You are on page 1of 13

Nazis, Islamieten en het ontstaan van het moderne Midden Oosten.

Barry Ruben _ Wolfgang G. Schwanitz.

De Christelijke imperialistische strategie van Islamitische


Revolutie. Deel 1 van 2

De Nazi strategie van het Midden-Oosten zou worden verankerd en


beginnen in de debatten van een halve eeuw eerder in de jaren 1880 en
hoe dat beleid ten uitvoer werd gebracht tijdens de Eerste
Wereldoorlog. De Duitse strategie was om zichzelf te portretteren als
kampioen van de onderdrukte moslims en jihad te bevorderen tegen de
vijanden
van
Duitsland.
De oorspronkelijke bespreking die het Duitse beleid op deze koers
voorbereide was tussen de twee mannen die de oorsprong van het
moderne Duitsland domineerden, kanselier Otto van Bismarck en
Kaiser-Wilhelm II. Conservatief en voorzichtig drong Bismarck erop
aan dat het nieuwe land zich moet richten op de economische
ontwikkeling in plaats van proberen om Europa's leider of een
mondiale macht te zijn. In een toespraak tot het Parlement 1888, legde
hij uit waarom het niet navolgen van zijn advies Duitsland tot een
catastrofe
zou
leiden.
Als eerste zei van Bismarck dat: Duitsland oorlog moet vermijden
vanwege de slechte geografische situatie die open liet voor een aanval
op drie fronten tegelijk, omdat het werd omringd door Rusland,
Frankrijk en Groot-Brittanni. Ter vergelijking, Groot-Brittanni was
een eiland vesting beschermd tegen een invasie door zijn heerschappij
over de zeen, terwijl Frankrijk en Rusland alleen kwetsbaar waren
langs
de
grens
met
Duitsland.
Ten tweede moet Duitsland voorkomen vijanden te maken, omdat de
gemeenschappelijke belangen van Groot-Brittanni, Frankrijk en
Rusland hen een goede reden gaf als bondgenoot tegen Duitsland in

plaats van het te ondersteunen. Ten derde, tegen de tijd dat Duitsland
een verenigd land werd in 1871, hadden Groot-Brittanni, Frankrijk en
Rusland al grote overzeese imperiums. Duitsland kon dat niet inhalen.
Van Bismarcks desinteresse in de Midden-Oosten kolonies maakte
hem opmerken dat het verkrijgen van grondgebied in het Ottomaanse
Rijk de botten van een Duitse soldaat niet waard was. In plaats van op
zoek te gaan naar een imperium, besloot van Bismarck dat Duitsland
zich moest richten op commercile kansen, de vrede in het MiddenOosten was in het belang van Duitsland, terwijl dit te veranderen een
verloren oorlog in Europa tot gevolg zou hebben. Enkele machtige
Duitsers verwierpen echter minachtend van Bismarcks argumenten.
Ze dachten dat het niet hebben van een imperium Duitsland naar een
eeuwige tweederangs macht zou verbannen. Generaal Hermann Graaf
von Schlieffen antwoordde het tegenovergestelde op de geopolitieke
analyse van, van Bismarck, dat alleen door overzeese expansie
Duitsland een sprong kom maken over Europas omcirkeling. Wilhelm
II, die op de troon kwam in 1888 kwam was het met van Schlieffen
eens. Binnen twaalf maanden na zijn kroning, dwong Wilhelm van
Bismarck met pensioen en draaide zijn beleid terug. Voor de Kaiser
was, naast het vinden van grondstoffen en handelaren voor de
groeiende Duitse industrie, een imperium of tenminste invloedssfeer
in
het
Midden-Oosten
noodzakelijk.
Naast praktische overwegingen was er ook een groot romantisch
element. Gefascineerd door het Midden-Oosten, droomde Wilhelm
ervan een oosterse invloedrijke of rencarnatie van Alexander de Grote
te zijn. Twee reizen naar het Ottomaanse Rijk, in 1889 en 1898,
overtuigde hem ervan dat dit zijn lotsbestemming was. In een bericht
uit januari 1896 aan de Russische tsaar Nicolaas II, klaagde Wilhelm
tactloos dat de Britten ten onrechte dachten dat de Middellandse Zee
een 'Engelse Zee' was en dat hun greep op het Midden-Oosten
onbreekbaar was. Wilhelm legde in vertrouwen uit dat een vriend van
hem een invloedrijke moslim profeet was in India en dat een signaal
van hem revolutie zou ontsteken. India verliezen zou Groot-Brittanni

