You are on page 1of 5

OGP3

Format voor toelichting lesontwerp
Domein: Muziek
Welke keuze(s) heb je in dit
opzicht gemaakt?

Waarom heb je deze keuze(s)
gemaakt?

Aangezien mijn stage klas
niet/nauwelijks muziek les krijgt, ben
ik in gesprek gegaan met mijn
mentor. In hoeverre hebben de
kinderen al ooit muziekles gegaan?
In het eerste half jaar van dit
schooljaar kwam er om de week een
muziek leraar. Tijdens deze lessen
moesten de kinderen een lied zingen
met de leraar. De leraar zong het lied
voor en daarna moesten de kinderen
het lied nazingen.

Omdat ik geen goed beeld had over
het niveau van de kinderen, ben ik
in gesprek gegaan met mijn mentor.
Volgens mijn mentor zingen de
kinderen wel geregeld. Momenteel
zijn de kinderen bezig met het
zingen van een Paasliedje. De juf
zingt het lied voor en de kinderen
moet dit dan nazingen. Verder
gebruiken de kinderen tijdens een
verjaardag instrumenten. Deze
gebruiken ze nooit tijdens een
muziekles. Er word in mijn stage
klas geen les gegeven wat
specifiek gericht is op muziek. Vaak
is het tussen lessen door.

B1. Leerdoelen stellen
3.4 passend leerinhouden
vanuit leerlijnen
3.11 Leerprocessen
observeren en registreren

Ik heb een muziekles kunnen
observeren. Ik kon toen concluderen
dat kinderen gewend zijn om een lied
na te zingen van een leraar. De
kinderen deden tijdens deze les
actief mee en waren erg betrokken.
Om mijn doelen goed te formuleren
en deze goed aan te laten sluiten op
de passende leerlijnen en
leerinhouden heb ik informatie
gezocht op slo.tule.com en gelezen
het boek meester muziek.
Mijn specifieke doelen die ik heb
opgesteld zijn:
-Aan het eind van de les kunnen de
kinderen het lied Minidisco - Lente
foutloos zingen en voeren foutloos
de bewegingen erbij uit.
-Aan het eind van de les kunnen de
kinderen direct verwoorden wat ze
hebben gehoord in de tekst. (zoals in
een kip legt een ei, etc.)

Ik heb ervoor gekozen om mijn
doelen aan te passen op de basis.
Aangezien de kinderen
niet/nauwelijks een muziekles
hebben gehad, vond ik het
belangrijker dat er eerst aandacht
werd besteed aan het zingen.
Voordat ik mijn les begon, had ik
instrumenten klaar gelegd. Dit deed
ik, voor het geval dat de kinderen te
tekst snel aangeleerd hadden. Dit
bleek achter niet zo te zijn. Ik had
de volle tijd nodig om de tekst aan
te leren. Daarom heb ik me vooral
gericht op de tekst en beweging.
Door de observaties van de
kinderen kon ik goed zien dat ze
het erg leuk vonden om een
muziekles te volgen. Ze deden
actief mee en waren erg
enthousiast. Ik merkte dat de

Mijn persoonlijke leerdoelen voor
deze les waren:
-Mijn doel is om zeker over te komen
bij de kinderen. Aangezien ik niet
mooi kan zingen, zal ik waarschijnlijk
wat terughouden overkomen. Dit wil
ik juist niet, daarom is dit een doel. Ik
wil dit realiseren door gewoon te
zingen (zoals ik normaal ook zing) en
leuke bewegingen te maken, zodat
de kinderen niet eens door hebben
dat ik het spannend vind en niet mooi
kan zingen.
-Ik wil ervoor zorgen dat alle
kinderen actief mee zullen doen. Dit
wil ik realiseren door elk kind in de
gate te houden en rustig de tekst
door te nemen van het lied. Zo
kunnen alle kinderen het volgen en
kunnen ze actief meedoen.

kinderen vooral bezig waren met
zichzelf. Ze waren erg gericht op
zijn/haar eigen zang. Dit is volgens
de theorie ook logisch.
Volgens het boek het verhaal van
het kind is een kleuter vooral
gericht op zichzelf. Hoe kan ik
autonoom handelen? Het kind wil
vooral laten zien dat hij/zij het zelf
kan.
In het boek van Meester muziek
kwam ik het KVB-model tegen (dit
hebben we ook besproken in de
les). Door het KVB-model wordt er
aan het vak muziek in basisscholen
inhoud gegeven. Je ziet het terug
in de opbouw van de lessen, in
thematische projecten en in de
leerlijnen. Het KVB-model bestaat
uit een buiten en een binnenring.
De buitenring vertel iets over de
manier waarop mensen bezig zijn
met de klank, vorm en betekenis
van muziek. In de binnenring wordt
de essentie van muziek bedoeld.
Binnenring: klank, vorm en
betekenis. Buitenring: zingen,
luisteren, maken, bewegen, lezen
en noteren.
Door het gebruik te maken van het
KVB-model heb ik mijn doelen
beter kunnen formuleren en heb ik
meer nagedacht over de inhoud
van mijn les.

B3. Leeractiviteiten
begeleiden
2.6 Samenwerking,
zelfredzaamheid

Tijdens mijn muziekles werken de
kinderen niet samen. Ze zijn
voornamelijk gericht op de zang en
daarnaast de bewegingen.
De kinderen moesten samen met mij
de dans bedenken. Welke
bewegingen passen goed bij dit
gedeelte van het lied?

