You are on page 1of 125

Zelfonderzoek

in de traditie van de
Advaita Vedanta

Jan Koehoorn

samsara

Voorwoord

I

k had nooit gedacht dat ik spiritueel zou worden
en gelukkig is dat ook niet gebeurd. Ik heb gewoon

tussen mijn twintigste en dertigste jaar een periode
meegemaakt waarin mijn interesse in zelfonderzoek
gewekt werd. Maar laat ik bij het begin beginnen.

© 2012 Jan Koehoorn
©Deze uitgave: Samsara Uitgeverij bv 2012

Het begon zo rond mijn vijfenentwintigste. Af en
toe was ik ineens duizelig. Er waren ook momenten

Omslagontwerp: Erik Thé:

.erikthedesign.com

www

Lay-out: Studio 28, Hillegom
ISBN: 978-90-77228-95-1 / NUR 728
Niets uit deze uitgave mag gereproduceerd worden zonder

waarop ik zonder aanwijsbare reden angstig werd, of
benauwd. Ik vroeg me natuurlijk af wat er aan de hand
was en liet me checken door de huisarts, die me ver­
telde dat het hoogstwaarschijnlijk hyperventilatie was.
Ik besloot eerst te kijken of ik het op eigen houtje kon

schriftelijke toestemming van:

oplossen, want ik wilde niet afhankelijk worden van

Samsara Uitgeverij bv

kalmerende middelen, en therapie kon altijd nog.

Herengracht 341, 1016 AZ Amsterdam
www.samsarabooks.com

Ik kocht wat boeken over het onderwerp en ging
ademhalingsoefeningen doen. Ook yoga had mijn

interesse en op een goede dag kwam ik in de boek­

Advaita heeft soms de naam intellectueel of steriel te

handel een boek tegen, getiteld: 'Yoga als kunst van

zijn, maar zo ik heb ik het nooit ervaren. Wat mij be­

het ontspannen'. Ik las een paar fragmenten en werd

treft is het de meest directe traditie die er is, wars van

gegrepen door de stijl van schrijven. Er stonden wel

opsmuk en toeters en bellen. Het kan zeker confron­

ontspanningsoefeningen in, maar het boek had ook

terend zijn en mogelijk zet het je wereld op zijn kop.

een diepere laag waarin werd ingegaan op de vraag:

Maar als iets zo gemakkelijk op zijn kop te zetten is, is

'Wie ben ik?' En dan heel letterlijk. Dus niet bij volle

het dan geen onderzoek waard?

maan over je rechter middelvinger plassen onder het
slaken van diepzinnige kreten, maar werkelijk kijken
naar deze basisvraag.
Immers, alle eventuele problemen in je leven zijn te
herleiden tot de ideeën die je over jezelf hebt. Ik ont­
dekte dat eigenlijk alle ideeën die ik over mezelfhad op
aannames waren gebaseerd. En zo kwam ik terecht bij
boeken over zelfonderzoek en ontdekte ik de traditie
van advaita vedanta.
Het eigenaardige van advaita is, dat er wel leraren
zijn maar dat je geen les krijgt. Want les krijgen houdt
in dat je iets van iemand anders aanneemt. Als je naar
een satsang gaat (zo heten bijeenkomsten met advaita­
leraren) wordt je geen nieuwe informatie aangereikt,
maar komen je aannames ter discussie te staan. Alle­
maal.
Mijn advaitaleraar heette Alexander Smit. Hij leefde
van 1948 tot 1998 en gaf jarenlang satsang aan ieder­
een die zelfonderzoek wilde doen, met als voorwaarde
een integere belangstelling voor het onderwerp. Je zult
zijn naam in dit boek veel tegenkomen, want de poin­
ters die hij gaf waren zó krachtig dat ik ze jaren later
nog moeiteloos kan quoten.

jan Koehoorn, maart 2012

Zien dat er niets te bereiken valt
is realisatie

A He vragen die met 'hoe' beginnen, houden een
�anier of een methode in. En een manier of een
methode betekenen op hun beurt weer dat je gaat pro­
beren om van hier naar daar te komen, om iets te be­
reiken. Het idee dat we iets moeten bereiken, dat het
'ergens naartoe' moet, heeft te maken met de illusie dat
we ons in de een of andere toestand zouden bevinden.
Je kunt namelijk alleen in een andere toestand terecht­
komen, als je je op dit moment in de ene toestand
bevindt. We hebben eigenlijk geen aandacht voor on­
derzoek naar die basismisverstand. We zijn alleen maar
bezig om van de ene in de andere toestand terecht te
komen. Al die moeite om onze zelfverzonnen proble­
men op te lossen.
Totdat de vraag gesteld wordt: 'Is het wel zo dat ik
me in de een of andere toestand bevind?' Een diep-

9

gaand onderzoek naar die vraag is iets heel anders dan
proberen een beter mens te worden. Het is eenvou­
dig kijken of een aanname klopt of niet. Ik kan alle

Ik

toestanden beschrijven, ik kan alle eigenschappen van
welke toestand dan ook opnoemen. Ben ik dan niet in

ben een fragmentje

eerste instantie de waarnemer van al die toestanden?
Dat is een kwestie van onderzoeken, niet van geloven.
Want geloven ligt in de aannamesfeer en onderzoeken
is kijken, voor jezelf zien. Dat is de uitnodiging van
advaita.

A

fen toe verschijn ik, maar snel daarna verdwijn

.r\.i k weer. Van mijn lichaam is er geen één mole­

cuul hetzelfde als een paar jaar geleden, maar toch
denk ik dac ik dat lichaam ben. Ik ben voornamelijk
bezig mezelf ce verbeteren, want ik ben niet goed ge­
noeg zoals ik ben. Het kan altijd mooier, rijker, snel­
ler, geliefder, meer gerespecteerd, jeugdiger, knapper
of leuker.
De meeste gevoelens onderdruk ik. Angst, woede,
verdriet en jaloezie zijn niet welkom. Toch is het me
nog niet gelukt om ze helemaal uit mijn leven te ver­
bannen. Ik heb ontelbaar veel manieren uitgeprobeerd
om een beter mens te worden. Hypnose, meditatie,
astrologie, acupunctuur, tarot, pendelen, channelen,
lichtwerk, quantum touch, rebirthing, NLP, therapie,
het rijtje is eindeloos.

10

11

Toch hou ik het gevoel dat er nog iets ontbreekt aan
mijn leven. Ik voel me niet vervuld, niet begrepen, niet
geliefd. Op momenten dat het wél goed gaat, ben ik

Manieren om toch weer

achterdochtig. Ik ben namelijk gewend dat er altijd wel
iets kan gebeuren waardoor een meevaller toch weer

de doener te zijn

een tegenvaller kan worden. Om niet de hele tijd her­
innerd te worden aan de eindigheid van mijn bestaan
en aan alles dat ik kan verliezen, probeer ik mijn ge­
dachten op iets anders te richten. Op allerlei manieren
heb ik geprobeerd mijn denkpatronen te veranderen.
Ik probeer positief re denken, in alles het goede te zien.
Of ik probeer om niet te denken, ronder gedachten te
zijn. Zo leven de meeste mensen.

H

et idee de doener van 'jouw' acties te zijn, zit
diep geworteld. Met als gevolg dat we 'goede'

acties proberen te claimen, en 'foute' acties probe­
ren te ontkennen. Het wil er maar niet in dat al­
les spontaan verschijnt, en dat er geen doenerschap
aan ten grondslag ligt. De persoon als doener is óók
een verschijnsel, en niet de veroorzaker van gebeur­
tenissen. Hij is zelf een gebeurtenis. De acteurs kij­
ken niet naar de film, maar bevinden zich in de
film.
Maar we zijn meesters geworden in het onszelf voor
de gek houden. En er zijn altijd wel manieren te vin­
den om stiekem toch weer een doener te introduceren.
Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die proberen alles goed
te praten onder het mom van spiritualiteit. Lekker al­
les doen waar je zin in hebt, en dan roepen dat het

12

13

niet uitmaakt omdat alles immers 'Bewustzijn' is, en
spontaan gebeurt.
Niets meer doen of ondernemen is ook

zo'n

trucje

dat vaak toegepast wordt. Dan word je een passieve

Zoeken

doener die een beloning voor die passiviteit verwacht.
'Waarom zou ik nog iets doen, als het toch niet uit­
maakt?' Het is geen kwestie van wel of niet iets onder­
nemen. Die zogenaamde 'ik', die wel of niet iets gaat
ondernemen is het probleem.

oeken betekent: over het nu heen kijken. Denken

Z

dat er een andere mogelijkheid is dan nu, en daar­

op focussen. Een statische gedachteconstructie prefere­
ren boven het dynamische nu. Een ideale situatie ver­
zinnen, datgene wat er verschijnt daarmee vergelijken,
en vervolgens oordelen dat 'wat is', niet voldoet.
Wat is, zal per definitie nooit voldoen aan wat voor
voorwaarden je ook stelt. Voorwaarden zijn namelijk
gedachtespinsels. Je neemt een aantal momentopna­
men uit het geheugen en daarmee construeer je een
'ideale situatie'. Die situatie heeft meestal te maken
met geluk, macht, controle, geld, veiligheid, allerlei
garanties, bevestiging, liefde, en ga zo maar door.
En dat alleen maar omdat je gelooft dat je een per­
soon, een ego, bent. En voor een ego is de wereld uiter­
mate onveilig, zijn er geen garanties, is er bevestiging

14

15

nodig, en moet er steeds maar weer aandacht naar toe.
De persoon en de zoekbeweging hebben met elkaar
te maken. Zolang je gelooft dat je dat ego bent, en

Analyseren en bereiken

meer niet, is er die zoekbeweging. Harder zoeken, of
op een andere manier zoeken, of net doen of je niet
meer zoekt, is allemaal geen oplossing. Zie het misver­
stand, doorzie de persoon en herken de idioterie van
het zoeken.

e zijn op een dusdanige manier geconditio­

W

neerd dat we alles in termen van bereiken zien.

Bovendien zijn we gewend geraakt aan de illusie dat
iets er duidelijker op wordt naarmate we er meer denk­
plaatjes bij verzinnen.
Maar een uit-een-zetting levert nog geen eenheid
op, en een ver-klaring brengt nog geen klaarheid. Van­
daar dat in de advaita traditie niet het accent ligt op
bereiken en intellectuele verklaringen, maar op de wer­
king van het denk.mechanisme

an

sich.

Omdat we zijn gaan geloven een persoon te zijn
en meer niet, hebben we een fobie opgelopen voor
niet-verklaren en de afwezigheid van denkpatronen.
En dus moeten we op een krampachtige manier aan
de gang om alles, maar dan ook letterlijk alles, in te
vullen.

16

17

Overal moet een verklaring bij, een beschrijving, een
kader, anders kunnen we het niet 'plaatsen'. Dan 'kun­
nen we er niets mee', en kunnen we het 'geen plek ge­
ven'. En, minstens zo belangrijk, we kunnen ook niet

Het denken kan niet voor het

meer 'zonder doel' zijn. De afurezigheid van projectie

waarnemen komen

zijn we als probleem gaan zien, tetwijl projectie nu net
de oorzaak is van alle problemen.
De fout die bijna elke spirituele zoeker maakt, is
het najagen van toestanden 'zonder gedachten', 'zon­
der doelen' en 'zonder verklaringen'. En dan maar de
hele dag hardop roepen dat je 'niets weet'. Van een 'we­
ter' word je dan ineens een 'niet-weter'.
Het denken wordt dan tot vijand gemaakt (wat het
niet is) en krijgt daardoor een onevenredig grote waar­
de toegekend (die het niet heeft). Je bent nog steeds
aan het proberen een toestand te bereiken, namelijk
een gedachteloze toestand.
Wil je serieus zelfonderzoek doen? Kijk dan naar

D

enken wordt waargenomen. Vanuit de onbe­
perktheid die we zijn kijken we naar alle gedach­

tes die langskomen. Vragen als: 'Hoe ga ik ergens mee
om?', zijn vragen op denkniveau. Je hoeft nergens mee

al deze mechanismen en herken ze als zodanig. Dan

om te gaan, je ziet dingen gebeuren, moeiteloos en

ontdek je ook dat het niet uitmaakt of ze er wel of niet

spontaan.

zijn.

Er is geen 'beste' manier om met dingen om te gaan,
er is niet een houding die de beste is in alle mogelijke
gevallen. Je kunt geen denksysteem verzinnen waarmee
je tussen de waarnemer en het waargenomene kunt
kruipen. Het denken is als instrument ongeschikt om
dat wat verschijnt een stapje vóór te zijn.
Dat betekent dat de vraag: 'Hoe moet ik leven?' een
onzinnige vraag is.
Er is geen hoe. Je ziet het verschijnen, dat is alles.

18

19

Zelfonderzoek is eenvoudig,
maar we houden van moeilijk

at doe je, als je iets wilt onderzoeken? Je kijkt,

W

zonder te weten waarnaar je kijkt. Als je name­

lijk wél meent te weten waar je naar kijkt, onderzoek
je niet. Dan projecteer je, en dat is iets anders dan on­
derzoeken.
Iemand die werkelijk onderzoekt, heeft ook geen
enkel idee over de uitkomst van dat onderzoek. Het
introduceren van een gewenst eindresultaat betekent
ogenblikkelijk het einde van onderzoeken.
Zelfonderzoek zal ook niet leiden tot conclusies,
want dat zijn verstandelijk beredeneerde optelsom­
men. Je zult er geen setje leefregels aan overhouden.
Voor mensen die in de huidige westerse maatschap­
pij zijn opgegroeid volgens de gebruikelijke conditio­
neringen, zal zelfonderzoek dan ook niet echt leuk zijn.

Want wij zijn opgegroeid met 'meten is weten', en met

21

'je moet een mening hebben' en met 'wat is je doel?'
Onderzoeken betekent niet dat je een aantal aha-mo­
menten! probeert te creëren, en dat je daar steeds meer
uitroeptekens bij krijgt en 'kennis' verwerft. De een­

Een 'belangrijke' gebeurtenis

voud van het kijken en niet-weten is zo dichtbij, dat je

in de toekomst

er bijna altijd overheen kijkt.

I

k interesseer me niet of nauwelijks voor voorspel­
lingen. Hooguit voor het weer, een paar uur van te­

voren. Ik moet dan ook altijd vrolijk lachen wanneer
het weerbericht van zondag over donderdag gaat. Ik las
ooit in een boek van Piet Vroon dat je vaker dan het
KNMI gelijk hebt als je het hele jaar lang voorspelt dat
het morgen precies hetzelfde weer als vandaag zal zijn.
Voor wat betreft deze desinteresse ben ik een bui­
tenbeentje, is me in de loop van mijn leven gebleken.
Horden mensen laten zich juist dolgraag vertellen wat
de toekomst in petto heeft. En daar zijn allerlei 'mid­
delen' voor, zoals astrologie, handlezen en tarot, maar
die laten we even buiten beschouwing.
Wat mij intrigeert, is dat er mensen zijn die net doen
of ze weten wat er in de toekomst gaat gebeuren, en dan
zijn er ook nog eens mensen die daarin geloven.

22

23

Hoe vaak in de geschiedenis is her al niet voorgekomen
dat er voorspellingen waren dat de wereld zou vergaan?
Of dat er een belangrijke ommekeer zou plaatsvinden?
Waarom zijn er zoveel mensen die net doen of ze we­

New age goeroe?

ten wat komen gaar?
Mijn ervaring is dat de oorzaak van dit soort ver­
schijnselen meestal veel simpeler is dan je zou ver­
wachten. Volgens mij zijn de meeste mensen gewoon
op zoek naar een vorm van controle of veiligheid, ze­
kerheid. 'Ik weet wat er gaat gebeuren, bij mij ben je
veilig.' Of: 'Ik sluit me bij jou aan, want jij biedt veilig­
heid en zekerheid.' Soms neemt het zelfs de vorm aan
van manipulatie en dreiging: 'Als je de Tien Geboden
niet opvolgt, kom je in de hel!'
Eigenlijk zijn dit allemaal bewegingen weg van de

nlangs kwam ik een artikel tegen naar aanleiding

angst. In plaats van te kijken wat angst is, verzinnen

0

we zo snel mogelijk strategieën om van die angst af te

der Smit. Meteen bij de titel gaat het al fout; hij was

van het overlijden van mijn leermeester Alexan­

komen, om er niet naar te hoeven kijken. Gek eigen­

helemaal geen 'new age goeroe'. Wikipedia zegt het

lijk. Je gegeven is angst, maar je verzint er een verhaal

volgende over de term 'new age':

bij omdat we geleerd hebben dat angst per definitie
negatief zou zijn. Dat is niet zo , want waarom zijn

'New age is een verzamelterm voor bewegingen van

er anders spannende films, gaan we bungeejumpen of

een nieuw mensbeeld die vanaf de tweede helft van de

een thriller lezen? Angst is op zichzelf niet goed of ver­

jaren 1960 in opkomst zijn. De aanhangers van new

keerd, angst is gewoon angst.

age trachten vanuit zichzelf de eigen persoon en daar­
mee de hele wereld op een hoger plan te brengen. Men
ervaart de eenheid van mens, natuur en kosmos. Men
hecht waarde aan intuïtieve en gevoelsmatige benade­
ring van problemen en zaken. New age wordt gezien
als een reactie op traditionele monotheïstische religies,
maar ook op materialisme, rationalisme en individu-

24

25

alisme. Uit deze bewegingen is ook een muziekstijl
voortgekomen, zie new age (muziek).'
Advaita gaat niet over een 'nieuw mensbeeld'. Advaita
gaat juist over het doorzien van alle beelden die we van
onszelf proberen te maken.

Weten datje stilte bent is iets anders
dan het ontbreken van activiteit

Advaita probeert ook niet om 'vanuit zichzelf de
eigen persoon en daarmee de hele wereld op een ho­
ger plan te brengen'. Wat Alexander juist overduidelijk
maakte, was dat er niet zoiets bestaat als 'vanuit de ei­
gen persoon', laat staan dat de wereld op een 'hoger
plan' gebracht moest worden. Het hele idee dat het
anders zou moeten zijn dan het nu is, berust op een
misverstand. Als er iemand was die dat helder kon uit­
leggen, was het Alexander wel.

1n de villa van Rama Polderman in Baarn gafSmit van­
afzijn 'verlichting' in 1978 (hij was toen dertig) voor­
drachten over de hindoeïstische advaita vedanta-filosofie,
die alle dualiteit ontkent. '

D

e stilte waarover in advaita gesproken wordt is
iets anders dan war er in het dagelijks leven mee

bedoeld wordt. Ten onrechte wordt vaak gedacht dar
zelfkennis stilte, of het ontbreken van gedachten op
zou leveren. Er zijn veel meditatietechnieken waarbij
het doel niet-denken is. En ik hoor vaak van bezoekers
van mijn satsangs dat ze het graag wat rustiger zouden

Advaita ontkent dualiteit niet, en dat heeft Alexander

hebben 'in hun hoofd'.

dan ook nooit gedaan. Hij zei juist altijd: 'Om iets te

De denkfout die hier gemaakt wordt is dat je be­

kunnen ontkennen, moet je het eerst gekend hebben'.

paald zou worden door wat er verschijnt. Als er veel

Het ontkennen van de dualiteit is onzin. Dualiteit

gedachten of heftige gevoelens verschijnen, trekken we

verschijnt, dat kan iedereen onmiddellijk zien. Het

de conclusie dat we daardoor uit ons centrum gehaald

enige dat advaita in het algemeen en Alexander in het

worden. Maar dat is een onjuiste conclusie.

bijzonder beweert, is dat dualiteit wordt gedragen in
iets dat geen dualiteit is. En dat is je ware natuur.

Essentie kan nooit verstoord worden door vorm.
Het maakt niet uit hoeveel vormen er verschijnen, hoe
interessant ze lijken, of hoe imponerend ze overko-

26

27

engen aan
men. Een tsunami kan nooit schade toebr
heel vlak en
water. Als je verwacht dat je gevoelsleven
hebt wat je in
rustig zal worden als je eenmaal ontdekt
kanten op, en
wezen bent, zit je ernaast. Het kan alle
erdoor geboeid
het zal altijd boeiend zijn zonder dat jij
wordt.

Je kunt alleen in discussie gaan over
datgene waarover je onzeker bent

en discussie is een gesprek waarin twee deelnemers

E

elk hun eigen mening verdedigen. Je kunt over van

alles en nog wat een mening hebben, maar dat is iets

anders dan weten. Een mening heeft te maken met per­
soonlijke voorkeur, of met conditionering, of met geloof.
Hoe serieuzer de deelnemers hun eigen mening nemen,
des te groter de kans dat de discussie op ruzie uitloopt.
Wat betreft het hebben van meningen zijn we de
meest opportunistische wezens die er bestaan. We me­
ten ons gewoon die mening aan die ons op dat mo­
ment het beste uitkomt. Neem als voorbeeld de ruzies
die je in een relatie kunt hebben. Het ene moment
roepen we dat we ruimte nodig hebben, het andere
moment dat de ander te weinig belangstelling toont.
Of we klagen dat we aandacht tekort komen, en later
dat de ander ons verstikt of stalkt.

29
28

wordt, grijpen we
Als onze mening niet gerespecteerd
ipulatie, intimidatie
naar machtsmiddelen zoals man
n als: 'Wacht
en dreigingen. Dan krijg je uitsprake
zien!', of: 'Je komt
maar afl', of: 'Je zult het nog wel

Vanuitje zelfbeeld kom je
nooit tot Bewustzijn

jezelf nog wel tegen!'.
.
relanef. Je kunt teMeningen en overtuigingen zijn
meni g. Maar
is e
gen ultrarechtse politiek zijn, dat
t z1Jn, dat is een geje kunt niet tegen de zwaartekrach

��

geven.

. ..
essentte ZIJn, kunTwee mensen die weten wat ze in
zal nooit een dis­
nen er uiteraard over praten. Maar er
is er geen onzeker­
cussie ontstaan. Van beide kanten
discussiëren? Wat
heid, dus waar zou je over moeten
hreven worden.
we zijn kan op talloze manieren besc

H

et lastige van zelfonderzoek is dat we het bijna al­
tijd benaderen vanuit de illusie dat we denken een

persoon te zijn, terwijl werkelijk zelfonderzoek juist de
vraag: 'Bén ik eigenlijk wel een persoon?' bekijkt. Een
benadering vanuit een persoonlijk perspectief kenmerkt
zich door een groot 'bereiken' -gehalte. En het vervelen­
de van bereiken is dat het per definitie in de toekomst
ligt, waardoor we over het nu heen kijken.
Als het grootste deel van onze aandacht bij bereiken
en projecteren ligt, onderzoeken we niet, maar zijn we

al

aan

de slag gegaan, op zoek naar een betere situatie

voor de persoon. We passen gewoon dezelfde truc toe
op zelfonderzoek die ons ons hele leven al verteld is; er
ligt een beloning in de toekomst.
Het volkomen helder inzien van deze strategie be­
tekent onmiddellijk ontspanning. En dan hoef je niet

31
30

vanuit een zelfbeeld tot Bewustzijn te komen. Dan zie
je dat het helemaal niet nodig is, omdat je nooit iets
anders dan Bewustzijn bent geweest. In plaats van dat

Een persoon heeft nooit
genoeg aan zichzelf

je vanuit de illusie een deeltje te zijn het geheel pro­
beert te zien, zie je dat het juist precies andersom is.
Zelfrealisatie voor een persoon is onmogelijk. We
zien die persoon verschijnen en verdwijnen, maar om­
dat die verschijnselen op elkaar lijken concluderen we
ten onrechte dat die persoon continu is. Maar verschij­
nen en verdwijnen impliceert discontinuïteit.
Zelfonderzoek betekent dan ook niet dat je er steeds
meer inzichten en wijsheden bij krijgt. Het betekent
dat je steeds meer bijgeloof kwijtraakt.

anuit de wetenschap dat ik Bewustzijn ben, kan

V

er nooit een zoekbeweging ontstaan. Vanuit de

illusie dat ik een persoon zou zijn, wel. De reden daar­
voor, is dat een persoon discontinu is. Soms is hij/zij
er wel, soms niet.
Als we ons identificeren met die persoon, ontstaat
er ook onmiddellijk de behoefte aan continuïteit en
geluk voor die persoon. En dan ontstaat de onmoge­
lijke situatie dat er naar iets blijvends gezocht wordt,
voor iets dat in zijn aard veranderlijk is.
De oplossing voor dit probleem is niet dat je nog
harder moet zoeken, of dat je op een andere manier
zou moeten zoeken. De oplossing ligt in het ontdek­
ken wat zoeken eigenlijk is en hoe het begint.

32

33

Meeschuivende referentiekaders

I

n onze maatschappij is ons geleerd dat we op zoek
moeten naar verbetering. Verbetering is een eigen­

aardig fenomeen. We kunnen namelijk alleen bepalen
of iets verbeterd is als we het kunnen vergelijken met
een vorige situatie. Dat werkt als volgt: we proberen in
te schatten wat onze huidige situatie is, en gaan daarna
energie steken in het verbeteren van die situatie. Als
dat lukt, zijn we even tevreden.
Al vrij snel daarna gaan we de nieuwe verbeterde
situatie als normaal ervaren en niet meer als een ver­
betering. Ons referentiekader schuift mee en er wordt
een nieuwe, betere situatie verzonnen, en dan begint
het spelletje weer van voren af aan.
Als je merkt dat je probeert jezelf te verbeteren,
vraag je dan eens af: Wat is mijn huidige situatie? En
dan heb ik het niet over omstandigheden, want dat

35

zijn waargenomen verschijnselen. Wat is de situatie
van diegene die al die omstandigheden waarneemt?
Als je een beetje intelligent bent, zul je er snel ach­
ter komen dat je geen eigenschappen kunt toekennen
aan datgene wat alle eigenschappen waarneemt. Hoe

Hoe houdje realisatie in stand?

zou je iets, dat geen eigenschappen bezit, willen verbe­
teren? Er is geen referentiekader voor wat we wezenlijk
zijn, en daar valt dus ook niets aan te verbeteren.

E

en vraag die ik nogal eens krijg is: 'Ik heb ooit wel
heldere momenten gehad, maar die verdwenen al­

tijd weer'. Het kan natuurlijk zijn dat je ineens een
inzicht krijgt, wat vaak gepaard gaat met gevoelens van
helderheid en transparantie. Op die momenten is het
allemaal zó simpel en duidelijk, dat je je absoluut niet
voor kunt stellen dat het ooit onduidelijk was.
Des te groter is dan de teleurstelling als al die ge­
voelens die bij zo'n helder moment horen, ook weer
blijken te verdwijnen. Het zijn van die momenten van
de waarheid (mijn leraar noemde het altijd 'reality­
checks'), waarop eventuele ideeën die je gemaakt hebt
over hoe 'het zal zijn' als je het eenmaal gezien hebt,
boven water komen.
Tijdens de laatste satsang schoot me een voorbeeld
te binnen van iemand die stopt met roken. De versla-

36

37

ving van het roken heeft wel parallellen met de ego­
addictie. Zodra je stopt met roken, ben je in het begin
nog een roker, maar dan eentje die niet rookt. Maar:
je bent gestopt! En dan kan er een overwinningsgevoel

Aantrekken of afstoten

opkomen omdat je het voor elkaar hebt gekregen om
niet meer te roken. Naast alle afkickverschijnselen is er
ook een gevoel van triomf.
Een maand later is dat gevoel al een stuk minder.
Van een roker die niet rookt, ben je al bijna een niet­
roker geworden. Er zullen momenten zijn dat je snakt
naar een sigaret, dus er is nog wel strijd. Maar stel dat
je het trucje van de rookverslaving doorzien hebt, dan
is die strijd al een heel stuk minder dan een maand
daarvoor.
Een jaar later denk je niet eens meer aan roken. Als
iemand je zou vragen: 'Hoe speel je het voor elkaar om
niet te roken?', zou je niet weten wat je moet zeggen,
terwijl die triomfantelijke gevoelens van de eerste tijd
dat je niet rookte allang verdwenen zijn. Het niet-ro­
ken is niet meer afhankelijk van die gevoelens.
En zo is het ook met zelfrealisatie. Denk niet dat al
die mooie gevoelens, die bij inzichten optreden, zul­
len blijven hangen. Ook die verdwijnen, want wat een
begin heeft, heeft ook een einde. Ook iemand die weet
wat hij is heeft rotdagen en mooie dagen. De vraag:
'Waarom moet MIJ dit nou overkomen?' is weliswaar
afwezig, maar ups en downs gaan gewoon door. Dat is
dualiteit en dat noemen we 'leven'.

