You are on page 1of 10

Rechtvaardiging ten leven (Romeinen 5:18-19)

Zoals het dus door n overtreding


tot alle mensen tot veroordeling [strekt],
Zo ook strekt het door n gerechtigheid
tot alle mensen tot [de] rechtvaardiging van [het] leven.
Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens
de velen tot zondaars zijn gesteld,
zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene
de velen tot rechtvaardigen gesteld worden
Het betoog van Paulus in Romeinen 5 bestaat uit vier zinnen, die parallel lopen.
En overtreding is hetzelfde als: de ongehoorzaamheid van de ene mens. En
gerechtigheid komt overeen met: de gehoorzaamheid van de Ene. Tot
veroordeling strekt is hetzelfde als tot zondaars zijn gesteld. En tot [de]
rechtvaardiging van [het] leven is een parallel van: tot rechtvaardigen gesteld
worden.
Alle mensen in vers 18 komt overeen met de velen in vers 19. In de
oorspronkelijke Griekse tekst staat voor het woord velen een bepaald lidwoord
(hoi polloi). Blijkbaar bedoelt Paulus met de velen: de talloze nakomelingen van de
ne stamvader, dat wil zeggen: alle mensen. Uit het Bijbelgedeelte dat aan
Romeinen 5:18 vooraf gaat hadden we dit al kunnen weten. Want in vers 12 staat,
dat de dood tot alle mensen is doorgegaan en in vers 15 dat door de overtreding
van de ene de velen zijn gestorven.
De apostel plaatst Adam tegenover Christus, de stamvader van de mensheid
tegenover het hoofd van de nieuwe mensheid. De ne overtreding werd begaan
door Adam, toen deze de vrucht van de boom der kennis at (Genesis 2:17, 3:6).
Adams overtreding had ernstige gevolgen. Door hem is de zonde in de wereld
gekomen en door de zonde de dood (Romeinen 5:12). Door de overtreding van die
ene mens werden al zijn nakomelingen zondaren en ging de dood regeren
(Romeinen 5:2,17,19, vergelijk Genesis 3:17-19). Geen enkel mens heeft zich aan de
gevolgen van Adams val kunnen onttrekken. Al Adams afstammelingen waren
zondaren en ze zijn allemaal gestorven.
De ne gerechtigheid werd volbracht door de Messias. In Romeinen 5:19 zegt
Paulus, dat de Ene (gezien vers 15: Jezus Christus) gehoorzaam is geweest. Uit vers
6, 8 en 10 blijkt dat de gerechtigheid (Hebrasme voor: de rechtvaardige daad)
bestond uit Zijn zelfopoffering aan het kruis. God bevestigt Zijn liefde tot ons
[hierin], dat Christus voor ons gestorven is. De Messias is gehoorzaam geworden
tot de dood, ja, tot de dood des kruises (Filippenzen 2:8).