Ik het ervoor gekozen om geen
gebruik te maken van een
samenwerkingsvorm. Dit heb ik
mede gedaan in overleg met mijn
mentor. Het leek haar een beter
idee om geen samenwerking te
gebruiken. Daar was ik het ook
mee eens. Aangezien muziek voor
de meeste kinderen nog nieuw is,

vond ik het beter om vooral
individueel te werken. Hierdoor
konden de kinderen zich extra goed
concentreren op de doelen en kon
ik zo ook mijn lesdoelen
controleren.

A3. Leiding geven aan het
groepsproces
1.1 zicht op groepjes
leerlingen
1.3 effectieve
leerkrachtcommunicatie

Ik zorgde ervoor dat ik alle kinderen
erbij betrok. De kinderen moesten in
een kring gaan staan, zodat ik alle
gezichten goed kon zien. Zo zorgde
ik ervoor dat ik een goed zicht had
op de groep.
Doordat ik veel oogcontact maakte
met de kinderen, waren ze erg
betrokken. Ik zorgde ervoor dat ik
mijn les enthousiast gaf. Dit
realiseerde ik door goed mee te
zingen en mijn bewegingen groot te
brengen.

De kinderen stonden allemaal mooi
in een kring. Achteraf had ik dit
anders moeten doen. Ik mijn
belevingen en bedoeling kon ik zo
alle kinderen goed in de gate
houden. Dit was deels ook zo, maar
toch miste ik een paar kinderen.
Deels had ik dus goed zicht op de
groepjes. Ik dacht dat ik door deze
opstelling een goed zich zou
hebben. Zeker omdat de kinderen
kleiner zijn dan mij, kon ik zo over
de kinderen heen kijken.
Ik zorgde ervoor dat de kinderen
enthousiast werden en
gestimuleerd. Dit deed ik om mijn
les goed te laten verlopen en de
kinderen op een positieve manier te
begeleiden.
Ook volgens het boek Muziek
meester. Als leraar heb je de
muzikale leiding in handen. Dit
betekend dat je de kinderen
stimuleert om deel te nemen aan
de activiteit en hen aanmoedigt
creatief en expressief te zijn. Doet
doe je o.a. door:
- Als de kinderen hun
muziek presteren, is een
positieve, uitnodigende
houding erg belangrijk.
- Je geeft de maat, de inzet
en de afslag aan.
Deze elementen heb ik gebruik
tijdens mijn les. Dit zorgde voor
een positief effect.

A4. Interactie aangaan met
de groep
3.13 feedback aan leerlingen

Om mijn les te evalueren vroeg ik
aan de kinderen of ze het lied
nogmaals wilde zingen. De kinderen
moesten dit op zijn/haar allermooiste
doen en kregen hierbij geen
begeleiding bij. Ze moesten het nu
helemaal alleen gaan zingen en
bewegen.
Om al mijn doelen te controleren
vroeg ik ook aan de kinderen wat ze
van mijn les vonden? Vonden ze het
een leuk liedje? Welke elementen
kwamen ervoor in het lied?
Daarnaast keek ik goed rond tijdens
mijn muziekles, om zo de kinderen in
de gate te houden. Tot slot gaf ik de
kinderen feedback. Wat vond ik goed
gaan aan de les en waarom vond ik
het dan goed gaan?

Doordat ik de kinderen zelf lied
zingen, kon ik mijn doel
controleren. Zijn de kinderen in
staat om het lied alleen te zingen.
Daarnaast geeft dit ook een goed
gevoel bij de kinderen en kunnen
ze zichzelf controleren. Heb ik goed
mee gedaan met de les? Kan ik het
liedje alleen zingen?
Volgens het boek Muziek meester
is het belangrijk om een actieve
evaluatie te gebruiken. Kinderen
komen namelijk pas tot leren als ze
na de bespreking van de resultaten
de kans krijgen hun muziekstuk
beter te laten horen. Bespreek met
de kinderen wat er nog beter kan.
Waar kunnen we nog aan werken?
Hoe gaan we dit oplossen?
Dit deed ik ook met de kinderen.
Voordat de kinderen het lied zelf
moesten zingen, besprak ik eerst
met ze waar ze extra goed op
moesten letten. Wat kan er nog
beter om ervoor te zorgen dat het
lied helemaal goed verloopt?
Daarnaast is het belangrijk voor de
kinderen om feedback te krijgen op
zijn/haar werk. Wat vond de
leerkracht van de les.
Ook volgens het boek Muziek
meester is het belangrijk om
kinderen te beoordelen op hun
prestaties. De
standaarduitdrukkingen leuk en
goed zo zeggen soms meer over
het onvermogen van de leraar om
een zinvolle opmerking te maken
dan over de geleverde prestatie.
Kinderen vinden een serieus
beoordeling en een daaraan
verbonden suggestie om de
prestatie te verbeteren veel
spannender dan voorduren

goedzo.
Dit deed ik ook met de kinderen. Ik
besprak waarom ik de les goed
vond gaan en waar de kinderen de
volgende keer nog op moeten
letten.

B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
3.6 werkvormen en
groeperingsvormen
4.5 leeromgeving inrichten

Ik begin mijn les in de kring,
vervolgens moeten de kinderen gaan
staan.
Tijdens het nummer verschijnen er
afbeeldingen op het Digibord. De
afbeeldingen sluiten aan op de tekst.

Doordat ik in de kring begon kon ik
met de kinderen goed afspreken
wat de bedoeling is van deze les.
Zo weten de kinderen precies wat
ik van ze verwacht. Daarna
moesten de kinderen gaan staan.
Zo konden de kinderen beter
zingen en konden ze beter
bewegen.
Ik koos ervoor om het Digibord te
gebruiken. Doordat ik de
afbeeldingen projecteerde, was het
voor de kinderen makkelijker om de
tekst te leren. Zo wisten ze precies
welke tekst er kwam. De kinderen
werden hierdoor enthousiaster en
meer betrokken.