You are on page 1of 8

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Studente
Evi van den Heuvel
Mentor
Helma van Uittert
Klas
PEH15VA
Datum
15-3-2016
Stageschool De klapwiek
Groep
5A
Plaats
Eindhoven
Aantal lln. 24
Vak- vormingsgebied: Muziek
Speelwerkthema / onderwerp: Omschrijvingen
Persoonlijk leerdoel: Ik wil ervoor zorgen dat ik een balans kan vinden tussen het overdragen van de lesstof en het omgaan met probleemgedrag.
Lesdoel(en):
Evaluatie van lesdoelen:
Kerndoel 54 : De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging Als de leerlingen de tekst moeten aanpassen als we het liedje gehoord hebben, kan ik
te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er
zien of ze rekening gehouden hebben met de lettergrepen en dus het ritme van het liedje.
mee te communiceren.
Leerlijn: Muzikale verkenning van onderwerpen uit de veranderende
belangstellingswereld van de kinderen.
Aan het einde van de les kunnen de leerlingen de tekst van een bestaand
liedje aanpassen om zo iemand te kunnen omschrijven.
Beginsituatie: De leerlingen hebben elke week muziek. Meestal oefenen ze dan de liedjes die ze voor het podium moeten kennen. De leerlingen zingen graag
liedjes. Dit heb ik gemerkt toen ze aan het oefenen waren. Ze doen allemaal actief mee en zijn gemotiveerd. Ik heb ervoor gekozen om ze in groepjes deze opdracht
uit te laten voeren omdat dat het pedagogisch klimaat in de klas verbeterd en iedereen met een ander samenwerkt.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

Inleiding
+/- 10 min.

Aanleren
van het
liedje







Ik vraag aan de leerlingen hoe je iemand
kunt omschrijven.
Ik vertel dat ik daar ook een liedje over heb.
Ik zing het liedje een keer voor.
Ik vraag aan de leerlingen hoe de jongen
eruit zag die ik omschreef.
Ik zing het liedje nog een keer, maar met
een andere omschrijving.
Ik leer het liedje zin voor zin aan met de
weggeefmethode.
Als iedereen het liedje kent, ga ik verder
met het uitleggen van de opdracht

-

Als de leerlingen iets willen zeggen, steken ze hun
vinger op.
De leerlingen zijn stil als ik aan het woord ben.

-

PowerPoint
Piano op Ipad

Kern
+/- 15 min.

Nieuwe
tekst
bedenken




Ik vertel de leerlingen dat we nou zelf
iemand uit de klas gaan omschrijven.
Ik deel blaadjes uit waar ik een paar
woorden heb weggelaten.
Ik ga het blaadje stap voor stap met de
leerlingen doornemen
- Ik zoek een: jongen of een meisje
- Welke kleur haar.  wel opletten  het
aantal lettergrepen/woorden moet
kloppen.
- Herhaling van hoe het haar eruit ziet.
- Het woord gitaar moet blijven staan
omdat het anders niet rijmt.
- Vuurrode sokken  De leerlingen
mogen zelf kiezen wat ze invullen, maar
in totaal moeten er vijf lettergrepen zijn.
- Ik geef een paar voorbeelden ter
verduidelijking.
- Ik leg uit dat de leerlingen in mogen
vullen welke kleur broek degene heeft.
Ik maak groepjes van 3, die samen één
leerling moeten omschrijven
- Tisha, Kim, Eef  Thomas
- Thomas, Valerie, Tom  Simon
- Simon, Doris, Senna  Kim
- Angela, Evelien, Martin  Eef
- Tommie, Beau, Koert  Martin
- Coen, Roy, Imke  Senna
- Frank, Eefje, Bo  Doris
- Els, Rob, Robbie  Imke
Ik vertel dat de leerlingen zachtjes moeten
overleggen want de andere leerlingen
mogen niet weten over wie het gaat.
Ik vertel dat de leerlingen ongeveer 10
minuten hebben.

-

De leerlingen zijn stil als ik aan het woord ben.
De leerlingen doen actief mee
De leerlingen overleggen zachtjes

-

Briefjes met tekst
Pennen
Briefjes met
namen

Afsluiting
+/- 10 min.

Nieuwe
liedjes
zingen
Raden wie
er
omschreven
is.





Nadat de leerlingen hun klasgenoot hebben
omschreven, haal ik de blaadjes op.
Ik schrijf op het bord wat er ingevuld is op
de stippellijntjes
We zingen samen het liedje.
Ik vraag aan de leerlingen of ze weten wie
het is.
We zingen het liedje van alle groepjes.

-

De leerlingen doen actief mee.