Jezus daad van gerechtigheid was een volstrekt onverdiend geschenk (Romeinen
5:15). Omdat Adam tegen God was opgestaan, had de Schepper zich van zijn
nageslacht kunnen afwenden. Maar dat deed Hij niet, want Hij heeft de mensheid
lief. Hij bewees Zijn liefde door Zijn Zoon te zenden en Die voor zondaren te laten
sterven (Romeinen 5:8). De gehoorzaamheid van die Ene zal geweldige gevolgen
hebben. Paulus somt ze in dit hoofdstuk op: rechtvaardiging (vers 16,18), de gave
van de gerechtigheid (vers 17), leven (vers 17,18) en koninklijke heerschappij (vers
17). Door de gehoorzaamheid van Christus zullen goddeloze zondaars (vers 6,19)
uiteindelijk veranderen in rechtvaardigen (vers 19) die vrede met God bezitten
(vers 1).
De Bijbel maakt geen onderscheid tussen de omvang van de gevolgen van Adams
overtreding en de omvang van de gevolgen van Christus gerechtigheid. De
consequenties van beide daden strekken zich uit tot alle mensen (Romeinen 5:18).
Zoals door Adams val alle mensen zondaren werden en aan de dood werden
onderworpen, zo zullen door Christus gehoorzaamheid uiteindelijk alle mensen
rechtvaardigen worden en het ware leven binnengaan.
Na de dood van Paulus heeft de christelijke kerk dit vreugdevolle
toekomstperspectief totaal verloren. Men heeft de waarheid van God met allerlei
filosofien, axiomas en tradities ondergraven, en men deinst daarbij niet terug
voor ijdel bedrog (vergelijk Kolossenzen 2:8).
Een klassieke tegenwerping
Een klassieke tegenwerping is afkomstig van de bekende reformator Johannes
Calvijn. In zijn commentaar op de brief aan de Romeinen schreef die:
Om de ellendige erfenis der zonde te hebben, is het genoeg mens te zijn, want zij is in
het vlees en bloed, maar om de rechtvaardigheid van Christus te genieten, zo is het
nodig geloof te hebben, want door het geloof verkrijgt men de gemeenschap daarvan.
Om in de gevolgen van Adams overtreding te delen, hoef je volgens Calvijn (en ook
volgens Paulus) alleen maar van Adam af te stammen. Maar, zo zegt Calvijn: Om de
gevolgen van de gehoorzaamheid van Christus te kunnen genieten, moet een mens
in de Zoon van God gaan geloven (zie Johannes 3:15-18, Romeinen 1:16-17, 3:21-26
en 5:1). De ervaring leert dat niet iedereen tot geloof komt. Dus wordt ook niet ieder
mens gerechtvaardigd.
Om het axioma dat niet ieder mens zal worden gered te kunnen handhaven, beweert
de reformator dat met alle mensen (vers 18) zou zijn bedoeld: allen, die het
genoemde lot ten deel valt. Door Adam komt het voor allen die verloren gaan tot
veroordeling, door Christus voor alle verlosten tot rechtvaardiging. Wel is Christus

veel krachtiger om zalig te maken dan Adam was om te verderven (vers 15). Er
worden dus meer mensen door Christus behouden dan er door Adam verloren gaan
en het heil dat Christus verschaft is rijker dan het heil dat Adam vanwege zijn
overtreding heeft verspeeld.
Uit het commentaar van Calvijn bij vers 18 blijkt dat er in zijn betoog van ijdel
bedrog sprake is. Alle mensen zou in vers 18a een andere groep betreffen dan in
vers 18b. Binnen n zin zou Paulus dezelfde uitdrukking in totaal verschillende
betekenissen gebruiken. In het eerste geval zou alle mensen betekenen: de hele
mensheid, maar in het tweede geval zou het gaan om een select gezelschap, dus niet
om allen. De apostel zou hebben gezegd: Zoals het dus door n overtreding voor
alle veroordeelden tot veroordeling strekt, zo ook strekt het door n gerechtigheid
voor alle rechtvaardigen tot rechtvaardiging. Die opvatting verandert het betoog
van de apostel in een holle frase. Dat het voor alle veroordeelden tot veroordeling,
en voor alle vrijgesprokenen tot rechtvaardiging komt, is een open deur. Terwijl
Paulus benadrukt dat de velen die afstammen van de ene stamouder, dus alle
mensen, door de Messias worden begenadigd, komt het er in de visie van Calvijn op
neer, dat de gevolgen van Adams val zich tot een groter aantal mensen uitstrekken
dan de gevolgen van Christus gehoorzaamheid. De Messias is volgens de reformator
niet de Redder van de wereld. Maar volgens de Bijbel is Hij dat wel (Johannes 4:42,
1 Johannes 4:14).
Allen in beperkte zin?
Een andere tegenwerping die dikwijls klinkt, is de stelling dat Paulus in het hele
hoofdstuk (Romeinen 5) alleen zou spreken over de gelovigen. De argumenten die
men voor deze opvatting aandraagt zijn de volgende:
In vers 1 staat: Wij dan, gerechtvaardigd op grond van geloof, hebben vrede met
God. De apostel richt zich tot mensen die geloven, in de genade staan, op de
heerlijkheid Gods hopen en roemen in de verdrukkingen. Mensen die eens zondaren
waren maar die gerechtvaardigd zijn door het bloed van Christus (zie vers 1-11).
Het ligt daarom voor de hand om te veronderstellen dat hij ook in de rest van het
hoofdstuk, d.w.z. in de verzen 12 tot en met 21, spreekt over Gods kerk, dat wil
zeggen over de gelovigen van alle tijden en van alle plaatsen. Alle mensen en de
velen hebben dus betrekking op n enkele groep: gelovigen voor en na hun
bekering.
Volgens deze uitleg zou Paulus met vers 18 hebben bedoeld: Door Adam kwam
het voor alle gelovigen tot veroordeling, maar door Christus komt het ook voor alle
gelovigen tot rechtvaardiging ten leven. Over het lot van de ongelovigen zou Paulus
in het hele hoofdstuk niet spreken. Het woord alle zou door de apostel worden
gebuikt in een beperkte zin. In de Bijbel is dat vaker het geval. In Joh.10:8 zegt Jezus