H

et beginsel dat de persoon waarneemt, noem ik

Absoluut Bewustzijn. Maar wat we waarnemen

is niets anders dan onsZelE Vandaar dat het heel merk­
waardig is dat we sommige dingen naar ons coe probe­
ren te halen en andere dingen proberen weg te duwen.
Een gevoel als angst is geen anomalie in Bewustzijn,
het is gewoon Bewustzijn dat de vorm aanneemt van
het waarnemen van een verschijnsel. In essentie ben
je nergens niet en zou je voortdurend kunnen zeggen:
'Hé, ik hier?' of: 1t is 1!' Dat we dingen naar ons toe
zouden kunnen halen of juist van ons af zouden kun­
nen duwen, is dan ook strikt genomen onmogelijk.
Het waarnemen van een gevoel is exact hetzelfde als
het waarnemen van een wegduwbeweging. De instin­
ker is dat er een scheiding zou kunnen bestaan tussen
ik en niet-ik. Zolang nog niet duidelijk is dar er niets

38

39

anders is dan Bewustzijn, zullen de aantrek- en weg­
duwbewegingen voor werkelijk aangenomen worden.
Aantrekbewegingen, omdat je meent dat je iets mist

Zelfonderzoek doen

en probeert om meer of beter te worden. Afstootbewe­
gingen, omdat je denkt dat het mogelijk is om ergens
niets mee te maken te hebben. En allemaal omdat niet
is ingezien dat de grondstof (Absoluut Bewustzijn) en
de vorm (verschijnselen als gedachten en gevoelens) in
essentie niet verschillen.
Hout zal nooit een plank proberen af te stoten, wa­
ter zal nooit proberen een golf naar zich toe te trek­
ken, goud zal nooit proberen zoveel mogelijk sieraden
te verzamelen. What's the point? Je bént het al, dus je
kunt niet meer, of minder jezelf worden. You are what
youis!

elfonderzoek doen is wezenlijk anders dan aan de

Z

slag gaan met jezelf Zelfonderzoek houdt in dat je

kijkt wie of wat je bent en dat je nog niet weet wat de
uitkomst zal zijn. Je weet zelfs niet óf er wel een uitkomst
zal zijn. Als je durft toe te geven dat je weinig tot niets

weet en tegelijkertijd een enorme nieuwsgierigheid hebt
naar zelfkennis, ben je toe aan wezenlijk zelfonderzoek.
Met jezelf aan de slag gaan is iets anders. Je denkt
dan namelijk te weten wat je huidige situatie is, en ook
wat de gewenste situatie is.
Dat is geen onderzoeken, dat is naar een resultaat
toewerken. Bij deze vorm komt juist heel veel 'kennis'
kijken, in die zin dat je veel informatie leert onthouden
en die ook toepast. Zo kun je bijvoorbeeld veranderen
van iemand die moeite heeft om over zijn gevoelens te
praten in een assertief iemand.

40

41

Veel mensen denken dat het het één of het ander moet
zijn. Maar dat hoeft helemaal niet. Er zijn wel verschil­
len, maar zelfonderzoek en werken aan jezelf hoeven
elkaar helemaal niet wederzijds uit te sluiten. Er is al­

Dualiteit

leen één probleem: hoe kun je werken aan jezelf als je
niet honderd procent twijfelloos weet wie je bent? Ik
weet niet hoe een motor werkt, maar ik ga er toch aan
sleutelen. Het antwoord is vrij simpel: dat kan even­
goed.
Chirurgen weten nog lang niet hoe ons lichaam
precies werkt, maar ze kunnen er toch aan sleutelen,
door bijvoorbeeld je blindedarm te verwijderen. De
oplossing die dat oplevert, is natuurlijk wel een tijde­
lijke. En dat is precies hoe het werkt met werken aan
jezelf: omdat je met een fragment bezig bent, krijg je
een fragmentarische oplossing.

H

et hebben van ervaringen is onlosmakelijk ver­
bonden met dualiteit. Als er geen beweging zou

Het leuke van wezenlijk zelfonderzoek is dat je di­

zijn in Bewustzijn, ervaren we niets. Afgelopen week

rect naar de bron gaat. Dus voordat we oplossingen

had ik een leerling op pianoles die een heel lekker

gaan zoeken, gaan we eerst eens kijken of er überhaupt

luchtje op had

wel een oplossing nodig is. We gaan dus niet

de

(Bruno Banani), dus ik zei tegen haar: 'Goh, wat

slag met het een of ander, we gaan kijken wat er al­

een heerlijk geurtje heb je op!' Ze zei: �a. dus je

lemaal gebeurt in Bewustzijn. Niet om een resultaat te

ruikt het wel? Zelf ruik ik het niet meer, namelijk.'

bereiken, maar gewoon uit nieuwsgierigheid. Belang­

Zo werkt het met ervaringen. Als er geen verschil is

aan

stelling is al een gek woord, want het gaat niet om be­

met iets dat daarvoor kwam, ervaren we niets. Koop

lang. Kijken, dat is belang-rijk.

maar eens een nieuw horloge en doe het om. In het
begin ben je je zeer bewust van het bandje om je pols,
maar al vrij snel voel je niets meer. We kunnen uren
zoeken naar een bril die achteraf op ons voorhoofd
blijkt te staan. Als er alleen maar één tint groen zou
zijn en verder niets, zouden we niet weten wat kleu-

42

43

ren zijn. Juist omdat er diversiteit is, kunnen we kleu­
ren ervaren.
Hoe mooi en prachtig sommige ervaringen ook

Uitzicht op inzicht

kunnen zijn, ze hebben allemaal de eigenschap dat ze
voorbij gaan. Dat kan ook niet anders, want er kan
alleen een ervaring zijn wanneer er een verschil is met
een voorafgaande. Voor minder leuke ervaringen is dat
natuurlijk voordelig. En voor leuke ervaringen is het
jammer als ze voorbij zijn.
We maken een denkfout als we op zoek gaan naar
degene die ervaart. Dat wat alle ervaringen waarneemt,
kan zelf nooit een ervaring zijn. We kunnen niet er­
varen wat we in essentie zijn. Dat houdt in, dat wat
we in werkelijkheid zijn, geen begin heeft en ook geen
einde, zoals ervaringen dat wél hebben. We kunnen
alleen zijn wat we zijn, onbegrensd, niet afgebakend,
niet beïnvloed door omstandigheden.

H

et hebben v�n inzichten op het gebied van zelf­
onderzoek

is een merkwaardig

verschijnsel.

Neem alleen het woord zelf al. Het gaat over in-zien,
wat al een beetje aangeeft dat het dieper gaat dan ge­
woon ergens naar kijken. Als iemand zegt: 'Ik zie het,
ik snap wat je bedoelt', dan heeft dat niet het eureka­
gehalte van een alles doordringend inzicht.
Wat er optreedt bij een helder inzicht zou je een
soort supergeleiding kunnen noemen. Je hoort iets, of je
leest iets en ineens is het glashelder waar naar verwezen
wordt. Waarschijnlijk kun je het niet eens uitleggen of
verklaren, maar om die helderheid kun je niet heen.
Wat nog wel eens problemen op kan leveren is het
proberen te herhalen van momenten van helder in­
zicht. Je gaat dan uit zitten kijken naar een herbeleving
van iets dat allang weer weg is. Uitzicht op inzicht.

44

45

Iets proberen te herhalen is altijd niet-begrijpen. Je
hebt dan namelijk niet door dat het nu altijd nieuw
is. Van iemand die zelfonderzoek doet word je een ge­
nieter van spirituele toestanden. Maar inzichten treden
spontaan op en verdwijnen weer spontaan.

Herinneren en onmiddellijk weten

Is zelfrealisatie dan geen inzicht? Ach, het is maar
hoe je het formuleert. Maar het zal niet tot gevolg heb­
ben dat je gaat proberen bepaalde gebeurtenissen te
herhalen, of mooie momenten vast te houden.
Bij zelfrealisatie zie je van top tot teen en door en
door dat je als Bewustzijn de essentie van alle dingen
bent, dus het gevoel dat je iets ontbreekt en elke zoek­
beweging die daaruit voortvloeit wordt onmogelijk
vanwege de absurditeit ervan.

Z

elfonderzoek is geen kwestie van dingen onthou­
den en ze, indien nodig, op kunnen dreunen. Het

betekent dat je onderzoekt wat je nu eigenlijk weet.
Welke kennis in je is twijfelloos? En welke kennis
bestaat uit aannames die (impliciet) niet onderzocht
zijn?
Meningen, stellingen en overtuigingen horen alle­
maal tot het terrein van denken, dus van herinnering
en geheugen. En geheugen is uiterst onbetrouwbaar.
Ga bijvoorbeeld maar eens na hoeveel procent je je
nog exact herinnert van vandaag, acht weken geleden.
Herinnering is: 'Oh ja, dat was ook zo.' Dat is het
vergelijken van concepten en tot de slotsom komen
dat ze overeenstemmen. Onmiddellijke kennis is an­
ders. Het is weten, kennen, waarnemen zelf. Als ge­
heugen 'oh jà is, is onmiddellijk weten 'ja'. Je weet

46

47

twijfelloos dat je bent, dat hoef je niet uit je geheugen
op te vissen.
Gevoelens worden onmiddellijk gezien. De etiketjes

De persoon is een hokje

die erbij horen (zoals woede of blijdschap ), zijn geheu­
gen. Dat is trouwens geen pleidooi voor onmiddellijk
weten en ook geen aanklacht tegen het geheugen. Er is
geheugen, en er is het onmiddellijke zien.
Geheugen is prima geschikt om momentopnamen
van voorbije gebeurtenissen tevoorschijn te toveren,
maar geheel ongeschikt om exact in kaart te brengen
wat we in essentie zijn.

N

iemand vindt het leuk om in een hokje gestopt
te worden. Zodra iemand anders probeert ons

tot een concept te reduceren gaan onze nekharen over­
eind staan. Dan zegt iemand bijvoorbeeld: 'Oh, dat is
typisch wat voor jou!' Daarmee proberen ze dan aan te
geven dat ze je door en door kennen, maar in feite is
het kleinerend. Wanneer iemand tegen je zegt: 'Ik weet

precies hoe jij bent!' denken ze dat ze doorhebben hoe
'jij' in elkaar zit. In feite zijn ze alleen maar geïnteres­
seerd in hun eigen projecties over jou.
Waarschijnlijk is het bovenstaande niet al te inge­
wikkeld om te volgen.
Dat heeft ermee te maken dat het gaat over wat er
eigenaardig is aan het gedrag van ándere mensen. Maar
als we de blik op onszelf richten wordt het nog veel
gekker. Als we het niet leuk vinden dat andere mensen

48

49

ons in een hokje stoppen, waarom doen we het dan
zelf wél? Want het geloof slechts een persoon te zijn,
komt op precies hetzelfde neer. Een persoon is net zo

Begrippen en begrijpen

goed een hokje als elk ander hokje.
Een hokje is een concept, en de persoon is evenzo­
goed een concept. Niets aan de hand, tot we er meer
van proberen te maken dan het is. Tot we het tot norm
gaan verheffen. Zolang we het herkennen voor wat het
is - een concept - blijft het speels en relatief. Hoe seri­
euzer en belangrijker de persoon wordt, des te groter
de kans op problemen. En vergis je niet: ook het weg­
wensen van de persoon is het serieus nemen van de
persoon.

I

emand begrijpen is in feite niet meer dan een aantal
begrippen op een rijtje zetten en denken dat je daar­

mee die ander in kaart hebt gebracht.
Je vergelijkt je eigen denkbeelden met de concepten
van de ander en als het ongeveer overeenkomt, denk je
dat je die ander begrepen hebt.
Eigenlijk is dat heel kleinerend, want je denkt dat
die ander tot een begrip, tot een concept, terug te bren­
gen is. Wanneer twee mensen ruzie hebben en op hun
strepen gaan staan, krijg je exact hetzelfde verhaal.
Of het nu gaat om aantrekken of afstoten, het gaat
nog steeds om niets meer dan de concepten die je van
de ander maakt en, belangrijker, de waarde die je aan
die concepten toekent.
Denken dat je iemand anders begrijpt is dus een
misverstand. Proberen door iemand anders begrepen

50

51

te worden ook. Begrepen worden lijkt fijn, maar het
is het nét niet. Als je dit niet door hebt, zul je op zoek
gaan naar steeds meer begrip vanuit je omgeving. Dat
werkt contraproductief en zo creëer je een vicieuze

Acceptatie is nooit denkwerk

cirkel. Hoe meer je probeert begrip, bevestiging en
aandacht te kweken, hoe vaker men zal proberen je te
ontlopen.
Al deze misverstanden hebben ermee te maken dat
we vergeten zijn dat we niet alleen maar concepten
zijn. Persoonlijkheid, ego, het zijn allemaal concepten.
En wij zijn datgene waarin al deze dingen waargeno­
men worden.
Ik noem het Absoluut Bewustzijn, maar elke bena­
ming is opnieuw een concept. En het draait niet om de
concepten, maar om datgene waarnaar ze verwijzen.

aak gebeuren er dingen die we niet willen,

V

maar waar we niet omheen kunnen. Er is een

aantal gevoelens waaraan standaard het etiketje 'niet

in orde' hangt. Angst is bijvoorbeeld zo'n gevoel.
Zodra dat verschijnt komt even later de gedachte
'weg hiermee' op.
De gedachte over een gevoel komt dus altijd later
dan het gevoel. Nu hebben we van vrij veel gevoelens
geleerd dat ze negatief zijn. Toch heeft iedereen van
tijd tot tijd gevoelens als angst, verdriet, kwaadheid
enzovoort. Hoe zwaarder het oordeel over deze gevoe­
lens gaat wegen, hoe groter ook het conflict met deze
gevoelens.
Velen van ons proberen het conflict op te lossen
door de negatieve gedachten over bepaalde gevoelens
te vervangen door positieve gedachten.

52

53

We gaan 'positief denken'. Er komt dan bijvoorbeeld
verdriet op, en iets later zeggen we: 'Dat was goed,
want dat moet je uiten. Dat verdriet mag er zijn'.
Met acceptatie heeft dit echter niets te maken. We

Honger en eten

hebben gewoon het negatieve oordeel verruild met een
positief oordeel. Het blijft oordelen, en ook de posi­
tieve gedachten komen ná het gevoel op.
Op het moment dat een gevoel opkomt zijn wij ge­
woon de Openheid waarin dat gevoel verschijnt. We
zijn eenvoudig de Beschikbaarheid die het mogelijk
maakt dat er gevoelens verschijnen. Het onmiddellijke
waarnemen van een gevoel is de acceptatie ervan. Aan­
gezien het denken per definitie achter de feiten aan­
loopt, is het voor het denken onmogelijk om nog iets
met een gevoel te doen dat allang verschenen (en dus
geaccepteerd) is.
Acceptatie is geen actie van het denken. Ook ge­
dachten worden geaccepteerd.

an tijd tot tijd krijg je honger en heeft je lichaam

V

voedsel nodig. Na het eten voel je je voldaan en

is het hongergevoel verdwenen. Je zou dus zeggen dat

eten dé oplossing is voor honger. Maar dat is maar
ten dele waar. Eten zorgt er inderdaad voor dat het
hongergevoel tijdelijk verdwijnt, met de nadruk op
tijdelijk. Als je een paar uur wacht, krijg je al weer
trek. En als je nog langer wacht, wordt het vanzelf
weer honger.
Zit ik nu ingewikkeld te doen op niets af? Een
beetje wel. Want wat is het probleem nou eigenlijk?
Als je honger hebt, eet je. Klaar. Wij hebben het geluk
dat we in een deel van de wereld wonen waar voedsel
genoeg is.
Maar stel nu dat we niet op zoek gaan naar een tij­
delijke oplossing voor honger, maar een blijvende.

54

55

Je zou kunnen proberen om vaker te eten. Of om an­
dere dingen te eten.
Maar het feit blijft dat je niet definitief kunt op­
houden met eten. Als we van honger een probleem

Verschijnen en verdwijnen

zouden maken, ontdekken we dat er geen definitieve
oplossing voor is.
Precies op dezelfde manier is het met het zoeken
naar bevestiging, status, macht en erkenning. Als je
daar echt een probleem van maakt en probeert langs
die weg tot een definitieve oplossing te komen, zul je
merken dat er op die golflengte geen oplossing bestaat.
Hoeveel bevestiging je ook zult krijgen, hoeveel erken­
ning er ook zal zijn voor wat je gedaan en bereikt hebt,
je zult altijd op zoek gaan naar meer. Je komt nooit op
een punt waarop het genoeg is.
Er is dus geen blijvende oplossing voor honger naar

G

evoelens verschijnen in ons en wij nemen ze waar.
Met gedachten is het net zo. Er kunnen veel din­

voedsel of een zoektocht naar bevestiging of status. Is

gen ingewikkeld lijken aan zelfonderzoek, maar dit

dit erg? Welnee. Je ziet gewoon het patroon: honger

onderdeel is vrij simpel te zien. Denken en voelen ver­

- eten - honger - eten. Het is een cyclus die zichzelf

schijnen niet alleen in ons, ze verdwijnen ook weer in

in balans houdt. Met zoeken naar psychologisch geluk

ons. Tot zover allemaal eenvoudig, geen vuiltje aan de

is het patroon ook zo: zoeken - bevestiging - zoeken

lucht.

- bevestiging.

Maar dan vraagt iemand bijvoorbeeld op satsang

Wat op zichzelf geen probleem is, namelijk zo'n

plotseling aan mij: 'Hoe zorg ik ervoor dat ik niet meer

waargenomen beweging in Openheid, kan het wel

zo word meegesleept door mijn gevoelens?' En dan is

worden als je denkt dat je onderdeel van zo'n bewe­

er ineens iets geks gebeurd: we draaien de boel om en

ging bent. Dat je in een cyclus mee zou draaien. Als je

beweren dat wij in onze gevoelens kunnen verdwijnen.

zo'n cirkelbeweging ziet, en jezelf afvraagt: 'Hoe kom

Dat objecten als denken en voelen in óns verschijnen

ik daar uit?', dan is het antwoord: je bént er al uit, an­

was meteen helder, maar blijkbaar gaat er geen belletje

ders zou je het niet waar kunnen nemen.

rinkelen als we dan later zeggen dat we verdrinken in
heftige emoties.

56

57

Je kunt niet verdwijnen in een gevoel. Je kunt ook niet
verschijnen in een gevoel. Wat er wél gebeurt is dat
de persoonlijkheid vaak even afwezig is wanneer er

Geen Tefal pan,

sterke gevoelens optreden. Aangezien we onszelf per
abuis voor de persoonlijkheid aanzien, denken we dat

maar de ultieme oplossing

we erin kunnen verdrinken. Maar hoe zouden we kun­
nen verdwijnen, als we juist datgene zijn waarin alles
verdwijnt?
Alles verdwijnt in ons, niet andersom.

v:

eel mensen denken dat niets je meer raakt als je

gerealiseerd bent, en dat zich dat uit in een ge­

lijkmatige houding en een harmonieus gevoelsleven.
Volkomen stoïcijns en onaangeraakt gaan ze door het
leven, die verlichten. Wat er ook gebeurt,

ze

blijven er

absoluut onverschillig onder.
Het is een veel voorkomende projectie en natuur­
lijk klopt hij niet. Je wordt geen Tefal pan, waar niets
vat op heeft en alles vanaf glijdt.
Natuurlijk, ik ben Absoluut Bewustzijn. Maar die
ontdekking vervreemdt mij niet van de wereld zoals
die verschijnt. Zelfrealisatie betekent niet dat je je af­
sluit voor de wereld, maar juist dat je ontdekt dat je de
totale openheid bent waarin de wereld verschijnt.
Vroeger werd elk gevoel meteen aan een persoon
gekoppeld, gevolgd door allerlei projecties over het

58

59

hele gebeuren. Het hele proces voelde aan als een
kramp. Volgens de Tefal pan strategie zou ik nergens
meer door geraakt moeten worden. Maar precies het

De persoonlijkheid als doener

tegenovergestelde is gebeurd.
Alles raakt me. Ik ben elk gevoel en elk gevoel wordt
honderd procent geaccepteerd en ervaren. Ik kan nooit
meer zeggen: 'Dat is mijn pakkie an niet', want ik ben
alles. Ik ben dus niet in een gepantserde houding te­
rechtgekomen waarin ik volkomen onkwetsbaar op
veilige afstand naar de wereld kijk.
Alles verschijnt in Mij, wordt in Mij gezien en lost
ook weer op in Mij.
Ik ben de Ultieme oplossing.

I

n het denken is een subtiel misverstand aan de hand
, namelijk dat de persoonlijkheid de doener der din­

gen zou zijn. Dingen gebeuren vanzelf, maar we ne­
men aan dat er een 'iemand' is die het doet. We ken­
nen da'armee de persoon een zelfstandigheid toe die er
helemaal niet is. De truc van een doener hangt samen
met de poging controle te krijgen over ons leven.
Als er dan iets leuks of goeds gebeurt, kunnen we
zeggen: 'Dat komt door mij, dat heb ik gedaan'. Na­
tuurlijk kunnen er ook minder leuke dingen gebeuren,
en dan moeten we zorgen dat we niet als de schuldige
worden aangewezen. Er zitten twee kanten aan.
'Natuurlijk ben ik de persoonlijkheid niet', hoor
ik vaak roepen door mensen die zelfonderzoek doen.
'Dat snap ik allang.' Maar het probleem van de per­
soonlijkheid ligt genuanceerd. Het best ontwikkelde

60

61

vermogen

van

de mens is het vermogen om zichzelf

voor de gek te houden (Alexander Smit). Op allerlei
slinkse manieren komt die zogenaamde doener vaak
tóch weer om de hoek kijken.

Kijken en bereiken

Je hoort spirituele zoekers bijvoorbeeld nog wel
eens roepen: 'Laat het maar gewoon gebeuren'. Dat is
volkomen de plank mis slaan en introduceert op een
subtiele manier toch weer een doener, namelijk een
spirituele doener die de dingen zou laten gebeuren.
Alsof gebeurtenissen toestemming nodig hebben om
te verschijnen.
Het is ook zinloos om er naar te streven dat de per­
soonlijkheid verdwijnt of verandert. Het is gewoon een
serie concepten die verschijnt en verdwijnt. Het weg­
wensen van de persoonlijkheid is doorschieten naar de
andere kant. Ego is niet de vriend, maar ook niet de
vijand. Proberen er vanaf te komen komt voort uit een
overwaardering.

Z

odra ik mezelf eigenschappen toeken, valt er iets
te verbeteren.

Wanneer ik denk dat ik leuk ben, kan het altijd nog

een stuk leuker.

Wat ik ook nog wel eens zie, is dat mensen de per­

Alle verbetering die er mogelijk is, bevindt zich op

soonlijkheid als een soort acteur zien waar zij zelf niets

het niveau van de eigenschappen. Je kunt geen eigen­

mee te maken hebben. Dan zeggen ze bijvoorbeeld:

schap opnoemen of hij is wel voor verbetering vatbaar.

'John is boos, laat hem maar lekker'. Onder het mom

Er is dan ook een hele wereld aan cursussen te vinden

van: '.Alles is Bewustzijn, hier ben ik en dáár is de we­

waarmee je aan de slag kunt.

reld' heb je de perfecte uitvlucht gecreëerd (voor wie?)
en ben je niet meer aanspreekbaar voor je omgeving.
Snappen hoe het zit met de illusie van de doener
houdt in dat er geen bemoeienis is met die doener.

Kijken is van een andere orde. We kijken naar alles,
inclusief alle verbeteringsmechanismen, alle denkspel­
letjes, alle strategieën ter decoratie van het ego, en bo­
vendien alle oordelen daarover. In kijken zélf zit geen
oordeel, want ook diezelfde oordelen worden gezien.
Het leuke van dit kijken is dat je er niet 'uit' kunt.
Je kunt niet besluiten te gaan kijken, je bént al gewaar.

62

63

Waarnemen is geen acuv1te1t, het is onmiddellijk.
Soms lijkt het zo te zijn dat we 'meegenomen' kunnen
worden door heftige verschijnselen. Dat we uit 'ons
centrum' weggesleurd kunnen worden. Maar hoe kan

Meditatie

het dan dat we later exact kunnen navertellen wat er
gebeurd is? Omdat we bewust zijn.
Dit schouwen van dingen valt buiten de sfeer van
'bereiken', omdat het al

zo

fs. Als je deze waarheid uit

het oog verloren bent, en denkt dat je een rijtje eigen­
schappen bent, ga je als een dolle te keer om te berei­
ken wat je al bent. Als een kip zonder kop ga je van
alles ondernemen, op zoek naar 'jezelf'.
Bereiken is tijdelijk, kijken is tijdloos.

S

ommige mensen denken dat je door te mediteren
in een andere geestestoestand terechtkomt waarin

alles rustig en harmonieus wordt.
Dat de persoonlijkheid oplost en dat je 'de een­
heid ervaart'. Meditatie, op die manier gezien, is dan
gewoon hetzelfde als stemmingmakerij of een geleide
fantasie.
Je creëert dan namelijk een aantal voorwaarden en

als daaraan voldaan is zou je de juiste state ofmind be­

reikt hebben. Als je een toestand wilt oproepen waarin
alles rustig en harmonieus is en waarin de persoon is
opgelost, zou je net zo goed een dutje kunnen doen.
Dat heeft exact hetzelfde effect.
Werkelijke meditatie is niet afhankelijk van het wel
of niet verschijnen van de persoonlijkheid, of van het
scheppen van een fijne sfeer en/of de juiste omstandig64

65

heden. Het is de realisatie dat onze ware natuur niet
verstoord kan worden. Je kunt er dus geen oefening
van maken. Iemand die zegt dat hij 'meditatie beoe­
fent', heeft het dan ook niet begrepen.

Maniërisme

Misschien een leuk experiment om eens uit te voe­
ren: zorg voor een mooie ruimte met zachte kleuren en
een fraaie lichtval. Zorg dat het lekker ruikt, met een
wierookstokje of een geurkaars of etherische olie.
Zet heel zachtjes mooie muziek op en ga in een ge­
makkelijke houding zitten. Let op je ademhaling en
laat je gedachten langzaam wegzakken.
Op welk moment is je meditatie nu precies begon­
nen?

H

oe lang zijn we al op zoek naar de beste manier
om te leven? Oud en nieuw staat voor de deur.

Heb je voornemens? En hoeveel van die voornemens
hebben te maken met je manier van leven? En waarom
maken we deze voornemens elke keer weer?
Het feit dat we ze maken, houdt in dat we erin gelo­
ven. Elke keer opnieuw nemen we ons voor het dit keer
anders, beter te gaan doen. En keer op keer komen we
bedrogen uit, want we zijn nog niet halverwege januari
en alle goede voornemens zijn alweer als sneeuw voor
de zon verdwenen.
Vreemd genoeg trekken op zo'n moment veel men­
sen de conclusie dat ze te zwak zijn en geen ruggen­
graat hebben. Maar dat is maar één manier van kijken.
Je zou net zo makkelijk kunnen zeggen: 'Er deugt iets
niet aan het maken van voornemens'.
66

67

Een voornemen, een plan over hoe te leven, een 'ma­
nier waarop', zijn allemaal kleineringen van de spon­
taniteit waarmee het leven zich van moment tot mo­
ment openbaart. Het leven is nooit te vangen binnen
een concept of een systeem van regels. Wanneer je dus

Ontspanning

mèent dat het leven volledig te reguleren is, verval je
tot een soort ultieme vorm van maniërisme. Er is geen
manier om te leven.
Alle regels en systemen afschaffen dan maar? Liever
niet. Regels en systemen zijn een bijproduct en een
afspiegeling van het leven. Niet de hoofdmoot, niet
de essentie, maar een afspiegeling. Kijk om je heen:
overal ter wereld hanteert men een verschillende mind­
set waar

het regelgeving betreft. Maar overal ter wereld

is de spontaniteit van het leven zelf aanwezig.
Mocht je met alle geweld toch een voornemen wil­
len hebben, dan zou je je kunnen voornemen spontaan

A ls je van ontspanning naar spanning gaat, mer� je
..t"\.d uidelijk een verschil. Maak maar eens een vuist,

dan voel je duidelijk wat er gebeurt met de spieren in

te zijn. Tegelijkertijd zou dat het gekste voornemen al­

dat gebied. Je voelt de spanning opbouwen, en weer

ler tijden zijn.

afnemen als je vingers zich weer openen.
Maar stel nu dat je de hele dag een vuist zou ma­
ken? Dan ervaar je die spanning op den duur als de
normale situatie, als de uitgangspositie. Je vergeet dan
hoe het was toen die ontspanning daar was, en kent al­
leen nog maar de situatie MET spanning. Hoe langer
dit duurt, hoe normaler je het gaat vinden. Wat in feite
een kramp is, wordt niet meer als zodanig ervaren.
Mensen die hyperventileren hebben bijvoorbeeld
een kramp ontwikkeld in het middenrif, maar voelen
niet meer dat daar een spanning zit. Het lijf reageert
wel, met aanvallen van duizeligheid en andere sympto-

68

69

men, en zodoende word je toch alert gemaakt op het
feit dat er iets aan de hand is. Nu kun je de symptomen
gaan bestrijden en bijvoorbeeld een kalmerend middel
nemen om de angstaanvallen tegen te gaan, of je slikt

Problemen, oplossingen

iets tegen duizeligheid. Dat zal ook wel werken, en ik

en aandacht

zie daar dan ook helemaal geen bezwaar in.
Maar je kunt ook dieper gaan, en kijken waar de
symptomen vandaan komen.
Je hoeft niet eens te kiezen, je kunt het ene doen
en het andere niet nalaten. En dan kun je ontdekken
dat er zich een spanning in het middenrif heeft opge­
bouwd en wellicht vind je dan een manier om de weg
terug te gaan naar de ontspanning die ooit de meest
natuurlijke zaak was.
Je voelt hem al van mijlenver aankomen, maar met

e kunt alleen op zoek gaan als je het idee hebt dat je

te zijn, is je ZO ingeprent, dat het bijna een eigen le­

J

ven is gaan leiden. Het is een krampachtig gebeuren,

gemis, is zoeken onmogelijk. Zo ga je op zoek naar bij­

waarvan we geleerd hebben dat het normaal is. De

voorbeeld liefde, en/of aandacht. Van tijd tot tijd zul

symptomen

deze kramp zijn er natuurlijk wel, zo­

je ook wel vinden wat je zoekt, maar hoeveel aandacht

als zoeken, proberen te bereiken, denken dat er iets te

je ook ontvangt, het zal nooit leiden tot een situatie

halen vale, allemaal vanuit het perspectief dat we een

waarin je geen aandacht meer nodig hebt.

je zelfonderzoek is het net zo. De illusie een persoon

van

persoon zouden zijn.

iets ontbreekt.
Wanneer er geen gevoeld tekort is, of een bepaald

Dus ontwikkel je allerlei strategieën om aandacht

Symptoombestrijding is volop aanwezig; er zijn ik

te krijgen uit je omgeving. Eén zo'n strategie, is het

weet niet hoeveel cursussen op het gebied van zelfVer­

hebben van problemen. Zodra je een probleem hebt,

becering te vinden. En net als met de kalmerende mid­

is er altijd wel iemand te vinden die er aandacht aan

delen zie ik daar helemaal geen bezwaar in. Maar er is

wil geven. Men gaat proberen je te helpen om het pro­

ook de mogelijkheid om dieper te gaan, en te kijken

bleem op te lossen.

wat je ware natuur is, voordat de kramp van de per­
soonlijkheid tot gewoonte werd.