terug brengen tot een derderangs macht.. De naam van deze man was
Sayyid al-Kailani en de Kaiser s 'vriend' was Max van Oppenheim,
die al-Kailani ontmoet had in 1893. Sayyid een afstammeling uit Abd
al Qadir, een twaalfde eeuw prediker die een groep opgericht had
welke zich verspreide naar China, India, Pakistan, Turkije, de Balkan
en Afrika. Van Oppenheim vertelde de Kaiser ook over acht
gelijksoortige broederschappen, bijvoorbeeld as-Sanusiyya van
Noord-Afrika, dat Duitsland zou kunnen gebruiken om een jihad te
organiseren tegen zijn vijanden. Terwijl Sayyid al Kailani (uit het
Perzische hooglanden Jilan, Kilan in het Arabisch en in Irak ook al
Kailan) zelf nooit een pro Duitse opstand zou lanceren, zou n van
zijn nakomelingen dit doen bijna een halve eeuw na van Oppenheim s
voorspelling toen hij nog steeds een Duitse top agent was. Die man,
Rashid Ali al Kailani, zou een pro Duitse staatsgreep leiden die in mei
1941 Irak overnam. Dus in zekere zin zou de Kaiser profetie
geschieden, zij het te mislukken. Het directe effect van het opscheppen
van de Kaiser was om zichzelf pijn te doen. De Russen waren zo
gealarmeerd door de Kaiser s ambitie dat ze dit bericht deelden met
de Britten en later een anti-Duitse alliantie met Londen en Parijs
invoerden. Immers, Berlijn kon proberen een jihad te lanceren tegen
hen via hun eigen islamitische bevolkte gebieden. En die zorg zou ook
nauwkeurig blijken. De Britten, die overgevoelig zijn voor bemoeienis
met hun levenslijn naar India en protectoraat over Egypte, zagen het
belang van de keizer in de regio als een ernstige bedreiging. Sommige
Duitse complotten zou uiteindelijk de Britse romanschrijver en
inlichtingen ambtenaar Joh Buchan bereiken. Tijdens zijn werk voor
het Propaganda Bureau voor Oorlog tijdens de Eerste Wereldoorlog,
schreef hij een succesvol spionroman Greenmantle, over vileine
Duitse samenzwering om de het Midden-Oosten te nemen als
uitvalsbasis voor de verovering van Europa. Door middel van een
charismatische islamitische prediker (wiens codenaam 'Greenmantle'
is), een hoge diplomaat van Buitenlandse Zaken legt de verteller van
de roman uit dat een Duits-ondersteunde jihad zal ' de wereld

verbazen......... .. De oorlog zal worden afgeleid van Europa .....De


inzet is niet minder dan de overwinning en een nederlaag'. Om deze
strategie uit te voeren, wende Duitsland zich niet alleen tot
individuele religieuze leiders of broederschappen, maar ook tot het
Ottomaanse Rijk waarvan de monarch, als kalief, nominaal alle
moslims leidde. Als zodanig kon hij jihad verklaren voor elke moslim
verklaren in de wereld, beginnen met wat de keizer een 'furore
islamiticus', een islamitische woede tegen de Britse (maar niet de
Duitse) ongelovigen. De Ottomaanse Turken zien als een verwant
volk, bestempelde de Duitsers ze 'de Duitsers van het Midden-Oosten
". De vader van dit beleid en de man die de Kaiser overgehaald had
het uit te voeren was Max van Oppenheim. Zijn historische rol was zo
belangrijk, vooral omdat hij het over een veel langere periode speelde
dan die van zijn bekendere Britse tegenhanger, T.E. Lawrence, bekend
als Lawrence of Arabi.

Figuur
3
Kaiser
Wilhelm II verlaat zijn kamp bij Jeruzalem om de Lutherse Kerk van
de Verlosser te huldigen op 31 oktober 1898, na het starten van zijn
officile beleid ten aanzien van de islam met een bezoek aan de
Ottomaanse sultan Abdhamid II in Istanbul. De diplomaat Max van

