Donderdagmiddag. Halfvier.

Bibliografische gegevens
Kristien Hemmerchts, geboren in 1955 in Brussel, studeerde Nederlandse en Engelse taal
en literatuur in Brussel en Leuven. Na een specialiserende opleiding literatuurwetenschap in
Amsterdam ging Hemmerechts in Londen wonen, waar ze haar eerste verhalen in het
Engels schreef. Na haar terugkeer uit Engeland vestigde Hemmerechts zich opnieuw in
Brussel. In 1986 beëindigde ze ook haar doctoraat over het leven en werk van de schrijfster
Jean Rhys. Datzelfde jaar werden haar Engelstalige debuutverhalen gepubliceerd in de First
Fiction series van Faber and Faber. Deze verhalen werden later door Geert van Istendael
naar het Nederlands vertaald en opgenomen in de bundel Weerberichten van 1988. Kristien
Hemmerechts is docente Engelse literatuur aan de Brusselse universiteit (KUB) en woont
sinds 1989 in Antwerpen.
De eerste Nederlandstalige roman van Hemmerechts, Een zuil van zout, werd in
manuscriptvorm bekroond en kreeg ook na de publicatie in 1987 lovende kritieken. Het is
opvallend hoe snel Hemmerechts vanaf dan met haar romans en verhalen voet aan grond
krijgt in zowel Vlaanderen als Nederland. Voor de verhalenbundels Weerberichten (Weather
Reports, 1988) en 's Nachts (At Night, 1989) en de roman Brede heupen (Wide Hips, 1989)
ontvangt Hemmerechts in 1990 de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse voor Proza
Gemeenschap (de vroegere Belgische Staatsprijs). Later verschijnen de veel gelezen
verhalenbundels Kerst en andere liefdesverhalen (Christmas and Other Love Stories, 1992),
Lang geleden (Long ago, 1994), Kort, kort, lang (Ring Three Times, 1996) en Amsterdamretour (1995-1999).
Tot haar recente romans behoren Zonder grenzen (No Boundaries, 1991), Wit zand (White
Sand, 1993), Veel vrouwen, af en toe een man (Lots of Women, a Man Now and Then,
1995). Haar laatste roman De tuin der onschuldigen (1999) werd onlangs genomineerd voor
de longlist van de Gouden Uil.
Ook het essayistische werk van Hemmerechts wordt goed ontvangen: Altijd met uw
gezever, gij (You and your Eternal Whingeing 1996) en Taal zonder mij (1998). Taal zonder
mij is een openhartig (auto)biografisch essay over de befaamde Vlaamse dichter Herman de
Coninck, de in 1997 overleden echtgenoot van Hemmerechts.
Brede heupen, de tweede roman van Hemmerechts, werd vertaald naar het Frans, het
Bulgaars en het Russisch. Trümmer, een selectie uit Kerst en andere liefdesverhalen, ligt
sinds 1993 in de Duitse boekhandel. Ook Wit zand en De tuin der onschuldigen zijn naar het
Duits vertaald. Zonder grenzen verscheen in een Franse en Servokroatische uitgave. De
verhalen van Hemmerechts werden in meedere anderstalige anthologieën opgenomen.