70

Mocht dit lukken, dan is het middel om aandacht
naar je toe te trekken opgehouden te bestaan, dus

71

moet je een nieuw probleem verzinnen. Of je moet een
probleem verzinnen waarvoor geen oplossing bestaat,
zodat het nier uitmaakt hoeveel je geholpen wordt.

Vergelijken

Je bent niet gebaat bij een oplossing voor je pro­
blemen, want dan houdt de attentie van je kennis­
senkring onmiddellijk op. Maar juist omdat je maar
blijft hangen in de sfeer van het hebben en het in stand
houden van problemen, pleeg je een soort roofbouw
op je omgeving. Mensen zullen steeds minder graag in
contact met je staan omdat het niet uitmaakt hoeveel
aandacht ze aan je geven, het is nooit afdoende.
De situatie die dan ontstaat is eigenlijk een selffulfil­

lingprophecy: 'Zie je wel, de hele wereld is tegen mij'. Je
zit in een hopeloze positie, overigens wel eentje waarin
je jezelf gemanoeuvreerd hebt. En alleen maar omdat
je uitgangspositie de aanname

was:

'Er ontbreekt wat

in mijn leven'.

ergelijk je jezelf wel eens met anderen? Dat be­

V

tekent dat je gelooft in een bepaald beeld van

jezelf. Een vergelijking is alleen mogelijk tussen het

Als je opereert vanuit een bepaalde uitgangsposi­

ene concept en het andere. Je kunt bijvoorbeeld de

tie, vanuit een aanname, eindig je per definitie in een

ene temperatuur vergelijken met de andere, en dan

kramp of in halsstarrigheid. We zijn geen denkbeeld

kun je praten over 'warmer dan', of 'kouder dan'.

of hypothese, dus elk draaiboek, plan de campagne,

Maar wat gebeurt er als je jezelf met iemand anders

elke tactiek of methode die daarop gebaseerd is, is een

vergelijkt?

doodlopende weg.

Dan probeer je je eigenwaarde te ontlenen aan een
denkbeeld. Je hebt ten onrechte geconcludeerd dat jij
en die ander twee verschillende personen zijn, en niet
meer dan dat. Je hebt jezelf en die ander op een schaal
geplaatst en probeert nu door te vergelijken tot een
voor jou zo voordelig mogelijke uitslag te komen. Dit
mechanisme kan allerlei vormen aannemen, van arro­
gantie tot valse bescheidenheid.

72

73

Zijn er dan geen vergelijkingen mogelijk tussen per­
sonen? Natuurlijk wel, heel goed zelfs. Dat is gewoon
dualiteit. Het addertje onder het gras is die eigenwaar­
de die eraan gekoppeld wordt. Daar ga je de mist in.

Aandacht

En dan denk je dat je 'beter' of 'minder' bent dan die
ander.
Ironisch genoeg is datgene waarin alle vergelijkin­
gen optreden zelf met niets te vergelijken. Bewustzijn
is met niets te vergelijken. Het heeft geen tegendeel, er
is geen Bewustzijnsschaal.

andacht op het denken

A

Wanneer je aandacht gericht is op het denken,

krijg je de sensatie dat je met kaders te maken hebt.

Er zijn referentiepunten en duidelijk afgebakende
grenzen. Dit is het gebied van redeneren, analyseren,
beoordelen en conclusies. Hier bevinden zich beschrij­
vingen, eigenschappen, herinneringen, projecties, con­
ditioneringen en associaties.
Denken is een prachtig instrument, maar op som­
mige gebieden is het niet toereikend. Als iemand zegt:
'Ik denk dat ik van je houd', zie je waar het tekort
schiet.
Aandacht op het zijn
Wanneer je aandacht gericht is op het gevoel aanwezig
te zijn, op het bewuste zijn, ervaar je alleen de sensaties
74

75

op het gebied van horen, zien, ruiken, voelen en proe­
ven. Denken kan als ondertitelaar langskomen, maar
de focus ligt in dit geval vooral op de verschijnselen

Ervaringen opsparen

die via één van de vijf zintuigen opkomen. Wat veel
zoekers naar waarheid zich misschien niet realiseren,
is dat je hier eigenlijk al zonder problemen bent. Ver­
schijnselen zijn nooit een probleem op zich.
Pas wanneer we gaan projecteren dat het anders zou
moeten zijn, is er sprake van conflict.
Aandacht op het waarnemen
Wanneer de aandacht bij het waarnemen zelf ligt, zie
je dat er eigenlijk alleen het waarnemen van dingen
bestaat. We kunnen alleen zeggen dat er waarnemen
is, niet dat de waargenomen objecten ook op zichzelf
kunnen bestaan. Maar er is waarnemen, daar kun je

S

oms lijkt het zo te zijn dat ervaringen zich kun­
nen opstapelen. Alsof er steeds meer 'nu' bij kan

niet onderuit. Je zou waarnemen kunnen vergelijken

komen. Vooral de momenten die we als vervelend

met het licht waardoor objecten zichtbaar worden.

ervaren hebben deze eigenschap. Aan de andere kant

Het denken is dan de schaduw van de objecten.

ervaren we regelmatig dat het leven als zand door onze
vingers glipt en dat we het niet kunnen vasthouden.

Aandacht op Bewustzijn

Dan hebben we het meestal over de zogenaamd leukere

Voordat er denken, zijn, of het waarnemen van dingen

momenten. Zou dat iets met elkaar te maken hebben?

kan zijn, moet er iets zijn waarin dit allemaal mogelijk

Als je het ervaren onderzoekt en gaat kijken wie ei­

is. Hier ligt de basis van je bestaan, van de wereld, van

genlijk degene is die ervaart, kom je tot de verrassende

jeZelf. Verder terug kun je niet. Dit is je thuis, waar je

ontdekking dat er geen waarnemer te lokaliseren is. Er

nooit vandaan kunt of van weg geweest bent. In deze

is dus wel ervaren, maar geen 'ervaarder'. Immers, elke

Beschikbaarheid is alles mogelijk. Elk verschijnsel is

keer als je een entiteit gevonden hebt die verantwoorde­

een bijverschijnsel van dat beginsel.

lijk zou zijn voor het waarnemen, kun je de vraag stellen:
'Waar verschijnt die entiteit dan in?' Alles wat we aan
kunnen wijzen is per definitie een object in Bewustzijn.

76

77

De consequenties van deze ontdekking zijn behoorlijk
verstrekkend. We kunnen helemaal niet verstrikt raken
in ervaringen of opgesloten raken in onze gevoelens.
War er op zo'n moment gebeurt is dat we de illusie
geloven dar er een persoon is, die de dingen overkomt.
Dat er een ervaarder is die dit alles overkomt. Vervol­

Door te richten op het eindpunt,
kijk je over wat nu is heen

gens gaan we dan verzinnen hoe die schijngestalte uit
de problemen zou moeten raken, terwijl het geloof in
die figuur juist de bron van het probleem is.
Een andere ontdekking die onmiddellijk voort­
vloeit uit de vorige, is dat er absoluut niets is dat je
kunt 'doen'. Wie zal wat gaan doen? En met welk doel
en voor wie? Wat voor verhalen, acties en plannen er
ook langskomen, de persoonlijkheid is onderdeel van
het verhaal en niet degene die het verhaal meemaakt.

'\ froeger, als ik een pianostuk moest
V begon ik het pas leuk te vinden als

instuderen,
ik het stuk

helemaal kende. Studeren was een kwestie van door de
zure appel heen bijten tot je aan het einde van de rit de
beloning mocht incasseren in de vorm van een mooi
stuk muziek. Er kwam vrij veel discipline bij kijken. Ik
was voornamelijk bezig met het eindresultaat.
Op les bleken er dan altijd wel weer dingen fout
te zijn, en die moesten dan in de week daarna gecor­
rigeerd worden.
Tegenwoordig gaat dat heel anders. Ik ben in fei­
te alleen maar bezig met wat op dat moment aan de
hand is. Voor piano betekent dat bijvoorbeeld, dat je
helemaal in één loopje kunt duiken, verschillende vin­
gerzettingen uitprobeert, terwijl je heel alert bent op
wat er dan precies in je handen gebeurt. Of ik probeer
78

79

verschillende tempo's uit, of verschillende soorten ba­
lans tussen linker- en rechterhand. Dat lijkt misschien
ook wel op discipline, maar het is meer zo dat ik als
een kind in de speeltuin ben dat alle apparaten mag

Iets blijvends vinden in het

uitproberen. Dat kan heel erg 'ingezoomd' zijn, dus

veranderlijke is onmogelijk

misschien maar een deel van een maat, of juist hele­
maal 'uitgezoomd'. Een heel stuk vluchtig doorspelen
om een indruk te krijgen van de grote lijn.
Terwijl je op die manier met muziek bezig bent
komt er van alles langs.
Je bent eigenlijk de hele tijd benieuwd naar wat er
allemaal gebeurt. Op deze manier is piano studeren
geen opdracht of corvee, maar iets dat je bijna niet
kunt laten. In plaats van te geloven in de projectie naar
het einddoel toe, ontdekte ik dat je meteen al kunt ge­
nieten van alles wat er langskomt. En gek genoeg geeft
dat nog een beter resultaat ook

I

emand die probeert om in het veranderlijke iets
blijvends tot stand te brengen zal per definitie

mislukken. Het veranderlijke heet niet voor niets het
veranderlijke. En wat is er allemaal veranderlijk? Alle
verschijnselen, alles wat we waarnemen, elk object
dat in Bewustzijn verschijnt. Wat we 'de wereld' zijn
gaan noemen is niets anders dan een serie indruk­
ken. Die indrukken bestaan uit waarnemingen op
het gebied van zien, horen, voelen, ruiken, proeven
en denken.
Eén van de moeilijke dingen van zelfonderzoek is
dat ook die 'iemand' bij het veranderlijke hoort. Zo­
lang je denkt dat je goed bezig bent omdat je op wat
voor manier dan ook spiritueel bent geworden, heb je
de hele wereld tot illusie gemaakt behalve je persoon­
lijkheid, terwijl dat nou net de grootste illusie van al-

80

81

lemaal is. Het lijkt allemaal heel heilig en zuiver, maar
in feite is de split-mind situatie niet doorzien.
Een heel leuke ontdekking is, dat elke scheiding
ook denkwerk is en alleen maar bestaat zolang de ge­

Ontwaken in drie fases

dachte waargenomen wordt. Maar let op: ook dan is
de scheiding niet werkelijk. Er is alleen maar het waar­
nemen van de gedachte aan afgescheidenheid: ik hier
en de wereld daar. Zelfrealisatie is niet het herenigen
van delen die eerst gescheiden waren; het is de ontdek­
king dat elke vorm van afgescheidenheid alleen als een
gedachte op kan komen. Het zijn flitsen, meer niet.
Vanuit de illusie afgescheiden te zijn, kunnen zich
allerlei strategieën ontwikkelen. Er kan een zoektocht
ontstaan naar liefde, naar bevestiging, naar erkenning,
naar begrip, naar aandacht, en ga zo maar door. Bij die
zoektocht speelt de illusie dat er iets blijvends tot stand

F

ase een

Je denkt dat je een deel van de verschijnselen bent.

kan komen ook een rol. Deze zoektocht kan elke vorm

Zo meen je bijvoorbeeld dat je wél de persoonlijkheid

aannemen: spiritueel, materieel, of emotioneel. Of je

en het lichaam bent, maar niet de rest. Je beleeft jezelf

wordt een machtswellusteling, of een controlefreak; ei­

als een fragment te midden van allerlei andere frag­

genlijk alles wat de illusie van iets blijvends kan creëren

menten en gaat op zoek naar geluk voor het fragment

of in stand kan houden.

dat je denkt te zijn. Omdat blijvend geluk voor een

De oplossing ligt niet in de vervulling van deze

fragment onmogelijk is, komt er geen einde aan je zoe­

projecties, maar in het herkennen van het misverstand

ken. Elke keer als er iets bereikt lijkt te zijn, is er weer

dat aan de wortel ligt. Je bent niet afgescheiden, nooit

de ontdekking dat elk bereiken op het gebied van de

geweest ook. Er hoeft niets herenigd te worden. Hoe

verschijnselen per definitie tijdelijk en relatief is. Het

kun je herenigen wat nooit gescheiden was? Moet een

maakt niet uit welke manier je uitprobeert om geluk

golf één worden met water? De essentie van alles is

te vinden voor het ego, ze blijven allemaal steken op

Bewustzijn en dat ben Jij. Tat

hetzelfde basisprincipe; ego is een verschijnsel en dus

tvam

asi.

tijdelijk. Alles wat op dat gebied tot stand komt, kan
ook weer verdwijnen.
82

83

Fase twee

overal jeZelf en jeZelf overal als het Ware. Je weet dat

Je komt in aanraking met de een of andere spiritu­

op het gebied van het veranderlijke niets wezenlijks tot

ele richting via een boek, het internet of een leraar. Er

stand kan komen, en juist daarom kun je erom lachen

wordt je verteld dat je geen verschijnsel bent, maar dat

en alle spelletjes van harte meespelen. En, paradoxaal

je juist datgene bent dat alle verschijnselen waarneemt.

genoeg, in deze fase zie je dat elk idee over fases volko­

De aandacht verschuift van de serie verschijnselen die

men onzin is.

je dacht te zijn naar datgene waarin alles verschijnt.
In het begin lijkt het eng, want er is immers geen re­
ferentiekader meer (het is moeilijk refereren vanuit de
Leegte), maar al snel kom je erachter dat dit de ideale
manier is om verstoppertje te spelen. Je begint dingen
te roepen als: 'Het maakt niet uit, alles is toch Bewust­
zijn!' Op den duur is er geen gesprek meer met je te
voeren.
Je hebt een spiritueel ego gecreëerd en elke inter­
actie met je omgeving ga je uit de weg. 'Stille wateren
hebben diepe gronden' wordt je lijfspreuk en je beant­
woordt elke vraag met een wedervraag. Humor is in
deze fase niet je sterkste kant en zelfspot is ook al ver
te zoeken.
Fase drie
Je ontdekt dat er geen wezenlijk verschil is tussen ver­
schijnselen en datgene waarin verschijnselen plaatsvin­
den. Je ziet dat je niet alleen maar een fragmentje bent,
maar ook het waarnemen van het fragmentje, en ook
datgene wat het waarnemen van het fragmentje moge­
lijk maakt. Je bent niet meer 'hier' de Leegte, terwijl
'daar' de wereld der verschijnselen is. Verschijnselen
zijn gewoon Bewustzijn mee vorm. Je ziet als het ware
84

85

Het stappenplan

O

mdat wij menen dat we ons in situaties kunnen
bevinden hebben we ook systemen verzonnen

om van ongewenste situaties naar gewenste situaties
te kunnen komen. Eén van die systemen is het stap­
penplan. Een stappenplan verdeelt een doel dat niet in
één keer haalbaar is in een aantal wél haalbare tussen­
doelen. Dat is de manier die ons aangeleerd is en dat
is ook de manier die we toepassen als we aan onszelf
gaan werken.
Even Googlen naar 'stappenplan persoonlijke ont­
wikkeling' levert dik een miljoen resultaten op. Er zijn
niet voor niets zoveel methodes; omdat

ze

namelijk

niet werken moet je steeds iets anders kunnen probe­
ren. Je zult altijd bereid zijn om nog eens een ander
stappenplan te proberen. Wie weet levert het deze keer
wél op wat je ervan verwacht.

87

Het verschil tussen de ongewenste situatie en een ge­
wenste ideale situatie noem ik conflict. Hoe groter het
verschil, hoe heviger het projectiemechanisme, en hoe
groter het conflict. Nu zou je zeggen dat het conflict

Dingen overkomen je niet

minder wordt naarmate je meer stappenplannen hebt
gevolgd, maar als je even om je heen kijkt weet je dat
dat niet zo is.
We hoeven alleen maar te ontdekken dat wij ons
niet in situaties bevinden, dat is alles. Het is precies
omgekeerd; situaties bevinden zich in ons.

H

et lijkt zo te zijn dat wij gebeurtenissen meema­
ken. Dat we ervaringen opdoen. Dat kan alleen

als er een ervaring en een ervaarder is. Als er een er­
vaarder is, dan kunnen we ook spreken over iemand
die dit alles meemaakt en overkomt. En zo introduce­
ren we oorzaak en gevolg, beloning en schuld, karma,
goede en foute keuzes, de hele rataplan.
Zodra we dus aannemen dat er een splitsing is in
ervaren en een ervaarder, doemt er een hele wereld aan
consequenties en problemen op.
In plaats van te onderzoeken of die eerste aanname
wel klopt, houden we onszelfliever bezig met alle gevol­
gen van die aanname en gaan we aan de gang voor per­
soonlijk geluk. We geven dat zoeken naar persoonlijk
geluk natuurlijk niet gewoon die naam. Nee, we verzin­
nen er mooie spirituele namen voor.
88

89

We willen immers 'goed bezig' zijn. Maar het blijft een
feit dat 'bezig zijn' inhoudt dat we menen dat er iets te
bereiken valt, voor de persoon.
Dingen overkomen je niet, je ziet gebeurtenissen.
Moeiteloos, gratis en onmiddellijk. Je kunt het niet in­

Delen van het leven uitsluiten?

of uitschakelen, het gaat vanzelf.
Voor, tijdens en na de gebeurtenis ben je Bewust­
zijn. Je wordt niet meer of minder van een gebeurtenis.
Als Beschikbaarheid voor alle verschijnselen ben je niet
onderhevig aan het waarnemen. Er overkomt je dus
helemaal niets.

H

et dilemma waar wij mensen mee te maken heb­
ben lijkt te zijn: hoe maak ik

leuke ervaringen mee en

w

zo

veel mogelijk

min mogelijk vervelende.

De neiging om het vervelende buiten de deur te
houden en het leuke binnen te halen lijkt heel van­
zelfsprekend. Eigenlijk probeert iedereen hierover een
houding te ontwikkelen. Die houdingen kunnen ver­
schillen, maar de achterliggende gedachte blijft hetzelf­
de: leven volgens een bepaalde houding, een plan, een
recept. De vormen die zo'n strategie aan kan nemen
kunnen heel bedrieglijk zijn. Veel zogenaamde spiritu­
aliteit is gewoon een levenshouding waarvoor men een
beloning vetwacht.
Er zijn in het leven precies evenveel dingen leuk als
vervelend. Dat is een balans waar wij helemaal niets
aan hoeven te doen. Het einde van iets leuks is ver-

90

91

velend, en her einde van iets vervelends is leuk. Het
najagen van alleen maar het leuke en het vermijden
van het vervelende is gebaseerd op de illusie van een
onafhankelijk handelende entiteit in het centrum van
ons bestaan. De meeste mensen noemen die entiteit

Gevoelens zijn genuanceerd, niet
ingewikkeld

'ik'. Voordat werkelijk onderzocht is wat dat 'ik' dan
is, gaan we aan de slag en proberen we geluk re vinden
voor dit 'ik' volgens de levenshouding waarvan we ver­
moeden dat die de meeste kans van slagen heeft.
Het punt is dat een levenshouding denkwerk is. En
denkwerk is geheugen. We proberen dus een manier
van leven te verzinnen, voortbordurend op moment­
opnamen uit het verleden. Alsof je op vakantie bent in

P

een prachtig land, maar alleen maar fotoboeken over
datzelfde land zit door te bladeren.
Nog een ander punt is dat 'leuk' bestaat omdat er

O

de een of andere manier heeft 'gevoel' de laat­

ste decennia een status gekregen die het vroeger

ook 'niet-leuk' is. Dat heet dualiteit. Je kunt alleen

nooit had. Wellicht is dat een reactie op tijden waarin

'hoog' ervaren, omdat je weet wat 'laag' is. Het leven

gevoel systematisch onderdrukt werd. Je kunt tegen­

laat zich kennen door de paren der tegenstellingen.

woordig ongeveer elke discussie beëindigen met het

Sluiten we de ene kant uit, dan missen we ook de

statement: 'Ja, maar ik voel het zo!' Ook hoor je vaak:

andere kant. Willen we alleen de ene kant, dan krijgen

'Blijf bij je gevoel', of: 'Je moet je gevoelens delen.'

we ook de andere.

Blijkbaar willen we van alles met een gevoel. Verklei­

Een uitzichtloze situatie dus? Bepaald niet. Hoe

nen, uitvergroten, delen, serieus nemen, relativeren,

komt het dat we de dualiteit als zodanig kunnen be­

verzin het maar. Als je een 'gevoelig' mens bent, is het

schrijven? Omdat we hem waarnemen. We zijn dat­

goed. Ben je 'overgevoelig' dan wordt het al iets min­

gene waarin dualiteit zich openbaart. Alles, inclusief

der. Daarom hebben we sinds een jaar of vijf de term

strategieën, houdingen, misverstanden, leuke dingen,

'HSP'.

vervelende dingen, wordt moeiteloos en onmiddellijk

Dan ben je niet overgevoelig, maar een 'highly sensi­

waargenomen. We zijn één en al uitzicht. Dat is nog

tive person'. Gek genoeg zien we niet in dat alles, maar

eens een inzicht!

dan ook alles wat we met een gevoel willen, een afwij-

92

93

zing, ontkenning van dat gevoel is. Het gevoel is er, en
vervolgens willen we er iets mee. We gaan ermee aan
de slag, we leren hoe we ermee om moeten gaan.

'Denial is not only a river in Egypt. '

Zonder waarnemen bestaat er niets

E

en heel hardnekkige illusie in advaita is dat dingen
een 'eigen bestaan' leiden. Met andere woorden:

dar iets er is, zelfs als het niet waargenomen wordt.
Wanneer we een aantal waarnemingen doen en de ver­
schijnselen zijn vergelijkbaar, concluderen we (ten on­
rechte) dat we met continuïteit te maken hebben.
Zo kunnen we bijvoorbeeld menen dat een be­
paalde angst ons 'jarenlang achtervolgt', of dat we 'in
een sleur' leven. Dat dingen op elkaar lijken is abso­
luut geen bewijs voor continuïteit. Als dat zo zou zijn
word ik al mijn hele leven achtervolgd door dezelfde
pannekoek die ik elke keer weer opnieuw opeet om er
vanaf te komen. Nu zijn er vermoedelijk weinig men­
sen met een pannekoekenfobie, dus dat zal niet zo snel
problemen opleveren. Maar met angsten ligt het heel
anders.

94

95

Die 'achtervolgen' ons, tenminste, dat denken we. Op
de een of andere manier hebben we de conclusie ge­
trokken dat die angsten een zelfstandig bestaan leiden,
onafhankelijk van het waarnemen van de angst. Maar

Groepsdynamieken

we kunnen alleen zeggen dat iets er pas is als we het
waarnemen.
Zodra we het waarnemen, is het er, bestaat her. Als
we het niet waarnemen, bestaat het niet. Objecten
gaan niet een blokje om als ze uit ons waarnemings­
veld verdwijnen.
Een golf kan geen vakantie nemen van water, want
dat is zijn essentie.
En verschijnselen kunnen niet onafhankelijk be­
staan van Bewustzijn.

eel mensen volgen een cursus waarbij ze zich

V

door andere mensen laten vertellen wat ze moe­

ten doen onder het mom van 'zelfonderzoek'. Je laten
vertellen wat je moet doen, is geen zelfonderzoek. Dat
is goedgelovigheid, slaafse volgzaamheid.
Op zich is dat helemaal niet erg. Je bent bang en

zoekt naar veiligheid.
In ruil voor die veiligheid lever je jezelf uit aan ie­
mand die leiding geeft. Puur evolutionair gezien is dat
waarschijnlijk ooit de enige manier om te overleven
geweest. Als je niet bij een stam hoorde, kreeg je het
erg moeilijk. Maar met een grote club mensen tegelijk
kun je wel op mammoets gaan jagen.
Op het gebied van religie zie je die groepsvorming
ook, maar dan op psychologisch niveau. Er zijn eigen­
lijk geen geloofssystemen met maar één aanhanger. Als
96

97

een (liefst grote) groep mensen hetzelfde gelooft als jij,
is dat bevorderlijk voor her groepsgevoel, het 'wij' ge­
voel.

Is de wereld nu echt,
of is hij een illusie?

Probleem is natuurlijk wél, dar wanneer twee ver­
schillende groepen elkaar tegenkomen er maar eentje
gelijk kan hebben. Dus probeert de ene groep de andere
dan uit te roeien. Ironisch genoeg leidt die groepsvor­
ming vaak tor oorlogen, en dar terwijl het er juist om
begonnen

was

een gevoel van veiligheid te creëren.

Groepen en clubs hebben een bepaalde dynamiek
met voor- en nadelen. Om je staande te kunnen hou­
den in de wereld is het handig om in een groep te zit­
ten, maar de groep gaat je niet voor altijd gelukkig ma­
ken, en brengt je geen stap dichter bij jezelf.

D

e woorden 'echt' en 'illusie' geven binnen de ad­
vaica de meeste aanleiding tot misverstanden.

'De wereld is illusie' is een veel gehoorde en gelezen
kreet. Maar wat betekent dat eigenlijk? Houdt het in
dar de wereld niet bestaat? Wil het zeggen dat je niet
verdrietig bent als er een dierbare overleden is? Of mag
die wereld wel weg omdat hij tóch niet 'echt' is?
De hele spraakverwarring zit hem in de associaties
die we hebben met de woorden 'echt' en 'illusie'. Een
aantal verschijnselen noemen wij 'echt', bijvoorbeeld
onze huizen, ouders, kinderen, enzovoort. Die 'be­
staan'. Andere verschijnselen, zoals spoken, ufo's, ka­
bouters, fata morganàs, Sinterklaas, de Kerstman en
hallucinaties noemen wij een 'illusie'. Sommige din­
gen bestaan dus en andere niet, terwijl het eigenlijk
allemaal verschijnselen in Bewustzijn zijn.

98

99

In de advaita verwijst het woord 'echt' naar het onver­
anderlijke. 'Illusie' verwijst naar het veranderlijke. Zo
verwoord zijn alle verschijnselen illusie, want veran­
derlijk. Iets is dan ook niet echt omdat het bestaat, iets

Onderzoeken en vragen stellen

is juist illusie omdat het bestaat. Bestaan is namelijk
synoniem met verschijnen en daarom veranderlijk. In
dit verband is de etymologie van het woord ver-schij­
nen ook wel grappig.
Als iemand beweert: 1\.ch, alles is toch maar illusie'
(vergezeld van een diepe zucht), dan heeft hij of zij het
niet begrepen. Natuurlijk, alle verschijnselen zijn ver­
anderlijk, maar dat is helemaal niet frustrerend.
Voor wie zou het frustrerend moeten zijn? De con­
statering dat alle verschijnselen veranderlijk zijn is
gewoon een feit, niet een waardeoordeel. Het is niet
'jammer' dat alles veranderlijk is, het is een gegeven.

D

e kunst van zelfonderzoek zit hem in het stellen
van goede vragen. Een goede vraag is een vraag

waar geen aanname in zit. Een vraag waar een aan­
name in zit kun je ontleden tot één of meer deelvragen
zonder aannames.
Een gangbare vraag is bijvoorbeeld: 'Hoe kom ik
van mijn angsten af?' Aanname 1: de angst is van mij
Aanname 2: de angst moet weg De volgende stap is,
een vraag maken van de veronderstellingen, dus:
- Is de angst van mij?
- Moet de angst weg?
Je doet dus eigenlijk een stap terug tot je bij een
vraag zonder aannames uitkomt. Zo voorkom je dat je
veel tijd en energie in vragen stopt, terwijl je misschien
niet eens goed gekeken hebt of je vraag wel een echte
vraag was.

