You are on page 1of 7

DE BEELDENAAR

SEPTEMBER/OKTOBER 2010, 34e JAARGANG NR. 5

‘Onze’ oudste penningen
Notities bij het werk van Quinten Metsys
De oudst bekende Nederlandse portretpenningen zijn ontworpen door Quinten
Metsys (Leuven ca. 1466 – Antwerpen
1530). Quintinus Metsys, zo vermeldt
hij zelf zijn naam op zijn zelfportretpenning, is beroemd als Vlaamse kunstschilder. Hij was de tweede zoon van de
Leuvense (kunst)smid en slotenmaker
Josse Metsys. Hij leerde vroeg het metaalbewerkersvak en na het overlijden
van zijn vader, omstreeks 1483 en het
huwelijk van zijn oudere broer in 1488,
zette hij het vak van zijn vader voort.
Zijn smeedwerk, zoals dat in de SintPieterskerk te Leuven, stond op artistiek
hoog peil. Bekend is ook het aan hem
toegeschreven fraaie smeedwerk van de
waterput voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Antwerpen. Later – vermoedelijk na ziekte of op aandrang van zijn
geliefde – ging hij over naar het schildersvak en vestigde zich in Antwerpen
waar hij op 25-jarige leeftijd in 1491
werd ingeschreven als ‘vrijmeester’ van
het Sint-Lucasgilde.
Kunsthistorici zijn het niet eens over
de opleiding die Metsys heeft genoten.
Daarover zijn geen documenten teruggevonden. Het zou kunnen dat hij zijn
opleiding heeft gekregen van Dirk
Bouts, een kunstschilder, die wordt gerekend tot een van de belangrijkste
meesters van de Vlaamse primitieven.
Dit is wel aannemelijk aangezien beiden
in Leuven woonden, maar het is ook
mogelijk dat Metsys het vak leerde in
Brugge, in het atelier van Hans Memling.
Anderen houden rekening met het feit
dat hij helemaal geen schildersopleiding
heeft gevolgd en autodidact is. Feit is
dat hij wordt beschouwd als de eerste
grote schilder van de Antwerpse School.
In het begin sloot zijn werk aan bij de

Vlaamse primitieven, maar later vertoonde dat toch trekjes van de renaissancestijl. Metsys schilderde veelal religieuze werken, maar speciaal bekend bij
numismaten is zijn schilderij De bankier
en zijn echtgenote uit de verzameling van
het Musée du Louvre te Parijs (1514).
De kunstenaars in Metsys tijd waren
vaak veelzijdig. Dit was ook het geval
met Quinten die naast kunstsmid en
schilder ook medailleur was. Van Metsys
is een aantal penningen bekend waarvan
zijn portret van Erasmus het bekendste
is en waarvan originelen en nagietsels in
brons en lood deel uitmaken van de
collectie van vele penningkabinetten.
Meer dan vijftig jaar nadat Pisanello
in 1438-1439 zijn eerste penning ontwierp, maakte Quinten Metsys in 1491
zijn eerste penning met het portret van
zijn schoonzuster Cristina. Er is in deze
penning en ook in zijn latere zelfportret

DE BEELDENAAR 2010-5
197

HANS DE KONING

Quinten Metsys,
De bankier en zijn
echtgenote, 1514
Musée du Louvre,
Parijs

Quintin Metsys,
Portret van een vrouw,
circa 1520
Metropolitan Museum
of Art

Quintin Metsys,
Cristina Metsys,
brons, 1491
Museum Mayer van
den Bergh, Antwerpen

