkheid van mensen en waarvan de functie inmiddels is overleefd en
hun omgeving wordt beïnvloed door wat er die de noodzakelijke structurele samenwer-
online en in verschillende media gebeurt. Het king in de weg staan, moeten verdwijnen.
is voor velen onduidelijk hoe processen van Daarmee is niet beweerd dat er geen goede
redactie, orkestratie en reflectie invloed gronden kunnen overblijven om, in elk geval
kunnen hebben op het welzijn van mensen die voorlopig, onderscheid te blijven maken tus-
aan communities deelnemen. Met name voor sen disciplines. Dat onderscheid is echter
kinderen is het besef van belang dat zappen en geen rechtvaardiging voor onnodige erf- of
chatten bij lange na niet de enige, en ook niet boedelscheidingen.
altijd de beste manieren zijn om zich tot hun
omgeving te verhouden. Een evenwichtige Ontschotting
cultuurbeleid, Den Haag, 2003.
cultuur en de implicaties voor
eCultuur: van i naar e. Advies

ontwikkeling van onze culturele burgers in De eerste stap naar ontschotting is samenwer-
over de digitalisering van

spe vereist naast inzicht en vaardigheid in het king tussen de verschillende netwerken van
gebruiken van technologie, ook het inzicht culturele instellingen. Een voorwaarde voor
wanneer en hoe deze technologie wel of niet te succes is de bereidheid alle mogelijke kennis
Raad voor Cultuur,

gebruiken is in een bepaalde situatie. met elkaar te delen en op zoek te gaan naar
betekenisvolle cross-overs. En bovenal om
Rolverandering samenwerking te benoemen als een structu-
30

Behalve de burgers van Nederland beho- rele kern van de activiteiten. Dat is de manier
ren ook onze culturele instellingen volgens waarop culturele instellingen zich nog andere

recent onderzoek tot de Europese digitale rollen kunnen verwerven dan die van bemid-
Jos de Haan, Renee Mast, Marleen

Bezoek onze site; over de digi-

sprinters. 29 Of ze de finish al zijn genaderd, delaar en zich verder kunnen ontwikkelen


Varekamp en Susanne Janssen,

talisering van het culturele

Planbureau, Den Haag, 2006.

is de vraag. Het proces van digitalisering tot betrouwbare en invloedrijke instanties


aanbod, Sociaal Cultureel

heeft verschillende aspecten: beter doen wat gericht op het faciliteren van maatschappelijke
al werd gedaan; nieuwe activiteiten ontwik- participatie en maatschappelijk debat, het
kelen en uitvoeren; een geheel andere manier aanboren van creatieve capaciteiten, en het
van werken gepaard aan een andere opzet en democratisch gebruik daarvan. Op uiteenlo-
inrichting van de organisatie.30 De meeste pende fronten wordt geworsteld met verge-
29

websites die het SCP heeft geteld, zijn nog lijkbare vraagstukken. De oplossing begint
vooral gericht op een betere bediening van steeds bij ontschotting en samenwerking door

25
agenderend
1
middel van wisselende en structurele verbin- Publiek domein
dingen en allianties tussen instellingen, ook Digitalisering en medialisering scheppen
uit de werelden van onderwijs en wetenschap. behalve voor de cultuur ook nieuwe kansen
Daarmee zal de komende periode op zijn voor de commercie. Op internet kan met
minst een begin moeten worden gemaakt. één druk op de knop de hele wereld worden
bediend. De toegang tot die wereld is echter
Auteursrecht in handen van slechts weinigen. Of het nu
Het is duidelijk dat een maker het auteurs- software nieuws, entertainment, adverti-
recht nodig heeft om de financiële vruchten sing, zoekmachines of chatsites betreft: de
van zijn creatieve arbeid te kunnen plukken. marktleiders opereren mondiaal en zijn op de
Dat is van wezenlijk belang voor de artistieke vingers van twee handen te tellen. Zij leggen
en intellectuele creativiteit van een samenle- hun claims ook op informatie en uitingen van
ving. Aan de andere kant is zowel maker als kunst en cultuur. Er worden exclusieve rech-
publiek gebaat bij de publieke toegankelijk- ten aan gekoppeld en deze verhuizen, soms
heid van cultuur. Aldus kunnen de creatieve ongemerkt en meestal ongewenst, van het
producten van anderen opnieuw worden publieke naar het private domein. Dat vormt
gebruikt en verder ontwikkeld. Dat is eigen een groot risico voor archieven, bibliotheken,
aan een creatief proces waarin wordt voortge- omroepen en pers. Voor hen vormt de vrije
bouwd op wat er al is. Sampling is een alom toegang tot hoogwaardige informatie en
geaccepteerde methode van hergebruik. cultuur een essentiële voorwaarde om te kun-
Hergebruik vond ook plaats in vroeger tijden, nen functioneren. Alleen dan kunnen zij op
al kostte dat de kunstenaar beduidend meer een betrouwbare manier hoogwaardige infor-
moeite. matie en cultuur identificeren, bewaren, struc-
tureren, op een betekenisvolle manier voor zo
Globalisering en digitalisering verscherpen veel mogelijk mensen toegankelijk maken en
de noodzaak van een goede en evenwichtige aldus de rol vervullen die hun in een democra-
regeling van het auteursrecht. Grote media- tische samenleving is toevertrouwd.
conglomeraten worden monopolisten die
massaal auteursrechten opkopen. Dat kan Publieke content zoals die onder meer is
belemmeringen opleveren voor het breed opgeslagen in musea en verschillende typen
en publiek toegankelijk maken van cultuur archieven dient daarom te worden beschermd
Daaronder vallen behalve nieuws

via internet en andere digitale middelen. De tegen gebruik dat erop is gericht er via inter-
tijde gewaarborgd moeten zijn.

en opinievorming ook kunst en


De WRR heeft in Focus op func-

kwaliteit en diversiteit van)


een aantal functies te allen

Raad staat op het standpunt dat alles wat met net of andere digitale kanalen vooral winst
democratie (de toegang tot,
ties vastgesteld dat in een

publieke middelen is gemaakt, publiekelijk mee te maken. Voor bibliotheken moet er


toegankelijk moet zijn en blijven. Een benade- een oplossing komen voor het probleem dat
ring zoals ‘Creative Commons’ (CC), waarbij auteursrechtelijke bescherming van publi-
rechten selectief worden vrijgegeven onder caties via leenrechtvergoedingen en licen-
het motto ‘not all rights reserved, but some ties op digitaal materiaal kostenstijgingen
cultuur.

rights reserved’, zou een oplossing kunnen veroorzaakt die hun mogelijkheden te boven
33

bieden. 31 Op die manier schept de maker ruim- gaan, waardoor de toegang tot dit materiaal
te voor een vrijer gebruik van zijn werk. Sinds beperkt blijft tot bijvoorbeeld de leden van een

de mogelijkheid van CC-licenties bestaat, zijn universiteitsbibliotheek. Alleen dan ontstaat


er wereldwijd zo’n 140 miljoen terugverwijzin- er een virtuele openbare ruimte binnen het
Syb Groeneveld, Het democra-

auteursrecht, Open Source

gen naar te vinden. In Nederland zijn dat er digitale domein waartoe iedereen, uit hoofde
tisch paradigma van het

sinds 2004 bijna 200.000.32 Makers kunnen van het grondrecht op informatie, toegang
niet altijd zelf bepalen of zij hun werk onder heeft en waar kwaliteit, betrouwbaarheid,
Jaarboek, 2006.

zo’n licentie ter beschikking willen stellen. volledigheid, authenticiteit en diversiteit van
Musici die zich bijvoorbeeld bij een collectieve cultuur en informatie zijn gewaarborgd. 33 Als
rechtenorganisatie als Buma/Stemra hebben de WRR zich op het standpunt stelt dat in een
32

aangesloten, moeten het exploitatierecht van democratie een aantal functies te allen tijde
hun gehele repertoire overdragen en mogen gewaarborgd dienen te worden, heeft dat ook

geen gebruik maken van CC-licenties. De consequenties voor de instellingen die deze
op de conferentie Mediawijsheid,
Lawrence Lessig, keynotespeech

door de Raad voor Cultuur en het


ministerie van OCW, 12 oktober

Raad heeft de veranderende houding ten functies uitoefenen, of daarbij een essentiële
leven in een gemedialiseerde
samenleving, georganiseerd

opzichte van auteursrecht in een digitale rol vervullen. Democratisch en cultureel bur-
samenleving geagendeerd. Hij zal daar een gerschap staat of valt met goedgeïnformeerde
advies over uitbrengen, waarbij expliciet zal burgers, en in het verlengde daarvan met
worden ingegaan op het auteursrecht in relatie instellingen die onbelemmerd en bemidde-
tot het publieke domein. lend toegang bieden tot bronnen van cultuur
en informatie. De rijksoverheid stelt zich
31

verantwoordelijk. Digitalisering verzwaart


2006.

de wissel die op die verantwoordelijkheid rust


26
agenderend
1
aanzienlijk. Dat betekent dat ook alles wat in verstrooiing. Kunst, erfgoed en de media
een gedigitaliseerde omgeving met publieke spelen daarbij een vooraanstaande rol, zij het
middelen tot stand komt, in de breedst moge- geen exclusieve. Beleid dat inzet op cultuur-
lijke zin beschikbaar en toegankelijk moet overdracht bouwt aan een brede basis voor
zijn en blijven. De Raad zal in de loop van talent en talentontwikkeling en meer diver-
2007 een nadere verkenning wijden aan het siteit in de cultuurparticipatie. Tegen deze
publieke domein. achtergrond hebben vrijwel alle culturele
instellingen de laatste jaren werk gemaakt van
Daarbij zal ook aandacht worden besteed publieksontwikkeling.
aan het beheer van de digitale infrastructuur.
Die infrastructuur is in particuliere handen; Daarnaast bood het Actieplan Cultuurbereik
het zijn commerciële partijen die de toegang nieuwe mogelijkheden voor de cultuurpar-
tot het internet en de communicatie die daar ticipatie. Onlangs pleitte de Tweede Kamer
plaatsvindt kunnen reguleren. Providers bovendien voor een actieplan amateurkunst.
bepalen mede welke informatie ons bereikt, of Om de samenhang tussen amateurkunst en
beter: welke informatie wel of niet kan worden cultuureducatie te versterken, vernieuwing
gevonden. Op het reilen en zeilen van die te stimuleren en extra te investeren in buiten-
providers en de beheerders van de infrastruc- schoolse kunsteducatie, is de Raad voorstan-
tuur, en vooral op de keuzes die zij maken, is der van een apart fonds voor amateurkunst en
nauwelijks democratische controle mogelijk. cultuureducatie. Dit fonds kan ook ingezet
Daarom is er een publiek belang mee gemoeid worden bij de uitvoering van een toekomstig
dat er meer zeggenschap komt over het beheer actieprogramma amateurkunst of cultuurpar-
van de toegang tot internet.34 ticipatie. Het is nu het moment om daarover
een beslissing te nemen. Door de ophanden
zijnde fusie tussen de verschillende podium-
8 Cultuuroverdracht kunstenfondsen dreigt de amateurkunst te
marginaliseren.

Proces De Tweede Kamer heeft aangedrongen


Cultuur, het geheel van praktijken en gebrui- op experimenten met gratis toegang tot de
ken waarmee de leden van de samenleving vaste collecties van de door het rijk gesubsi-

agenda cultuurbeleid
betekenis verlenen aan hun historische en dieerde musea. De verwachting is echter dat
sociale bestaan, is er altijd en overal. Niet deze kostbare methode om nieuwe publieks-
alleen op scholen, in schouwburgen, bibliothe- groepen te bereiken relatief weinig oplevert.
ken of musea, ook in sportzalen, in verzor- Investeringen in speciale programma’s en
gingshuizen, op het station, in het warenhuis marketinginstrumenten hebben meer effect.
en in de openbare ruimte. Kunstzinnigheid Vanuit dat perspectief is gratis toegang voor
gedijt op vele gronden, ook buiten het domein jongeren tot 18 jaar wél een goed idee. Dat sti-
van kunsten, erfgoed en de media. Het proces muleert het museumbezoek in schoolverband
van cultuuroverdracht is dan ook niet aan en de kosten zijn relatief laag.
plaats of tijd gebonden. Er komt nooit een
einde aan. Cultuuroverdracht kent geen Op school
hiërarchisch en paternalistisch eenrichtings- Het is verheugend dat binnen het onder-
verkeer. Elke cultuur is hybride en pluralis- wijs de aandacht voor het traditionele
tisch. Mensen spelen verschillende rollen in Bildungsideal na enkele decennia van
de samenleving, en daar horen verschillende verwaarlozing weer is opgebloeid en daar-
verhalen bij. Uit een enorme hoeveelheid mee ook voor de overdrachtsmechanismen
verschijningsvormen, ervaringen en mogelijk- die ermee samenhangen. In het voorgezet
heden stellen mensen, allereerst in het gezin onderwijs werd het vak culturele en kunst-
en vervolgens in de loop van hun verdere leven, zinnige vorming (CKV) geïntroduceerd,
een eigen, zeer persoonlijke culturele uitrus- waarvan de effecten nog niet geheel zichtbaar
ting samen. Dat stelt hen in staat als culturele zijn. In het primair onderwijs geldt ‘kunstzin-
gebruiken, beheren en bezitten.
gaan tot de creatie van Web 3.0,
In dat verband kan worden geat-
tendeerd op het initiatief van

een nieuwe infrastructuur die

burgers met elkaar te leven en binnen zo’n nige oriëntatie’ als een verplicht leergebied,
Taiwan. Hij stelt voor over te
ChungCheng Universiteit van
prof. Uw, hoogleraar aan de

gebruikers zelf met elkaar

gemeenschappelijk verband ook zichzelf te waarvoor drie kerndoelen, weliswaar sum-


zijn. Het aanwakkeren van culturele interesse mier, zijn beschreven. In het middelbaar en
en activiteiten is dan ook niet gebaseerd op hoger onderwijs bestaat een groot aantal
de traditionele verheffingsgedachte, maar opleidingen gericht op makers en uitvoer-
op een maatschappelijke noodzaak. In een ders van kunst en cultuur. De laatste tien
steeds ingewikkeldere samenleving groeit de jaar heeft het programma Cultuur en School
34

behoefte aan betekenisgeving en verdieping. tot forse investeringen geleid. In het advies
En ook de behoefte aan schoonheid, fun en Onderwijs in Cultuur uit 2006 is het belang

27
agenderend
1
van culturele vorming in het onderwijs onder- De Raad heeft eerder de aanbeveling gedaan
streept, en aangegeven hoe de kwaliteit en het een samenhangende reeks van kunstzinnige
effect ervan kunnen worden vergroot. Het activiteiten op te zetten, die aansluiten bij
verbeteren van lesprogramma’s voor kunst, de ontwikkelingsfasen van de leerlingen. Zo
erfgoed en media is een zaak van lange adem. ontstaat in het onderwijs een doorlopende
Het is daarom des te urgenter de aanbevelin- leerlijn met de mogelijkheid om in elke fase de
gen van het advies nader uit te werken en ter culturele omgeving op een daarbij passende
hand te nemen, bijvoorbeeld op het punt van manier te benutten. 35
samenwerking tussen onderwijs- en cultuur-
instellingen. Overigens: via hun activiteiten Buiten school
leveren culturele instellingen een substantiële Zoals opgemerkt is cultuureducatie niet
bijdrage aan de cultuureducatie. voorbehouden aan scholen. Buiten school-
Onderwijs in de Nederlandse taal is een van- tijd volgen veel kinderen individuele lessen
zelfsprekend podium voor cultuureducatie, of groepslessen bij centra voor de kunsten,
waarop helaas lang niet altijd voorbeeldig muziek- of dansscholen, jeugdtheaterscholen,
wordt gepresteerd. In zijn advies over lees- creativiteitscentra, bij particuliere aanbieders
bevordering uit 2005 bepleitte de Raad in de of via amateurverenigingen, zoals fanfares,
verdere beleidsontwikkeling aandacht voor dansgroepen en koren. Ook volwassenen
versterking van het literatuuronderwijs, met werken op velerlei manieren aan versterking
accenten op kennisverwerving en het leggen en verbreding van hun culturele uitrusting
van een fundament voor belezenheid. Er zou – individueel of in groepsverband. Vaak om op
meer nadruk moeten komen op zogeheten die manier hun kwaliteiten als amateurkunste-
culturele kernkennis en culturele en literaire naar op te voeren. Daarnaast volgen veel vol-
leeservaring van scholieren. De Raad pleitte wassenen cursussen, gaan ze naar filmhuizen
in dat verband voor een culturele canon, of bezoeken ze lezingen, om kennis en begrip
vooral als aanzet tot discussie. Die is er geko- van kunst en cultureel erfgoed te vergroten. 36
men. Goeddeels in de gewenste opzet, maar Er is echter steeds minder geld beschikbaar
met enigszins tegenvallende aandacht voor voor cultuureducatie en amateurkunst buiten
de ‘muzische dimensie’ – al heeft de literatuur schoolverband en voor cultuureducatie voor
niet te klagen. De andere aanbevelingen uit andere doelgroepen dan kinderen en jongeren.
het leesbevorderingsadvies, waarin het belang De eenzijdige gerichtheid op cultuureducatie
Tweede Kamer heeft voorgesteld,
Een eventueel toekomstig actie-

cultuurparticipatie kan in deze


jeugd en de amateurkunst, of een

van het bijbrengen van literaire competenties voor kinderen en jongeren en cultuureducatie
situatie verandering brengen.
gedaan ter stimulering van de

breder gemotiveerd actieplan


plan amateurkunst, zoals de

in het onderwijs als springplank voor ver- in het onderwijs verdringt de buitenschoolse
waarin voorstellen worden

dere maatschappelijke en culturele ontplooi- culturele vorming en de amateurkunst uit


ing en participatie nog eens uit de doeken beeld. 37 Dat is te betreuren, omdat juist
werd gedaan, staan nog steeds grotendeels nauwe verbindingen tussen de cultuurlessen
onvervuld overeind. Dat is ook van toepas- op school en de buitenschoolse kunstzinnige
sing op het advies over mediawijsheid, waarin vorming en de amateurkunst voor kinderen
de Raad heeft betoogd dat kinderen in een die op school enthousiast zijn geworden voor
37

gemedialiseerde wereld ook mediageletterd een kunstdiscipline of culturele activiteit, de


moeten zijn, en heeft gewezen op de rol van weg openen naar een centrum voor de kun-

scholen daarbij. Die rol kunnen zij vaak goed sten, een jeugdtheaterschool of een vereniging
culturele vorming bijvoorbeeld

per?’, Culturele instellingen-


sorten zich op cursussen, in de
Volkskrant, 30 november 2006.
Zie voor de grote belangstel-

in onderlinge samenwerking vervullen, en van amateurs. De brede school biedt daar-


het artikel ‘Kan het nog die-

daarbij kan ook samenwerking met mediaor- toe mogelijkheden. Ook andere vormen van
ling voor deze vorm van

ganisaties buiten de sfeer van het onderwijs samenwerking tussen onderwijs en cultuur
vruchtbaar zijn. zijn denkbaar. Investeringen zijn dringend
noodzakelijk, zodat educatieve instellingen de
Ondanks de goede wil van velen is het met kans krijgen zich organisatorisch en inhoude-
de muzische vakken in het onderwijs treurig lijk te vernieuwen.
36

gesteld. De aandacht voor de traditionele


kunstvakken muziek en zang, dans, drama Techniek van cultuuroverdracht

en tekenen is beperkt; Film- educatie is nog Onder meer in het raadsadvies over e-cultuur
Onderwijs in cultuur, Den Haag,

zeldzamer. Cultureel erfgoed staat pas sinds van juli 2005 is erop gewezen dat de nieuwe
Cultuur en de Onderwijsraad,
Zie voor de knelpunten en de

kort in de belangstelling. Van kunstvakdo- media en de manier waarop ze worden


aanbevelingen Raad voor

2006, p. 24-34 en 35-50.

centen wordt nauwelijks gebruikgemaakt. gebruikt de vertrouwde technieken van


Bovendien bestaat het lesprogramma vaak uit cultuuroverdracht voor een aanzienlijk deel
niet meer dan een reeks incidentele activi- hebben achterhaald. Zo komen tekst, geluid
teiten. Op die manier krijgen leerlingen niet en beeld steeds vaker voor in allerlei verschil-
of nauwelijks de kans hun creatieve talent te lende combinaties, en wordt steeds vaker
35

ontplooien en hun kennis op het gebied van gebruikgemaakt van verschillende media
kunst en cultureel erfgoed te ontwikkelen. tegelijk. De ontwikkeling van digitalisering

28
agenderend
1
en nieuwe media loopt parallel met de groei en blijven er altijd autodidacten die het vak
van wat we inmiddels de e-generatie zijn gaan elders leren. Zo is de beste voedingsbron voor
noemen, de homo zappiens. De nieuwe gene- schrijverstalent nog altijd goed onderwijs. De
ratie is veel beter ingespeeld op het gebruik Raad zal zich de komende periode buigen over
van discontinue informatie. Jonge mensen de vraag of het wenselijk is dat ook hier, naar
kiezen vaak eerder voor actieve participatie Angelsaksisch voorbeeld, een professionele
dan voor passieve consumptie. De traditio- schrijversschool en/of een opleidingsfaciliteit
nele media voor de productie en distributie aan de universiteit komt. Een gespecialiseerde
van cultuur zullen nieuwe innovatieve wegen universitaire vertalersopleiding bestaat ove-
moeten vinden die daarop aansluiten. Anders rigens niet meer. Dat is niet alleen schadelijk
worden ze overgeslagen door de culturele bur- voor de banden met andere literaturen. Ook
gers van morgen. Er worden prachtige projec- onze kijk op commerciële, economische en
ten ontwikkeld. Het bereik is echter beperkt. wetenschappelijke ontwikkelingen in landen
Er zijn vaak wel middelen beschikbaar voor waar geen Engels wordt gesproken, wordt
de ontwikkeling van kennis, maar niet voor minder. Ondertussen bereidt de Raad een
kennisoverdracht en voor onderzoek naar advies voor over talentontwikkeling voor
overdrachttechnieken en het ontwerpen van scenaristen en andere specialisten in het film-
nieuwe variaties op het bekende thema van vak. Nu al is duidelijk dat versterking van het
de ‘doorgaande leerlijn’. Digitalisering biedt onderwijs, begeleiding op maat, een sterkere
een enorme toename van de mogelijkheden internationale oriëntatie, grotere flexibiliteit,
voor afname en participatie die gebruiksklaar meer ruimte voor experiment en kennis op het
moeten worden gemaakt door het ontwikke- terrein van digitalisering onmisbare ingredi-
len van nieuwe vormen van cultuuroverdracht. ënten zijn om het Nederlandse filmtalent te
Daarbij zal er bijvoorbeeld rekening mee versterken.
moeten worden gehouden dat kinderen steeds
minder geduld hebben. Ze willen elk jaar iets Het belang van de amateurkunst als vind-
anders leren en ze willen snel succes behalen. plaats en kweekvijver voor artistiek talent is
Om daarop in te kunnen spelen moeten edu- meermalen aangetoond. Ieder kind verdient
catieve instellingen een vernieuwingsslag de kans zijn of haar creatieve talent bij zichzelf
maken, daarbij gestimuleerd en ondersteund te ontdekken en te ontwikkelen. Daar zijn
door de betrokken sectorinstituten. zowel individuele belangen mee gemoeid

agenda cultuurbeleid
Centra voor de kunsten zouden meer oog als maatschappelijke. Om die belangen te
moeten hebben voor de professionele kunsten behartigen zijn laagdrempelige voorzienin-
en de ontwikkelingen daarin. Zij zouden bij- gen nodig, met een aantrekkelijk aanbod aan
voorbeeld vaker kunstenaars kunnen aantrek- activiteiten en cursussen, die kinderen en
ken als docent om cursisten te inspireren. Er is jongeren de gelegenheid bieden om niet al te
vooral behoefte aan nieuwe creatieve vormen ver van huis en op een geschikte manier deel te
van educatie, die als voorbeeld kunnen dienen. nemen aan culturele activiteiten. Idealiter is
De centrale boodschap is het equiperen van er samenhang tussen schoolprogramma’s, het
mensen die als culturele burgers zelf weten cultuureducatieve aanbod buiten de scholen
waar ze moeten zoeken en hoe ze moeten kie- en het programma van amateurkunstinstel-
zen. Dan lukt het vinden vanzelf. lingen. Het blijkt dat getalenteerde jongeren
met ambitie lang niet altijd kiezen voor het
kunstvakonderwijs. Vaak vinden zij via andere
9 Talent­- kanalen de weg naar de beroepspraktijk, of
ontwikkelen ze hun talent anders dan binnen
het formele onderwijs. In talentontwikkeling
ontwikkeling gespecialiseerde instellingen bieden jonge-
ren de kans om via peer education en peer
Cultureel burgerschap floreert bij vakman- coaching ervaring op te doen. Op die manier
schap en meesterschap. De krachtigste bron kunnen zij hun vakkundigheid vergroten en
voor de kwaliteit van de kunst- en cultuurbe- zich verder ontplooien tot uitvoerend kunste-
oefening in Nederland en voor de toekomst naar of cultuurmaker. Voor een deel van de
van de verschillende disciplines is talent, jonge talenten vormt dit de opstap naar het
inclusief de manier waarop dat wordt gekoes- kunstvakonderwijs.
terd en geslepen tot goede kunstenaars en Vier factoren ondermijnen het kunstvakon-
interessante cultuurdragers, die ook buiten de derwijs in de beeldende kunst. Ook al is de
grenzen worden gewaardeerd. Het kunstvak- bekostigingssystematiek enkele jaren geleden
onderwijs vormt voor de meeste disciplines verbeterd, er is naar de mening van de Raad
de basis waar kwaliteit wordt onderkend, nog steeds een te sterke koppeling aan het aan-
ontwikkeld en gestimuleerd. Natuurlijk zijn tal opleidingsplaatsen. Dit komt de kwaliteit

29
agenderend
1
en effectiviteit niet ten goede komt. Dat
geldt ook voor de omstandigheid dat master-
10 Innovatie
opleidingen en werkplaatsen voor de beel-
dende kunst en vormgeving concurrerend ten Samenhang en coördinatie
opzichte van elkaar werken in plaats van dat De gesignaleerde omwenteling die digitalise-
ze op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen. ring en medialisering over een breed maat-
Een derde punt is dat er door de toestroom schappelijk front teweeg hebben gebracht,
van studenten vanuit mbo, havo en vwo grote vraagt om een minister van Cultuur, Media
niveauverschillen ontstaan, die onder meer tot en Communicatie, die ook verantwoordelijk
uiting komen bij het theorieonderwijs. Een is voor innovatie en die bovendien een coör-
laatste punt van zorg is dat theorievakken tot dinerende taak krijgt toebedeeld ten aanzien
dusverre vrijwel uitsluitend worden bepaald van het gehele kabinetsbeleid op dit thema.
door een westers kunst- en cultuurbegrip. Het is een voorwaarde om de zo noodzakelijke
Binnen de nieuwe internationale en cultuurdi- samenhang in het overheidsbeleid te realiseren.
verse context, en gelet op het toenemende aan- Verkokering is nog steeds een spelbreker voor
tal studenten met een niet-westerse culturele de noodzakelijke structurele verbindingen tus-
achtergrond, is die benadering te eenzijdig. sen verschillende relevante beleidsterreinen.
De Raad vraagt – nogmaals – aandacht voor Er is een structuur nodig die is opgebouwd
de gesignaleerde problemen. uit zowel vaste als flexibele onderdelen. De
vaste elementen zijn noodzakelijk met het
Helaas ontbreekt vaak de continuïteit in het oog op samenhang, stabiliteit en continuïteit.
onderwijs die nodig is voor een goede talent- Flexibele elementen, zoals de programmati-
ontwikkeling. Het lijkt erop dat in sommige sche inzet van middelen gericht op thema’s in
disciplines Nederlands jong talent al in de plaats van op sectoren en instellingen, zorgen
eerste fase een achterstand op de buiten- voor dynamiek en innovatie. Met zicht op het
landse concurrentie oploopt die later in het naderende einde van verschillende vertrouwde
kunstvakonderwijs niet meer in te halen is. paradigma’s lijkt innovatie het cruciale onder-
In het advies Onderwijs in cultuur hebben deel van de beoogde nieuwe portefeuille.
de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur
aandacht gevraagd voor de financiering van Experiment en vernieuwing
de vooropleidingen muziek en dans. De minis- In veel culturele sectoren is behoefte aan
ter van OCW heeft laten weten dat begin meer geld en aandacht voor innovatie, expe-
2007 de resultaten bekend worden van een riment en vernieuwing. Voor vernieuwing
vergelijkend en verkennend onderzoek naar en experiment dienen voldoende middelen
de toekomst van deze vooropleidingen. Het beschikbaar te zijn bij fondsen en instellingen.
uiteindelijke doel is een nieuwe heldere verde- Vernieuwing heeft daarbij een bredere beteke-
ling van verantwoordelijkheden en duidelijke nis dan artistieke vernieuwing: ook vermaat-
afdwingbare afspraken over de organisatie schappelijking valt eronder. Daar is, behalve
van de vooropleidingen dans en muziek. Ook geld, ook een mentaliteitsverandering voor
de toekomst van de zogeheten cultuurprofiel- nodig. De behoefte aan mogelijkheden voor
scholen die zich in het bijzonder op talent- grensoverschrijdende projecten is alleen maar
ontwikkeling richten, zal mede in het licht groter geworden. Vooral projecten op het
van dat onderzoek gestalte krijgen. Minstens terrein van nieuwe media en e-cultuur vinden
zo belangrijk als de eerste ontwikkeling van moeilijk aansluiting bij de cultuurfondsen.
jong talent zijn ontplooiing en doorstroming Weliswaar is inmiddels de opdracht verleend
van het al enigszins gevormde talent. Zeker voor de ontwikkeling van een expertisecen-
in de wereld van kunst, erfgoed en media is trum voor e-cultuur 38 , maar extra middelen
het niet de bedoeling een leven lang veelbe- voor vernieuwende projecten zijn er niet geko-
lovend te blijven. In het toneel, de dans en de men. De Interregeling die ooit bestond, is niet
muziek bestaan speciale voorzieningen voor gecontinueerd, alhoewel een heropening van
de verdere ontwikkeling van talent met ruimte de regeling – op kleinschalig niveau- nu wel
voor experimenten en bijzondere projecten wordt overwogen. De Raad bepleit echter
die verder gaan dan het reguliere kunstvak- een apart budget voor projecten op het terrein
Aan het Virtueel Platform te

onderwijs. Naast de verdere ontwikkeling van nieuwe media en e-cultuur. Aan de hand
van individuele talenten is ook de artistieke van flexibele criteria kunnen hieruit projec-
ontwikkeling van de verschillende theater- ten worden ondersteund die vooronderzoek,
disciplines een doel. De faciliteiten daarvoor verkenning en productie behelzen en afkom-
worden beschikbaar gesteld via werkplaatsen stig zijn van een groep aanvragers die buiten
Rotterdam.

en productiehuizen, die een bijzondere plaats de boot valt bij de sectorale fondsen en grote
38

verdienen in de basisinfrastructuur voor het innovatieprogramma’s. Vanuit het streven


theater. naar een heldere infrastructuur en omwille

30
agenderend
1
van de vindbaarheid verdient het aanbeveling media blijven buiten beeld. Het ministerie van

grote investeringen die nodig


Zie voor een indicatie van de

zijn de Kennisinvesterings-
dit budget niet onder te brengen bij een van de Economische Zaken heeft weliswaar enkele
bestaande sectorale fondsen. Koppeling aan bescheiden innovatieprogramma’s opgezet,

agenda 2006-2016 van het


het Virtueel Platform, het hiervoor genoemde gericht op sectoren die in het kader van het
Innovatieplatform.
expertisecentrum en projectbureau op het Innovatieplatform als sleutelgebieden zijn
gebied van e-cultuur, ligt meer in de rede. benoemd. Uitgerekend het sleutelgebied van
De Raad acht dit een beter instrument dan de creatieve industrie is echter links blijven
de Interregeling nieuwe stijl, omdat zo meer liggen. Het Innovatieplatform constateerde
45

recht wordt gedaan aan de urgentie en de bovendien onlangs dat de overheid innovatie
eigenheid van dit gebied. nog steeds te fragmentarisch en te incidenteel

aanpakt. Een structurele meerjarenaanpak is


Zo schakelen de onderzoeksafde-

zaken, Beleid voor open innova-


Technologie (AWT), Opening van
industrie van consumentenmer-
ken wereldwijd consumenten in

Adviesraad voor Wetenschap en

Investeren in innovatie onontbeerlijk. Volgens het platform ontbreekt


lingen van de internationale

om nieuwe ideeën op te doen.

Innoveren, doorgaans van een andere orde het de overheid aan een integrale strategie
tie, Den Haag, juli 2006.

dan experimenteren en vernieuwen, vraagt voor kennis en innovatie.42 De Raad sluit


om gezamenlijke inspanningen waarbij kennis daarbij aan met de constatering dat kennis te
gedeeld kan worden en waarbij research en weinig wordt uitgewisseld tussen de partijen
development (R&D) samenkomen, gericht die daar baat bij hebben. Een trend die in de
op toepassingsmogelijkheden in de praktijk. Verenigde Staten al langer bestaat, en ook tot
43

44

Grote ondernemingen richten voor R&D Europa doordringt, is die van open vormen
vaak aparte bedrijven op die zich kunnen ont- van innovatie, waarbij ondernemers, onderzoe-

trekken aan de directe druk van de corebusi- kers, onderwijs en bedrijfsleven samenwerken
Kennisinvesteringsagenda 2006-

ness van de hoofdvestiging. Het midden- en om innovatieve oplossingen te vinden. Ook


2016, Nederland, hèt land van
talenten!, Den Haag, oktober

kleinbedrijf, waartoe het gros van de creatieve gebruikers kunnen een bijdrage leveren.43 De
industrie zichzelf moet rekenen, kent deze overheid zou hier beter op moeten inspelen in
mogelijkheid veelal niet. Bij innovatie in de zijn innovatiebeleid, schreef de Adviesraad
Innovatieplatform,

cultuur- en mediasector gaan de gedachten voor het Wetenschap- en Technologiebeleid


uit naar niet-technologische en technologi- vorig jaar nog aan het kabinet.44
sche productinnovatie, naar de ontginning
42

van nieuwe markten, naar de ontwikkeling Programma


2006.

van nieuwe businessmodellen, alsmede naar De Raad voor Cultuur constateert dat er meer

vormen van sociale en maatschappelijke inno- regie nodig is op het gebied van innovatie: er

agenda cultuurbeleid
informateur Wijffels, 19 decem-

vatie in relatie tot cultuur en media.39 Dat alles moet veel meer geld in worden gestoken 45 ,
ICT & Innovatiebeleid moet open
staan voor de creatieve nieuwe

nieuwemedia-instellingen aan
media sector, brief van zeven

vergt forse investeringen, zowel in tijd als in het instrumentarium moet zich richten op het
geld. De mogelijkheden van het bestaande delen van kennis en het aangaan van allian-
programma voor de creatieve industrie, waarin ties – dan komt de zojuist genoemde open
Economische Zaken en OCW samenwerken, innovatie van de grond. Bovendien is de Raad
is ten enenmale niet toereikend om echte inno- van mening dat ook aan vormen van niet-tech-
vatie te bewerkstelligen. Het project Digitale nologische innovatie een volwaardige plaats
ber 2006.

Pioniers 40 is effectief gebleken bij het opzetten in het innovatiebeleid toekomt. Daarom
41

van kleine innovatieve internetprojecten. Het adviseert hij het rijk een ambitieus innovatie-
is echter te kleinschalig voor een omvangrijk programma te starten. In de visie van de Raad

mers op gang te brengen. Daarbij

innovatieprogramma. De Raad sluit zich komen de middelen voor zo’n programma


innovatieve internetprojecten,

kunnen de ondernemers begelei-


waarbij de procedures kort en
eenvoudig zijn en de bedragen
klein, net genoeg om onderne-

aan bij de oproep van zeven nieuwemedia- van verschillende departementen, andere
Deze regeling is gericht op

ding krijgen van experts.

instellingen om de cultuursector over de overheden en uiteraard ook uit het bedrijfs-


volle breedte veel actiever te betrekken bij de leven. Het programma is niet bedoeld voor
innovatieagenda.41 Speciale aandacht gaat individuele instellingen. Alleen consortia van
daarbij uit naar op innovatie gerichte weten- samenwerkende partijen, waaronder onder-
schappelijke programma’s. De Raad verwijst wijsinstellingen, culturele en wetenschap-
daarom met instemming naar het pleidooi in pelijke instellingen, alsmede het bedrijfsleven
40

de brief van de nieuwemedia-instellingen aan en wellicht ook overheden, kunnen er geza-


de kabinetsinformateur voor een cultuur- en menlijk op inschrijven. De Raad zal zich, in

wetenschapprogramma. overleg met andere betrokken adviesraden en


Planbureau (SCP), Investeren in

Rapport 2006, Den Haag, 2006, p.


vatie ook: Sociaal en Cultureel

vermogen. Sociaal en Cultureel


Zie voor de definitie van inno-

instanties, buigen over de uitgangspunten van


Structurele meerjarenaanpak zo’n programma.
Het innovatiebeleid van de overheid is tot nu
toe te eenzijdig gericht op kennis en technolo-
gische innovatie. Creatieve toepassingen van
techniek, de ontginning van nieuwe markten,
11 Continuïteit
de ontwikkeling van nieuwe businessmodel-
186-188.
39

len, en het vormen van sociale en maatschap- In alles wat we vandaag doen, klinkt gisteren
pelijke innovatie in relatie tot cultuur en door. Traditie en verandering; verleden, heden

31
agenderend
1
en toekomst zijn niet van elkaar te scheiden. nieuwing noodzakelijk is, en tegelijk zinloos
In vrijwel alle onderdelen van de cultuur is zonder continuïteit. Alles bewaren kan niet en
sprake van een continu proces in de tijd.46 heeft evenmin zin. De twee moeten met elkaar
De monumentenzorg en het ontwerpen van in evenwicht zijn. Wil erfgoed geen water-
nieuwe gebouwen zijn door middel van lange hoofd worden, maar een bron van energie
doorlopende lijnen met elkaar verbonden. blijven, dan is selectie onvermijdelijk – daar
In wezen is er dan ook geen verschil tussen doet de mogelijkheid van digitaal bewaren
monumentenzorg en architectuurbeleid. niets aan af. Bij de vraag wat zinvol is om te
Landschappen, relicten, gebouwen zijn en bewaren, wegen de mogelijkheden tot geactu-
worden door de samenleving toegeëigend, aliseerd gebruik zwaar. De mogelijkheid om
gebruikt en gewaardeerd. Een hunebed uit de erfenissen uit het verleden op een vitale manier
nieuwe steentijd hoort daarom evengoed tot te gebruiken bij de vergroting van de culturele
het architectuurbeleid als een nieuwe water- dimensie in de ruimtelijke ordening stond aan
kering. Er is waarschijnlijk geen beter symbool de basis van het Belvedereprogramma. Sinds
voor de continuïteit van Nederland als juist 1999, toen deze beleidsstrategie werd uitge-
dat water. Het is geen toeval dat van de vijftig zet, is er bij beleidsmakers, opdrachtgevers en
vensters van de Canon van Nederland er drie, ontwerpers een opgaande lijn te constateren
de Beemster, de grachtengordel en de waters- in de aandacht voor het behoud en het gebruik
nood, zijn gerelateerd aan het water – de van cultureel erfgoed in nieuwe projecten.
zeehelden, de koopvaart en de Vecht niet eens
meegerekend. Ook het beeld van culturele Rentmeesterschap
vrijhaven, waarmee Nederland zich enige tijd In talloze over het land verspreide grote en
met succes heeft gepresenteerd op het inter- kleine verzamelingen, musea, bibliotheken,
nationale culturele podium, refereert aan een archieven en oudheidskamers liggen de voor-
plek aan het water. Het imago van vrijplaats werpen, af beeldingen, teksten, documenten,
kon worden onderbouwd dankzij coryfeeën als boeken, alsmede geluids- en beeldfragmenten
Erasmus, Spinoza en Hugo de Groot, die ook vastgelegd op allerhande informatiedragers,
in de canon hun plaats hebben gekregen. uitgestald en opgeslagen die met elkaar de
steun vormen van ons nationale geheugen.
Dat alles maakt het onderscheid tussen wat In het besef dat hét verleden en dé nationale
tot levende kunsten worden gerekend en het identiteit niet bestaan, vormt deze enorme
erfgoed vaak wat kunstmatig. Het lijkt soms verzameling een onmisbare bron om de
eerder ingegeven door ambtelijke overwe- geschiedenis levend te houden en van de les-
gingen dan door inhoudelijke argumenten. sen uit het verleden gebruik te maken bij de
Op die manier loopt er een weinig vruchtbare verdere uitbouw van een duurzame, mooie,
artificiële breuklijn door het beleid die geen veilige en spannende leefomgeving. En daar-
recht doet aan het besef van culturele continu- bij voort te bouwen op de fundamenten die
ïteit in onze samenleving. Er zijn geen schot- onze voorgangers daarvoor al hebben gelegd.
ten die eerder in aanmerking komen om onder Goed rentmeesterschap over deze enorme
invloed van, en tegelijk met gebruikmaking collectie in handen van particulieren, instel-
van, de nieuwste technologieën te verdwij- lingen en overheden, is niet alleen een kwestie
nen, dan het schot tussen verleden, heden van goed bewaren, maar vooral van goed
en toekomst van de cultuur. Hoe juist onder gebruiken.
invloed van die technologie oude concepten
nog springlevend zijn, zien we in het digitale Nationaal-historisch museum
domein. In wezen betekent de zogeheten De politieke wens om een nationaal-historisch
read-and-write-cultuur, waarin de rollen van museum op te richten past bij de hernieuwde
maker en gebruiker naar elkaar toe groeien, maatschappelijke aandacht voor geschiede-
een terugkeer naar een situatie die bestond nis en het belang van historisch besef. Musea
in de periode voorafgaand aan de introductie verhelderen immers vanuit historisch en plaat-
van allerlei processen van arbeidsverdeling en selijk perspectief de ontstaansgeschiedenis en
professionalisering. In de sharing economy, de continuïteit van een samenleving. Een
Raad voor Cultuur voor de perio-
Meerjarig Werkprogramma van de

begrippen voor de adviesprak-

waarin het samen delen tussen partijen voor- nationaal-historisch museum biedt de kans
teit en vernieuwing expliciet
de 2006-2009 worden continuï-
In de uitgangspunten van het

vermeld als samenhangende

opstaat en niet het winnen van de strijd door cultureel burgerschap van een historische
een enkeling die de ander te slim af is, zijn de dimensie te voorzien en de inhoud en de
karakteristieken zichtbaar van een economi- samenhang van het Nederlandse museum-
tijk van de Raad.

sche orde uit lang vervlogen tijden. aanbod te verbeteren. Of daardoor ook het
historisch besef zal groeien, is uiteraard in
Historisch bewustzijn hoge mate afhankelijk van het samenspel tus-
46

Historisch bewustzijn is het zesde zintuig van sen erfgoedinstellingen, onderwijs en media.
de culturele burger die zich realiseert dat ver- De bestaande historische musea vertellen

32
agenderend
1
samen in rijke schakeringen het verhaal van de cultuurbeleid blijkt afstemming met andere
Nederlandse geschiedenis. Die veelvormig- sectoren cruciaal. Zo worden in paragraaf tien
heid van thema’s en invalshoeken moet worden verschillende departementen opgeroepen om
gekoesterd. Het nieuwe museum is naar een gezamenlijk innovatieprogramma te star-
de mening van de Raad een primair op het ten, waarin ruimte is voor culturele innovatie.
onderwijs gericht entreegebouw voor geschie- Cultuur is immers van betekenis voor de hele
denis, waarin de politieke en de maatschap- samenleving: het onderwijs, de ruimtelijke
pelijke actualiteit in historisch perspectief ordening, de zorg, enzovoort. Daarom ook
worden geplaatst. Het nationaal-historisch heeft de Raad in zijn brief aan de informateur
museum dient zich ook op internet te presen- gepleit voor een coördinerend minister van
teren. Waar de verschillende collecties zich Cultuur, Media en Communicatie, die zorg
bevinden en waar de kennis aanwezig is om kan dragen voor de inbedding van cultuurbe-
deze voor het publiek te ontsluiten, wordt leid in andere sectoren en die cultuur een pro-
van steeds minder belang. Zo profiteren alle minentere plaats in de Trêveszaal kan geven.
regio’s van de nieuwe beleidsmatige aandacht Overigens zijn de bestuurders in gemeenten
voor geschiedenis en is het nationaal-histo- en provincies al veel langer gewend aan inte-
risch museum ook voor het onderwijs nooit graal beleid. De meeste werken inmiddels met
ver weg. Kortom, het museumbestel moet programmabegrotingen, wat de samenwer-
worden aangevuld met een nationaal-histo- king tussen verschillende sectoren ten goede
risch museum in de vorm van een – ook vir- komt. Regionaal en gemeentelijk worden in
tueel – ‘entreegebouw’ en een projectbureau de cultuursector veel onderwerpen interdis-
voor bestaande erfgoedinstellingen. ciplinair aangepakt. Zowel bestuurders als
vertegenwoordigers uit de cultuursector in de
regio noemen ontschotting als sleutelbegrip
12 Instrumenten voor nieuwe culturele praktijken: het opheffen
van onvruchtbare barrières tussen discipli-
nes, tussen culturele instellingen en tussen
Generiek wat kan, specifiek wat moet. Dat culturele en andere instellingen. Zij geven te
uitgangspunt vloeit voort uit het motto van kennen dat het rijk daar beter op zou moeten
Verschil maken voor de inrichting van het inspelen.
beleidsinstrumentarium van de overheid:

agenda cultuurbeleid
‘A fstand waar mogelijk, betrokkenheid waar Bestelverantwoordelijkheid
nodig’. Het is een plausibele reactie van een Een beweging die met eerder geschetste ont-
overheid die wil terugtreden, maar inziet wikkelingen samenhangt, is de verschuiving
dat een te grote afstand het zicht op de juiste in het beleid van de rijksoverheid van instel-
beleidsmaatregelen geheel kan doen ver- lingenbeleid naar bestelverantwoordelijk-
dwijnen. In zijn meerjarig werkprogramma heid. Voor het cultuurbeleid betekent dit een
2006-2009 heeft de Raad aangekondigd een ander zwaartepunt. De aandacht voor de door
aantal thema’s rondom dit onderwerp nader te het rijk gesubsidieerde culturele instellingen
onderzoeken en uit te werken. Daarbij komen wordt minder en maakt plaats voor stelsels
zaken aan de orde zoals de dwarsverbanden van samenhangende gesubsidieerde instel-
tussen het cultuurbeleid en andere onderdelen lingen binnen een sector, zoals het orkesten-
van het regeringsbeleid, internationale verge- bestel, en het cultuurbestel47 als geheel. De
lijkingen, doeluitkeringen en andere financiële minister wenst steeds minder verantwoorde-
instrumenten. lijkheid te nemen voor het functioneren van
individuele instellingen. Er komt strenger
Integraal beleid toezicht op het bestuur van instellingen, en
‘Decentraal wat kan, centraal wat moet’ is verschillende instellingen worden van het
een bestuurlijk motto dat eerder in dit advies ministerie overgeheveld naar de fondsen,
werd toegelicht. Een andere bestuurlijke ont- waardoor ze niet langer onder de directe
wikkeling is die in de richting van integraal ministeriële verantwoordelijkheid vallen.
beleid. De vraagstukken waar de overheid De in het volgende adviesdeel geschetste
Uitgangspuntenbrief ondersteu-
cretaris Van der Laan, Den Haag,
mee samenhangt. Deze definitie
Onder bestel wordt verstaan de

bedrijvigheid die daar direct


artistieke en niet-artistieke

mee wordt geconfronteerd, zijn vaak ingewik- basisinfrastructuur vormt de uitwerking


ningsstructuur van staatsse-
gehele cultuursector en alle

keld en hebben vaak verschillende dimensies. daarvan. Het rijksbeleid concentreert zich nu
Daarom zijn ze vanuit een verkokerd over- nog voornamelijk op de stelsels van samen-
is overgenomen uit de

heidsapparaat vaak moeilijk aan te pakken. hangende gesubsidieerde instellingen binnen


Als remedie vindt er veel afstemming plaats een sector, maar zal zich waarschijnlijk steeds
tussen sectoren, en wordt er steeds meer meer gaan richten op een bredere bestelver-
samengewerkt in integrale beleidsprogram- antwoordelijkheid, waarbij ook de niet-gesub-
47

ma’s, zoals het interdepartementale project sidieerde culturele bedrijvigheid in beeld


2004.

Jong of het grotestedenbeleid. Ook in het komt.