Opbouw
~ Informatieve opening
~ Het boek heeft veel flashbacks en sprongen in de tijd
~ Vroeger
~ Griekse oudheid
~ De verhalen van Hassan
~ Vertelde tijd: twee donderdagen
~ Wisselend hij/zij -perspectief
~ Open/gesloten einde
Samenvatting:
Het eerste hoofdstuk gaat over Damien. Hij is typeleraar en geeft les op typmachines. Elke
donderdagmiddag om halfvier gaat hij naar die school. altijd zet hij zijn camionette (soort oud
bestelbusje) op dezelfde plek en altijd zit iemand met zijn fiets vast. Dimi komt zeggen dat
zijn fiets vaststaat. ze lopen samen naar buiten en zien dat Karen onder de camionette ligt.
Dimi belt de ambulance. Karen is doodgegaan doordat de kinderen in de auto zaten te
spelen terwijl zij erachter stond. In de kranten wordt Damien voorgesteld als dader en
zondebok hiervan.
Het tweede hoofdstuk gaat over Bea en Tamara. Zij zijn vriendinnen. ze gaan samen naar
een cursus. De cursus gaat deze dag over het offeren van onschuldige kinderen. Bea is de
moeder van Karen. Henk is haar vader. niet biologisch, want zij is geboren door middel van
kunstmatige inseminatie. Karen weet dit, al willen en denken Bea en Henk dat ze het niet
weet. Op de terugweg rijdt Bea bijna zelf een kind aan.
derde hoofdstuk gaat over Sam Dermote. Hij is een goede rijke architect. Hij heeft het huis
van Bea en Henk ontworpen en kent zodoende Karen. Hij vindt Karen wel aardig. Zijn
vriendin heeft een andere man achter gelaten voor hem. Haar ex had haar gedwongen zich
te laten steriliseren omdat hij geen kinderen meer wilde. Zij laat dit met een operatie ontdoen
en wil dit verborgen houden voor Sam. Sam weet het toch omdat hij naar het ziekenhuis is
geweest terwijl ze sliep.
Het volgende hoofdstuk heet Karen. Er komen flashbacks in waarin Hassen haar verhalen
verteld. Het zijn 4 verschillende verhalen. Het verhaal van de sleutel: er was een slechte
sultan die knappe zonen kreeg. Hij geloofde niet dat die van hem waren omdat hij zo lelijk is.
Daarom sloot hij zijn vrouw en zonen op. Een zoon wordt in leven gehouden, de rest
verhongerd in de kelder. De sultan krijgt een nieuwe vrouw. Haar zoon is ook knap. Ze
tatoeëert een S onder zijn oksel en geeft hem aan een vrouw van wie haar kind net
gestorven is. Jaren later komt diezelfde zoon de kerker waar de prins in zit openmaken.
Het verhaal van de gigolo: Een houthakker woonde in het bos. Op een dag kwam er een
weg en een buslijn naar zijn huis. De houthakker had het niet op de stedelijke mensen en hij
heeft zijn zoon verstoten die naar de stad ging. Zijn andere zoon vertrouwt hij genoeg om
hem naar de stad te laten gaan om boodschappen te kopen. Omdat deze houthakker zo
gespierd is kijken alle vrouwen naar hem. Hij krijgt veel geld door geslachtsgemeenschap
met deze vrouwen te hebben. sommige krijgen kinderen. Dan komt de verloren zoon terug.
Hij is net zo als een stedeling geworden. Hij heeft een vrouw. Die vrouw heeft haar ogen
altijd neergeslagen. Ewout (de andere zoon, de gigolo) wilde in die ogen kijken, wat er
verborgen werd. De vrouw zei dat haar tante haar had gewaarschuwd voor hem. Ze raken
verliefd. Negen maanden later krijgt Ewout de eerste zoon die hij accepteert. Hij is erg
gelukkig. Derde verhaal gaat over het derde oog. er is een kind geboren. Bij de geboorte
kwam hij vast te zitten. In plaats van een neus heeft hij een deuk en hij is blind. Hij heeft wel

