You are on page 1of 5

BULLETIN VAN DE VERENIGING REMBRANDT

JAARGANG 18 N0 3 NAJAAR 2008

Gezicht op Amsterdam vanaf de Amsteldijk
Jacob van Ruisdael (Haarlem 1628/29 – 1682 Amsterdam)

Amsterdams Historisch Musem Amsterdam

Ca. 1680. Olieverf op doek, 53,4 x 67,6 cm. Gesigneerd linksonder: JvRuisdael. (onduidelijk gedateerd) Herkomst: Noortman Master Paintings, Maastricht, 2008

gezicht op amsterdam vanaf de amsteldijk
Jacob van ruisdael (Haarlem 1628/29 - 1682 amsterdam)
amsterdams Historisch Museum Amsterdam

ca. 1680. Olieverf op doek, 53,4 x 67,6 cm gesigneerd l.o.: Jv Ruisdael (onduidelijk gedateerd) Herkomst: noortman Master Paintings, Maastricht (2008)

Een Gezicht op Amsterdam van de hand van Jacob van Ruisdael ontbrak tot nog toe in de Collectie Nederland.1 Het door het Amsterdams Historisch Museum verworven vergezicht laat het 17de-eeuwse Amsterdam zien na de stadsvergrotingen die de stad vanaf 1662 de zo kenmerkende halvemaanvorm gaven. Deze ‘Vierde Uitleg’ markeert het voorlopige eindpunt van de stormachtige economische ontwikkelingen van de stad in de Gouden Eeuw. Haar omwalling wordt door Ruisdael overtuigend gepresenteerd als de natuurlijke overgang tussen stad en land.

20

Vereniging reMBrandt naJaar 2008

Leidsepoort utrechtsepoort

westerkerk

stadhuis (dam)

Oude kerk Zuiderkerk

Portugees-Joodse synagoge

‘s Lands Zeemagazijn

weesperpoort

Oosterkerk

identificaties van gebouwen.

H e t uitzi CH t

In een breed panorama zien we uit over Amsterdam, min of meer naar het noorden. De late middagzon schijnt hier en daar tussen de enorme wolkenmassa’s door. De zeilvoering van het scheepje dat het beeld binnenvaart en de kruirichting van de meeste molens suggereren een lichte wind uit het zuidoosten. Over het water van de Amstel wordt onze blik geleid naar de brug bij de Hogesluis, ter hoogte van het huidige Amstel Hotel. Rechts van de brug is een van de recente bolwerken te zien, met daarop een standerdmolen. Twee zeilbootjes varen juist de Singelgracht op. Daarnaast markeert de Weesperpoort een van de toegangswegen tot de stad en verder naar rechts bevindt zich de Oosterkerk. Laten we onze blik langs de horizon weer naar links glijden, dan zien we ’s Lands Zeemagazijn (nu Scheepvaartmuseum), de Montelbaanstoren en de Portugees-Joodse Synagoge (links van de molen). Met het opleveringsjaar 1675 verschaft dit gebouw ons de terminus post quem voor het schilderij. Vervolgens torenen prominent de Zuiderkerk en de Oude Kerk boven de brug uit, met in de verte de relatief bescheiden koepel van de Ronde Lutherse Kerk. Meer naar links langs de horizon is Van Campens Stadhuis op de Dam zichtbaar, met direct ernaast de Jan Rodenpoortstoren, en verderop de hoge Westerkerkstoren. De stadspoort links is de Utrechtse poort. Het verloop van de stadswal links is te volgen aan de hand van de standerdmolens.

