You are on page 1of 9

DE BEELDENAAR

JANUARI/FEBRUARI 2009, 33e JAARGANG NR. 1

1858-08_Beeldenaar_2009_1_kaft.indd 1

17-12-2008 09:08:47

Goud van Franken en Romeinen


Schatten uit de vijfde eeuw in Noordwest Europa
De goudschat die in 1715 in Velp is gevonden moet tot een van de meest spectaculaire archeologische vondsten worden gerekend die ooit in Nederland is
gedaan. In een artikel in De Beeldenaar
2008-6 was te lezen hoe deze schat is
ontdekt en wat er vervolgens met de
objecten uit deze vondst is gebeurd.1
Maar hoe zijn de gouden sieraden,
Romeinse medaillons en munten in
Velp terecht gekomen? Wat was hun
functie en wie was de eigenaar? Om
deze vragen te kunnen beantwoorden
moeten we eerst weten wanneer de
schat is begraven en wie er toen in de
regio Velp woonden.
De meest recente objecten uit de
vondst die we nu nog kennen zijn twee
Romeinse medaillons van keizerin Galla
Placidia, deze zijn gemaakt tussen 426
en circa 430 n.Chr. Dit betekent dat de
schat in ieder geval niet eerder kan zijn
begraven dan 426 n.Chr. Hoeveel later
is helaas niet precies te zeggen. Op
grond van vergelijkbare vondsten (zie

hieronder) is het echter aannemelijk dat


de schat niet heel lang hierna aan de bodem is toevertrouwd.
De regio Velp wordt in die tijd bewoond door groepen Franken, barbaren
die van Germaanse afkomst zijn. In de
vierde eeuw n.Chr. hadden zij van de
Romeinen toestemming gekregen om
zich binnen de grenzen van hun Rijk te
vestigen. Vanaf circa 360 n.Chr. vinden we
de Franken dan ook niet alleen ten
noorden en oosten van de Rijn, maar
ook in het oostelijk Nederlands Rivierengebied en de regio ten zuiden daarvan.
Zij leven daar als foederati (= bondgenoten) van de Romeinen.2 In deze
hoedanigheid helpen zij de Romeinen
met de bevoorrading van hun leger en
verdedigen zij het land waarop zij wonen. Ook nemen in de vierde eeuw veel
Franken, van binnen en buiten het
Romeinse Rijk, dienst in het Romeinse
leger.
De Franken leven in relatieve rust en
veroorzaken niet al te veel moeilijkheden,

PAUL BELIN

Medaillon van
Honorius gevonden te
Velp in 1715 (61,00
gram)
foto: Geldmuseum,
Utrecht

DE BEELDENAAR 2009-1
13

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 13

17-12-2008 09:13:33

ook niet nadat het Romeinse leger de


regio in 402 n.Chr. verlaat om in Itali
tegen de Gothen te vechten. Deze terugtrekking uit onze streken lijkt er op
te duiden dat de Rijngrens en daarmee
ook het noorden van Galli, denitief
door de Romeinen wordt opgegeven.
Enkele jaren later steken verschillende
barbaarse stammen de Rijn over en vallen Romeins gebied binnen. Zij trekken
plunderend rond en verwoesten diverse
steden. Hierna zorgt een serie Romeinse
burgeroorlogen ervoor dat het WestRomeins Rijk verder wordt ontwricht.
Hoewel deze gebeurtenissen onzekerheid en onrust veroorzaakt zullen hebben, heeft de invasie waarschijnlijk weinig directe gevolgen gehad voor de
bewoners van het Nederlandse Rivierengebied. In de Romeinse provincie
Germania II bleef het rustig. Het gebied
ten zuiden daarvan, de provincie Germania I, werd wel zwaar getroffen. Uiteindelijk wordt de rust hersteld en in
418 n.Chr. worden door de Romeinen
voor het zuiden van Galli nieuwe administratieve regelingen getroffen. Het
noorden wordt verder aan haar lot overgelaten en de bevolking is daar op zichzelf aangewezen. Het is derhalve duidelijk dat Velp in de eerste helft van de
vijfde eeuw n. Chr. in Frankisch gebied
ligt. De bewoners wonen daar in relatieve vrede en zonder directe bemoeienis van de Romeinse overheid.

