Pabotool, Kennisbasis ICT, ICT-assessmenttool, Deskundigheid (4 in balans), digitale didactiek en eindtermen ICT Vlaanderen.

Pabotool (startbekwaam) Kennisbasis ICT (ADEF) ICT-assessmenttool Ik vind ICT meerwaarde geven aan mijn onderwijs (didactiek) Deskundigheid (4 in balans) Digitale didactiek Eindtermen ICT Vlaanderen hebben een positieve houding tegenover ict en zijn bereid ict te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.

Interpersoonlijk De student kan een bewuste • keuze maken uit diverse ict-middelen en deze inzetten bij het begeleiden en leiden van leerlingen. • •

De student kan digitale leeromgevingen inzetten waarin kinderen kunnen samenwerken

zelfstandig, creatief, maar kritisch gebruik maakt van mogelijkheden van ICT in het onderwijs; (attitude) flexibel is in het gebruik van ICT en onderwijs; (attitude) in staat is om binnen zijn concrete werksituatie te reflecteren op zijn eigen handelen en de vorderingen van leerlingen. (attitude) kan werken met de elektronische leeromgeving, (leerling gerelateerde) administratieve systemen, (educatieve) software, portfoliosoftware, toetsservicesystemen; (vaardigheden) diverse manieren kent om op afstand samen te

Samenwerkend leren (relaties leggen) Rollen verdelen (relaties leggen)

werken aan producten (bijvoorbeeld elektronische leeromgeving, Wiki, Googledocs); (samenwerken en communiceren) leerlingen kan begeleiden bij het onderzoek doen naar en analyseren van onderwerpen met behulp van een digitale leeromgeving; (begeleiden en evalueren) met leerlingen een (a)synchrone online discussie/debat/chat kan organiseren en modereren; (samenwerken en communiceren) kan omgaan met diverse (a)synchrone manieren om een expert op afstand in te zetten. (samenwerken en communiceren) peer feedback kan organiseren in een digitale omgeving;

Communiceren via ICT met leerlingen

Onderlinge feedback (relaties leggen) Samenwerkingspat ronen zichtbaar maken voor lerenden en begeleiders (transparant maken)

(samenwerken en communiceren) op afstand een samenwerkingsproces tussen leerlingen kan monitoren. (samenwerken en communiceren) digitaal kan samenwerken aan een document en bekend is met de voor- en nadelen hiervan (bijvoorbeeld Wiki, Googledocs). (samenwerken en communiceren)

De student is bekend met de leefwereld van kinderen en weet welke rol ict daarin speelt De student is in staat om eigen gedragsregels op te stellen en afspraken te maken rondom ict- en internetgebruik in de klas.

de regels kent die gelden voor computergebruik op school, samen met collega's ICT gedragscodes ontwikkelt en deze kan uit dragen richting leerlingen. (organisatie en didactiek) de regels kent die gelden voor computergebruik op school en deze uitdraagt richting

Ik kan schoolbeleid voor gebruik van ICT vertalen naar afspraken in de les (organisatorisch) Ik ken de regels die gelden voor computergebruik op school en pas ze ook toe (organisatorisch)

De student is bekend met literatuur en onderzoek over ict en communicatie en kan dit vertalen naar de klassenpraktijk. Pedagogisch De student kan gebruik maken van digitale hulpmiddelen bij observaties en handelingsplannen in het basisonderwijs. De student is bekend met de leefwereld van kinderen en weet welke rol ict daarin speelt. De student is in staat om eigen gedragsregels op te stellen en afspraken te maken rondom ict- en internetgebruik in de klas.

leerlingen;(begeleiden en evalueren) op de hoogte is van • ontwikkelingen op het gebied van ICT en onderwijs; (attitude) de activiteiten, vorderingen en resultaten van alle leerlingen digitaal kan volgen; (begeleiden en evalueren) •

de regels kent die gelden • voor computergebruik op school, samen met collega's ICT gedragscodes ontwikkelt en deze kan uit dragen richting leerlingen. (organisatie en didactiek)

Didactisch De student kan ICT inzetten in zijn onderwijs waarbij hij rekening houdt met de verschillen in ICTvaardigheden van de

Gebruik van de computer als didactisch hulpmiddel

leerlingen. De student kan een bewuste • keuze maken uit diverse ict-middelen en deze inzetten bij het begeleiden en leiden van leerlingen. De student kan digitale • verwerkingsvormen (digiles, webwandeling) inzetten in de les en diverse verwerkingsvormen ontwikkelen gebaseerd op de onderwijscontext. •

educatieve) programma’s kent en gebruikt voor individueel werken; (individueel werken) gebruik maakt van diverse vindplaatsen van digitaal leermateriaal en in staat is om hieruit zijn eigen (digitale, interactieve) leereenheid te arrangeren; (arrangeren en ontwikkelen) leermateriaal ontwikkelt voor een digitale omgeving waarbij rekening gehouden wordt met verschillen in niveau, interesse en tempo en wijze van leren en ontwikkelprincipes voor digitaal leermateriaal; (arrangeren en ontwikkelen)