33
agenderend
1
Uitvoering Wanneer de culturele, maatschappelijke en
De ontwikkelingen hebben ook gevolgen bestuurlijke ontwikkelingen en de daaruit
voor het beleidsinstrumentarium. Voorheen volgende aanbevelingen uit deze cultuur-
werd het cultuurbeleid voor een belangrijk agenda en de verschillende sectoragenda’s in
deel uitgevoerd door middel van het toeken- ogenschouw worden genomen, moet worden
nen van subsidie aan een instelling. De door geconcludeerd dat het huidige instrumen-
het rijk gesubsidieerde instellingen moes- tarium van de rijksoverheid onvoldoende
ten als het ware uitvoering geven aan de mogelijkheden biedt om daar invulling aan te
beleidsprioriteiten van de minister. Het is de geven. Zo vragen veel aanbevelingen, bijvoor-
bedoeling dit type beleid steeds meer te gaan beeld die voor een innovatieprogramma en
uitvoeren aan de hand van programmabud- die voor het borgen van een digitaal publiek
getten. Instellingen hebben daarbij de keuze domein, om verregaande samenwerking en
wel of niet mee te doen. Dit is vergelijkbaar ontschotting tussen verschillende onderde-
met de huidige situatie bij andere overheden. len van de rijksoverheid. Cultuur is een factor
Wanneer langs deze weg ook het niet-gesub- van betekenis op veel terreinen, maar dit
sidieerde deel van het culturele bestel meer in krijgt door de verkokering van de rijksover-
beeld komt, zullen andere instrumenten nodig heid onvoldoende invulling. Ook binnen de
zijn voor de ontwikkeling en de uitvoering van cultuur- en mediasectoren is behoefte aan
het beleid. De Raad heeft oog voor de ratio ontschotting – vooral als gevolg van het pro-
achter deze ontwikkeling. Toch is een waar- ces van digitalisering. Er dienen zich steeds
schuwing op zijn plaats voor een te ver terug- meer interdisciplinaire vormen van cultuur
tredende overheid. Cultuurbeleid was niet aan. Voor de nieuwe generatie makers is
voor niets lange tijd instellingenbeleid. Juist het vanzelfsprekend om interdisciplinair te
in de cultuursector is in de loop van de tijd een werken. De cultuurfondsen zijn daar echter
goede betrokkenheid-op-afstand ontstaan nog steeds niet op ingericht. Een belangrijke
– niet in de laatste plaats door een rijksover- voorwaarde bij de inrichting van het nieuwe
heid die zich verantwoordelijk voelde voor Fonds voor Muziek, Theater en Dans is dan
vaak kwetsbare kunst- en cultuurinstellin- ook dat dit fonds in staat is invulling te geven
gen en tegelijkertijd besefte dat inhoudelijke aan die interdisciplinariteit, net zoals de ove-
bemoeienis uit den boze was. Die betrokken- rige fondsen dat, uiteraard, zouden moeten
heid mag door een bestelgeoriënteerd beleid kunnen. Bestuurlijke samenwerking heeft
niet verloren gaan. in de afgelopen jaren meer vorm gekregen
door convenanten en programma’s. Beide
Die betrokkenheid blijft behouden door een instrumenten staan echter onder druk. Met
intelligente vorm van decentraliseren en de herziening van de Cultuurnotasystematiek
deconcentreren. Instellingen die zowel door mag het kind niet met het badwater worden
het rijk als door een gemeente of provincie weggegooid. De gezamenlijke afspraken
worden gefinancierd, hebben te maken met tussen rijk, gemeenten en provincies kunnen
verschillende subsidiesystemen. Het overden- een meer eigentijdse invulling krijgen en een
ken waard is bijvoorbeeld een model waarbij programma als het Actieplan Cultuurbereik
de afrekening van het aandeel dat het rijk verdient voortzetting. Overigens zijn er nog
in de totale subsidie aan een instelling voor vele intelligente vormen van decentraliseren
zijn rekening neemt, via stad of provincie en deconcentreren mogelijk, zoals zojuist
verloopt. De desbetreffende instelling hoeft geschetst.
slechts eenmalig en eenduidig af te rekenen en
verantwoording af te leggen. Stad of provin- Ten slotte: cultuur en media bevinden zich
cie rekent af met het rijk. Een voorwaarde is voor een belangrijk deel ook in het private
uiteraard dat het rijk en de andere overheden domein. Marktpartijen nemen in sommige
hun beleidsprogramma’s nauwgezet op elkaar sectoren, zoals film en letteren, belangrijke
afstemmen. Zo moet het ook mogelijk zijn functies voor hun rekening. Het bedrijfsleven
om de zogenoemde Geldstroom Beeldende is een logische partner bij innovaties, maar
Kunst en Vormgeving in samenspraak met de ook hoe langer hoe meer bij andere opgaven
desbetreffende andere overheden te verdelen waar culturele instellingen voor worden
over lokale of provinciale particuliere instel- gesteld. Makers willen steeds vaker op hun
lingen, die op hun beurt zorgen voor verdere ondernemerschap worden aangesproken. Dit
distributie van de middelen en daarover alles vraagt om uitbreidingen van het instru-
verantwoording afleggen aan de stedelijke of mentarium, dat nog te eenzijdig gericht is op
provinciale overheid. subsidies.

34
inleiding
1
culturele
basisinfrastructuur
Inleiding
De adviesaanvraag van de minister was tweeledig: enerzijds een antwoord
te geven op de vraag welke onderwerpen hoog op de culturele beleidsagen-
da voor de komende jaren moeten worden gezet. En ten tweede hoe de sub-
sidiesystematiek kon worden verbeterd en gestroomlijnd. De Raad heeft
beide vragen met elkaar in verband gebracht en gezocht naar een structuur
die de grootste kansen zou bieden op het implementeren van het gewenste
beleid. Het vertrekpunt in de redenering was dat het politiek bestuur zich op
enige afstand zou kunnen plaatsen van een aantal uitvoeringsvragen. Of zo-
als de adviesaanvraag het stelt: op afstand waar directe ministeriële verant-
woordelijkheid niet opportuun is. De Raad heeft dat vertaald in de behoefte
aan ruimte die de politiek heeft om zich te concentreren op de grote opgaven
waar cultuur en samenleving voor staan. Dat betekent dat het aantal instel-

culturele basisinfrastructuur
lingen waarvoor de bewindspersoon rechtstreeks verantwoordelijkheid
draagt relatief gering zou moeten zijn én dat de desbetreffende instellingen
aangesproken moeten kunnen worden om, binnen hun eigen verantwoorde-
lijkheid, bij te dragen aan die beleidsimplementatie.

De minister heeft de Raad verzocht om een antwoord op de vraag welke


functies tot de culturele basisinfrastructuur moeten worden gerekend. Dit is
van belang omdat de instellingen die tot de basisinfrastructuur worden gere-
kend, direct subsidie van het ministerie van OCW zullen krijgen. De Raad
is verzocht daarbij rekening te houden met een evenwichtige spreiding over
het land en de betekenis van deze functies voor de lokale, regionale en lande-
lijke infrastructuur.
Binnen de relatief korte tijd die hem gegeven was, heeft de Raad functies
uitgewerkt die naar zijn oordeel duidelijkheid bieden over welke aanvra-
gen in aanmerking zouden moeten komen voor meerjarige subsidies direct
van het ministerie van OCW. Hij beseft dat er talrijke ontwikkelingen zijn
aan te wijzen die tot verdere nuancering op deze functies kunnen leiden.
Zo’n exercitie vergt echter veel meer tijd voor studie en oriëntatie dan nu be-
schikbaar was. Bovendien moet de typering van functies ook tot een han-
teerbare aanvraagprocedure leiden. Dat principe hoeft niet per se gediend
te zijn met een al te gedetailleerde differentiëring. In dat verband merkt de
Raad ook nog op dat hij is uitgegaan van het vervullen van hoofdfuncties
door instellingen.

35
randvoorwaarden
1
In het tweede onderdeel, Agenda en basisinfrastructuur per sector, wor-
den sectoraal uitgewerkte antwoorden gegeven op de vraag over de ba-
sisinfrastructuur. Een beknopte weergave van de belangrijkste punten
daarvan volgt hieronder. Daar gaat aan vooraf de beschrijving van een aan-
tal algemene randvoorwaarden ten aanzien van de volgende onderwerpen:
de rijksverantwoordelijkheid voor het gehele cultuurbeleid, de samenwer-
king tussen overheden, integrale advisering, visitaties en fondsen. Het ver-
vullen van deze randvoorwaarden moet mede bijdragen aan een helder en
zorgvuldig veranderingsproces waarmee tevens de begrijpelijke onrust in
de sector zo veel mogelijk kan worden weggenomen.

Randvoorwaarden Podiumprogrammering en Marketing en


de provincie Flevoland plus de gemeente
Rijksverantwoordelijkheid voor Almere. Het gaat hier echter om incidentele,
het gehele cultuurbeleid tijdelijke afspraken, voor een specifieke sector
Allereerst dient helder te zijn dat de her- en gericht op een ontwikkelingsperspec-
schikking van verantwoordelijkheden voor tief. Vanuit een oogpunt van samenhangend
meerjarige subsidies niet meer, maar ook niet cultuurbeleid, dat meerdere sectoren omvat,
minder inhoudt dan de overstap op een ander pleit de Raad ervoor de huidige meer integrale
bestuurlijk verdelingsmodel binnen de rijks- convenanten tussen de minister en andere
overheid. Uitgangspunt moet zijn dat het rijk overheden voort te zetten en dit instrument
verantwoordelijk blijft voor het gehele subsi- niet te versnipperen over meerdere partijen
diestelsel als zodanig, te weten alle meerjarig aan de kant van het rijk. In deze zin interpre-
gesubsidieerde instellingen, fondsen, instel- teert de Raad ook de kaderovereenkomst
lingen met een rijkscollectie of een collectie tussen OCW en IPO/VNG waarin wordt
waarvoor de Staat verantwoordelijkheid heeft gesteld dat de minister een fonds opdracht
genomen en bijzondere subsidieprogramma’s kan [cursivering RvC] geven tot subsidiëring
ter uitvoering van beleidsprioriteiten. Het van instellingen waarover bestuurlijke over-
door velen gewenste maatwerk in meerjarige eenstemming is bereikt.
subsidies moet evenwel niet leiden tot beleids- Dat lost evenwel het probleem nog niet geheel
versnippering. Het rijk dient integraal verant- op. Immers, de minister heeft helder aan-
woordelijk te zijn voor dit stelsel. Dat principe gegeven dat instellingen die deel uitmaken
moet er mede toe bijdragen dat fondssubsidies van de basisinfrastructuur direct onder haar
niet lager worden gewaardeerd dan de sub- bestuurlijke verantwoordelijkheid vallen:
sidies die rechtstreeks van het ministerie van “Instellingen die een specifieke functie in
OCW afkomstig zijn. het landelijk bestel vervullen of [cursivering
RvC] een kernfunctie innemen in de regionale
en stedelijke basisinfrastructuur”, aldus de
Samenwerking tussen overheden adviesaanvraag van 29 september 2006. De
Elders in dit advies heeft de Raad het belang vraag die zich nu aandient is: wie bepaalt wan-
benadrukt van de voortzetting van de con- neer een instelling een kernfunctie vervult in
venanten op het terrein van cultuurbeleid als de decentrale infrastructuur?
waardevol instrument van samenwerking In dit advies heeft de Raad op basis van zijn
tussen de drie overheden. De zogenoemde inhoudelijke kennis en rekening houdend
verfondsing van talrijke meerjarig gesubsi- met spreiding de meest essentiële functies
dieerde instellingen dreigt de samenhang in benoemd met bijbehorende voorzieningen die
bestuurlijke verantwoordelijkheid van steden een directe financiering van het ministerie van
en regio’s voor de meerjarig gesubsidieerde OCW zouden moeten krijgen. Hij heeft zich
instellingen in hun gebied te compliceren: daarbij zo veel mogelijk rekenschap gegeven
die overheden zullen straks met zowel de van de essenties van de culturele basisinfra-
minister als met de verschillende fondsen structuur in stad en regio zonder in casuïs-
moeten onderhandelen. De Raad acht dat tiek te treden en onder de kanttekening dat
een moeilijke situatie. Hij is zich er overigens hij het tot zijn taak noch competentie rekent
van bewust dat er wel al enkele voorbeelden een advies uit te brengen over de specifieke
zijn van convenanten tussen overheden en stedelijke, regionale en provinciale profielen
een rijksfonds, zoals tussen het Fonds voor als zodanig. De Raad kan een oordeel geven
de Amateurkunst en Podiumkunsten en de over de kwalitatieve, inhoudelijke, artistieke
provincie Zeeland en tussen het Fonds voor betekenis van een instelling en over adequate

36
randvoorwaarden
1
spreiding over het land, maar een consistent visitaties zullen worden uitgevoerd, en wat de
en houdbaar oordeel uitspreken over de juist- status is van de bevindingen die ze opleveren,
heid van een lokale, regionale of provinciale blijft echter goeddeels in het duister.
profilering vereist een andere oriëntatie en Er is op zich veel te zeggen voor meer dif-
een andere inzet dan tot nu toe van de Raad ferentiatie in de wijze waarop de gesubsidi-
is gevraagd en waarvoor de mogelijkheden eerde instellingen verantwoording afleggen
aanwezig zijn. over hun functioneren, inzicht bieden in hun
De Raad stelt zich ten aanzien van de kern- bedrijfsvoering en hun toekomstplannen pre-
functies daarom op hoofdlijnen de volgende senteren. Daarbij kan het verslag van een visi-
werkwijze voor. Eerst maken de andere tatiecommissie zonder meer goede diensten
overheden op basis van regionale profielen bewijzen. Zo’n visitatierapport is echter in
hun inzichten en wensen ten aanzien van de eerste instantie gericht aan het bestuur van de
basisinfrastructuur in hun regio inzichtelijk instelling, dat op grond daarvan eventueel tot
en kenbaar. Aan de hand daarvan wordt in maatregelen kan overgaan. Vertrouwen in het
bestuurlijk overleg tussen de minister en de bestuur en garanties voor de onafhankelijk-
betrokken andere overheden bezien in hoe- heid van een visitatiecommissie zijn daarom
verre deze profielen corresponderen met de noodzakelijke voorwaarden voor succes van
inzichten van de minister over de invulling van dit nieuwe evaluatiemiddel. Hoe zorgvuldig,
het landelijk bestel, en daarnaast welke instel- integer en bekwaam ook uitgevoerd, het is een
lingen, ter aanvulling, als een kernfunctie in misverstand dat visitatie een alternatief zou
die regio moeten worden aangemerkt.1 kunnen bieden voor de periodieke inhoude-
lijke beoordelingen, zoals die in het kader
Integrale advisering van de Cultuurnota hebben plaatsgehad. De
Om de integrale verantwoordelijkheid voor resultaten van cultureel-artistieke prestaties
het cultuurbeleid te kunnen effectueren en dat moeten onverminderd deel blijven uitmaken
beleid verder te ontwikkelen, blijft integrale van de reguliere integrale beoordelingen van
advisering noodzakelijk. Die advisering stelt de Raad voor Cultuur (zie de randvoorwaarde
de Raad voor de noodzaak van periodieke over integrale advisering). Zowel ten behoeve
integrale beoordelingen van sectoren of clus- van de bestelverkenning als, waar opportuun,
ters van sectoren. De Raad heeft er al eerder ten aanzien van de individuele instellingen.
op heeft gewezen dat het niet mogelijk is de Uiteraard dient, zeker voor de instellingen, de

culturele basisinfrastructuur
integrale advisering te baseren op een volledi- bureaucratie niet toe te nemen. Belangrijk is
ge integrale afweging – zelfs binnen sectoren dat reële onderlinge vergelijkingen mogelijk
lukt dat niet voor de volle honderd procent. worden (benchmarking) en dat een oordeel
Wat wel niet alleen mogelijk maar ook nood- wordt gevormd op basis van de uitgevoerde of
zakelijk is, is een integrale oordeelsvorming. uit te voeren taken. Tot een grondige evaluatie
In de nu voorliggende voorstellen wordt die van de eerste editie van de nieuwe systematiek
oordeelsvorming alleen maar ingewikkelder. dient dan ook nu al te worden besloten.
Op grond daarvan is het immers mogelijk dat
binnen één en dezelfde sector een veelheid aan Fondsen
subsidievormen ontstaat: langjarige subsidie, Een integrale verantwoordelijkheid van
annex visitatie; vierjarige subsidiëring in het rijk voor cultuurbeleid betekent ook een
de Cultuurnota, zonder visitatie maar met heldere aansturing van de fondsen door de
beleidsplannen; vierjarige subsidie door een minister. Zeker nu er, vooral in de podium-
van de fondsen; en incidentele, projectmatige, kunsten, talrijke instellingen meerjarige
kortlopende subsidies, ook weer door een subsidie van een fonds zullen kunnen krijgen,
fonds. De mogelijkheid om tot een samenhan- wordt het belang van een zorgvuldig geregel-
gend oordeel te komen wordt zo wel heel erg de aansturing van het fonds door de minister
gecompliceerd. Afhankelijk van het defini- nog groter. De overheveling van de uitvoering
tieve stelsel zal de Raad om zijn rol als inte- van meerjarige subsidies naar een fonds als
graal adviseur te kunnen blijven vervullen vorm van functionele decentralisatie, ver-
zich nader moeten beraden hoe binnen het groot de behoefte – zeker vanuit het oogpunt
instellingen onderdeel kunnen
zijn van de convenanten tussen

nieuwe stelsel de verschillende aspecten het van samenhangend beleid met betrekking tot
De Raad gaat ervan uit dat ook

het rijk en andere overheden.

best kunnen worden gemonitord. Hij gaat er culturele instellingen – om de beleidskaders


langjarig gesubsidieerde

daarbij van uit dat hem voor die monitoring voor het subsidiebeleid stevig te formuleren.
nieuwe stijl ook de financiële middelen ter Een beperkte mate van beleidsvrijheid van een
beschikking blijven staan. fonds, bijvoorbeeld vast te leggen in een per-
centage van het fondsbudget, hoeft daarmee
Visitaties niet in strijd te zijn. In de podiumkunsten gaat
Visitatie wordt geïntroduceerd als essentieel de decentralisatie bovendien gepaard met de
1

onderdeel van de nieuwe systematiek. Hoe vorming van een nieuw fonds. Die gelegen-

37
toepassing
1
heid dwingt tot het formuleren van nadere Alleen wanneer de actualiteit nieuwe inzich-
opdrachten. Deze worden beschreven in de ten naar voren heeft gebracht, zoals in het
inleiding van deel II Agenda podiumkunsten geval van fusies van ondersteunende instellin-
en uitwerking basisinfrastructuur. gen, is op de betreffende ondersteuningsfunc-
tie nader ingegaan.
De ontwikkelingsfunctie betreft, als we de
Toepassing van de typering in de adviesaanvraag als uitgangs-
uitgangspunten punt wordt genomen, in ieder geval gesubsidi-
eerde voorzieningen met talentontwikkeling
De Raad heeft het volgende als vertrekpunt als hoofdtaak: werkplaatsen en productiehui-
genomen voor zijn gedachtevorming. Tot de zen in de kunsten en presentatie-instellingen
landelijke basisinfrastructuur worden functies voor beeldende kunst. Het begrip ontwik-
gerekend waarbij niet alleen artistiek-inhou- keling heeft in het gangbare spraakgebruik
delijke overwegingen, maar ook bestuurlijke echter meer betekenissen dan alleen talentont-
en beleidsmatige overwegingen een rol spelen. wikkeling: ook experiment, onderzoek en ver-
In de adviesaanvraag wordt nog nader gespe- nieuwing vallen eronder. Dit rekent de Raad
cificeerd dat het dan om instellingen moet dus ook tot de ontwikkelingsfunctie. Verder
gaan die een functie in een landelijk bestel onderscheidt de Raad ook een subfunctie van
vervullen of instellingen die een kernfunctie participatie, vooral in de sector amateurkunst
vervullen in de regionale en stedelijke basis- en cultuureducatie, en de sector letteren. Die
infrastructuur. Instellingen die deze functies functie vormt het kader voor instellingen die
vervullen, kunnen een vierjaarlijkse subsidie werken vanuit een combinatie van artistieke
(in het vierjaarlijkse Subsidieplan als opvolger en sociaal geëngageerde intenties waarbij een
van de Cultuurnota) krijgen of een langjarige duidelijk omschreven gemeenschap betrokken
subsidie. Tot de landelijke basisinfrastructuur is. Ook cultuureducatieve voorzieningen pur
direct onder het ministerie van OCW rekent sang vallen in deze categorie.
de minister de volgende functies:
\ de instandhoudingsfunctie binnen de De instandhoudings- en ontwikkelings-
podiumkunsten; functies in de podiumkunsten worden
\ de ontwikkelingsfuncties (met name volgens de adviesaanvraag gerekend tot de
cultuurwerkplaatsen, productiehuizen in de zogenoemde culturele basisinfrastructuur.
podiumkunsten, presentatie-instellingen in Naar de mening van de Raad moet het begrip
de beeldende kunst en internationale vakfes- ‘culturele basisinfrastructuur’ echter opnieuw
tivals) 2; worden gedefinieerd. Beide functies kunnen
\ de ondersteuningsfunctie binnen alle sec- namelijk ook worden vervuld door instellin-
toren, bijvoorbeeld sectorinstituten. gen die subsidie van het fónds krijgen. Het
onderscheid tussen instellingen die respectie-
Voor de kunsten is vaak de keten gevolgd van velijk onder directe ministeriële verantwoor-
(voor)opleiding - start in de beroepspraktijk - delijkheid en de verantwoordelijkheid van
productie - (distributie) - afname; een keten die het fonds vallen, ontstaat door de variabele
met name betrekking heeft op de praktijk van subsidieduur en door taken en beoordelings-
de kunsten. Dit ordeningskader speelt niet criteria. Deze taken en criteria heeft de Raad
deel 16, advies ondersteunende

alleen op landelijk niveau, maar nadrukkelijk benoemd. Voor de beschrijving van taken
Cultuurnota-advies ‘05-‘08,

ook in het cultuurbeleid van steden en regio’s, die via het fonds worden gesubsidieerd is
zo is de Raad tijdens recente gesprekken nog een eerste aanzet gegeven. Voor de verdere
eens gebleken. uitwerking wordt verwezen naar het tweede
onderdeel Agenda en basisinfrastructuur
instellingen.

Ter verduidelijking van de hierna beschreven podiumkunsten.


culturele basisinfrastructuur wordt hieronder
3

aangegeven hoe de Raad de verschillende Juist voor de kunst- en cultuursector acht


functies heeft gehanteerd. Voor een goed de Raad het belang van internationalisering

begrip van de uitspraken over de basisinfra- groot. Om die reden onderscheidt hij de func-
sionele begeleiding aan talent-
tievoorzieningen en een profes-

innovatie en artistieke ontwik-


bieden van volwaardige produc-

structuur is het in vele gevallen van belang ook tie van platform van (exclusief ) internatio-
herijking Cultuurnotasyste-
Ook wel omschreven als: “het

keling”. Uit Verschil maken,


volle kunstenaars (…) voor

de betreffende sectoragenda’s te lezen. naal aanbod en internationale uitwisseling


matiek, 2 juni 2006, p. 6.

(inclusief coproducties). Deze subfunctie


Aan de ondersteuningsfunctie in de cultuur- is ondergebracht bij ofwel de instandhou-
sector heeft de Raad 16 juni 2005 al een uit- dingsfunctie ofwel de ontwikkelingsfunctie.
gebreid advies gewijd 3. Om die reden wordt Voorbeelden van instellingen die zo’n functie
in dit advies in principe niet opnieuw op deze vervullen zijn festivals.
functie ingegaan en wordt meestal volstaan De minister heeft de Raad ook verzocht de
2

met verwijzing naar de eerdere advisering. instellingen te noemen die de betreffende


38
toepassing
1
functies nu al vervullen. In de meeste secto- Ondersteuningsstructuur
ren kon de Raad aan dit verzoek voldoen. In
de podiumkunsten was dat niet of nauwelijks In de Schets Ondersteuningsstructuur
mogelijk vanwege de geformuleerde taken cultuursector stelde de Raad dat hij onder-
en criteria. Tussen de huidige werkelijkheid zoek, reflectie, informatie, documentatie
en de omschrijving van uit te voeren taken en en debat over cultuur en cultuurbeleid be-
vereiste criteria zit een discrepantie: lang niet schouwt als een wezenlijk onderdeel van een
alle misschien voor de hand liggende instel- vitaal cultuurleven. Deze besteltaken worden
lingen lijken nog aan alle taken te voldoen, nog nu deels uitgevoerd door sectorgeoriënteerde
los van de vraag of zij het al ambiëren. In som- instellingen maar ook door enkele instellingen
mige gevallen zijn bovendien hiaten geconsta- die niet gebonden zijn aan één bepaalde sec-
teerd of heeft de Raad veranderingen in het tor, zoals de Boekmanstichting en Stichting
geheel van voorzieningen voorgesteld. Om De Balie. De Raad vindt dat de functies
geen verwarring te scheppen heeft de Raad die door deze instellingen worden vervuld,
daarom volstaan met het noemen van aantal- onderdeel moeten uitmaken van de culturele
len voorzieningen die in samenhang met taken basisinfrastructuur, gelet op de structurele
en criteria de gevraagde duidelijkheid moeten noodzaak ervan.
bieden.

De Raad gaat ervan uit dat aan alle voor-


zieningen die deel uit zullen maken van de
basisinfrastructuur de meest recente eisen van
cultural governance zullen worden gesteld.

culturele basisinfrastructuur

39
uitspraken per sector
1
de belangrijkste
uitspraken per sector
Hierna volgt per sector een overzicht van de
belangrijkste uitspraken op het gebied van de
basisinfrastructuur.

40
uitspraken per sector
1
Amateurkunst en Archieven
cultuureducatie

In de sectoren amateurkunst en van landelijk belang die werken vanuit De ondersteuningsfunctie behelst
cultuureducatie biedt de basisinfra- een combinatie van artistieke en soci- bij de sector archieven de bestelta-
structuur plaats aan instellingen met aal geëngageerde intenties, waarbij ken promotie, deskundigheidsbe-
een ondersteunende functie of een een duidelijk omschreven gemeen- vordering, informatie en reflectie,
ontwikkelingsfunctie. Tot de basis- schap actief betrokken is. Daarnaast ontsluiting, afstemming en coör-
infrastructuur op het gebied van omvat deze functie cultuureducatieve dinatie. Het nieuwe, erfgoedbrede
amateurkunst behoort een sectorin- instellingen1 van landelijk belang die sectorinstituut stichting Erfgoed
stituut amateurkunst en een lande- tot doel hebben de actieve participatie Nederland dient zich te richten op
lijke ondersteunende instelling die de van burgers te vergroten door middel maximalisering van de cultuurparti-
besteltaken uitvoert op het terrein van cultuureducatieve activiteiten. cipatie en op de verdere uitwerking
van de volkscultuur en het immaterieel De Raad adviseert de herstructurering van het concept Collectie Nederland.
erfgoed. Bij de landelijke ondersteu- van de landelijke podiumkunstfondsen Afstemming, coördinatie en onder-
ning van cultuureducatie zijn orga- aan te grijpen voor de oprichting van zoek van de internationale dimensie
nisaties uit verschillende sectoren een zelfstandig fonds voor de ama- vormen naar de mening van de Raad
betrokken. Een sectorinstituut dat als teurkunst en cultuureducatie. Hij acht de belangrijkste aandachtspunten
centrale, overkoepelende organisatie het wenselijk de voor amateurkunst voor de sector archieven.
verantwoordelijk is voor de landelijke bestemde middelen van het FAPK te Op de verhouding tussen de regiona-
ondersteuning en vernieuwing van combineren met de centrale midde- le en de landelijke ondersteunings-
de cultuureducatie ontbreekt. Wel len voor bijzondere en vernieuwende functies bestaat nog onvoldoende
behoort tot de basisinfrastructuur van cultuureducatieve projecten waarvan zicht, idealiter zijn deze functies
de sector een expertisecentrum dat de de uitvoering nu onder andere bij de echter complementair. In de nieuwe
besteltaken informatie en reflectie en Mondriaan Stichting is ondergebracht. constellatie behoeft voorts de
documentatie en archivering uitvoert Een gecombineerd Fonds voor de taakaf bakening tussen Erfgoed
voor het gehele terrein van de cultuur- Amateurkunst en Cultuureducatie, Nederland en het Nationaal Archief
educatie. De besteltaken op het gebied voorzien van voldoende middelen, aandacht, evenals de positie van

culturele basisinfrastructuur
van de (buitenschoolse) kunsteducatie kan de actieve cultuurparticipatie een het Nederlands Centrum voor
zijn momenteel belegd als tijdelijke impuls geven en vernieuwing in beide Volkscultuur, mede met het oog op
opdrachttaak bij Kunstconnectie, de sectoren stimuleren, onder andere op de ontwikkeling van beleid ten aan-
branchevereniging voor kunsteducatie het gebied van diversiteit. Daarnaast zien van immaterieel erfgoed.
en -participatie. De Raad beschouwt valt te overwegen het fonds in te zet- Tenslotte dringt de Raad aan op
deze constructie als een knelpunt. In ten bij de uitvoering van een toekom- duidelijkheid over de toekomstige
zijn optiek speelt de buitenschoolse stig actieprogramma amateurkunst of inrichting van het archivistiekon-
kunsteducatie een cruciale rol bij het cultuurparticipatie. derwijs en bepleit hij een ontwikke-
vergroten van de actieve cultuurparti- lingsfunctie in de zin van toegepast
cipatie en de ontwikkeling van creatief en fundamenteel archivistisch
talent. Hij adviseert structureel midde- onderzoek.
len te reserveren voor de vernieuwing
en ontwikkeling in de kunsteducatie en
voor de uitvoering van de besteltaak
afstemming en coördinatie. Zolang
er geen sectorinstituut bestaat dat is
belast met de landelijke ondersteuning
van de kunsteducatie en -participatie,
dienen deze taken te worden belegd
bij Kunstconnectie.
tieve taken uitvoeren.
taak hebben en daarnaast educa-
artistieke productie als kern-
ceren, niet om instellingen die
gen die cultuureducatie produ-
Het gaat hierbij om instellin-

De ontwikkelingsfunctie wordt in de
sector amateurkunst vervuld door
1

organisaties van landelijk belang die


zich richten op het scouten, bege-
leiden, ondersteunen en stimuleren
van talent. Naast talentontwikke-
ling onderscheidt de Raad binnen de
ontwikkelingsfunctie een participatie
functie. Deze wordt in de sector ama-
teurkunst vervuld door instellingen

cf. cf.

57–62 63–68
41
uitspraken per sector
1
Architectuur, Steden- Beeldende kunst en Bibliotheken
bouw, Monumenten, Vormgeving
Archeologie en
Landschap
Ten aanzien van de basisinfrastructuur De belangrijke pijler s van de sec - De betrokkenheid van de overheid bij
voor de sector architectuur, steden- tor beeldende kuns t en vormgeving het stelsel van openbare bibliothe-
bouw, monumenten, archeologie en zijn de t wee grote fondsen , te weten ken is wettelijk vastgelegd: de Wet op
landschap worden vier hoofdactoren het Fonds voor Beeldende Kuns ten , het specifiek cultuurbeleid beschrijft
onderscheiden: de vakgemeenschap, Vormgeving en Bouwkuns t en de de bestuurlijke verantwoordelijk-
de opdrachtgevers, de gebruikers en Mondria an Stic hting , en voor ts de heid voor het bevorderen van biblio-
de regelstellers. Functies die de Raad Premsela Stic hting , die in de toe - theekvoorzieningen op landelijk,
noodzakelijk acht voor de sector koms t als sec torins tituut voor de provinciaal en lokaal niveau. In dit
behelzen ontwikkeling en ondersteu- vormgeving moet kunnen ga an fun - model wordt het landelijke sector-
ning. Zij zijn gericht op: geren . Deze drie ins tellingen vor- instituut Vereniging van Openbare
\ ontwikkeling en verdieping van de men de werkelijke ba sis van de Bibliotheken (VOB) door het rijk
vakdisciplines en het stimuleren van infr a s truc tuur; da arom worden in gesubsidieerd voor het uitvoeren
individuele talentontwikkeling; de agenda alva s t enkele voor s tel - van ondersteunende besteltaken.
\ het stimuleren van goed len geda an met betrekking tot hun Daarmee neemt de VOB als enige
opdrachtgeverschap; pr ak tijk . instelling de ondersteuningsfunctie
\ het stimuleren van het publieke De Ra ad bepleit voor de sec tor een in de landelijke basisinfrastructuur
debat; ba sisinfr a s truc tuur wa arin de werk- voor haar rekening. Om die reden
\ het definiëren van de rollen van de pla atsen zijn ondergebr ac ht en een heeft de Raad geen nadere analyse of
betrokken overheden. a antal benoemde onder s teunende beschrijving gemaakt van de basisin-
De Raad heeft benoemd welke instel- ins tellingen met spec ifieke kennis-, frastructuur in de bibliotheeksector.
lingen momenteel taken vervullen op bemiddelings- en/of arc hief func tie s . Wel wordt in de Agenda Bibliotheken
deze gebieden. In het ophanden zijnde Verder moet de ba sisinfr a s truc tuur ingegaan op de ondersteuningsstruc-
stelseladvies zal hij zich nader uitspre- pla ats bieden a an een selec t a antal tuur. De Raad concludeert dat sprake
ken over de functies op het gebied van ins tellingen die s truc turele en van is van een onheldere taak- en verant-
het cultureel erfgoed. landelijk belang zijnde func tie s ver- woordelijkheidsverdeling tussen de
vullen op het gebied van produc tie , diverse lagen in het bibliotheekwerk,
pre sentatie , onder zoek , experiment wat leidt tot een grote mate van vrij-
en vernieuwing . blijvendheid en een weinig samen-
Voor de pre sentatie -ins tellingen hangende en inefficiënt werkende
hangt het ant woord op de vr a ag bin - infrastructuur. Dit plaatst de VOB, als
nen welk sys teem ze zouden moe - landelijk ondersteunende instelling,
ten func tioneren direc t s amen met in een bijzonder moeilijke positie.
de voorge s telde tr ansformatie van
de Gelds troom Beeldende Kuns t
en Vormgeving . Worden de da arin
omga ande middelen namelijk geric ht
gedec entr aliseerd , dan ligt het meer
in de rede dat de mee s te pre senta-
tie -ins tellingen da ar a an hun finan -
c iële ba sis ontlenen , s amen met het
geld van het minis terie van OC W uit
de Cultuurnota en van de gemeen -
te wa ar zij zijn geve s tigd . Het door
het rijk a angekondigde toekoms tre -
gime voor muse a heef t ook gevolgen
voor de muse a die tot dusver waren
ondergebr ac ht bij de sec tor beel -
dende kuns t en vormgeving .

cf. cf. cf.

69–77 78–88 89–95


42
uitspraken per sector
1
Film Intercultureel Internationaal
cultuurbeleid cultuurbeleid

Naast het subsidiëren van film- Bevordering van diversiteit in In alle sectoren behoort aandacht
productie – ondergebracht bij het kunst en cultuur gaat alle sec- voor internationalisering tot de
Nederlands Fonds voor de Film – toren van kunst en cultuur aan. kerntaken van fondsen, koepel-
wordt de basisinfrastructuur in de Sectorinstituten, koepelorganisaties organisaties en sectorinstituten.
filmsector gevormd door de functies en fondsen moeten bevordering van Samenwerking met Europese en
ondersteuning en opleiding en ont- culturele diversiteit integreren in andere internationale netwer-
wikkeling. De Raad heeft eerder de hun missie en hun praktijk. ken is daar een onderdeel van.
ondersteunende functies beschre- Daarnaast moet er ruimte zijn voor Documentatie en presentatie van
ven die zijns inziens zouden moeten een beperkt aantal sectoroverstij- de cultuur der Lage Landen vallen
worden belegd in een sectorinstituut gende instellingen dat zich toe- onder gedeelde verantwoordelijk-
Film. Weliswaar is dit advies onder- legt op theorievorming en debat, heid van de Nederlandse en de
schreven door de verantwoordelij- op bemiddeling tussen talent en Vlaamse overheid.
ke bewindspersoon en de Tweede culturele instellingen, op acquisi- De positie van de Stichting
Kamer, maar het heeft nog niet gere- tie en ontsluiting van erfgoed van Internationale Culturele
sulteerd in de totstandkoming van migranten, op bevordering van Activiteiten kan in lijn worden
een dergelijk nationaal filminsti- interculturele programmering gebracht met haar rol als uitvoer-
tuut. De Raad maakt zich hierover en van diversiteit bij personeel der van het rijksbeleid.
grote zorgen. en besturen van culturele instel-
Over talentontwikkeling zal de lingen, en op begeleiding van
Raad zich op verzoek van het minis- vluchtelingen-kunstenaars.
terie in een apart advies nog nader
uitspreken.
Onder ‘ontwikkeling’ vallen in
de filmsector tevens filmfestivals
die nationaal én internationaal

culturele basisinfrastructuur
van betekenis zijn. Overige festi-
vals kunnen een beroep doen op
de ‘Regeling incidentele filmfesti-
vals’ bij het Nederlands Fonds voor
de Film, waarvan het budget naar
de mening van de Raad aanzien-
lijk verhoogd zou moeten worden.
Overwogen moet worden een aan-
tal van de festivals uit deze categorie
meerjarig te subsidiëren.
Binnen de filmsector maakt de func-
tie distributie gerangschikt onder de
ontwikkelingsfunctie eveneens deel
uit van de basisinfrastructuur waar-
voor de rijksoverheid verantwoorde-
lijkheid draagt. Dat is eens te meer
het geval nu de voortschrijdende
digitalisering de aard en werkwijze
van distributie en vertoning ingrij-
pend zal veranderen.

cf. cf. cf.

96–104 105 106–107


43
uitspraken per sector
1
Letteren Media

In de sector letteren biedt de basisin- Van een basisinfrastructuur, zoals lijkheid van de bewindspersoon voor
frastructuur plaats aan instellingen met bedoeld in de adviesaanvraag, is cultuur. Koppeling aan het Virtueel
een ondersteunende functie of een ont- nauwelijks sprake in de mediasec- Platform, het expertisecentrum en
wikkelingsfunctie. Instellingen die deze tor. De aard van deze sector en de projectbureau op het gebied van
functies nu vervullen, vallen echter niet rol van de rijksoverheid daarbij is van e-cultuur ligt dan meer in de rede.
alle onder rijksverantwoordelijkheid. een geheel andere aard dan bijvoor-
De ondersteuningstaken worden door beeld in de podiumkunsten. Alleen het
verschillende organisaties – publiek en Persmuseum, Mira Media en
privaat – uitgevoerd. Van de rijksgesub- Hal 4/Digital Playground krijgen nu
sidieerde instellingen vervullen de lette- meerjarige subsidie in het kader van
renfondsen een belangrijk deel van deze de Cultuurnota.
taken. Daarnaast betreft het enkele als Als museum met ook een belang-
overwegend ondersteunend gekarakte- rijke archieffunctie vervult het
riseerde instellingen en instellingen die Persmuseum een belangrijke onder-
zich richten op internationale vertegen- steunende rol op het gebied van
woordiging en promotie, informatie en behoud, beheer en ontsluiting van
reflectie, documentatie en archivering, cultureel erfgoed van de geschreven
afstemming en coördinatie, professio- pers.
nele bemiddeling, en leesbevordering Onder verwijzing naar het meest
en literatuureducatie. recente Cultuurnota-advies wijst de
De ontwikkelingsfunctie binnen Raad erop dat hij naar aanleiding van
de basisinfrastructuur omvat naast het beleidsplan van Mira Media heeft
talentontwikkeling ook inhoudelijke geadviseerd dat deze instelling zich
ontwikkeling: experiment, onderzoek zou herpositioneren tot een service-
en vernieuwing, en een specifieke centrum voor multiculturele program-
internationale ontwikkelingsfunctie. mering en dat het logischer zou zijn de
Fondsen, instellingen die zich richten op instelling voortaan vanuit de mediabe-
leesbevordering en literatuureducatie, groting te financieren.
en landelijke literaire festivals vervullen Hal 4/Digital Playground is een instel-
deze functie in de basisinfrastructuur ling op het gebied van media-educa-
letteren. In overeenstemming met zijn tie. Cultuureducatieve voorzieningen
advies Subsidiestructuur literaire mani- rekent de Raad tot de zogenaamde
festaties uit 2005 adviseert de Raad participatiefunctie, onderdeel van de
de meerjarig gesubsidieerde literaire ontwikkelingsfunctie binnen de basis-
festivals in de nieuwe structuur op het infrastructuur die direct onder het
niveau van de fondsen te subsidiëren. ministerie van OCW valt.
Als uitwerking van de museale strategie
ligt het in de rede dat voor het rijksge- Analoog aan wat zeven nieuwemedia-
subsidieerde museum op het terrein instellingen hebben voorgesteld aan
van de letteren dat tot dusver in de de informateur, bepleit de Raad een
Cultuurnota was ondergebracht, in de apart budget voor projecten op het
toekomst een langjarig subsidieperspec- terrein van nieuwe media en e-cultuur.
tief zal gelden. Aan de hand van flexibele criteria kun-
nen hieruit projecten worden onder-
steund die vooronderzoek, verkenning
en productie behelzen en afkomstig
zijn van een groep aanvragers die bui-
ten de boot valt bij de sectorale fond-
sen en grote innovatieprogramma’s.
Vanuit het streven naar een heldere
infrastructuur en omwille van de vind-
baarheid verdient het aanbeveling dit
budget niet onder te brengen bij een
van de bestaande sectorale fondsen,
maar wel onder directe verantwoorde-

cf. cf.

108–117 118–124
44
uitspraken per sector
1
Musea

Musea die een rijkscollectie beheren, De Raad constateert wel dat de in


of een collectie waarvoor het rijk ver- de adviesaanvraag aangekondig-
antwoordelijkheid heeft genomen, de ‘overdracht’ van musea zonder
krijgen als de nota Verschil maken langjarig subsidieperspectief uit
wordt uitgevoerd een langjarig de Cultuurnota aan de Mondriaan
subsidieperspectief. Andere musea Stichting nog onvoldoende door-
zijn aangewezen op de Mondriaan dacht is. De aard van deze exploita-
Stichting; de mogelijkheid van een tiesubsidies sluit niet in alle gevallen
vierjaarlijkse subsidie in het kader aan bij de mogelijkheden die het
van het Subsidieplan vervalt. Met fonds biedt. Als stimuleringsfonds
een culturele basisinfrastructuur heeft het een bijzondere opdracht en
in normatieve zin – zoals die voor de Raad hecht eraan die te handha-
de overige cultuursectoren wordt ven. Voor de desbetreffende musea
omschreven – heeft deze invul- moet maatwerk worden geboden, in
ling van rijksverantwoordelijkheid overleg met de andere subsidiënten.
weinig te maken; in Verschil maken De culturele basisinfrastructuur
worden musea dan ook opgevoerd als voor de musea bestaat de facto alleen
een zelfstandige categorie naast de uit ondersteunende instellingen. De
basisinfrastructuur. Raad constateert dat de gevolgen
Daarmee sluit het rijk de discussie van de bezuinigingen in de laat-
over de eventuele herschikking van ste Cultuurnota en de effecten van
verantwoordelijkheid voor musea de zeer recente oprichting van het
tussen verschillende overheden. nieuwe sectorinstituut nog niet kun-
De Raad heeft bedenkingen bij het nen worden beoordeeld. Hij adviseert
gehanteerde criterium, want dat de voorwaarden te scheppen om

culturele basisinfrastructuur
vereenzelvigt het belang van een ervoor te zorgen dat ondersteuning
museum te veel met het belang van en deskundigheidsbevordering op
zijn collectie en verschuift toe- het gebied van e-cultuur, erfgoed-
komstige probleemgevallen goed educatie, kwaliteitszorg, interna-
beschouwd naar het verwervings- en tionale samenwerking en culturele
afstotingsbeleid van het rijk. Maar diversiteit door de Stichting Erfgoed
vooralsnog laat ook de Raad de Nederland erfgoedbreed zal worden
zogenoemde besteldiscussie rusten. georganiseerd.
Herschikking van verantwoordelijk-
heden is een ingrijpende en tijdro-
vende operatie. Een koppeling tussen
‘culturele basisinfrastructuur’ en
rijksverantwoordelijkheid is daarbij
bovendien niet goed te leggen, zeker
niet als (zoals in de adviesaanvraag)
een verband wordt gesuggereerd met
geografische spreiding en regionale
cultuurprofielen. Sterker nog, als
basisinfrastructuur wordt opgevat
als een minimaal niveau van museale
voorzieningen, dan is dat bij uit-
stek een verantwoordelijkheid van
gemeentelijke en provinciale overhe-
den. Die nemen samen verreweg de
meeste musea voor hun rekening.

cf.

125–134
45
uitspraken per sector
1
Podiumkunsten

In de adviesaanvraag en de nota Bestuurlijke afspraken uit het verle-


Verschil maken wordt gesuggereerd den vormen nog steeds een belang-
dat de instandhoudings- en ontwik- rijk fundament onder de ‘bestellen’
kelingsfuncties in de podiumkun- in de danssector, theatersector,
sten exclusief zijn voorbehouden jeugdtheatersector, en voor de sym-
voor directe verantwoordelijkheid fonische muziek/opera. Niettemin
van de bewindspersoon. Volgens de vragen nieuwe ontwikkelingen in de
Raad zijn deze functies juist voor sectoren om een aanpassing van deze
de gehele podiumkunstensector afspraken. In de muzieksector moe-
van belang. Het wezenlijke onder- ten ook andere instellingen dan de
scheid tussen aanvragers bij het mi- symfonieorkesten en operagezel-
nisterie en bij het fonds moet zijn het schappen direct onder het minis-
verschil in taken en beoordelings- terie van OCW kunnen vallen. Bij
criteria. Daarmee ontstaat een situ- de invulling van de ontwikkelings-
atie van gelijkwaardigheid. Deze functie is rekening gehouden met de
taken en beoordelingscriteria heeft belangrijke rol die werkplaatsen en
de Raad uitgewerkt. Waar sprake productiehuizen innemen in het zo-
is van een bestel van gelijke voor- genaamde middensegment van de
zieningen zijn ook kenmerken ge- lokale en regionale infrastructuur
geven. Voor het fonds 2 is een eerste van de podiumkunsten.
aanzet gegeven tot nadere taken en
beoordelingscriteria.

De verantwoordelijkheid van de
bewindspersoon voor het nieuw te
vormen fonds zou tot uitdrukking
moeten komen in een periodieke be-
oordeling door de Raad aan de hand
van een beleidsplan van het fonds dat
inzicht geeft in het te voeren sub-
sidiebeleid en met behulp van een
visitatierapport. Het is verder van
belang het fonds een aantal nade-
re opdrachten mee te geven die de
medeverantwoordelijkheid van het
fonds voor een deel van de instand-
langer die het ministerie van

verstrekken die van kortere


duur zijn dan de vier jaar of
OCW kan verlenen.

Het fonds kan ook subsidies

houdings- en ontwikkelingsfuncties
waarborgen.
2

cf.

135–141
46
uitspraken per sector
1
Dans Muziek en muziektheater

Tot de instellingen die een instand- De basisinfrastructuur voor de muziek- ervaring op te doen en in de praktijk
houdingsfunctie vervullen, rekent de sector is het geheel van functies dat een in te stromen. De kern van de ontwik-
Raad, naast Het Nationale Ballet en het bloeiend professioneel muziekleven in kelingsfunctie wordt zodoende voor de
Nederlands Dans Theater, een vijftal Nederland garandeert en waarvoor het muzieksector niet door productiehuizen
repertoiregezelschappen die in (grote) rijk verantwoordelijkheid moet nemen. gevormd, maar door werkplaatsachtige
steden zijn gevestigd. Daarbij maakt de Dit betreft klassieke muziek (symfoni- voorzieningen waarvoor specifieke
Raad een onderscheid tussen stadsgezel- sche muziek, kamermuziek, opera en taken en criteria zijn geformuleerd.
schappen en gezelschappen die tevens muziektheater, oude en hedendaagse
de specifieke taken van een regionaal muziek), jazz en geïmproviseerde mu-
platform uitvoeren. De instandhoudings- ziek, niet-westerse muziek en popmu-
functie wordt daarnaast vervuld door ziek.
jeugddansgezelschappen en door plat- De instandhoudingsfunctie betreft
forms voor presentatie, (co)productie het garanderen van een infrastruc-
en uitwisseling van internationale dans. tuur voor muziek op het terrein van
Voor de invulling van de ontwikkelings- klassieke muziek, jazz en geïmprovi-
functie worden werkplaatstrajecten en seerde muziek, niet-westerse muziek
productiehuistrajecten onderscheiden. en popmuziek. Omdat de dynamiek en
Er is in de basisinfrastructuur voor de de infrastructuur per genre verschillen,
danssector ruimte voor instellingen die moet ook per genre worden bekeken
ofwel in het ene ofwel in het andere tra- hoe deze infrastructuur het best kan
ject zijn gespecialiseerd. Voor elk traject worden vormgegeven. Het garanderen
gelden afzonderlijke taken en criteria. van een infrastructuur voor bepaalde
Voor instellingen die een productiehuis- muziekgenres kan zowel onder directe
traject aanbieden, is het mogelijk om, ministeriële verantwoordelijkheid als
net als een gezelschap, te opteren voor onder verantwoordelijkheid van het

culturele basisinfrastructuur
het vervullen van de specifieke taken fonds. Binnen de instandhoudingsfunctie
van een regionaal platform. De Raad zijn er in Verschil maken twee groepen
ziet voor instellingen die professionele muziekinstellingen genoemd die samen
trainingen en masterclasses verzorgen het landelijk bestel voor symfonische
eveneens taken weggelegd binnen de muziek en opera vormen 3 . De instand-
ontwikkelingsfunctie. houdingsfunctie biedt met behulp van de
geformuleerde criteria en taken evenwel
ook ruimte aan andere dan de genoem-
de instellingen, bijvoorbeeld ensembles
op het terrein van oude en hedendaagse

In Verschil maken worden twee


Agenda Muziek.

voorziet met name het zuiden van


stel verwijst de Raad naar de

en werkt daarvoor samen met het


opmerkingen over het operabe-

operavoorzieningen genoemd (De


uit van het operabestel: het
Limburgs Symfonie Orkest en het
Brabants Orkest. Voor nadere

Nederland van operaproducties

het operabestel zouden vormen.


Nationale Reisopera) die samen
Nederlandse Opera en de
Opera Zuid maakt echter ook deel
muziek.
In de muzieksector heeft een aantal

3
productiehuizen 4 zich gespecialiseerd
op het gebied van popmuziek, nieuwe
gecomponeerde muziek en geïmpro-
viseerde muziek en jeugdmuziek. Zij
vervullen een belangrijke functie in het
vergroten van kwalitatief hoogwaardig
aanbod op bepaalde terreinen, maar
niet per definitie bij het ontwikkelen van
jong talent. De professionele begeleiding
In het Cultuurnota-advies 2005-
tiehuis wordt verstaan een
voorstellingen of concerten te

voorziening die makers de nood-

2008 staat: Onder een produc-


zakelijke faciliteiten biedt om


die ook door het land reizen.
produceren en te presenteren,

waaraan afgestudeerde musici behoefte


4

hebben, is in vergelijking met de thea-


tersector zeer divers en gespecialiseerd.
De initiatieven die in deze behoefte
voorzien, hebben vaak het karakter
van een werkplaats of een academie.
Ze vervullen een brugfunctie tussen
opleiding en beroepspraktijk en bieden
afgestudeerde musici meer kansen om

cf. cf.