aspect van deze oudste Nederlandse
portretpenningen.
Pas als in 1519 Metsys in opdracht
van Erasmus zelf zijn Erasmuspenning
maakt, is er sprake van een Italiaanse invloed. Dat is waarschijnlijk het gevolg
van de nauwkeurige richtlijnen die
Metsys van Erasmus ontving. De
Erasmuspenning is tweezijdig met een
voor- en keerzijde die elkaar aanvullen
zoals dat past bij de klassieke penning.
De belettering is kleiner, de hoog opstaande rand is verdwenen en het reliëf
is aanmerkelijk lager dan bij de eerdere
ontwerpen van Metsys.
De eerste ontwerpen
Cristina Metsys was de dochter van
(1495) geen invloed te bespeuren van
Jacobus van Pullaer, een slotenmaker in
de stijl van Pisanello en diens navolgers. Leuven, en van Mathilda van der Lanen.
De twee in brons gegoten penningen
Ze trad in 1488 in het huwelijk met Josse
zijn enkelzijdig, hebben een zwaar reliëf, Metsys, de oudste broer van Quinten.
een hoog opstaande rand en het letterOp de penning met een diameter van
type is groot en goed verzorgd. In
70 mm is Cristina als halffiguur en face
tegenstelling tot de penningen van de
weergegeven. Ze draagt een tot op de
Italiaanse renaissance, die gegoten wer- rug neerhangende kap die alleen haar
den volgens de verloren was-methode,
gezicht vrijlaat. De kap komt overeen
zijn de penningen van Metsys waarmet die op het schilderij Portret van een
schijnlijk gegoten naar de Duitse mevrouw van Metsys uit 1520 dat zich in
thode in een gegraveerde stenen of
het Metropolitan Museum of Art in
houten mal. Deze originele, ‘zelfstandige’ New York bevindt. Rondom het portret
aanpak door Metsys is een interessant
is de naam cristina metsys in kapitalen
aangebracht en bovenaan is het jaartal
1491 gegraveerd. Mr J.W. Frederiks beschrijft in zijn boekje Penningen (Heemschutserie, 1947) deze penning als volgt:
‘Hij heeft zijn model geplaatst in den
voor den medailleur moeilijksten stand,
nl. met het gelaat recht naar voren gewend. Sober, strak van lijn, monumentaal ondanks het kleine formaat, levendig, maar vol ingetogenheid, kan dit
slechts in één exemplaar bekende, eenzijdige bronzen portretje, incunabel
der Nederlandsche medailleerkunst,
een vergelijking met de meeste buitenlandse portretpenningen uit dien tijd
glansrijk doorstaan’.
Een andere penning door Metsys uit
1491 is het portret van Willem Schevez.

DE BEELDENAAR 2010-5
198

Schevez studeerde aan de universiteit
van Leuven. Zijn geboortedatum en
-plaats zijn onbekend. Hij werd aartsbisschop van St Andrews in Schotland en
stierf daar in 1497. In 1491 werd Schevez door paus Innocentius VIII te Rome
ontboden. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om tweemaal zijn oude
studiestad Leuven te bezoeken. De penning werd tijdens een van deze bezoeken uitgevoerd. Op de penning staat
Schevez naar links afgebeeld met een
ronde, wat hoge muts; tussen de brede,
hoge rand en een (binnen)cirkel staat de
tekst wilhelmus schevez sci adree
archieps. Aan de bovenrand is de penning doorboord. Op de keerzijde staat
een gevierendeeld schild met het wapen
van Schevez, geplaatst op een verticale
staf die uitloopt op een versierd kruis;
de tekst legatus narus & totius regni
scotie primas 1491 is op dezelfde wijze
aangebracht als op de voorzijde. De
penning met een diameter van 78 mm
bevindt zich in de verzameling van het
Historisch Museum te Bazel.
Na de penningen uit 1491 vervaardigde Metsys in 1495 zijn zelfportret.
Een halffiguur naar rechts, met lang
haar en getooid met muts met een
omgeslagen rand. Deze ovale penning
(70 x 83 mm), eveneens in brons gegoten, is enkelzijdig en toont zowel
stilistisch als technisch nauwe overeenkomsten met de penning Cristina.

Jonge en Albrecht Dürer. Bovendien
zijn er diverse parallellen en raakvlakken
tussen het gedachtegoed van de grote
humanist en de beeldende kunst van zijn
tijd.
De portretpenning met een diameter
van 104 mm werd gemaakt op verzoek

Erasmus
In 1519 vervaardigde Metsys zijn
Erasmuspenning. Desiderius Erasmus
Roterodamus (1466-1536) was als een
van de meest invloedrijke geleerden in
zijn tijd al een beroemdheid in heel
Europa. Hij wordt als humanist en
theoloog hooggeprezen en vormde het
middelpunt van een uitgebreid netwerk
van geleerden en denkers, waaronder
Thomas More. Erasmus onderhield
daarnaast ook contacten met beeldende
kunstenaars onder wie, naast Metsys,
beroemde meesters als Hans Holbein de

Quintin Metsys,
Willem Schevez,
brons, 1491
(Historisch museum,
Basel)