Oppenheim, geplaatst in Cairo, had de vorst zijn verslag 48 gestuurd


over de 'pan-Islamitische Beweging', adviseerde het gebruik van
'Islamism'- de uitdrukking van de Kaiser om de islamitische revoluties
in vijandelijke kolonies te inspireren in het geval van een Europese
oorlog.
Geboren in 1860, stamde van Oppenheim af van een Joodse
bankiersfamilie in Keulen, dat zich in zijn jeugd tot het katholicisme
had bekeerd. In 1868 gaf Abraham, de broer van Max' s monarchie,
de familieleden het recht om de aristocratische 'von' voor hun naam te
zetten. Max behaalde zijn diploma rechten in 1883, maar gaf de
voorkeur een ontdekkingsreiziger te zijn, en zijn rijke familie was
bereid om zijn reizen te betalen. Hij ging eerst door Syri en Irak in
1883-1884 en vervolgens naar Marokko in 1886, en op het einde
helemaal naar de Perzische Golf en India in 1993-1994. Hij studeerde
Arabisch in Egypte en behaalde een aardige beheersing van de taal.
Bij zijn terugkeer, publiceerde van Oppenheim zijn waarnemingen in
twee delen. Zijn reputatie steeg als de meest toonaangevende expert
op het hedendaagse Midden-Oosten in het land. Van Oppenheim was
een goed waarnemer van het leven en de politiek in de regio. Zijn
rivaal, Lawrence van Arabi, een groot schrijver op zijn manier, zou
van Oppenheims boek het best beschikbare boek over het gebied voor
de Eerste Wereldoorlog. De Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken,
bezorgd over de verspreiding van de islam in zijn Afrikaanse kolonin,
wilde een onafhankelijke bron van informatie over het onderwerp. In
1896, hoewel een familieband met een hooggeplaatste ambtenaar op
het ministerie van Buitenlandse Zaken, werd van Oppenheim een
attach aan het Duitse consulaat in Caro. Tijdens zijn dienst daar
stuurde hij tot 1909 467 rapporten naar Berlijn. Van Oppenheim
leerde veel bij het opbouwen van een goed contacten netwerk, maar
niet alles was nauwkeurig. Ironisch genoeg, ondanks het feit dat hij
naar Cairo was gestuurd om de islam te bestuderen als een
bedreiging, raakt van Oppenheim er, integendeel, van overtuigd dat

het Duitsland een enorme kans bood. Al snel werden zijn


afhandelingen, waaronder een lang verslag van 1890 over de
panislamistische beweging, doorgestuurd naar de Kaiser. Het
Ottomaanse Rijk sponsorde het panislamisme om het nationalisme wat
de loyaliteit van zijn onderdanen aantastte, tegen te gaan. Het Rijk was
de Christenen van Zuidoost-Europa al verloren aan, de opstand van
het Grieks, Servisch, Bulgaars en Roemeens nationalisme. Het hoopte
Arabieren, Turken, Koerden en anderen voor zich te winnen door ze te
overtuigen dat hun islamitische identiteit eerst moet komen en dat de
sultan hun kalief was, in bezit van volledige islamitische legitimiteit.
Voor de Duitsers echter waren het niet zozeer deze defensieve
elementen maar panislamistisch offensieve elementen, die van het
grootste belang waren. Wat als de volkeren van het door Frankrijk
geregeerde Noord-Afrika en die onder Britse bestuur in India of
islamitische onderdanen hetzelfde zochten? Dat zou de beste manier
zijn om de Duitse rivalen te ondermijnen. Aan de vooravond van
Kaiser Wilhelm 1898 Midden-Oosten reis, adviseerde van Oppenheim
hem om het islamisme als een politieke beweging te ondersteunen. Hij
legde uit dat de moslims het bewind van christelijke machten (dat is,
Groot-Brittanni, Frankrijk en Rusland) over de landen met een
moslimmeerderheid wilde beindigen. Voor een deel was dit een
reactie op de verspreiding van de westerse cultuur en politieke macht;
voor een deel een realisatie van het bevel van islam zich te verenigen
en hun samenlevingen zijn geboden te volgen. Van Oppenheim
schreef dat Moslims een verenigde Staat hadden opgericht in de
zevende eeuw en dat voor eeuwen aangehouden. Begin jaren 1860
hadden de Ottomanen deze inspanning opnieuw leven ingeblazen door
islam te gebruiken om de loyaliteit van zijn islamitische onderdanen
terug te krijgen. Van Oppenheim dacht dat deze campagne was
geslaagd en dat moslims in toenemende mate de Sultan van het
Ottomaans -kalifaat als beschermer zagen van de islam en zijn heilige
plaatsen. Dit was goed voor Duitsland want, zo beweerde hij, het voor
de moslims het meest favoriete Europese land was, omdat het geen