100

101

Nog een voorbeeld: 'Ik probeer me bewust te zijn dat
ik datgene ben waarin alles verschijnt, maar ik Iaat
me toch steeds weer meeslepen.' Aanname 1: ik kan
proberen bewust te zijn Aanname 2: ik ben datgene
waarin alles verschijnt Aanname 3: ik kan meegesleept

Het woord is niet het ding

worden De vragen worden dan, respectievelijk:
- Kan ik proberen bewust te zijn?

- Ben ik datgene waarin alles verschijnt?
- Kan ik meegesleept worden?
Waarschijnlijk heb ik nog één of meer premissen
over het hoofd gezien, but you get the genera! idea.

Wat de een zelfverzekerd noemt, noemt de ander ar­
rogant, en weer een ander twijfelloos.
Wat de een doorzettingsvermogen noemt, noemt
de ander koppigheid, en een ander weer volhardend.
Wat voor jou introvert is, is voor mij misschien ver­
legen en voor een ander wellicht beleefd.
Wat ik beschouw als voorzichtigheid, kan voor jou
angst lijken, en voor iemand anders waakzaamheid.
Als ik optreed, zeggen ze wel eens: 'Wat kijk je boos',
'Nee, da's concentratie', zeg ik dan, maar wie weet lijkt
het voor een derde wel op afWezigheid.
Het woord is niet het ding, het is een verwijzing, en
de vlag dekt nooit de lading.

102

103

Waarnemen, ervaren en denken

H

et lijkt of we problemen kunnen oplossen
door erover na te denken, en in sommige ge­

vallen is dat ook zo. Als je een wiskundig vraag­
stuk op moet lossen, gebruik je het denken. Aan de
andere kant: een probleem is altijd denkwerk. Als
er geen denken is, is er geen probleem. Problemen
zijn dus een deelverzameling van de verzameling
van alle gedachten.
Is het nu zo dat we dingen zien via het denken?
Nee. Een gedachte wordt gezien, maar ziet zelf niets.
Een gedachte is een waargenomen verschijnsel in Be­
wustzijn, en wordt gekend. Dit waarnemen is onmid­
dellijk, zonder middel. Het kost geen enkele moeite
om te zien dat je doodmoe bent. Waarnemen kost ook
geen tijd en/of ruimte, want ook tijd en ruimte zijn
waargenomen verschijnselen.

105

Een ervaring ontstaat pas als we het nu met het verle­
den vergelijken. We vergelijken de actuele indrukken
die we via de vijf zintuigen binnenkrijgen met geheu­
genplaatjes van vlak daarvoor om een verloop langs

Panta rhei

allerlei verschillende schalen te fantaseren. Het geheel
van die indrukken noemen we dan een 'ervaring'. Daar
kan ook een 'ervaarder' bij gefantaseerd worden, bij­
voorbeeld een persoon.
In werkelijkheid is die persoon een serie gedach­
ten die we tot één beeld combineren (overigens veran­
dert dat beeld van dag tot dag). En ook dit is weer een
waargenomen verschijnsel. Deze 'persoon' kun je tot
'ervaarder' proberen te promoveren, maar je kunt altijd
weer de vraag stellen: hoe komt het dat je die persoon
met al zijn kenmerken en eigenschappen zo exact kunt
beschrijven?

C

p

anta rhei' is een uitspraak van de Griekse filosoof Heraclicus, die 'alles stroomt' berekent: Zijn

leerling Cratylus illustreerde dit door te stellen dat je
nooit twee keer in dezelfde rivier kunt stappen. 'Rare
jongens, die Grieken', zouden Asterix en Obelix ge­
zegd kunnen hebben, maar ik vind het wel scherpzin­
nig van die Heraclitus.
Als je namelijk kijkt wat er allemaal in Bewustzijn
verschijnt, blijkt het gewoon te kloppen. Allerlei ver­
schijnselen komen op en verdwijnen. Niets is statisch,
alles is in beweging. Op macroniveau beweegt het hele
universum en op microniveau bewegen alle deeltjes.
En in waarnemen zit nergens een punt waar het stag­
neert. Het gaat moeiteloos en ongehinderd door.
Vandaar dat je ernaast zit als je denkt dat je 'vast
kunt zitten', of dat er een 'blok aan je been' hangt, of
106

107

dat je ergens 'mee blijft zitten'. De werkelijkheid is dat
alles stroomt. Dat weet je ook wel, want alle dingen
waar je helemaal in meegaat, hebben dat 'stroomeffect'

Het krijgen van inzichten

heel duidelijk op de voorgrond. Alles stroomt altijd al,
maar dan is het extra duidelijk, dus leuk. Er wordt dan
gezegd dat je in the flow bent. Naar muziek luisteren,
sporten, verliefd zijn, vertederd worden, geraakt wor­
den, ontroerd raken, kwaad worden, noem maar op.
Zodra de persoon als zogenaamde hoofdrolspe­
ler verdwijnt, wordt het leven een stuk aangenamer.
Daarom vinden we het ook zo leuk om dingen met
veel mensen tegelijk te doen. Lekker verdwijnen in de
groep. Denk aan concerten, voetbalwedstrijden, de
Nijmeegse vierdaagse en de Olympische spelen.
'Panta rhei', alles stroomt. Dit niet doorhebben, is
tegen de stroom in zwemmen.

0

p bepaalde momenten in je zelfonderzoek kun je
wel eens een helder inzicht hebben. Je leest iets,

of hoort iets, en het treft onmiddellijk doel. Er hoeft
geen verklaring bij, of reden. Je weet het, punt. Na het
hebben van zo'n inzicht kun je een tijdje lang een heel
helder gevoel hebben, of een soort van gelukzaligheid
ervaren.
Nu is het opletten geblazen. Zo'n inzicht treedt na­
melijk spontaan op en als het weg is, is het weg. En het
lekkere gevoel dat er bij hoorde ook
Als je de conclusie zou trekken: 'Dit is het!', dan
is de kans groot dat je gaat proberen om dat heldere
moment en alle leuke gevoelens die erbij hoorden op­
nieuw te beleven.
Wat je dan eigenlijk doet, is de situatie omdraaien.
Je probeert Bewustzijn te reduceren tot een inzicht en

108

109

een goed gevoel. Natuurlijk, weten wie of wat je bent
kan een prettig gevoel opleveren, maar andersom werkt
het niet zo. Ook als je weet wie je bent kun je chagrij­
nig zijn, kwaad worden, of moeilijk in de omgang zijn
voor de omgeving.

Iets 'willen' met een gevoel is verzet

De bijwerkingen van inzichten en zelfrealisatie tot
doel op zich maken is dus de wereld op zijn kop. Het
nastreven van welke toestand dan ook betekent dat de
illusie een persoon te zijn nog niet doorzien is.

E

r kan praktisch geen gevoel opkomen, of er hoort
een conditionering bij. De aandacht is misschien

heel even bij het gevoel zelf, om vervolgens naar het
denken af te dwalen. Vervolgens gaan we verzinnen
dat er iets moet gebeuren met dat gevoel. Het gevoel
wordt dus eigenlijk afgewezen, geweigerd, en we rich­
ten ons op allerlei strategieën waarin we iets 'willen'
met dat gevoel.
Een paar voorbeelden van kijken naar conditioneringen in plaats van kijken naar het gevoel zelf:
- dit gevoel is niet oké
- dit gevoel is wel oké
- het mag er zijn
- ik zal het moeten accepteren
- hoe ga ik dit hanteren?
- hoe moet ik ermee omgaan?

110

111

- ik zal het een plek moeten kunnen geven
- wat moet ik hiermee?
- wat heb ik eraan?
- we gaan er wat van maken!

Objecten bestaan pas

- je moet het loslaten

als ze worden waargenomen

- je moet het verwerken
- ik werd weer meegesleept
Als een strategie om niet rechtstreeks naar een gevoel
te hoeven kijken positief verwoord wordt, lijkt het
of we goed bezig zijn. Maar een gevoel goedkeuren
is hetzelfde als een gevoel afkeuren: het blijft keuren,
beoordelen, evalueren, scheidsrechter spelen. Veel zo­
genaamde spiritualiteit is onderdrukking in een mooie
verpakking. Een bekend voorbeeld is dat gevoelens
altijd 'harmonieus' zouden moeten zijn. Je kunt van

E

én van de moeilijkste illusies om te doorzien voor
mensen die zelfonderzoek doen, is de illusie van

gevoel proberen te maken wat je wilt, maar in werke­

continuïteit. Wanneer zeggen we dat iets 'bestaat'?

lijkheid IS dat gevoel er al en ben je dus per definitie

Simpel antwoord: als we het waarnemen. Zodra er een

te laat.

object in ons opkomt, bestaat het; een gevoel, een ge­
dachte, of wat dan ook. Bestaan is dus synoniem aan
verschijnen en waargenomen worden.
Als een waargenomen object veel lijkt op iets dat
we eerder hebben waargenomen, concluderen we ten
onrechte dat we het object al eerder hebben gezien.
We zeggen bijvoorbeeld: 'Daar heb je die angst weer'.
In werkelijkheid zit er tussen twee waarnemingen ge­
woon niets. Je kunt niet zeggen dat een en dezelfde
golf twee keer opkomt in de zee.
De consequenties zijn behoorlijk verstrekkend. Een
object dat is waargenomen gaat niet een rondje om,

112

113

buiten onze waarneming , om daarna voor de twee­
de keer waargenomen te worden. Het nu is elke keer
nieuw. Je hele wereld is niet meer dan datgene wat je op
dit moment voor je hebt. Niet meer, niet minder. Zie

Hoe zoeken ontstaat

je de lichtheid hiervan? In plaats van een klein poppe­
tje in een grote wereld, is de wereld niet meer dan wat
zich op dit moment in jouw aandacht bevindt.
De uitspraak: 'de wereld gaat door' raakt dus kant
nog wal. De wereld is gewoon een benaming voor de
verzameling flitsen die in ons verschijnt.

H

et is niet altijd zo geweest dat we aan het zoeken
waren. Ergens in ons leven is dat begonnen. We

hebben niet altijd gedacht dat we een persoon waren.
De idee dat we beperkt zijn tot een fragmentje wordt
pas voor werkelijk aangezien na een bepaalde conditi­
onering door onze omgeving.
In het begin zijn dat natuurlijk voornamelijk onze
ouders, die zelf ook weer menen een persoon te zijn en
niet meer dan dat.
Als we teruggaan naar de tijd voordat die identi­
ficatie met de persoon er in gehamerd is, zullen we
ons niet herinneren dat we toen op zoek waren naar
onveranderlijk, blijvend geluk. We hielden ons vooral
bezig met datgene wat onmiddellijk aandacht vroeg.
Nu maakt een baby weinig kans op overleven als er
geen volwassenen in de buurt zijn, dus het is zeker niet
114

115

w dat we weer zoals baby's wuden moeten worden.
Maar misschien kunnen we toch iets van ze leren.
Iemand die denkt dat hij/zij een fragment is, denkt
ook dat er buiten hem nog heel veel andere dingen

Ontwaken

bestaan. Je hebt immers hier ik, en daar de rest van de
wereld. Er valt dus heel wat te vinden voor iemand die
een deeltje in een groot geheel meent te zijn. Vreemd
genoeg houdt het zoeken niet op als we in deze wereld
iets gevonden menen te hebben.
Vinden is dus blijkbaar geen antwoord op het zoe­
ken. Wie zoekt, die vindt, én: zoekt verder.
Het weken zal pas ophouden als er de realisatie is
dat er helemaal niets te vinden valt. Dat je nooit alleen
maar een fragmentje bent geweest. En het zal dus ook
nooit een fragmentje zijn aan wie die realisatie gebeurt.
Je kunt niet letterlijk zeggen: 'Jan is verlicht', want de

D

e enige oefening die ik van mijn vroegere le­
raar Alexander Smit ooit kreeg, was deze: let

ontdekking is juist dat ik niet alleen Jan ben, maar al­

eens op wat er bij het ontwaken gebeurt. Kijk eens

les, en ook nog de waarnemer daarvan.

heel goed naar de volgorde der gebeurtenissen in
Bewustzijn.
Eerst is er de slaaptoestand. Rust, stilte, helderheid,
alles is mogelijk maar er is geen activiteit. Dan, heel
rustig, komt het gevoel aanwezig te zijn op. Een haast
vormloos 'ik ben' -gevoel komt op, nog onpersoonlijk.
En op een gegeven moment komt de persoonlijkheid
als een soort pop-up tevoorschijn en begint het denken.
Wat de agenda is voor vandaag, herinneringen aan gis­
teren, plannen maken en ga zo maar door.
Het denken is afhankelijk van dat vormloze gevoel
er te zijn, en dat onpersoonlijke 'ik ben' is weer afhan­
kelijk van die stilte, rust en helderheid. Het ego komt

116

117

pas op de allerlaatste plaats. Toch menen we dat het het
ego is dat alle dingen doet, controleert en bestuurt.
Een pop-upblocker voor dat ego is helemaal niet no­
dig. Zie gewoon hoe het zit met de volgorde van af­
hankelijkheden. Dan wordt die persoonlijkheid gezien
precies voor wat het is: geheugen.

Je kunt alleen onderzoeken als je niet
weet wat het resultaat zal zijn

J

e kunt zelfonderzoek doen op een heleboel manie­
ren. En dat gebeurt ook: iedereen doet het op zijn

eigen manier. Maar je kunt natuurlijk wel je aanpak

bekijken. Er is niet één aanpak die voor iedereen werkt,
maar we kunnen wel kijken wat voor onszelf het meest
efficiënt is.
Stel dat ik last heb van bepaalde angsten en ik wil
die angsten onderzoeken. Dat betekent dat ik niet van
tevoren ga verzinnen

wat

er allemaal met die angsten

moet gebeuren. Nee, ik ga gewoon kijken naar de angst.
Gewoon kijken, zonder enig idee wat er met die angst
gaat gebeuren. Geïnteresseerd kijken naar dit bepaalde
gevoel. Natuurlijk, ik kan stiekem hopen dat door mijn
zelfonderzoek de angst zal verdwijnen, maar precies op
het moment dat ik ga bedenken wat het resultaat moet
worden, houdt het onderzoek op om onderzoek te zijn.
118

119

Wanneer ik kijk met in mijn achterhoofd de gedachte
dat ik van een gevoel af wil, ben ik niet meer aan het
onderzoeken, dan ben ik aan het projecteren. Ik kijk
niet meer naar datgene wat ik aan het onderzoeken

Emotioneel voyeurisme

was, maar ik ben me gaan richten op strategieën om
ergens vanaf te komen. Ik weet al wat de uitkomst
moet gaan worden: geen angst.
De methode die ik op dat moment toepas, is heel
gek. Als ik monteur wil worden, dan ga ik auto's on­
derzoeken. Dat onderzoeken houdt in dat ik allerlei
auto's van allerlei kanten ga bekijken, uit elkaar ga ha­
len, enzovoort. Er is duidelijk een interesse voor auto's.
Iemand die zelfonderzoek doet om van angsten af te
komen is ongeveer zoiets als een monteur met een he­
kel aan auto's.
Er is nog iets anders aan de hand: de methode om

O

ver het algemeen hebben we moeite mee onszelf
kwetsbaar op te stellen, onszelf open te stellen

ergens vanafte willen komen, werkt niet. Hoe harder je

voor de ander. Jongens en mannen gaan vaak stoer

nee zegt tegen bepaalde gevoelens, hoe sterker

naar

doen of aanstellerig, in plaats van hun gevoelens te

boven komen. En ondanks duizenden eerdere mislukte

tonen. Meisjes en vrouwen gaan giechelen of houden

pogingen blijven we her proberen. Zelfonderzoek is in

zich van de domme. We hebben liever dat iemand an­

contact zijn met gevoelens, niet ze weg wensen voordat

ders zich eerst blootgeeft voordat wij het ook doen.

we ze eigenlijk goed bekeken hebben.

Om die reden zijn we ook zo gek op kleine kinderen

ze

en dieren. Die zijn gewoon de hele tijd wie ze zijn en
geven zichzelf volledig en moeiteloos.
De media hebben deze behoefte aan onvermengde,
pure gevoelens natuurlijk ook opgemerkt. Vandaar dat
we tegenwoordig doodgegooid worden met soaps zo­
dat we heerlijk in het leven van iemand anders kunnen
kijken. Actief deelnemen aan het proces is niet nodig;
lekker bankhangen en entertainen maar met die hap.
120

121

Soaps alleen zijn natuurlijk nier genoeg. Een hele rijd
geleden zijn we in Nederland op her idee gekomen om
een stuk of wat mensen een tijdlang in een bungalow
op te sluiten met een cameraploeg op elke kamer, op
ieder moment van de dag en de nacht. En dan maar
hopen dat ze ruzie krijgen! Dan valt er tenminste war
re beleven. Dat zien we graag, min of meer vervreemd
van de andere mensen die op dezelfde bank hangen,

Als je

een probleem benadert alsof je
zelf een fragment bent, krijgje altijd
fragmentarische oplossingen

en volop meelevend met iemand die heel ver van ons
verwijderd is.
En dan heb je nog programmàs als de X-Factor,
waar je kunt genieten van het wel en wee van de zan­
gers en zangeressen. Of je kijkt naar Hell's Kitchen,
waar je kunt zien hoe de aspirant-koks door Gordon
uitgekafferd worden. En dan vergeet ik nog bijna die
ontelbare ziekenhuisseries. Dat al die programma's

zo

verschrikkelijk op elkaar lijken vinden we helemaal
niet erg.
Moeten al die programmàs van mij van de buis?
Welnee, ben je gek. Kom in het dagelijks leven gewoon
tot de ontdekking dat de mechanismen van dichtklap­
pen en pantseren vaak onnodig zijn. Gewoon lekker
die liefde uitstralen die je toch al bent, in plaats van
proberen re voldoen aan al die belachelijke zelfbeelden
die we erop nahouden.

S

tel, er staat een boom in je tuin die het niet lekker
doet. De blaadjes worden dor en vallen af, terwijl

her nog maar pas lente is. Als je her grote geheel niet
ziet en alleen focust op de symptomen, zou het goed
kunnen dat je de blaadjes met een vochtig doekje gaat
afnemen om te kijken of dat helpt. Uiteraard zul je
snel merken dat je methode niet werkt. Je kunt eens
een ander soort doekje nemen, of wat meer of minder
water gebruiken, maar je komt pas tot een complete
oplossing als je een stap terug doet en ontdekt dat je
bij de wortels moer zijn.
Precies zo is het met de persoon en met de proble­
men van de persoon. Het maakt niet uit hoeveel ellen­
de we tegenkomen, we blijven maar aan die persoon
sleutelen. We menen dat we uiteindelijk wel gelukkig
zullen worden als we maar genoeg werken aan ons zelf-

122

123

beeld. En dat, terwijl het hele geloof in die persoon­
lijkheid als zelfstandig handelende entiteit juist het
misverstand is. Vandaar dat er nooit een einde komt
aan zelfverbeteringstrategieën. De aanpak is per defi­

Humor: een serieuze zaak

nitie fragmentarisch, omdat je het probleem benadert
vanuit het illusoire perspectief van de persoon. Je bent
nog niet klaar met de ene cursus, of je kunt alweer aan
de volgende beginnen. Nog spiritueler, nog harmoni­
euzer, nog heiliger.
Maar toch zijn er dagen dat je een onredelijke fi­
guur bent waar geen land mee te bezeilen valt. Er zijn
dagen dat er verdriet is en pijn. Eén zo'n dag is genoeg
om je aan het twijfelen te brengen over je bereikte spi­
rituele status. En dan grijpen we naar elk middel dat
ons afleidt van het gevoel dat er is. De oplossing ligt
niet in het verbeteren van de persoon.
Als je zelfonderzoek wilt doen, ga dan naar de wor­

aarom is humor zo'n belangrijk onderdeel van

W

ons leven? Als je aan mensen vraagt wat ze de

belangrijkste eigenschap vinden die iemand moet heb­

tels. Doe net zoveel stappen terug tot je niet verder

ben, wordt humor heel vaak als eerste genoemd. 'Een

kunt. Als je denkt dat je een persoon bent, doe dan een

dag niet gelachen, is een dag niet geleefd', is een quote

stap terug en zie dat de persoon waargenomen wordt.

van Harry Touw. Je hoort ook vaak dat het belangrijk

Ik ben niet een persoon die waarneemt, ik neem de

is dat je om jezelf moet kunnen lachen.

persoon waar. Werken aan de persoon, is werken zo­

Er zijn bijzonder veel soorten humor: woordspelin­

als aan alle andere waargenomen verschijnselen; je zult

gen, droge humor, zwarte humor, sarcasme, ironie, sa­

nooit een toestand bereiken waarin werken aan iets

tire, moppen en grappen, practicaljokes en absurde hu­

niet meer nodig is, omdat je aan een fragment werkt.

mor. Vooral in Nederland is cabaret immens populair.
In Engeland en Amerika heb je de stand-up comedy.
Ik vermoed dat een heel belangrijk onderdeel van
humor is dat geen enkel concept absoluut genomen
wordt. Heilige huisjes, taboes, niets blijft gevrijwaard
van humor. Het zijn juist de 'moeilijke' dingen die zich

124

125

uitstekend lenen voor humor. Er hoeft maar een ramp
te gebeuren ergens in de wereld, of je hebt nog dezelfde
week vaak al de eerste grappen erover.
Men zegt wel eens dat humor alles relativeert. Daar

Waarnemen is niet te lokaliseren

ben ik het niet mee eens. Door middel van humor kun
je het intrinsiek relatieve aspect van alle dingen laten
zien. Dingen worden niet relatief door humor, ze wa­
ren al relarief. En humor maakt dit duidelijk. Wat dat
betreft is humor dus een bloedserieuze zaak.

aargenomen objecten zijn aanwijsbaar, en dat

W

geeft een lekker duidelijk gevoel. Als iets

w

hoog, zo breed en zo diep is, weten we waar we her
over hebben. Wij mensen hebben behoefte aan duide­

lijke referentiekaders, zo zijn we opgevoed. Als er geen
lijn of schema in je dagelijkse routine zit, klopt er er­
gens iets niet.
Daarom raken veel mensen volkomen de kluts
kwijt zodra ze serieus zelfonderzoek gaan doen. Dan
ga je namelijk kijken of al die waargenomen objecten
wel zo solide zijn als je denkt. En dat blijkt reuze mee/
tegen te vallen. Om re beginnen zijn ze nogal heel erg
veranderlijk, want ze verschijnen en verdwijnen. Dat is
zo met elk waargenomen object, of het nu om voelen
of denken gaar. Wat een begin heeft, heeft per definitie
een eind.
126

127

Op dat gebied iets proberen te bereiken is ongeveer
hetzelfde als een tentje opzetten op zee, of investeren
in drijfzand. Alles verdwijnt in Bewustzijn. Vroeg of
laat kom je daar achter en dan wordt de vraag: 'Oké,
maar wie ben Ik dan in dit hele gebeuren?' En dan

Alle waarnemingen zijn cyclisch

blijkt dat al die zogenaamde referentiekaders niet echt
je basis waren, maar datgene waarin ze verschijnen en
verdwijnen.
Het grappige van waarnemen is dat het niet re lo­
kaliseren is. Je kunt her niet aanwijzen. Een waarge­
nomen object wel, maar het waarnemen zelf niet en
de beschikbaarheid waarin alles zich afspeelt al hele­
maal niet.
Zodra je her aan zou kunnen wijzen kun je meteen
waar vanaf een bepaalde plek op een bepaalde tijd, die

"'\Vf1l er überhaupt iets waargenomen kunnen wor­
W den, dan moet er eerst de mogelijkheid zijn voor

waarnemen is zonder middel, on-middel-lijk. Als ie­

objecten om in de waarneming te kunnen verschijnen.

mand 'anders' dus naar me toekomt om me te vertellen

Elke waarneming begint dus met beschikbaarheid. Op

wat hij of zij waarneemt, en dat dat verschillend is van

het moment dat we een verschijnsel waarnemen, spre­

'mijn' waarneming, verschijnt dat nog steeds allemaal

ken we van een ervaring. Er is op dat moment een

in Bewustzijn. Er is niet 'eentje' die waarneemt, laat

aantal tegenstellingen die in beweging zijn. Dualiteit

staan twee. Waarnemen is volkomen onpersoonlijk,

alleen kun je niet waarnemen. Je kunt pas dualiteit

zonder eigenaar.

ervaren op het moment dat er beweging is over een

weer vragen: 'Waarin verschijnt het dan?' Je neemt niet

bepaalde schaal.
Wanneer de ervaring verdwijnt, blijft alleen die be­
schikbaarheid over en is er een cyclus voltooid. Het is
van belang te beseffen dat Bewustzijn niet verdwijnt
op het moment van een gebeurtenis. Het is niet of of. Dan zou je namelijk krijgen: eerst is er die leegte,
dan komt er een ervaring, dan is er weer die leegte.

128

129

Zo werkt het niet. Water verdwijnt niet als er golven
zijn.
Het hele universum bestaat uit een enorme hoe­
veelheid cycli, op kleine en grote schaal. Ons zonne­

Zin en nut

stelsel, de Melkweg, de superclusters, alles draait. Men
vermoed zelfs dat onze oerknal niet de enige was en dat
ook dat een cyclus is. Het wu mij niets verbazen. Op
moleculair niveau zien we ook cycli. Elektronen gaan
in cycli en deeltjes hebben een 'spin'. In ons lichaam
zijn ook ik weet niet hoeveel cycli aan de gang.
Als je het idee hebt dat je in kringetjes ronddraait,
zit je er naast.
Het is nooit zo dat we zelf in cirkels ronddraaien.
We zijn de getuige van al deze kringetjes. We rijden
niet mee op de carrousel van het leven, we zijn het
beginsel waarin de hele kermis verschijnt.

T

wee onuitroeibare begrippen in ons leven zijn zin
en nut. Wat is de zin van het leven? Wat is het nut

van alles? De woorden 'zinloos' en 'nutteloos' hebben
op de een of andere manier een negatieve betekenis
gekregen. Dat is opmerkelijk, want dat dingen werke­
lijk zin of nut zouden kunnen hebben, hebben we zelf
verzonnen.
Wat betekenen deze twee begrippen eigenlijk precies?
In één woord: beoordeling. We maken iets mee, evalue­
ren dat aan het eind, en komen tot de conclusie dat het
zin heeft gehad of niet. Zijn we er beter van geworden,
dan had het zin. Zijn we er slechter van geworden, dan
was het nutteloos. Dat heeft dus alles te maken met de
ideeën die we hebben over wie of wat we zijn.
Als we denken dat we iets zijn dat beter of slechter
kan worden, dan bestaat er inderdaad zin en nut. Beter

130

131

en slechter becekenc verandering, dualiteit. En omdat
wij het onveranderlijke beginsel zijn waarin alle veran­
deringen worden waargenomen, zijn we dus ook niet
onderhevig aan begrippen als nuc en zin.

Een denksysteem is niet

Betekenc dit dat we nooit meer iecs gaan onderne­

echt een beperking

men omdac het geen nut of zin heeft? Ja, dat betekent
het. In plaats van iets te gaan ondernemen zien we alles
spontaan gebeuren. Eén en al activiteit. Of stilte.

H

et lijkt of we gevangen kunnen zijn in denk­
conscructies, maar in werkelijkheid verschijnen

alle denksystemen in ons. In eerste instantie lijkt elk
systeem van regels een beperking, maar bij nadere be­
schouwing blijkt binnen zelfs het meest gereguleerde
systeem totale vrijheid mogelijk.
Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de kunst in
het algemeen en de muziek in het bijzonder. Als we
teruggaan naar de tijd van Bach, dan waren de regels
voor het componeren van muziek overweldigend in­
gewikkeld. In die periode (1685 - 1750) diende je je
als componist te houden aan de regels van het con­
trapunt. Dat is een van de ingewikkeldste vakken aan
het conservatorium. Als je voor het eerst kennis maakc
mee dit systeem van regels lijkt er geen enkele ruimte
te zijn voor eigen inbreng. Toch heeft Johan Sebastiaan
132

133

muziek weten te componeren die we dik driehonderd
jaar later nog steeds willen beluisteren.
In de tijd van Mozart (tweede helft achttiende
eeuw) waren er ook strenge regels. Men hield zich aan

Het verwerken van gevoelens

de wetten van de harmonieleer.
Parallelle kwinten, overmatige secundes, bedekte
octaven, queerstanden, allemaal verboden. Mozart wist
manieren te vinden waarop een parallelle kwint toch
mooi klinkt en ook nog de regelen der kunst volgt. De
regels die je toen moest volgen om een pianosonate te
schrijven zoals hij dat deed, waren ook heel strak. Het
is nog steeds verplichte kost voor elke conservatorium­
student.
Dit verhaal kan ik over elke bekende componist
houden. En voor andere kunstdisciplines geldt het­
zelfde. De regels voor Nederlandse taal en spelling zijn
behoorlijk moeilijk. Toch hebben we dingen als poëzie
en proza. Ik kan 'De Avonden' van Gerard Reve wel
honderd keer lezen.
Een systeem van regels is niet werkelijk beperkend.
Binnen de beperking toont zich de meester.