-

Briefjes
Digibord

Persoonlijke reflectie
Mijn persoonlijk leerdoel voor deze les was dat ik een balans wil vinden tussen het omgaan met probleem gedrag en het overdragen van de lesstof.
Ik vond het spannend om deze les te geven. Ik ben niet gewend om voor een klas te zingen en vond dit hierdoor best spannend. Ik vond het mooi om te zien dat toen
ik aan het zingen was ik alle leerlingen bij de les had en dat ze allemaal doodstil aan het luisteren waren. Ik had het liedje een paar keer voorgezongen en vroeg toen
wie ik had omschreven. De leerlingen dachten dat ik iemand uit de klas had omschreven, maar nadat ik nog een keer uitgelegd had snapten ze dat ze de persoon
moesten omschrijven wie ik omschreven had.
Toen ging ik aan de slag met het aanleren van het liedje volgens de weggeefmethode. Opvallend was dat de leerlingen het liedje zó snel kenden! Ik was onder de
indruk. Het was natuurlijk een kort liedje, maar ik had niet verwacht dat ze het na 2 minuten al kenden. Het was erg leuk om te zien dat iedereen vrolijk meezong.
Doordat we het liedje een paar keer achter elkaar zongen, was er ook geen tijd om er tussendoor te kletsen of opmerkingen te maken. Dit verliep dus lekker rustig.
Nadat ik het liedje had aangeleerd, legde ik de opdracht uit. Ik merkte aan de leerlingen dat ze er enthousiast over waren en graag aan de slag wilden.
Omdat ik graag wilde dat ze het goed zouden aanpakken, heb ik wel eerst uitgelegd dat je iedere keer goed op het aantal lettergrepen moest letten, omdat het anders
niet klopten. Om te checken of ze het snapten vroeg ik de leerlingen om voorbeelden te geven. De meeste snapten wat de bedoeling was en gaven goede
voorbeelden. De leerlingen gingen aan de slag en het was leuk om te zien dat ze echt geheim wilden houden wie ze gingen omschrijven. Dit was natuurlijk nog een
verassing en de klas kwam er pas achter als we het gingen zingen. Na ongeveer 10 minuten had tekst af. Ik had al een beetje op de klok gekeken en merkte dat ik in
tijdnood kwam. Dit vond ik erg jammer want ik wilde graag alle liedjes zingen. Ik had 8 groepjes gemaakt, dus ook 8 liedjes om te zingen.
Ik had de tekst op het digibord gezet en zo hoefde ik elke keer alleen maar in te vullen wat de leerlingen ingevuld hadden. Tijdens het invullen merkte ik al dat de
leerlingen al probeerden te raden wie het was. Het fanatisme spatte er vanaf. Leuk om te zien! Maar ik had afgesproken om eerst het liedje te zingen en dat ze daarna
mochten raden. Ze hadden het allemaal in één keer goed. Doordat de tijd bijna om was, hebben we maar 5 van de 8 liedjes kunnen zingen. Heel jammer want de
leerlingen waren juist zo betrokken en deden goed mee.
De volgende keer moet ik of de les korter maken of ervoor zorgen dat ik meer tijd ervoor heb.
Voor de rest was het een erg leuke les, waarin de leerlingen goed meededen en erg betrokken waren.

Toelichting + sterkte/zwakte analyse

B1. Leerdoelen stellen
3.4 passend leerinhouden vanuit
leerlijnen
3.11 Leerprocessen observeren en
registreren

Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?

Het kerndoel wat ik deze les gebruik is
Kerndoel 54 : De leerlingen leren beelden, muziek, taal,
spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en
ervaringen mee uit te drukken en om er mee te
communiceren.
Leerlijn: Muzikale verkenning van onderwerpen uit de
veranderende belangstellingswereld van de kinderen.

Ik heb voor dit kerndoel gekozen omdat ik het erg belangrijk vindt dat de
leerlingen zich niet alleen kunnen uitdrukken in woorden, maar ook in muziek.
Het doel van OGP3 is het verbeteren van het groepsklimaat. Als de leerlingen
zich kunnen uiten, hebben ze het gevoel dat ze gehoord worden en dat zorgt
voor een beter groepsklimaat in de klas.

Aan het einde van de les kunnen de leerlingen de tekst
van een bestaand liedje aanpassen om zo iemand te
kunnen omschrijven.
Wat ging goed?
De leerlingen waren meteen erg enthousiast toen ze
hoorden dat we gingen zingen en dat ze een nieuw
liedje aan gingen leren.
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?
B3. Leeractiviteiten begeleiden
2.6 Samenwerking, zelfredzaamheid

Wat mag beter?
Ik mag sommige opdrachten duidelijker omschrijven.
Ik zong het liedje één keer voor en vroeg aan de leerlingen hoe de persoon
eruit zag die ik omschreef. De leerlingen noemden allemaal namen op uit de
klas, terwijl ik zei dat het niemand uit de klas was. Dit kan ik de volgende keer
beter op een andere manier uitleggen.
Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?

Ik heb in deze les gewerkt in groepjes van 3 leerlingen.
Ik heb goed gekeken naar het sociogram en heb
geprobeerd om in elk groepje twee leerlingen bij elkaar
te zetten die negatief voor elkaar gekozen hebben.