kolonies had in het gebied en vriendelijk was voor het Ottomaanse


Rijk. Van Oppenheim was enthousiaster dan accurater in veel van zijn
conclusies, misleid door wensdenken of de gretigheid van informanten
hem te vertellen wat hij wilde horen in de hoop op het verwerven van
financile en politieke steun van Berlijn. Om kritiek te beantwoorden,
reageerde van Oppenheim dat het gemakkelijk was om de massale
religieuze invloed van de sultan te onderschatten. Omdat zijn
imperium gewoon rijk was en militair zwak betekende dat niet dat hij
niet machtig was. Als je als kalief de sultan jihad verkondigde en
moslims goed waren voorbereid, voorspelde van Oppenheim, zou dat
besluit een onconventioneel wapen van enorme kracht zijn. Het meest
indrukwekkende voorbeeld wat van Oppenheim kon opbrengen om
zijn zaak te maken was Soedan, waarbij een charismatische leider,
Muhammad Ahmad bin Abd Allah, de Mahdi, een zegevierende jihadopstand tegen de Britten had geleid. Uit het niets, bouwde hij een
groot leger, het versloeg en roeide met regelmaat Britse troepen bij
verschillende gelegenheden uit. Hij veroverde Khartoum, richtte een
islamitische Staat op en regeerde het voor dertien jaar. Pas na zijn
dood waren de Britten er in de 1898 met de slag van Umm Durman,
eindelijk in geslaagd die Staat te verslaan en te vernietigen.
Het verslag van van Oppenheim over islamisme werd drie maanden
voor die strijd ingediend, toen de Mahdi Staat nog bestond. Als de
Mahdi zo veel met zo weinig en geen buitenlandse bondgenoten
konden bereiken, zou het de Ottomaanse Sultan-met een half
millennium van legitimiteit, een groot Staatshulpmiddelen en
erkenning in de hele islamitische wereld,-de wereld doen schudden
met Duitsland achter hem staand!. Von Oppenheim was niet de enige
die voor deze strategie pleiten. Andere ambtenaren en deskundigen,
zoals Ernst Jckh, een specialist van het Ottomaanse Rijk, verspreiden
gelijkaardige ideen. Dus de
Duitse heerser accepteerde van
Oppenheim s voorstel. In het geval van oorlog, besloot de Kaiser, zou
Berlijn de Ottomanen helpen, terwijl de sultan een jihad tegen de
Europese vijanden van Duitsland in Britse geregeerd India, Frans-

geregeerd Noord-Afrika en Russisch Azi zou opvoeren. Niet iedereen


in de Duitse regering was blij met deze regeling en ook niemand
minder dan Friedrich Rosen, een ministerie van Buitenlandse Zaken
expert over de regio. Rosen, die beter Arabisch sprak dan van
Oppenheim en gezant was van Duitsland in Bagdad en Jeruzalem,
bespotte het idee van van Oppenheim als onwetend over de rele
omstandigheden in de regio. Hij grapte dat de echte vader van het idee
Karl May was, de populaire Duitse schrijver van Wild West verhalen
en romantische verhalen over het Midden Oosten. Maar wat Rosen of
anderen zeiden maakte van Oppenheim niet uit daar hij immers het
oor had van de Kaiser.

figuur
4
Max von Oppenheim, de Duitse 'Abu Jihad (Vader van Jihad') en
meesterbrein van de jihadisatie van Islam vanaf 1893 zit in zijn tent
met vloerbedekking en hangende teksten uit de Koran in de stijl van
een Arabische hoofdman. Hij was verantwoordelijk voor zowel het
1914 Duits-Ottomaanse plan voor de jihad in de Britse, Franse en
Russische Rijken, en het plan van de 1841 Duits-Arabische 'Union