142–152 153–164
47
uitspraken per sector
1
Theater

De Raad heeft voor het inrichten van concentratie van theatervakopleidin-


de basisinfrastructuur Theater in het gen, theaterinstellingen en profes-
verlengde van de adviesaanvraag sionele en publieke belangstelling,
van de minister de verdeling van zes kunnen er in de regio Amsterdam drie
toneelgezelschappen als uitgangspunt productiehuizen bestaan. Daarnaast
genomen, die in 1984 door de commis- moet ook de ontwikkeling van ma-
sie-De Boer is vastgesteld. Deze struc- kers die zich toeleggen op specifieke
tuur van regionaal gespreide theater- specialismen in aparte, landelijk
voorzieningen met een repertoire-taak opererende productiehuizen worden
voor stad, regio en land sluit nog steeds gewaarborgd. Daarom pleit de Raad
goed aan bij de Nederlandse theater- voor twee productiehuizen voor jeugd-
praktijk. Aan de steden Amsterdam, theater, en telkens één productiehuis
Rotterdam, Den Haag en de regio’s voor poppen- en objecttheater, mime
Noord, Oost en Zuid, voegt de Raad en intercultureel theater. Ook één
echter twee nieuwe toe, namelijk de voortgezette kunstvakopleiding die
regio’s Utrecht en Limburg. In deze tevens fungeert als internationaal ge-
landsdelen is de afgelopen decennia oriënteerd productiehuis hoort onder
een grote concentratie van theaterin- de ontwikkelingsfunctie.
stellingen (waaronder theatervakop-
leidingen) en een grote publieke be-
langstelling voor theater ontstaan die
deze uitbreiding rechtvaardigt. Door
deze acht stads- en regiogezelschap-
pen, die de instandhoudingsfunctie
voor het volwassenentheater vervullen
wordt een regionaal gespreid aanbod
van theater voor de (middel)grote zaal
gegarandeerd.
De Raad volgt deze landelijk gespreide
infrastructuur van acht theater-brand-
punten ook bij de inrichting van de
jeugdtheatergezelschappen die de
instandhoudingsfunctie vervullen,
en bij de inrichting van de productie-
huizen die de ontwikkelingsfunctie
vervullen. Op deze manier kunnen er
op deze acht plaatsen in het land aan-
bod, afname, opleiding, ontwikkeling,
doorstroming en uitwisseling optimaal
tot stand worden gebracht.
Voor het jeugdtheater betekent dit
dat de twaalf regionaal gespreide
gezelschappen die door de commissie-
Zeevalking zijn beschreven, worden
teruggebracht tot acht jeugdtheaterge-
zelschappen in de basisinfrastructuur.
Twee hiervan moeten in de ogen van
de Raad de grootte van een volwasse-
nen stads- of regiogezelschap krijgen.
De ontwikkelingsfunctie wordt vervuld
door productiehuizen die verspreid
zijn over de bovengenoemde acht
steden en regio’s. In principe is er in
iedere stad of regio ruimte voor één
productiehuis. Maar vanwege de hoge

cf.

165–175
48
1

overzicht
aan
beveling
-
-
en
aanbevelingen
1
overzicht
aanbevelingen
In de Agenda cultuurbeleid, de sectoragenda’s en de basis-
infrastructuur komen verspreid aanbevelingen voor.
Hieronder worden de belangrijkste aanbevelingen kort
samengevat.

Agenda cultuurbeleid De overheid moet hen niet


alleen maar afrekenen op be-
1 zoekersaantallen, kijkcijfers of
Het diversiteitbeleid moet af op het aantal deelnemers aan
van een incidentele en eenzij- activiteiten. Culturele produc-
dige aanpak. Er is behoefte ten zijn meer dan koopwaar
aan beleid dat het permanen- die aan de man moet worden
te karakter van diversiteit als gebracht. De kwaliteit en de

overzicht aanbevelingen
uitgangspunt neemt. Daar- impact van de culturele proces-
naast doet een eenzijdig ac- sen die zij in werking zetten,
cent op etniciteit onvoldoende dienen voorop te staan.
recht aan de diversiteit in de (pagina 21)
samenleving.
(pagina 14) 4
Het groeiende belang en de
2 toenemende omvang van inter-
Programma’s en andere voor- nationale culturele uitwisse-
zieningen die ruimte scheppen ling en samenwerking vergen
voor culturele expressie en par- een substantiële verruiming
ticipatie van nieuwe Nederlan- van de middelen voor inter-
ders, blijven nodig. nationaal cultuurbeleid. Dit
(pagina 14) betreft niet alleen de rijksmid-
delen. De Raad roept de rege-
3 ring ook op mee te werken aan
De concurrentieslag om de de uitbreiding van het Euro-
‘consument’ tussen culturele pees cultuurbudget. De Eu-
instellingen onderling en tus- ropese Unie kan zo laten zien
sen culturele en commerciële dat zij ook voor de kunsten, het
instellingen dreigt risicomij- erfgoed en de media meer kan
dend gedrag van culturele in- zijn dan een bureaucratische
stellingen aan te moedigen. entiteit.
(pagina 22)

51
aanbevelingen
1
5 8 moet komen tussen de podia
De digitale ontwikkelingen la- Juist in de cultuursector is in en theater-, dans- en muziek-
ten zien dat multidisciplinaire de loop van de tijd een goede instellingen. Verder moet het
en hecht verbonden culturele betrokkenheid-op-afstand ont- rijk meer verantwoordelijkheid
netwerken onontbeerlijk zijn, staan niet in de laatste plaats nemen voor de afname van het
gelieerd aan vergelijkbare net- door een rijksoverheid die zich kwetsbare kleinschalige aan-
werken in de wereld van on- verantwoordelijk voelde voor bod in de podiumkunsten door
derwijs en wetenschap. De vaak kwetsbare kunst- en cul- uitbreiding van het budget
overheid moet het tot stand ko- tuurinstellingen en tegelijker- hiervoor en betere afspraken
men van dergelijke netwerken tijd besefte dat inhoudelijke met de andere overheden.
stimuleren. bemoeienis uit den boze was. (pagina 135)
(pagina 26) Die betrokkenheid mag door
een bestelgeoriënteerd beleid 11
6 niet verloren gaan. Het belang van een stevig mu-
Alles wat in een gedigitali- (pagina 34) zikaal fundament bij grote
seerde omgeving met publie- groepen jongeren op het ter-
ke middelen gemaakt is, moet 9 rein van verschillende mu-
ook publiekelijk toegankelijk Cultuur en media bevinden ziekgenres vraagt om een
zijn en blijven. Auteursrechten zich voor een belangrijk deel kwantitatieve en kwalitatieve
kunnen daarbij een belemme- ook in het private domein. verbetering van het muziek-
rende factor zijn. De Raad zal Marktpartijen nemen in som- aanbod voor de jeugd.
in de loop van 2007 een nade- mige sectoren, zoals film en (pagina 154)
re verkenning wijden aan de letteren, belangrijke functies
toegankelijkheid van cultuur voor hun rekening. Het be- 12
en informatie in het publieke drijfsleven is een logische part- Om de samenhang tussen
domein. ner bij innovaties, maar ook amateurkunst en cultuuredu-
(pagina 26) hoe langer hoe meer bij andere catie te versterken, vernieu-
opgaven waar culturele instel- wing te stimuleren en extra
7 lingen voor worden gesteld. te investeren in buitenschool-
Innovatie vraagt meer regie: er Makers willen steeds vaker op se kunsteducatie, is de Raad
moet veel meer geld in worden hun ondernemerschap worden voorstander van een apart
gestoken, het instrumentarium aangesproken. Dit alles vraagt fonds voor Amateurkunst en
moet zich richten op het de- om uitbreidingen van het in- Cultuureducatie.
len van kennis en het aangaan strumentarium, dat nog te een- (pagina 59)
van allianties. Vormen van zijdig gericht is op subsidies.
niet-technologische innova- (pagina 34) 13
tie verdienen een volwaardige Het door de Tweede Kamer
plaats in het innovatiebeleid. voorgestelde actieplan ama-
De cultuursector moet over de Sectoragenda’s teurkunst moet worden uitge-
volle breedte veel actiever wor- breid tot een actieprogramma
den betrokken bij de innova- 10 cultuurparticipatie, waarin
tieagenda. De Raad pleit voor In alle podiumkunstensecto- ook cultuureducatie een plaats
een ambitieus en rijksbreed ren speelt de vraag- en aan- heeft en dat daarmee een op-
innovatieprogramma. bodproblematiek. Per sector volger kan zijn van het Actie-
(pagina 31) worden verschillende aanbe- plan Cultuurbereik.
velingen gedaan. Voor alle sec- (pagina 59)
toren geldt dat er veel meer
structurele samenwerking

52
aanbevelingen
1
14 schoolverband terwijl de kos- sectoroverstijgend regie-or-
Omdat de situatie ten aanzien ten relatief laag zijn. gaan moet daarbij worden
van geletterdheid en literaire (pagina 128) overwogen.
competenties alleen maar nij- (pagina 91)
pender is geworden, dringt 18
de Raad aan op een renova- De Geldstroom Beeldende 22
tieplan ter versterking van het Kunst en Vormgeving kan op De convergentie van verschil-
literatuuronderwijs. een goede manier gedecen- lende media vraagt om een mo-
(pagina 114) traliseerd worden door verde- dern persbeleid. Een focus op
ling van het nu beschikbare journalistieke content, onge-
15 bedrag onder de organisaties acht het platform waarop het
De kloof tussen wat er maat- van kunst en cultuur die in de wordt geopenbaard, ligt daar-
schappelijk nodig is en wat er landsdelen en steden actief om voor de hand.
in architectuur, stedenbouw, zijn. (pagina 122)
monumenten, archeologie en (pagina 87)
landschapsarchitectuur ge- 23
beurt, moet verkleind worden. 19 Een volledig digitale archief-
De Raad bepleit daarom een De Raad bepleit een apart collectie Nederland is een
cultureel georiënteerd archi- budget – buiten de bestaande onnodig streven. Niettemin
tectuurbeleid en vraagt archi- fondsen – voor projecten op het vindt de Raad dat grootscha-
tecten een geëngageerde en terrein van nieuwe media en lige digitalisering van veel ge-
centrale rol te spelen in ruimte- e-cultuur. raadpleegde en/of kwetsbare
lijke transformatieprocessen. (pagina 83) bronnen wenselijk is. Daarmee
(pagina 70) moet ook het duurzaam be-

overzicht aanbevelingen
20 houd van deze bronnen wor-
16 In de filmsector zijn investe- den gediend.
Het museumbestel moet wor- ringen in distributie en verto- (pagina 65)
den aangevuld met een natio- ning van groot belang, willen
naal-historisch museum in de kansen die digitalisering
de vorm van een – ook vir- biedt voor het bereiken van Basisinfrastructuur
tueel – ‘entreegebouw’ voor meer en ander publiek verzil-
geschiedenis en een pro- verd worden. In de convenan- 24
jectbureau voor bestaande ten tussen de overheden moet De Raad adviseert een aan-
erfgoedinstellingen. meer aandacht worden gege- tal randvoorwaarden in acht
(pagina 126) ven aan filmvertoning in de te nemen om het veranderings-
regio. proces rond de meerjarige
17 (pagina 100) rijkssubsidies helder en zorg-
Gratis openstelling van rijks- vuldig te laten verlopen. Deze
gesubsidieerde musea heeft 21 hebben betrekking op de rijks-
relatief weinig effect op het Digitalisering leidt in de bi- verantwoordelijkheid voor het
bereiken van nieuwe publieks- bliotheeksector tot een gro- gehele cultuurbeleid, de voort-
groepen. Een meer gerichte tere behoefte aan centrale zetting van de samenwerking
aanpak, zoals gratis openstel- regie. De Raad adviseert het tussen overheden, het belang
ling voor jongeren tot achttien rijk onderzoek te doen naar van integrale advisering, de
jaar, heeft volgens de Raad de mogelijkheden voor een positie van visitatie en de aan-
meer effect. Dat stimuleert brede informatie- en collectie- sturing van de fondsen.
tevens het museumbezoek in infrastructuur. Een centraal (pagina 36)

53
aanbevelingen
1
25 28 29
Gezien het grote belang van de Voor de podiumkunstensector De Raad dringt aan op duidelijk-
buitenschoolse kunsteducatie bij adviseert de Raad om taken en heid over de toekomstige inrich-
het vergroten van de actieve cul- beoordelingscriteria als onder- ting van het archiefonderwijs en
tuurparticipatie en de ontwikke- scheid te hanteren voor de keu- bepleit een ontwikkelingsfunctie
ling van creatief talent adviseert ze voor meerjarige subsidiëring in de zin van toegepast en funda-
de Raad middelen te bestemmen door het ministerie van OCW menteel archivistisch onderzoek.
voor de vernieuwing en ontwik- dan wel door het nog op te rich- (pagina 67)
keling in de kunsteducatie. Het ten fonds. Het door de minister
ontbreken van een sectorinstituut gehanteerde begrip ‘basisinfra- 30
dat de besteltaak coördinatie en structuur’ als criterium om direct De Raad dringt aan op snelheid
afstemming uitvoert op dit ge- onder het ministerie van OCW bij de vorming van het sectorin-
bied beschouwt de Raad als een te vallen is niet hanteerbaar, stituut Film.
hiaat, waarvoor geld nodig is. omdat de instandhoudings- en (pagina 103)
(pagina 60) ontwikkelingsfuncties voor de
gehele podiumkunstensector 31
26 gelden. Daarmee ontstaat een De aanvragen voor meerjarig
De toekomstige positie van de situatie van gelijkwaardigheid gesubsidieerde literaire festivals
presentatieinstellingen op het van instellingen die onder het zouden voortaan door een fonds
terrein van beeldende kunst moet ministerie van OCW respec- moeten worden behandeld.
worden beoordeeld in samen- tievelijk het nieuwe fonds ko- (pagina 116)
hang met de transformatie van de men te vallen. Voor het fonds
Geldstroom Beeldende Kunst is een eerste aanzet gegeven
en Vormgeving. Als de middelen tot definiëring van taken en
van de geldstroom worden over- beoordelingscriteria.
gedragen aan organisaties van De belangrijkste hiaten in de
kunst en cultuur in de verschil- podiumkunstvoorzieningen die
lende convenantsgebieden (wat direct onder het ministerie van
de Raad voorstelt) dan is het lo- OCW vallen zijn:
gisch de meerjarige subsidies van \ twee stads- cq regiotheater-
de presentatie-instellingen de- gezelschappen, respectievelijk in
zelfde weg te laten volgen. Utrecht en Limburg;
(pagina 87) \ twee grote jeugdtheater-
gezelschappen;
27 \ regionale platforms en trai-
De stichting Erfgoed Nederland nings-faciliteiten dans;
moet in staat worden gesteld om \ een productiehuis intercultu-
ondersteuning en deskundig- reel theater en een werkplaats in-
heidsbevordering op het gebied terculturele dans.
van e-cultuur, erfgoededucatie, (pagina 136)
kwaliteitszorg, internationale
samenwerking en culturele di-
versiteit erfgoedbreed te laten
organiseren.
(pagina 66)

54
II

agenda
&basis -

infrastruc -
tuur per
sector
amateurkunst en
cultuureducatie 1I
amateurkunst en
cultuureducatie
De publieke belangstelling voor amateurkunst is onverminderd groot.
Honderdduizenden liefhebbers besteden wekelijks een deel van hun vrije
tijd aan kunstbeoefening. Nog eens vele anderen zijn actief als vrijwilliger,
bijvoorbeeld in een museum, doen onderzoek in archieven of werken als
amateurarcheoloog. Onzichtbaar in de statistieken, maar opvallend aan-
wezig in de gemedialiseerde samenleving zijn de talloze amateurs die via
internet publiceren wat zij met digitale middelen vervaardigen. Nieuw is de
grote politieke belangstelling voor amateurkunst. Tijdens het debat over
de cultuurbegroting, in oktober vorig jaar, hebben Tweede Kamerleden het
belang van amateurkunst voor de samenleving nadrukkelijk onder de aan-
dacht gebracht. Het debat leidde ertoe dat de Kamer een motie aannam die
de minister van OCW oproept een actieprogramma te ontwikkelen voor de
actieve kunstbeoefening.

agenda en basisinfrastructuur per sector


Het versterken van cultureel burgerschap heeft in dit advies hoge prioriteit.1
Burgers hebben een zekere culturele bagage nodig om volwaardig aan de
samenleving te kunnen deelnemen. Ook cultuureducatie staat om die reden
sterk in de belangstelling, van politiek en publiek, onderwijs- en cultuursec-
tor. Desondanks laat de culturele en artistieke scholing van Nederlanders te
wensen over. De levendige publieke discussie over de culturele canon illu-
streert dat velen het gebrek aan historische en culturele kennis als een gemis
beschouwen. De vraag hoe de sectoren amateurkunst en cultuureducatie
moeten worden toegerust om optimaal te kunnen bijdragen aan het verster-
ken van cultureel burgerschap staat centraal in deze agenda.

Uitgangspunten Sinds de invoering van het Actieplan


Cultuurbereik proberen overheid en cultuur-
In de Agenda Amateurkunst en cultuuredu- sector nadrukkelijker dan voorheen nieuwe
catie beperkt de Raad voor Cultuur zich tot publieksgroepen te interesseren voor cultuur.
enkele actuele vraagstukken en tot de meest Rijk, provincies en gemeenten investeren
prangende beleidswensen. Voor het overige daartoe onder andere in cultuureducatie bin-
Zie voor cultureel burgerschap

verwijst hij naar het advies Cultuureducatie nen het onderwijs en in gerichte samenwer-
hoofdstuk 1 van dit advies.

(2003), de relevante delen van de schets king tussen scholen en culturele instellingen.
Ondersteuningsstructuur cultuursector (2005), Naar het oordeel van de Raad voor Cultuur
het advies Ondersteunende instellingen (2005) vergt een duurzame verbetering van het cul-
en het advies Onderwijs in Cultuur (2006). De tuurbereik een langetermijnvisie en langdu-
visie die de Raad hierin heeft beschreven en rige, resultaatgerichte samenwerking tussen
de aanbevelingen die daaruit volgden, zijn overheden, tussen verschillende beleidster-
1

de komende periode grotendeels nog van reinen, tussen culturele en educatieve instel-
toepassing. lingen en tussen publieke en private partijen.

cf.
41
57
amateurkunst en
cultuureducatie 1I
gesprekken heeft gevoerd, toon-
De bestuurders in de regio’s met

den zich allen positief over het


Een actief en innovatief participatiebeleid is trainen en begeleiden van talent.4 De Raad
nodig om daadwerkelijk meer burgers bij het adviseert te onderzoeken hoe instellingen
Actieplan Cultuurbereik.

culturele leven te betrekken. voor amateurkunst en cultuureducatie een


wie de Raad recentelijk

diverser publiek kunnen bereiken en welke rol


Naar een Actieprogramma de overheid daarbij kan spelen. Speciale aan-
Cultuurparticipatie dacht vergt de diversiteit van het personeels-
bestand van de betrokken instellingen.
Begin januari deed de toenmalige minister van Met het oog op de vergrijzing – tot 2040 neemt
8

Cultuur een opmerkelijke uitspraak. “Als we het percentage ouderen toe – verdient de
nou eens met elkaar de uitdaging aangaan dat participatie van volwassenen extra aandacht.

iedere Nederlander (in de brede zin van het De vergrijzing op zich vormt geen probleem
culturele vrijetijdsbesteding
verkenning van de toekomstige
Zie ook Onbetreden paden: een

woord) als kind of als jongere ten minste één voor de amateurkunst, mits de sector deze
van de 45-plusser. Brussel,

kunstdiscipline leert beheersen”, sprak zij bij doelgroep voldoende uitdaagt en op maat
de presentatie van Kunstfactor, het nieuwe bedient.5 Wanneer het aanbod tekortschiet,
Cultuur Lokaal, 2006.

sectorinstituut voor de amateurkunst. “Actief. bestaat het risico dat de cultuurdeelname


Door zelf te doen. Uiteraard op een niveau dat van 55-plussers terugloopt. Een verminderde
past bij zijn of haar talenten.”2 De uitwerking participatie van ouderen in een vergrijzende
van deze doelstelling is aan haar opvolger samenleving vormt wél een bedreiging voor
7

in het kabinet, maar de uitspraak maakt de de amateurkunst. Nu al valt een grote behoef-
ambitie van de overheid duidelijk én schept te te constateren aan kunstprojecten voor vol-

verwachtingen. wassenen en senioren, en aan initiatieven die


Interesses, motieven, kansen en
Zie voor een inventarisatie van
de knelpunten bijvoorbeeld het

Talentontwikkeling heeft hoge prioriteit, niet gericht zijn op breed samengestelde groepen
rapport Senioren en cultuur.

alleen met het oog op de kenniseconomie jongeren en volwassenen. Veel 55-plussers


beperkingen. PON, 2006.

en de creatieve industrie, maar ook omdat willen wel deelnemen aan het culturele leven,
cultuur burgers de kans biedt zich te uiten en of vaker deelnemen, zoals blijkt uit onderzoek
te ontplooien. Ieder kind verdient de kans zijn naar senioren en cultuur in Brabant, maar
creativiteit en authenticiteit te ontwikkelen. allerlei praktische omstandigheden verhin-
Van de overheid mag verwacht worden dat zij deren dit.6 Het wegnemen van (een deel van)
6

zorg draagt voor voldoende voorzieningen deze belemmeringen is relatief eenvoudig en


waar creatief talent zich onder professionele verdient hoge prioriteit. Een grotere cultuur-

begeleiding kan ontwikkelen.3 De afgelopen participatie van 55-plussers is overigens niet


van 60 tot en met 64 jaar, senio-
senioren (55-59 jaar), senioren
maakt onderscheid tussen jonge
vormt de doelgroep volwassenen

Senioren en cultuur (PON, 2006)

jaren heeft de overheid vooral geïnvesteerd alleen positief voor de cultuursector. Meer
van 55 jaar en ouder geen homo-

ren van 65 tot en met 74 jaar en


Net als de doelgroep jongeren

in schoolgebonden cultuureducatie voor aandacht voor kunst, erfgoed en media in de


oudere senioren (75 jaar en

kinderen en jongeren, onder andere via de directe leefomgeving van senioren verbe-
gene groep. Het rapport

Regeling Versterking Cultuureducatie Primair tert ook de kwaliteit van leven, met name van
Onderwijs. Daar staat tegenover dat met name alleenstaanden en van bewoners van bejaar-
gemeenten hebben bezuinigd op instellin- denhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen.
gen voor buitenschoolse kunsteducatie, zoals Cultuurinstellingen kunnen hieraan bijdragen
ouder).

muziekscholen en centra voor de kunsten, op door bij de ontwikkeling en uitvoering van hun
5

bibliotheken en op projectsubsidies voor de beleid nadrukkelijker rekening te houden met


de wensen en beperkingen van 55-plussers.7

amateurkunst. Deze bezuinigingen bedrei-


gen de infrastructuur die aan het eind van de Het vergroten van de actieve cultuurpartici-
Mede dankzij de tijdelijke sti-

onderwijs, sport (de zogeheten


BOS-impuls) van het ministerie

vorige eeuw is opgebouwd, terwijl juist stimu- patie en het versterken van de lokale infra-
muleringsregeling buurt,

leringsmaatregelen nodig zijn om de sectoren structuur op het gebied van amateurkunst


amateurkunst en cultuureducatie in staat te en cultuureducatie vraagt een krachtig
stellen een krachtige bijdrage te leveren aan overheidsbeleid. Idealiter is het beleid op het
het vergroten van de cultuurparticipatie. gebied van amateurkunst en cultuureducatie
Maatschappelijke en demografische ontwikke- nauw verweven met het onderwijsbeleid, het
van VWS.

lingen stellen beide sectoren voor de opgave jeugd- en het ouderenbeleid, maar ook met
4

zich beter te verhouden tot de tijdgeest. beleid op bijvoorbeeld het gebied van media,
Instellingen en verenigingen dienen hun gezondheidszorg, stedelijke vernieuwing en

werkwijze en (cursus)aanbod af te stemmen veiligheid. Onmisbaar daarbij is afstemming


Artikel 22, lid 3 van de grondwet
verplicht de overheid voorwaar-
den te scheppen voor maatschap-
Toespraak door minister Van der

pelijke en culturele ontplooi-

op de wensen van (potentiële) gebruikers en tussen verschillende beleidsterreinen en een


Kunstfactor in Utrecht, op 10

te onderzoeken hoe zij hun organisatie aan- besef van gedeeld belang en een gedeelde
Hoeven bij de start van

ing van burgers en voor

trekkelijker kunnen maken voor burgers met verantwoordelijkheid van de verschillende


vrijetijdsbesteding.

een dubbele culturele achtergrond. Andere bestuurslagen. Een actieprogramma waarin


vormen van lesgeven, zoals peer education en de verschillende overheden participeren,
januari 2007.

peer coaching, kunnen breder worden ingezet. vormt hiervoor een geschikt instrument.8
De kunstsector kan op dit terrein wellicht Wanneer het huidige Actieplan Cultuurbereik
2

leren van de sport, die al in een eerder stadium na 2008 eindigt, is het van belang de aan-
beleid heeft ontwikkeld voor het werven, dacht voor cultuurbereik vast te houden.

58
amateurkunst en
cultuureducatie 1I
Een Actieprogramma Amateurkunst, waar de Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten
Tweede Kamer om heeft gevraagd, biedt hier- een succes is gebleken en heeft geleid tot
toe kansen. De Raad adviseert dit program- waardevolle, innovatieve voorstellingen
ma breder op te zetten door ook de actieve en projecten. De Raad onderkent dit, maar
cultuureducatie hierin nadrukkelijk een meent dat dit bezwaar kan worden onder-
plaats te geven. Hij stelt een Actieprogramma vangen door het nieuwe fonds expliciet de
Cultuurparticipatie voor, dat beoogt de actieve opdracht te geven aandacht te schenken aan
deelname van burgers aan kunst en cultuur sectoroverstijgende initiatieven en projecten
te vergroten. Dit programma dient onder die samenwerking tussen professionals en
andere verbindingen te stimuleren tussen de amateurs bevorderen. Bovendien ziet de Raad
cultuureducatie op school, de buitenschoolse dat samenwerking tussen amateurs en profes-
educatie en de amateurkunst. Een samen- sionals min of meer gemeengoed is gewor-
hangend geheel van voorzieningen zorgt den, mede door de toename van het aantal
ervoor dat kinderen die op school enthousi- projecten op het gebied van community arts.
ast zijn geworden voor een kunstdiscipline of Hij meent dan ook dat een apart fonds voor de
culturele activiteit hun weg vinden naar een amateurkunst geen negatieve gevolgen zal
centrum voor de kunsten, jeugdtheaterschool hebben voor de samenwerking tussen ama-
of amateur(kunst)vereniging, waar zij hun teurs en professionals.
creativiteit, talent en ideeën verder kunnen De Raad adviseert de middelen voor de
ontwikkelen. Daarnaast dient het programma amateurkunst te combineren met de cen-
initiatieven te stimuleren die de band tussen trale landelijke middelen voor bijzondere en
amateurkunst, cultuureducatie en de profes- vernieuwende cultuureducatieve projec-
sionele cultuursector versterken. ten, waarvan de uitvoering bij de Mondriaan
Stichting en het Fonds voor Amateurkunst
Een Fonds voor Amateurkunst en en Podiumkunsten is ondergebracht. Dit
Cultuureducatie heeft als voordeel dat het aantal subsidie-
loketten afneemt en er een fonds met een
De herinrichting van drie fondsen, het behoorlijke omvang ontstaat. Extra middelen
Fonds voor de Scheppende Toonkunst, zijn noodzakelijk om te kunnen investeren in
het Fonds voor Podiumprogrammering en de buitenschoolse kunsteducatie en om de
Marketing en het Fonds voor Amateurkunst samenhang te bevorderen tussen de ama-

agenda en basisinfrastructuur per sector


en Podiumkunsten, biedt de mogelijkheid een teurkunst en de cultuureducatie, en tussen
voorziening te creëren die is toegesneden op de schoolgebonden en de niet-schoolgebon-
de toekomstige taakuitbreiding als gevolg van den cultuureducatie. Te denken valt aan een
de nieuwe subsidiesystematiek en op de eisen stimuleringsregeling als de BOS-impuls. Een
van deze tijd. Het advies van de commissie- gecombineerd Fonds voor Amateurkunst en
Alons over de oprichting van één fonds voor Cultuureducatie, voorzien van voldoende mid-
muziek, theater en dans stelt de Raad voor delen, kan de actieve cultuurparticipatie een
Cultuur teleur in de beschrijving van de positie impuls geven en vernieuwing in beide secto-
van de amateurkunst. De commissie geeft de ren stimuleren, onder andere op het gebied

minister in overweging alleen de amateurpo- van diversiteit. Daarnaast valt te overwegen


cultuur hebben de Onderwijsraad

diumkunsten op te nemen in het nieuw op te het fonds in te zetten bij de uitvoering van een
onderwijs beschreven en aange-
belang van cultuureducatie in

geven hoe de kwaliteit en het

richten fonds. De Raad verwerpt deze sug- toekomstig Actieprogramma Amateurkunst of


effect ervan kunnen worden
en de Raad voor Cultuur het
In het advies Onderwijs in

het primair en voortgezet

gestie. Splitsing van de amateurkunsten op Actieprogramma Cultuurparticipatie.


fondsniveau staat haaks op de recente bunde-
ling van de kunstdisciplines in één sectorin- Educatie door culturele
stituut. Nu de waarde van amateurkunst voor instellingen
de samenleving zo nadrukkelijk in de belang-
vergroot.

stelling staat, acht de Raad het ondenkbaar Culturele vorming van burgers is een lang-
10

dat de sector in de toekomst als een naam- durig proces, een vorm van levenslang leren,
loos aanhangsel wordt ondergebracht in een gericht op optimale creatieve ontwikke-

Fonds voor Muziek, Theater en Dans. Om een ling van individuen en het vergroten van
die onder andere in een memo aan

vorming van een nieuw landelijk


fonds voor amateurkunst en cul-
De visie van de Raad sluit aan

herkenbare structuur te creëren voor zowel de cultuurparticipatie. De Raad beschouwt


bij het standpunt van de VNG,

de Raad van 4 januari 2007 de

de podiumkunsten als de amateurkunst stelt cultuureducatie als een gedeelde verant-


hij voor een duidelijke scheiding aan te bren- woordelijkheid van onderwijsinstellingen en
tuureducatie bepleit.

gen tussen deze sectoren. Hij adviseert een cultuurinstellingen.10 Idealiter is het educa-
sectorbreed fonds voor de amateurkunst op tieve beleid van cultuurinstellingen nauw
te richten, dat als zelfstandige instelling kan verbonden met hun artistieke beleid. De Raad
functioneren.9 is van oordeel dat gesubsidieerde cultuurin-
9

Hier valt tegen in te brengen dat juist de com- stellingen de taak hebben een visie op edu-
binatie van beide sectoren binnen het huidige catie te ontwikkelen en deze uit te werken in

59
amateurkunst en
cultuureducatie 1I
leegstaande kerken kunnen worden

Gelderlander van 22 januari 2007.


omgebouwd tot kulturhus. Zo kun-
nen monumentale gebouwen worden educatieve programma’s die passen bij de aard combinatie van verschillende voorzieningen

aan hebben. Zie ‘Oplossing voor


lege kerken: kultuerhues’ in De
voorziening waar zij behoefte
behouden en krijgen dorpen de
De provincie Gelderland laat

en de omvang van de organisatie. Daarnaast vergemakkelijkt het leggen van verbindingen


bijvoorbeeld onderzoeken of

dienen zij te participeren in lokale en/of regi- tussen het sociaal-cultureel werk en de kunst-
onale netwerken van scholen, zodat zij op de en erfgoedsector, maar ook tussen publieke
hoogte blijven van actuele ontwikkelingen in en commerciële dienstverlening.
het onderwijs en zij hun educatieve aanbod in De oprichting van Kunstfactor biedt de lan-
nauw overleg met de betrokken onderwijsin- delijke amateurkunstinstellingen die hierbij
stellingen kunnen produceren. betrokken zijn de gelegenheid hun takenpak-
16

In haar adviesaanvraag vraagt de minister ket opnieuw te definiëren. Tevens is dit een
de Raad in kaart te brengen hoe en in welke geschikt moment om de taken en verantwoor-

mate de kerntaak cultuureducatie op dit delijkheden van de provinciale en landelijke


Het verdient bijvoorbeeld aan-
beveling te onderzoeken hoe de

worden als werkomgeving voor

moment binnen de verschillende cultuur- ondersteuningsinstellingen ten opzichte van


professionele kunstenaars.
sector aantrekkelijker kan

sectoren wordt vormgegeven en in hoeverre elkaar en ten opzichte van het werkveld onder
instellingen in de culturele basisinfrastruc- de loep te nemen en waar nodig te herzien.
tuur hun kerntaak op dit terrein uitvoe- In 2005 heeft de Raad voor Cultuur de bestel-
ren. In afwachting van de nieuwe Enquête taken van het sectorinstituut amateurkunst
Cultuureducatie van het IVA 11, die een beeld uitgebreid beschreven. Hij wees in dit advies
schetst van de educatieve activiteiten van onder andere op het belang van netwerk-
15

rijksgesubsidieerde instellingen, onthoudt vorming en disciplineoverstijgend beleid.


de Raad zich van uitspraken over de manier Prioriteit heeft ook het formuleren van stra-

waarop culturele instellingen deze taak vorm tegische doelen en een gemeenschappelijke
gen ‘kulturhus’ genoemd, elders lei verenigingen, waaronder die
ontmoetingsruimten voor aller-

dorpen een belangrijke functie

lokalen kunnen bijvoorbeeld de


oplossing vormen voor het nij-
VVV-kantoor met een bibliotheek, pende tekort aan repetitie- en

kunst in veel gemeenten mee te


wijken. Flexibel te gebruiken

en inhoud geven. Wel signaleert hij dat het visie, waaraan de landelijke organisatie en de
vervullen, maar ook in stads-
kunst. Overigens kunnen deze
de meeste voorzieningen over

op het gebied van de amateur-

voorzieningen niet alleen in

werkruimte waar de amateur-

uitvoeren van educatie voor het overgrote provinciale instellingen elk vanuit hun eigen
deel van de cultuurinstellingen niet expliciet positie nader invulling kunnen geven. De Raad
is vastgelegd in een subsidiebeschikking. Om van twaalf vormt als provinciaal netwerk van
te waarborgen dat instellingen serieus werk intermediaire instellingen een belangrijke
voorzieningen. Ook beschikken kampen heeft.

maken van hun educatietaak pleit hij ervoor gesprekspartner voor het sectorinstituut.
concrete prestatieafspraken op dit gebied te Daarnaast mag van deze landelijke instelling
maken.12 Indien daartoe aanleiding bestaat, worden verwacht dat ze een voortrekkersrol
zal hij op een later moment alsnog advies uit- speelt bij het in kaart brengen en uitwerken

brengen over de educatieve activiteiten van van kansrijke ontwikkelingen, zoals de moge-
‘servicepunt’ of ‘dorpspunt’. In

ondergebracht. De instellingen
Utrecht worden deze instellin-

cultuurinstellingen. lijkheden die de brede school biedt om ver-


gezondheidscentrum en horeca-
combinaties van voorzieningen
een multifunctionele accommo-
is sprake van een ‘steunstee’,

bank, een postkantoor en een


In Overijssel, Gelderland en

combineren bijvoorbeeld een


datie als het kulturhus zijn

bindingen te leggen tussen schoolgebonden


Betere afstemming tussen lokale,
een peuterspeelzaal, een

cultuureducatie, buitenschoolse cultuuredu-


provinciale en landelijke instellingen catie en amateurkunst. Ook de relatie met de
professionele kunstwereld houdt prioriteit 15,
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw kent evenals internationale samenwerking. De
Nederland een stelsel van lokale, provinciale groeiende populariteit van cultureel erfgoed
en nationale ondersteunende instellingen biedt aanknopingspunten voor intensievere
14

die door de verschillende overheden worden samenwerking tussen de amateurkunstsector


bekostigd. De landelijke infrastructuur op het en de erfgoedsector. Verdere ontwikkeling


werk van directeuren dat namens

gebied van amateurkunst is de afgelopen jaren en uitbreiding van lokale, multifunctionele


De Raad van twaalf is een net-

optreedt als gesprekpartner

versterkt. De door het ministerie van OCW voorzieningen kunnen een impuls geven
gebied van kunst en cultuur.
de betrokken instellingen

voor beleidsmakers op het

ingezette herstructurering van de landelijke aan het verenigingsleven, bijdragen aan de


ondersteuningsstructuur in 2005 heeft gere- ontwikkeling van culturele activiteiten en de
sulteerd in een fusie van vijf landelijke instel- participatie van diverse bevolkingsgroepen
lingen op het gebied van amateurkunst. Sinds stimuleren.16
1 januari 2007 vormen zij samen Kunstfactor,
sectorinstituut voor de amateurkunst. De infrastructuur op het gebied van cul-
13

Het netwerk van provinciaal werkende inter- tuureducatie is de laatste jaren op sommige
mediaire cultuurinstellingen is de afgelopen punten versterkt, bijvoorbeeld door de

jaren verder verfijnd, zodat nu elke provincie oprichting van intermediaire instellingen die
Zie verder het advies Onderwijs
begin 2007, maar waren nog niet
De resultaten van deze Enquête

een of meer ondersteuningsinstellingen voor het contact tussen scholen en cultuurinstel-


bekend bij het ter perse gaan
Cultuureducatie verschijnen

kunst en cultuur telt. Recent hebben zestien lingen vergemakkelijken. Op andere punten is
provinciale intermediaire cultuurinstellingen de infrastructuur verzwakt, onder andere als
in cultuur, p. 35-37.

zich verenigd in de Raad van twaalf.13 Op lokaal gevolg van gemeentelijke bezuinigingen op de
niveau is onder andere geïnvesteerd in multi- buitenschoolse kunsteducatie, zoals muziek-
van dit advies.

functionele accommodaties, die als eigentijd- scholen en centra voor de kunsten. De bestel-
se variant van het dorpshuis de leefbaarheid taken op het gebied van cultuureducatie zijn
12
11

van kleine kernen vergroten.14 Deze instellin- momenteel verdeeld over meerdere landelijke
gen spreken een gevarieerd publiek aan; de instellingen. Zo is de ondersteuning van de

60
amateurkunst en
cultuureducatie 1I
filmeducatie momenteel belegd bij een instel- stichting Erfgoed Nederland.
ling uit de filmsector, ligt de ondersteuning De publieke belangstelling voor volkscul-
van erfgoededucatie bij het recent opgerichte tuur en immaterieel erfgoed is de laatste
sectorinstituut erfgoed, en worden bestelta- jaren sterk toegenomen, zoals onder andere
ken op het gebied van literatuureducatie en blijkt uit het (bovenregionale) succes van de
leesbevordering uitgevoerd door letterenor- Twentse streeksoap Van jonge leu en oale
ganisaties en bibliotheken. De versnippering groond. De landelijke ondersteuning van dit
die de sector nu kenmerkt, is verre van ideaal, aandachtsgebied is belegd bij het Nederlands
temeer daar het onderwijs cultuureducatie Centrum voor Volkscultuur. Een van de voor-
in de uitvoerende praktijk beschouwt als één naamste opdrachten van deze instelling is het
gebied, met verschillende vertakkingen naar opbouwen van een lokale en provinciale infra-
kunst, erfgoed, media en letteren. Zij kan ook structuur op het gebied van volkscultuur en
gemakkelijk leiden tot oneigenlijke concur- immaterieel erfgoed. Wanneer het immateri-
rentie tussen de verschillende deelgebieden eel erfgoed en de volkscultuur op termijn een
en instellingen, aangezien elke sector streeft volwaardig onderdeel vormen van het beleid
naar meer aandacht voor zijn eigen discipline van lokale en provinciale erfgoedinstellingen,
in het onderwijs. kan de Raad zich voorstellen dat de lande-
Bundeling van kennis en expertise daarente- lijke ondersteuning van dit aandachtsgebied
gen maakt het gemakkelijker dwarsverbanden wordt overgenomen door het sectorinstituut
te leggen en het evenwicht tussen de ver- erfgoed.18
schillende gebieden te waarborgen. Om de
sector zo goed mogelijk te ondersteunen is Samenvatting van de
het noodzakelijk dat alle betrokken landelijke belangrijkste aanbevelingen
instellingen hun visie en werkwijze op elkaar
afstemmen en inhoudelijke ontwikkelingen Het duurzaam vergroten van de cultuurpar-
met elkaar bespreken. ticipatie vergt een langetermijnvisie en een
De Raad betreurt dat als gevolg van de her- resultaatgerichte samenwerking tussen over-
structurering van de ondersteuningsstruc- heden, tussen verschillende beleidsterreinen,
tuur in 2005 de uitvoering van een aantal tussen culturele en educatieve instellingen en
besteltaken op het gebied van kunsteduca- tussen publieke en private partners.
tie per 2009 niet langer structureel worden De Raad adviseert een zelfstandig fonds voor

agenda en basisinfrastructuur per sector


gesubsidieerd. In de optiek van de Raad speelt amateurkunst en cultuureducatie op te rich-
de buitenschoolse kunsteducatie een cruciale ten. Dit fonds heeft onder andere tot taak de
rol bij het vergroten van de actieve cultuur- samenhang tussen amateurkunst en cultuur-
participatie en de ontwikkeling van creatief educatie te bevorderen en vernieuwing te
talent. Om deze rol doeltreffend en efficiënt stimuleren.
te kunnen vervullen is het noodzakelijk dat Initieer in plaats van het Actieprogramma
gemeentelijke centra voor de kunsten de Amateurkunst waartoe de Tweede Kamer
komende jaren inhoudelijk en organisatorisch oproept een breder opgezet Actieprogramma
grondig worden vernieuwd.17 Dit vernieu- Cultuurparticipatie, waar zowel de amateur-
wingsproces vereist een krachtige aanpak met kunst als de cultuureducatie deel van uit-
centrale sturing vanuit een landelijke instel- maakt. Maak in het kader hiervan afspraken
ling. De Raad adviseert voor de innovatie en over investeringen in de sector amateurkunst
ontwikkeling in de kunsteducatie en voor de en cultuureducatie op lokaal en provinciaal
uitvoering van de besteltaak afstemming en niveau.
coördinatie structureel middelen te reserve- Het ontbreken van structurele landelijke mid-
ren. Zolang er geen sectorinstituut bestaat delen voor de uitvoering van besteltaken op
dat is belast met de landelijke ondersteuning het gebied van kunsteducatie is een punt van
van de kunsteducatie en –participatie, kunnen zorg.
deze taken worden belegd bij Kunstconnectie. Zorg ervoor dat eerdere aanbevelingen van de
Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur op het
Op het gebied van erfgoededucatie bestaat gebied van cultuureducatie in het onderwijs
van de samenleving en daarnaast

dit vernieuwingsproces urgent.


naar vraaggericht werken maken

Zie ook het advies Onderwijs in

het immaterieel erfgoed ook de


Zie voor de ondersteuning van

nog onvoldoende landelijke afstemming en ten uitvoer worden gebracht.


De veranderde samenstelling

de omslag van aanbodgericht

coördinatie. De oprichting van het Overleg Het cultuurbeleid dient nadrukkelijk in te


sectoragenda Archieven.

Provinciale Erfgoedinstellingen Nederland spelen op de vergrijzing. Afstemming van het


(OPEN) is een stap in de goede richting, omdat overheidsbeleid op het gebied van cultuur,
regelmatig overleg tussen de provinciale zorg, welzijn en veiligheid is noodzakelijk.
Cultuur (2006).

erfgoedinstellingen hierdoor gemakkelijker Onderzoek of het wenselijk is om de onder-


wordt, maar er bestaat dringend behoefte aan steuning van het immaterieel erfgoed op de
18
17

structureel overleg tussen deze instellingen langere termijn te integreren in het sectorin-
en het nieuwe sectorinstituut erfgoed, de stituut erfgoed.

61
amateurkunst en
cultuureducatie 1I
Basisinfrastructuur Ontwikkelingsfunctie
De basisinfrastructuur van de sectoren ama- Voor culturele instellingen die een func-
teurkunst en cultuureducatie biedt plaats aan tie vervullen bij de ontwikkeling van jong
instellingen met een ondersteunende functie talent is plaats in de basisinfrastructuur.
of een ontwikkelingsfunctie. Bij beide functies Maatschappelijke veranderingen en gewij-
gaat het om instellingen van landelijk belang zigde ideeën over leren hebben ertoe geleid
die de actieve en receptieve cultuurparticipa- dat getalenteerde jongeren met ambitie niet
tie bevorderen. langer vanzelfsprekend kiezen voor het volgen
van kunstvakonderwijs. Zij vinden via andere
Ondersteuningsfunctie kanalen de weg naar de beroepspraktijk of
ontwikkelen hun talent op andere manieren
Tot de basisinfrastructuur op het gebied van dan binnen het formele onderwijs. In talen-
amateurkunst behoort een sectorinstituut tontwikkeling gespecialiseerde instellingen
dat op landelijk niveau de vrijwillige kunstbe- bieden jongeren de kans zich te ontplooien
oefening ondersteunt, de sector nationaal en tot uitvoerend (amateur)kunstenaar of maker.
internationaal vertegenwoordigt, innovatie Voor een deel van de jongeren functioneren
in de sector stimuleert en voor afstemming deze instellingen als opstap naar het kunst-
en coördinatie zorgt. Deze functie wordt vakonderwijs. De Raad acht het noodzakelijk
momenteel vervuld door Kunstfactor.19 Tot dat de overheid naast het officiële kunst-
de basisinfrastructuur van de amateurkunst vakonderwijs andersoortige voorzieningen
rekent de Raad ook een landelijke ondersteu- op het gebied van talentontwikkeling finan-
nende instelling die de besteltaken op het ciert, omdat het ontdekken en ontwikkelen
gebied van de volkscultuur en het immaterieel van talent de basis vormt van een bloeiende
erfgoed uitvoert. Deze functie wordt momen- culturele sector.
teel vervuld door het Nederlands Centrum
voor Volkscultuur. De amateurkunst vormt een belangrijke vind-
plaats en kweekvijver voor artistiek talent.
De cultuureducatie kent geen sectorinstituut In de basisinfrastructuur van deze sector is
dat als centrale, overkoepelende organisatie ruimte voor organisaties van landelijk belang
verantwoordelijk is voor de landelijke onder- die zich richten op het scouten, begeleiden,
taak hebben en daarnaast educa-
ceren, niet om instellingen die
gen die cultuureducatie produ-

artistieke productie als kern-

steuning en innovatie. Wel behoort tot de ondersteunen en stimuleren van talent.


Het gaat hierbij om instellin-

basisinfrastructuur een expertisecentrum Sommige van deze instellingen stellen zich


dat de besteltaken informatie en reflectie en ten doel prille talenten te ontdekken en hen
tieve taken uitvoeren.

documentatie en archivering uitvoert voor te motiveren zich verder te ontplooien. Zij bie-
de gehele sector. Deze functie wordt momen- den daartoe kinderen en jongeren de moge-
teel vervuld door Cultuurnetwerk Nederland. lijkheid hun vakkundigheid te vergroten, al dan
De uitvoering van de overige besteltaken, niet in combinatie met praktijkgerichte lessen.
22

zoals (inter)nationale vertegenwoordiging Andere geven een impuls aan de ontwikke-


en promotie van de sector, afstemming en ling van talent door de onderlinge competitie

coördinatie, alsook ontwikkeling en vernieu- te stimuleren. Een wedstrijd of concours zet


wing, is verdeeld over instellingen in verschil- deelnemers ertoe aan het beste uit zichzelf te
‘Betere afstemming tussen loka-
verwijst de Raad naar het hoofd- le, provinciale en landelijke

lende sectoren. 20 De basisinfrastructuur op dit halen. Een derde categorie instellingen biedt
Zie hiervoor de paragraaf

gebied vertoont echter een hiaat: er is geen vergevorderde amateurs en/of studenten
instelling die deze besteltaken uitvoert op die een vooropleiding of kunstvakopleiding
het gebied van kunsteducatie. Die taken zijn volgen de mogelijkheid podiumervaring op te
instellingen’.

momenteel belegd als tijdelijke opdrachttaak doen.


bij Kunstconnectie, de branchevereniging
voor kunsteducatie en -participatie. 21 De Raad Naast talentontwikkeling onderscheidt de
20

21
Idem.

beschouwt deze constructie als een knelpunt. Raad binnen de ontwikkelingsfunctie een
Hij adviseert voor de innovatie en ontwikkeling participatiefunctie. Deze wordt in de sector

in de kunsteducatie en voor de uitvoering van amateurkunst vervuld door instellingen van


Schets ondersteuningsstructuur

dat deel uitmaakt van het Advies


Cultuureducatie’ in het advies
Ondersteunende instellingen,
taken van dit sectorinstituut

de besteltaak afstemming en coördinatie op landelijk belang die werken vanuit een combi-
cultuursector uit 2005 en het
Voor een beschrijving van de

hoofdstuk ‘Amateurkunst en
stuk ‘Amateurkunst’ in de

dit terrein structureel middelen te reserveren. natie van artistieke en sociaal geëngageerde
Cultuurnota 2005-2008.

Zolang er geen sectorinstituut bestaat dat is intenties, waarbij een duidelijk omschreven
belast met de landelijke ondersteuning van de gemeenschap actief betrokken is. Daarnaast
kunsteducatie en -participatie, dienen deze omvat deze functie cultuureducatieve instel-
taken met tijdelijke subsidie te worden belegd lingen 22 van landelijk belang die tot doel
bij de branchevereniging, die als enige lande- hebben de actieve participatie van burgers te
19

lijke kunsteducatieve organisatie met kennis vergroten door middel van cultuureducatieve
en gezag kan werken aan de uitvoering ervan activiteiten.

62
archieven
1I
archieven

Geschiedenis is ‘in’ en erfgoed geniet de warme belangstelling van


publiek en politiek. Honderdduizenden mensen besteden hun vrije tijd
aan onderzoek naar hun stamboom of de geschiedenis van hun eigen
leefomgeving. Historische verenigingen groeien in aantal en omvang.
De Tweede Kamer maakt zich sterk voor een nationaal-historisch
museum. De minister van OCW heeft een canon van de Nederlandse
geschiedenis laten opstellen. In allerlei opzichten is het verleden
actueler dan ooit. Zo actueel zelfs, dat van de vijftig ‘vensters’ waar-
door de canoncommissie ons naar het verleden wil doen kijken er elf
betrekking hebben op de laatste vijftig jaar. Maar alle mooie bespie-
gelingen over de actualiteit van het verleden ten spijt geldt ook nog
steeds dat in de krant van vandaag morgen de vis alweer wordt verpakt.
Informatie in dit digitale tijdperk is vluchtig en ongrijpbaar. Het actu-

agenda en basisinfrastructuur per sector


ele verleden ontglipt ons waar we bij staan. Niet voor niets spreekt de
Erfgoedinspectie over de dementerende overheid. Het geheugen van de
digitale overheid vertoont gaten, en wat niet weg is, is door slecht tech-
nisch en/of intellectueel beheer moeilijk of helemaal niet meer pro-
ductief te maken. En in onze papieren archieven wordt dan misschien
wel geen vis verpakt, maar we zorgen er toch niet goed genoeg voor. De
vraag hoe het archiefwezen financieel en instrumenteel moet worden
toegerust om de maatschappelijke functies van archieven optimaal tot
hun recht te laten komen, is nog net zo relevant als toen de Raad hem
in het Vooradvies 2005-2008 opwierp, en is daarom ook voor de Agenda
Archieven leidend.

