Iedereen is gelijk!

En
toch zo anders ...

Titel
lessenreeks:
Onderzoeksvragen

Hoe klinkt muziek in andere
landen?

Ontwikkelingsvelden en
onderliggende
ontwikkelingsthema’s
Muzische ontwikkeling
 Muzische geletterdheid

Welke symbolen drukken
hoop uit? Wat is de betekenis
van het wit vogeltje in het
boek ‘De Aankomst’?

Levensbeschouwelijke ontwikkeling
 Grondhouding
 Geletterdheid

Hoe verloopt de
communicatie in een ander

Taalontwikkeling
 Vreemde talen

Leeractiviteiten
(werkvormen/groeperingsvormen)
De leerlingen krijgen tijdens de instap een aantal
muziekfragmenten uit verre landen te horen. Ze verwoorden
telkens hoe deze muziek klinkt. Daarvoor krijgen ze een blad
waarop een aantal tegenstellingen staan (bijvoorbeeld: warm
en koud, hoekig en rond, luid en stil, gelukkig en droevig…).
Aan de hand van deze tegenstellingen kunnen de leerlingen
met elkaar in conversatie treden. Hoe ervaren de andere
leerlingen deze muziek?
De leerlingen krijgen daarna een aantal instrumenten te zien
uit andere landen (bv. berimbau uit Brazilië, sitar uit India…).
De leerlingen experimenteren en exploreren met deze
muziekinstrumenten. Ze gaan na hoe deze instrumenten
klinken. Daarna componeren de leerlingen in groepjes 4 à 5
leerlingen een muziekstuk dat wordt gespeeld met deze
instrumenten.
De leerkracht toont aan het bord vier verschillende
schilderijen (Réne Magritte, Picasso…). De leerlingen bekijken
de schilderijen en zoeken het gemeenschappelijk element
(een witte duif). De leerkracht vertelt het verhaal 'De ark van
Noah'. De leerkracht zoekt samen met de leerlingen naar de
betekenis van de duif. De leerkracht bespreekt nog symbolen
die te maken hebben met 'hoop' (witte kleur, een zaadje…).
De leerlingen gaan aan de hand van een hoekenwerk het
schrift ontdekken. Er zijn vier verschillende hoeken, in iedere

tijdsfase

'100

'50

'75

land? Schriftbeeld, klank,
bereikbaarheid, evolutie.

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op techniek

Hoe zien de skylines eruit in
andere steden (landen)?
Waarom ziet die skyline er zo
uit? Hoe ziet het straatbeeld
eruit in die verschillende
steden? Welke bouwstijl
hebben de verschillende
gebouwen? Waarom zien
wordt er in bepaalde landen
gebruik gemaakt van een
specifieke bouwstijl. Heeft het
klimaat invloed op de
bouwstijl die gehanteerd
wordt in een bepaalde land?

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op de ruimte
 Oriëntatie op techniek

hoek wordt er toegespitst op een bepaald aspect van het
schrift.
Hoek 1: De leerlingen leren over de evolutie van het schrift via
korte vraagjes die ze moeten beantwoorden met behulp van
verschillende bronnen (internet, een encyclopedie…)
Hoek 2: Ze bekijken op welke wijze je kan communiceren (email, brief, sms, rooksignaal, morse…).
Hoek 3: De leerlingen bekijken de verschillende
schriftbeelden. Ze bestuderen het schriftbeeld van het
Nederlands, Chinees, Arabisch en hiërogliefen.
Hoek 4: De leerlingen maken zelf hun eigen schriftbeeld.
Daarbij vervangen ze ieder letter van ons alfabet door een
eigen gekozen symbool.
De leerkracht maakt samen met de leerlingen een wandeling
in de omgeving van de school. De leerkracht stelt enkele
gerichte vragen aan de leerlingen (Welke gebouwen zien we in
het straatbeeld? Wat is de functie van deze gebouwen? Zien
wij veel hoogbouw in onze omgeving? Waarom zouden de
mensen de dergelijke hoge gebouwen maken?).
Terug in klas krijgen de leerlingen een foto van de skyline van
de stad New York te zien en de skyline die in het boek 'De
Aankomst' te zien is. Samen worden de verschillen en de
gelijkenissen tussen de beide skylines gezocht. Daarna maken
de leerlingen een virtuele wandeling doorheen de stad New
York (via google Street view). Tijdens een aansluitend
onderwijsleergesprek worden de verschillen tussen de twee
straatbeelden besproken.
Hier kan er ook gedifferentieerd worden. Bepaalde leerlingen
kunnen aansluitend op deze les extra informatie verzamelen
(verdiepen) over deze thematiek.
Aansluitend met deze les zouden we een beeldactiviteit
kunnen doen. Elke leerling neemt een schoendoos en wat
karton mee naar de klas. Je plaatst de schoendoos op zijn

'150

Welke impact heeft de
industriële revolutie gehad op
de mens? Welke gevolgen
heeft dit voor de arbeid? Wat
zijn de verschillende evoluties
van de economie?

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op tijd
 Oriëntatie op samenleving

Waarom vluchten mensen uit
hun thuisland? Hoe doen ze
dat? Welke soort
vluchtelingen zijn er dan? Hoe
verlopen de aanpassingen?