Goudschat
Tot zover deze korte historische schets.
Het is nu tijd om terug te keren naar de
goudschat die in 1715 in Velp is gevonden. Deze schat maakt deel uit van een
groep vergelijkbare vondsten die alle
bestaan uit gouden juwelen en soms zijn
aangevuld met Romeinse solidi (zie
kaart en tabel). Een van deze vondsten
werd in 1851 nota bene ook in Velp gedaan. Deze schat bestaat uit drie gouden
vingerringen en acht nekringen (torques).3 Zes van de nekringen zijn voorzien van een decoratie bestaande uit
kleine ingestempelde driehoekjes en
stippen. Dit type halssieraad staat tegenwoordig bekend als het Velptype.
Sieraden die behoren tot deze groep
zijn gevonden in het Oosten en Noordoosten van Nederland en Westfalen in
Duitsland. Dit roept natuurlijk de vraag
op of de sieraden die in 1715 in Velp
zijn gevonden ook van het Velptype waren. Dit is echter niet meer vast te stellen, omdat deze allemaal verloren zijn
gegaan en een goede beschrijving ervan
ontbreekt. We moeten het echter zeker
niet uitsluiten.
Tien van de elf vondsten met sieraden van het Velptype zijn gedaan ten
noorden en oosten van de Rijn. De enige
uitzondering is Nijmegen. Maar net als
de rest van het Nederlandse rivierengebied maakte deze stad na 402 n.Chr.
geen deel meer uit van het Romeinse

Medaillon van Galla


Placidia gevonden te
Velp in 1715 (40,11
gram)
foto: Geldmuseum,
Utrecht

DE BEELDENAAR 2009-1
14

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 14

17-12-2008 09:13:33

Schatvondsten met gouden nekringen en armbanden van het Velptype


plaats en jaar van ontdekking inhoud
Velp 1715*
Nekring(en) van het Velptype?, armbanden, medaillons en
solidi. Depositie na 426 n.Chr.
Velp 1851
Beilen 1852*
Beilen 1955*
Olst 1916?
Nijmegen
Rhenen 1938
Westerkappeln 1920*

strich 1908
Dortmund 1907*

Krbecke 1936

Zes nekringen van het Velptype en twee andere


Een nekring van het Velptype, een munt van Valentinianus II
(geslagen 388-392)
Vijf nekringen van het Velptype, een armband en 22 solidi
(jongste munt geslagen 394-408)
Vijf nekringen van het Velptype
Fragment van een nekring van het Velptype
Twee nekringen van het Velptype en een fragment van een laatRomeins halssieraad
Een fragment van een armband van het Velptype en
circa 37 solidi, waarvan 19 gedentificeerd (jongste munt
geslagen 364-367)
Een nekring van Velptype en een conische armband
Drie conische nekringen, varianten van het Velptype,
maar in dezelfde stijl als de armband gevonden in strich die
samen gevonden is met een nekring van het Velptype en
444 solidi en 16 zilveren munten (jongste munt geslagen circa
420-430 n.Chr.)
Een nekring, rond, variant van het Velptype

Vondsten gemarkeerd met een * bevatten ook munten6

Rijk. Dit plaatst de nekringen van het


Velptype en de bijbehorende vondsten,
zoals de Romeinse medaillons en solidi,
zonder meer in een Germaanse context.
De decoratie op de nekringen van het
type Velp is typisch voor Germaanse
sieraden uit de eerste helft van de vijfde
eeuw n.Chr. Zij lijken zo op elkaar dat
gedacht wordt dat ze alle uit n werkplaats komen en binnen een relatief korte
tijdspanne zijn vervaardigd.4 Een productiedatum rond 425-430 n.Chr. lijkt
goed bij het beschikbare, maar het helaas wel wat magere, bewijs te passen.5
Dergelijke kostbare halssieraden en
andere gouden objecten zoals medaillons en munten, stonden bij de Germanen symbool voor macht. Ze zullen toebehoord hebben aan personen uit de
hoogste kringen, zoals stamhoofden of
koningen. Door het geven van goud aan
anderen konden zij volgelingen aan zich
binden en hun prestige in stand houden.
Het goud speelde dan ook een belang-

