denkers en doeners

Keen milder?
Toon blijft ambivalent
Sociale media roepen nog steeds gemengde gevoelens op bij Andrew Keen, die vaak bewust confronteert. Zelf is hij ook te vinden in de online scene. Al is het maar om een oordeel te kunnen vellen, meent hij.

Door edwin mijnsbergen

I

n Digitale Bibliotheek nummer 3, 2009 stond een interview met David Weinberger, auteur van het boek Everything is miscellaneous. Dat artikel opende met de woorden “Weinberger is een veelgevraagde spreker, die vaak wordt neergezet als de tegenpool van Andrew Keen. Door dat te stellen doe je de man echter tekort. Als je de boeken en artikelen van Weinberger leest, en zijn indrukwekkende cv bekijkt, zul je begrijpen dat deze man veel serieuzer genomen zou moeten worden dan Keen.” Dit tamelijk ongenuanceerde oordeel over de auteur van het boek De @-cultuur was een reactie op het feit dat de man die zichzelf graag presenteert als ‘The Anti Christ of Silicon Valley’ zelf ook niet bepaald genuanceerd is. Een willekeurige se10 Digitale Bibliotheek dib nummer 1, 2010

lectie uit interviews en lezingen die Keen sinds 2007 gaf, leert ons dat de auteur bewust de confrontatie zoekt met iedereen die enthousiast is over sociale media en het internet zoals we het nu kennen. Hij beschreef web 2.0 ooit als “een grote utopische beweging”, die amateurs gelijk stelt aan experts. Dat is volgens hem een bedreiging voor creativiteit en onze cultuur. Het is echter niet alleen dit tegengeluid waarmee Keen de aandacht op zich heeft weten te vestigen. Zijn boodschap krijgt ook veel bijval. Zo sprak hij in november 2009 op het NVB Jaarcongres in Ede en zagen wij dat de commentaren op weblogs achteraf opvallend mild waren. Na afloop schreef Keen zelfs op Twitter (hij is zelf een fervent twitteraar): “Librarians give the best audience #nvb09 especially Dutch librarians”.

denkers en doeners

Voldoende reden voor Digitale Bibliotheek om de auteur te interviewen. Het gesprek vond plaats op 7 december via Skype. Dag meneer Keen, leuk u eindelijk eens spreken! Ik begreep dat u werkt aan een nieuw boek, Digital Vertigo. Verloopt het voorspoedig? Wel, ik ben nog maar net aan het boek begonnen en ik kan er alleen aan werken in mijn vrije tijd. Ik ben namelijk geen professioneel auteur; ik verdien mijn geld vooral als journalist en spreker. Waar gaat het boek over? Ook dit boek is een kritiek op sociale media maar waar De @-cultuur inging op de impact van internet op de media, zal Digital Vertigo meer een analyse worden van de impact die sociale media hebben op gemeenschapsgevoel en identiteit. Hoe ervaart u sociale media zelf? Na het lezen van uw eerste boek vonden veel mensen dat uw kritiek op deze media niet geloofwaardig was omdat u er zelf ook gebruik van maakt. Drie jaar later bent u nog steeds actief op uw weblog en op Twitter… Ik vind dat je geen oordeel kunt vellen over sociale media als je er zelf nog nooit gebruik van hebt gemaakt. Kansen en bedreigingen kun je alleen benoemen als je ze zelf hebt ervaren. Sociale media roepen gemengde gevoelens bij me op, wat ongetwijfeld tot uiting zal komen in mijn nieuwe boek. Ambivalentie beïnvloedt je toonzetting nu eenmaal. De lezer kan dus minder polemiek en meer nuance verwachten? Inderdaad. Het sociale web heeft namelijk ook veel positieve kanten. Neem nu het interessante gegeven dat ik nu uit mijn raam kijk, in de tuin van een buurman die ik nog nooit heb ontmoet, en die ik ook niet wil ontmoeten omdat hij een ‘redneck’ is en ik niets met hem gemeen heb. Tegelijkertijd ben ik met jou in gesprek via internet. Wij hebben elkaar ook nooit ontmoet maar we hebben waarschijnlijk meer gemeen dan ik met mijn buurman hier in Alabama. We maken gebruik van hetzelfde netwerk. Dat heeft diepgaande invloed op wie we zijn en wat we voelen. Op Picnic 2007 in Amsterdam was ik getuige van uw discussie met David Weinberger, een schrijver die ik zeer waardeer. Ik moet bekennen dat ik voor de discussie nog dacht dat het u vooral te doen was om aandacht maar dat u mij tijdens het gesprek deed inzien dat de door Weinberger gelauwerde informatiesamenleving van nu ook z’n keerzijden heeft. Hoe denkt u nu over Weinberger? David Weinberger is een bijzonder aardige man, maar je moet niet vergeten dat hij op Picnic als keynotespreker eerst zijn verhaal mocht houden en ik niet. Dat maakt je positie er in een discussie niet sterker op. Verder vind ik dat David’s boek niet echt tot de kern komt. Het is te hoogdravend en te filosofisch, en daarom zwak: de mensen kunnen er niets mee. Dat zeg ik niet omdat we het niet met elkaar eens zijn maar omdat zijn boek me niet heeft kunnen overtuigen. Chris Anderson is een onaangenaam mens. Met hem ben ik het ook