I

n het algemeen wordt aangenomen dat je gevoelens
kunt verwerken. Dat je kunt leren om op een zekere

manier met bepaalde emoties om te gaan.
Wat doen we eigenlijk als we een methode als deze
toepassen?
Het opkomen van een gevoel en het waarnemen
ervan gebeurt op precies hetzelfde moment. Het zien
van een emotie is ook onmiddellijk de acceptatie er­
van. Maar nu komt het denkbeeld op: 'Hoe moet ik
hier mee leren omgaan'. Dat denkbeeld is in feite een
afwijzing van het gevoel.
Het gevoel IS er namelijk al, dus het denkbeeld
van 'ermee leren omgaan' is het paard achter de wagen
spannen. Er is alleen het zien van die emotie.
Er zit nog een ander addertje onder het gras. Je
hoort vrijwel nooit iemand zeggen: 'Oh ik ben zo vro-

134

135

lijk! Hoe moet ik hier mee leren omgaan?' Of: 'Ik heb
gisteren w gelachen! Maar hoe moet ik dat nu een plek
geven?'. Dat leren omgaan met gevoelens gaat eigenlijk
altijd over die emoties waar een negatieve conditione­

Willen of niet willen

ring aan kleeft.
Als er een gevoel opkomt, dan ben ik moeiteloos
getuige van dat gevoel.
Is het verdwenen, dan is het voor altijd weg, zonder
ook maar één spoor na te laten. Het opkomen gaat
moeiteloos, het zien gaat moeiteloos, en het verdwij­
nen gaat moeiteloos. Je kunt gevoelens niet opsparen,
weg is weg. Simpel, spontaan en eenvoudig. Maar
blijkbaar houden we van ingewikkeld.

w:

e hebben een probleem als we iets willen dat er

niet is, of als er iets is dat we niet willen. Met an­

dere woorden, als we alternatieven gaan verzinnen voor
het nu en bovendien geloven dat er werkelijk iets anders
mogelijk zou zijn dan het nu. Dan krijg je namelijk een
verschil tussen de actuele situatie en een geprojecteerde
ideale situatie. Precies dat verschil is conflict, is een pro­
bleem. Hoe verder de situatie en de projectie uit elkaar
liggen, hoe meer energie er in gaat zitten.
Positief denken is geen oplossing, want dan zit je
nog steeds in de sfeer van willen en niet willen. Je wilt
wel positief en je wilt niet negatief. En dat kan niet,
want alle tegenstellingen zijn wederzijds afhankelijk.
De een kan dan ook niet bestaan zonder de ander.
Iets willen, of iets niet willen, kan alleen als we den­
ken dat we in kunnen grijpen in de loop der gebeur136

137

tenissen; als we denken vanuit het illusoire perspectief
van de persoonlijkheid. Op dat moment lijkt het of
we een poppetje zijn dat van alles te willen en niet te
willen heeft.
Lijdzaam toezien hoe ons leven aan ons voorbij­
glijdt is ook geen oplossing. In dat geval doen we na­

De onvoorspelbaarheid
van het bestaan

melijk net of we niets meer willen. De koppeling met
de persoon is nog steeds niet doorzien. In plaats van te
zien dat het leven spontaan is, hebben we een houding
van gelatenheid aangenomen. En we verwachten er­
gens toch stiekem een beloning voor die houding.
Het enige dat er hoeft te gebeuren is zien wat de
werkelijke situatie is. Het nu is de enige mogelijkheid.
Iets anders kennen we niet. We zijn de waarnemer van
sie van 'nu' er gaat verschijnen, want er zijn geen opties

A ls we piekeren, stapelen we de ene gedachte op
.f"l.de andere. We proberen alles wat er zou kunnen

waaruit we kunnen kiezen. We kunnen niet zeggen:

gebeuren te voorspellen en verzinnen alvast hoe we op

dit nu, het verschijnt in ons. We kiezen niet welke ver­

doe mij maar nu, versie a of b. We zijn ook de waar­

elke mogelijkheid het beste zouden kunnen reageren.

nemer van alle gekke gedachteconstructies waarin per­

Hier vloeien weer nieuwe mogelijkheden uit voort en

soontjes dingen willen of niet willen. Dit waarnemen

ook voor al die hypothetische situaties moeten we weer

is moeiteloos en onmiddellijk en staat altijd aan, gratis

een oplossing verzinnen. Op deze manier groeit het

en voor niets.

aantal opties exponentieel en al snel is het absoluut
onmogelijk geworden om alles voor te zijn. Hoe verder
we proberen vooruit te denken, hoe onoverzichtelijker
het proces wordt.
Het kan heel goed dat er uiteindelijk iets gebeurt
dat we totaal niet verwacht hadden en waar we dan
ook geen rekening mee hadden gehouden. Of er ge­
beurt iets waar we wél rekening mee hadden gehou­
den, maar we reageren toch anders dan we van tevo-

138

139

ren verzonnen hadden. Of we reageren precies zoals
we verzonnen hadden, maar het pakt totaal verkeerd
uit. En er zijn ook situaties waarin we zó bliksemsnel

Exclusieangst

moeten reageren dat er helemaal geen tijd is om ons te
herinneren wat we ook alweer bedacht hadden.
Als je de voorgaande redenering overdreven inge­
wikkeld vindt, heb je volkomen gelijk. We ervaren da­
gelijks dat het leven vol verrassingen is en dat het nu
altijd nieuw is. Het heeft geen zin te piekeren over alles
wat er zou kunnen gebeuren, want je zit er toch altijd
naast. Binnen Bewustzijn kan en zal van alles gebeu­
ren, maar we worden niet wezenlijk beïnvloed door
wat er gebeun omdat we tijdloze ruimteloze beschik­
baarheid zijn waarin alles verschijnt.

B

ijna iedereen wil graag ergens bij horen. Als we ge­
loven dat we een klein poppetje zijn in een grote

boze wereld gaan we op zoek naar veiligheid, bijvoor­
beeld de veiligheid van een groep. We willen erbij ho­
ren, en niet buitengesloten worden. Veel organisaties
buiten deze exclusieangst schaamteloos uit. Je hoort
er niet zomaar bij, je moet eerst allerlei dingen doen,
zoals abonnee worden, of trainingen volgen om op te
klimmen binnen de hiërarchie van de organisatie.
Veel religies werken op deze manier, met geboden
en verboden. In het christelijke geloof wordt met de hel
gedreigd als je niet bij de club hoon. Gewoon leven en
laten leven is te simpel; er hoort een heel boek bij over
hoe je zou moeten leven om je plekje in de hemel te ver­
zekeren. Als je een 'godvrezend' mens bent, weet je zeker
dat ze je gemanipuleerd hebben op je exclusieangst.

140

141

Religie heeft niet het alleenrecht op deze truc. Ook
veel 'spirituele' organisaties werken ermee. W il je tot in
de toppen van zo'n organisatie doordringen, dan moet
je nogal wat werk verzetten en geld investeren.

Denken komt altijd te laat

Het is vaak bijna onmogelijk om je abonnement op
te zeggen. Lukt het toch, dan word je als een afvallige
uitgekotst. Er zijn genoeg voorbeelden van sektes te
vinden waar het zo werkt.
Wie ontdekt heeft war hij/zij is, is niet meer te ma­
nipuleren op deze exclusieangst. Die hoeft nier meer
'ergens bij te horen'. Die zoekt geen schijnveiligheid
meer bij een groep mensen mee dezelfde projecties.

S

tel, je ervaart een vervelend gevoel en meteen daar­
na komt de gedachte: 'dit wil ik niet'. De meeste

mensen gaan dan in de weer met strategieën om nooit
meer zo'n soort gevoel te ervaren. Wat ze dan vergeten,
is dat het onzin is om dit gevoel 'niet te willen', want
het IS er al. Denken komt achteraf opzetten, en kan
nooit meer 'voor' dit gevoel kruipen om het tegen te
houden. Het is mosterd na de maaltijd om iets re wil­
len veranderen dat reeds is verschenen.
Andersom is het precies hetzelfde. Met alle leuke
gevoelens die je ervaart komt daarna de wens op om ze
te herhalen of te continueren.
Maar een leuk gevoel dat weg is, is voor altijd ver­
dwenen. Ze zeggen wel eens: 'achteraf is makkelijk pra­
ten', maar in dit geval is het niet makkelijk of moeilijk;
het is onmogelijk. Wat geweest is, is geweest. En het
142

143

denken kan het niet terughalen, daarvoor is het te laat.
Hee moment is gepasseerd.
Met sporten, of muziek maken gebeurt het wel eens
dat alles vanzelf en moeiteloos lijkt te gaan. Meestal
op het moment dat je niet aan presteren of bereiken

Tegengesteld is niet tegenstrijdig

denkt, maar opgaat in het gebeuren. Dat hoort bij
elkaar, die moeiteloosheid en die afwezigheid van ie­
mand die iets doet.
Later zeg je: 'Zo, dat heb ik weer goed gedaan!' ter­
wijl op dat moment alles spontaan gebeurde en er geen
'ik' aan te pas kwam.
Denken komt altijd te laat. Het ego is de clown die
het applaus voor de acrobaten in ontvangst neemt. *
e ervaren de wereld als een ongelofelijk groot

W

aantal tegenstellingen.

In advaita noemen we dat 'dualiteit'. Het ene be­

staat bij de gratie van het andere. Als er hoog is, is er
ook diep. Deze twee zijn complementair, vullen elkaar
aan. Warm en koud hebben geen ruzie met elkaar, ze
zijn wederzijds afhankelijk. En zo is het met alle tegen­
stellingen.
Daarom is het heel vreemd dat we ruzie met elkaar
kunnen krijgen over meningen. W illen we kunnen
botsen, dan zijn er twee nodig die hun mening serieus
nemen. Stel dat ik mijn mening superserieus neem,
en jij doet hetzelfde, dan zijn alle ingrediënten voor
een botsing aanwezig. Als jij jouw mening superserieus
neemt, en ik die van mij niet, dan kom jij in een soort
*Alexander Smit

144

vacuüm terecht zodra je een discussie op touw wilt zet-

145

ten. Als we allebei onze meningen zien voor wat ze
zijn (namelijk relatief, zonder eigenaar) is een botsing
uitgesloten.
Dualiteit is de wereld der tegenstellingen, zonder
tegenstrijdigheden, en dualiteit wordt gedragen in dat­

Aankondigingen en voornemens

gene dat die dualiteit waarneemt. Dat is je natuurlijke
staat. Vanuit die beschikbaarheid conflictloos leven is
de normaalste zaak van de wereld. Als fragment pro­
beren die totaalheid te bereiken, is de wereld op zijn
kop.

J\ lexander kreeg ooit een mevrouw op bezoek die
.I'\.hem vertelde dat ze van hem gehoord had en dat
hij mensen duidelijk kon maken wat hun ware na­
tuur was. Dus Alexander legt haar het hele verhaal uit,
waarna ze uitriep: 'Fantastisch! Maar hoe ga ik dit in
mijn leven verwerken?' Waarop Alexander haar nog­
maals het hele verhaal vertelde. Ze was dolenthousiast
en zei: 'Weet u misschien iemand bij wie ik in de leer
kan?' De manieren die we verzonnen hebben om es­
sentiële dingen uit te stellen zijn talrijk. Ik geef zelf
muziekles, en ook daar zie je het gebeuren.
De essentie van muziekles is dat je thuis oefent en
dan op les laat horen wat de vorderingen zijn. Dat
oefenen hoeft niet uit een muziekboek, je mag ook
popsongs naspelen van radio of tv, of zelf composities
schrijven. Als er maar iets gebeurt. Wat zie je nu op
146

147

muziekles als leerlingen nier of nauwelijks geoefend
hebben? Ze proberen her moment dat ze echt moeren
gaan spelen zolang mogelijk uit te stellen. Ze treuzelen
met hun jas bij de kapstok, ze kunnen hun muziek­

Leven vanuit de persoon

boek niet vinden of zijn het vergeten, ze wisten niet

is leven vanuit beperking

meer wat ze moesten oefenen, ze hebben nog koude
handen van het fietsen, ze willen eerst vertellen wat er
de afgelopen week allemaal gebeurd is, ze hadden veel
proefwerken, hun huis wordt verbouwd en ga

zo

maar

door. Als muziekleraar roep ik dan: 'Eerst spelen, dan
praten!' Na enig aandringen komt dan natuurlijk de
aap uit de mouw; ze hebben niet geoefend.
De essentie van zelfonderzoek is kijken. Niet oe­
fenen, maar kijken. Als je zelfonderzoek benadert op
de manier waarop bijna alle andere cursussen werken
(namelijk door te 'oefenen'), dan zit je ernaast. Bij zelf­
onderzoek krijg je bijvoorbeeld de vraag: 'Hoe kom ik
van mijn angsten af?' En dan is het antwoord: 'Kijk!
Wat is die angst eigenlijk?'

D

e persoon is een serie geheugenbeelden die we
als onszelf zijn gaan betitelen. Uit alle indrukken

die we in ons leven opgedaan hebben pakken we die
geheugenplaatjes die het meest in ons straatje passen.
Dat kunnen bijvoorbeeld de leukere denkbeelden zijn,

'Oké,' zegt men dan, 'ik ga kijken'. Gaan kijken is

zodat we een 'positief' zelfbeeld kunnen creëren. Dan

een voornemen, en een voornemen kun je uit- of af­

krijg je: ik ben leuk, of knap, of slim, of getalenteerd,

stellen. Je kunt je niet voornemen te gaan kijken, je

of beroemd, of fantasievol, of spontaan. Het liefst na­

bent al gewaar.
En nu hoor ik je denken: 'Ja, goed punt, daar kan
ik wel iets mee!'

tuurlijk een combinatie van zoveel mogelijk van deze
eigenschappen.
Her kan natuurlijk ook zijn dat we liever de wat
'negatievere' eigenschappen uitzoeken. Immers, wie
hoog klimt, kan diep vallen. Je kunt beter jezelf afkra­
ken voordat iemand anders het doet. Dat wordt het
rijtje: ik ben saai, of lelijk, of dom, of talentloos, of
onzichtbaar, of fantasieloos, of niet spontaan.

148

149

Als we een beetje alert zijn komen we er regelmatig
achter dat het rijtje lang niet altijd opgaat. Sowieso
vrijwel nooit het hele rijtje, maar vaak blijkt ook één
kenmerk niet steeds hetzelfde te zijn. Je dacht bijvoor­

Allegorie: waar is het station?

beeld dat je zogenaamde lelijkheid een constante factor
was, maar dan ineens komt er iemand op je pad die jou
onwijs knap vindt. Beauty is in the eye of the beholder.
Of je dacht dat je heel slim was, maar ineens doe je iets
ongelofelijk doms en ben je blij dat er niemand kijkt.
Het beeld dat we van onszelf hebben is dus niet
onveranderlijk, eigenlijk klopt het bijna nooit. Leven
vanuit dat zelfbeeld, als persoon, is dus leven vanuit
beperking. We proberen onszelf te reduceren tot een
rijtje begrippen en eigenschappen, ook als we keer op
keer de geleefde ervaring hebben dat het gewoon niet
klopt. Uit angst vluchten we in de schijnveiligheid van
het kaartenhuisje dat we de persoon noemen.

E

r was eens een man, laten we hem voor het gemak

Ad Vaita noemen. Ad maakt een wandeling in zijn

geboortestad die hij kent als zijn broekzak. Hij drinkt

Zelfonderzoek ontstaat vanuit het innerlijk weten

een kopje koffie in de stationsrestauratie. Hij heeft wel

dat het w niet werkt, en dan ga je al die mechanismen

iets met de sfeer daar; de mensen die langslopen en de

die niet werken onderzoeken. Bijvoorbeeld het mecha­

treinen die af en aan rijden. Door het raam heeft hij

nisme dat je altijd maar beter moet worden.

ook nog een mooi uitzicht op de haven, dus er is van

Advaita is niet: verder kijken dan je neus lang is,
maar: dieper kijken dan je neus kort is.

alles te zien en te beleven.
Er komt een man naar hem toe, die vraagt: 'Weet u
misschien waar het station is?'
- 'Maar natuurlijk; daar bent u al!' De man kijkt om

zich heen en ziet dat hij inderdaad al op het station is.
'Bedankt voor de moeite hé!', roept de man nog.
- 'Welke moeite?', denkt Ad.
Nu komt er een vrouw naar hem toe, met dezelfde
vraag: 'Waar is het station?'
150

151

- 'Daar bent u al, mevrouw', zegt Ad.

van verstandhouding uitgewisseld. Sommigen maken

'Dat kan niet!', zegt de vrouw. 'Ze hebben me ge­

een praatje, maar dat is niet verplicht. Al deze mensen

zegd dat het heel moeilijk is, om bij het station te ko­

zijn geen lid van de 'Club van mensen die weten waar

men. Ik ga nog even verder kijken hoor!'

het station is'.

- 'Uiteraard, zoals u wilt mevrouw', zegt Ad.
Even daarna komt er een jongen van een jaar of
achttien langs, die vraagt: 'Hee ouwe, waar is het sta­
tion?'
- 'Precies hier, waar we nu zijn.'
'Ik geloof er geen donder van. Ik weet toch zeker
wel hoe een station er uit ziet? Ik zoek wel iemand die
het wél weet!'
- 'Hee is geen kwestie van geloven hoor', zegt Ad
nog, maar de jongen is alweer verder gelopen.
Er komt nog iemand langs met de vraag of Ad lid
wil worden van de 'Club van mensen die weten waar
het station is'. Je krijgt er een gratis plattegrond bij
(véél mooier en duidelijker dan andere plattegronden),
maar Ad bedankt beleefd doch beslist.
Verder komen er nog vrij veel mensen langs die, na
Ad's mededeling dat ze al in het station zijn, zeggen:
'Wow, te gek! Maar wat moet ik nu doen om ook écht
in het station te komen?' Met Ad's antwoord: 'Niets,
kijken!' kunnen

ze

weinig, dus

ze

blijven een beetje

rondhangen, als 'stationrondhangjongere'. Af en toe
kijken ze Ad's kant op voor een bevestigende knik of
een vriendelijke glimlach.
Ten slotte nog wat mensen met dezelfde liefde die
ook een kopje koffie komen drinken en alle verschil­
lende sfeerrjes komen proeven. Er worden wat blikken
152

153

Aandacht krijgen

E

rgens in je leven ben je vergeten
Dat je Liefde zelf bent

De mogelijk.heid voor alles
En ben je gaan geloven een fragment te zijn
Ergens in je leven ben je gaan denken
Dat je afgescheiden bent van de rest
Eén persoon te midden van velen
Op zoek naar aandacht en liefde
Ergens in je leven heb je ontdekt
Dat er iets niet klopt
Waarom al dit zoeken van A naar Beter?
Als kind zo zorgeloos, en later niet meer
Als je wilt weten wie je bent
Kijk dan eens naar de trucjes
Die je hebt verzonnen om aandacht te krijgen
En volg het spoor terug
155

Ergens in je leven herinner je je ineens
Wie je was voordat je op zoek ging
Dan houdt het zoeken naar liefde en aandacht op
Tot die tijd zijn we liefde op zoek naar zichzelf

Alle leuke dingen zijn ego"oplossend

(Bronvermelding: 'we zijn liefde op zoek naar zichzelf'
is een quote van Alexander Smit)

E

en grappig kenmerk van alle dingen die we leuk
vinden om te doen is dat het ego erbij oplost. We

zitten bijvoorbeeld helemaal weg te dromen bij een
goede film. Onze aandacht is geheel bij die film en
onze persoonlijkheid lost op. Of we hebben een fan­
tastisch boek dat we in één adem uitlezen. We kunnen
het niet wegleggen, we blijven zo geboeid dat de tijd
vliegt. Waar is op dat moment jouw persoonlijkheid
gebleven met zijn verhaal, zijn leven en zijn proble­
men?
Of neem sport. Ook al zoiets waar we volledig in
kunnen opgaan. Je bent zo gebiologeerd door het spel
zelf, dat er geen ruimte is voor een 'iemand' die het
doet. Sport en ego gaan niet samen. Vandaar dat we
het 'onsportief' noemen als iemand niet tegen zijn ver­
lies kan.

157

Kijk naar alle kunstvormen. Goed muziek maken heeft
niets te maken met iemand die een 'prestatie' neerzet.
Het heeft te maken met opgaan in de muziek, verdwij­
nen in de klank, als persoon. Ik herinner me een do­
cumentaire over Anton Heyboer waarin hij uitlegde

Zelfonderzoek is én ... én

wat het verschil was tussen zijn manier van schilderen
en die van de meeste andere schilders. Hij zei: 'Kijk,
een ander, die probeert wat, hè. En ik probeer niks.'
Met relaties is het niet anders. Als je als man gaat stap­
pen om 'een vrouw te versieren', vergeet het dan maar.
Daar zit veel te veel proberen in. Ik weet dat veel man­
nen denken dat ze echte 'versierders' zijn, maar dat is
zeer waarschijnlijk omdat vrouwen ze dan maar in die
waan laten. Juist op momenten dat je niet met je ego
bezig bent, en gewoon bent wie/wat je bent, kan er
spontaan een klik zijn.
Is het daarom niet vreemd dat we het zo erg vinden
als we 'meegezogen' worden door hevige emoties als

"\ feel mensen rekenen zichzelf tot een type. En zo
V heb je in de spiritualiteit dus ook typen zoekers,
ieder met zijn/haar eigen invalshoeken, favoriete items,

en vooral: met zijn/haar eigen 'verhaal'.

angst, woede en verdriet? Ook daar is het ego tijdelijk

Je hebt het type dat bereid is alles te geloven als ze

afwezig, om dezelfde reden: volledige aandacht voor

maar verlicht raken. Ze nemen alles zonder meer aan,

wat is. Gek genoeg ervaren we dat als zorgwekkend,

zonder te kijken of het echt zo is. Dit type zegt dingen

en zeggen we: 'Ik kom weer tot mezelf' als de persoon­

als: 'Zeg me wat ik moet doen'.

lijkheid weer lijkt te verschijnen. Het is hetzelfde prin­
cipe, maar vanwege onze conditionering gaan we er
anders mee om.

Je hebt ook spirituele pubers waarmee elk gesprek
een strijd moet zijn.
Ze willen de ring in. Niets is vanzelfsprekend, alles
moet bevochten worden. Zoals het vorige type alles aan­
neemt, gelooft dit type niets. Ze vinden het niet leuk om
gespiegeld te worden, ze willen een reactie onrlokken.
Je hebt ook mensen die helemaal 'vanuit hun hart'
leven, de 'voelers'.

158

159

Vaak is hun Hyves gepimpt met fantasy-plaatjes. Als

de bhakti kant, de kant van de overgave, vertrouwen

iets goed 'voelt' is het oké. Ze doen vaak aan astrolo­

en liefde. Iemand die vanuit de jnana hoek onderzoekt,

gie en tarot. Ze hebben allemaal hartjes en engeltjes in

kan uiteindelijk niet om de bhakti kant heen, want

hun msn-naam. Een logisch beargumenteerde post zul

er is geen wiskundige formule voor liefde. En iemand

je van hen niet lezen. Ze spreken liever in 'sferen' en

die vanuit de bhakti hoek onderzoekt, kan uiteindelijk

'beelden'.

niet om de jnana kant heen, want zelfonderzoek bete­

Aan de andere kant heb je dan de geeks, de nerds,

kent ook dat je voor rede vatbaar moet zijn.

de 'denkers', de mensen die 'in hun hoofd' zitten. Als
iets niet logisch beredeneerbaar is, is het onbelangrijk.
Het zijn de mensen die op de middelbare school een
exact vakkenpakket hebben, of een profiel 'natuur &
techniek'.
Ten slotte heb je ook nog de zoekers 'die het al we­
ten'. Voor alle zekerheid komen ze toch nog wel naar
sacsang, maar liever om te horen hoe goed ze het we­
ten, om bevestigd te worden in hun 'kennis'. Dit type
gaat andere zoekers in de pauze en na afloop uitleggen
'hoe het zit'.
Natuurlijk is het vorige enigszins gechargeerd, dat
ben ik me volledig bewust. Het gaat me er dan ook
niet om iedereen in een hokje te stoppen. Integendeel.
Waar het me om gaat is dit: zelfrealisatie betekent de
volledige integratie van hoofd en hart. Van intelligen­
tie en overgave. Het is niet óf - óf, maar én - én. Dus
als er iets is dat je interesse heeft, dat je hare heeft,
onderzoek dat dan vanuit alle mogelijke invalshoeken.
Benader het niet alleen met je intellect, maar bekijk
het ook vanuit je intuïtieve kant.
In advaita heb je de jnana kant, de kant van het on­
derscheidingsvermogen en de intelligentie. En je hebt

160

161

Geïdentificeerd zijn

E

en begrip waar je onvermijdelijk mee te maken

krijgt op het 'spirituele pad' is identificatie. Zodra

je ergens gelezen hebt dat je dingen los moet kunnen
laten, bijvoorbeeld gevoelens, introduceer je ogenblik­
kelijk het idee dat je dingen vast zou kunnen houden.
Immers, om iets te laren gaan, moet er eerst de moge­
lijkheid bestaan dat we dingen zouden kunnen vast­
houden.
Iedereen die wel eens geprobeerd heeft om dingen
(bijvoorbeeld een leuk gevoel) vast te houden, weet dat
het onmogelijk is. Alles glipt als zand door onze vin­
gers. Er is in je hele wereld niets te vinden dat niet aan
verandering onderhevig is. Het nu is altijd nieuw en
veegt zichzelf onmiddellijk uit.
Het is dus helemaal niet mogelijk om te leren 'los
te laten', want in werkelijkheid wordt alles op elk mo-

163

ment vanzelf losgelaten. Vandaar dat identificatie on­
mogelijk is en op een misverstand berust. Het is een
optische illusie.
Hoe gaat identificatie in zijn werk? Laten we een
rotgevoel als voorbeeld nemen. Het begint met het ge­

Wat je bent, is niet te vinden

voel zelf, zonder meer. Dat is wat er is. De kwalificatie
'rot' is denkwerk. Dan hebben we dus met twee din­
gen te ma.ken: het gevoel en her etiket 'rot'.
Nu komt er nog een gedachte achteraan: 'Ik voel
me rot'. Het gevoel, het etiket en de persoon worden
tot één gedachte gemaakt, waaruit we afleiden dat we
geïdentificeerd zijn. Aan deze laatste gedachte kennen
we zoveel werkelijkheidswaarde toe dat we echt menen
geïdentificeerd te zijn. En uiteraard komt er daarna
nog een heel ,verhaal over dat we hier vanaf willen en
dat het niet meer mag gebeuren.
We zijn intussen gewoon de hele tijd Bewustzijn,

at je bent, is niet te vinden. Kun je hout aan­

W

wijzen? Nee, dat kun je niet. Je kunt een tak of

een plank of een kast aanwijzen. Hout in een bepaalde

waarin het gevoel, het etiket, de persoonlijkheid en de

vorm, dat kun je aanwijzen. Kun je water aanwijzen?

identificatiegedachte verschijnen. We zitten niet vast,

Nee, ook niet. Je kunt een druppel, of een plas, of een

we kunnen nier 'meegesleept' worden door gepieker,

zee aanwijzen. Water in een bepaalde vorm, dat kun

we kunnen niet 'overmand' worden door gevoelens.

je aanwijzen. Kun je Bewustzijn aanwijzen? Nee, on­

Het antwoord op de vraag: 'Mijn denken draait steeds

mogelijk. Een lichaam, een boom, of een berg kun je

in kringetjes rond. Hoe kom ik daaruit?' is: je bénter al

aanwijzen.

uit, want je neemt het waar. Je hebt er nooit ingezeten,
dat is onmogelijk.

Bewustzijn is pas aanwijsbaar als her vorm wordt.
Een tak kan geen hout vinden. Een druppel kan geen
water vinden. Een persoon kan geen realisatie vinden.
Gemanifesteerd en ongemanifesteerd zijn Eén. Als Be­
wustzijn ben je alle vormen en het vormloze beginsel.
Zoeken is onzin, omdat je alles bent.

164

165

Totale desillusie kan niet
frustrerend zijn

Z

elfonderzoek is niet altijd alleen maar 'leuk'. Het
is zeer aannemelijk dat concepten waarvan je

gedacht had dat ze waar waren overboord gaan. Dat
kan wel eens even slikken zijn, vooral als je al een heel

aantal jaar in een bepaald idee over jezelf geïnvesteerd
hebt.
Als het concept 'persoonlijkheid' onderzocht wordt,
zou het bijvoorbeeld kunnen zijn dat die persoonlijk­
heid helemaal niet zo solide is als je gedacht had. Als
gevolg daarvan kan het lijken of je in een soort vacuüm
terechtkomt, of dat de bodem onder je voeten wordt
weggeslagen. Maar wat ga je doen? Terug naar je oude
geloof, terwijl je voor jezelf hebt gezien dat het op een
aantal misverstanden blijkt te berusten?
Of ga je de leegte opvullen met een nieuwe serie
concepten? Het ene idee verruilen voor het andere?

167

Dat gebeurt ook vaak, namelijk. Van de ene spirituele
cursus naar de andere, in de hoop dat je uiteindelijk de
goede zult vinden.
Het ontdekken dat de persoonlijkheid een illusie

De drie"eenheid

is, is in feite een desillusie. Gedesillusioneerd zijn is
dus helemaal niet erg. Je bent alleen een illusie armer.
Bij totale desillusie worden alle illusies als zodanig her­
kend. En dat kan nooit frustrerend zijn.