Op het middenplan links bevinden zich vier industriemolens aan de Zaagmolensloot, de huidige Albert Cuypstraat en Hemonylaan. De boerderij aan de Amstel staat vlak naast de herberg De Berebijt, een van de populaire halteplaatsen voor wie langs of over de Amstel de stad naderde. Dat gold ook voor de iets zuidelijker gelegen Pauwentuin. Deze uitspanning, ter hoogte van de huidige Ceintuurbaan, was van afstand gemakkelijk te herkennen aan het ranke torentje, zoals te zien op een schilderij van Arent Arentz Cabel in het Amsterdams Historisch Museum. Vanuit dit torentje zal Ruisdael zijn uitzicht hebben vastgelegd. Het middendeel van het schilderij komt wat de topografische details betreft goed overeen met een getekende voorstudie in het museum te Leipzig. Overigens ziet men gemakkelijk over het hoofd dat de Amstelbrug op het doek twaalf bogen telt in plaats van het werkelijke aantal van elf.2
twee versies

Het bestaan van dit Gezicht op Amsterdam vanaf de Amsteldijk was weliswaar bekend, maar pas in 2006 was het doek voor het eerst sinds mensenheugenis weer te zien. Afkomstig uit de collectie van Frits Philips werd het in december van dat jaar geveild en door de kunsthandel aangekocht. Veel bekender tot dan toe was het gelijkaardige doek in het Fitzwilliam Museum te Cambridge.3 Hoewel beide voorstellingen het uitzicht tonen vanaf

vissers aan de amstel bij de Pauwentuin arent arentsz cabel (1585/86-1631) Vóór 1632. Olieverf op paneel, 25,5 x 50,5 cm
aMsterdaMs HistOriscH MuseuM (BruiKLeen riJKsMuseuM)

21

Vereniging reMBrandt naJaar 2008

gezicht op amsterdam vanaf de amsteldijk Jacob van ruisdael ca. 1675/80. Zwart krijt, grijs gewassen, 8,4 x 31 cm (samengesteld uit twee losse bladen)
MuseuM der BiLdenden Künste, LeiPZig

hetzelfde standpunt, zijn er opvallende verschillen, vooral in de gekozen beeldhoek. Het panorama te Cambridge is aan de linkerzijde op dezelfde plaats begrensd als de tekening: links van een van de molens aan de Zaagmolensloot. Ons uitzicht gaat verder; het toont nóg vier molens, waarvan de drie achterste de bocht van de zuidelijke stadswal suggereren. Aan de horizon is de Leidsepoort herkenbaar aan het middentorentje. Het gebouw, dat door Ruisdael naar rechts is verschoven, lijkt van plaats te hebben gewisseld met het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht, dat mag worden herkend in het hoge gebouw rechts van de twee meest linkse molens. Doordat de poort meer naar rechts staat, krijgt de kromming van de stadsmuur impliciet meer nadruk. Deze topografische manipulatie klinkt misschien

vergezocht ware het niet dat de schilder hetzelfde principe ook aan de andere kant heeft toegepast. Aan de rechterzijde lopen beide geschilderde panorama’s door waar de tekening ophoudt: voorbij de molen op het bolwerk ten oosten van de Weesperpoort. Uit vergelijking met contemporaine plattegronden blijkt dat de Cambridge-versie zich goeddeels aan de werkelijkheid houdt. ’s Lands Zeemagazijn is te zien rechts naast de Weesperpoort en de Oosterkerk sluit de voorstelling af, nog voorbij de molen op het bolwerk uiterst rechts.4 Op ons schilderij staat de molen rechts van de kerk, wat niet conform de werkelijkheid is, maar wel een bevredigender beeldbegrenzing oplevert. Om dezelfde reden zal het wiekenkruis naar de stad zijn gericht.

Bij de verwerving van Gezicht op Amsterdam
Pauline Kruseman, directeur Amsterdams Historisch Museum tot 1 januari 2009

wat is aantrekkelijker dan een museale loopbaan ook met een prachtige aanwinst te mogen afronden? toen vorig jaar het schilderij Gezicht op Amsterdam van Jacob van ruisdael op de markt kwam, was dr simon Levie (voormalig bestuurslid van de Vereniging rembrandt) de stimulerende initiatiefnemer om deze schenking ter gelegenheid van mijn afscheid mogelijk te maken. simon Levie is niet alleen oudhoofddirecteur van het rijksmuseum (1975-1989), daarvoor was hij ook de eerste directeur van het amsterdams Historisch Museum die samen met Bob Haak en een team van medewerkers de fundamenten van ons museum legde in het voormalige Burgerweeshuiscomplex, en bovendien de stadscollectie op een hoog niveau wist uit te breiden. ik was zeer geroerd dat mijn voor-voorganger zich met zoveel enthousiasme voor de verwerving van deze aanwinst heeft in-

