You are on page 1of 14

Lesvoorbereidingsformulier Fontys Hogeschool Kind en Educatie, Pabo Eindhoven

Bron: Didactisch model ‘van Gelder’
Student(e)
Marit van der Heijden
Klas
PEH15VB
Stageschool Toermalijn
Plaats
Bladel
Vak- vormingsgebied: kunstzinnige oriëntatie
Speelwerkthema / onderwerp: koe in de klas

Mentor
Datum
Groep
Aantal lln

Annemieke Cijffers
14-03-2016
1/2 c
30 lln

Persoonlijk leerdoel:
- In deze les pas ik in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding, oogcontact, positie in de
groep.

Lesdoel(en):
- De leerlingen kunnen aan het einde van de les benoemen hoe je
groen, oranje en paars kunt maken door te mengen.
- De leerlingen leren om naar hun eigen werk en dat van
klasgenootjes te kijken en daarop te reflecteren.

Evaluatie van lesdoelen:
- Als de koe klaar is bespreken we hem na in de kring. Wat vinden jullie ervan?
Denken jullie dat de koe nu blij is? Denk je misschien dat andere dieren jaloers
zullen zijn? Hoe is het gegaan met het mengen? Wie kan vertellen welke kleuren
hij/zij heeft gemengd? Hoe heb je dit gedaan?

Beginsituatie:
Didactisch:
Voorkennis en –kunde/bekendheid instrumentarium:
De leerlingen hebben al eerder geschilderd, dus de leerlingen zijn bekend met het materiaal (kwasten, verf). Bijvoorbeeld: met Pasen hebben ze een ei ingeschilderd.
De leerlingen hebben nog niet vaak kleuren gemengd. Sommige leerlingen uit de klas zullen ook nog niet weten dat je kleuren kunt mengen tot een nieuwe kleur. De
klas gebruikt geen methode voor beeldende vorming. Ook hebben de leerlingen nog niet eerder een verhaal of beelden uit de kunst gekoppeld aan een les beeldende
vorming. Beelden uit de kunst hebben ze ook nog nooit bekeken. De kinderen bevinden zich allemaal in het stadium ‘de gecodeerde werkelijkheid’ (Schasfoort, 2012)
Te verwachten betrokkenheid:
Ik verwacht dat de betrokkenheid bij deze les hoog zal zijn, omdat de meeste kinderen beeldende vorming een erg leuke activiteit vinden. Ze maken graag dingen van
papier, kleuren graag en vinden het ook leuk om te schilderen. Bij het schilderen van de paaseieren zag ik ook dat ze het leuk vonden om een eigen ontwerp te maken.
Ze waren trots dat ze zelf de kleuren en vormen mochten bepalen. Verder denk ik dat de leerlingen meteen erg betrokken zijn bij de opdracht, omdat ik een inleidend
verhaal heb wat erg aansluit bij het thema van de klas en de belevingswereld van de kinderen. Ik ben wel benieuwd wat ze vinden van de voorbeelden uit de
beeldende kunst ter inspiratie. Ik vind het lastig om in te schatten hoe ze daar op gaan reageren, omdat ze hier nog nooit over hebben gesproken.
Relevante actualiteit:
Het verhaal over de verdrietige koe sluit aan bij het thema waar de klas nu mee bezig is en bij de belevingswereld van de leerlingen.
Pedagogisch:
De leerlingen in deze klas zijn erg enthousiast en dat zorgt er soms voor dat de controle weg is. Deze opdracht wordt in groepjes van vier gedaan tijdens de weektaak,
dus ik verwacht dat het daarom wel minder druk zal zijn. De leerlingen werken vaak voor zichzelf. Ze werken of spelen naast elkaar. Het samenwerkend leren wordt
niet expliciet gestimuleerd door de leerkrachten.
Lesverloop
Tijd

Leerinhoud Didactische handelingen
Leraar 

Leeractiviteit
 leergedrag leerling(en)