Z

odra we gaan praten over Bewustzijn, hebben

we het over iets dat niet in woorden is te vatten.

Ziedaar het probleem van forums over zelfonderzoek.
Taal is paradoxaal, maar is het enige instrument dat we
hebben om informatie door te geven, hetzij gesproken,
hetzij geschreven. Vanwege de tekortkomingen die in­
herent zijn aan taal, is er vaak spraakverwarring.
Veel spraakverwarring op het gebied van zelfonder­
zoek heeft te maken met wat mijn goeroe Alexander
'The

mixing oflevels' noemde. Mixing of levels krijg je

wanneer de ene gesprekspartner op de golflengte van
het ene level praat en de tweede op de golflengte van
het andere level. Dit zijn de levels:
- datgene dat er gebeurt
- datgene dat zou moeten gebeuren
- datgene waarin het gebeurt
168

169

Een voorbeeld: er stort een vliegtuig op je huis. Op het
level van datgene dat er gebeurt, is er een vliegtuig op
je huis gevallen. Op het level van datgene dat er zou
moeten gebeuren, is het: 'Waarom is dat vliegtuig niet

Oorzakelijkheid is een illusie

ergens anders neergestort?' en op het level van datgene
waarin het gebeurt, is er helemaal niets gebeurd.
Nog een voorbeeld van mixing oflevels: 'Mijn moe­
der is gisteren overleden.'
'Ach, alles is immers toch Bewustzijn?' In werke­
lijkheid is er geen scheiding tussen de levels. Het voor­
beeld van Alexander was alleen om de spraakverwar­
ring aan te duiden.

O

orzakelijkheid vooronderstelt dat het ene object
de oorzaak is van het andere object. Als dat zo

zou zijn, zou de allereerste oorzaak van alle dingen een
object moeten zijn. Dat is een cirkelredenatie, want
wat was dan de oorzaak van dat allereerste object? Wat
veroorzaakte de oerknal? Causaliteit kan in werkelijk­
heid niet bestaan, aangezien je nooit tot een eerste oor­
zaak komt.
Dat betekent dat de eeuwige 'waarom' vraag op
losse schroeven komt te staan als je dit ziet. Vragen
als 'Waarom heb 'ik' dat nou altijd?', of waarom moet
'mij' dat nou weer gebeuren?', of 'Waar heb ik dat aan
verdiend?', worden volkomen onzin.
Je gaat ook niet meer proberen dingen te 'veroorza­
ken'. Alles komt spontaan op, zonder reden. Dat noe­
men ze: 'The Unbearable Lightness ofBeing.

170

171

Het ego is niet de vijand

M

aar al te vaak wordt in spirituele kringen het
ego tot boosdoener gebombardeerd. Hadden

we eerst de illusie dat we alleen maar de persoonlijk­
heid/ego waren, nu is dat ego ineens de schuld van
alles. Vandaar ook dat je dan impulsen ziet opkomen
om volledig egoloos te willen worden.
Allerlei trucs om het denken te laten ophouden
worden uit de kast gehaald. Men mediteert zich gek
om niet meer te hoeven denken.
Juist door het ego of de persoonlijkheid weg te
wensen. kennen we er een veel grotere waarde aan toe.
Door te willen dat het ophoudt, maken we het belang­
rijker dan het is.
Je hoort afleest ook nog wel eens: 'Het ego wil dit of
dat', of 'De persoonlijkheid wil zichzelf in stand hou­
den'. Ook dat is veel teveel eer. Willen is denkwerk, en

173

de persoonlijkheid is ook denkwerk De ene gedachte

kan de andere niet denken. Denken kan niets doen of
zien, het wordt gezien. Zodra je de ene gedachte ziet,
is de vorige verdwenen. De ene gedachte kan de andere

Trimurti

niet creëren. Een schaduw heeft geen schaduw.
Promoveer het ego daarom niet tot een zelfstandig
handelend verschijnsel, want dat is het niet. Het is
meer zoiets als een geheugenplaatje, en de plaatjes die
we van onszelf hebben, kloppen per definitie nooit.
Het ego doet, denkt, of wil dus niets, het is zelf een
bedenksel. Het hoeft niet weg. Net als je schaduw heb
je er geen last van.

I

n de Hindoe religie hanteert men het begrip 'Tri­
murti' om scheppen, in stand houden en vernieti­

gen te beschrijven. Trimurti is een aanduiding voor
drie goden: Brahma (de schepper), Vishnu (de in stand
houder) en Shiva (de vernietiger). Als je dit concept
over ons bestaan heen projecteert, zou het kunnen ver­
wijzen naar respectievelijk geboorte, leven en dood.
Het probleem daarmee is dat het dan net lijkt of er
externe machten aan het werk zijn. Alsof iemand onze
geboorte heeft geregeld, ons leven in stand houdt en
onze dood arrangeert.
Mijn interpretatie van deze drie-eenheid is dan ook
anders. De hele gemanifesteerde wereld verschijnt in
mij, als ongemanifesteerd Bewustzijn. Alles verschijnt
(Brahma), wordt gezien (Vishnu) en verdwijnt weer
(Shiva). Geen machten die buiten mij om aan het
174

175

werk zijn, maar iets dat zich van moment tot moment
spontaan in mij voltrekt.
Om aan te geven dat er buiten mij als Bewustzijn
geen krachten van buitenaf aan het werk zijn, gebruikt
men in het Sanskriet de term 'ParaBrahma'.
'Para' betekent ongeveer zoiets als 'voorbij aan,
vooraf aan'. Wat je werkelijk bent gaat vooraf aan de

Zelfonderzoek is geen vooruitgang,
maar een terugkeer naar de essentie

goden. Leuke insteek voor meditatie toch?

ls je onderzoekt wat denken eigenlijk is, ontdek

A

je dat het denken herinneren is. Ooit heb je iets

ervaren via één van de vijf zintuigen en daar kun je

aan terugdenken. Denken is dus geheugen. Als er geen
denken is, verdwijnt er vrij veel: alle problemen, alle
conflicten, verleden en toekomst, om maar een aantal
dingen te noemen. De persoonlijkheid die we menen
te zijn, is ook denkwerk. We proberen een zo flat­
teus mogelijk beeld van onszelf te construeren en te
continueren. Een gat in ons geheugen is geen gat in
ons bestaan. We herinneren ons niet elke seconde van
vorige maand. Dat geeft dus al duidelijk aan dat die
persoonlijkheid ook niet voortdurend aanwezig is. Het
persoonlijke aspect in het denken werd door Shri Nis­
argadatta Maharaj 'vyakti' genoemd. Bij vrijwel ieder­
een gaat daar verreweg de meeste aandacht naartoe.
176

177

Als we een stapje terug doen en kijken waar het denken
uit voortvloeit, dan is dac het zijn zonder meer. Alles
wat je via de vijf zintuigen ervaart, zonder persoonlijk
aspect. Op die niveau is alles gewoon wat hec is, zon­

De split�mind illusie

der dat er denkwerk aan te pas komc. Hier zijn geen
problemen en conflicten, hier is alles wat het is. Ge­
voelens, geluiden, geuren, smaken en visuele indruk­
ken zonder geanalyseer, zonder oordeel. Die noemde
Nisargadatta 'vyaktá. Dit bedoelde hij ook als hij naar
'Ik ben' verwees. Het woordje 'Ik' in zijn uitdrukking
werd door zijn bezoekers nog wel eens met het per­
soonlijke 'ik' geassocieerd.
Nog een stap terug ontdekken we dat we datgene
zijn, waarin vyakti en vyakta verschijnen. Welk object
we ook waarnemen, of dat nu een gedachte is, of een
gevoel, het verschijnt in Bewustzijn. Dit Bewustzijn is

I

n de allereerste periode van ons leven zijn er nog
niet genoeg geheugenindrukken opgedaan om een

niet tot object te reduceren, of te lokaliseren. Zodra je

persoonlijkheid te vormen. Indrukken en gevoelens

iets waarneemt of aan kunt wijzen verschijnt het weer

komen op, zonder dat die becommentarieerd worden.

in datzelfde Bewustzijn. Dit heet bij Nisargadatta 'avy­

Er is niemand die zich bepaalde gevoelens of acties toe­

aktá.

eigent. Dingen gebeuren gewoon. Er is nog geen on­

Nisargadatta zei vaak tegen zijn bezoekers: 'Richt

derscheid tussen 'dit ben ik' en 'dat ben ik niet'. Er is

je op ik ben. De waarheid ligt daar vlak achter.' Het

ook geen conflict, want de gedachten 'dit hoort niet',

zwaartepunt verschuift dus van vyakti naar vyakta naar

of 'dit moet voortaan anders', ontstaan nog niet.

avyakta. Het is belangrijk je te realiseren dat deze uit­

Natuurlijk noemt onze omgeving ons bij een be­

leg, deze indeling, maar een voorbeeld is. In werkelijk­

paalde naam, die we gaan onthouden. Vooral in het

heid zijn deze drie ' levels' niet gescheiden en is alles

begin hebben veel kinderen heel goed door dat die

Bewustzijn.

naam ook een waargenomen verschijnsel is, net als de
gevoelens die ervaren worden. Peuters gaan dan bij­
voorbeeld roepen: 'Jantje heeft honger', of 'Kim moet
plassen'. Natuurlijk zijn onze ouders er als de kippen

178

179

bij om 'corrigerend' te roepen: 'Nee, jij hebt honger',
of: 'Nee, jij moet plassen'. Dit zou je de erfzonde kun­
nen noemen, als je uit de christelijke hoek komt.
De persoonlijkheid, dus het geheugen, wordt tot

Je kunt alleen zoeken

bezitter van het gevoel gepromoveerd, of tot de doener

naar iets dat je al kent

van alle acties. Er ontstaat dan een splitsing tussen een
gevoel en degene die iets voelt. Een scheiding tussen
een actie en een doener. Natuurlijk is deze splitsing
illusoir en wordt alles nog steeds waargenomen in Be­
wustzijn dat onze ware natuur is. Echter, de conditi­
onering een persoon te zijn en meer niet, wordt er zo
vaak in gehamerd, dat het geloof in die persoon als au­
tonoom verschijnsel steeds sterker wordt. Net zolang
tot het de normaalste zaak van de wereld lijkt.
Hoe lossen we nu deze split-mind situatie op? Hoe
zorgen we dat het denken zich niet meer als scheids­

Z

oeken is een eigenaardig mechanisme. Het begint
zodra je het idee hebt dat je iets kwijt bent, dat je

rechter opstelt over alles wat we meemaken? Als dit het

iets mist. Je gevoelde tekort wordt tot zoeken, zou je

doel wordt krijg je weer een split-mind situatie: dat

kunnen zeggen. Iemand die op zoek is naar zichzelf,

wat nu is, en dat wat zou moeten zijn. Je gaat dan iets

heeft dus het idee dat hij zichzelf voor een deel, of he­

proberen te bereiken en precies op datzelfde moment

lemaal, kwijt is geraakt.

heb je aan de ene kant het doel, en aan de andere kant
degene die dat gaat proberen te realiseren.

Nu zou je zeggen dat als je maar hard genoeg
zoekt je jezelf wel weer vindt. In de praktijk blijkt

Het glashelder doorzien van de split-mind illusie

dat tegen te vallen. Er zijn meer mensen die blijven

betekent dat het geloof in de persoonlijkheid als zelf­

zoeken dan mensen die zeggen: 'Ik heb het gevon­

standig handelende entiteit minder wordt en uiteinde­

den'. Er zijn ook ontzettend veel methodes, technie­

lijk geheel ophoudt. En dan weet je dat wat je werke­

ken en cursussen om jezelf te vinden. Daaruit blijkt

lijk bene, niet te beïnvloeden is door welke denktruc

eigenlijk al dat methodes niet werken, anders zouden

dan ook.

er niet zoveel zijn. Of andersom geredeneerd: als er
één methode zou zijn die werkt, waren al die andere
overbodig.

180

181

Als je denkt iets kwijt te zijn, wil dat zeggen dat je het
ooit wel gehad hebt. We kunnen alleen zoeken naar
iets dat we al kennen. In het geval van 'zoeken naar
jezelf' betekent dat, dat je eigenlijk al weet wie je bent.
Misschien ben je het door omstandigheden vergeten,

Niets bestaat buiten Bewustzijn

wie weet. Zelfkennis is dus niet gebaseerd op het vin­
den van totaal nieuwe dingen, maar van herontdek­
ken. Je bent nooit iemand anders geweest dan jezelf.
We zijn uit Liefde geboren en nemen alles waar in en
als Liefde.
'We zijn Liefde, op zoek naar zichzelf.'
Alexander Smit

H

et enige kapitaal dat w� hebben is datg��e dat er
_
op dit moment versch11nt.
Hee versch11nen van

een object in Bewustzijn is ook onmiddellijk het waar­
nemen van dat object. Meer dari dat kennen we niet.
Wat er is, is er. Wat er niet is, is er niet.
Objecten kunnen van alles zijn, van pure woede tot
een hevige verliefdheid, zodra het gezien wordt ben je
je er bewust van, op precies hetzelfde moment.
Objecten komen op, worden gezien, en verdwijnen
in Bewustzijn, zoals een golf opkomt in water. Er is dus
geen wezenlijke scheiding tussen objecten en Bewust­
zijn, objecten zijn Bewustzijn, weerspiegeld als vorm.
Dit gelde ook voor gedachten als: 'Ik ben de per­
soon', 'ik ben geïdentificeerd', 'ik wil dit graag', 'ik
wil dat niet'. Veel mensen denken dat je gebonden
kunt raken door dit soort gedachten, maar ook deze
182

183

verschijnen, worden gezien, en verdwijnen in/als Be­
wustzijn.
Zodra objecten verdwijnen, lossen ze op in Bewust­
zijn. Ze gaan dus niet even een rondje om, om even­
tueel later weer terug te keren. Elke golf in het water

De waarheid ligt niet in het midden

van de zee is nieuw. Waar gaat een golf naartoe als hij
oplost in water?
Je kunt je niet onbewust zijn van dingen. Zodra iets
opkomt, ben je je ervan bewust. Als het niet opkomt,
is het er niet. Verschijnselen kunnen geen zelfstandig
leven leiden buiten jou als Gewaarzijn om. Als we dat
zouden geloven, proberen we eigenlijk het bestaan van
een object te bewijzen door het nietwaar te nemen.
'Ik heb nog nooit een onbewusteling ontmoet.'
Alexander Smit

"\VJij ervaren de wereld als paren van tegenstellingen

W

in Bewustzijn. De ene tegenstelling bestaat bij de

gratie van de andere. Als er koud is, is er ook warm. Als
temperatuur altijd en overal precies hetzelfde zou zijn,
zouden we niet weten wat warm of koud is. Pas als we
kunnen vergelijken ten opzichte van een referentiepunt,
komen woorden als 'warm' en 'koud' in beeld.
De begrippen 'warm' en 'koud' zijn dus relatief. Ze
staan namelijk niet op zichzelf, maar bestaan ten op­
zichte van elkaar. En eigenlijk geldt dit voor alle be­
grippen. Een begrip is dus per definitie altijd relatief.
Wanneer je gaat geloven dat een begrip absoluut is,
is er een misverstand in het spel. Er zijn in de geschie­
denis genoeg voorbeelden te vinden wat er kan gebeu­
ren als standpunten polariseren en elke partij voor zich
meent de waarheid in pacht te hebben.
184

185

Wat ook nog wel eens wil gebeuren is dat men een
compromis probeert te sluiten bij uiteenlopende
standpunten. In zo'n geval zegt men dan: 'De waar­
heid ligt in het midden'. Eigenlijk raar, want dan krijg

Blijvend geluk vinden in het

je drie standpunten, in plaats van twee. Het standpunt

veranderlijke is onmogelijk

van de ene partij, het standpunt van de andere partij,
en een derde standpunt dat ongeveer halverwege de
schaal ligt.
Wanneer het relatieve aspect dat intrinsiek is aan
begrippen en standpunten heel duidelijk is, hoef je
helemaal geen compromissen te sluiten. Dan zijn
standpunten misschien tegengesteld, maar niet tegen­
strijdig, en kunnen ze prima naast elkaar bestaan. Alle
standpunten verschijnen in Bewustzijn, zijn als het
ware doortrokken van Bewustzijn.
Bewustzijn is de enige constante factor in het le­
ven, dus dat zou je ook Waarheid kunnen noemen.

D

e meesten van ons zijn op zoek naar geluk op één
of meerdere niveaus.

Op zoek naar geluk in onze relatie, op zoek naar

Zo gezien ligt waarheid niet in het midden, maar is

financiële zekerheid, op zoek naar sociale status, of op

waarheid overal.

zoek naar erkenning voor wie we zijn.

Er schiet me een zenverhaal te binnen: een zenmon­

Omdat alles wat we in het leven tot stand denken te

nik liep langs de rivier op zoek naar zijn leraar. Na een

kunnen brengen vroeg of laat ook weer teniet gedaan

tijdje rondgelopen te hebben, zag hij ineens zijn leraar

kan worden, is er in het leven geen blijvend geluk te

staan, aan de andere kant van de rivier. Hij riep: 'Hallo

vinden. Toch blijven heel veel mensen het steeds maar

meester, hoe kom ik aan de andere kant?'. Waarop de

weer proberen.

de andere kant!'.

Teleurstellingen zijn evenredig met verwachtingen,

Tegengestelde standpunten, allebei waar.

dus elke keer dat je het opnieuw probeert en verwacht

meester zei: 'Je bent al

aan

dat het nu eindelijk zal lukken (het woord 'geluk' heeft
al iets van 'lukken' in zich), is daar weer die teleurstel­
ling. Hoe groter de verwachting was, des te dieper je
teleurgesteld bent als het weer mislukt.
186

187

Je geld kan opraken, de mensen waar je van houdt
kunnen ziek worden of doodgaan, je sociale status kun
je totaal verliezen, kortom: niets heeft eeuwigheids­

Gevoelens zijn conjlictloos

waarde.
Het enige onveranderlijke in het leven is dat jij, als
Gewaarzijn, altijd moeiteloos getuige bent geweest van
alles wat er verscheen of gebeurde. De onveranderlij­
ke component is Bewustzijn. Wanneer dit glashelder
wordt verdwijnt de kramp uit de acties om iets te be­
reiken in het veranderlijke. Er kunnen nog steeds im­
pulsen opkomen, bijvoorbeeld oefenen aan de piano,
maar alles wordt licht, gaat met een knipoog. Het is
niet meer verbeten en grimmig.
Het leven wordt dan zoiets als een toneelspel. Je
kunt je helemaal inleven in een rol, maar omdat je de
hele tijd weet dat het een spel is, zijn er geen conflic­

"\Vfanneer levert een gevoel problemen op? Zodra

W

je gaat verzinnen dat er iets moet gebeuren met

ten. Je gaat ook niet de hele tijd roepen: 'Hallo, dit

dat gevoel. Als we kijken naar het hele scala van gevoe­

is maar een toneelspel!', want daarmee verpest je het

lens dat op kan treden, van vrolijk tot droevig, van blij

spel. Je kunt er tegelijkertijd volledig aan meedoen en

tot kwaad, van bang tot trots, dan hangen er eigenlijk

er volledig los van zijn.

conditioneringen aan elk soort gevoel.
Zodra we een gevoel dat nu opkomt willen veran­
deren, is er conflict. Het conflict is precies even groot
als het verschil tussen de huidige situatie en de gepro­
jecteerde ideale situatie. Het conflict zit hem dus niet
in het gevoel zélf, maar in het oordeel over het gevoel.
Stel dat er een gevoel opkomt waarvan je geleerd
hebt dat het niet wenselijk is. Daar zijn er wel een aan­
tal van. De gebruikelijke projecties zijn dan: 'Hoe kom
ik hier vanaf?', 'Hoe komt het dat ik dit voel?', 'Hoe
zorg ik dat ik dit niet meer voel?'. We gaan op zoek

188

189

naar een oplossing, maar juist het verzinnen van de
oplossing wordt het probleem. Als je geen oplossing
verzint, is er geen probleem.
Betekent dit nu dat je niet zou moeten denken en
alleen maar naar het gevoel zonder meer zou moeten

Advaita: wel iets doen, of niets doen?

kijken? Dat het denken 'de vijand' wordt?
Nee. Het gaat

er

veel eerder over om de overwaarde­

ring die het denken krijgt te herkennen en te doorzien.
Denken is herinnering. Geheugen bestaat uit mo­
mentopnamen uit het verleden, en het is niet eens heel
betrouwbaar, want je geheugen zit vol gaten. Het den­
ken als scheidsrechter laten fungeren over gevoelens
die nu, op dit moment verschijnen, komt op hetzelfde
neer als het bekijken van een fotoalbum over een mooi
land, terwijl je er op vakantie bent.

I

n de maatschappij waarin wij leven zijn we opge­
groeid met de volgende conditionering: als je iets

wilt bereiken, moet je er voor werken. Het begint al
op de basisschool, met rapporten. Op de middelbare
school en later in je beroepsopleiding geldt hetzelfde
principe.
Met hobby's is het precies hetzelfde verhaal: voor
sport moet je trainen, voor muziek moet je oefenen,
voor schaken moet je studeren, het rijtje is eindeloos.
Relaties: van hetzelfde laken een pak. Je moet 'wer­
ken' aan je relatie, investeren, geven en nemen, anders
wordt het niks.
Werk & carrière: weer hetzelfde liedje. Opklimmen
op de ladder, promotie maken, meer geld verdienen,
en ga zo maar door.

190

191

Geloof & religie: idem dito met een sterretje. Als je

derd terwijl jij er altijd bij was, als getuige? Je bent niet

maar de Tien Geboden volgt word je uiteindelijk een

de persoon, maar datgene dat de persoon waarneemt,

goed mens. Elk geloof heeft zijn eigen voorschriften.

datgene waarin de persoon verschijnt.
De eerste fout die bijna alle zoekers op het advaita

Welk principe ligt er nu ten grondslag aan al deze ver­

pad maken is deze: ze gaan op zoek naar zelfrealisatie

schillende gebieden?

voor de persoon. De persoon gaat 'aan de slag'. Dat is

1) wat je nu bent is niet goed genoeg
2) als je hard genoeg werkt en je aan de hiërarchie en

namelijk de conditionering die je op alle andere gebie­

de regels houdt, kun je jezelfverbeteren

kom je er achter dat die methode in de advaita niet

3)

aan

het einde wacht een beloning

den hebt opgedaan, zoals we net zagen. Vroeg of laat
werkt.

Bottom line: het nu is niet goed genoeg. Zet de radio

De tweede fout is meestal: ik doe niets meer. Nu

ofde tv maar eens aan; per dag krijgen we een paar dui­

heb je een persoon gecreëerd die niets gaat doen, met

zend keer via de reclame te horen dat het beter kan.

de hoop op zelfrealisatie voor die persoon als beloning

De resultaten mogen er zijn! Een vriend van mij
is apotheker en er wordt voor miljoenen aan kalme­
rende middelen verkocht. Ook slaapmiddelen doen
het goed.

voor het niets doen. Eigenlijk is het de andere kant van
dezelfde munt.
Uiteindelijk kom je tot de ontdekking dat die per­
soon niets meer is dan een serie gedachten. Een serie

Ten slotte heeft de verbeteringsziekte ook al toege­

gedachten kan niets doen aflaten. Een serie gedachten

slagen in de spirituele wereld. Hoe meer je mediteert,

wordt waargenomen en is alleen maar een reeks geheu­

hoe beter. Hoe hoger je 'meetrilt' (wat dat dan ook

genplaatjes. Wat je dan ontdekt is dat alles spontaan

moge betekenen), hoe beter. Hoe harmonieuzer, hoe

opkomt in het Bewustzijn dat je bent. Er valt niets

beter. Ik ben 'goed bezig' en jij niet, want ik ben spi­

tegen te houden ofte bevorderen.

ritueel. Het lijkt allemaal heel mooi, maar de meeste

Je bent heel simpel de beschikbaarheid voor alles.

zogenaamde spiritualiteit is gewoon onderdrukking in

Een soort filmdoek waar de film van het leven op ver­

een mooie verpakking.

schijnt, met het denken als ondertiteling. Niets te be­

Nu is het eigenaardige dat er in de advaita totaal

reiken, niets te verbeteren. Wat een vrijheid!

niet gesproken wordt over 'jezelf verbeteren'. Advaita
zegt: Stop, en kijk. Ben je wel die persoon die je meent
te zijn? En zo ja, hoe kan het dan dat die persoon in de
loop van je leven talloze keren van gedaante is veran-

192

193

Waarnemen is identiek
aan accepteren

D

e meeste mensen verstaan onder acceptatie een
handeling die je achteraf kunt verrichten. We

hebben iets vervelends meegemaakt, maar we kunnen
er niets aan doen om het minder vervelend te maken,
dus zullen we het moeten 'accepteren'. We zullen er
mee moeten 'leren leven'. We zullen er 'mee om moe­
ten leren gaan', het 'een plekje geven'. Het heeft geen
zin er nog tegen te vechten, dus gaan we met een ver­
slagen persoonlijkheid zitten wachten tot we gewend
zijn geraakt aan de vervelende situatie.
In mijn woordenboek is dat geen acceptatie, maar
berusting. Werkelijke acceptatie heeft helemaal niets
met de persoonlijkheid te maken. Alle dingen die in
Bewustzijn verschijnen, worden moeiteloos waargeno­
men. Er zit niets tussen, alle objecten in Bewustzijn
worden on-middel-lijk (zonder middel) waargeno-

195

men. Of het nu rottige of leuke dingen zijn, je ziet ze
moeiteloos. Je kunt misschien denken dat er niet naar
wilt kijken, dat je er niet mee om wilt gaan, maar dan
is het al te laat: je hebt het al waargenomen, volledig.
Die gewaarzijn staat altijd aan; je kunt het niet uit­

Drie mogelijkheden voor een gevoel

schakelen. Dit gewaarzijn sluit niets uit: alles wat erin
verschijnt wordt gezien.
Precies dat, is acceptatie. Zodra iets wordt gezien, is
daar ook meteen die acceptatie. Niet als de gedachte:
'Ik accepteer', maar als kennendheid.
Zelfs krampen, ontkenning, zoeken, denktrucjes,
worden allemaal volledig moeiteloos gezien en dus ge­
accepteerd.
Accepteren is dus niet iets dat de persoonlijkheid
achteraf gaat doen, het loopt volledig synchroon mee
waarnemen.

B

ij elk gevoel dat zich aandient, heb je drie moge­
lijkheden: onderdrukken, uiten of kijken.

Onderdrukken
Verreweg de bekendste variant. Van een aantal gevoe­
lens hebben we geleerd dat ze niet gewenst zijn: angst,
verdriet, woede en jaloezie bijvoorbeeld. Zodra een van
die gevoelens opkomt, komen er allerlei conditione­
ringen mee waar we zoveel interesse en aandacht voor
hebben dat we niet meer aan het voelen zijn, maar aan
het denken. Dat denken kan heel subtiel zijn: ook de
veel gehoorde spirituele kreet: 'Het mag er zijn' hoort
bij onderdrukken. In plaats van te kijken naar het ge­
voel introduceer je namelijk een scheidsrechter die be­
paalt dat dit gevoel er 'mag zijn'. Onderdrukking in
een spiritueel jasje.
196

197

Uiten
De omdraaitruc, veel gebruikt in therapie. In plaats
van onderdrukken gooien we alle remmen los. We
slaken oerkreten, gooien borden stuk tegen de muur,

Wat is denken eigenlijk?

nemen een boksbal met het gezicht van onze vader er
op eens flink onder handen, enzovoort. De strategie
is hetzelfde als bij onderdrukken; we willen er zo snel
mogelijk van

af. Mensen die deze truc gebruiken zeg­

gen vaak: 'Ja, maar ik voel het zo!' Zodoende creëren
ze een vrijbrief om jou op elk willekeurig moment met
hun emotionele incontinentie lastig te vallen.

Kijken
Het nu is altijd nieuw. Dat gevoel dat er nu is, is dus
niet een oud gevoel dat nogmaals optreedt, maar ge­
woon een nieuw gevoel. Dat is dusdanig interessant,

D

enken is geheugen en daarom altijd oud. Ik er­
vaar waarnemingen via vijf zintuigen, plus den­

dat je aandacht daar spontaan naartoe gaat. Die denk­

ken. Dat denken bestaat uit momentopnames van

commentaror

kan op de achtergrond zachtjes mee

zien, horen, ruiken, proeven en/of voelen. Het is een

babbelen, maar dit gevoel is actueel, de levende situ­

wonderlijk vermogen, want we kunnen er plaatjes uit

atie. Als één groot vraagteken zit je in verwondering te

het verleden mee oproepen. Erg handig als je de weg

kijken. Geen noodzaak om te analyseren, gewoon zijn

terug naar huis moet vinden of een pianosonate van

met wat is.

Mozart uit je hoofd wilt leren.

Be intense, not in tense.

Denken is niet feilloos. Als je tien mensen vraagt of
ze een getuigenverklaring van een gebeurtenis af willen
leggen, krijg je tien verschillende verhalen. Ook neem
ik aan dat je niet meer weet wat je drie weken geleden
op precies dit tijdstip deed. Bovendien veranderen her­
inneringen in de loop der jaren. Als het over jezelf gaat
maak je sommige herinneringen liever wat 'mooier',
bijvoorbeeld.