rijke rol tijdens sociale gebeurtenissen,


zoals feesten, begrafenissen en het brengen van offers aan de goden.7
Het gehalte van het goud waarvan de
Germaanse nekringen zijn gemaakt en
het goudgehalte van laat-Romeinse
solidi is hetzelfde. De nekringen zijn
dan ook zeer waarschijnlijk vervaardigd
van goud dat werd verkregen door het
omsmelten van Romeinse solidi.8 Er zijn
verschillende manieren waarop solidi in
grote hoeveelheden bij de Franken en
andere barbaarse stammen buiten de
grenzen van het Romeinse Rijk terecht
kwamen.9
Een deel van het goud belandde ten
noorden van de Rijn als betaling voor
militaire diensten, omdat Germaanse
soldaten vaak door het Romeinse leger
werden ingehuurd. In Rhenen zijn bijvoorbeeld twee nekringen van het Velptype gevonden samen met een fragment
van een laat-Romeins halssieraad. Een
vergelijkbaar exemplaar is te vinden om

DE BEELDENAAR 2009-1
15

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 15

17-12-2008 09:13:33

de hals van een soldaat van de keizerlijke lijfwacht die is afgebeeld op een
laat-Romeinse zilveren schaal (zie
pag. 18). Uit Romeinse geschriften is
bekend dat de leden van de keizerlijke
lijfwacht dikwijls Germanen waren. De
schat van Rhenen heeft misschien wel
toebehoord aan een Frankisch strijder
die in Romeinse dienst is geweest. Na
terugkeer in zijn moederland is het
Romeinse sieraad samen met twee
Germaanse nekringen in de Nederlandse
bodem terecht gekomen.
Andere manieren waarop Romeins
goud en andere kostbaarheden buiten
de grenzen van het Romeinse Rijk terecht kwamen, was als buit van plundertochten of als losgeld voor Romeinen
die gevangen waren genomen tijdens in-

vallen en veldslagen. De Romeinen zetten goud ook in voor hun buitenlandpolitiek. Het werd veelvuldig gebruikt als
diplomatieke gift aan barbaren. Er werd
bijvoorbeeld regelmatig goud betaald
om te voorkomen dat zij Romeinse gebieden zouden binnenvallen of om hen
er toe te bewegen andere stammen aan
te vallen, waarvan gedacht werd dat
deze een bedreiging vormden voor de
Romeinse veiligheid. Romeinse bronnen noemen de grote hoeveelheden
goud die soms werden gegeven aan barbaarse stammen en buitenlandse mogendheden. Jaarlijkse betalingen van
100 tot 700 kilogram, of 1600 kilogram
ineens, waren niet ongebruikelijk.10
Het goud kon worden betaald in de
vorm van solidi, medaillons, juwelen en

Het Neder-Rijngebied
in de eerste helft van
de vijfde eeuw n.Chr.
en de geografische
distributie van
schatvondsten uit die
periode, alleen
bestaande uit solidi (),
uit solidi en gouden
juwelen ( ) en
uitsluitend gouden
juwelen ( ).
1 Velp; 2 Beilen;
3 Rhenen; 4 Olst;
5 Nijmegen; 6 strich;
7 Krbecke; 8
Westerkappeln;
9 Obbicht; 10 Nottuln;
11 Batos Erf;
12 Suarle; 13 Venlo;
14 Dortmund;
15 Mainz; 16 Gross
Bodungen;
17 Saint-DenisWestrem;
18 Wiesbaden-Kastel;
19 Lienden;
20 Menzelen;
21 Wrselen;
22 Xanten;
23 Furfooz.

