Typering van de groep

Naam: Kim Hendricks
Klas: PEH15VC
Datum: 1 maart 2016
School: Basisschool De Regenboog
Groep: 1/2
Inleiding:
Al vanaf 8 september loop ik stage op De Regenboog. Ik ben begonnen in groep
7/8 en loop nu sinds 23 februari stage in groep 1/2. In dit document probeer ik
mijn nieuwe stagegroep zo goed mogelijk te typeren. Ik heb onder andere
gesprekken gevoerd met mijn werkplekbegeleider en informatie verkregen uit het
leerlingvolgsysteem: Parnassys. Omdat ik bij de kleuters stage loop kon ik helaas
geen gebruik maken van een klimaatschaal. Ik heb wel een sociogram kunnen
maken. Mijn stageklas maakt geen gebruik van KIJK!.
De groep:
De groep bestaat uit 26 leerlingen waarvan vijftien jongens en elf meisjes. De
leeftijden verschillen van vier tot zes jaar oud. De jongste leerling is van 12-022012 en de oudste van 30-01-2010. Er zijn geen kinderen die een klas hebben
overgeslagen. Eén leerling heeft een klas overnieuw gedaan omdat hij van een
andere school afkwam. Groep 1/2 heeft veel instromers. De klas is begonnen met
20 leerlingen en aan het eind van het schooljaar zullen er 31 leerlingen zijn. De
sfeer in de groep is goed.
Mijn werkplekbegeleider Anne zegt: ‘’Het is een hele leuke groep, je moet ze wel
bezig houden, anders is er geen betrokkenheid. Zorg dus als juffrouw voor veel
interactie. Dus niet continue zelf praten. Maak een vragenrondje dus niet te lang.
Er is een goede sfeer. Kinderen mogen leren om minder op elkaar te reageren
(elkaar nadoen). Ze kopiëren soms slecht gedrag van anderen.’’
Omdat Anne pas vanaf 15 februari in groep 1/2 staat (zij vervangt tot het eind
van dit schooljaar Mirthe van Agt) heb ik ook gesproken met Femke Theuws. Zij
liep de eerste twee kwartalen stage in groep 1/2 en heeft dus nog meer kennis
over de groep.
Femke Theuws uit PEH15VC zegt: ‘’Er is een gezellige en drukke sfeer. Het kan
chaotisch worden als de kinderen heel enthousiast worden. Iedereen speelt met
iedereen, maar er zijn ook een paar groepjes. V en G zijn goede vrienden en T en
D spelen graag samen. Maar wanneer T en D samen spelen tonen ze slecht
gedrag. Ze leiden de klas af en proberen grappig te zijn. Buiten spelen M, I, L, F
en S vaak samen.’’
De normen en de waarden van de klas zijn o.a. lief omgaan met elkaar, samen
spelen, niet brutaal zijn en respectvol zijn naar elkaar toe. De klas kent ook
regels, die zal ik onder kopje ‘’een aantal klassenregels’’ verder toelichten.
Er zijn verschillen tussen de kinderen. T heeft bijvoorbeeld een slechte
identiteit/slecht zelfbeeld. V loopt cognitief achter, maar hij doet wel hard zijn
best om dit bij te spijkeren. Veel leerlingen waaronder R zeggen vaak dat ze iets
niet kunnen. Als leerkracht moet je dan zeggen dat ze het eerst zelf moeten
proberen. Vaak lukt het dan en dan zijn de kinderen heel erg trots op zichzelf.
In de klas zie ik verschillende rollen. I vindt het heel leuk om de baas te zijn, S is
de clown van de klas en TW wacht meer af en is best verlegen.
De kinderen hebben een vaste plek in de kring omdat het vaak voorkwam dat de
kinderen anders ruzie gaan maken over wie waar gaat zitten. ‘’Ik wil langs die en
ik wil langs die!’’ Na elke vakantie worden de plekken wel degelijk veranderd. De

