You are on page 1of 5

Allen levend gemaakt (1 Korinthe 15:22)

Want waar
[de] dood is
door n mens,
is ook
[de] opstanding van [de] doden
door n mens.
Want evenals
in Adam
allen sterven,
zo zullen ook
in Christus
allen levend gemaakt worden (1 Kor.15:21-22).

Over de parallel tussen Adam en Christus spreekt Paulus niet alleen in zijn brief aan de
Romeinen, maar ook in zijn eerste brief aan de Korinthirs. In de Romeinenbrief
verklaart hij dat de hele mensheid tengevolge van de misstap van haar stamvader zondig
en sterfelijk werd, maar dat het door Christus voor diezelfde mensheid zal komen tot
rechtvaardiging ten leven (Romeinen 5:13-21). Aan de Korinthirs schreef hij dat de
dood via Adam tot alle mensen is gekomen, maar dat allen via Christus uiteindelijk
zullen worden levend gemaakt.
De tekst boven dit hoofdstuk is met opzet op een aantal regels afgedrukt. Zo zien we in
n oogopslag, dat de dood staat tegenover de opstanding van de doden, sterven
tegenover levend gemaakt worden en de ene mens, Adam tegenover de ene mens,
Christus.
Net als in Romeinen 5 maakt Paulus geen enkel onderscheid tussen de reikwijdte van de
gevolgen van Adams val, en de reikwijdte van de gevolgen van Christus
gehoorzaamheid. Vanwege Adams val zijn alle mensen stervelingen en zondaren
geworden. Vanwege Christus gehoorzaamheid zullen diezelfde allen eens worden
levend gemaakt.
Alle gelovigen?
Hoewel de apostel opmerkt dat Christus de dood die Adam over alle mensen heeft
gebracht uiteindelijk volledig zal opheffen door alle mensen levend te maken hebben
kerkelijke Schriftgeleerden zich al twintig eeuwen lang ingespannen om deze waarheid
te ontkrachten, en de Bijbeltekst zodanig te snoeien dat hij binnen een orthodox kader
past.
1

Een eerste strategie die men op 1 Korinthe 15:22 heeft toegepast is de bewering dat
Paulus met alle mensen niet zou hebben bedoeld: de hele mensheid, maar alle
gelovigen. De apostel zou in 1 Korinthe 15:1-28 niet spreken over het lot van alle
doden, maar alleen over de toekomst van hen die in Christus ontslapen zijn (1
Korinthe 15:18). In Adam sterven alle gelovigen, zo zullen in Christus ook alle gelovigen
levend gemaakt worden.
De dwaasheid van deze bewering blijkt wanneer we nagaan in welk verband vers 22
staat. Niet vers 18 staat het dichtst bij vs.21-22, maar de verzen 19 en 20. Uit het
tekstverband blijkt dat Paulus niet alleen over de gelovigen praat. In vers 19 schrijft de
apostel immers:
Als wij alleen in dit leven op Christus onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de ellendigste
van alle mensen.
De apostel maakt hier onderscheid tussen wij [d.w.z. de gelovigen] en alle mensen
[d.w.z. de hele mensheid]. Als ons geloof alleen maar betekenis zou hebben voor dit
leven, dan waren christenen de ellendigste van alle mensen. Want geloof in Christus
brengt verdrukking met zich mee. In dit leven hebben christenen het niet makkelijker,
maar moeilijker dan ongelovigen. Als geloof in Christus alleen maar nut had voor ons
huidige bestaan, dan waren we van alle mensen het meest beklagenswaardig. Met alle
mensen wordt in vers 19 duidelijk de hele mensheid bedoeld. Dus moet dit ook in vers
22 het geval zijn.
In vers 20 verklaart Paulus, dat Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van
hen, die ontslapen zijn. Hier staat niet: als eersteling van degenen, die in Hem
ontslapen zijn. Paulus spreekt over allen die vanaf het begin van de schepping zijn
gestorven. De parallel tussen Adam en Christus, die de apostel trekt, zou mank gaan als
allen in vs.20-22 alle gelovigen zou betekenen. Want de dood kwam via Adam tot
allen zonder uitzondering. Als het leven door Christus nu alleen tot de gelovigen zou
komen, dan zouden de gevolgen van Adams val zich verder uitstrekken dan de gevolgen
van Christus gehoorzaamheid. Een dergelijke bewering doet de Here Jezus oneer aan,
want hij maakt, om de woorden van Calvijn te gebruiken: Adam krachtiger om te
verderven dan Christus om te behouden. In werkelijkheid heeft Christus juist meer
kracht om te behouden dan Adam om in het verderf te storten (Rom.5:15-17).
In vers 21 zegt de apostel, dat net zoals de dood er is door n mens, zo is ook de
opstanding der doden er door n mens. Gezien het tekstverband gaat het bij de
doden om hen die vanwege Adams misstap zijn gestorven, d.w.z. het mensdom in zijn
geheel. Aangezien Paulus in vers 19 onderscheid maakt tussen wij, d.w.z. de gelovigen,
en alle mensen, is de bewering dat hij in vers 22 met alle mensen zou hebben
bedoeld: alle gelovigen, volledig uit de lucht gegrepen. Het is een rookgordijn dat door
theologen wordt opgetrokken om aan de consequenties van het onderwijs van de
apostel te kunnen ontsnappen.
2