een erg grote penis. Zijn moeder wilde hem niet. de vroedvrouw geeft het jongetje aan een
blinde vrouw. Daar loopt hij naakt rond. De blinde vrouw heeft ook een dochter. Die zette
steeds dingen voor de blinden hun pad waardoor de vrouw struikelde. De jongen lijkt het op
te merken. Als ze naar school moeten zegt de leraar dat de jongen ook mag gaan als hij een
broek aan doet. dat wil hij niet en hij bijt de blinde vrouw. De leraar onderzoekt hem en zegt
dat hij een kind van een wolf en een mens is en dat hij naar de dierentuin moet. De dochter
van de blinde vrouw vlucht met de jongen weg.
laatste verhaal is de opstand. In een dorp is een bordeel. dat staat er al lang en is
geaccepteerd. Mannen gaan er ook kaarten als de rode vlag uithangt. Dan menstrueren de
vrouwen allemaal. Op een dag is er een vrouw die ook mee wil kaarten. Dan komen er veel
vrouwen. De gastvrouw van het bordeel laat hierop ook mannen in het bordeel werken.
Hoofdstuk hierna gaat weer over Damien. Hij krijgt overal de schuld van en was omgekocht
door Sam om niet naar de begrafenis te gaan. Als hij op school komt in zijn camionette
wordt de secretaresse boos op hem. Ze had een miskraam gehad en probeert hem de
schuld te geven. Damien wordt boos. Hij dreigt haar te verkrachten maar doet dit niet omdat
hij haar wil helpen. Hij zegt dat er veel vrouwen zijn die miskramen hebben. Hij doet verder
niks.
Laatste hoofdstuk heet Het laatste verhaal. Het gaat over een man die getrouwd is met
Choco. zij wordt zo genoemd omdat ze verslaafd is aan chocola. Haar dokter voorspeld dat
ze daaraan zal sterven maar ze kan niet ophouden met eten. Als ze dood is blijft de man
haar steeds chocola brengen en haar verhalen vertellen. Hierdoor blijft het lichaam goed. Als
dan de buurvrouw zijn hulp inroept omdat haar zoontje een wesp heeft ingeslikt, kan hij die
zoon helpen. Hij vergeet choco. Als hij teruggaat naar choco is hij heel verdrietig want haar
lichaam is helemaal verrot en aan het ontbinden. Hierna zegt Karen dat zei ook weg slipt.

Titelverklaring
De titel van het boek is: Donderdagmiddag. Halfvier.
Er is voor deze titel gekozen, omdat het ongeluk dat Karen krijgt, gebeurt op
donderdagmiddag, halfvier. Deze gebeurtenis loopt als een rode draad door het boek en
beïnvloed alle andere gebeurtenissen in het verhaal. Daarom hebben ze deze titel voor het
boek gekozen.

Thema en motieven
Achterop het boek staat dat het thema kinderen is. alle personages hebben met kinderen te
maken gehad of zijn zelf kinderen. Tine heeft een miskraam. Bea heeft 1 kunstmatige
inseminatie-kind. Tamara heeft vier gewone kinderen. Damien heeft een zoon die hij niet
meer ziet en niet goed kent. De verhalen gaan ook over kinderen.
De motieven zijn verandering door sterfte. Relaties. Gevoelens. Het boek laat zien wat voor
dingen er bij verschillende mensen veranderen door een ongeluk. ook laat het zien dat er
veel mensen door beïnvloed worden. Het boek beschrijft bijna alleen gevoelens en relaties
tot verschillende personen. er worden bijna geen gebeurtenissen beschreven.
Geheimen. veel karakters hebben geheimen die ze verborgen willen houden, of weten iets
dat ze niet zouden moeten weten. Karen weet dat ze KI kind is. Bea en Henk willen dit
geheim houden. Sam en Anne hebben geheim van de operatie. De directeur van de school

heeft een alcohol probleem dat hij geheim wil houden. veel mensen weten daarvan terwijl ze
dat eigenlijk niet zouden moeten weten. Dit speelt ook in de verschillende verhalen.