DE BEELDENAAR 2009-1
16

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 16

17-12-2008 09:13:33

andere kostbare zaken. Het zijn deze


militaire en politieke betalingen die gezorgd hebben voor de rijkdom van de
Franken die in de gebieden op de rechteroever van de Rijn woonden.11 En het
zijn precies deze gebieden waar we de
schatvondsten vinden met de sieraden
van het Velptype.
Op de kaart kunnen we zien dat de
laat-Romeinse solidi zowel binnen als
buiten het toenmalige Romeinse Rijk
worden gevonden. De sieraden vinden
we alleen daarbuiten. Dit komt omdat
de Franken van oorsprong uit de regios
ten noorden en oosten van de Rijn afkomstig waren. Daar waren de oude
Frankische machtscentra te vinden en
daar woonden ook de Frankische stamhoofden en koningen. Het verschil in de
geograsche distributie van schatvondsten met alleen solidi, die juist in het gebied ten zuiden van de Rijn te vinden
zijn, en die met sieraden ten noorden
van de rivier, weerspiegelen dus verschillen op sociaal en politiek gebied.
Tot heden is er geen Frankische nederzetting of heiligdom gevonden in de regio Velp. De twee opmerkelijke schatvondsten uit dit gebied tonen echter aan
dat daar in de eerste helft van de vijfde
eeuw n.Chr. wel eens een Frankisch
centrum van enig belang kan zijn geweest.
Waarom zijn ze begraven?
In het verleden werd het verbergen van
(goud)schatten vaak gekoppeld aan onrust veroorzaakt door invasies en oorlogsvoering en de noodzaak kostbaarheden veilig te stellen. Een andere mogelijke
verklaring voor het verbergen van kostbaarheden wint de laatste jaren echter
aan populariteit en sommige van de
schatvondsten worden nu gezien als offergaven bij heilige plaatsen. Goud werd in
deze gevallen aan de goden gegeven waneer om hun steun werd gevraagd, of als
dank voor verleende gunsten. Tegelijkertijd zorgden de offers voor meer
prestige voor diegenen die ze brachten.

Twee nekringen van


het Velptype en een
fragment van een
Laat-Romeins
halssieraad gevonden
in Rhenen (collectie
Gemeentemuseum Het
Rondeel, Rhenen)
( foto: Landschap
Erfgoed Utrecht)

Wat de reden voor het verbergen ook


geweest mag zijn, de vele goudschatten
uit de eerste helft van de vijfde eeuw
weerspiegelen de onstabiele politieke
situatie, de vele gewapende conicten
en de competitie tussen elites en stammen in het Nederrijngebied in die periode. Dit zal er voor gezorgd hebben
dat sommige schatten verborgen bleven
omdat hun eigenaren misschien stierven
en er zal ook voldoende aanleiding zijn
geweest om de hulp van de goden in te
roepen in deze onzekere tijden.
De gouden medaillons en sieraden
zijn door de Romeinse keizers ondermeer ingezet als machtsmiddel om barbaarse stammen te manipuleren. Dit
goud kwam als gevolg hiervan terecht in
de Frankische maatschappij en werd
daar ook weer gebruikt door stamhoofden of koningen om hun macht te consolideren of te vergroten. Het goud is
uiteindelijk in de bodem terecht gekomen, misschien om het veilig te verbergen, of wellicht als offergave. Na de
ontdekking in de achttiende eeuw werden de gouden medaillons onderdeel

DE BEELDENAAR 2009-1
17

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 17

17-12-2008 09:13:34

3.