Twee families
Een andere strategie, die men al sinds de oudheid op 1 Korinthe 15:22 heeft toegepast, is
de bewering dat Paulus in dit vers zou spreken over twee rassen of families van
mensen die totaal verschillend zouden zijn: allen in Adam, en allen in Christus.
Vanwege afstamming en natuurlijke geboorte zijn alle mensen aan hun stamvader Adam
verbonden. Aan Christus wordt een mens echter niet verbonden door natuurlijke maar
door geestelijke geboorte. Wie de Heer aanhangt, is n geest met Hem (1 Korinthe
6:17). De band met Christus is van geestelijke aard. Volgens velen moeten we 1 Korinthe
15:22 daarom als volgt opvatten: In Adam sterven al zijn nakomelingen, d.w.z. al zijn
natuurlijke afstammelingen, en in Christus worden al Zijn nakomelingen levend
gemaakt, d.w.z. allen die tijdens hun aardse leven in Hem zijn gaan geloven.
Om deze bewering te kunnen handhaven, leest men vers 22 alsof er stond: Want
evenals allen in Adam sterven, zo zullen ook allen in Christus levend gemaakt worden.
Allen in Adam zou dan staan tegenover allen in Christus en met wat fantasie zou je
dat kunnen opvatten als een aanduiding van twee verschillende groepen van mensen. De
Bijbeltekst kan in een orthodox kader worden gepast door aan de woordvolgorde te
gaan sleutelen.
Volgens schrijvers en sprekers die dit doen zou Paulus in 1 Kor.15:22 leren, dat het
gehele ras van hen die in Christus zijn tot verlossing wordt gebracht. Maar dat staat niet
in de Bijbel! De tekst luidt niet: Want evenals allen in Adam sterven, zo zullen ook allen
in Christus levend gemaakt worden. Er staat: Want evenals in Adam allen sterven, zo
zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Paulus plaatste niet twee rassen of
families van mensen tegenover elkaar, maar twee menselijke individuen die door wat zij
deden over het lot van de hele mensheid hebben beschikt. In Adam allen staat
tegenover: in Christus allen. Adam veroorzaakte de dood van allen. Zo zal Christus ook
de levendmaking van allen teweegbrengen.
Levend maken tot afgrijzen?
Een laatste strategie die men heeft toegepast om aan de consequenties van Paulus
betoog te ontsnappen, is de bewering dat het voor gelovigen een blij vooruitzicht is om
in de toekomst te worden levend gemaakt, maar voor ongelovigen een schrikbeeld. In 1
Korinthe 15:22 zou levend maken niet betekenen: het ware leven schenken, een leven
dat onsterfelijk en onvergankelijk is, maar: doen opstaan, zonder nadere aanduiding. Die
opstanding kan tot eeuwige heerlijkheid zijn, maar ook tot eeuwig afgrijzen (Danil
12:2). In 1 Kor.15:22 zou levend maken betekenen: uit het graf verrijzen. De apostel
spreekt in dit hoofdstuk immers over de opstanding der doden ( Korinthe 15:12-16).
In het laatste Bijbelboek wordt gesproken over een eerste opstanding waaraan alleen
gelovigen deel hebben (Openbaring 20:4-6). Over de rest van de mensheid wordt daarbij
gezegd: De overigen van de doden werden niet levend voordat de duizend jaren
3