Uitgangspunten In de Agenda Archieven beperkt de Raad


zich tot de meest bepalende ontwikkelingen
De beschrijving en analyse van de sta- en vraagstukken, en de meest prangende
tus-quo en de ontwikkelingen zoals opge- beleidswensen. Deze agenda vormt de aan-
tekend in de sectoranalyse Archieven loop naar het advies over de inrichting van
van het teveel. Over de rijks-

2005-2008 zijn grotendeels nog van toe- het archief bestel dat de Raad in het najaar
Raad voor Cultuur, Het tekort

verantwoordelijkheid voor

passing voor de komende periode. Voor van 2007 samen met de Raad voor Openbaar
cultureel erfgoed. 2005.

de feitelijke beschrijving van het onder- Bestuur hoopt uit te brengen. Een aantal
steunende gedeelte van de basisinfra- vragen zal pas in dat advies kunnen worden
structuur wordt verwezen naar de Schets beantwoord.
Ondersteuningsstructuur die de Raad in In 2005 adviseerde de Raad over het erf-
2005 publiceerde als opmaat naar de herzie- goedselectiebeleid.1 In dat advies stelde de
1

ning van de ondersteuningsstructuur van Raad vast dat de verantwoordelijkheid voor


de cultuursector. erfgoed in eerste instantie bij de eigenaar

cf.
41
63
archieven
1I
ligt. De rijksverantwoordelijkheid is secun- le dienstverlening. De komende jaren vor-
dair, tenzij de rijksoverheid zelf eigenaar men een periode van transitie, waarin de
is van het erfgoed in kwestie. Die secundai- sector met het ene been in het oude en met
re rijksverantwoordelijkheid krijgt deels het andere been in het nieuwe paradig-
gestalte in de bestelverantwoordelijkheid ma staat. Dat geeft veel druk op de sector.
die de rijksoverheid draagt. Een onderdeel Tegelijkertijd heeft de sector te maken met
daarvan is de verantwoordelijkheid voor de een toenemend aantal klanten die boven-
basisinfrastructuur van het erfgoed. dien steeds hogere eisen stellen.
De rijksverantwoordelijkheid voor het erf- De grootste en ingrijpendste veranderin-
goed beperkt zich echter niet tot het louter gen ziet de Raad in de verhouding tussen
institutionele. In zijn advies over erfgoed- publiek en archiefinstellingen en in de ver-
selectiebeleid betoogde de Raad dat het houdingen binnen de archiefketen. Het
rijk verantwoordelijk is voor het in staat publiek komt steeds nadrukkelijker cen-
stellen van burgers om hun eigen erfgoed te traal te staan: het zal actiever deel heb-
ontdekken, te bestuderen en ervan te genie- ben aan de betekenisgeving van archieven
ten. De eerste randvoorwaarde daarvoor en het zal beter en sneller bediend wil-
is een duidelijk gearticuleerd selectiebe- len worden. eCultuur maakt het belang
leid, dat ten doel heeft een representatieve van instituties en institutionele kaders
(archief )collectie Nederland tot stand te ondergeschikt aan het belang van netwerk-
brengen, waaruit een grote verscheiden- structuren en samenwerkingsverbanden.
heid van mensen veelsoortige verhalen Allereerst wordt dat afgedwongen door de
kan putten. Op dat punt heeft de Raad zijn technologische ontwikkelingen, die zul-
visie al gegeven en is nu de minister aan ke organisatorische, financiële en kennis-
zet. Naast een adequaat selectiebeleid is lasten met zich meebrengen dat zij door
een actief en vernieuwend participatiebe- afzonderlijke instellingen niet te dragen
leid nodig om de burgers daadwerkelijk op zijn. Bovendien eist het archiefpubliek
onderzoek te laten gaan in die rijke, repre- brede en onbelemmerde digitale toegang
sentatieve (archief )collectie Nederland. tot de (archief )collectie Nederland. Ook
Niet alle onderdelen van de (archief )- het publiek trekt zich, in het proces van
collectie Nederland zullen blijvend toe-eigening van zijn erfgoed, niets aan

(h)erkend worden als erfgoed. Voor som- van institutionele grenzen. In de virtuele
mige archieven zal vooral de oorspronke- gemeenschap van genealogen is dat al zicht-
ruimte geeft voor een actieve
Nederland en het daarbinnen

lijke functie van informatiebron reden baar. Genealogische communities brengen


zijn voor blijvende bewaring. Die functie is een veelheid van bronnen- en toegangen-
wezenlijk voor de democratische samenle- materiaal op internet bijeen en stellen dat
ving, de rechtsstaat en de kennissamenle- via hun eigen digitale kanalen beschikbaar.
ving. Archief beleid kan dan ook niet louter Grote groepen archiefgebruikers worden
erfgoedbeleid zijn, maar moet ook inge- daarmee gedeeltelijk zelfvoorzienend. Het
bed zijn in het beleid ten aanzien van (ov enige wat zij nodig hebben is een rijkelijk
rol.

erheids)informatievoorziening, media en gevulde, betrouwbare en regelmatig aan-


kenniseconomie. gevulde digitale bronnencollectie waaruit


stellingen in het land een zelf-

teitssysteem voor digitale toe-

zij hun eigen ‘deelcollectie’ kunnen samen-


belangrijke stappen in de rich-
zet in het kader van het project
regulerend en dynamisch kwali-
de lopende Cultuurnotaperiode

gankelijkheid te ontwikkelen,
De Taskforce Archieven, die in

Archief4all voorzichtige maar

zoeksomgeving die het publiek

Ontwikkelingen
samenwerking met archiefin-

stellen. Bovendien is het publiek niet langer


ting van een digitale onder-
tot taak heeft om in nauwe

louter passief consumptief, maar vervult


invoert in de collectie

De belangrijkste ontwikkelingen in de sec- het in toenemende mate een actieve rol


tor zijn in één woord samen te vatten: eCul- als producent van nieuwe content, die ver-
tuur. 2 Wat en hoeveel eCultuur betekent halen destilleert uit de (archief )collectie
voor de archiefsector wordt steeds beter Nederland en toevoegt aan het wereldwijde
zichtbaar. Alle facetten van archiefvor- web.
3

ming, archief beheer, toegankelijkheid en Toch blijven instituties van belang: als
publieksbenadering veranderen ingrij- intermediair zijn ze onmisbaar om de kwa-

pend. Deels is dat een autonome ontwikke- liteit en de betrouwbaarheid van de ter
teweegbrengt in de samenleving,
gaat in op de radicale verande-
Cultuur, juni 2003). Dit advies
cultuur en de implicaties voor
eCultuur: van i naar e. Advies

ling, deels wordt dat door overheidsbeleid beschikking gestelde informatie te borgen
in organisaties, in de levens
ringen die de informatie- en
over de digitalisering van

gestuurd. De archiefsector is grotendeels en te garanderen. 3


communicatietechnologie
cultuurbeleid (Raad voor

een overheidssector, die meegetrokken Ook de archiefketen (met als schakels


wordt in het beleid ten aanzien van verbete- archiefvormer, toezichthouder en archief-
ring van de dienstverlening en de slagvaar- bewaarplaats) maakt een transformatie
digheid van de overheid, waarvoor veelal door. In tal van overheidsorganisaties is
van mensen.

digitale oplossingen worden ontwikkeld. de documenthuishouding geheel of gedeel-


2

Archief beheerders verleggen hun aandacht telijk gedigitaliseerd. Daar waar de docu-
naar digitale toegankelijkheid en digita- mentenstroom volledig digitaal is, is niet

64
archieven
1I
ken, et cetera. (Automatisering
zozeer sprake van een paradigmawisseling worden uit reguliere begrotingsgelden gefi-

goedinstellingen, bibliothe-
maar van een paradigmabreuk: daar is men nancierd voor hun wettelijke kerntaken,
aangeland in het records-continuüm, waar maar zijn voor het overige gebonden aan de

Gids, 15 december 2006.)


een document niet langer een eindproduct doelstellingen en ambities van hun (lokale)
is maar altijd een halffabrikaat, waar een bestuurders.
archief nooit meer een afgesloten geheel De sterke instellingsgerichtheid van het
kan zijn en waar de archiefwettelijke voor- cultuurbeleid is niet in het belang van het
schriften rond overdracht en overbrenging publiek. Zeker wat erfgoed betreft is het

in de huidige vorm niet langer vanzelfspre- publiek niet geïnteresseerd in de instelling


kend zijn. Met de beleidsnota Informatie op als zodanig, maar in de objecten die daar

orde 4 doen de ministers van OCW en BZK worden beheerd. Participatie vergt in de
toegankelijk maken van de geza-
overheid investeren terwijl de
ciering van de overheidsinves-
regering: “Verbeter de finan-

gebeuren.” Wat hij daar in den


teringen in ICT. Vaak moet een

brede stelt, geldt ook voor de


specifieke investeringen die
onderdelen. Dat gaat dan niet

een goede poging het transitieproces van archiefsector een ander beleid. Onmisbaar
organisatieonderdeel van de

menlijke collecties van erf-


nodig zijn voor het digitaal
Rob Meijer van Het Expertise
Centrum adviseert de nieuwe

baten neerslaan bij andere

papier naar digitaal bij de rijksoverheid daarin is een besef van gedeeld belang en
in goede banen te leiden. De nota gaat ech- gedeelde verantwoordelijkheid van de ver-
ter voorbij aan het feit dat een digitaal schillende bestuurslagen. Ook is een gro-
archiefstuk niet alleen qua verschijnings- tere rol van de rijksoverheid noodzakelijk.
vorm en informatiedrager iets anders is De Raad pleit voor een nieuw convenant
dan een papieren document, maar er ook tussen het rijk en de decentrale overhe-
7

een fundamenteel conceptueel verschil den, gericht op het tot stand brengen van
is dat om een andere verdeling en opvat- een integraal en digitaal benaderbare (toe-

ting van verantwoordelijkheden vraagt van gang tot de) (archief )collectie Nederland.
de (archief)collectie Nederland
van digitalisering de boot heb-
steld dat de kleinere gemeenten

houding maakt het streven naar


optimale toegankelijkheid van
en waterschappen op het gebied

stand niet meer in te lopen is.


Een dergelijke defaitistische
Archivarissen in Nederland in

ben gemist, en dat hun achter-

zowel zorgdragers als toezichthouders en Daarbij is speciale aandacht nodig voor


Archieven onomwonden vastge-
2006 werd vanuit de Taskforce
Koninklijke Vereniging van
Tijdens het congres van de

bewaarplaatsbeheerders. overheidsorganisaties die tot dusver niet


De Raad acht het aannemelijk dat de ver- meer dan minimale voorzieningen hebben
bij voorbaat kansloos.

regaande consequenties van digitalise- getroffen voor de toegankelijkheid van hun


ring ook in Nederland zullen leiden tot archieven. 6 De Raad acht het bovendien
ingrijpende wijzigingen in de verantwoor- noodzakelijk dat er een brede, primaire
delijkheidsverdeling ten aanzien van infrastructuur tot stand komt, waarin ieder-
(overheids)archieven. In het kader van het een vrij (en betaalbaar) toegang heeft tot
6

besteladvies zal hij dat verder onderzoeken alle bronnen van cultuur en informatie. Een

en daarover nadere uitspraken doen. 5 dergelijke infrastructuur vergt intra- en

agenda en basisinfrastructuur per sector


and so are the opportunities for

for posterity, they are also for


digital world are even greater,

intersectorale synergie en aansluiting tus-


ging this information effecti-
vely, the benefits are not just
public. If we succeed in mana-
government as well as for the
that information survives to
become tomorrow’s permanent

Kansen en bedreigingen sen zowel archieven onderling als tussen


record. The challenges of a

andere sectoren, met name bibliotheken.


Volwaardig burgerschap vergt kennis van Op de langere termijn dient de verhou-
en inzicht in de eigen geschiedenis. De ding tussen het rijk en de andere bestuur-
archiefsector moet de burger daarin onder- slagen ten aanzien van het archief beleid
steunen en stimuleren. Nu al zoekt het geherdefinieerd te worden. Daarover zal de
today.”

publiek massaal zijn identiteit en zijn ver- Raad zich later dit jaar, in zijn besteladvies,
maak in zijn geschiedenis en eigent het uitspreken.

zich al zoekend zijn erfgoed toe. De opti- In de lopende Cultuurnotaperiode is een


Chief Executive van The National

records and information lanage-


ment in government,and ensuring
ment archive. We’ve always play-
Archives, verwoordt de noodzaak

this requires us to be a lot more

male toegankelijkheid en vindbaarheid begin gemaakt met programmabeleid ten


British history. However, doing
is well known and highly regar-

than just a historical govern-


volgt: “The National Archives

ded for the work we do in safe-

ed a key role in a paper world,

van erfgoed en historische bronnen, van aanzien van digitalisering in de archief-


ensuring high standards of
guarding and illustrating
en het nut van de fusie als

de (archief )collectie Nederland dus, is sector door de instelling van de Taskforce


in de archiefsector een randvoorwaarde Archieven en het in werking stellen van de
voor het behalen van de doelstelling van subsidieregeling Digitaliseren met beleid.
cultuurparticipatie. Subsidieregelingen zijn belangrijk om
Cultuurbeleid in Nederland is tot dusver noodzakelijk geachte ontwikkelingen aan te
in belangrijke mate instellingenbeleid. De jagen. Maar met innovatiesubsidies alleen
beleidsnota Verschil maken biedt weliswaar komt de sector er niet. Beleidsmakers en
uitzicht op een lichte accentverschuiving instellingen moeten beseffen dat (investe-

van instellingen- naar programmabeleid, ren in) digitalisering gepaard moet gaan
stories/133.htm. Natalie Ceeney,
Cultuur en Wetenschap en minis-
Informatie op Orde. Vindbare en

het Public Records Office: www.


nationalarchives.gov.uk/news/
matie. Minister van Onderwijs,
toegankelijke overheidsinfor-

ter van Bestuurlijke Vernieuw-

Archives onlangs fuseerde met

maar het zwaartepunt blijft liggen bij de met het bevorderen van samenwerking.7
Zie ook de ontwikkelingen in
ing en Koninkrijksrelaties,

Engeland, waar The National

instituties. Het instellingenbeleid werkt, Na elke vernieuwing komt de veel minder


vooral door de sterke gerichtheid op het zichtbare en ‘verkoopbare’ fase van beheer.
éigen publieksbereik, concurrerend gedrag Investeringen in ICT brengen immers niet
van verwante instellingen in de hand. Ze alleen initiële kosten met zich mee, maar
vissen in dezelfde vijver naar de gunst van ook structurele lasten voor beheer en
het publiek, en moeten hun publieksbereik onderhoud. Die worden zelden door sub-
4

vervolgens als aas gebruiken voor dezelfde sidies gedekt en zijn steeds moeilijker te
2006.

subsidieverstrekkers. Overheidsarchieven dragen voor de instellingen. In de subsidie-



65
archieven
1I
fase van een onderzoek daarover
steeds geen positie heeft geko-
voorwaarden voor innovatiesubsidies zou lijkheidsbesef en overzicht, en de afwezig-
Wat daar geen goed aan doet, is

zen ten aanzien van de inrich-


dat het ministerie van OCW nog

ting van de inspectiefunctie.

af, maar heeft het onderwerp


OCW rondde in 2006 de eerste
een voorziening voor beheer en onderhoud heid van regie.13 In het kader van het Project
vervolgens laten rusten.
van de ontwikkelde programma’s als harde Achterstanden, en van Interlab, het interde-
eis moeten worden opgenomen. partementale samenwerkingsverband op
Een volledig digitale (archief )collectie het gebied van digitalisering van de docu-
Nederland is een onnodig streven. menthuishouding, is er enige samenhang en
Niettemin acht de Raad grootschali- enig gedeeld verantwoordelijkheidsbesef
ge digitalisering van veel geraadpleeg- binnen de rijksoverheid aan het ontstaan.
12

de en/of kwetsbare bronnen wenselijk. Het gevaar dreigt dat die ontwikkeling stokt
Digitalisering vergroot het laagdrempelig als de projecten zijn afgerond. De kans voor

aanbod van archieven, en is dus bevorder- de archiefsector is om in een nieuwe bestel-


digitaal archiefbeheer geheel

lijk voor de participatie. Digitalisering zou structuur en in herziene wetgeving uitdruk-


caties en software, en omdat

hand in hand moeten gaan met conserve- king te geven aan de gezamenlijkheid. Op
ring en zo een bijdrage leveren aan duur- verzoek van de minister en naar aanleiding
zaam behoud van kwetsbaar authentiek van de beleidsnota Informatie op orde zal de
materiaal. Raad daarover in september 2007 advies
De Raad ziet het streven naar optimale toe- uitbrengen.
ontbreekt.

gankelijkheid van de (archief )collectie


Nederland als meer dan een culturele Basisinfrastructuur
beleidsdoelstelling. In internationaal ver-

band wordt de vrije toegang tot bronnen Begripsbepaling


kwalificatie ‘risico zeer hoog’

gehouden met archiefwettelijke


voor 2007 geeft de inspectie de

van informatie en cultuur als grondrecht In de nota Verschil maken wordt onder
eisen en belangen bij het ont-
omdat er geen rekening wordt
Erfgoedinspectie/Archieven

aan de probleemgebieden van


ondeskundig archiefbeheer,

werpen en bouwen van appli-

erkend. 8 In 2001, onder het kabinet-Kok II, ‘basisinfrastructuur’ dat deel van de cul-
In de risicoanalyse van de

besloot de Nederlandse regering een der- tuursector verstaan waarvoor het rijk direc-
gelijk grondrecht in de grondwet te veran- te verantwoordelijkheid draagt. Het gaat
keren. 9 Het belang van vrije toegang tot dan om functies waarbij niet alleen artis-
hoogwaardige (betrouwbare, authentieke, tiek-inhoudelijke overwegingen een rol spe-
volledige) bronnen van informatie en len, maar ook bestuurlijke en beleidsmatige
11

cultuur dient naast een rechtsstatelijk ook overwegingen. De adviesaanvraag perkt het
een economisch belang. Daarin ligt tege- begrip wat de erfgoedsectoren betreft in tot

lijkertijd een kans en een bedreiging. De de functies ondersteuning en ontwikkeling.


duurzaamheid en stabiliteit van

betrouwbaarheid, volledigheid.

groeiende economische waarde van infor- Deze beperkte opvatting zegt weinig over de
matische veranderingen in de
Zie Theo Thomassen, Paradig-
de band tussen informatie en
werkproces; authenticiteit,

matie in het digitale tijdperk zorgt ervoor werkelijke omvang van de rijksverantwoor-
Dat is: de doorzichtigheid,

Jaarboek 1999, p. 69-77).

dat informatie en cultuurproducten steeds delijkheid voor de sector. Die strekt zich
archiefwetenschap (SAP

vaker het commerciële domein in worden immers ook uit tot de wet- en regelgeving,
getrokken en afgeschermd worden door de borging van de professionele kwaliteit,
exclusieve rechten. De overheid heeft, als de goede, geordende en toegankelijke staat
hoeder van de publieke informatievoorzie- van de rijksarchieven en de zorg voor en het
ning, de plicht de vrije toegang tot bronnen beheer van de rijksarchief bewaarplaatsen.
10

van informatie en cultuur te bevorderen en


Ondersteuningsfunctie

te bewaken.
Naar aanleiding van het rapport

Die verplichting weegt des te zwaarder De omslag naar e-cultuur brengt met zich
Wallage (In dienst van de demo-
(Grondrechten in het digitale

cratie, 27 augustus 2001). Het

voor de informatievoorziening van de mee dat afzonderlijke archiefinstellingen


tijdperk, 24 mei 2000) en het

besluit is overigens tot op


heden niet geëffectueerd.
rapport van de commissie-

overheid zelf. Archivistische kwaliteit 10


van de commissie-Franken

niet langer in staat zijn om bepaalde taken


is een randvoorwaarde voor de betrouw- zelfstandig uit te voeren. Een instellings- en
baarheid van de overheid én van de soms zelfs sectoroverstijgende aanpak is
(archief )collectie Nederland. Met die kwa- noodzakelijk. Een sterke ondersteunende
liteit is het bij de rijksoverheid slecht infrastructuur is daarbij essentieel.
gesteld, zo toont de Erfgoedinspectie tel- De ondersteuningsfunctie valt uiteen in
9

kens weer aan.11 Bij veel decentrale over- de ‘besteltaken’ promotie, educatie (in
heden staat het archieftoezicht op een laag de zin van deskundigheidsbevordering),

pitje, en een totaaloverzicht over de staat informatie en reflectie, ontsluiting, afstem-


van de Nederlandse overheidsarchieven ming en coördinatie. Deze taken zijn
Universele Verklaring van de

ontbreekt.12 In de aanloop naar het project grotendeels belegd bij een erfgoedbreed
Artikel 10 EVRM, art. 19

Wegwerken Archief Achterstanden, dat door sectorinstituut, dat met ingang van 1 janu-
Rechten van de Mens.

alle ministeries tezamen in 2006 is gestart, ari 2007 opereert onder de naam Stichting
bleken de problemen in het beheer, de Erfgoed Nederlands. Het sectorinstituut
bewerking en de overdracht van de archie- zou het accent moeten leggen op de taken
ven van de rijksoverheid voor een groot deel afstemming en coördinatie. Het beleid in
8

veroorzaakt en verergerd te worden door de komende periode moet volgens de Raad


een gebrek aan gezamenlijk verantwoorde- gericht zijn op maximalisering van de

66
archieven
1I
cultuurparticipatie en de totstandkoming een reële kans van slagen te geven, is
en uitwerking van het concept van de col- het belangrijk om haar taken goed af te
lectie Nederland. Dit zijn twee zeer nauw bakenen ten opzichte van het Nationaal
verweven beleidsdoelen, die staan of vallen Archief. Als rijksinstelling die op het
met instellings- en sectoroverschrijdende gebied van digitale duurzaamheid, behoud
samenwerking. Het sectorinstituut zal zich en conservering van archieven fungeert
als spin in het web van erfgoedinstellingen als kennisinstituut en als knooppunt van
van velerlei pluimage moeten bewijzen als internationale samenwerking, maakt het
verbindend en richtinggevend element. De Nationaal Archief wel deel uit van de basis-
Stichting Erfgoed Nederland zal haar werk infrastructuur van de archiefsector.
nadrukkelijk vanuit een erfgoedbreed De verhouding met het Nederlands
perspectief moeten benaderen, zich moeten Centrum voor Volkscultuur (NCV) als
onthouden van het zelf ontwikkelen van koepelorganisatie voor het immaterieel
producten en zich juist moeten richten op erfgoed is een ander aandachtspunt. Het
het stimuleren en verknopen van innovatie NCV is een kleine en kwetsbare organisatie
en ontwikkeling van onderop. die cruciaal is voor de ondersteuning van
De Raad vindt dat de Stichting Erfgoed de vitale, vrijwel geheel uit liefhebbers
Nederland ook invulling zal moeten geven bestaande sector van het immaterieel
aan haar internationale rol op het gebied erfgoed. Op termijn is een samengaan van
van erfgoedbrede kwesties, complementair NCV en Erfgoed Nederland denkbaar. Eerst
aan de taken van het Nationaal Archief is echter het rijk aan zet. OCW dient werk
en de Koninklijke Vereniging van te maken van het Unesco-verdrag inzake
Archivarissen. Niet alleen instellings- en immaterieel erfgoed en ervoor te zorgen
sectorgrenzen, maar ook landsgrenzen dat er in de komende periode beleid wordt
vervagen immers. Voor Erfgoed Nederland ontwikkeld op dit nog geheel onontgonnen
is het zaak om de sectoren en instellingen beleidsterrein.
ertoe te stimuleren na te denken over hun Veel van de opleidingsvoorzieningen voor
(Europese) internationale dimensie en over de erfgoedsectoren staan onder druk. De
de doorwerking van Europese en andere initiële archivistiekopleidingen hebben
internationale kaders op het gebied van lang te kampen gehad met krappe studen-
erfgoed. tenaantallen en gebrekkige aansluiting met

agenda en basisinfrastructuur per sector


De minister vraagt de Raad hoe de het veld, en lijden al sinds 2005 onder voort-
landelijke ondersteuningsfunctie in de durende onzekerheid over hun financiering
erfgoedsectoren zich verhoudt tot de en juridische status. Bij gebrek aan belang-
regionale. De Raad heeft in zijn Schets stelling beëindigde de Museumvereniging
Ondersteuningsstructuur 2005 bij de onlangs haar activiteiten ten aanzien van
minister ervoor gepleit de aard, omvang en na- en bijscholingsactiviteiten. Ook het
kwaliteit van de regionale ondersteuning bijscholingsprogramma van de archief-
voor het erfgoed te onderzoeken. Dat is sector, Kennis Nabij, is door gebrek aan
tot dusver uitgebleven. Van feitelijke belangstelling een stille dood gestorven.
uitspraken en waardeoordelen over de Geconstateerd moet worden dat de puur
verhouding tussen de regionale en de sectorale insteek niet meer aansluit op de
landelijke erfgoedondersteuners moet de steeds bredere en opener beroepspraktijk.
Raad zich dan ook onthouden. Idealiter is Ook ten aanzien van deskundigheidsbe-
de verhouding tussen deze twee ondersteu- vordering is het zaak om een erfgoedbrede
ningsniveaus complementair. De landelijke insteek te kiezen. Het gaat daarbij in essen-
ondersteuning zou zich nadrukkelijk als tie om de professionele kwaliteit van de
derdelijns instelling moeten opstellen. erfgoedsector. Erfgoed Nederland moet
De erfgoedhuizen en aanverwante instel- daarin het voortouw nemen als derdelijns
lingen in de regio vormen de tweedelijns instelling. De sectorale beroeps- en/of
ondersteuning. Dat gezegd zijnde blijft de brancheverenigingen fungeren hierbij als
Raad het wenselijk vinden dat de minister tweede lijn. De Raad dringt er bij de minis-
de risicoanalyse 2007: de ondui-
Erfgoedinspectie onderkend in

bevoegdheden hebben eveneens

de feitelijke verhouding laat onderzoeken ter op aan op korte termijn duidelijkheid te


de kwalificatie ‘risico zeer
delijkheden ten aanzien van

om te bezien of het totale pakket aan onder- verschaffen over de toekomstige inrichting
verantwoordelijkheden en

steuning toereikend, effectief en efficiënt is. van het archivistiekonderwijs.


De Raad vindt het belangrijk dat de positie De Raad pleit voor meer en meervormige
Ook dat is door de

hoog’ gekregen.

van het sectorinstituut in de archiefsector rijksbijdragen aan de ontwikkelingen in de


helder wordt gedefinieerd. In de lopende archiefsector. Een sterkere ondersteuning
Cultuurnotaperiode heeft het Nationaal van vernieuwende ontwikkelingen, partici-
13

Archief regelmatig als sectorinstituut patie van en dienstverlening aan de burger


gefunctioneerd. Om Erfgoed Nederland is noodzakelijk. Evenals versterking van

67
archieven
1I
de toegankelijkheid, representativiteit en Samenvatting van de
kwaliteit van de collecties. belangrijkste aanbevelingen
Ontwikkelingsfunctie 1. Zorg voor breed bestuurlijk draagvlak en
De invalshoek van talentontwikkeling is commitment voor het archief beleid.
voor de erfgoedsectoren niet goed bruik- 2. Zet in de komende periode in op het rea-
baar. De ontwikkelingsfunctie in de zin van liseren van een integraal en digitaal bena-
onderzoek, vernieuwing en experiment derbare (toegang tot de) (archief )collectie
is wél cruciaal in het licht van de radica- Nederland ten behoeve van het publiek en
le paradigmabreuk die in de archiefsector ter bevordering van de participatie in de
aan de orde is. Fundamenteel en toegepast archiefsector. Doe dat in zo breed mogelijk
onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling verband, door middel van een convenant
van de professie en de sector, nu uitgevoerd tussen het rijk en de decentrale overheden,
door de stichting Archiefschool, is een en bed dat in in het streven naar een brede,
rijksverantwoordelijkheid die onverkort in primaire infrastructuur, waarin iedereen
stand dient te blijven. vrij (en betaalbaar) toegang heeft tot alle
Erfgoededucatie is een randvoorwaarde bronnen van cultuur en informatie.
voor het optimaliseren van participa- 3. Zet het instrument van innovatiesub-
tie. Tegelijk is erfgoededucatie als aparte sidies in om participatie en eCultuur te
discipline naast cultuureducatie kwets- bevorderen. Stuur door middel van de sub-
baar en onvoldoende ontwikkeld, zoals sidievoorwaarden aan op samenwerking
de Raad betoogde in het advies Onderwijs en op structureel beheer van geslaagde
in Cultuur.14 De inbedding van Erfgoed vernieuwingen.
Actueel in het sectorinstituut impliceert in 4. Start een programma van grootschalige
ieder geval erkenning en onderkenning van digitalisering van veel geraadpleegde en/of
de eigenheid van de erfgoededucatie, en kwetsbare bronnen. Daarmee moet ook het
dat is een goed begin. Het is nu zaak dat de duurzaam behoud van deze bronnen wor-
Stichting Erfgoed Nederland bijdraagt aan den gediend.
de ontwikkeling van erfgoededucatie tot 5. Zet het sectorinstituut nadrukkelijk erf-
volwassen discipline. Dat vergt nadrukke- goedbreed en derdelijns in, leg het accent
lijk een opstelling als derdelijns instelling. van het instituut op afstemming, coördina-
Het accent moet de komende jaren liggen tie, bevordering van samenwerking, onder-
op onderzoek naar hoe mensen zich erfgoed zoek van de internationale dimensie van
toe-eigenen, en naar hoe hun interesse kan erfgoedbeleid en ontwikkeling van erfgoed-
worden gewekt, aangewakkerd en verdiept. educatie tot een volwassen discipline.
Hier ligt een duidelijke relatie met de 6. Onderzoek of de totale ondersteunings-
canon en met de manier waarop die uitein- structuur toereikend, effectief en efficiënt
delijk in het onderwijs wordt verwerkt. De is.
tweedelijns ondersteuning door de erfgoed- 7. Ontwikkel beleid ten aanzien van immate-
huizen en aanverwante instellingen is rede- rieel erfgoed en bezie in dat licht de verhou-
lijk dekkend en lijkt goed te functioneren. ding tussen de stichting Erfgoed Nederland
en NCV.
8. Geef snel duidelijkheid over de toe-
komstige inrichting van het archivistiek-
onderwijs.
9. Houd de ontwikkelfunctie in de zin van
toegepast en fundamenteel archivistisch
onderzoek in stand.
Versterking van cultuureduca-

onderwijs (Raad voor Cultuur


tie in primair en voortgezet

en Onderwijsraad, 2006).
Onderwijs in Cultuur.
14

68
architectuur
1I
architectuur, stedenbouw,
monumenten, archeologie
en landschap
Nederland is, Nederland wordt. Het land is een historische prestatie van
menselijk vernuft, daadkracht en optimisme. Tegelijkertijd ligt er een per-
manente opgave om zich te meten met de nooit aflatende krachten van de
natuur, en die van de sociaal-economische en geopolitieke ontwikkelin-
gen in de rest van de wereld. In de geest van ir. Cornelis Lely: “Een volk dat
leeft, bouwt aan zijn toekomst”, en dat bouwen kan alleen maar een ant-
woord zijn op de ruimtelijke opgave van vandaag.
Die opgave is enorm: het wassende water, de zorg om het leefmilieu, de
kwaliteit van de openbare ruimte, de veranderingen in bevolkingssamen-
stelling, de toenemende rijkdom aan levensstijlen, de groeiende behoefte
aan veiligheid, de druk op het territorium door internationale concurren-
tie, de groeiende rijkdom en de navenante behoefte aan meer individuele
ruimte, de druk op het wegennet, het zorgvuldig omgaan met erfgoed –
en de lijst is nog veel langer te maken. Het is voor een belangrijk deel aan

agenda en basisinfrastructuur per sector


de overheid om ervoor te zorgen dat alles wat er aan financiële middelen,
talent, menselijke energie, beleidsinstrumentarium en kwaliteitsbesef
beschikbaar is, op deze opgave wordt geënt.

Hierin ligt de kern van deze sectoragenda krachtig en integraal in te zetten bij de inrich-
besloten. Dit enten van het potentieel op dat ting van het land. Dit ter bestendiging van een
wat er in de samenleving nodig is, gebeurt mooi Nederland: prettig om in te leven en te
onvoldoende – en daar moet verandering in werken, aantrekkelijk om in te investeren,
komen. Er groeit een kloof tussen dat wat verleidelijk om te komen bewonderen en
maatschappelijk moet en dat wat er gebeurt inspirerend om elders van te leren.
in de ruimtelijke vakdisciplines (architectuur, Hierna volgen tien grondstellingen voor
stedenbouw, monumenten, archeologie en het opnieuw doordenken van de ruimtelijke
landschapsarchitectuur). Er is een toene- opgave en de maatschappelijke consequen-
mende discrepantie tussen grote vragen en de ties die daaruit voortvloeien als kern van een
kleine oplossingen van institutionalisering, cultureel georiënteerd architectuurbeleid.
juridisering, regulering, zonering en andere
vormen van procesmanagement. Deze kloof Herbezinning op fragmentatie en
ondermijnt op termijn de legitimiteit van de verschraling
sector, die boven alles wordt ontleend aan
het zorgvuldig omgaan met de veelheid aan Een sectoragenda voor architectuur,
belangen en opvattingen over de ruimtelijke stedenbouw, monumenten, archeologie en
inrichting. Het onderstaande kan dan ook landschap heeft altijd ook implicaties voor
gelezen worden als een poging om deze andere beleidsterreinen. De agenda heeft
kloof te verkleinen. Door het aanreiken van uiteraard culturele en artistieke aspecten,
een kader kan de overheid verdere stappen maar deze zijn onlosmakelijk verbonden met
ondernemen om het culturele vermogen van politieke keuzes, economische patronen
architectuur, stedenbouw, monumentenzorg, en psychologische voorkeuren. Het gaat
archeologie en landschapsarchitectuur om vakgebieden waarin het verleden en de

cf.
42
69
architectuur
1I
toekomst moeten worden geïntegreerd in een benaderen en te onderzoeken, de grenzen aan
omvattende visie. deze interventies te begrijpen en om mogelijke
Daarnaast is deze agenda in het huidige alternatieven te ontwikkelen.
tijdsgewricht een reactie op een overheidsbe- Het rijk kan daar op twee manieren aan
leid met gematigde ambities. Enerzijds is dit bijdragen. Ten eerste door te inspireren met
te constateren op het cultuurpolitieke vlak, een cultuurpolitieke visie op onze fysieke
anderzijds in de politieke agenda van de afge- leefomgeving en een instrumentarium te
lopen jaren. Wat architectuurbeleid betreft faciliteren via een duidelijk en transparant
zijn er ten minste twee sleutelmomenten aan te subsidiestelsel; ten tweede door kwaliteit
wijzen: de reductie van het architectuurbeleid te versterken en deze te borgen met wet- en
tot een uitvoeringsagenda in de nota Ruimte, regelgeving.
en de bezuinigingen op het architectuurbeleid Er is uiteraard ook een grens aan zaken die tot
dat binnen die nota Ruimte nog overbleef. de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid
gerekend kunnen worden en die zij ook kan
Streven naar kwaliteit in waarmaken. Met de sturingsfilosofie ‘centraal
ruimte en tijd wat moet, decentraal wat kan’ is die grens
getrokken. Wat echter nog onduidelijk is en
Onder architectuurbeleid wordt in deze nu extra aandacht vraagt, is wat dan centraal
sectoragenda verstaan: de wijze waarop de geregeld moet worden. Decentrale overheden
overheid bijdraagt aan het kwaliteitsbesef van hebben wel meer verantwoordelijkheid
onze fysieke leefomgeving onder alle actoren, gekregen, maar duidelijke kaders ontbreken,
zodat deze niet alleen worden gestuurd door evenals borging van voldoende middelen om
regelgeving, maar ook worden geïnspireerd aan die nieuwe verantwoordelijkheid invulling
door ideeën. Regelgeving en inspiratie zijn te geven.
twee wezenlijk verschillende zaken, die apart
behandeld moeten worden. De ene heeft Ruimtelijk ontwerp als spiegel voor
betrekking op de voor kwaliteit noodzake- maatschappelijke ontwikkelingen
lijke procedures en de borging daarvan, de
andere op het conceptuele kader, de culturele We worden niet alleen voor nieuwe
dimensie, de voor kwaliteit noodzakelijke uitdagingen gesteld door decentralisatie,
inspiratie. privatisering, mondialisering, multicultu-
Het schaalbereik van architectuurbeleid is raliteit, de fenomenale opmars van digitale
groot, zowel wat de schaal van het concrete communicatietechnieken, de belevenisecono-
gebouw en zijn details betreft als de schaal mie en het ontstaan van nieuwe patronen van
van stad en landschap. De borging van verstedelijking, maar ook door het klimaat.
minimale kwaliteit en de inspiratie tot Architectuur laat zien welke gevolgen deze
maximale kwaliteit moeten dus op verschil- tendensen hebben voor de cultuur, bijvoor-
lende schaalniveaus worden gevonden. beeld in de opkomst van nieuwe typologieën
Verder kent architectuurbeleid een visie op in de woon- en zorgsector en in het onderwijs,
continuïteit door uit te gaan van een tijdsdi- in de voortdurende aanpassing en transfor-
mensie. Het gaat om zorg voor verantwoorde matie van onze steden, herwaardering van het
transformaties van verleden in toekomst. Ook landschap en de regionale verschillen, in het
is het van belang het bouwproces niet te zien aanwenden van architectonische intelligentie
als iets wat voorafgaat aan het eindresultaat, in het ontwerp van netwerkomgevingen, in de
maar als een cyclus van ontwerp, oplevering, behoefte aan stedelijke publieke faciliteiten
gebruik en hergebruik op lange termijn. of in de uitdaging te ontwerpen naargelang de
Nederland is nooit af. Daarom is het goed krimp en/of veranderende samenstelling van
dat de ‘sector’ architectuur, stedenbouw, de Nederlandse bevolking.
monumenten, archeologie en landschap beide Dit laatste punt laat zich goed uitleggen aan de
polen – ruimte en tijd, de ruimte in historisch hand van monumentenzorg. Voor het toekom-
perspectief – vertegenwoordigt. stige monumentenbeleid zou het goed zijn
onderzoek te verrichten naar de betekenis van
Meer visie rijksoverheid wenselijk monumenten in relatie tot huidige en toe-
komstige demografische veranderingen. Wat
Iedere interventie in onze fysieke leefomge- voor waarde en betekenis hebben en krijgen
ving, maar ook het besluit om niet te inter- begrippen als herkenbaarheid, cultuurhis-
veniëren, vloeit voort uit politieke keuzes, torische waarde en authenticiteit, die in
economische afwegingen en maatschappelijke onze huidige samenleving aan het fenomeen
en culturele voorkeuren. Architectuurbeleid monument verbonden zijn?
vervult daarin een wezenlijke rol. Het is een
middel om opgaven op een andere manier te

70
architectuur
1I
Meer oog voor de regio en Europa aan concrete ontwerpopgaven aan de
orde te stellen, en deze te verbinden met
Het is niet alleen wenselijk om veel preciezer het brede maatschappelijke debat om
vast te stellen wat er centraal geregeld moet uiteindelijk de opgaven scherp te krijgen
worden en daarin de regie te nemen, maar en weloverwogen keuzes te kunnen maken.
ook om zich beter te oriënteren op diverse Een selectie van de voorbeeldprojecten in
bestuurslagen. Zo kan het rijk zichzelf een het Actieprogramma Ruimte en Cultuur zou
taak geven bij het stimuleren van goed daarbij als vertrekpunt kunnen dienen.
opdrachtgeverschap op lokaal niveau en van De mogelijkheden die het ontwerp biedt,
een architectuurbeleid op Europees niveau. zijn niet of onvoldoende benut. Het ontwerp
Het rijk moet zijn eigen positie opnieuw wordt ten onrechte vaak als concreet resultaat
definiëren en waar nodig afzwakken om beschouwd, terwijl het juist een ultiem middel
die van de regio en Europa te versterken kan zijn om mogelijkheden te onderzoeken,
(‘downgraden’ en ‘upgraden’ van het archi- zaken op orde te brengen en inhoudelijke,
tectuurbeleid). De rijksoverheid faciliteert sectoroverstijgende verbindingen te leggen.
daarmee een bestuursorgaan dat ouder is, de Dit ontwerpend onderzoek gaat niet over het
gemeente, en een bestuursorgaan dat jonger creëren van een aansprekend beeld, maar
is: Europa. De regio is een vloeiend begrip, over het verbeelden van programma’s en het
waarbij grensafbakening afhankelijk is van de onderzoeken van denkbeeldige scenario’s.
gestelde opgave. Het rijk moet zich richten op Het dient als kompas voor maatschappelijke
het versterken van de wisselwerking tussen discussie en als middel voor de overheid om
top-down- en bottom-up-aanpak, waardoor uiteindelijk weloverwogen keuzes te kunnen
lokale en regionale behoeften kunnen samen- maken. Om te kunnen bepalen wanneer de
vallen met ideeën die op Europees niveau overheid op welk schaalniveau welke keuze
spelen. Tijdens recente gesprekken met de moet maken, en hoe zij die moet faciliteren,
vijf landsdelen heeft de Raad op dit gebied moet het ontwerpend onderzoek terugkeren
veel ambities bij de regionale overheden naar de embryonale fase van projecten.
geconstateerd.
Stimuleren van goed opdracht-
Investeren in inhoudelijke kennis geverschap en prijsvragen

agenda en basisinfrastructuur per sector


Met het Actieprogramma Ruimte en Cultuur Goed opdrachtgeverschap onderscheidt
als opvolger van de derde Architectuurnota is zich door een krachtige visie op de opgave,
het architectuurbeleid versmald tot proces- grote betrokkenheid bij het ontwerpproces
management en financieel beheer. Het komt en bereidheid om de dialoog aan te gaan met
nauwelijks meer tot stand vanuit de inhoud, ontwerpers en eventuele gebruikers.
waardoor de sociale en politieke rol die Behalve voor de kwaliteit van zijn eigen
architectuur normaliter inneemt naar de ach- opdrachtgeverschap en kwaliteitsambities
tergrond is verdwenen. De Raad ondersteunt in rijksgebouwen en andere voorbeeldpro-
de visie van het College van Rijksadviseurs jecten is het rijk verantwoordelijk voor het
dat de overheid meer inhoudelijk moet gaan stimuleren van goed en inspirerend opdracht-
sturen en zou moeten aangeven wat architec- geverschap. In dit kader vraagt de Raad om
tuur kan betekenen binnen de condities van een kritische beschouwing van de Europese
onze samenleving. Wanneer de overheid zelf aanbesteding, waarbij architecten worden
niet investeert in kwaliteit en in regie op basis geselecteerd op basis van kwantitatieve in
van inhoud, kan van een ambitieus architec- plaats van kwalitatieve criteria.
tuurbeleid geen sprake zijn. Investeren in
inhoudelijke kennis en een krachtige visie op Nauw verwant aan het opdrachtgeverschap
de vraag waar men naartoe wil en waarom, is het instrument prijsvragen. Nederland
zijn zowel op landelijk als op lokaal niveau een heeft, in vergelijking met andere Europese
vereiste. Daarbij is het van belang om het ont- landen, nauwelijks een prijsvraagcultuur.
werpproces niet te zien als iets wat voorafgaat Een levendige prijsvraagcultuur, gericht op
aan het eindresultaat, maar als een cyclus van reële opgaven, is een voorwaarde voor een
ontwerpend onderzoek, ontwerp, realisatie, florerend architectuurklimaat. Daarin staan
gebruik en hergebruik op de lange termijn. de voorstellen centraal, zodat de opties voor
verdere ontwikkeling concreet voorstelbaar
Meer ruimte voor en bespreekbaar zijn. De Raad adviseert meer
ontwerpend onderzoek prijsvragen te organiseren voor (openbare)
opdrachten om de kwaliteit te verhogen en
Er is een belangrijke rol voor de overheid om het openbare debat over de toekomst van
weggelegd om de onderwerpen die raken Nederland te stimuleren.