Detail van een


zilveren schaal, het
zogenaamde Kerch
Missorium. Afgebeeld
is een keizerlijke
lijfwacht van keizer
Constantius II
(337-361), met
nekring. Illustratie
uit: L. Matzulevic ,
Byzantinische Antike:
Studien auf Grund
der Silbergefsse der
Ermitage (Berlin,
1929) pl. 23

1852a; PLEYTE 1887, 34; BRAAT 1954, 2;


2007, 4: de schat is nu in het
Pushkin Museum te Moskou.
HEIDINGA 1990, 16, 18.
HEIDINGA 1990, 18; MARTIN 1997, 54.
Gegevens tabel uit: JANSSEN 1852b; REGLING
1908; BRAAT 1954; VAN DER VIN 1988; HEIDINGA
1990; BERGER 1992.
HEIDINGA 1990, 19; STUPPERICH 2006, 216.
BRAAT 1954, 4; WILLEMS 1988, 254; BLOEMERS
1983, 200.
BERGER 1992, 176.
HENDY 1985, 260-264.
Voor Franken in Nederland en de rol van
goud zie: HEIDINGA 1990, 16-18.
JANSSEN

BAZELMANS

4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.

LITERATUUR
J. BAZELMANS Vijfde-eeuwse goudschat duikt op
Smallepad 5 (2007) 4.
P. A . M. BELIN

Symbols of power. The Velp 1715


hoard in: F. REINERT (ed.) Moselgold. Der rmische
Schatz von Machtum, ein kaiserliches Geschenk
(Luxemburg, 2008a) 233-248.
P. A . M. BELIN

Gisbert Cuper en de schat van


Velp De Beeldenaar 31 (2008b) 245-250.

F. BERGER

Untersuchungen zu rmerzeitlichen
Mnzfunden in Nordwestdeutschland Studien
zu Fundmnzen der Antike 9 (Berlin, 1992).

J.H.F. BLOEMERS

van de collecties van de lokale elite in


Velp en Arnhem, zoals de baron Van
Spaen en de burgemeesters De Groot en
Menthen en na hen de graaf De Thoms
en prins Willem IV van Oranje. Zij hadden collecties met Romeinse oudheden,
die ook fungeerden als statussymbolen
en die lieten zien dat zij geleerd en cultureel onderlegd waren. De medaillons
zijn tegenwoordig onderdeel van de verzamelingen van de Bibliothque Nationale
in Parijs en het Geldmuseum in Utrecht
en weerspiegelen nu de rijkdom en het
belang van deze collecties.
Paul Belin is conservator Antieke Munten en
Gesneden Stenen van het Geldmuseum in
Utrecht.
NOTEN
1 BELIN 2008b.
2. Voor de Franken en de Laat-Romeinse tijd
(ook in Nederland) zie onder andere WILLEMS
1986; WILLEMS 1988; HEIDINGA 1990 en 1992;
VAN ES 1994; DRINKWATER 1998; KULIKOWSKI
2000; HAALEBOS 2002.

Acculturation in the Rhine/


Meuse basin in the Roman period: a preliminary
survey in: R. BRANDT / J. SLOFSTRA (eds.) Roman
and native in the Low Countries. Spheres of Interaction,
BAR International Series 184 (1983) 159-209.
J.H.F. BLOEMERS

/ J.R.A.M. THIJSSEN Facts and reflections on the continuity of settlement at Nijmegen between AD 400 and 750 in:
J.C . BESTEMAN / J. M. BOS / H. A . HEIDINGA (eds.) Medieval Archaeology in the Netherlands. Studies Presented to H.H. van Regteren Altena (Assen/Maastricht, 1990) 133-150.
W.C . BRAAT

Les colliers dor germaniques dOlst


(prov. dOverijssel) Oudheidkundige Mededelingen
uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden 35
(1954) 1-7.
H. CHANTRAINE

Die Bedeutung der rmischen


Fundmnzen fr die frhe Wirtschaftsgeschichte
in: K. DWEL / H. JAHNKUHN (eds.) Untersuchungen
zu Handel und Verkehr der vor- und frhgeschichtlichen Zeit in Mitteleuropa, Teil 1
(Gttingen, 1985) 367- 429.
J.F. DRINKWATER The Usurpers Constantine III
(407-411) and Jovinus (411-413) Britannia 29
(1998) 269-298.
W.A. ES