Structurele kenmerken
Het boek is ingedeeld in zes delen. In ieder deel speelt een andere persoon (en in een deel
twee personen) de centrale figuur. De hoofdstukken zijn ook vernoemd naar de centrale
persoon (Damien, Bea en Tamara, Sam, Karen, weer Damien) behalve het laatste hoofdstuk
dat ‘het laatste verhaal’ heet.
Het speelt zich bijna allemaal op de desbetreffende donderdag af, behalve de laatste twee
hoofdstukken, die zich een week later afspelen.
De vertelde tijd is dus ongeveer 1 week met een versnelling tussen de twee donderdagen.
Het hoofdstuk waarin Karen de hoofdrol speelt is eigenlijk een grote flashback in het verhaal,
maar de tijd wanneer dit afspeelt is moeilijk te zeggen, omdat in dit hoofdstuk lossen
verhalen verteld worden door Hassan (een soort raamvertelling dus). De voorgeschiedenis
van de personen wordt ook in kleine flashbacks verteld die allemaal min of meer
chronologisch zijn en elke keer aan het begin van een hoofdstuk staan.
Het hoofdverhaal in het boek is chronologisch, hoewel je dit redelijk ruim moet zien, omdat
elk hoofdstuk zich ongeveer op hetzelfde moment afspeelt
Verteltijd is 230 bladzijden.
Het verhaal speelt zich af in een ‘normaal’ dorp in Vlaanderen. De belangrijke plaatsen in het
verhaal zijn de school van Karen, het plein voor het gemeentehuis waar het frietkot van
Desiree staat en Het huis van de ouders van Karen. Op het moment dat Karen onder de
camionette komt regent het en dit benadrukt de sombere situatie.
Het verhaal wordt verteld in de hij-persoon (personale vertelsituatie), die steeds de centrale
persoon van het hoofdstuk is. Dit is te zien omdat er elke keer over hij/zij en hem/haar (en in
het tweede hoofdstuk zelfs over zij/hun) wordt gesproken.
De spanning is in het verhaal de hele tijd hetzelfde, er is fysieke spanning, maar geen
actiespanning. Er is geen opbouwende spanning, dus soms is het een beetje saai.
Figuren
Damien: Een tikleraar (hij geeft les op scholen in het typen op een schrijfmachine) die
eigenlijk geheel verstoten is door de maatschappij. Hij heeft zijn tikmachines in een
gammele camionette staan waarmee hij iedere donderdagmiddag langs het frietkot van
Desiree rijdt om haar uit eten te vragen, want hij is verliefd op haar. Hij is de centrale
hoofdpersoon van het eerste en het voorlaatste hoofdstuk. Hij is een round karakter, omdat
je hem ziet ontwikkelen van een vrolijke levensgenieter tot iemand die gefrustreerd raakt van
zijn gevoelens voor Desiree en over het ongeluk.
Karen: Zij is eigenlijk de persoon waar het allemaal om draait. Ze is een meisje van twaalf,
maar erg groot voor haar leeftijd. Ze is bevriend met Hassan, een jongen uit haar klas. Haar
vader (Henk) is niet haar biologische vader, want hij was niet vruchtbaar. Haar ouders
denken dat Karen dit niet weet, maar ze weet het toch. Verder heeft ze geen broers of
zussen. Hoewel ze de centrale persoon in het verhaal is, is ze toch een flat karakter, omdat
je bijna niets over haar zelf te weten komt, omdat ze al in het eerste hoofdstuk doodgaat.
Hassan: het vriendje van Karen. Hij is de zoon van de slotenmaker en kan bijna ieder slot
open krijgen, waaronder dat van de camionette. Hij kan fantastische verhalen vertellen die

naar eigen zeggen bij hem aan komen waaien. Hij is een flat karakter omdat je eigenlijk niets
over hem zelf te weten komt. Hij vertelt de verhalen in het vierde en in het laatste hoofdstuk
Henk: de vader van Karen. Hij is impotent, maar verder wordt er weinig over hem gezegd.
Hij is op reis als het ongeluk gebeurt
Bea: de moeder van Karen. Ze gelooft erg in artikeltjes uit tijdschriften. Ze volgt samen met
haar vriendin Tamara een cursus over ‘Representaties van mythische en legendarische
vrouwen in de oude schilderkunst’. Ze is een flat karakter.
Tamara: de vriendin van Bea. Ze is moeder van 4 zonen en Bea is daarom een beetje
jaloers op haar. Ze is totaal anders dan Bea en gelooft daarom ook niet in de artikeltjes van
haar. Op de terugweg van de cursus rijdt ze bijna een kind aan. Samen met Bea speelt ze
de centrale persoon in het tweede hoofdstuk. Ze is ook een flat karakter.
Sam: architect, hij heeft een groot deel van de gebouwen in het dorp ontworpen, waaronder
het politiebureau en de huizen van Karen en haar ouders en hun buren. Zijn vriendin is
Anna, het hoofd van de gemeentelijke schoonmaakdienst. Hij probeert van elke persoon die
hij kent of tegen komt een definitie voor in een woordenboek te maken. Hij beschrijft zichzelf
als: 1. man die uit zelfbescherming de intensiteit van zijn liefde voor een Anna geheimhoudt;
2. speelvogel wiens gedrag zelden of nooit wordt bestraft; 3. man die iedereen in de waan
laat dat hij een speelvogel is om ongehinderd zijn vleugels uit te kunnen slaan. En later: 4.
gevallen god. Hij is ook een flat karakter. Hij speelt de hoofdrol in het derde hoofdstuk.
Anna: de vriendin van Sam. Ze is het hoofd van de gemeentelijke schoonmaakdienst
Desiree: de eigenaresse van het frietkot op het plein voor het gemeentehuis. Damien wil
graag met haar uit eten omdat ze hem veel aan zijn ex, Tessa, doet denken, omdat zij ook
een frietkot had.