vaak niet eens. Zijn boeken vind ik echter wél goed. De een respecteer ik dus als mens maar niet als denker, de ander als denker maar niet als mens. Clay Shirky waardeer ik als denker én als mens. Dat kan dus ook. U profileert uzelf weliswaar als ‘Antichrist van Sillicon Valley’ maar baalt u er nooit eens van dat u op symposia en in interviews vaak ook die rol krijgt toebedeeld? Dat is lang niet altijd het geval. Vorige week nam ik in Brussel deel aan een paneldiscussie voor een gehoor van vertegenwoordigers uit de muziekindustrie. Mijn opponent was een fanatiek voorstander van open source. In die discussie was hij de gebeten hond. Een paar weken daarvoor sprak ik voor de leden van een technologische denktank van de Europese Unie. Ook in dat gezelschap konden mijn woorden rekenen op bijval. Dat ik soms ook veel kritiek krijg is te wijten aan de agressieve toon van De @-cultuur. Die toon was toen nodig omdat web 2.0 op z’n hoogtepunt was, maar is twee jaar later alweer gedateerd en toe aan een herziening. Als ik het boek nu zou herschrijven zou ik de traditionele media bijvoorbeeld minder verdedigen dan toen. Zij betekenen minder voor onze cultuur dan ik in mijn boek beweerde. Vindt u dat traditionele media verstandige keuzes maken als het gaat om internetcultuur? Is het volgens u bijvoorbeeld slim van Rupert Murdoch dat hij weer geld wil gaan vragen voor online krantenartikelen? Kan een mediaconglomeraat nog zonder Google? Mmm, dat weet ik niet, goede vraag. Het is een politiek onderhandelingsspel met een hoge inzet. Murdoch is te slim om commerciële zelfmoord te plegen. Het hart van Newscorp wordt echter gevormd door de televisiezenders, niet door de kranten. Kranten als de New York Times en Wall Street Journal overleven de strijd wel maar lokale en regionale dagbladen niet. Nieuws krijgt meer en meer een globaal karakter en wordt steeds vaker aangevuld door onbetrouwbare en moeilijk te vinden user generated content. Maar die user generated content is toch juist makkelijk te vinden, ondanks de overvloed? Dat zeg jij. Ik heb nooit beweerd dat er geen digitale elite is die de weg weet op het web, maar de meeste mensen weten die weg niet en zijn daarom kwetsbaar. Ik heb er zelf ook genoeg moeite mee om mijn weg te vinden. Ik kan goed overweg met zoekmachines maar ik heb nog steeds geen goede manier gevonden om het kaf van het koren te scheiden op het sociale web. De mensen die dat wel kunnen zijn professionals die een groot deel van hun tijd doorbrengen op het web. Zouden bibliothecarissen volgens u ook veel tijd op het web moeten doorbrengen? Als een bibliothecaris niet goed is op het web is het een dode bibliothecaris, zoals een schrijver dood is als hij niet op Twitter zit. Mensen uit ‘de informatiebusiness’ die het web negeren zijn idioten. Die plegen professioneel gezien zelfmoord. Het is belangrijk om de menselijke waarden van oude media te koesDigitale Bibliotheek dib nummer 1, 2010 11