Materialen / Organisatie

min

Klassikale
introductie

-

-

-

Ik wil graag dat het stil is als ik of een
ander kindje praat.
Ik lees het verhaal over de verdrietige
koe voor. (met ondersteuning digibord)
Na het verhaal vraag ik de leerlingen
hoe we de koe zouden kunnen helpen.
(benadruk: stille vinger) Ik vertel dat we
misschien een nieuwe huid kunnen
maken voor de koe (als dat antwoord
niet gegeven is).
Ik leg de opdracht uit: We gaan een
nieuwe huid maken voor de koe. Dit
wordt een moettaakje op het bord. Je
komt telkens in een groepje van vier bij
mij om een stukje van de koe te
beschilderen. Hierbij gaan we kleuren
mengen. Ik heb alleen de kleuren rood,
blauw en geel. Maar ik wil eigenlijk
groen gebruiken. Hoe kan dat dan?
Maar voor dat we aan de slag gaan
moeten we misschien even wat ideeën
opdoen. We bekijken en bespreken de
voorbeelden uit de beeldende kunst.
Vragen: Welke vind je mooi en
waarom? Word je hier blij, boos of
verdrietig van? Hoe denk je dat ze de
koe zo mooi hebben gemaakt? Verf?
Etc.

-

De leerlingen luisteren naar het verhaal over de
verdrietige koe.
De leerlingen denken na over de vraag en geven
antwoord als ze hun stille vinger opsteken.
De leerlingen luisteren naar de opdracht.
De leerlingen geven antwoord op de vraag als ze
weten wat mengen is en hoe dat moet.
De leerlingen kijken en bespreken mee met de
afbeeldingen uit de beeldende kunst. Ze geven
hierbij hun mening en doen inspiratie op voor hun
eigen stukje huid wat ze straks gaan beschilderen.

De leerlingen zitten in de
kring. Ik maak gebruik van
het digibord.

10-20min
Kern
per groepje

-

-

min

Klassikaal
slot

-

-

Basisplan

Ik geef de kinderen een stukje huid van
de koe. Wat heel belangrijk is 
schilderen aan de kant waar geen getal
staat (anders klopt de koe straks niet).
Ik ondersteun de kinderen bij het
mengen van de kleuren (als ze dit niet
weten).
Ik geef instructie bij het opruimen.
Ik veeg eventueel de tafel schoon met
een natte doek.

-

We plakken de koe samen in elkaar.
We bespreken na: Wat vinden jullie
ervan? Denken jullie dat de koe nu blij
is? Denk je misschien dat andere
dieren jaloers zullen zijn? Hoe is het
gegaan met het mengen? Wie kan
vertellen welke kleuren hij/zij heeft
gemengd? Hoe heb je dit gedaan?
Noem een stukje huid die jij heel mooi
vind. Van wie is die? Compliment voor
jou!

-

-

-

De leerlingen komen in groepjes van vier bij mij om
hun stukje huid in te schilderen.
De leerlingen doen hun schort aan en krijgen een
stukje huid.
De leerlingen gaan de verf mengen op het
verfbordje (als ze niet weten hoe het moet,
vragen/krijgen ze ondersteuning van leerkracht).
De leerlingen schilderen het stukje huid in naar
eigen ontwerp (vormen, kleur).
Als de leerlingen klaar zijn, leggen ze hun stukje
huid in het droogrek en ruimen ze hun schort op.
Daarna maken ze het mengbordje en de kwasten
schoon, ruimen de vieze papiertjes op en kiezen
een ander taakje.
Een aantal leerlingen leggen hun nummer op de
juiste plek op de koe. Dit doen ze met vier leerlingen
tegelijk.
De leerlingen reageren op de vragen en delen hun
mening met de rest.
Een leerling noemt een stukje huid dat hij/zij heel
mooi vind. Vertelt waarom.

Op de tafel liggen een
tafelkleed/kranten en de
materialen liggen klaar
(kwasten, verf,
mengbordje, water,
papier).

De leerlingen zitten in de
kring.