gezet. ik houd zeer van amsterdamse stadsgezichten omdat er zoveel bij te vertellen is over vroeger en nu, en hoe de stad zich heeft ontwikkeld. Het aantrekkelijke van de collectie van het amsterdams Historisch Museum is dat zij van hoge kunsthistorische kwaliteit is en in ons museum – in de context van de geschiedenis van amsterdam – tevens een bijzondere toegevoegde waarde heeft. Verhalen vertellen bij mooie en bijzondere schilderijen, tekeningen of voorwerpen behoort tot één van de meest aantrekkelijke kanten van het museumwerk. educatie komt uit ons museumhart en niets geeft meer voldoening dan te zien hoe jongeren én ouderen genieten van collectie-onderdelen en zich verwonderen of verbazen over de verhalen die daarbij – op vele manieren – verteld kunnen worden. als de Vereniging rembrandt van mening is dat een mogelijke acquisitie

van uitstekende (kunst)historische kwaliteit is en heel belangrijk voor het openbaar kunstbezit, en vervolgens een financiële bijdrage wil leveren aan de verwerving ervan, dan is dat een belangrijk keurmerk bij de verdere fondsenwerving. ik ben de gemeente amsterdam, stichtingen en fondsen heel dankbaar voor de genereuze steun bij dit prachtige afscheidscadeau. Komt u vooral kijken hoe mooi het schilderij in onze Pronkzaal (zaal 11) hangt en zie het verhaal van een bloeiende stad in de gouden eeuw en welke contouren nu nog zichtbaar zijn.
Pers OOnli JK naw OOrd

van mijn vader, Jacob (Job) Kruseman werd op verzoek van voorzitter ernst Heldring secretaris van de Vereniging en heeft dat meer dan 42 jaar met veel toewijding en nauwgezetheid gedaan. ik heb het plezier en voorrecht om heel vaak te zijn aangestoken door de bevlogenheid en het enthousiasme voor het openbaar kunstbezit van de huidige voorzitter van de Vereniging, mijn man Jan Maarten Boll*, en van nabij de verrijking van ons openbaar kunstbezit te hebben kunnen meemaken. Veel voorbeelden daarvan zijn te zien op de unieke tentoonstelling 125 grote liefdes in het Van gogh Museum. “Lang leve de Vereniging rembrandt”!

dit jaar viert de Vereniging rembrandt het 125-jarig jubileum. Van kinds af aan ben ik opgegroeid met de Vereniging omdat mijn overgrootvader Jacob ankersmit één van de oprichters en eerste voorzitter was. de oudste broer

* uiteraard staat JMB op de gang als er voorstellenvan het aHM worden behandeld.

22

Vereniging reMBrandt naJaar 2008

gezicht op amsterdam vanaf de amsteldijk Jacob van ruisdael ca. 1675/80. Olieverf op doek, 52,1 x 66,1 cm
FitZwiLLiaM MuseuM, caMBridge