denkers en doeners

teren maar dat betekent niet dat je nieuwe media niet mag omhelzen, integendeel. Google is een ‘parallelle bibliotheek’ die je als vriend moet beschouwen, niet als vijand. Bibliothecarissen kunnen sowieso niet om het web heen omdat zij degenen zijn die kinderen informatievaardigheden moeten bijbrengen. Gaat u zelf nog wel eens naar de bibliotheek? Zelf koop ik mijn boeken liever omdat ik ze gebruik als naslagwerk en er graag aantekeningen in maak, maar ik ben een groot voorstander van bibliotheken. Daar kun je er niet genoeg van hebben. Ik woon in Berkeley en Birmingham en de bibliotheken daar hebben uitstekende collecties. Prima! Maakt u nog wel gebruik van de online dienstverlening van bibliotheken? Ook dat niet. Amazon is mijn bibliotheek in die zin. Daar ga ik na of boeken beschikbaar zijn. Dat ik meestal obscure titels zoek is geen probleem; Amazon verwijst je dan gewoon door naar het aanbod van handelaren in tweedehands boeken. Als bibliotheken online hun meerwaarde willen bewijzen zullen ze met iets moeten komen dat bedrijven als Google en Amazon niet bieden. Wat zou dat kunnen zijn? Ik heb geen idee. Een collega vroeg zich af hoe u zelf grip houdt op uw online aanwezigheid. Kunt u daar iets over zeggen? Zoals ik al zei kun je niet kritisch zijn als je geen ervaring hebt. Ik beleef veel plezier aan mijn deelname aan sociale media omdat ik interessante mensen ontmoet en in staat word gesteld kennis te delen, maar ik ben tegelijkertijd kritisch. Ik geloof niet in de puurheid van technologie zoals die wordt voorgesteld door ‘born again christians’ als Kevin Kelly. Die verheerlijking van technologie stuit me tegen de borst. De nakomelingen van de fundamentalisten die dit land hebben opgebouwd praten veel te eenzijdig over de verworvenheden van het web. Technologie geeft je soms vrijheid maar doet je soms ook je grip op de dingen verliezen. Maar hoe houdt u zelf dan grip op informatiestromen? Werkt u bijvoorbeeld met informatiefilters of aanbevelingen van andere mensen? Ik weet niet wat je precies bedoelt met informatiefilters, maar net als in het echte leven neem ik de aanbevelingen van sommige mensen ter harte, ook op Twitter. Maar nu moet ik echt gaan, bedankt. dib
Edwin Mijnsbergen werkt als informatiespecialist in de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg. Binnen die functie is hij medeverantwoordelijk voor diverse projecten over digitale collecties, de duurzame opslag daarvan, relevante media-educatie en de kwaliteitsbewaking van die collecties.

De automatische piloot voor E-Resource Management was nog nooit zo dichtbij.
EBSCONET® ERM Essentials™ geeft u volledige controle over uw elektronische bronnen en voert al het werk achter de schermen voor u uit. Door 100 datavelden vooraf te vullen met de informatie van uw EBSCO-collectie, vergemakkelijken wij de implementatie en het onderhoud van uw ERMsysteem. Het systeem is gemakkelijk in gebruik en in onderhoud, waardoor u uw informatie op efficiënte wijze beheert. U bespaart op wat wellicht uw meest waardevolle bron is: uw tijd. Hierdoor kunt u zich volledig richten op uw eindgebruikers en de informatie die zij nodig hebben.

www.ebsco.nl

Kwaliteitsinformatie • Beheer van bronnen Toegang • Integratie • Consultatie

12 Digitale Bibliotheek dib nummer 1, 2010