Les:

Koe in de klas

Groep:

1/2 c

Bron/Methode:

Eigen ontwerp

Datum:

05-04-16

Betekenis
Wat zijn de inhouden en
associatiemogelijkheden?

De leerlingen luisteren naar een verhaal over een verdrietige koe die graag een gekleurde,
vrolijke huid wil. De leerlingen bekijken verschillende koeien en andere huiden uit de kunst
als inspiratie. Van hieruit gaan ze een eigen stukje huid van de koe ontwerpen.

Vorm
Met behulp van welke beeldaspecten
kunnen de inhouden vorm krijgen?

Kleur: de leerlingen gebruiken kleuren naar persoonlijke keuze, maar moeten wel kleuren
mengen. Ze krijgen alleen de primaire kleuren ter beschikking.
Vorm: de leerlingen creëren hun eigen vormen als huid. Ze krijgen inspiratie aangeboden,
maar zijn hier in principe vrij in.

Materiaal
Welk materiaal is daarvoor geschikt,
welke mogelijkheden biedt het?

De leerlingen krijgen de primaire kleuren om het stukje huid in te schilderen. (met kwast)
- Stukje huid
- Kwasten
- Primaire kleuren verf
- Schorten
- Tafelkleed
- Mengbordjes

Beschouwing
Vanuit welke beelden kan het kind
betrokken worden bij het onderwerp?

De leerlingen krijgen een verhaal te horen over een verdrietige koe die een gekleurde huid
wil. Dit verhaal wordt ondersteund met afbeeldingen van de koe en dieren met gekleurde
huiden. Na het verhaal gaan we samen kunst bekijken van gekleurde koeien en
huiden/vormen in kunst van de Cow parade.

Onderzoek
Hoe kan het kind materialen en
beeldende aspecten verkennen?

De leerlingen onderzoeken welke kleuren ze kunnen maken door te mengen met primaire
kleuren.

Werkwijze
Welke aanwijzingen over gebruik van
materiaal en gereedschap, en welke
vaardigheden?

Het verhaal, de beelden uit de kunst en de uitleg van de opdracht wordt in de kring gedaan.
De uitvoering van de opdracht wordt in groepjes van vier kinderen gedaan tijdens het
zelfstandig werken. Ik zit bij dit groepje om ze ondersteuning te geven bij het mengen. De
leerlingen mengen de kleuren en schilderen het stuk van de koe in naar eigen ontwerp.

Reflectie

Als de koe klaar is bespreken we hem na in de kring. Wat vinden jullie ervan? Denken jullie
dat de koe nu blij is? Denk je misschien dat andere dieren jaloers zullen zijn? Hoe is het
gegaan met het mengen? Wie kan vertellen welke kleuren hij/zij heeft gemengd? Hoe heb je
dit gedaan?

Lesfasenformulier
Les: koe in de klas

Bron/Methode: eigen ontwerp

Groep: 1/2 c

Datum: 05-04-16

Fase

Mijn activiteiten
-

Voorbereiding:
 Doel
 Context

-

De leerlingen kunnen aan het einde n.v.t.
van de les benoemen hoe je groen
en paars kunt maken door te
mengen.
De leerlingen leren om naar hun
eigen werk en dat van klasgenootjes
te kijken en daarop te reflecteren.

Verder denk ik dat de leerlingen meteen
erg betrokken zijn bij de opdracht, omdat
ik een inleidend verhaal heb wat erg
aansluit bij het thema van de klas en de
belevingswereld van de kinderen.