Jack' voor de jihad in de Britse bindende gebieden van het MiddenOosten na de val van Parijs midden 1940.
De meest prestigieuze deskundige, Carl Heinrich Becker, had in eerste
instantie gemengde gevoelens over van Oppenheim' s stelling. Hij
geloofde dat er in feite een rele mogelijkheid was van een massale
jihad- opstand, hij maakte de zaak veel beter dan van Oppenheimmaar twijfelde of de Ottomaanse sultan de man was om het te
ontketenen. Het is waar, zei Becker, dat n van de fundamentele eisen
van isms was voor moslims om er voor te vechten door de jihad tot
de islam de wereld regeerde. Het was ook waar, voegde hij eraan toe,
dat de Europese opmars moslims deed realiseren van hun militaire en
technologische ondergeschiktheid aan de christelijke beschaving. Op
zijn beurt, gaf dit moslims grotere solidariteit onder elkaar en
versterkte de politieke aantrekkingskracht van de islam. Ze verlangde
naar een Mahdi om de islam s primaat herstellen door middel van
revolutie. Maar Becker legde uit dat dit niet het hele verhaal was. Kort
over de ware Mahdi, een goddelijk genspireerde Messias die zou
komen om het einde van de wereld te brengen, niemand, met inbegrip
van de Ottomaanse sultan, kon aanspraak maken de rechtmatige
islamitische heerser te zijn. Becker merkte op dat er geen 'islamitische
paus' was en terwijl sultans altijd islamitische theologen vonden om
hun aanspraken te ondersteunen, waren ze echt gewoon wereldlijke
heersers zonder echte religieuze autoriteit. Sultans deden alleen alsof
zij dat gezag bezaten om steun te krijgen van hun eigen onderdanen en
Europese mogendheden. Becker legt uit dat bovendien onvrede met de
Ottomaanse sultan net zo goed een islamitische opstand kon uitlokken
tegen hem als ook een jihad onder zijn leiding veroorzaken. Verder
werd de mogelijkheid van een grote internationale jihad verzwakt door
verdeeldheid onder moslims. Turken, Arabieren en Perzen hadden
allen ruzies, zo ook de soennitische en sjiitische moslims. De
solidariteit van de islam was een fantoom, zei Becker. Becker s
conclusies waren nauwkeuriger dan die van van Oppenheim, maar ze

boden ook niet het vooruitzicht van een zegevierend Duitsland.


Aangezien de mening van de Kaiser vast stond durfde Becker hem
niet openlijk tegen te spreken. Dus Becker draaide uiteindelijk om en
onderschreef het idee dat hij eerder had bespot. Er zaten waarheden in
van Oppenheim s analyse maar ook nog veel fouten zoals de
geschiedenis later toonde Het sterke gevoel van solidariteit tussen
moslims werd tegengegaan door een diepe verdeeldheid op basis van
religieuze opvattingen, etniciteit, regio, verschillen van mening en
eigenbelang. Talrijke islamitische leiders en groepen zoals de
Egyptische Jamal Abd an-Nasir, de Moslim Broederschap, de Iraakse
dictator Saddam Husain, Iran Ayatollah Ruhollah Khomeini en zijn
opvolgers, de Libische leider Muammar al-Qaddafi en Usama bin
Laden, -probeerden dergelijke internationale opstanden te leiden die
altijd mislukten en verslagen werden. Zoals Becker oorspronkelijk
opmerkte, waren er ook nog andere zwakke punten in de stelling van
van Oppenheim. Op papier, leek de macht van de Ottomaanse kalief
legitiem en overweldigend, maar in werkelijkheid had het aan kracht
verloren. De Ottomanen waren niet zo populair in t Arabischsprekende
landen en van relatief weinig belang elders. De Britten en Fransen
hadden hun eigen islamitische stellingen, met inbegrip van een
ideologische import uit Europa: etnisch nationalisme. Tenslotte was
van
Oppenheim
kort
op
praktische
maatregelen.
Hoe zou Duitsland de massa s voorbereiden en organiseren zich te
ontketenen in, in zijn woorden, een 'islamitische fanatisme, dat grenst
aan waanzin', tot verrekening van de nucleaire kettingreactie van
strijdbaarheid die hij voor ogen had? Al deze problemen werden
genegeerd door de Kaiser, en toen hij een bezoek aan de sultan in
oktober-november 1898, werden de alliantie met het islamisme en de
lancering van de jihad officieel aangenomen als het Duitse beleid. Het
hoofddoel van de Kaiser s reis was om de nieuwe Lutherse Kerk van
de Verlosser te wijden aan de Muristan heuvel in Jeruzalem en in zijn
openbare toespraken, verschilde de Kaiser s boodschap van vrede
sterk van zijn agressieve plan. Al sprekend in Istanbul legde de Duitse