198

199

Je hebt ook ouders die tegen hun kinderen zeggen:
'School? Dat is de mooiste tijd van je leven!' Dat komt
omdat geheugen met filters werkt.
Je onthoudt liever de leuke dingen. Toen ik in

Er zijn geen voorwaarden
om te zijn wie je bent

dienst moest kreeg ik ook van mannen van de gene­
ratie van mijn vader te horen dat het zo'n mooie tijd
zou worden.
Het lijkt of we vooruit kunnen denken, maar in
werkelijkheid gebruiken we beelden uit het verleden
om een toekomst te kunnen projecteren.
Denken is altijd oud, tweedehands. Je zou het kun­
nen zien als een soort schaduw.
Het tragikomische is dat de persoonlijkheid die we
menen te zijn, ook denkwerk is. En we denken ook
nog dat die persoon degene is die aan het stuur zit. We
kennen autonomie toe aan een serie geheugenplaatjes.
Wanneer we op zoek gaan naar bevrijding voor die

at je bent, ben je al. Wanneer je dus op zoek

W

bent naar jezelf heb je een beeld van jezelf

opgebouwd dat niet klopt. Anders zou die hele

persoon zijn we bij voorbaat kansloos. Er is niets blij­

zoekbeweging niet ontstaan. Omdat je denkt iets te

vends of onveranderlijks te vinden in de persoonlijk­

zijn dat je niet bent, ga je op zoek. Misschien dat

heid, dus blijvend geluk voor Jantje of Pietje is uitge­

je tijdens je zoektocht je zelfbeeld een aantal keren

sloten.

aanpast zodat het beter klopt. Maar ergens knaagt
er toch iets. Welk zelfbeeld je ook hanteert, het is
nooit helemaal voldoende om jezelf volledig ade­
quaat te beschrijven.
Nu kun je twee kanten op. Je kunt denken: ik heb
het goede zelfbeeld nog niet gevonden. Ik moet nog
verder, beter zoeken. Beter mijn best doen.
Dat is wat de meeste mensen doen. Nog beter, nog
spiritueler, nog meer ervaringen opdoen voordat je
eindelijk jezelf zult vinden.

200

201

Je kunt ook vragen stellen bij het zoekmechanisme

an

sich. Is het eigenlijk niet raar dat we proberen onszelf
in een hokje te plaatsen?
Hoe mooi je zelfbeeld ook wordt, uiteindelijk is het

In het nu leven is een illusie

niet meer dan een beeld, een gedachteconstructie. Dat
beeld kan ook nog eens per dag verschillen, dus erg
stabiel is het ook al niet. Misschien klopt er iets niet
met die zoekbeweging.
Zodra je ontdekt dat er geen enkel beeld is dat jou
afdoende beschrijft, investeer je niet meer in dat zoe­
ken naar jezelf. Wat je bent, ben je toch al, met of
zonder zelfbeelden.

D

e laatste tijd zie ik weer overal de kreet opduiken:
'Leef in het nu'.

Dat lijkt allemaal heel mooi en spiritueel, maar in

werkelijkheid is het niet mogelijk om in her nu te le­
ven.
Veel mensen hebben het idee dat ze in het verleden
leven, of in de toekomst, terwijl ze alleen maar in het
nu kunnen zijn. Ze denken alleen maar na over vroe­
ger of projecteren naar de toekomst.
Bijvoorbeeld: als iemand niet over het verlies van
een dierbare heen lijkt te kunnen komen, dan zeg­
gen we: 'Hij of zij leeft in het verleden.' Je hebt ook
mensen die alleen maar bezig zijn met wat ze kunnen,
moeten of willen bereiken. Van die mensen zeggen we:
'Her zijn dromers, idealisten. Ze staan niet met beide
benen op de grond.' Als je de keuze hebt tussen leven
202

203

in het verleden of de toekomst, en leven in het nu, dan
lijkt het laatste een hele verbetering.
Maar wat is 'nu' eigenlijk precies? Een bepaling

Angst en verlangen

van tijd. Wij ervaren vier dimensies: drie dimensies
in ruimte, en één dimensie in tijd. Wij leven dus niet
in het hier en nu, het hier en nu zijn waargenomen
verschijnselen. Zoals alle waargenomen verschijnselen
zijn tijd en ruimte relatief. Dat heeft Einstein een hele
tijd geleden al natuurkundig bewezen. Het enige dat
we absoluut kunnen noemen is het onveranderlijke
beginsel waarin alle objecten (inclusief tijd en ruimte)
verschijnen.
In het nu leven, overgave aan het moment, dat is
allemaal onmogelijk. Het nu en alle momenten ver­
schijnen in bewustzijn, en dat is wat we allemaal zijn.

'Een verlangen is een prettige angst, en een angst is een
onprettig verlangen.'
Alexander Smit

I

emand die zich bezighoudt met zelfonderzoek komt
al heel snel bij twee kernproblemen uit: angst en

verlangen. In dit artikel zal ik proberen inzichtelijk te
maken wat de valkuilen zijn zodra je deze twee gaat
onderzoeken. Wat hebben angst en verlangen gemeen?
In één woord: willen.
Wanneer je bang bent, is er iets dat je niet wilt en
wanneer je verlangt wil je iets dat er niet is. Het zijn
dus eigenlijk twee zijden van dezelfde medaille.
Wat gebeurt er eigenlijk wanneer er een gevoel ver­
schijnt dat we met het etiket angst, of verlangen, be­
stempelen? We kijken met ons geheugen.

204

205

Stel je de volgende situatie voor: er komt een gevoel op,
bovendien komt het label 'angst' op, en verder komt er
nog de gedachte: 'Ik ben bang' tevoorschijn. Dit zou
je de klassieke denkfout kunnen noemen. Het gevoel

Kijken

zelf is nieuw, actueel; het geheugenplaatje 'angst' is dat
niet. We vergelijken dus een levende situatie met een
momentopname uit het verleden. Dat zou op zich nog
niet zo erg zijn, maar we maken nog een extra denk­
constructie waarin we een persoon koppelen aan het
etiket 'angst'. We zeggen dus: 'Ik ben bang'. Met ver­
langen is het niet anders.
Eerst het gevoel, dan het etiket, dan de koppeling
met de persoon.
Vanuit deze misvatting gaan we strategieën verzin­
nen. Hoe kom ik van mijn angst af? Als dat de uit­
gangspositie wordt, zit je op een doodlopend spoor.

Z

elfonderzoek is voornamelijk kijken. Onderzoe­
ken terwijl je al weet wat de uitkomst moet zijn,

De allereerste aanname (namelijk: dat je een persoon

is niet echt onderzoeken. Als je gaat kijken op het mo­

bent die bang is) klopt niet.

ment dat er angst is, moet je eens opletten waar de aan­

Wat er nog bij komt is dat we spreken over twee ge­

dacht zoal naartoe gaat. Je zult merken dat je aandacht

voelens waarvan we geleerd hebben dat ze niet mogen.

in eerste instantie voornamelijk bij het denken is en de

Je zult nooit iemand op satsang horen vragen: 'Hoe

strategieën om van die angst af te komen. Je zult ook

kom ik van mijn verliefdheid/vrolijkheid af?' Het hele

merken dat die koppeling tussen de persoon en het

probleem met angst en verlangen is dus dat we, voor­

etiket 'angst' steeds opkomt. Verplaats de aandacht nu

dat we werkelijk goed gekeken hebben, al verzinnen

eens naar het gevoel zelf en let dan vooral op de kwa­

dat we er van af moeten.

liteit die je aandacht op dat moment heeft. Merk ook
op hoe de aandacht de neiging heeft om heen en weer
te springen tussen denken en voelen. Op de momen­
ten dat de aandacht bij het gevoel zelf ligt, let er dan
eens op hoe hoog het conflictgehalte op dat moment
is, en natuurlijk ook op de momenten dat de aandacht

206

207

bij het denken ligt. Het gaat er dus niet om dat je de
hele tijd bij het gevoel blijft en zo min mogelijk bij het
denken. Het gaat er om dat je ziet hoe de aandacht
heen en weer springt en wat her kwaliteitsverschil is

Gevoelens zijn conflictloos

tussen de momenten dat de aandacht bij het voelen en
het denken ligt.

lk conflict met een gevoel bevindt zich in het den­

E

ken, is denken. Het gevoel zélf is conflicdoos. Zo­

dra je verzonnen hebt dar een gevoel niet oké is, dat
jij (als persoon) de eigenaar van dat gevoel bent, en
dat je er vanaf moet, heb je een conflict. De oplossing
wordt her probleem, zoals mijn goeroe altijd zei. Dus
wat te doen? Als je er een plan van maakt om van je
projecties af te komen maak je weer dezelfde fout. Je
creëert nogmaals een voornemen en dar ga je proberen
na te leven. Elke keer projecteren we weer een ideale
situatie, zonder angsten of verlangens. Precies dat ver­
schil, tussen de situatie zoals zij is en de geprojecteerde
ideale situatie, zou je conflict kunnen noemen. Richt
heel even de aandacht op het gevoel zelf, en het con­
flict is weg.

208

209

Een stap terug

D

e eerste reactie bij verlangen is vaak: Hoe kan
ik er voor zorgen dat mijn verlangen vervuld

wordt? Bij angst is de eerste reactie meestal: Hoe kom
ik er vanaf? Als dat het vertrekpunt is, kun je eigenlijk
niet spreken van echt zelfonderzoek. Zelfonderzoek
houdt namelijk in dat je bereid bent te kijken of de
0 1r.JwerKelIJ
ve1ïi� O. ..k zo ZIJn. D us m
d.mgen d.ie Je aanneemt we
· ·

·

·

plaats van meteen actie te ondernemen zou je ook eens
kunnen kijken wat er nu werkelijk aan de hand is als je
bang bent, of wanneer je een verlangen hebt. En mis­
schien is het gevoel op dat moment wel veel interes­
santer dan de dingen die je geheugen je vertelt.
Valkuil: het is goed zoals het is, het 'mag er zijn.'
Dingen zijn niet in zichzelf goed of fout. Een
misverstand dat vaak voorkomt is dat je, na angst en
verlangen eerst afgekeurd te hebben, nu voortaan al-

211

les gaat zitten goedkeuren. Zodra je zegt: 'Het mag
er zijn', ben je aan het oordelen. Op zo'n moment is
je aandacht niet bij het voelen, maar bij her denken.
Je hebt toch weer een scheidsrechter geïntroduceerd,

Wat

maar nu eentje die alles goedkeurt. De oplossing is

onderzoek je?

simpel: gewoon de aandacht weer naar het gevoel zelf
laten gaan en kijken wat her kwaliteitsverschil is. Het
is het verschil tussen: 'het mag er zijn' en 'het is er'.

ortom: onderzoek je werkelijk de angst zélf, her

K

:verlangen zélf? Of houd je je alleen bezig met al

her denkwerk om van angsten af te komen en verlan­
gens te vervullen? Zo'n quote van Alexander is natuur­
lijk mooi, maar wat betekent het eigenlijk? Angst en
verlangen hebben, zodra je er iets mee wilt, dezelfde
eigenschap: je kijkt niet meer naar het gevoel zelf,
maar naar de ideeën over dat gevoel. Een serie geheu­
genplaatjes is belangrijker geworden dan een actueel
gevoel, en dat is de wereld op zijn kop. Angsten en
verlangens zijn er, maar de zogenaamde eigenaar ervan
verzinnen we er zelf bij. Dat is een misverstand dat
door zelfonderzoek opgehelderd kan worden.

212

213

Zaterdagavond

J

an: Nou, waar waren we gebleven? Is een beetje een
strikvraag, hoor.

Bezoeker: Toen ikje vanmiddag een vraag stelde, ging die
over individualiteit. Dat, wat er in jou verschijnt, iets
anders is dan wat er in mij verschijnt. Toen je antwoord
gafwas het alsofer een knoop ontwarde, maar toch zit die
knoop er nog.
Jan: Laten we eens kijken of het helemaal helder kan
worden. Er wordt wel eens gezegd: 'Jij neemt een we­
reld waar, en ik ook.' Dat zou dus betekenen dat er
waargenomen wordt vanuit twee verschillende loca­
ties. En dat is ten enenmale onmogelijk omdat je dan
datgene dat waarneemt probeert op te delen in twee
dingen die waarnemen, en dat kan niet. Dus hoe zit

214

215

het dan eigenlijk? Nou, heel simpel: in Bewustzijn (dat
ik ben), verschijnt een object en een verhaal dat dat
object iets waar zou nemen. En dat is eigenlijk end
of story. Er is geen punt van waaruit waargenomen
wordt. Waarnemen is niet te lokaliseren. Het is niet
vanuit een bepaalde plaats en het is ook niet op een

B: ja, maar je verwijst dus niet naar een plek. De plek

wordt waargenomen.
Jan: Als je naar buiten wijst, kun je naar een plek wijzen.
Als je naar binnen wijst, kun je alleen maar naar jeZelf
wijzen. Je kunt geen kant opwijzen waar Jij niet bent.

bepaald moment.

Het is onmogelijk om jezelf niet overal tegen te komen,

B: î\lát ik dus zag: ikprobeerde te zien vanuit een plek en

verschijnsel is geworden, een gevoel of een gedachte,

dat viel toen weg.
Jan: Dat kan op twee manieren niet; je kunt niet
probéren te zien, en het kan niet vanuit een plek. Dus
het proberen op zich, dát wordt waargenomen, en je
kunt wel plekken waarnemen, maar je kunt niet van­
uit een plek waarnemen. Mijn leraar zei altijd: 'Het

als essentie in wat er ook maar verschijnt. Zodra het een
dan is het Bewustzijn in een bepaalde vorm. Dan kun
je pas praten over iets aanwijsbaars. 'Ik kän niet 'water'
aanwijzen, ik kan alleen water in een glas aanwijzen, of
een druppel, of een sneeuwvlok, of een ijsblokje. Het
moet vorm hebben, anders is het niet aanwijsbaar. Als ik
nu zeg: 'Wijs eens water aan, water in het algemeen', ja,
dat gaat niet. Dan hebben we het over abstracte dingen,

is nergens niet' en dat is letterlijk waar. Je kunt niet

en niet over concrete dingen. Wat we dus in wezen zijn,

zeggen: hier is het wel, en daar is het niet, dus ik

is het aller-abstractste dat je je maar voor kunt stellen.

neem nu waar vanuit hier. Je kunt alleen maar eigen­
schappen toekennen aan datgene dat waargenomen
wordt, maar je kunt geen eigenschappen toekennen

B: Kun je daar nog wel 'ik' tegen zeggen dan?

aan datgene dat waarneemt. We kunnen ernaar ver­

Jan: Jawel hoor, je kunt er alles tegen zeggen, alleen de

wijzen met woorden als Bewustzijn, Liefde, Waarne­

vlag dekt nooit de lading.

mendheid, Parabrahman, noem maar op. Maar het
woord is alleen maar een aanduiding. Als ik daarheen
wijs (wijst naar publiek) dan kan ik iets aanwijzen,
maar als ik hierheen wijs (wijst op zichzelf) dan kan

B: Precies! Dus je kunt zeggen: 'Het is ik: ;e kunt ook zeg­

gen: 'Het is niet-ik: Je kunt zeggen: 'Het bestaat: je kunt
ook zeggen: 'Het bestaat niet:

ik niet zeggen waar ik nu naar wijs. Ja, Oneindigheid,
of dat soort woorden krijg je dan. Je hebt niets aan

Jan: 'Bestaan' is in mijn geval, in mijn verhaal,�ynoniem

een beschrijving.

met 'verschijnen'. Als je zegt: 'Het bestaat', dan zeg ik:

216

217

'Ja, als vorm, ook.' Maar Bewustzijn in zijn meest es­
sentiële betekenis is voor mij voorbij bestaan en niet
bestaan. De mogelijkheid tot alles. Voordat dit lijf ge­
boren werd, was Bewustzijn. Maar er bestond niets, dat
kwam pas met de geboorte van dit poppetje.

B: Ik zit nog een beetje met die woorden.
Jan: Zodra je gezien hebt dat woorden altijd verwijzin­
gen zijn, hoe kun je er dan nog mee zitten? Dat kan
niet. Andersom gezegd: als jij kunt zitten met woor­
den, of kunt worstelen met begrippen, heb je nog niet
doorzien dat het alleen maar verwijzingen zijn.

B: Nee, anders zat ik hier ook niet.
Jan: Precies. Moet je niet kwaad op mij worden hè! Je
kunt de dokter er niet de schuld van geven dat je ziek
bent. 'Dokter, ik heb griep, verdomme!'

B: Het heeft voor mij op een bepaalde manier te maken
met de dood. Dat wat bang is voor de dood, dat is plek­
gerelateerd.
Jan: Alexander zei altijd: 'Diegene die bang is voor de
dood, verdwijnt ook met de dood, dus maak je daar
maar geen zorgen over'.

B: Ik hoor je net zeggen dat al deze lijven in Bewustzijn
zitten. En als ik dan zou zeggen dat ik jullie allemaal

waarneem, heb ik dan net zoveel gelijk als wanneer jij
zegt: 1k neem jou waar'?
Jan: Bewustzijn hoeft geen gelijk te hebben. Een per­
soon en gelijk, dat hoort bij elkaar, dat is hetzelfde do­
mein. Gelijk hebben is denkwerk en een persoon ook.
Iemand die weet dat hij Bewustzijn is hoeft nergens
meer iets te halen, laat staan zijn gelijk. Dus of het klopt,
zo'n formulering, of niet klopt, dat boeit helemaal niet
meer, die woorden zijn helemaal niet meer belangrijk.
Kijk maar voor jezelf: neem je vanuit een bepaalde po­
sitie waar, of is het waarnemen zonder meer? En dan
bedoel ik niet alleen de waaktoestand, maar ook slapen
en dromen. Kijk jij vanuit een bepaald perspectief naar
de wereld, of is het perspectiefloos? Is het kijken van­
uit een bepaalde richting, is het een invalshoek, of is
het multidimensionaal en universeel. Een invalshoek
is een beperking hè, dan wordt het een visie. Dat kij­
ken waar ik het over heb is geen visie. Elke visie is een
beperking, elke visie is een tunnelvisie. En dan kun je
wel zeggen: 'Ik ga mijn blik verbreden', maar dat is dan
een verbreding van beperking, en dat blijft beperking.
'Geestverruimend' heet dat dan. Of een 'open mind',
wat sommige mensen wel eens zeggen. Terwijl mind
per definitie gesloten is. Dat is afgebakend. Je kunt de
ene visie naast de andere visie zetten. Maar je kunt niet
het ene kijken naast het andere kijken zetten, het ene
waarnemen naast het andere waarnemen, de ene ken­
nendheid naast de andere kennendheid. Daar is geen
sprake van twee.

218
219

B: Er is er maar één.

stelt, alle conflicten zijn allemaal in het domein van
het denken.

Jan: Er is één kijken ja, maar zelfs het woord 'één' komt
nog niet eens op. Er is niet 'twee licht', er is maar één

B: En dat zie je?

licht. Dat is die Waarnemend.heid. En dat kan smal
of breed, alle kanten op. Je kunt daar geen filter tus­

Jan: En dat zie je. Maar vervolgens ga je proberen die

sen zetten. De illusie is dat we dat wel zouden kun­

dingen op te lossen, en zo creëer je een nieuw pro­

nen. Dat je gekleurd waar kunt nemen, of zo. Maar

bleem. En dat nieuwe probleem daar ga je ook weer

die kleuring komt altijd achteraf, die zat helemaal niet

een oplossing voor zoeken, en zo creëer je weer een

voor dat waarnemen,

nieuw probleem. Als je zou ophouden met het creëren

maar achteraf tuinen we daar

wel in. We maken onszelf wijs dat het denken voor het

van oplossingen, waren er ook geen problemen meer.

waarnemen kan komen, eigenlijk. Met andere woor­
den: dat het denken zelf in staat zou zijn om iets waar

B: je maakte net die stap: Absoluut, zijn, zien ...

te nemen. We proberen dus eigenlijk via het denken
te zien. Ik heb wel eens in een blog geschreven: 'We

Jan: Nee

proberen via een schaduw naar de zon te komen'. Maar
wat gebeurt er nou met een schaduw die op zoek gaat

B: Ofeh, zien, zijn

naar de zon?
B: Die gaat mee?

Jan: Ja.
B: Het lijkt mij dat er eerst 'zijn' moet zijn, om te kun­

Jan: Er blijft niets van over. Dus wat is er nu afhanke­

nen zien.

lijk van wat? Absoluut Bewustzijn, zien, zijn, denken.
Jan: Nee, want dat zijn wórdt gezien. Alles wat via de vijf
B: Is het met 'zijn' niet hetzelfde dan?

zintuigen binnenkomt, dat wordt waargenomen, gezien.
Waarnemen, zien en kennen, dat is bij mij hetzelfde. Ik

Jan: In essentie wel. Maar om het duidelijk te maken

bedoel dus niet zien met je ogen, maar zien, waarnemen,

gebruik ik een indeling. En elke indeling is ook weer

je bewust zijn van. Je bent je bewust van het zijn. En je

in het domein van denken natuurlijk. Elk probleem

zegt: 'ik ben'. En dan niet 'ik' in de zin van 'Jan is', maar

dat je kunt verzinnen, alle dingen waar je mee wor-

het gevoel aanwezig te zijn. Dat wordt gezien.

220

221

B: Dat gevoel aanwezig te zijn heeft ook geen Locatie?

Jan: Nee, want locatie is denken, en dat komt pas op

derd procent zo dat je dat gerealiseerd hebt? We kun­
nen wel veilig stellen van niet, want anders zat je niet
hier natuurlijk. Dus breng het niet als een mededeling,

de allerlaatste plaats.

maar vraag of het

B: Dat 'ik ben' is iets vasts, maar voor mij is dat er niet.

B: Nou, het komt ook meer als vraag eigenlijk.

Jan: Nee, want als het er zou zijn, dan zou het iets los

Jan: Ja, maar verpak het dan niet als een stelling. Dat

zijn. Iers dat er is, verschijnt en verdwijnt, hoe los wil
je het hebben? Dat is zo los als wat. En dat wat nooit
verandert, waarin die hele poppenkast opkomt, dat
kan niet verschijnen, dat kan ook niet verdwijnen. Dat
noem fk vast. Dat noem ik onveranderlijk, de essentie,
de basis. Ik snap ook niet die hardnekkigheid, waarom
doen jullie dat eigenlijk? Het komt op en het verdwijnt
weer, en dan tóch vind je het solide. Hou daar toch
eens mee op!
B: Maar dat is ook met die 'ik: die komt ook op en die

zo

is.

vertraagt het proces. W ie?
B: Over het ik-gevoel.

Jan: Een ik-gevoel is een koppeling tussen een gedachte
en een gevoel. Zie je? Dat is het leuke. Stel gewoon je
vraag, en meteen bij de eerste misstap kan ik ingrijpen.
En dan is het klaar. En anders wordt het een hele lange
vraag en dan zijn er voor mij teveel aanknopingspun­
ten. De meeste vragen bevatten al drie aannames of
zo. Je doet je goeroe geen groter plezier dan een korte

verdwijnt.

vraag te stellen.

Jan: Wat is dat nou voor argument? Het enige dat je be­

B: Hoe kan het dat er een ik-gevoel is? Een ik-gedachte?

weert is dat het opkomt en verdwijnt. Ja, dat heb ik ook
al honderd keer gezegd. Wat wil je daar mee zeggen? Ik
kan er geen vraag in ontdekken, geen probleem.
B: Ik wil voor mezelf nagaan hoe het zit.

Jan: Nee, je deelt mee dat her gebeurt. Je bent niet aan
het onderzoeken, je deelt iets mee. Maar is het hon222

Jan: Je vraagt hoe het kan dat die ik-gedachte er is,
maar dat houdt eigenlijk al een beetje in dat je er niet
blij mee bent dát hij er is. Maar mij maakt het hele­
maal niets uit dat hij er is, want dat kan nooit een pro­
bleem zijn. Een ik-gedachte op zich is geen probleem.
Bij mij zijn er ook nog steeds ik-gedachtes. Sommige
mensen geloven dat dat helemaal ophoudt als je ge223

realiseerd bent, maar niets is minder waar. Dat blijft
gewoon opkomen, misschien met een wat andere kwa­
liteit dan vroeger. Nu is de vluchtigheid ervan, die het
toch al had, zó duidelijk ingezien, dat het idee dat dat
post zou kunnen vatten of wu kunnen blijven hangen,
weg is.
B: (onverstaanbaar) Daarom stel ik die vraag.
Jan: Nee, maar die ik-gedachte hier is ook niet weg,
maar het geloof dat dat niet oké is. Hoe kan een ik­
gedachte nou in vredesnaam bedreigen wat jij bent?
Hoe kan een egostructuur bedreigend zijn voor dat­
gene waar het in verschijnt?
B: Bedreigend is het niet nee.
Jan: Iets waar je je zorgen over zou moeten maken. Iets
waarvan je je afvraagt: 'Hoe komt dat er nou?' Hoe
kan een golf nou bedreigend zijn voor water? Hoe kan
een tak nou bedreigend zijn voor hout? Hoe kan een
spijker nou bedreigend zijn voor ijzer? Met andere
woorden: Hoe kan de vorm nou bedreigend zijn voor
de essentie?
B: Het lijkt beperkend.
Jan: Ik ben nog nooit water tegengekomen dat tegen
me zei: 'Ik weet het niet met die golven. Ik voel me
daar toch wel door beperkt.' Of dat de hemel naar je
224

toekomt: 'Het is zo bewolkt man, vandaag! En gisteren
was het zo mooi helder.'
Het kan niet anders dan wat je ervaart als bedrei­
gend, je hebt geleerd als werkelijk te ervaren, als echt.
Het enige dat bedreigd kan worden is iets verander­
lijks. Dat is aan bedreiging onderhevig, want ja, dat ga
je proberen in stand te houden, maar de aard van het
beestje is veranderlijk. Dus moet er een ongelofelijke
truc uitgehaald worden en een ongelofelijke hoeveel­
heid energie in gestoken worden om elke keer maar
weer dat ballontje van dat ego op te blazen en in de
lucht te houden. Maar als je eenmaal hebt gezien dat
dat van geen enkele betekenis is voor wat je bent, dan
prik je dat ballonnetje door, of je laat het leeglopen,
maar je gaat niet meer de hele dag jongleren met al die
ballonnetjes. Dat jongleren leren we jong. Dat gehan­
nes met dat ego. Elke vraag over hoe of wat is een be­
vestiging van de zogenaamde bedreiging van dat ego.
Elke keer als probeert om af te raken van dat ego, dan
erken je de schijnbare belangrijkheid ervan. Omdat je
probeert het uit je systeem te krijgen, zeg je eigenlijk:
het is werkelijk. Maar als je hebt gezien dat het in feite
niets meer is dan je Zelf, weerspiegeld in een gedachte,
of in een persoonlijkheidsstructuur, of in een reuk of
een smaak of een geur of wat dan ook, dan haal je de
belangrijkheid eraf.
B: Het is toch een beetje lastig dat wat ik werkelijk ben
niet te bevatten of te zien is.