71
architectuur
1I
Zorgvuldige omgang met lingen van Belvedere te verscherpen, in een
het verleden bredere, integrale beleidscontext te kunnen
plaatsen, en voort te zetten.
Erfgoed speelt een steeds grotere rol in
culturele, ruimtelijke en economische Intensivering van cultuurspreiding
transformaties. In het streven naar een
duurzame leefomgeving met een duidelijke Binnen het kader van de Agenda
identiteit en herkenbaarheid staat het zoeken Cultuurbeleid zijn er nog twee specifieke
naar de balans tussen de instandhoudings- thema’s die met betrekking tot architectuur
opgave (restrictie) en de ruimtelijke geagendeerd kunnen worden: e-cultuur en
ontwerpopgave (inspiratie) centraal. Dat cultuureducatie.
vraagt van de rijksoverheid enerzijds om een Om met e-cultuur te beginnen: de voortdu-
sterkere rechtvaardiging, goed gefundeerde rende digitalisering van onze cultuur is ook
afwegingen op grond van maatschappelijke en voor de architectuur een onontkoombaar
wetenschappelijke belangen, en een reflectie gegeven. De architectuursector is sterk
op de uitgangspunten en principes van veranderd door het gebruik van digitale
instandhouding. Aanwijzingen (beschermde media voor toe te passen middelen, maar ook
status monumenten en landschappen) zullen voor vormgeving. Architecten ontwerpen
in de toekomst beter moeten worden beargu- op de computer in plaats van aan de teken-
menteerd. Om het vertrouwen te (her)winnen tafel; ze maken omgevingen waarin digitale
en de gemeenschappelijke verantwoordelijk- informatiedragers steeds vaker terugkomen.
heid voor deze erfenissen te vergroten zal het Ze adopteren sensortechnologie en projectie-
rijk een langetermijnperspectief en stabiliteit technologie voor nieuwe ruimtelijke effecten.
moeten bieden. Op verzoek van de minister De vakwereld is in staat meer interactief en
van OCW werkt de Raad samen met andere integraal te werken. Kennis is transparanter en
adviesorganen aan de formulering van een beter toegankelijk. Tegelijkertijd is het land-
actueel beschermingsbeleid. schap van kennis verwerven en professioneel
Anderzijds is het belangrijk om erfenissen handelen veel diffuser geworden.
uit het verleden vitaal te houden of te maken, Met het project Kennisinfrastructuur
en om ze te koppelen aan de fysieke opgave Cultuurhistorie (KICH) is een eerste stap gezet
door planvorming te integreren in de monu- in het toegankelijk en toepasbaar maken van
mentenzorg en het beschermde monument en digitale cultuurhistorische databestanden bij
landschap als ontwerpopgave te benaderen. landelijke kenniscentra. In de erfgoedsector
Met de nota Belvedere (1999) is een ontbreekt echter een omvattende visie op het
beleidsstrategie uitgezet om de inbreng van beheer en ontsluiten van archieven, monu-
cultuurhistorie in ruimtelijke opgaven te menten en archeologisch onderzoek. Hier
versterken en ook een toekomstgerichte visie liggen bijzondere kansen voor het intensiveren
te ontwikkelen voor het behoud van cultureel van cultuurspreiding.
erfgoed. Dankzij deze extra beleidsimpuls, Het ligt voor de hand dat de nationale instel-
ondersteund door een projectbureau en een lingen, het Nederlands Architectuurinstituut
subsidieregeling die is ondergebracht bij (NAi) en de Stichting Erfgoed Nederland
het Stimuleringsfonds voor Architectuur, (SEN), hierin het voortouw nemen en gestalte
is de kennis over en bewustwording van de geven aan een zinvolle digitaliseringsstrategie
ontwikkelingsmogelijkheden van cultureel in relatie tot de ruimtelijk-maatschappelijke
erfgoed bij beleidsmakers, opdrachtgevers en opgave.
ontwerpers aan het toenemen.
Met de groeiende maatschappelijke belang- Cultuureducatie: naast digitalisering zijn
stelling voor geschiedenis, mede ingegeven er ook inhoudelijke strategieën nodig om
door het toenemende besef van kwetsbaarheid een brug te slaan tussen de ontwikkelingen
van de dagelijkse leefomgeving, vraagt de in het vakgebied en het brede publiek.
Raad echter alert te blijven op oppervlakkige De Raad sluit zich aan bij het College van
geschiedschrijving en opportunistisch gebruik Rijksadviseurs, dat meer aandacht vraagt
van het verleden. Het aandeel van de geschie- voor de bewustwording van (de betekenis van)
denis in de opgave moet niet worden verdund, architectuur in onderwijsprogramma’s voor
maar worden meegenomen en geïncorporeerd cultuur en kunstzinnige vorming. Het gaat om
in het ontwerpend onderzoek. De Raad een maatschappijbrede doelstelling, gericht
adviseert extra in te zetten op projecten die tot op jong en oud. Het is wenselijk niet alleen
direct uitvoerbare resultaten leiden. op de iconen uit de architectuur te focussen,
Tot slot: de houdbaarheid van dit expliciete maar juist op het besef dat gebouwen, steden
beleid is beperkt en eindigt in 2009. De Raad en landschappen producten zijn die onze
acht een evaluatie wenselijk om de doelstel- cultuur voortbrengt en dat velen daar een rol

72
architectuur
1I
in spelen. Als men zich meer bewust wordt betekenis van architectuur opnieuw centraal
van de kwaliteit hiervan, kan iedereen een stelt en waarvoor de rijksoverheid haar
bijdrage leveren aan de culturele dimensie die verantwoordelijkheid neemt. Dat het rijk die
daarin besloten ligt. ambities heeft, leidt de Raad af uit de reactie
Tegelijkertijd is cultuureducatie een aspect op de Visie Architectuurbeleid 2008+ van
van het vakonderwijs dat gemakkelijk ten het College van Rijksadviseurs, waarin de
prooi kan vallen aan technische of proces- minister stelt dat het kabinet onderkent “dat
matige prioriteiten, waarbij het cultuurhisto- inspiratie, bevlogenheid en een optimistische
rische aspect onderbelicht blijft. Het is van ontwerpvisie van groot belang zijn voor
groot belang ook in de curricula aandacht te de kwaliteit van het ontwerpen aan en in
besteden aan de maatschappelijke opgaven Nederland (…).”
en de daaruit te destilleren legitimiteit van het De infrastructuur die dit beleid moet
vak. ondersteunen en verder kan brengen is
Tot slot: alle bovengenoemde punten zijn ruim vijftien jaar geleden aangelegd. Deze
gebaseerd op de overtuiging dat voor een infrastructuur functioneert, zij het zieltogend,
vitaal Nederland de ontwerppraktijk, de nog steeds, maar moet volgens de Raad nieuw
omgang met het erfgoed en de maatschap- leven worden ingeblazen. In zijn advies over
pelijke opgaven onlosmakelijk met elkaar de ondersteuningsstructuur wees de Raad
verbonden zijn. De deelnemers aan dit er al op dat dit instrumentarium vooral in
proces – de gebruikers, de makers, de de afgelopen twee jaar verder onder druk is
beheerders en de opdrachtgevers – vervullen komen te staan door de teloorgang van een
daarin als culturele burgers onmiskenbaar helder inhoudelijk beleidskader (voor zowel
ieder hun eigen rol. de architectuur- als de erfgoedsector) en door
opgelegde fusies en verdere bezuinigingen.
Basisinfrastructuur Nederland begint daardoor zijn internationale
voorbeeldfunctie te verliezen.
De minister heeft de Raad verzocht om Bovendien is er de afgelopen jaren een
aan te geven welke functies binnen de crisis ontstaan in het erfgoedbeleid. Ten
basisinfrastructuur directe financiering van gevolge van reorganisaties, nieuwe (tijdelijke)
het ministerie van OCW dienen te houden. Het maatregelen en regelingen (implementatie
uitgangspunt daarbij is de drieslag onder- van het Verdrag van Malta, werelderfgoed,

agenda en basisinfrastructuur per sector


steuningsfunctie, instandhoudingsfunctie stedelijke vernieuwing van naoorlogse
en ontwikkelingsfunctie. Het antwoord van wijken) weten velen in deze sector niet meer
de Raad moet een werkbaar onderscheid wat de cultuurpolitieke kaders zijn, wie
opleveren en duidelijk maken wanneer een welke taken uitvoert, en wie waarvoor
instelling in aanmerking komt voor meerjarige verantwoordelijk is. De regie is zoek. De Raad
subsidie van OCW of voor subsidiëring door bepleit een fundamentele en omvattende
een van de fondsen. analyse van dit veld voor de komende jaren,
In diezelfde adviesaanvraag verzoekt de resulterend in een nieuw bestel, waar ook het
minister de Raad het huidige stelsel van werelderfgoedbeleid een integraal onderdeel
architectuurinstellingen en -voorzieningen te van zal zijn. Over benoeming van functies met
spiegelen aan de veranderde praktijk en de het oog op de verantwoordelijkheid voor de
oorspronkelijke doelstellingen, om daarmee zorg van cultureel erfgoed zal de Raad zich
een basisinfrastructuur voor deze sector te in zijn aangekondigde stelseladvies nader
kunnen vaststellen. De Raad stelt vast dat de uitspreken. De basis voor deze infrastructuur
tweede vraag van een andere orde is dan de ligt in de eerste Architectuurnota, die in 1991
eerste. Bovendien is het onderscheid tussen verscheen. In datzelfde jaar is ook het Berlage
OCW en fonds als het om architectuurinstel- Instituut gestart als een internationale
lingen gaat een zeer ondergeschikt vraagstuk. postdoctorale werkplaatsopleiding voor
Daarom spitst de Raad zich hier toe op talentvolle ontwerpers. Het NAi bestond toen
de ‘herijkingsvraag’ voor het stelsel van al, evenals de internationale prijsvraagorgani-
architectuurinstellingen. Het raadsadvies satie voor jonge architecten, Europan. Beide
ziet er voor deze sector daarom anders uit dan zijn in 1988 opgericht. In 1993 werd naast het
de adviezen voor andere sectoren die onder Fonds voor Beeldende Kunst, Vormgeving
OCW vallen. Wel is er zo veel mogelijk een en Bouwkunst het Stimuleringsfonds voor
onderscheid aangehouden tussen ondersteu- Architectuur in het leven geroepen. Ook werd
ning en ontwikkeling, de twee functies die van toen het platform Architectuur Lokaal opge-
toepassing zijn in deze sector. richt als stimulerend en facilitair steunpunt
voor lokaal architectuurbeleid. In 1996 werd
De Raad bepleit een krachtig en ambitieus deze infrastructuur verder uitgebreid met een
architectuurbeleid dat de culturele prijsvraag voor afgestudeerden van ontwerp-

73
architectuur
1I
opleidingen, Archiprix, en een onafhankelijk voor individuele talentontwikkeling.
en interactief internetplatform, Archined. Het Berlage Instituut functioneert als
Het tijdschrift Archis, statutair onderdeel van internationaal centre of excellence en
het NAi, werd in 2000 in een aparte stichting vertegenwoordigt de hoogste ambitie op het
ondergebracht om te voorzien in de behoefte gebied van ontwerpopleiding in Nederland.
aan een interdisciplinaire en internationale Het levert daarmee een belangrijke bijdrage
verkennersrol. aan de internationalisering van het vak. Wel is
In zijn advies over de Cultuurnota 2005-2008 het van belang te bekijken hoe deze instelling
signaleerde de Raad al dat de genoemde zich verhoudt tot andere onderwijsinstellingen
instellingen zich steeds meer verwijderden van in Nederland. Het instituut kan de univer-
hun oorspronkelijke doelstellingen. Ze hebben siteiten en academies voeden met nieuwe
andere prioriteiten gesteld of zich andere ontwikkelingen en kan, omgekeerd, inspelen
taken toegeëigend. De overlappingen in de op de behoeften in het vakonderwijs. In het
infrastructuur moeten aanleiding zijn tot een algemeen zou het rijk meer kennisuitwisseling
nieuwe taakafbakening, terwijl tegelijkertijd en strategische kenniscombinaties moeten
de hiaten moeten worden gevuld. De Raad stimuleren tussen architectuuropleidingen en
meent dat dit niet zonder de instellingen zelf andere ruimtelijke en historische disciplines.
kan worden afgestemd en pleit voor een zelfre-
gulering op korte termijn. Enige overwegingen Wat de fondsen betreft, vindt de Raad dat
hierbij worden hierna gegeven. er opnieuw moet worden gekeken naar
Hoe de basisinfrastructuur van instellingen de complementariteit in de taken die zijn
voor het architectuurbeleid er uiteindelijk uit neergelegd bij het SfA, het Fonds BKVB en de
komt te zien, is afhankelijk van de ambities Mondriaan Stichting. Ook is meer overzicht
die de rijksoverheid stelt. Want ten aanzien en transparantie gewenst ten aanzien van het
van architectuur, stedenbouw, monumenten, onderbrengen van generieke regelingen bij de
archeologie en landschap heeft ook de verschillende fondsen.
overheid zich van haar oorspronkelijke Het SfA subsidieert projecten die bijdragen
doelstellingen verwijderd. Pas wanneer aan ontwikkeling en verdieping van
duidelijk is waar de overheid in gelooft, welke ruimtelijke, ontwerpende disciplines en
verantwoordelijkheden ze centraal wil nemen, aan projecten die uitvoering geven aan het
welke langetermijndoelen ze stelt en hoe ze architectuurbeleid. Sinds 2002 beheert het
dat wil bereiken en sturen, kan de infrastruc- tevens de Regeling Belvedere; het bereidt de
tuur opnieuw en optimaal worden uitgelijnd. integratie van die regeling en de architectuur-
regeling voor, die aansluit bij de ambitie voor
Bij het herijken van de basisinfrastructuur een integraal architectuurbeleid. Ook de mid-
is het van belang de vier hoofdactoren in de delen die de Homogene Groep Internationale
inrichting van Nederland goed te onderschei- Samenwerking (HGIS) beschikbaar heeft
den: de vakgemeenschap, de opdrachtgevers, gesteld voor het profileren en stimuleren
de gebruikers en de regelstellers. Om deze van de internationale ontwikkeling van de
actoren te ondersteunen en te stimuleren een Nederlandse architectuur zijn bij het SfA
hoogwaardige omgevingskwaliteit tot stand te ondergebracht. Daarnaast verstrekt dit fonds
brengen zal het rijk minimaal voor de volgende programmasubsidies aan lokale architec-
functies volledige verantwoordelijkheid tuurcentra; het vervult daarin een belangrijke
moeten nemen en daarvoor de noodzakelijke monitorfunctie. De Raad vraagt aandacht
middelen moeten verschaffen. voor de overlap met het SfA die is ontstaan
sinds het Fonds BKVB ook projectsubsidies
A. Ontwikkelen en verdiepen van de vakdisci- (publicatiesubsidies en pilotprojecten)
plines en stimuleren van individuele talentont- verstrekt. Eveneens adviseert de Raad het
wikkeling (momenteel betrokken instellingen: doel, de criteria en de resultaten van de
Berlage Instituut, Stimuleringsfonds voor subsidiëring van een tweejaarlijkse studiereis
Architectuur (SfA), Fonds voor Beeldende opnieuw te bekijken en te positioneren.
Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (Fonds
BKVB), Mondriaan Stichting, Archiprix, Tevens wijst de Raad in dit kader op de
Europan en onderwijsinstellingen). subsidieproblemen bij de Koninklijke
Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB)
Deze functies zijn nu voor de primaire en bij op een breder publiek gerichte instellin-
opleiding ondergebracht bij de reguliere gen, zoals de Bond Heemschut en de Stichting
opleidingen en binnen het cultuurbeleid bij het Open Monumentendag. Tot voor kort
SfA, het Fonds BKVB en het Berlage Instituut. ontvingen zij structurele subsidie uit de ‘pot
Daarnaast bieden Archiprix, de stichting Oud’ van de voorlopers van de Rijksdienst
Europan en de Prix de Rome een platform  voor Archeologie, Cultuurlandschap en

74
architectuur
1I
Monumenten (RACM), de Rijksdienst voor de maatschappelijke ontwikkelingen en bredere
Monumentenzorg (RDMZ) en de Rijksdienst maatschappelijke inbedding van architec-
voor Oudheidkundig Bodemonderzoek tuur (momenteel betrokken instellingen:
(ROB). Deze instellingen, die een belang- Nederlands Architectuurinstituut (NAi),
rijke rol vervullen in het (her)opbouwen van Archined, Stichting Erfgoed Nederland,
structurele erfgoedkennis in de samenleving Archeologische Werkgemeenschap Nederland
en vooral kunnen bestaan dankzij mensen en lokale architectuurcentra (subsidie via
die zich kosteloos hiervoor inzetten, zijn nu loket SfA)).
aangewezen op de subsidieregeling van de
Mondriaan Stichting. Die voorziet echter niet Het vakinhoudelijke en het maatschappelijke
in structurele subsidie. debat zijn op grote afstand van elkaar komen
te staan en moeten zich opnieuw tot elkaar
B. Stimuleren van goed opdrachtgeverschap verhouden.
en van een levendige prijsvraagcultuur Verder vraagt de Raad extra aandacht voor
(momenteel betrokken instellingen: Atelier de dubbelfunctie van het NAi, namelijk als
Rijksbouwmeester (ARBM), College van sectordienend instituut en als onafhankelijke
Rijksadviseurs en Architectuur Lokaal, culturele instelling. Het NAi is een nationaal
inclusief Steunpunt Ontwerpwedstrijden) museum en vervult tegelijkertijd de functie
en extra aandacht voor ondersteuning bij de van nationaal kenniscentrum en landelijk
opbouw van inhoudelijke expertise bij andere platform voor het publiek en de vakgemeen-
overheden (kennisoverdracht/uitwisseling). schap. Het beschikt over een archief,
bibliotheek en studiezaal met collecties,
De Raad merkt op dat de rijksbouwmeester tentoonstellingsruimten en debatruimten.
(lees: Atelier Rijksbouwmeester) en het Voor de bijdrage aan het maatschappelijke
College van Rijksadviseurs een belangrijke rol debat is het belangrijk dat het NAi als onaf-
vervullen in het vormgeven van voorbeeldig hankelijke instelling ook een inhoudelijk
opdrachtgeverschap door het rijk, zowel standpunt inneemt en kritisch reflecteert op
wat rijksgebouwen als wat voorbeeldige de maatschappelijke ontwikkelingen die in
rijksprojecten betreft. Ook de toekenning Nederland gaande zijn en waaraan architec-
van de Gouden Piramide, de rijksprijs voor tuur een bijdrage kan leveren.
inspirerend opdrachtgeverschap, hoort bij In het verlengde van deze functie plaatst de

agenda en basisinfrastructuur per sector


deze functie en is een wezenlijk onderdeel van Raad de Internationale Architectuur Biënnale
het architectuurbeleid. Rotterdam, die nu in een aparte stichting is
Een instelling als Architectuur Lokaal kan in ondergebracht. Om de vakdisciplines een
de basisinfrastructuur opnieuw een wezenlijke internationale impuls te geven en ook het
rol vervullen, mits ze terugkeert naar haar grote publiek aan te spreken vindt de Raad
oorspronkelijke doelstelling (het stimuleren, dat een internationale architectuurbiënnale
informeren en ondersteunen van cultureel als functie mogelijk past in de basisinfrastruc-
opdrachtgeverschap, in het bijzonder op tuur. Op grond van eerdere resultaten en
lokaal niveau) en haar werkzaamheden ervaringen adviseert hij nut en noodzaak van
in relatie tot de lokale architectuurcentra een biënnale te agenderen voor een nadere
opnieuw definieert. (Zie ook het instel- discussie.
lingsadvies van de Raad in het kader van de Het is hierbij van belang ook ruimte te blijven
Cultuurnota 2005-2008.) De vierjaarlijkse reserveren voor kleinere organisaties, die een
manifestatie BOOST is volgens de Raad kritische noot kunnen plaatsen bij het rijks-
een goed voorbeeld van hoe deze instelling beleid en het beleid van de grote instellingen,
lokaal opdrachtgeverschap inhoudelijk kan inspelen op actualiteiten en zich onderschei-
ondersteunen en stimuleren. den door hun wendbaarheid. Daardoor zijn ze
De Raad ziet prijsvragen voor (openbare) in staat vroegtijdig witte vlekken in het beleid
opdrachten als voorwaarde voor een hoog- op te sporen en weg te werken. Een goed
waardig en bloeiend architectuurklimaat voorbeeld hiervan is het virtueel platform
en als een belangrijk instrument voor goed Archined, dat zowel in medium (internet) als in
opdrachtgeverschap. Hij adviseert de tijd laagdrempelig is. Een ander goed voor-
wedstrijdcultuur in Nederland te stimuleren beeld is de in de basisstructuur vacante functie
ter verhoging van de kwaliteit en het openbare van een internationaal debatmedium dat de
debat over de inrichting en vormgeving van architectuur als cultuurmedium verbindt met
Nederland. mondiale ontwikkelingen en zorg draagt voor
een kritische toetsing van de architectuur aan
C. Stimuleren van het publieke debat: vanuit de maatschappelijke opgave.
de architectuur een inhoudelijke bijdrage De nieuwe Stichting Erfgoed Nederland speelt
leveren aan het maatschappelijk debat en als sectorinstituut een prominente rol bij

75
architectuur
1I
het stimuleren van een sectoroverstijgende, diensten, of van een grote gemeente met
erfgoedbrede benadering. kleinere (buur)gemeenten die geen eigen
De lokale architectuurcentra ten slotte vervul- dienst, faciliteiten en personeel hebben.
len een belangrijke rol bij het initiëren van Het is nog onduidelijk hoe die ontwikkeling
het publieke debat en bij de bewustwording zich verhoudt tot de vrijemarktwerking
van (de brede maatschappelijke betekenis die altijd binnen het Verdrag van Malta is
van) architectuur. Vanuit het oogpunt van gepropageerd.
regionale spreiding is inmiddels een bijna De Raad vraagt speciale aandacht voor de
landsdekkende infrastructuur ontstaan. De Cultuurimpuls Investeringsbudget
architectuurcentra ontvangen subsidie via Stedelijke Vernieuwing (ISV) en
het SfA, dat daarmee een belangrijke regierol Cultuurimpuls Investeringsbudget
vervult. Landelijk Gebied (ILG). Hij acht het van
wezenlijk belang dat deze budgetten expliciet
D. De rol van de overheden zelf (huidige worden opgenomen als onderdeel van het
instituties: de Rijksbouwmeester (lees: het architectuurbeleid. Hun belangrijkste functie
Atelier Rijksbouwmeester), College van is een katalysator te zijn voor het debat over
Rijksadviseurs, Rijksdienst voor Archeologie, de cultuur van ruimtelijke ingrepen en het
Cultuurlandschap en Monumenten realiseren van de gewenste leefomgeving.
(RACM), Erfgoedinspectie, projectbureau Als bij de evaluatie van de huidige investe-
Belvedere (tijdelijk: tot 2009), Stichting ringsperiode blijkt dat deze investeringen
Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO) en niet de gewenste uitwerking hebben, acht de
Archeologische Monumentenwacht (AMW)). Raad het niet langer opportuun om vanuit het
cultuurbeleid te subsidiëren en adviseert hij
Het gaat er hierbij primair om gestalte te deze middelen in te zetten ter versterking van
geven aan een ambitieus architectuurbeleid de basisinfrastructuur en voorbeeldprojecten.
dat wordt bepaald door inhoudelijke
kennis. Er kan geen vruchtbare uitwerking Samenvatting van de belangrijkste
van beleid door de daartoe ondersteunde aanbevelingen
instellingen bestaan zonder de deskundigheid
en gedrevenheid van overheden om het zelf De agenda voor de sector architectuur,
geformuleerde beleid in daden om te zetten. stedenbouw, monumenten, archeologie en
Architectuurbeleid van de rijksoverheid, landschap bepleit een cultureel georiënteerd
waar de zorg voor cultureel erfgoed een architectuurbeleid. Door het scheppen van
integraal onderdeel van is, is in die zin een kader kan de overheid verdere stappen
dus ook een kwestie van het bewaken van ondernemen om het cultureel vermogen van
voldoende inhoudelijke expertise binnen de architectuur, stedenbouw, monumentenzorg,
eigen gelederen. archeologie en landschapsarchitectuur
Het verlenen van bestuurlijke legitimiteit aan krachtig en integraal in te zetten bij de
de beschikbare instituties is net zo belangrijk. inrichting van het land.
Hoopvol is in die zin het vertrouwen in Er worden tien grondstellingen aangereikt
de rijksbouwmeester en het College van voor het opnieuw doordenken van de
Rijksadviseurs bij het ontwikkelen en herijken ruimtelijke opgave en de maatschappelijke
van architectuurbeleid met nieuw elan. consequenties die daaruit voortvloeien,
Hoopvol is tevens dat de nieuwe rijksdienst te weten: herbezinning op fragmentatie en
zich de komende jaren gaat bezighouden met verschraling; streven naar kwaliteit in ruimte
het cultuurlandschap en het (naoorlogse) ste- en tijd; meer visie van de rijksoverheid; het
denbouwkundige erfgoed. Voor de koppeling opvatten van ruimtelijk ontwerp als spiegel
aan het beheer van het archeologisch erfgoed, voor maatschappelijke ontwikkelingen; meer
zeker het klassieke instandhoudingbeleid, zijn oog voor de regio en Europa; investeren
echter nieuwe concepten en een nieuw instru- in inhoudelijke kennis; meer ruimte voor
mentarium nodig. Verder vertoont het systeem ontwerpend onderzoek; stimuleren van
van kwaliteitszorg en kwaliteitsborging goed opdrachtgeverschap en prijsvragen;
(Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie) zorgvuldige omgang met het verleden; en
nog gebreken. Handhaving en toezicht zijn intensivering van cultuurspreiding.
onvoldoende ingevuld. Provincies en gemeen- Ten aanzien van de basisinfrastructuur
ten zijn nog niet genoeg toegerust voor hun worden vier hoofdactoren onderscheiden:
rol van bevoegd gezag in dezen. Gemeenten de vakgemeenschap, de opdrachtgevers, de
vertonen op het gebied van archeologiebeleid gebruikers en de regelstellers. Functies die
een tendens tot nauwere samenwerking. de Raad noodzakelijk acht voor de sector
Daardoor ontstaan hier en daar regionale behelzen ontwikkeling en ondersteuning. Zij
allianties van gemeentelijke archeologische zijn gericht op: het ontwikkelen en verdiepen

76
architectuur
1I
van de vakdisciplines en het stimuleren van
individuele talentontwikkeling; het stimuleren
van goed opdrachtgeverschap; het stimuleren
van het publieke debat; en het definiëren van
de rollen van de betrokken overheden.
De Raad heeft benoemd welke instellingen
momenteel taken vervullen op deze gebieden.
In het ophanden zijnde stelseladvies zal hij
zich nader uitspreken over de functies op het
gebied van het cultureel erfgoed.

agenda en basisinfrastructuur per sector

77
beeldende kunst en
vormgeving 1I
beeldende kunst en
vormgeving
Ieder mens heef t behoef te a an expres sie, identific atie, ontplooiing,
ont wikkeling en reflec tie. Die behoef te krijgt op oneindig veel manieren
gestalte. Kunst en cultuur belichamen dat en ver tegenwoordigen zo een
heel specifieke eigenschap en func tie in het ma atschappelijk bestel.
Da arbij kan kunst worden opgevat als de verbijzondering van cultuur en
als een motor die een flow op gang kan brengen en houden; zo bezien
dus een onschatbare en onmisbare kr acht. Ter wijl in de kunst telkens
eigen en nieuwe referenties gelden, ma ak t cultuur gebruik van besta an-
de referenties . Dit samenspel én tegenspel zorgen voor een permanente
dynamiek .

De c ategorieën beeldende kunst, vormgeving en nieuwe media verschil-


len onderling sterk , zowel inhoudelijk als in hun func tioneren in de pr ak-
tijk . Mede afhankelijk van de opdr acht die makers zich stellen of die hun
wordt gegeven, manifesteren beeldende kunst en vormgeving zich zowel
in vrije als in toegepaste vorm: als schilderijen, beeldhouw werk en foto’s
bijvoorbeeld, ma ar ook als kunst en vormgeving in de publieke ruimte,
installaties , simulaties , per formanc es , mode, industriële vormgeving,
inter ac tion design en vormen van dienst verlening, advisering, et c eter a .
Nieuwe media zijn weliswa ar een apar te c ategorie, ma ar krijgen hun ver-
nieuwende betekenis minstens zozeer in c ombinatie met andere ar tistie -
ke en ma atschappelijke disciplines .

Uitgangspunten ins tellingen die niet (alleen) produc eren


ma ar (ook) onder s teunende taken ver vul -
Het doel van het rijksbeleid is om de k wali - len . De Ra ad heef t bij die gelegenheid de
teit van de eigentijdse beeldende kuns t en vorming van een sec torins tituut beeldende
vormgeving te ont wikkelen en te s timuleren , kuns t afger aden .
Nederlandse beeldende kuns t en vormge - De gec ons tateerde vitaliteit in het veld wa s
ving in onze s amenleving in te bedden en de bij de vorige advie sronde het uitgangspunt .
internationale positie van de Nederlandse Vanuit een positieve benadering pleit te de
beeldende kuns t , vormgeving , kuns tena ar s Ra ad voor c ontinuï teit in pla ats van r adi -
en vormgever s te ver s terken . c ale beleidswijzigingen . Hij liet da arbij niet
In de sec tor analyse 20 05 -20 08 is uitge - na de z wak te s van de sec tor a an te geven .
breid be sc hreven wie tegen deze ac hter- Op het gebied van de beeldende kuns t: te
grond in het veld van de beeldende kuns t weinig afs temming tus sen beleidsins tru -
en vormgeving welke rol speelt , wat er te menten ma ar ook tus sen ins tellingen onder-
verbeteren valt en hoe beleid da ar a an zou ling; een gebrek a an slagkr ac ht als gevolg
kunnen bijdr agen . In de adviezen over de van ver snippering; onvoldoende inzic ht
onder s teunings s truc tuur is op ver zoek nog van ins tellingen in hun eigen positie en het
eens be argumenteerd wat het belang is van onvermogen hun potentieel optima al in te

cf.
42
78
beeldende kunst en
vormgeving 1I
zet ten; een ontoereikend nive au van c om - neigen er toe om de direc te inve s teringen
munic atie en overdr ac ht . Op het gebied van in de pr ak tijk van kuns tena ar s en ont wer-
de vormgeving: ontbrekende informatie over per s in te ruilen voor een beleid wa arbij
de sec tor; beperk te pre sentatiemogelijk- pre senterende , produc erende en fac ili -
heden; een gebrek a an mogelijkheden voor terende ins tellingen een grotere rol ga an
het behoud van het vormgevingser fgoed; spelen . Hoewel da aruit een op zic h begrij -
inve s terings-, produc tie - en dis tributiepro - pelijke s tr ategie spreek t – hun werk
blemen in spec ifieke deelsec toren; geen wordt zo immer s in een bredere s amen -
a ansluiting op het beleid van het minis te - hang gepla ats t en het bereiken van doel -
rie van Ec onomisc he Z aken; ontoereikende groepen wordt vergemakkelijk t – kunnen
reflec tie en theorievorming . de individuele ambitie s en het potenti -
De c ons tateringen in de vorige sec tor ana- eel van maker s da armee te s terk afhanke -
lyse blijken nog s teeds van toepa s sing . D at lijk worden gema ak t van ins tellingen en
geldt hela a s ook voor een a antal van de ins tellingsbeleid .
gec ons tateerde z wak te s , die nu de s te meer
in het oog springen . Reden om de gedane De rol van de Mondriaan Stichting
a anbevelingen indringender te formuleren Eind 20 06 ontbr andde een disc us sie tus -
en nieuwe a anbevelingen toe te voegen . sen ze s grote muse a die zic h (mede) ric hten
op hedenda agse kuns t , een a antal kleinere
Actuele kwesties in het veld kuns tmuse a en andere par tijen in de kuns t-
wereld . Bij de grote muse a blijken onvrede
Het huidige klimaat en onduidelijkheid te heer sen over de rol
In de sec tor beeldende kuns t en vormge - van de Mondria an Stic hting; de kleinere
ving komt de a andac ht voor kuns t en c ultuur muse a nemen een genuanc eerder s tand -
tot uiting in het belang dat wordt gehec ht punt in . De disc us sie legt bloot hoe uiteen -
a an er fgoedk we s tie s , het toenemende a an - lopend er wordt gedac ht over de rol van
tal en de groeiende omvang van bedrijfsc ol - muse a en over de prioriteiten die ener zijds
lec tie s , de voor tsc hrijdende muse alisering gelden binnen hun spec ifieke beroeps -
in en van Nederland , en de openheid die er pr ak tijken en ander zijds binnen een breder
blijk t te zijn ten opzic hte van allerlei vor- ma atsc happelijk verband . P ar allel da ar a an
men van publieke kuns t . Deze intere s se is leven er uiteenlopende ideeën over de voor-

agenda en basisinfrastructuur per sector


ook zic htba ar a an de toe s troom van s tu - wa arden die ge s teld mogen worden a an de
denten a an kuns t vakopleidingen , de s tij - inc identele onder s teuning van tentoons tel -
gende a andac ht voor debat en kuns t theorie , lingen en a ankopen .
de groeiende belangs telling en par tic ipa - Ten a anzien van het tijdsc hrif tenbeleid dat
tie van ouderen , allerlei vormen van c ultu - de Mondria an Stic hting onder ha ar hoede
reel ondernemer sc hap, de a andac ht voor heef t , doen zic h andere meningsver sc hillen
de c re atieve sec tor in relatie tot andere voor. Deze ga an zowel over de manier wa ar-
ma atsc happelijke domeinen , en de a an - op de s tic hting het in ha ar beleidsplan a an -
dac ht voor kuns t en c ultuur als toeris tisc he gekondigde ver soepelde beleid ten a anzien
trekpleis ter. van tijdsc hrif ten heef t omgezet in een c on -
Onder ver wijzing na ar het algemene deel c rete regeling , als over de wijze wa arop die
van dit advie s en de in de vorige sec tor ana - regeling in de pr ak tijk wordt toegepa s t .
lyse uitgebreid be sc hreven inhoudelijke en Het feit dat de uitgangspunten en beoor-
ma atsc happelijke tendensen worden hier delingsc riteria van de Mondria an Stic hting
alleen de belangrijks te ont wikkelingen en regelmatig tot dispuut leiden , werpt mede
beleidsk we s tie s uitgelic ht . de algemene vr a ag op hoeveel beleidsvrij -
heid de fondsen moeten hebben . Met het
Focus op bereik en rendement oog op de toekoms tige c ons tellatie , wa arin
Kuns t en c ultuur zijn inmiddels verrega and zij op een andere manier beoordeeld ga an
geïns titutionaliseerd , ma ar de overheid worden , wordt be ant woording van deze
meet hun belang te eenzijdig af a an ec ono - vr a ag nog urgenter.
misc h en soc ia al rendement . Regelgeving
en format tering van beleidsins trumenten Vormen van mecenaat
werken da ar a an mee en s ta an de c re atieve Het mec ena at in de kuns ten krijgt voor zic h -
‘eigenwerking’ van het veld in de weg . tig enige vorm , zowel door een ver anderde
Onder tus sen dreigt ook de positie van indi - mentaliteit als door kuns t vriendelijke fis -
viduele maker s , in eer s te ins tantie ac tief c ale regelingen . Goede voorbeelden zijn
vanuit de s tandalone -positie die nu een - de opric hting van het Triodos Kuns t- en
ma al inherent is a an hun vak , te marginali - Cultuur fonds en de publiek-private c on -
seren . Zowel het rijk als andere overheden s truc tie rond ‘ Plat form 21’. Bemiddelde

79
beeldende kunst en
vormgeving 1I
par tic ulieren ga an inhoudelijke vormen echter dat onduidelijk is wat men van een
van s amenwerking a an met (voorname - rijksvormgever ver wacht. Voorheen projec -
lijk muse ale) ins tellingen die zic h ver talen teerden uiteenlopende par tijen uit de ont-
in c onc rete projec ten , tentoons tellin - werpwereld hun ambities en noden op het
gen en a ankopen . De Joop van den Ende inmiddels gesloten Vormgevingsinstituut en
Foundation lever t een majeure bijdr age ver volgens op de Premsela Stichting. Hier
a an het produc tieklima at . Bij het Prins manifesteer t zich opnieuw de neiging om
Bernhard Cultuur fonds groeit het a antal een veelheid a an verlangens ten a anzien van
fondsen op na am . Hing er lang een taboe - de per soonlijke beroepspr ak tijk in handen
sfeer rond de financ iële betrokkenheid van te leggen van een overheidsinstantie .
par tic ulieren en bedrijven bij ins tellingen
die zogena amd onafhankelijk moe s ten kun - Grootste kansen en bedreigingen,
nen func tioneren , tegenwoordig wordt de oplossingsrichtingen
hiermee s amenhangende ma atsc happelijke
betrokkenheid s teeds s terker opgezoc ht en Onder ‘ Uitgangspunten’ werd al a angegeven
gewa ardeerd . dat een a antal van de z wak tes die de Ra ad
drie ja ar geleden signaleerde nog steeds
Toegenomen aandacht voor vormgeving besta at. Dat blijk t ook uit de k westies die de
De opkomst van stedelijke vormgevingsplat- minister in ha ar advies a anvr a ag heef t voor-
forms in Amsterdam, Eindhoven, Arnhem gelegd: “ In de beeldende kunst zijn er zor-
en Rot terdam weer spiegelt de behoef te gen dat de sec tor onvoldoende a ansluiting
a an citymarketing én la at zien dat er na ar vindt bij de mark t en dat de positie van de
grotere s amenhang wordt gestreefd, dat er Nederlandse beeldende kunst in het inter-
exper tise wordt uitgewis seld, dat er onder- nationale culturele kr achtenveld is ver z wak t.
zoeksresultaten worden gepresenteerd en Ook is een gebrek a an afstemming tus-
dat er gezamenlijke belangen worden verde - sen de diver se beleidsinstrumenten van de
digd. Ont werper s en hun bemiddela ar s zijn rijksoverheid onderling en tus sen die van
de afgelopen periode ingesprongen op het de rijksoverheid en de andere overheden
beleidsthema ‘cultuur en ec onomie’ en de gec onstateerd (onder meer in uw voor ad-
mogelijkheden die bijvoorbeeld de Creative vies 2003). Die c onstatering is nog steeds
Challenge C all biedt. Wat opvalt a an deze ac tueel. Hoe kunnen de instrumenten van
progr amma’s is dat het idee van culturele de ver schillende subsidiever strekker s (rijk ,
innovatie nog te weinig wordt erkend. De fondsen, steden, provincies , Wwik) in betere
eenzijdige a s sociatie tus sen innovatie en s amenhang worden ingezet? ”
technologie vormt da arbij een groot obsta- Om va s t een voor sc hot te geven op de
kel. Culturele innovatie c onc entreer t zich be ant woording van deze vr agen: in de eer-
niet op wat (technisch) mogelijk is , ma ar op s te pla ats moet duidelijk zijn dat , ander s
wenselijke ont wikkelings sc enario’s met een dan bij de podiumkuns ten , ‘de sec tor ’ in de
ma atschappelijke en culturele urgentie . wereld van beeldende kuns t en vormgeving
Inmiddels is de Premsela Stichting, opge - grotendeels wordt bepa ald en gedr agen
richt als spil en a anjager van de vormge - door individuen . Voor ts blijk t a ansluiting op
ving in Nederland, een a antal jaren ac tief. ‘de mark t ’ een belangrijke politieke preoc -
Na een moeizame star t heef t de stichting c upatie . In dat verband moet eer s t worden
zich bewust gepositioneerd tus sen het geprec iseerd op welk spec ifiek probleem
culturele en het ec onomische potentieel van wordt gedoeld . De sec tor kent immer s vele ,
de vormgeving in. Via een publiek-private zeer ver sc hillend func tionerende , c irc uits
c onstruc tie werk t ze inmiddels ook gericht en mark ten . Ten slot te valt op dat de vr agen
mee a an de ont wikkeling van ‘ Plat form 21’, voor al betrekking hebben op subsidiebe -
een ambitieus c entrum voor design, mode leid , ter wijl bepa alde doelen (ook) om ande -
en creatie wa ar van de nieuwbouw a an de re ins trumenten vr agen .
Amsterdamse Zuida s rond 2009 wordt
geopend. Dit proc es , wa arbij het ga at om Follow-up eerdere adviezen
een culturele impuls in een planmatige en Het merendeel van de r a ads adviezen over
ec onomische c ontex t , kan belangwekkende ins tellingen werd de afgelopen jaren over-
exper tise opleveren als het ga at om nieuwe genomen . Op drie wezenlijke punten bleef
grootstedelijke sc enario’s . follow-up van de kant van het minis terie , de
De roep om een ‘rijksvormgever ’, analoog fondsen en/of het veld ec hter uit of werd
a an de al dec ennialang besta ande rijks - een andere koer s gekozen .
bouwmeester, klonk in 2006 opnieuw. Uit
de publieke bijeenkomst die de Premsela Het door de Ra ad a anbevolen onder zoek
Stichting a an het onder werp wijdde, bleek na ar de positie van de werkpla atsen in rela -

80
beeldende kunst en
vormgeving 1I
tie tot het kuns t vakonder wijs werd wel - van kuns t en c ultuur die in de onder sc hei -
iswa ar in gang gezet , ma ar tamelijk snel den c onvenantgebieden ac tief zijn , helder
da arna ge s topt . Men ac ht te het onder werp geformuleerde uitgangspunten en doelen ,
op het depar tement te ingewikkeld , zoals niet te veel additionele regelgeving en seri -
de betrokken ins tellingen ook let terlijk in euze inhoudelijke ver ant woording ac hter af.
een brief is beric ht . D a armee ontbreek t een
hoogs tnoodzakelijke ba sis voor wat voor Afstemming van beleid met andere
toekoms t visie en -beleid dan ook . departementen en ministeries
Het afgebla zen onder zoek na ar de werk- Binnen de sec tor kan de afs temming van
pla atsen in relatie tot het kuns t vakonder- beleidsins trumenten onget wijfeld verbe -
wijs dient zo spoedig mogelijk te worden terd worden door ver s tandige , c onsequent
her vat . De regie moet dan niet , zoals eerder s amenhangende keuze s ten a anzien van
het geval wa s , liggen bij de te onder zoeken de ba sisinfr a s truc tuur, de verdeling van
ins tellingen zelf. Bovendien wordt de Ra ad be s tuurlijke ver ant woordelijkheden tus -
ditma al gr a ag betrokken bij de opzet en wil sen rijk , provinc ie s en gemeenten , en de
hij gr a ag adviseren na ar a anleiding van de opdr ac hten a an en ta akafbakeningen tus -
onder zoeksre sultaten . sen de fondsen . Onder ‘ Ba sisinfr a s truc tuur ’
In af wijking van de r a ads adviezen be sloot en ‘ Beleids a anbevelingen’ da arover meer.
de s ta ats sec retaris een a antal pre sen - Een mins tens even groot tekor t wat betref t
tatie -ins tellingen toc h in de Cultuurnota- beleids afs temming is ec hter dat ver sc hil -
sys tematiek onder te brengen , ter wijl de lende minis terie s niet in s ta at lijken tot
Mondria an Stic hting ze op vergelijkbare het gezamenlijk ont wikkelen van beleid .
ba sis had kunnen onder s teunen . De be slis - Verkokering is nog s teeds een van de groot-
singen zijn mede tot s tand gekomen op s te problemen en dat ma ak t de gewens te
grond van be s tuurlijke afspr aken tus sen de s truc turele verbindingen met Onder wijs ,
betrokken overheden en het rijk . Wetensc happen , Ec onomisc he Z aken ,
Duidelijk moet zijn wa arom bepa alde Buitenlandse Z aken en Soc iale Z aken moei -
(soor ten) ins tellingen func tioneren in de lijk . Zo bleek het tot dusver een la s tige za ak
Cultuurnota , en in de toekoms t wellic ht deel om vanuit de c ulturele sec tor invloed uit te
uitmaken van de ba sisinfr a s truc tuur, of oefenen op het kuns t vakonder wijs en wa s
juis t worden bediend op een andere manier. het onmogelijk om in s amenwerking met

agenda en basisinfrastructuur per sector


Onder ‘ Ba sisinfr a s truc tuur ’ wordt hierop Ec onomisc he Z aken te werken a an s truc tu-
teruggekomen . reel vormgevingsbeleid .
Er dient dringend interdepar tementa al
In 20 05 werd het nieuwe beleidskader beleid te worden ont wikkeld ten a anzien van
voor de Gelds troom Beeldende Kuns t en kuns t en c ultuur. N a a s t de s amenhang , s ta-
Vormgeving (hierna: Gelds troom BK V ) biliteit en c ontinuï teit die da armee bereik t
oper ationeel . Bij het s treven na ar een worden , is flexibiliteit nodig . Die kan wor-
beleidsrijker ins trument zijn hela a s enke - den ingebouwd door de inzet van budget-
le ongelukkige keuze s gema ak t . Allereer s t ten voor thema’s , in pla ats van voor voor af
fixeer t de regeling zic h te veel op getalsma- bepa alde sec toren en ins tellingen , en op
tige output , wa arbij de uit voering gepa ard die manier bijdr agen a an de noodzakelijke
ga at met een hoeveelheid bure auc r atie die dynamiek en innovatie .
noc h s trook t met de beoogde deregule -
ring noc h met het na te s treven inhoudelijke Opwaardering van het
re sulta at . Ten t weede wordt eenzijdig inge - kunstvakonderwijs
zet op bemiddeling en publieksbereik: van Een van de belangrijks te pijler s in de kuns t-
het be sc hikbare geld mogen geen opdr ac h - wereld is het kuns t vakonder wijs . D a ar
ten meer worden verleend a an individuele immer s ligt de ba sis wa ar k waliteit onder-
kuns tena ar s en evenmin a ankopen worden kend , ont wikkeld en ge s timuleerd kan wor-
gefinanc ierd voor pla atselijke muse a en den . Het verdere kuns tbeleid ontleent
kuns tuitleenc entr a . Een derde , ander soor- da ar a an zijn exis tentie en is zo s terk of z wak
tige , reden om opnieuw te pleiten voor her- als deze ba sis .
over weging van de gelds troomsys tematiek Ter wijl de opleidingen nu nog zijn onder-
is dat doeluitkeringen van het rijk a an ande - verdeeld in initiële en voor tgezet te oplei -
re overheden onder druk s ta an vanwege dingen van re spec tievelijk vier en één tot
ver anderde be s tuurlijke inzic hten . t wee ja ar, wordt hard gewerk t a an de imple -
De Gelds troom BK V vr a agt om een beter mentatie van de bac helor-ma s ter s truc tuur.
alternatief. D at moet wat de Ra ad betref t C onform het zogeheten Angels aksisc he
worden gezoc ht in ver sleuteling van het nu model behels t deze s truc tuur een drie -
be sc hikbare bedr ag a an de organis atie s jarige bac helor en een t weejarige ma s -

81
beeldende kunst en
vormgeving 1I
ter (de zogena amde bama-s truc tuur). Via kelijk zelf ver ant woordelijk voor de c om -
een omweg is da armee de oude vijfjarige munic atie met de buitenwereld . Heldere
s truc tuur van het kuns t vakonder wijs weer informatie over hun ideeën , projec ten en
bereik t . Met als belangrijk ver sc hil dat de de relevantie da ar van zijn noodzakelijk
la ats te t wee ja ar exc lusief toegankelijk zijn voor ef fec tieve public iteit . Hela a s speelt
voor een selec te , getalenteerde groep. op dit punt al jaren een gebrek a an tr aining ,
Vier fac toren ondermijnen het kuns t vakon - inzic ht en profe s sionaliteit . D a ardoor s tag -
der wijs in Nederland . Ook al is de bekos - neer t de overdr ac ht op vrijwel alle nive aus ,
tigings sys tematiek enkele jaren geleden of het nu ga at om mogelijke par tner s ,
verbeterd , er is na ar de mening van de Ra ad belangs tellenden , c onsumenten , beleids -
nog s teeds een te s terke koppeling a an het maker s , politic i of be s tuurder s . Het is niet
a antal opleidingspla atsen . Dit komt de k wa - de eer s te keer dat de Ra ad dit signaleer t .
liteit en ef fec tiviteit van de opleidingen niet Het onder werp c ommunic atie en overdr ac ht
ten goede . D at geldt ver volgens ook voor dient prioriteit te krijgen , bij voorkeur door
het feit dat de s terk gereguleerde ma s ter- de opzet van een ambitieus en s amenhan -
opleidingen en de relatief vrije werkpla at- gend progr amma dat de benodigde exper-
sen c onc urrerend ten opzic hte van elka ar tise in dit opzic ht vergroot . Nieuwe media
werken in pla ats van op elka ar a an te sluiten bieden da arbij ex tr a kansen . Hoewel het
en elka ar a an te vullen . Een derde bez wa ar denkba ar is dat het Fonds voor Beeldende
is dat door de toe s troom van s tudenten van - Kuns ten , Vormgeving en Bouwkuns t
uit mbo, havo en v wo grote nive auver sc hil - (hierna: Fonds BK VB) en de Mondria an
len onts ta an , wat bij het theorieonder wijs Stic hting dergelijke progr amma’s (laten)
ex tr a tot uitdrukking komt . Ook vanwege de ont werpen en uit voeren op re spec tievelijk
a ansluiting met het univer sitair onder wijs individueel en ins tellingsnive au , zijn ook
die in de bama-s truc tuur wordt nage s treefd , andere par tijen te over wegen . De uit wer-
zijn dergelijke nive auver sc hillen een s terk king van deze a anbeveling vr a agt bovendien
c omplic erende fac tor die vr a agt om dif fe - om afs temming met Kuns tena ar s & C o, een
rentiatie in de modellen voor hoger onder- organis atie die in het kader van de Wwik en
wijs . Een la ats te punt van zorg is dat de het flankerend beleid onder meer profe s si -
theorievakken tot dusver vrijwel uitsluitend onaliseringsprogr amma’s ver zorgt .
worden bepa ald door een we s ter s kuns t-
en c ultuurbegrip en de da arbij horende De Ra ad s telt voor ts va s t dat het de
ge sc hiedenis . Deze benadering is te een - publieke omroep ma ar niet luk t kuns t en
zijdig binnen de nieuwe internationale en c ultuur op een vanzelfsprekende manier
interc ulturele c ontex t , gelet op het toene - in te bedden in de progr ammering . Dit
mende a antal s tudenten met een andere geldt zowel voor regis tr atie s van opvoe -
herkoms t dat het kuns t vakonder wijs lang- ringen als voor informatieve progr amma’s ,
zamerhand binnens troomt . wa aronder op het terrein van beeldende
De Ra ad veronder s telt dat de opwa arder- kuns t en vormgeving . In het advie s over
ing van het kuns t vakonder wijs in de sec tor de Meerjarenbegroting Publieke Omroep
kan worden bereik t door een ander bekos ti - 20 07-2011 heef t hij in het kader van de
gings sys teem , een s trengere selec tie , dui - kerntaken a angedrongen op een gezamen -
delijker profilering van de ac ademie s ten lijk plan inzake c ultuurbeleid en c ulturele
opzic hte van elka ar en ver s terking van met progr amma’s dat wordt va s tgelegd in geld
name het theorieonder wijs . Op ba sis van en zendtijd .
de uitkoms ten van het al eerder in dit s tuk
bepleite onder zoek , en in s amenspr a ak met Veelheid en versnippering
de Onder wijsr a ad , wil hij gr a ag nader over Een belangrijk a andac htspunt is de verhou -
deze k we s tie adviseren . ding tus sen vitaliteit en beleid . De keer zijde
van de in de vorige sec tor analyse gec ons ta-
Communicatie en overdracht teerde dif ferentiatie , fijnma zigheid en klein -
Goede c ommunic atie en overdr ac ht zijn sc haligheid is ver snippering en een gebrek
voor de sec tor om t wee redenen van exi - a an slagkr ac ht . Dit en een verloren sense of
s tentieel belang . Ook al is de visuele gelet- urgency lijken navr ant genoeg in de hand te
terdheid toegenomen , dat betekent nog zijn gewerk t door de verderga ande ins titu -
s teeds niet dat mensen goed kijken en dat tionalisering van ins tellingen . In ge subsidi -
alle beeldende kuns t en vormgeving direc t eerde overheidsc irc uits worden ins tellingen
voor zic hzelf spreken . D a arna a s t zijn de immer s niet zelden gedreven door dwin -
hoeveelheid en de omloopsnelheid van het gende produc tielijnen en ‘ kijkc ijferdwang’,
kuns ta anbod nauwelijks meer bij te houden . wa arbij het re sulta at eerder k wantitatief
Kuns tena ar s en ins tellingen zijn nadruk- dan k walitatief wordt gemeten (het beleids -

82
beeldende kunst en
vormgeving 1I
kader van de Gelds troom BK V is da ar van progr amma’s , nieuwe uitingsvormen en veel
een veelzeggend voorbeeld). Vanwege de soc iale en geogr afisc he mobiliteit . Er wor-
grote hoeveelheid middelmatige produc tie den andere produc tiemethoden toegepa s t ,
die dat heef t opgeleverd is er s teeds meer er onts ta an andere ec onomisc he verhou-
te zeggen voor het uitgangspunt ‘minder en dingen en andere dis tributievormen , en de
beter ’. inter ac tiviteit tus sen maker s , gebruiker s en
Overheden en fondsen zouden in het ge sub - be sc houwer s neemt toe .
sidieerde be s tel selec tiever keuze s moe - De ins tellingen op het gebied van e - c ultuur,
ten ga an maken , zowel ten a anzien van de va ak voor tgekomen uit de wereld van de
individuele kuns tena ar als met betrekking beeldende kuns t , ric hten zic h in de eer s te
tot de pre senterende en ander szins bemid - pla ats op onder zoek , experiment en innova -
delende ins tellingen . D a ardoor kunnen er tie . Zij vormen een bijzonder ac tief en ener-
k walitatief ruimere mogelijkheden en over- giek onderdeel van de sec tor, wat mede
tuigendere re sultaten onts ta an . te danken is a an de toegenomen onder-
s teuning wa arop ze de afgelopen periode
Het belang van reflectie konden rekenen . Ener zijds zijn de verdere
Reflec tie is niet alleen van belang als een ont wikkeling en potentie van digitale kuns t
noodzakelijke , be spiegelende ac tiviteit ac h - en c ultuur van belang . Ander zijds worden
ter af. Het is mins tens evenzeer een vitale , nieuwe media gebruik t in de bedrijfsvoering
medec ons tituerende fac tor in het ont wik- en de c ommunic atie met c ollega’s , par t-
kelingsproc e s van beeldende kuns t en ner s en publiek en kunnen zij een belang -
vormgeving . In de vorige sec tor analyse is rijke bijdr age leveren a an kennisontsluiting ,
opgemerk t dat het va s tge s telde gebrek a an kennisver spreiding en het s timuleren van
reflec tie ma ar ten dele binnen de sec tor kan andere manieren van kennisver wer ving . Bij
worden opgelos t . De onder wijsins tellingen het formuleren van beleid voor de komende
zijn hier immer s – na a s t de betrokkenen periode zijn niet alleen deze a spec ten van
in het veld , hun koepels en fondsen – de belang , ma ar ook de vr a ag hoe de nood -
eer s t ver ant woordelijken . za ak tot over zic ht , informatie , exper tise en
De inspanningen in de afgelopen periode afs temming het be s te ge s talte kan krijgen .
niet te na ge sproken , valt zowel in het uni - E x tr a a andac htspunten da arbij zijn wa ar-
ver sitaire onder wijs als in het kuns tonder- borging van c ontinuï teit en sc ha algroot te .