Quintinus Metsys,
Zelfportret, brons,
1495

DE BEELDENAAR 2010-5
199

Quintinus Metsys,
Erasmus brons, 1519
(1/2 x ware grootte)

van Erasmus. Hij gebruikte deze penning als cadeau voor vrienden en bekenden. Op de voorkant van de penning
staat het portret van Erasmus ‘en profil’
naar links, met vierpuntige muts en
mantel met bontkraag. Ter weerszijden
van de kop tussen stippen er-rot ofwel:
Erasmus Roterodamus; eronder het
jaartal 1519. Rondom het portret staat
rechts in het Latijn ‘Beeld naar het leven
getekend’ en links in het Grieks de
tekst: ‘Een beter beeld zullen u zijn
teksten geven’. Deze Griekse tekst komt
ook voor op de kopergravure door
Dürer uit 1526. Op de andere kant van
de penning staat op aanwijzing van
Erasmus zelf, Terminus de god van de
grens (naar links, als jonge man met
wapperend haar) op een sokkel met de
tekst termi/nus. Links en rechts van het
portret staat het credo van Terminus
concedo nulli (Ik wijk voor niemand).
Door Erasmus’ tegenstanders werd dit
geïnterpreteerd als arrogantie, zij
schreven de uitspraak aan hemzelf toe.
Erasmus verdedigde zich met het argument dat de spreuk op de dood sloeg en
toegeschreven diende te worden aan
Terminus. De randtekst luidt vertaald:
‘De dood is de uiterste grens der dingen.
Ziehier het einde van een lang leven.’
Frederiks vermeldt in zijn genoemde
boekje Penningen: ‘Erasmus heeft over
dezen penning uitvoerig met zijn vriend
Pirckheimer gecorrespondeerd, daar hij

er in Nürnberg voor zijn vele vrienden
en bewonderaars afgietsels van wilde laten maken, welke in klokkenspijs, een
alliage van koper en zink zijn uitgevoerd.’ De schrijver noemt ten onrechte
zink, dit moet zijn: tin. Willibald Pirckheimer was een vriend van Albrecht
Dürer en raadsman van keizer Maximiliaan I. Hij was een vooraanstaande en
rijke inwoner van Neurenberg, waar hij
ook begraven ligt. Als geleerde speelde
Pirckheimer een belangrijke rol bij de
verspreiding van het Romeinse recht in
Duitsland. Er is een aantal afleidingen
van deze penning bekend. In een brief
aan een vriend schreef Erasmus naar
aanleiding van één daarvan uit 1526:
‘Ik vraag mij met verbazing af waar deze
beeldhouwer zich een portret van mij
heeft verschaft, tenzij hij misschien dat
bezit wat Quinten te Antwerpen in
brons heeft gegoten.’
Stijlverschillen
Quinten Metsys kan als een begaafd
medailleur worden beschouwd en zijn
portretpenning van Erasmus wordt algemeen erkend als één van de hoogtepunten van de penningkunst uit de
renaissancetijd in de Zuidelijke Nederlanden. Aanvankelijk werd verondersteld
dat door de grote stilistische verschillen
tussen de drie genoemde penningen en
de Erasmuspenning van Metsys, deze
door verschillende kunstenaars werden

DE BEELDENAAR 2010-5
200

ontworpen. Aantoonbaar is dat de
Erasmuspenning werd ontworpen door
Metsys, maar er is geen enkel bewijsstuk
dat de eerdergenoemde stukken van zijn
hand zijn. Ze zijn niet gesigneerd. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen
dat de verschillen in stijl en uitvoering
kunnen worden toegeschreven aan de
lange periode die is verlopen tussen het
ontstaan van de drie eerste penningen
(1491–1495) en van de Erasmuspenning
(1519).

BRONNEN
willy faes ‘Cristina Metsys’ De Muntklapper 46
(april/juni 2005) 1-3.
j.w. frederiks Penningen (Amsterdam, 1947).
mark jones Quentin Matsys and the Renaissance
in the Netherlands The Art of the Medal (London,
1979).
luc smolderen La médaille en Belgique des origines
à nos jours (Wetteren, 2009).
Hans de Koning (1929) is oud-bestuurslid van de
vpk en gewezen redacteur van De Geuzenpenning
en De Beeldenaar. Hij heeft grote belangstelling
voor penningen en hedendaagse penningkunst
en publiceert daar geregeld over.

(advertenties)

DE BEELDENAAR 2010-5
201