Ik heb groepjes van 3 leerlingen gemaakt omdat er zo 8 groepjes waren, en
er zo dus 8 liedjes waren die we konden zingen.
Door er bij de twee leerlingen die negatief voor elkaar kozen, nog een derde
leerling bij te zetten, hadden ze nog iemand anders om mee samen te
werken. Op die manier ervaren de leerlingen samenwerken met een door hun
gekozen ‘negatieve leerling’ op een andere manier dan wanneer ze alleen
samen mee werken.

Wat ging goed?

Wat mag beter?

Het was leuk om te zien dat de leerlingen echt met hun
groepje gingen overleggen en goed dingen nadenken
hoe ze iemand het beste konden omschrijven.

De volgende keer probeer ik de leerlingen het écht helemaal zelf te laten
doen. Nu gaf ik soms een voorbeeld.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces
1.1 zicht op groepjes leerlingen
1.3 effectieve leerkrachtcommunicatie

A4. Interactie aangaan met de groep
3.13 feedback aan leerlingen

B2 Leeractiviteiten ontwerpen
3.6 werkvormen en groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?

Ik heb kleine groepjes gemaakt, waardoor ik het
overzicht over de groepjes goed kon bewaren.
Als ik het woord wilde, maakte ik gebruik van een
duidelijk gebaar (drie keer in handen klappen)

Doordat ik zicht had op alle leerlingen, kon ik goed zien of iedereen actief
mee deed.
Doordat ik duidelijk ben, weten de leerlingen waar ze aan toe zijn en wat ik
van ze verwacht.

Wat ging goed?
Ik kon goed overzien of iedereen aan het werk was.
Ik had een duidelijk beeld of de leerlingen eruit kwamen.
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?
Ik heb ervoor gekozen om leerlingen die het vaakst
negatief gekozen zijn te laten omschrijven.
Wie welke omschrijving heeft gemaakt, laat ik in het
midden
Door de leerlingen het te laten zingen, zorgt dit ook voor
een fijne sfeer in de klas. Deze klas vindt zingen erg
leuk om te doen en dit zorgt ook voor meer
enthousiasme.

Wat mag beter?
Ik mag nog duidelijker aangeven wanneer ik het stiller wil hebben, op die
manier is het voor iedereen prettiger.
Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?
Ik heb ervoor gekozen om de leerlingen die vaak negatief gekozen worden te
laten omschrijven omdat deze leerlingen zo op een positieve manier
aandacht krijgen in plaats van op een negatieve manier.
Het werkt voor de leerlingen die de omschrijving moeten maken ook op die
manier. Ze kijken anders naar de persoon die ze moeten omschrijven, dit
keer niet op een negatieve manier.
Door de omschrijvingen anoniem te laten, weten de leerlingen ook niet van
elkaar wie welke leerling omschreven heeft.

Wat ging goed?
Ik schreef de omschrijvingen op het bord. De leerlingen
zongen samen met mij het liedje en konden niet
wachten om te raden wie het was. Ze waren in deze les
ontzettend enthousiast en betrokken.
De leerlingen kregen meteen feedback op hun liedje en
dit zorgde voor voldoening.
Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?
Ik heb ervoor gekozen om de leerlingen in groepjes van
drie samen te laten werken. De leerlingen kregen per
groepje één leerling die ze moesten omschrijven.

Wat mag beter?
De volgende keer is het slim om zelf op te schrijven wie de leerlingen
omschreven hebben. Nu moest ik steeds aan de leerlingen zelf vragen of het
goed was wie ze omschreven hadden.

Om het lied ‘stekelhaar en basgitaar’ aan te leren heb ik
het boek ‘Muziekmeester’ geraadpleegd.
Ik heb de stappen gevolgd die in het boek stonden.

Door de materialen van tevoren al klaar te zetten/mee te nemen, zorgt dit
ervoor dat de les vloeiend verloopt en dat je snel door kan.

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?
Deze manier van een lied aanleren hebben wij tijdens de lessen van Ton van
Erp ook vaak gebruikt.
Doordat deze manier erg effectief is, heb ik deze bij mijn les ook gebruikt.

Het aanleerproces begint met het lied een aantal keren
te laten horen. Dit kun je het beste doen door het lied
zelf voor te zingen. Zing het lied altijd in geheel voor. Bij
het aanleren van een lied kost het onthouden van de
tekst vaak de meeste tijd. Je kunt dit proces versnellen
door de tekst op het boot te schrijven en het door de
kinderen te zingen gedeelte steeds weg te vegen.
(Lei, 2015)
De tekst had ik van tevoren uitgeprint en de namen had
ik van tevoren opgeschreven.
Wat ging goed?
Ik was verbaasd over hoe snel de leerlingen het liedje
kenden. Heel leuk om te zien dat iedereen vrolijk
meezong. Het fanatisme spatte er tijdens deze les
vanaf.

Wat mag beter?
Ik had het aanleren van het liedje wat korter mogen houden, zodat ik nog tijd
had om alle liedjes te zingen. Nu moest ik door het tijdsgebrek de muziekles
afkappen.

Bibliografie
Lei, R. van der (2015). Muziekmeester! Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.
Luitjes, M. & Zeeuw-Jans, I. de (2014). Ontwikkeling in de groep. Bussum: Uitgeverij Coutinho.