agenda en basisinfrastructuur per sector


wijs nog s teeds wins t te boeken door meer Onder ‘ Ba sisinfr a s truc tuur ’ wordt a angege -
s truc turele verbanden te leggen tus sen de ven welke pla ats een a antal nieuwe media-
pr ak tijken van maker s en die van onder zoe - ins tellingen wat de Ra ad betref t voorlopig
ker s . Dit punt r a ak t a an het ge s telde onder zouden moeten krijgen . D a arna a s t bepleit
‘Afs temming met andere depar tementen en hij een apar t budget voor projec ten op het
minis terie s’. terrein van nieuwe media en e - c ultuur. A an
de hand van flexibele c riteria kunnen hieruit
Met name de kuns t tijdsc hrif ten zijn een plannen worden onder s teund die vooron -
onmisba ar ins trument voor reflec tie , na a s t der zoek , verkenning en produc tie behelzen
de belangrijke rol die ze spelen bij c ommu - en afkoms tig zijn van a anvr ager s die bui -
nic atie , overdr ac ht en educ atie . Hier voor ten de boot vallen bij de sec tor ale fondsen
is al a angegeven dat de (toepa s sing van en grote innovatieprogr amma’s . Vanuit het
de) huidige tijdsc hrif tenregeling van de s treven na ar een heldere infr a s truc tuur en
Mondria an Stic hting zorg oproept en de omwille van de vindba arheid verdient het
voor wa arden voor bepa alde kuns tbladen a anbeveling dit budget niet onder te bren -
bemoeilijk t om als een s timulerend , a an - gen bij een van de be s ta ande sec tor ale
vullend en verdiepend plat form te kunnen fondsen . Het ligt meer in de rede het te kop -
func tioneren . pelen a an het Vir tueel Plat form , het exper ti -
De Ra ad dringt erop a an de uitgangspun - sec entrum en projec tbure au op het gebied
ten van de tijdsc hrif tenregeling te her zien . van e - c ultuur. De Ra ad ac ht dit een beter
Omdat de Mondria an Stic hting hierin ook ins trument dan de Interregeling nieuwe s tijl ,
het argument van financ iële kr apte heef t omdat zo meer rec ht wordt geda an a an de
gehanteerd , dienen de mogelijkheden tot urgentie en de eigenheid van dit gebied .
verruiming van het budget .
De reflec tie op e - c ultuur- ont wikkelingen is
e-Cultuur in ontwikkeling van groot belang voor het veld van kuns t en
Nieuwe media hebben het sc ala a an moge - c ultuur, beleid en wetensc hap. Het onlangs
lijkheden van kuns tena ar s en ont werper s door het Soc ia al en Cultureel Planbure au
ongelooflijk uitgebreid; binnen de sec tor gepublic eerde r appor t Bezoek onze site .
heef t dit geleid tot ge avanc eerde ont werp - O ver de digitalisering van het culturele

83
beeldende kunst en
vormgeving 1I
aanbod brengt uitgebreid in ka ar t wat er de ving betref t als met betrekking tot de ver-
afgelopen periode is gebeurd op e - c ultuur- spreiding en afzet . D a arbij zou de leidende
terrein . Er is ec hter een diepga andere ana - vr a ag moeten zijn in hoeverre internationale
lyse nodig wa arin er varingen zorgvuldig ont wikkelingen van invloed zijn op het loka -
worden geëvalueerd en worden omgezet in le klima at , en welke lokale k waliteiten in een
nieuwe inzic hten . internationale c ontex t verder kunnen wor-
den ver s terk t .
Internationalisering en
culturele diversiteit Gelet op de voorgenomen uitbreiding van
Sinds het ver sc hijnen van de vorige sec - de buitenlandatelier s van het Fonds BK VB
tor analyse is de lading van de begrippen moet opgemerk t worden dat de be s te kun -
internationalisering en c ulturele diver si - s tena ar s en ont werper s niet per definitie
teit ver sc hoven . Ook dwingen de vr agen de dankba ar s te gebruiker s zijn . De vr a ag
van de minis ter tot een sc herpere marke - bij selec tie moet dus niet zozeer zijn ‘ Wie
ring . De intrinsieke wa arde van beeldende ga at? ’, als wel ‘ Wie ga at met welk doel? ’
kuns t en vormgeving in het internationa- Voor de ef fec tiviteit van de buitenlandate -
le verkeer van ideeën en reflec tie dreigt lier s is het c ruc ia al dat er mensen ter pla at-
onderge sc hik t te r aken a an de logic a van se zijn die informatie kunnen geven en een
de mondialiserende mark t . Op de kor te ter- net werk kunnen bieden . Wederkerigheid
mijn betekent dat wellic ht nog re sulta at in kan worden bevorderd door bijvoorbeeld
termen van herkenning en meetba arheid; een e s tafet teprinc ipe te introduc eren .
op de langere termijn groeit ec hter het risi - De bezoeker sprogr amma’s van de
c o van een zelfbeve s tigende , voor spelbare Mondria an Stic hting en de Premsela
Nederlandse inbreng in het mondiale dis - Stic hting blijken in de pr ak tijk een ef fec tief
c our s rond beeldende kuns t en vormgeving . middel . De door de fondsen georganiseerde
s tudie - en oriëntatiereizen hebben voor als -
Het beleid zal ook ant woord moeten geven nog een minder direc t a antoonba ar ef fec t ,
op de vr a ag na ar de identiteit van de hetgeen overigens niet wil zeggen dat ze
Nederlandse beeldende kuns t en vormge - (op termijn) niet zinvol zijn . Inbedding in het
ving . Geldt het pa spoor t van de maker als s tr ategisc he internationale beleid zou hun
c riterium , de pla ats van wa aruit hij of zij betekenis nog kunnen vergroten .
werk t , of het ef fec t dat het werk heef t op Wat de inter ac tie tus sen Nederland en het
de ont wikkeling van de kuns t in ons land? buitenland betref t zijn met name weder-
O f tewel , is c ulturele diver siteit voldoende kerigheid en follow-up van belang . Die
erkend in de prioriteiten die Nederland bij onder werpen wil de Ra ad dan ook beter
zijn internationale c ultuurbeleid s telt? Het gefac iliteerd zien , allereer s t ten opzic hte
huidige beleid lijk t die vr a ag te ont wijken , van de pr ak tijken van per sonen en ins tel -
ter wijl de pr ak tijk van vormgever s en kun - lingen zelf, ver volgens en a anvullend van -
s tena ar s in toenemende mate landsgren - uit fondsen , koepels en onder s teunende
zen over sc hrijdt en zelfs ontkent: door zelf ins tellingen .
op meerdere pla atsen in de wereld ac tief te D a arna a s t zou er in Nederland meer ruimte
zijn , door s amen te werken met par tijen bin - moeten komen voor het tonen van intere s -
nen en buiten Europa en door zic h te ric hten s ante internationale ont wikkelingen , zowel
tot een publiek dat niet meer in termen van omwille van het over zic ht en het debat als
nationaliteit te onder sc heiden is . De open - om Nederland internationa al beter op de
heid van het Nederlandse kuns tklima at zou ka ar t te zet ten .
zeer geba at zijn bij het be sef dat internatio -
na al beleid ont wikkelingen moet s timuleren In de sec tor wordt s teeds meer gereflec -
die van betekenis zijn voor de kuns tpr ak tijk teerd op de vr a ag welke implic atie s de toe -
en het kuns tdebat wa ar a an Nederlandse genomen c ulturele diver siteit met zic h mee
kuns tena ar s , c ur atoren en c ritic i (kunnen) moet brengen voor beleid , beoordelings -
deelnemen; ont wikkelingen die van beteke - pr ak tijken en ins tellingen . De Mondria an
nis zijn voor het Nederlandse publiek in zijn Stic hting , het Fonds BK VB , pre sentatie -
rijkge sc hakeerde c ulturele s amens telling; ins tellingen en andere organis atie s ver vul -
en ont wikkelingen die het nive au van pro - len hierbij een ac tieve rol . De kuns tena ar
duc tie , be sc houwing en deelname koppelen van nu is een wereldburger met een meer-
a an een internationa al referentiekader. voudig c ultureel be sef. Ook de kuns tena ar
Het beleid met betrekking tot internationali - met een niet- Nederlandse of gemengde
sering dient te worden geformuleerd in een ac htergrond wil , net als zijn Nederlands-
internationa al c ultureel kader, zowel wat de Nederlandse c ollega , in de eer s te pla ats als
produc tie van beeldende kuns t en vormge - kuns tena ar en niet als repre sentant van een

84
beeldende kunst en
vormgeving 1I
natie beoordeeld worden . vormgeving geef t dat a anleiding tot de vol -
De beoordelingsc riteria moeten rec ht doen gende opmerkingen .
a an de breedte en pluriformiteit van kuns t- In de eer s te pla ats dient de func tie ‘ont-
uitingen . D at kan alleen op ba sis van dia- wikkeling’ niet louter te worden opgevat
loog en inac htneming van andere c onc epten als talentont wikkeling; onder zoek , experi -
en pr ak tijken . D a ar ligt een grote ver ant- ment en vernieuwing zijn mins tens zo rele -
woordelijkheid voor de fondsen , ge subsidi - vant . D at wil overigens niet automatisc h
eerde ins tellingen en advie sc ollege s . zeggen dat deze func tie s va s t belegd moe -
ten worden bij bepa alde ins tellingen; spe -
Basisinfrastructuur c ifieke progr amma’s en projec ten kunnen
mins tens zo ef fec tief zijn . Ten t weede blijf t
Opbouw van de sector het in de pr ak tijk la s tig om op een houdba-
Het door OC W geïntroduc eerde begrip re manier de afbakening te motiveren tus -
‘ ba sisinfr a s truc tuur ’ suggereer t een meer sen ‘ louter ar tis tiek-inhoudelijke func tie s’
omvat tend geheel dan wa arover het hier en ‘ func tie s wa arbij na a s t ar tis tiek-inhou-
ga at . Voor de duidelijkheid worden hier delijke ook beleidsmatige en be s tuurlijke
allereer s t als ba siselementen genoemd het over wegingen een rol spelen’. Hier komt
kuns t vakonder wijs , de Wwik en het da arbij een ver sc hil in inzic ht na ar voren dat speelt
behorende flankerend beleid . sinds de afgelopen Cultuurnota- advise -
De belangrijke pijler s van de sec tor die ring . Het minis terie bleek een a antal pre -
onder het Cultuurdepar tement re s sor te - sentatie -ins tellingen in de Cultuurnota te
ren zijn de t wee grote fondsen , te weten het willen opnemen vanwege hun c omplemen -
Fonds BK VB en de Mondria an Stic hting , en taire inhoudelijke betekenis ten opzic hte
voor ts de Premsela Stic hting die in de toe - van muse a , vanwege hun kernfunc tie in de
koms t als sec torins tituut voor de vormge - regio én vanwege de met lokale overhe -
ving zou kunnen ga an fungeren . Deze drie den gema ak te afspr aken . De Ra ad had zic h
ins tellingen vormen de werkelijke ba sis van in zijn adviezen ec hter op het s tandpunt
de infr a s truc tuur. ge s teld dat de mee s te pre sentatie -ins tel -
Voor ts zijn er de ins tellingen die nu nog lingen in princ ipe onder s teund moeten wor-
func tioneren in het Cultuurnota-sys teem . den door de Mondria an Stic hting , tenzij ze
En niet in de la ats te pla ats is er het ins tru - om inhoudelijke redenen werkelijk lande -

agenda en basisinfrastructuur per sector


ment van de Gelds troom BK V en zijn er de lijke betekenis hebben . Deze argumentatie
gemeenten en provinc ie s die veel ac tivitei - wa s geba seerd op de a anwezigheid van de
ten mogelijk maken . Gelds troom BK V, de opgerek te mogelijk-
De ins tellingen die als gevolg van de ope - heden voor pre sentatie -ins tellingen bij de
r atie rond de onder s teunings s truc tuur zijn Mondria an Stic hting , de toekoms tige c on-
gek walific eerd als ‘onder s teunend’, ook s tellatie wa arin de fondsen ook s truc tureel
wel betiteld als ‘ infr a s truc tureel’, dienen in meer ins tellingen ga an bedienen en het ver-
princ ipe alle deel uit te maken van de ba sis - mijden van onnodige ins titutionalisering .
infr a s truc tuur. Zij ver vullen kennis-, bemid - Een ander mee te wegen gegeven is dat
delings- en/of arc hief func tie s , geric ht op integr ale weging wordt bemoeilijk t door
spec ifieke c ategorieën als kuns t in de open - apar t van elka ar func tionerende sys temen .
bare ruimte (Stic hting Kuns t en Openbare De Ra ad s telt wat de sec tor betref t een
Ruimte/SKOR), mediakuns t en e - c ultuur ba sisinfr a s truc tuur voor wa arin een va s-
(Nederlands Ins tituut voor de Mediakuns t / te pla ats is weggelegd voor werkpla atsen
NIM , Vir tueel Plat form), werkruimte s voor en de hier voor genoemde onder s teunen -
kuns tena ar s die buiten Nederland wil - de ins tellingen . Verder moet de ba sisin -
len opereren ( Tr ans Ar tis ts), leningen fr a s truc tuur pla ats bieden a an een selec t
(M ateria alfonds voor Beeldende Kuns t en a antal ins tellingen die s truc tureel func -
Vormgeving) en relatie s tus sen ont werper s tie s ver vullen op het gebied van produc -
en indus trie ( Young De signer s & Indus try). tie , pre sentatie , onder zoek , experiment en
Sommige van deze ins tellingen hebben vernieuwing , op een zodanige manier dat
een gemengde pr ak tijk die uits tijgt boven da ar a an landelijk belang toegekend kan
onder s teunende taken (SKOR en NIM). worden . D at landelijke belang sc huilt na ar
de mening van de Ra ad in de betekenis ,
Functies k waliteit en c ontinuï teit van het progr amma .
Op de vr a ag om per sec tor a an te geven wel - De Ra ad vindt dat momenteel in ieder geval
ke func tie s verder tot de ba sisinfr a s truc tuur Wa ag Soc iety , het NIM , V2, Mediamatic ,
kunnen worden gerekend heef t het minis - SubmarineChannel en Droog De sign tot
terie in de advie s a anvr a ag al een voor sc hot deze c ategorie behoren . Ten a anzien van
genomen . Bij de sec tor beeldende kuns t en de pre sentatie -ins tellingen beeldende

85
beeldende kunst en
vormgeving 1I
kuns t hangt het ant woord op de vr a ag bin - ver anderde (beleids)inzic hten , volgens
nen welk sys teem de ins tellingen zouden de Ra ad beter op andere manieren wor-
moeten func tioneren direc t s amen met de den ge s timuleerd . Bijvoorbeeld via de door
be slis singen rond de Gelds troom BK V. het fonds zelf gepropageerde uitbreiding
Worden de da arin omga ande middelen van het a antal buitenlandatelier s of door
namelijk geric ht gedec entr aliseerd , dan ligt medefinanc iering van projec ten die zijn
het meer voor de hand dat ins tellingen als geïnitieerd door ins tellingen . In het nieuwe
De Appel , W139, BA K , De Vlee shal , Wit te beleidsplan van het Fonds BK VB kan een
de With , MU, Loka al 01, Kuns t vereniging en ander nader worden uitgewerk t .
Diepenheim en Noorderlic ht da ar a an hun P ar allel a an de hieronder a anbevolen
financ iële ba sis ontlenen , s amen met het verhuizing van de subsidie s voor vorm -
geld van OC W uit de Cultuurnota en van de gever s , kan worden over wogen de subsi -
gemeente wa ar zij zijn geve s tigd . Voor spe - die s voor bouwkuns t van het Fonds BK VB
c ifieke projec ten kunnen ze a anvullend wor- in de toekoms t te s tationeren bij het
den onder s teund uit spec iale progr amma’s Stimuleringsfonds voor de Arc hitec tuur. Dit
en door de Mondria an Stic hting . onder de voor wa arde dat een beperk t a an -
tal individuele subsidie s be sc hikba ar blijf t
Fondsen voor maker s uit de arc hitec tuur wereld die
De sec tor beeldende kuns t en vormgeving da armee tot bijzondere projec ten en pre s ta -
kent geen sec torins tituut en heef t dat voor tie s kunnen komen .
de beeldende kuns t ook niet nodig , zoals
de Ra ad bij de oper atie rond de onder s teu - Bij de Mondria an Stic hting zou het a an -
nende ins tellingen heef t gemotiveerd . De tal onder s teunde kuns tena ar sinitiatieven
t wee grote fondsen in de sec tor hebben en pre sentatie -ins tellingen eveneens moe -
een pr ak tijk ont wikkeld wa arbij zij de func - ten worden teruggebr ac ht , ten guns te van
tie van subsidieloket a anvullen met ‘ac tief ruimhar tiger onder s teuning per ins telling
beleid’ dat geba seerd is op hun exper tise en da ardoor zic htba arder en over tuigender
en inzic hten . Een goede volgorde en balans re sultaten .
in de ta akuit voering zijn hierbij c ruc ia al . De Onder ver wijzing na ar de eerdere pa s s age s
hoofdta ak van deze fondsen blijf t het ver- over dit onder werp zou het beleid ten a an -
s trekken van subsidie op ba sis van duidelijk zien van tijdsc hrif ten tus sentijds moeten
omsc hreven c riteria . Die ta ak dient zo aler t , worden herover wogen .
zo zorgvuldig en zo wer vend mogelijk te Met het oog op mark t verruiming kan de
worden uitgevoerd . Voor ts worden de fond- Kuns tKoop -regeling ac tiever uitgevent wor-
sen ge ac ht om vanuit hun kernfunc tie flexi - den om groepen te bereiken die de regeling
bel te re ageren op nieuwe ont wikkelingen . nog niet kennen . Behalve OC W zelf zou ook
Bepa alde vormen van ‘ac tief beleid’ kunnen de Mondria an Stic hting zic h meer kunnen
a anvullend en in la ats te ins tantie c ons truc - ops tellen als serieuze s amenwerkings-
tief zijn . Op deze manier hoeven de fondsen par tner van de Feder atie Kuns tbemiddeling
ook geen c onc urrent te worden van (poten - en het door ha ar opgeric hte Ar te s . Deze
tiële) a anvr ager s uit het veld . organis atie s voeren immer s relevant mark t-
Het bez wa ar van mac htsc onc entr atie hoef t onder zoek uit en werken voor t varend a an
niet op te ga an , mits toezic ht en beoorde - een geïntegreerde benadering van poten-
ling van de fondsen goed worden geregeld . tieel kuns tpubliek door het s amenbrengen
D a arbij kan een visitatie sys teem een toege - van galerie s , kuns tuitlenen en andere
voegde wa arde hebben . mark tpar tijen .
De Ra ad vindt dat een selec tiever beleid Het internationale beleid van de Mondria an
op grond van het uitgangspunt ‘minder en Stic hting ten slot te kan a an prec isie
beter ’ niet alleen op ins tellingen moet wor- en kr ac ht winnen door betere s amen -
den toegepa s t , ma ar ook op individuele werking met ins tellingen uit het veld
beeldende kuns tena ar s . Herover weging en door feedbac k a an de hand van het
van de ver sc hillende budget ten bij het visitatie -ins trument .
Fonds BK VB zal niet temin zorgvuldig moe -
ten pla atsvinden . Bij een a antal regelingen Vormgevingsbeleid en een
kan dat vrij eenvoudig . Andere regelingen sectorinstituut vormgeving
vr agen om een benadering wa ardoor bij - A an vele van de gec ons tateerde gebreken
voorbeeld kuns tena ar s met een behoorlij - in het vormgevingsbeleid is de afgelopen
ke s ta at van diens t de mogelijkheid houden periode gewerk t; va ak deed de Premsela
een beroep te doen op het fonds . De ander s Stic hting dat . De nodige informatie over de
inge s telde en opererende jongere kuns te - sec tor is in ka ar t gebr ac ht , de pre sentatie -
na ar sgener atie kan , mede als gevolg van mogelijkheden zijn toegenomen en met de

86
beeldende kunst en
vormgeving 1I
hier voor a angewezen par tijen is gec oör- landsdelen voerde: het is e s sentieel hoe
dineerd gewerk t a an (sys temen voor) het regio’s en s teden zic hzelf definiëren . Het
behoud van het vormgevingser fgoed . Ter c ulturele zelfbewus tzijn dat da aruit voor t-
verbetering van het inve s terings-, produc - komt , moet gepropageerd en ge s timuleerd
tie - en dis tributieklima at in de ver sc hil - worden . Elke s tad , regio en provinc ie heef t
lende deelsec toren is a ansluiting gezoc ht ha ar eigen (on)mogelijkheden op c ultureel
bij het minis terie van Ec onomisc he Z aken . gebied . Het huidige beleidskader van de
Ten slot te ver zorgt de s tic hting regelmatig Gelds troom BK V lijk t die eigenheid te wei -
public atie s , nodigt zij anderen er toe uit het- nig te erkennen . In een klein land met een
zelfde te doen en organiseer t ze debat ten . hoge dic htheid a an voor zieningen werk t dat ,
Het beleid van de Premsela Stic hting heef t ook nog eens op een te bure auc r atisc he
de afgelopen periode a an sc herpte gewon - manier, meer van hetzelfde in de hand .
nen door selec tie , c onc entr atie en a andac ht De Ra ad is niet voor wit tevlekkenplan -
voor follow-up . P ar allel da ar a an moet de nen ten a anzien van de regio’s , of tewel
s tic hting doorlopend a andac ht be s teden voor een voor zieningennive au dat over-
a an het zic htba ar maken van ha ar ac tivitei - al identiek is . Voor de sec tor beeldende
ten . In de komende periode zou zij de gele - kuns t en vormgeving ziet hij meer heil in
genheid moeten krijgen om zic h tot een de hier voor be sc hreven tr ansformatie van
volwa ardig sec torins tituut te ont wikkelen . de Gelds troom BK V. D a arna a s t vindt hij
D at implic eer t her verkaveling van taken en dat het rijk zeer goede redenen moet heb -
be s ta and budget en een da ar a an toege - ben om ins tellingen te onder s teunen die
voegd ex tr a budget . op onvoldoende loka al dr a agvlak kun -
De huidige ta ak verdeling tus sen de s tic h - nen rekenen . In princ ipe moet pla atselijke
ting , het Fonds BK VB en de Mondria an wor teling een voor wa arde zijn en dient bij
Stic hting is ook toe a an her ziening , omdat subsidiëring te worden uitgega an van een
het veld wordt gehinderd door onduidelijke matc hingsprinc ipe .
en onlogisc he afbakening van ver ant woor-
delijkheden . Als er een formeel uit voerbare Musea
c ons truc tie kan worden gevonden voor de Ten a anzien van de muse a wa ar voor het rijk
behandeling van alle subsidie s op vorm - volledig ver ant woordelijk wil blijven , geldt
gevingsgebied die nu nog bij de fondsen in de toekoms t een lang jarig subsidieper-

agenda en basisinfrastructuur per sector


ge s tationeerd zijn , is dat om zowel inhou- spec tief. Andere muse a worden in de toe -
delijke als pr ak tisc he redenen een betere koms t of wel ver wezen na ar de Mondria an
optie . Stic hting , of wel er dienen na ar de mening
De Premsela Stic hting ont wikkelt zic h van de Ra ad afspr aken over te worden
s teeds meer tot het beleidsmatige en gema ak t met de lokale overheid in k we s tie .
pr ak tisc he gezic ht van de vormgeving in Het door het rijk a angekondigde toekoms t-
Nederland . Bundeling van ac tiviteiten en regime voor muse a heef t ook gevolgen
re alloc atie van middelen op één plek , die voor de muse a die tot dusver waren onder-
voor de vak- en buitenwereld duidelijk is , gebr ac ht bij de sec tor beeldende kuns t
ligt da arom voor de hand . en vormgeving , te weten het Nederlands
Fotomuseum , Museum De Beyerd , Museum
Speciale regelingen en programma’s Het Domein en Museum De P aviljoens .
Ook vanuit het per spec tief van de sec tor Gezien het belang van de c ollec tie en de
beeldende kuns t en vormgeving is de Ra ad ins telling ligt het in de rede om voor het
een groot voor s tander van budget ten voor Nederlands Fotomuseum een lang jarig sub -
spec ifieke projec ten en progr amma’s . In dit sidieper spec tief te over wegen .
s tuk is een spec ia al progr amma rondom het
onder werp ‘c ommunic atie en overdr ac ht ’ Samenvatting van de
reeds a anbevolen . De Ra ad pleit niet alleen belangrijkste aanbevelingen
voor een apar t budget voor nieuwe media en
e - c ultuur ma ar ook voor een algemeen inno - De beleids a anbevelingen zijn in de lopende
vatiebudget; da arbij moet innovatie niet lou - teks t opgenomen . Kor t s amengevat zijn ze
ter tec hnologisc h geïnterpreteerd worden . geric ht op de volgende punten .
\ Onder zoek op het gebied van de werk-
Uitgangspunten ten pla atsen in relatie tot het kuns t vakonder-
aanzien van de regio’s wijs in de sec tor.
Mede onder ver wijzing na ar het algemene \ Verrega ande tr ansformatie van de
deel , de gevoerde monitorge sprekken en Gelds troom BK V en in s amenhang da armee
de uitkoms ten van de ge sprekken die de herover weging van de pla ats van pre senta -
Ra ad met de ver tegenwoordiger s van de tie -ins tellingen in het be s tel .

87
beeldende kunst en
vormgeving 1I
\ De ont wikkeling van s truc tureel inter- Voor de positie van de Nederlandse beel -
depar tementa al beleid ten guns te van de dende kuns t in het internationale c ulturele
gewens te inhoudelijke afs temming met kr ac htenveld geldt eveneens dat ef fec tief
Onder wijs , Wetensc happen , Ec onomisc he kuns t vakonder wijs de eer s te onontkoom -
Z aken , Buitenlandse Z aken en Soc iale bare sc hakel in de keten is . Zonder goede
Z aken . kuns tena ar s en ont werper s is elke verde -
\ Een progr amma ter profe s sionali - re inspanning minder zinvol . Voor ts is het
sering van c ommunic atie en overdr ac ht , voor al van belang dat de (informele) net-
zowel voor individuele kuns tena ar s als voor werken rond de ins tellingen in het veld na ar
ins tellingen . wa arde worden ge sc hat en gefac iliteerd;
\ Beleid van het Fonds BK VB en de deze zijn immer s mins tens zo ef fec tief als
Mondria an Stic hting dat is geric ht op ‘min - het ins titutionele en s tr ategisc he beleid
der en beter ’, of tewel subsidiëring van min - dat nooit meer dan c omplementair kan zijn .
der per sonen en ins tellingen ten guns te van Er is a angedrongen op wederkerigheid en
ruimhar tiger s timulans en groter ef fec t . follow-up en onder ‘ Internationalisering’
\ Een apar t budget voor projec ten op het en ‘ Fondsen’ zijn nog enkele manieren
gebied van nieuwe media en e - c ultuur wa ar- genoemd die een bijdr age kunnen leveren .
uit plannen kunnen worden onder s teund die Wat afs temming tus sen de beleidsins tru -
vooronder zoek , verkenning en produc tie menten betref t: elke s truc tuur kent natuur-
behelzen . lijk ha ar eigen his torie , en uit elke s truc tuur
\ Her verkaveling van taken en middelen komen vroeger of later nadelen voor t . In het
tus sen de t wee hierboven genoemde fond - voorga ande is a angegeven welke ingrepen
sen en de Premsela Stic hting op het gebied het huidige be s tel kunnen verbeteren , wa ar-
van vormgeving , mede om deze ins telling de bij de gedane a anbevelingen s tuk voor s tuk
gelegenheid te geven zic h te ont wikkelen om nadere invulling vr agen . Bij wijze van
tot volwa ardig sec torins tituut . voor sc hot tot slot iets over wat de Ra ad niet
\ Goed toezic ht op de ta akuit voering van meer heef t kunnen onder zoeken ma ar wat
de fondsen , mede in het belang van inte - hij als fundamenteel be sc houw t: de Wwik en
gr ale beleids af weging en onder werpen als met name het da arbij behorende flankerend
mark t verruiming en internationalisering . beleid lijken de afgelopen periode a anzien -
\ Uitga an van de eigenheid van de regio’s lijk te zijn uitgedijd . Deze soc iale regelin -
en de door henzelf bepa alde profielen en gen verdienen een kritisc he be sc houwing
werk wijzen , wat kan leiden tot ver sc hillende in het lic ht van wat er vanuit het minis terie
nive aus van voor zieningen . van OC W a an inspanningen en be s tedin -
gen pla atsvindt . Er lijk t een onbalans te zijn
Met deze a anbevelingen is grotendeels onts ta an ten opzic hte van de be sc hikbare
gere ageerd op de vr agen die de minis - middelen binnen de sec tor. Zeker tegen de
ter heef t voorgelegd . Voor de volledigheid ac htergrond van de hier gegeven visie en
wordt da ar a an het volgende toegevoegd . a anbevelingen doet dat ongerijmd a an .
Wat betref t de zorgen over a ansluiting op
‘de mark t ’, nationa al of internationa al , dient
de oplos sing voor de gec ons tateerde pro -
blemen natuurlijk welover wogen te zijn . D at
betekent dat ingrijpen a an het begin van de
keten nodig is . In dat lic ht herha alt de Ra ad
zijn s tandpunt dat het kuns t vakonder wijs
het belangrijks te ins trument is om kuns te -
na ar s en ont werper s een degelijke ba sis
voor de beroepspr ak tijk te ver sc haf fen . De
a anbevolen profe s sionaliseringsprogr am -
ma’s op het gebied van c ommunic atie en
overdr ac ht kunnen een additionele bijdr a-
ge leveren a an publieke belangs telling , die
ver volgens ook let terlijk te kapitaliseren is .
Het minis terie van OC W en de Mondria an
Stic hting zouden zic h voor ts par tner moe -
ten betonen en moeten meewerken a an de
inspanningen en doelen van reeds be s ta an -
de ins tellingen en beleidsins trumenten ,
zoals de Feder atie Kuns tbemiddeling en de
Kuns tKoop -regeling .

88
bibliotheken
1I
bibliotheken

“De bibliotheek! Onderbenut of achterhaald? ” en “Het is aanpassen of ver-


dwijnen”.1 Twee geluiden van recente datum uit de bibliotheeksector die de
situatie weerspiegelen waarin de sector zich momenteel bevindt. De branche
ziet zich geconfronteerd met een razendsnel veranderende en dynamische
omgeving, die weliswaar uitdaagt tot vernieuwing maar ook een onzeker
toekomstperspectief met zich meebrengt.
Vier jaar geleden beschreef de Raad in de Sectoranalyse Bibliotheken de
invloed van ontwikkelingen op het gebied van ICT, e-cultuur en nieuwe
media op het bibliotheekwerk. 2 De tussenliggende jaren hebben duidelijk
gemaakt dat deze ontwikkelingen allesbepalend zijn voor de sector. Zowel
het gebruik als het bereik van de bibliotheken loopt terug en de mono-
poliepositie van de bibliotheek als distributiekanaal staat onder druk.
Bibliotheken krijgen, met name in het uitvoeren van hun informatiefunctie,

agenda en basisinfrastructuur per sector


steeds meer te maken met mondiale ontwikkelingen die boven hun eigen

tweede is een recent citaat uit


titel van het slotmanifest. Het
Roelofs, Erna Winter en Henk

afgelopen zomer in De Rode Hoed


een artikel van Jacqueline


brainstormsessies over ver-
blad 25/26-2006).

werk. Het eerste citaat is de

Bibliotheken organiseerden
De VOB en de Stuurgroep
nieuwing van het bibliotheek-
Mddelveld (uit: Bibliotheek-
macht reiken, en soms zelfs boven de macht van de nationale overheid.

1
Het uitgangspunt van de Raad is en blijft dat het bibliotheekwerk, met ruim
zestig miljoen bezoeken per jaar, van primaire waarde is in cultuurspreiding
en cultuurparticipatie. Bibliotheken bieden toegang tot een pluriform,
betrouwbaar en breed aanbod aan bronnen van kennis en cultuur, in een
gemeenschappelijke, veilige en leerzame omgeving waar iedereen gratis
of tegen geringe kosten terecht kan. Daarnaast spelen bibliotheken, veelal
in samenwerking met het onderwijs, een wezenlijke rol in het achterstan-

Raad voor Cultuur, Cultuur, meer


dan ooit, Vooradvies Cultuur-


denbeleid en het tegengaan van laaggeletterdheid. Tevens zijn ze van groot nota 2005-2008 (2003).

2
belang in de bevordering van het lezen; niet alleen bij kinderen, maar even-
eens bij ouderen, ook als hun zicht en daarmee hun leesvermogen afneemt.
De bibliotheek is, kortom, van wezenlijk belang voor het mede vormgeven
van sociale cohesie en de kenniseconomie, en in het verlengde daarvan
voor het functioneren van de democratische samenleving en de ontwikke-
ling van het nieuwe burgerschap, waarin participatie centraal staat. 3 Gezien
deze cruciale rol van het bibliotheekwerk meent de Raad dat het overheids-
liteit van het media-aanbod.

voor het in stand houden van de

rapport Focus op functies het


zoals de openbare bibliotheken


belang van publieke instituties
heid, toegankelijkheid en kwa-
pluriformiteit, onafhankelijk-

De WRR onderstreept in zijn

beleid bibliotheken in staat dient te stellen hun culturele en maatschappe-


3

lijke functies te blijven vervullen. In deze Agenda Bibliotheken beschrijft de


Raad welke beleidsmaatregelen nodig zijn om de sector zowel weerbaar als
flexibel de toekomst tegemoet te laten treden. Deze maatregelen overstij-
gen voor een deel de sector, en daarmee ook het niveau van het proces van
bibliotheekvernieuwing.

cf.
42
89
bibliotheken
1I
Ontwikkelingen wikkeld, zoals Bibliotheek.nl, Al@din, RFID,
de nationale bibliotheekpas en Landelijk
De ontwikkelingen op het gebied van infor- Lenen, evenals instrumenten om beleid
matie- en communicatietechnologie, en de beter vorm te geven, zoals een systeem van
daarmee gepaard gaande medialisering kwaliteitszorg en certificering, branchefor-
van de samenleving, hebben geleid tot de mules en de Richtlijn voor Basisbibliotheken,
opkomst van het participerend burgerschap: die een heldere positionering en een ambi-
de mondige burger, van wie verwacht wordt tieus perspectief biedt voor het regionale en
dat hij zijn eigen informatie kan vergaren en lokale bibliotheekwerk. 6 Ook heeft het pro-
actief kan omgaan met kennis. 4 Deze opvat- ces onmiskenbaar meer bestuurlijke betrok-
ting van burgerschap leidt ertoe dat de rol kenheid bij het openbaar bibliotheekwerk
van de bibliotheek verschuift van ‘uitlener’ gegenereerd.
naar toegangspoort of wegwijzer. Het is echter nog ongewis of het proces resul-
Tegelijkertijd zetten deze ontwikkelin- teert in de gewenste schaalgrootte en de
gen de intermediaire functies zwaar onder onderlinge samenhang die nodig zijn om het
druk. Het mediagebruik verandert in zeer hoofd te bieden aan de snel veranderende
snel tempo. De traditionele ‘leesgeneratie’, omgevingsfactoren en om de neerwaartse
de generatie intensieve boeken- en kran- spiraal in gebruik en bereik van het bibli-
tenlezers, verdwijnt langzaam maar zeker. 5 otheekwerk te doorbreken. De vraag of de
Kennis wordt als economische factor steeds sector de slagkracht kan ontwikkelen die
belangrijker, en de complexiteit en omvang in de toekomst nodig zal zijn, reikt over de
van de informatiestroom nemen toe. ICT grenzen van het huidige veranderingspro-
heeft de intrede van tal van nieuwe par- ces heen en vergt tevens een bezinning op de
tijen in het informatiedomein bewerkstel- besturing van het bestel (zie ‘Bestuurlijke
ligd: ook uitgeefconcerns, telecombedrijven organisatie’), de totstandkoming van een
en (internet)providers ontsluiten op grote hoogwaardige, brede informatie- en collec-
schaal informatie. Internet wordt inmiddels tie-infrastructuur (zie ‘Collectiebeleid en
door grote groepen mensen beschouwd als -infrastructuur’) en toezicht op de toegan-
‘hoofdbibliotheek’, waar je 24 uur per dag, kelijkheid van informatie en cultuur (zie
zeven dagen per week terecht kunt met alle ‘Laagdrempelige toegang tot betrouwba-

informatievragen. re informatie’). De Raad zal in de loop van


viceverlening en programmering

diversiteit, in opdracht van de

WaterhouseCoopers, juni 2006).

Het zijn ontwikkelingen die van invloed zijn 2007 nader adviseren over het proces van
van hun personeelsbeleid, ser-
Overigens blijven veel biblio-
theken achter in het aanpassen

aan deze ontwikkeling (zie ook


het visiedocument Culturele

op het denken over de organisatie van de bibliotheekvernieuwing.


VOB ontwikkeld door Price-

afzonderlijke instellingen (opzet en inrich-


ting van de bibliotheekgebouwen, attitude De bibliotheek als
en vaardigheden van bibliotheekmedewer- verbindende factor
kers, publieksbenadering), en over de lan-
delijke organisatie en het bestuur van het De wijze waarop de samenleving zich sinds
gehele stelsel (plaats van bibliotheken in het de jaren zestig van de vorige eeuw heeft
netwerk, distributie, selectie, collectievor- ontwikkeld, ingezet door de ontzuiling,
7

ming, toegankelijkheid). Maar ze roepen ook kenmerkt zich door individualisering, segre-
tiebron van lezen en literatuur’
ling en educatie’, ‘encyclopedie
van kunst en cultuur’, ‘inspira-

veel fundamentelere vragen op over de func- gatie en fragmentatie (grote culturele ver-
matie’, ‘centrum voor ontwikke-
‘warenhuis van kennis en infor-

en ‘podium voor ontmoeting en


bibliotheken, in samenspraak

tie en zelfs de positie van het openbaar bibli- schillen), en onthechting. Hierdoor is een
met de VNG opgesteld in 2005,
beschrijft de kernfuncties
De Richtlijn voor Basis-

otheekwerk. Het leidt binnen de sector tot voornaam deel van onze gedeelde kennis en
discussies over de plaats die de bibliotheek percepties weggevallen en daarmee ook de
over tien jaar inneemt in de samenleving en binding tussen leden van een samenleving.
over de eisen die de digitale revolutie stelt Tegelijkertijd is er – als reactie daarop –juist
aan het stelsel en netwerk van bibliotheken. weer sprake van een toenemende behoefte
Dit laatste vormt de inzet van het proces van aan verbinding.
debat’.
6

bibliotheekvernieuwing dat in 2001 is inge- Dit weerspiegelt zich in het bibliotheek-


zet – mede naar aanleiding van een raads- werk. De ontwikkeling van de digitale bibli-

advies uit 1998 – en inmiddels zijn formele otheek is complementair en kan de waarde
Zie ook: Mediawijsheid. De ont-

schap. Raad voor Cultuur, juli

voltooiing nadert. Het doel hiervan is bibli- die de spreiding en toegankelijkheid van de
ontwikkelingen op de boeken-
wikkeling van nieuw burger-

branche de Agenda Letteren.


Zie voor de invloed van deze

otheken door middel van schaalvergroting fysieke bibliotheken vertegenwoordigen


beter te equiperen om hun functies – in niet vervangen. De bibliotheek heeft in toe-
kwalitatief en kwantitatief opzicht – goed te nemende mate een functie als schakel in het
kunnen vervullen. De vernieuwingsopera- samenbrengen van mensen en ontwikkelt
tie heeft de afgelopen jaren veel gevraagd zich als het nieuwe ‘dorpshuis’ of stadsplein.
van zowel de branche als de betrokken over- Zij vormt daarmee een verlengstuk van de
4

heden, en heeft inmiddels ook het nodige publieke ruimte waar mensen uit alle gele-
2005.

opgeleverd. Er zijn landelijke diensten ont- dingen van de samenleving samenkomen.


90
bibliotheken
1I

ging’. Vergelijk FunX en 3voor12

zette structuur en facilitering,


van de VPRO: een landelijk opge-
Daarbij geldt de bibliotheek met name voor staan, het zal actiever (willen) deelnemen

Direct, DigiLeen) is een goed


openbare bibliotheken (Leen-
samenwerking van de Centrale
maar lokaal ingevuld. Ook de
Dit vraagt wel meer centrale
allochtone doelgroepen, die relatief gezien aan de betekenisgeving van informatie en

Discotheek Rotterdam met de


behoeft geen enorme ‘optui-

voorbeeld van een gelaagde


regie en aansturing, maar
veel gebruikmaken van de bibliotheek, ook het zal beter en sneller bediend willen wor-
als veilige plaats.7 Onder allochtone vrouwen den. Burgers organiseren steeds meer eigen
en meisjes is de bibliotheek zelfs de meest activiteiten en willen daarin niet gestuurd,

collectieopbouw.
bezochte openbare instelling. In dit opzicht maar wel ondersteund worden.11 Dit vraagt
wordt ook wel gesproken van een proces van bibliotheken een andere publieksbena-
van ‘stille integratie’ dat – mede dankzij de dering, die zich minder richt op distributie
15

mogelijkheden tot ontplooiing en educatie en aanbieden, en meer op het actief facilite-


die de bibliotheek biedt – plaatsvindt in de ren van expressie, uitwisseling en het maken

bibliotheken. van verbindingen tussen mensen, ideeën en


Bibliotheekblad 25/26 2006).
liere boekenbezitters collec-
bibliotheken ook van particu-

Door hun stevige verankering in lokale net- bronnen. Ze kunnen daarbij, meer dan nu,
Hogeschool, die oppert dat
Samenleving aan de Haagse

werken kunnen bibliotheken goed inspe- gebruik maken van hun klantgegevens. Te
tiebeheerders maken (in:
Vgl. Bert Mulder, lector
Informatie, Techniek en

len op behoeften in een gemeenschap. Zo denken valt aan het aanleggen van zogehe-
gaat ze een steeds belangrijkere rol spelen ten persoonlijke ‘smaakprofielen’, eventu-
in ‘lokale revitalisering’: het stimuleren van eel gecombineerd met de mogelijkheid deel
de leefbaarheid en het tegengaan van de uit te maken van een community rondom
verschraling van voorzieningen in kleine een interessegebied (eigen recensies plaat-
14

woonkernen, zowel op het platteland als in sen, onderling uitwisselen wat geleend en
de stad. Er zijn inmiddels tientallen initiatie- gekocht wordt). De bibliotheek kan zich

ven waarbij bibliotheken structureel en zeer aldus ontwikkelen tot een katalysator die
bibliotheek als community media
moeten ontwikkelen tot een plek

centre en de bibliothecaris als


waar mensen ook kunnen deelne-
In zijn advies over mediawijs-

intensief samenwerken (inzake behuizing, boekenliefhebbers mobiliseert en bij elkaar


men aan cultuurproductie: de
fysieke bibliotheek zich zou
heid schreef de Raad dat de

management en beleid) met andere instel- brengt.12 Daarbij kan ze ook fysiek plaats bie-
lingen en voorzieningen op het gebied van den aan productie: het creëren van gelegen-
cultuur, welzijn, onderwijs, informatie, zorg, heden en een voorziening waarmee mensen
educatie en zakelijke dienstverlening. 8 worden uitgedaagd content te produceren.
Te denken valt aan – op zijn minst – het aan-
mediacoach.

Digitalisering bieden van infrastructuur, zoals pc’s, breed-


13

band en opslagcapaciteit.13
De ontwikkelingen op het gebied van ICT

hebben voor de bibliotheeksector zowel Collectiebeleid en -infrastructuur

agenda en basisinfrastructuur per sector


op in met software (onder andere

Thing) waarmee mensen hun eigen

samenstellen (e-books, muziek,


Microsoft springen hier handig

films) en onderling hun biblio-

positieve als negatieve gevolgen. Enerzijds Digitalisering maakt een veel bredere collec-
Software-ontwikkelaars zoals

Delicious Library en Library-

theek kunnen ‘delen’. Zo ont-


staat tevens de mogelijkheid
tot een ‘digitale leesclub’.
digitale bibliotheek kunnen

biedt digitalisering mogelijkheden tot een tie mogelijk, onder meer met audiovisuele
enorme verbreding van het aanbod (collec- bestanden die via het internet gedistribu-
tie) en een uitbreiding van het gebruik en eerd kunnen worden. Tegelijkertijd neemt
de participatie. Daarmee groeit het poten- het relatieve belang van ‘eigen’ collecties af;
tiële publieksbereik van de bibliotheken. bibliotheken geven in toenemende mate toe-
Anderzijds leidt digitalisering tot machts- gang tot informatie die zich elders bevindt:
concentratie aan de kant van aanbieders en bij andere bibliotheken of samenwerkings-
12

beheerders van de infrastructuur. Dit heeft partners, maar ook bij gebruikers.14

beperking van het aanbod en belemmerin- Binnen de sector openbare bibliotheken


schuiving van read only-cultuur

gen in het vrije informatieverkeer tot gevolg, wordt momenteel gewerkt aan de
treffend omschreven als de ver-
jurist en medegrondlegger van

Illustratief is de opkomst van

als ‘uwbibliotheek’ en ‘mijn-


Zie voor een nadere beschrij-

gepersonaliseerde concepten
ving van deze ontwikkelingen
naar read and write-cultuur.
Lawrence Lessig, Amerikaans

en het beïnvloedt de bibliotheken in het uit- Netwerkcollectie Nederland: het opbou-


Creative Commons, heeft dit

oefenen van hun informatiefunctie. wen van een gezamenlijke, gelaagde net-
werkcollectie, die tekst, beeld en geluid uit
ook de Agenda Media.

Participatie allerlei deelcollecties verenigt.15 Openbare


Technologische ontwikkelingen leiden, in bibliotheken hebben echter weinig digi-
bibliotheek’.

combinatie met sociaal-economische en - tale content in eigen bezit en zijn daarin
culturele tendensen, tot andere vormen van sterk afhankelijk van samenwerking tussen
10

11

cultuurparticipatie. 9 Bij gebrek aan geïnsti- wetenschappelijke bibliotheken, bibliothe-


tutionaliseerde en door traditie ingegeven ken van erfgoedinstellingen, de Koninklijke

structuren en instituties creëren mensen Bibliotheek (KB) en tal van andere rele-
gemeenten als steden geïntrodu-
inmiddels in zowel plattelands-
Het multifunctionele kultur-

steeds meer ‘eigen’ gemeenschappen (com- vante instellingen, zoals het Nationaal
afkomstig uit Scandinavië en
hus-concept (oorspronkelijk

Zie de Agenda Cultuurbeleid.


ceerd) is hiervan een goed

munities), waar ze passende communica- Archief, het Letterkundig Museum en de


tievormen bij zoeken. Daar komt bij dat Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse
consumenten van informatie en cultuur in Letteren. Naarmate er meer digitaal materi-
toenemende mate ook actieve producenten aal beschikbaar komt, is meer synergie tus-
en ontwikkelaars worden.10 sen instellingen niet alleen mógelijk, maar
voorbeeld.

Deze ontwikkelingen veranderen de ver- vooral ook nódig. Mensen hebben – zeker in
8

houding tussen bibliotheken en hun bezoe- het digitale domein – behoefte aan geïnte-
kers: het publiek komt meer centraal te greerde diensten en willen niet langer bij

91
bibliotheken
1I
verschillende instellingen hoeven aan te omgaan met computers, internet en nieu-
kloppen. Momenteel werken diverse typen we media.18 Ook buiten het onderwijs is een
bibliotheken (de KB, openbare en weten- betrouwbare en laagdrempelige instantie
schappelijke bibliotheken) echter veelal nodig om te ‘gidsen’ in de constant verande-
gescheiden van elkaar, evenals instellin- rende technologieën, informatiesystemen en
gen uit de archief-, letteren- en museumsec- informatiebronnen.
tor, en zijn collecties niet breed beschikbaar. Daarnaast neemt – juist ook in het kader
De infrastructuur kent te veel traditionele van het democratisch en participerend bur-
schotten; de genoemde instellingen worden gerschap – het belang van de toegang tot
elk op een andere wijze gefinancierd (weten- betrouwbare informatie sterk toe. Er ont-
schapsbudget, cultuurbudget) en werken staat via internet, grotendeels buiten de
toe voor uitleningen door bibli-
De regelgeving van de EU inzake

otheken. Dit geldt alleen voor


auteursrechtelijk beschermde
werken staat een uitzondering

zodoende vooral voor ‘eigen’ doelgroepen gevestigde instituties om, een enorme toe-
fysiek materiaal, niet voor

(studenten, wetenschappers/onderzoekers). name van commerciële, publieke en private


Er zijn talloze digitaliseringsprojecten, maar aanbieders. Het gevolg is dat voor de eindge-
digitaal materiaal.

deze sluiten te weinig op elkaar aan en wor- bruiker de kwaliteit en betrouwbaarheid van
den onvoldoende geïntegreerd in de dienst- content niet meer vanzelfsprekend te bepa-
verlening van de (openbare) bibliotheken. len zijn: wie is de aanbieder, wat is zijn inten-
Dit leidt tot inefficiëntie en levert voor de tie en hoe is het tot stand gekomen? In deze
20

eindgebruiker een buitengewoon ondoor- ‘nieuwe onoverzichtelijkheid’ ligt voor de


zichtig geheel op. Specifiek ten aanzien van bibliotheken een belangrijke bemiddelende

de Koninklijke Bibliotheek en haar natio- rol, door neutrale en hoogwaardige informa-


over inburgering, gezondheids-
door het aanbieden van themati-

zorg, juridische informatie en


Bibliotheken doen dit deels al

nale programma’s meent de Raad dat, nu de tie te selecteren en deze vervolgens te voor-
sche dossiers, bijvoorbeeld

beleidsfocus van de KB meer op Nederlands zien van betekenis, door haar te verrijken en
cultureel erfgoed ligt, bredere samenwer- in een context te plaatsen.19
overheidsinformatie.

king en deling met bibliotheken op het ter- ‘Laagdrempelige toegang’ betekent dat toe-
rein van gedigitaliseerd erfgoed aan de orde gang tot het netwerk van openbare biblio-
en gewenst zijn.16 theken voor iedereen betaalbaar en gelijk is.
De Raad beschouwt de totstandkoming van Er doet zich echter een tendens voor van stij-
19

een brede, primaire infrastructuur waarin gende tarieven; de bijdrage van gebruikers is
iedereen vrij toegang heeft tot alle bron- in de afgelopen twintig jaar gestegen van vijf

nen van cultuur en informatie, als een even procent naar ruim twintig procent. Dit roept
de ontwikkelingen op ICT-gebied

logisch als noodzakelijk vervolg van het pro- de vraag op waar precies de grens ligt tussen
Gelijke toegang tot informatie

vaardigheden in een kennissa-


Frank Huysmans, ‘Informatie-

menleving’ uit: Investeren in


landse bevolking heeft moeite
benutting. 35% van de Neder-

bij te benen. (Jos de Haan en

ces van bibliotheekvernieuwing. Een derge- publieke en private financiering. Twee ele-
betekent nog geen gelijke

lijke ‘collectie-infrastructuur’ vergt intra- en menten spelen een hierin een rol.
vermogen, SCP, 2006.)

intersectorale synergie en aansluiting tussen 1. Met de groei van de informatie-economie


openbare bibliotheken onderling, tussen de nemen commerciële belangen en concur-
verschillende typen bibliotheken (met de KB rentie rondom informatie toe. Dit weerspie-
als ‘top van de piramide’), en tussen ande- gelt zich in ontwikkelingen met betrekking
re sectoren, met name archieven, letteren, tot auteursrecht en intellectueel eigen-
18

media en musea.17 De openbare bibliothe- domsrecht. Informatie en cultuurproducten


ken vormen binnen deze infrastructuur een worden steeds meer geclaimd, gekoppeld

laagdrempelig netwerk, dat meerwaarde aan aan exclusieve rechten, en ze verdwijnen


toraal beleid ten aanzien van de
lecties (met name cultureel erf-
goed); wat niet gedigitaliseerd
is, is steeds moeilijker te vin-
Van groot belang is en blijft de

den. Er bestaat geen bovensec-


Ontwikkeling Nederlandse Canon, massadigitalisering van col-

digitalisering van cultureel

het materiaal geeft in de vorm van selectie van het publieke naar het private domein.
erfgoed, terwijl dit wel in
meerdere sectoren speelt.