monarch l de wederzijdse voordelen uit van vreedzame concurrentie


tussen de volkeren van verschillende geloof en achtergrond. Zoals hij
het plan vatte om medechristenen te bevechten door middel van een
islamitische opstand, vertelde de Kaiser het publiek in Bethlehem dat
hij betreurde hoe ruzies onder de christenen een slecht voorbeeld voor
de rest van de wereld was. De Amerikaanse vertegenwoordiger in
Jeruzalem, Consul Selah Merrill, was onder de indruk: 'De keizer en
keizerin waren constant bezig met het bekijken van
bezienswaardigheden, het bezoeken van kerken, scholen,
nederzettingen, ziekenhuizen en weeshuizen van de Duitsers waren.
Zonder partijdig te zijn liet de keizer zien dat hij een trouwe
aanhanger was van de grote principes en leerstellingen van het
protestantisme en op hetzelfde moment uitte hij zichzelf op zodanige
wijze een zeer gunstige indruk te maken op al klasse. Maar de Kaiser
probeerde niet om de niet-moslim of dissidente onderdanen van het
Rijk voor zich te winnen. In 1898, bleek het Ottomaanse Rijk een
sterkere paard dan verspreid Arabisch-nationalistische intellectuelen,
joodse ideologen, en Armeense activisten zonder troepen of geld
achter hen. Dus de Duitsers wezen Armeense verzoeken om hulp
tegen de Ottomanen af. Wilhelm een verband tussen de groeiende
zionistische beweging in Duitsland met zijn vijanden in de
Sociaaldemocratische Partij. Terwijl de bezoekende Kaiser de
nederzettingen van de jonge zionistische prees en hun leider Theodor
Herzl bij de ingang van de Mikveh Isral agrarische school ontmoette,
stond hij erop dat de Joodse immigratie in de context moest staan van
erkenning van de soevereiniteit van de sultan in dat land. Bijgevolg
zouden Armenirs zich naar Rusland richten en zowel de zionisten als
de Arabische nationalisten richting Groot-Brittanni voor
ondersteuning. De Kaiser s onderschrijving van het voortduren van
de autoriteit van het Ottomaanse Rijk en de macht van islam om
politieke actie aan te wakkeren vereiste een aantal opmerkelijk
gemengd symbolisme, zoals te zien in de meest opvallende
gebeurtenis van de reis in Damascus op 8 november 1898, toen de

Kaiser Salah ad-Din Yusuf al-Aiyyubs graf bezocht. Geboren rond


1140, werd Saladin, zoals hij algemeen bekend is, de grootste
islamitische generaal die vocht tegen de christelijke kruisvaarders, van
wie velen Duitsers waren. Bij de slag van Hittin in 1187 vernietigde
hij zijn vijanden en veegde hun bolwerken van de kaart, met als
hoogtepunt zijn verovering van Jeruzalem. Hij werd het symbool van
de islamitische overwinningen over Europa, het christendom en het
Westen. Nu was hier n van Europa's toonaangevende monarchen,
waarvan vele landgenoten Saladin s slachtoffer waren geweest, die
algemeen geprezen werd als 'een onverschrokken ridder die zelfs zijn
vijanden de juiste manier van ridderlijkheid had geleerd '. De Kaiser
riep zichzelf vriend van moslims in de wereld terwijl hij van plan was
de macht van de islamitische ijver te gebruiken om een nieuwe
Saladin te creren om los te laten op zijn vijanden. De Duitsers drukte
zijn woorden op ansichtkaarten en verstuurde naar invloedrijke
moslims
in
veel
landen.
De Ultieme terugslag van de Duitse strategie was perfect
gesymboliseerd door het lot van de bronzen lauwerkrans die de Kaiser
achterliet als een gift bij Saladin' s graf. Twintig jaar later, bijna tot op
de dag, gingen de triomferende geallieerden Damascus binnen na het
verslaan van de Ottomanen en hun Duitse bondgenoten in de Eerste
Wereldoorlog. Lawrence of Arabia pakte de bronzen lauwerkrans en
stuurde het als een oorlog trofee naar Londen, waar het tot op de dag
van vandaag tentoongesteld wordt in het Imperial War Museum.
Zoals al zo vaak gebeurd in het moderne Midden-Oosten, eindigde de
verkeerde Westerse strategie in een catastrofe. Maar zoals ook al zo
vaak gebeurd, manipuleerde lokale heersers de westerse macht die
dacht dat het de regie had. Op zijn reis leek de Kaiser erin te zijn
geslaagd de bewondering van moslims en van de Ottomaanse overheid
voor zich te winnen.

Figuur 5
Een ansichtkaart in het Duits en Turks geven de woorden van de Kaiser weer
van 1898, zwerend altijd de vriend van de Ottomaanse sultan te zijn en de
driehonderd miljoen moslims die hem vereren als hun kalief. De kaart werd
geproduceerd twee jaar na de Ottomaanse sultan en kalief Abdulhamid II
veroordeeld werden in heel Europa voor bloedbaden tegen zijn Armeense
onderdanen die alle 'minderheden van de ongelovigen' schokte.