bij voorbeeld: Allen, die vr Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de
schapen hebben naar hen niet gehoord. Het woordallen heeft hier betrekking op
personen die zich voor de Messias hadden uitgegeven. De profeten wier geschriften
zijn opgenomen in de Hebreeuwse Bijbel hadden dat niet gedaan en waren dus ook
geendieven en rovers. Net zoals Jezus het woord allen in beperkte zin gebruikte,
zo deed Paulus dat (volgens deze uitleg) ook in Romeinen 5. Allen kan een
aanduiding zijn van alle gelovigen en hoeft niet betrekking te hebben op elk individu
dat ooit heeft geleefd.
Het bedrog van deze redenering blijkt uit het feit dat de parallel tussen Adam en
Christus mankt loopt als alle mensen alle gelovigen zou betekenen. Want Adam
was de stamvader van gelovigen en ongelovigen, en zowel de gelovigen als de
ongelovigen werden door hem tot zondaars gesteld. Door Adam kwam de zonde de
wereld binnen (vers 12), niet de kerk! En de dood die hierop volgde trof
ongelovigen net zo goed als gelovigen (vers 12). Wanneer Paulus in verband met
Adam alle mensen zegt, dan bedoelt hij blijkbaar: al Adams afstammelingen,
d.w.z. elk menselijk individu dat ooit op aarde heeft geleefd. In vers 18 kan hij
onmogelijk iets anders bedoelen.
Mogelijkheid van redding?
De tegenwerping van Calvijn wordt door christenen uit andere tradities op andere
wijze naar voren gebracht. Zij geven bij Romeinen 5:18 het volgende commentaar:
Hier... is van de mogelijkheid en niet van de concretisering van de redding van alle
mensen sprake... Men mag [het volgende] niet over het hoofd zien... Adamiet ben ik
automatisch sinds mijn geboorte: sinds Adams eerste ongehoorzaamheid heerst de
zonde en daarmee de dood over alle mensen (vers 12 en 17). Daarentegen ben ik niet
automatisch een christen en ik word het ook niet automatisch door de gerechtigheid
van Jezus... Tot het christen-worden behoort het aannemen van de gerechtigheid, zoals
vers 17 ons duidelijk maakt... Dat [vers] werkt als een beperkende verklaring en toont
aan, wie van die allen nu in de praktijk de genade van Jezus ervaart.
We zouden deze visie als volgt kunnen samenvatten: Alle mensen ondergaan
automatisch de gevolgen van Adams val. Ieder mens is vanaf zijn geboorte zondig en
sterfelijk. En de gerechtigheid die Christus heeft verworven wordt ook aan alle
mensen aangeboden. Voor wie dit aanbod aanneemt, wordt de rechtvaardiging een
feit. Maar voor wie Gods aanbod van genade tot aan zijn dood blijft afslaan, wordt
het geen werkelijkheid.
De indruk dat Paulus over de mogelijkheid van redding zou spreken wordt gewekt
door sommige Bijbelvertalingen. In de vertaling van Voorhoeve luidt dit vers bij
voorbeeld: Zoals het dus door n overtreding voor alle mensen tot veroordeling