(tevens een kwaliteitskenmerk). Bibliotheken zien zich als gevolg hier-


van geconfronteerd met verregaande kos-
Laagdrempelige toegang tot tenstijgingen door de auteursrechtelijke
betrouwbare informatie bescherming van media via onder meer leen-
Het bibliotheekwerk heeft een wezenlijke rechtvergoedingen en licenties op digitale
taak in het tegengaan van de ‘digitale twee- content. Uitgevers ‘beschermen’ hun infor-
17

deling’ tussen burgers die wel en burgers matie door deze slechts voor een beperkte
die geen toegang hebben tot informatie en doelgroep beschikbaar te stellen, bijvoor-

cultuur. Dit is allereerst gelegen in de klas- beeld alleen aan leden van universiteitsbi-
samenwerking tussen KB en open-
oktober vorig jaar verschenen,

pingspunten voor multimediale

sieke taak van het ontsluiten en toegang bliotheken. Ook schermen zij thuisgebruik
biedt interessante aankno-
Het advies van de commissie

bieden, maar ook steeds meer in het bege- (raadplegen van databases) door bibliothee-
leiden, ondersteunen en faciliteren van bur- kleden af of vragen ze er grote bedragen
gers om de vaardigheden en mentaliteit te voor; zogeheten open-einde-licenties zijn in
bare bibliotheken.

ontwikkelen die nodig zijn om op zinvolle de regel onbetaalbaar voor bibliotheken. 20


wijze de weg te kunnen vinden in de infor- 2. Het huidige logistieke systeem in de bibli-
matiemaatschappij. Daarbij moet niet uit het otheeksector werkt belemmerend voor de
16

oog worden verloren dat er groepen mensen betaalbare toegang tot informatie. Als bibli-
zijn die niet of onvoldoende hebben leren otheken hun collectie meer in netwerkver-

92
bibliotheken
1I
band gaan vormgeven, zal dit leiden tot meer vervolgens tot een onheldere taak- en ver-
gebruik van interbibliothecair leenverkeer antwoordelijkheidsverdeling. In de sector
. Momenteel moeten gebruikers daarvoor heerst grote vrijblijvendheid, zowel van de
betalen, en aangezien de huidige wetgeving kant van de betrokken overheden als van
voorziet in contributievrijdom, zijn zeer uit-
de bibliotheken zelf. (Te) veel bibliotheken
eenlopende tariferingssystemen het gevolg, ontwikkelen varianten op reeds bestaande
wat weer leidt tot verschillen per gemeente. producten en/of diensten.
Daarnaast gaat het om een principekwestie: Tevens bestaat er structureel onduidelijk-
bibliotheken moeten ervoor waken mee te heid over de provinciale laag in het bibli-
gaan in de ontwikkeling dat juist voor hoog- otheekwerk, ten opzichte van zowel de
waardige informatie betaald moet worden. Vereniging van Openbare Bibliotheken
De Raad meent dat onderzocht moet worden (VOB) als de openbare bibliotheken, de
hoe het uitgangspunt van de netwerkcollec- bibliotheken met een wetenschappelijke
tie zich verhoudt tot de toegang tot het net-steunfunctie (wsf) en de universiteitsbi-
werk en daarmee ook tot het principe van bliotheken. Zo is er op facilitair niveau een
vrije toegang tot informatie. overlap tussen dat wat basisbibliotheken zelf
Concluderend kan gesteld worden dat het doen in hun backoffice en de taken die de
belang van de openbare bibliotheek als onaf- provinciale serviceorganisaties aanbieden.
hankelijke en betrouwbare toegangspoort Voorts is er geen connectie tussen basisbibli-
tot informatie enorm groeit, terwijl tegelij-otheken (al dan niet wsf) en de universiteits-
kertijd de centrale, bemiddelende positie bibliotheken. Hierdoor worden op meerdere
van bibliotheken onder druk komt te staan, niveaus dezelfde taken uitgevoerd, steeds
en daarmee ook de uitoefening van hun voor andere (doel)groepen. Daarnaast kent
publieke functie. ‘De bibliotheek als open de branche meerdere automatiseringssy-
poort tot kennis’ gold lange tijd als adagium,
stemen, en ontbreekt het op het vlak van de
maar op het digitale vlak wordt die poort digitale dienstverlening veelal aan onderlin-
wellicht langzaam gesloten. Dit vraagt om ge verbinding en aan aansluiting met de lan-
een passend offensief. De Raad is van mening delijke portal, Bibliotheek.nl.
dat alles wat in een gedigitaliseerde omge- Er is, kortom, sprake van een versnipperde,
ving met publieke middelen tot stand komt, weinig samenhangende en inefficiënt wer-

in de breedst mogelijke zin beschikbaar en kende infrastructuur. Dit plaatst de VOB,

agenda en basisinfrastructuur per sector


toegankelijk moet zijn en blijven. Daarbij als landelijk ondersteunende instelling, in
belemmering voor bibliotheken
Stelseltaken VOB concludeerde

inrichting van het stelsel een

vormt om tijdig en adequaat in

(potentiële) gebruikers (ken-


merk rc-2006.0289/2, 21 april
te springen op veranderende

zij opgemerkt dat de Raad de vrije toegang een bijzonder moeilijke positie. De VOB is
behoeften en gedrag van hun
de Raad al dat de huidige

tot bronnen van informatie en cultuur als een belangrijke partij in het netwerk, maar
In zijn advies Evaluatie

méér dan een culturele beleidsdoelstelling heeft geen leidinggevende bevoegdhe-


beschouwt. In internationaal verband wordt den en opereert in een bestuurlijke omge-
deze toegang als een grondrecht erkend, en ving waarin het ontbreekt aan hiërarchie.
in Nederland heeft de regering, onder het Daarnaast werkt het hybride karakter van
kabinet-Kok II, in 2001 besloten een derge- de VOB (beheer van de besteltaken, tevens
23

2006).

lijk recht in de grondwet te verankeren. 21 De


brancheorganisatie en uitvoerende orga-
Raad zal in de loop van 2007 een nadere ver- nisatie) belemmerend op haar besturende

kenning wijden aan de bescherming en toe- kracht, en leidt deze veelzijdigheid tot een te
Zie de Agenda Cultuurbeleid.

gankelijkheid van het publieke domein. 22 uitgebreid beleidsprogramma zonder focus


of prioritering.
Bestuurlijke organisatie Concluderend kan gesteld worden dat de
Een van de gevolgen van digitalisering is dat huidige bestuurlijke inrichting een belem-
bibliotheken steeds meer taken niet langer merende werking heeft op de slagkracht die
individueel kunnen uitvoeren, omdat die een nodig is om tijdige en adequate vernieuwin-
bovenlokale, landelijke of zelfs bovensecto- gen door te voeren. Bovendien lukt het in
22

rale aanpak vereisen. Deze tendens staat op onvoldoende mate om bibliotheken duide-
gespannen voet met de decentrale inrichting lijk en herkenbaar te positioneren en ont-

van het stelsel, waarin het ontbreekt aan een breekt het aan macht en massa ten opzichte
Naar aanleiding van het rapport

Wallage (In dienst van de demo-

instantie die zich als ‘bestuurlijk eigenaar’ van uitgevers, in het inkoopbeleid en in de
(Grondrechten in het digitale

cratie, 27 augustus 2001). Het


tijdperk, 24 mei 2000) en het

besluit is overigens tot op

manifesteert. 23 De bibliotheken zijn hierin rechtenonderhandelingen.


heden niet geëffectueerd.
rapport van de commissie-
van de commissie-Franken

autonome partijen en de bestuurlijke ver- Wat naar de mening van de Raad nodig is, is
antwoordelijkheid en financiering zijn ver- een stelsel onder een eenduidige regie, op
deeld over drie overheidslagen. Dit leidt tot basis van een heldere visie van de rijksover-
onduidelijkheid ten aanzien van posities (de heid op de positie en functie van de biblio-
autonome bibliotheken en de verschillende theek in de samenleving. Deze visie moet
21

actoren), tot diffuse bestuurlijke verhoudin- vervolgens consequent worden doorvertaald


gen ten aanzien van het bibliotheekwerk, en in alle lagen van het stelsel. 24

93
bibliotheken
1I
Het bibliotheekwerk kan en moet zo veel eind 2007 afloopt. De noodzaak van (inhou-
mogelijk lokaal worden uitgevoerd, maar delijke) vernieuwing is echter blijvend. 26 Het
dan moet wel duidelijk zijn wie waarvoor is daarom van belang dat de overheid ruimte
verantwoordelijk is, opdat de overheidsmid- biedt voor ontwikkeling van en onderzoek
delen effectiever kunnen worden ingezet. naar nieuwe vormen van participatie, werk-
Zodoende kan ook meer geïnvesteerd wor- wijzen en samenwerkingsverbanden. Dit kan
den in de noodzakelijke landelijke marke- alleen op landelijk niveau gestalte krijgen.
ting en promotie. Het gaat dan om grootschalige toepassing
De Raad meent dat de mogelijkheden tot van ICT en om het ontwikkelen van nieuwe
meer centrale sturing onderzocht dienen te digitale toepassingen, met oog voor de
worden. Daarbij dient ook gekeken te wor- behoefte aan interactie van gebruikers, zoals
den naar de grondslag van het stelsel: de het uitbreiden van applicaties en gebruikers-
inbedding van het bibliotheekwerk in de mogelijkheden binnen Bibliotheek.nl. De rol
Wet op het specifiek cultuurbeleid. De Raad die daarbij is weggelegd voor de Vereniging
is van mening dat er een steviger wettelijk van Openbare Bibliotheken ligt niet in de
kader nodig is waarin de primaire waarde uitvoering, maar in de coördinatie. De VOB
en publieke functie van de openbare bibli- moet opereren als verbindend en richtingge-
otheek zijn verankerd, en dat bovendien vend sectorinstituut. Een stevige positie (ook
een samenhangend kader schept voor de financieel) van de VOB is daarbij van groot
bestuurlijke verantwoordelijkheden, met belang.
voldoende ruimte voor invulling van het De hoofdzakelijk decentrale wijze waar-
bibliotheekwerk op regionaal en lokaal op de gelden voor bibliotheekvernieuwing
niveau. momenteel ter beschikking worden gesteld,
Memo van VNG aan Raad voor
Cultuur, 4 januari 2007.

resulteert in veel afzonderlijke initiatieven.


Vernieuwing Hoe waardevol die initiatieven ook zijn,
De bibliotheeksector bevindt zich in een deze manier van besteding levert te weinig
complexe fase. De branche moet een eenslui- meerwaarde op voor de gehele sector. De
dend antwoord geven op zowel de verande- Raad pleit er dan ook voor het totaal van
27

ringen in het culturele gedrag als de lacunes de beschikbare gelden voor bibliotheek-
én verworvenheden van de informatie- en vernieuwing na 2007 centraal in te zetten

kennismaatschappij. Dit vraagt een duide- en zodoende de innovatieve inspanningen


Om deze reden pleitte de Raad in
het meest recente Cultuurnota-

lijke toekomstvisie en -richting, en in het sterker centraal aan te sturen. Hierin ver-
besteltaak ‘ontwikkeling en
advies over de VOB ervoor de

verlengde daarvan een sterke, gezamenlijke schilt de Raad van mening met de VNG, die
experiment’ in te stellen.

positionering. Een focus op digitalisering is ervoor pleit een deel van de huidige vernieu-
daarbij onontbeerlijk, dat wil zeggen inzicht wingsgelden (de zogeheten gelden Innovatie
in de mogelijkheden en gevolgen hiervan Stimulans Bibliotheekvernieuwing) naar
voor het gehele stelsel, en zicht op de moge- een landelijk bibliotheekfonds over te heve-
lijke samenwerking met andere sectoren. len. 27 De Raad onderschrijft de constatering
Tevens is een mentaliteitsverandering nodig, van de VNG dat er als gevolg van de decen-
waarbij minder van het (eigen) product tralisatie op landelijk niveau te weinig gel-
26

wordt uitgegaan en meer de behoeften van den beschikbaar zijn voor noodzakelijke
de gebruiker centraal staan. Vernieuwing, en innovatie, maar meent dat een fonds weder-
het denken daarover, vindt nu nog hoofdza- om tot versnipperde besteding zal leiden en
Zie de Agenda Cultuurbeleid.

kelijk plaats vanuit de eigen bestaande orga- derhalve niet het geijkte instrument is voor
nisatie en richt zich veelal op het bestaande de gewenste grootschalige innovatie.
bibliotheekproduct. Er is een herbezinning
nodig op de taken en werkzaamheden van Consequenties voor beleid
een bibliotheek (zoals minder nadruk op de
uitleen) en een andere inzet van middelen Democratisch en cultureel burgerschap staat
25

en personeel. Dit vergt de nodige flexibiliteit, of valt met goedgeïnformeerde burgers, en


experimenteerlust en de bereidheid risico’s in het verlengde daarvan met instellingen

te nemen. die onbelemmerd en bemiddelend toegang


meer bindende netwerkafspraken
onder centrale netwerksturing.
Als mogelijk model opperen zij

De overheid dient voor dit proces de rand- bieden tot bronnen van cultuur en informa-
Een aantal bibliotheekdirec-

raad van bestuur alle biblio-

Bibliotheekblad 25/26-2006.)
een landelijk orgaan dat als
teuren pleitte onlangs voor

voorwaarden te scheppen. In het algemeen tie. De Raad meent dat, gezien deze cruciale
theken aanstuurt. (Uit:

pleit de Raad voor het opzetten van een opdracht van het bibliotheekwerk, het over-
rijksbreed innovatieprogramma voor de heidsbeleid bibliotheken in staat dient te
ondersteuning van zowel technologische als stellen deze maatschappelijke functie te blij-
niet-technologische innovatie. 25 Specifiek ven vervullen.
24

voor de bibliotheeksector geldt dat de afge- Dit vraagt om maatregelen die de sector
lopen jaren flink is geïnvesteerd in het pro- bibliotheken, en daarmee ook het niveau

ces van bibliotheekvernieuwing, dat formeel van het proces van bibliotheekvernieuwing,

94
bibliotheken
1I
deels overstijgen. De Raad meent dat het Samenvatting van de belangrijkste
bibliotheekbeleid – nu nog hoofdzakelijk aanbevelingen
ingebed in het erfgoedbeleid – de komende
jaren nadrukkelijker aansluiting moet vin- Vrije toegang tot hoogwaardige
den bij het beleid ten aanzien van (over- cultuur en informatie
heid’s)informatievoorziening, media en de De Raad is van mening dat alles wat in een
kenniseconomie. Dit vergt samenhangend gedigitaliseerde omgeving met publieke
overheidsbeleid dat niet wordt gehinderd middelen tot stand komt, in de breedst moge-
door inter- en intradepartementale verkoke- lijke zin beschikbaar en toegankelijk moet
ring. Tot slot ziet de Raad de totstandkoming zijn en blijven. De Raad zal in de loop van
van een hoogwaardige, brede infrastructuur 2007 een nadere verkenning wijden aan de
die iedereen vrij en betaalbaar toegang ver- bescherming en toegankelijkheid van het
schaft tot alle bronnen van informatie en publieke domein.
cultuur, als een absolute voorwaarde voor de
bibliotheeksector om zijn functie als publie- Infrastructuur
ke toegangspoort in de toekomst te kunnen De rijksoverheid moet, samen met de betref-
blijven uitoefenen. fende sectoren, onderzoek doen naar de
voorwaarden (inclusief bijpassende nieuwe
investerings- en exploitatiemodellen) en
mogelijkheden voor de totstandkoming van
een brede informatie- en collectie-infra-
structuur. Daarbij moet nadrukkelijk het
instellen van een centraal, sectoroverstij-
gend en intradepartementaal regieorgaan
worden overwogen.

Bestuurlijke organisatie
De Raad meent dat de mogelijkheden tot
meer centrale sturing in de openbare bibli-
otheeksector onderzocht dienen te worden.
Een verkenning naar de wijze waarop het

agenda en basisinfrastructuur per sector


bibliotheekwerk in het buitenland is georga-
niseerd, zowel bestuurlijk als op het gebied
van wet- en regelgeving, kan hierbij behulp-
zaam zijn.

Inhoudelijke vernieuwing
De inspanningen op het terrein van bibli-
otheekvernieuwing zullen na 2007 meer
centraal moeten worden aangestuurd en
gefinancierd, om versnippering tegen te
gaan.

95
film
1I
film

De schok was groot, in 1895, toen de gebroeders Lumière via het film-
doek een trein de zaal binnen lieten denderen. Voor het eerst in de
geschiedenis bleek de werkelijkheid ook in bewegende beelden te kun-
nen worden vastgelegd. Lang werd film, zoals later ook televisie, door
de politieke en culturele elites met argwaan en dedain bekeken. Dat
wist de aantrekkingskracht van het bewegende beeld echter niet te
bedwingen. Onstuitbaar schoven de bewegende beelden op richting het
centrum en de beeldcultuur werd een feit.
In de gedigitaliseerde en gemedialiseerde wereld van vandaag zijn
bewegende beelden dominanter en diverser dan ooit. Men wordt erdoor
omringd – niet alleen in bioscopen, voor het televisiescherm, op mobie-
le telefoons of iPods, maar evenzeer op straat, in de tram of op het inter-
net, dat steeds audiovisueler en, letterlijk, geanimeerder wordt. Ook
hebben bewegende beelden hun weg gevonden naar andere kunstvor-
men, zoals het theater of de beeldende kunst. De Documenta begint
steeds meer op een filmfestival te lijken. Doordat de middelen om beel-
den te maken steeds goedkoper en beter zijn geworden en er dankzij het
internet legio manieren zijn om ze te verspreiden, is het nu bovendien
voor iedereen mogelijk via beelden te communiceren. De populariteit
van YouTube en andere internetsites waarop beelden kunnen worden
geüpload, geeft aan dat daaraan grote behoefte is.
In die dominante beeldcultuur – waarvan de geschiedenis gestuurd is
door de ontwikkeling van de filmtaal – heeft film een natuurlijke plek
en betekenis. Doordat filmmakers kunnen reflecteren op die waaier
aan audiovisuele beelden die ons omringen en daar andere beelden
en audiovisuele verhalen over onszelf en onze wereld naast of tegen-
over kunnen zetten, speelt film een centrale rol in de gemedialiseerde
wereld. De toegankelijkheid en populariteit van het medium, dat zich
weinig gelegen laat liggen aan het traditionele verschil tussen hoge en
lage cultuur, is daarbij maatschappelijk gezien van grote waarde.

Stand van zaken standgehouden, langer dan in veel andere


landen, die zich het cultureel, economisch
Als artistieke discipline en beleidsterrein en maatschappelijk belang ervan eerder
is film lang stiefmoederlijk bedeeld realiseerden. De afgelopen jaren is in die
geweest. De achterdocht jegens het verlei- situatie langzaam maar zeker verandering
delijke vermaak heeft in Nederland lang gekomen. Verschillende aanzetten zijn

cf.
43
96
film
1I
gegeven om de filmsector en het filmkli- pelijke betekenis van film en van kunst
maat te versterken. Het grootste wapenfeit in bredere zin – vormen geen intrinsiek
sinds de sectoranalyse die de Raad voor ondereel van de filmcultuur. Niet toeval-
Cultuur in 2003 maakte 1 , is ongetwijfeld lig vlot het dan ook maar langzaam met
het kabinetsbesluit om het project ‘Beelden de weerslag die de culturele diversiteit
voor de toekomst’ te financieren. Hiermee krijgt in de Nederlandse filmwereld, niet-
wordt de conservering, digitalisering tegenstaande pogingen van het Nederlands
en ontsluiting mogelijk gemaakt van het Fonds voor de Film en met name het
audiovisueel erfgoed dat voornamelijk Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele
in de bunkers en kluizen van het Omroepproducties om daar verandering in
Filmmuseum en het Nederlands Instituut te krijgen. Het producentenkorps is zo goed
voor Beeld en Geluid ligt opgeslagen. 2 als geheel blank, veel gekleurde makers
Daarnaast heeft de toenmalige staatsse- zijn er evenmin en zo ze er zijn, stromen
cretaris voor Cultuur en Media extra geld ze vaak niet door. Voor zover culturele
toegezegd – zij het alleen voor de lopende diversiteit in de onderwerpen van films
Cultuurnotaperiode – voor de artistieke doordringt, gebeurt dat eerder in komedies
film, voor internationale coproducties dan in artistieke films. De geslotenheid
en voor een zogenoemd afnamefonds. 3 die de sector op dit punt kenmerkt, vindt
Tevens is recent besloten om het bedrag haar pendant in de wijze waarop men zich
dat gemoeid was met fiscale maatregelen tot het buitenland verhoudt. Hoewel film
ter versterking van de filmindustrie te van nature een internationaal medium
31 maart 2006 (DK/BB/2006/15125).

beleggen bij het Nederlands Fonds voor is en het publiek dat ook zo ervaart, is de
de Film, waarbij een gedeelte van dat Nederlandse productiesector veeleer op
geld beschikbaar komt in de vorm van zichzelf en op Nederland gericht en wordt
een automatische financieringsregeling het buitenland meer als financieringsbron
(‘suppletieregeling’). 4 dan als inspiratiebron gezien. Die gebrek-
Ook de sector zelf heeft niet stilgezeten. Er kige inhoudelijke internationale oriëntatie
Filmbrief,

is sterker ingezet op professionaliteit; de betekent ook dat Nederlandse makers geen


commerciële distributeurs en vertoners rol van betekenis spelen in de Europese
4

hebben een financiële bijdrage aan de filmcultuur.


Nederlandse filmproductie toegezegd, en Externe factoren zijn mede debet aan het

agenda en basisinfrastructuur per sector


een minder afwachtende houding van de trage tempo waarin de filmsector en het
maart 2006 (DK/B&B/2006/47397)
Brief aan de Tweede Kamer, 31

sector jegens de publieke omroep heeft filmklimaat zich ontwikkelen. Zo is er nog


geresulteerd in concrete afspraken over steeds een moeizame verhouding met de
langjarig speelfilmbeleid. Daarnaast publieke omroep, die als opdrachtgever,
blijft de filmfestivalcultuur in Nederland coproducent en vertoner een cruciale
onverminderd levendig en houdt de rol speelt in het Nederlands filmleven.
Nederlandse film zich wat marktaandeel De tamelijk draconische bezuinigingen
betreft redelijk staande in de overdaad aan die de politiek de publieke omroep in de
3

Hollywoodfilms. afgelopen regeerperiode heeft opgelegd,


De verbeteringen in de sector gaan echter hebben niet alleen in Hilversum maar


niet snel, en zeker niet snel genoeg in het ook daarbuiten hun tol geëist. Meerjarige
licht van de technologische en maatschap- afspraken tussen de publieke omroep en
Raad voor Cultuur over film-
Reactie op het advies van de

behoud. Brief aan de Tweede

pelijke ontwikkelingen die de film en het de filmsector, zoals voor de speelfilm,


Kamer, 19 december 2006

filmbedrijf ingrijpend en onherroepelijk ontbreken (nog) voor de andere genres


(MLB/M/2006/47397).

zullen veranderen. Een aantal knelpunten (documentaire, tv-drama, animatie, korte


die de Raad vier jaar geleden signaleerde, en kinderfilm). Voor deze genres is er
hebben bovendien nog maar nauwelijks daardoor nauwelijks continuïteit mogelijk
aan actualiteit ingeboet. Zo is de sector nog in artistieke en bedrijfsmatige zin. Door
2

altijd versnipperd, laat de samenwerking het moeizame functioneren van de fiscale


tussen delen van de keten zeer te wensen maatregelen – bedoeld om stabiliteit en

over en heeft vernieuwing en innovatie continuïteit in de sector te brengen – is er


nog altijd weinig prioriteit – waardoor ook voor speelfilmmakers en -producenten
Vooradvies 2005-2008, april

het bedroevend gesteld is met het aantal nog altijd weinig continuïteit.
Cultuur, meer dan ooit.

cross-overs vanuit de filmsector naar Grotendeels autonome marktontwikkelin-


andere sectoren. Langetermijnvisies gen hebben de distributie en vertoning van
worden niet of nauwelijks ontwikkeld, en kwetsbare artistieke films verder onder
zo dat wel gebeurt, betreffen of bereiken druk gezet. Deze ontwikkelingen hebben
ze zelden de sector als geheel, laat staan onder meer te maken met stijging van kos-
1

dat ze ook daarbuiten resoneren. Debat en ten en daling van inkomsten (als gevolg
2003.

ref lectie – bijvoorbeeld op de maatschap- van fragmentatie van het publiek) en met

97
film
1I
mede daaruit voortvloeiende concentratie krachtige aansturing van het proces door
en monopolisering van de markt door een het ministerie van OCW is mede verant-
paar grote spelers. Kleine onaf hankelijke woordelijk voor de stagnatie.
distributeurs verdwijnen en de overge-
bleven grote, commerciële distributeurs Digitalisering: kansen
spelen meer dan ooit op safe. De hele keten en bedreigingen
van productie tot en met vertoning van de
artistieke film is daarmee bijzonder kwets- De technologische en sociale ontwikkelin-
baar geworden. Dat wordt versterkt door gen die in de paragrafen over digitalisering,
het weinig gelukkige subsidiebesluit van medialisering en e-cultuur in de hoofdtekst
de rijksoverheid om de subsidie aan twee van dit advies over de agenda voor het cul-
onaf hankelijke distributeurs niet te garan- tuurbeleid zijn beschreven, hebben van alle
deren voor de gehele Cultuurnotaperiode kunstvormen het meest zichtbaar effect op
en door de lage prioriteit die film heeft bij film. Honderd jaar lang was film een kunst-
lokale en regionale overheden, die in de vorm die bestond in een gestolde en geslo-
huidige verdeling van verantwoordelijk- ten technische omgeving, met zijn eigen
heden de zorg hebben voor de afname en ambachten, geschiedenis, sterren, makers,
vertoning van die artistieke films. Hoewel jargon en critici. In deze ruimte zochten
de distributieregeling die de rijksoverheid, kunstenaars en ondernemers alle mogelijke
op advies van de Raad, via het Nederlands variaties om zichzelf uit te drukken, het
Fonds voor de Film in het leven heeft geroe- publiek te verbazen en geld te verdienen.
Advies inzake de opzet en inzet

pen 5 , nog niet is geëvalueerd, lijkt deze Digitalisering leidt tot het openbreken van
van een nieuwe stimulerings-
Nederlandse filmproductie.

haar werk te doen. Naar alle waarschijn- deze technische ruimte. Het is, zoals het
maatregel, oktober 2006.
Een nieuwe poot onder de

lijkheid is dat echter onvoldoende om het tij vaktijdschrift Screen International schreef,
van de verminderde diversiteit en kwaliteit “de grootste verandering sinds de komst
van het reguliere internationale artistieke van de televisie”.
filmaanbod in Nederland te keren.
Als het om educatie gaat, is de sector, Ontgrenzing
8

daarbij ondersteund door een vernieuwd Het cultureel belang van bovengenoemde
Nederlands Instituut voor Filmeducatie, ontwikkelingen ligt in de ontgrenzing van

weliswaar actief in de weer met film- (en film die erdoor mogelijk wordt gemaakt –
de ondersteuningsstructuur en
in de Filmbrief van maart 2006.

media-)educatie, maar toch moet geconsta- het wegvallen van de scheidslijnen


In de besluitvorming inzake

teerd worden dat film- en media-educatie tussen verschillende vormen van bewegend
amper een plaats hebben in het onderwijs. beeld – en het feit dat als gevolg van digi-
Ook op de verschillende lerarenopleidin- talisering het zwaartepunt van het proces
gen wordt film, of breder ‘beeldlezen’, zel- van films maken, distribueren en vertonen,
den onderwezen. bij de kijker of consument komt te liggen.
Tot slot wordt de haperende ontwikkeling Digitalisering impliceert dus niet alleen
van de filmsector nog in de hand gewerkt een uitbreiding van bestaande systemen en
7

door twee factoren van beleidsmatige aard. praktijken, maar biedt, veel fundamenteler,

De eerste heeft betrekking op de enorme uitzicht op een ‘paradigmawisseling’.


kostenstijgingen in de cultuur-

achterstand die door het rijk gesubsidieer- Het aanbod van audiovisuele beelden is in
Gerritsen et al., Het bost aan.
Een analyse van automatische

de filminstellingen hebben, ook in verge- de hedendaagse cultuur groter en diverser


lijking tot rijksgesubsidieerde instellingen dan ooit. Mensen gebruiken al die beelden
in andere kunstsectoren, als het gaat om om zich te vermaken, te informeren of te
arbeidsvoorwaarden, de compensatie voor scholen en, misschien nog belangrijker, om
sector, mei 2003.

autonome kostenstijgingen en in meer met elkaar te communiceren. Men maakt


algemene zin de budgettering van hun acti- eigen beelden om zijn leven vast te leg-
viteiten. 6 Minstens zo zwaarwegend is het gen en te delen met intimi, of men ontmoet
6

feit dat het sectorinstituut Film nog altijd elkaar in virtuele werelden. De traditionele
niet van de grond is gekomen, ondanks het scheidslijnen tussen de verschillende vor-

In zijn Cultuurnota-advies 2005-

feit dat de staatssecretaris voor Cultuur en men van audiovisuele productie (en dis-
roepen voor de subsidiëring van
ook een regeling in het leven te
diëring van twee distributeurs
om naast de structurele subsi-
2008 heeft de Raad voorgesteld

de uitbreng van afzonderlijke

Media tot tweemaal toe het voorstel van de tributie) vervagen; de grens tussen film en
Raad daartoe heeft onderschreven.7 Ook media – oud en nieuw – wordt allengs smal-
Brakman en Corman onderstrepen in hun ler. Het aanbod, dat via meerdere platforms
rapport over het filmstimuleringsbeleid en in verschillende vormen beschikbaar
nog eens de noodzaak van een krachtig komt, blijft bovendien, vanwege het prin-
nationaal filminstituut dat belangrijke cipe van de long tail, zoals beschreven in
infrastructurele ondersteunende functies de Agenda Cultuurbeleid, ook veel langer
titels.
5

vervult, die nu deels niet en deels versnip- beschikbaar. Tegelijkertijd is het maken
perd worden uitgevoerd. 8 Een weinig daad- van al die audiovisuele beelden niet langer

98
film
1I
voorbehouden aan de professionals. De pro- ciers, salesagents, distributeurs, bioscoop-
ductiemiddelen zijn dusdanig ‘gedemocra- vertoning en de verschillende, van elkaar
tiseerd’ dat niet alleen iedereen een camera in tijd gescheiden, windows (tv, dvd) daar-
kan aanschaffen en bedienen, maar dat na) komt in het digitale tijdperk onder druk
iedereen de beelden die hij daarmee heeft te staan. Andere eisen van het publiek – dat
geschoten ook gemakkelijk kan bewerken sneller en beter bediend wil en kan worden,
en het eindresultaat eenvoudig op dvd de populariteit van homecinema, de groei
of via internet toegankelijk kan maken. van nichemarkten die niet op de traditione-
Steeds meer kijkers worden zo ook makers. le manier maar via het internet te bereiken
Omgekeerd betrekken steeds meer profes- zijn, de permanente beschikbaarheid van
sionele makers hun publiek bij het creatieve films (via internet en volgens het principe
proces. van de long tail), waardoor er een andere
De technologische ontwikkelingen resul- strijd ontstaat om de tijd van de kijker: het
teren op deze manier in een groter en zijn allemaal elementen van een ontwik-
diverser aanbod, in meer behoefte aan aan- keling die vraagt om een ander model voor
bod – dat vanwege de groei van het aantal de productie, distributie en vertoning van
vertoningsplatforms al even divers moet films. Het is nog onduidelijk hoe dit model
zijn – en in meer mogelijkheden voor afna- eruit komt te zien en wat dit betekent voor
me en actieve participatie. Er liggen dan de verhoudingen tussen de verschillende
ook enorme kansen in die ontwikkelingen, marktpartijen. Voor de onaf hankelijke
zowel voor de versterking van het filmkli- film, die niet uit het studiosysteem van
maat als voor de filmsector. Wisselwerking Hollywood af komstig is, lijken hier in ieder
tussen de traditionele filmcultuur en de geval nieuwe kansen te liggen, omdat de
nieuwe beeldcultuur is essentieel voor de af hankelijkheid vermindert van het door de
vitale ontwikkeling van de filmcultuur grote maatschappijen gedicteerde, en met
enerzijds en de artistiek interessante ont- grote marketingcampagnes ondersteunde,
wikkeling van de beeld- en mediacultuur distributie- en vertoningsregime.
anderzijds. In een maatschappij waarin Naast de kansen op een levendiger en
beelden zo’n dominant communicatiemid- diverser filmklimaat zijn er natuurlijk ook
del zijn, is immers behoefte aan een beeld- bedreigingen. Zoals geschetst in de Agenda
cultuur die even divers en dynamisch is als Cultuurbeleid leidt digitalisering behalve

agenda en basisinfrastructuur per sector


de woordcultuur in al zijn vormen (litera- tot differentiatie in aanbod en afname ook
tuur, poëzie, essayistiek, etcetera). Film tot concentratie, inperking van diversiteit
kan die verrijking en verdieping bieden. en vercommercialisering van publieke con-
Een belangrijke voorwaarde is wel dat de tent, zeker in de context van globalisering.
sector de luiken opengooit en zich enga- De Raad zal aan dit onderwerp een apart
geert met die nieuwe gemedialiseerde advies wijden. Daarin zal aandacht zijn
wereld. Als film zich isoleert en zich terug- voor de balans tussen auteursrecht ener-
trekt in de omgeving waarin het tot dusver zijds en de bescherming en toegankelijk-
altijd heeft gefunctioneerd, dan raakt het heid van het publieke domein anderzijds.
gemarginaliseerd. En dat gevaar is niet Ook het probleem van de piraterij zal aan
denkbeeldig: de inzichzelfgekeerdheid van bod komen.
de sector en het gebrek aan innovatief ver-
mogen vormen een duidelijk obstakel bij Productie
het realiseren van de grensoverschrijdende Inzoomend op de specifieke onderdelen
culturele potentie die genoemde ontwik- van de keten, betekent digitalisering voor
kelingen bieden. Een goed voorbeeld is de productie dat er meer, makkelijker en soms
animatiesector, waarvoor door de explosief ook goedkoper geproduceerd kan en moet
groeiende behoefte aan ‘geanimeerde’ con- worden. Producenten kunnen een grotere
tent (games, commercials, internet, beeld- onaf hankelijkheid verwerven ten aanzien
telefoons, etc.) interessante kansen liggen, van de traditionele financiers – en met
zowel artistiek als commercieel. Aan de name ten aanzien van de distributeurs,
traditionele animatiefilmsector lijken deze doordat ze desgewenst ook zelf hun films
kansen echter grotendeels voorbij te gaan. kunnen distribueren via internet. Makers
kunnen en zullen in een veel eerder
Veranderingen in de filmketen stadium dan voorheen contact zoeken met
Behalve dat digitalisering uitzicht biedt op het publiek. Niet alleen het filmen zelf,
een ontgrenzing van film, zal deze ontwik- ook het bewerken en toegankelijk maken
keling ook de film zoals we die nu kennen van het filmmateriaal is binnen ieders
beïnvloeden. De traditionele organisatie technische en financiële bereik gekomen.
van de filmketen (met producenten, finan- Door die vereenvoudiging zal de nadruk

99
film
1I
steeds meer verschuiven van de technische tributeurs (en producenten) gedigitaliseerd
of ambachtelijke kanten van het filmmaken zijn en oudere films dus op elk gewenst
naar het artistieke of inhoudelijke. Van moment beschikbaar zijn – maar ze kun-
degene die het geld heeft om vakkennis in nen dankzij de digitale apparatuur ook heel
te huren verschuift het accent naar degene andere beeldproducten vertonen en daar-
die een verhaal wil vertellen en daarvoor mee andere publieksgroepen bereiken dan
het talent heeft. De betaalbaarheid van hun reguliere filmbezoekers. Nieuwe alli-
special effects – de mogelijkheid om met anties worden mogelijk, bijvoorbeeld met
de computer synthetische of gedeeltelijk lokale omroepen of met andere kunst- en
synthetische beelden te maken – biedt cultuurgezelschappen, die met liveverto-
bovendien uitzicht op de mogelijkheid van ningen op groot scherm van hun opera- of
een radicale vernieuwing van de tot dusver theatervoorstellingen veel meer publiek
gehanteerde visuele taal. Het spreekt kunnen bereiken dan het selecte gezel-
vanzelf dat genoemde ontwikkelingen ook schap dat in de opera- of theaterzalen past.
gevolgen hebben voor de aard en inrichting Film programmeren wordt zo een ander
van de Filmacademie en andere audiovisu- vak, waarbij niet langer het schaarse film-
ele opleidingen. aanbod maar het inspelen op de wensen van
het lokale publiek het startpunt zal vormen.
Distributie Omgekeerd kunnen, zeker als op termijn de
In de klassieke filmketen staat op dit apparatuur goedkoper wordt, ook andere
ogenblik vooral de rol van de distributie instellingen dan reguliere bioscopen en
onder druk. Aan de ene kant is het denkbaar filmtheaters films vertonen (zoals scholen,
dat de rol van de distributeur langzaam buurthuizen, musea, etc.).
uitgespeeld raakt, doordat producenten Hoewel de trend zal doorzetten dat de bios-
zelf hun films digitaal kunnen leveren aan coop- of filmtheatervertoning een steeds
vertoners en, via de digitale snelweg, ook kleiner deel bepaalt van de opbrengst van
aan afzonderlijke kijkers, of doordat andere een film – en het belang ervan in de geld-
clubs of organisaties, zoals festivals, de dis- stroom op termijn marginaler zal worden –
tributiefunctie overnemen. Aan de andere behoudt de vertoning op groot scherm haar
kant wordt de behoefte aan distributeurs waarde: economisch, vanwege haar etala-
eerder groter dan kleiner, mits zij hun rol gefunctie, en cultureel, vanwege de collec-
anders invullen. In een context waarin het tieve ervaring van filmvertoning op groot
aanbod aldoor groter en diverser wordt, doek of in een theatrale setting. Investeren
is het vinden van de juiste films voor een in de digitalisering van bioscopen en film-
specifiek publiek de grootste uitdaging. theaters is dan ook noodzakelijk. Daarvoor
Dat maakt dat de distributeur steeds meer worden ad hoc al verschillende initiatieven
een marketeer zal moeten worden, met ondernomen. Omdat deze echter een solide
kennis van de lokale markt. De distribu- verantwoording ontberen, is op zeer kor-
teur – zeker de onaf hankelijke distributeur te termijn macro-economisch onderzoek
die een redelijk overzicht heeft over het nodig naar de toekomstige infrastructuur
internationale aanbod – zal steeds vaker de en bijpassende nieuwe investerings- en
rol krijgen van consultant, vraagbaak en exploitatiemodellen.
gids voor de lokale markt.
Financiering
Vertoning Aan de bestaande ketenstructuur liggen
Volledige digitalisering van filmverto- duidelijke businessmodellen ten grond-
ning is nog slechts een kwestie van tijd. slag. Hoe de financiering van films eruit-
Hollywood heeft een standaard bepaald en ziet als de onderlinge verhoudingen binnen
de ‘uitrol’ is begonnen: steeds meer bios- de keten gaan schuiven is nog onduide-
coopzalen krijgen digitale vertonings- lijk. Dankzij het internet kunnen heel veel
mogelijkheden, steeds vaker leveren films die in het klassieke systeem nauwe-

distributeurs (ook) digitale kopieën. Ook lijks recht van bestaan hadden, omdat het
In Nederland zijn overigens nog

beschikbaar voor digitale pro-


jectie. In de filmtheaters ligt

betreft hier projectieappara-

het niet-commerciële circuit gaat mee. 9 De geen hits waren of hun publiek geografisch
tuur van mindere kwaliteit.
dat aantal hoger, maar het

voordelen zijn legio. Behalve lagere hand- niet geconcentreerd genoeg was, nu een
maar 13 bioscoopschermen

lingskosten voor distributeur en vertoner (niche)markt vinden. Maar hoe financier


betekent digitalisering een enorme ver- je een film als je deze via het internet wil
ruiming van de programmeringsmogelijk- uitbrengen? Hoe maak je als producent
heden. Vertoners kunnen niet alleen hun (of maker) in de wereld van de long tail de
reguliere filmprogrammering veel beter catalogus te gelde die je hebt opgebouwd?
9

afstemmen op de wensen van hun lokale En hoe zit het in dat geval met auteurs-
publiek – zeker als ook de catalogi van dis- rechten? Discussiepunten te over die vra-

100
film
1I
gen om de ontwikkeling van alternatieve Het opzetten van een rijksbreed innova-
businessmodellen, die niet de gevestigde tieprogramma waarin ook plaats is voor
belangen maar het belang van het publiek niet-technologische innovatie bijvoorbeeld
vooropstellen. met betrekking tot publieksparticipatie.
(Zie voor verdere toelichting het hoofdstuk
Implicaties voor beleid en Innovatie in de Agenda Cultuurbeleid.)
aanbevelingen In het kader van de versterking van het
kunst- en cultuuronderwijs veel meer
Met de in maart vorig jaar uitgebrachte nadruk leggen dan nu gebeurt op film- en
Filmbrief heeft het kabinet opdracht gege- media-educatie (in de curricula van zowel
ven tot een aantal relevante wijzigingen scholen als docentenopleidingen). De
in het beleid van met name het Nederlands dominantie en diversiteit van bewegende
Fonds voor de Film. De Filmbrief was beelden in de huidige samenleving vraagt
echter sterk op het hier en nu gericht en dan om visuele geletterdheid. Om de werking en
in het bijzonder op het hier en nu van het betekenis van beelden te begrijpen en om er
speelfilmbeleid en nam niet de toekomstige zelf in en mee te kunnen communiceren, is
ontwikkelingen in ogenschouw, die, zoals het zaak dat kinderen (film)beelden leren
hierboven geschetst, aard en aanzien van lezen zoals ze dat met woorden doen.
het medium ingrijpend zullen veranderen.
Behalve op lopende en nog niet afgeronde Investeren in distributie en vertoning.
kwesties bijvoorbeeld met betrekking tot de Digitalisering biedt grote kansen voor het
documentaire, de kinderfilm, de publieke bereiken van meer en ander publiek, met
omroep en de kwestie van de autonome een aanbod dat diverser kan zijn dan ooit
kostenstijgingen bij de rijksgesubsidieerde tevoren. Behalve dat dit een zaak is voor de
(film)instellingen zou de agenda voor het sector zelf, ligt hier ook een ondersteunen-
filmbeleid voor de komende tijd dan ook met de en stimulerende taak voor de rijksover-
name gericht moeten zijn op die ingrijpen- heid. In het bijzonder gaat het dan om:
de ontwikkelingen. Het is in de eerste plaats
aan de sector zelf om adequaat in te spelen \ Het initiëren, op zeer korte termijn,
op de uitdagingen en kansen die de digi- van een macro-economisch onderzoek,
talisering biedt en te voorkomen dat film in samenwerking met de sector, naar de

agenda en basisinfrastructuur per sector


als culturele discipline gemarginaliseerd toekomstige infrastructuur en bijpas-
raakt. Dat vraagt van de sector om een grote sende nieuwe investerings- en exploita-
mate van flexibiliteit en de bereidheid om tiemodellen voor de digitale distributie
samen te werken en te investeren in ver- en vertoning. Op dit moment worden er
nieuwing. Het is aan de rijksoverheid om verschillende initiatieven genomen, maar
het veranderingsproces te stimuleren en te niet vanuit een breed perspectief en zonder
faciliteren, en waar nodig de belemmerin- een gedegen economische verantwoor-
gen ervoor weg te nemen. Daartoe zou zij ding. Door middel van onderzoek kan
moeten inzetten op participatie, vernieu- onderbouwd overzicht verkregen worden
wing, ondersteuning en ontschotting. van en inzicht in de noodzakelijke (techno-
logische) investeringen, de economische
Participatie en afname potentie (voor zowel de film- en media- als
De grote belofte van de technologische de communicatiesector) en de culturele
ontwikkelingen in een gemedialiseerde effecten. Vanwege zijn bekabelingsgraad,
samenleving ligt in het versterken van zijn innovatief vermogen en het feit dat het
de participatie van burgers in cultuur en een belangrijk internetknooppunt huisvest,
kunst. Dat geldt ook voor film, waar, zoals bevindt Nederland zich in een unieke
aangegeven, digitalisering een enorme positie om een infrastructuur neer te zetten
verruiming impliceert van de mogelijkhe- die Europese betekenis heeft. Het voorge-
den om ontmoetingen tot stand te brengen stelde onderzoek, dat uitgevoerd dient te
tussen film en kijker. Om die belofte ook worden door een onaf hankelijke derde en
in te lossen, zal het filmbeleid zich in binnen een half jaar moet zijn afgerond, zal
de komende jaren moeten richten op de ook een belangrijke procesfunctie vervul-
inzet van specifieke instrumenten om de len, omdat het verschillende partijen in de
participatie, afname en versterking van keten bijeenbrengt en aanzet op één lijn te
het filmklimaat te ondersteunen. De Raad komen over de verdeling van investeringen
doet de rijksoverheid daartoe verschillende en opbrengsten.
aanbevelingen, waarvan de eerste van \ Extra zorg voor de distributie van
algemene aard is en de overige specifiek op buitenlandse artistieke films. In een van
film betrekking hebben: beelden en audiovisuele media doordrenkte

101
film
1I
wereld zonder grenzen, is diversiteit in het den van de cultuurparticipatie van mensen
filmaanbod van groot cultureel belang. Om met een cultureel diverse achtergrond zijn
te garanderen dat het publiek ook commer- filmfestivals een uiterst gewild, aantrek-
cieel kwetsbare maar artistiek interessante kelijk en effectief middel. Dat moge blijken
buitenlandse films kan zien, ondersteunt uit het feit dat het aantal aanvragen bij de
het rijk de uitbreng van die films deels via regeling van het fonds voor lokale en voor
subsidie aan een tweetal distributeurs, doelgroepfestivals nog aldoor stijgt. Het
deels via een zogenoemde uitbrengrege- beschikbare budget is daarvoor al lang niet
ling waar elke distributeur een beroep op meer toereikend.
kan doen. Op termijn biedt digitalisering
mogelijkheden voor het optimaliseren van Vernieuwing en experiment
het aanbod en het effectiever maken van In het voorgaande is beschreven hoe de
de distributiemogelijkheden. Nu is, zoals verschillende technologische en culturele
onder stand van zaken is aangegeven, ontwikkelingen de ontgrenzing van film
deze taak echter zeer kwetsbaar. Daarom mogelijk maken. Wil film zich opnieuw
is continuering van de huidige (dubbele) kunnen uitvinden, dan is het eveneens
systematiek noodzakelijk, in ieder geval tot nodig om sterk in te zetten op het expe-
en met 2008 zo nodig met een tijdelijke ver- rimenteren met nieuwe (film)vormen
ruiming van middelen als blijkt dat de dis- en terreinen waarop filmmakers actief
tributie van artistieke internationale films kunnen zijn. Om die kansen te creëren, stelt
op korte termijn in gevaar komt. Daarnaast de Raad voor:
Stimuleringsfonds Nederlandse

dat op dit terrein al veel ini-

is, mede naar aanleiding van de evaluatie


hierbij overigens in de rede.
Culturele Omroepproducties,

tiatief heeft getoond, ligt

van de uitbrengregeling, onderzoek naar of Een apart budget toe te kennen aan het
advies gewenst over de distributiefunctie Nederlands Fonds voor de Film voor ver-
Samenwerking met het

en het meest effectieve stimuleringsbeleid nieuwing en experiment.11 Met dat geld,


in de periode vanaf 2009. dat door een intendant beheerd zou kun-
\ Meer aandacht, in convenanten met de nen worden die over de besteding ervan
andere overheden, voor film en filmverto- achteraf verantwoording aflegt, kan de
12

ning in de regio. Uit onderzoek in regio’s, vernieuwing nagestreefd worden van


steden en gemeenten is gebleken dat film de traditionele filmvormen en de wijze

bij verreweg de meeste lokale bestuurders waarop zij hun publiek bereiken, en kan
zie de Agenda Cultuurbeleid, om

en overheden geen prioriteit heeft.10 In samenwerking gestimuleerd worden met


deze regeling te integreren in

media dat buiten de bestaande


Overigens stelt de Raad voor,

een apart budget voor nieuwe

het kader van cultureel burgerschap is andere sectoren ook buiten de kunst- en
fondsen wordt geplaatst.

het echter van belang dat mensen in de cultuursfeer. Gezien de complexiteit en de


gelegenheid zijn om behalve commerciële breedte van de nagestreefde vernieuwing
films ook artistiek waardevolle films te is het bestaande budget van het Nederlands
zien. Filmvertoning zou dan ook, in de Fonds voor de Film ontoereikend. Om de
visie van de Raad, deel moeten uitmaken gewenste experimenten mogelijk te maken
van de basisinfrastructuur van de regio. (zowel op het terrein van content als waar

Nederland kent een fijnvertakt circuit van het de digitale distributie van alle soorten

zo’n honderd grotere en kleinere film- content betreft) is het bovendien wenselijk
verlengde daarvan ligt. Evenmin

theaters. Dat moet niet alleen gekoesterd verschillende formele belemmeringen weg
beschikking heeft voor de zoge-
‘Onderzoek en Ontwikkeling’ van
Het gaat hier niet om de rubriek

het fonds binnenkort (weer) ter


Verbeeldingsproject dat in het
op het genre van de experimen-
het fonds, dat meer gericht is

gaat het hier om de gelden die

worden, regionale overheden kunnen ook te nemen, zodat andere vormen van finan-
een stimulerende rol spelen in de ontwikke- ciering en subsidiëring mogelijk zijn. Ook
noemde Interregeling.

ling en investering in de digitale toekomst. de bioscoopeis zou als dwingend criterium


tele film, of om het

Digitalisering biedt immers kansen voor de geschrapt moeten (kunnen) worden en


regio, doordat theaters hun aanbod kunnen succescriteria verruimd (zodanig dat niet
verbreden (en zo het internationale per- alleen bioscoopbezoek en kijkcijfers de
spectief met het lokale verbinden) en hun mate van succes bepalen, maar ook dvd-
11

publiek steeds beter en gerichter bedienen verkoop, video on demand, websitehits,


(bijvoorbeeld met educatieve programma’s, etcetera.).12

of door samenwerking met andere cultuur-


Filmtheaters, Nederlands Fonds
deerrapportage in opdracht van

Film; november 2006; Quick Scan

sectoren). De regionale verantwoordelijk- Onderzoek naar de redenen voor de stagnatie


Filmbeleid, D. de Wit; afstu-

het Nederlands Fonds voor de


Inventarisatie Provinciaal

heid voor film zou onderdeel moeten zijn van de animatiesector en voorstellen voor
van de convenantsbesprekingen tussen rijk een betere aansluiting van de animatiesec-
en andere overheden. tor op de vraag naar meer en andersoortige
voor de Film; 2006.

