argus panoptes

Camera’s in de bibliotheek

Z

o gek als in Groot-Brittannië (meer dan 4,2 miljoen beveiligingscamera’s) is het in Nederland niet, maar ik denk dat ik niet overdrijf als ik stel dat de meeste Nederlanders het doodnormaal zijn gaan vinden dat er beveiligingscamera’s hangen op alle denkbare openbare plaatsen: in winkels en stadions, in parkeerkelders en scholen, bij tunnels en in zwembaden. Ja, zelfs in sommige woonkamers. Nu is er welbeschouwd ook niet zo veel mis met camera’s. Ze behoeden ons, ook in preventieve zin, voor veel onheil. Ze maken het de politie makkelijker om criminelen op te sporen, ze helpen bewakers locaties in de gaten te houden, ze stralen controle en gezag uit. Mijn ervaringen met beveiligingscamera’s zijn ook positief. Als verkoopmedewerker van een goed lopende videotheek maakte ik veel gebruik van beelden die daar 24 uur per dag werden opgenomen (in die tijd werden die beelden opgeslagen op videobanden, die maximaal een maand bewaard mochten blijven). Ik herinner me nog goed de keer dat een klant twee geleende videobanden terugbracht en ze op de balie had gelegd met de verwachting dat ik ze daar vanaf zou pakken om ze vervolgens te registreren als ‘ingeleverd’. Ik was echter druk bezig met een paar andere klanten en moest een paar keer naar het magazijn. Toen ik klaar was met die klanten trof ik geen videobanden aan. Na een paar dagen verstuurde ik een aanmaning naar de jongeman met het verzoek de banden alsnog in te leveren. Niet veel later kwam hij woest de winkel binnengestormd. Hoe ik het in vredesnaam in mijn hoofd haalde hem te beschuldigen van nalatigheid. Hij had ze immers ingeleverd waar ik bij stond. Ik wees hem er op dat hij óf even had moeten wachten tot hij aan de beurt was, óf gebruik had moeten maken van de daarvoor bestemde brievenbus. Het was zijn woord tegen het mijne. Hij vermoedde dat de video’s gestolen waren. Dat leek mij sterk omdat er alleen nog een bejaarde vrouw in de zaak was geweest op dat moment. De videobeelden moesten uitsluitsel geven. Je raadt het al: de banden waren inderdaad gestolen. Door dat oude vrouwtje. Op de video van de beveiligingscamera was goed te zien hoe zij ze in haar tas liet glijden en hoe ze kort daarna ijskoud twee pakjes Chesterfield bestelde. Ik kon mijn ogen nauwelijks geloven maar moest de klant wel gelijk geven. De beelden waren onverbiddelijk.

Ondanks mijn positieve ervaringen met camera’s ben ik er toch niet van gecharmeerd dat overal camera’s hangen. Niet omdat ik iets te verbergen heb, nee, maar de maatschappij wordt me een beetje te Orwelliaans. Er moeten ook plaatsen zijn waar je niet bespied wordt. Plaatsen waar privacy belangrijker is dan beveiligingszucht. Een bibliotheek bijvoorbeeld. Toen ik laatst deelnam aan een discussie over beveiligingscamera’s in bibliotheken en vertelde dat ik er een tegenstander van was, kreeg ik niet veel bijval. Ik vertelde ook over mijn positieve ervaringen, maar ik kon eigenlijk niet goed uitleggen waarom ik camera’s in een bibliotheek maar niks vind. Vandaag kwam ik een deel van de toelichting die ik had willen geven tegen in een document uit 1990: het statuut voor de openbare bibliotheek van NBLC: “De openbare bibliotheek vervult een belangrijke rol en draagt een grote professionele verantwoordelijkheid ten aanzien van de verwerkelijking van de in het internationale recht en de Nederlandse Grondwet erkende rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, het recht op deelneming aan het culturele leven, de vrijheid inlichtingen en denkbeelden te vergaren, te ontvangen en door te geven, de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en het recht op eerbiediging van de privacy van de burger. Dit houdt in dat de openbare bibliotheek alle voortbrengselen van kennis en cultuur zonder uitzondering ter beschikking stelt en op een zodanige wijze dat daarbij de privacy van de gebruiker van de openbare bibliotheek wordt geëerbiedigd. Ten aanzien van deze privacybescherming zal de openbare bibliotheek in haar rol van registreerder van persoonlijke (uitleen)gegevens aan de gebruiker van de bibliotheek de maximale bescherming bieden, die binnen de grenzen van het recht mogelijk is.” (Het statuut is te vinden op http://tinyurl.com/yd9qgnd). Mooier kan ik het niet zeggen. Voor mijn gevoel staat het beperkte aantal incidenten in bibliotheken niet in verhouding tot de privacy die we in onze gebouwen zouden moeten bieden. Maar het is misschien wel een fossiele gedachte. Ik word gewoon te oud. dib -Edwin Mijnsbergen is informatiespecialist in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg
Digitale Bibliotheek dib nummer 2, 2010 25