strekt, zo ook strekt het door n gerechtigheid tot alle mensen tot de
rechtvaardiging van het leven. Maar het woord strekt is door Voorhoeve tussen
vierkante haken geplaatst, om aan te geven dat dit woord in de oorspronkelijke tekst
ontbreekt. De apostel maakte geen onderscheid tussen automatisme in het ene
geval en keuze in het andere, en hij hield geen slag om de arm door het woord
strekken te gebruiken.
Volgens Paulus kunnen zondaren maar op n manier worden behouden: door Gods
almacht en onverdiende goedheid. Er is geen rechtvaardige, ook niet n; er is
niemand die verstandig is; er is niemand die God zoekt; allen zijn zij afgeweken,
samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand, die goed doet, er is er zelfs niet
n (Romeinen 3:11-12). Volgens de grondtekst zoekt niemand God, niet ernstig en
ook niet spelenderwijs. In Bijbelvertalingen die zeggen dat er niemand is die God
ernstig zoekt (NBG), is het woord ernstig door de vertalers ingevoegd.
Mensen worden volgelingen van Jezus, omdat de Vader hen trekt (Johannes 6:44).
Het reddende geloof is een gave van God (Efeze 2:8-10). Ons behoud berust niet op
onze eigen keuze of prestatie (Romeinen 3:28, 2 Timothes 1:9, Titus 3:5). Daarom
kan ook niemand roemen (1 Korinthe 1:26-31, Efeze 2:9). De apostel zegt in vers 18
en 19 niet, dat alle mensen behouden kunnen worden, maar dat door de
gehoorzaamheid van de Ene de velen tot rechtvaardigen worden gesteld. Paulus
spreekt niet over een mogelijkheid, maar over een werkelijkheid - al zien we die
werkelijkheid nu nog niet.
Gaat het bij de velen om minder mensen dan bij allen?
Een bekende Nederlander schreef naar aanleiding van Romeinen 5:
In vers 18 gaat het om het aanbod van genade. We lezen daar over alle mensen, en
Paulus gebruikt het voorzetsel tot. Het [strekt] door n gerechtigheid tot alle
mensen tot [de] rechtvaardiging van [het] leven. Dat wil zeggen: alle mensen kunnen
van de door Christus bewerkte gerechtigheid profiteren. De gevolgen van Zijn werk
strekken zich uit tot alle mensen. In vers 19 daarentegen gaat het niet om het aanbod,
maar om de feitelijke aanvaarding van de genade. Het gaat er om hen die
daadwerkelijk tot rechtvaardigen gesteld worden. Maar hier is dan ook geen sprake
van alle mensen maar van de velen. Zeker, deze uitdrukking zou ook alle mensen
kunnen omvatten - in vs.19a is dit inderdaad duidelijk het geval! - maar dit hoeft niet,
integendeel, daarvoor is het verschil dat Paulus hier tussen alle mensen en de velen
maakt, te treffend. In vs.18 bedoelt hij tweemaal de hele mensheid; maar in vs.19
plaatst hij als het ware twee families tegenover elkaar: de velen die ressorteren
onder de eerste Adam en de velen die ressorteren onder de laatste Adam. [einde
citaat]