\ Uitbreiding van het budget voor inci- geanimeerde content (televisie animatie,
dentele filmfestivals, zoals neergelegd special effects, games e.d.). Voor zover
in een regeling bij het Nederlands Fonds deze stagnatie te maken heeft met scho-
10

voor de Film. Voor een levendig lokaal en lingsmogelijkheden en instrumenten voor


regionaal filmklimaat en voor het verbre- talentontwikkeling zal dit aspect worden

102
film
1I
betrokken in het advies dat de Raad op als functies waarvoor het rijk financiële
verzoek van het ministerie van OCW in verantwoordelijkheid draagt, wordt de
voorbereiding heeft over talentontwikke- basisinfrastructuur in de filmsector
ling in de filmsector. gevormd door de functies ondersteu-
ning, en opleiding en ontwikkeling.
Ondersteuning en versterking Vanzelfsprekend is ook de ondersteuning
filmklimaat van productie een functie die tot de infra-
De technologische ontwikkelingen bieden structuur van de sector behoort, maar deze
bij uitstek mogelijkheden het filmklimaat functie is ondergebracht bij het Nederlands
te versterken en nieuwe horizons te ontdek- Fonds voor de Film.
ken voor de wisselwerking tussen publiek
en filmsector. In het toekomstbestendig Ondersteuning
maken van het filmveld en de filmcultuur is Een gedetailleerde omschrijving van de
een sectorinstituut voor de film onontbeer- ondersteuningsstructuur in de filmsector
lijk. Juist in een tijd waarin digitalisering is te vinden in de adviezen Schets onder-
en medialisering zo nadrukkelijk om een steuningsstructuur cultuursector (januari
reactie vragen, is er grote behoefte aan een 2005) en Spiegel van de cultuur. Advies
instelling die de sector kan schragen en Cultuurnota 2005-2008 (juni 2005). Daarin
stimuleren. Een instelling, die sectorbreed zijn de volgende ondersteunende functies
onderzoek kan (laten) uitvoeren, discussies beschreven die zouden moeten worden
en kennisuitwisseling initieert niet alleen belegd in een sectorinstituut Film:
binnen of met de sector, maar ook, of zelfs (inter)nationale vertegenwoordiging en
juist, met partijen daarbuiten en zich sterk promotie; educatie, informatie en reflectie;
maakt voor internationalisering. Doordat documentatie en archivering; afstemming
de instelling versterking van het filmkli- en coördinatie. Ook al heeft de voormalige
maat als opdracht heeft, zet ze daarnaast staatssecretaris voor Cultuur en Media het
sterk in op educatie en het ontwikkelen van advies om te komen tot een dergelijk sector-
nieuwe vormen van participatie. De Raad instituut tot tweemaal toe onderschreven,
vindt het dan ook essentieel dat de rijks- het beoogde instituut is tot op heden nog
overheid de grootste prioriteit geeft aan: niet tot stand gekomen. De desbetreffende
ondersteunende functies worden nu deels

agenda en basisinfrastructuur per sector


De totstandkoming van het sectorinstituut wel, deels niet en deels overlappend uitge-
Film. Snelle actie van de rijksoverheid is voerd door verschillende instellingen in
gewenst, wil het sectorinstituut er zijn voor de filmsector. Bundeling van deze versnip-
het subsidieplan 2009-2012 aanbreekt. Bij perde taken in een sectorinstituut is een
de totstandkoming van het nationaal insti- noodzakelijke voorwaarde voor verdere
tuut voor de film dient, de Raad wijst er nog- ontwikkeling van de sector. De instel-
maals op, te worden uitgegaan van functies lingen die de in het kader van genoemde
en niet van instellingen. Bovendien dient adviezen beschreven functies (gedeel-
voldoende financiering beschikbaar te zijn, telijk) vervullen, zijn het Filmmuseum,
opdat het instituut zijn brede opdracht kan Holland Film, het Nederlands Instituut
realiseren. voor Animatiefilm (NIAf ), De Filmbank,
het Nederlands Instituut voor Filmeducatie
Ontschotting (NIF) en de Europese Stichting Joris Ivens.
Omdat de grenzen tussen de verschillende Daarnaast zijn ook enkele taken van het
audiovisuele vormen steeds smaller wor- Nederlands Fonds voor de Film aangemerkt
den, en in het bijzonder die tussen film en als taken die bij het sectorinstituut zouden
media, geeft de Raad tot slot de overheid in thuishoren.
overweging om zowel op bestuurlijk als op Reflectie en informatie, nu ten dele
financieel en praktisch terrein de scheiding belegd bij twee tijdschriften (Skrien en
op te heffen tussen film en media. Daarbij de Filmkrant), zijn belangrijke taken van
zij ook verwezen naar het Raadsadvies De het toekomstig sectorinstituut. Daarnaast
het publieke mediadomein, maart
De publieke omroep voorbij. De

publieke omroep voorbij 13 waarin de tot- zou er een budget bij het Nederlands Fonds
nieuwe rol van de overheid in

standkoming van een publiek mediafonds voor de Film beschikbaar moeten zijn
werd bepleit waarin alle bestaande media- voor meerjarige (programma)subsidies
en filmfondsen zouden opgaan. op dit terrein. Ontwikkelingen rond het
sectorinstituut moeten uitwijzen waar
Basisinfrastructuur de tijdschriften in kwestie in de volgende
13

subsidieplanperiode een verzoek kunnen


Uitgaande van de drie functiecategorieën indienen voor meerjarige subsidie.

2005.

die in Verschil Maken zijn geïdentificeerd


103
film
1I
Opleiding en ontwikkeling films, en niet alleen om Nederlandse maar
Opleiding en talentontwikkeling, voor tevens om buitenlandse films. Omdat met
zover het niet het reguliere kunstvakon- name op het vlak van distributie en verto-
derwijs betreft, behoren ontegenzegge- ning de komende jaren veel zal veranderen
lijk tot de culturele basisinfrastructuur. zullen nieuwe vormen ontwikkeld moeten
Momenteel worden die functies vervuld worden waarin die distributie en vertoning
door het Nederlands Instituut voor kunnen plaatsvinden en zal er veel geëxpe-
Animatiefilm en het Binger Filmlab, en rimenteerd moeten worden.
in zekere zin door de intendanten van het De distributiefunctie wordt momenteel op
Nederlands Fonds voor de Film. Op ver- verschillende manieren ondersteund: door
zoek van het ministerie zal de Raad zich in structurele rijkssubsidie aan twee distribu-
een apart advies nog nader uitspreken over teurs, gespecialiseerd in kwetsbare films
(opleiding en) talentontwikkeling in de (Cinemien en Contact Film), en door een
filmsector. zogenoemde ‘uitbrengregeling’ van
In navolging van de Junibrief 14 ziet de Raad het Nederlands Fonds voor de Film waar-
ook filmfestivals die zowel een publieks- voor elke distributeur die een kwetsbare
voorziening vormen als een internationale internationale film wil uitbrengen een aan-
referentie zijn voor de vakdiscipline als vraag kan indienen. Tevens ondersteunt
onderdeel van de ontwikkelingsfunctie het rijk indirect (via en op initiatief van het
in de basisinfrastructuur. Deze festivals fonds) Cinema Delicatessen, een distribu-
zijn een platform, voedingsbodem en pre- teur gespecialiseerd in digitale uitbreng
sentatieplaats voor nationaal en interna- van kleinere Nederlandse documentaires
tionaal talent en vervullen een centrale en speelfilms. Zoals aangegeven in de
functie in het Nederlandse filmklimaat. In Agenda Film zou nog dit jaar onderzocht
de basisinfrastructuur dient één festival te moeten worden, mede naar aanleiding van
zijn opgenomen voor elk van de volgende de evaluatie van de uitbrengregeling, wat
genres: Nederlandse film, onaf hankelijke de meest effectieve wijze is om de distribu-
artistieke film, documentaire, animatie tiefunctie via rijksondersteuning gestalte
en cross-overs, kinderfilm en fantastische te geven, vooral in het licht van de ingrij-
film. Op dit moment worden daarvoor via pende vernieuwingen die zich op dit gebied
de Cultuurnota het Nederlands Filmfestival aandienen.
gesubsidieerd (dat ook belangrijke onder-
steunende functies vervult voor de sector Geen van de genoemde functies (en instel-
en tevens een belangrijke internationale lingen die ze momenteel uitvoeren) komt
component heeft), het International Film in aanmerking voor langlopende subsidië-
Festival Rotterdam, het International ring en visitatie, met uitzondering van het
Documentary Filmfestival Amsterdam, het Filmmuseum, dat net als andere musea
Holland Animation Film Festival, Cinekid die grotendeels door het rijk gefinancierd
en het Amsterdam Fantastic Film Festival. worden, een langjarig subsidieperspec-
Overige festivals kunnen een beroep doen tief zou kunnen krijgen. Overigens zou
op de ‘Regeling incidentele filmfestivals, het Filmmuseum in de visie van de Raad
filmmanifestaties en investeringen in opgaan in, dan wel zeer nauw verbonden
filmtheaters’ bij het Nederlands Fonds voor moeten zijn met het sectorinstituut Film,
de Film. Daarvan zou het budget naar de dat te zijner tijd eveneens een langjarig
mening van de Raad aanzienlijk verhoogd subsidieperspectief krijgt.
moeten worden (zie de aanbeveling daar-
over in de Agenda Film). Te overwegen
valt bovendien het Nederlands Fonds voor
de Film in staat te stellen een aantal van
die festivals meerjarig te subsidiëren een
mogelijkheid die nu niet bestaat.
De Raad merkt, specifiek voor de filmsector,
DK/B&B/2006/23532; 2 juni 2006.

onder de noemer ontwikkeling , ook distri-


butie aan. Distributie maakt onlosmakelijk
deel uit van de filmketen, en rijkssteun voor
die functie is onontbeerlijk om te garande-
ren dat het publiek kennis kan nemen van
een divers en kwalitatief hoogstaand cine-
matografisch aanbod. Daarbij gaat het niet
14

alleen om fictiefilms, maar ook om docu-


mentaires, animatie- en experimentele

104
intercultureel
cultuurbeleid 1I
intercultureel
cultuurbeleid
Het bevorderen van de diversiteit in kunst en cultuur gaat alle sectoren
aan. Professionalisering van instellingen en organisaties op het gebied
van talentontwikkeling, voorlichting en documentatie, deskundigheids-
bevordering en bevordering van samenwerkingsverbanden die bijdragen
aan culturele diversiteit: al deze aspecten verdienen permanent aandacht.
Vanuit die opvatting benoemde de Raad culturele diversiteit in de Schets
ondersteuningsstructuur cultuursector (2005) reeds als een besteltaak.

Ondersteuning en ontwikkeling Op het terrein van het erfgoed ligt er een


taak voor de rijksoverheid met betrekking
Sectorinstituten, koepelorganisaties en tot het ondersteunen van instellingen die
fondsen die deel uitmaken van de basisin- zich richten op acquisitie en ontsluiting
frastructuur die in dit advies wordt beschre- van collectiemateriaal dat vanuit het
ven, moeten de bevordering van culturele perspectief van een zich cultureel divers

agenda en basisinfrastructuur per sector


diversiteit integreren in hun missie en ontwikkelende samenleving relevant is,
hun praktijk. Ondersteunende en ontwik- zoals het immaterieel erfgoed van nieuwe
kelende taken gaan hierbij vaak hand in Nederlanders. Imagine IC vervult hier een
hand. Vanuit het perspectief van culturele ontwikkelende rol.
diversiteit heeft de ontwikkelingsfunctie
vooral betekenis voor het creëren van Instellingen die primair een maatschap-
mogelijkheden voor talentontwikkeling pelijke functie hebben en die hieraan onder
in de genres waarvan het ontstaan nauw meer via kunst en cultuur vorm geven, wor-
verbonden is met de toegenomen diversiteit den niet tot de basisinfrastructuur gerekend.
van de Nederlandse bevolking. De opkomst
van nieuw idioom en nieuwe artistieke Ten slotte: van instellingen die een plaats
vormen, vooral onder jonge kunstenaars, krijgen in de basisinfrastructuur mag wor-
biedt een mogelijkheid tot dynamisering den verwacht dat zij een visie ontwikkelen
van de kunstpraktijk die het verdient om in op het perspectief van culturele diversiteit.
de basisinfrastructuur van diverse sectoren In de diverse sectorbijdragen wordt hier
geïncorporeerd te worden. In de beschrij- aandacht aan besteed.
ving van die basisinfrastructuur per sector
worden hiertoe voorstellen gedaan.
Daarnaast moet er ruimte zijn voor een
beperkt aantal sectoroverstijgende instel-
lingen die zich toeleggen op theorievorming
en debat, op bemiddeling tussen talent
en culturele instellingen, op bevordering
van interculturele programmering en van
diversiteit bij personeel, en op het besturen
van culturele instellingen. Momenteel zijn
Atana, Netwerk CS en InterArt hierin actief.
Aparte aandacht verdient de begeleiding
van vluchtelingen-kunstenaars, een rol die
nu wordt vervuld door AIDA Nederland.

cf.
43
105
internationaal
cultuurbeleid 1I
internationaal
cultuurbeleid
In zijn advies over de ondersteuningsstructuur (2005) heeft de Raad
reeds aangegeven dat taken met betrekking tot internationalisering
vooral in de sfeer van de ondersteuning liggen. Het gaat dan om:
\ ontwikkeling en exploitatie van een kennis- en expertisecentrum:
voorlichting, documentatie en deskundigheidsbevordering;
\ benchmarking en monitoring van internationale trends;
\ scharnierpunt tussen individuele instellingen en netwerken;
\ organisatie van internationale bezoekersprogramma;
\ collectieve promotie van de sector;
\ deelname aan statelijke manifestaties.
Het uitvoeren van deze taken valt toe aan de fondsen, koepelorga-
nisaties en sectorinstituten. Zij maken deel uit van de basisinfra-
structuur. De Raad rekent tot deze taken ook de documentatie en
presentatie van de kunst en cultuur der Lage Landen. Die worden nu
uitgevoerd door de Stichting Ons Erfdeel, die hiervoor wordt gesub-
sidieerd door de Nederlandse en Vlaamse overheid.

De uitvoering van het internationaal Zolang het proces van Europese eenwording
cultuurbeleid is inmiddels in verregaande voortgaat, zal er reflectie nodig zijn op de
mate verzelfstandigd. Dat geldt zeker voor vraag welke positie kunst en cultuur bij dit
het praktische internationaal cultuurbeleid, proces innemen. Europese culturele net-
maar ook steeds meer voor de strategische werken zien het als hun taak de discussie
component. Naast de fondsen, sectorinstitu- hierover gaande te houden. Sectorinstituten,
ten en koepelorganisaties speelt de Stichting koepelinstellingen, fondsen en SICA moeten
Internationale Culturele Activiteiten (SICA) in het kader van hun internationale taak
een steeds prominentere rol, als sub- dan nagaan hoe de ondersteuning van Europese
wel bovensectorale regelkamer, maar ook culturele netwerken kan worden ingebed in
als aanjager van reflectie op en debat over hun beleid.
de kansen en bedreigingen van internatio-
nalisering. Haar activiteiten hebben ertoe Op relevante plaatsen in de wereld is een
bijgedragen dat er in het culturele veld en buitenpost nodig die als verbinding kan
bij beleidsmakers meer aandacht is gekomen dienen tussen culturele instellingen in
voor internationalisering. De Raad vindt dat Nederland en het gebied rondom de betref-
onderzocht moet worden of de positie van de fende post. Deze rol wordt nu vervuld door
SICA in de toekomst meer in lijn kan worden culturele afdelingen van de Nederlandse
gebracht met de rol die ze als uitvoerder van ambassades en consulaten en door
het rijksbeleid voor internationale culturele Nederlandse culturele instituten. Zij maken
uitwisseling en samenwerking vervult. Als geen deel uit van de basisinfrastructuur
referentiekader zou daarbij de positie van cultuur. Voor ambassades en consulaten ligt
rijksdiensten, fondsen of sectorinstituten dat voor de hand: zij vallen onder de over-
kunnen gelden. heidsorganisatie. Maar culturele instituten

cf.
43
106
internationaal
cultuurbeleid 1I
zijn autonome instellingen die als kerntaak
hebben vorm te geven aan de uitvoering
van het internationaal cultuurbeleid. In het
kader van de formulering van een basisin-
frastructuur verdient het overweging op
termijn te bekijken of zij daar ook deel van
zouden moeten uitmaken, als onderdeel in
het netwerk van fondsen, sectorinstituten en
een coördinerende instelling voor interna-
tionale betrekkingen.

Ten slotte: van instellingen die een plaats


krijgen in de basisinfrastructuur mag
worden verwacht dat zij een visie ontwik-
kelen op het belang van hun activiteiten op
het gebied van internationalisering. Voor
de uitwerking zij verwezen naar de diverse
sectorbijdragen.

agenda en basisinfrastructuur per sector

107
letteren
1I
letteren

De boekenbranche, die álle boeken omvat, van roman tot tuinboek, van school-
boek tot encyclopedie, is een sprekend voorbeeld van creatieve industrie. Boeken
worden als economisch goed verhandeld, en productie, distributie en promotie
in de letteren worden grotendeels door de markt gefinancierd. De overheid voert
marktversterkend en marktaanvullend beleid om omstandigheden te bevorderen
die gunstig zijn voor het behoud van pluriformiteit en brede beschikbaarheid van
het boek in ons betrekkelijk kleine taalgebied. De overheid faciliteert en subsi-
dieert activiteiten die de productie, de vertaling, de kwaliteit en de toegankelijk-
heid van de Nederlandstalige en Friestalige literatuur bevorderen. Daaronder
vallen ook leesbevorderingsbeleid, bibliotheekbeleid, en juridische, economi-
sche en financiële maatregelen.
In juni 2006 stuurde staatssecretaris Van der Laan haar langverwachte Lette-
renbrief naar de Tweede Kamer. Deze spitste zich toe op drie onderwerpen: de
vaste boekenprijs, leesbevordering en culturele diversiteit. De Raad is het eens
met de opmerking in de Letterenbrief dat het in de letteren relatief goed gaat.
Maar de bijdrage van de rijksoverheid aan de sector letteren acht de Raad te be-
scheiden, vooral gezien het feit dat het veld de laatste jaren danig is ‘opgeschud’
onder invloed van digitalisering, concernvorming, toenemend rendementsden-
ken, grote veranderingen in het onderwijs en veranderingen in de leescultuur.
Dat biedt grote kansen, maar kent ook stevige gevaren.
Raad voor Cultuur, Cultuur, meer

In de Sectoranalyse Letteren 2005-2008 2 literaire competentie. Met dat doel voor ogen
Manifest De uitkijkpost van de
dan ooit. Vooradvies Cultuur-

is geconstateerd dat er een goed even- dient een duidelijke cultuurpolitiek te worden
literatuur (zie www.kvb.nl).
nota 2005-2008. April 2003.

wicht bestond tussen de marktwerking en gevoerd. Tekenend is ook de oproep tot meer
de genoemde culturele doelen. Het meest visionaire en financiële betrokkenheid van de
basale uitgangspunt voor de Raad was en is politiek en tot extra investeringen, afkomstig
nog steeds: de beschikbaarheid van zo veel van het Boekenoverleg, waarin commerciële en
November 2006.

mogelijk boeken en informatie over boeken en niet-commerciële organisaties en instellingen


literaire teksten op zo veel mogelijk plaatsen uit de letterensector vertegenwoordigd zijn. 3
2

voor zo veel mogelijk mensen. Daarbij ligt


het accent op een kwalitatief hoogwaardig en Ontwikkelingen, kansen en

pluriform aanbod en op de versterking van bedreigingen


miljoen euro naar letterenfond-
sen en andere lettereninstel-

de positie van het literair-culturele boek. De


Jaarlijks gaat momenteel ± 15

Veranderende leescultuur
lingen uit de Cultuurnota.

Raad heeft aan ‘beschikbaarheid voor zo veel


mogelijk mensen’ een tweeledige beteke- De Nederlandse maatschappij medialiseert
nis gegeven: het gaat er niet alleen om dat snel en ingrijpend, waardoor teksten een
mensen boeken kunnen kopen of lenen, maar andere status hebben gekregen en anders wor-
ook dat ze in staat zijn literaire vermogens den gelezen. Tekst, geluid en beeld komen in
te ontwikkelen. Inmiddels wil de Raad dat combinatie voor en lezers maken gebruik van
nader specificeren: een creatieve, slagvaardige meerdere media tegelijk. De tijd die aan lezen
maatschappij heeft recht op een diepgaande wordt besteed neemt volgens het vrijetijdsbe-
1

cf.
44
108
letteren
1I
stedingsonderzoek van het SCP af. Voor het Veranderingen in markt en
lezen van boeken zijn echter andere tijdsbeste- auteurschap
dingen in de plaats gekomen, die de zogeheten Onder invloed van digitalisering, technolo-
‘ontlezing’ compenseren. Aan universiteiten gische vernieuwingen en economische ont-
vindt onderzoek naar lezen en leesgedrag wikkelingen als concernvorming doen zich
plaats, en ook de boekenbranche doet onder- in de boekenmarkt veranderingen voor in de
zoek naar koop-, leen- en leesgedrag. Maar diversiteit van aanbod, afname en distributie.
de huidige veranderingen zijn nog lang niet De rol van de auteur is mede daardoor ook aan
uitgekristalliseerd en vragen om diepgaand verandering onderhevig.
wetenschappelijk onderzoek naar de aard en de Een kleine groep bestsellers neemt een steeds
vormen van het nieuwe lezen. groter deel van de omzet voor zijn rekening. De
faculteiten kennen een vakgroep
het lezen, Nederlandse Taalunie, ten wordt het belang van litera-
Aan de Nederlandse universitei-

tuur voor verbeelding, vormge-

ten doen onderzoek naar de ver-


medische ethiek, en ook juris-
onderkend. De meeste medische

In zijn advies Leesbevordering uit 2005 4 heeft vijftien procent bestverkochte boeken maakt
houding tussen literatuur en

de Raad nadrukkelijk aangekaart dat vaar- vijfentachtig procent van de omzet uit. Daarbij
ving en ethiek in deze zin

digheid in het lezen van literaire teksten een komt dat een groot deel van de bestsellers
voorwaarde is om verschillende soorten media typische mass-market-titels zijn. Het literaire
te lezen. Wie weet hoe een literaire tekst is boek bereikt het grote publiek moeilijker. Deze
georganiseerd, gemodelleerd en opgebouwd, ontwikkelingen hebben er in het boekenbedrijf
en welke vertelstrategieën er zijn gebruikt, kan toe geleid dat uitgeverijen en boekhandels
ethiek.
8

beter, diepgaander en grondiger teksten lezen meer tegenover elkaar zijn komen te staan. De
in andere media. 5 De betekenis en het belang boekhandels en met name de grote inkoopcom-

van deze intermediale kennis, de mate waarin binaties ontwikkelen meer macht in relatie tot
Ronald Soetaert, De cultuur van

literatuur en andere media vergelijkbaar zijn, de uitgeverijen.


zal met name in het onderwijs bijgebracht moe- Mede onder invloed van concernvorming neemt
ten worden – de Raad betoogde dat ook in zijn het rendementsdenken toe, wat ten koste gaat
recente advies Mediawijsheid. 6 Op dit moment van de zogenoemde interne subsidiëring, van
laat de training van Nederlanders – qua lees- literair-inhoudelijke redactionele begeleiding
vaardigheid en literair gezien – evenwel sterk van auteurs, en van het uitgeven van auteurs met
te wensen over. Zoals Ronald Soetaert het een klein lezerspubliek. De redacteuren richten
stelt: “Ook de nieuwe media moeten ‘gelezen’ hun werkzaamheden meer op de marketing-
7

2006.

worden. De democratie heeft behoefte aan technische begeleiding van auteurs (‘auteurs-

kritische burgers en daarom aan competente en marketing’) dan op de literair-inhoudelijke

agenda en basisinfrastructuur per sector


kritische lezers. Het belang van lezen is evidentbegeleiding van hun werk. Een positieve uitzon-
wijsheid. De ontwikkeling van
nieuw burgerschap. Juli 2005.

voor mediageletterdheid.” 7 dering in dit verband is dat de Universiteit van


Raad voor Cultuur, Media-

Amsterdam sinds enkele jaren een opleiding


Literatuur is ook een vorm van denken, van voor literaire redacteuren heeft.
filosoferen, van kritiek uiten, van vooruitkij- Ondersteuning van auteurs is van groot belang
ken en van zich het onmogelijke voorstellen. voor de ontwikkeling van de letteren, want
Goede romans laten de concrete werkelijkheid pluriformiteit en diversiteit staan door verande-
zien zoals zij is of zou kunnen zijn: situati- ringen in de markt onder druk. De letterenfond-
6

oneel, intersubjectief, complex en ambigu. sen vervullen hierbij zichtbaar een belangrijke

Literatuur heeft in haar verschillende verschij- marktcorrigerende rol. Daarnaast blijft de


sitieve en filosofische kennis.”

ningen – van poëzie tot essay, en van romans culturele taak van de uitgeverijen – investeren
intermediale, stilistisch-sen-
“Literatuur vormt onze analyti-

tot (officiële en officieuze) geschiedschrijving in experiment en vernieuwing en in het vinden


Akademie van Wetenschappen,
sche, cultuurhistorische,

– vorm gegeven aan samenlevingen. Op indi- van publiek, ook voor moeilijkere literatuur –
Frans-Willem Korsten in:

Koninklijke Nederlandse
Leescultuur onder vuur,

vidueel niveau biedt literatuur troost, verwer- belangrijk. Het gaat om de balans tussen de
king, intellectuele ontwikkeling, vermaak, begeleiding van de auteurs bij het schrijven van
mondigheid en een betere taalbeheersing. een goed boek en de begeleiding van dat boek
Literatuur vormt en verfijnt het denken en soci- naar het (potentiële) publiek.
aal handelen. 8 Door de vormende kracht van
5

2006.

de verbeelding en door de ontmanteling van Digitalisering en technologische ontwikkelin-


pasklare antwoorden, clichés en dogma’s, biedt gen hebben de boekenbranche in een verande-

literatuur kennis van stijl en perspectieven die ringsproces gebracht waarvan het einde nog niet
lijnen en witte tussenruimte tot
vaste, klinkende, zinvolle wer-

belang van het culturele lezen

voor het leven en het culturele burgerschap in in zicht is. Ze hebben bestaande afspraken en
Raad voor Cultuur, Van zwarte

en leesbevordering. Januari
kelijkheid. Advies over het

de huidige veelzijdige en veelkleurige maat- werkwijzen minder vanzelfsprekend gemaakt.


schappij van grote waarde is. Meer aandacht Ze bieden echter ook volop kansen voor grotere
voor literaire competentie als maatschappelijk diversiteit in productie, distributie en afname.
ideaal is daarom van belang. Goed literatuur- Digitale productie maakt een nieuwe, goedkope
onderwijs vormt hiervoor de basis. De Raad manier van publiceren en distribueren mogelijk.
herhaalt in deze agenda zijn pleidooi voor Hoewel het ‘traditionele’ uitgeven vooralsnog
4

versterking van het literatuuronderwijs uit het de overhand lijkt te hebben, is er een toename
2005.

advies Leesbevordering 2005. zichtbaar van succesvolle kleine en onafhan-


109
letteren
1I
wikkelde, veranderlijke en fun-
kelijke (internet)uitgevers en uitgeven in eigen Wat de auteurs zelf aangaat: steeds meer
zich bewust, kritisch en actief
kunnen verhouden met een inge-
mentaliteit, waarmee burgers
Mediawijsheid is “het geheel

wereld.” (Raad voor Cultuur,


van kennis, vaardigheden en

advies Mediawijsheid, 2005)


damenteel gemedialiseerde beheer. 9 Het besef dat de uitgeverij de sterke rol schrijvers zijn zelfstandige ondernemers – of
bij het uitbaten van de exploitatierechten van zouden dat meer mogen worden. Er zijn uiter-
haar fonds moet kunnen behouden of misschien aard periodes waarin in betrekkelijke rust het
zelfs moet kunnen versterken, dringt langzaam scheppende werk centraal staat, maar daarnaast
maar zeker door, en inmiddels mengen ook verwerven auteurs steeds meer inkomsten uit
‘traditionele’ uitgeverijen zich in de slag op het lezingen, optredens en werken in opdracht. De
internet. Diverse uitgeverijen experimenteren context waarin zij binnen het gesubsidieerde
14

met ‘printing on demand’, elektronische boeken circuit moeten opereren past daar echter nog
en multimediapresentaties.10 niet altijd bij. Gewenst is een grotere diversiteit,

Ogenschijnlijk bedreigt de digitalisering de waarbij de letterenfondsen en ondersteunende


Waarom we in de toekomst minder
Chris Anderson, The Long Tail.

verkopen van meer. Amsterdam,

klassieke vorm van de papieren literatuur, maar instellingen fungeren als ondersteuners en
feitelijk biedt deze ontwikkeling vooral nieuwe begeleiders van het ondernemerschap van
mogelijkheden voor schrijvers en lezers om auteurs, door meer projectmatig te subsidiëren
verhalen, gedichten en essays te maken en te en auteurs meer mogelijkheden te bieden elders
ervaren. Tot nu toe bepaalde vooral de kritische financiering te vinden.
toets van de uitgeverij wat als literatuur werd De Raad benadrukt daarbij het belang van
ervaren. Dit geldt duidelijk minder voor digitale economische, sociale en fiscale randvoorwaar-
13

publicatieplatforms als internettijdschriften en den voor ondernemerschap en een bloeiende


2006

weblogs, die een bron van literair talent zijn. De literaire economie. De vaste boekenprijs, het

mogelijkheid voor publiek om direct te reageren lage btw-tarief voor boeken en modelcontrac-
beperkte Nederlandse taalgebied,
Een soortgelijke ontwikkeling is

veel minder aan grenzen gebonden


gaande in de muziekverkoop (vgl.

muziek, in tegenstelling tot het


pleisterplaatsen. Platenzaken

op wat men leest, verandert bovendien de ten zijn voorwaarden die het mogelijk maken
op zoek naar bestaansrecht. De

verschil is natuurlijk wel dat


Volkskracht, 30-11-2007). Een

ervaring van tekst.11 Door digitalisering wordt dat de letterensector voor 95% op eigen benen
Gijsbert Kramer, Culturele

het onderscheid tussen professionele makers en staat en zich heeft kunnen ontwikkelen tot een
amateurs kleiner. belangrijke speler in de creatieve industrie. Zij
Het internet heeft niet alleen de opkomst van halen de scherpe kanten van de marktwerking
bijvoorbeeld specialistische reis- en poëziesites af, wat pluriformiteit en diversiteit bevordert.
mogelijk gemaakt, maar ook die van goed geou- Standaardcontracten garanderen voor auteurs
12

tilleerde boekhandels, websites als Amazon. en vertalers een buffer om serieus hun beroep
is.

com en Bol.com en tweedehandsboekensites, uit te oefenen. Het is dan ook verontrustend dat

die andere en moeilijker regulier verkrijgbare de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)


rapport.blogspot.com) heeft een
ander effect op de lezer/dichter
dan de beperkte ruimte voor een

titels bieden dan een traditionele boekhandel. recent heeft aangegeven de economische mede-
ingezonden brief in de boeken-
Poëzierapport (http://poezie-
Een directe reactiemogelijk-

Er lijkt een ontwikkeling gaande naar vier types dingingswetgeving van toepassing te achten op
bijlage van de dagbladen.

boekhandels naast de zogenoemde branche- standaardcontracten voor auteurs en vertalers.


heid op een website als

vreemde verkooppunten als supermarkten: Hierdoor staan het economische aspect en de


de op service gerichte algemene boekhandel culturele verantwoordelijkheid onder spanning.
(kleiner contingent, aanvulling op internet- In het buitenland zijn specifieke auteursrechte-
boekhandel), megastores, internetboekhan- lijke oplossingen gevonden om voor standaard-
dels en specialisten.12 Daardoor lijken er veel contracten een culturele uitzondering te maken.
11

mogelijkheden te bestaan voor diversiteit in het Op die manier zouden de huidige, minimale

aanbod.13 Een voorwaarde daarbij is wel dat honorariumafspraken voor auteurs en vertalers
krant The Guardian dat begin 2007

demand-machine wordt geïntrodu-

het publiek mediawijs en competent genoeg is kunnen worden gehandhaafd.


zeven minuten een boek kan druk-
zijn geheugen, die in minder dan

ken en binden , tot 550 pagina’s,


en in elke taal. (Bron: Boekblad
ceerd met 2,5 miljoen boeken in

om te vinden wat het zoekt.14 Wat het lage btw-tarief betreft: dit is ooit
Nieuwsbrief, 3 januari 2007.)
in Amerika een printing-on-
Onlangs berichtte de Britse

ingevoerd met het argument dat de overheid


Dat geldt ook voor diensten en collecties van niet extra hoeft te verdienen aan de vrijheid
bibliotheken. Door gebruik te maken van de van meningsuiting. Voornemens van een aantal
mogelijkheden die het internet biedt, moeten politieke partijen om het btw-tarief te verhogen
uitgevers, boekhandels en bibliotheken de acht de Raad onbegrijpelijk. Het boek als merit
komende jaren nieuwe vormen onderzoe- good verdient borging van de overheid wat
10

ken van productie en distributie, en nieuwe toegankelijkheid, diversiteit en ontwikkeling


mogelijkheden om zich te manifesteren. De betreft. Een verlaging van het btw-tarief voor

Raad is van mening dat de overheid samen boeken zou eerder het overwegen waard zijn.
Book Big Rewards. Business Week,
Stacey Perman, Small Publishers

met de betreffende sectoren onderzoek zou De zekerheid van de vaste boekenprijs vormt
moeten doen naar de voorwaarden (inclusief de economische grondslag voor een levendig
bijpassende nieuwe investerings- en exploitatie- stelsel van grote en kleine uitgeverijen, mega-
modellen) en mogelijkheden voor een hoog- boekhandels, buurtboekwinkels, ketenboek-
waardige, brede informatie-infrastructuur die handels en zelfstandige boekhandels, en voor
iedereen vrij en betaalbaar toegang verschaft de ontplooiing van genres en oeuvres. De markt
2 mei 2006.

tot alle bronnen van informatie en cultuur.15 van het Nederlandse en Friese boek is beperkt.
9

Bibliotheken hebben hierbij een belangrijke Veel Europese landen beschouwen de vaste
bemiddelende rol. boekenprijs als onmisbaar instrument en zijn

110
letteren
1I
ertoe overgegaan daar een wettelijke regeling rijk goed zicht te hebben op de financieel-eco-

Advies Entoen.nu, Rapport van

Nederlandse Canon. Den Haag,


voor te treffen.16 Sinds 1 januari 2005 is ook nomische situatie in het onderwijs. Deze hult

de commissie Ontwikkeling
in Nederland de Wet op de vaste boekenprijs zich vaak in een sluier van een ‘nieuwe didac-
van kracht.17 In 2010 zal de wet geëvalueerd tiek’, maar komt neer op een andere schaalver-
oktober 2006. worden, hoewel het nog niet duidelijk is hoe dat deling tussen docent en leerling. De docent kan
zal gebeuren. De branche is vooralsnog positief als begeleider immers meer leerlingen bege-
over de werking van de wet. leiden dan de klassikale docent. Of, zoals ook
de Onderwijsraad benadrukte in de hierboven
21

Veranderingen in onderwijs en genoemde verkenning: “Het verhogen van de


culturele competenties onderwijsnorm vereist wel intensiveringen van

Voor een vitale culturele sector zijn talentvolle tijd en geld in het onderwijs.”
2) repareer kennistekorten voor
Deze verkenning bevat vijf aan-

Nederlands en wiskunde; 3) ver-


bewaking van het kennisniveau;
kennis in het onderwijs te ver-

onderwijsinhoud centraal, ook

behoud en versterk het kennis-


vaststellen en vastleggen van

producenten en makers van groot belang. Maar Goede lerarenopleidingen zijn onontbeerlijk
bevelingen om de positie van

beter de systematiek van het


beteren: 1) zorg voor betere

onderwijsinhouden; 4) stel

bij procesvernieuwing; 5)

producenten en makers kunnen niet in een voor de revitalisering van het onderwijs. De
vacuüm opereren. Er is hier in de loop van enke- huidige opleidingen lijken hiervoor onvol-
niveau van leraren.

le decennia een groot probleem gegroeid dat doende uitgerust. Ook hier geldt: het gebrek
de creatieve slagkracht van de gehele culturele aan leesvaardigheid en literaire competentie
sector en daarmee de samenleving negatief is een groot probleem dat niet vanzelf zal
beïnvloedt.18 Zowel op het gebied van het lezen verdwijnen. Er moet grootschalig en langdurig
20

zelf – van primaire taalontwikkeling – als op het geïnvesteerd worden, en er moeten hogere eisen
gebied van literair lezen is het onderwijs sterk worden gesteld aan beroepsopleidingen en

achteruitgegaan. Literaire competentie staat aan lees- en literatuuronderwijs. De commis-


lijn van crèche tot wetenschap-
Ze zijn onlangs onderschreven

onder druk, en dit heeft zijn weerslag op de sie Ontwikkeling Nederlandse Canon bena-
november 2006 is uitgebracht.
post van de literatuur, dat in
door het manifest De uitkijk-

Boekenoverleg een coherente

literaire cultuur. drukt dit eveneens in haar advies Entoen.nu 21,


In het advies Leesbevordering uit 2005 deed de en in het eerdergenoemde manifest van het
Raad de volgende aanbevelingen: 1) aanzienlij- Boekenoverleg wordt verzocht om een “delta-
Daarin schetst het

pelijk onderwijs.

ke versterking van het literatuuronderwijs, met plan literatuuronderwijs”.


accenten op kennisverwerving én het leggen Ook de Raad dringt opnieuw aan op een
van een fundament voor belezenheid – dus meer renovatieplan voor het literatuuronderwijs. Er
19

nadruk op culturele ‘kernkennis’ en culturele zijn financiële investeringen nodig, gericht op


en literaire leesmogelijkheden van scholie- renovatie van het literatuuronderwijs en ver-

ren; de Raad bepleitte het instellen van een sterking van de innerlijke kracht van de literaire

agenda en basisinfrastructuur per sector


Vergelijk ook Van A tot Z betrok-

dat het ministerie van OCW sinds


2005 inzet om laaggeletterdheid

culturele-kenniscanon; 2) versterking van de cultuur. Zoals duidelijk mag zijn: het betreft
Laaggeletterdheid 2006-2010,

culturele component (leesbe-


terug te dringen. In dit aan-

centrale rol van de Stichting Lezen als kennis- hier niet een nostalgische roep om terugkeer
centrum voor literatuureducatie en als platform naar hoe het vroeger was, maar een pleidooi
vordering) opgenomen.
valsplan is tevens een

waar onderwijs, wetenschap en het culturele voor moderne versterking van het literatuuron-
veld samenkomen; 3) versterking van de leesbe- derwijs, gerelateerd aan andere kunstvakken
ken. Aanvalsplan

vorderende rol van openbare bibliotheken, met waarin geletterdheid ontwikkeld wordt. Dit
een sterke coördinerende en stimulerende rol versterkingsplan zal zowel gericht moeten zijn
van de Vereniging van Openbare Bibliotheken op lees- en literatuuronderwijs in het basis- en
18

(VOB) voor de bibliotheeksector; 4) aandacht voortgezet onderwijs, als op hbo- en univer-


voor wetenschappelijk onderzoek naar verande- sitaire opleidingen, waarbij het opleiden van
tieve adviezen uitgebracht over
de invoering van een dergelijke

ringen in leesattitudes; 5) aanmoediging van de docenten cruciaal is. Er zal door alle betrokken
De Raad heeft in 2003 twee posi-

‘markt’ (uitgeverij, boekhandel) om strategieën partijen hard gewerkt moeten worden, maar de
te ontwikkelen voor de ‘moeilijke’ delen van investeringen zullen zich terugverdienen.
het potentiële lezerspubliek; 6) het stimuleren De Raad adviseert de minister op korte termijn
van een breed en aantrekkelijk media-aanbod, een stuurgroep voor literair-culturele compe-
wet in Nederland.

voornamelijk op televisie, van programma’s tentie in te stellen met de opdracht om, met oog
over literatuur en literaire cultuur. voor behoud van het goede en voor vernieu-
wing en versterking van zwakke onderdelen,
17

Deze zes aanbevelingen zijn nog steeds rele- in samenwerking met de relevante betrokken
vant.19 Maar voor de verwerkelijking ervan partijen een haalbaar renovatieplan voor het

zijn cultuurpolitieke keuzes nodig. De huidige literatuuronderwijs op te stellen.


la Loi Lang, Livres Hebdo No 653,
Zie ook Agenda Cultuurbeleid en

dels al meer dan 25 jaar een wet

unique. Le 25e anniversaire de


In Frankrijk bestaat er inmid-

maatschappij vereist naast een vaardigheid om


op de vaste boekenprijs. Vgl.
Daniel Garcia, Durable prix

snel en op flexibele wijze informatie te verza- Het is niet ondenkbaar dat de nieuwe media het
melen, ook diepgaande vormen van kennis die literatuuronderwijs mede uit het slop kunnen
Agenda Bibliotheken.

een kritische en genuanceerde omgang met helpen, zoals ook blijkt uit de positieve ont-
complexe talige informatie mogelijk maken. vangst van het canonadvies, waarin de nadruk
Onlangs heeft ook de Onderwijsraad hierop wordt gelegd op het ontwikkelen van nieuwe,
7 juli 2006.

gewezen in zijn verkenning Versteviging van multimediale methoden om het onderwijs ertoe
15

16

kennis in het onderwijs (december 2006). 20 te enthousiasmeren meer tijd te besteden aan
In cultuurpolitiek opzicht is het tevens belang- cultuur, geschiedenis en literaire verdieping. De

111
letteren
1I
nieuwe media bieden evenzeer mogelijkheden televisie voor de literatuur zou ertoe kunnen
aan bibliotheken, uitgevers, literatuureduca- leiden dat we achteraf moeten vaststellen dat
tieve organisaties en andere bemiddelingsor- we, ondanks de grote tussentijdse toename aan
ganisaties en literaire erfgoedinstellingen om zendgemachtigden, over meer literair ‘beeld’ uit
bij deze onderwijsmethoden aan te sluiten. De bijvoorbeeld de jaren zeventig of tachtig van de
plannen van het Letterkundig Museum om bij twintigste eeuw beschikken dan uit het huidige
de herinrichting van zijn permanente tentoon- decennium. De Raad moet constateren dat het
stelling de canon als uitgangspunt te nemen, zijn de publieke omroep maar niet lukt kunst en
in dit opzicht illustratief. Ook de voornemens, cultuur op een vanzelfsprekende manier in te
onder meer gedragen door het bestuur van de bedden in de programmering. Dit geldt zowel
Deltareeks en het Huygens Instituut, om de voor registraties van opvoeringen als voor
Nederlandse klassiekers in een aantrekkelijke informatieve kunst en cultuurprogramma’s,
vorm opnieuw uit te brengen – niet alleen voor waaronder die op het terrein van de literatuur.
het algemene publiek, maar ook in speciaal De Raad herhaalt wat hij in het advies over de
op het onderwijs toegesneden varianten, en Meerjarenbegroting Publieke Omroep 2007-
niet alleen in boekvorm, maar ook op inter- 2011 heeft gezegd: ten aanzien van de kerntaken
net – kunnen een sterke impuls geven aan de ontbreekt er een visie op kunst en cultuur. Hij
algemene bereikbaarheid van de ‘parels’ uit het dringt dan ook opnieuw aan op een gezamenlijk
Nederlandse literaire erfgoed. plan inzake cultuurbeleid en culturele program-
Een apart punt van aandacht hierbij is dat ma’s dat in geld en zendtijd wordt vastgelegd.
het literaire erfgoed mede door digitalisering Het is de vraag of de sector via het internet en
veel beter en met meer samenhang in het zicht misschien in de toekomst via een digitaal the-
moet komen. Hiervoor is een goede digitale makanaal op de televisie voldoende aanwezig
infrastructuur nodig. Los daarvan is digitale kan zijn.
ontsluiting van het bronnenmateriaal van grote
waarde. Waar voor papier een redelijk uitgewo- Veranderingen in het literaire veld:
22
gen praktijk van bewaring bestaat, lijkt die er nationaal, Europees en mondiaal
voor digitale tussen- en eindproducten (e-mails, Nationaal gezien is de rol van literaire tijd-
voorlopige versies) nog niet te zijn. schriften als broedplaats veranderd – en ver-
Naast digitale informatiemogelijkheden zou andert die nog steeds. Literaire manifestaties
op lokaal, regionaal en landelijk niveau meer als poetryslams, poëzieavonden en literaire
aandacht moeten worden gegeven aan literaire festivals zijn een belangrijke ontmoetings-
lieux de mémoire en gedenktekens. Door de plaats voor lezers en schrijvers. Zij hebben een
zichtbaarheid van literatuur te vergroten, niet belangrijke functie gekregen in de ontwikke-
alleen op school, in de boekhandel en in de ling en verspreiding van literatuur en geven
bibliotheek, maar ook in de openbare ruimte, inhoudelijk ruimte aan landelijk publicerende
zou de vanzelfsprekende plaats van literatuur schrijvers en dichters, ook aan minder alge-
en schrijvers in de maatschappij zichtbaar meen bekende schrijvers. In het beleid valt een
worden. deel van dit literaire circuit buiten de boot. Het
Ook in de media zou een serieuze plaats voor beleid gaat nog te zeer uit van literaire kwaliteit
boeken en literatuur moeten worden ingeruimd. op papier en te weinig van performancekwali-
Dorleijn en Kees van Rees (red.),
De productie van literatuur. Het

Het aantal besprekingen van literatuur in teiten en kwaliteit en diversiteit in de program-


Susanne Janssen, De status van

dag- en weekbladen is in de tweede helft van de mering. Ook is het beleid nog te zeer gericht
de kunsten in de Nederlandse
pers 1965-1990. In: Gillis J.

literaire veld in Nederland


1800-2000. Nijmegen, 2006.

vorige eeuw weliswaar sterk gegroeid, 23 maar op ondersteuning van individuele schrijvers en
dat kan niet gezegd worden van de aandacht dichters en minder op de creatieve ontwikkeling
voor literatuur op radio en tv. De afgelopen die door cross-overs plaatsvindt. Slamdichters,
jaren kenden de Nederlandse zendgemachtig- podiumdichters/performance poets en dichters
den, zowel de publieke als de commerciële, geen die met muzikanten en beeldend kunstenaars
serieus, regelmatig uitgezonden boekenpro- optreden, vallen in een gat tussen de fondsen
23

gramma. De gevolgen hiervan voor het literaire voor de podiumkunsten en de letterenfondsen.


bedrijf zijn nog nooit goed gemeten, maar het Om hun de kans te geven zich te professionali-

lijkt onvermijdelijk dat literaire schrijvers en seren is het wenselijk dat de letterenfondsen –
het algemeen weinig structureel
gemiddelde uitgeverij en privé-

spelen overigens ook in andere


archieven van schrijvers over
dat die optimaal is: zo worden

hun boeken, afgezet tegen de gloriedagen van in samenwerking met het op te richten Fonds
Wat overigens niet wil zeggen

bijgehouden. Deze problemen


onder het digitale probleem
het bedrijfsarchief van de

Hier is … Adriaan van Dis in de jaren tachtig, voor Muziek, Dans en Theater en het Fonds
aan publieke uitstraling hebben ingeboet. Deze voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en
ontwikkeling lijkt gecompenseerd te worden Bouwkunst – toegespitst structureel beleid
doordat diverse auteurs zich hebben ontpopt ontwikkelen.
tot heuse mediapersoonlijkheden, maar daarin Vertalers zijn culturele ambassadeurs bij uitstek.
sectoren.

wisselen ze over het algemeen snel hun rol van Internationaal gezien is het zorgwekkend dat
22

schrijver in voor die van opinieleider of enter- het vertalersbestand snel vergrijst. Er is – mede
tainer. De verminderde aandacht op radio en vanwege het slechte beroepsperspectief, de

112
letteren
1I
slechte inkomenspositie van vertalers en het auteurs zou de komende jaren een belangrijk
geringe prestige van het vak – weinig aanwas speerpunt van het letterenbeleid moeten zijn.
van jonge vertalers. Een universitaire vertaal- Nederlandse literatuur geniet in het buitenland
opleiding, waar aankomende vertalers zich het een grote faam als voortrekker op het gebied
vak en repertoire eigen kunnen maken, is jaren van culturele diversiteit en emancipatie. Het
geleden vanwege bezuinigingen opgeheven. verdient aanbeveling gebruik te maken van
Vertaalervaring opdoen en talent ontwikkelen die reputatie. Daartoe zijn meer openheid
gebeurt nu in de praktijk. De letterenfondsen ten opzichte van het buitenland en een meer
en de Nederlandse Taalunie hebben een aantal kosmopolitische attitude gewenst, gericht op
jaren geleden aan de Universiteit Utrecht het structurele internationale uitwisseling. Hier ligt
Steunpunt Literair Vertalen opgericht, waar een belangrijke rol voor de letterenfondsen en
talentvolle jonge vertalers begeleid worden internationale literatuur- en cultuurfestivals.
door middel van mentoraten en workshops. Van De recente writer-in-residence-plannen van
structurele talentontwikkeling is echter geen de letterenfondsen in samenwerking met de
sprake. De fondsen ontwikkelen momenteel in Universiteit van Amsterdam zijn in dit opzicht
samenspraak met universiteiten plannen om relevant. Daarnaast zou in afstemming met
een universitaire opleiding te starten. Het is van de Nederlandse Taalunie intensiever moe-
groot belang dat zij bij de ontwikkeling hiervan ten worden ingezet op samenwerking met de
gesteund worden door het ministerie van OCW. Vlaamse letterensector en universiteiten. Veel
De aansluiting tussen kunstvakonderwijs en buitenlandse vertalingen van Nederlandse
beroepspraktijk is in de letteren nog weinig literatuur (recente en oudere) zijn beschikbaar
ontwikkeld. Veel auteurs zijn autodidact. Voor via uitgevers en