225

Jan: Nee, dat is je redding! Als het wel te bevatten zou

het etiket angst niet eens op, maar dan is het gewoon

zijn, kon je het ook weer kwijtraken. Dát is pas verve­

energie in werking. En dan is er bijna hetzelfde aan de

lend!
Andere bezoeker: Je hebt het ook over die alarmbellen al
een keer gehad. Is angst een richting waar je extra naar
moet kijken? Is dat de alarmbel die ...
Jan: Niet angst an sich, maar de alarmbel komt in beeld
als er een gevoel optreedt met daarbij onmiddellijk
daarna een beweging, weg van dat gevoel. Want dat be­
tekent namelijk altijd het niet-kijken naar wat er ver­
schijnt, maar het onmiddellijk aan de gang gaan met

hand als wanneer je blij bent of verliefd, dat is ook heel
veel energie in werking. Je hart gaat sneller kloppen, je
krijgt vlinders in je buik, allemaal dezelfde symptomen.
Een gevoel is een gevoel, niet iets dat per definitie fout
is. Fout of goed, dat zit niet verpakt in dat gevoel. Wat
verpakt is zit in de fles, maar het etiket zit aan de buiten­
kant. Eigenlijk zijn we in de weer om die etiketten op
te eten, en wat er in die fles zit daar doen we niet zoveel
mee. Het is juist

zo

interessant om te proeven wat er in

zit en niet de opschriften zo belangrijk te maken. En
dan is geen enkel gevoel een probleem, geen enkel. Een

het verhaal erover. En dat is een alarmbel. En je weet

gevoel op zich, is conflictloos. Maar van keuzeloos ge­

intussen dat het niet werkt, want je hebt het al driehon­

waarzijn kun je geen truc maken om sneller van een ge­

derdmiljoen keer geprobeerd. Waarom werkt het niet?
Omdat een angst op zich geen probleem is. Je creëert
zelf het probleem met die angst door er vanaf te willen.
Het wordt opgemerkt, maar heel snel geëtiketteerd als
'angst' en heel snel komt die beweging van 'weg ermee'.
Nou, dan heb je misschien een-, tweetiende seconde
werkelijk even naar die angst gekeken en de rest van de
tijd, dat half uur daarna of zo, ben je alleen nog maar

voel af te zijn. Ik krijg wel eens de opmerking: 'Dat heb
ik gedaan, ik heb gewoon gekeken, maar het bleef toch
gewoon maar doorgaan. Dus die truc van jou, die werkt
ook niet Jan Koehoorn!' Nou, dan weet je zeker dat er
een beweging is, weg van dat gevoel. We verzinnen de
meest gekke manieren om van een gevoel af te komen.
Als het niet onderdrukken is, dan is het wel uiten. Dan
word je een soort emotionele exhibitionist. Dan gaan

met je verhaal bezig. Dat is de situatie. Nou dat werkt

we de hele tijd maar ons gevoel etaleren. Waarom? Ook

niet. En de volgende keer probeer je het weer, en dan

weer om er zo snel mogelijk vanaf te komen natuur­

werkt het weer niet, en dat gaat maar zo door. En je

lijk. Iedereen in je omgeving zal zeggen: 'Nou dat is wel

kan dertig, veertig, vijftig, zestig worden en maar blijven

een heel extraverte, gevoelige jongen.' Welnee, het is ge­

proberen op die manier. Maar ik zeg: er is een andere

woon onderdrukking in een mooie verpakking. Kijken

kant van het verhaal. Als je echt kijkt naar angst, als je
gewoon alleen maar kijkt: wat is dit? Misschien komt

226

naar een gevoel is iets anders dan het onderdrukken of
het uiten. Kijken is: niets willen met een gevoel. Het

227

is eenvoudig kijken wat is. Zoals een kind. Een kind is

en is de bui weg. Er zijn ook regenbuien die een uur

gewoon kwaad. Dat wil niet van die woede af, is er ook

duren. En ik denk dat er vast ergens op de wereld re­

niet mee in de weer, is gewoon kwaad. En als het over is,

genbuien zijn die drie maanden duren, afhankelijk van

is het over. Hoe lang het duurt, of hoe kort het duurt,

waar je woont. Net zo min als ik daarmee in de weer

dat maakt niet uit.

ben, ben ik met de lengte van gevoelens in de weer. Je

zult mij niet horen roepen: 'Het heeft een half uurtje

Andere bezoeker: Echt kijken naar bepaalde gevoelens hè,
bijvoorbeeld een emotie ofzo. Als je echt maa.r blijft kij­
ken is het dan altijd zo dat het zich helemaal uit? Is het
niet zo, dat alsje er naar blijft kijken, datje het op de een
ofandere manier vasthoudt?

geregend, maar dat is eigenlijk wel vreemd, want ik
worstelde er nogal mee, dus het had eigenlijk wel lan­
ger mogen duren.' Voor een boer zou dat handig zijn,
natuurlijk.

Andere bezoeker: En ondragelijke pijn, idem dito?
Jan: Dat weet je nooit, want er is geen alternatief voor
de dingen die gebeuren. Je kunt niet terugspoelen in

Jan: Ondragelijke pijn bestaat in feite niet, want zodra

Bewustzijn en zeggen: nu duurt het korter, of nu is het

pijn waargenomen wordt, verschijnt het, en dan wordt

ineens weg.

het gedragen in Bewustzijn.

B: Het

Andere bezoeker: Maar is er geen enkele beweging om
daar vanafte komen?

kan zomaar zijn dat dat de bedoeling is?

Jan: Nee, nee, er zit geen bedoeling achter, dat is veel
te veel eer. Be-doel-ing is niet zomaar een woord hè?

Jan: Mijn moeder is acht jaar geleden overleden aan

Toch weer een doel.

een heel vervelende spierziekte, en toen was er gewoon

B: Maar

rustig. En je omgeving gaat soms zeggen: hé, wat ben

verdriet en pijn. Maar af en toe ook niet, dan was ik

het kan zo zijn dat een gevoel zich gewoon he­
lemaal spontaan uitleeft? Dat het zich helemaa.l oplost?
Of het blijft een beetje hangen en dan is dat ook maa.r
gewoon zoals het is?

jij rustig, maar ik vraag me dat niet af. En een week
later kan er dan bijvoorbeeld iets op televisie komen
dat iets triggert, een bepaalde herinnering of zo. Ik had
de gewoonte om mijn moeder te bellen als er iets op

Jan: Ik vind het heel goed te vergelijken met het weer.

televisie was. Dan zei ik: 'Moet je even kijken op Ne­

Er komt een regenbui, tien minuten later is het droog

derland 3.' Drie maanden na haar dood had ik ineens

228

229

die telefoon weer in mijn handen. En ik had het num­

een periode komt dat je toch weer zonder zal moeren

mer al bijna ingetikt, maar ineens dacht ik: 'Oh nee.'

en dan krijg je een afkickperiode.

Dat soort dingen treedt bij mij ook nog op, maar bij
mij kleeft daar geen betekenis aan. Net zo min als ik
denk: 'Het onweert, dat zal wel een bedoeling hebben.'
Die kwaliteit heeft het gek.regen.
B: Maar

als je hoofdpijn krijgt, neem je dan wel een as­

B:

Paracetamol bijvoorbeeld heeft weinig bijwerkingen,
maar als ze er eentje zouden uitvinden tegen liefdesver­
driet of zo?

Jan: Liefdesverdriet komt hier niet meer op.

pirientje?
B:

�t bedoel je?

Jan: Natuurlijk. Ook aspirientjes verschijnen in Be­
wustzijn. Dus waarom zou ik daar nee tegen zeggen?

Jan: Wat weg is, is weg.

Het zou heel gek zijn om ... Ik heb dat wel eens een
keer horen vertellen door Jan van den Oever. In In­

B:

�t is nou die kleejfactor die verdwenen is bijjou?

dia zijn er wel eens overstromingen en zo, en sommige
mensen zijn dan zó spiritueel, van laat alles maar ge­

Jan: Illusie, misverstand, denkfoutje.

beuren, en dan zat men daar maar een beetje te verzui­
pen. Want het is Brahman. Jan zegt later: 'Maar het is

B: Zo

eenvoudig kan het toch niet zijn?

toch ook nog Brahman als je er een paar zandzakken
voor zet? Is dat dan ineens geen Brahman meer?' Dus

Jan: Ik snap de bezwaren tegen eenvoud nooit!

als de mogelijkheid er is om van een pijn af te komen,

En de voorliefde voor ingewikkeld snap ik ook

natuurlijk.

niet. Wat is nou tegen 'eenvoudig'? Ik vind dat
geen argument. 'Ja, dát is te eenvoudig ... ' 'In­

als er een pilletje zou bestaan tegen verdriet, zou
je dat ook kunnen nemen?

maar ingewikkeld maken ... ' Dan hebben we in

Jan: Nou het is niet zo dat ik gewoon alles zonder meer

bezighoudt, iets om op te kauwen. Leef met vlag

slik wat er op de markt is, want je weet ook: medicatie

en wimpel, maar hou het simpel! (Koot en Bie)

heeft bijwerkingen. Dus als je de chemie van dit ge­

Nee, zo simpel is het. Moeilijker kunnen we het

beuren hier gaat beïnvloeden, dan weet je ook dat er

niet maken. Dus mijn vraag aan zoekers is: 'Wat is

B: Dus

derdaad daar heb je gelijk in, laten we het dan
ieder geval iets om over te praten. Iets wat ons

230

231

nou die neiging om zoiets simpels zo ingewikkeld

B: Ik

snap niet dat het niet op zou komen.

te willen maken? Wat haal je daar uit? Wat is je
voordeel?'

Jan: Nee, snappen ... Wat opkomt, hoef ik niet te snap­
pen, en wat niet opkomt, hoef ik ook niet te snappen.

B: Identiteit.

Ik hou me er niet mee bezig, ik zie het wel. Of 'wel',
ik zie het mi. 'Ik zie wel', is meer de laatmaarwaaien­

Jan: Ja, maar dat vind ik helemaal geen voordeel.

houding.

B: We hebben het idee dat het loslaten daarvan een nadeel

B:

is.
Jan: Dat voordeel dat die identiteit verschaft, is weg
op het moment dat je gaat slapen. Zo vluchtig is het.
Dus het lijkt net of er iets tot stand is gebracht, of er

De opmerking die je maakte gaf mij het gevoel van:
hé, dus alleen het idee dat ik een afgescheiden persoon ben
geeft mij dus de macht over dingen die in mij verschijnen.
Want ik denk dus dat ik afgescheiden ben, en daardoor
heb ik dus invloed op het verdriet dat ik heb na een afge­
sloten relatie.

iets bereikt is, maar bij het minste of geringste is het
verdwenen. Dus wat heb je dan gewonnen?

Jan: Maar is dat ook zo? Is het wel eens gelukt om daar
invloed op uit re oefenen?

Ik snap dat verhaal van dat liefdesverdriet niet. �r­
driet is toch iets dat gewoon opkomt?

B: Nee,

Jan: Ja, maar dat is geen liefdesverdriet, dat is verdriet.

Jan: Dus dan klopt je stelling niet. De idee dat je af­

Ik ben Liefde, daar kan ik niet verdrietig over wor­

gescheiden zou zijn, geeft je helemáál geen invloed

den.

op war er gebeurt. Ego kan nooit iets zijn dat andere

B:

niet.

dingen waarneemt en kan beïnvloeden. Ego is zélf een
B: Ik

ben ook Liefde, maar ik heb wél liefdesverdriet, dat
komt bij mij op.

waargenomen object. Dat is zo'n harde noot voor ie­
dereen! Men blijft altijd maar in de weer om dat ego
Waarnemendheid toe te kennen. Je blijft toch maar

Jan: Bij mij niet. Als we alleen maar tegen elkaar gaan

denken: 'Jan zier', of: 'Jan voelt'. Zo is het niet. Her

zeggen wat er opkomt, dan zijn we nog wel even bezig.

wordt gezien, denken kan niets zien, denken wórdt

Er komt nogal veel op, namelijk.

gezien. Het is een waargenomen verschijnsel. Bewust-

232

233

zijn maakt zien mogelijk. Als je dat helder hebt valt er
helemaal niets meer te doen. Maar dan gebéurt er wel
van alles. Het is niet zo dat die doener buitenspel komt
te staan of zo, die doener is er nooit geweest. Er waren
gebeurtenissen, en er waren gedachten aan persoon­
lijkheden, maar een werkelijke doener is er nooit ge­
weest. Er is nooit 'iemand' geweest die iets doet. Water
doet niets. Die doener houdt dus niet op te bestaan; je
ontdekt dat hij alleen maar als illusie, als een soort fata

B: Yánuit waar wordt dat gezien?
Jan: Daar begonnen we mee. Iets wordt niet 'ergens'
gezien, waarnemen is niet te lokaliseren. Heb je het
opgeschreven? Goed zo, stempeltje eronder. Dus ik
zeg: waarnemen is niet te lokaliseren. In eerste instan­
tie ga je dat onthouden en vervolgens ga je voor jezelf
kijken. Probeer maar eens een week lang of jij ergens
een waarnemer kunt vinden. Degene die het 'doet', het

morgana een aantal keer verschenen is.

mannetje dat achter het stuur zit.

B: Is dat de doener, die dat ontdekt?

B: Dat heb ik al gedaan. Ik heb al geprobeerd om een 'ik'
te vinden.

Jan: Nee. Want de doener is denkwerk en denkwerk
kan niets zien. Denkwerk kan niets ontdekken. Alles

Jan: Hoe is het bevallen?

wordt gezien in Bewustzijn, altijd. Kan niet anders, is
niet anders.

B: Nou ja, dan kom je in zo'n situatie van 'alles ontglipt
mij: een soort zwart gat is hier en dan loop1e rond als een

B: Maar kan Bewustzijn ontdekken?

zwart gat en dat is het dan.

Jan: Er schiet me even niets gevats te binnen.

Jan: Nee, als je rondloopt als een zwart gat, dan hebben
we dus eigenlijk vastgesteld dat waarnemen niet te loka­

B: Op welk niveau vindt die realisatie plaats? Wánt de

liseren is, dus waar loopt dat dan in rond volgens jou?

verduistering vindt alleen plaats op het denkniveau, maar
waar vindt de verlichting plaats?

B: ja, da's absurd natuurlijk.

Jan: Op welk niveau spelen niveaus zich af? Het is een

Jan: Als iets ergens in rondloopt, dan is het juist wél te

totaal absurde vraag. Wat op dat moment gezien wordt

lokaliseren. Dus even beter kijken nog. Want je kunt

is dat niveaus niet werkelijk gescheiden zijn. Dat het

het niet van mij aannemen. Ja, dat kun je wel doen,

hulpmiddelen zijn.

maar daar heb je niets aan.

234

235

Andere bezoeker: Maar hoe zit het dan met het lichaam?

B: Het is wel heel merkwaardig dat ik dit lichaam op een

Doen alsofdat een soort van omhulsel is, ofeen soort van

totaal andere manier ervaar als anderen.

zeepbel.
Jan: Er zijn zoveel dingen merkwaardig. Als ik dat al­
Jan: Dat van dat omhulsel en die zeepbel vind ik ei­

lemaal op moet gaan lossen ... Dat hóeft ook helemaal

genlijk niet zo gek. Kijk, het wordt een probleem op

niet.

het moment dat je dat als werkelijk gaat ervaren, als
onveranderlijk. Dan zet je de deur open voor doods­

B: In vergelijking met die andere lichamen is hier een

angst en de hele rataplan natuurlijk. Want we weten

groot zwart gat, maar dáár zien ze er heel anders uit.

allemaal: dat lichaam houdt er op een gegeven mo­
ment mee op. Een x aantal jaar en het is over. Daarom

Jan: Als je dieper kijkt niet. Als je gaat kijken wat er

zegt Nisargadatta: 'Des te belangrijker om dit Nu te

nou eigenlijk aan de binnenkant van moleculen en

realiseren.' Hou je dan ook niet alleen maar bezig met

atomen zit, dan kom je ook niets tegen. Hoe verder je

het lichaam, als je tenminste zelfonderzoek wilt doen,

inzoomt, hoe meer niets je tegenkomt. Maar het kan

als je tenminste wilt weten wie of wat je bent. Kijk

veel simpeler. Je hoeft al die zogenaamde buitenkant

verder. Of kijk dichterbij, zou ik eigenlijk willen zeg­

niet te onderzoeken. Je kunt gewoon meteen naar de

gen. Want verder is altijd gericht op een doel in de toe­

kern gaan. Als je de hele tijd bezig bent met stap twee

komst, of iets bereiken. Hoe zit dat met dit lichaam?

en drie, vergeet je stap een. Die eerste stap, die eerste

We kennen drie toestanden (waken, slapen, dromen).

foute conclusie moet je onderzoeken. Als je de eerste

Is dat lichaam er altijd? Of is het er alleen maar als ik

fout helder gezien hebt, volgt de rest vanzelf.

eraan denk? Ken ik dat lichaam eigenlijk wel honderd
procent? Zou je je eigen rug herkennen? Zou je je ei­

B: Maar wat ik waarneem, is dat hier een totaal ander

gen binnenkant herkennen? Hoeveel procent van dit

verschijnsel zit dan daar.

lichaam herkennen we eigenlijk? Alleen de buitenkant,
en dan nog alleen maar een deel van de voorkant. Je

Jan: Ja, maar dat is altijd zo. Verschijnselen verschillen

eigen achterhoofd zou je niet herkennen. Er gaat van

per definitie van elkaar, dat hoort bij de wereld van de

alles in en van alles uit, het is een grote fabriek. Dat

verschijnselen.

eten dat net op tafel stond, dat waren we eerst niet.
Maar nu zit het in ons lichaam en nu zijn we het wel,

B: Maar dit is uniek.

maar waar zit het omslagpunt? Ik weet het niet.
236

237

Jan: Denk je dat? Ze zijn allemaal uniek. Ik heb nog
nooit twee dezelfde verschijnselen gezien, want dan zou
het namelijk één verschijnsel zijn. Dat is de wereld van
de verschijnselen, dat is dualiteit. Dat is verschil. Maar
de essentie is Bewustzijn. En dan kun je wel zeggen: 'Ik
zie hier ...', maar waarnemen is niet te lokaliseren. Als
we op een gegeven moment dingen vastgesteld hebben
zou je daar niet meer op moeten terugkomen, als het
helder zou zijn.
B: Het is niet zozeer het lokaliseren, als wel dat het een

merkwaardige uitkijkpost is.
Jan: Het fs geen uitkijkpost. Dat is óók weer een posi­
tie. Dan zit je vanuit een torentje of zoiets te kijken. Je
neemt niet waar vanuit een bepaalde positie. Je neemt
waar vanuit ruimteloosheid. Ik blijf het zeggen hoor.
Het is gewoon hameren op die botte hersenen en die
dikke schedels van die zoekers. Ik snap ook niet dat er
mensen zijn die dit baantje ambiëren. Dan ben je echt
van de pot gerukt, als je denkt: 'Dat wil ik ook wel!'
Dan kun je beter paus worden volgens mij. Je moet er
wel tegen kunnen dat niemand naar je luistert hoor,
anders moet je geen goeroe worden.
Andere bezoeker: Is het echt dát? Dat we niet luisteren?
Jan: Daar begon ik mee, donderdag. Je denkt dat je
luistert, maar je bent aan het selecteren. Je pikt eruit
wat je denkt dat in je voordeel is en je vult dingen
238

in en dingen aan. Maar als je echt gaat luisteren naar
wat er werkelijk gezegd wordt, is het een heel ander
verhaal. Of je bent berekenend. Ik geef een antwoord,
en ik zie al dat men bezig is met de volgende vraag.
Of mensen zeggen heel snel: 'Ja oké, maar ...' Dan
heb je niet geluisterd. Dan heb je wel gehoord, maar
niet verstaan, begrepen en geluisterd. Meteen naar het
volgende onderdeel.
Andere bezoeker: Het is mij zo opgevallen als ik dingen
herlees, dat ik denk: 'Hoe heb ik daar in godsnaam over­
heen kunnen lezen?'
Jan: Ja, precies! Dus was dat lezen of luisteren niet vol­
ledig. Ik heb 'Ik Ben' driehonderd keer gelezen en pas
de driehonderdste keer lás ik echt. De eerste tweehon­
derdnegenennegentig keer was het koortsachtig: blad­
zijde omslaan, nog een hoofdstuk. Dat is geen lezen,
dat is berekenend.
B: Is dat dan ook gewoon een vluchtneiging?

Jan: Natuurlijk. Vluchten, of naar je toe willen halen.
Je bent nog berekenend bezig, je bent nog aan het kij­
ken van: wat kan ik er beter van worden. Omdat je
denkt dat je iets bent dat onvolledig is, ben je dus aan
het proberen om te krijgen. Ik kan alleen met krijgen
in de weer zijn als ik denk dat ik onvolledig ben, dat
mij iets ontbreekt. En dus lees je ook: hongerig. En
dan denk je dat je heel spiritueel bezig bent, want die
239

koorts is er immers. Maar een groot deel van die koorts
is nog: pakken wat je pakken kunt. En een heel klein
deel is: dit herken ik. En op een gegeven moment ver­
schuift dat naar totale herkenning. En dan l ees je het
nog eens, en dan zeg je bij jezelf: 'Hoe is het in vredes­
naam mogelijk dat ik hier overheen heb gelezen?' Want
het wordt

zo

duidelijk gezegd. En het wordt honderd

keer gezegd.
B: Ik zie dus bij mezelf steeds meer wantrouwen opko­

men, van: hé, begrijp ik dit wel goed? Ván: ja, ik zie van
alles gebeuren, toe maar, maar ik vertrouw het niet.
Jan: In ieder geval zou ik op satsang het idee dat je iets
begrepen hebt altijd wantrouwen. Want het idee dat je
iets begrepen hebt, dat klinkt nogal twijfelachtig. 'Ik
heb het idee dat ik wel van je houd ...' Dat klinkt niet
zo goed. Dat klinkt nogal halfbakken. Het ergste dat je
tegen je goeroe kunt zeggen, is: 'Ja, volgens mij begrijp
ik je wel, maar nu even wat anders ... ' Of: 'Ik denk dat
ik het wel snap hoor. Ja, daar heb je wel een punt.' Of:
'Dat heb je goed gezegd! Dat komt echt even binnen

Of een vrediger bestaan. En dat verschuift langzaam
naar de enige vraag die overblijft: Wat ben ik? Dat zijn
niet de vragen: hoe kom ik van mijn angst af, of: hoe
zorg ik dat het wat harmonieuzer in mijn dagelijks le­
ven wordt, nee. Dat is een gepasseerd station. Nu wil
ik weten: Wat ben ik? Dat was in mijn geval de laatste
vraag die overbleef: wat ben ik? Maakt me niet uit wat
er verder gebeurt, dát wil ik weten. En als die vraag
opgelost is, dan volgt de rest vanzelf.

Andere bezoeker: In hoeverre speelt vertrouwen een rol?
Jan: Essentieel.
B: Nisargadatta zei altijd: I trusted my guru, why would

he lie to me?
Jan: Nou, hij zei: het was onmogelijk hem niet te ver­
trouwen. Dus dat geeft aan dat het ...
B: Ik merk dat ik jou vertrouw.

hoor, hier. Bedankt man!'

Jan: Ik vind dat je wel mensenkennis hebt! Je ziet het

Andere bezoeker: Die weerstand en dat niet luisteren is

vanaf het eerste moment.

ook gewoon een periode?
Jan: Laten we maar gewoon zeggen dat de aandacht bij
iemand die net begonnen is met zelfonderzoek voor

heel goed jij. Nee serieus: dat had ik bij Alexander ook,

B: Ik had het op het moment dat ik jou op dat Alexan­

der-forum zag posten. Ik dacht: 'Hé, wat is dit? Dit is de
meest integere stem op het heleforum. '

het overgrote deel ligt bij persoonlijkheidsverbetering.
240

241

Jan: Ik hoef niets van de mensen die mij bezoeken.
Alexander was er voor mij.
B: En het bizarre is dat je elke avond die chats doet, gra­

tis.
Jan: Ik snap er ook geen reet van. Ik schiet er niets mee
op. Ik verdien er niets aan. Het is alleen maar Beschik­
baarheid zijn.

Eerder verschenen bij uitgeverij Samsara
Adams, Robert - Stilte van het hart, deel 1
Adams, Robert - Stilte van het hare, deel 2
Adyashanri - Dansende leegte
Adyashanti -Ware meditatie
Adyashanti - Het einde van je wereld
Adyashanri - Genade

B: Ik vind het wel ongelofelijk.

Balsekar, Rarnesh - Er was eens ...
Bancroft, Anne -Woorden van Boeddha

Jan: Zullen we dan maar gordijnen gaan uitzoeken?
Het gekke is: ik doe dat al tien jaar, soms met twee of
drie mensen, en nu ineens zit het in een stroomversnel­
ling. Wat jij net zegt, dat had ik met Alexander ook.
Ik was zo gelukkig dat ik iemand in Nederland had die
dit door kon geven. Dus ik verspilde geen seconde als
ik daar was, niet een. En als ik geen vragen had zat ik
te luisteren. Geen twijfel, hij was het. Als die twijfel
er wel is, dan moet je zo snel mogelijk iemand anders

Beintema, Rita - Jnana yoga in de praktijk
Bongers, Sally - Alledaagse verlichting
Boogaard, Han v.d. I Wei Wu Wei - Leven zonder tranen
Boogaard, Han v.d. - Dac wat Is
Byrom, T homas - Het hart van bewustzijn
Cohen - Bent u nee zo gelukkig als uw hond?
Cohen, Alan - Wijsheid uit het hart
Crowley, Gary - Van hier naar hier
Delden, Jan van - Terug van nooit weggeweest
Delden, Jan van - Zelfrealisatie, is dit nu alles?
Dych, William -Anrhony de Mello, een bloemlezing
Foster, Jeff- Leven zonder middelpunt

zoeken, want dat is een teken dat er geen match is. Er

Foster, Jeff -Een buitengewone afwezigheid

zijn mooie traditionele verhalen over, maar je herkent

Foudraine, Jan - Metanoia

het meteen, dat is essentieel.
Op zo'n forum lees je soms een bericht en dan zit er
toch een luchtje aan. Je voelt dat er iets anders achter
zit dan alleen een uitleg. Alexander zei: 'Een kopie zal
altijd herkend worden als een kopie.'

Gangaji -Vrijheid in overgave
Gieles, Lenne - T huis
Glassman, Bernie - Oneindige cirkel
Greven, John - Eén
Hamill, Sam I Lao Tse - Tao Te Tsjing
Harding, Douglas - Open voor de bron
Harrison, Steven - Zoek geen antwoord
Harrison, Steven - Het gelukkige kind
Harrison, Steven - Eén-zijn in relaties

242

Hartong, Leo-Ontwaken in de droom
Heyboer, Anton - De filosofie van een oorspronkelijke geest
Heyboer, Anton -The philosophy of an original mind
Hillig, Chuck-Verlichting voor beginners
Hillig, Chuck- Parels voor de ziel
Hyde, Unmani Liza - Ik ben het leven zelf
Inzicht, vingers wijzend naar de maan
Joncheere, Zoë -Leven als God
Jourdain, Stephen / Farcec, Gilles -Zomaar verlicht
Katz, Jerry- Non-Dualiteit
Keers, Wolter-Vrij zijn
Keers, Wo!ter-J nana Yoga
Kicken, Patrick & Smit, Paul -Praten over bewustzijn
Kiloby, Scott-Liefdes stille revolutie
Koehoorn, Jan- Zelfonderzoek
Krishnamurti, U.G. -De denkbeeldige geest
Lake, Gina-Hee mechanisme van verlangen
Lammers van Toorenburg, Wendy -Hoogbegaafd, nou én?
Lammers van Toorenburg, Wendy-Werkboek Hoogbegaafd
Lawry, Kalyani - SaiJor Bob Adamson, leven en leer
Liquorman, Wayne - Never mind
Lucille, Francis-Eeuwigheid NU!
McKenna, Jed-Spirituele verlichting? Vergeet het maar!
McKenna, Jed - Spiritueel Incorrecte Verlichting
McKenna, Jed-Spirituele Oorlogvoering
McKenna, Jed-Notities
Mello, Anchony de - Bewustzijn
Mello, Anthony de -De weg van stilte
Morinaga, Soko - Van leerling tot meester
Nisargadatta Maharaj - In woord en beeld
Norquist, Steven-De waarheid over verlichting
Oever, Jan van den- Ik weet niet wie ik ben
Parsons, Tony- Zoals het is
Parsons, Tony - Niemand hier
Parsons, Tony-Niemand daar
Parsons, Tony -Alles en Niets
Parsons, Tony- Het open geheim
Raaijmakers, Annette - Volledig vrij

'

Ram Tzu -Wie zoekt zal niet vinden
Ramana Maharshi -In woord en beeld
Rigter, Bob- Zen tijd
Rossum, Jan van-Je bent niet wat je denkt
Schoonderwoerd, Simon-Een christen op sacsang
Sengtsan - Oorspronkelijke Geest
ShantiMayi-Ons hart weet alles
Shapiro, Isaac - Hee gebeurt vanzelf
Smit, Alexander-Kennendheid
Smit, Paul-Non-dualiteit voor managers
Smit, Paul-Verlichting voor luie mensen
Spira, Rupert - De helderheid der dingen
Sterren, Paul v.d. - Verlichting in een lege verpakking
Tathagata, Florian - Zijn
Tetteroo, Tosca-Alles over edelsteenrherapie
Tollifson, Joan -Ontwaken in het alledaagse
Vingerwijzingen-Artikelen uit tien jaar lnZicht
Watts, Alan-Word wat je bent
Wei Wu Wei - Onwerelds wijs
Whenary, Roy - De structuur van zijn
Zuijderhoudt, C.B. -Meester Eckhart versus advaita

Voor een overzicht van onze titels
(met tekstfragmenten)
kunt u ook kijken op onze website:

.samsarabooks.com

www

Daar vindt u informatie over de boeken in voor­
bereiding, de agenda met informatie over lezingen
van onze auteurs en kunt u zich opgeven voor onze
nieuwsbrief of een catalogus aanvragen.
Samsara Uitgeverij bv
Herengracht 341
1016 AZ Amsterdam

Telefoon: 020 - 5550366
Fax: 020 - 5550388

E-mail: info@samsarabooks.com

Ik
lin<l• dcmm j.ur l<Zinim "'" ;;!foiiattiOCI. in a4'
r.1Jut< "an � kh�iu ,tiJ.mu
. \lijn
.
kr.ur \\-.l, :\kun"lcf
\n1ir. 1iin kn.u \\":I' \hn �'Wrg.td.:iu.1 �l.i.h.ir.11. O.tn ""«I Je
ltorJcrll(' �p1rnucle 1oclC"r Uil "'"·Il< n.u.1111(" il.. l.:0111

t"Cl\I(' i..0111.11.1 fllCI '''l'\,lll�ltt ,,", l'lU 1clcl1MlOSC'\rrck
('Ic llC'nl H»\.h l1opcl11k nic1op10�1.. 11.1.:ir 11111\ ofk.1hou1('1'\�·) en
n.a tlrko nl.unJen bitcenkomnen (t;U\ólng) liij h<.111 �'-"'ol!!J
Ic
hebben Yi.3.1 hn kl.ur. Zo J.u.r bier bq;on 11.. tdfonl10C' 1cl'1C'n
1h1K'('n·n m
i!>hn: Nlktjç: P.:!" roum.

\lijn