We zouden de tegenwerping van deze schrijver als volgt kunnen samenvatten: Als
Paulus het in Rom.5 heeft over alle mensen, dan bedoelt hij de hele mensheid.
Maar als hij spreekt over de velen, dan duidt hij daarmee het aantal mensen aan
dat bij een bepaalde stamvader hoort, defamilie van Adam of de familie van
Christus. Velen is niet hetzelfde als allen. Tot de familie van Christus behoren wel
veel mensen, maar niet alle mensen. In de praktijk behoren hiertoe alleen de
mensen die Gods aanbod van genade tijdens hun aardse leven hebben aangenomen.
Alleen zij worden tot rechtvaardigen gesteld.
Het denkbeeld van de twee families heeft de schrijver ontleend aan de kerkvader
Augustinus. Maar de gevolgtrekkingen die hij (in navolging van Augustinus) op dit
denkbeeld baseert, zijn in strijd met de Bijbel. Waar het Adam betreft, zal niemand
betwisten, dat de apostel met alle mensen en met de velen de hele mensheid
heeft bedoeld. Maar als Paulus vervolgens begint te spreken over genade, dan zegt
men: Velen is niet hetzelfde als allen. De ne gerechtigheid strekt wel tot allen,
maar in de praktijk worden slechts velen rechtvaardigen.
Ook deze tegenwerping is bedrieglijk. Want in de grondtekst ontbreekt het woord
strekken. Door dit woord in te vullen, heeft men de tekst geweld aangedaan. Want
hij zou dan luiden: Zoals het dus door n overtreding tot alle mensen tot
veroordeling strekt, zo ook strekt het door n gerechtigheid tot alle mensen tot de
rechtvaardiging van het leven. Adams overtreding strekte echter niet alleen tot
veroordeling - hij bracht veroordeling over de mensheid! De dood heeft over alle
mensen geheerst (vers 12, 14, 15, 17). Niemand heeft zich aan zijn macht kunnen
onttrekken. Zo zal ook niemand zich definitief aan de door Christus bewerkte
verlossing kunnen onttrekken. Eens zal de dood er niet meer zijn (1 Korinthe 15:26,
Openbaring 21:4). Jezus is niet slechts in theorie de Heiland der wereld, maar in
werkelijkheid.
Wanneer Paulus de uitdrukking de velen gebruikt, dan is dit niet bedoeld als
beperking ten opzichte van alle mensen, maar het geeft aan dat n enkele
stamvader via zijn optreden over het lot van de velen, dat wil zeggen: de hele
mensheid, heeft beschikt. Adam deed dit door zijn overtreding, en Christus door Zijn
gerechtigheid. De apostel schreef niet, dat door de gehoorzaamheid van de Ene
velen tot rechtvaardigen worden gesteld, maar de velen. Het bepaald lidwoord
geeft aan dat het de velen betreft die in het voorafgaande waren genoemd, namelijk
alle mensen. In het Hebreeuws is de uitdrukking de velen een aanduiding voor
de hele mensheid.
Wanneer God een offer had gebracht dat wel voor allen tot rechtvaardiging
strekte, maar in de praktijk slechts aan een minderheid ten goede kwam, dan zou
Hij overbodig werk hebben gedaan. En Hij zou een krachteloos aanbod van genade
doen, want de wil van het schepsel zou uiteindelijk de doorslag geven. De wil van het

schepsel geeft echter nooit de doorslag, want dan zou geen mens worden behouden
(Matthes 19:26).
Volgens de schrijver laat de alverzoeningsleer vers 18 en vers 19 in feite precies
hetzelfde zeggen. Maar deze kritiek is onterecht. Vers 18 heeft betrekking op de
mensheid als geheel en vers 19 op het lot van elk menselijk individu. Vers 18 leert
dat zoals de hele mensheid vanwege n overtreding aan veroordeling, zonde en
dood is onderworpen zij ook vanwege n daad van gerechtigheid wordt
gerechtvaardigd en het ware leven ontvangt. Vers 19 leert dat zoals elk mens
vanwege Adams val als zondaar ter wereld kwam, zo zal elk mens vanwege Christus
dood en opstanding ook eens een rechtvaardige worden.
Rechtvaardiging van ons huidige bestaan?
In een negentiende-eeuws tijdschrift heb ik een unieke interpretatie van Romeinen
5:18 aangetroffen. Volgens de schrijfster van een ingezonden brief heeft
rechtvaardiging van leven betrekking op het natuurlijke leven (dat wil zeggen, het
huidige, sterfelijke bestaan) van Adams nakomelingen en niet op hun geestelijk
leven of op een onvergankelijk bestaan. Rechtvaardiging ten leven is in haar ogen
ongeveer hetzelfde als de algemene genade uit de gereformeerde dogmatiek.
Indien God de gevallen mens niet te hulp was gekomen, dan zou de mensheid
spoedig aan gewelddadigheid of aan natuurrampen ten onder zijn gegaan. En indien
Hij elke zonde direct had bestraft, dan was geen mens in leven gebleven. Vanwege
de gerechtigheid van Christus heeft God het mensdom in leven gelaten. Door n
overtreding bracht Adam veroordeling over de hele mensheid, maar door n
gerechtigheid heeft Christus voor alle mensen een genade verworven, die veel
overvloediger is. Want op grond van het offer van zijn Zoon ziet God ontelbare
overtredingen door de vingers (vers 16). Alle mensen ontvangen deze genadegave
(vers 18-19). Dankzij Gods onverdiende goedheid geniet ieder schepsel tijdelijke
zegeningen. Zoals het genot van een levenspartner, van nageslacht, van voedsel,
kleding en onderdak, van gezondheid, van rechtvaardige wetten in de samenleving,
en van een zekere mate van kennis en wijsheid. Ondanks Adams overtreding
schenkt God ons dit alles. Het is een genadegave op grond van het offer van Christus.
Tot zover deze interpretatie.
Het is prijzenswaardig, dat de schrijfster de uitdrukkingen alle mensen en de
velen op de hele mensheid wil betrekken. Maar aan de strekking van Paulus betoog
doet zij geen recht. Is het werkelijk waar, dat de apostel met rechtvaardiging van
leven slechts een voortzetting van ons vergankelijke bestaan heeft bedoeld? Laten
we eens aannemen, dat de apostel dit heeft willen zeggen. Dan ontstaat het volgende
beeld:

Aan het hof van de sultan pleegde een ambtenaar een misdrijf, waarop de doodstraf
stond. Aangezien hij op heterdaad was betrapt, had de betrokkene onmiddellijk
terechtgesteld moeten worden. Maar een invloedrijk persoon nam het voor de
schuldige op. De zoon van de sultan bleek bereid om een grote losprijs te betalen. De
sultan aanvaardde het geld en de ambtenaar behield het leven. Zijn executie werd
enkele jaren uitgesteld. Toen de betalingstermijn was verstreken, werden hij en zijn
gezin alsnog op de brandstapel gezet.
Zou Paulus met rechtvaardiging van leven iets dergelijks hebben bedoeld?
Natuurlijk niet! In de terminologie van de apostel staat rechtvaardiging tegenover
veroordeling en leven tegenover dood (vers 16). Wie gerechtvaardigd is, is
behouden van de toorn (vers 9). Uitstel van executie is niet hetzelfde als
rechtvaardiging, en het leven waarover Paulus spreekt is een bestaan dat de dood
voorgoed achter zich heeft. Geen tijdelijk bestaan waarover de dood regeert (vers
14) maar een cht leven waarin de ontvanger mag regeren! (vers 17).
Samenvatting
1. In het vijfde hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen trekt Paulus een
veelzeggende parallel tussen de eerste mens, Adam, en Jezus Christus, onze Heer.
2. Adam en Christus hebben met elkaar gemeen dat zij door n enkele daad of
keuze over het lot van alle overige mensen hebben beschikt. Adam was een
voorbeeld (volgens de oorspronkelijke tekst een type) van Hem die zou komen
(vers 14).
3. In het geval van Adam was die daad een overtreding (vers 14, 15, 16, 18), een
zondigen (vers 12, 16) en een ongehoorzaamheid (vers 19). In het geval van
Christus was het een genadegave (vers 15, 16, 17), een gerechtigheid (vers 18)
en een gehoorzaamheid (vers 19).
4. Beide daden hadden gevolgen voor het lot van alle mensen (vers 12, 18) of de
velen (vers 15, 19), dat wil zeggen: de vele nakomelingen van de ene stamvader.
God heeft uit n het hele mensengeslacht gemaakt (Handelingen 17:26).
5. Vanwege Adams misstap zijn de dood en de zonde tot alle mensen doorgegaan
(vers 12). Als gevolg daarvan zijn de velen gestorven (vers 15). Ze waren vanaf
hun geboorte al aan de heerschappij van de dood onderworpen (vers 14, 17). Ze
kozen er niet zelf voor om zondaren te worden of sterfelijk te zijn. Dat lot was voor
hen al bepaald door hun stamvader. Ze waren er vanaf het begin toe veroordeeld
(vers 16). Hoewel alle mensen gezondigd hebben, heeft niemand gezondigd zoals
Adam (vers 14). Adam beschikte over het lot van de wereld (vers 12, 13).