Volksverhuizing en continuteit in: W.A. VAN


/ W.A.M. HESSING (eds.) Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland. Van Traiectum tot Dorestad 50 v.Chr. - 900 n.Chr. (Utrecht, 1994) 64-81.
ES

DE BEELDENAAR 2009-1
18

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 18

17-12-2008 09:13:35

J.K . HAALEBOS

De laatantieke castella in: H. VAN


/ J. THIJSSEN (eds.) Cuijk. Een regionaal
centrum in de Romeinse tijd, Archeologische Berichten Nijmegen 5 (Utrecht, 2002) 81-88.
ENCKEVORT

J.P. A . VAN DER VIN

Late fourth-century gold


hoards in the Netherlands Rivista Italiana di
Numismatica e Scienze Affini 90 (1988) 263-279.
J.P. A . VAN DER VIN

P. HEATHER

The Huns and the end of the Roman


Empire in Western Europe The English Historical
Review 110 (1995) 4-41.
H. A . HEIDINGA From Kootwijk to Rhenen: in
search of the elite in the Central Netherlands in
the Early Middle Ages in: J.C. BESTEMAN / J.M.
BOS / H. A . HEIDINGA (eds.) Medieval Archaeology in
the Netherlands. Studies Presented to H.H. van Regteren
Altena (Assen/Maastricht, 1990) 9-40.
H. A HEIDINGA

/ G.A.M. OFFENBERG Op zoek naar de


vijfde eeuw, de Franken tussen Rijn en Maas (Amsterdam, 1992).

Romeinse munten in: H. VAN


/ J. THIJSSEN (eds.) Cuijk. Een regionaal
centrum in de Romeinse tijd, Archeologische Berichten Nijmegen 5 (Utrecht, 2002) 73-79.
ENCKEVORT

W.J.H. WILLEMS

Romans and Batavians. A regional


study in the Dutch Eastern River Area (Amersfoort,
1986).

W.J.H. WILLEMS

The Dutch river area. Imperial


policy and rural developments in a late Roman
frontier zone in: R.F.J. JONES / J.H.F. BLOEMERS /
S.L . DYSON / M. BIDDLE (eds.) First Millennium
Papers, Western Europe in the First Millennium
AD, British Archaeological Reports International
Series 401 (1988) 241-256.

M. HENDY

Studies in the Byzantine monetary economy


c. 300-1450 (Cambridge, 1985).

L .J.F. JANSSEN Over de gouden halsbanden en ringen, te Velp, bij Arnhem gevonden Bijdragen voor
Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde 8
(1852a) 161-180.

(advertentie)

L .J.F. JANSSEN

Over een gouden halsband, te


Beilen (prov. Drenthe) gevonden Bijdragen voor
Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde 8
(1852b) 245-254.
R. KOSLOWSKI

Human migration and the conceptualization of pre-modern world politics International Studies Quartely 46 (2002) 375-339.

M. KULIKOWSKI Barbarians in Gaul, usurpers in


Britain Britannia 31 (2000) 325-345.
M. MARTIN

Wealth and treasure in the West,


4th-7th century in: L. WEBSTER / M. BROWN (eds.)
The transformation of the Roman world AD 400900 (London, 1997) 48-66.

W. PLEYTE

Nederlandse oudheden van de vroegste tijden


tot op Karel den Grote. Gelderland (Leiden, 1887).

K . REGLING

Der Dortmunder Fund rmischer Goldmnzen (Dortmund, 1908).

C . REICHMANN

Roms Gegner und Erben. Frhe


Franken in Germanien in: L. MARK e.a. Die
Franken. Wegbereiter Europas (Mainz, 1996) 55-65.
R. SUPPERICH

Tempelschnder und fromme


Stifter - Rmische Beute in germanischen Heiligtmern in: J. STADLER (ed.) Geraubt und im Rhein
versunken. Der Barbarenschatz (Stuttgart, 2006)
213-218.

DE BEELDENAAR 2009-1
19

1858-08_Beeldenaar_2009-1.indd 19

17-12-2008 09:13:35