Beoordelen bruikbaarheid educatieve programmatuur Ik kan leerlingen begeleiding geven bij educatieve programma's (didactiek) Ik weet bij het geven van computeropdrachten rekening te houden met verschillen in niveau, interesse en tempo van mijn leerlingen (didactiek) Ik kan werkbladen voor de leerlingen maken met behulp van de computer (lesvoorbereiding) Ik kan presentaties maken op de computer voor uitleg aan mijn leerlingen (lesvoorbereiding) Ik kan plaatjes van internet kopiëren en plakken in een zelfgemaakt instructieblad (lesvoorbereiding) Organiseren van lessen waarin ICT wordt gebruikt Met de klas werken aan project met verschillende ICTtoepassingen digitaal lesmateriaal van internet aanpassen voor in de les Naar tijd en plaats (flexibiliteit verhogen) Naar voorkennis (flexibiliteit verhogen) Naar sturing (flexibiliteit verhogen) Naar leerstijlen (flexibiliteit verhogen) Kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving

De student kan heterogene groepen begeleiden bij onderwijsleersituaties

waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT. De student kan gebruik maken van diverse ICTmogelijkheden (digitaal portfolio, leerlingvolgsysteem, ELO) bij het evalueren van activiteiten.

kan werken met de elektronische leeromgeving, (leerling gerelateerde) administratieve systemen, (educatieve) software, portfoliosoftware, toetsservicesystemen; (vaardigheden) een elektronische leeromgeving kan inzetten om leerlingen te ondersteunen bij het zelfstandig leren, zo nodig tijd- en plaatsonafhankelijk. (individueel werken) de juiste instructies aan een leerling kan geven om leerlingen in staat te stellen in een digitale leeromgeving hun leerproces zichtbaar te maken; (begeleiden en evalueren) op de hoogte is van de mogelijkheden van digitale toetsprogramma's /

Ik kan gebruikersgroepen aanmaken bij een programma voor mijn leerlingen (lesvoorbereiding) Ik kan leerlinggegevens invoeren in een leerlingvolgsysteem (lesvoorbereiding)

Gebruik van leerlingvolgsystee m Gebruik elektronische leeromgeving

Bijhouden en integreren van vorderingen (competenties centraal stellen)

De student heeft kennis van • ict-hulpmiddelen om in te zetten bij leerlingen met leerproblemen. •

toetsservicesystemen binnen een ELO of als zelfstandige applicatie; (toetsen) educatieve) programma’s kent en gebruikt voor individueel werken; (individueel werken) leerlingen die bij bepaalde onderdelen extra tijd of oefening nodig hebben remediërende programma’s kan aanbieden. (begeleiden en evalueren)

Kunnen zelfstandig oefenen in en door ICT ondersteunde leeromgeving

De student kan ICT optimaal en gericht integreren binnen de verschillende vakgebieden. De student kan vanuit verschillende onderwijsvisies ict inzetten in het onderwijs. De student maakt op een structurele manier gebruik van ICT om in te spelen op de actualiteit. De student kan op diverse manieren ICT inzetten om tegemoet te komen aan de

Ik kan ICT-gebruik structureel inpassen in mijn les- en activiteitenplanning (organisatorisch)

Integreren van ICT in het onderwijs

educatieve) programma’s kent en gebruikt voor

verschillen bij leerlingen. De student is zich bewust van de processen van identiteitsvorming bij kinderen en houdt hier rekening mee met het handelen in de digitale wereld.

individueel werken; (individueel werken)

een digitale presentatie die voldoet aan de eisen van een goede digitale presentatie, kan maken en gebruiken; (presenteren) een digitaal schoolbord kan gebruiken bij diverse didactische werkvormen. (presenteren)

Ik kan een fotopresentatie van een excursie via de computer laten zien (om het onderwijs)

ICT inzetten om leerlingen te motiveren (didactiek) Ik kan leerlingen begeleiding gegeven bij emailen (didactiek) Ik kan leerlingen begeleiding geven bij het werken met een ELO (didactiek) Organisatorische De student kan leerlingen op een veilige en verantwoorde manier de zijn leerlingen de regels van verantwoorde elektronische communicatie – één op één

computer laten gebruiken. De student kent het begrip mediawijsheid en past dit in zijn onderwijs toe.