Symboliek
De symboliek in het verhaal zit vooral in het tweede en vierde hoofdstuk. In het tweede
hoofdstuk gaat het vooral om het bijgeloof van Bea. Allereerst is er de cursus: de les van die
dag gaat over Iphigeneia, de dochter van Agamemnon (de aanvoerder van de Grieken in de
Trojaanse oorlog), die geofferd moest worden voor een gunstige wind. Bea denkt dan dat
haar dochter ook een offer is. Op de weg terug rijden Bea en Tamara bijna een kind aan. Dit
zou je ook als een verwijzing naar het ongeluk met Karen kunnen zien.
In het vierde hoofdstuk zit de symboliek in de verhalen die Hassan verteld. Ze symboliseren
dingen als het onbegrip van de ouders over de vriendschap tussen Karen en hem en het feit
dat de vader van Karen niet haar echte vader is.

Plot
Het verhaal gaat over kinderen, liefde en dood. Karen gaat dood omdat ze onder een achter
uit rollend busje komt, het busje van Damien. Hij krijgt ook de schuld terwijl hij er niets aan
kan doen, het dorp heeft nou eenmaal een zondebok nodig. Hij wordt zelfs omgekocht om
niet op de begrafenis en bij de wake te komen, dit zou namelijk te pijnlijk zijn voor iedereen.
Hij moet maar naar de familie gaan als de tijd daar rijp voor is.

Recensie, mening en argumentatie
“Kristien Hemmerechts vertelt ons zelf op de achterflap waar Donderdagmiddag. Halfvier
over gaat: ‘Dit is een boek over kinderen. Over mensen die kinderen willen maar ze niet
kunnen krijgen, of ze kunnen krijgen maar ze niet willen, of ze krijgen zonder ze te willen, of
ze willen en ook krijgen. En omdat het een boek over het hebben en krijgen en willen van
kinderen is, is het ook een boek over liefde, en over het maken van die kinderen, dat soms
in liefde gebeurt, soms ook niet.’
Maar het boek gaat over veel meer dan dat en vooral: er gebeurt van alles.
Een belangrijk element in het boek is het vertellen van verhalen. Een van de figuren uit het
boek, Hassan, vertelt prachtige, sprookjesachtige verhalen aan zijn vriendinnetje. Ook heb
je als lezer in het begin het idee dat je een verhalenbundel leest in plaats van een roman.
De eerste twee hoofdstukken lijken los van elkaar te staan, tot je in de loop van hoofdstuk 2
doorkrijgt dat er wel degelijk een verband bestaat.
Een ander belangrijk element is het al dan niet bewaren van een geheim. Meerdere
personages in het boek weten iets dat zij eigenlijk niet willen of behoren te weten, of ze
worstelen met het dilemma of ze een geheim (nog langer) moeten bewaren of niet. Het
hebben of kennen van geheimen keert kortom diverse malen terug in Donderdagmiddag.
Halfvier.
Het boek opent met de gebeurtenissen op een donderdagmiddag als Damien met zijn witte
‘camionette’ een niet nader gedefinieerde gemeente binnenrijdt, om daar op de plaatselijke
school de wekelijkse typeles te geven.
Damien heeft een voorliefde voor domme vrouwen, die op een meesterlijke wijze wordt
beschreven:
“Het heerlijkst waren domme vrouwen die zo dom waren dat ze het niet beseften. Domheid
die zich van haar eigen domheid bewust is, houdt op domheid te zijn. Ware domheid kijkt in
de spiegel en bewondert haar verstand.”
Er gebeurt die donderdagmiddag iets verschrikkelijks, waaraan in de volgende hoofdstukken
steeds gerefereerd wordt. En daarnaast leren we steeds meer mensen in de desbetreffende
gemeente kennen, allemaal met hun eigen verhaal en/of geheimen.
Het is een vlot geschreven verhaal, met mooie, goedlopende zinnen. In de sprookjesachtige
verhalen van Hassan weet de schrijfster goed de sfeer en stijl van een sprookje te treffen.
Donderdagmiddag. Halfvier is echt een aanrader.”
____________
Emotieve argumenten
Ik vond het boek voor het grootste deel niet zo ontroerend, want er gebeuren weinig
emotionele dingen. Het enige wat wel enige ontroering bij me opriep waren de verhalen die
Hassan aan Karen vertelt, omdat ze eigenlijk best tragisch zijn, maar er door Hassan best
luchtig over verteld wordt.