Activiteiten van de kinderen

Oriëntatie:
 Introduceren
 Informeren
 Instrueren
(opdracht)

Uitvoering:
 Observeren
 Begeleiden
 Afronden

Introduceren: De leerlingen krijgen een
verhaal te horen over een verdrietige koe
die een gekleurde huid wil. Dit verhaal
wordt ondersteund met afbeeldingen van
de koe en dieren met gekleurde huiden.
Na het verhaal gaan we samen kunst
bekijken van gekleurde koeien en
huiden/vormen in schilderijen van
Informeren: Hoe kun je kleuren
mengen? Ik heb alleen de kleuren rood,
blauw en geel. Maar ik wil eigenlijk groen
gebruiken. Hoe kan dat dan?
Instrueren (opdracht): We gaan een
nieuwe huid maken voor de koe. Dit wordt
een moettaakje op het bord. Je komt
telkens in een groepje van vier bij mij om
een stukje van de koe te beschilderen.
Hierbij gaan we kleuren mengen.
- Tijdens het schilderen observeer ik
of de leerlingen de kleuren oranje,
paars en groen kunnen maken door
te mengen.
- Ik ondersteun door doekjes bij te
halen, de tafel schoon te maken, de
kwasten schoon te maken en het
water te verversen.
- Ik vraag vier leerlingen om mee te
helpen de koe in elkaar te plakken.

-

-

-

-

-

De leerlingen luisteren naar het verhaal
over de verdrietige koe.
De leerlingen denken na over de vraag en
geven antwoord als ze hun stille vinger
opsteken.
De leerlingen luisteren naar de opdracht.
De leerlingen geven antwoord op de vraag
als ze weten wat mengen is en hoe dat
moet.
De leerlingen kijken en bespreken mee met
de afbeeldingen uit de beeldende kunst. Ze
geven hierbij hun mening en doen inspiratie
op voor hun eigen stukje huid wat ze straks
gaan beschilderen.

De leerlingen komen in groepjes van vier bij
mij om hun stukje huid in te schilderen.
De leerlingen doen hun schort aan en
krijgen een stukje huid.
De leerlingen gaan de verf mengen op het
verfbordje (als ze niet weten hoe het moet,
vragen/krijgen ze ondersteuning van
leerkracht).
De leerlingen schilderen het stukje huid in
naar eigen ontwerp (vormen, kleur).
Als de leerlingen klaar zijn, leggen ze hun
stukje huid in het droogrek en ruimen ze

Wat vinden jullie ervan? Denken jullie dat
Nabeschouwing de koe nu blij is? Denk je misschien dat
:
andere dieren jaloers zullen zijn? Hoe is
het gegaan met het mengen? Wie kan
 Nabespreken
vertellen welke kleuren hij/zij heeft
 Beoordelen
gemengd? Hoe heb je dit gedaan?
 Presenteren
Evaluatie:
 Reflecteren
 Vooruitkijken

Ik kijk zelf terug op de les en ga in
gesprek met mijn mentor. Dit verwerk ik
in de persoonlijke reflectie.

-

n.v.t.

hun schort op. Daarna maken ze het
mengbordje en de kwasten schoon, ruimen
de vieze papiertjes op en kiezen een ander
taakje.
De vier gekozen leerlingen helpen mij om
de koe in elkaar te plakken.
De leerlingen reageren op de vragen en
delen hun mening met de rest.
Een leerling noemt een stukje huid dat
hij/zij heel mooi vind. Vertelt waarom.

Persoonlijke reflectie
Wat wilde ik leren?
Persoonlijk doel: In deze les pas ik in de grote groep effectieve leraar communicatie toe, met name grote gebaren, stem, mimiek,
lichaamshouding, oogcontact, positie in de groep.
Wat deed ik?
In deze les heb ik vooral tijdens de instructie geprobeerd om in de grote groep effectieve leraar communicatie toe te passen. De introductie
was nl. met een verhaal en daarbij vond ik het heel belangrijk om gebruik te maken van gebaren, stem, mimiek, lichaamshouding,
oogcontact en positie in de groep. Ik vind dat het mij goed gelukt is deze les. Tijdens het verhaal heb ik gespeeld met mijn stem, door
bijvoorbeeld de fluisteren en hard te praten.
Welke betekenis heeft het voorgaande voor mij?
Ik denk dat deze ervaring een positieve invloed uitoefent op het proces van persoonlijk leerdoel. Ik ben erg blij dat het me lukte om tijdens
de les te denken aan mijn persoonlijk doel. Voorheen had ik moeite om naast de inhoudelijk les, ook bezig te zijn met mijn persoonlijk
leerdoel.
Waar sta ik nu met betrekking tot:
Ik ben op de goede weg om mijn doel te realiseren, maar ik heb hem nog niet bereikt.
Hoe nu verder?
Ik denk dat ik dit doel nog meer eigen kan maken door een aantal lessen meer te geven met dit persoonlijk leerdoel in de hoofdrol.
Hiermee hoop ik dit leerdoel te kunnen automatiseren, zodat ik hier niet bewust meer mee bezig hoef te zijn.