en in groepen - kan bijbrengen; (samenwerken en communiceren) • voor leerlingen geschikte en betrouwbare digitale leerbronnen kan selecteren, passend bij hun leeftijd, sociaalemotionele en morele ontwikkeling; (informatievaardigheden ) • sites kan beoordelen op betrouwbaarheid en authenticiteit en het belang hiervan kan overbrengen op zijn leerlingen; (informatievaardigheden ) • leerlingen kan leren om informatie doelmatig en doeltreffend te zoeken en te vinden; (informatievaardigheden ) • leerlingen kan wapenen tegen de risico's van internetgebruik. (informatievaardigheden ) • zijn leerlingen kan

Ik kan mijn leerlingen zo begeleiden bij het gebruik van internet dat zij zelf relevante informatie leren vinden en beoordelen Ik kan websites beoordelen op geschiktheid voor mijn onderwijs (lesvoorbereiding)

Problemen oplossen (creëren) Beslissingen nemen (creëren) Onderzoek doen (creëren) Ontwerpen (creëren) Betekenis construeren (creëren) Publiceren van producten (naar buiten brengen) Leren door te ontwerpen voor anderen (naar buiten brengen) Leren door problemen van anderen op te lossen (naar buiten brengen) Leren door onderzoek voor anderen te doen (naar buiten brengen) Leren door kritisch

Gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren

begeleiden bij het gebruik van internet zodat leerlingen in staat zijn relevante informatie te vinden en te beoordelen op kwaliteit en betrouwbaarheid; (begeleiden en evalueren) De student maakt op een bewuste manier gebruik van verschillende icttoepassingen bij zijn klassenmanagement. De student kan op een bewuste manier Officeprogramma´s, internettoepassingen, educatieve software en hardware inzetten voor instructie, verwerking en toetsing.

te reflecteren voor anderen (naar buiten brengen) Leren door adviezen te formuleren (naar buiten brengen)

• •

over algemene kennis van ICT beschikt en de vaardigheden ten aanzien van bestandsbeheer beheerst; (vaardigheden) diverse hardware (beamer, digitaal schoolbord, digitale foto/videocamera) kan bedienen en aansluiten op de computer; (vaardigheden) kan omgaan met een tekstverwerker; (vaardigheden) kan werken met een spreadsheetprogramma; (vaardigheden)

Ik weet welke educatieve programma's er voor mijn onderwijs beschikbaar zijn (didactiek) Ik kan voor leerlingen die bij bepaalde onderdelen extra tijd of oefening nodig remediërende ICTprogramma’s inzetten (didactiek) Ik kan internetpagina's vinden met relevante informatie voor mijn onderwijs (lesvoorbereiding) Ik kan educatieve software installeren op mijn lerarencomputer

Gebruik van educatieve apparatuur

kunnen ICT gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven kunnen ICT gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen

kan werken met presentatiesoftware; (vaardigheden) • foto’s, video’s en audio digitaal kan maken en bewerken; (vaardigheden) • op de hoogte is van regels die gelden voor copyright en bekend is met diverse copyrightmodellen (bijvoorbeeld: ©, public domain, creative commons, Wikimedia commons, GNU). (arrangeren en ontwikkelen) kan werken met een arrangeertool voor digitaal leermateriaal.(vaardigheden) de benodigde hard- en software organiseert, rekening houdend met de procedures binnen de school; (organisatie en didactiek) voor aanvang van een les de benodigde ICT middelen op juiste werking getest heeft; (organisatie en didactiek)

(lesvoorbereiding) Ik kan software beoordelen op de bruikbaarheid voor mijn lessen (lesvoorbereiding) Ik kan de notulen van de vergaderingen verwerken met een programma voor tekstverwerking (rondom het onderwijs) Ik kan mijn documenten via mappen en submappen gestructureerd opbergen op de computer (rondom het onderwijs)

Ik kan opdrachten, lesmaterialen en bronnen klaarzetten op het netwerk (lesvoorbereiding) Ik kan het ICT-gebruik in mijn lessen zodanig voorbereiden dat de benodigde computerprogramma's

De student houdt in zijn lessen rekening met de gevaren van langdurig computeren.

startklaar zijn (organisatorisch) bij storingen op de computer Ik kan bij storingen op de zodanig kan handelen dat de computer zodanig handelen les er zo min mogelijk door dat de les er zo min wordt verstoord; (organisatie mogelijk door wordt en didactiek) verstoord (organisatie) Ik weet welke lichaamshouding mijn leerlingen moeten aannemen als ze achter de computer werken (organisatorisch) Ik weet hoelang mijn leerlingen per dag in de klas achter de computer mogen werken (organisatorisch)

De student kan vanuit verschillende onderwijsvisies ict inzetten in het onderwijs. • fraude en plagiaat • digitaal kan opsporen en voorkomen; (begeleiden en evalueren) de voor- en nadelen kent van digitaal toetsen; (toetsen) elektronische toetsen kan inzetten en kan • • •