Esthetische argumenten
Ik vond het boek erg mooi, vooral de verhalen, omdat ze erg goed zijn verzonnen en
prachtig verteld zijn, en het eerste hoofdstuk, omdat je daarin niet het idee hebt dat er iets
ergs gaat gebeuren, maar er op het einde toch een climax komt, namelijk de dood van
Karen.
Morele argumenten
De schrijfster neemt in dit boek een goed standpunt in, want ze leeft erg mee met het
overlijden, terwijl ze ook, als ze het over Damien heeft, erg afstandelijk doet van de dood. Ze
laat zo twee houdingen tegenover de dood zien en dat is best moeilijk om op te schrijven,
omdat je zelf ook vaak een bepaalde houding hebt als er iemand overlijdt.
Realistische argumenten
Het boek is erg realistisch, want het zou overal met iedereen kunnen gebeuren. Vooral het
niet noemen van plaatsnamen maakt dat het overal zou kunnen zijn gebeurd. De verhalen
zijn daarentegen erg onwerkelijk, maar dat is een fijne afwisseling (maar dat wordt ook
verwacht van dit soort verhalen)
Structurele argumenten
De schrijfster heeft een bijzondere hoofdstukindeling gekozen, want eigenlijk wordt de dag in
elk hoofdstuk opnieuw verteld. Vooral het hoofdstuk met Karen als hoofdpersoon, waarin
Hassan aan haar verhalen vertelt, is erg mooi geschreven. Het hoofdstuk lijkt erg op een
raamvertelling, met verhalen die doen denken aan Duizend-en-een-nacht, en dat bewijst
toch wel haar schrijverstalent.
Intentionele argumenten
De mening van de schrijfster komt in dit boek niet zo goed naar voren, omdat ze elke keer
uit de hij (of zij) persoon schrijft. Toch heeft ze wel een bedoeling met het verhaal, want ze
wil namelijk een aantal dingen duidelijk maken. Allereerst natuurlijk dat iedereen voorzichtig
moet zijn, anders gebeuren er (dodelijke) ongelukken, en hierbij natuurlijk ook dat we ook
maar mensen zijn, niet volmaakt zijn, fouten maken, onze gebreken en talenten hebben, en
bovendien sterfelijk zijn. Ook wil de schrijfster duidelijk maken dat iedereen een andere kijk
op het leven (en de dood) heeft en dat dat niet altijd door de rest geaccepteerd wordt.

Stijl
Het boek "Donderdagmiddag halfvier" is best makkelijk te lezen door de vlotte zinnen.
Moeilijke woorden komen er niet zoveel in voor en alleen wanneer het gaat over de oudheid
is het iets lastiger lezen misschien. De stijl is dus vlot, makkelijk, zonder al te veel moeilijke
woorden en niet heel erg formeel.

Voorkant/achterkant boek

Op de voorkant van het boek staat een meisje. Het meisje heeft niks met het boek te maken,
want het is jonger dan Karin. Er is een grimmige sfeer in het boek, wat aansluit met het
plaatje op de voorkant. De tekst op de achterkant van het boek, sluit wel aan op de inhoud
van het boek. Bij de kaft van het boek is er een soort licht paarse kleur gebruikt om het boek
spannend te laten lijken.