Welke keuze(s) heb je in dit opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze keuze(s) gemaakt?

B1. Leerdoelen stellen

o

3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen

o

3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

De leerlingen kunnen aan het einde van de
les benoemen hoe je groen en paars kunt
maken door te mengen.
De leerlingen leren om naar hun eigen werk
en dat van klasgenootjes te kijken en daarop
te reflecteren.

Ik heb gekozen voor deze leerdoelen omdat deze
aansluiten bij het kerndoel en de leerlijn van beeldende
vorming:
kerndoel 54 (tule.slo)
De leerlingen leren beelden, muziek, taal, spel en beweging
te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te
drukken en om er mee te communiceren.
Leerlijn: het mengen van kleuren.
o De leerlingen kunnen aan het einde van de les
benoemen hoe je groen en paars kunt maken door
te mengen.
kerndoel 55 (tule.slo)
De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te
reflecteren.
Leerlijn: kijken/luisteren naar en praten over eigen werk en
dat van hun groepsgenootjes.
o De leerlingen leren om naar hun eigen werk en dat
van klasgenootjes te kijken en daarop te
reflecteren.
Het laatste doel sluit aan bij de doelen van mijn
overdenking. In mijn overdenking beschrijf ik dat ik met
deze klas wil werken aan de omgang met andere kinderen
en situaties. Daarom wil ik er in deze les voor zorgen dat de
kinderen leren om op een goede manier, gericht op
socialiteit en inhoud, over elkaars werk te praten.

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

In deze les heb ik gekozen voor deze coöperatieve
werkvormen, die passen bij samenwerking en
zelfredzaamheid.
Werkvorm 2: De leerlingen maken gezamenlijk een
nieuwe huid voor de koe.

Deze werkvormen heb ik ingezet om de samenwerking en
de zelfredzaamheid van de kinderen te stimuleren. Ik heb
ook als doel in mijn overdenking staan, dat ik wil werken
aan het samenwerken en het samenwerken met andere
kinderen. In de tweede werkvorm komt de zelfredzaamheid
van de leerlingen aan bod, omdat ze hun eigen stukje huid
van de koe mogen beschilderen. De leerlingen kiezen zelf

Werkvorm 3: Een aantal leerlingen leggen met mij de
cijfers van de stukken op de goede plek op de koe.

kleuren, mengen zelf, en bedenken zelf wat ze willen
schilderen.
Bij werkvorm drie wordt juist de samenwerking bevordert
omdat, de leerlingen in samenwerking met andere
leerlingen de koe op de juiste manier in elkaar moeten
puzzelen door naar de cijfers te kijken.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces
1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

Voor het schilderen van de stukken huid, heb ik vooraf
geen groepjes gemaakt. Tijdens het werken hebben de
leerlingen zelf aangegeven wanneer zij wilden schilderen.
Voor het in elkaar zetten van de koe heb ik wel bewust
een keuze gemaakt voor bepaalde leerlingen. Ik heb de
leerlingen uit groep twee gekozen, waarvan ik dacht dat
ze het nog net niet of net wel konden.