• •

motiveren waarom een keuze gemaakt wordt voor een zelfbeoordelende-, voorwaardelijke-, voortgangs-, diagnostische-, instapen/of beoordelende toets; (toetsen) kan beoordelen welke domeinen/onderwerpen geschikt zijn om digitaal te toetsen; (toetsen) verschillende typen gesloten toetsvragen kan maken (multiple-choice, multiple-answer, ja/nee, rangorde, matching, point & click, fill in the blanks, numeriek); (toetsen) een digitale toets kan organiseren (rondom afname, organisatie toetsmoment, informatie leerlingen, capaciteit, back-up). (toetsen) Ik kan de tijd waarin leerlingen gebruik maken van ICT optimaal organiseren door bijvoorbeeld een rooster of

roulatieschema te maken (organisatorisch) Samenwerken met collega’s De student kan informatie met behulp van ict delen met collega's. • Ik kan een e-mail sturen naar een collega om hem advies te vragen over een project (lesvoorbereiding) Ik kan gebruik maken van ICT voor samenwerking (organisatorisch) Ik kan het verslag van een leerlingbespreking naar een collega e-mailen (rondom het onderwijs) Ik kan gebruik maken van een adressenboek bij emailen (rondom het onderwijs) Ik deel mijn eigen ervaringen met ICT in het onderwijs graag met mijn collega's (rondom het onderwijs) Ik kan onderwijskundige informatie op internet zoeken voor mijn eigen professionaliteit als leraar (rondom het onderwijs)

samenwerking zoekt met collega’s die in een vergelijkbare situatie rondom ICT en onderwijs verkeren; (attitude)

De student weet via internet diverse professionele bronnen te vinden, raadplegen en beoordelen.

zijn weg kan vinden op het web (internet) en kan omgaan met digitale communicatiemiddelen (bijvoorbeeld mail en web 2.0 toepassingen als Wiki, weblog,

De student kan gebruik • maken van samenwerkingsomgevingen op internet.

De student kan advies en feedback geven en ontvangen met behulp van ict. De student kan ict op een dusdanige manier invoeren, dat het door collega's als een meerwaarde wordt beschouwd. De student kan een digitaal leerlingvolgsysteem hanteren en daarnaast zijn eigen gegevens via de computer ordenen.

Googledocs); (vaardigheden) zijn weg kan vinden op het web (internet) en kan omgaan met digitale communicatiemiddelen (bijvoorbeeld mail en web 2.0 toepassingen als Wiki, weblog, Googledocs); (vaardigheden) feedback kan geven in een digitale omgeving; (begeleiden en evalueren)

Lerenden met elkaar en anderen in contact brengen (relaties leggen)

kunnen ICT gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren

Ik kan leerlingen feedback geven na het werken op de computer (didactiek)

kan werken met de elektronische leeromgeving, (leerling gerelateerde) administratieve systemen, (educatieve) software, portfoliosoftware, toetsservicesystemen;

Samenwerking met de omgeving De student kan met behulp

van ict ouders en andere belanghebbenden informeren. De student maakt gebruik van digitale communicatie en samenwerkingsmiddelen om te overleggen met mensen en instellingen buiten de school. De student kan voorlichting en advies geven aan ouders over het gebruik van ICT door de leerlingen. De student weet op welke manier scholen samenwerken met instellingen op het gebied van ICT. Reflectie en ontwikkeling De student houdt zich op • de hoogte van ict en onderwijsontwikkelingen. De student kan gebruik maken van internettools bij het begrijpen en analyseren van eigen gedrag en dat van anderen. •

op de hoogte is van ontwikkelingen op het gebied van ICT en onderwijs; (attitude) ICT kan gebruiken om metacognitie tot stand te brengen en het leren van elkaar te stimuleren, bijvoorbeeld in een digitaal portfolio of een weblog; (begeleiden en evalueren)

Het lukt me aardig de ICTontwikkelingen op mijn vakgebied bij te houden (rondom het onderwijs) •

Denkprocessen zichtbaar maken (transparant maken) Zichtbaar maken van leerprocessen (leren leren) Onderlinge feedback op leren

(leren leren) Zelfreflectie (leren leren) Feedback door begeleiders op leren (leren leren) Leercompetenties als uitgangspunt (leren leren) Digitaal portfolio (Competenties centraal stellen) Showdossier (Competenties centraal stellen) Examendossier (Competenties centraal stellen) Selfassessment (Competenties centraal stellen) Peerfeedback en – beoordeling (Competenties centraal stellen)

De student weet via internet diverse professionele bronnen te vinden en raadplegen om te

in staat is om actief deel te nemen aan een digitale Community of Practice (CoP); (samenwerken en

Ik kan kennis en ervaringen uitwisselen met lerarenin een communitie/gebruikerskring

Community building (relaties leggen)

werken aan eigen ontwikkeling. •

communiceren)

op internet (rondom het onderwijs) Visualiseren en schematiseren (transparant maken)