stoelen worden gehusseld omdat de kinderen met iedereen om moeten kunnen
gaan. L vind het heel spannend om een nieuw plekje te krijgen.
In groep 1/2 wordt er gewerkt rond thema’s. Op dit moment zijn de leerlingen
bezig met ‘’de wereld rond’’. Ze hebben onder andere een bootje gevouwen van
papier die ze vervolgens zelf hebben mogen versieren. ‘’De wereld rond’’ zal in
week 10 worden afgesloten. Na deze week komt het thema ‘’lente kriebels’’
aanbod. Dit thema zal tot week 13 centraal staan en wordt dan opgevolgd door
‘’Heksen’’.
Een aantal klassenregels:
-Goed zitten op je stoel;
-Bij het stilte teken is het stil;
-Als het doek over de zandbak ligt mag je niet met zand spelen;
-Geen modder maken met het zand;
-Niet spelen met grote takken;
-De juffrouw pakt de speeltoestellen uit het hok;
-Als we buiten aan het spelen zijn mag je alleen met toestemming naar binnen
(ook als je naar de wc wilt);
-We lopen twee aan twee in de gang (dit doen we stil en rustig);
-We rennen niet door de klas heen;
-Je ruimt je eigen rommel op;
-Je maakt je werkje af voordat je iets anders gaat doen (rommel opruimen);
-Vinger opsteken;
-Lief zijn voor elkaar;
-Om tien uur gaan we allemaal direct opruimen;
-Pas naar buiten als je je jas dicht hebt;
-Trommels zelf terug stoppen in je tas.
-Als je naar de wc moet ga je eerst naar de juf. Daarna pak je de plasketting.
-Als iemand vervelend doet zeg je: ‘’Stop, hou op.’’ Als dit niet werkt, ga je naar
de juf.
Visie van de school:
In augustus 1988 is basisschool De Regenboog begonnen als een jenaplanschool.
Er zijn nog steeds een aantal kwaliteiten terug te zien uit het jenaplanonderwijs
zoals de keuzeateliers en de weekafsluitingen. De afgelopen jaren heeft de school
gewerkt aan een betere balans van pedagogische uitgangspunten en
onderwijskundige doelen en zijn ze nog meer gaan streven naar een nog betere
reken- en taalonderwijs.
De vijf pijlers van De Regenboog:
-Een veilig en vertrouwd klimaat.
-Een breed en rijk aanbod, passend bij de huidige eisen van de maatschappij.
-Elk kind mag zich ontwikkelen op zijn/haar eigen niveau.
-Intrinsieke motivatie.
-De mogelijkheden en talenten van kinderen aanspreken. ‘’Er uithalen wat erin
zit!’’
http://www.bsderegenboogbergeijk.nl/
Sociogram:
Dinsdag 01-03-2016 heb ik een sociogram gemaakt op stage. Het blijft een
momentopname en vooral in de kleuterklas kan ik helaas niet zeggen dat mijn
sociogram een hoge betrouwbaarheidsgraad heeft want kleuters hebben namelijk
vaak snel nieuwe vriendjes, maar het heeft mij toch een beter beeld gegeven op

de groep. Met behulp van deze sociogram kan ik nu gerichter werken aan mijn
lesvoorbereidingen. Ik weet nu welke kinderen er graag samenwerken, maar nu
kan ik er juist bewust voor kiezen om de groepjes zó samen te stellen dat de
vriendjes juist niet bij elkaar zitten. Zo leren de kinderen om met iedereen samen
te werken en zo wordt de klas één grote groep en zullen er niet snel ‘groepjes’
ontstaan wat weer zou kunnen leiden tot pesterij. Gelukkig, uit gesprekken met
mijn mentor, weet ik dat in deze klas alle leerlingen leuk met elkaar om kunnen
gaan. Dit kan ik ook terug zien in mijn sociogram. Om mijn sociogram zó
betrouwbaar mogelijk te maken heb ik de leerlingen ook de keuze gegeven om
voor ‘kind 1’, ‘kind 2’ of ‘kind 3’ te kiezen. Deze opties hebben de meeste
negatieve punten behaald, wat dus wilt zeggen dat meeste leerlingen geen
antwoord konden geven op mijn vragen: ‘’Met wie speel je niet graag samen en
met wie werk je niet graag samen?’’ Ook valt mij op dat de twee rustigste
jongens uit mijn stageklas gemiddeld de meeste positieve punten hebben
behaald.