Voor het schilderen heb ik vooraf geen groepjes gemaakt,
omdat de kinderen tijdens het werken vrij kunnen kiezen
welke opdracht ze willen doen. Voor het in elkaar zetten
van de koe heb ik wel vooraf een groepje samengesteld,
omdat ik ervoor wilde zorgen dat die kinderen in hun zone
van naaste ontwikkeling kwamen. Dit komt ook terug in mijn
overdenking  De klas gaat in periode 3 zich verder
ontwikkelen op het cognitieve niveau dat bij ze past en aan
de slag met een uitdaging als dit mogelijk is.
Zone van naaste ontwikkeling Vygotsky
Dit wil zeggen dat de leerling in een situatie wordt gebracht
die dicht bij het huidige niveau van de leerling ligt. In deze
situatie kan de leerling op zijn/haar eigen manier informatie
verwerven. Het gevolg is dat de leerling zichzelf ontwikkelt
(Hendriksen, 2015)

A4. Interactie aangaan met
de groep
3.13 feedback aan leerlingen

Evaluatie productdoel: ik bespreek met de leerlingen de
koe. Ik stel vragen als: Wat vinden jullie ervan? Denken
jullie dat de koe nu blij is? Denk je misschien dat andere
dieren jaloers zullen zijn? Hoe is het gegaan met het
mengen? Wie kan vertellen welke kleuren hij/zij heeft
gemengd? Hoe heb je dit gedaan?
Evaluatie procesdoel: in de kring hebben we ook
gesproken over het werk van groepsgenootjes. We
hebben kort gesproken over de ervaringen daarmee.

Ik heb gekozen voor deze manieren van evalueren omdat,
de leerlingen hierbij allemaal tegelijk het eindwerk zien en
omdat ik in de kring makkelijk aan een leerling kon vragen
hoe hij/zij het mengen heeft aangepakt. Als de leerling dat
vertelde, luisterde de rest van de klas mee en kreeg nog
een keer de herhaling van welke kleuren je kunt mengen tot
een nieuwe kleur.
Bij het procesdoel heb gekeken naar de manier waarop de
kinderen evalueerde. Of ze goed konden benoemen
waarom ze iets mooi vonden en of ze een compliment
geven aan degene die het gemaakt had.

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen

In deze les heb ik gekozen voor deze coöperatieve
werkvorm, die aansluit bij het ontwerpen van
leeractiviteiten.
Werkvorm 1: beeld beschouwen in de kring.

Bij werkvorm één heb ik gekeken naar de theorie over het
beeld beschouwen met kinderen. Ik heb gekeken welke
vragen ik zou kunnen stellen tijdens de beschouwing.
Startvragen: Welke vind je mooi en waarom? Word je hier
boos, blij of verdrietig van? Heeft iemand het al ooit gezien?

4.5 leeromgeving inrichten
Onderzoeksvragen: Welke kleuren zie je? Hoe denk je dat
de koe zo mooi gemaakt is? Met verf? Stiften? Hoe groot
zouden de koeien zijn in het echt?
Analysevragen: Zouden er ook mensen zijn die deze
koeien niet mooi vinden? Denk je dat deze koeien echt
bestaan? Hoe zie je dat?
Speculatieve vragen: Waarom zou de maker de koe
zoveel kleurtjes hebben gegeven?
Oordelen: Waarom zou je deze koe willen hebben? Zou je
hem in je kamer zetten?
(Schasfoort, 2012)
A1 Bespreken van en
omgaan met regels
2.1 fysiek en sociaalemotioneel veilige
leeromgeving

Afspraken: Ik wil graag dat het stil is in de kring als ik of
een ander kindje praat.

Als de leerlingen zich niet aan de afspraak houden, hielp ik
de kinderen om te denken aan de afspraak die we gemaakt
hadden. Dit is belangrijk omdat, ik zo het proces van
samenwerken bevorder, maar ook omdat, er op deze
manier een fysiek en sociaal-emotionele veilige
leeromgeving wordt gecreëerd.

Literatuurlijst
-

Schasfoort, B. (2012). Beeldonderwijs en didactiek. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers.
Hendriksen, J., & Dijkstra, H. (2011). Het verhaal van het kind. Thieme Meulenhoff.

-

Verkregen op 6 april 2016, via: http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-KDOrientatieJezelfEnWereld.html