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op de
samenleving

Wie is de leider in de
verschillende landen? Kiezen
de mensen zelf hun bestuur in
die landen? Wanneer kunnen
we spreken van democratie?

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op de
samenleving

langste kant recht. Daarna knip je 2 x 3 gleuven aan de kortste
zijde van de schoendoos. Daarna knip je uit het karton drie
skylines. De skyline die je door de achterste gleuven gaat
steken zal groter zijn dan de skyline die je in de eerste gleuf zal
steken. Zo heb je een mooie kijkdoos van een skyline in een
stad.
De leerkracht bespreekt hoe de situatie was van voor de
industriële revolutie. We bespreken hoe het vroeger ging voor
er machines aanwezig waren en hoe het trager ging.
Na de voorbespreking gaat de leerkracht over naar de
industriële revolutie zelf. De leerkracht bespreekt wat de
nieuwe uitvindingen waren, hoe de productie nu sneller kan,
toestand arbeiders…
Na de bespreking kijken we samen naar de film 'Daens'. Daar
zien de leerlingen hoe de situatie was na de industriële
revolutie. Wat de nadelen zijn, hoe de toestand van de
arbeiders was, hoe het vroeger was.
Na het bekijken van de film bespreken we hoe de toestand
vroeger was voor de arbeiders en wat er nu beter is.
Er komt een gastspreker naar de klas, die net zoals in het boek
'De Aankomst' geïmmigreerd is naar een ander land (België).
De leerlingen zoeken naar vragen die ze kunnen stellen aan de
gastspreker. Daarbij kunnen de leerlingen hun inspiratie halen
uit het boek. De leerkracht schets vooraf het profiel van de
spreker zodat de leerlingen gericht hun vragen kunnen stellen.
Nadat de gastspreker zijn/haar verhaal heeft verteld, wordt er
aan de hand van een kringgesprek gezocht naar gelijkenissen
tussen het verhaal van de gastspreker en het jeugdboek.
De leerlingen krijgen een opdracht waarbij ze thuis op zoek
moeten gaan in allerlei media (kranten, internet, televisie…)
naar artikels die gaan over macht en gezag in andere landen.
In de klas stelt iedereen zijn artikel voor (Wie is de leider? Van

'150

'50

'50

Wat eten de mensen in
andere landen? Waarom eten
ze dat?

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op de
samenleving
 Oriëntatie op natuur

Waarom zien de dieren er
anders uit? Hoe zijn dieren
aangepast aan leven in een
bepaalde omgeving?

Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
 Oriëntatie op natuur

Wat is de functie van dieren in Ontwikkeling van oriëntatie op de
wereld
verschillende culturen? Koe,
 Oriëntatie op de
hond, ezel…

samenleving
Oriëntatie op techniek
Oriëntatie op natuur

welk land is deze persoon de leider? Waar situeert dit land
zich op de globe?)
Daarna volgt er groepsgesprek. Op het bord worden de leiders
die aan bod zijn gekomen onderverdeeld in twee categorieën
(leiders die op een democratische manier zijn verkozen en
dictators). Aan de hand van een onderwijsleergesprek
formuleren de leerlingen wat een democratie is en wat een
dictatoriaal regime is.
Een groepsopdracht waarbij de verschillende groepen op zoek
gaan naar de ontbijtgewoontes uit verschillende landen.
Nadat ze voldoende info hebben gevonden krijgen ze een
budget van de leerkracht om eerst naar de wereldwinkel te
gaan en daarna de nog ontbrekende producten te kopen in de
supermarkt in de buurt. Samen met de leerkracht gaan ze dan
aan de slag en maken ze een ontbijt. De klas komt dan vroeger
naar de klas om het ontbijt te nuttigen.
De leerlingen kiezen elk een dier (de leerkracht controleert of
er geen twee dezelfde dieren gekozen wordt). De leerlingen
zoeken in de computerklas naar zijn kenmerken en de habitat
waar hij woont. De leerlingen maken rond hun dier een
paspoort. De leerkracht verzamelt alle paspoorten en kopieert
ze. De leerlingen krijgen per vier een stapeltje met alle
paspoorten. Ze spelen kwartet met elkaar.
Tijdens de inleiding op deze les krijgen de leerlingen een
pagina te lezen uit het album 'Lambik Baba' uit de stripreeks
'Suske en Wiske'. In dit fragment zien de leerlingen dat Lambik
wordt achtervolgd door een woeste menigte omdat hij een
koe omverrijdt. Dit wordt gebruikt als aanknopingspunt voor
deze les. De leerlingen zullen te zien krijgen wat de functie van
de koe is in de verschillende culturen (goddelijk dier, trekdier,
slachtdier…). Er kan eventueel ook dieper ingegaan worden op
de functie van bepaalde andere dieren (bv. Ezel, hond…).

'150

'75

'100

Als verwerkende opdracht maken de leerlingen zelf een
stripverhaal waarin een dier wordt opgevoerd dat leidt tot een
misverstand tussen twee mensen uit een verschillende
cultuur.