voleindigd waren (Openbaring 20:5). Blijkbaar bedoelt de Bijbel met levend worden:
uit de dood opstaan. Want van de in vers 5 genoemde overigen wordt in Openbaring
20:13 gezegd, dat ze na verloop van duizend jaar uit de zee en de hades zullen oprijzen,
terwijl er in vers 15 staat: En als iemand niet geschreven gevonden werd in het boek
van het leven, werd hij geworpen in de poel van vuur. Blijkbaar kan iemand levend
worden om te worden berecht en vervolgens in de vuurpoel te worden gegooid. Levend
maken kan daarom betekenen: uit het graf opstaan. Als Paulus in 1 Korinthe 15:22
opmerkt dat in Christus allen levend gemaakt zullen worden, dan wil dit volgens vele
theologen zeggen dat alle doden eens uit het graf zullen verrijzen. Maar die
levendmaking zal in het geval van ongelovigen helaas leiden tot een einde in de
vuurpoel.
Wanneer we het verband bekijken waarin Openbaring 20:5 staat, dan blijkt dat zulke
theologen zich schuldig maken aan selectief Bijbelgebruik. In vers 4 merkt Johannes
over gelovigen die door het Beest waren onthoofd op: Zij werden levend en regeerden
met Christus duizend jaren. In vers 5 wordt dan gezegd: De overigen van de doden
werden niet levend voordat de duizend jaren voleindigd waren. Maar het geven van de
doden door de zee, de dood en de hades (in vers 13) wordt door Johannes niet
aangeduid als levend worden. De ziener zegt immers, dat er doden voor de grote
witte troon staan (vers 12). Wie voor de troon staan, de groten en de kleinen, zijn nog
niet levend gemaakt. Daarom wordt er een boek geraadpleegd, het boek van het leven
(ve.12). Wie niet geschreven wordt gevonden in dat boek, wordt in de poel van vuur
geworpen (vs.15). Die poel is de tweede dood (Openbaring 20:6,14; Openbaring 21:8).
Bij de grote witte troon worden alleen de mensen levend gemaakt, wier namen in het
boek van het leven staan. De overigen komen in de macht van de tweede dood. Maar dat
wil niet zeggen dat zij nimmer levend gemaakt zullen worden. Want God zal alle dingen
nieuw maken (Openbaring 21:5). De dood zal niet meer zijn (Openbaring 21:4). Die
wordt uiteindelijk helemaal afgeschaft (1 Korinthe 15:26, 2 Timothes 1:10). Om dat
doel te kunnen bereiken heeft de Schepper de rivier van levenswater op de nieuwe
aarde geplaatst. Door het water van die rivier zal alles eens tot leven worden gewekt
(Openbaring 21:6, 22:1,17; vergelijk Ezechil 47:1-12). Door de bladeren van het
geboomte van het leven zullen de volken, die nooit anders hebben gedaan dan tegen God
rebelleren (Openbaring 11:2, 11:9-10, 11:18, 14:8, 18:3, 18:23, 20:8-9), op de nieuwe
aarde worden genezen (Openbaring 22:2). Uiteindelijk zal er geen enkele vervloeking
meer zijn (Openbaring 22:3).
Wie bereid is om niet een deel, maar alles te geloven wat de profeten hebben
gesproken (Lukas 24:25) komt op grond van Openbaring 20-22 tot de conclusie dat
levend maken mr is dan uit het graf verrijzen. Het gaat om het geschenk van het
ware leven, dat de dood voorgoed achter zich heeft en niet langer is onderworpen aan de
vergankelijkheid en de vruchteloosheid. In die zin komt het woord leven voor in
Johannes 5:29, 20:31, Efeze 2:5, Kolossenzen 2:13 en Openbaring 20:4. In 1 Korinthe
15:22 kan het geen andere betekenis hebben. Aangezien Paulus met allen de hele

mensheid heeft bedoeld, heeft hij gezegd dat de hele mensheid zonde en dood eens
voorgoed achter zich zal hebben gelaten.
Samenvatting
1. De neiging van uitleggers om het taalgebruik van Paulus te willen corrigeren getuigt
van zelfoverschatting en van hun verlangen om menselijke leerstelsels in stand te
houden.
2. Onder zulke correctiepogingen valt de opvatting dat de apostel met alle mensen zou
hebben bedoeld: alle christenen.
3. Een andere poging komt erop neer, dat men in vers 22 de woordvolgorde omkeert.
Waar de apostel twee menselijke individuen tegenover elkaar stelt, die door wat zij
deden over het lot van de hele mensheid beschikten, spreken deze uitleggers van twee
menselijke rassen of families die qua omvang niet met elkaar zouden
overeenstemmen.
4. Een laatste poging houdt in, dat men het woord levend maken afzwakt en ervan
maakt: uit het graf verrijzen. Waarbij die verrijzenis voor velen een afschuwelijk lot
teweeg brengt. In de Bijbel betekent levend maken echter: het ware leven schenken,
dat de dood voorgoed achter zich heeft.
5. De genspireerde tekst luidt: Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus
allen levend gemaakt worden. Zoals Adam over alle mensen de dood bracht, waardoor
zij vergankelijk en sterfelijk werden, zo zal ook Christus over alle mensen het ware leven
brengen, dat sterker is dan de dood. Z luidt de tekst, en z moeten we hem lezen.

Eindnoot: De opvattingen die in dit artikel worden afgewezen, zijn (bij voorbeeld) te vinden in:
A. Symank, Worden alle mensen gered?, s-Gravenhage: Boekencentrum, 1989; A. Fernando,
Belangrijke vragen over de hel, Apeldoorn: Novapres, 1998; en W.J. Ouweneel, Alverzoening
besproken en weerlegd, Vaassen: Medema, 1995. Voor een meer Bijbelse visie kan men
raadplegen: The First Adam and the Last Adam - What is God telling us?; J.R. Coram, Crucial
Questions About Resurrection [A Reply to Ajith Fernandos book Crucial Questions About Hell];
J.E. Kirk, Will All Who Die in Adam Be Made Alive in Christ?, en A.E. Knoch, All Vivified in Christ,
(uitgaven van: Santa Clarita, CA: Concordant Publishing Concern). Ook: E.G. Jones, God justifies,
vivifies, saves and reconciles all. Millville, NJ: Gods Truth for Today.

* * * * * * *