Noten 1. ruisdael schilderde ook een uitzicht over de oude stad naar het noorden, gezien vanaf het dak van het stadhuis (part. coll.). Zie o.m. B. Bakker in Het aanzien van de stad. Panorama’s, plattegronden en profielen uit de Gouden Eeuw, cat. tent. amsterdam (stadsarchief), 2007-08, pp. 171-175. 2. B. Bakker, e. Fleurbaay en a.w. gerlagh, De verzameling Van Eeghen. Amsterdamse tekeningen 1600-1950, Zwolle 1988, nr. 359. 3. Zie bijdrage a. van suchtelen in Hollandse stadsgezichten uit de Gouden Eeuw, cat. tent. den Haag (Mauritshuis), washington (national gallery of art), 2008-09, cat.nr. 37, pp. 162-163 en 234. 4. een uit ca. 1726-28 daterend uitzicht door adolf van der Laan, vastgelegd vanaf hetzelfde standpunt, bevestigt de locatie van het Zeemagazijn; zie op. cit. (noot 1), pp. 156-161, nr. 26b. 5. Bakker (in op. cit. (noot 1), p. 171) herkende hierin, met een voorbehoud, ‘de pakhuizen van de VOc (?)’, wellicht op een dwaalspoor gebracht door ruisdaels verplaatsing van het gebouw (zie vorige noot). 6. Ibidem, pp. 171-172. in de veilingcatalogus van 6 december 2006 werd, in navolging van de oudere ruisdael literatuur, nog aangenomen dat hier het in 1681 opgeleverde ‘Besjeshuis’ was afgebeeld, wat zou betekenen dat ruisdael beide schilderijen zo ongeveer op zijn sterfbed moest hebben gemaakt. dat gebouw, tegenwoordig bekend als De Amstelhof, zou zich echter iets verder naar rechts moeten bevinden maar bestond nog niet toen ruisdael zijn schilderijen maakte. 7. Het Huis Kostverloren (inv.nr. sa 38217) werd in 1981 verworven, eveneens met steun van de Vereniging rembrandt. Het Damrak naar het noorden (inv.nr. sB 6330) is een bruikleen van het Mauritshuis.

De plaatsing van een ander gebouw aan de horizon lijkt mede het gevolg van de aanpassingen op de voorgrond van de compositie. De linker Amsteloever is in een flauwe bocht weergegeven, terwijl de laatste bocht voor de stad in werkelijkheid iets zuidelijker lag. Het verschafte Ruisdael de mogelijkheid om het voorplan tot aan de rechter benedenhoek te vullen met weelderige begroeiing. Deze draagt meer dan in de Cambridge-versie bij tot de dieptewerking van de voorstelling. Wel moest de schilder de rechteroever wat verschuiven om de rivier op het middenplan de ruimte te geven. Hierdoor schoof ook de Weesperpoort op en ontstond er aldus links van de poort aan de horizon plaats voor het Zeemagazijn.5 Op het panorama te Cambridge is de stadsmuur een stuk prominenter in beeld; hij is niet alleen hoger dan in de andere versie, maar hij wordt ook flink door het zonlicht beschenen. Op het doek te Amsterdam wordt niet de omwalling verlicht door invallende zonnestralen maar de bebouwing erachter. De in de schaduw gehulde muren en bolwerken functioneren daardoor veeleer als een natuurlijke overgang tussen stad en land, temeer daar ook het weiland linksvoor door de zon wordt beschenen. Binnen de muren scheert het zonlicht over de daken van de stad en suggereert het de verdere loop van de Amstel. De lange, in de zon badende gevel met het

torentje, direct boven de bogen van de Hogesluis, is herkend als de uniforme bebouwing op het eiland Vlooienburg, op de plaats van de kade voor het huidige Muziektheater.6 Het ligt voor de hand om het schilderij te Cambridge weliswaar als de oudste van de twee aan te merken, maar de andere als de meer uitgewerkte, definitieve voorstelling. Terwijl Ruisdael op beide doeken zijn voortekening tamelijk trouw heeft gevolgd, veroorloofde hij zich in het door het Amsterdams Historisch Museum verworven schilderij tal van topografische vrijheden, waarmee hij zijn stadsgezicht aanzienlijk kon verbeteren. De subtiele manipulaties, de contrastrijke belichting en de dramatische wolkenlucht maken dit Gezicht op Amsterdam tot een uitzonderlijke combinatie van stadsgezicht en landschap. Samen met de twee andere werken van Ruisdael in het Amsterdams Historisch Museum, het landschappelijke Huis Kostverloren en het stadsinterieur van het Damrak naar het noorden, verbeeldt dit schilderij op magistrale wijze Ruisdaels visie op zijn woonplaats Amsterdam.7s
norbert e. Middelkoop Conservator schilderijen, tekeningen en prenten Amsterdams Historisch Museum

23

Vereniging reMBrandt naJaar 2008