6. Vanwege Christus vrijwillige daad van gehoorzaamheid zullen de velen een


genadegave ontvangen, een onverdiend geschenk (vers 15), te weten:
rechtvaardiging (vers 16), gerechtigheid (vers 17) en leven (vers 17, 18).
Gezien het tekstverband gaat het daarbij om Leven met een hoofdletter, een leven
dat niet langer aan de heerschappij van de dood is onderworpen, maar waarin de
ontvangers zelf regeren (vergelijk vers 17 met vers 14). Alle mensen zullen de
rechtvaardiging van het leven als een onverdiend geschenk ontvangen, niet omdat
ze zich hebben ingespannen om rechtvaardig te zijn. Ze worden door Christus tot
rechtvaardigen gesteld, net zoals ze door Adam tot zondaars waren gesteld
(vergelijk vers 19 met vers 12).
7. Over het wanneer en hoe van dat stellen spreekt Paulus niet in Romeinen 5,
maar wel in het vervolg van zijn brief. In het achtste hoofdstuk laat hij zien dat
gelovigen, die de geest van God of de geest van het zoonschap hebben ontvangen en
die daardoor kinderen van God zijn, verheerlijkt zullen worden wanneer Christus
verheerlijkt wordt, dat wil zeggen: op het tijdstip wanneer Hij het koningschap over
de wereld aanvaardt (Romeinen 8:8-17, Openbaring 11:17-18, 12:10). De schepping
ziet reikhalzend naar dat moment uit, want uiteindelijk zal heel de schepping
worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid en in de heerlijkheid
van de kinderen van God mogen delen (Romeinen 8:18-22).
8. In het elfde hoofdstuk trekt Paulus zijn slotconclusie: God heeft allen onder [het]
ongeloof besloten, opdat Hij aan allen barmhartigheid zou bewijzen Uit Hem en
door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid!
Amen (Romeinen 11:32,36).

Eindnoot: In dit hoofdstuk werden de volgende boeken en artikelen geciteerd (maar niet
met instemming): Johannes Calvijn, Uitlegging op den Zendbrief van Paulus aan de Romeinen.
Goudriaan: De Groot 1979; Schrijver onbekend, Romans 5 and Pauls Use of All. Sacramento,
CA: Kingdom of Sovereign Grace, z.j.; A. Symank, Worden alle mensen gered? Gedachten over
de leer der alverzoening. s Gravenhage: Boekencentrum 1989; W.J. Ouweneel, Alverzoening:
besproken en weerlegd. Vaassen: Medema 1995; R.A. Phillips, My views on Rom.v.18. In: The
Gospel Messenger, July 1886 (Tijdschrift van de Primitive Baptists, Butler, GA, U.S.A.).
Verder werden de volgende geschriften geraadpleegd (die meer respect voor Paulus aan de
dag leggen): Karl Barth, Der Rmerbrief. Zollikon-Zrich: Evangelischer Verlag, 1954; Keith
DeRose, Universalism and the Bible. New Haven: Yale University Department of Philosophy
[webdocument]; H.W. den Haring, Leeringen der Ouden, deel II. Rotterdam: Comit tot
Verbreiding van de Waarheid der Schriften, 1938; Dean Hough, Romans 5:18. Will All
Humanity Enjoy Justification? Almont, MI: Saviour of All Fellowship, z.j.; Dean Hough, Pauls
Argument in Romans 11:32. Almont, MI: Saviour of All Fellowship, z.j.; Wim Janse, Why We
Sin: Or, How a Little Mistranslation Led to a Great Misunderstanding. Santa Clarita, CA:
Concordant Publishing Concern, z.j.; E.G. Jones, God Justifies, Vivifies, Saves and Reconciles All.
St.Paul, MN: Redeeming Love Publications, z.j.; A. Lukkien, De brief van Paulus aan de

Romeinen. Arnhem: Onnaspeurlijke Rijkdom, 1938; R.B.MacNab, Estrangement through


Adam, Reconciliation in Christ. Santa Clarita, CA: Concordant Publishing Concern, z.j.;
Schrijver onbekend, The First Adam and the Last Adam: What is God Telling Us? Santa Clarita,
CA: Concordant Publishing Concern, z.j.
* * * * * * *

10